CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van Beantwoording Beleidskader HGS webversie.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 16 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het beleidskader Hoofdgroenstructuur (VN2022-030175)47.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Zie ook antwoord onder 3.4 instellen van een burgerberaad/ adviesplatform c. Naar aanleiding van deze en andere reacties is de samenvatting van het beleidskader uitgebreid, zodat deze als toegankelijke 'publieksversie’ kan dienen. Ook is de indeling en opzet van het beleidskader vereenvoudigd. Zie ook 4.2 Opzet en leesbaarheid van het beleidskader. Het Beleidskader Hoofdgroenstructuur voldoet aan de toegankelijkheidseisen die door de overheid worden gesteld. Dit houdt in dat het beleidskader online is te raadplegen met behulp van een voorleesfunctie. Wijziging in beleidskader: de vervolgactie wordt aangekondigd dat voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) nader zal worden gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen. Relevant provinciaal/landelijk beleid wordt als aanklikbare laag toegevoegd aan de digitale toetskaart HGS. De samenvatting is uitgebreid tot een toegankelijke publieksversie. Het gehele beleidskader is als webtoegankelijke versie beschikbaar gemaakt.

62

4.17

ANGSAW: Amsterdam Noord Groene Stad aan het Water

Ingediend door: 0000-0001 Samenvatting reactie: ANGSAW verzoekt het college om in het beleidskader HGS het concept van een groene en openbare Noordelijke IJ-oever op te nemen, zodat de ruimte die hiervoor nodig is structureel wordt geborgd. Antwoord: Het college ziet met ANGSAW de grote potentie van de Noordelijke IJ oever als een samenhangende openbare en (waar dat kan) groene structuur. Om die reden is de Noordelijke IJoever in de Omgevingsvisie 2050 als ‘groen-blauwe kralenketting’ aangeduid. “Aan de noordoever van het IJ ontstaat een kralenketting van aantrekkelijke publieke plekken, met culturele voorzieningen, een mogelijk nieuw park bij de Sixhaven en een park op de NDSM-werf, uitzichtpunten en zwemplekken.” (pag 75 Omgevingsvisie 2050). Dit is een visie waar we tot 2050 in stappen naartoe werken. Het beleidskader HGS gaat uitsluitend over het beschermen van wat nu al groen is en van stedelijke betekenis. In vergelijking met de vorige versie van de HGS is er een aantal groene plekken langs de Noordelijke IJ oever toegevoegd, zoals het Keerkringpark en het IJplein. Nieuwe opgaven voor het versterken van de HGS, zoals het verder ontwikkelen van een groene Noordelijke IJoever, krijgen een plek in de Opgavenkaart HGS.

Zodra nieuwe groene stedelijke plekken langs het IJ zijn gerealiseerd, bijvoorbeeld in het kader van Haven Stad, kunnen deze tijdens een actualisatie van het beleidskader worden toegevoegd aan de HGS. Betrekken bij vervolgactie: Opgavenkaart HGS.

4.18

Groene Longen

Ingediend door: 5073-8817 Samenvatting brief: De zienswijze van Groene Longen heeft betrekking op haar werkgebied: de groene gebieden in de Schellingwouderscheg in Amsterdam-Noord. De volgende punten komen aan bod: a. Groene Longen vraagt in haar zienswijze om een toelichting waarom sommige gebieden de aanvullende typering ‘stadsnatuur’ hebben gekregen en andere niet. Waarom hebben de volkstuinparken geen typering stadsnatuur gekregen, terwijl deze in het rapport van onderzoeksbureau Arda, buitengewoon goed scoren als het gaat om biodiversiteit. b. Groene Longen vraagt om een plan of document waarin de opgaven en ambities voor de stadsnatuurgebieden staan geformuleerd (bijvoorbeeld een ‘Ecologische Kaart – zoals toegezegd door stadsdeelbestuur Noord’, maar nog niet nagekomen). c. Groene Longen maakt zich zorgen over allerlei negatieve ontwikkelingen die zich kunnen voordoen, maar buiten het werking gebeid van de beschreven toetsingsprocedure vallen, omdat zij geen plannen of initiatieven zijn (zoals drukte, verlichting, luchtverontreiniging) en pleit voor monitoring en actie bij excessen. d. Groene Longen pleit voor een instrumentarium dat ongewenste ontwikkelingen in toekomstige HGS gebieden kan voorkomen. e. Groene Longen pleit ervoor in tekst en op kaarten de waardevolle scheggenstructuur (beter) zichtbaar te maken.

En de drie binnenringse koppen in Noord (Schellingwouderscheg, NoordHollands Kanaalscheg en de Kadoelerscheg) onderdeel te maken van de Waterlandscheg.

63

Antwoord: a. Tuinparken hebben veel verschillende waarden voor de stad. Naast natuur en biodiversiteit hebben tuinparken ook grote sociale waarden (als ontmoetingsplek, plek om samen te tuinieren). Voor tuinparken geldt daarom dat natuur één van de drie primaire waarden is, naast sociaal en recreatie. Dit betekent dat initiatieven nooit ten kost mogen gaan van de natuurwaarde. Daarmee erkennen we de buitengewone positie van tuinparken ten aanzien van biodiversiteit. b. Het college herkent de behoefte aan een nadere concretisering van ecologische doelen. Daarom wordt in het beleidskader een vervolgactie aangekondigd om dit uit te werken. c. De stad groeit. De consequenties van die groei zullen tot op zekere hoogte ook merkbaar zijn in de groengebieden in Amsterdam. Het wordt er bijvoorbeeld drukker. De HGS is juist in het leven geroepen om de negatieve gevolgen van toenemende druk op het stedelijk groen zo veel mogelijk binnen de perken te houden. Aanvullend wordt er door de stad allerlei beleid gemaakt om de negatieve gevolgen van toenemende drukte in groengebieden te voorkomen, zoals geluid, honden, evenementen, ratten, etc. De doorwerking van het beleid, waaronder handhaving, is voor het stadsbestuur een continu punt van aandacht. In de Groenvisie 20202050 is een monitoringsprogramma aangekondigd voor het groen in de stad.

Dat monitoringssysteem wordt momenteel opgebouwd en zal meer inzicht geven in de ontwikkeling van het groen in de stad, zowel de hoeveelheid als de kwaliteit. De monitoring is ook bedoeld om eventuele maatregelen te kunnen nemen. d. Het college snapt de zorg van Groene Longen. De HGS is 25 jaar geleden in het leven geroepen om het belangrijke structuurgroen in de stad te behouden voor de toekomst. Maar niet al het groen in de stad kan deel uitmaken van de HGS en behouden worden voor de toekomst. Het zou de stad 'op slot' zetten. Naast de vergroeningsambitie heeft de stad nog andere grote en opgaven die om een plek vragen. Denk bijvoorbeeld aan ruimte voor sport, woningbouw of de energietransitie. Dat zijn geen 'ongewenste' ontwikkelingen, maar ontwikkelingen die horen bij een complete stad en waar het stadsbestuur keuzes in maakt. Met de Opgavenkaart HGS streven we naar het in omvang en kwaliteit laten groeien van de HGS. Tijdens een actualisatieronde van het HGS beleid kan de raad besluiten om groengebieden toe te voegen aan de HGS. e. De waardevolle scheggenstructuur van Amsterdam, die vaak gemeentegrensoverschrijdend zijn, komen op kaarten in de Omgevingsvisie duidelijk naar voren. Het beleidskader HGS gaat uitsluitend over het grondgebied van Amsterdam.

In het beleidskader zal de opgave om de waardevolle landschapsparken te versterken in een apart tekstkader worden benadrukt. Voorgestelde wijziging: In het beleidskader zal een vervolgactie worden aangekondigd: 'nader te definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van diersoorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en -verbindingen (na 2023)'. De opgave voor versterking van de landschapsparken (de scheggen) wordt in het beleidskader HGS in een apart tekstkader als uitwerking van de Omgevingsvisie aangekondigd.

