Bijlage 3 - Meerjarenagenda Groot Amsterdam
Tekst van het document
Meerjarenagenda 2026-2030 Arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam Definitief vastgesteld d.d. 18-12-2025
1
1 Inleiding
Voor u ligt de Meerjarenagenda voor de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam voor de periode 2026-2030. Dit document geeft de gezamenlijke visie, doelen, ambities en rollen op het gebied van het regionale arbeidsmarktbeleid voor deze periode weer. Deze agenda is een gezamenlijke agenda van alle partners in het regionaal beraad en geeft inhoudelijk richting voor onze gezamenlijke inzet. Partners in het regionaal beraad zijn alle gemeenten in Groot-Amsterdam, UWV, de sociale partners (FNV, CNV, VCP, VNO-NCW en MKB), SBB en het (beroeps)onderwijs (vertegenwoordigd door het ROC van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam). Deze partners werken vanaf eind 2025 formeel samen binnen het Regionaal Beraad Groot-Amsterdam, wat onder voorzitterschap is van de verantwoordelijk wethouder van de Gemeente Amsterdam. Het werken met een regionale meerjarenagenda maakt deel uit van de vanuit het Rijk geïnitieerde hervorming van de regionale arbeidsmarktinfrastructuur. Naar verwachting zal vanaf 1 januari 2027 het werken met een regionale meerjarenagenda wettelijk verplicht zijn (opgenomen in de Wet SUWI). De wens vanuit SZW is om vanaf 2026 al met een meerjarenagenda te gaan werken.
Deze meerjarenagenda is tot stand gekomen op basis van een analyse van de belangrijkste kenmerken, trends en ontwikkelingen op de regionale arbeidsmarkt en een sessies met de medewerkers en bestuurders van de samenwerkingspartners. Deze zijn doorvertaald naar een gezamenlijke agenda. De meerjarenagenda omvat als eerste de centrale visie, doelen en ambities van de arbeidsmarktregio, vervolgens worden de prioritaire thema’s besproken. Daarna volgt de positionering van het Werkcentrum Groot-Amsterdam. Dit is de regionale uitvoeringsorganisatie waarin de partners uit de regio gezamenlijk werken aan arbeidsmarktdienstverlening voor de brede groep werkenden, werkzoekenden en werkgevers. Daarnaast ontsluit het Werkcentrum Groot-Amsterdam dienstverlening van de partners.
Samenwerkende partners Arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam
2
2 Centrale visie en doelen van de arbeidsmarktregio
In het samenwerkingsconvenant voor de arbeidsmarktregio is als doelstelling aangegeven dat de samenwerking in de regio zich richt op het versterken van de aanbodgerichte arbeidsmarktdienstverlening en het bevorderen van brede welvaart door het zo goed mogelijk te laten functioneren van de regionale arbeidsmarkt. Dit betekent dat:
• • •
Zo veel mogelijk inwoners van de regio Groot-Amsterdam duurzaam aan het werk kunnen of zijn, dat er een kwalitatief en kwantitatief goed aanbod is van gekwalificeerd personeel, dat de arbeidsmarkt zich aanpast aan actuele omstandigheden;
Om deze doelstelling te realiseren zetten we ons in voor de volgende subdoelstellingen: • Een goed functionerende arbeidsmarktdienstverlening voor werkenden, werkzoekenden en werkgevers. • Een arbeidsmarkt met mogelijkheden voor de inwoners en werkenden in GrootAmsterdam om zich te blijven ontwikkelen (leven lang ontwikkelen)/kansrijk op te leiden om hun arbeidspositie te versterken.; • Een arbeidsmarkt met voldoende gekwalificeerd personeel is voor werkgevers en waarin potentiële werkenden beschikbaar/zichtbaar zijn voor werkgevers. • Een arbeidsmarkt waarin iedereen mee kan doen en daar de mogelijkheden toe krijgt, waaronder de regionale samenwerking gericht op het behalen van de doelstellingen van de Banenafspraak. • Harmonisatie van arbeidsmarktinstrumenten in de arbeidsmarktregio. • Een arbeidsmarkt met regionale samenwerking, waaronder op het gebied van de doorstroom van onderwijs naar arbeidsmarkt. • Een no-wrong-door-principe tussen de samenwerkende partners binnen de arbeidsmarktregio. Daarmee bedoelen wij dat werkzoekenden en werkgevers altijd passende ondersteuning ontvangen, ongeacht via welke organisatie of welk loket zij zich melden. De betrokken partijen dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een naadloze doorverwijzing en samenwerking, zodat niemand onnodig wordt doorverwezen.
