CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Participatiehandreiking Amsterdam - DEF.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 16 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Afhandeling van motie 689 d.d. 07-10-2021 van de leden Van Renssen, IJmker en N.T. Bakker inzake het Beleidskader Participatie (VN2022-036116)2.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatiehandreiking

Betrek de buurt bij uw initiatieven 2022

Betrek de buurt bij uw initiatieven Heeft u een idee, plan of initiatief? Dan kan dat gevolgen hebben voor uw buren, omwonende of zelfs voor de hele buurt. Om uw idee of plan van de grond te krijgen, is het belangrijk om uw omgeving te betrekken. Hierbij geldt: ‘hoe groter en uitgebreider uw idee of plan, hoe belangrijker het wordt om de omgeving vroegtijdig en op de juiste manier te betrekken’. De gemeente denkt graag met u mee over wie u moet betrekken bij uw plan en op welke manier. Zo kunnen wij samen wonen, werken en leven in een prettige stad.

Voor wie is deze participatiehandreiking bedoeld? Deze participatiehandreiking is bedoeld voor iedereen die een idee of plan heeft dat gevolgen heeft voor de wijk of buurt. Om dit soort initiatieven te laten slagen is het belangrijk dat u personen of organisaties hierbij vroegtijdig betrekt. Dit heet participatie. Deze participatiehandreiking is geschreven om u te helpen bij dit proces. U kunt bij elk initiatief dat gevolgen heeft voor de wijk of buurt – vrijwillig – participatie organiseren. Voor sommige initiatieven gelden er echter wettelijke regels over partici­ patie. Als u een omgevingsvergunning aanvraagt voor uw initiatief, moet u volgens de wet aangeven op welke manier u participatie hebt georganiseerd. Hoe u dat doet staat ook vermeld in deze participatiehandreiking.

Wat is participatie? Bij participatie gaat het erom dat u personen of organisaties vroegtijdig betrekt bij uw initiatief. Zo bouwt u samen met de buurt aan een duurzaam plan en vergroot u de leefbaarheid van de buurt. De gemeente Amsterdam heeft verschillende niveaus van participatie vastgesteld in het Beleidskader Participatie. In deze handreiking wordt er gesproken over drie niveaus: informeren, raadplegen (het verzamelen van ideeën) en adviseren (het voorleggen van belangrijke onderwerpen).

Doel van participatie De gemeente hecht waarde aan participatie en vindt het belangrijk om u te informeren of juist te betrekken bij initiatieven die gevolgen hebben op uw leefomgeving. Dit geldt ook als u toekomstige plannen hebt. Deze kunnen ook gevolgen hebben op de leefomgeving. Het belangrijkste is dat u zich gedraagt als een goede buur en aandacht hebt voor wat u en andere prettig vinden.

Hoe pakt u participatie aan? Het kiezen van de juiste mate van participatie hangt af van uw initiatief. Hierbij geldt: ‘hoe groter en uitgebreider uw initiatief, hoe belangrijker het wordt om de omgeving vroegtijdig en op de juiste manier te betrekken’. Om u hierbij te helpen heeft de

Betrek de buurt bij uw initiatieven • Participatiehandreiking

3

gemeente Amsterdam een stappenplan ontwikkeld. Met het stappenplan kunt u voor uzelf een beeld vormen voor wat nodig is aan participatie. Hieronder volgt het stappenplan:

Stap 1: Het bepalen van gevolgen op de omgeving Uw initiatief kan gevolgen hebben op de omgeving. De gemeente Amsterdam heeft daarom vier vragen opgesteld. Geef per vraag een cijfer dat het beste past bij uw initiatief. Tel de punten bij elkaar op en ga door naar stap twee.

Stap 2: Het kiezen van de juiste vorm van participatie Er zijn drie categorieën waarin uw initiatief kan vallen. Bij elke categorie hoort een eigen vorm van participatie. Vul de vragenlijst in om achterhalen of u de omgeving enkel hoeft te informeren of juist gaat betrekken bij uw initiatief. Zo heeft u meer kans op draagvlak en minder kans op bezwaren achteraf.

Stap 3: Het delen van de resultaten met de gemeente en met de betrokkenen Bij het aanvragen van één of meerdere omgevingsvergunningen bent u onder de Omgevingswet verplicht om aan te geven op welke manier u participatie hebt georganiseerd en wat de resultaten daarvan zijn. Deze resultaten deelt u ook met de betrokkenen. De gemeente Amsterdam hecht waarde aan de wensen en belangen van haar bewoners en ondernemers, waarbij rekening wordt gehouden met de parkeerdrukte, groen en beleving. Advies van gebiedsmakelaars Als u informatie nodig heeft over uw wijk of buurt is het goed om te weten dat de gemeente Amsterdam gebiedsmakelaars heeft. Gebiedsmakelaars begrijpen wat er in de wijk of buurt gebeurt. De gebiedsmakelaars kunnen u voorzien van adviezen bij het opstellen van een participatieplan en de uitvoering daarvan, zie https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/gebiedsgericht-werken/gebiedsmakelaars/ voor meer informatie en contactpersonen.

