CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Principenota Centrale Zone Haven-Stad.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het collegebesluit inzake het principebesluit Centrale Zone Haven-Stad. (ZD2020-013409)16.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Relevante privaatrechtelijke afspraken zijn:

Voor Haven-Stad is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld en de m.e.r.-procedure doorlopen. Doel van de m.e.r. procedure is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming te betrekken. Het MER Haven-Stad, en de bijbehorende Leefomgevingsfoto, geven de bestaande waarden, belemmeringen en aandachtspunten bij de huidige situatie weer en laat zien met welke randvoorwaarden en spelregels de transformatie van Haven-Stad mogelijk is. Ook zijn in het MER alternatieven in beeld gebracht voor de belangrijkste keuzes die gemaakt moeten worden.

ƒ

Convenant Houthaven/ NDSM-werf (2009). Hierin heeft de gemeente Amsterdam met een aantal bedrijven uit de Coen- en Vlothaven afgesproken dat de gemeente een ‘pas op de plaats’ maakt met het realiseren van woningbouwplannen in andere gebieden dan in de Houthaven en op de NDSM-werf. Daarbij is afgesproken dat woningbouwplannen in het pas op de plaats gebied eerst na 15 jaar (2024) in procedure worden gebracht en eerst na 20 jaar (2029) tot feitelijke uitvoering worden gebracht. Uit het Convenant Houthaven / NDSM-werf (2009) volgt dat binnen het pas op de plaats gebied wel ontwikkelingen mogelijk zijn die de Convenantpartijen in redelijkheid niet zullen belemmeren.

ƒ

In de Havenovereenkomst (2013) is de verzelfstandiging van het Havenbedrijf Amsterdam N.V. (Havenbedrijf ) geregeld. Bij deze verzelfstandiging zijn alle havengronden in economisch eigendom overgedragen aan het Havenbedrijf en is een hoofdrecht van erfpacht gevestigd. Het Havenbedrijf mag gronden in ondererfpacht uitgeven of verhuren aan bedrijven in de haven.

ƒ

In de Transformatieovereenkomst van 1 april 2013 zijn tussen de gemeente en het Havenbedrijf (proces)afspraken vastgelegd over de transformatie van (een gedeelte van) het havengebied voor de ontwikkeling van HavenStad en over de teruglevering van transformatiegronden aan de gemeente. In de Transformatieovereenkomst is opgenomen dat passend bij de planning van Haven-Stad ‘transformatiebesluiten zullen worden voorbereid. Een transformatiebesluit geeft aan op welk moment transformatiegronden worden geleverd en op welke wijze deze levering plaatsvindt. Afgesproken is onder meer dat gedurende de transformatieperiode geen handelingen worden verricht die de transformatie belemmeren of die het verdienvermogen van het Havenbedrijf onnodig beperken.

Gemeente Amsterdam27

B. 2 |

Ambities, condities en opgaven

2.1 Inleiding De hoofdambitie voor Haven-Stad is om stad en haven te transformeren naar een nieuwe productief stadsdeel, duurzaam, hoogstedelijk, aantrekkelijk en innovatief, voor en met de stad. De principenota Versnellen Centrale Zone Haven-Stad zet de volgende stap daartoe. In dit hoofdstuk worden de opgaven en ambities voor het plangebied puntsgewijs en per thema nader gedefinieerd aan de hand van de volgende structuur: ƒ

Ambities: wat wordt er beoogd te bereiken met de transformatie en aan welke specifieke thema’s dient hierbij bijzondere aandacht gegeven te worden.

ƒ

Condities: wat is er (mogelijk) nodig om realisatie van deze ambities mogelijk te maken. Dit kunnen onderzoeken zijn, programmatische uitgangspunten, maar ook bepaalde fysieke ingrepen. Welke van deze condities precies zullen worden versneld zal worden bepaald in het Uitvoeringsprogramma Haven-Stad.

ƒ

Opgaven voor vervolg: wat moet er in het vervolg op deze principenota in gang worden gezet en moet dus een plaats krijgen in het Uitvoeringsprogramma Haven-Stad, bij het uitwerken van het ruimtelijk programmatisch kader Centrale Zone, of te zijner tijd in projectnota’s voor te ontwikkelen deelgebieden

Bij deze beschrijvingen wordt voortgebouwd op de Ontwikkelstrategie Haven-Stad (2017) waar de transformatie van de Centrale Zone Haven-Stad een deeluitwerking van is. Bij de uitwerking in de vervolgfase zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de ervaringen die in andere transformatieprojecten binnen de gemeente is opgedaan.

28

Hoewel de woningbouw in het pas op de plaats gebied op basis van deze principenota nog niet wordt gestart, worden in dit hoofdstuk wel de kaders voor een integrale ontwikkeling van de Centrale Zone geschetst, inclusief wonen, zodat hiermee bij het vervolg van de verbeterinvan de condities, en de realisatie van niet-woonfuncties rekening kan worden gehouden.

2.2 Programma De Centrale Zone is van toegevoegde waarde voor de stad door de ontwikkeling van een omvangrijk hoogstedelijk en inclusief woon-werkmilieu. Dit milieu bestaat uit een karakteristieke mix van wonen, werken en cultureel-maatschappelijke voorzieningen, attractief voor bewoners, bezoekers en bedrijven in stad en metropoolregio. Ambities: ƒ

De Centrale Zone wordt getransformeerd naar een hoogstedelijk woon-werkmilieu.

ƒ

De verschillende delen van de Centrale Zone hebben straks een eigen, karakteristieke woon-werkmix. Dit als verdere vertaling van de doelstelling uit de Ontwikkelstrategie Haven-Stad (2017) waarin is vastgelegd dat de verhouding wonen : overig programma 80 : 20 is voor geheel Haven-Stad.

ƒ

De Centrale Zone wordt mede van stads- en metropoolbrede betekenis door de concentratie van, en variëteit in economische activiteiten en maatschappelijke en culturele voorzieningen.

ƒ

De Centrale Zone wordt ontwikkeld op basis van de beginselen van de ‘inclusieve stad’, met onder andere wonen voor alle verschillende doelgroepen.

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

ƒ

ƒ

ƒ

In het economisch profiel van de Centrale Zone behoudt en krijgt creatieve en productieve bedrijvigheid een volwaardige plek. Door in de Centrale Zone in te zetten op een breed palet van wonen, concentratie van en variëteit in economische ontwikkelingen en ook op maatschappelijke en culturele voorzieningen krijgt deze plek niet alleen betekenis voor Amsterdam, maar voor de gehele metropool. De omvang van het voorzieningenprogramma wordt gebaseerd op de Referentienormen Maatschappelijke Voorzieningen. In de Centrale Zone zijn grote verschillen in ruimtelijke condities. Door bijvoorbeeld de aanwezige weg-, spooren waterinfrastructuur, de verschillende milieucondities, volledig bebouwde gedeelten en spaarzaam bebouwde gedeelten, en te handhaven gebouwen. Deze verschillen in condities maken dat in de verschillende delen van de Centrale Zone een eigen karakteristieke woonwerkmix op zijn plaats is.

Condities: ƒ

Vertrekpunt voor het woon- en het werkprogramma voor de Centrale Zone is het in de Ontwikkelstrategie Haven-Stad (2017) gedefinieerde programma (zie tabel hieronder).