3
3 Arbeidsmarktthema’s
Gezamenlijk zijn de verschillende partners tot drie thema’s gekomen die wij voor de komende jaren als relevant zien voor de arbeidsmarktregio en aansluiten bij de hiervoor genoemde doelen van de samenwerking. Dit zijn: 1. Sectorale samenwerking: Versterken samenwerking binnen prioritaire sectoren via het Werkcentrum, met focus op strategisch personeelsbeleid (personeelsbehoud, werving, ontwikkelen en duurzame inzetbaarheid), maatschappelijke sectoren, en duurzaamheid. Benutten van technologische ontwikkelingen om werkgelegenheid toekomstbestendig te maken en krapte te verminderen. 2. Inclusief ondernemen en werkgeverschap bevorderen: Creëren van kansen voor mensen met een kwetsbaarheid, zoals statushouders, mensen met ondersteuningsbehoefte, psychisch kwetsbare personen, onbenut arbeidspotentieel, arbeidsmigranten en langdurig werklozen. Tegengaan van discriminatie en bevorderen van veilig en menswaardig werken. Bevorderen inzet inclusieve technologie ter ondersteunen van vinden en behouden van werk. 3. Scholing, LLO & skillsgericht werken: Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt en inzet op bij- en omscholing zodat arbeidsmobiliteit bevordert wordt (specifiek voor werkenden met een hoog risico op toekomstige werkloosheid).
Alle thema’s worden aangevlogen vanuit een integraal perspectief, waarbij het zowel gaat om maatwerk voor werkzoekenden (werkend of niet-werkend) en in de werkgeversbenadering. Voor elk thema geven we aan wat op dit moment al goed gaat binnen de arbeidsmarktregio en op welke punten we ruimte zien voor verbetering en verdere ontwikkeling. Dit hoofdstuk geeft daarmee richting voor de uitvoeringsagenda voor de komende periode. In het vervolg gaan we bepalen welke onderdelen prioriteit hebben in de daadwerkelijke uitvoering, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële kaders die vanuit het Rijk worden gegeven.1 Hierbij speelt ook dat verschillende projecten de afgelopen jaren al zijn opgesteld en in principe doorlopen, dus dat er zeker voor de eerste jaren van deze meerjarenagenda weinig ruimte voor het opzetten van nieuwe projecten of het opschalen van huidige projecten is. Dit kan alleen als aanvullende financiering gevonden wordt, bijvoorbeeld door bijdrages van partners of subsidies vanuit het Rijk. Dit vraagt ook om evaluaties van huidige projecten, om zo te kunnen bepalen in welke mate we deze op de middellange termijn door willen laten lopen.
3.1 Thema 1: Sectorale samenwerking Keuzes voor Prioritaire sectoren • Voor de komende periode hebben de sectoren Zorg & Welzijn (waaronder Kinderopvang) en Bouw & Techniek & Duurzaamheid de hoogste prioriteit. De sectoren Transport & Logistiek en Veiligheid & Defensie hebben daarnaast onze aandacht. • Hierbij kiezen we voor een pragmatische benadering: focus aanbrengen waar het nodig is, maar flexibel blijven en periodiek samen herijken of de gekozen koers nog past. 1
Deze zijn te vinden op https://www.samenvoordeklant.nl/faq-hervormingarbeidsmarktinfrastructuur onder Financiering en Wetgeving.
4
•
•
Daarnaast is onderwijs een prioritaire sector. Deze pakken we buiten de structuur van de arbeidsmarktregio op, omdat hier de onderwijsregio’s aan zet zijn. Dit zijn in onze arbeidsmarktregio de onderwijsregio Amsterdam en de onderwijsregio Kennemerland & Groot-Amsterdam. We zoeken waar mogelijk de verbinding tussen de onderwijsregio’s en de arbeidsmarktregio. Deze sectoren zijn cruciaal voor het halen van verschillende maatschappelijke doelen zoals de opgaven rondom vergrijzing (en daaruit volgende zorgvraag) en op het gebied van duurzaamheid (zoals Bouw & Techniek en Duurzaamheid als ook Transport & Logistiek). Transport & Logistiek is een ondersteunende sector voor het behalen van maatschappelijke doelen.
Inzet gericht op prioritaire sectoren • We ondersteunen deze prioritaire sectoren in het coördineren van hun arbeidsmarktbeleid door toe te werken naar sectortafels, waarin alle relevante sectorpartners zitting hebben. Voor Bouw, Techniek en Duurzaamheid is er al een sectortafel: het Servicepunt Techniek Groot-Amsterdam. In de zorgsector zijn we in gesprek met diverse sectorale partners over een meer gecoördineerde aanpak. • We focussen ons qua werkgeversdienstverlening vanuit het Werkcentrum voor de prioritaire sectoren op strategisch personeelsbeleid. Dat zijn onderwerpen als personeelsbehoud, werving, ontwikkelen, strategische personeelsplanning, duurzame inzetbaarheid en diversiteit en inclusie. • Ook gaan we verder met de ontwikkeling van de sectorale aanpakken gericht op werkenden en werkzoekenden, waarbij we samenwerking zoeken met de landelijk opgezette sectorale ontwikkelpaden. We gaan er ons op richten dat deelname aan deze ontwikkelpaden voor werknemers en werkgevers uit de hele regio aantrekkelijk wordt. • De arbeidsmarktkrapte (in de prioritaire sectoren) hangt nauw samen met uitdagingen in de woningmarkt en qua mobiliteit. Domein overstijgende samenwerking is nodig om in samenhang arbeidsmarktkrapte op te lossen.
