CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Rapport Brandweer 6 maart 2023

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 12 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van raadsinformatiebriefd.d. 13-03-2023 inzake het Evaluatierapport d.d. 06-03-2023 Brandweer Amsterdam-Amstelland ‘Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven’Nr. VN2023-00924512.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Foto: Jeffrey Koper

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven Brand aan de Voetbalstraat 87 op 13 november 2022

Auteur: Brandweer Amsterdam-Amstelland Datum: 06-03-2023 Versie: Definitief Amsterdam-Amstelland

Revisiehistorie Versie

Datum

Omschrijving

0.1

07-02-2023

Initiële conceptversie

0.2

15-02-2023

Conceptversie t.b.v. MT VrAA

0.3

28-02-2023

Conceptversie t.b.v. MT VrAA

1.0

06-03-2023

Eindversie

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

1.

Managementsamenvatting

5

2.

Algemeen

7

2.1

Inleiding

7

2.2

Onderzoeksvragen

7

2.3

Andere onderzoeken

8

2.4

Methode

8

2.5

Leeswijzer

9

3.

Wooncomplex Riekerhaven

10

3.1

Ligging en omgeving

10

3.2

De bewoners

12

3.3

Waterwinning en bereikbaarheid

12

3.4

Constructie en brandveiligheidsvoorzieningen

14

3.4.1

Constructie

14

3.4.2

Brandveiligheidsvoorzieningen

15

4.

De inzet op wooncomplex Riekerhaven

16

4.1

De melding

16

4.2

Eerst aankomende politie-eenheden

16

4.3

Ervaring buren van het brandadres

17

4.4

Eerst aankomende autospuit (Pieter 9233)

18

4.5

Tweede aankomende autospuit (Teunis 2431)

20

4.6

Derde aankomende autospuit (Osdorp 2531)

21

4.7

Vervolg inzet na 09.00 uur

23

4.8

Samenvatting gebeurtenissen eerste halfuur na brandmelding

27

5.

Het brandverloop en rookverspreiding

29

5.1

Hypotheses brandverloop

29

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

3

5.2

Toetsing van de hypotheses

29

5.2.1

Begrippen ‘waarschijnlijk’ en ‘mogelijk’

29

5.3

De rookverspreiding

35

6.

Ontruiming van de bewoners

36

7.

Onderzoeksvragen

37

7.1

Onderzoeksvraag I: Kwaliteit van het repressief optreden

37

7.2

Onderzoeksvraag II: Hoe kon de brand zo uitbreiden

37

7.3

Opvallende zaken

38

8.

Riekerhaven en risicobeheersing

39

8.1

Wet- en regelgeving

39

8.2

Vluchtveiligheid

40

9.

Bevindingen en aanbevelingen

42

9.1

Bevindingen

42

9.2

Aanbevelingen

43

10.

Bijlage 1: Tijdlijn

45

11.

Bijlage 2: Detailtekeningen

65

12.

Bijlage 3: Bron afbeeldingen

69

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

4

1. Managementsamenvatting Aanleiding Op zondagochtend 13 november 2022 rond 08.30 uur vindt er een brand plaats in een woonunit aan de Voetbalstraat no. 87 op het wooncomplex Riekerhaven. Het betreft een tijdelijk woonvoorziening voor starters, studenten en statushouders tot 28 jaar. Het complex Riekerhaven is in beheer bij woningcorporatie Lieven de Key. Ondanks een snelle alarmering en optreden van de brandweer is uiteindelijk het gehele drie bouwlagen tellende woonblok, bestaande uit 75 eenpersoons woonunits, door brand verwoest. Gelukkig konden alle bewoners tijdig het woonblok verlaten en zijn er geen gewonden gevallen. Een brand van deze omvang is uitzonderlijk. Daarom is door Veiligheidsregio AmsterdamAmstelland (VRAA) besloten tot een onderzoek naar de brandontwikkeling, de rookverspreiding, de ontruiming, de bluswerkzaamheden gedurende het eerste halfuur na melding en de mogelijkheden dergelijke branden in vergelijkbare panden te voorkomen. Dit onderzoek is uitgevoerd door het team evaluatie, team brandonderzoek en de afdeling Risicobeheersing van de VrAA.

Conclusies De opvolging na brandmelding, waaronder de bluspoging en de alarmering van de brandweer, was nagenoeg direct. Ook de actieve start van de ontruiming van het bouwwerk tot en met de eerste blusinzet verliepen snel. Ondanks die snelheid wisten alsnog niet alle bewoners zichzelf tijdig in veiligheid te brengen. De rookontwikkeling was fors en de rookverspreiding vrijwel direct. De veiligheid van de bewoners heeft in beperkte mate afgehangen van het bouwwerk en de aanwezige voorzieningen, maar in grote mate van de snelle inzet van hulpdiensten. Het risico op slachtoffers was groot als de brand was ontstaan op een ander tijdstip of als de hulpdiensten minder snel ter plekke waren geweest. Maatregelen die worden voorgeschreven door de huidige wet- en regelgeving voorkomen een dergelijke brand niet. Als het bouwwerk was uitgevoerd conform de aanwijzingen uit de ‘Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw 2007’ was het bouwblok niet verloren gegaan. Tijdelijkheid en de bijbehorende beperkte voorschriften zijn gerelateerd aan de gebruiksperiode op een specifieke locatie, niet aan de gebruiksperiode van een bouwwerk zelf. De verplaatsing van het bouwwerk van de Houthavens naar de Riekerhaven is de reden geweest dat er geen opwaardering in brandveiligheidsniveau vereist was, maar wederom een nieuwe periode van tijdelijkheid startte.

Het bouwwerk mocht dus zonder noemenswaardige aanpassingen opnieuw in gebruik worden genomen.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

5

Aanbevelingen Op basis van het onderzoek komt VrAA tot de volgende aanbevelingen:

• Schil(dak)constructies niet toepassen of aanvullende maatregelen treffen. Wij onderschrijven alle maatregelen conform de ‘Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw 2007’. Een alternatieve gelijkwaardige maatregel is het aanbrengen van een (woning) sprinklerinstallatie in iedere woonunit.

• Rookmelders in de leefruimte van de woonunit plaatsen en niet nabij de badkamer of keuken. Dat voorkomt loze meldingen door stoom en rook. Men kan ook kiezen voor multisensor-rookmelders.

• Vluchtroutes vrijhouden van spullen en opslag van goederen. • Woningtoegangsdeuren voorzien van (vrijloop)drangers om brand- en rookverspreiding tegen te gaan. Wij adviseren om deurdrangers aan de gangzijde te monteren, zodat ze te allen tijde onderhouden kunnen worden, ook als bewoners niet thuis zijn.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

6

2. Algemeen 2.1 Inleiding Op zondagochtend 13 november 2022 rond 08.30 uur vindt er een brand plaats in een woonunit aan de Voetbalstraat no. 87 op het wooncomplex Riekerhaven. Het betreft een tijdelijk woonvoorziening voor starters, studenten en statushouders tot 28 jaar. Het complex Riekerhaven is in beheer bij woningcorporatie Lieven de Key. Ondanks een snelle alarmering en optreden van de brandweer is uiteindelijk het gehele bouwblok, bestaande uit 75 woonunits, door brand verwoest. Gelukkig konden alle bewoners tijdig het woonblok verlaten en zijn er geen gewonden gevallen. Een brand van deze omvang is uitzonderlijk. De commandant van dienst heeft daarom het team evaluatie en team brandonderzoek gevraagd de brand nader te onderzoeken. Daarnaast heeft de commandant aan de afdeling Risicobeheersing gevraagd te rapporteren over de vergunningssituatie en het voldoen aan de preventieve regelgeving. Dit laatste heeft geresulteerd in de initiële memo opgesteld door de afdeling Risicobeheersing1. Daarin wordt geconcludeerd dat uit de documenten behorende bij de vergunning blijkt dat het brandveiligheidsniveau voldoet aan wet- en regelgeving, maar dat er toch sprake is van een brandonveilige situatie. De brandweer adviseert het bevoegd gezag om de eigenaar Lieven de Key maatregelen te laten nemen die een veilig verblijf mogelijk maken.

Uit de memo2 opgesteld door team evaluatie blijkt dat de brand om 08.30 uur is gemeld en dat de brandweer om 08.34 uur ter plaatse was. De brandweer was verder bekend met de situatie, heeft de blussing en vervolgens de ontruiming gelijk ter hand genomen en heeft meteen opgeschaald. Uit beide memo’s blijkt dus dat het gebouw voldoet aan de voorschriften, dat de brandweer snel ter plaatse was en adequaat heeft opgetreden. Toch zijn 75 woonunits verloren gegaan en konden de bewoners zich ternauwernood tijdig in veiligheid stellen. Zestig woonunits van het aanpalende bouwblok moesten eveneens ontruimd worden.