4.19

Het Groene Huis Amsterdam Noord

Ingediend door: 8454-6939 Samenvatting reactie: Indiener benadrukt het belang van het project NoordOogst en de moestuinen in het bijzonder. In de reacties van de tuinders wordt gepleit voor behoud. Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording onder 3.44 NoordOogst

64

Niet overgenomen, wordt betrokken bij vervolgactie. Zodra er in het kader van Haven-Stad een raadsbesluit is genomen over de definitieve invulling van deze gebieden zal worden besloten of (delen van) Melkweg en/of Oostzanerwerf aan de HGS worden toegevoegd tijdens een actualisatieronde van de HGS.

4.20

Stichting W.H. Vliegenbos

Ingediend door: 9689-9450, 9866-9178 Samenvatting brief In haar zienswijze stelt de Stichting W.H. Vliegenbos dat: a. Het consequenter zou zijn om sportparken niet in deze nota onder te brengen als HGS. b. De Stichting verzoekt om meer duidelijkheid en consistentie in de gehanteerde begrippen zoals stadsnatuur, natuurpark, natuurplek en stadsbos. “Doordat ‘opgave' en ‘groentype’ apart zijn vermeld, zou het theoretisch mogelijk zijn dat een natuurpark geen stadsnatuurpark zou zijn”. c. Het Vliegenbos een geschikt zoekgebied is voor een stadsbos; d. Het aantasten van donkerte en rust door bijvoorbeeld drukke fietspaden en geasfalteerde wandelpaden aan te leggen niet past bij een Natuurpark, cq. Stadsnatuurplek; e. Er bij de ontwikkeling van het hamerkwartier van meet af aan gewerkt moet worden aan nieuwe groene recreatieve stadsparken en plantsoenen om zo ook de bezoekersdruk op het Vliegenbos laag te houden; f. Er in goede samenwerking gekeken moet worden hoe de tennisbaan en de camping kunnen bijdragen aan het tot stand brengen en versterken van het karakter van het Vliegenbos als Natuurpark; g. Maximaal 25 personen een passender aantal is voor de kleinschalige natuurgerichte evenementen die in het park zijn toegestaan h. De stichting vraagt zich af hoe de gewenste natuuroriëntatie beter geborgd kan worden als de TAC wordt ondergebracht in een bredere adviesstructuur.

Antwoord: a. Zie hiervoor de beantwoording onder 3.12 over sport in de HGS. b. Het college snapt dat de gehanteerde begrippen in het beleidskader op onderdelen inconsequent overkomt. Zie ook de beantwoording hierover onder 3.2. De toetskaart HGS met de daarin opgenomen regels voor de verschillende groentypen is leidend voor de toetsingstaakstelling van de TAC. Eventuele opgaven die voortkomen uit de Omgevingsvisie (en Omgevingsvisiekaarten) worden apart beschreven in hoofdstuk 4.2 'Gebieden of plekken met een opgave'. Om verwarring te voorkomen is de betreffende Omgevingsvisiekaart met termen als 'stadsnatuurplekken' en 'stadsbossen' uit het beleidskader HGS verwijderd. Het Vliegenbos is op de HGS toetskaart aangeduid als Natuurpark met als prioritaire waarden beleving, educatie en natuur. Kleinschalige voorzieningen gericht op natuurbeleving/ natuureducatie/ groenbeleving zijn inpasbaar, bij voorkeur in de randen en bij entrees. Daarnaast is het grootste deel van het Vliegenbos tevens aangeduid als stadsnatuur. Dat verschilt niet heel erg wezenlijk van de aanduiding natuurpark. Wel geldt de aanduiding 'stadsnatuur' als de zwaarste groen categorie. Dit betekent dat een initiatief binnen een stadsnatuurgebied dat voorgelegd wordt aan de TAC altijd voorzien moet zijn van een flora- en faunatoets en een ambtelijk ecologisch advies van een stadsecoloog. c.

De opgave voor een nieuw stadsbos valt buiten de scope van het beleidskader HGS. Komende jaren zullen mogelijke locaties worden verkend, waaronder de plekken die zijn aangewezen in de Omgevingsvisie 2050. Daarnaast wordt er continu gezocht naar geschikte locaties voor het aanplanten van extra bomen (of het vergroten van bestaande bossen).

65

d. Uit de regels van stadsnatuur kan nu moeilijk worden opgemaakt of verharde (fiets)paden inpasbaar zijn. Het college is van mening dat verharde voet- en fietspaden inpasbaar zijn in stadsnatuurgebieden, bij voorkeur aan de randen en/of een centrale zone. De regels voor verharde voet-fietspaden in Natuurparken blijven onveranderd: "doorgaande routes, in de vorm van verharde wandel- en fietspaden zijn mogelijk". Hieraan zal worden toegevoegd "bij voorkeur langs de randen en/of centrale zone." Noodzakelijke verlichting in natuurparken is natuurvriendelijk. Voorstellen voor situering en/of uitbreiding ervan worden in nauwe afstemming met de stadsecologen voorbereid. e. Het toevoegen van nieuwe parken en/of groene verbindingen maakt deel uit van alle gebiedsontwikkelingen. Daarnaast zullen alle bestaande groengebieden in en rondom de stad te maken krijgen met een toenemende gebruiksdruk. Door onderscheid te maken in groentypen en de regels voor nieuwe voorzieningen sturen we op de gebruiksdruk. Deze zal in natuurparken en stadsnatuurgebieden relatief laag blijven. In stadsparken en sportparken is de gebruiksdruk hoog. f. Het college ondersteunt initiatieven om de samenwerking tussen Vliegenbos, tennispark en camping te versterken om het karakter van het Vliegenbos te behouden en versterken.

Het tennispark is als 'sportpark' aangeduid en kent daarmee een relatief hoge gebruiksdruk. De camping maakt onderdeel uit van het Natuurpark Vliegenbos en zal moeten passen binnen het karakter van het Vliegenbos als natuurpark. g. Het college is van mening dat een maximum van 100 personen (als lichtste categorie in het evenementenbeleid) voor natuurgerichte evenementen in de relatief grote natuurparken kleinschalig genoeg is. h. Ook bij het opgaan van de TAC in een bredere adviescommissies zal de TAC als ‘subcommissie HGS’ een eigen taakveld en verantwoordelijkheid behouden. In de TAC zijn verschillende expertises vertegenwoordigd, waaronder een ecoloog. Nieuw in het beleidskader HGS is dat een initiatief binnen een stadsnatuurgebied dat voorgelegd wordt aan de TAC altijd voorzien moet zijn van een flora- en faunatoets en een ambtelijk ecologisch advies van een stadsecoloog. Op die manier is het natuurbelang beter geborgd binnen het HGS instrumentarium. Voorgestelde wijziging: De regels ten aanzien van verharde voet-/fietspaden in stadsnatuurgebieden zijn aangepast. Verharde voet- en fietspaden zijn inpasbaar in stadsnatuurgebieden en natuurparken, bij voorkeur aan de randen en/of een centrale zone.

4.21

Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder

Ingediend door: 1242-1574 Samenvatting brief: Het bestuur van de Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder in Amsterdam Noord spreekt in haar zienswijze allereerst waardering uit voor het beleidskader, noemt het goed verzorgd en leesbaar en onderstreept het belang van een vitale groenstructuur. Het bestuur kan zich vinden in de nieuwe groentype-indeling. Het bestuur is blij met de groentypering ‘landschap’ voor de Wilmkebreekpolder, maar vooral ook met het prioritaire predicaat ‘stadsnatuur’. Deze is in lijn met de doelstelling van de vereniging om de natuurwaarden van de polder te verhogen. Het bestuur is blij dat met de term ‘cultuurhistorie’ het belang van dit cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle poldergebied wordt erkend. Als punten van aandacht en/of kritiek wijst het bestuur op het volgende: a. Het is de vraag of het beleidskader juridisch sterk genoeg is om leidend te blijven bij de doorvertaling van een omgevingsplan. Krijgen de belanghebbenden inspraak bij de doorvertaling?

