CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Overige adviezen Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026.docx

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026 (VN2026-006976)1.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OVERIGE ADVIEZEN BELEIDSKADER KUNST IN DE OPENBARE RUIMTE 2026

Het Concept-Beleidskader Kunst in de Openbare Ruimte 2026 is – naast de adviesronde langs de stadsdelen en stadsgebied Weesp – ook aan een aantal betrokken partijen voor advies verstrekt: de deelnemers aan de sessie over kunst in de openbare ruimte op 25 november 2025, het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) en het Stadscuratorium Amsterdam (SCA). Ook is vanuit de directie Verkeer en Openbare Ruimte (verantwoordelijk voor beheer van de kunstwerken in de openbare ruimte) advies gegeven. De binnengekomen adviezen worden hieronder (samengevat) weergegeven, voorzien van een reactie van het college. Stadscuratorium Amsterdam Het Stadscuratorium (SCA) ziet in het beleidskader veel van de eerder gegeven adviezen terug. Het spreekt zijn waardering uit voor het onderscheid dat wordt gemaakt tussen kunstwerken en herdenkingsmonumenten. SCA benadrukt dat bij het uitgangspunt om onderbelichte verhalen te vertellen ook juist gesproken kan worden over het verbeelden van verhalen. In de ogen van het SCA zou voor de thematiek die nu uitgaat van gebeurtenissen of personen, ook de ecologische en niet-menselijke aspecten van een plek, de ruimtelijke ervaring van een locatie of de sociale en toekomstige betekenis van een gebied als vertrekpunt kunnen worden genomen. SCA is verheugd dat de nulmeting expliciet is opgenomen in het beleidskader.

Bij de uitvoering adviseert het SCA niet alleen te kijken naar wat wordt verbeeld, maar ook naar door wie het is gemaakt en wie bij de opdracht betrokken zijn geweest. Bij de inzet op nieuwe bemiddelaars pleit het SCA ervoor de kring van mogelijke bemiddelaars ruim te definiëren. Naast de genoemde instellingen zou gebruik kunnen worden gemaakt van onafhankelijke curatoren en lokaal gewortelde initiatieven met relevante kennis van gemeenschappen. Wat betreft participatie pleit SCA ervoor om bij langdurige en intensieve trajecten een vergoeding aan deelnemende bewoners te verlenen, om hiermee de drempel te verlagen voor mensen die minder tijd of financiële ruimte hebben. Het SCA steunt de keuze om bij omstreden monumenten meerdere handelingsopties open te houden. Verder vraag het SCA om goede borging van de ambities van het beleidskader in het financiële en organisatorische kader. Reactie college Het college is blij dat het SCA veel van zijn adviezen in het beleidskader herkent en dankt het SCA voor zijn rol hierin. Bij het uitgangspunt van het college dat vooral voorrang wordt gegeven aan de verhalen van tot nu toe onderbelichte of niet vertegenwoordigde gemeenschappen, gaat het bij kunst in de openbare ruimte niet letterlijk om het vertellen, maar juist bij uitstek om het verbeelden van die verhalen.

De suggestie om bij opdrachtverlening ook ecologische en niet-menselijke aspecten van een plek, de ruimtelijke ervaring van een locatie of de sociale en toekomstige betekenis van een gebied mee te kunnen geven, is niet uitgesloten. Maar het college geeft bij toevoeging van nieuwe kunst in de openbare ruimte voorrang aan de verhalen van tot nu toe onderbelichte of nog niet vertegenwoordigde gemeenschappen. En bij maatschappelijke initiatieven draagt een 1

herdenkingsmonument bij voorkeur bij aan het vertellen van onderbelichte verhalen in de openbare ruimte, zoals van migratiegeschiedenis, de LHBTIQ+ gemeenschap en vrouwen. Bij het verder invullen van de nulmeting naar representatie van gemeenschappen in de huidige collectie, zal niet alleen naar de verbeelding in de kunstwerken worden gekeken, maar ook naar de makers. Wat betreft het zoeken naar verbreding van de groep bemiddelaars: in het beleidskader staat benoemd dat naast het inschakelen van lokaal gewortelde beeldende kunstinstellingen, ook geput kan worden uit netwerken van curatoren zonder ervaring met opdrachten van kunst in de openbare ruimte. Denk daarbij aan (voormalige) cultuurverkenners van het AFK en (oud) deelnemers aan het Curatorial Programme van De Appel. Ook onafhankelijke curatoren zonder ervaring in kunst in de openbare ruimte rekenen we tot de potentiële nieuwe bemiddelaars. Bij lange en intensieve participatietrajecten behoort een vergoeding aan deelnemers al tot de mogelijkheden. Leden van een adviescommissie kunnen een vergoeding ontvangen. Het college is geen voorstander van het uitbetalen van een vergoeding aan incidentele deelnemers aan een participatietraject.

Marieke Bolhuis Kunstenaar Marieke Bolhuis (deelnemer aan de sessie op 25 november 2025) is van mening dat niet alleen jonge kunstenaar een kans gegeven moeten worden om ervaring op te doen, maar dat hier geen leeftijd aan moet worden verbonden en dat er daarom beter gesproken kan worden van kunstenaars met weinig ervaring en bij voorkeur oudere vrouwen. Reactie college Het pleidooi om niet alleen jonge kunstenaars door middel van een pilot een kans te geven ervaring op te doen met kunst in de openbare ruimte, maar ook oudere kunstenaars zonder ervaring in deze discipline en dan vooral vrouwen, wil het college deels steunen. Het doel is meer vernieuwing in het bestand van kunstenaars te krijgen die weten hoe ze kunst in de openbare ruimte moeten maken. Niet alleen jonge, maar ook kunstenaars die al langer een kunstpraktijk hebben kunnen hieraan bijdragen. De pilot zal dus worden opengesteld voor kunstenaars zonder ervaring met kunstopdrachten in de openbare ruimte, maar wel met de nadruk op jonge kunstenaars. De nadruk op (oudere) vrouwen volgt het college niet. Het college kijkt breder. In het beleidskader heeft het college al opgenomen dat het actief inzet op instroom van nieuwe kunstenaars met een diverse achtergrond om bij te dragen aan een meer diverse en meerstemmige opdrachtpraktijk.

