CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota van beantwoording inspraak en adviezen op concept VTH Beleid FLO 2024 - Geanonimiseerd.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 7 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het vastgestelde VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 (VN2024-000023)12.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 Versie definitief d.d. 01-11-2023 Inleiding Voor de uitvoering van de VTH-taken in het ruimtelijk domein geldt binnen Amsterdam het Handhavingsbeleid Wabo en het Vergunningenbeleid Wabo. De komst van de Omgevingswet en de daarin opgenomen Wet kwaliteitsborging noodzaakt tot herziening van deze beleidsdocumenten. Dit proces is gestart in het vierde kwartaal van 2020. Uitgangspunt was om een integraal VTH-beleidsdocument voor de fysieke leefomgeving (FLO) op te stellen, waarin alle samenhangende VTH-taken op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn gebundeld. Naast de VTH-taken op basis van de Omgevingswet zijn ook de VTH-taken op het gebied van (o.a.): Horeca en Evenementen (APV, Alcoholwet en Wok), Woningen (Huisvestingsregelgeving) en Woonboten (Vob) meegenomen.

Advies en inspraak Het college heeft op 14 februari 2023 ingestemd met het concept-beleidsdocument. Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 dient formeel advies te worden ingewonnen bij het dagelijks bestuur van de stadsdelen en bij de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp. Op grond van de Algemene Inspraakverordening dient het beleidsdocument te worden vrijgegeven voor inspraak voor ingezetenen van Amsterdam en andere belanghebbenden. De termijn voor advies en inspraak bedraagt zes weken na verzending van het adviesverzoek aan de stadsdelen c.q. publicatie van de inspraakmogelijkheid. De inspraaktermijn liep tot en met 9 april 2023; de adviestermijn liep tot en met 16 april 2023.

Kort inhoudelijk Het (concept) VTH-Beleid FLO 2024 geeft concrete invulling aan de wijze waarop Amsterdam als bevoegd gezag de VTH-taken voor de fysieke leefomgeving uitvoert. Het is een opgavegericht beleidsdocument, waarin per VTHopgave is omschreven wat de opgave inhoudt, wat de prioriteit is, de risico’s zijn en wat de beleidsactiviteiten (strategieën) zijn om uitvoering te geven aan de opgave. In het beleid genoemde beleidsactiviteiten zijn bijvoorbeeld de toetsingsmethode voor aanvragen om vergunningen onder de Omgevingswet, het tweedelijnstoezicht onder de Wet kwaliteitsborging, de omschakeling naar risicogestuurd horecatoezicht et cetera. De opgaven zijn verdeeld in ‘basisopgaven’ waarbij de BOB het initiatief neemt (zoals bij een vergunningsaanvraag) en ‘dynamische opgaven’ waarbij de gemeente het initiatief neemt (zoals bij een project om de gebouwkwaliteit van panden te verbeteren). Bij de opgaven zijn meetbare doelen gesteld, waaraan activiteiten/ strategieën zijn verbonden om deze doelen ook daadwerkelijk te behalen. Deze meetbaarheid was ook een uitdrukkelijk wens van de provincie Noord-Holland als interbestuurlijk toezichthouder op de gemeente.

Belangrijkste aandachtspunten n.a.v. advisering/ inspraak De belangrijkste aandachtspunten uit de advies- en inspraakronde luiden als volgt.

Het beleid bestaat uit zeven delen waarvan vijf inhoudelijke delen, een deel bijlagen en een deel kengetallen. Naast de opgavegerichte kern (deel 4) is er plaats voor een Voorwoord/ samenvatting (deel 1), Kennismaking met de beleidscyclus (deel 2), Algemene strategieën (deel 3) en Handhaving (deel 5). De wijze waarop met de diverse nieuwe juridische instrumenten onder de Omgevingswet wordt omgegaan is in deel 3 opgenomen. Hierin is bijvoorbeeld ook de strategie externe kwaliteitsborging (Wkb) beschreven. Totstandkoming concept beleidsstuk Gestart is met het breed ophalen van input voor het VTH-beleid. Bij een diverse groep medewerkers van stadsdelen, directies, ketenpartners en Omgevingsdienst is in meerdere werksessies input opgehaald. Kerndelen zoals missie/ visie, uitgangspunten en prioritering zijn separaat voor input voorgelegd aan stadsdeelmanagement en stadsdeelbestuurders. Doel was om de bestuurlijke input reeds in een vroeg stadium informeel op te halen en niet pas bij de formele adviesronde, zodat dit al in de conceptversie van het nieuwe beleid verwerkt kon worden. De betrokken portefeuillehouders van de stadsdeelbesturen/ stadsgebied Weesp hebben ingestemd met het verder in procedure brengen van het concept-beleidsdocument.

•

•

•

•

Zorg voor goede communicatie en begrijpelijke taal. Het betreft een grootschalige beleidswijziging, mede vanwege de komst van de Omgevingswet/ Wkb. De Amsterdammer/ Weesper dient zorgvuldig te worden geïnformeerd over inhoud en effect. Advies is helder en toegankelijk hierover te communiceren richting alle betrokkenen. Reactie: Dit advies nemen wij over. In de implementatiefase van het VTH-Beleid wordt een informatie- en communicatietraject opgestart om alle betrokkenen tijdig, zorgvuldig en begrijpelijk te informeren. Waarborg dat er voldoende capaciteit beschikbaar is voor uitvoering van alle ambities en strategieën zoals opgenomen in het beleid. Reactie: De formele VTH-capaciteit waarmee jaarlijks uitvoering wordt gegeven aan de activiteiten/ strategieën uit het VTH-beleid wordt jaarlijks geprogrammeerd in een VTH-Uitvoeringsprogramma. Dit is een separaat document dat op een later moment aan het college ter besluitvorming wordt aangeboden. Bij het opstellen van de beleidsactiviteiten/ -strategieën en de geformuleerde beleidsambities is op hoofdlijnen wel meegenomen of deze binnen de beschikbare capaciteit uitvoerbaar zijn. De achterliggende methodiek voor de risico analyse en daaruit voortvloeiende prioritering van de VTHopgaven zijn niet voldoende duidelijk. Maak dit meer inzichtelijk. Reactie: De methodiek wordt nader verduidelijkt in het stuk.

Daarnaast worden de risicoscore-resultaten als bijlage toevoegen aan het beleid, om inzicht te geven aan de totstandkoming van de in de tabellen genoemde scores en daaruit voortvloeiende prioritering. Beschrijf de samenhang met ander Amsterdams beleid. In het beleid zou duidelijk gemaakt moeten worden hoe dit zich verhoudt tot andere beleidskaders. Reactie: In het VTH-Beleid wordt nader uitgewerkt op welke wijze het VTH-Beleid FLO 2024 zich verhoudt tot de overige stedelijke VTH-Beleidsdocumenten c.q. uitvoeringsplannen (zoals het Actieplan Handhaving Openbare Ruimte). Het onderdeel ‘samenwerking’ zal in dat kader worden verduidelijkt en in de inleidende hoofdstukken zal hierover ook een passage worden opgenomen.

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 1 van 15

Inspraakreacties

Nr.

Naam

Zienswijze

Reactie voor NvB

N.1

Bomenbescherming Amsterdam

Op 13 april 2021 kwam het college met antwoorden op raadvragen over het toenmalige beleid rondom illegale bomenkap (bijlage). Eén van de antwoorden over handhavingsstrategie was (citaat): "In de herziening van het uitvoeringsbeleid van de VTH-taken voor 2022 wordt daarom de prioritering van toezicht en de handhavingsstrategie van bomenkap heroverwogen. Daarbij wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn voor het (anders) sanctioneren bij de bestuursrechtelijke handhaving van illegale kap."