66

b. De huidige ecologische structuur met eigen beschermingsregime wordt in zijn geheel onder het groentype ‘groene verbinding’ gehangen: wordt deze veelal kwetsbare ecologische structuur nog in voldoende mate beschermd? c. Komt met het nieuwe waardensysteem het bestaande systeem van natuurwaarden-waardering, op een puntenschaal van 1-5 te vervallen? d. De verbinding van de Wilmkebreekpolder met andere groenblauwe delen van de HGS is zeer matig en kan worden verbeterd. Voorgesteld wordt om kansrijke nieuwe groene verbindingsroutes aan te geven in het beleidskader. e. De Vereniging zou graag zien dat de aan de Wilmkebreekpolder toegekende overige waarde ‘beleving’ wordt omgezet in de prioritaire waarde ‘beleving’. Dit vanwege de hoge belevingswaarde bij het zien van het kleurrijke polderlandschap vanaf de naastliggende hoge Landsmeerderdijk. Antwoord: a. De HGS bestaat nu 25 jaar en is in de praktijk een stevig instrument gebleken om stedelijk groen te beschermen en te vrijwaren van te veel verharding. Doorvertaling naar het juridisch bindende Omgevingsplan zal de komende tijd plaatsvinden. Het HGS-beleid is in deze vertrekpunt, op vergelijkbare wijze dat actualisaties van bestemmingsplannen op dit moment getoetst worden aan het beleidskader HGS. Op de voorstellen hiervoor kan worden ingesproken. b.

De huidige AES (Amsterdamse Ecologische Structuur) is als ‘stadsnatuur’ opgenomen in het beleidskader HGS. Daarmee is de status van deze ecologische structuur verstevigd ten opzichte van de huidige AES en is er duidelijkheid over waar de natuurwaarde primair geldt en waar niet. Voor het eerst zal er nu door de TAC getoetst worden als een initiatief binnen een stadsnatuurgebied op gespannen voet staat met de natuurwaarde. Initiatieven die ten koste gaan van de natuurwaarde kunnen op een negatief advies van de TAC rekenen. Zie ook beantwoording onder 4.11, onderdeel g. c. Elke 5-6 jaar worden Amsterdamse groengebieden langs een natuurwaardenmeetlat gelegd om te bekijken wat de stand van zaken is. De methode van het onderzoek zal hetzelfde blijven. Om de natuurwaarde binnen stadsnatuurgebieden beter te kunnen beoordelen wordt er onder 1.2 een vervolgactie opgenomen in het beleidskader “nader definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en -verbindingen (na 2023)”. d. Het beleidskader HGS is uitsluitend bedoeld om het bestaande stedelijke groen in Amsterdam status te geven en deze te beschermen. Het beleid gaat niet over opgaven die spelen in het groen.

Het vergroenen en beter verbinden van het groen maakt deel uit van het uitvoeringsprogramma Groenvisie. Daarnaast zal er aan een Opgavenkaart HGS worden gewerkt, waarin nieuwe verbindingen (of knelpunten in het ecologische netwerk) worden benoemd en geprioriteerd (verwachtte vaststelling 2023). e. Het college erkent de hoge belevingswaarde van de Wilmkebreekpolder. In de systematiek van het beleidskader HGS krijgt elk groentype maximaal drie prioritaire waarden. Voor landschap is dat natuur, voedsel en cultuurhistorie. Als overige belangrijke waarden zijn voor landschap beleving en duurzaamheid benoemd. Omdat beleving als overige belangrijke waarde is benoemd zal de TAC op initiatieven die de belevingswaarde van de Wilmkebreekpolder versterken positief adviseren (mits het initiatief niet ten koste gaat van de prioritaire waarden). Voorgestelde wijziging: in het beleidskader wordt onder 1.2 een extra vervolgactie opgenomen: “nader definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en -verbindingen (na 2023)". Het verzoek om kansrijke nieuwe groene verbindingsroutes aan te geven in het beleidskader zal worden betrokken bij het opstellen van de Opgavenkaart HGS.

67

4.22

Vereniging ‘Vrienden van het Noorderpark’ en de Damesbende van Buiksloot

Ingediend door: 8427-2372 Samenvatting brief: De Vereniging Vrienden van het Noorderpark en de Damesbende van Buiksloot verzoeken in hun zienswijze om: a. Alle binnenringse scheggen op te nemen in de koppen van de Waterlandscheg. “De Waterlandscheg is verzwakt tot landschapspark, terwijl de Waterlandscheg een bekende term is in eerdere beleidsstukken”. De Schellingwouderscheg, de Noord Hollandse kanaalscheg en de Kadoelerscheg te erkennen als scheg met bijbehorende beschermde status van het IJ tot aan Waterland aangesloten als koppen op de Waterlandscheg. De scheggen binnen noord op te nemen als aparte entiteit, in plaats van groene verbinding, zoals op de kaart voor het Noord Hollandse Kanaalzone bij het beleidskader hoofdgroenstructuur weergegeven wordt. De Noord Hollandse Kanaalzone te ontwikkelen als een landschapspark, opgespannen tussen IJ en Waterland, zoals voorgesteld in de Integrale Landschapskaart Amsterdam Noord (2020) en dit gebied als groene scheg te erkennen en als aparte entiteit met beschermde status op te nemen in de hoofdgroenstructuur. b. Te zorgen voor daadwerkelijke ecologische verbindingen zonder of met zo min mogelijk onderbrekingen in de vorm van bijvoorbeeld evenementen, lichtvervuiling, autowegen ed. c. De ecologische verbindingen en knelpunten in de andere binnenringse scheggen in kaart te (laten) brengen.

Dit naar voorbeeld van het ecologisch onderzoek van Arda Natuur voor de Schellingwouderscheg. d. Het belang van de Noordse wateren en oevers meer te benadrukken, onder andere door: “per kade en oever in Noord gebieden aan te wijzen waar de oever niet verstoord mag worden, zodat de natuur zich kan ontwikkelen' en door de aanleg van ruige oevers. e. Het Sixhaven/Tolhuis-gebied te ontwikkelen als nieuw park/ een ‘voortuin van Noord'. Vanaf het Meidoornplein tot aan het Noord-Hollands kanaal (na vertrek DORAS) een nieuw park te ontwikkelen: het Meidoornpark. Een groenclaim te leggen op het terrein van het BovenIJziekenhuis, voor het geval dat het ziekenhuis ooit verplaatst wordt alsmede onderzoek naar een eventuele relatie tussen het warmtewisselsysteem en de vissterfte in het Noord Hollands kanaal. Ecologische verbindingen aan te leggen bij Elzenhagen-Zuid: het nieuwe Krijtmolenpark. Hierbij aandacht voor de herplanting van bomen. Antwoord: a. Voor de definitie en de begrenzing van landschapsparken is de vastgestelde Omgevingsvisie 2050 leidend. In de ogen van het college is de betekenis van een landschapspark geen verzwakking ten opzichte van de term 'scheggen'.

Omdat de scheggen/landschapsparken zijn opgebouwd uit meerdere 'groentypen', waarbij per groentype andere regels gelden, is de scheg of het landschapspark niet als een eigen entiteit/groentype opgenomen in het beleidskader HGS. Opgaven met betrekking tot de HGS, zoals het versterken van landschapsparken, zullen worden betrokken bij het opstellen van de Opgavenkaart HGS. b. Ecologische gebieden en verbindingen zijn als 'stadsnatuur' in de toetskaart HGS opgenomen. Voor deze gebieden en verbindingen geldt dat natuur de prioritaire groenwaarde is boven andere waarden. Als nieuwe initiatieven in stadsnatuur negatieve consequenties hebben voor de natuurwaarde zijn deze niet inpasbaar. Het versterken van ecologische verbindingen zal worden betrokken bij het opstellen van de Opgavenkaart HGS. Gerealiseerd stedelijk groen kan in een actualisatieronde van het HGS-beleid worden toegevoegd. c. Het in kaart brengen van ecologische knelpunten maakt deel uit van het opstellen van de Opgavenkaart HGS. d. De oevers met belangrijke natuurwaarden maken als 'stadsnatuur' deel uit van de HGS. Tijdens een volgende actualisatieronde van het beleidskader HGS zullen nieuwe voorstellen voor het toevoegen van oevers en kaden aan de HGS worden afgewogen. 68

e. Het college is blij met de vele aanbevelingen van de Vereniging Vrienden van het Noorderpark en de Damesbende van Buiksloot om de HGS te versterken. Nieuwe opgaven vallen echter buiten de scope van het beleidskader HGS, die uitsluitend bedoeld is om het bestaande groen te beschermen. De wensen van indieners zullen worden betrokken bij het opstellen van de Opgavenkaart HGS. Het verzoek om een ecologische verbindingen aan te leggen bij Elzenhagen-Zuid is onder de aandacht gebracht van de betrokken stadsecoloog. Niet overgenomen. Wensen ten aanzien van versterking van de HGS worden betrokken bij het opstellen van de Opgavenkaart HGS.