CBK Zuidoost, Framer Framed, NDSM-werf De vertegenwoordigers van CBK Zuidoost, Framer Framed en NDSM-werf (presentatieinstellingen op het gebied van beeldende kunst) die deelnamen aan de sessie op 25 november 2025) hebben lof voor de inhoudelijke uitgangspunten over meer diversiteit en representatie in de buitenruimte via kunst in de openbare ruimte. Bij het inzetten van nieuwe bemiddelaars pleiten zij ervoor instellingen met een zeker trackrecord op dit gebied in te schakelen. Zij doen ook de suggestie om een uitvoeringsstructuur op te zetten met een lokale invulling gekoppeld aan stadsdelen: niet de gemeente maar beeldende kunstinstellingen met kennis van een gebied krijgen dan de uitvoeringstaak per stadsdeel toebedeeld.

2

De drie instellingen vinden ook de inzet op jonge kunstenaars zonder ervaring te beperkt. Zij pleiten voor een breed scala aan kunstenaars, waaronder mid-career en ‘gearriveerde’ kunstenaars. De drie organisaties vragen daarnaast aandacht voor de financiering van kunst in de openbare ruimte, waaronder de Percentageregeling. Zij constateren dat deze regeling niet goed bekend is bij gebiedsontwikkelaars of niet actief wordt uitgevoerd. Reactie college De verantwoordelijkheid voor opdrachten voor kunst in de openbare ruimte is een formele verantwoordelijkheid van de stadsdelen (of dienst G&O voor ontwikkelgebieden). Het college kan geen uitvoeringsstructuur opzetten waar deze verantwoordelijkheid bij beeldende kunstinstellingen komt te liggen. Zoals in het beleidskader al geopperd, wil het college wel dat er vaker gebruik wordt gemaakt van de kennis en ervaring van de beeldende kunstinstellingen in de stadsdelen en is het idee om hen vaker als bemiddelaar in te zetten. Aan het pleidooi voor een bredere inzet dan alleen op jonge kunstenaars bij de pilot geven we gehoor. Zoals hierboven gemeld zal de werving zich in de breedte richten op kunstenaars zonder ervaring met kunstopdrachten in de openbare ruimte, maar wel met de nadruk op jonge kunstenaars. Het college zal toezicht (blijven) houden op juiste uitvoering van de Percentageregeling Kunst in de Openbare Ruimte.

AFK Het Amsterdam Fonds voor de Kunst (AFK) is positief over het meer betrekken van organisaties in het veld bij begeleiding van kunstprojecten. Het AFK ziet graag genoemd dat het als financier een belangrijk instrument in het verwezenlijken van de ambities is en wijst op het nieuwe onderdeel in de projectregeling, waarbij nu ook budget voor de ontwikkeling van beeldende kunstprojecten in de openbare ruimte. Reactie college Het AFK speelt inderdaad een belangrijke rol in de financiering van kunstprojecten in de openbare ruimte van Amsterdam. Omdat er geen veranderingen in de financieringsstructuur worden voorgesteld, is er geen melding van de rol en de financieringsmogelijkheden van het AFK in het beleidskader gemaakt. Waar de uitvoering van het beleidskader gevolgen heeft voor het AFK, zal het college overleg voeren met het fonds. Directie Verkeer en Openbare Ruimte De directie V&OR, Stedelijk Beheer vraagt in het kader van het beleidskader aandacht voor de volgende zaken: Bij realisatie van nieuwe kunstwerken moet duidelijk zijn of er beheerbudget vanuit het kunstproject wordt aangeleverd of dat het beheer uit het reguliere beheerbudget van V&OR moet worden betaald. In het kader van circulariteit en duurzaamheid zou het goed zijn aandacht te hebben voor het herplaatsen van kunstwerken die (tijdelijk) uit de openbare ruimte zijn verwijderd en opgeslagen.

Dit als alternatief voor de realisatie van nieuwe kunstwerken. Reactie college 3

Bij de realisatie van nieuwe kunstwerken wordt een proces doorlopen waarbij de toekomstige beheerders meekijken met de beheeraspecten van een kunstontwerp (het beheeracceptatieproces of BAP). Daarbij is ook aandacht voor de (toekomstige) kosten voor beheer. Wanneer een kunstwerk – mede door instemming van het Stadscuratorium – als toevoeging aan de collectie wordt aangemerkt, dient voor beheer in het reguliere beheerbudget te worden voorzien. Dit is de gangbare praktijk en hoeft daarom niet in het beleidskader te worden opgenomen. De wens om in het kader van circulatie en duurzaamheid opgeslagen kunstwerken opnieuw in de openbare ruimte te plaatsen is al praktijk. Het is doel om kunstwerken die (tijdelijk) weggehaald worden zo spoedig mogelijk te herplaatsen op de oude of een nieuwe locatie. Een beperkt aantal blijkt moeilijk herplaatsbaar, bijvoorbeeld in verband met de kwetsbaarheid of grootte van het kunstwerk. Van de opgeslagen kunstwerken is een lijst, waar op korte termijn meer ruchtbaarheid aan zal worden gegeven (onder andere door publicatie op een website) om de kans op herplaatsing te vergroten.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041367/1