Deze zienswijze nemen wij over. In de beantwoording van de raadsvragen is opgemerkt dat in het huidige Handhavingsbeleid Wabo toezicht op bomenkap reactief plaatsvindt. Oftewel naar aanleiding van handhavingsmeldingen en andere signalen. Hierbij is vermeld dat in de herziening van het uitvoeringsbeleid van de VTH-taken de prioritering en de handhavingsstrategie van bomenkap wordt heroverwogen. Daarbij wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn voor het (anders) sanctioneren bij de bestuursrechtelijke handhaving van illegale kap.

Afgezien van het feit dat er in het concept rapport VTH-Beleid 2023 met geen woord over illegale bomenkap wordt gerept blijkt ook nergens uit dat bestuursrechtelijke handhaving (een boete dus) (opnieuw) is overwogen. Wij vinden dit opmerkelijk, daar hiermee de situatie blijft bestaan dat illegale kap goedkoper blijft dan het aanvragen van een vergunning. En waarom wel de bestuursrechter voor overtreding van een parkeervergunning en niet een kapvergunning wordt ingeschakeld vinden wij des te opmerkelijker. Uit het rapport blijkt ook niet in hoeverre de OD NZKG zich gehouden voelt aan Amsterdamse afspraken. Wij denken dat "uitvoeringsaccenten" moeten worden vermeden, tenzij de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomsten met deze dienst ook jaarlijks (voor inspraak) worden gepubliceerd op de Bekendmakingen. Wij zijn de afgelopen jaren regelmatig aangelopen tegen dit soort 'accenten', o.a. rondom de (niet-)openbaarheid van kapvergunningsaanvragen en de (on-)mogelijkheid daar een standpunt over in te dienen.

N.2

Bomenbescherming Amsterdam

N.3

Bomenbescherming Amsterdam

De herplantplicht uit de Amsterdams Bomenverordening bij illegale kap is -volgens een rechtelijke uitspraak- niet van toepassing. Gaat VTH dit incorporeren in het handhavingsbeleid, bijvoorbeeld via de inspecteur Bouw- en Woningtoezicht?

N.4

Bomenbescherming Amsterdam

Om omwonenden (belanghebbenden) goed te informeren (en bezwaar over de herplant mogelijk te maken) lijkt het ons helpend om op Toezicht en Handhaving een pagina in te richten over (vastgestelde) illegale kap zodat naleving van de herplant makkelijker te controleren is (vier ogen principe) en informatie kan worden gegeven.

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording Verwerkt in beleid

In het VTH-Beleid FLO 2024 is de prioritering en toezichtstrategie conform deze beantwoording aangepast. De toezichtstrategie is gewijzigd en uitgebreid. Naast reactief toezicht vindt administratief toezicht op de herplantplicht en risicogericht toezicht op illegale kap plaats. In het concept VTH-Beleid is per abuis niet de specifieke ‘dynamische opgave’ toezicht op illegale kap opgenomen. Deze dynamische opgave wordt opgenomen in de definitieve versie van het beleid. Hierbij wordt ingegaan op de bestuursrechtelijke handhaving/ sanctionering waarmee herplant van illegaal gekapte houtopstand kan worden afgedwongen.

Het VTH-beleid geldt ook voor VTH-taken FLO die in de grootstedelijke gebieden aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn gemandateerd en voor de plustaken die de Omgevingsdienst namens Amsterdam uitvoert. Hiervoor geldt dat de Omgevingsdienst in overleg met Amsterdam voor de uitvoering van deze taken uitvoeringsaccenten kan aanbrengen. Bijvoorbeeld in het belang van de regionale uniformiteit of vanuit bedrijfsmatige overwegingen. Deze accenten passen binnen de kaders van dit beleid. Hierbij merken wij op dat de bekendmakingen van aanvragen/ vergunningen en de rechtsbeschermingsmogelijkheden daartegen rechtstreeks uit de landelijke regelgeving voortvloeien, waar alle overheidsdiensten zich zonder meer en volledig aan moeten houden. Bij de implementatie van het beleid wordt ook de Omgevingsdienst als ketenpartner betrokken.

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Deze zienswijze nemen wij over en verwerken wij in het beleid. De rechtbank Amsterdam heeft in de meegezonden uitspraak overwogen dat de Bomenverordening 2014 en het beleid ten aanzien van het herplanten van bomen zien op de situatie dat er een vergunning is verleend voor het kappen. Niet op het illegaal (zonder vergunning) kappen van bomen. Dit doet niets af aan het gegeven dat het illegaal kappen van bomen is verboden op grond van de Bomenverordening. Dit betreft een overtreding waartegen wij met bestuursrechtelijk herstelmaatregelen kunnen optreden. Dit houdt in dat het opleggen van een last om de geconstateerde overtreding op te heffen en herplant af te dwingen onder dreiging van verbeurte van een dwangsom tot de mogelijkheden behoort. Dit nemen wij op in de ‘dynamische opgave’ toezicht op illegale kap. Het toezicht op naleving van de herplantplicht behoort tot de taken en bevoegdheden van de overheid. Om deze toezichthoudende taak meer doeltreffend en effectief uit te voeren nemen wij in het VTH-Beleid (o.a.) als aanvullende strategie het administratief toezicht op de herplantplicht op, waarbij als voorwaarde aan de vergunning wordt verbonden dat de vergunninghouder een foto indient van de herplante boom. Daarnaast kunnen omwonenden een signaal afgeven aan de gemeente indien deze een vermoeden hebben van illegale kap.

Over de afhandeling van het signaal worden de indiener geïnformeerd. Voor een meer actieve rol van omwonenden bij het uitoefenen van de bestuursrechtelijke toezichtstaken zien wij geen reden.

Verwerkt in beleid

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 2 van 15

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nr.

Naam

Zienswijze

Reactie voor NvB

N. 5

Bomenbescherming Amsterdam

Wij nemen dit signaal ter harte en geven dit door aan de internetredactie van de gemeentelijke website.

N. 6

Privé-persoon

Privé-persoon

Wij onderschrijven het uitgangspunt dat het proces m.b.t. de afhandeling van vergunningsaanvragen op een stedelijk uniforme wijze moet worden afgehandeld. De uitkomst kan uiteraard per aanvraag verschillend zijn, in verband met de op de specifieke locatie geldende regelgeving waaraan de aanvraag moet worden getoetst. Ten aanzien van de opmerking inzake het behoud van groen merken wij op dat wij hier groot belang aan toekennen. De belangen brengen wij tot uitdrukking in het VTH-Beleid, specifiek in het hoofdstuk De Leefbare Stad. In het VTH-Beleid wordt gestart met de algemene beginselen en uitgangspunten die Amsterdam hanteert bij de uitoefening van zijn VTH-bevoegdheden. In ‘Deel 2 – Kennismaking’ wordt inzicht geboden in deze uitgangspunten, algemene doelen en gewenste effecten. In de latere delen wordt dit nader geconcretiseerd. In deel 4 – Aan de slag met de opgaven’ wordt per VTH-taak een concreet en meetbaar doel gesteld, met daarbij de activiteiten (strategieën en werkwijzen) die wij uitvoeren om dit gestelde doel te bereiken. Deze meetbaarheid is ook een expliciete wens van de provincie Noord-Holland. Naar ons oordeel biedt de geschetste opzet en inhoud van het beleid daarmee voldoende concrete keuzes.

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

N. 7

Op MORA Amsterdam staat informatie over meldingen 'openbare ruimte'. Dat hier ook meldingen 'particuliere ruimte' kunnen worden gedaan (de Bomenverordening geldt immers ook op particulier terrein) blijkt niet eenduidig uit de tekst. Ook komt (illegale) bomenkap niet in het op de site als voorbeeld genoemde rijtje te melden zaken voor. Wij pleiten ervoor dit aan te passen om daarmee de effectiviteit van het vier ogen principe te vergroten. Vergunningen zijn alleen zinvol als ze eenduidig worden toegepast over de hele stad. Dus niet per stadsdeel verschillend. Hoeveelheid groen per inwoner moet blijven: groei van stad = groei van groen!! Groen kost geld: kan geen woningbouw plaatsvinden maar is ook primaire preventie op leefbaarheid en welzijn van de Amsterdammer; bijvoorbeeld: Marineterrein: maak er park van en geen woning. Het plan is veelomvattend, maar algemeen van aard. Er worden geen onderbouwde keuzes gemaakt, laat staan uitgelegd. Men kan het er haast niet, niet mee eens zijn.