4

Participatiehandreiking • Betrek de buurt bij uw initiatieven

Het stappenplan Stap 1: Het bepalen van de gevolgen op de omgeving De gemeente Amsterdam heeft een vragenlijst opgesteld. Na het invullen van de vragenlijst heeft u inzicht in wie en op welke manier u deze personen of organisaties moet betrekken. Deze informatie kunt u vervolgens opnemen in uw participatieplan. Bepaal de categorie Er zijn drie categorieën waarin uw initiatief kan vallen. Om te bepalen in welke categorie uw initiatief valt vragen wij u antwoord te geven op de onderstaande vier vragen. Staat uw antwoord er niet tussen maak dan een inschatting. Hieronder volgende vier vragen: Vraag 1: Wat is het type/omvang van uw initiatief? Bepaal binnen welk type (A, B of C) uw initiatief valt. De lijst met voorbeelden is niet volledig. Als uw initiatief er niet tussen staat kiest u een type dat het meest vergelijkbaar is met uw initiatief. Uw initiatief kan ook een mogelijke combinatie zijn van wonen en voorzieningen. Hierbij dient u er rekening mee te houden dat het zwaarste criterium telt.

• A) Veelvoorkomende initiatieven met beperkte gevolgen (1 punt): Bijvoorbeeld: muurdoorbraken, kozijn- en gevelwijzigingen, handelsreclame, dakterrassen, toegangs-opbouwen, balkons, dakuitbouwen, overige beperkte uiterlijke wijzigingen (veranda’s, buitentrappen, etc.), vergunning plichtige uitbouwen, woningsplitsen/ airbnb/B&B, Vervangen woonboten, kleinschalige kelders en koekoeken, kleinschalige functiewijzigingen (van bijvoorbeeld bergingen naar wonen, van detailhandel naar kantoor, van niet-woonfunctie naar woonfunctie etc.) en interne wijzigingen (brandscheidingen, splitsen, samenvoegen) • B) Initiatief met middelgrote gevolgen (2 punten): Bijvoorbeeld: Ingrijpende functiewijzigingen (sportscholen, horeca, terrassen, scholen, kinderdagverblijven etc.), toevoegen extra bouwlagen/optoppingen, grootschalige kelderbouw, nieuwe ligplaatsen, kleinschalige transformaties (meerdere maar een beperkt aantal adressen), sloop-/nieuwbouw van een hoofdgebouw met beperkte afwijkingen • C) Initiatief met grote gevolgen (3 punten): Bijvoorbeeld: Projecten/grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, grootschalige transformatie, grootschalige sloopnieuwbouw, grootschalige nieuwbouw Vraag 2: Zorgt uw initiatief voor meer verkeer of parkeerdrukte? Het kan zijn dat uw initiatief gevolgen heeft op het verkeer.

Bijvoorbeeld een toename in aantal auto’s, fietsen, scooters of parkeerdrukte in omliggende straten en buurten. •  (Bijna) niet (1 punt) •  Meer verkeer en/of parkeerdrukte (2 punten) •  Veel meer verkeer en/of parkeerdrukte (3 punten)

Betrek de buurt bij uw initiatieven • Participatiehandreiking

5

Vraag 3: Heeft uw initiatief gevolgen voor het groen? Denk aan het kappen en (her)planten van bomen, het verwijderen van groen of bijvoorbeeld het aanleggen van paden of een speeltuin. •  (Bijna) niet (1 punt) •  Gevolgen voor het groen (2 punten) •  Grote gevolgen voor het groen (3 punten) Vraag 4: Verandert uw initiatief de beleving van de wijk of buurt? Denk hierbij aan hogere bebouwing, een andere inrichting van de buitenruimte of juist meer levendigheid in de buurt (bijvoorbeeld door het bouwen van een terras). Hierdoor kan het Amsterdamse straatbeeld en/of de leefbaarheid van de buurt veranderen, vanwege bijvoorbeeld een toename van geluidsoverlast of minder bezonning. •  (Bijna) niet (1 punt) •  Verandering van de beleving van de wijk of buurt (2 punten) •  Grote veranderingen van de beleving van de wijk of buurt (3 punten) Tel het aantal punten bij elkaar op om te bepalen in welke categorie uw initiatief valt Het totaal aantal punten bepaalt in welke categorie uw initiatief valt. Houdt u er rekening mee dat als uw initiatief in strijd is met het omgevingsplan, dat uw initiatief verschuift naar een hogere categorie. Hierdoor is het mogelijk dat u een andere vorm van participatie moet organiseren en uitvoeren.