ƒ

Voor het realiseren van het gewenste economisch profiel met creatieve en productieve bedrijvigheid, is het van belang dat het stedelijk weefsel en de gebouwen in voldoende mate flexibel en adaptief zijn.

ƒ

Vertrekpunt voor het programma maatschappelijke voorzieningen voor de Centrale Zone zijn: de Amsterdamse Referentienorm Maatschappelijke Voorzieningen, de strategische huisvestingsprogramma’s van de gemeente Amsterdam, de Ontwikkelstrategie Haven-Stad, het concept-Integraal Raamwerk Haven- Stad en het conceptProgrammaplan Maatschappelijke Voorzieningen Haven-Stad.

ƒ

Een stadsbrede coördinatie op het gebied van maatschappelijke en culturele voorzieningen is van belang voor het kansrijk ontwikkelen van dergelijke initiatieven in de Centrale Zone.

ƒ

Van belang voor het kansrijk realiseren van, met name de groen-, ecologie- en sportonderdelen uit het Referentiemodel Voorzieningen is het reserveren van voldoende ruimte hiervoor. Deze ruimte kan, naast de traditionele oplossingen, ook gecreëerd worden door innovatieve combinaties van deze voorzieningen met zones voor havenfuncties, infrastructuur of gebouwen.

Voor de Centrale Zone wordt het volgende beoogde programma gehanteerd:

tabel B.2.1 Beoogde programma Centrale Zone conform Ontwikkelstrategie Deelgebied

Aantal woningen

Aantal arbeidsplaatsen

Sloterdijk I Noord

ca. 5.600

ca. 3.700

Sportpark Transformatorweg / Amsterbaken

ca. 1.900

ca. 1.300

Minervahaven Zuid

ca. 4.000

ca. 2.700

Minervahaven Noord

ca. 2.700

ca. 1.800

Alfadriehoek

ca. 5.200

ca. 3.500

Zonnehoek

0

0

Zaanstraat Emplacement

Ca. 1.800

Ca. 1.200

Totaal

Ca. 21.000

Ca. 14.000

Gemeente Amsterdam29

ƒ

Voor het toekomstbestendig ontwikkelen van de Centrale Zone als complete, inclusieve stadswijk is het van belang om voldoende betrokkenen, belanghebbenden en adviseurs uit de maatschappelijke, culturele en economische domeinen bij het proces te betrekken. Een voldoende breed en representatief participatietraject maakt hier onderdeel van uit.

Opgaven voor vervolg: ƒ

Gebouw- en bouwbloktypologieën te ontwikkelen die het mengen met wonen, werken, en voorzieningen mogelijk maken.

ƒ

Nader vorm gegeven van het economisch profiel met creatieve en productieve bedrijvigheid.

ƒ

Nader onderzoek naar de mogelijkheden om het wonen en de verschillende vormen van bedrijvigheid te mengen.

ƒ

Voor de Centrale Zone wordt een actieplan maatschappelijke voorzieningen samengesteld, waarin onder meer rekening wordt gehouden met de specifieke situatie per deelgebied en het maatschappelijke voorzieningenpakket in bestaande, aangrenzende wijken.

ƒ

Ontwikkelen van innovatieve oplossingen voor sportlocaties, die passen bij een hoogstedelijk leefmilieu.

ƒ

De mogelijkheden voor de vestiging van (tijdelijke) culturele of leasure-functies in de Centrale Zone worden separaat verkend.

ƒ

Het aanwijzen van locaties en karakteristieke panden ten behoeve van beeldbepalende projecten.

ƒ

Nader onderzoek naar mogelijkheden voor commerciële voorzieningen (met name detailhandel en horeca).

ƒ

Nader onderzoek naar de noodzaak, mogelijkheden en consequenties voor het programma om kantoren te ontwikkelen rond de metrohaltes. Onderdeel hiervan is het inzichtelijk maken van de consequenties op het te realiseren (woon) programma.

ƒ

30

Verifiëren van de verhouding tussen het aantal woningen en aantal arbeidsplaatsen conform Ontwikkelstrategie HavenStad (2017) en Trendrapport Stad 2016 (Verkenning naar de ruimtelijkeconomische functiemenging in Amsterdam).

2.3 Stedenbouw en identiteit In de Centrale Zone worden de Haven-Stadse identiteiten van park en haven verbonden en komt een attractief en dynamisch hoogstedelijk gebied tot ontwikkeling. Het slechten van (infrastructurele) barrières en het benutten van de openbaar vervoerspotentie in combinatie met een hoge verblijfskwaliteit is hierbij cruciaal. Bij de ontwikkeling is het realiseren van continuïteit in het stedelijk weefsel van belang om samenhang met en tussen de deelgebieden van Haven-Stad te kunnen garanderen. De totstandkoming van hoogwaardige openbare ruimten, die een sterke relatie aangaan met aanliggende gebouwen, is essentieel om als centrumgebied te kunnen gaan functioneren. Ambities : ƒ

Realisatie van een attractief hoogstedelijk gebied met dynamiek en reuring en een hoge verblijfskwaliteit, aantrekkelijk voor gebruikers van stad en regio.

ƒ

De realisatie van hoogwaardige parken, pleinen en openbare ruimtes aan de waterkant ten behoeve van ontspanning en sociale interactie die onlosmakelijk verbonden zijn aan een hoogstedelijk leefmilieu.

ƒ

De totstandkoming van een karakteristieke ‘Haven-Stadse’ identiteit met als belangrijkste kenmerken water/groen, stoer en hoogstedelijkheid.

ƒ

Het behouden van cultuurhistorisch waardevolle en karakteristieke elementen en ze een belangrijke positie geven als beeldbepalende projecten en bouwstenen voor de ‘Haven-Stadse identiteit.’

ƒ

Het geven van een eigen karakteristiek aan elk deelgebied als toevoeging aan het Amsterdamse palet aan leef- en vestigingsmilieus.

ƒ

Het creëren van samenhang en continuïteit tussen de deelgebieden van de Centrale Zone, en met de omringende deelgebieden en bestaande wijken.

ƒ

Het verbinden van de identiteitsdragers van Haven-Stad: het Westerpark en de havenbekkens. En het ten behoeve hiervan slechten van infrastructurele barrières.

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

ƒ

Het creëren van een maximale samenhang tussen de gebiedsontwikkeling en het openbaar vervoer systeem; met ruimtelijk kwalitatief hoogwaardig ingepaste mobiliteitshubs en uitstekend bereikbaar voor langzaam verkeer.

ƒ

Het in de omgeving van de openbaarvervoerknooppunten realiseren van intensieve stedelijke bebouwing met, waar mogelijk of nodig, hoogbouw, teneinde de goede OV-bereikbaarheid maximaal te benutten en het openbaar vervoer systeem maximaal te laten renderen.

ƒ

Ecologische, economische en sociaalculturele aspecten een evenwicht laten vormen.

ƒ

Van belang voor de totstandkoming van de geambieerde Haven-Stadse identiteit is de waardering van cultuurhistorische waardevolle elementen.

ƒ

Het in de gebieds- en vastgoedontwikkeling betrekken van de zones voor weg- en spoorinfrastructuur is van belang voor de samenhang en continuïteit tussen de deelgebieden en bestaande wijken. Hierdoor kunnen de identiteitsdragers, zoals het groen en water, van Haven-Stad verbonden worden.