N. 8

Privé-persoon

Het beleid leidt tot willekeur in de aanpak. In het stuk is opgenomen: “We pakken problemen aan waar bewoners, ondernemers en bezoekers het meeste last of profijt van hebben”. Dit leidt tot willekeur; met elke 4 jaar een nieuwe coalitie is de rechtsongelijkheid ver te zoeken.

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording en verwerkt in beleid

N. 9

Privé-persoon

Amsterdam wijkt af van de standaard Landelijke Handhavingsstrategie (LHSO). De reden hiervoor is dat Amsterdam in de regel enkel bestuursrechtelijk optreedt. Waarom Amsterdam meent af te wijken van een eenduidige strategie wordt niet onderbouwd. Zo leer je ook niet van andere gemeenten.

Op basis van deze zienswijze passen wij de aangehaalde zin aan in het beleid. Met de zin is gepoogd om onze risicogestuurde aanpak weer te geven, maar de formulering ervan is niet voldoende helder. Wij passen de zin aan naar ‘we pakken problemen aan waar bewoners, ondernemers en bezoekers het meest last van hebben’. Ten aanzien van de zienswijze dat het beleid tot willekeur leidt merken wij het volgende op. Bij het opstellen van het VTH-Beleid is geanalyseerd welke problemen in de fysieke leefomgeving momenteel spelen. De problemen en de aanpak daarvan zijn neergelegd in het beleid. Het VTH-Beleid wordt bekendgemaakt en geldt als beleidsdocument voor alle Amsterdammers. Van willekeur of rechtsongelijkheid is daarmee geen sprake. Daarnaast wordt het beleid jaarlijks geëvalueerd volgens de ‘Big 8-cyclus’. Dit waarborgt dat veranderende omstandigheden en een eventueel nieuw opkomende problematiek worden meegewogen en kunnen leiden tot bijstelling van het beleid. Door deze systematiek is willekeur vanuit een steeds wisselende coalitie naar ons oordeel niet aan de orde. Amsterdam past de LHSO toe sinds deze in 2017 in het Handhavingsbeleid Wabo 2e helft 2017-2018 is opgenomen. De afgelopen jaren zijn een aantal zaken naar voren gekomen: • In de regel treedt Amsterdam alleen bestuursrechtelijk op, met uitzondering van monumenten. • In de LHSO ontbreekt een prioriteitstelling.

• In de LHSO) ontbreekt de mogelijkheid tot wraking. De LHSO is een algemene strategie voor overtredingen. Om bovenstaande redenen is de Amsterdamse toepassing van de LHSO in het VTH-Beleid FLO verder geconcretiseerd: • • • •

De inschaling in de interventiematrix is conform de LHSO. Er is een prioriteitstelling toegevoegd. Deze was al opgenomen in de ‘Beleidsregels bijstelling 2021 van het Handhavingsbeleid Wabo 2e helft 2017-2018’. De wijze van kiezen van de interventie is vastgelegd zoals die in de praktijk al sinds 2017 op basis van de LHSO wordt toegepast, inclusief wraking. Voor monumenten is een aparte strafrechtelijke aanpak opgenomen (bijlage 4).

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 3 van 15

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording en verwerkt in beleid

Nr.

Naam

Zienswijze

Reactie voor NvB

N. 10

Privé-persoon

Het bepalen van prioriteiten (laag, midden en hoog), meetbare doelen en het uitvoeren van activiteiten wil de gemeente informatiegestuurd doen met onder meer 'effectscores'. Hieraan ligt echter geen kwantitatieve onderbouwing (noch van aantallen, noch van capaciteiten) ten grondslag. Hoe de gemeente is gekomen tot ‘effectscores’ en prioritering blijkt nergens uit. Daarmee is het eigenlijk onbegonnen werk om een serieuze zienswijze op te stellen. Er is geen relatie gelegd met haalbaarheid, betaalbaarheid en effectiviteit.

Op pagina 22 van het VTH-Beleid is onder het kopje ‘Risicoanalyse en prioritering’ uiteengezet hoe de prioriteiten worden bepaald. Hiervoor is als eerste een risicoanalyse uitgevoerd. Per opgave hebben wij bepaald wat de effecten zijn als we de opgave niet of niet goed oppakken. Deze effectscore is afgezet tegen de omvang van de specifieke opgave. Een hoge effectscore in combinatie met een grote omvang leidt daarbij tot een hoge(re) prioriteit. De ‘scores’ per negatief effect en omvang zijn bepaald via sessies met diverse stakeholders en inhoudelijk deskundigen. De resultaten hiervan en de prioritering staan per opgave vermeld in de ‘opgaventabellen’ zoals neergelegd in deel 4 van het VTH-Beleid. Bij het stellen van de doelen en strategieën die in deze tabellen zijn opgenomen is haalbaarheid, betaalbaarheid en effectiviteit het uitgangspunt.

N. 11

Privé-persoon

Een belangrijke randvoorwaarde voor de implementatie van het beleid (en daarmee van de gestelde doelen) is of er capaciteit danwel de middelen aanwezig zijn om bestaande en nieuwe taken uit te voeren of andere werkwijzen in te voeren. Dat is de wereld op z’n kop. De gemeente Amsterdam moet er natuurlijk voor zorgen dat je die capaciteiten organiseert; het is een wettelijke kerntaak. In de plannen staat nergens hoe de gemeente nu, en op basis van welke criteria en data, tot een gedegen budget en prioriteitsstelling komt.

Bij het opstellen van de beleidsstrategieën en de geformuleerde beleidsambities is op hoofdlijnen meegenomen of deze binnen de beschikbare capaciteit uitvoerbaar zijn. De benodigde uitvoeringscapaciteit wordt jaarlijks gebudgetteerd in de begroting van de gemeente Amsterdam. De formele VTH-capaciteit waarmee concreet en specifiek uitvoering wordt gegeven aan de strategieën uit het VTH-beleid, wordt jaarlijks geprogrammeerd in een VTH-Uitvoeringsprogramma. Dit is een separaat document dat op een later moment aan het college ter besluitvorming wordt aangeboden.

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

N. 12

Privé-persoon

Het plan vertelt in meer dan 200 bladzijden opnieuw wat we al lang weten. De kwaliteit van de juridische functie is onder de maat. Inspreker wil nu echte actie zien om het juridische huis weer op orde te maken.

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

N. 13

Privé-persoon

De presentatie van het document is ontoegankelijk. Het lijkt of het college in deel 4 het beleid wil verstoppen in tabellen, letters en getallen. Wellicht kunnen medewerkers van VTH met deze tabellen uit de voeten kunnen, maar een gewone burger kan dat niet. De prioriteitstelling is onnavolgbaar. Geef in deel 4 in begrijpelijke taal aan waarom VTH een bepaalde prioriteit toekent aan de verschillende handhavingsonderwerpen.

N. 14

Privé-persoon

Het college (VTH) lijkt doof voor rechtstatelijke inzichten en kritiek uit de omgeving. In plaats van een aannemelijke weergave van toekomstig VTH-beleid in lijn met de politieke context en recente inzichten over de tekortkomingen van onze rechtsstaat lijkt dit stuk alleen een opsomming van going concern te geven, die even moet worden aangepast aan de terminologie van de nieuwe Omgevingswet.

