Bijlage 3 Nota van Beantwoording Beleidskader HGS.pdf
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Publieke reacties en stadsdeeladviezen
Behorende bij het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Oktober 2022
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Communicatie Structuur en referentienummers Tot slot
5 5 5 6
2 2.1 2.2 2.3
Samenvatting Aantal reacties Algemene tendens Belangrijkste wijzigingen
7 7 7 8
3
Inspraakreacties met antwoorden 3.1 Algemene reacties 3.2 Opzet en leesbaarheid van het beleidskader 3.3 Samenwerken met omringende gemeenten 3.4 Instellen van een burgerberaad/ adviesplatform 3.5 Ideeën om de stad groen te houden/ groener te maken 3.6 Specifieke vragen 3.7 Reactie over de Technische Advies Commissie (TAC) 3.8 Natuurnetwerk Nederland (NNN)/ Amsterdamse Ecologische Structuur (AES) 3.9 Beheer 3.10 Bermen en groenstroken 3.11 Huisdieren/ honden 3.12 Sport in de Hoofdgroenstructuur 3.13 Groennorm per stadsdeel 3.14 Evenementenbeleid 3.15 Windenergie 3.16 Sociaal belang tuinieren 3.17 ‘Echt’ groen 3.18 Natuurpark 3.19 Struinnatuur 3.20 Stadsnatuurverbindingen 3.21 Groene verbindingen 3.22 Diemerpark 3.23 Positief over sport te bieden in Diemerpark 3.24 Honden in Diemerpark 3.25 Privépercelen Diemerzeedijk 3.26 Oostpunt Zeeburgereiland 3.27 Oeverpark in Strandeiland 3.28 Marineterrein 3.29 Ecologische passages Oostelijke Eilanden en Kadijken 3.30 Bomen in het Flevopark 3.31 Amsteldorp 3.32 Sportlandschap Amstelscheg 3.33 Gaasperpark/Gaasperplaspark 3.34 Verbied zwemstoepen Gaasperplas 3.35 Ballorig en Gaaspercamping 3.36 Nellestein en Gouden Leeuw
9 9 10 11 11 12 13 14 15 15 16 17 17 19 20 20 21 21 21 22 23 24 25 26 26 27 28 28 28 29 29 30 30 31 32 32 33 2
3.37 3.38 3.39 3.40 3.41 3.42 3.43 3.44 3.45 3.46 3.47 3.48 3.49 3.50 3.51 3.52 3.53 4
Driemond Westerpark Houthavenpark Sloterpark Spoorpark Arlandaweg als groen lint Thomas a Kempisstraat NoordOogst Wilmkebreekpolder Buiksloterdijklandje Oost-west verbinding in Noord IJdoornlaan Nieuwe Noorderbegraafplaats Schellingwouderscheg Diverse locaties Amsterdam Noord Geplande windturbines in Amsterdam Noord Bomenkap bij Twiske
Brieven van bedrijven en organisaties 4.1 Vrienden van Frankendael 4.2 Vrienden van het Flevopark 4.3 Vrienden van het Flevoparkbad 4.4 Vrienden van het Amstelpark 4.5 Stichting Beschermers Amstelland 4.6 Buren van het Sloterpark 4.7 Vereniging Vrienden van de Sloterplas 4.8 Vrienden van het Diemerpark 4.9 SOVON-Broedvogelinventariseergroep Diemerpark & Vogelwerkgroep A’dam 4.10 Vereniging ‘’De Oeverlanden Blijven!’’ 4.11 Stichting Natuurbescherming Zuidoost 4.12 Stichting Vrienden van de Gaaspermolen 4.13 Dorpsraad Driemond 4.14 Natuurvereniging de Ruige Hof 4.15 Vereniging Vrienden van het Gaasperplaspark 4.16 Wijkoverleg Gaasperdam 4.17 ANGSAW: Amsterdam Noord Groene Stad aan het Water 4.18 Groene Longen 4.19 Het Groene Huis Amsterdam Noord 4.20 Stichting W.H. Vliegenbos 4.21 Vereniging tot Behoud van de Wilmkebreekpolder 4.22 Vereniging ‘Vrienden van het Noorderpark’ en de Damesbende van Buiksloot 4.23 Stichting PuurNatuurTuin 4.24 Stadstuinderij NoordOogst 4.25 Stadslandbouwproject NoordOogst 4.26 POF Amsterdam 4.27 Amsterdam Farm Lodge 4.28 Beelease 4.29 Buitenkans Kinderopvang 4.30 Stadswijngaard No Chateau 4.31 Ondernemersvereniging NoordOogst 4.32 Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad 4.33 Comité Westelijke Grachtengordel e.o. 4.34 Vereniging Vrienden Wibautplantsoen, Vereniging Buurttuinen Transvaal, Duurzaam Transvaal
33 34 34 35 35 35 36 37 39 40 40 41 41 41 42 42 43 44 44 45 45 46 47 48 49 50 55 56 57 59 60 60 61 61 62 63 64 65 66 67 69 69 69 70 70 71 71 72 72 73 74 75
3
4.35 4.36 4.37 4.38 4.39 4.40 4.41 4.42 4.43 4.44 4.45 4.46 4.47 4.48 4.49 4.50 4.51 4.52 4.53 4.54 4.55
Groenplatform Amsterdam KNNV Vereniging voor Veldbiologie Vlindertuin Mot in Mokum Stichting Stadslandbouw Amsterdam i.o. (SLA) Tuinpark Nieuwe Levenskracht Bond van Volkstuinders Tuinpark Ons Buiten Stichting Natuurtuin Slatuinen Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur Provincie Noord-Holland Sportraad NOC*NSF, de KNLTB, KNHB en KNVB AFC IJburg, AHC IJburg KNLTB kring Amsterdam NOC*NSF Ondernemersvereniging Tuinen van West Bewonersvereniging Zijkanaal F Halfweg Port of Amsterdam Camping Zeeburg HETLAND Vastgoedontwikkeling B.V. i.o. Kubiek Ruimtelijke Plannen
76 83 84 85 85 86 87 88 88 93 94 95 96 97 97 98 99 100 100 101 101
5
Stadsdeeladviezen 5.1 Stadsdeel Centrum 5.2 Stadsdeel Oost 5.3 Stadsdeel Zuid 5.4 Stadsdeel Zuidoost 5.5 Stadsdeel West 5.6 Stadsdeel Nieuw West 5.7 Stadsdeel Noord
103 103 104 108 109 111 112 113
6
Moties gemeenteraad
117
7
Overzicht van wijzigingen
118
Bijlage: lijst met organisaties
126
4
1 Inleiding Op 14 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met het Concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur en deze vrijgegeven voor inspraak en advies. De periode van inspraak liep van 20 december 2021 tot en met 13 februari 2022. Deze Nota van Beantwoording biedt een overzicht van alle reacties en adviezen en onze antwoorden daarop. Ook wordt duidelijk gemaakt of de reacties hebben geleid tot een wijziging van het Beleidskader Hoofdgroenstructuur. De Nota van Beantwoording maakt onderdeel uit van de stukken die eind 2022 ter definitieve vaststelling van het Beleidskader aan de gemeenteraad worden aangeboden. In de Omgevingsvisie 2050 is een van de strategische keuzes om de stad ‘rigoureus te vergroenen’. Een geactualiseerde Hoofdgroenstructuur levert een belangrijke bijdrage aan deze ambitie. Het huidige beleidskader Hoofdgroenstructuur zoals opgenomen in de Structuurvisie 2040 sluit niet meer aan bij de nieuwe ambitie en wordt met het beleidskader geactualiseerd.
1.1
Communicatie
Van 20 december 2021 t/m 13 februari 2022 lag het Beleidskader Hoofdgroenstructuur voor ter inspraak. Om hier bekendheid aan te geven zijn diverse middelen ingezet: een filmpje op AT5 Informeert, een kennisgeving in het Parool en social media-advertenties. Ook is de website geactualiseerd. Om nadere toelichting te geven op de Hoofdgroenstructuur is op 18 januari 2022 een onlinebijeenkomst georganiseerd. Hier werden deelnemers in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen. Hieraan namen 85 mensen deel. Na afloop van de bijeenkomst is deelnemers de mogelijkheid geboden nog via de mail te reageren en vragen te stellen. Vragen die tijdens en na afloop van de sessie zijn gesteld zijn tevens per mail beantwoord en aan alle deelnemers toegezonden. Bekendmaking van de inspraak verliep via het Gemeenteblad en Amsterdamse kanalen.
