CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van Beantwoording Beleidskader HGS.pdf

RAAD 27 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het beleidskader Hoofdgroenstructuur (VN2024-008390)47.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

stadspark zal aan de westzijde van het sportpark niet geïntroduceerd worden. Zie verder de beantwoording onder 3.12. Voor kennisgeving aangenomen. Voorgestelde wijziging niet overgenomen.

4.48

KNLTB kring Amsterdam

Ingediend door: 2917-3128 Samenvatting brief: De indiener spreekt haar respect uit voor het koesteren van het groen, terecht en belangrijk om met de verdichtingsopgave de leefbaarheid van de stad niet uit het oog te verliezen. Ze constateert een ruim tekort aan padel- en tennisbanen in Amsterdam. Bij de enorme groei die Amsterdam voorstaat in inwoners en woningen hoort een bijbehorend aanbod aan sportvoorzieningen. Ze leest onvoldoende terug hoe omgegaan wordt met de georganiseerde sport en met name tennis. Dit baart zorgen. Het benoemen van de sportnorm stelt niet gerust, omdat de gemeente deze zelf niet serieus neemt, met als voorbeelden het Schinkelkwartier en Havenstad. Invulling van de sportnorm buiten plangebieden is bovendien geen goede zaak. Urban sports als padel zijn belangrijk, maar geen vervanging van traditionele sporten en sportparken. Indiener pleit dan ook om te spreken in termen van ‘rigoureus meer sport’. Graag wil de indiener weten wat de status van bijlage 1 is, of er drempels opgeworpen worden in het beleidskader HGS voor uitbreiding van sportparken, en als laatste of het bestaansrecht van sommige tennisparken onder druk staat omdat deze niet in het beleidskader bij naam genoemd worden.

Tot slot wordt als suggestie meegegeven om ‘sporten en bewegen’ niet als onderdeel van de groenwaarde ‘gezondheid’ op te voeren, maar hier een aparte groenwaarde binnen het HGS van te maken. Antwoord: Binnen het beleidskader HGS wordt onderscheid gemaakt naar groentypen. Vrijwel alle sportparken en tennisparken in Amsterdam vallen onder het groentype ‘sportpark’. Alleen daar waar stedelijke ontwikkeling is voorzien binnen 10 jaar worden ze niet nieuw aan de HGS toegevoegd. Behoud van de bestaande sportparken – waaronder de tennisparken – is hier de beleidslijn. Los van de populariteit van deze sport, is het HGS-beleid niet het beleidsinstrument om het (extra) accommoderen van individuele sporten in te faciliteren. De referentienorm sport – welke inclusief urban sports als padel en footy is - is uitgangspunt bij gebiedsontwikkelingen (zoals Haven-Stad en Schinkelkwartier). Bij omvangrijke woningbouwlocaties wordt zoveel mogelijk, maar minimaal 50%, van de sportnorm voor georganiseerde buitensport binnen het plangebied gerealiseerd. 100% realisatie binnen de gebiedsontwikkeling is hierbij niet haalbaar. Het beleidskader HGS is een doorvertaling van de Omgevingsvisie 2050. Bijlage 1 is een letterlijke weergave hieruit van de opgave voor sporten, spelen en bewegen.

Uit de Omgevingsvisie 2050 volgt ook de 1-2-3-methode voor realisatie van nieuwe sport volgens de referentienorm sport, met als doel te bewerkstelligen dat we op een andere manier samen stad gaan maken. Door veel meer de prioriteit te leggen bij realisatie van sport in de gebiedsontwikkelingen zelf waar de sportbehoefte ontstaat, in plaats van de opgave in tijd voor ons uit te schuiven of op het landschap af te wentelen. Sport en bewegen is een belangrijke activiteit in het groen, maar geen waarde op zich. In het beleidskader HGS wordt ‘sport en bewegen’ aan twee groenwaarden gekoppeld, namelijk ‘gezondheid’ en ‘recreatie’. Hiermee wordt aangesloten op de in de Groenvisie Amsterdam 2020-2050 onderscheidden groenwaarden. Zie verder 3.12. Voorgestelde wijziging: in het beleidskader HGS is de paragraaf over de sportopgave aangepast. Ten aanzien van de bredere sportopgave in de hele stad worden extra vervolgacties opgenomen in het beleidskader.