ƒ

Voor een maximale samenhang tussen de gebiedsontwikkeling en het openbaar vervoer systeem, is een fijnmazige verkaveling met prioriteit voor langzaam verkeer van belang. Daarnaast kunnen woon-werkgebouwen die direct geïntegreerd worden met infrastructuur hierin een belangrijke rol spelen.

ƒ

Van belang voor de ontwikkeling van openbaar vervoersomgevingen waar de goede bereikbaarheid maximaal benut wordt en het openbaar vervoer systeem maximaal kan renderen, is het bouwen in hoge dichtheden. De ontwikkeling van zowel intensieve bebouwing met reguliere hoogtes als een intensief hoogbouwcluster met extra hoge bebouwing moet hierbij mogelijk zijn.

ƒ

Van belang is een gebouwde omgeving en openbare en ondergrondse ruimte die met kleine ingrepen en lage milieubelasting geoptimaliseerd en aangepast kan worden aan de tijd. Bijvoorbeeld door een extra hoge begane grondlaag en het opnemen van voldoende redundante ruimte, door het overdimensioneren ten behoeve van onvoorzien toekomstig gebruik voor innovaties op het gebied van energie, grond- en afvalstoffen.

Condities: ƒ

ƒ

ƒ

ƒ

Om een attractief hoogstedelijk gebied met dynamiek en reuring te realiseren dat aantrekkelijk is voor stad en regio is een gevarieerd programma noodzakelijk. Dit programma is waar mogelijk uniek en bovenlokaal georiënteerd. Daarnaast is een zorgvuldige uitwerking van de openbare ruimte, levendige en adaptieve plinten in de bouwblokken en zorgvuldige en hoogwaardige architectuur een voorwaarde. Voor de realisatie van een attractief hoogstedelijk gebied is de inzet op meervoudig ruimtegebruik en de ontwikkeling van adaptieve, multifunctionele gebouwen noodzakelijk. Samen met een zorgvuldig vormgegeven openbare ruimte, staat dit garant voor een hoge gebruikersdichtheid gedurende alle momenten van de week. Van belang bij de realisatie van parken, pleinen en openbare ruimtes aan de waterkant is het creëren van voldoende ruimte in het gebied voor de grootschalige groen en sportvoorzieningen, waar nodig op innovatieve wijze door de combinatie met gebouwen en infrastructuur, en het ontwikkelen van een alternatief water- en kade gebruiksplan. Een hoogstedelijk gebied wordt gekenmerkt door zowel reuring als rust. De realisatie van voldoende, hoogwaardige en goed gedimensioneerde groene en watergeoriënteerde openbare ruimten is hierbij noodzakelijk.

Opgaven voor vervolg: ƒ

Nader onderzoek naar de ruimtelijk optimale verdeling van dichtheden en programma, verkaveling en bebouwingsvorm, afgestemd op gebiedskenmerken, omgevingskwaliteiten en de openbaar vervoer knooppunten.

ƒ

Nader onderzoek naar de programmatische en ruimtelijk kwalitatieve kenmerken van gemengde hoogstedelijke bouwblokken en adaptieve gebouwen.

Gemeente Amsterdam31

ƒ

ƒ

ƒ

ƒ

ƒ

ƒ

ƒ

ƒ

Ambities:

Nader onderzoek naar de kenmerken en ontwikkelingsmogelijkheden van hoogwaardige parken, pleinen en openbare ruimtes aan de waterkant.

ƒ

Modaliteitshift van auto naar OV-, fietsgebruik en verplaatsingen te voet.

Nader onderzoek ten behoeve van de geambieerde Haven-Stadse identiteit naar benodigde en mogelijke beeldbepalende en (voor stad en regio) betekenisvolle projecten, hun schaal en hun situering.

ƒ

Een gebied waar de gebruikers eerder kiezen voor OV en de fiets dan voor de auto.

ƒ

Goede verbindingen met het omliggende gebied (met name fiets en OV) zodat het gebied een logisch onderdeel is van dit deel van de stad en er volop uitwisseling ontstaat.

ƒ

Rechtstreekse OV-verbindingen met andere woon-werklocaties zoals het Arenagebied en de Zuidas.

ƒ

Actieve vormen van mobiliteit (fiets en voet) overheersen in het straatbeeld.

ƒ

Optimale overstapmogelijkheden van het OV op de (deel)fiets.

ƒ

Autoluwe buurten door het afwaarderen en opwaarderen van bepalen wegen.

ƒ

Verregaande reductie van (nu nog fossiel) gemotoriseerd vervoer.

Het ontwikkelen van een water- en kade gebruiksplan zodat de openbare ruimte langs het water voor iedereen, zowel bewoners als bedrijven, te gebruiken is. Cultuurhistorisch vervolgonderzoek naar de monument- dan wel behoudenswaardigheid van ruimtelijke kenmerken, gebouwen en objecten in het gebied. Nader programmatisch en ruimtelijk onderzoek naar de opties voor realisatie van karakteristieke leefomgevingen die complementair zijn aan de bestaande stad. Nader onderzoek naar kenmerken, maat en positie van de verbindingen tussen de verschillende delen van de Centrale Zone onderling en de verbindingen van de Centrale Zone met de bestaande stad. Nader onderzoek naar de ruimtelijke en programmatische integratie van infrastructuuronderdelen en -functies met gebouwen en openbare ruimten. Nader onderzoek naar het inpassen van flexibele en redundante/ overgedimensioneerde ruimten in zowel openbare ruimte als de ondergrond voor toekomstige functies op het gebied van bijvoorbeeld klimaatadaptatie, energietransitie en het organiseren van circulaire grondstofstromen.

Condities: ƒ

Een verbeterde OV-bereikbaarheid per HOV-busverbinding tussen Centraal Station en station Sloterdijk (opwaarderen huidige buslijn 22).

ƒ

Het doortrekken van tramlijn 5 naar de Minervahaven om zodoende dit gebied aan te sluiten op het Amsterdamse tramnet (Binnenring).

ƒ

Een systeemsprong naar metro door middel van het sluiten van de Ringlijn Metro met een knooppunt ter plaatse van de kruising met de Transformatorweg. Rond de 21.000 woningen op de zuidoever is volgens VMA (Verkeersmodel Amsterdam) een systeemsprong naar de metro (of gelijkwaardig alternatief ) nodig. Volgens de planning is dit moment kort na 2030.

ƒ

Goede overstapmogelijkheden bij de drukkere OV-haltes, waaronder mobiliteitshubs met deelconcepten die bijdragen aan de ‘first- and last mile’ naar de bestemming.

ƒ

Optimaliseren langzaam verkeersverbindingen (richting station Sloterdijk en de binnenstad).

2.4 Mobiliteit en infrastructuur Om de Centrale Zone straks goed bereikbaar te maken zijn verschillende ingrepen in het netwerk nodig. Met name het OV- en fietsnetwerk moeten op orde zijn zodat er een goed alternatief is voor de auto. Daarnaast dient werk te worden gemaakt van goede verbindingen met de omliggende buurten en met andere woon-werklocaties zodat er een optimale uitwisseling kan ontstaan tussen de Centrale Zone en deze gebieden.

32

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

ƒ

De Nieuwe Hemweg opwaarderen tot de belangrijkste ontsluitingsroute voor Haven-Stad door verdubbeling rijstroken en compacter maken van de aansluiting met de Ring A10 West door middel van aangepaste op- en afritten.

ƒ

Aanpassing van de aansluiting Basisweg – Ring A10 West.