4.23

Stichting PuurNatuurTuin

Ingediend door: 5084-5818 Samenvatting reactie: Indiener pleit ervoor om PuurNatuurTuin op te nemen in de HGS. Antwoord: Zie ook de beantwoording onder 3.51c. Het college is het eens met indiener dat PuurNatuurTuin een plek verdient in de HGS. Voorgestelde wijziging: in de toetskaart van het beleidskader HGS wordt PuurNatuurTuin toegevoegd als groene verbinding

4.24

Stadstuinderij NoordOogst

Ingediend door: 1363-0694 Samenvatting reactie Indiener pleit ervoor om NoordOogst op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording onder 3.44 NoordOogst. Wordt betrokken bij vervolgactie. Zodra er in het kader van Haven-Stad een raadsbesluit is genomen over de definitieve invulling van deze gebieden zal worden besloten of (delen van) Melkweg en/of Oostzanerwerf aan de HGS worden toegevoegd tijdens een actualisatieronde van de HGS.

4.25

Stadslandbouwproject NoordOogst

Ingediend door: 2175-0182 Samenvatting reactie: Indiener uit zeer veel waardering voor de HGS en de vergroening van de stad. Voorgesteld wordt om voedsel als prioritaire waarde toe te voegen aan één of meer groentypen, waaronder stadsparken of eventueel als onderdeel van sportlandschappen. Daarnaast wordt door de indiener gepleit voor het opnemen van NoordOogst aan de HGS als ‘sportlandschap’ of ‘voedsellandschap’.

69

Antwoord: Voedsel wordt als prioritaire waarde aangeduid binnen het groentype ‘Landschap’. Het niet benoemen als prioritaire waarde binnen andere groentypen, betekent niet dat deze waarde niet belangrijk is en niet versterkt hoeft te worden. Ontwikkeling van de groenwaarde voedsel binnen verschillende groentypen zal door de TAC als positief beoordeeld worden, mits het niet ten koste gaat van de geldende prioritaire waarden. Zoals door indieners al wordt opgemerkt gaat voedsel over het algemeen goed samen met andere (al dan niet prioritaire) groenwaarden als sociaal of recreatie. Zie verder de beantwoording onder 3.44 NoordOogst. Niet overgenomen, wordt betrokken bij vervolgactie. Zodra er in het kader van Haven-Stad een raadsbesluit is genomen over de definitieve invulling van deze gebieden zal worden besloten of (delen van) Melkweg en/of Oostzanerwerf aan de HGS worden toegevoegd tijdens een actualisatieronde van de HGS.

4.26

POF Amsterdam

Ingediend door: 4417-3055 Samenvatting brief: Restaurant POF stelt in haar zienswijze dat het stadslandbouwproject NoordOogst ontbreekt op de toetskaart van de HGS en verzoekt de opstellers deze plek alsnog op te nemen in de HGS. “Naar onze bescheiden mening is dit een gemiste kans voor een stad die het donut-model heeft omarmd en inzet op radicale vergroening”. In de zienswijze worden de waarden van NoordOogst in het algemeen (als plek waar wordt gesport, gespeeld, gewandeld en geleerd) en POF specifiek (als restaurant waar de foodmiles van de gerechten tot een minimum beperkt zijn) benadrukt. De indiener wijst erop dat NoordOogst in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 als overduidelijke groene zone staat ingetekend, maar in de HGS ontbreekt. “Dat er wellicht plannen zijn om ons reeds groen plek te gebruiken voor de ontwikkeling van de infrastructuur van havenstad vinden wij onbegrijpelijk. Het neerleggen van een parkeerplaats kost hooguit een paar weken, het laten groeien en bloeien van een plek als NoordOogst neemt vele, vele jaren in beslag”, aldus de indieners. Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording onder 3.44 NoordOogst. Wordt betrokken bij vervolgactie.

Zodra er in het kader van Haven-Stad een raadsbesluit is genomen over de definitieve invulling van deze gebieden zal worden besloten of (delen van) Melkweg en/of Oostzanerwerf aan de HGS worden toegevoegd tijdens een actualisatieronde van de HGS.

4.27

Amsterdam Farm Lodge

Ingediend door: 0337-1561 Samenvatting reactie: Indiener pleit ervoor om NoordOogst op te nemen in de HGS. Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording onder 3.44 NoordOogst.

70

Wordt betrokken bij vervolgactie. Zodra er in het kader van Haven-Stad een raadsbesluit is genomen over de definitieve invulling van deze gebieden zal worden besloten of (delen van) Melkweg en/of Oostzanerwerf aan de HGS worden toegevoegd tijdens een actualisatieronde van de HGS.

4.28

Beelease

Ingediend door: 7846-4331 Samenvatting brief: Het bestuur van de stichting Beelease verzoekt in haar zienswijze: a. De locatie van NoordOogst als onderdeel van het stadslandbouwproject De Melkweg toe te voegen aan de HGS, vanwege de inmiddels gecreëerde natuurwaarden en haar grote bijdrage aan de stadsnatuur en beleving. b. Breidt het aantal mogelijke parken uit met Tuinpark, niet zijnde Volkstuin of schoolwerktuin, maar met Sociaal Tuinpark, waardoor de Stadslandbouw een gewaarborgde plek krijgt in de opbouw en samenhang van de stad. c. Betrek de conclusie en aanbevelingen van Rekenkamer Metropoolregio Amsterdam: Groen in de Stad; Onderzoeksrapport Publieksonderzoek 2020, in de hoofdgroenstructuur. In de conclusie van dit rapport wordt gewezen op de sociaal welzijn functie van groen. Antwoord: a. Zie hiervoor de beantwoording onder 3.44 NoordOogst. b. Het toevoegen van ruimte voor stadstuinieren, sociaal tuinieren en stadslandbouw op bepaalde plekken in de HGS maar ook daarbuiten (zoals braakliggende terreinen, onderbenutte groene ‘hoekjes’, spoortaluds etc.) past goed in het gemeentelijke beleid zoals verwoord in de Groenvisie, Voedselvisie en Omgevingsvisie). Het is in de ogen van het college niet nodig om daar een apart groentype voor aan te geven, omdat er binnen de voorgestelde groentypes afdoende ruimte is voor stadslandbouwinitiatieven. c.

De conclusies en aanbevelingen van het Rekenkamer rapport zijn betrokken bij het opstellen van het beleidskader HGS. Zo wordt er, in lijn met het advies van de Rekenkamer, een heldere definitie beschreven van wat Hoofdgroenstructuur groen is (zie hoofdstuk 1.2). Het vastleggen van een actuele, robuuste en veelzijdige HGS waarmee het groen in de stad planologisch wordt beschermd sluit goed aan bij het rapport van de Rekenkamer waarin onder meer het sociale belang van groen wordt benadrukt. Voor het eerst worden de waarden van de HGS beschreven, waar de groenwaarde 'sociaal' er één van is. Voor kennisgeving aangenomen/ Niet overgenomen.

4.29

Buitenkans Kinderopvang

Ingediend door: 8325-6406 Samenvatting brief: Buitenkans Kinderopvang is een duurzame kinderopvang gesitueerd en volop deelnemend aan stadslandbouwproject NoordOogst. In haar zienswijze pleit Buitenkans voor het behoud van het gebied NoordOogst als groen, in lijn met de Omgevingsvisie en anders dan in het concept beleidskader. “Dat er wellicht plannen zijn om ons reeds groen plek te gebruiken voor de ontwikkeling van de infrastructuur van Havenstad vinden wij onaanvaardbaar. Ook Havenstad heeft groen nodig, net als Tuindorp Oostzaan, Oostzanerwerf, NDSM en de omliggende wijken’. In de zienswijze wordt het belang van NoordOogst

71

benadrukt. “Dit bestaande groen weghalen lijkt ons haaks te staan op de ambities van de gemeente dat waardevolle groengebieden in de stad behouden blijven, voor nu en in de toekomst” Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording onder 3.44 NoordOogst. Niet overgenomen, wordt betrokken bij vervolgactie. Zodra er in het kader van Haven-Stad een raadsbesluit is genomen over de definitieve invulling van deze gebieden zal worden besloten of (delen van) Melkweg en/of Oostzanerwerf aan de HGS worden toegevoegd tijdens een actualisatieronde van de HGS.

