CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van Beantwoording Beleidskader HGS webversie.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 7 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidskader Hoofdgroenstructuur (VN2022-039775)47.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

44

ambtenaren (en raadsleden) intensief contact met bewoners, ondernemers en groenorganisaties over het groenbeleid en groenbeheer in de stad. Het college staat daarnaast positief tegenover (verdere intensivering van) de samenwerking tussen overheid, bewoners en ondernemers in de stad ten aanzien van groen. Voor de toetsing aan het HGS beleid maakt de gemeente Amsterdam gebruik van een onafhankelijke toetscommissie (de TAC) om het college en de raad te adviseren over de inpasbaarheid van initiatieven. Het is aan de leden van de TAC om zich voldoende inhoudelijk te laten informeren om een advies te kunnen opstellen. Zo staat het de TAC vrij om beheerders van groengebieden te benaderen voor een advies en gegevens op te vragen over inspraakreacties en standpuntinname vanuit de buurt en betrokkenen. Voor kennisgeving aangenomen/ niet overgenomen.

4.2

Vrienden van het Flevopark

Ingediend door: 2692-5779 Samenvatting brief: De Vereniging Vrienden van het Flevopark verzoekt in haar zienswijze het Flevopark als potentieel stadsbos in wording / potentieel natuurpark te beschouwen en het beleid en beheer van het park daar de komende jaren op af te stemmen. "Door de te verwachten gebruikersdruk door de toenemende bewoning rond het park komt anders de natuurwaarde in de verdrukking". Antwoord: Zie beantwoording onder 3.30. Het college ziet geen aanleiding om het groentype te wijzigen van stadspark naar natuurpark en daarmee het beleid en het beheer voor het Flevopark aan te passen. Bij de gebruiksdruk van het Flevopark, die gezien de toenemende bevolking niet zal afnemen, past het groentype stadspark welke naast open gedeelten ook dichter – met bomen – beplante elementen kunnen bevatten. Voor kennisgeving aangenomen/ niet overgenomen.

4.3

Vrienden van het Flevoparkbad

Ingediend door: 8700-7135 Samenvatting reactie: Indiener vraagt zicht af: • Waarom het Mercatorbad, 1 van de 5 openluchtzwembaden in Amsterdam, geen onderdeel is van de nieuwe Hoofdgroenstructuur. • Hoe de toevoeging van water aan de Hoofdgroenstructuur doorwerkt in de regel dat maximaal 5% van het totale oppervlak van het stadspark bebouwd en verhard mag worden. • Wat onder een ruimtelijk sociale visie op het stadspark verstaan moet worden in relatie tot extra verharding, bebouwing en functiewijziging. • Wat onder de overkapping van het Flevoparkbad verstaan moet worden (het hele zwembadterrein of ter hoogte van de openluchtbaden). Verder attendeert de indiener dat de definitie van een zwembadterrein als een combinatie van binnenen buitenbaden niet dekkend is voor het Flevoparkbad. De op het zwembadterrein extra geboden gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden worden door de indiener niet gesteund, aangezien dit ten koste gaat van het groen en het terrein in de openlucht verkleint. Het tekort aan zwemwater in Amsterdam-

45

Oost wordt door indiener in twijfel getrokken en onduidelijk is waarom hier ruimte geboden wordt aan een binnenbad ten koste van een buitenbad en de Hoofdgroenstructuur. Verzocht wordt op basis hiervan: • Het Flevoparkbad als openluchtbad te behouden en de in het beleidskader geboden bebouwingsmogelijkheden voor dit zwembadterrein te schrappen; • De verbijzonderingen en uitzonderingen voor het Flevoparkbad ten opzichte van de definitie stadspark en het nu geldende beleidskader te schrappen uit het nieuwe beleidskader Hoofdgroenstructuur. Antwoord In het beleidskader HGS vormen zwembadterreinen – als een nieuw onderdeel – een verbijzondering binnen het groentype stadspark. Deze verbijzondering is geïntroduceerd om de ontwikkelopgave voor dergelijke nu grotendeels nog geïsoleerde terreinen te definiëren vanuit de ligging in de HGS. De wens is om op deze terreinen bredere gebruiksmogelijkheden te bieden als onderdeel van het stadspark. Het beleidskader HGS is niet het instrument om de discussie te beslechten over het al dan niet overkappen van buitenbaden in relatie tot benodigde zwemcapaciteit. De uitzonderingsmogelijkheid van overkapping van het Flevoparkbad wordt geschrapt. De definitie van een zwembadterrein zal worden verruimd.

Het terrein van het Mercatorbad zal aan de HGS toegevoegd worden in een actualisatieronde van het beleidskader HGS, op het moment dat de gebiedsontwikkeling Mercatorpark afgerond is. De 5% verhardings- en bebouwingsregel voor stadsparken heeft betrekking op de totale oppervlakte van het park, exclusief het wateroppervlak. Afhankelijk van de plaatselijke situatie kan de optelsom van water en groen in de praktijk tot extra bebouwings- en verhardingsmogelijkheden leiden in het park. Om een goede ruimtelijke afweging te kunnen maken op wenselijkheid en inpasbaarheid van extra bebouwing en verharding, wordt gevraagd het initiatief te motiveren vanuit een totaalvisie op het park. Vanuit het beleidskader HGS wordt hiervoor geen blauwdruk meegegeven. Wijziging in beleidskader: de passage over het overkappen van het Flevoparkbad worden geschrapt. De definitie van zwembadterrein wordt aangepast: de combinatie van binnen- en buitenbaden, wordt vervangen door 'een terrein met buitenbad(en), al dan niet gecombineerd met binnenbad(en)'.

4.4

Vrienden van het Amstelpark

Ingediend door: 8689-4752 Samenvatting brief: De vereniging Vrienden van het Amstelpark merkt de volgende zaken op: a. Op de toetskaart is alleen een deel van de heemtuin in het Amstelpark aangeduid als stadsnatuurplek. Voorgesteld wordt de aanduiding uit te breiden. Met deze uitbreiding vormt het ook een overgang naar de Amstel en de Amstelscheg. b. De vereniging verzoekt om actieve handhaving van de beschermde status van de HGS en refereert daarbij aan een specifieke casus in het Amstelpark en de advisering van de TAC hieromtrent. Antwoord: a. Het is gebleken dat de uitwerking van de stadsnatuurgebieden in het Amstelpark te onnauwkeurig, en vooral te beperkt is geweest. In samenspraak met betrokken ecologen is de duiding van stadsnatuur in het park aangescherpt en uitgebreid. In grote lijnen gaat het om gebieden die binnen de contour van de door indieners meegestuurde kaart vallen, met daarin nog enkele nuanceringen.

46

b. Indiener refereert aan een specifieke casus in het Amstelpark. De aard hiervan heeft geen directe invloed op de HGS. Het advies luidt - mochten er nog aanvullende vragen zijn – hierover contact op te nemen met het betreffende stadsdeel. In het groen aanwezige en eraan gerelateerde bebouwing en verharding maken ook onderdeel uit van de HGS. Binnen de stedelijke groenstructuur – HGS – wordt geen onderscheid gemaakt of het groen een publieke of private status heeft. Op meerdere plekken in de stad zijn private stukken groen onderdeel van de HGS. Hetzelfde geldt voor niet in gemeente-eigendom zijnde taluds, landgoederen en agrarische gronden. Wijziging in beleidskader: op de toetskaart in het beleidskader HGS is het aantal stadsnatuurgebieden in het Amstelpark uitgebreid en de begrenzingen ervan aangescherpt.

4.5

Stichting Beschermers Amstelland

Ingediend door: 3952-2475 Samenvatting brief: a. De stichting pleit ervoor dat er voor het gehele gebeid een duidelijke visie/perspectief wordt opgesteld die tot eenduidigheid leidt van handelen door de drie betrokken gemeenten, het waterschap en de provincie. "Nu lijkt de exercitie van de HGS meer op een vrij willekeurige lappendeken van leuke ideeën, waarbij het huidige open landschap kind van de rekening wordt”, aldus de stichting. b. De stichting merkt op dat de duiding van bijzonder provinciaal landschap dat op het gehele deel van de HGS ten zuiden van de A10 van toepassing is ontbreekt in het beleidskader. "Hiervoor geldt een beschermingsregime, dit zal toegevoegd moeten worden". c. De stichting merkt op dat er aan de zuidkant van de A10 sportparken zijn ingetekend en is van mening dat deze niet in de Duivendrechtse polder horen. De keuze wordt niet toegelicht. De bijdrage aan de versterking van groen en de biodiversiteit is niet aangetoond. Veel sportvelden bestaan bovendien uit kunstgrasvelden. Positief is dat het gebied openbaar wordt en er mogelijkheden liggen om juist de landschapswaarden te versterken passend in het Bijzonder Provinciaal Landschap. d.