Het VTH-Beleid FLO 2024 ziet niet op de kwaliteit en uitvoering van de juridische functie. In het beleid is omschreven op welke wijze het college invulling geeft aan zijn wettelijke bevoegdheden op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. De opdracht tot het vernieuwen van de juridische functie is een parallel spoor, waar op dit moment de Directie Juridische Zaken invulling aan geeft. Enkele uitgangspunten vanuit deze opdracht zijn wel overgenomen in het VTH-Beleid. In ‘Deel 2 – Zo werkt VTH Fysieke Leefomgeving’ is bijvoorbeeld opgenomen: “We proberen juridificering te voorkomen. Juridische procedures vergroten de afstand tussen VTH en de Amsterdammer”. De implementatie van deze algemene beginselen wordt afgestemd op de opdracht tot het vernieuwen van de juridische functie die door Directie Juridische Zaken wordt uitgevoerd. Wij kunnen ons voorstellen dat het document bij eerste lezing veelomvattend en technisch overkomt. Wij lichten de prioriteitstelling toe en gaan nader in op de toegankelijkheid. Op pagina 22 van het VTH-Beleid is onder het kopje ‘Risicoanalyse en prioritering’ uiteengezet hoe de prioriteiten worden bepaald. Hiervoor is als eerste een risicoanalyse uitgevoerd. Per opgave hebben wij bepaald wat de effecten zijn als we de opgave niet of niet goed oppakken. Deze effectscore is afgezet tegen de omvang van de specifieke opgave.

Een hoge effectscore in combinatie met een grote omvang leidt daarbij tot een hoge(re) prioriteit. De ‘scores’ per negatief effect en omvang zijn bepaald via sessies met diverse stakeholders en inhoudelijk deskundigen. De resultaten hiervan en de prioritering staan per opgave vermeld in de ‘opgaventabellen’ zoals neergelegd in deel 4 van het VTH-Beleid. Deze tabellen zijn zowel voor de uitvoerend VTH-medewerkers van de gemeente Amsterdam bedoeld, als voor de Amsterdammer die op hoofdlijnen inzicht wil verkrijgen in de beleidsstrategieën/ activiteiten van de gemeente bij de uitoefening van de VTH-bevoegdheden. Het beleid is op onderdelen technisch-inhoudelijk van aard. Een communicatiestrategie maakt onderdeel uit van de implementatie van het beleid. Conform de suggestie van de inspreker worden de onderdelen die zich richten op de Amsterdammer in begrijpelijke taal aan de relevante doelgroepen overgebracht. Deze constatering is deels juist; het VTH-beleid ziet inderdaad deels op de uitvoering van onze VTHtaken. In die zin is er sprake van ‘going concern’. Het VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving is echter wel aangepast aan een breed scala van recente inzichten. Het beleid is nagenoeg geheel vernieuwd ten opzichte van op dit moment geldende Handhavingsbeleid Wabo en Vergunningenbeleid Wabo. Hierbij zijn o.a.

de reikwijdte verbreed naar alle VTH-taken die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving (breder dan de –voormalige- VTH Wabo taken die onder de Omgevingswet vallen), de uitgangspunten aangepast, de prioriteitstelling herzien, de beleidsstrategieën aangepast, volkomen

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 4 van 15

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording Nader toegelicht in Nota van Beantwoording en verwerkt in beleid

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording en verwerkt in beleid

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nr.

Naam

N. 15

Privé-persoon

N. 16

Privé-persoon

N. 17

Privé-persoon

N. 18

Privé-persoon

N. 19

Privé-persoon

Zienswijze

Reactie voor NvB

Verwerk de implicaties van de opdracht ‘juridische vernieuwing’ in het stuk. Inspreker verwijst naar het rapport dat prof. Dommering en inspreker medio 2021 hebben opgesteld over de juridische functie van Amsterdam. De aanbevelingen in dit 'Bouwstenenrapport' gaan voor drie kwart over VTH-activiteiten. Mede naar aanleiding van dit rapport heeft de burgemeester begin 2022 grootscheepse juridische vernieuwing aangekondigd, wat een ware cultuurverandering moet meebrengen. Het kan niet zo zijn dat we van deze teksten niets terugvinden in het concept-VTH-beleid. Er bestaat een kloof tussen de werkelijkheid en de geformuleerde uitgangspunten. Bijvoorbeeld in Deel 2, paragraaf 2 'Onze uitgangspunten' staat veel tekst die haaks staat op de tot nu toe bekende praktijk. Hoe denkt de VTH-organisatie de kloof tussen feit en norm te overbruggen. Maak passend onderscheid tussen bewoners, ondernemers en bezoekers. Een probleem van het VTH-beleid zit verscholen in de voetnoot in dit schema van deel 2, par 2.:"Met de Amsterdammer bedoelen we zowel bewoner als ondernemer en bezoeker". Het stuk ademt een schijngelijkheid tussen de categorieën bewoner, ondernemer en bezoeker, die in werkelijkheid niet bestaat. De bejegening van derden-belanghebbenden (omwonenden) is meestal omgekeerd aan de geproclameerde gelijkheid.

Voor de aanvrager wordt de rode loper uitgerold in vergelijking tot de andere Amsterdammers. Stel daarom een protocol op om van nature in het proces insluipende, maar niet bedoelde verschillen in positie en bejegening van bewoners/derden-belanghebbenden, ondernemers/aanvragers te voorkomen. Verban het begrip 'klanten' uit het vocabulaire van VTH. De VTHafdelingen plegen de aanvragers (ondernemers) als hun 'klanten' te beschouwen die gefaciliteerd moeten worden. Dit woord komt twee keer voor in het stuk (op blz. 6:18 en onderaan de Handhavingspiramide op blz. 3:17). De gemeente heeft geen klanten en zeker niet als verwijzing naar de aanvragers van vergunningen. Schrap het woord 'klant' uit het stuk en ga na op welke wijze het achterliggende begrip in de bedrijfscultuur is ingesleten en daaruit kan worden weggehaald. De passages inzake participatie in deel 3 (blz. 3.10 e.v.) stemmen niet vertrouwenwekkend. De grootste consequentie die in het vooruitzicht wordt gesteld bij de beoordeling van de verzorgde participatie is dat dit "wordt meegenomen in de beoordeling". Dan weten we wel hoe laat het is. Zeker als op voorhand op blz. 3.11 wordt gesteld: "Het proces van participatie kan goed zijn uitgevoerd, maar dat hoeft niet te betekenen dat bewoners tevreden zijn met de uitkomst".

Natuurlijk hoeven burgers niet tevreden te zijn, maar wel mag worden geëist in dergelijke gevallen dat bewoners met de uitkomst kunnen leven doordat de aanvrager maximaal gehoor heeft gegeven aan de bezwaren. Daarnaast staat vermeld dat een aanvraag -ondanks een goed uitgevoerd participatieproces- alsnog door ons wordt geweigerd "als wettelijke weigeringsgronden of andere belangen zich verzetten

nieuwe strategieën geïntroduceerd, etc. Hierbij zijn o.a. nieuwe inzichten op het gebied van participatie meegenomen. Het VTH-Beleid FLO 2024 ziet niet op de kwaliteit en uitvoering van de juridische functie. In het beleid is omschreven op welke wijze het college invulling geeft aan zijn wettelijke bevoegdheden op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. De opdracht tot het vernieuwen van de juridische functie is een parallel spoor, waar op dit moment de Directie Juridische Zaken invulling aan geeft. Enkele uitgangspunten vanuit deze opdracht zijn wel overgenomen in het VTH-Beleid. In ‘Deel 2 – Zo werkt VTH Fysieke Leefomgeving’ is bijvoorbeeld opgenomen: “We proberen juridificering te voorkomen. Juridische procedures vergroten de afstand tussen VTH en de Amsterdammer”. De implementatie van deze algemene beginselen wordt afgestemd op de opdracht tot het vernieuwen van de juridische functie die door Directie Juridische Zaken wordt uitgevoerd Deze zienswijze is correct. Om deze reden wordt aan het VTH-Beleid een implementatiestrategie gekoppeld. Het VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving is nagenoeg geheel vernieuwd ten opzichte van op dit moment geldende Handhavingsbeleid Wabo en Vergunningenbeleid Wabo. Het daadwerkelijk implementeren van het gehele beleid is een opgave van aanzienlijke omvang, die naar verwachting de nodige tijd en capaciteit in beslag zal nemen.