1.2
Structuur en referentienummers
Reacties zijn gebundeld per onderwerp en staan in verkorte vorm in deze nota. Alle volledige reacties zijn op aanvraag beschikbaar. In totaal zijn er 53 onderwerpen. Reacties over hetzelfde onderwerp, krijgen één antwoord. Inspraakreacties die bestonden uit meerdere onderwerpen, zijn op onderwerp in deze nota terug te vinden. Na ieder onderwerp geven we aan of en hoe de reacties geleid hebben tot een wijziging in het beleidskader. In principe zijn alleen de opmerkingen met relevantie voor het beleidskader Hoofdgroenstructuur opgenomen in deze Nota van Beantwoording. In de beantwoording van de vragen en opmerkingen is gepoogd hetzelfde detailniveau te hanteren als het beleidskader zelf heeft. Soms zijn reacties neergelegd bij degenen die er wel iets mee kunnen. Om de anonimiteit van de indieners te waarborgen, heeft elke indiener een uniek referentienummer ontvangen. Dit nummer is terug te vinden in de nota bij de onderwerpen waarover is ingesproken (via CTRL+F kunt u zoeken op uw referentienummer). Hoofdstuk 5 bevat de reacties en antwoorden van organisaties, deze zijn op alfabetische volgorde in deze nota opgenomen. Reacties en adviezen van de stadsdelen staan in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 7 wordt tenslotte toegelicht hoe de aangenomen moties van de gemeenteraad zijn verwerkt in het beleidskader.
In een bijlage is de lijst opgenomen van organisaties die een zienswijze hebben ingediend,
5
met bijbehorend nummer. Iedereen kan zo natrekken welke punten welke organisatie heeft gemaakt. Individuele zienswijzen blijven anoniem.
1.3
Tot slot
Het ordenen, samenvatten en beantwoorden van de vele honderden reacties was een flinke klus en mensenwerk. Het kan zijn dat er een opmerking over het hoofd is gezien of verkeerd is geïnterpreteerd. Wie zijn of haar reactie onverhoopt niet herkent, kan contact opnemen via een mail aan hoofdgroenstructuur@amsterdam.nl
6
2 Samenvatting 2.1
Aantal reacties
Tijdens de inspraakperiode van de Concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur zijn ruim 500 reacties ingediend en 55 zienswijzen van verenigingen, stichtingen, bedrijven en andere overheden. De kortste reacties telden slechts enkele woorden (‘meer groen’), de langste brieven waren tientallen pagina’s lang, inclusief kaartmateriaal. Het grote aantal reacties geeft blijk van een grote betrokkenheid bij het groen in de stad. Sommige reacties zijn tweemaal ingestuurd, of zowel individueel als via een koepelorganisatie. Ook werden enkele zienswijzen via gecoördineerde acties ingediend: ze hadden dezelfde tekst en veel afzonderlijke inzendingen. Dit geldt voor de zienswijzen over NoordOogst en het Diemerpark. Aangezien de brieven van verenigingen, stichtingen, bedrijven en overheden veelal hele specifieke onderwerpen beslaan, zijn deze reacties en antwoorden in een apart hoofdstuk in deze nota opgenomen. We hebben alle reacties goed gelezen en zo goed mogelijk samengevat. Een integrale opname van alle volledige reacties zou hebben geleid tot een onhanteerbaar document. Het is jammer om een boodschap flink in te moeten korten, maar we hopen dat de lezer begrijpt dat dat nodig was.
2.2
Algemene tendens
In het overgrote deel van de individuele reacties en brieven van organisaties wordt gevraagd om meer of beter groen, groener beheer of meer aandacht voor ecologie. Er wordt gevraagd om strengere regels om de hoeveelheid stadsnatuurgebieden en natuurparken te borgen en de invloed van mensen met name in dit type groen te beperken. Een groot aantal inspraakreacties heeft betrekking op de ruimte voor sport in de HGS en de ‘onevenredige’ hoeveelheid aandacht die aan dit onderwerp wordt besteed in het beleidskader. Veel inspraakreacties op het Hoofdgroenstructuurbeleid, van zowel van sport- als natuurzijde, hebben betrekking op de fundamentele vraag ‘of sportparken onderdeel moeten blijven van de Hoofdgroenstructuur’. Indieners geven aan dat intensief gebruikte sportparken met kunstgras niet thuishoren in een Hoofdgroenstructuur. Met name vanuit sportorganisaties is gereageerd dat de HGS (te) veel belemmeringen opwerpt voor de noodzakelijke uitbreiding en intensivering van het sportareaal in de stad. In de ruim 200 reacties over Noordoogst wordt aangegeven dat men zich in Amsterdam Noord-West zorgen maakt over de snelle groei van dit deel van de stad in relatie tot het beschikbare groen.
Verreweg het meest genoemd in de reacties is het voormalig Sportpark Melkweg, ook wel bekend als NoordOogst, en de daar aanwezige functies, zoals Kinderopvang Buitenkans, natuurspeeltuin, restaurant POF, De Tuin van Eten, brouwerij Friekens, Beelease, Buitengewone Varkens, VitamineD, de vlindertuin Mot in Mokum en de Farm Lodge Amsterdam. De indieners verzoeken Noordoogst te behouden voor de toekomst en daarom dit deel toe te voegen aan de Toetskaart HGS. Er zijn 90 inspraakreacties binnengekomen over het Diemerpark waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het vergroten van het gebied met groentype ‘sportpark’ (om de aanleg van sportvelden inclusief kunstgras, parkeerplaatsen, lichtmasten, mogelijk te maken) ten koste van het groentype ‘natuurpark’. Daarentegen waren er ook enkele reacties die de uitbreiding van het sportpark toejuichen, waaronder 2 sportverenigingen met voornamelijk leden van IJburg.
7
Vanuit de bouwwereld is gereageerd met het verzoek om bepaalde gebieden/gebiedsontwikkelingen uit de HGS te halen, omdat het op gespannen voet zou staat met de ontwikkelplannen. Er zijn tot slot vele tientallen verzoeken binnengekomen om een groengebied of verbinding op te nemen in de toetskaart HGS of juist te verwijderen of om een ander groentype aan een groengebied mee te geven.
2.3
Belangrijkste wijzigingen
Niet alle inspraakreacties zijn overgenomen, maar een flink aantal reacties heeft geleid tot het aanpassen, aanvullen, wijzigen of verduidelijken van het beleidskader Hoofdgroenstructuur (hierna te noemen: het beleidskader, de Hoofdgroenstructuur of de HGS). Zie hoofdstuk 8 voor een overzicht van alle wijzigingen die zijn doorgevoerd. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste wijzigingen. -
-
-
-
-
-
De indeling/opzet van het beleidskader is aangepast. Hoofdstuk 2 (Hoe werkt het?) over de procedure is naar achteren geplaatst. Na de inleiding volgt nu direct het hoofdstuk met de definitie, het waardensysteem, de algemene regels, de regels voor stadsnatuur en gebiedsspecifieke kaders. Hoofdstuk 3 behandelt de groentypen, gevolgd door hoofdstuk 4 over bijzondere situaties. Het laatste hoofdstuk 5 gaat over de werkwijze/ procedures. Kaarten en teksten die voortkomen uit de Omgevingsvisie zijn grotendeels verwijderd uit het beleidskader. Passages over sport die voortkomen uit de Omgevingsvisie zijn geschrapt. Het betroffen onnodige dubbelingen en de terminologie bij de kaartbeelden uit de Omgevingsvisie werkte verwarrend. Op verzoek van diverse indieners en in overeenstemming met motie 200_22 van raadslid Van Renssen zijn diverse stadsnatuurgebieden en -verbindingen toegevoegd aan de toetskaart HGS, zowel in stadsparken als op andere locaties in de stad. Het betreft onder andere toevoegingen van stadsnatuur in het Gijsbrecht van Amstelpark, het Amstelpark, Flevopark, rond de Riekermolen, het Piet Wiedijkpark, tussen de tuinparken TIGENO en de Eendracht, over het Brasapark (dakpark A9), op de oostpunt van de Volgermeerpolder en in de groene zoom tussen Buikslotermeer en de A10.