2.2 Onderzoeksvragen Deze rapportage gaat nader in op het brandverloop om daarmee inzicht te krijgen in waarom de brand zo heeft kunnen escaleren. Als onderzoeksvragen zijn geformuleerd: Onderzoeksvragen 1. Verifieer de voorlopige conclusie uit het feitenrelaas inzet Voetbalstraat 13 november jl. voor wat betreft de kwaliteit van repressief optreden tot het moment dat het pand werd opgegeven. 2. Onderzoek hoe de brand zo snel kon uitbreiden over het gehele bouwblok en doe op basis daarvan voorstellen over te nemen maatregelen voor vergelijkbare panden. Rapport brandveiligheid unitbouw in de Voetbalstraat te Amsterdam d.d. 18 november 2022

1

Eerste deel feitenrelaas inzet Voetbalstraat d.d. 13 november 2022 van 18 november 2022

2

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

7

De brand van 13 november 2022 heeft tot op landelijk niveau aandacht getrokken bij de pers en bestuur en heeft onder andere geleid tot vragen in de Tweede Kamer3. Veiligheid van unitbouw is interessant, omdat unitbouw door sommigen gezien wordt als (deel)oplossing van de opgave die het bestuur heeft om voldoende woningen te bouwen. Unitbouw is relatief snel te realiseren. Aandacht voor brandveiligheid van dit type bouw is dus juist nu op zijn plaats. Daarnaast heeft brand in unitbouw mogelijk raakvlakken met de brand in het als unitbouw uitgevoerde cellencomplex van Schiphol Oost. Bij deze brand kwamen op 26 oktober 2005 11 personen in vreemdelingendetentie om het leven. Uit het daarop volgende onderzoek kwam naar voren dat “unitbouw-complexen kwetsbaar kunnen zijn voor branduitbreiding en rookverspreiding als er gesloten holle ruimte tussen en/of rond de units zijn.”4 In de vraagstelling naar de branduitbreiding zal bekeken worden of en in hoeverre de lessen van de Schipholbrand voor brand in Riekerhaven relevant zijn. Op basis van de antwoorden op de twee onderzoeksvragen komt VrAA met aanbevelingen, in afstemming met twee andere onderzoeken naar de brand in Riekerhaven. Het gaat dan om de onderzoeken van Crisislab en Expertise Team Brandveiligheid (ETB) van de gemeente Amsterdam.

2.3 Andere onderzoeken Woningcorporatie Lieven de Key heeft Crisislab gevraagd om een analyse van de brandontwikkeling in het complex Riekerhaven en de betekenis ervan voor de brandveiligheidsbeoordeling van andere soortgelijke complexen in bezit van de corporatie. Inmiddels is deel 1 van dit onderzoek afgerond.5 Het gemeentebestuur en de stadsdeeldirecteur van stadsdeel Centrum hebben het Expertise Team Brandveiligheid (ETB) van de gemeente opdracht geven tot een inventarisatie van de brandveiligheid van tijdelijke unitbouw met een woonfunctie in Amsterdam. Inmiddels heeft ETB een onderzoeksrapport uitgebracht.6

2.4 Methode De onderzoeksvragen worden in deze rapportage beantwoord door het opstellen van een feitenrelaas. Het feitenrelaas bestaat uit een tijdlijn, waarbij gebruik gemaakt van het GMK-berichtenverkeer, droneopnames, logings, verzameld foto- en videomateriaal en interviews met betrokkenen en ooggetuigen. Aan de hand van dit bronmateriaal beschrijft de rapportage de brand- en rookontwikkeling, de brandbestrijding en de ontruiming van de bewoners.

Brief kenmerk 2022z24339 “”Vraagtekens over brandveiligheid Riekerhaven”

3

Blz. 3: Wegwijzer brandveiligheid unitbouw versie bestaande bouw februari 2007.

4

Een analyse van de brandveiligheidssituatie in wooncomplex Riekerhaven, deel 1 vluchtveiligheid van wooncomplex Riekerhaven,

5

december 2022 Rapportage onderzoek brandveiligheid tijdelijke unitbouw woonfunctie d.d. 17 januari 2023.

6

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

8

2.5 Leeswijzer In hoofdstuk 3 staat een beschrijving van het wooncomplex Riekerhaven. De beschrijving maakt gebruik van het kenmerkenschema. Daarin komen aan de orde de onderdelen gebouw, omgeving en mens. De melding en de inzet van de eerste eenheden staan beschreven in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat in op de vraag hoe de brand en rook zich zo snel hebben kunnen uitbreiden. Hoofdstuk 6 beschrijft wat dit betekende voor de ontruiming. Hoofdstuk 7 beantwoordt de beide onderzoeksvragen. Hoofdstuk 8 belicht de preventieve zaken met betrekking tot het incident. De rapportage sluit af met de conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 9. Bijlage 1 is een tijdlijn van de brand- en rookontwikkeling, de inzet en de ontruiming.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

9

3. Wooncomplex Riekerhaven 3.1 Ligging en omgeving De brand heeft plaatsgevonden in blok 6 van het uit negen blokken bestaande wooncomplex Riekerhaven (afbeelding 3.1 en 3.2). Het wooncomplex Riekerhaven ligt ingeklemd tussen de A10 (Ringweg West), de A4 (Nieuwe Haagseweg), het taludlichaam van de metro en de Overschiestraat, met iets ten noorden het taludlichaam van de Henk Sneevlietweg. De blokken zijn gesitueerd tussen de straten Voetbalstraat, Handbalstraat, Korfbalstraat en de Sportparklaan. Het complex is in beheer bij woningcorporatie Lieven de Key.

Afbeelding 3.1 Woonbloknummering Riekerhaven

Afbeelding 3.2 Satellietopname wooncomplex Riekerhaven (Cirkel blok 6)

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

10

Afbeelding 3.3 Het binnenterrein, rechts blok 5 en 6

Afbeelding 3.4 Inpandige gang met toegangsdeuren naar de woonunits

Afbeelding 3.5 Plattegrond woonunit

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

11

Afbeelding 3.6 Doorsnede blok 6

Standaardunits worden gestapeld en gecombineerd tot woonblokken. De woonblokken zijn in eerste instantie in 2004 als tijdelijke bouw geplaatst aan de Gevleweg in de Houthavens en in 2015 verplaatst van de Houthavens naar de Riekerhaven.

Afbeelding 3.7 Voetbalstraat 87 op de plattegrond van de eerste verdieping van bouwblok 6 (en blok 5)

3.2 De bewoners Het complex wordt bewoond door in totaal ca. 1000 personen. Blok 6 bestaat uit 75 eenpersoons units. De woonunits zijn beschikbaar voor studenten, statushouders en woningstarters tot 28 jaar. Het betreft een sociaal woonproject. Op internet profileert Riekerhaven zich als “Building a future together, samenwonen in een community met allemaal jonge mensen met verschillende achtergronden en hetzelfde doel: een goede start in Amsterdam voor maximaal 5 jaar”. De bewoners zijn zelfredzaam.

3.3 Waterwinning en bereikbaarheid De dichtstbijzijnde kazerne, kazerne Pieter, bevindt zich op 1,3 kilometer afstand (3 minuten), kazerne Teunis (Vredenhofweg) op 6,5 kilometer.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

12

Afbeelding 3.8 Route van kazerne naar brandadres

De route van kazerne Pieter aan de Poeldijkstraat naar het brandadres de Voetbalstraat is 1,3 kilometer (afbeelding 3.8). De brandweerlieden van kazerne Pieter zijn goed bekend met de situatie ter plaatse. Op het complex zijn eerder meldingen en incidenten geweest.