De stichting merkt op dat de term sportlandschappen wordt geïntroduceerd, waarbij het volstrekt onduidelijk is om hoeveel verharding het gaat, wat de impact op de omgeving is, wat de aantrekkende werking van het verkeer is en de gevolgen van verlichting zijn. De toename van biodiversiteit lijkt zeer beperkt. Antwoord: a. Visievorming voor dit gebied als geheel valt buiten de reikwijdte en het werkingsgebied van het beleidskader HGS. De in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 aangekondigde opgave ten aanzien van ‘landschapsparken’ is in lijn met deze door de stichting geuite wens. Ze zijn gericht op versterking van de bestaande structuur van groene scheggen. b. Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) maakt onderdeel uit van provinciaal beleid en wordt om die reden niet als een aparte laag opgenomen in dit gemeentelijke beleidskader HGS. Wel is het als basis genomen voor de doorvertaling ervan in de groentypen en/of in de stadsnatuurlaag in de toetskaart van de HGS. Aan het beleidskader wordt toegevoegd dat de versterking van de landschapsparken alleen kan binnen de grenzen van provinciaal en nationaal beleid. Ook zal het relevante provinciale beleid – waaronder het BPL – als laag aanklikbaar zijn en over de digitale toetskaart van HGS geprojecteerd kunnen worden.

47

c.

Er is een opgave sportlandschap geformuleerd voor de Amstelscheg vanuit de Omgevingsvisie 2050. Dat betekent dat een eventuele inpassing van sport in dit gebied nog verder uitgewerkt moet worden. De behoefte eraan komt met name voort uit de nieuw gerealiseerde buurten aan de Amsteloever, in Ouder-Amstel en Amsterdam Zuidoost. Vooralsnog worden de mogelijkheden van een meer openbaar, landschappelijk ingericht Politiesportpark onderzocht, dat al de aanduiding groentype sportpark heeft en het bestaande sportpark APGS betreft. Slecht als het noodzakelijk blijkt wordt uitgeweken naar de directe omgeving. Om de ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten is een keuze voor kunstgras onvermijdelijk (aantal bespelingsuren kunstgras is 5 keer meer dan van gras). d. Aan de realisatie van een sportlandschap zijn in het beleidskader HGS regels verbonden. Ze zijn maatwerk per locatie. Bij de realisatie is aandacht voor de bestaande kwaliteiten van de Amstelscheg, onder meer doordat een sportpark landschappelijk, ecologisch en duurzaam zorgvuldig ingepast dient te worden. Hierbij zal de impact van eventuele verharding, verlichting en verkeersaantrekkende werking vanzelfsprekend worden meegenomen. Verhogen van de biodiversiteit is op deze zoeklocaties geen prioritair doel.

Wijziging in beleidskader: op de digitale toetskaart van de HGS zal het provinciale beleid als aanklikbare laag worden toegevoegd. In het beleidskader wordt in 4.2 bij de passage over versterking van de landschapsparken verduidelijkt dat geldende provinciale en nationale kaders moeten worden gerespecteerd. Zorgvuldige inpassing van sportlandschappen wordt meegenomen in de uitvoering.

4.6

Buren van het Sloterpark

Ingediend door: 1855-3629 Samenvatting brief: De ‘Buren van het Sloterpark' uiten zich in hun zienswijze zeer kritisch over het beleidskader en zijn van mening dat belanghebbenden onvoldoende op hoogte zijn gebracht van de actualisatie van het beleidskader. Daarnaast worden de volgende zaken opgemerkt: a. Het zuidwestelijke deel van de Sloterplas valt buiten het blauwgroene kader. De ‘Buren’ maken bezwaar tegen deze splitsing en merken op dat dit contrair is aan de recent vastgestelde Omgevingsvisie. b. De Buren stellen dat het toetskader te veel uitgaat van recreatieve waarden (net als de Watervisie 2040) en te weinig van natuurwaarde en daardoor te veel ruimte biedt aan horeca en evenementen en (kleinschalige) bebouwing in parken. c. De Buren sluiten af met het volgende: “Ondanks dat het goed is een aantal zaken in de HGS vast te leggen, overheerst bij ons het gevoel dat in dit stuk ontwikkelingen worden opgenomen, zodat in een later stadium kan worden gezegd ‘dat is al vastgesteld’. Wij gaan ervan uit dat op onderdelen straks gewoon inspraak mogelijk is en dat niet alleen de TAC hierover gaat". Antwoord: a. Zie de beantwoording onder 3.40. In de omgevingsvisie staat op de kaart van 'groenblauwe netwerk' het streefbeeld van de toekomstige HGS waar tot 2050 in stapjes naar toegewerkt kan worden. Dit beleidskader HGS is daarmee in lijn met de vastgestelde Omgevingsvisie. b.

College deelt de mening van 'Buren van het Sloterpark' niet dat deze HGS te veel ruimte biedt aan horeca en evenementen en (kleinschalige) bebouwing in park. Voor de gehele HGS geldt dat activiteiten of (extra) bebouwing alleen kan als deze de belangrijkste waarden van het betreffende groengebied versterken. Dat verschilt per groentype. Voor stadsnatuurgebieden zijn de mogelijkheden voor extra bebouwing/ recreatieve voorzieningen zeer beperkt, omdat de natuurwaarde daar altijd bovenaan staat. In stadsparken is meer ruimte voor voorzieningen die passen bij de schaal en omvang en het karakter van het park. 48

c.

Met het beleidskader HGS wordt niet geregeld dat er projecten worden uitgevoerd of 'dat er ontwikkelingen plaatsvinden'. Het beleidskader doet alleen uitspraken welk type ontwikkelingen/ voorzieningen wel of niet wenselijk is in de HGS. Voor concrete projecten of ontwikkelingen gelden de normale wettelijke inspraakprocedures.

Niet overgenomen/ voor kennisgeving aangenomen.

4.7

Vereniging Vrienden van de Sloterplas

Ingediend door: 9953-4262 Samenvatting brief: De Vereniging Vrienden van de Sloterplas stelt dat de toename van het aantal bewoners meer groen vereist, onder meer voor recreatie. Er wordt gesteld dat de hoofdgroenstructuur niet voldoende groen biedt. In de zienswijze van de Vereniging wordt verzocht: a. De gehele Sloterplas en het gehele omringende park op te nemen in de hoofdgroenstructuur, niet te bouwen op de oever of in het water en alle oevers te bestemmen tot beschermd stadsgezicht (zoals ook verzocht door erfgoedvereniging Heemschut in 2021). Daarnaast worden drie vragen gesteld: b. “Waarom wordt alleen de Noordoever als groenblauwe hotspot gezien?” Wat betreft de vereniging zijn de Zuidwestoever en Zuidoever ook een groenblauwe hotspot met een nadruk op groen en blauw. c. De vereniging is blij met de maximale verhardings- en bebouwingspercentages van parken en vraagt zich daarbij af wat als grens van het park wordt gezien. “Zijn daar berekeningen van in te zien? Wordt dit aspect ook door de TAC beoordeeld?" d. De vereniging pleit voor een koppeling van beheergelden aan de HGS en ziet deze graag terug in het beleidskader. Antwoord: a. In vergelijking met de vorige versie van de HGS is een groter deel van het Sloterplaspark aangewezen als HGS. Aan de randen zijn er delen toegevoegd, er zijn groene verbindingen bijgekomen, evenals het water in het park.