ƒ

Nieuwe hoofdontsluitingsweg naar de Minervahaven van en naar de Nieuwe Hemweg (in aanvulling op de huidige ontsluiting via de Archangelweg).

Het merendeel van de straten krijgt een 30 km/ uur verkeersregime en de Transformatorweg wordt een stadsstraat met minder rijbanen en meer verblijfsruimte. Opgaven voor vervolg: ƒ

Onderzoek naar de vervoersvraag en de te verwachten intensiteiten op het netwerk in 2030 en 2050 (eindsituatie) voor OV, auto en fiets.

ƒ

Schetsen en verder uitwerken van de verbindingen voor OV, fiets, voetganger en auto binnen de scope van het plangebied als ook die met de bestaande stad.

ƒ

Condities en specificaties bepalen ten aanzien van de verschillende type mobiliteitshubs en hun bijdrage aan de beoogde mobiliteitsshift.

ƒ

Bepalen wanneer genoemde ingrepen in het autonetwerk nodig zijn en welk deel van het programma kan worden gerealiseerd zonder ingrepen in het netwerk (in het kader van het Mobiliteitsplan Zuidflank).

Ambities: ƒ

Het borgen van een gezonde leefomgevingskwaliteit en zorgen voor goed woon- en leefklimaat.

ƒ

Een prettig en gezond leefklimaat in HavenStad als zomers heter worden, piekbuien heftiger en de periodes van droogte langer duren.

ƒ

Ontwikkelen van robuust ecologisch systemen passend bij hoogstedelijkheid.

ƒ

Ontwikkelen van een robuust systeem voor oppervlaktewater en een zo klimaat robuust mogelijke morfologie om bij te dragen aan het voorkomen van droogte, hittestress en regenwateroverlast.

Condities: ƒ

Gebiedsgerichte flexibele omgang met de milieubelasting door bijvoorbeeld toepassing van de Zeehavennorm en Stad en Milieubenadering met verplichte compensatiemaatregelen.

ƒ

Zorgen voor een goed woon- en leefklimaat als randvoorwaarde (met name geluid en geur). Toekomstige bewoners vooraf actief informeren over de milieubelasting, zowel door gemeente als ontwikkelende partijen.

ƒ

Het terugdringen van het autogebruik en autobezit.

ƒ

Gezond gedrag te stimuleren door de openbare ruimte zo in te richten dat deze uitnodigt tot bewegen en ontmoeting.

ƒ

Bij de inrichting van de openbare ruimte rekening houden met het voorkomen van hittestress en het bieden van voldoende schaduwplekken.

Opgaven voor vervolgfase:

2.5 Natuur, milieu en gezondheid

ƒ

Nader onderzoek naar de milieueffecten de bedrijven op de Centrale Zone

We streven voor de Centrale Zone nadrukkelijk naar een gezonde leefomgevingskwaliteit. Daarbij gaat het niet alleen om milieubelasting, maar ook om stimuleren van gezond gedrag en aandacht voor klimaat en natuur. Cruciale vraag daarbij is in hoeverre, gezien de huidige milieubelasting, in de verschillende fasen van de transformatie een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.

ƒ

Met bedrijven in de Coen- en Vlothaven verkennen wat de opties zijn om de emissie van geur en geluid terug te dringen.

ƒ

Bepalen kwaliteit woon- en leefklimaat. a. Actualiseren van de cumulatieve geurhindercontouren en bepalen goed geurhinderniveau. b. Actualiseren van de indicatieve richtafstanden van bedrijven voor de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar (indien nodig).

Gemeente Amsterdam33

ƒ

Bepalen hoe toekomstige bewoners het beste kunnen worden geïnformeerd over met welke milieuaspecten en -belasting zij rekening moeten houden.

ƒ

Verkennend onderzoek naar eventuele stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden.

ƒ

Kwetsbare functies verhoogd aan leggen om voorbereid te zijn op extreme situaties.

ƒ

Klimaatstresstesten voor de korte termijn plannen op micro niveau en op hoofdlijnen voor het plan van de Centrale Zone, om te komen tot ontwerpuitgangspunten.

ƒ

Coördinatie op de ondergrond om WKO potentie optimaal te benutten.

ƒ

Ruimte reserveren in de straatprofielen en op later benodigde kavels voor het ontsluiten van (rest)warmtebronnen en nieuwe onderstations en bijbehorende kabels en leidingen.

ƒ

Uitbreiding van het elektriciteitssysteem voor het aansluiten van toekomstige woningbouw en elektrificatie van het vervoer.

ƒ

Verstandig materiaalgebruik en het reduceren van grondstofstromen, door slim ontwerp van de openbare ruimte en het stimuleren van bouwers en ontwikkelaars op de kavels. Indien er lokaal ruimte nodig blijkt (voor bijv. lokale bouwhubs) wordt hier actief aan meegewerkt.

ƒ

Slim inzamelen en scheiden van afval. Bijvoorbeeld verkennen of inzameling van huishoudelijk en bedrijfsafval kan worden gecombineerd en ‘smart’ kan worden gemaakt zodat het ruimtebeslag en het aantal vervoersbewegingen verminderen.

ƒ

Het gebruik van nieuwe en niet-biobased materialen beperken door te gebruiken wat er is en slim aan te vullen.

2.6 Duurzaamheid Duurzaamheid is een integraal onderdeel van alle opgaven zoals die in dit hoofdstuk zijn beschreven. Zo wordt er bij gezondheid rekening gehouden met klimaatadaptatie en bij mobiliteit met verduurzaming daarvan. In deze paragraaf wordt aanvullend ingegaan op de opgave ten aanzien van duurzaam energie- en grondstoffengebruik. Ambities: ƒ

Haven-Stad is vooruitstrevend in energiegebruik en duurzame energie onder andere om de CO2 voetafdruk van de Centrale Zone te minimaliseren

ƒ

Een gebied dat innoveert in duurzaam materiaalgebruik.

ƒ

Een gebied dat consuminderen en delen van ruimte en goederen makkelijk maakt.

ƒ

Een gebied dat een veranderend klimaat aan kan.

Opgaven voor vervolg: ƒ

Opstellen van een uitvoeringsplan voor een project overstijgend laagthermisch warmte-(en –koude-) systeem, en voor intensief te bebouwen gebieden bodemordeningsplannen. Bepalen rol van de gemeente daarin.

ƒ

Uitwerken van de mogelijkheden om energie op te wekken langs infrastructuur en in de publieke ruimte. Voor de Centrale Zone zijn de mogelijkheden voor wind zeer beperkt.

ƒ

Verkennen van deelgebied overstijgende tracés en systemen op het gebied van elektriciteit en warmte en reserveringen voor boven- en ondergronds ruimte voor nieuw(e) onderstation(s) en bijbehorende kabels en leidingen vastleggen.

ƒ

Onderzoek naar aanvullende manieren om (lokaal en regionaal) hergebruik van materialen en bio-based materiaalgebruik in de bouw te vergroten.

Condities: ƒ

34

Een duurzaam energienetwerk door de ontsluiting van meerdere lokale warmtebronnen (zoals oppervlaktewater en restwarmte uit datacenters en vergroenende havenindustrie) als alternatief voor fossiele- of afval gebaseerde bronnen. En daarmee gebruik maken van schaalvoordelen van een project overstijgend energiesysteem op een midden- of laag temperatuur voor gebieden met overwegend woningbouw waar dat voordelen biedt voor duurzaamheid, betaalbaarheid, toekomstbestendigheid en het ondergronds ruimtegebruik.