Afbeelding 3.9 Ondergrondse brandkranen op het complex Riekerhaven

Aan de kopse kant van blok 6 aan de Voetbalstraat en aan de Sportparklaan ter hoogte van de scheiding tussen blok 5 en 6 zijn ondergrondse brandkranen beschikbaar (afbeelding 3.9). Aan de achterzijde van het complex is (beperkt) open water beschikbaar. Een secundaire watervoorziening is beschikbaar aan de Riekerhaven op 500 meter.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

13

3.4 Constructie en brandveiligheidsvoorzieningen 3.4.1 Constructie Blok 6 bestaat uit een constructie van elementen van houtskelet, de zogenaamd ‘Ursem’units. Deze units zijn onderling aan de vloeren gekoppeld met een stalen strip en gestapeld op losse funderingsbalken. Iedere modulaire eenheid bestaat uit twee elementen die in elkaar geschoven zijn en ‘aan kunnen klikken’ op andere elementen. In totaal bestaat het woonblok uit drie bouwlagen. Wanden: De scheidingswanden zijn opgebouwd met 12,5 mm glasvezelversterkende gipskartonplaat, 9, 5mm OSB/3-plaat, dubbel hout met daartussen minerale wol, 40 mm luchtspouw, dubbel hout met daartussen minerale wol, 9,5 mm OSB/3-plaat, en 12,5 mm glasvezelversterkende gipskartonplaat. Vloeren & plafonds: De vloeren en plafonds zijn uitgevoerd met 22 mm spaanplaat, minerale wol, 12 cm luchtspouw, 9 mm Russisch grenen, 3 cm luchtspouw, minerale wol, 12 mm gipskartonplaat. Gevel: De gevel van blok 6 is opgebouwd met 12,5 mm glasvezelversterkende gipskartonplaat, 9,5 mm OSB/3-plaat, houten stijl- en regelwerk met vulling van minerale wol, dampwerende bouwfolie en lichtmetalen gevelbekleding. Dakconstructie: De dakconstructie is opgebouwd met 9,5 mm OSB/3-plaat, een laag EPS (geëxpandeerd polystyreen, ook wel bekend als piepschuim) als isolatie met daar bovenop bitumen dakbedekking.

Schildakconstructie: De schildakconstructie bestaat uit een stalendakconstructie met daarop lichtmetalen platen, rustend op verzinkte stalen kolommen (afbeelding 3.10 en 3.11)

Afbeelding 3.10 Schildakconstructie

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

14

Afbeelding 3.11 Loze ruimte tussen dakconstructie woonunits en schildakconstructie

3.4.2 Brandveiligheidsvoorzieningen De woonunits worden per bouwlaag ontsloten via een verkeersruimte (afbeelding 3.4). In de woonunits zijn niet-gekoppelde rookmelders geplaatst, in de verkeersruimte zijn deze niet aanwezig. In de gang hangen kleine draagbare blusmiddelen. Halverwege de verkeersruimte bevindt zich een rookscheiding met zelfsluitende dubbele klapdeuren. De toegangsdeuren van de units zijn niet voorzien van een dranger. De voorzieningen zijn overeenkomstig de brandpreventieve regelgeving.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

15

4. De inzet op wooncomplex Riekerhaven 4.1 De melding Op zondagochtend 13 november 2022 om 08.21 uur komt bij de gemeenschappelijke meldkamer Amsterdam-Amstelland een melding binnen van overlast op het complex Riekerhaven. De beller meldt lawaai en gebonk. Ook zou iets naar buiten gegooid zijn. Het lawaai komt uit de woning onder die van de melder. De centralist kwalificeert het als overlast en stuurt politie-eenheden om polshoogte te nemen.

4.2 Eerst aankomende politie-eenheden Om 08.24 uur zijn de politieauto’s AD4301 en de AD3135 naar de Riekerhaven gestuurd. De AD 4301 was ter plaatse om 08.27 uur, de AD3135 twee minuten later. De politiemensen gingen naar binnen via het trappenhuis naar de eerste verdieping. Op de eerste verdieping aangekomen namen zij op de gang geen rook of brandlucht waar. Bij de desbetreffende woonunit (Voetbalstraat no. 87) aangekomen klopten zij op de deur. Toen de deur opengedaan werd, zag een van de agenten een voorwerp – waarschijnlijk een deken – liggend op een bank in brand staan. De vlammen waren toen nog beperkt van omvang, 20 tot 30 centimeter hoog. Deze bank stond voor een openstaand raam. Zij haalden de vermoedelijk verdachte uit de unit. De rechterbroekspijp van de verdachte stond in brand. De collega’s van de AD3135 stonden op dat moment achter hen in de gang. Tijdens de aanhouding van de verdachte heeft een van de politieagenten (AD3135) geprobeerd om met een daar aanwezig klein blusmiddel de brand nog te blussen. Dat is niet gelukt, omdat de vlammen al te hoog stonden, volgens de politieagent ongeveer 2 meter. De politie-eenheid (AD3135) heeft om 08:307 uur aan de meldkamer doorgegeven dat de brandweer met spoed moest komen. De politie-eenheden hebben daarna bij de overige bewoners van de eerste verdieping op de deur gebonkt om te ontruimen.

Om 08.32 uur meldde een van de agenten van de politie-eenheid (AD3135) aan de meldkamer dat zij naar buiten gingen voor hun eigen veiligheid, omdat de brand zich snel ontwikkelde en de rook de gang vulde. De politieeenheid denkt dat de brand- en rookontwikkeling zo snel is gegaan, omdat het raam en de unittoegangsdeur beide open stonden. De politie-eenheid gaf aan dat binnen ongeveer 30 seconden tot een minuut de gehele gang en unit zwart van de rook stond. Ze moesten bukken om uit de rook te blijven.

Het tijdstip 08.30 uur wordt aangehouden als eerste brandmelding en wordt als referentietijd gebruikt (T=0 minuten)

7

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

16

Afbeelding 4.1 Tijdstip 08.33 uur (T=3 min): uitslaande brand, politie op het binnenterrein

4.3 Ervaring buren van het brandadres De overbuurman op no. 81 gaf aan dat de vermoedelijke verdachte in het verleden regelmatig overlast heeft veroorzaakt en ook al eens een raam van zijn woning heeft ingeslagen. De bewoner van no. 81 is door de politie uit zijn woning gehaald. Hij heeft zijn telefoon nog mee kunnen nemen. De bewoonster op no. 85 woonde naast het brandadres op de hoek. Ze werd wakker doordat de politie op de deur bonkte. Ze heeft een trui en slippers aangetrokken en heeft sleutels en de mobiele telefoon meegenomen. Ze heeft haar raam gesloten en haar voordeur dichtgetrokken. Daarna is ze meteen naar rechts gevlucht, naar de deur die naar de corridor in de buitenlucht leidde. Op de gang was toen al stevige rookontwikkeling. De bewoner op no. 89 verklaarde dat de politie op de deur bonkte om aan te geven dat er brand was. De bewoner heeft de voordeur opengedaan en liep daarna naar het raam om vanuit daar een vluchtpoging te doen. Hij heeft toen het raam geopend. De politie heeft aangegeven dat hij over de gang moest vluchten. De bewoner is zonder spullen te pakken naar buiten gegaan en links door de gang gevlucht. Hij heeft de voordeur open gelaten. Er stond al veel rook op de gang.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

17

4.4 Eerst aankomende autospuit (Pieter 9233) De bevelvoerder gaf aan dat hij na de alarmering (08.31 uur, T=1 minuut), toen hij in de Overschiestraat reed en zicht had op de unitwoningen, de woningen herkende. In het verleden is deze kazerne vaker naar incidenten op dit complex uitgerukt, onder andere voor reanimatie, wateroverlast, kleine branden en het wegwaaien van een gedeelte van het schildak. Ook heeft de brandweer hier ‘brandveilig leven’-controles (BVL-controles) uitgevoerd. De bevelvoerder dacht echter dat alle blokken uit zeecontainers bestonden en niet voor een deel uit houtskeletunits. Beide soorten bebouwing staan op dit complex. Hij zag rook boven het dak uitkomen van blok 6. De autospuit reed door tot het binnenterrein aan de achterzijde van blok 6, waar goed zicht was op de uitslaande brand. Daar heeft de bevelvoerder de autospuit laten stoppen. De brand was toen al fel en volledig ontwikkeld, uitslaand op de eerste verdieping. Er was sprake van zware rookontwikkeling en vlammen sloegen uit de woonunit tot aan de overkapping van het schildak. De wind stond niet op de desbetreffende gevel. De bevelvoerder heeft direct opgeschaald naar grote brand bij ter plaatse melding (08.34 uur, T=4 min.) (afbeelding 4.2).

Afbeelding 4.2 Tijdstip 08.34 uur (T=4 min.): uitslaande brand en rookverspreiding onder het schildak

De bevelvoerder heeft direct besloten om een offensieve buiteninzet8 te doen. Rond 08.37 uur (T=7min.) (afbeelding 4.3) legde een deel van de ploeg een 38 mm-straal af om een ‘transitional attack’ (TA)9 uit te voeren op de uitslaande brand via het raam van woonunit no. 87. Hijzelf en de rest van zijn ploeg hebben een snelle aanvalsstraal afgelegd en zijn via de zij-ingang en het trappenhuis naar de eerste verdieping gegaan om van binnenuit uitbreiding van de brand te voorkomen (offensieve binneninzet). In de tussentijd heeft de bevelvoerder de tweede autospuit opdracht gegeven om de tweede verdieping te ontruimen en te verkennen op een eventuele doorslag of overslag.