Nog meer groen of water toevoegen vindt het college niet wenselijk. De zuidwesthoek van de Sloterplas is bewust buiten de HGS gehouden. Zie hiervoor de beantwoording onder 3.40. b. Het aanwijzen van groenblauwe hotspots is op basis van een integrale afweging gedaan in de Omgevingsvisie en vervolgens 1-op-1 overgenomen in het beleidskader HGS. Er worden geen (nieuwe) groen-blauwe hotspots aangewezen in het beleidskader HGS. c. Voor het bepalen van verhardings- en bebouwingspercentages wordt de grens van het stadspark, zoals aangeduid op de toetskaart HGS, aangehouden. Berekeningen van verhardings- en bebouwingspercentages zijn (nog) niet beschikbaar. Het is aan projecten/ initiatiefnemers om richting de TAC duidelijk te maken dat met het initiatief of plan de maximale verhardings- en bebouwingspercentages niet worden overschreden. d. Het beleidskader HGS is niet bedoeld als kader voor het verdelen van beheergelden. Wel werken de in het HGS beleid beschreven groentypen en daarbij horende gewenste beheer door in het type beheer en inzet. Niet overgenomen/ Voor kennisgeving aangenomen.

49

4.8

Vrienden van het Diemerpark

Ingediend door: 0612-0430 Samenvatting brief: De Vrienden van het Diemerpark zijn zeer kritisch over het beleidskader HGS en stellen dat uit het beleidskader blijkt dat het '(vorig) college 'vergroenen’ en ‘beschermen' minder belangrijk vindt dan het mogelijk maken van meer sport en meer recreatie. De Vrienden zijn tegen de uitbreiding van sport en kunstgras (plastificering) in het Diemerpark. De zienswijze bestaat uit drie delen: 1. algemene opmerkingen, 2. opmerkingen per pagina en 3. opmerkingen over het Diemerpark in het bijzonder. Hieronder zijn deze opmerkingen beknopt samengevat: 1. Over het beleidskader in het algemeen a. Het beleidskader HGS moet in samenhang gezien worden met een onoverzichtelijke brei van documenten, die moeilijk te volgen en op inhoud te beoordelen is. Daarnaast vinden de Vrienden het onbegrijpelijk dat een verwijzing naar het onderzoeksrapport "Groen in de Stad' van de Rekenkamer ontbreekt. b. Het is moeilijk hoofd- en bijzaak van elkaar te onderscheiden, aldus de Vrienden. "Sommige teksten zouden beter in een bijlage opgenomen kunnen worden, waardoor deze makkelijker te raadplegen zijn”. c. Een heldere definitie van 'groen' ontbreekt. "Dit is een essentiële fout. Het vertroebelt de discussie over het doel van de hoofdgroenstructuur, omdat iedere gesprekspartner er zijn/haar eigen voorstelling van heeft”. d.

De Vrienden maken bezwaar tegen de vaak ingewikkelde en verwarrende terminologie in het beleidskader. Ten voorbeeld: “Het is lastig om het verschil te doorgronden tussen het groentype Natuurpark en de extra waarde Stadsnatuur". De Vrienden zijn van mening dat de beschrijvingen in het algemeen niet erg concreet zijn en (te) veel ruimte overlaten voor interpretatie en uitzonderingen, met gevolgen van dien. e. “Er zijn te veel recreatieve ambities die al gauw tot aantasting van de natuurwaarden in de hoofdgroenstructuur leiden”. De Vrienden zijn van mening dat er voorbij wordt gegaan aan de behoefte van mensen aan rust en natuur zonder voorzieningen. f. In de meeste gebieden met groentype Sportpark is niet het groen cruciaal of dominant, maar plastic (kunstgras). De Vrienden vragen zich af of het groentype Sportpark onderdeel moet zijn van de hoofdgroenstructuur. g. In Amsterdam ontbreken serieuze ruimtelijke verkennende studies naar sportterreinen om aan de (berekende) behoefte te kunnen voldoen. Sportparken zijn in essentie geen groenparken en vragen om een andere aanpak. h. Het doornemen van het rapport zou makkelijker gemaakt kunnen worden door de 'werking' van het beleidskader schematisch weer te geven. 2.

Opmerkingen per pagina Pag. 3: “De wethouder merkt op dat de AES integraal als 'stadsnatuur' is overgenomen". Dat is onjuist aldus de Vrienden. j. Pag. 4 en 5, 9, 17, 23, 24, 25, 37 t/m 39, 47: De Vrienden merken op dat er overal in het beleidskader (te) veel aandacht uitgaat naar recreatieve voorzieningen, ontwikkeling en consumeren etc. en te weinig naar groen en natuur en bescherming en behoud. k. Pag. 10 en 15: Er zit een innerlijke contradictie tussen enerzijds "niet alles kan in de hoofdgroenstructuur en dat wat wel kan moet zorgvuldig ingepast worden'' (pag. 10) en “groeien en meebewegen als de stad daarom vraagt" (pag. 15). Dat roept weinig vertrouwen op t.a.v. de bescherming van de groene waarden, aldus de Vrienden. l. Pag.24, 25. De kaart Groen-blauw raamwerk uit de Omgevingsvisie is lastig leesbaar, vooral omdat er geen duidelijke hiërarchie afleesbaar is. 50 i.

m. Pag. 26, 27: “Is er misschien een hiërarchie in groentypes aan te brengen, bijvoorbeeld van geen belang voor de natuurwaarden (sportpark met kunstgras) naar groot belang voor de natuurwaarden (natuurpark)?” (Dit met als doel het groen beter te beschermen). n. Pag. 28: In het beleidskader overlappen landschapsparken en natuurparken soms met elkaar. “Wat wil men nu eigenlijk?” o. Pag. 30, 31, 32: De Vrienden stellen dat sportterreinen qua voorwaarden beter passen op bedrijfsterreinen (i.p.v. in de hoofdgroenstructuur). Daarnaast plaatsen de Vrienden vraagtekens bij de afwijkende toetsingsmogelijkheden van de TAC bij een aantal sportterreinen (Bijlmerweide, Centraal Park Gaasperdam, Sportpark Amstelscheg, Oeverlanden/Nieuwe Meer) als ook Kadoelen en Diemerpark. p. Pag. 37 t/m 39: Sportvoorzieningen worden aldus de Vrienden onterecht beschouwd als aan groen gerelateerde vrijetijdsvoorzieningen'. q. Pag. 42 en 43: Er wordt gesteld dat stadsnatuur en sportpark niet gecombineerd kunnen worden, maar in de praktijk blijkt dat het groentype sportpark wel als enclave in een natuurpark kan worden gelegd (zie Diemerpark). In het door Natuurpark omgeven Sportpark in het Diemerpark worden op dit moment allerlei voorzieningen bedacht die niet zijn toegestaan in een Natuurpark. “Dit gaat ten koste van de natuur- en ecologische waarde”, aldus de Vrienden. r. Pag. 51.

De Vrienden stellen dat de in het beleidskader toegestane uitbreidingsmogelijkheden van het De Mirandabad en het Flevoparkbad geen richtlijn is, maar een voldongen feit, en een vrijbrief voor de aantasting van de natuurwaarden. s. Pag. 56 t/m 59: De Vrienden onderschrijven de richtlijnen zoals van toepassing bij het groentype Natuurpark, maar hebben er geen vertrouwen in dat het beleidskader daadwerkelijk garantie biedt tegen ongewenste ontwikkelingen. t. Pag. 56 t/m 59: De Vrienden stellen voor ‘Autoparkeren is in de meeste gevallen niet toegestaan' te vervangen voor ‘Autoparkeren is niet toegestaan’ en op pag. 59 een kopje ‘niet inpasbare voorzieningen' toe te voegen. u. Pag.60 t/m 63: De Vrienden stellen dat de omschrijving van het groentype Sportpark erg lang, vaag en vrijblijvend is en de beheerwijze heel kort. Beschrijvingen van bereikbaarheid, parkeerbehoefte en exploitatie-omvang ontbreken. “Essentiële of kenmerkende onderdelen van het beheer worden niet toegelicht en er worden geen richtlijnen aan gekoppeld". v. Pag. 64 t/m 67: De Vrienden zetten vraagtekens bij de richtlijnen zoals gesteld bij het groentype Tuinpark en stellen dat deze overkomen als een inbreuk op het (sociaal) functioneren van tuinparken. w. Pag. 71: "Bij het beheer van gedenkparken speelt het in stand houden van monumentale en culturele waarden een belangrijke rol".