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

ƒ

Het stresstesten van de nieuwe situatie op blok en gebiedsniveau (o.a. nieuw oppervlaktewatersysteem) op klimaatrobuustheid (regen, hitte, droogte, overstroming) en het borgen van de noodzakelijke deelgebied overstijgende ingrepen.

ƒ

Bepalen relatie woningbouw in Centrale Zone met de windambitie van de gemeente Amsterdam, met name gezien de mogelijke windturbinelocaties die liggen binnen Haven-Stad. Ten aanzien van zoeklocaties integrale en expliciete afweging opzetten. In Haven-Stad zijn nog enkele locaties waar een windturbine vanuit hun risicocontouren bekeken nog zouden passen. Per fase van ontwikkeling van Haven Stad moet worden afgewogen wat de consequenties zijn. Een van de locaties waar in theorie een turbine zou passen is in het IJ bij de Minervahaven/Nieuwe Houthaven. Gezien de solitaire locatie in het IJ langs de vaarweg werd de economische haalbaarheid reeds als ‘slecht’ ingeschat in eerdere onderzoeken. Met de ontwikkeling van een drijvend park of niet-woon functies die veel bezoekers met zich mee brengen kan de haalbaarheid van deze turbine definitief onmogelijk gemaakt worden.

Gemeente Amsterdam35

B. 3 |

Bestemmingsplannen

Binnen de Centrale Zone Haven-Stad gelden op dit moment verschillende inpassingsplannen en bestemmingsplannen met de volgende inhoud:

Sloterdijk I

Het bestemmingsplan Sloterdijk I bevat de planologische regeling voor het bedrijventerrein Sloterdijk I Noord en Zuid. Het deelgebied Sloterdijk I Noord is onderdeel van dit bestemmingsplan. Het plan voorziet voor dit deel grotendeels in de bestemming Bedrijf, waarbinnen bedrijven tot milieucategorie 3.2 zijn toegestaan. Voor de percelen tussen de A10 en de Kabelweg geldt de bestemming Kantoor. Verder zijn voor enkele percelen in het gebied de bestemmingen Horeca – 1, Horeca – 3, Gemengd en Maatschappelijk opgenomen. Om een transformatie naar gemengd stedelijk gebied mogelijk te maken is aanpassing van het juridisch-planologisch kader nodig.

Overbrakerpolder

Het deelgebied Sportpark Transformatorweg/Amsterbaken is onderdeel van bestemmingsplan Overbrakerpolder. Het plan is voornamelijk gericht op het beheer van de bestaande situatie. Er is een gedetailleerde regeling opgesteld, om onder meer recht te doen aan de Hoofdgroenstructuur, die voor een groot deel van dit plangebied van toepassing is. Het plan heeft meerdere enkelbestemmingen, waaronder Sport, Groen, Recreatie en Maatschappelijk. Het spooremplacement Zaanstraat heeft de bestemming Verkeer – 2. Om transformatie naar gemengd wonen en werken mogelijk te maken is aanpassing van het juridisch-planologisch kader nodig.

Stadhaven Minerva

Het bestemmingsplan Stadhaven Minerva voorziet in de verkleuring van het Minervahavengebied tot een vitaal stedelijk bedrijventerrein waar ruimte is voor meer op de stad georiënteerde bedrijvigheid en creatieve kantoorfuncties. In het plan zijn de bestemmingen Bedrijf – 1 (bedrijven tot milieucategorie 3.1 en creatieve functies) en Bedrijf – 2 (bedrijven tot milieucategorie 3.1 en perifere detailhandel) opgenomen. Verder geldt voor het LPG tankstation aan de Nieuwe Hemweg de bestemming Verkeer. Inmiddels is gebleken dat de programmatische ruimte zoals opgenomen in het huidige bestemmingsplan volledig gevuld is. Om extra programma toe te staan en te voorzien in de transformatie naar gemengd stedelijk gebied is aanpassing van het juridisch-planologisch kader nodig.

36

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

Isolatorweg

Het bestemmingsplan Isolatorweg voorziet in een uitbreiding van het bestaande opstel- en rangeerterrein bij metrostation Isolatorweg tot een volwaardig emplacement met elf sporen, een wasstraat, een werkplaats voor klein onderhoud en een personeelsverblijf. Daarbij wordt voorzien in een mogelijk toekomstige uitbreiding van het emplacement aan de oostkant, voorbij de Contactweg.

Alfadriehoek

Het bestemmingsplan Alfadriehoek voorziet in bedrijvigheid en kantoren. Een deel van dit bestemmingsplan heeft de bestemming Verkeer – 3 (railverkeer en spoorwegvoorzieningen). Om transformatie naar gemengd woon-werkgebied mogelijk te maken moet het juridischplanologisch kader worden aangepast.

Spaarndammers en Zeehelden

Het plangebied van het bestemmingplan Spaarndammers en Zeehelden is gelegen in de voormalige Overbrakerbuiten en -binnenpolder. Het bestemmingsplan is voor het overgrote deel gericht op beheer van de bestaande situatie. Het volkstuinencomplex Zonnehoek en het oostelijk deel van de Hemknoop maken deel uit van dit bestemmingsplan en hebben de bestemming Recreatie – 2 respectievelijk Verkeer.

Geluidverdeelplan Westpoort

Het bestemmingsplan Geluidverdeelplan Westpoort maakt een verdeling van de geluidruimte van industrieterrein Westpoort mogelijk. Het geluidverdeelplan is opgesteld om de beschikbare geluidruimte voor Westpoort te borgen en toe te zien op een juiste verdeling. Dit geluidverdeelplan geldt voor slechts een klein deel van het plangebied, te weten een deel van Alfadriehoek.

Aanpassen geluidzone Westpoort en Hoogtij

Met het provinciaal inpassingsplan Aanpassing geluidszones Westpoort en Hoogtij zijn de geluidszones van de industrieterreinen Westpoort (Amsterdam) en Hoogtij (Zaanstad) aangepast. Met dit inpassingsplan zijn Sloterdijk Centrum en Sloterdijk I gedezoneerd en is de nieuwe grens industrieterrein vastgelegd. Dit inpassingsplan is van toepassing op het hele plangebied, aangezien dat volledig is gelegen binnen de geluidszone van Westpoort.

Gemeente Amsterdam37

B. 4 |

Checklist wet- en regelgeving

Na te vragen bij:

Relevant? Ja / Nee

Problemen / Bijzonderheden?

Wet ruimtelijke ordening: Randvoorwaarden uit vigerende Wro-plannen, Ladder voor duurzame verstedelijking

Ruimte en Duurzaamheid, Provincie

Ja

De ladder voor duurzame verstedelijking wordt bij concrete nieuwe stedelijke ontwikkeling doorlopen. Een aantal percelen in het plangebied is in particulier eigendom. Bij transformatie op deze percelen moeten afspraken gemaakt worden gemaakt over kostenverhaal aan hand van anterieure overeenkomst of exploitatieplan.

Rijks- en provinciaal (water)beleid

Rijkswaterstaat, Provincie, Waternet

Ja

In de volgende fase wordt in overleg met waterschap de wateropgave in beeld gebracht. In het kader van bestemmingsplannen/ omgevingsplannen wordt dit meegenomen door weging van het waterbelang.