Naar aanleiding van de vele reacties over sport zijn teksten over sport in het beleidskader flink ingekort. Er is een scherper onderscheid gemaakt tussen wat echt in het beleidskader HGS thuishoort over sport en wat eerst verder uitgewerkt moet worden in het kader van de Uitvoeringsagenda Omgevingsvisie. Er wordt duidelijker beschreven dat alle beslissingen over omzetten van een groentype naar een sportpark of de uitbreiding van het aantal locaties voor sport in de HGS niet genomen wordt in het beleidskader HGS, maar altijd gedaan wordt in het kader van (een uitwerking of een actualisatie van) de Omgevingsvisie. In een apart tekstkader worden deze uitwerkingen die in het kader van de Omgevingsvisie worden uitgevoerd aangekondigd. Omdat het besluit om (bepaalde) sportparken helemaal uit de HGS te halen weloverwogen moet gebeuren is een vervolgactie opgenomen in het beleidskader. Binnen de grenzen van gebiedsontwikkelingen wordt (tijdelijk) meer ruimte geboden (er kan geschoven worden met de ligging en het groentype) in ruil voor het terugbrengen van minimaal dezelfde hoeveelheid HGS en een kwaliteitsimpuls na het gereedkomen van de gebiedsontwikkeling. In hoofdstuk 4.1 zijn hierover regels opgenomen.
Om meer helderheid te bieden voor welke gebieden in de stad deze flexibiliteit van toepassing is, is een kaart op genomen met de belangrijkste gebiedsontwikkelingen in de stad (zie in bijlage 1 kaart in 4.1). Tot slot zijn er vele tientallen verzoeken binnengekomen om een groengebied of verbinding op te nemen in de toetskaart HGS of juist te verwijderen van de kaart of om een ander groentype aan een groengebied mee te geven. Als er geen grote bezwaren of andere belangen in het geding zijn is meebewogen met de indieners. Dat heeft tot tientallen aanpassingen geleid in de toetskaart.
8
3 Inspraakreacties met antwoorden 3.1
Algemene reacties
Ingediend door: 5094-4350, 7988-2633, 8720-4898, 4735-6730, 6006-4288, 3751-0805, 5835-3977, 5182-1280, 2957-9694, 0285-3553, 5017-4140, 0892-2301, 9036-7311, 2179-5350, 3961-3725, 8574-3606, 7078-4700, 5172-9568, 2014-0269, 8647-0752, 8714-4791, 9469-5092, 4457-9484, 4735-1259, 9258-0099, 2863-4979, 2401-2699, 5366-0159, 2872-9686, 2604-8164, 6017-4614, 9847-3171, 0222-1496, 8296-5838, 3028-5526, 0518-0705, 5552-8184, 2242-2236, 2400-7948, 9140-9001, 3233-2459, 9555-4662, 2158-4266, 5219-9629, 0720-2497, 6098-2115, 7018-4886, 4771-9553, 3330-7977, 4015-9406, 2616-0432, 2018-9372, 5341-1757, 4128-4639, 9624-2354, 3040-9063, 1660-5084, 5383-2358, 4660-3516, 8999-2176, 4883-1599, 4732-7693, 8682-8067, 9998-6968, 7147-6301, 2634-5720, 3639-9182, 3876-4141 Samenvatting reacties: In verschillende zienswijzen worden complimenten voor het beleidskader uitgesproken. Daarnaast wordt in meerdere zienswijzen het belang van groen in en om de stad onderschreven. De indieners van deze zienswijzen verzoeken de stad in algemene zin zo groen mogelijk te houden en/of nog verder te vergroenen.
Meerdere indieners leggen de relatie met de groei van het aantal woningen en bewoners in de stad en maken zich zorgen over de groeiende druk op het groen: “Met de komst van meer en meer betonnen bouw/woningen is het van zeer groot belang dat er voor onze kinderen ook groene plekken blijven behouden om te spelen en duurzaam te kunnen genieten van de natuur.” Er wordt in verschillende zienswijzen verzocht niet alleen groene gebieden, maar ook kleine groene bedrijfjes en lokale initiatieven te ondersteunen en te behouden. Niet alle indieners zijn van mening dat het herijkte beleidskader het groen in de stad ten goede komt. “De huidige plannen zijn niet voldoende en zijn op sommige punten zelfs minder waarborgend dan in de omgevingsvisie 2050 staat! Dat moet anders”. Een indiener stelt ‘nog nooit meegemaakt te hebben dat burgerinspraak tot beleidswijzigingen leidt’ en is zodoende benieuwd in hoeverre er hier wel ruimte is voor inhoudelijke aanpassing van het beleidskader. Vier indieners geven aan het beleidskader ‘slecht’, ‘onverantwoord’, ‘verschrikkelijk’ te vinden met ‘onvoldoende respect voor de natuur’, zonder concreet toe te lichten welke onderdelen van het plan zij graag anders zouden zien.
In acht zienswijzen wordt verwezen naar een specifieke – meestal zeer geliefde- plek in de stad (‘verborgen parel’, ‘te gekke plek’, ‘het park’ etc.) zonder dat uit de zienswijze duidelijk wordt om welke plek het gaat. Door 31 indieners is een leeg formulier achtergelaten. Antwoord: Het college deelt de mening van de indieners dat we de stad zo groen mogelijk moeten houden en dat we ons moeten inzetten om de stad waar mogelijk nog verder te vergroenen. Dat is in een verdichtende stad van groot belang om deze leefbaar en gezond te houden voor mens, plant en dier. Deze opgave is in de Omgevingsvisie 2050 daarom expliciet benoemd als strategische opgave ‘rigoureus vergroenen’. Rigoureus vergroenen omvat twee belangrijke opgaven: in de eerste plaats het koesteren en beschermen van het huidige groen, zodat deze kan doorgroeien tot ‘volwassenheid’ en in de tweede plaats het verder vergroenen en verbeteren van het groen. Dit beleidskader HGS gaat over de eerste opgave: het is een instrument om het bestaande groen te beschermen. Met de Groenvisie 2020-2050 en het bijbehorende programma voor uitvoering zetten we in op het verder vergroenen van de stad. Het in de Groenvisie 2020- 2050 beschreven ‘Groen-tenzij’ principe zorgt ervoor dat bij ieder project of initiatief de mogelijkheden worden afgewogen om tegels en asfalt te vervangen door groene ruimte.
Het ondersteunen van lokale initiatieven, en het samenwerken met ondernemers, bewoners en organisaties voor het realiseren van buurtparkjes, groene schoolpleinen, groene daken, groene straten en pleinen, maakt onderdeel uit van dit programma. Naast de verschillende projecten werken we ook aan het verder
9
versterken van biodiversiteit door het uitbreiden van gebieden die ecologisch beheerd worden binnen de ecologische structuur. Ook buiten de HGS worden steeds meer groengebieden natuurlijk beheerd. Ook de HGS willen we verder ontwikkelen. Daarvoor wordt in het beleidskader HGS op de ‘Opgavenkaart HGS’ aangekondigd (gepland 2022/2023). Het college is van mening dat met het beleidskader HGS de belangrijkste groengebieden in Amsterdam voldoende worden beschermd tegen verharding of ongewenste activiteiten in het groen. Er is geen stad in Nederland waar het stedelijk groen op deze manier wordt beschermd door het aan te wijzen als ‘HGS', waarbij een onafhankelijke toetscommissie controleert of het beleid ook echt wordt nageleefd. In vergelijking met de vorige HGS (zoals opgenomen in de Structuurvisie 2040) is er meer groen en blauw aangewezen als HGS en zijn voor het eerst groengebieden met elkaar verbonden door groene verbindingen. Dat is bijzonder in een stad die steeds voller wordt met woningen en andere gebouwde voorzieningen. Met de keuze in de Omgevingsvisie 2050 om de tienduizenden extra woningen en bijbehorende voorzieningen die komende jaren nodig zijn te realiseren binnen de huidige stadsgrenzen, blijven de waardevolle groene landschappen rondom de stad gevrijwaard van bebouwing.
Het betekent wel dat de strijd om de ruimte in de stad heviger wordt en er keuzes gemaakt moeten worden. Nog meer bestaand groen aanwijzen als HGS acht het college onhaalbaar en onwenselijk gezien de vele andere opgaven die om ruimte vragen in de stad, zoals woningbouw, infrastructuur, scholen, sporten en voorzieningen die samenhangen met de noodzakelijke energietransitie. Wordt betrokken bij uitvoering.