De stelling dat voor een aanvrager ‘de rode loper wordt uitgerold’ en dat omwonenden in vergelijking nadeliger worden bejegend, wordt door ons weersproken. In het VTH-Beleid wordt bepaald hoe wij omgaan met onze wettelijke taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het uitvoeren van deze VTH-taken draagt bij aan een aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor alle Amsterdammers. Daarbij gaan wij uit van rechtsgelijkheid. Bij de behandeling van vergunningsaanvragen, bij het uitoefenen van toezichtstaken, bij handhavend optreden en bij de afhandeling van klachten en meldingen. Dit doen wij zonder de ene partij te bevoordelen of benadelen boven de andere partij.

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Deze zienswijze nemen wij over. Het begrip ‘klant’ als verwijzing naar een aanvrager wordt verwijderd uit het VTH-Beleid. Bij de implementatie van het beleid zal worden meegenomen dat deze term niet wordt gebruikt als verwijzing naar de aanvragers van vergunningen.

Verwerkt in beleid

In het beleid is de volgende passage over participatie opgenomen:

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

“Participatie is geen wondermiddel. Het proces van participatie kan goed zijn uitgevoerd, maar dat hoeft niet te betekenen dat bewoners tevreden zijn met de uitkomst. Verder kan het gebeuren dat een aanvraag -ondanks een goed uitgevoerd participatieproces- alsnog door ons wordt geweigerd. Bijvoorbeeld als wettelijke weigeringsgronden of andere belangen zich verzetten tegen het verlenen van de gevraagde vergunning.”. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat (het resultaat van) het participatieproces als één van de relevante belangen wordt meegenomen in de beoordeling van de aanvraag. Dit houdt echter niet in dat een positief participatieresultaat per definitie tot vergunningverlening leidt en een negatief participatieresultaat per definitie tot weigering. Het participatieproces is niet bedoeld als referendum. Participatie is in eerste instantie bedoeld om de omgeving te betrekken bij projecten die

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 5 van 15

Nr.

N. 20

Naam

Privé-persoon

Zienswijze

Reactie voor NvB

tegen het verlenen van de gevraagde vergunning". Dus de naar voren gebrachte bezwaren van bewoners zijn op zichzelf nooit reden voor afwijzing! Dit kan niet de bedoeling zijn. De reikwijdte van het document is niet duidelijk. Op welke vergunningen ziet het VTH-Beleid precies? Verder staat in het document vermeld dat de Directie Ruimte en Duurzaamheid VTHtaken uitvoert. Welke zijn dat? De aansturing en verantwoordelijkheden/ bevoegdheden binnen het VTH-domein zijn niet duidelijk.

impact hebben op de directe leefomgeving. Dit zorgt ervoor dat de plannen beter passen in de leefomgeving en het creëert draagvlak in de buurt.

N. 21

Privé-persoon

Gaat de inspraak over alle omgevingsvergunningen, ook over de omgevingsvergunningen waar de dienst VTH niet over gaat? Waar zijn de antwoorden op de vragen van de SDC's en VTH te vinden.

N. 22

Privé-persoon

De presentatie van het concept-beleid is ontoegankelijk en onbegrijpelijk. Het is een document van 200 kantjes met thema’s, opgaven, strategieën en andere systematiek, maar die uiteenzettingen en hersengymnastiek maken niet duidelijk welk beleid u met deze nota nu eigenlijk voorstelt, wat u wilt gaan doen en wat u wilt laten liggen. Ook de wijze van prioriteren is onduidelijk.

N. 23

Privé-persoon

De basics van VTH zijn niet op orde. De beleidsnota gaat er aan voorbij dat de VTH-taken al jarenlang niet op orde zijn. U kunt zich

Onder het kopje ‘Reikwijdte van het VTH-beleid FLO 2024” wordt ingegaan op de reikwijdte van het stuk. Hierbij is vermeld dat dit beleid ziet op de VTH-taken voor de fysieke leefomgeving die voortvloeien uit de volgende wet- en regelgeving: • • • • • • •

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Omgevingswet Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) APV Alcoholwet Verordening op het Binnenwater Wet op de Kansspelen Huisvestingsverordening

In deel 4 is deze algemene omschrijving nader uitgewerkt/ geconcretiseerd. In dit deel zijn alle VTHopgaven (vergunningen en meldingen) voor de fysieke leefomgeving in tabellen opgenomen en geclusterd in acht hoofdthema’s. Ten aanzien van de VTH-taken van de Directie Ruimte en Duurzaamheid merken wij op dat deze directie op onderdelen een adviserende rol heeft tijdens de behandeling van vergunningsaanvragen. De directie verleent zelf geen vergunningen. De verantwoordelijkheden/ bevoegdheden binnen het VTH-domein zijn verder neergelegd in de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Weesp. Deze verordening is formeel bekendgemaakt en vindbaar op www.officielebekendmakingen.nl Het concept VTH-Beleid FLO 2024 is voor inspraak vrijgegeven. Er kan een zienswijze worden ingediend op dit concept beleidsdocument. Niet op lopende vergunningsaanvragen of op eerder verleende vergunningen; deze staan hier los van. De adviezen van het dagelijks bestuur van de stadsdelen en van de stadsdeelcommissies inzake het concept beleidsdocument, zijn opgenomen in deze Nota van Beantwoording. Wij kunnen ons voorstellen dat het document bij eerste lezing veelomvattend en technisch overkomt. Wij lichten de systematiek kort toe. In het concept beleid is onder het kopje “Aanleiding en reikwijdte’ opgenomen waar het beleid betrekking op heeft en wat het doel daarvan is.

Hierbij is vermeld dat Amsterdam een breed scala aan vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH) uitvoert. We houden ons onder andere bezig met activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, zoals bouwen en bedrijvigheid. Samengevat noemen we die taken de ‘VTH-taken Fysieke Leefomgeving’. Het concept beleidsstuk geeft aan hoe in Amsterdam invulling wordt gegeven aan deze VTH-taken: wat heeft onze aandacht, wat willen we bereiken en op welke manier? Het beleid draait in de kern om de VTH-opgaven waar Amsterdam voor staat. In het beleidsdocument worden alle opgaven apart behandeld, waarbij wij per opgave aangeven wat het gewenste effect is, wat onze doelen zijn, welke activiteiten wij daarvoor uitvoeren, et cetera. Ten aanzien van de prioritering merken wij op dat op pagina 22 van het VTH-Beleid onder het kopje ‘Risicoanalyse en prioritering’ uiteengezet is hoe de prioriteiten worden bepaald. Hiervoor is als eerste een risicoanalyse uitgevoerd. Per opgave hebben wij bepaald wat de effecten zijn als we de opgave niet of niet goed oppakken. Deze effectscore is afgezet tegen de omvang van de specifieke opgave. Een hoge effectscore in combinatie met een grote omvang leidt daarbij tot een hoge(re) prioriteit. De ‘scores’ per negatief effect en omvang zijn bepaald via sessies met diverse stakeholders en inhoudelijk deskundigen.

De resultaten hiervan en de prioritering staan per opgave vermeld in de ‘opgaventabellen’ zoals neergelegd in deel 4 van het VTH-Beleid. In het VTH-Beleid FLO 2024 zijn algemene uitgangspunten over onze uitvoering van de VTH-taken opgenomen. Deze zijn neergelegd in ‘Deel 2 – Zo werkt VTH Fysieke Leefomgeving’ en kunnen

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 6 van 15

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording en verwerkt in beleid

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nr.