97

4.49

NOC*NSF

Ingediend door: 7110-2712 Samenvatting brief: NOC*NSF stelt dat door de ambitieuze woningbouwplannen en de (terecht) toenemende aandacht voor groen en natuur in veel stedelijke gemeenten, de unieke sportinfrastructuur in Nederland in de knel dreigt te komen. “Als we niet oppassen verdwijnt de sport stap voor stap uit de bebouwde omgeving. Voor sportvelden is er dan alleen nog goedkope ruimte aan de rand van de stad. Dit terwijl deze breed vertakte en nabije sportstructuur één van de fundamenten onder de sportdeelname is en bijdraagt aan gezondheid, welbevinden en inclusie van bewoners”. NOC*NSF stelt dat zij de ruimtenorm voor sport (pagina 11), zoals de gemeente Amsterdam hanteert, ziet als minimaal noodzakelijk en onder voorwaarde dat daar harde afspraken onder liggen om dit alles als voorwaarde te hanteren bij de toetsing van plannen voor nieuwbouw en/of ruimtelijke herinrichting. Antwoord: Het belang van borging van voldoende ruimte voor sport wordt met de in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 geïntroduceerde 1-2-3-methode onderschreven. Ook de referentienorm sport is uitgangspunt bij gebiedsontwikkeling en verankerd in de Omgevingsvisie. In het beleidskader HGS is dit door vertaald door aan te geven in welke mate en onder welke voorwaarden de sportopgave in de HGS mag landen. Deze is ruimer dan in het vorige HGS-beleid.

De prioriteit ligt bij realisatie van de sportopgave (conform de referentie norm sport) binnen de buurten. Ruimtelijke spreiding en diversiteit qua sportaanbod zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. Tegelijkertijd blijft het bestaande sportaanbod behouden en worden de gebruiksmogelijkheden ervan geoptimaliseerd op basis van een totaalvisie op een sportpark. Voor lokale sportopgaven waarvoor de eerste twee stappen niet voldoende oplossing bieden kunnen nieuwe sportparken worden gerealiseerd, zowel in een stedelijke setting als in een landschappelijke setting (in het laatste geval binnen de HGS). Vanuit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is hiertoe een opgave meegegeven om 6 zogenaamde ‘sportlandschappen’ als aanvullend sportaanbod te realiseren. Voor realisatie in de HGS (4 van de 6 zoeklocaties) zijn hiertoe in het beleidskader HGS ruimtelijke randvoorwaarden meegegeven die gericht zijn op kleinschaligheid, medegebruik en landschappelijke inpassing. Zie verder 3.12. Voorgestelde wijziging: in het beleidskader HGS is de paragraaf over de sportopgave aangepast. Ten aanzien van de bredere sportopgave in de hele stad worden extra vervolgacties opgenomen in het beleidskader.

4.50

Ondernemersvereniging Tuinen van West

Ingediend door: 7746-8463 Samenvatting reactie: Ondernemersvereniging Tuinen van West vraagt aandacht voor een aantal gebieden in Tuinen van West en vraagt concreet: a. Om twee gebieden (5 en 6) als ecologische waardevolle verbindingen op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. Punt 5 in de brief betreft de ecostrook tussen Tuinpark De Eendracht en Tuinpark TIGENO. Punt 6 wordt in de brief niet benoemd. b. Om behoud en ruime aanplant van (bij voorkeur inheemse) bomen en struiken, hoogwaardig/ecologisch beheer van de bermen van (vooral) fiets- en wandelpaden, expliciete aandacht voor de natte natuur en de vogelreservaten, betrekken van lokale organisaties en personen bij het groene beheer en lokaal aanbesteden en lokaal hergebruik van hout (stammen en snippers). 98

Antwoord: a. We zien geen bezwaren in het opnemen van een stadsnatuurverbinding op de strook tussen Tuinpark De Eendracht en Tuinpark TIGENO. Hiermee wordt het natuurnetwerk tussen de Joris van den Berghweg en het Bosch van Drakensteinpad versterkt. Punt 6 is door indiener niet benoemd en blijft buiten beschouwing. b. Het college onderschrijft het belang van de punten die door indiener worden benoemd en werkt graag samen met bewoners, ondernemers en organisaties aan het gewenste (ecologische) beheer. Voorgestelde wijziging: in de toetskaart HGS wordt de ecostrook tussen Tuinpark De Eendracht en Tuinpark TIGENO opgenomen als ‘stadsnatuur verbinding’.

4.51

Bewonersvereniging Zijkanaal F Halfweg

Ingediend door: 7322-3273 Samenvatting brief: De bewonersvereniging Zijkanaal F Halfweg geeft in haar zienswijze aan het eens te zijn met de aanwijzing van het Geuzenbos en de Bretten als ‘natuurpark met ruigte/struingebied’. In de zienswijze worden echter ook de zorgen kenbaar gemaakt over het behoud van het karakter van deze gebieden. De indieners stellen dat de bovengenoemde gebieden worden bedreigd door plannen van ander afdelingen van de gemeente. Het gaat dan specifiek over de plannen van LabGreen, waarbij aldus de indiener de nadruk ligt op activiteiten voor recreatie (zitbankjes, speel- en sportplekken) en waterrecreatie. De indieners vragen zich af of het struin/ruigtegebied behouden blijft of uiteindelijk toch een aangeharkt stadspark wordt. Daarnaast maken de indieners zich zorgen over de mogelijke komst van windmolens. “Het Geuzenbos ligt in het haven-zoekgebied en de Bretten is extra zoekgebied voor het geval niet alle gewenste windmolens een passende plek kunnen krijgen in het bedrijvengedeelte van het havengebied”. Komst van windmolens heeft, aldus de indieners, grote impact op de fauna en de aantrekkelijkheid van de gebieden. De zienswijze besluit met: “Het is goed en heel terecht dat het concept beleidskader Hoofdgroenstructuur het Geuzenbos en de Bretten de status natuurgebied met ruigte/struingebied geeft. Nu nog zo houden”.