8

Offensieve buiten-/ binneninzet overeenkomstig de basisprincipes van brandbestrijding.

9

Het doel van de ‘transitional attack’ is om de brand te onderdrukken/vertragen voorafgaand aan het binnentreden.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

18

Afbeelding 4.3 Tijdstip 08.37 uur (T=7 min.): de rook verspreidt zich onder het schildak over het volledige blok 6

Afbeelding 4.4 Tijdstip 08.38 uur (T=8 min.) de TA is door autospuit Pieter uitgevoerd

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

19

Op de eerste verdieping was de rook aanzienlijk (wel wat zicht, maar niet veel). Nadat de aanvalsploeg van Pieter met de straal heeft voortbewogen, kwamen zij bij de unit aan waar de brand was begonnen (no. 87). Daar constateerden ze dat de brand in unit no. 87 uit was, op een paar smeulresten na. De ‘transitional attack’ was effectief geweest (afbeelding 4.4). In de unit zelf zag de aanvalsploeg dat de gipsplaten van het plafond op de grond lagen en tevens zagen zij dat de vloer van de unit was ingebrand, zodanig dat zij het plafond van de unit eronder konden zien. Vlak voordat ze naar beneden wilden gaan om sloopgereedschap te halen om de brandende delen in de vloer/plafond af te blussen en te slopen, waarschuwde de bevelvoerder van de tweede autospuit (Teunis) de bemanning van autospuit Pieter. De brand zat al bovendaks en de ploeg van Teunis moest het gebouw verlaten. Buiten aangekomen zagen zij al flinke rookontwikkeling onder het schildak vandaan komen aan beide zijden van het blok. In hun beleving was dat in een tijdbestek van misschien tien minuten vanaf dat zij ter plaatse waren gekomen. De OvDN (9091) was op dat moment aangekomen. Er werd verder opgeschaald naar zeer grote brand om 08.45 uur.

Autospuit Pieter en Teunis kregen de opdracht om straatwaterkanonnen te plaatsen in de onderdoorgang van blok 5 en blok 6 om te zorgen dat de brand zich niet verder uitbreidde via de dakconstructie van blok 6 naar blok 5 (stoplijn).

4.5 Tweede aankomende autospuit (Teunis 2431) Autospuit Teunis arriveerde om 08.35 uur en kreeg de opdracht naar de tweede verdieping van blok 6 te gaan. De opdracht, in overleg met de eerste autospuit Pieter, was ontruimen en verkennen op eventuele branddoorslag en/of brandoverslag. De nummers 1 en 2 gingen via de trap aan de Voetbalstraat naar boven, later gevolgd door de nummers 3 en 4 en de bevelvoerder. Op de tweede verdieping was de ontruiming al aan de gang. Bewoners verlieten hun woningen. De brandweerlieden klopten op de deuren die nog niet open waren. Bij geen antwoord braken zij de deur open en controleerden of er nog iemand in de woningunit aanwezig was. Toen de bevelvoerder boven kwam, was er sprake van een behoorlijke rookontwikkeling. De rook werd dichter naarmate men meer het einde van de gang naderde, de overgang naar blok 5. Uiteindelijk resteerde een meter of vijf zicht. In de gang werden geen vuurverschijnselen waargenomen. Ook was hier geen toename in warmte of hitte. Alle woonunits werden gecontroleerd op aanwezigheid van bewoners. Aan het einde van de gang kwam de brandweer bij de buitendeur van blok 6; daar waar de oversteek gesitueerd is tussen blok 5 en blok 6. Deze oversteek bevindt zich in de buitenlucht. Staande op de oversteek kreeg de bevelvoerder van Teunis druppels gesmolten kunststof op zijn helm en uitrukjas.

Naar boven kijkend zag de bevelvoerder een enorme zware rookontwikkeling tegen het lichtmetalen schildak aan. De druppels waren mogelijk afkomstig van door de hitte vloeibaar geworden EPS-isolatieplaten, die onder de bitumen dakbedekking zijn aangebracht. De bevelvoerder besloot om naar beneden te gaan. Aangekomen aan de buitenzijde van blok 6 (zijde Sportparklaan) zag de bevelvoerder van Teunis dat de brand al was uitgebreid over een groot gedeelte van het dak. Dat was het moment dat hij de bevelvoerder van Pieter waarschuwde om het gebouw te verlaten. Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

20

Vervolgens zette hij zich in om een stoplijn tussen blok 5 en blok 6 te creëren na overleg met de inmiddels ter plaatse gekomen OvD-Noord 9091 (om 08.45 uur). In eerste instantie moest de brandweer voorkomen dat de brand zich uit zou breiden naar blok 5. Tegelijkertijd breidde de brand in blok 6 zich verder uit richting de kopse kant. Eerst via de dakrand, later ook via de tweede bouwlaag. Rook perste via de roosters uit de ramen, gevolgd door vlamverschijnselen achter de ramen.

4.6 Derde aankomende autospuit (Osdorp 2531) Om 08.41 uur (T=11min.) kwam de derde autospuit ter plaatse. De eerste bevelvoerder (Pieter) gaf de opdracht om de begane grond te verkennen en te ontruimen, en daarnaast om op de eerste verdieping (brandverdieping) de units te controleren en eventueel te ontruimen. Op het moment dat de nummers 3 en 4 in de gang liepen van de begane grond was er lichte rook. Nummers 3 en 4 zijn begonnen met ontruimen. Van de begane grond hebben zij zes bewoners naar buiten gebracht. Nummers 1, 2 en de bevelvoerder zijn naar de eerste verdieping gegaan en hebben daar alle units ontruimd. Omdat de brand in de unit no. 87 zo goed als uit was, was er nog wel wat zicht door de rook heen. Zij hebben alle deuren geopend op de eerste verdieping. Bij de deur tegenover de unit waar brand was geweest, haalden zij nog een persoon eruit met de combitox (afbeelding 4.9). De deur van die unit had aan de buitenzijde lichte brandschade. Op het moment dat alle units gecontroleerd waren op achterblijvers/ bewoners kreeg de bevelvoerder het bericht om het woonblok direct te verlaten. Buiten aangekomen zag de ploeg dat de brand doorliep over het dak en dat de rook uit de kozijnen werd geperst.

Afbeelding 4.5 Tijdstip 08.57 uur (T=27 min.): rookontwikkeling van onder het schildak

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

21

Afbeelding 4.6 Tijdstip 08.59 uur (T=29min.): dakrand binnenterrein

Afbeelding 4.7 Tijdstip 09.00 uur (T=30min.): rechts de unit waar de brand is begonnen

Afbeelding 4.8 Tijdstip 09.00 uur (T=30 min): vlammen onder schildak bij doorgang blok 6 naar blok 5

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

22

Afbeelding 4.9 Tijdstip 09.04 uur (T=34 min.): rook onder schildak van blok 6

Afbeelding 4.10 Tijdstip 09.09 uur (T=39 min.): rookontwikkeling uit woonunit op de tweede verdieping

4.7 Vervolg inzet na 09.00 uur Vanaf circa 09.00 uur heeft de brandweer blok 6 ontruimd en alle 75 woonunits nagelopen en gecontroleerd op bewoners. De inzet concentreerde zich vervolgens op het voorkomen van branduitbreiding naar blok 5. De brandweer begon tevens met een offensieve buiteninzet door in te zetten met handstralen tussen de schildakconstructie en het platte dak van de woonunits om zo de vlammen op het platte dak te bestrijden (afbeeldingen 4.11, 4.12, 4.14). Ondanks deze offensieve buiteninzet breidde de brand uit onder het schildak over het gehele blok. Later is daar de inzet van waterkannonen en het schuimblusvoertuig aan toegevoegd. Om 09.54 uur kwam de eerste melding dat er afstand genomen moest worden van het pand in verband met instortingsgevaar.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

23

Om 10.32 uur meldde de OVDZ (9093) dat het pand begon in te zakken en te bewegen en dat scherp moest worden aangehouden op de valschaduw. Om 10.36 uur stortte het dak in. De inzet voorkwam branduitbreiding naar blok 5 (60 woonunits), dat wel preventief werd ontruimd. Vanwege de rookontwikkeling werden ook de blokken 1 (72 woonunits), 2 (72 woonunits) en 3 (31 woonunits) ontruimd. De Leider COPI meldde om 10.16 uur dat er 400 mensen ontruimd waren, 100 mensen opgevangen en dat voor 100 personen vervangende woonruimte moest worden gezocht. De rookontwikkeling leidde tot overlast in de omgeving, onder andere bij de Polderbaan van Schiphol (afbeelding 4.15 en 4.16). Meetploegen hielden de situatie in de gaten. In het tweede COPI-overleg om 10.45 uur werd besloten dat een NL-alert niet nodig was, de snelweg open kon blijven en dat het openbaar vervoer (trein en metro) doorgang kon blijven vinden. Om 12.43 uur gaf de Taak Commandant Brandweer (9096) het sein ‘brand meester’, om 16.26 uur werd afgeschaald naar Grip 0.