Categorie 1 Maximaal 4 punten

Categorie 2 5-8 punten

Categorie 3 9-12 punten

Beperkte gevolgen voor de fysieke leefomgeving

Middelgrote gevolgen voor de fysieke leefomgeving

Aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving

Stap 2: Het kiezen van de juiste vorm van participatie Er zijn verschillende manieren om participatie te organiseren en uit te voeren. Zo kunt u ervoor kiezen om de omgeving te informeren of juist te raadplegen. Het belangrijkste is dat u open staat voor ideeën en laat zien hoe u bent omgegaan met eventuele bezwaren en zorgen. Verschillende vormen van participatie U kiest de juiste vorm van participatie door antwoord te geven op de vier vragen in stap één. Daarmee wordt duidelijk binnen welke categorie uw initiatief valt. Hieronder is per categorie bepaald wat de gemeente Amsterdam van u verwacht bij het organiseren van participatie.

6

Participatiehandreiking • Betrek de buurt bij uw initiatieven

• Categorie 1: Betrokkenen informeren Initiatieven in categorie één hebben beperkte gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Hierbij is het vooral van belang dat u de buren en direct omwonenden informeert over initiatief en wat dit bijvoorbeeld betekent voor geluidsoverlast, groen of privacy. U kunt de omgeving informeren door gebruik te maken van een brief, mail of via infoborden bij een project. Op Verbouwen in West vindt u handige tips, tricks en voorbeelden over het informeren van de omgeving. • Categorie 2: Betrokkenen raadplegen Initiatieven in categorie twee hebben middelgrote gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Bij initiatieven die vallen in deze categorie is het van belang dat u de omgeving gaat raadplegen. Bij raadplegen gaat het om het verzamelen van reacties, ideeën, meningen van directe buren, omwonende en ondernemers in de buurt. Om de groep van betrokkenen te raadplegen is het aan te raden om een (online) enquête te versturen of een informatieavond te organiseren. De gebiedsmakelaar kan u hierbij voorzien van handige tips en adviezen. • Categorie 3: Betrokkenen laten adviseren Initiatieven die vallen in categorie drie hebben aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

Hierbij is het van belang dat u actief advies gaat inwinnen van onder andere omwonenden in de wijk, (ver)huurders, kopers, ondernemers en overige belanghebbende instanties (bijvoorbeeld omgevingsdiensten en waterschappen). U kunt het advies inwinnen door inspraakbijeenkomsten of brainstormsessies te organiseren, of een digitaal platform met inputmogelijkheden op te richten. Het is hierbij aan te raden om de gebiedsmakelaar vroegtijdig te betrekken. De gebiedsmakelaar kan u voorzien van handige tips en adviezen. Tot slot, houdt hierbij rekening dat als u afwijkt van het advies van de betrokkenen dat u dit dient te motiveren.

Stap 3: Het delen van de resultaten met de gemeente en met de betrokkenen Bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor uw initiatief bent u onder de Omgevingswet verplicht om aan te geven op welke manier u participatie hebt georganiseerd en wat de resultaten daarvan zijn. Dit legt u vast in een participatieplan. In het plan staan de volgende onderdelen: 1) een lijst van wie u heeft betrokken, 2) op welke manier en 3) in welke mate. Waarbij u laat zien op welke manier u met eventuele bezwaren en zorgen bent omgegaan. Een lijst van wie u heeft betrokken Hoe groter en uitgebreider uw initiatief is, hoe groter de groep van betrokkenen wordt. De gemeente Amsterdam verwacht van u een lijst met wie u heeft betrokken. Bekijk stap twee om te weten wie u moet betrekken.

Betrek de buurt bij uw initiatieven • Participatiehandreiking

7

De manier waarop en de mate waarin u de omgeving hebt betrokken De categorie waarin uw initiatief valt bepaalt welke middelen u kunt inzetten bij het organiseren en uitvoeren van participatie. U kunt zelf bepalen op welke manier u het gaat aanpakken (zie hiervoor stap twee). Het is vooral van belang dat u open staat om vragen te beantwoorden, laat zien hoe u met zorgen bent omgegaan en afspraken hebt gemaakt over bijvoorbeeld geluidsoverlast, privacy of groen. Lees hier meer over op de website van de gemeente Amsterdam: ‘Verbouwen? Vertel het de buren’ en ‘Verbouwen in West’. Delen van de resultaten met de gemeente en met de betrokkenen Indien u beslist om daadwerkelijk één of meerdere omgevingsvergunning aan te vragen dan deelt u de resultaten van participatie met de gemeente Amsterdam. Het is van belang om de resultaten ook te delen met de betrokkenen. Zo kunt u laten zien op welke manier u bent omgegaan met adviezen, bezwaren en zorgen. De wijze waarop u de informatie vastlegt is afhankelijk van de manier waarop u de omgeving betrekt, zolang u maar de vereisten schriftelijk vastlegt, zoals hier in de handreiking is omschreven.