4.30

Stadswijngaard No Chateau

Ingediend door: 3218-7416 Samenvatting reactie: Indiener pleit ervoor om NoordOogst en stadswijngaard No Chateau te behouden voor de toekomst Antwoord: Zie hiervoor de beantwoording onder 3.44 NoordOogst. Niet overgenomen, wordt betrokken bij vervolgactie. Zodra er in het kader van Haven-Stad een raadsbesluit is genomen over de definitieve invulling van deze gebieden zal worden besloten of (delen van) Melkweg en/of Oostzanerwerf aan de HGS worden toegevoegd tijdens een actualisatieronde van de HGS.

4.31

Ondernemersvereniging NoordOogst

Ingediend door: 7916-8120 Samenvatting reactie: a. Indiener pleit ervoor om vanwege de hoge groenwaarden de locaties NoordOogst en sportpark Melkweg op te nemen in de HGS, ook omdat dit binnen de Omgevingsvisie 2050 al wel is gebeurd. b. Daarnaast vraagt indiener om de kennisgeving dat samen werken aan de vergroening van Amsterdam en de positie van ondernemers hierin hand in hand gaan. Antwoord: a. Zie hiervoor de beantwoording onder 3.44 NoordOogst. b. Het college is het eens met de indiener. Op pagina 29 in de door de raad vastgestelde Groenvisie 2020-2050 staat over principe 4: een groene stad maak je samen beschreven: “Een groene en leefbare stad maak je met vele handen. De gemeente slaat graag de handen ineen met bewoners, onderne­mers, woningbouwcorporaties, kennisin­stellingen en andere organisaties, waar­onder andere overheden”. Niet overgenomen, wordt betrokken bij vervolgactie. Zodra er in het kader van Haven-Stad een raadsbesluit is genomen over de definitieve invulling van deze gebieden zal worden besloten of (delen van) Melkweg en/of Oostzanerwerf aan de HGS worden toegevoegd tijdens een actualisatieronde van de HGS.

72

4.32

Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad

Ingediend door: 1293-5875 Samenvatting reactie: Indieners zijn blij met het beleidskader, vooral omdat er meer oog is voor groene verbindingszones en omdat water nu onderdeel is van de HGS. Indieners vinden de belangstelling voor het groene erfgoed in het beleidskader te mager. Concreet wordt voorgesteld: a. Niet alleen openbaar toegankelijk, maar ook niet-openbaar groen in de HGS op te nemen, zodat de groenstructuur een objectiever beeld geeft van het in de stad aanwezige groen. b. In het beleidskader duidelijke regels op te nemen die voorkomen dat hoogwaardig structuurgroen wordt vervangen door ‘snippergroen’ als straatplantsoentjes; c. Het groene karakter van de binnenstad beter tot zijn recht te laten komen door de HGS uit te breiden met: • de beschermde keurtuinen in de 17de-eeuwse stad (+ bijbehorend toetskader); • alle (door het Werelderfgoed en de stads- en dorpsgezichten beschermde) grachten- en waterpartijen, zoals die in de Jordaan; • alle bomenrijen- en lanen, die deel uitmaken van de Hoofdbomenstructuur en (door het Werelderfgoed en de stads- en dorpsgezichten beschermde) bomenrijen langs de (Jordaan)grachten. d.

De landschappelijke aanleg van de groene scheggen beter te beschermen door scherpere regels te stellen ten aanzien van de transformatie van de landschapsparken en volkstuinen, onder meer door: • binnen de ‘landschapsparken’ (en volkstuinen) verharding met asfalt, beton, gravel of kunstgras uit te sluiten, ook voor sportvelden; • binnen nieuwe wijken meer ruimte op te nemen voor sportvelden (bijvoorbeeld op daken); e. Het beleidskader uit te breiden met een Waarderingskaart voor (natuur- en) erfgoedwaarden, met name ook voor landelijk Noord en de voormalige gemeente Weesp. Antwoord: a. Het college is het met indieners eens dat ook niet toegankelijk groen waardevol kan zijn voor de stad en in bepaalde gevallen een plek verdient in de HGS. Zo maken de (niet toegankelijke) groene taluds langs snel- en spoorwegen al deel uit van de HGS. Het HGS beleidskader is niet bedoeld om een objectief beeld te geven van al het waardevolle structuurgroen in de stad. Hoewel college het eens is met indieners dat de keurtuinen een grote groenwaarde voor de (binnen)stad vertegenwoordigen, achten zij bestaande wet- en regelgeving voldoende om deze keurtuinen te beschermen. b. Het college is het eens met indieners. Dat is juist de reden waarom de HGS, gericht op het beschermen van het wijkoverstijgende structuurgroen, ruim 20 jaar geleden in het leven is geroepen.

Structuurgroen kan niet vervangen worden door buurt- en wijkgroen, beide zijn nodig. De formulering is hierop aangepast. Binnen gebiedsontwikkelingen moet het structuurgroen (de HGS) versterkt worden én moet er daarnaast aandacht zijn voor buurt- en wijkgroen. De passage is aangepast. c. Zie ook a. Het college is van mening dat de waardevolle keurtuinen voldoende wettelijke bescherming genieten doordat ze zijn opgenomen in bestemmingsplannen. De bomen in de keurtuinen worden bovendien beschermd via de gemeentelijke kapverordening. Ook de bomen langs de grachten en de waterpartijen worden met de huidige wet- en regelgeving voldoende

73

beschermd. Het opnemen van de Hoofdbomenstructuur als onderdeel van de HGS zal worden onderzocht en kan wellicht tijdens een volgende actualisatie van de HGS worden doorgevoerd. d. Met voorliggend beleidskader is verharding binnen de groentypen van de HGS zeer beperkt mogelijk. De TAC beoordeelt of een initiatief waarbij extra verharding komt kijken echt noodzakelijk is en tot een kwaliteitsimpuls leidt. Is dat niet het geval dan oordeelt de TAC negatief. Bij sportparken en stadsparken wordt er een maximum gesteld aan het percentage verharding. Vooralsnog is ervoor gekozen om een maximum verhardingspercentage niet voor alle groentypen van kracht te laten zijn. In het Omgevingsplan/ bestemmingsplan gelden voor bepaalde groentypen wel maxima qua bebouwing. Zie 3.12 voor beantwoording over sport in de HGS en de rol van nieuwe wijken daarbinnen. e. Cultuurhistorie is als één van de groenwaardenwaarden vertegenwoordigd in het beleidskader HGS. Daarmee worden erfgoedwaarden voor het eerst volwaardig meegewogen bij de beoordeling van initiatieven in de HGS. Uw suggestie om een Waarderingskaart voor (natuuren) erfgoedwaarden te maken is interessant, maar een dergelijk gedetailleerd instrument valt volgens het college buiten het feitelijke beleidskader HGS (zie ook a).

Het in kaart brengen en de bescherming van (natuur-) en erfgoedwaarden, ook in Weesp en landelijk Noord, heeft de volle aandacht van de gemeente: Monumenten en Archeologie wordt bij onderhouds- en/of vernieuwingsplannen voor waardevolle groengebieden vrijwel standaard om een cultuurhistorische verkenning gevraagd. Zo wordt een zorgvuldige omgang ook met de (nog) niet als monument of beschermd gezicht aangewezen groengebieden geborgd. Wijziging in beleidskader: in 4.1 wordt de zin verduidelijkt dat het toevoegen van buurt- en wijkgroen niet in de plaats kan komen van waardevol HGS groen. In het beleidskader HGS is de paragraaf over de sportopgave aangepast. Ten aanzien van de bredere sportopgave in de hele stad worden extra vervolgacties opgenomen in het beleidskader. Zie de beantwoording onder 3.12.

4.33

Comité Westelijke Grachtengordel e.o.