Afbeelding 4.11 Tijdstip 09.16 uur (T= 46 min.): inzet met handstralen tussen het schildak vanuit het binnenterrein

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

24

Afbeelding 4.12 Tijdstip 09:27 uur (T= 67 min.): inzet met handstralen tussen het schildak vanaf de Sportparklaan

Afbeelding 4.13 Tijdstip 09.26 uur (T=56 min.): rookverspreiding tweede verdieping zijde Sportparklaan

Afbeelding 4.14 Tijdstip 09.32 uur (T=62 min.): inzet met handstralen tussen het schildak vanuit het binnenterrein

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

25

Afbeelding 4.15 Tijdstip 09.30 uur (T=60 min.): dronebeelden dakbrand

Afbeelding 4.16 Tijdstip 10.09 uur (T=99 min.): rookontwikkeling uit de woonunits aan de Sportparklaan

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

26

4.8 Samenvatting gebeurtenissen eerste halfuur na brandmelding T=

Tijd/ Uur 08.27

Politie betreedt binnengang eerste verdieping, geen rook te bespeuren

08.28

Bewoner doet deur no. 87 open en politie ziet brand in een deken op een bank voor het open/kapotte raam

09.29

Politie doet bluspoging en neemt bewoner in hechtenis

T0

08.30

Bluspoging faalt, politie verzoekt de brandweer

T0

08.30

Politie ziet vlammen van ongeveer 2 meter hoog

T1

08.31

Aanvang ontruiming eerste verdieping door politie

T2

08.32

Politie trekt zich terug van eerste verdieping

T3

08.33

Brand is uitslaand (afbeelding 4.1)

T4

08.34

Rook verspreidt zich onder het schildak over de totale lengte van blok 6 (afbeelding 4.2)

T4

08.34

Eerste autospuit (Pieter) ter plaatse

T5

08.35

Tweede autospuit (Teunis ) ter plaatse

T6

08.36

Aanvang ontruiming tweede verdieping door leden bezetting autospuit Teunis (met ademlucht)

T6

08.36

Vlammen verschijnen op het dak (afbeelding 5.1)

T7

08.37

Autospuit Pieter voert transitional attack uit via het open raam

T8

08.38

Effectieve transitional attack vlammen no.87 (afbeelding 4.4)

T10

08.40

Bezetting autospuit Pieter constateert ernstige inbrandingen in de vloer van unit no. 87

T11

08.41

Derde TS (Osdorp) ter plaatse

T13

08.43

Aanvang ontruiming begane grond door bezetting autospuit Osdorp, lichte rook waargenomen

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

27

4.8 Samenvatting gebeurtenissen eerste halfuur na brandmelding T=

Tijd/ Uur

T14

08.44

Verkenning tweede verdieping afgerond door autospuit Teunis, nog 5 meter zicht in de inpandige gang tweede verdieping.

T15

08.45

Brand van het bitumen dak onder het schildak en gesmolten kunststofdruppels waargenomen ter hoogte van de bordesovergang naar blok 5.

T20

08.50

Zes bewoners van de begane grond naar buiten gestuurd door bezetting Osdorp

T28

08.58

Door bezetting Osdorp een bewoner van de eerste verdieping met combitox naar buiten gebracht (afbeelding 5.9)

T29

08.59

Dakrandbrand ter hoogte van binnenterrein (afbeelding 4.6)

T30

09.00

Rook perst uit kozijnen/roosters woningunits derde verdieping

T39

09.09

naar buiten Rook vanuit units derde verdieping (afbeelding 4.10 )

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

28

5. Het brandverloop en rookverspreiding 5.1 Hypotheses brandverloop Aangezien het brandadres met alle belendende units vernietigd is, geeft deze rapportage een aantal hypotheses over het brandverloop op basis van het beschikbare foto- en videomateriaal, de verklaringen van de eerste hulpverleners ter plaatse en verklaringen van bewoners. De hypotheses kunnen naast elkaar een bijdrage hebben geleverd aan het brandverloop. Daarnaast kunnen ze elkaar beïnvloed hebben. 1. Eerste hypothese: de vlammen sloegen via het open raam naar buiten. Hierdoor kon de brand zich langs de gevel uitbreiden naar de dakconstructie onder schildak. Door hittevorming onder het schildak kon de brand zich via de houten dakrand, bitumen dakbedekking en de EPS-isolatie (ook wel bekend als tempex, Airpop of piepschuim) onder de bitumendakbedekking verder verspreiden over het dak. 2.  Tweede hypothese: de brandvoortplanting heeft plaatsgevonden via brandbare onderdelen van het gevelsysteem. De (damp-open) bouwfolie en de houtconstructie achter de metalen gevelbeplating zijn gaan branden. Toen het vuur de dakconstructie bereikte, kon de brand zich via de houten dakrand, bitumen dakbedekking en de EPS-isolatie onder de bitumendakbedekking verder ontwikkelen.

3. Derde hypothese: in de houtskeletbouwconstructie bevinden zich loze ruimten tussen vloeren, plafonds en schachten (met ventilatiebuizen en rioolleidingen voor badkamer en keuken). Doordat onder andere de houten vloer was ingebrand, kon de brand zich via deze loze ruimten verder ontwikkelen.

5.2 Toetsing van de hypotheses 5.2.1 Begrippen ‘waarschijnlijk’ en ‘mogelijk’ Met het omschrijven van de mate van zekerheid omtrent de hypothese van het initiële brandverloop beschrijft deze rapportage hoe sterk de conclusie is en of deze stand houdt. Twee veelgebruikte niveaus van zekerheid in brandonderzoek zijn ‘waarschijnlijk’ en ‘mogelijk’.10 Waarschijnlijk: de kans dat de hypothese juist is, is groter dan 50 procent. Alleen met het niveau ‘waarschijnlijk’ geldt dat een conclusie met redelijke mate van zekerheid standhoudt. Mogelijk: de hypothese is aangetoond haalbaar, maar kan niet met de zekerheid van ‘waarschijnlijk’ worden aangegeven.

Syllabus Methodiek brandonderzoek in de praktijk hoofdstuk “Methodiek brandonderzoek in uitvoering” NIPV 2016

10

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

29

Paragraaf 5.1 beschrijft de hypotheses over het brandverloop. Hieronder staan de hypotheses uitgewerkt op basis van het feitenrelaas. De eerste hypothese is aan te wijzen als ‘waarschijnlijk’ en de meest dominante. 1. Eerste hypothese: de vlammen sloegen via het open raam naar buiten. Hierdoor kon de brand zich langs de gevel uitbreiden naar de dakconstructie onder het schildak. Door hittevorming onder het schildak kon de brand zich via de houten dakrand, bitumen dakbedekking en de EPS-isolatie onder de bitumendakbedekking verder verspreiden over het dak. Het schildak heeft als een ‘paraplu’ gewerkt. Onder deze ‘paraplu’, in de holle ruimte tussen het schildak en het platte dak van de woonunits, heeft de hete rook zich kunnen verzamelen. Door de hitte van de rookgassen is de dakconstructie gaan branden en heeft het vuur zich makkelijk over het hele complex verspreid. De brand is begonnen in unit no. 87 op de eerste verdieping. De bewoner heeft in een eerder stadium een deur door het raam gegooid. Onder het openstaande raam stond een bank waarop de politie de eerste vlamverschijnselen heef waargenomen. Doordat de politie de bewoner uit de woning heeft gehaald, waarbij de voordeur geopend werd en bleef, is er een ventilatiepatroon op gang gekomen. Daardoor is de brand uitslaand geworden. De brand heeft zich hierdoor volledig kunnen ontwikkelen.