8

Participatiehandreiking • Betrek de buurt bij uw initiatieven

Hoe beoordeelt de gemeente het gesprek met de omgeving? Wanneer u besluit om een omgevingsvergunning aan te vragen, weegt de gemeente Amsterdam ook de participatie mee, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van uw initiatief. De gemeente neemt een beslissing op uw aanvraag en weegt daarin, naast participatie, allerlei andere zaken af. Participatie maakt deel uit van een bredere afweging van alle belangen. Een geslaagd participatieproces geeft dus geen garantie op het krijgen van de aangevraagde vergunning. De manier waarop de gemeente een aanvraag beoordeelt en belangen afweegt staat vermeld in het ‘VTH Beleid Fysieke Leefomgeving’ van de gemeente Amsterdam. Voor de gemeente is het belangrijk om zo goed mogelijk inzicht te krijgen in de verschillende belangen die bij uw initiatief spelen en hoe u hiermee denkt om te gaan. Als u in gesprek gaat over uw initiatief, komt u erachter wat de omgeving ervan vindt. Zo kunt u op basis van input van anderen uw initiatief nog aanpassen. Hierdoor kan het zijn dat er meer draagvlak ontstaat voor uw initiatief en heeft u minder kans op klachten en bezwaren achteraf. Goede participatie helpt maar is geen garantie voor het krijgen van een omgevingsvergunning De officiële inspraakprocedures en de wettelijke mogelijkheid voor bezwaar en beroep blijven gewoon bestaan.

Maar, zoals eerder aangegeven, door het voeren van een gesprek met uw omgeving, kunt u het plan beter maken en is er meer kans op slagen. Heeft u advies nodig? Zeker bij grote initiatieven is het verstandig om vroegtijdig contact op te nemen met de gemeente. Bij de gebiedsmakelaars kunt u terecht met al uw vragen over participatie en het betrekken van de omgeving. Maar ook bij kleinere initiatieven kan de gemeente u helpen. Zie hiervoor https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/gebiedsgerichtwerken/gebiedsmakelaars/ Uiteindelijk gaat het erom dat u als initiatiefnemer met de omgeving en de gemeente het gesprek voert en elkaar uitlegt waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.

Betrek de buurt bij uw initiatieven • Participatiehandreiking

9

Handige tips, tricks en voorbeelden Om u op weg te helpen volgen hieronder handige tips, tricks en voorbeelden bij het organiseren en uitvoeren van participatie. • Goede voorbereiding: maak gebruik van begrijpelijke taal met beeldmateriaal, verplaats u in de groep van betrokkenen en lees u in over wat er speelt in de omgeving. • Gaat u bouwen of verbouwen? Houd hierbij rekening dat u mogelijk een of meerdere bouwborden moet plaatsen wanneer u bouwwerkzaamheden uitvoert. U vindt hier meer informatie over op ‘Verbouwen? Vertel het de buren’ en ‘Verbouwen in West’. • Communiceer met betrokkenen: Vergeet niet om voor de start na te gaan of u toestemming nodig heeft van uw VvE en informeer uw buren op tijd om onnodige spanningen te voorkomen. Maak hierbij inzichtelijk hoe en op welke moment uw buren worden betrokken. • Duidelijke kaders: maak hierbij duidelijk wat het doel is van uw initiatief, laat weten wat er wordt verwacht van de betrokkenen en blijf open staan voor vragen en neem zoveel mogelijk zorgen weg. Maak duidelijk over welke onderdelen in welke mate (informeren of meedenken) kan worden geparticipeerd. • Sta open voor verandering: Stem u manier van communiceren af op de betrok­ kenen, biedt de betrokkenen de ruimte om ideeën voor te stellen en deel deze informatie met de gemeente.

Want samen maken wij de stad aantrekkelijker! • Verslaglegging: Maak duidelijke verslaglegging en leg dit vast in een participatie­ plan. Dit kunt u bij de stukken voegen tijdens uw aanvraag. Deel deze verslaglegging ook met de betrokkenen. • Betrek in alle stappen het gebiedsgericht werken: In elk stadsdeel zijn gebieds­ teams en gebiedspools. Deze teams werken in buurten en wijken van Amsterdam. Gebiedsmakelaars signaleren wat er in een wijk/buurt gebeurt en agenderen dit binnen de gemeenten met een mogelijke route via de integrale adviestafel. De gebiedsmakelaars zijn daarmee de ogen en oren op straat.

10

Participatiehandreiking • Betrek de buurt bij uw initiatieven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12007799/1