Luchthavenindelingbesluit (LIB)

Ruimte en Duurzaamheid

Ja

In het plangebied wordt rekening gehouden met de maximale maatgevende toetshoogtes relevant. In geval van overschrijding van de maatgevende toetshoogte is een verklaring van geen bezwaar van ILT vereist.

Ruimtelijke Verordening Provincie Noord-Holland

Ruimte en Duurzaamheid

Ja

Het plangebied ligt in het herstructureringsgebied wind op land. Er zijn ook kleinschalige oplossingen voor duurzame energie mogelijk. Dit wordt meegenomen in de volgende fase.

Wet- en regelgeving (landelijk en provinciaal)

38

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

Omgevingsvisie NH2050 Provincie Noord-Holland

Provincie

Ja

Haven-Stad wordt genoemd in één van de vijf bewegingen van de visie, namelijk ‘metropool in ontwikkeling’. Bij twee ontwikkelprincipes wordt Haven-Stad genoemd in de kritische succesfactoren. In de volgende fase wordt hier rekening mee gehouden.

Wet Natuurbescherming

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In de volgende fase wordt indicatief onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen voor stikstofdepositie in gevoelige habitattypen.

Inschatting of plan Milieueffectrapportage (MER)-plichtig en/of richtlijn Strategische Milieubeoordeling (SMB)-plichtig zal worden

Ruimte en Duurzaam- Ja heid, Omgevingsdienst Noordzeekanaal-gebied (ODNKZ)

Voor de gebiedsontwikkeling Haven-Stad is reeds een MER opgesteld en is een m.e.r.–procedure doorlopen. Via monitoring wordt het MER actueel gehouden, zodat het kan worden gebruikt voor toekomstige ruimtelijke plannen.

Wet milieubeheer

Ruimte en Duurzaam- Ja heid, ODNKZ

In het kader van het MER is al onderzoek gedaan naar luchtkwaliteit.

Ecologische Hoofdstructuur

Ruimte en Duurzaam- Nee heid

Het plangebied maakt geen deel uit van Natura 2000 of Natuur Netwerk Nederland.

Externe veiligheid

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In het kader van het MER is hier al onderzoek naar gedaan. In de volgende fase wordt dit onderzoek waar nodig geactualiseerd.

Besluit gevoelige bestemmingen luchtkwaliteitseisen

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In de volgende fase wordt onderzocht welke impact de beoogde ontwikkeling heeft op luchtkwaliteit en in hoeverre het toevoegen van gevoelige bestemmingen nabij de A10 mogelijk is.

Wet geluidhinder

Ruimte en Duurzaam- Ja heid, ODNZK

In het kader van het MER is hier al onderzoek naar gedaan. In de volgende fase wordt nader onderzoek gedaan naar geluid. Ook wordt onderzoek gedaan naar aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat, waarbij rekening wordt gehouden met wettelijke geluidcontouren.

Gemeente Amsterdam39

Wet bodembescherming

ODNZK

Ja

In het kader van het MER is hier al onderzoek naar gedaan.

Basisnet Weg, Spoor en Water

Brandweer, ODNZK

Ja

In het kader van het MER is hier al onderzoek naar gedaan.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) Besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB) Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT)

Brandweer, ODNZK

Ja

In het kader van het MER is hier al onderzoek naar gedaan. In de volgende fase wordt dit onderzoek waar nodig geactualiseerd.

Erfgoedwet, Wet archeologische monumentenzorg, Wetgeving als gevolg van Verdrag van Valletta

Monumenten en Archeologie

Ja

Voor het plangebied is actuele informatie over cultuurhistorische en archeologische waarden beschikbaar.

Unesco verdrag werelderfgoed

Monumenten en Archeologie

Nee

In het plangebied is geen sprake van aangewezen Unesco werelderfgoed. In de volgende fase wordt wel rekening geworden de beperkingen voor hoogbouw in de bufferzone rondom de als Unesco aangewezen binnenstad.

Wet beheer rijkswaterstaatwerken

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

In het plangebied liggen rijkswegen en bijbehorende kunstwerken. Bij de verdere planuitwerking wordt hier rekening mee gehouden.

Waterwet, Grondwaterwet

Waternet

Ja

In de volgende fase wordt in overleg met waterschap de wateropgave (grond-, oppervlakte- en regenwater) in beeld gebracht. In het kader van omgevingsplannen in het plangebied wordt een weging van het waterbelang uitgevoerd.

Gemeentelijke beleidskaders Ruimte en Duurzaamheid Structuurvisie

Ruimte en Duurzaamheid

- Hoofdgroenstructuur

Ruimte en Duurzaam- Zo ja, dan heid advies TAC

40

Delen van het plangebied vallen binnen de hoofdgroenstructuur. Pas als de TAC positief advies heeft gegeven zijn ingrepen in hoofdgroenstructuur mogelijk. Bij een negatief advies van de TAC is een besluit van de gemeenteraad nodig.

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

- Hoogbouwbeleid

Ruimte en Duurzaam- Zo ja, dan Bij de planuitwerking wordt heid advies hoog- rekening gehouden met het bouw hoogbouwbeleid. Bij bebouwing hoger dan 30 meter wordt een HER verplicht gesteld en is een hoogbouwadvies nodig.

- Grootschalige reclamemasten

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In het plangebied staat een grootschalige reclamemast. Bij de planuitwerking wordt rekening gehouden met het beleid ten aanzien van grootschalige reclamemasten.

- Vestigingsbeleid bedrijven

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Het plangebied wordt voor het grootste gedeelte in de Bedrijvenstrategie 2020-2030 aangemerkt als bedrijventerrein met transformatieplannen. Er wordt rekening gehouden met het doel van de strategie in de volgende fase. Het plangebied is in Ruimte voor de Economie van Morgen aangemerkt als woon-werkwijk en is in Koers 2025 aangewezen voor transformatie. Minervahaven-Zuid is aangewezen als creatieve wijk. Sloterdijk 1 is een productieve wijk en verder zijn er stadsstraten in het plangebied. Hier wordt rekening mee gehouden in de volgende fase.

- Locatiebeleid

Ruimte en Duurzaam- Nee heid

Het plangebied omvat creatieve- en productieve wijken en er is sprake van stadsstraten (zie vestigingsbeleid). Bij verdere planuitwerking wordt hier rekening mee gehouden.

- Windvisie

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In de volgende fase wordt de opgave voor energietransitie nader uitgewerkt, waarbij ook aandacht is voor (kleinschalige) windenergie.

- Watervisie

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

De koers van de watervisie 2040 (water toegankelijk en beleefbaar maken en activeren, groei door spreiden van recreatie en toerisme) vormen het uitgangspunt voor de verdere planuitwerking.

Gemeente Amsterdam41

- Ruimtelijke reservering structuurvisie

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In het plangebied liggen diverse ruimtelijke reserveringen voor infrastructuur, zoals ongelijkvloerse kruising en aansluiting Transformatorweg, Spooruitbreiding Westtak tot Contactweg, metro emplacement Isolatorweg en tram Houthavens. Bij de verdere planvorming wordt hier rekening mee gehouden.

- Ecologische visie

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Delen van het plangebied vallen binnen de ecologische structuur. Bij de verdere planuitwerking wordt hier rekening mee gehouden.