Zo is in de Gemeente Amsterdam al een voorrangsbeleid qua huurwoningen en parkeervergunningen voor medewerkers in bepaalde maatschappelijke cruciale beroepen. Deze domein overstijgende samenwerking willen we verder in regionaal verband ontwikkelen. Naast deze domein overstijgende samenwerking zetten we ook in op een nauwe verbinding van het sociale, economische, zorg- en onderwijsdomein in onze aanpak gericht op arbeidsmarktkrapte. • We gaan verder bepalen hoe we de drie WSP-satellieten (Amsterdam, Amstelvenen en Haarlemmermeer) verbinden aan de sectorale aanpakken. Dit zodat we dienstverlening gericht op matching vanuit de WSP-satellieten gericht in kunnen zetten voor de prioritaire sectoren, omdat we ook verwachten dat hier duurzame matches mogelijk zijn. Veel plaatsingen vanuit de WSP’s zijn overigens buiten de prioritaire sectoren, zoals in de horeca en detailhandel. • In de prioriteitssectoren zien we dat er beperkt kansen zijn voor Groot-Amsterdammers met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. We willen ons verder inzetten dat ook deze groep inwoners hierin aan de slag kunnen. We gebruiken hiervoor kansen die digitalisering, AI en automatisering ons geven.
• De partners in de arbeidsmarktregio brengen hier allen hun eigen kracht en expertise in, dit zijn onder andere: o VNO-NCW benut haar brede netwerk van branches om de tafels goed in te richten en samenwerking slimmer te organiseren. o MKB-partners wijzen op het belang van werkervaringsplekken en stages; en zouden financiële middelen in kunnen brengen. 5
o o o o
Vakbonden willen de inzet van landelijke sectorale middelen beter laten aansluiten op de regionale aanpak. UWV zet de volledige capaciteit van het Werkgeversservicepunt in. Gemeente Amsterdam levert een forse bijdrage in menskracht, financiën en uitvoeringskracht, passend bij de omvang van de stedelijke opgave. De regiogemeenten willen hun rol pakken en soms het initiatief nemen in regionale projecten/samenwerkingen.
Inzet gericht op overige sectoren • Veel Groot-Amsterdammers zijn op zoek naar werk in andere sectoren dan de prioritaire sectoren. En veel werkgevers in Amsterdam in andere sectoren zijn ook op zoek naar personeel. In de praktijk vinden ook veel matches plaats vanuit de publieke werkgeversdienstverlening in onder andere de horeca en detailhandel. We blijven vanuit onze visie om zo veel mogelijk Groot-Amsterdammers duurzaam aan het werk te hebben ook op plaatsingen in de niet-prioritaire sectoren inzetten. Daarnaast zetten we ons in voor het meer verbinden van de 3 satellieten qua werkgeversbenadering. • Voor de niet-prioritaire sectoren hanteren we een pragmatische benadering: we spelen flexibel in op hun sectorale vraagstukken zonder daar een hele actieve of structurele rol in te nemen. Bedrijven en partners uit deze sectoren kunnen rekenen op een laagdrempelige, reactieve dienstverlening waarbij doorverwijzing naar de juiste samenwerkingspartners centraal staat. Zo borgen we het no wrong door-principe en blijven we als regio toegankelijk voor alle werkgevers, terwijl we onze beperkte middelen doelgericht inzetten op de prioritaire sectoren zorg, bouw en techniek/energietransitie. Deze keuze zorgt voor focus, slagkracht en een effectieve besteding van beschikbare financiering, met ruimte om indien nodig tijdelijk in te spelen op urgente of opkomende sectorale ontwikkelingen.