De Vrienden stellen dat het zinvol is dit met zoveel woorden te benoemen bij de beheerwijze. x. Pag. 74 t/m 75: Een uitspraak over honden uitlaat- en/of losloopgebieden in het groentype Landschap ontbreekt. y. Pag. 78 t/m 79: De genoemde afstanden (voldoende maat) bij Groene Verbindingen zijn verwarrend. De Vrienden stellen dat het e.e.a. beter - en waarschijnlijk ook terughoudenderbeschreven moet worden. Daarnaast stellen de Vrienden dat het beheer wel degelijk intensief kan zijn. z. Pag. 80, 81 en bijlage 1: De Vrienden geven aan het vreemd te vinden dat zwembaden en sportterreinen in een adem genoemd worden, terwijl deze niet tot hetzelfde groentype worden gerekend (zie eerdere opmerking). 3.

Over het Diemerpark in het bijzonder aa. De Vrienden laten met kaartmateriaal zien dat de voorgestelde stadsnatuur in het Diemerpark aanzienlijk kleiner is dan de Ecologische Structuur in de Structuurvisie. De uitsparing in de Ecologische Structuur is niet groot genoeg om het huidige sportterrein te kunnen huisvesten. Het parkeerterrein ligt voor het grootste deel daarbuiten, in de Ecologische Structuur. Verzocht wordt de grootte van de ecologische structuur in het Diemerpark ten minste te behouden en het liefst uit te breiden.

51

bb. De Vrienden stellen dat het pompgebouw-complex niet tot de hoofdgroenstructuur gerekend zou mogen worden. "Met het toerekenen van het pompgebouw-complex aan het groentype 'Natuurpark’ wordt de ondergeschikte status van natuur ten opzichte van sport zichtbaar, aangezien het pompgebouw-complex voor het sportterrein van ten minste evenveel belang is als het natuurpark". cc. De Vrienden pleiten ervoor een groentype of iets vergelijkbaars in het leven te roepen, waarvoor geldt dat de gebieden met een zeer hoge ecologische waarde ontoegankelijk zijn voor betreding. "In het Diemerpark zouden de ARK-zone en de batterij dit groentype toegekend moeten krijgen”. dd. De 'staart’ van het Diemerpark (dat als ecologische en recreatieve verbinding naar de Diemervijfhoek functioneert) is niet als onderdeel van het groene Natuurpark aangegeven, terwijl dat zeer voor de hand ligt qua situatie en functies. De Vrienden vragen een toelichting hierop. ee. De Vrienden benadrukken dat – door te spreken over 'vergaande besluitvorming over het Diemerpark- het (vorig) gemeentebestuur naar huns inziens foutieve en misleidende informatie verspreidt. De vrienden hebben hierover een officiële klacht ingediend. In de zienswijze wordt de geschiedenis van de sportvelden in het Diemerpark nauwkeurig uiteengezet.

De Vrienden stellen dat –voor effectieve bescherming van de waarden van de hoofdgroenstructuur het noodzakelijk is dat de gemeenteraad na een negatief TAC-advies “de plannen wijzigt en niet het beleid”. Antwoord: Over het beleidskader in het algemeen a. De door indiener genoemde opsomming van documenten, onderzoeksrapporten en het advies zoals dat door de Rekenkamer is verstrekt op groen zijn waardevolle input voor het groenbeleid van Amsterdam en zijn/worden als zodanig ook betrokken. In het beleidskader Hoofdgroenstructuur is juist ten behoeve van de leesbaarheid en duidelijkheid volstaan met verwijzing naar beleidskaders waaraan het HGS-beleid rechtstreeks is gerelateerd. b. Dit advies van indiener is ter harte genomen en heeft geleid tot een andere hoofdstukindeling van het beleidskader, het achterwege laten van procespassages en teksten die al in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 staan verwoord. Zie ook 3.2 over Opzet en leesbaarheid van het beleidskader. c. In dit beleidskader staat de Hoofdgroenstructuur centraal. De definitie van de HGS is onder 2.1 opgenomen en aangescherpt. d. In het beleidskader Hoofdgroenstructuur worden groentypen onderscheiden. Het natuurpark is daar een voorbeeld van.

Omdat de groenwaarde natuur in principe in alle groentypen vertegenwoordigd kan zijn en het college grote waarde hecht aan deze groenwaarde, is ervoor gekozen deze een specifieke status in het Beleidskader HGS te geven via de stadsnatuurlaag. Zo is helder waar in de stad de natuurwaarde prioriteit heeft boven alle ander groenwaarden. Het instrument van de Hoofdgroenstructuur is geïntroduceerd als vertaalslag tussen de meer abstracte Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het concrete juridisch planologische instrument van het bestemmingsplan (straks omgevingsplan). e. Het college deelt dit standpunt niet: in het beleidskader HGS wordt de bescherming van de natuurwaarde van het groen juist steviger geborgd dan nu het geval is. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar groentypen. Bij stadsnatuur staat de natuurwaarde altijd in prioriteit op 1. Bij meer dan de helft van het totale oppervlak van de HGS is natuur één van de drie prioritaire waarden. Een initiatief mag nooit ten koste gaan van de natuurwaarde. Daarnaast onderscheiden we bewust een aantal meer op recreatie/ sport/ spel gerichte groentypen zoals stadsparken en sportparken. Zo is bewust variatie aangebracht. f. Om de ruimte in een verdichtende stad zo efficiënt mogelijk te benutten is een keuze voor kunstgras onvermijdelijk.

Het college snapt dat, naarmate de hoeveelheid kunstgras toeneemt, de vraag gesteld moet worden 'of sportparken nog wel thuishoren in de HGS'. Daarom is als vervolgactie aan het beleidskader toegevoegd om te onderzoeken of (en onder welke voorwaarden) het wenselijk is om (alle) sportparken in de Hoofdgroenstructuur te handhaven. 52

De uitkomst van dat onderzoek zal bepalend zijn voor de positie van sportparken in een volgende, geactualiseerde versie van het HGS beleid. g. Het college deelt dit standpunt niet. Zie verder de beantwoording onder f. h. Het beleidskader is waar noodzakelijk verduidelijkt. De gewijzigde hoofdstuk indeling draagt daar aan bij. Zie ook 3.2 over Opzet en leesbaarheid van het beleidskader. Opmerkingen per pagina: i. De AES-kaart betrof een visiekaart. Naast het bestaande ecologische groen staan er ook ambities (ontbrekende schakels) op deze kaart. Dat is een belangrijk verschil met de toetskaart in de HGS, waar alleen bestaand groen op het grondgebied van Amsterdam een plek in heeft gekregen. Nieuwe wenselijke ecologische verbindingen of het opheffen van knelpunten zijn niet op de toetskaart HGS belandt, maar zullen in de Opgavenkaart HGS een plek moeten krijgen met als doel het stadsnatuur netwerk verder te versterken. j. Zie de beantwoording onder e. k. Het college hecht eraan om transparant te zijn over de wijze waarop we invulling geven aan een complete stad. De inzet is en blijft om niet te bouwen in de Hoofdgroenstructuur. Toch kunnen er zwaarwegende redenen zijn die om een uitzondering vragen (bijvoorbeeld bij afwegingen omtrent duurzaamheid). Als dat het geval is, dan is een democratisch bestuurlijk besluit van de gemeenteraad nodig om hierover een knoop door te hakken. l.

De kaart uit de Omgevingsvisie betreft een beeld van een toekomstige HGS waar in stappen tot 2050 naar toe gewerkt kan worden. De kaart bestaat uit huidig en toekomstig HGS groen. Vanwege het visiekarakter (2050) is deze bewust enigszins abstract gehouden. Dat geldt niet voor de toetskaart uit het Beleidskader die nauwkeurig weergeeft groenblauwe gebieden aangewezen zijn als HGS. Om verwarring (en dubbeling) met de Omgevingsvisie te voorkomen is de bewuste kaart verwijderd uit het beleidskader HGS en wordt er enkel naar verwezen. m. Er is geen hiërarchie aan te brengen tussen de groentypen. Elk groentype is belangrijk voor een complete stad. De natuurwaarde van groen kan zich in alle groentypen openbaren. Door met prioritaire waarden per groentype te werken is afdoende inzichtelijk waar de natuurwaarde prioritair is binnen de HGS en waar andere groenwaarden de overhand hebben. n. Deze onduidelijkheid is weggenomen. Voor elk stuk groen geldt maar één groentype. De opgave uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 ten aanzien van landschapsparken is nog onvoldoende uitgewerkt om concreet doorvertaald te kunnen worden naar het HGS-beleid. Deze is om die reden achterwege gelaten als element om aan te toetsen vanuit het beleidskader HGS. o. We streven als stad naar voldoende aanbod aan sportvoorzieningen bij voorkeur op fietsafstand.