Agenda Duurzaam Amsterdam

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In de Agenda Duurzaamheid zijn ambities benoemd voor duurzaamheid. Deze ambities vormen het uitgangspunt voor de verdere planuitwerking. In de volgende fase wordt beoordeeld welke accenten ten aanzien van duurzaamheid in het plangebied gelegd worden.

Richtlijn voor gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit Amsterdam

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Delen van het plangebied vallen binnen de contouren van de Richtlijn. Dit kan beperkingen met zich meebrengen voor het toevoegen van gevoelige bestemmingen. In de volgende fase wordt hier rekening mee gehouden.

Schaalsprong Zon Uitvoeringsprogramma 2016-2018

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Ambitie is om op grotere schaal zonne-energie te benutten. Hoe deze ambities een plek krijgen in het plangebied wordt in de volgende fase uitgezocht.

Strategie ‘Naar een stad zonder aardgas’

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Uitgangspunt is dat nieuwbouw niet meer op aardgas wordt aangesloten. Dit geldt ook voor het plangebied. In de volgende fase wordt hier nader invulling aan gegeven.

42

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

Geluidbeleid

Ruimte en Duurzaam- Ja, bij hogere heid waarden is een advies van TAVGA verplicht

Het plangebied ligt (deels) binnen de geluidszones van snelwegen, stedelijke wegen, spoor- en metrolijnen en industrieterrein Westpoort. Bij het volgende ruimtelijk besluit wordt nader akoestisch onderzoek verricht. Bij vaststelling van hogere waarden dan de voorkeursgrenswaarden is advies TAVGA nodig. Op grond van het geluidbeleid moeten woningen met een hogere geluidsbelasting een stille zijde hebben. Bij de verdere planuitwerking wordt hier rekening mee gehouden.

Visie Openbare Ruimte

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Het gebied is grotendeels aangemerkt als nieuwe stadsbuurt en er zijn potentiële stadsstraten in het gebied. De opgaven die hiervoor zijn benoemd worden meegenomen bij de verdere planuitwerking en -ontwerp.

Agenda Stadsstraten

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

De uitgangspunten voor stadsstraten worden meegenomen in de verdere planuitwerking en -ontwerp.

Rainproof

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Rainproof inrichting vormt de basis voor de verdere planuitwerking en -ontwerp. In de volgende fase worden de probleemgebieden ten aanzien van opvangcapaciteit regenwater en mogelijke maatregelen in beeld gebracht.

Agenda groen

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Doel is om groengebieden voor een breder publiek toegankelijk te maken en de verbinding tussen en binnen groengebieden aantrekkelijker te maken. Bij de verdere planuitwerking wordt hier nader invulling aan gegeven.

Bewegen in de stad

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Doel van de ‘Bewegende Stad’ is dat de stad zo wordt ingericht wordt dat de bewegen bewust en onbewust gestimuleerd wordt. Dit wordt meegenomen bij de verdere planuitwerking en -ontwerp.

Gemeente Amsterdam43

Dierenwelzijn en Agenda Dieren

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Bij de verdere planuitwerking wordt waar mogelijk rekening gehouden met het verbeteren van de leefomgeving van dieren.

Stad in Balans

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Het plangebied kan bijdragen aan het verlichten van de druk van het centrum en omgeving door het gebied aantrekkelijk te maken, de bereikbaarheid te verbeteren en openbaar toegankelijke plekken te creëren.

Voedselvisie

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In de volgende fase wordt onderzocht op welke wijze invulling kan worden gegeven aan de ambitie om gezonde voeding te stimuleren.

Vestigingsbeleid Datacenters

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

Er is een voorbereidingsbesluit genomen, maar er is (nog) geen beleid met betrekking tot datacenters. Zodra dit beleid bekend is gemaakt, wordt hier in de volgende fase rekening mee gehouden.

Uitvoeringsplan Afval

Ruimte en Duurzaam- Ja heid

In de volgende fase wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke wijze van afvalscheiding, recycling en afvalinzameling. Dit wordt meegenomen bij de verdere planuitwerking en -ontwerp.

(Gebieds)visie Waterland

Ruimte en Duurzaam- Nee heid, Waternet

Waterland ligt (ver) buiten het plangebied

Welstandsnota

Ruimte en Duurzaam- indien heid beeldkwa-liteitsplan of gebieds-gerichte

Bij de verdere planuitwerking wordt beoordeeld in hoeverre aanpassing van het welstandskader en –criteria voor (delen van) het plangebied wenselijk is.

Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen

Ruimte en Duurzaam- Ja heid, OJZ

In de volgende fase wordt aangegeven hoe aan de geldende referentienormen kan worden voldaan.

Grondprijzen/grondexploitaties/Spelregels VEF

Grond en Ontwikkeling

verplicht

Dit wordt meegenomen in de ontwikkelstrategie.

Spelregels bodemsanering

Grond en Ontwikkeling

Ja

In de volgende fase wordt informatie over bodemverontreiniging en benodigde sanering meegenomen in de financiële paragraaf.

Grond en ontwikkeling

44

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

Selectie marktpartijen

Grond en Ontwikkeling

Ja

Dit wordt meegenomen in de ontwikkelstrategie.

Programma Zelfbouw

Grond en Ontwikkeling

Ja

De opgave om meer woningen in de stad te realiseren is een belangrijk uitgangspunt voor de ontwikkeling van het plangebied. Daarbij wordt uitgezocht welke kansen liggen en voor welke doelgroepen in dit gebied gebouwd moet worden. Bij de verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met de genoemde programma’s.

Ja

Bij de verdere planuitwerking wordt hier rekening mee gehouden.

Plan Jongeren- en Studentenhuisvesting Grond en Ontwikke2019-2022 ling Actieplan Meer Middeldure Huur 20172025

Grond en Ontwikkeling, Wonen

Afwegingskader Verwervingen

Grond en Ontwikkeling

Blokhokken

Grond en Ontwikkeling

Selectiebeleid Woningbouwcorporaties

Grond en Ontwikkeling

Waternet Keur

Waternet

Ja

In de volgende fase worden in overleg met waterschap de wateropgave en -beperkingen in beeld gebracht (oppervlaktewater, waterkeringen en waterbalans), zodat hier bij verdere planuitwerking rekening mee gehouden kan worden.

Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021

Waternet

Ja

Grondwaterbeleid

Waternet

Ja

In de volgende fase wordt een wateronderzoek verricht, waarin aandacht wordt besteed aan mogelijke grondwater problemen en rainproof.

Economie Amsterdam Detailhandelsbeleid 20182022

Economie, Zo ja, dan Ruimte en Duurzaam- toets comheid missie Regionale adviescie detailhandel Noord Holland Zuid

De beoogde ontwikkeling is transformatie naar gemengd stedelijk gebied. In de volgende fase wordt nader beoordeeld welke detailhandel passend is op basis van het detailhandelsbeleid.

Gemeente Amsterdam45

Overnachtingenbeleid (onderdeel hotels)

Economie

Ja

Sloterdijk I Noord valt in de ‘nee, tenzij’-zone, in deze gebieden kan worden overwogen medewerking te verlenen aan nieuwbouw, transformatie of uitbreiding van hotels. In de volgende fase wordt nader ingegaan op de beoogde programmering.