Ingediend door: 0000-0011 Samenvatting brief: Het Comité Westelijke Grachtengordel verzoekt in haar zienswijze het groen in de binnenstad op te nemen in het beleidskader. Daarnaast worden de volgende zaken opgemerkt: a. Het beleidskader heeft onvoldoende aandacht voor de groene linten en keurtuinen. Vrijwel de gehele grachtengordel kunnen tot groene linten worden gerekend wat belangrijk is in relatie tot de problematiek van de kademuren en de bomenkap die in het kader daarvan plaatsvindt. b. Onvoldoende aandacht voor de bescherming van het groen dat buiten het taakveld van de TAC valt. c. Het Comité Westelijke Grachtengordel betreurt het ontbreken van een visie op bodem, bodemleven en ondergronds leven. d. “Het includeren van het water in de HGS is een vanzelfsprekende stap. Het is belangrijk toe te zien op de ontwikkeling van flora en fauna in en op het water, ook in de grachten. Afgewogen dient te worden hoe dat zich verhoudt tot het gebruik van het water”. Antwoord: a. Hier wordt een vervolgactie aan verbonden. Zie verder het antwoord over de groene linten onder 3.42 Arlandaweg als groen lint en antwoord onder 4.32 Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad over keurtuinen.

74

b. De Hoofdgroenstructuur is niet het enige groen in Amsterdam met een beschermde status. Via instrumenten als het bestemmingsplan (straks Omgevingsplan), landelijke/provinciale wetgeving of een Gedragscode Flora en Fauna wordt het Amsterdamse groen naar het oordeel van het college voldoende beschermt. c. Het college erkent dat het bodemleven essentieel is voor de kwaliteit van het groen in de stad, samenhangende met beheerwijze en natuurwaarde van het groen. In de Omgevingsvisie 2050 staat beschreven wat de verantwoordelijkheid is van de gemeente ten aanzien van integraal bodembeheer (vanaf pag. 228), verder toegelicht in de Nota Bodembeheer. Bodemleven is op dit moment nog geen onderdeel van het huidige Amsterdamse bodembeleid. Wel heeft het onze aandacht en wordt er via projecten als BiodiverCITY naar gestreefd om bodemleven in ruimtelijke planvorming mee te nemen. d. Het toezien op de ontwikkeling van flora en fauna in water in relatie tot het gebruik van het water valt buiten de scope van het Beleidskader HGS. Het stimuleren van ontwikkeling van flora en fauna in het water heeft onze aandacht door onder andere in te zetten op natuurvriendelijke oevers en kaden. Het ontwikkelen van groene kademuren is in dat verband een kansrijke ontwikkeling (ook als toekomstige groene linten). Voor kennisgeving aangenomen.

De aandacht voor groene linten wordt betrokken bij vervolgacties (actualiseren Hoofdbomenstructuur en onderzoek naar opnemen groene linten in de HGS).

4.34 Vereniging Vrienden van het Wibautplantsoen, Vereniging Buurttuinen Transvaal, Duurzaam Transvaal Ingediend door: 0000-0005 Samenvatting brief: De Vereniging Vrienden van het Wibautplantsoen e.a. heeft een drietal opmerkingen op de Toetskaart: a. De Stadsnatuurverbindingen zijn regelmatig onderbroken door bruggen en wegen. Wij menen dat het beleid moet zijn ernaar te streven deze met elkaar te verbinden door het aanleggen van ecopassages. Zeker daar waar de stadsnatuurverbindingen onderdeel uitmaken van de Ecologische Structuur, zoals bijvoorbeeld de spoorbrug over de Wibautstraat. b. Sommige gebieden hebben een bredere functie dan in de legenda omschreven; in deze gebieden overlappen de categorieën elkaar. c. Het Wibautpark staat niet gemarkeerd als Stadspark terwijl dit al sinds 2014 aan het Amsterdamse parkenbestand is toegevoegd. Antwoord: a. Het college herkent het aandachtspunt van De Vereniging Vrienden van het Wibautplantsoen e.a. over de onderbreking van stadsnatuurverbindingen door bruggen en wegen. Afgelopen decennia heeft de stad ingezet op het opheffen van honderden van dit soort ecologische barrières. En met succes. In de in het Beleidskader HGS aangekondigde Opgavenkaart HGS zullen opnieuw op te heffen knelpunten in de ecologische structuur worden geïnventariseerd met het doel deze barrières op te heffen. b.

Het college erkent dat de namen van de groentypen in de legenda van de toetskaart (zoals tuinpark, stadsplantsoen, gedenkpark) nooit helemaal de lading dekken. Groengebieden hebben altijd meerdere functies en waarden dan uit de legenda naar voren komt. Ook is er overlap tussen groentypen wat betreft functies en waarden. Dat is niet erg. In het beleidskader wordt per groentype omschreven wat we hier onder verstaan en welke functies er bij het groentype passen. Ook werken we voor het eerst met het waardensysteem, juist om te benadrukken dat elk groentype meerdere waarden vertegenwoordigt en we dit als stad ook

75

c.

willen stimuleren. Het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) is het instrument waarin de functie specifiek wordt belegd. Het college is het eens met indiener dat het Wibautpark thuishoort in de HGS en heeft deze toegevoegd aan de toetskaart. Weliswaar niet als stadspark, maar als groentype groene verbinding, omdat dit qua kenmerken beter aansluit bij de functie van het Wibautpark.

Wijziging in beleidskader: het Wibautpark is als groene verbinding toegevoegd aan de toetskaart HGS. Het verzoek om knelpunten in de structuur van stadsnatuurverbindingen te inventariseren met als doel deze op te heffen maakt deel uit van de vervolgactie Opgavenkaart HGS

4.35

Groenplatform Amsterdam

Ingediend door: 8972-6418 Samenvatting brief: Groenplatform Amsterdam (GPA) vindt het beleidskader HGS gedegen met een opbouwende visie. Ze waardeert dat de gemeente streeft naar een aangesloten netwerk op de schaal van de stad en dat duidelijk is welke groentypen worden onderscheiden en welke prioriteiten per groentype worden gegeven. GPA geeft in haar reactie een kleine honderd concrete voorstellen om het Amsterdamse groenbeleid en groenbeheer te versterken. Deze voorstellen vallen voor een deel buiten de scope van het beleidskader HGS. In onderstaande samenvatting en antwoorden is gefocust op de onderdelen die vallen binnen de scope van het beleidskader HGS. a. GPA pleit ervoor om in het beleidskader duidelijker af te bakenen wat wel en niet tot de HGS behoort (waarom Bogortuin bijv.). Sommige lijnvormige elementen zijn heel ‘iel’, hoe kunnen deze robuust zijn? Dat geldt zeker voor de groene linten. GPA vraagt of groen in nieuwe wijken ook tot de HGS kan behoren en zo ja, om deze dan specifiek te benoemen. b. GPA vraagt om helder te maken wat de status is van het beleidskader, ook in relatie tot een Opgavenkaart HGS of Omgevingsvisie. c. Hoe verhouden de verschillende groenstructuren zich tot elkaar? Hoe verhouden landschapsparken, sportparken en stadsnatuurgebieden zich tot de groentypen? d. Wees eenduidig in terminologie t.o.v. de Omgevingsvisie. e.

GPA stelt voor om de waarden nader te definiëren, zodat het gemonitord kan worden. Monitor dan ook de effecten van sport & recreatie op natuurwaarden en biodiversiteit. f. GPA vindt het raar dat er (binnen gebiedsontwikkelingen) verschuivingen kunnen optreden in de omvang en ligging van gebieden en verbindingen die nu in de HGS toetskaart zijn opgenomen. g. GPA pleit ervoor om de natuurwaarde van alle groentypen te versterken. h. GPA vindt dat groentypen en stadsnatuur in de HGS in vergelijking met bijvoorbeeld NNN onvoldoende juridische bescherming bieden. i. Neem NNN op in de beschrijving van de gebieden. j. Neem een definitie op van ecologie. k. Minimaliseer de mogelijkheid tot aanpassingen binnen groentypes waar natuur prioriteit heeft. Creëer rustgebieden voor rode lijst soorten en zorg dat deze niet toegankelijk zijn voor mensen en honden. Bij natuurparken: verminder het aantal toegangen, beperk het aantal struinpaden, plan geen boomkruinpaden in en geef geen ruimte voor kleinschalige evenementen of horeca. l. Werk samen met organisaties welke actief zijn met stadsnatuur. Zorg voor kennis over ecologisch beheer bij uitvoerders. Raadpleeg altijd stadsecologen voor elk groentype. m. Creëer mogelijkheden om bezwaar te maken tegen aanpassingen die ten koste gaan van natuurwaarden. n. Klopt het dat op de Diemerzeedijk geen uitbreiding van sportterrein is toegestaan? o.