3.2
Opzet en leesbaarheid van het beleidskader
Ingediend door: 1015-8133, 0000-0002 Samenvatting reactie: Een aantal indieners is van mening dat het beleidskader ontoegankelijk is en soms verwarrend van opzet. Hoofdstuk 2 zou naar achteren kunnen, de belangrijkste hoofdstukken (hoofdstuk 4 met de toetskaart en H5 en 6 over de richtlijnen en groentypen) juist naar voren. Gepleit wordt voor eenduidigheid in terminologie, met name in de kaarten en bijbehorende legenda's. Een aantal kaarten is slecht leesbaar. Antwoord: Het college kan zich vinden in de opmerkingen van indieners die betrekking hebben op de opzet van het beleidskader. Hoofdstuk 2 over ‘hoe het werkt’ kan beter achter in het beleidskader worden opgenomen. De belangrijkste kaart (de toetskaart) moet vooraan in het beleidskader, samen met de beschrijving van de criteria die gebruikt worden bij de beoordeling door de TAC. Het hoofdstuk met de strategische keuzes en opgaven (nu H3) kan beter volgen op de beschrijving van de verschillende groentypen. En de kaarten moeten uiteraard goed leesbaar zijn. Ook moet helder zijn dat de toetskaart HGS leidend is voor toetsing door de TAC. De kaarten die gebaseerd zijn op de kaarten uit de Omgevingsvisie worden verduidelijkt. De inhoud kan niet worden gewijzigd. De door de raad vastgestelde Omgevingsvisie Amsterdam 2050, met de daarin beschreven opgaven voor de HGS, is leidend voor het beleidskader HGS.
De samenvatting in het beleidskader is uitgebreid zodat deze als toegankelijke publieksversie kan dienen. Wijziging in beleidskader: hoofdstuk 2 (hoe werkt het?) en hoofdstuk 3 (strategische keuzes en opgaven) gaan naar achteren. De toetskaart en bijbehorende hoofdstukken en richtlijnen per groentypen gaan naar voren. Legenda's en kaarten uit de Omgevingsvisie worden aangepast en leesbaarder gemaakt. De samenvatting is uitgebreid om als toegankelijke publieksversie te dienen. 10
3.3
Samenwerken met omringende gemeenten
Ingediend door: 5032-2159 Samenvatting reactie Indiener van de zienswijze adviseert de gemeente om het concept beleidskader HGS te bespreken met de omringende gemeenten ‘voor wat betreft de grote landschappen en natuurgebieden waarmee de gemeente Amsterdam is verbonden, met name de scheggen en bijzondere cultuurlandschappen’. Inzet daarbij zou volgens de zienswijze moeten zijn: ‘versterking van hierboven genoemde gebieden inclusief de verbindingen met de stad Amsterdam en verkrijgen van de status vrijwaringsgebied. Het ‘Manifest van de Scheggen’ (december 2019) kan daarbij als richtlijn gelden'. In de zienswijze wordt verwezen naar een advies van het College van Rijksadviseurs (Advies voor RES 2.0, december 2021): Antwoord: Het beleidskader HGS is als juridisch planologisch instrument alleen van toepassing binnen de Amsterdamse gemeentegrenzen. Maar zoals de indiener terecht aangeeft, is er een groot belang qua samenhangend beheer en ontwikkeling van de grotere natuurgebieden en landschappen die Amsterdam omringen. Het groenbelang stopt niet bij de gemeentegrens. Deze samenhang tussen stad en landschap en de inzet van Amsterdam is opgenomen in Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Het beleidskader HGS is een uitwerking van de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is besproken en afgestemd met omliggende gemeenten en andere partijen.
Ook na het vaststellen van de Omgevingsvisie werken gemeenten, provincies en andere publieke en private partijen binnen de Metropoolregio Amsterdam samen aan het beheer en de ontwikkeling van het landschap. De door de indieners gewenste inzet maakt hier onderdeel van uit. Niet duidelijk is wat indiener voor ogen heeft met het geven van een status ‘vrijwaringsgebied’, en ook niet hoe het Manifest van de Scheggen (Arcam, 2019) hierin een richtlijn zou kunnen zijn. Het landschap en de natuurgebieden zijn beschermd via provinciaal beleid (Provinciale Omgevingsverordening Noord Holland). Niet overgenomen, wordt betrokken bij de uitvoering.
3.4
Instellen van een burgerberaad/ adviesplatform
Ingediend door: 4735-6730, 1015-8133, 5774-7169, 8972-6418 Samenvatting reactie: Twee indieners geven aan de inbreng van bewoners te missen. Een indiener suggereert een miniburgerberaad om ‘de respons van de burgers te peilen’. De TAC zou meer in de openbaarheid en in samenspraak met de bevolking (waaronder de verschillende Vriendenclubs van parken) haar verbindende advieswerk kunnen uitvoeren. Zowel Groenplatform Amsterdam als de Bond van Volkstuinders stellen voor een breed adviesorgaan in het leven te roepen naast de TAC met daarin alle beheerders van delen van de HGS (volkstuinparken, begraafplaatsen, etc). Dit adviesorgaan kan als klankbord dienen voor de TAC en kan deskundig advies geven op het gebied van beheerplannen. Antwoord: Het college heeft grote waardering voor de betrokkenheid en advisering vanuit verschillende groenorganisaties, waaronder het Groenplatform Amsterdam (GPA). Het GPA is en blijft wat ons betreft de strategisch gesprekspartner voor de ontwikkeling en uitvoering van stedelijk beleid, waaronder het beleidskader HGS. Het college acht het niet wenselijk om een nieuw adviesplatform in het leven te roepen. Het stadsbestuur heeft een aantal jaren geleden de opdracht gegeven om het grote aantal advies- en toetscommissies binnen de gemeente Amsterdam juist terug te brengen, omdat dit leidde tot een (soms onnodige) vertraging in projecten of planvorming.
De integrale afweging over het groen in de 11
stad ligt in handen van het democratisch gekozen stadsbestuur en een systematiek waarbij burgers en organisaties inspraak- en vraagstellingsmogelijkheden hebben. De TAC is als onafhankelijke adviescommissie (de TAC) ingesteld om B&W te adviseren. Het is aan de leden van de TAC om zich voldoende inhoudelijk te laten informeren om een advies te kunnen opstellen. Zo staat het de TAC vrij om beheerders van groengebieden te benaderen voor een advies en gegevens op te vragen over inspraakreacties en standpuntinname vanuit de buurt en betrokkenen. Ambtenaren (en raadsleden) onderhouden daarnaast intensief contact met burgers, ondernemers en groenorganisaties over het groenbeleid en groenbeheer in de stad. Het college staat open voor suggesties om de samenwerking te intensiveren of verbeteren. Niet overgenomen, wordt betrokken bij de uitvoering.
3.5
Ideeën om de stad groen te houden/ groener te maken
Ingediend door: 6931-9547, 7934-7391, 2418-6398, 0000-0012, 8272-9134, 5263-8818, 0676-6309, 4885-6342, 8168-1689, 1015-8133, 4965-8255 Samenvatting reacties: In verschillende zienswijze worden ideeën geopperd om de stad verder te vergroenen. Hieronder een opsomming van de diverse concrete ideeën die zijn aangedragen: Vergroenen van privéterreinen door: • stimuleren om ‘tegels te wippen’/ verharding eruit – groen erin; • ambities voor groene daken/groenverbindingen op daken concreter te maken (richtlijnen en goedkoper); • meer aandacht te besteden aan groen in binnentuinen, heroverwegen van het uitbouwbeleid (4m vergunningsvrij) omdat dit van invloed is op het groene karakter van binnentuinen. • Aandacht voor het ontwikkelen van duurzame stadswoningen met behulp van permacultuur inzicht en technieken Meer aandacht te besteden aan bomen door: • behoud van monumentale bomen via monumentenzorg; • sneller bomen te planten bij gebiedsontwikkeling; • meer aandacht te hebben voor de hoofdbomenstructuur i.r.t. de HGS; Vergroenen van de stad door: • groene boulevards langs belangrijke oevers (bv. IJ-oevers, Amsteldijk); • meer postzegelparken (zoals Miyawaki ‘s planting methodol0gy); • meer duurzame stadslandbouw in de stad; • een uitspraak op te nemen in het beleidskader HGS over de aanpak van de ecologische onderbrekingen in de groene verbindingen/ hoe deze te mitigeren.