De suggestie om bij programmering van nieuwe sportterreinen de mogelijkheden te betrekken die bedrijventerreinen bieden valt te onderschrijven. Het biedt al dan niet extra kansen om de extra sportbehoefte (gedeeltelijk) binnen een gebiedsontwikkeling zelf op te vangen. Hoewel situering in de HGS niet de voorkeur heeft, valt hier soms niet aan te ontkomen. De 1-2-3methode ten aanzien van sportprogrammering is bedoeld om hierop steviger de regie te voeren. De in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 aangekondigde 6 locaties voor sportlandschappen zijn een gegeven. Bij de wijze van invulling is er een essentiële rol voor de TAC weggelegd om de kwaliteit, waaronder de landschappelijke inpassing, te bewaken en beoordelen. p. Zie hiervoor de beantwoording onder f. q. De keuze om het sportpark in het Diemerpark uit te breiden betreft een ruimtelijk alles omvattende afweging, waarbij ook de consequenties voor natuur zijn betrokken. Het groentype natuurpark waarbinnen het sportpark is gelegen kent de nodige beperkingen voor inpassing van functies en gebruiksmogelijkheden. De meningen over wat hierbinnen wel of niet mogelijk met zijn lopen zeer uiteen. Het beleidskader HGS is bedoeld om hier sturing aan te geven. r. De beleidspassage over de zwembadterreinen is mede op verzoek van indiener bijgesteld. De uitzonderingsmogelijkheid voor het Flevoparkbad is geschrapt.

De bij raadsbesluit vastgestelde Gebiedsvisie Martin Luther Kingpark geeft randvoorwaarden mee waarbinnen het De Mirandabad kan vernieuwen. s. Voor kennisgeving aangenomen.

53

t.

u.

v.

w. x. y.

z.

De passage over parkeren is in het beleidskader HGS gevoegd onder de algemene richtlijnen in H 2.3 onder ‘niet inpasbaar’. Dit is als volgt geformuleerd: 'oplossingen voor extra autoparkeren moeten buiten de Hoofdgroenstructuur worden gevonden met uitzondering van het groentype landschap en sportpark. Uitbreiding van parkeren in het landschap of op een sportpark wordt beoordeeld als onderdeel van het bebouwingsini­tiatief waar het bij hoort. Een land­schappelijk verantwoorde inpassing is noodzakelijk. Groene toepassing van parkeren (bijvoorbeeld gewa­pend gras) verdient de voorkeur'. Mede op verzoek van indiener is de sportpassage ingekort tot de voor het beleidskader HGS relevante passages. Binnen het beleidskader HGS worden onder het groentype ‘sportpark’ richtlijnen meegegeven over inpasbaarheid van onderdelen. Het beleidskader HGS is als instrument niet bedoeld noch toegerust om beleidsmatig op wijze van beheer en exploitatie van sportparken te sturen. Een instrument als een beheerplan ligt hiervoor meer voor de hand.

De richtlijnen zoals deze binnen het beleidskader HGS verbonden zijn aan het groentype Tuinpark betreffen hetzij voortzetting van het nu vigerende HGS beleid, hetzij een doorvertaling van de in afstemming tussen gemeente en volkstuinorganisaties gemaakte afspraken (2021) aangaande de inspanningen tot behoud van de volkstuinparken enerzijds en het geven van een grotere betekenis ervan voor de omgeving anderzijds. Reeds opgenomen: Als prioritaire waarden voor gedenkparken gelden: natuur, cultuurhistorie en beleving. Bij de beheerwijze van gedenkparken staat aangegeven dat het beheer van groen en water de waarden en het gewenste gebruik van de gedenkparken ondersteunt. Zie hiervoor de beantwoording onder 3.11. Omdat dit maatwerk is per locatie is de afstandsmaat van minimaal 15 meter geschrapt. Dat sommige gedeelten binnen het groentype ‘groene verbinding’ intensief beheerd worden sluiten we niet uit. In het beleidskader staat het voor dit groentype overall en gewenste beheer beeld vermeld. Onder stadsnatuur is naar aanleiding van inspraakreacties toegevoegd dat het ontwikkelen van natuurwaarden in bijzondere gevallen om intensieve vormen van beheer vragen. De betreffende bijlage – en daarmee deze passage – is geschrapt uit het beleidskader.

Over het Diemerpark in het bijzonder aa. Zie hiervoor de beantwoording onder i, q en t. bb. Het pompgebouw-complex maakt onderdeel uit van het groenensemble van het Diemerpark en de functionaliteit ervan. Deze uit de Hoofdgroenstructuur halen is in die zin onwenselijk. Bovendien heeft behoud in de Hoofdgroenstructuur van deze locatie als voordeel dat dit randvoorwaarden stelt richting een eventuele functiewijziging of uitbreidingsbehoefte in de verdere toekomst. cc. Een dergelijk groentypering wordt binnen de gemeentegrens vanuit het college als onwenselijk beschouwd. Het beschikbare groen in de stad dient weliswaar divers van karakter te zijn, maar gebruik door de mens geheel uitsluiten in het openbare groen van Amsterdam acht ze niet aan de orde. dd. Het groentype ‘groene verbinding’ met daarop de stadsnatuurlaag wordt voor deze verbinding tussen Diemerpark en Diemervijfhoek als een meer passend groentype beschouwd. ee. Het college is bekend met de geschiedenis van het Diemerpark en de eerdere besluitvorming in deze. We delen uw standpunt niet dat in dit kader foutieve en misleidende informatie is verstrekt. Wel kunnen we ons voorstellen dat u het niet eens bent met het voornemen om het sportpark in het Diemerpark uit te breiden. Zie hiervoor verder de beantwoording onder 3.22 en 3.23.

Wijziging in beleidskader: • De definitie van de HGS is in H2.1 in het beleidskader aangescherpt. • Er is in 4.2 een vervolgactie opgenomen om te onderzoeken of alle sportparken in de HGS gehandhaafd moeten worden • Er is in H1.2 een vervolgactie toegevoegd om doelen ten aanzien van ecologie nader te definiëren.

54

•

•

• •

4.9

De onduidelijkheid met betrekking tot landschapsparken en de toetsing daarin is weggenomen door deze passages te schrappen. Het is als uitwerking van de Omgevingsvisie geagendeerd in H4.2. Ook zijn de passages over de sportopgave aanzienlijk ingekort en verduidelijkt. De passage over parkeren is in het beleidskader HGS gevoegd onder de categorie ‘niet inpasbaar’ met als formulering: Oplossingen voor extra autoparkeren moeten buiten de Hoofdgroenstructuur worden gevonden met uitzondering van het groentype landschap en sportpark. Uitbreiding van parkeren in het landschap of op een sportpark wordt beoordeeld als onderdeel van het bebouwingsini­tiatief waar het bij hoort. Een land­schappelijk verantwoorde inpassing is noodzakelijk. Groene toepassing van parkeren (bijvoorbeeld gewa­pend gras) verdient de voorkeur. De minimale afstanden (voldoende maat) zijn binnen het groentype ‘groene verbinding’ geschrapt. Onder 2.4 over Stadsnatuur is naar aanleiding van inspraakreacties toegevoegd dat het ontwikkelen van natuurwaarden in bijzondere gevallen om intensieve vormen van beheer kunnen vragen.