De taluds van de snel-en spoorwegen opnemen in de HGS wekt te grote verwachtingen.

76

p. Geef aan hoe de HGS kwantitatief kan groeien als er wel allerlei recreatieve/sport functies in kunnen worden geplaatst. Sta niet-groene functies zoals recreatie- en sportvoorzieningen, kunstgras en bebouwde voorzieningen niet toe in de HGS. q. Op pagina 33 staat dat parken in de toekomst omgezet kunnen worden naar sportparken. Dit past niet in een beleidskader HGS. Hanteer de groennorm binnen bouwplannen en offer geen bestaand groen op voor sport en recreatie. r. Omschrijf wat onder recreatieve waarden wordt verstaan, is dat ook evenementen en honden? Welke evenementen zijn in stadsparken toegestaan, welke niet? Creëer geen ruimte voor verharding door parkeerplaatsen, verminder ondergrondse bouwwerken. s. Zorg dat aanpassingen van groentypen voor maatschappelijke wensen uitzondering zijn of benoem eventueel percentages voor ‘versporting’ of % wat beschikbaar is voor recreatie. Nodig geen initiatieven uit voor plannen binnen de HGS, maar daarbuiten. t. Leg in parken paden aan van natuurlijk materiaal in plaats van beton of asfalt. u. Neem sport op binnen nieuwbouw of op oude bedrijventerreinen en niet in het groen. Omschrijf kunstgras zodanig dat het wel als verharding meetelt maar in de toekomst niet bebouwd mag worden. v. Pagina 30 lijkt tegenstrijdig: er staat dat sportparken horen bij de HGS, maar verderop staat dat ze niet passen op alle plekken in de HGS. w.

Creëer naast de TAC een breed adviesorgaan met beheerders van de verschillende groentypen en deskundige inwoners die kunnen adviseren en als klankbord voor de TAC kunnen optreden. Maak inzichtelijk op welke wijze de TAC wordt samengesteld; x. Voorkom mitigatie/compensatie van waardevol (historisch) groen. Indien nodig compenseer dan natuur in gelijke kwantiteit en kwaliteit. y. Benoem de scheggen/landschappen als leidend ipv ‘landschapsparken’ en geef deze status. Welke status hebben de landschapsparken nu? Geef ze bescherming door ze als natuurgebieden te labelen. Neem alle scheggen in de HGS op in een aparte paragraaf. Wat is de rol van de TAC ten aanzien van landschapsparken? z. Waarom staat Waterland niet op het kaartje met de landschapsparken? aa. Plan slibdepots niet in de landschapsparken. bb. Hoofdstuk 2 geeft geen inzicht in welke criteria gebruikt worden bij de beoordeling/ op grond waarvan de TAC een advies uitbrengt. H2 kan beter naar het eind. Hoofdstuk 4 is geen hoofdstuk maar alleen een kaart. cc. Hoofdstuk 3 over strategische keuzes en opgaven is niet consistent met H1, er worden stappen teruggezet. dd. Op de kaart op pagina 25 ontbreken de verbindingszones met de grote groengebieden buiten de stad. ee. De zoekgebieden stadsbossen op de kaart op pagina 32 komen nergens terug in de tekst. ff.

Onduidelijk wat er bedoeld wordt: laat de HGS overeenkomen met de maatregelenkaarten. Antwoord: a. In H2.1 staat de Amsterdamse Hoofdgroenstructuur gedefinieerd. Het gaat om groengebieden en groene verbindingen: • waarvan de groenfunctie dominant is; • dat bestaand of in aanleg is op het moment van actualisering van dit beleidskader (dus geen nog aan te leggen of te ontwikkelen groen); • met een wijkoverstijgende functie (dus geen buurt- of straatgroen); • dat van grote waarde is voor mens en dier (zie hiervoor de 11 beschreven waarden); • dat een cruciale verbindende of structurerende functie vervult (dus soms ook ‘iele’ verbindingen als deze een cruciale structurerende of verbindende functie hebben); • of op een andere wijze bijzonder of zeldzaam is (dus soms ook relatief klein groen zoals de Bogortuin als groen in de betreffende omgeving schaars is en om die reden bijzonder). Groen in nieuwe wijken kan onderdeel worden van het beleidskader HGS, zodra het groen is gerealiseerd of in aanleg is. Het groen moet dan voldoen aan de hierboven beschreven definitie.

77

b.

c.

d.

e.

f.

Bij actualisatie van het beleidskader kunnen nieuwe HGS-waardige groengebieden of structuren worden toegevoegd aan de toetskaart. Om tegemoet te komen aan de indiener zal in het beleidskader HGS een nieuwe paragraaf gemaakt worden '1.2 Status en doorwerking'. Hierin staat beschreven wat de status is en hoe dit beleidskader zich verhoudt tot andere beleidsproducten, zoals de Groenvisie, de Omgevingsvisie en de nog te produceren Opgavenkaart HGS. De Omgevingsvisie en Groenvisie 2020- 2050 geeft de ambitie/ visie op het versterken van de HGS weer voor de lange termijn (tot 2050). Het beleidskader HGS is primair bedoeld als toetsingskader ter bescherming van het bestaande stedelijke groen in de stad. De TAC gebruikt dit als het kader voor beoordeling van initiatieven. In de Opgavenkaart HGS worden straks (2023) de belangrijkste opgaven om de HGS te versterken in beeld gebracht. De HGS bestaat al 25 jaar en is in de loop van de tijd doorontwikkeld naar een steeds integraler instrument. Zo is de ecologische structuur nu geïntegreerd in de HGS. Dat geldt (nog) niet voor de Hoofdbomenstructuur. Dat is wel de ambitie zoals beschreven in hoofdstuk 4 onder het kopje ‘Groene linten’. In hoofdstuk 4 van het beleidskader HGS worden de grote opgaven beschreven die in de vastgestelde Omgevingsvisie 2050 zijn benoemd en die raken aan de HGS.

Het gaat om opgaven die samenhangen met de groei van de stad en de veranderende eisen die de stadsbevolking stelt aan het gebruik van het groen. De TAC betrekt deze opgaven bij haar advies (zoals in het stappenplan in 5.3 van het aangepaste beleidskader is gevisualiseerd). Het gaat bijvoorbeeld om de opgave om groen openbaarder en toegankelijker te maken, maar ook om de opgave om de groeiende behoefte aan ruimte voor sport in te passen in de stad. Omdat de meningen over wat wel of niet goed is voor de Hoofdgroenstructuur uiteenlopen (wel of niet meer ruimte voor natuur, voor sport en spel, voor de energietransitie, etc) heeft Amsterdam de advisering aan het college belegd bij een onafhankelijke toetscommissie die tot taak heeft om het belang van de HGS binnen het brede spectrum aan wensen en opgaven te waarborgen. Het college begrijpt de reactie van GPA dat de soms verschillende terminologie tussen Omgevingsvisie en Beleidskader HGS verwarrend kan zijn. Dat is deels niet te voorkomen, omdat Omgevingsvisie en beleidskader HGS twee verschillende producten zijn met verschillende doelen. De Omgevingsvisie hanteert over het algemeen wat meer abstracte termen passend bij het visie-karakter en de langere termijn (2050).