Kantorenplan 2019-2026

Economie, Grond en Ontwikkeling

Ja

Het kantoormilieu van Minervahaven Zuid is t/m 2022 ‘stedelijk werkmilieu met hoge kantoorintensiteit’; de andere delen van het plangebied hebben geen specifiek kantoormilieu in die periode. In de periode daarna wel (t/m 2040), namelijk: ‘stedelijk werkmilieu’. Het doel van het Kantorenplan en de bijbehorende uitgangspunten wordt meegenomen bij de verdere planuitwerking.

Ruimte voor de Economie van Morgen, Huisvesting creatieve ondernemingen

Economie

Ja

Minervahaven-Zuid is volgens de Ruimte voor de Economie van morgen een creatieve wijk (zie vestigingsbeleid bedrijven). In de volgende fase worden de beoogde programmering en het type vestigingsmilieu verder uitgewerkt.

Wonen

Ja

De spelregels woningbouw voor de woningbouw programmering vormen het uitgangspunt voor de verdere planuitwerking.

Wonen Woonagenda 2025

Spelregels woningbouwprogrammering Wonen, 40-40-20 Grond en Ontwikkeling Programma Ouderenhuisvesting 20192022

Wonen

Ja

Bij de verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met de behoefte aan ouderenhuisvesting.

Programmaplan Huisvesting Kwetsbare Groepen, 2019-2022

Wonen

Ja

Bij de verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met de behoefte aan woningbouw voor kwetsbare groepen.

Samenwerkingsafspraken tussen huurderskoepels, corporaties en gemeente 2020-2023

Wonen

Ja

Bij de verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met de afspraken met corporaties.

Monumenten en Archeologie

46

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

Beleidskader toetsing ingrepen en/of herstel van Monumenten (uitwerking Erfgoedverordening)

Monumenten en Archeologie

Ja

Bij de verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit dit kader.

Erfgoedverordening (bovengronds erfgoed)

Monumenten en Archeologie

Ja

Erfgoedverordening (archeologie)

Monumenten en Archeologie

Agenda Erfgoed

Monumenten en Archeologie

Bij de verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden in het plangebied.

Verkeer en Openbare Ruimte Mobiliteitsaanpak Amsterdam

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

Belangrijk doel voor het plangebied is het optimaliseren van OV en het creëren van meer ruimte voor verblijfsgebieden en langzaam verkeer door het gebieden autoluwer in te richten. Dit is het uitgangspunt voor de verdere planuitwerking.

Nota Parkeernormen Auto

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter

Verkeer en Openbare Ruimte

In het kader van de MER is al een mobiliteitsonderzoek gedaan. Voor Haven-Stad wordt het gefaseerd invoeren van een A+ beleid voorgesteld, waarbij per woning ruimte is voor minimaal 0 en maximaal 0,2 auto’s. De fietsparkeernormen worden ontwikkeld op basis van de Nota parkeernormen fiets en vervolgens verfijnd en toegespitst op de situatie in Haven-Stad.

Beleidskader Hoofdnetten

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

In het plangebied is sprake van metro, plusnet auto en fiets en Hoofdnet OV en fiets. Dit is maatgevend voor de inrichtingsprincipes en wordt meegenomen bij de verdere planuitwerking.

Meerjarenplan Verkeersveiligheid

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

Dit wordt meegenomen bij de verdere planuitwerking en het opstellen van de inrichtingsprincipes

Gemeente Amsterdam47

Meerjarenplan Fiets

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

De ambities (comfortabel doorfietsen, gemakkelijk fietsparkeren) en acties (zoals betere doorstroming, uitbreiding fietsroutes, herkenbare routes) worden meegenomen bij de verdere planuitwerking.

Beleidskader Verlichting

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

Handboek Puccini Rood

Verkeer en Openbare Ruimte

Bij de verdere planuitwerking voor de openbare ruimte wordt hier rekening mee gehouden.

Uitvoeringsagenda Mobiliteit

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

De genoemde maatregelen (met betrekking tot doorstroming, ruimte en verbinden) worden meegenomen bij de verdere planuitwerking.

Uitvoeringsagenda Stedelijke Logistiek

Verkeer en Openbare Ruimte

Ja

Voor zover relevant worden de uitgangspunten meegenomen bij de verdere planuitwerking.

Logistiek: taxi’s, bussen, laad-en losverkeer, goederenvervoer

Centrale Verkeers-commissie

Ja

Leidraad CVC

Centrale Verkeers-commissie

Bij de planuitwerking voor de openbare ruimte wordt hier rekening mee gehouden.

Leidraad Voetgangersruimte (onderdeel van Leidraad CVC)

Centrale Verkeers-commissie Ja

In de volgende fase wordt aandacht besteed aan veiligheidsaspecten zoals bereikbaarheid, zelfredzaamheid en bluswater. In dat kader wordt overleg gevoerd met de brandweer.

Ja

De beoogde ontwikkeling leidt tot een behoefte aan onderwijsvoorzieningen. Bij de verdere planuitwerking wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel ruimte voor onderwijs noodzakelijk is, zodat in een vroeg stadium rekening gehouden kan worden met eventuele geschikte locaties. Dit omdat het gebied voor een groot deel onder de Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit valt.

Centrale Verkeerscommissie

Brandweer Regionaal risicoprofiel Amsterdam Amstelland

Brandweer

Uitvoeringsbeleid Externe Veiligheid Amsterdam

Brandweer

Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid

Brandweer

Onderwijs, Jeugd en Zorg Integraal Huisvestingsplan 2016-2020 voor primair onderwijs en voor voortgezet onderwijs

48

Onderwijs, Jeugd en Zorg

BIJLAGE | Principenota Versnelling Centrale Zone Haven-Stad

Sport en Bos Sportvisie 2025 en Sportaccommodatie- Sport en Bos plan 2015-2022

Ja

Bij de verdere planuitwerking worden de relevante speerpunten (versterken van openbare ruimte in de sportinfrastructuur, sport toegankelijk en bereikbaar maken, dubbelgebruik van voorzieningen) en maatregelen meegenomen.

Ja

Gezondheid is een speerpunt bij de ontwikkeling van Haven-Stad. Waarborgen van een gezonde leefomgeving is één van de vier ambities voor de transformatie van Haven-Stad volgens het MER. voor het plangebied. Bij de verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met genoemd beleid.

Vastgoed

Ja

Bij de verdere planuitwerking wordt hier voor zover relevant rekening mee gehouden.

Overzicht verleende (milieu)vergunningen

ODNZK, stadsdelen

Ja

In de volgende fase wordt specifiek onderzoek gedaan naar de vergunde milieuruimte van de Convenantbedrijven. Op basis daarvan wordt beoordeeld in hoeverre sprake is van een belemmering van de bedrijfsvoering en in hoeverre in het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Wabo/Omgevingsvergunning

ODNZK, stadsdeel organisatie

Ja

In de volgende fase wordt geïnventariseerd of er nog niet gerealiseerde vergunningen zijn. Verder wordt beoordeeld of overdracht van taken en bevoegdheden met betrekking tot vergunningverlening wenselijk is.

GGD Nota Volksgezondheid 2017-2020

GGD

Tabaksontmoedigingsbeleid 2016-2019 en de Notitie Op weg naar een rookvrij Amsterdam

GGD

Meerjarenprogramma Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht 2018-2021

GGD

Vastgoed Stedelijke Vastgoedstrategie, Spelregels Vastgoed, Kroonjuwelen, Omgang met leegstand en Verkoop gemeentelijk Vastgoed

ODNZK, stadsdelen

Gemeente Amsterdam49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9663829/1