Op foto- en videobeelden is te zien (afbeelding 5.1) dat zes minuten na de brandmelding vlamverschijnselen zijn waar te nemen aan de rand van het dak. Door hittevorming van de vlammen en warmtestraling van het heet geworden metalen schildak kon de brand zich via de houten dakrand, bitumen dakbedekking en de EPS-isolatie onder de bitumendakbedekking verder verspreiden over het dak (afbeelding 5.2).

Afbeelding 5.1 Tijdstip 08.36 uur (T=6 min.): vlamverschijnselen op het dak

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

30

Afbeelding 5.2 Tijdstip 08.37 uur (T=7min.): de brand verspreidt zich over het dak.

De tweede hypothese wordt als ‘waarschijnlijk’ bestempeld, maar heeft in mindere mate bijgedragen aan de initiële brandverspreiding. In het latere brandverloop heeft het een bijdrage geleverd. 2. Tweede hypothese: de brandvoortplanting heeft plaatsgevonden via brandbare onderdelen van het gevelsysteem, doordat bouwfolie en de houtconstructie achter de metalen gevelbeplating zijn gaan branden. Toen het vuur de dakconstructie bereikte, kon de brand zich via de houten dakrand, bitumen dakbedekking en de EPS-isolatie onder de bitumendakbedekking verder ontwikkelen. Het team brandonderzoek heeft geconstateerd dat er enige opening/ ruimte zit tussen de gevelbeplating en het kunststofraamkozijnen (Afbeelding 5.3 en 5.4).

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

31

Afbeelding 5.3 Aansluiting gevelbeplating en kunststof raamkozijn

Afbeelding 5.4 Aansluiting tussen dakrand en gevel

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

32

Via deze openingen/ruimten heeft de brandvoortplanting verder plaatsgevonden, door de brandbare onderdelen van het gevelsysteem: bouwfolie (afbeelding 5.5 en 5.7) en de houtconstructie van de gevelbeplating (afbeelding 5.6). Toen het vuur de dakconstructie bereikte, kon de brand zich via de houten dakrand, bitumen dakbedekking en de EPS-isolatie onder de bitumendakbedekking verder ontwikkelen.

Afbeelding 5.5 Brandproef dampdoorlatende folie

Afbeelding 5.6 Gevelopbouw: metalen gevelbeplating, folie, minerale wol en twee lagen houten plaatmateriaal

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

33

De derde hypothese: in de houtskeletbouwconstructie bevinden zich loze ruimten tussen vloeren, plafonds11 en schachten (met ventilatiebuizen en rioolleidingen voor badkamer en keuken). Doordat onder andere de houten vloer was doorgebrand, kon de brand zich via deze loze ruimten verder uitbreiden. Deze hypothese is op basis van het foto- en filmmateriaal in de initiële fase lastig aan te wijzen als ‘waarschijnlijk’. Daarvoor zouden uitgebreide brandproeven uitgevoerd moeten worden. De derde hypothese wordt daarom als ‘mogelijk’ gekwalificeerd en heeft in een later stadium een bijdrage geleverd aan het brandverloop (afbeelding 5.8).

Afbeelding 5.7 Tijdstip 09.43 uur (T= 73 min.): vlammen op het plat dak, rook perst uit de unit op de tweede verdieping, hitteverkleuring van gevelplaten eerste verdieping, zijde Sportparklaan.

Afbeelding 5.8 Tijdstip 09.43 uur (T= 73 min.): vlammen op het plat dak, rook perst uit de unit op de tweede verdieping, hitteverkleuring van gevelplaten eerste verdieping, zijde Sportparklaan.

Besluit omgevingsvergunning olo 1970403 sectie F nummer 2685, (ver)plaatsen van 578 wooncontainers Riekerhaven onder Bijlage

11

50. olo 197o4o3_ Details.pdf. Bijlage 3

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

34

5.3 De rookverspreiding Bij aankomst van de eerste politie-eenheden was nog geen rook waarneembaar op de binnengang. Toen de voordeur van woonunit 87 om ca. 08.28 uur geopend werd, zagen de agenten een beginnende brand op een voor het raam staande bank. In een eerder stadium heeft de bewoner van no. 87 zijn raam vernield door een deur door het raam te gooien. Om ca. 08.30 uur heeft de politie haar bluspoging gestaakt. De brand werd vervolgens uitslaand door het raam. Door de openstaande voordeur verspreidde de rook zich naar de gang van de eerste verdieping. De rookproductie van de bank was aanzienlijk. De hoeveelheid rook die door de openstaande voordeur de gang in stroomde, was dermate heftig dat de aanwezige agenten zich twee minuten later (08.32 uur) uit de gang moesten terugtrekken. Gemeld werd: “Wij gaan naar buiten, brand met rook. We hebben geprobeerd de verdieping leeg te halen, maar voor onze eigen veiligheid naar buiten”. Halverwege de gang was een rookwerende scheiding aangebracht in de vorm van een paar klapdeuren. Over de effectiviteit daarvan is niets opgemerkt. Toen de bevelvoerder van Teunis van de tweede autospuit om ca. 08.38 uur op de tweede verdieping kwam, nam hij rook waar. Tijdens de verkenning en ontruiming nam de rook in de binnengang toe. Het zicht was volgens de bevelvoerder ongeveer vijf meter.

Ook bezetting Osdorp, de derde autospuit, gaf aan dat toen zij de begane grond ontruimden (ca. 08.44 uur) er sprake was van (lichte) rook op de gang van de begane grond. Een grote hoeveelheid rook verzamelde zich in de ruimte onder de schildakconstructie. Daar kon de rook mogelijk via installatiesystemen verder in het gebouw worden verspreid.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

35

6. Ontruiming van de bewoners Bij aankomst van de politie werd de toegangsdeur van unit no. 87 geopend. De politie nam op dat moment een beginnende brand waar achter in de woonunit. Tijdens de aanhouding van de bewoner bleef de toegangsdeur geopend. Hierdoor stroomde de rook de inpandige gang (verkeersruimte) op. Daarop besloot de politie direct de woonunits van de eerste verdieping te ontruimen. De politie moest zich na twee minuten terugtrekken vanwege de toename van de rook, de ontruiming van de eerste verdieping was toen nog niet voltooid. De eerste TS zette in op de bestrijding van de brand op de eerste verdieping. De tweede TS richtte zich op de ontruiming van de tweede verdieping. De derde eenheid ter plaatse ontruimde eerst de begane grond en deed vervolgens de controle op de eerste verdieping. Bij de ontruiming gingen zij per unit na of er nog mensen in de woning aanwezig waren. De grote meerderheid van de bewoners heeft blok 6 tijdig zelfstandig kunnen verlaten, soms aangemaand en ondersteund door de brandweer. Bewoners zijn in een aantal gevallen in grote haast vertrokken, in sommige gevallen met achterlating van hun huisdieren. 28 minuten na de brandmelding zijn alle bewoners van blok 6 ontruimd en zijn de 75 woonunits door de brandweer op de aanwezigheid van personen gecontroleerd.

Afbeelding 5.9 Tijdstip 08.58 uur (T=28 min.): man met combitox uit Blok 6 gehaald

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

36

7. Onderzoeksvragen 7.1 Onderzoeksvraag I: Kwaliteit van het repressief optreden Verifieer de voorlopige conclusie uit feitenrelaas inzet Voetbalstraat 13 november jl. voor wat betreft de kwaliteit van repressief optreden tot het moment dat het pand werd opgegeven. De repressieve inzet in de onderzochte tijdsperiode is goed en voorspoedig verlopen. Het beschikbare potentieel is snel ingezet. De keuze voor de ‘transitional attack’ is overeenkomstig de (landelijke) basisprincipes brandbestrijding en het risico gericht afleggen (RGA)12. De brandbestrijding in woonunit no. 87 is daarmee binnen zeven minuten na alarmering ingezet. Gezien de mate van inbranding van de vloer van woonunit no. 87 heeft deze aanpak de uitbreiding naar de andere woonunits ten minste vertraagd. De constructie en de gebruikte materialen van het pand maken dat een uitslaande brand op de tweede bouwlaag binnen zes minuten na de melding tot een onbeheersbare brand leidde waarvoor geen repressieve oplossingen meer mogelijk waren anders dan ontruimen en uitbreiding voorkomen door een stoplijn richting bouwblok 5 te creëren. Deze problematiek is snel onderkend. De brandweer heeft opgeschaald en het aanvullend potentieel ingezet op de noodzakelijke ontruiming van blok 6. Samen met de al aanwezige politie-eenheden zijn in 28 minuten na eerste alarmering 75 woonunits ontruimd en gecontroleerd.