Antwoord: Het versterken van HGS gebieden is mogelijk binnen de voorgestelde grenzen van het beleidskader HGS. Voor het Geuzenbos en de Bretten betekent dit dat nieuwe voorzieningen moeten passen binnen de regels die gelden voor het groentype natuurpark en (voor het grootste deel) stadsnatuur. Kleinschalige voorzieningen gericht op natuurbeleving, zoals bankjes of vogelkijkhut zijn op basis van het Beleidskader HGS mogelijk in de randen en bij entrees. Nieuwe voorzieningen mogen niet ten koste gaan van de natuurwaarde. Hoe deze gebieden zich op de langere termijn op basis van het dan levende wensbeeld (door)ontwikkelen valt niet te zeggen. De beleidsintentie vanuit de voorliggende HGS is om ze als stadsnatuur te behouden. In het kader van het beleidskader HGS zal de discussie over de wenselijkheid van windturbines in het groen en/of de HGS niet beslecht kunnen worden. Vandaar dat in het beleidskader het ‘nee, tenzij principe’ wordt gehanteerd (zowel in het huidige als voorliggend HGS-beleid). Windturbines zijn niet inpasbaar in de HGS, tenzij deze bij gemeenteraadsbesluit als zoekgebieden voor windenergie zijn aangemerkt (De Bretten als reserve zoekgebied) en mits uit een milieueffectrapportage blijkt dat er geen onaanvaardbare effecten zijn voor natuur en milieu. Voor kennisgeving aangenomen, geen aanpassing.

99

4.52

Port of Amsterdam

Ingediend door: 0928-9894 Samenvatting brief: Port of Amsterdam merkt in haar zienswijze op dat het gebied tussen Ruigoord en de Westpoortweg de aanduiding ‘landschap’ heeft gekregen, en daarmee gelijkgesteld wordt aan het kunstenaarsdorp Ruigoord. De Port of Amsterdam is van mening dat deze aanduiding de situatie niet juist weergeeft, omdat het in tegenstelling tot Ruigoord zelf, een industriële bestemming heeft en in de provinciale omgevingsverordening als industrieterrein van provinciaal belang wordt gezien. Verzocht wordt de aanduiding landschap voor het terrein ten zuiden van Ruigoord te schappen. Antwoord: Het gebied waarop wordt gewezen heeft inderdaad de bestemming bedrijventerrein. De begrenzing zal hierop worden aangepast in de toetskaart. Voorgestelde wijziging: de toetskaart is aangepast.

4.53

Camping Zeeburg

Ingediend door: 2809-6514 Samenvatting brief: Camping Zeeburg verzoekt het totale terrein als groentype Stadspark te betitelen. Het totale terrein wordt immers recreatief gebruikt, gericht op interactie en sociale ontmoeting in een parkachtige omgeving. In haar zienswijze merkt Camping Zeeburg op dat het totale campingterrein van camping Zeeburg in het beleidskader wordt opgesplitst in 2 groentypen, zijnde: • Groentype stadspark welke geldt voor het gehele campingterrein, inclusief de uitbreiding. • Groentype ‘groene verbinding’ welke geldt voor het pas gerealiseerde nieuwe terrein. Camping Zeeburg stelt dat: • Twee groentypen op een terrein leidt tot een onduidelijke situatie. • Het groentype ‘groene verbinding’ niet past bij het onlangs gerealiseerde terrein, omdat er geen sprake is van een langgerekt gebied of belangrijke doorgaande verbinding. Daarnaast geeft de maatvoering van het terrein te klein om uitvoering te geven aan de vereiste afstandsmaten ten opzichte van het water. • De prioritaire waarden (recreatie, beleving, leefklimaat) ook onder het groentype ‘stadspark’ kunnen worden gerealiseerd. • Het campingterrein niet is aangemerkt als stadsnatuur, het water, inclusief de rietoever wel. • De NNN niet over het campingterrein loopt, maar aan de IJmeer-zijde om de camping heen.

• De natuureisen en –ambities van de gemeente en provincie al duidelijk zijn vastgelegd en zorgvuldig beheerd worden. Antwoord: Het college kan zich vinden in de constatering dat het toewijzen van 2 groentypen aan het kampeerterrein onlogisch is. Gezien de ligging van de camping in het bredere groenensemble dat als ‘groene verbinding’ wordt aangemerkt, zal de camping dezelfde groentypering meekrijgen. Slechts op de randen ligt een stadsnatuurlaag. Ook op andere plekken in de stad zijn de campings onderdeel van het groentype waarbinnen ze gelegen zijn, variërend van stadspark tot natuurpark. De functie van

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14334169/1