Naam

N. 24

Privé-persoon

N. 25

Privé-persoon

N. 26

Privé-persoon

Zienswijze

Reactie voor NvB

onmogelijk alleen richten op de aanstaande stelselveranderingen, tegelijk moet u de basics van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving alsnog op orde brengen. Met basics wordt het meest vanzelfsprekende bedoeld zoals correcte & consistente terminologie in vergunningen en openbare bekendmakingen, vergunningen die voldoen aan de wet- & regelgeving, tijdig & correct publiceren van ontvangen aanvragen en verleende vergunningen, een vergunningensite met deugdelijke zoekfunctie, opgevraagde stukken gewoon even opsturen en wel compleet, onpartijdigheid in doen & laten, etc. Oplossing: voorzie uw nota van een diagnose, beoordeel wat van de basics volgens u wanneer op orde moet zijn en geef aan waarom u die keuzes maakt; kom met procesafspraken waarmee het lessentrekken om herhaling te voorkomen wordt verankerd en kenbaar & controleerbaar wordt gemaakt. Schrap het ’klant-denken’. Enkele jaren geleden dook in de VTHsector het klant-denken op, de vergunning-aanvrager als klant. De gemeente dient geen privé-belangen, de gemeente dient het publieke belang van de stad. De Raad heeft dan ook een motie tegen het klant-denken aangenomen maar in uw VTH-nota en in de VTHpraktijk klinkt het nog steeds door. Oplossing: schrap het klantdenken uit de tekst en in de aansturing van de vergunningverleners. Rubriek 46 op pagina 4.78 is getiteld " 46.

Andere vergunningsplichten op grond van artikel 2.16 APV (Hoogstraten, spyshops, hotels en autoverhuurbedrijven)" Artikel 2.16 APV bevat niet een verbod enige activiteit zonder vergunning te verrichten. Bedoeld zal zijn “vergunningplichten op grond van artikel 3.64 APV”. Vermeld is:

(deels) worden beschouwd als de ‘basics’ van VTH. Het verbeteren van onze processen en producten beschouwen wij als een continu proces. In dat kader is de VTH-organisatie binnen de gemeente Amsterdam een lerende organisatie. Presteren, leren en verbeteren zijn met elkaar verbonden. Als er onderdelen beter kunnen dan staan we daar voor open en we investeren continu in onze organisatie. Door investering in personeel en opleidingen, ICT en verbeteren van procedures. We zijn wat dat betreft continue in beweging.

"Bij 100% van de aanvragen wordt een Bibob-toets uitgevoerd". Dat is bij de vergunningen op grond van artikel 3.64 APV niet mogelijk. In het voorstel voor het VTH-beleid wordt ter zake van de bewuste vergunningen slechts gerept van “exploitatievergunningen”. De burgemeester verstrekt dan ook slechts “exploitatievergunningen” ex artikel 2.16A APV. Een exploitatievergunning ex artikel 3.64 APV strekt er toe een niet-bestaande activiteit te mogen verrichten. Een bedrijfsmatige activiteit kan niet worden geëxploiteerd.

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Wij verwijzen naar onze reactie onder punt 18. Deze zienswijze nemen wij over. Het begrip ‘klant’ als verwijzing naar een aanvrager wordt verwijderd uit het VTH-Beleid. fBij de implementatie van het beleid zal worden meegenomen dat deze term niet wordt gebruikt als verwijzing naar de aanvragers van vergunningen.

Verwerkt in beleid

Deze zienswijze nemen wij over; de tekst in tabel 46 op pagina 4.78 wordt aangepast. Op grond van artikel 2.16a APV kan de burgemeester een gebied, straat of gebouw aanwijzen waarin het is verboden om zonder vergunning als bedoeld in artikel 3.64 bepaalde categorieën bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen. De aanwijzingsbevoegdheid is derhalve neergelegd in artikel 2.16a APV; de daaruit voortvloeiende vergunningplicht in 3.64 APV.

Verwerkt in beleid

De tabel 46 op pagina 4.78 ziet op de exploitatievergunningplicht ex artikel 3.64 APV. In de tabel staat vermeld dat bij 100% van de aanvragen om deze exploitatievergunningen een Bibob-toets wordt uitgevoerd. In de toelichting op artikel 3.64 e.v. APV staat vermeld dat voor toetsing van vergunningaanvragen is aangesloten bij de eisen en criteria die ook voor de andere bedrijfsmatige activiteiten en branches gelden waarvoor op grond van dit APV-hoofdstuk een exploitatievergunning is vereist. In aanvulling daarop is bepaald dat de vergunning kan worden geweigerd en ingetrokken als er wordt gehandeld in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen. Dit vanwege het effect van arbeidsuitbuiting op de openbare orde en veiligheid. Aanvragen zullen tot slot worden getoetst aan de wet Bibob.

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Uit de toelichting op de APV blijkt daarmee duidelijk dat het uitvoeren van een Bibob mogelijk is bij aanvraag van de desbetreffende exploitatievergunning ex artikel 3.64 APV. In het VTH-beleid is op basis daarvan als meetbaar doel opgenomen dat deze bibob-toets wordt uitgevoerd bij 100% van de aanvragen.

In artikel 3.64 APV is dan ook bepaald: "Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester de bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen die op grond van artikel 2.16A door de burgemeester zijn aangewezen." Niet vermeld is derhalve dat het verboden is om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf te exploiteren dat een door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteit uitoefent. Een exploitatievergunning op grond van artikel 3.64 APV

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 7 van 15

Nr.

N. 27

N. 28

N. 29

Naam

Privé-persoon

Privé-persoon

Privé-persoon

Zienswijze

Amsterdam is dus niet een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld. De gedachte bij de introductie van artikel 2.16A en artikel 3.64 tot en met 3.70 in de APV was dan ook dat bij geen van de vergunningaanvragen een bibobtoets uitgevoerd zou worden. In het voorstel voor het nieuwe VHT-beleid staat ook: “We zijn een dienstbare overheid, voorspelbaar en betrouwbaar.”. Dat is juist niet het geval. Dat de bibob-toets in werkelijkheid juist in Amsterdam nauwelijks wordt uitgevoerd, volgt reeds uit het rapport De achterkant van Amsterdam, opgesteld in opdracht van de gemeente. Op pagina’s 46 en 47 is vermeld: “Amsterdamse autoriteiten erkennen dat geen sprake is van greep op de drugsgerelateerde criminaliteit in de stad. De negatieve effecten ervan zijn niet beheersbaar gemaakt. De aanpak werd sterk ingezet met het project 1012, maar er is sleet op gekomen. De Bibob is een instrument dat in Amsterdam is ontstaan en daar ook veelvuldig wordt toegepast: van 53 respectievelijk 55 onderzoeken in 2016 en 2017 tot 131 onderzoeken in 2018 (gemeente Amsterdam 2019)”. Die aantallen zijn zo laag dat het bij juistheid daarvan onwaarschijnlijk is dat de burgemeester en het college van B&W handelen volgens hun eigen geopenbaarde bibob-beleid.

Volgens het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking (https://wetten.overheid.nl/BWBV0004045/2016-0714#Verdrag_2) moet iedereen kunnen meedoen in de maatschappij. Om dit mogelijk te maken stellen gemeenten een lokale inclusieagenda op. Voor mensen met een beperking bepaalt de fysieke leefomgeving voor een aanzienlijk deel de mogelijkheden om volwaardig en zelfstandig deel te nemen aan de samenleving. Vergunning, toetsing en handhaving is daarom van wezenlijk belang. Het voorliggende concept beleidsstuk lijkt ons dé gelegenheid om aan dit speerpunt invulling te geven. We verzoeken daarom om ‘toegankelijkheid en inclusie’ expliciet te benoemen en te integreren in de vergunningverlening, toetsing en handhaving, en het prioriteit te geven. Graag gaan we hierover nader in gesprek.

Ik meen dat het verlenen van bouwaanvragen en splitsingsvergunningen belangrijk zijn voor het scheppen van extra woonruimte en daarom niet de laagste maar de hoogste prio zouden moeten krijgen.