Andere inrichting/ beplanting: • vooral groenblijvende soorten aan te planten die het hele jaar een bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit. Antwoord: Het college is blij met de vele ideeën om de stad groener te maken. Dit toont de grote betrokkenheid bij het groen in de stad. De ideeën sluiten aan bij de ambitie van het stadsbestuur om de stad ‘rigoureus te vergroenen’ zoals omschreven in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en de Groenvisie 2020- 2050. Omdat het beleidskader HGS uitsluitend bedoeld is om het bestaande (stedelijke) groen in de stad te beschermen en niet het instrument is voor de vergroening van de stad, worden de waardevolle ideeën die door indieners zijn aangedragen actief onder de aandacht gebracht van de betreffende
12
projectteams. Er gebeurt al veel aan het vergroenen van de stad. Hieronder volgt een opsomming van een deel van de inspanningen van de afgelopen jaren om de stad waar mogelijk te vergroenen. De gemeente Amsterdam heeft in de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de vergroening van de stad. Het vorige college heeft hiervoor €35 miljoen beschikbaar gesteld en dit onder andere geïnvesteerd in subsidieregelingen voor groene daken en gevels, de aanplant van nieuwe bomen, het stimuleren van stadslandbouw en voedselinitiatieven, projecten gericht op klimaatadaptatie en het versterken van de ecologische structuur. Daarmee is onder andere bijgedragen aan (niet volledig): • het vergroenen van daken en privéterreinen ten behoeve van biodiversiteit en klimaatbestendigheid; • de vergroening van 68 schoolpleinen; • het oplossen van de laatste tranche van de 180 knelpunten in de Amsterdamse Ecologische Structuur en zorgen dat er geen nieuwe knelpunten bijkomen; • een gezond bomenbestand in de stad door onveilige bomen te kappen en nieuwe bomen in de openbare ruimte of in particuliere tuinen aan te planten met een genormeerde groeiplaatsinrichting. In totaal gaat het om ca.
2.000 nieuwe bomen die tussen 2018 en 2021 zijn/worden geplant; • groene gebouwen door natuurinclusief bouwen als de nieuwe norm te hanteren; • het realiseren van bewonersinitiatieven die gericht zijn op vergroening en medebeheer (jaarlijkse bijdrage € 2 miljoen); • bij de herinrichting van straten ook het bestaande groen te verbeteren en uit te breiden en op die manier de stad beter in te richten op een veranderend, afwisselend warmer, droger en natter klimaat. De aanpassingen kunnen vaak in het nieuwe ontwerp en binnen het beschikbare projectbudget worden meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan het behoud van bomen langs te vervangen kademuren of bij herprofileringen; • een kwaliteitsimpuls te geven aan de stadsparken die steeds drukker worden bezocht: Noorderpark, Sloterpark, Rembrandtpark, Westerpark, Gaasperpark en Martin Luther Kingpark. In 2017 is door het college besloten om € 16 miljoen in te zetten voor deze kwaliteitsimpuls. • 100 nieuwe groene plekken te realiseren; dit zijn fysieke vergroenings-projecten in de openbare ruimte die groen en klimaatadaptief ingericht worden. • Het samen met bewoners en ondernemers realiseren van een groene stadsstraat onder de naam Knowledge Mile Park (Centrum en Oost); • uitvoering van het Bosplan en realisatie van nieuwe natuur in het Amsterdamse Bos.
Het op basis van de nieuwe toetskaart HGS aanwijzen en oplossen van nieuwe ecologische knelpunten en het meer betrekken van de Hoofdbomenstructuur bij de HGS, betreffen vervolgacties in het kader van de nog te vervaardigen opgavenkaart Hoofdgroenstructuur die in het beleidskader HGS staat aangekondigd. Wordt betrokken bij uitvoering.
3.6
Specifieke vragen
Ingediend door: 1505-4604, 9697-4713, 8078-3011 Samenvatting reacties: In verschillende zienswijze zijn concrete vragen gesteld. Hieronder een opsomming hiervan: a. “Hoe wordt er door HGS gekeken naar het plaatsen van hoogbouw in of grenzend aan de ondersteunende groene nevenverbinding van een ecologische corridor in de HGS?” b. “Hoeveel rekening wordt er gehouden met de bevuilde grond die bijna overal ligt. Wordt er ook gekeken naar het reinigen van die grond door middel van fytoremediatie, ofwel het reinigen van de vervuilde grond met behulp van planten. Dit zou een goede aanvulling zijn.
13
c.
“Wat is de lange termijnstrategie tegen de rattenplaag in Amsterdam?”
Antwoord: a. Het plaatsen van bebouwing in de HGS is niet of zeer beperkt mogelijk. Dit is afhankelijk van het betreffende groentype. Toevoeging van woningbouw is niet toegestaan in de HGS. Als initiatieven of plangebieden de begrenzing van de HGS doorkruisen is een TAC advies noodzakelijk. Een onafhankelijke toetscommissie beoordeelt initiatieven die strijdig zijn met het beleidskader HGS. Het beleidskader legt geen beperkingen op aan hoogbouw buiten de contouren van de HGS, mits passend in het hoogbouwbeleid. Bij een sterk verdichtende stad past de inpassing van hoogbouw en verdichting rondom het groen, op voorwaarde dat het groen zelf gevrijwaard blijft van bebouwing. b. Het reinigen van de bodem valt niet binnen de scope van het beleidskader HGS. De suggestie wordt echter binnen de gemeente gedeeld zodat deze betrokken kan worden bij de werkwijze. c. Rattenoverlast valt niet binnen de scope van het beleidskader HGS. Er is een voerverbod sinds 2017 in verband met rattenoverlast. Het voerverbod is samen met het inzetten van containers om brood mee in te zamelen op enkele plekken lokaal ingezet om de hoge mate van vervuiling en dierenoverlast door met name brood en andere voedselresten tegen te gaan.
Gezien afname van overlastmeldingen sinds 2018 hebben de stadsdeelbestuurders besloten het voerverbod generiek in te zetten en beziet de afdeling Afval en grondstoffen de mogelijkheid om de inzet van broodcontainers naast de invoer van GFT containers als alternatief te geven voor personen die voedselresten niet bij het restafval willen afvoeren. In combinatie met het gericht schoonhouden van de openbare ruimte moet deze maatregelen de rattenoverlast tegengaan. Reeds opgenomen in het beleidskader (bebouwing in de HGS).
3.7
Reactie over de Technische Advies Commissie (TAC)
Ingediend door: 1015-8133 Samenvatting reactie In een zienswijze worden diverse vragen en suggesties ten aanzien van de Technische Advies Commissie (TAC) gedeeld. “Wat is de verhouding van de TAC (het mandaat) tot de ambtelijke werkgroepen die aan de gebiedsontwikkeling werken? Mag de TAC in de beginnende PvE-fase al beginselen meegeven of pas aan het eind van de plaberum doorgang controleren?” Voorgesteld wordt een vorm van supervisie door TAC met een medewerkersbureau. Tenslotte stelt de indiener dat het de bekendheid van de TAC ten goede zou komen als op ieder stadsloket een grote afdruk van de Toetskaart en legenda van de HGS, met de vastgestelde beleidskader permanent is te raadplegen door iedere burger. “Minstens schaal 1:10.000, in kleur”. Antwoord: De TAC adviseert als onafhankelijke commissie het college van burgemeester en wethouders en heeft een puur toetsende rol om aan de hand van het beleidskader Hoofdgroenstructuur de inpasbaarheid van initiatieven te beoordelen. Projecten of plannen (met ambtelijke aansturing) die betrekking hebben op de HGS moeten dit vanaf de start inzichtelijk maken in de besluitvorming. Bovendien is er in fase 1 een meldingsplicht van het initiatief richting secretariaat van de TAC toegevoegd.
Afhankelijk van de fase waarin de planvorming zich bevindt (Plaberum staat voor Plan- en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen) is een TAC advies noodzakelijk. Dit geldt met het nieuwe beleidskader vanaf fase 3 (voorheen alleen in fase 4). In fase 1 en 2 van de planvorming – wanneer de planvorming nog een globaal karakter heeft - kan facultatief al een preadvies ingewonnen worden. Aanvullend kan de TAC desgewenst het bevoegd bestuur attenderen op kwesties die ze signaleert in de Hoofdgroenstructuur via het jaarverslag, een brief of gesprek.
14
De toetskaart Hoofdgroenstructuur is digitaal (inzoombaar) te raadplegen op maps.amsterdam.nl/hoofdgroenstructuur Zie ook beantwoording onder 3.4. Reeds opgenomen/ Voor kennisgeving aangenomen.