Vervolgens heeft de prioriteit gelegen op het voorkomen van branduitbreiding naar het aanpalende bouwblok 5. Dit bleek effectief; het blok is behouden. De pogingen om vervolgens de branduitbreiding binnen bouwblok 6 te beperken bleken tevergeefs. Effectief blussen onder het schildak bleek niet mogelijk. Bouwblok 6 met 75 woonunits is in zijn geheel verloren gegaan.

7.2 Onderzoeksvraag II: Hoe kon de brand zo uitbreiden Onderzoek hoe de brand zo snel kon uitbreiden over het gehele bouwblok en doe op basis daarvan voorstellen over te nemen maatregelen voor vergelijkbare panden. Uit de beschrijving in hoofdstuk 5 blijkt dat de brand zich via het raam van woonunit nummer 87 binnen zes minuten uitbreidde tot onder het schildak. De brandbaarheid van de dakmaterialen zorgde ervoor dat de brand zich vervolgens in korte tijd verspreidde over vrijwel het gehele bouwblok 6 (20 x 50 meter). Het schildak speelde in eerste instantie een rol in het opvangen van de hitte en rook die uit het raam van de lager gelegen verdieping vrijkwamen en in de brandverspreiding over het dak. Vervolgens benam het dak het zicht op de brand, tot slot bemoeilijkte het dak een effectieve blussing.

12

Aflegsysteem brandweer Amsterdam-Amstelland

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

37

Ook heeft de brandvoortplanting plaatsgevonden via brandbare onderdelen van het gevelsysteem (dampwerende bouwfolie en de houtconstructie van de gevelbeplating). Op de gevaren van een schildak en schilconstructie van unitbouw is eerder gewezen naar aanleiding van de brand in cellencomplex van Schiphol Oost van 26 oktober 2005 (Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw Nieuwbouw 2007” en de “Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw Bestaande bouw 2007). De voorstellen over te nemen maatregelen voor vergelijkbare panden worden in het volgende hoofdstuk verder uitgewerkt.

7.3 Opvallende zaken De situatie dat een melding zich na ca. zes minuten tot een onbeheersbare brand kan ontwikkelen en die daardoor een bedreiging vormt voor de bewoners is naar oordeel van de brandweer ongewenst en potentieel gevaarlijk. Op 13 november jl. zijn er bij deze brand gelukkig geen slachtoffers gevallen (anders dan zeven huisdieren). Daarbij speelde een aantal aspecten een rol:

• Snelle ontdekking en alarmering door aanwezige politie • Daardoor ook een snelle aanvang van de ontruiming • Korte aanrijdtijd brandweer (eerste eenheid met drie minuten, tweede eenheid met vier minuten, derde eenheid met elf minuten na alarmering ter plaatse)

• Zelfredzame bewoners Door het gebrek aan kwaliteit van de aanwezige rookwerende voorzieningen heeft de rook zich in korte tijd over alle verdiepingen van blok 6 kunnen verspreiden. In de praktijk wordt de brandweer vaker geconfronteerd met niet-effectieve rookwerende voorzieningen die een grootschaliger ontruiming noodzakelijk maken. Dit speelt vooral bij woongebouwen met inpandige gangen13. Rookwerende scheidingen doen niet altijd waarvoor ze ontworpen zijn; de uitvoering pakt anders uit; sommige kunststoffen produceren aanzienlijk meer en sneller rook dan het meer traditionele meubilair. De bouwwijze van Riekerhaven is erg kwetsbaar voor het scenario van een uitslaande brand op de bovenste of een daaronder gelegen verdieping. Nadat de brand uitslaand was geworden, breidde het vuur zich binnen enkele minuten uit naar de dakrand en vervolgens naar het bitumen dak onder het schildak. Onder het schildak kon de brand niet effectief worden bestreden, waardoor het gehele bouwblok verloren is gegaan.

Onderzoek “Rookverspreiding in woongebouwen hoofdrapport” van het NIPV.

13

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

38

8. Riekerhaven en risicobeheersing 8.1 Wet- en regelgeving De ‘tijdelijke’ woonblokken zijn oorspronkelijk in 2004 geplaatst aan de Gevleweg in de Houthavens. In 2004 (Bouwbesluit 2003) was de instandhoudingstermijn voor een tijdelijk bouwwerk vijf jaar. De woonblokken zijn in 2015 zonder noemenswaardige aanpassingen verplaatst van de Houthavens naar de Riekerhaven en de instandhoudingstermijn is naar 15 jaar gegaan (Bouwbesluit 2012). Tijdelijkheid geldt voor een locatie, niet voor het bouwwerk. Op een bestaand tijdelijk bouwwerk, dat in ongewijzigde samenstelling wordt verplaatst en opnieuw wordt aangemerkt als tijdelijk bouwwerk, is het rechtens verkregen niveau van toepassing. Dat betekent dat het brandveiligheidsniveau van destijds (Bouwbesluit 2003), inclusief natuurlijk verval van materialen, van toepassing was toen de vergunning voor de nieuwe locatie Riekerhaven in 2015 werd verstrekt. In Amsterdam is een groeiende behoefte aan woonruimte. De bouwblokken aan de Riekerhaven worden daarom in de praktijk langer gebruikt dan de oorspronkelijke tijdelijke termijn. Dat geldt mogelijk ook voor andere tijdelijke unitbouw. De stimuleringsregeling flexen transformatiewoningen en de financiële herplaatsingsgarantie zou die behoefte aan langer gebruik kunnen versterken.

Het is mogelijk om unitbouw keer op keer te (her)plaatsen, waarbij het oorspronkelijke brandveiligheidsniveau blijft gelden. Hoewel het Bouwbesluit 2012 prescriptief van aard is en daardoor geen expliciete doelen kent, geeft de Nota van Toelichting aan dat de eisen in het Bouwbesluit slechts twee doelen dienen. Namelijk het voorkomen van slachtoffers en het voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel. Het behouden van het bouwwerk en het voorkomen van schade aan het milieu, monumenten of maatschappelijke voorzieningen of belangen zijn geen doelen van het Bouwbesluit. Bij de brand in Riekerhaven zijn 75 aaneengeschakelde zelfstandige wooneenheden verwoest, gelegen binnen één bouwwerk. Uit deze evaluatie blijkt dat de brandweer niet veel méér heeft kunnen doen om de branduitbreiding verder te beperken. Als schadebeperking wél een doelstelling is, dan zullen dus aanvullende bouwkundige en installatietechnische maatregelen getroffen moeten worden. Brandveiligheid Louter voldoen aan wetgeving voorkomt dus niet de brandontwikkeling zoals bij de Riekerhaven; daarvoor zijn aanvullende maatregelen nodig. Dat is eerder al gebleken uit ander onderzoek. Na de brand van 26 oktober 2005 in het cellencomplex Schiphol-Oost is er

14

wetten.nl - Regeling - Stimuleringsregeling flex- en transformatiewoningen - BWBR0047455 (overheid.nl) Kamerbrief Financiële herplaatsingsgarantie voor versnelling van tijdelijke huisvesting van 06 december 2022

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

39

onderzoek uitgevoerd naar de brandveiligheid van unitbouwcomplexen. Daaruit is gebleken dat unitbouw kwetsbaar is voor rook en brandverspreiding als er aaneengesloten holle ruimten tussen de units of achter de schilconstructie zijn. Het complex in de Riekerhaven had een schilconstructie uitgevoerd als ‘tropendak’, wat de voornaamste reden is voor de snelle branduitbreiding op het dak. Naar aanleiding van bovengenoemd onderzoek heeft de VROM-inspectie in 2007 de ‘Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw Nieuwbouw 2007’ en de ‘Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw Bestaande bouw 2007’ gepubliceerd om ontwerpers, bouwers, eigenaren en gebruikers te informeren over aandachtspunten bij brandveiligheid. Enkele maatregelen uit de wegwijzer zijn:

• Extra aandacht voor doorvoeringen en ventilatiekanalen; • Gebruik van niet-brandbare dakbedekkingsmaterialen; • Compartimentering of opvulling met onbrandbaar materiaal van holle ruimten tussen de gestapelde units en de schilconstructie. Dit zijn stuk voor stuk aanbevelingen die tezamen de snelle branduitbreiding naar en via het dak aan de Riekerhaven hadden voorkomen. Een gelijkwaardig alternatief van deze maatregelen is het aanbrengen van sprinklers in alle woonunits.

