BIJLAGE 3 Rapport Kindersprint - 2021 - 2022.pdf
Tekst van het document
Effectonderzoek Kindersprint Amsterdamse Basisscholen, 2021- 2022
Evaluatierapport Juli 2022 Biko Blommestein
Effectonderzoek Kindersprint basisschool Al Yaqoet, Amsterdam Inleiding Gemeente Amsterdam is in het jaar 2020 een project gestart waarbij basisschoolleerlingen uit groep 8 worden gestimuleerd via design thinking om ideeën te bedenken die de fietssituatie rondom school kunnen verbeteren en daarmee het fietsgebruik stimuleren. In het jaar 2020 is de uitvoering van de kindersprint uitbesteed aan Verkeersplein Amsterdam (VPA) die ook de effecten van het project op de intrinsieke motivatie en gedrag van leerlingen en ouders evalueert. In dit evaluatierapport worden de uitkomsten gepresenteerd. Deelnemers In totaal deden 38 leerlingen en 27 ouders mee afkomstig van twee scholen; de Al Yaqoet school en abbs Elzenhagen. Van de 27 ouders die de voormeting hebben ingevuld hebben slechts 8 ouders het gehele onderzoek doorlopen door zowel de voor-, als de eind- en de nameting in te vullen. Lessen De leerlingen kregen drie lessen van 4 uur, gegeven door twee docenten van VPA. Tijdens de lessen werd er gewerkt in groepjes van maximaal 4 leerlingen. In de eerste les moesten de leerlingen de vraag “hoe krijgen we leerlingen meer met de fiets naar school?” verkennen en ideeën bedenken hoe de vraag op te lossen. In de tweede les werd een prototype van de bedachte ideeën gemaakt en getest. In de laatste les werden de ideeën gepresenteerd aan een delegatie van gemeente Amsterdam.
De testen De leerlingen vulde voorafgaand aan-, direct na afloop van- en een maand na afronding van de kindersprint een vragenlijst in, respectievelijk de voor-, eind- en nameting. Deze vragenlijst is speciaal opgesteld voor dit onderzoek en is gebaseerd op de Intrinsic Motivation Inventory (IMI)1, een kind- en oudervragenlijst over specifieke determinanten van fietsen naar school2 en een gedragsmodel3. De vragenlijst bestaat uit drie delen: (1) Intrinsieke motivatie, gevormd uit plezier, waarde en autonomie1 (2) Uitgevoerd gedrag2, d.w.z. totaal aantal fietsdagen naar school, in de week en naar wens van het kind. (3) Pijlers van gedrag3, bestaande uit de fysieke omgeving, sociale omgeving en sociale motivatie. In aanvulling werd een vierde deel met evaluerende vragen over het project toegevoegd bij de eind- en nameting. De deelnemers beantwoorde de vragen over de intrinsieke motivatie en pijlers van gedrag op een 5 puntschaal en de vragen over uitgevoerd gedrag met meerkeuze antwoorden.
Uitkomsten Leerlingen De overgrote meerderheid van de leerlingen was in bezit van een eigen fiets (d.w.z. 92%, 35 van 38). Toch zijn er evenveel leerlingen die de fiets gebruiken als vervoersmiddel naar school als leerlingen die met de auto reizen (beide 39%, 15 van 38). Over de tijd van het project is hierin geen verandering gekomen. Tussen de scholen zijn significante verschillen gevonden over het hebben van een fiets en de manier van reizen naar school. Ondanks dat het lijkt dat het merendeel van de leerlingen van de Elzenhagen korter hoeven te reizen, blijkt dit statistisch niet het geval. Zie Tabel 1 voor de verdeling tussen de scholen. Tabel 1: demografische gegevens leerlingen per school.
Bezit fiets
Al Yaqoet
Abbs Elzenhagen
Ja
11
24
Nee
3
0
Auto
9
6
2
13
3
5
0 – 5 minuten
4
15
6 – 10 minuten
6
7
11-15 minuten
3
2
16 – 20 minuten
1
0
Vervoer naar Fiets school Lopend
Reistijd naar school
Intrinsieke motivatie leerlingen Over de duur van het project zijn de onderdelen ‘plezier’, ‘autonomie’ en ‘intrinsieke motivatie’ toegenomen terwijl er geen verandering heeft plaatsgevonden op het onderdeel ‘waarde’. Voor de onderdelen plezier en intrinsieke motivatie zijn er specifieke verschillen gevonden tussen de eindmeting t.o.v. de voor- en nameting. Het onderdeel autonomie toont alleen een verschil tussen de voor- en nameting. Voor een grafische weergave zie Figuur 1.