3.8 Natuurnetwerk Nederland (NNN). Amsterdamse Ecologische Structuur (AES) Ingediend door: 6006-4288, 8650-3182, 5137-2074 Samenvatting reacties In verschillende zienswijzen wordt verbaasd en/of verontwaardigd gereageerd over het feit dat er in de HGS niet wordt verwezen naar het NatuurNetwerk Nederland (NNN), de voortzetting van de Amsterdamse Ecologische Structuur (AES). “Deze NNN is van groot belang voor de natuur en de biodiversiteit, ook vanwege het verbindende karakter voor plant en dier. De provincie heeft hier zeggenschap over”. De gemeente Amsterdam wordt verzocht haar plannen voor het groen hieraan aan te passen naar de inhoud van de NNN. Daarnaast wordt verzocht om ook het ecologisch beheer, zoals vastgelegd in de Amsterdamse Ecologische Structuur, overal in de HGS voort te zetten. Antwoord: Het provinciale Natuur Netwerk Nederland is als uitgangspunt genomen bij de doorvertaling ervan in de (beschrijving van de) groentypen en/of in de stadsnatuurlaag in de toetskaart van de HGS. Het klopt dat er sprake is van overlap maar het is onlogisch om dit provinciale beleid een aparte plek in het gemeentelijk beleidskader van Amsterdam te geven, terwijl dat voor ander landelijk of provinciaal beleid niet gebeurt. Het provinciale beleid is gerespecteerd bij de doorvertaling naar het beleidskader HGS.
Om deze overlap beter inzichtelijk te maken zal het Natuur Netwerk Nederland wel samen met ander relevant bovengemeentelijk groenbeleid als laag aanklikbaar zijn en over de toetskaart HGS geprojecteerd kunnen worden. Zoals opgenomen in de Groenvisie 2050 is ecologisch beheer van de groene ruimte de norm als het past bij het gebruik. Dat is ook terug te vinden in de beschrijving van de groentypen in het beleidskader HGS. Ecologisch beheerde kerngebieden worden onderzocht via een ecologisch monitorings- en inspectieprogramma. In dit programma worden gewenste doelsoorten aangewezen. Het gevoerde beheer en de gebiedsinrichting worden indien nodig bijgesteld op deze doelsoorten en de aanwezige kwaliteit. Voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) zal nader worden gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen. Wijziging in beleidskader: Relevant bovengemeentelijk beleid als aanklikbare laag toevoegen aan de digitale toetskaart HGS. Voortbouwend op de Amsterdamse Ecologische Visie (2012) zal nader worden gedefinieerd welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van soorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en verbindingen.
Dit betreft een vervolgactie die in het beleidskader HGS wordt aangekondigd.
3.9
Beheer
Ingediend door: 6460-4969, 1428-6934, 2466-5549, 8078-3011, 6401-2948, 8387-5702
15
Samenvatting reacties: In meerdere zienswijzen worden zorgen geuit over het onderhoud en groenbeheer. “Hoe groener, hoe beter, maar het moet ook goed onderhouden worden”. En “Maak meer geld en mankracht vrij voor de noodzakelijke handhaving. Zonder dat is het aanwijzen van stadsnatuur met extensief gebruik een wassen neus”. Specifiek genoemd worden de gevolgen van het groeiend hondenbezit en de duivenpoep op de Spaarndammerbrug. Meerdere indieners speken hun zorgen uit over de aanwezigheid van (te veel) ratten. Antwoord: De zorg over en aandacht voor kwalitatief beheer is terecht en daarom hebben we in de Groenvisie beschreven dat een groene stad ook goed onderhouden moet kunnen worden. De opgave van de gemeente is om ervoor te zorgen dat het beheer passend is bij de ambities en principes uit de Groenvisie. Betreffende zienswijzen over onderhoud en groenbeheer zijn onder de aandacht gebracht van de betreffende afdeling binnen de gemeente. Voor het rattenbeleid van de gemeente Amsterdam zie antwoord onder 3.6. Wordt betrokken bij uitvoering van de Groenvisie.
3.10
Bermen en groenstroken
Ingediend door: 0000-0012 Samenvatting reacties: In een zienswijze wordt voorgesteld om bermen en groenstroken zo (her) in te richten dat deze zowel bijdragen aan flora en fauna als geluidsvermindering, o.a. door plaggenwallen of hegbeplanting; tevens wordt voorgesteld om: a. de bermen met grote waarde op te nemen in de HGS; b. per stadsregio de bermen te inventariseren en te bekijken wie nu waar maait en wanneer en met welke machine, teneinde meer eenheid in het maaibeleid te kunnen krijgen; c. voor bermen, groenstroken de nectarindex te bepalen en deze te gebruiken bij het bepalen van het maaibeleid. Antwoord: a. Het college is het eens met indieners dat groenstroken/bermen die van groot belang zijn voor de versterking van het ecologische netwerk in en rondom de stad opgenomen moeten worden in de HGS. Dat is in dit beleidskader HGS ook voor het eerst gebeurd. Een groot verschil met de vorige HGS is juist dat groene verbindingen worden toegevoegd en het de Amsterdamse Ecologische Structuur in de HGS is geïntegreerd. Circa 250 kilometer aan stadsnatuurverbindingen maken nu deel uit van de HGS. De HGS is richtinggevend, hiermee wordt de beheervorm binnen de groengebieden verder uitgewerkt in het beheersysteem van Amsterdam. b. De meest waardevolle bermen en groenstroken die van betekenis zijn voor de stedelijke ecologische structuur zijn nu voor het eerst opgenomen in de HGS.
Daarnaast zijn er in de stad op buurt en wijkniveau talloze bermen met ecologische waarde. Het beleid van de gemeente is erop gericht zo veel als mogelijk het openbare groen en water, waaronder ook de bermen, ecologisch te beheren (Groenvisie 2050). Dat betekent dat het oppervlak ecologisch beheerde bermen in de toekomst verder zal toenemen. c. Voor het bepalen van het ecologisch maaibeleid is in Amsterdam de 'fase van graslandontwikkeling' leidend. De graslandfase wordt vastgesteld door flora inventarisaties. Hoe hoger de graslandfase leidt, hoe meer biodiversiteit. Het doel is om een zo hoog mogelijke
16
fase van graslandontwikkeling te bereiken, rekening houdend met de lokale milieufactoren. Deze methodiek is uitgebreider dan de methodiek van de Nectar index. Wordt betrokken bij uitvoering en doorontwikkeling van het beleid van ecologisch beheer in de stad. Zie ook het antwoord bij 3.20 'stadsnatuurverbindingen'.
3.11
Huisdieren/ honden
Ingediend door: 6401-2948 Samenvatting reacties: Indiener van de zienswijze wijst op de impact van huisdieren op de stadsnatuur. “Hun uitwerpselen en urine verzuren de grond. Wanneer eigenaren hun honden laten loslopen, verstoren en verjagen zij allerlei dieren”. De opsteller van de zienswijze verzoekt de opstellers van de HGS om regels op te nemen, waarmee duidelijk wordt wat er wordt verwacht van eigenaren. Daarnaast wordt voorgesteld om hoge belastingen in te stellen, waardoor mensen hooguit een huisdier nemen in plaats van vele. Antwoord: Primair geldt hiervoor het ‘Kader Hondenlosloopgebieden’. Bij het bepalen van de begrenzing van stadsnatuur in de Hoofdgroenstructuur toetskaart is de ligging van hondenlosloopgebieden niet specifiek betrokken. Er kunnen inderdaad plekken aangewezen worden op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening waar geen aanlijngebod geldt. De omvang van deze plekken wordt in dat kader van dat instrumentarium ook afgewogen. Gezien de impact die deze functie op de natuurwaarde kan hebben is het inderdaad een aandachtspunt. Een flora- en faunatoets bij aanwijzing van nieuwe hondenlosloopgebieden is uitgangspunt. Wordt betrokken bij uitvoering van de Groenvisie.