SOVON-Broedvogelinventariseergroep Diemerpark & Vogelwerkgroep Amsterdam

Ingediend door: 3688-4817, 3977-0567 Samenvatting brief: De SOVON Broedvogelinventariseergroep Diemerpark en de Vogelwerkgroep Amsterdam verzoeken in twee identieke zienswijzen de oppervlakte van het sportpark in het Diemerpark niet uit te breiden. Gesteld wordt dat de eisen waaraan het natuurpark volgens het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur moet voldoen, onhaalbaar zijn als het sportpark in het Diemerpark nog groter wordt dan het nu al is. De volgende punten worden naar voren gebracht: a. Het voor de bezoeker zo belangrijke ‘gevoel van afstand’ is niet meer mogelijk; het sportpark wordt bij uitbreiding dominant en nagenoeg overal in het park zichtbaar (o.a. door lichtmasten). b. De functie als ecologische corridor zal ernstig te leiden hebben onder uitbreiding van het park; het zal een onneembaar obstakel vormen voor de migratie van bijvoorbeeld ringslangen, waarbij de bescherming een onderdeel vormde van de natuurcompensatie voor de aanleg van IJburg. c. Door de uitbreiding verdwijnt een groot foerageer- en jachtgebied voor rodelijstsoorten als de kneu en torenvalk. d. De bij een natuurpark horende ‘stilte en donkerte’ zijn niet verenigbaar met een groot sportpark, met bijbehorende lichtmasten (lichtoverlast) schreeuwende supporters en het gemotoriseerde verkeer van en naar het sportpark Antwoord: a.

In het beleidskader Hoofdgroenstructuur heeft in de toetskaart een doorvertaling plaats gevonden van de bestuurlijke wens om de sportfunctie hier – conform de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – uit te breiden. Door wijziging van de contouren zal het sportpark meer ruimte innemen in het Diemerpark. Dit zal effect hebben op de groenwaarden van het Diemerpark, waaronder de beleving en recreatieve mogelijkheden. Desondanks blijft het Diemerpark als geheel haar weidse karakter behouden en is natuur dominant. De wijze van invulling van de faciliteiten behorende bij het sportpark (zoals lichtmasten en parkeerfaciliteiten) behoefte inderdaad specifieke aandacht, zowel vanuit het oogpunt van praktische gebruiksmogelijkheden als vanuit het oogpunt van natuur en landschap.

55

b. In het Diemerpark zijn meerdere stadsnatuurgebieden en verbindingen aanwezig. Door de wijzigingen van de contouren van het sportpark is het mogelijk dat de stadsnatuur functie nabij het huidige sportpark kleiner wordt en zijn ecologische functie vermindert of verliest. Maar ondanks de uitbreiding van de contouren blijft het Diemerpark als geheel een belangrijke functie als ecologische structuur/corridor behouden. Dit geldt zeker voor soorten zoals de ringslang, die zich meer in de natte randen van het park ophouden, zoals de ARK-zone. Negatieve uitstralende effecten van een eventuele uitbreiding van het sportpark op de ARK-zone zijn niet te verwachten. Het is dus niet de verwachting dat deze soort hinder ondervindt van de gewijzigde contouren van het sportpark. Daarnaast wordt onderzocht welke delen van het Diemerpark een ecologische kwaliteitsimpuls kunnen worden gegeven, zodat het Diemerpark als geheel een grotere ecologische waarde krijgt. Een voorbeeld daarvan is het lokaal verhogen van het waterpeil bij de diverse poelen zodat de habitat voor de ringslang zelfs kan worden vergroot. c. Door het vergroten van de contouren van het sportpark verdwijnt inderdaad een deel van het groenareaal en daarbij verdwijnen mogelijke foerageergebieden.

Het Diemerpark is echter qua omvang groot genoeg: het zwaartepunt van de foerageergebieden van de kneu en torenvalk liggen meer in het centrale deel van het Diemerpark waar een geschikter biotoop aanwezig is. Aantasting van essentiële foerageerfuncties van deze soorten zijn met de uitbreiding van de contouren niet aan de orde. Met de beoogde kwaliteitsimpulsen van andere locaties in het Diemerpark wordt het gebied als geheel mogelijk geschikter voor soorten als de torenvalk en kneu. d. In een stad met al haar facetten en belangen zien we dat openbare ruimte vaak meerdere functies heeft. Door rekening te houden met al die belangen zijn veel functies inpasbaar zonder afbreuk te doen aan de functionaliteit daarvan. De lichtmasten in het Diemerpark branden maar een deel van de avond na zonsondergang. Daarnaast wordt met een groep bewoners onderzocht of de verlichting op een natuurvriendelijke wijze kan worden toegepast, met een beperkte uitstrooiing naar de omgeving. Op die manier kan de nacht met haar volledige duisternis in het overgrote deel van het Diemerpark ervaren worden. Ook de overlast door gemotoriseerd verkeer en supporters vindt plaats in een afgekaderd gebied, met een beperkte ecologische impact op de rest van het gebied. De meegegeven aandachtspunten worden betrokken bij de uitvoering/ planuitwerking.

4.10

Vereniging ‘’De Oeverlanden Blijven!’’

Ingediend door: 0000-0004 Samenvatting brief: De Vereniging ‘De Oeverlanden Blijven' is verheugd te lezen dat het college ernaar streeft de HGS uit te breiden, waardevolle groengebieden te behouden en te versterken en waterstructuren op te nemen “Wel moet ervoor worden gewaakt dat er door de komende verdichtingsverplichtingen de waardevolle groengebieden onder druk komen te staan”. Aanvullend op bovenstaande maakt de vereniging in haar zienswijze de volgende opmerkingen: a. De verschillende aanduidingen zijn verwarrend. De vereniging kan zich vinden in de aanduiding ‘natuurpark’ op de toetskaart, maar vraagt zich af hoe deze aanduiding rijmt met de soort ‘landschapspark’ van kaart 1 ’groenblauw raamwerk'. b. De Oeverlanden/ Nieuwe Meer zijn aangewezen als een van zes zoekgebieden voor georganiseerde buitensport. De vereniging stelt dat de aanleg van een kleinschalig sportcomplex met maximaal drie hockey-of voetbalvelden in strijd is met de Ontwikkelstrategie landschapspark De Oeverlanden van december 2021, waarin op pagina 56 staat beschreven dat het toevoegen van grootschalige sportvelden ten behoeve van verenigingssporten in de Oeverlanden letterlijk geen ruimte is. “Wel is het mogelijk om in de drukkere zones van de oeverlanden mogelijk (beach)volleybal, tafeltennis of basketbalveldjes in te passen. Daarnaast is er 56

ruimte voor informele sportbeoefening en spontane sportontmoetingen”. Verzocht wordt de tekst hierop aan te passen. Antwoord: a. Om de toetskaart beter leesbaar te maken is de legenda bijgesteld. Landschapsparken zijn geen groentype en zijn dan ook niet als laag opgenomen in de toetskaart. De landschapsparken betreffen een overkoepelende groenopgave, meegegeven in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, zie hiervoor de toelichting zoals opgenomen in het beleidskader. b. De Oeverlanden is één van de zes in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 aangewezen zoeklocaties voor een sportlandschap. De ontwikkelstrategie Oeverlanden is uitgangspunt bij de sportopgave van deze locatie, waardoor aanpassing hiervan niet nodig is. De zoeklocatie voor dit sportlandschap is indicatief aangegeven langs het Jaagpad en Riekerweg, en tegen de A4 aan, in de drukkere en minder natuurlijke delen van de Oeverlanden. Het gaat bij sportlandschappen nadrukkelijk om zorgvuldig, landschappelijk ingepaste ruimte voor sport. Een sportlandschap is maatwerk per locatie. Primair gaat het om de meer extensieve vormen van georganiseerde buitensport, welke samengaan met ongeorganiseerde, individuele buitensporten in de openbare ruimte. Eventuele sportterreinen, faciliteiten en sportvelden zijn kleinschalig van opzet (maximaal drie velden).

Uitgangspunt is dat sport een positieve bijdrage levert aan de beleving en het karakter van het specifieke landschap niet wordt aangetast. Wijziging in beleidskader: de legenda bij de toetskaart is aangepast.