Reactie voor NvB

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

In het VTH-Beleid FLO 2024 zijn algemene uitgangspunten over onze uitvoering van de VTH-taken opgenomen. Deze zijn neergelegd in ‘Deel 2 – Zo werkt VTH Fysieke Leefomgeving’. De geciteerde passage is vermeld onder het kopje ‘Onze uitgangspunten’. De onder dit kopje opgenomen uitgangspunten kunnen (deels) worden beschouwd als de ‘basics’ van VTH en zien niet slechts op het uitvoeren van de Bibob-toets. Het verbeteren van al onze processen en producten beschouwen wij als een continu proces. In het aangehaalde rapport wordt vermeld dat de Bibob-toets in Amsterdam is ontstaan en daar ook veelvuldig wordt toegepast. Met het doel om bij specifiek in het beleid genoemde vergunningen in alle gevallen een Bibob-toets op de aanvraag uit te voeren, wordt de inzet en effectiviteit van dit instrument verder vergroot.

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Wij kennen grote waarde en prioriteit toe aan het belang van mensen met een beperking om mee te kunnen doen aan de maatschappij. De wijze waarop wij hier invulling aan geven is onder andere neergelegd in de inclusie-agenda van de gemeente Amsterdam. Deze bevat 10 speerpunten over toegankelijkheid. In de bijbehorende voortgangsrapportage staat wat we als gemeente concreet doen op het gebied van toegankelijkheid. Dit is inzichtelijk via de website https://www.amsterdam.nl/iedereen-doet-mee/watdoetdegemeente/

Verwerkt in beleid

Het concept VTH-Beleid FLO 2024 valt buiten deze concrete uitvoering van de speerpunten. Dit is een beleidsdocument waarin wij invulling geven aan de wijze waarop wij als gemeente met onze wettelijke taken en bevoegdheden op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de fysieke leefomgeving omgaan. Bij uitvoering van deze VTH-taken zijn wij (deels) gebonden aan landelijke bouwregelgeving. In diverse regelgeving waaraan de vergunningsaanvragen worden getoetst, is het belang van mensen met een beperking geïncorporeerd. In het beleid hebben wij dit echter inderdaad onvoldoende benoemd. Wij nemen de zienswijze over en verwerken het speerpunt ‘toegankelijkheid en inclusie’ alsnog expliciet in het beleid. Op pagina 22 van het VTH-Beleid is onder het kopje ‘Risicoanalyse en prioritering’ uiteengezet hoe de prioriteiten worden bepaald. Hiervoor is als eerste een risicoanalyse uitgevoerd. Per opgave hebben wij bepaald wat de effecten zijn als we de opgave niet of niet goed oppakken. Deze effectscore is afgezet tegen de omvang van de specifieke opgave. Een hoge effectscore in combinatie met een grote omvang leidt daarbij tot een hoge(re) prioriteit. De ‘scores’ per negatief effect en omvang zijn bepaald via sessies met diverse stakeholders en inhoudelijk deskundigen. De prioritering geldt ten opzichte van de andere opgaven in het thema.

In het geval van splitsingsvergunningen houdt dit dus in dat deze prioritering geldt ten opzichte van de andere opgaven binnen het thema ‘De Bewoonde Stad’, die allen verband houden met het hoofddoel van dit thema: “Wij dragen bij aan de beschikbaarheid en eerlijke verdeling van woningen voor alle Amsterdammers, ongeacht inkomen, opleidingsniveau, leeftijd, levensfase of gezinssamenstelling.

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 8 van 15

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nr.

Naam

N. 30

Privé-persoon

N. 31

Privé-persoon

N. 32

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

N. 33

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

Zienswijze

Reactie voor NvB

Gegeven de omvang van het stuk nog lang niet alles gelezen, maar in elk geval: Handhaving VAN overtredingen lijkt mij een verkeerde keus, handhaving "bij" of "in geval van" bedoelt u waarschijnlijk. Een korte samenvatting en aanduiding vooraf van wat dit met de invoering Omgevingswet te maken heeft, is mijn suggestie. Mooie woorden te over zonder sterke praktijk oplossingen, wat mogelijk wordt door onderling contact. M.n. via delen van informatie. Vergunningverleners dienen ter plekke te gaan kijken los van hun papieren voor horen van & geven van alle informatie. College A'dam stuurt te strak vanuit "eigen" belang. Dient: 1. Stadsdelen beter te horen; 2. Bewoners en GROEN op 1e plek te zetten; 3. Meer met buurten direct te overleggen + alle info veel eerlijker (mee) te delen. Ter voorbeeld : welke afspraken maakte A'dam met LIANDER voor spelregels bij de energietransitie

Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn voor veel burgers het meest zichtbare onderdeel van de overheid, des te erger dus als dat niet naar tevredenheid werkt. De voorliggende concept-nota lijkt echter vooral bedoeld om de transparantie over de keuzes die de overheid maakt te vergroten en om de burger handvatten te bieden om besluiten van de overheid begrijpelijk te maken. Het uitgangspunt “Alles wat we doen, doen we voor de Amsterdammer” is een platitude. De overheid is er om de burger en het algemeen belang te dienen. Helaas moeten wij constateren dat de nota aan dat streven niet zal bijdragen. De tekst is zeer ontoegankelijk, staat bol van ambtelijk jargon en verliest zichzelf in onduidelijke abstracties. Het is gevaarlijk te stellen dat de prioriteit van de VTH ligt bij “problemen waar bewoners, ondernemers en bezoeker het meeste last of profijt van hebben”. Dat kan tot willekeur leiden en tot het dienen van private boven algemene belangen. Hier dreigt zelfs het gevaar van cliëntelisme. Verder geldt dat door een prioriteit te leggen bij problemen waar bewoners, ondernemers en bezoekers het meeste last of profijt van hebben, de zorg voor de gebouwde omgeving het kind van de rekening is.

We zorgen ervoor dat de bestaande woningvoorraad binnen Amsterdam voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen, comfortabel te bewonen is, duurzaam wordt verbeterd en toekomstbestendig is”. De genoemde taalkundige verbetering nemen wij over in het beleid. Ten aanzien van de suggesties een korte samenvatting te maken merken wij op dat het beleidsdocument is voorzien van een samenvatting. In het stuk zelf wordt ook ingegaan op de relatie met de Omgevingswet. Verder wordt in de implementatiefase van het VTH-Beleid een informatie- en communicatietraject gestart om alle betrokkenen tijdig en zorgvuldig te informeren. De in deze zienswijze genoemde belangen zijn op verschillende plekken verwerkt in het VTH-Beleid. Bij de uitgangspunten staat onder andere: •

•

•

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Verwerkt in beleid

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

“Alles wat we doen, doen we voor de Amsterdammer. We zijn een dienstbare overheid, voorspelbaar en betrouwbaar. We willen verantwoordelijk en flexibel zijn. Een overheid die luistert, handelt en levert, inwoners van Amsterdam de ruimte geeft om te groeien.” “We verschaffen vroegtijdig duidelijk aan de Amsterdammer over vergunningsplichtige activiteiten. We maken een brede, integrale afweging waarbij we aandacht hebben voor de behoeften en belangen van de Amsterdammer. We kijken van buiten naar binnen.” “Actieve en heldere communicatie is de sleutel tot een gelijkwaardige relatie met de Amsterdammer. Dit betekent dat we de menselijke maat toepassen, de Amsterdam niet als nummer zien. We luisteren en leven ons in. We hebben oog voor en kunnen omgaan met een diversiteit aan belangen, belanghebbenden en invalshoeken”

Ten aanzien van het in de zienswijze genoemde groenbelang merken wij het volgende op. Aan het belang van het behoud en versterken van groen wordt door ons grote waarde toegekend. De VTHdoelen en activiteiten in dat kader hebben wij beschreven in het thema ‘De Leefbare Stad’. Deze zienswijze nemen wij over. In de implementatiefase wordt een zorgvuldig informatie- en communicatietraject opgestart om alle betrokkenen tijdig, zorgvuldig en in begrijpelijke taal te informeren over het VTH-Beleid, wat wij als gemeente Amsterdam daarmee willen te bereiken en wat dit betekent voor de Amsterdammer. Het maken van een samenvatting is een van de opties, maar daarnaast worden andere opties (bijvoorbeeld via lokaal nieuwsblad, webpagina, sociale media) onderzocht om de Amsterdammer te informeren.