3.12
Sport in de Hoofdgroenstructuur
Ingediend door: 1137-7822, 7746-1924, 2661-5600, 0068-5069, 5085-6584, 5251-2657, 3979-5796, 5550-2755, 8727-0162, 7147-6301, 0285-3553, 5137-2074, 5257-0671 Samenvatting reacties: In diverse zienswijzen wordt specifiek gereageerd op ‘sport in de hoofdgroenstructuur’. De meeste indieners zijn van mening dat sportvelden (zeker sportvelden met kunstgras) niet als groene gebieden in de HGS opgenomen zouden moeten worden. Er wordt meermaals verzocht de invloed van sport op de natuur zo veel mogelijk te beperken. Uitbreiding mag niet ten koste van de natuur gaan. Gesuggereerd wordt om de opgave voor sportlandschappen in de HGS te schrappen of op consequenties voor de HGS aan te scherpen, of de huidige sportparken efficiënter te gebruiken om zo de toenemende vraag te faciliteren. Enkele indieners geven daarentegen aan het juist belangrijk te vinden dat de ruimte voor sportvelden wordt uitgebreid (bij voorkeur in de nieuwe wijken zelf), gezien de groeiende sportbehoefte in relatie tot een groeiende stad en het belang van sport voor de gezondheid van de Amsterdammers. Antwoord: Een belangrijke opgave in de stad is om deze zo in te richten dat het Amsterdammers uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten. Het groen in en rond de stad speelt hierin een belangrijke rol: het biedt Amsterdammers de mogelijkheid te sporten en bewegen in een natuurlijke en gezonde omgeving.
Veel sportbeoefening vindt van oudsher plaats in de buitenlucht en weer een groot deel daarvan op 17
sportparken, die veelal gelegen zijn in de HGS. Sportparken vormen belangrijke schakels in de stedelijke groenstructuur en de grotere recreatieve en natuurlijke verbindingen. Sportparken horen bij de HGS. Voor een groene functie brengen sportparken vaak wel relatief veel verharding en objecten (parkeren, paden, hekken, masten) en bebouwing (clubhuizen) met zich mee. Verder bestaan ze grotendeels uit kunstgrasvelden zonder echte groenwaarde. In diverse inspraakreacties op dit beleidskader is geopperd om sportparken om die reden uit de Hoofdgroenstructuur te halen. Kunstgras sportvelden zijn echter belangrijk voor een optimaal gebruik van de beschikbare sportruimte; ze kunnen tot vijf keer intensiever bespeeld worden als een grasveld en bieden bovendien aan meerdere sporten en de individuele sporter een plek. De randen van sportparken hebben wel vaak hoge groenwaarden. Om deze te behouden en te versterken hebben ze op een aantal prominente plekken in de HGS het groentype ‘groene verbinding’ meegekregen. Het groenbeleid zoals beschreven in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 richt zich op het beperkt toelaten van nieuwe sportparken in de Hoofdgroenstructuur.
Daarvoor wordt het principe van drie stappen aangehouden: Stap 1: Bij de ontwikkeling van nieuwe buurten groter dan 1.000 woningen wordt ten minste de helft van de georganiseerde buitensportopgave (conform de sportnorm) gerealiseerd binnen de buurten. Met die notie dat de in het coalitieakkoord 2022-2026 aangekondigde herijking van de referentienormen voor sport en groen tot bijstelling van genoemde getallen kan leiden. Stap 2: Het bestaande areaal aan sportterrein blijft behouden en het gebruik wordt geoptimaliseerd zodat meer Amsterdammers op verschillende manieren en verschillende tijdstippen gebruik kunnen maken van deze voorzieningen. Stap 3: Voor lokale sportopgaven waarvoor de eerste twee stappen niet voldoende oplossing bieden kunnen nieuwe sportparken worden gerealiseerd, zowel in een stedelijke setting als in een landschappelijke setting (in het laatste geval dus binnen de Hoofdgroenstructuur). Hoewel er consensus is over de 3 stappenmethodiek uit de Omgevingsvisie, biedt deze nog onvoldoende duidelijkheid hoe en waar in de stad voldoende ruimte gevonden gaat worden voor sport en wat daarvan de consequenties zijn voor de Hoofdgroenstructuur. Een besluit over een uitbreiding of eventuele nieuwe locatie voor sport in de Hoofdgroenstructuur, evenals de omzetting van een groentype naar een sportpark, wordt niet genomen in dit beleidskader Hoofdgroenstructuur.
De uitwerking van de methodiek naar de benodigde sportruimte in de stad en de consequenties daarvan voor de Hoofdgroenstructuur gebeurt in het kader van (een uitwerking of actualisatie van) de Omgevingsvisie en de in het coalitieakkoord 2022-2026 aangekondigde herijking van de referentienormen voor sport en groen, omdat deze functies vaak samen komen. In het kader van de Omgevingsvisie wordt er daarom aan de volgende acties gewerkt: •
•
•
Handelingsperspectief Sport in een Groeiende stad. De komende periode wordt inzicht gegeven in hoe de (herijkte) sportnorm gehaald wordt binnen de 1-2-3-methodiek en hoe dit ruimtelijk uitpakt. Actualisatie Referentienorm Maatschappelijke Voorzieningen en in het verlengde daarvan de in het coalitieakkoord aangekondigde actualisatie van de groen- en sportnorm. Er wordt toegewerkt naar een gecombineerde norm voor groen, sport en spelen in de openbare ruimte, waarbij wordt ingezet op het intensiveren van het gebruik van bestaande sportaccommodaties en er rekening wordt gehouden met het groen dat reeds aanwezig is in omliggende gebieden. Sport- en Beweegstructuur. De ontwikkeling van een stedelijke structuur van sportaccommodaties, grote en kleinere sport- en beweegplekken, en routes in de stad, die Amsterdammers uitnodigt buiten te bewegen en te sporten. Onderdeel hiervan is het versterken van de recreatieve en gezonde waarde van groene ruimte en routes in de stad.
18
Naar aanleiding van de ontvangen reacties op het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur worden hier, in lijn met de uitvoering van de Omgevingsvisie, een aantal acties aan toegevoegd: • •
•
Gekoppeld aan de woningbouwopgave worden gebiedsspecifieke uitwerkingen van de zoeklocaties ‘sportlandschappen’ gemaakt. Er wordt onderzocht voor welke sportparken geldt dat de ligging van de parken in de Hoofdgroenstructuur beperkend werkt voor de groenfunctie en/of voor de recreatieve en sportieve functies in het gebied. Voor die sportparken wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden deze sportparken nog onderdeel blijven uitmaken van de Hoofdgroenstructuur. Dit kan gekoppeld worden aan de uitwerking van de Sport- en Beweegstructuur. Het voeren van sociaal-ruimtelijke regie op de toepassing van de 1-2-3 methodiek over inpassing van de sportopgave in de stad.
Wijzigingen in het beleidskader: in het beleidskader HGS is de paragraaf over de sportopgave ingekort. In een tekstvak in hoofdstuk 4.2 wordt benadrukt dat een besluit over een uitbreiding of eventuele nieuwe locatie voor sport in de HGS, evenals de omzetting van een groentype naar een sportpark, niet wordt genomen in het beleidskader HGS. De uitwerking van de (1,2,3) methodiek naar de benodigde sportruimte in de stad en de consequenties daarvan voor de HGS gebeurt in het kader van uitwerkingen van de Omgevingsvisie. Om de bredere sportopgave steviger te borgen en gehoor te geven aan de inspraakreacties op dit onderdeel worden diverse lopende en nog wenselijke vervolgacties aangekondigd. Er wordt een vervolgactie aangekondigd om te onderzoeken “voor welke sportparken geldt dat de ligging van de parken in de Hoofdgroenstructuur beperkend werkt voor de groenfunctie en/of voor de recreatieve en sportieve functies in het gebied. Voor die sportparken wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden deze sportparken nog onderdeel blijven uitmaken van de Hoofdgroenstructuur. Dit kan gekoppeld worden aan de uitwerking van de Sport- en Beweegstructuur.”
3.13
Groennorm per stadsdeel
Ingediend door: 1015-8133 Samenvatting reactie Indiener van de zienswijze stelt dat het concept beleidskader uitgebreid dient te worden met na te streven cijfers voor de groennorm per stadsdeel. Antwoord: Het aanwijzen van groennormen overstijgt de scope van het beleidskader HGS. Dit beleidskader gaat primair over het beschermen van het bestaande groen met een stedelijke betekenis. Amsterdam hanteert geen groennorm per stadsdeel. Het eventueel uitbreiden van de groennorm naar normen voor bestaande en ontwikkelgebieden (nieuwe buurten of wijken) staat als opgave beschreven in de vastgestelde Groenvisie 2020- 2050: “we hanteren een stedelijke groennorm die voor bestaande en nieuwe buurten geldt. Op basis van die norm gaan we aan de slag voor nieuw en/of beter groen in de bestaande stad." Wel wordt er nu al gebruik gemaakt van een groennorm voor ontwikkelgebieden (nieuwe buurten of wijken). Vanaf de aanleg geldt er een referentienorm voor groen, sporten en spelen. Zoals aangekondigd in het coalitieakkoord wordt de norm voor groen, sport en spelen geactualiseerd. In het beleidskader HGS zal deze vervolgactie in hoofdstuk 4.2 worden opgenomen als ‘Actualisatie Referentienorm Maatschappelijke Voorzieningen’. Wijziging in beleidskader: in 4.2 wordt een vervolgactie over actualisering van de referentienorm maatschappelijke voorzieningen aangekondigd.