8.2 Vluchtveiligheid Uiteraard is het belangrijk dat er een van brand en rook gevrijwaarde vluchtroute aanwezig is. Maar ook de alarmering door rookmelders (zeker in een nachtsituatie) of door aanwezige personen en het menselijk gedrag spelen een cruciale rol. We kunnen geen feitelijke vaststelling geven over hoe de brand en rook zich op welk moment hebben verspreid binnen het bouwwerk. Ook weten we niet zeker hoeveel bewoners zich op welk moment waar in het gebouw bevonden. Toch kunnen we uit interviews en onderzoek een aantal voor vluchtveiligheid relevante constateringen doen:

• Rook heeft zich vrijwel direct en naar meerdere verdiepingen verspreid. • Na ongeveer tien minuten waren er twijfels over de integriteit van een vloerconstructie. • Rookmelders hebben niet overal goed gefunctioneerd. • Er waren bewoners aanwezig die door inzet van de brandweer in veiligheid zijn gebracht. • Er was sprake van een onmiddellijke en actieve ontruiming door professionele hulpverleners.

• Zes personen zijn door ambulancemedewerkers gecontroleerd vanwege rookinhalatie. In unitbouw-woningen, zoals ook bij Riekerhaven, wonen veel mensen dicht op elkaar. Dat maakt de mate van zelfredzaamheid nog belangrijker, want hulpdiensten kunnen onmogelijk alle woningen (individueel) gaan ontruimen. Bewoners moeten zelf de kans hebben om een bouwwerk veilig te verlaten en niet afhankelijk zijn van de inzet van hulpdiensten. Bewoners moeten er op kunnen vertrouwen dat ze snel worden gealarmeerd bij brand en dat de vluchtroute geschikt is en vrij blijft.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

40

Een snelle alarmering is van levensbelang, rookmelders moeten daarom goed functioneren. Omstandigheden die ertoe leiden dat rookmelders onklaar worden gemaakt, moeten worden vermeden. Onechte en loze meldingen worden onder andere voorkomen door een goede positionering. Als een tijdelijk bouwwerk overgaat naar permanent gebruik, dan gelden nieuwbouweisen met andere maatregelen. De voorgeschreven eisen van dat niveau, zoals de inmiddels gangbare deurdrangers voor woningtoegangsdeuren en de hogere eisen aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, helpen met het beperken van uitbreiding van brand en rook.

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

41

9. Bevindingen en aanbevelingen 9.1 Bevindingen Brandverloop, ontvluchting en inzet hulpdiensten 1. Om 08.30 uur werd de brandweer gealarmeerd voor een woningbrand. Om 08.34 uur was de eerste brandweereenheid ter plaatse. Om 08.36 uur bleek dat er sprake is van een onbeheersbare brand. Er was voor de brandweer geen andere mogelijkheid dan inzetten op het ontruimen van het gebouw (bouwblok 6) en het voorkomen van uitbreiding naar het aanpalende gebouw (bouwblok 5). Bouwblok 6 met 75 woonunits is verloren gegaan. Bouwblok 5 is behouden gebleven. 2. Deze brand heeft – afgezien van zeven huisdieren – geen slachtoffers veroorzaakt. Een aantal factoren heeft daaraan bijgedragen: a. Snelle ontdekking van de brand en alarmering door de op locatie aanwezige politie; b. De hierop volgende snelle ontruiming van het gebouw; c. De korte aanrijtijd van de brandweer na alarmering en de snelle inzet van de brandweer op ontruiming; d. De hoge mate van zelfredzaamheid van de bewoners bij het ontvluchten van het gebouw; e. Het tijdstip van de brand: de meeste bewoners waren op het tijdstip van de brand wakker en in staat om snel te reageren. Het is voorstelbaar dat de kans op slachtoffers groot was als de brand was ontstaan op een ander tijdstip, de brand minder snel was gedetecteerd of wanneer hulpdiensten minder snel aanwezig waren geweest.

3.  De situatie waarin een brand zich zo snel tot een onbeheersbare brand kan ontwikkelen, waardoor deze een bedreiging vormt voor bewoners, is ongewenst en gevaarlijk. Door het gebrek aan kwaliteit van rookwerende voorzieningen heeft de rook zich in korte tijd over alle verdiepingen kunnen verspreiden. Daarnaast is het gebouw door de bouwwijze erg kwetsbaar voor het scenario van een uitslaande brand op de bovenste of een daaronder gelegen verdieping. Toen de brand uitslaand werd, breidde het vuur zich binnen enkele minuten uit naar de dakrand en vervolgens onder het dak. Effectief blussen bleek niet mogelijk. 4.  De kwaliteit van het bouwwerk en de aanwezige voorzieningen heeft in beperkte mate bijgedragen aan de veilige ontvluchting van de bewoners. De snelle inzet van hulpdiensten is hierin doorslaggevend geweest. Brandveiligheid 5.  Het gebouw voldeed aan de voor dit gebouw geldende wet- en regelgeving. Daarbij moet opgemerkt worden dat het rechtens verkregen niveau (brandveiligheidsniveau Bouwbesluit 2003) op dit gebouw van toepassing was, ondanks dat dit gebouw in 2015 op de huidige locatie is geplaatst. Dat komt omdat hier sprake is van een bestaand tijdelijk bouwwerk, dat in ongewijzigde samenstelling is verplaatst. Bij tijdelijke bouwwerken

Brandontwikkeling wooncomplex Riekerhaven

42

is de gebruiksperiode op een locatie doorslaggevend, niet de gebruiksperiode van het bouwwerk zelf. De verplaatsing van het gebouw van de Houthavens naar de Riekerhaven zorgde daarom dat er een nieuwe periode van tijdelijkheid startte. Het bouwwerk mocht zonder noemenswaardige aanpassingen opnieuw in gebruik worden genomen. Het is de vraag of het wenselijk is om unitbouw (keer op keer) te herplaatsen waarbij het oorspronkelijke niveau van brandveiligheid blijft gelden. 6.  Hoewel het gebouw aan wet- en regelgeving voldeed, betekent dat niet dat er sprake was van een brandveilige situatie. Naar aanleiding van de brand in het cellencomplex Schiphol-Oost (2005) is onderzoek gedaan naar brandveiligheid van unitbouwcomplexen. Daaruit blijkt dat unitbouw kwetsbaar is voor rook en brandverspreiding als er aaneengesloten holle ruimten tussen de units of achter de schilconstructie zijn. In 2007 constateerde de VROM-Inspectie dat extra aandacht nodig is voor de “naleving van de brandveiligheidseisen in verband met de waarborging van de brandveiligheid. Het gaat om unitbouwcomplexen die bestaan uit gestapelde units of uit units die zijn omsloten met een schilconstructie.” Het complex in Riekerhaven had zo’n schilconstructie.

7.  Naar aanleiding van de onderzoeken na de brand in Schiphol-Oost heeft de toenmalige VROM-inspectie in 2007 de ‘Wegwijzer brandveiligheid unitbouw nieuwbouw 2007’ en de ‘Wegwijzer brandveiligheid unitbouw bestaande bouw 2007’ gepubliceerd. De in die wegwijzer opgenomen maatregelen zijn niet toegepast op het complex in Riekerhaven. 8. Unitbouw met een woonbestemming en een schil(dak)constructie is toegestaan, zowel bij tijdelijke als permanente unitbouw. De mate van brandveiligheid hangt sterk af van de getroffen maatregelen. Als het bouwwerk was uitgevoerd conform de aanwijzingen uit de hiervoor genoemde wegwijzers, dan was het bouwblok niet verloren gegaan. De branduitbreiding naar het dak had dan immers niet plaats kunnen vinden. 9. Het wettelijk minimumniveau, de eisen conform bestaande bouw in het Bouwbesluit, zijn gericht op het voorkomen van slachtoffers en het voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel. Gelet op de grote kans op slachtoffers en de haast onvermijdelijke schade, is het de vraag of deze minimale eisen voldoende borgen wat ze beogen.

9.2 Aanbevelingen Om een toekomstige vergelijkbare branduitbreiding in unitbouw met een woonbestemming, uitgevoerd met een schil(dak)constructie, te voorkomen adviseren wij om: 1. Schil(dak)constructies niet toe te passen of aanvullende maatregelen te treffen. a. Die maatregelen volgen uit de ‘Wegwijzer Brandveiligheid Unitbouw 2007’. Het betreft dan maatregelen als een brandveilige afdichting van kabel- en leidingdoorvoeringen, aanwezigheid van brandkleppen in ventilatiekanalen en compartimentering of opvulling met onbrandbaar materiaal van de holle (loze) ruimten tussen de gestapelde units en tussen de units en de schilconstructie. b.  Een alternatieve gelijkwaardige maatregel is het aanbrengen van een (woning) sprinklerinstallatie in iedere woonunit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12604534/1