De geciteerde zin is afkomstig uit een algemeen beschrijvende alinea over de aanleiding en reikwijdte van het beleidsdocument. De alinea luidt als volgt: “Dit beleidsstuk maakt duidelijk wat u van ons kunt verwachten. Alles wat we doen, doen we voor de Amsterdammer, en per 2022 ook voor de Weesper. We zijn een dienstbare overheid, voorspelbaar en betrouwbaar. We willen verantwoordelijk en flexibel zijn. Een overheid die luistert, handelt en levert, inwoners van Amsterdam en Weesp de ruimte geeft om te groeien. Dat betekent concreet dat Amsterdam en Weesp een bijdrage willen leveren aan prettig en veilig wonen, werken en recreëren in de stad. We pakken problemen aan waar bewoners, ondernemers en bezoekers het meeste last of profijt van hebben. Resultaten in de stad staan daarbij voorop.”. Op basis van deze zienswijze passen wij de aangehaalde zin aan in het beleid. Met de zin is gepoogd om onze risicogestuurde aanpak weer te geven, maar de formulering ervan is niet voldoende helder. Wij passen de zin aan naar ‘we pakken problemen aan waar bewoners, ondernemers en bezoekers het meeste last van hebben’.

Nota van beantwoording adviezen en inspraakreacties: concept VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 | Pagina 9 van 15

Verwerkt in implementatie beleid

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording en verwerkt in beleid

Nr.

Naam

N. 34

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

N. 35

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

N. 36

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

Zienswijze

Reactie voor NvB

Wat opvalt in deel II hoofdstuk 4 is het contrast tussen de formulering van de zogenaamde omgevingsanalyse en het hoofddoel. De tekst van het hoofddoel voor de Compacte Stad luidt als volgt: “We dragen bij aan het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de bebouwde omgeving en de geschiktheid van bouwwerken en open terreinen voor hun functie.” In de omgevingsanalyse wordt in 12 regels ruim aandacht besteed aan het stedelijk schoon en het gebouwde erfgoed. In het hoofddoel worden die waarden echter samengevat met het nietszeggende en neutrale begrip ‘kwaliteit’, tezamen met de mededeling dat bouwwerken vooral geschikt moeten zijn voor hun functie. Dit doet ons vrezen dat de gemeente geen prioriteit meer stelt in het behoud van het monumentale erfgoed, dus datgene wat de identiteit van de stad en haar burgers en zelfs hun levensgeluk bepaalt. Deel IV heeft betrekking op het risico gestuurde toezicht. Op het gebied van toezicht is het adagium van het ‘risico gestuurde toezicht’ al zeker een kwart eeuw leidend. Risico wordt gedefinieerd als het product van de ernst van een incident en de frequentie daarvan. Op basis van langdurig te verzamelen informatie worden de factoren ernst en frequentie in maat en getal uitgedrukt. Vervolgens kan worden geprioriteerd welke toezichts- en handhavingstaken in welke volgorde moeten worden uitgevoerd. Kennelijk is dat ook wat de nota beoogt.

In de tabellen wordt het begrip ‘effectscore’ geparachuteerd. Dat begrip wordt bovendien voorzien van een getal. Wat wordt met effectscore bedoeld? Moeten we dat getal zien als het product van ernst en frequentie? En waarop is dat getal gebaseerd? In welke eenheden zijn de getallen uitgedrukt? Ondanks de omvang van de nota is niet de gelegenheid gevonden om de informatie te geven, die ten grondslag ligt aan deze ogenschijnlijk willekeurige getallen. Waarom wijkt Amsterdam in haar benadering af van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHSO)? Deze strategie is opgesteld om eenduidig te kunnen interveniëren bij overtredingen van het omgevingsrecht. De LHSO omvat zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke interventies. Maar in de gemeente Amsterdam wordt de LHSO in aangepaste vorm toegepast. De reden hiervoor is dat Amsterdam in de regel enkel bestuursrechtelijk optreedt. Dit is juist voor onze monumentenstad onbegrijpelijk omdat er strafrechtelijk dient te worden opgetreden tegen illegale sloop en verminking van

Na de inleidende woorden wordt in het beleidsdocument specifiek en concreet ingegaan op alle VTH-opgaven, waarbij op pagina 22 van het VTH-Beleid onder het kopje ‘Risicoanalyse en prioritering’ uiteengezet hoe de prioriteiten worden bepaald. Hiervoor is als eerste een risicoanalyse uitgevoerd. Per opgave hebben wij bepaald wat de effecten zijn als we de opgave niet of niet goed oppakken. Het eventueel negatief effect op ‘Waarde gebouwd erfgoed’ is bij alle opgaven specifiek meegenomen. Deze effectscore is afgezet tegen de omvang van de specifieke opgave. Een hoge effectscore in combinatie met een grote omvang leidt daarbij tot een hoge(re) prioriteit. De ‘scores’ per negatief effect en omvang zijn bepaald via sessies met diverse stakeholders en inhoudelijk deskundigen. De resultaten hiervan en de prioritering staan per opgave vermeld in de ‘opgaventabellen’ zoals neergelegd in deel 4 van het VTH-Beleid. Wij gaan er van uit dat hiermee het risico op willekeur, het dienen van private boven algemene belangen en clientelisme zoveel als mogelijk wordt voorkomen. In hoofdstuk 4 van deel 2 worden de hoofddoelen en de analyses voor de hoofdthema’s beschreven. Per hoofdthema wordt een hoofddoel bepaald: waar doen we het voor binnen dit thema en welk maatschappelijk doel willen wij bereiken? De formulering van de hoofddoelen is bewust kernachtig en leesbaar gehouden.

De nadere uitwerking wordt gegeven in de omgevingsanalyse en probleemanalyse en wordt geconcretiseerd in deel 4. In deel 4 is de prioriteit per VTH-opgave beschreven en worden de analyses en doelen per opgave helder en meetbaar gemaakt. Per opgave wordt dan ook aangegeven hoe wij als gemeente de VTH-taken uitvoeren. Het behoud van het monumentale erfgoed wordt daarbij door ons van groot belang geacht.

Verwerkt in beleid/ Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Nader toegelicht in Nota van Beantwoording

Deze zienswijze nemen wij over. Op pagina 22 van het VTH-Beleid is onder het kopje ‘Risicoanalyse en prioritering’ uiteengezet hoe de prioriteiten worden bepaald. Hiervoor is als eerste een risicoanalyse uitgevoerd. Per opgave hebben wij bepaald wat de effecten zijn als we de opgave niet of niet goed oppakken. Deze effectscore is afgezet tegen de omvang van de specifieke opgave. Een hoge effectscore in combinatie met een grote omvang leidt daarbij tot een hoge(re) prioriteit. De ‘scores’ per negatief effect en omvang zijn bepaald via sessies met diverse stakeholders en inhoudelijk deskundigen. Wij zullen de scoreresultaten als bijlage toevoegen aan het beleid, om inzicht te geven aan de totstandkoming van de in de tabellen genoemde scores en daaruit voortvloeiende prioritering.

Verwerkt in beleid

De aangehaalde reden om de LHSO in Amsterdam in aangepaste vorm toe te passen is in de zienswijze niet volledig geciteerd. In de sanctie- en gedoogstrategie van de gemeente Amsterdam wordt de LHSO in aangepaste vorm toegepast. De reden hiervoor is dat we in de regel bestuursrechtelijk optreden, met uitzondering van overtredingen bij monumenten. Voor de interventies bij monumenten wordt een aangepaste aanpak beschreven. Hierbij is expliciet de mogelijkheid tot strafrechtelijk handhaven opgenomen. In bijlage 4 bij het beleidsdocument is de ‘Sanctiestrategie Monumenten’ opgenomen. Het rechtsgevolg van aantasting van (onderdelen van) een monumentaal pand wordt in combinatie met toepassing van de LHSO bepaald. Als er sprake is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13730027/1