19
3.14
Evenementenbeleid
Ingediend door: 7545-1667, 0285-3553 Samenvatting reactie Indieners van de zienswijze laat zich kritisch uit de mogelijkheden die in het beleidskader worden geboden aan ‘evenementen in het groen’. “De formulering -evenementen die passen bij de schaal, omvang en karakter van het park- is heel rekbaar gebleken”. Indiener van de zienswijze stelt dat de TAC de HGS niet zal kunnen beschermen tegen grootschalige evenementen. Indiener vraagt aandacht voor de negatieve kanten van (grootschalige) evenementen, zoals afval, drank- en drugsgebruik en schade aan het park. Antwoord: In het kader van het beleidskader HGS zal de discussie over de wenselijkheid van (grootschalige) evenementen in stadsparken niet beslecht kunnen worden. De Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur heeft vanuit haar taakstelling bewust geen rol in toetsing op inpasbaarheid van evenementen(terreinen) in de HGS. Hiervoor hebben we het stedelijke evenementenbeleid. Deze geeft antwoord op de vraag waar, hoeveel en welk type evenementen er mogen plaatsvinden in de stad en het groen. De draagkracht van het groen is één van de aspecten om daarbij mee te wegen, evenals de ervaren overlast die ermee gepaard gaat. Wel wordt vanuit het beleidskader HGS de notie meegegeven dat deze voorzieningen moeten passen bij de schaal, omvang en karakter van het groentype.
Vanuit het evenementenbeleid en de uitvoering hiervan hebben de negatieve aspecten die de indieners verbinden aan de organisatie van (grootschalige) evenementen de aandacht. Wordt betrokken bij de actualisatie van het stedelijke evenementenbeleid.
3.15
Windenergie
Ingediend door: 5032-2159, 0000-0009 Samenvatting reactie Diverse indieners zijn kritisch over de mogelijk plaatsing van windmolens in of nabij de HGS. “De zoekgebieden liggen met name in de HGS (natuurgebieden, parken en landschappen) en juist op die plekken waar de scheggen verbinding maken met de stad. Dat betekent dat windturbines de toegang tot de HGS en de scheggen blijvend zullen belemmeren”. In een zienswijze wordt verzocht dit te heroverwegen. “Terug durven komen op een besluit zal door inwoners worden gezien als teken van politieke moed en als behoud en versterking van de natuur en het landschap voor de komende generaties Amsterdammers. Dat maakt duidelijk dat ‘rigoureus vergroenen’ even zwaar telt als de andere strategische keuzes van de Omgevingsvisie”. Antwoord: In het kader van het beleidskader HGS zal de discussie over de wenselijkheid van windturbines in het groen en/of de HGS niet beslecht kunnen worden. Vandaar dat in het huidige en nieuwe beleidskader HGS het ‘nee, tenzij principe’ wordt gehanteerd. Windturbines zijn niet inpasbaar in de Hoofdgroenstructuur, tenzij deze bij gemeenteraadsbesluit als zoekgebieden voor windenergie zijn aangemerkt en mits uit een milieueffectrapportage blijkt dat er geen onaanvaardbare effecten zijn voor natuur en milieu. Niet overgenomen. Voor kennisgeving aangenomen.
20
3.16
Sociaal belang tuinieren
Ingediend door: 9329-5763 Samenvatting reactie Indiener mist de moestuincultuur en geeft aan dat dit belangrijk is voor het saamhorigheidsgevoel. Antwoord: Het college is zich zeer bewust van het sociale belang van (moes)tuinieren. Dat komt in het beleidskader onvoldoende naar voren bij de waarde beschrijving van groen en zal om die reden worden aangepast. Wijziging in beleidskader: het sociale belang van tuinieren wordt toegevoegd aan de beschrijving van de waarde ‘sociaal’ in hoofdstuk 2.
3.17
‘Echt’ groen
Ingediend door: 0285-3553, 3402-5268 Samenvatting reacties: In diverse zienswijzen wordt gesteld dat de HGS onvoldoende echt/ecologisch groen bevat. Men vindt het misleidend om campings, sportparken (inclusief kunstgras) en verticaal groen onderdeel te laten zijn van de HGS. Antwoord: We streven in Amsterdam een diversiteit na qua groenaanbod en –gebruiksmogelijkheden. Op basis daarvan onderscheiden we binnen de HGS verschillende groentypen, die verschillende groenwaarden vertegenwoordigen. Natuur is één van de groenwaarden, welke in bepaalde groentypen prioritair is en in andere groentypen secundair. Hoewel de door de indieners aangehaalde voorbeelden strikt genomen niet alleen maar ‘groen’ zijn, maken ze wel onlosmakelijk deel uit van de groene en recreatieve ruimte in en rond de stad. Sport, recreatie en groen zijn nauw met elkaar verbonden. Veel recreatie beoefening vindt van oudsher plaats in de buitenlucht. Ze horen inclusief de bebouwing en verharding dus bij de HGS. Ze eruit halen, betekent dat dergelijke voorzieningen en functies minder ruimtelijke bescherming genieten. Dit kan resulteren in een gatenkaas, die uitnodigt tot verdere verstedelijking (een recreatieve functie die wordt ingeruild voor bijvoorbeeld woningbouw of bedrijvigheid) en de wens om deze functies elders (in het groen) opnieuw een plek te geven.
Ten aanzien van de sportfunctie wordt aan het verzoek desondanks vervolg gegeven door te onderzoeken of het wenselijk is om bepaalde sportparken uit de HGS te halen. Wijziging in beleidskader: als vervolgactie wordt in 4.2 opgenomen te onderzoeken voor welke sportparken geldt dat de ligging van de parken in de HGS beperkend werkt voor de groenfunctie en/of voor de recreatieve en sportieve functies in het gebied. Voor die sportparken wordt onderzocht of en onder welke voorwaarden deze sportparken nog onderdeel blijven uitmaken van de HGS.
3.18
Natuurpark
Ingediend door: 6401-2948
21
Samenvatting reactie Indiener stelt voor om grote stukken natuurpark in de HGS aan te wijzen als ‘niet toegankelijk voor de mens, het gehele jaar, niet alleen in het broedseizoen’. Daarnaast wordt voorgesteld om andere recreatieve activiteiten te beperken tot de andere categorie parken. Antwoord: De stad en het openbare groen en water zijn een plek voor mens en natuur. Om de balans te houden tussen het menselijk gebruik en het behoud van natuurwaarden worden sommige gebieden in het broedseizoen afgesloten voor bezoekers en/of zijn er verboden voor honden of geldt er een aanlijnplicht. Het in het algemeen weren van bezoekers in stadsnatuur gebieden en verbindingen past niet in de visie op het stedelijk groen en de HGS. Niet overgenomen/ voor kennisgeving aangenomen.
3.19
Struinnatuur
Ingediend door: 8650-3182, 5137-2074 Samenvatting reacties: In twee zienswijzen wordt aandacht gevraagd voor (het ontbreken van) de struinnatuur. Verzocht wordt de schaarse struinnatuur in Amsterdam te beschermen en alle gebieden die een ruigtegebied/ struinnatuur typering hadden in de vorige HGS toe te voegen als natuurpark in het nieuwe beleidskader. Antwoord: Het groentype struinnatuur is niet verdwenen, maar onder de naam ‘natuurpark’ teruggekomen in het nieuwe beleidskader HGS. Bijna alle gebieden die eerder struinnatuur werd genoemd hebben nu het groentype ‘natuurpark’ meegekregen. In sommige gevallen zijn ze omgezet naar een ander groentype omdat deze meer passend is. Omgekeerd zijn er stukken natuurpark toegevoegd die voorheen niet het groentype ‘ruigtegebied/struinnatuur’ hadden. Daarnaast is door de integratie van de Amsterdamse Ecologische Structuur (AES) in de nieuwe HGS-kaart onder de naam ‘stadsnatuur’ de hoeveelheid groen met het primaat ‘natuur’ in de HGS flink toegenomen (een verdubbeling). In natuurparken en in gebieden aangeduid als stadsnatuur is natuur een primaire waarde. Initiatieven mogen geen afbreuk doen aan deze natuurwaarde.