Figuur 1: Weergave van de voor-, na- en eindmeting scores op de factoren plezier, waarde, autonomie en intrinsieke motivatie. Significante verschillen per factor worden aangegeven door een ster, verschillen tussen metingen met rode lijnen.
Gedrag leerlingen Leerlingen zijn over de duur van het project de fiets niet vaker gaan gebruiken. Zowel naar school als in het weekend bleef het fietsgebruik hetzelfde, ook wanneer er wordt gecorrigeerd voor slecht weer. Omgeving en sociale setting De leerlingen scoren de veiligheid van hun fietsomgeving na afloop van het project significant lager dan bij het begin. Daarnaast ervaren ze geen verandering in hun sociale omgeving qua fietsgedrag en sociale motivatie om te fietsen. Zie figuur 2 voor een schematische weergave.
Figuur 2: Weergave van de voor-, na- en eindmeting scores op de factoren omgeving, sociale omgeving en sociale motivatie. Significante verschillen per factor worden aangegeven door een ster, verschillen tussen metingen met rode lijnen.
Evaluatie kindersprint leerlingen De leerlingen werden gevraagd naar hun ervaren plezier, de mate waarin ze zich hebben ingezet en de leerzaamheid van het project. Alle onderdelen scoorde goed, met een 8 of hoger op een schaal van 10. Uitkomsten ouders Van de 27 ouders komen er 14 (52%) met de auto naar school, 11 (41%) lopend en slechts 2 (7%) op de fiets. Het overgrote deel (d.w.z. 23 van de 27, 85%) woont binnen een straal van 5 km afstand tot de school. Gemiddeld fietste de ouders over de duur van de kindersprint 2,5 dag per week. Ongeveer een kwart van de ouders laat hun kind niet zelfstandig fietsen (d.w.z. 6 van de 27, 22%). Op geen enkel onderdeel zijn er significante verschillen gevonden tussen de voor-, eind- en nameting. Conclusies: 1) De intrinsieke motivatie van de leerlingen naar het fietsen neemt gedurende het project toe. Echter, de motivatie is na een maand weer terug op het beginniveau. 2) Het aantal fietsdagen van de leerlingen neemt niet toe over het project, ondanks een toegenomen intrinsieke motivatie. 3) De leerlingen zien hun omgeving als minder fietsvriendelijk na afloop van het project. 4) Het project lijkt geen invloed te hebben op de motivatie en/of het gedrag van de ouders. Deze resultaten kunnen beïnvloed zijn door de kleine groep ouders die meedeed.
Beperkingen en toekomstig onderzoek De vragenlijsten gebruikt in dit onderzoek zijn speciaal ontworpen voor het onderzoek en wetenschappelijk onderbouwd1,2,3. Veel vragen zijn overgenomen uit reeds bestaande vragenlijsten, maar het is nog onduidelijk hoe de huidige samenstelling invloed heeft op parameters zoals betrouwbaarheid en validiteit. De huidige dataset doet vermoeden dat er een verschil is tussen de deelnemende scholen. Zo fietsen de leerlingen van de Elzenhagen gemiddeld tweeëneenhalve dag tegenover de halve dag van de leerlingen van de Al Yaqoet. Voor toekomstig onderzoek dient er rekening te worden gehouden met de locatie van de school om zo te zorgen voor een meer homogene of diverse samenstelling van deelnemers. Desalniettemin wijzen de resultaten op een toename van intrinsieke motivatie tegenover het fietsen. Dat dit uiteindelijk niet leidt tot een toename in fietsgebruik, is verassend te noemen. Mogelijk kan een koppeling met een daadwerkelijk fietsprogramma, zie bijvoorbeeld verkeerskunsten4, daadwerkelijk voor gedragsverandering zorgen. Een andere mogelijkheid is om te kijken naar de invloed van ouders. Ongeveer een kwart geeft aan hun kind niet alleen te laten fietsen. Hierdoor kan het lastig zijn voor ouders om het naar school fietsen te integreren in hun ochtendprogramma i.v.m. werk en andere afspraken.
Bronnen 1. Ducheyne, F., De Bourdeaudhuij, I., Lenoir, M., & Cardon, G. (2012). Test-retest reliability and validity of a child and parental questionnaire on specific determinants of cycling to school. Pediatric exercise science, 24(2), 289-311. 2. Basic Psychological Needs & Education, Intrinsic Motivation Inventory (IMI), http://selfdeterminationtheory.org/questionnaires/, last accessed 2021/11/22. 3. Michie, S., Atkins, L., & West, R. (2014). The behaviour change wheel. A guide to designing interventions. 1st ed. Great Britain: Silverback Publishing, 1003-1010. 4. https://www.verkeerenmeer.nl/educatieaanbod/verkeerskunsten/