In het beleidskader HGS is bewust gekozen voor termen die het beste aansluiten bij de functie en het (gewenste) gebruik van een groentype (zoals natuurpark, gedenkpark, sportpark, etc). De toetskaart HGS is de belangrijkste kaart in het beleidskader HGS. Dat is verduidelijkt naar aanleiding van de reactie van de indiener door deze eerder in het beleidskader op te nemen. De toetskaart heeft tevens voorin (bij de Samenvatting) een plek gekregen. Kaarten uit de Omgevingsvisie die que terminologie verwarring wekken zijn uit het beleidskader geschrapt. Ook zal de indeling/opzet van het beleidskader worden aangepast. Zie ook beantwoording onder 3.2. Het college omarmt het voorstel van GPA om de in het beleidskader HGS gehanteerde waarden te concretiseren en waar dat kan ‘meetbaar te maken’ zodat er gemonitord kan worden. In de Groenvisie 2020-2050 wordt aangekondigd dat er monitoringssysteem wordt opgezet voor het groen in Amsterdam, waaronder ecologie. Het systeem zal zich richten op de kwaliteit van het groen en ecologie in de stad en niet specifiek op de effecten van sport & recreatie op natuurwaarden. De monitoring is in opbouw, waarden uit de Groenvisie en HGS vormen belangrijke indicatoren voor goed en meer groen. Hiermee kunnen we ontwikkelingen in het groen in de toekomst beter volgen.

Het college is van mening dat het zinnig is om een onderscheid te maken tussen gebieden die wel en gebieden die niet sterk in ontwikkeling zijn. Het hanteren van dezelfde regels voor alle gebieden in de stad zou voorbijgaan aan het feit dat de stad sterk in ontwikkeling is. Met voorliggend beleidskader is ervoor gekozen om op onderdelen strenger te zijn (door vaker en eerder te toetsen, door de ecologische structuur aan de HGS toe te voegen) en daarnaast enige mate van flexibiliteit te bieden in een beperkt aantal gebieden in de stad, waarvan we weten dat deze de komende jaren rigoureus op de schop gaan. Daarmee wordt voorkomen dat de TAC bij veranderingen aan de HGS binnen gebiedsontwikkelingen altijd negatief moet adviseren, hetgeen tot onnodige vertraging kan leiden in projecten. Daarmee is niet gezegd dat de HGS 78

binnen gebiedsontwikkelingen alle kanten op kan. De regels die gelden binnen gebiedsontwikkelingen zijn juist gericht op het optimaliseren en vergroten van de HGS. Dus hoewel er binnen gebiedsontwikkelingen verschuivingen kunnen optreden in de ligging van HGS gebieden en verbindingen, zorgen de regels onder 3.1 ervoor dat de omvang minimaal gelijk blijft en dat de kwaliteit van bestaande HGS gebieden altijd wordt verbeterd. Als er sprake is van stadsnatuur is een flora- en fauna toets en een ambtelijk advies van een stadsecoloog verplicht. Wel staat er een tegenstijdigheid en onduidelijkheid in het beleidskader HGS waar het GPA terecht een opmerking over maakt. Op pagina 23 staat ‘Daarbij is het onvermijdelijk dat er verschuivingen optreden in de omvang en ligging van gebieden en verbindingen die nu in de Hoofdgroenstructuur toetskaart zijn opgenomen.’ Op de volgende pagina staat onder de regels die gelden binnen gebiedsontwikkelingen dat ‘de omvang van groen dat volgens de toetskaart binnen de HGS valt minimaal gelijk blijft’. De zin op pagina 23 wordt aangepast en er wordt tevens aan toegevoegd dat dit enkel geldt binnen gebiedsontwikkelingen. g. Voorgaande versies van de HGS waren voornamelijk gericht op de mens en de vraag naar ruimte voor groene recreatie.

Door de Amsterdamse ecologische structuur te integreren in de HGS en natuurwaarde als belangrijke waarde te introduceren maken we het HGS beleid meer diergericht. Afhankelijk van het groentype krijgen bepaalde waarden (waaronder de natuurwaarde) prioriteit. Zo bewaken we de diversiteit van het groen. Er is hierbij gezocht naar een balans tussen mens en dier. Daarbij heeft meer dan de helft van het oppervlak van de HGS een prioritaire 'natuurwaarde' gekregen. In deze gebieden zal de TAC vaker dan hiervoor een negatief advies afgeven voor initiatieven die op zich de HGS kunnen versterken vanuit gebruikswaarde, maar waar we nu een halt op wordt gelegd vanwege de natuurwaarde. Daarmee zetten we een historische stap. Nog meer groen een prioritaire natuurwaarde meegeven in de stad is onrealistisch en onwenselijk, vooral voor de groentypen die primair op de mens gericht zijn (zoals sportparken of stadsparken). Overigens zal de TAC altijd positief adviseren op initiatieven die de natuurwaarde versterken (mits dit niet ten koste gaat van de geldende prioritaire waarden van het groentype binnen de HGS). h. Het college deelt de mening van GPA niet dat de HGS onvoldoende bescherming biedt.

De HGS is vrij uniek in Nederland en zorgt ervoor, mede dankzij de toetsing door een onafhankelijke commissie, dat de HGS blijft gevrijwaard van verharding en bebouwing (tenzij dit de waarden van het betreffende groentype versterkt). De juridische vertaalslag van het beleidskader vindt plaats in het Omgevingsplan (de opvolger van de bestemmingsplannen). i. Omdat het beleidskader HGS gemeentelijk beleid betreft is hier geen provinciaal of landelijk beleid in opgenomen/herhaald. Uiteraard zijn deze bovengemeentelijke kaders/wetten wel van toepassing op de gemeente Amsterdam. Ter informatie is de NNN wel als aanklikbare laag opgenomen in de digitaal te raadplegen toetskaart van de HGS op Maps Amsterdam onder ‘provinciaal beleid’. j. Het college onderschrijft de oproep van GPA om ecologie nader te definiëren. Daarom wordt er een vervolgactie in het Beleidskader HGS aangekondigd om nader te definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen. k. Het systeem met de groentypen is erop gericht om de variatie in groengebieden te behouden en versterken. Van zeer mensgerichte groentypen zoals sportparken en stadsparken naar zeer diergerichte groentypen zoals natuurparken en stadsnatuurgebieden.

Op enkele uitzonderingen na, is het onwenselijk om helemaal geen mensen toe te laten in groengebieden in of vlakbij de stad. Rustige en op natuurgerichte vormen van recreatie zijn in natuurparken mogelijk mits de natuurwaarde niet wordt geschaad. Nieuw in dit beleidskader is dat ook in stadsparken in de stad ‘stadsnatuurgebieden’ zijn aangewezen, waar natuur voorop staat en de invloed van de mens beperkt blijft. Naar aanleiding van de inspraakreacties is in een aantal stadsparken extra stadsnatuur toegevoegd. In natuurparken zijn loslopende honden buiten de daarvoor aangewezen honden losloopgebieden niet toegestaan. l. Amsterdam werkt waar dat kan graag samen met organisaties welke actief zijn met stadsnatuur/ecologie en ook de zorg en de kennis van het ecologisch beheer wordt continue op peil gehouden. 79

m. Het college is van mening dat de huidige wet- en regelgeving voldoende mogelijkheden bieden om bezwaar te maken, zoals GPA nu gebruik maakt van de mogelijkheid om in te spreken op het Concept Beleidskader HGS. n. Het klopt dat er volgens voorliggend beleidskader HGS op de Diemerzeedijk geen uitbreiding van sportterrein is toegestaan, omdat het groentype ‘natuurpark’ heeft en bovendien aangeduid is als stadsnatuur. In het Diemerpark is wel een groter gedeelte voor het groentype ‘sportpark’ aangeduid. o. Een groot aantal taluds van snel-en spoorwegen maken nu al deel uit van de Amsterdamse Ecologische Structuur (welke nu is geïntegreerd in het beleidskader HGS als stadsnatuur). Door deze zones expliciet te benoemen als ecologisch waardevol kan de gemeente Amsterdam in gesprekken met het rijk over deze gebieden het natuurbelang benadrukken. Dat heeft in het verleden goed gewerkt getuige de herinrichting van de A9 bij het Diemerbos en het Amsterdamse Bos, maar ook bij het beheer en de herinrichting van de spoorlijntaluds in Amsterdam Oost en West. p. Met het groeien van de HGS wordt in het beleidskader bedoeld dat meer groengebieden in de stad de beschermde status van HGS krijgen. De HGS biedt, afhankelijk van het groentype, in meer of mindere mate ruimte aan recreatie- en sportfuncties. Een groeiend aantal Amsterdammers heeft hier behoefte aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12007775/1