4.11

Stichting Natuurbescherming ZO

Ingediend door: 0000-0003/ 5723-4258 Samenvatting brief: De Stichting Natuurbescherming Zuidoost is zeer kritisch over het toetskader HGS. De stichting stelt dat het toetskader HGS neerkomt op het voor een groot deel, zo niet geheel, vervagen en vervangen van het NNN (Natuurnetwerk Nederland), het ontsnappen aan de verplichting om ecologisch te beheren en vooral het faciliteren van commercie en intensieve recreatie. Het beleidskader is, zo stelt de stichting, in strijd met de provinciale ruimtelijke verordening. De stichting uit zich tenslotte zeer kritisch over het proces omtrent de juridisch planologische borging van de HGS, noemt dit een catch-22 met onvoldoende ruimte voor bezwaar en beroep. Meer in detail stelt ze het volgende: a. Op de toetskaart HGS is het NNN, Natuur Netwerk Nederland, niet weergegeven. Het college hoort de status van NNN gewoon te respecteren, maar doet dat al meer dan tien jaar niet. Dat illegale Amsterdamse beleid op basis van een na verloop van tijd ingelaste en misleidende Ecologisch visie probeert men nu te legaliseren met de nieuwe HGS. b. Een stuk van de Bijlmerweide en het hele Gaasperpark inclusief de oost- en zuidoevers krijgt de benaming ‘stadspark’, terwijl deze gebieden inclusief de Gaasperplas behoren tot het NNN.

In het ‘stadspark’ Gaasperpark is bijvoorbeeld meer recreatie toegestaan dan in de Gaasperzoom die een ‘natuurpark’ is, terwijl beide behoren tot het NNN. Zelfs wat men ‘sportpark’ noemt is onderdeel van het NNN. c. Een ecologische verbinding zoals het NNN voorstaat is ver te zoeken als je grote delen van het NNN van de kwalificatie ‘natuurpark’ uitsluit. Er blijft in de HGS schandalig weinig van over.

57

d. Kunstgras hoort volgens het college thuis in de HGS, ook gebouwen en verharding. De mate waarin alles toegestaan is ligt niet vast. e. Deze HGS is vooral mensgericht en ontwikkelgericht, dus niet natuurgericht. f. De actualisatie van het beleidskader van de HGS blijft een regelmatig terugkerend akkefietje, onderhevig aan wijzigingen en onzekerheden, dat telkens door het college, en indien mogelijk, door de gemeenteraad besproken en besloten zal worden. Daarmee wil het college het NNN – waarvoor de provincie zorg moet dragen – volledig omzeilen. g. Ecologisch beheer wordt wel aangekondigd, maar nergens bindend vastgelegd qua gebied of groentype. Met dit beleidskader wordt ontsnapt aan de verplichting om ecologisch te beheren en vooral het faciliteren van commercie en intensieve recreatie. h. Er wordt, aldus de opstellers van de zienswijze, te veel ruimte geboden aan evenementen (waaronder festivals en sport/kunstgras) in het groen/ stadsparken en er is te weinig aandacht voor de schade van deze activiteiten. Geluidsnormen zijn vastgelegd in het gemeentelijk geluidsbeleid, dat los staat van het beleidskader HGS. Er zijn geen normen om mogelijke verstoring van de fauna in het NNN-gebied te verhinderen tijdens zeer luidruchtige festivals, zelfs niet in broedtijd. i.

“Zolang de TAC geen bindend advies mag afleveren en de gemeente elk recht behoudt om adviezen van de TAC, stadsdeelcommissies en burgers af te wijzen, zal een eerlijke en integere uitwerking van de HGS onmogelijk zijn”. Antwoord: a. Het Provinciale Natuur Netwerk Nederland is als uitgangspunt genomen bij de doorvertaling in de groentypen en/of in de stadsnatuurlaag in de toetskaart van de HGS. Om dit in de toetskaart beter inzichtelijk te maken, zal het Natuur Netwerk Nederland als laag aanklikbaar zijn in de digitale versie van de toetskaart HGS. Zie verder de beantwoording bij 3.8. b. Het Provinciaal Natuur Netwerk Nederland, de Amsterdamse Ecologische Visie en de huidige Hoofdgroenstructuur zijn als uitgangpunt genomen. Ter hoogte van de Gaasperplas wordt in navolging van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 niet de exacte NNN-begrenzing aangehouden. Dat is een bewuste keuze vanuit de stedelijke opgaves en in lijn met het vigerende groentype hier van ‘stadspark’ binnen het HGS-beleid. De NNN en landelijk gebied status van de Gaasperplas beperken de verdere ontwikkeling en ambities zoals beschreven in het toekomstplan voor dit gebied. c. In de HGS-toetskaart is de NNN door vertaald via zowel vlakken als groene verbindingen met het label stadsnatuur en/of hebben het groentype ‘natuurpark’.

Grotere oppervlakten hebben dus de prioritaire waarde 'natuur' meegekregen dan door de indiener worden aangemerkt. d. Zie hiervoor de beantwoording bij 3.12. e. Het college kan zich niet vinden in dit standpunt van de indiener. De HGS vertegenwoordigt een grote diversiteit aan groen met uiteenlopende groenwaarden gericht op mens, plant en dier. In veel groentypen is natuur een prioritaire waarde. Dit legt beperkingen op voor de recreatieve gebruikswaarden, maar betekent niet dat er niks kan. Voor het eerst zijn de stukken stadsnatuur expliciet aangewezen en leidend gemaakt bij toetsing van initiatieven in het groen. f. De actualisatie van de HGS volgt de actualisatiefrequentie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waarin de visie voor de HGS wordt bepaald en beschreven. De frequentere actualisatie is verbonden aan de werkwijze zoals verbonden aan de Omgevingswet. De stad is en blijft aan dynamiek onderhevig. Daar waar provinciaal en gemeentelijk beleid elkaar ontmoeten vindt in goed overleg afstemming plaats. g. Zoals aangegeven in de Groenvisie 2050 is ecologisch beheer van de groene ruimte de norm als het past bij het gebruik. Ecologisch beheerde kerngebieden worden onderzocht in een ecologisch monitorings- en inspectieprogramma. In dit programma worden tevens gewenste doelsoorten aangewezen. Het gevoerde beheer en de gebiedsinrichting wordt indien nodig

58

bijgesteld op deze doelsoorten en de aanwezige kwaliteit. Hierop voortbouwend en tegemoetkomend aan de reacties van indieners zal er in het Beleidskader HGS een vervolgactie worden aangekondigd om 'nader te definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen'. In de nog te maken 'Opgavenkaart HGS' zullen nog ontbrekende schakels in het stadsnatuur netwerk worden beschreven met het doel deze knelpunten op te heffen. h. In het kader van het HGS-beleid zal de discussie over de wenselijkheid van (grootschalige) evenementen in stadsparken niet beslecht kunnen worden. Het stedelijke evenementenbeleid geeft antwoord op de vraag waar, hoeveel en welk type evenementen er mogen plaatsvinden in de stad en het groen. Ook geluidsniveau wordt in dit beleid gereguleerd. De draagkracht van het groen is één van de aspecten om daarbij mee te wegen, evenals de ervaren overlast die ermee gepaard gaat. De TAC heeft vanuit haar taakstelling geen rol in toetsing op inpasbaarheid van evenementen(terreinen) in de Hoofdgroenstructuur. Wel wordt vanuit het beleidskader de notie meegegeven dat deze voorzieningen moeten passen bij de schaal, omvang en karakter van het groentype.

Vanuit het evenementenbeleid en de uitvoering hiervan hebben de negatieve aspecten die de indieners verbinden aan de organisatie van (grootschalige) evenementen de aandacht. i. De TAC heeft als taak het college te adviseren over de inpasbaarheid van initiatieven in de HGS, als deze afwijken van wat een bestemmingsplan/ het omgevingsplan toestaat. Volgens ons democratisch stelsel ligt de bevoegdheid bij het College en de gemeenteraad om dit advies al dan niet over te nemen. Voor kennisgeving aangenomen. Wijziging in beleidskader: de vervolgactie wordt aangekondigd dat voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) nader zal worden gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen. Relevant provinciaal/landelijk beleid wordt als aanklikbare laag toegevoegd aan de digitale toetskaart HGS. Betrekken bij vervolgactie: in de nog te maken 'Opgavenkaart HGS' zullen nog ontbrekende schakels in het stadsnatuur netwerk worden beschreven met het doel deze knelpunten op te heffen.

4.12

Stichting Vrienden van de Gaaspermolen

Ingediend door: 2534-8242 Samenvatting reactie: De Stichting Vrienden van de Gaaspermolen uit in haar zienswijze zorgen om het ‘zoekgebied stadsbos’, dat is ingetekend in het Amsterdamse deel van de Gemeenschapspolder. De stichting dringt erop aan rekening te houden met de molenbiotoop (waaronder vrije windtoevoer), ook omdat de windbepaling een besparing op het gebruik van elektriciteit oplevert. “Een stadsbos kan alleen aangelegd worden in de Gemeenschapspolder Zuid, in aangepaste vorm met voldoende afstand tot de molen". Antwoord: De zoeklocaties voor een stadsbos staan in de vastgestelde Omgevingsvisie 2050 en vallen buiten de scope van het beleidskader HGS. De locaties zullen in de toekomst nader onderzocht worden op

59

geschiktheid, waarbij de aspecten zoals in de reactie van de Stichting Vrienden van de Gaaspermolen beschreven betrokken zullen worden. Wordt betrokken bij vervolgactie (onderzoeken van zoeklocaties stadsbos).

4.13

Dorpsraad Driemond

Ingediend door: 0000-0010 Samenvatting reactie: In de reactie wordt gepleit om twee locaties op te nemen in de HGS: het weidegebied gelegen naast de volkstuinen en achter de woningen van het Zonnehof. En het groengebied aan de achterzijde van het complex Matchzo met sportvelden. Antwoord: Het college is het eens met de reactie van Dorpsraad Driemond. De twee door indiener genoemde locaties zijn nu al onderdeel van de Hoofdgroenstructuur (groentype sportpark) en zullen wederom in de nieuwe toetskaart HGS opgenomen worden. Zie verder 3.37. Voorgestelde wijziging: in de toetskaart HGS wordt de schaatsbaan en het stukje polder tussen sportpark Driemond en volkstuinpark Linnaeus toegevoegd conform de begrenzing van de huidige HGS.

4.14 Natuurvereniging de Ruige Hof Ingediend door: 3982-8212 Samenvatting brief: Het bestuur van natuurvereniging de Ruige Hof stelt in haar zienswijze voor om alle huidige NNNgebieden, zoals Klarenbeek, Gaasperzoom, Gaasperplas en Bijlmerweide de kwalificatie NNN-gebied te laten houden. Het bestuur is van mening dat het onpraktisch is dat de provincie dit begrip hanteert en de gemeente niet. “Voer voor misverstanden en met een beetje pech in het nadeel van de NN-gebieden”, aldus de indiener. Tenslotte wordt er in de zienswijze op gewezen dat er in het NNN-gebied Klarenbeek uitsluitend (zonder hond) gewandeld kan worden. Antwoord: Het Provinciale NatuurNetwerk Nederland is als uitgangspunt genomen bij de doorvertaling ervan in de groentypen en/of in de stadsnatuurlaag in de toetskaart van de Hoofdgroenstructuur. Om dit in de toetskaart beter inzichtelijk te maken, zal het NatuurNetwerk Nederland als laag aanklikbaar zijn in de digitale versie van de toetskaart Hoofdgroenstructuur. Zie verder de beantwoording onder 3.8. en 5.4 punt e. Voor kennisgeving aangenomen Wijziging in beleidskader: de vervolgactie wordt aangekondigd dat voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) nader zal worden gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en

60

kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen. Relevant provinciaal/landelijk beleid wordt als aanklikbare laag toevoegen aan de digitale toetskaart HGS.

4.15

Vereniging Vrienden van het Gaasperplaspark

Ingediend door: 9052-1968 Samenvatting brief: De Vereniging Vrienden van het Gaasperplaspark maakt in haar zienswijze bezwaar tegen: 1. De gedaanteverwisseling van het Gaasperplaspark van natuurpark naar stadspark. 2. De versnippering van het park op de toetskaart. “De eenheid van het robuuste natuurpark lijkt verloren te gaan", aldus de vereniging. De vereniging stelt dat met de voorgestelde wijziging het planologisch instrumentarium in de war wordt gebracht, of zelfs tenietgedaan. Antwoord: De gedaanteverwisseling van natuurpark naar stadspark onderschrijft het college niet. Uitgaande van het HGS beleid dat daar nu geldt (groentype stadspark) heeft een groot gedeelte van het park en de plas nu de stadsnatuur laag meegekregen, wat beperkingen legt op de gebruikswaarde van het groen en water. Of omgekeerd: de natuurwaarde ervan steviger beschermt. Voor kennisgeving aangenomen. Wijziging in beleidskader: de vervolgactie wordt aangekondigd dat voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) nader zal worden gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen. Relevant provinciaal/landelijk beleid wordt als aanklikbare laag toevoegen aan de digitale toetskaart HGS.

4.16

Wijkoverleg Gaasperdam

Ingediend door: 3307-0039 Samenvatting brief: Het Wijkoverleg Gaasperdam uit zich in haar zienswijze kritisch over een viertal onderwerpen: a. Verzocht wordt de NNN-gebieden op te nemen in het beleidskader en op de kaarten. “Dan wordt ook duidelijk dat het NNN een veel betere verbinding borgt tussen natuurgebieden in en langs de stad”. Daartegenover stelt de indiener dat het beleidskader HGS, anders dan de NNN, door het gebruik van onduidelijke definities te veel ruimte creëert voor (kunstgras)sportvelden, geluidsoverlast van festivals ed.

61

b. De indiener stelt dat het een gemiste kans is dat er geen – of te weinig – gebruik wordt gemaakt van de aanwezige kennis, ervaringen en inzichten van deskundigen (al dan niet professioneel), anders dan de stadsecologen in dienst van de gemeente Amsterdam (en daarmee niet onafhankelijk). c. De indiener uit zich ook kritisch over de TAC. “Hoewel ik goede ervaringen heb met deze commissie en de medewerkers zijn ook zij niet geheel onafhankelijk”. Er wordt voorgesteld om bij grote en ingrijpende plannen een aparte commissie van deskundigen in te stellen, zowel vanuit de overheid als van elders. “Een soort OMT voor de natuur”. d. De indiener stelt tenslotte dat het beleidskader voor een flink deel van de Amsterdamse bevolking ontoegankelijk is, qua doel, inhoud, stijl, leesbaarheid. Deelname aan het publieke debat is niet of nauwelijks mogelijk voor mensen met een visuele en/of gehoorbeperking. Ook de toegankelijkheid van de openbare ruimte, zowel in het algemeen als bij natuurgebieden kan, aldus de indiener van de zienswijze verbeterd worden. In de zienswijze worden hiertoe verschillende suggesties gedaan. Antwoord: Het Provinciale NatuurNetwerk Nederland is als uitgangspunt genomen bij de doorvertaling ervan in de groentypen (en wat hierbinnen mogelijk is) en/of in de stadsnatuurlaag in de toetskaart van de HGS.

Om dit in de digitale versie van de toetskaart beter inzichtelijk te maken, zal het NatuurNetwerk Nederland als laag 'aanklikbaar' zijn en over de toetskaart HGS geprojecteerd kunnen worden. Zie verder de beantwoording bij 3.8 en 5.4 punt e. De ruimte die vanuit het beleidskader HGS wordt geboden ten aanzien van (kunstgras)sportvelden, geluidsoverlast van festivals e.d. is in overeenstemming met landelijk en provinciaal beleid. a. Om te verifiëren of initiatieven in lijn zijn met de natuurwetgeving is veelal een flora-fauna toets vereist. In de praktijk worden dergelijke toetsverzoeken zowel bij externe adviesbureaus als bij de stadsecologen uitgezet. De initiatiefnemer is vrij om daarin zelf een keuze te maken. Als extra stap in het beleidskader HGS is ingebouwd dat een dergelijk advies door een stadsecoloog gecheckt moet zijn, om zo de natuurwaarde extra te waarborgen. De constatering dat deze adviezen niet onafhankelijk zouden zijn laten we graag bij de indiener en delen we niet. b. Ook de constatering dat de TAC niet onafhankelijk zou zijn deelt het college niet. Zij heeft juist tot taak op basis van het beleidskader HGS de verschillende groenbelangen zo goed mogelijk tegen elkaar af te wegen. Vanuit het democratisch systeem heeft de gemeenteraad altijd de mogelijkheid om een advies van de TAC ter discussie te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12088827/1