• Voor de werkgeversdienstverlening ontwikkelen we het no wrong door principe verder door. Het gaat er dan om dat we met elkaar duidelijk hebben welk type vragen door welke dienstverlener zouden moeten worden behandeld en hoe we de doorverwijzing regelen. Ook vraagt dit van ons dat we meer synergie brengen in de werkgeversdienstverlening en zo veel mogelijk gezamenlijk optreden richting werkgevers. Verdere samenwerking in en buiten de regio Groot-Amsterdam • Binnen de regio Groot-Amsterdam is sprake van versnippering. Hierbij praten we in verschillende overlegstructuren over vergelijkbare onderwerpen. Die dimensies zijn bijvoorbeeld gesprekken tussen publieke en private partijen, gesprekken in het georganiseerd bedrijfsleven, gesprekken tussen (beroeps)onderwijs en bedrijfsleven. Daarbij worden die zowel op bestuurlijk, strategisch als uitvoerend niveau gehouden. We gaan de komende periode regionaal hier meer samenhang in brengen, waardoor we efficiënter gaan opereren met focus op het daadwerkelijk uitvoeren van relevante projecten. Dit schept ook duidelijkheid in de samenwerking. Met het bundelen van kennis en ervaring over de regio willen we relevante transities versnellen en regionale knelpunten (gemeente)grensoverschrijdend aanpakken.
Mobiliteit van werknemers tussen de regio's kan vergroten doordat we veel beter op elkaar aansluiten wat betreft regelingen en ondersteuning. • Ook zoeken we waar mogelijk de samenwerking met de naburige arbeidsmarktregio’s. We verkennen ook hoe we meer en beter gebruik kunnen maken van bestaande structuren zoals de MRA en de Amsterdam Economic Board, waarin arbeidsmarktbeleid ook besproken wordt. 6
•
•
•
•
De sectorale samenwerking werkt op dit moment nog vooral binnen de centrumgemeente Amsterdam en leidt nog beperkt tot activiteiten in de regiogemeenten. Voor de komende periode willen we deze samenwerking verder ontsluiten voor de gehele arbeidsmarktregio van nut is We zien dat er een tekort aan stageplekken is voor studenten van verschillende opleidingen in onze regio. Hiervoor is vanuit de Gemeente Amsterdam en het Amsterdamse beroepsonderwijs een aanpak opgezet (het Stagepact). We gaan verkennen of we dit verder willen ontwikkelen tot een regionale aanpak. In onze regio is sprake van een relatief groot aandeel bedrijven die zich richten op innovatie en technologie, alsmede een ecosysteem met onderwijs- en onderzoeksinstellingen die zich mede op deze onderwerpen richten. Verschillende wereldspelers op dit vlak zijn in Groot-Amsterdam ontstaan. Vanuit dit ecosysteem is er ook veel sprake van onderzoek en visievorming naar de maatschappelijke impact van innovatie en technologie, zoals over hoe we als maatschappij kunnen zorgen dat technologische verandering niet ten koste gaat van mensen met een kwetsbaarheid in de samenleving. Naast de grote bedrijven hebben we ook veel start-ups en andere kleinere bedrijven die zich op innovatie en technologie richten.
Ook hebben we verschillende publiek-private samenwerkingen die zich richten op innovatieve projecten gericht op toeleiding van werkenden en werkzoekenden naar werkgevers. We willen dit ecosysteem en deze projecten verder verbinden met de sectorale aanpakken, om zo technologie te gebruiken om knelpunten zoals personeelstekorten te verkleinen. We werken nu vooral sectoraal, waardoor we vragen rondom intersectorale mobiliteit mogelijk niet goed kunnen beantwoorden. In de komende periode willen we kijken hoe we intersectorale mobiliteit binnen de regio verder kunnen stimuleren. Het gaat dan specifiek om mobiliteit richting de prioritaire sectoren. Daarbij speelt ook een financieringsvraag rondom eventuele omscholing en de mate waarin de landelijke sectorfondsen en financiering van het Rijk hierin kunnen voorzien (zie ook thema 3).
3.2 Thema 2: Inclusief ondernemen en werkgeverschap bevorderen Inclusief ondernemen • We zijn regionaal actief bezig met het creëren van kansen voor werkzoekenden met een ondersteuningsbehoefte. Hierin zit arbeidspotentieel wat nu nog niet altijd ingezet wordt. Als deze werkzoekenden zo veel als mogelijk werken, dragen we ook bij aan het doel om onze regionale arbeidsmarkt zo goed als mogelijk te laten functioneren. We werken hierbij zo veel als mogelijk integraal en doelgroepoverstijgend. • In onze regio is als een stevige basis voor inclusief ondernemen. Zo hebben we onder ander pilots en samenwerkingen gericht op nieuwkomers (zoals statushouders, asielzoekers en EU-arbeidsmigranten). Zo hebben we op het onderwerp creëren van kansen voor statushouders sinds 2024 een regionale verbinder statushouders die zich richt op het versterken van de regionale samenwerking rondom aan het werk laten zijn van deze doelgroep. We zetten in onze regio ook vol in om asielzoekers naar werk toe te leiden. • In onze regio hebben we veel grote en ook kleinere werkgevers die actief bezig zijn met beleid gericht op diversiteit en inclusie en daarmee discriminatie tegengaan. We willen deze werkgevers hierin steunen en ze helpen hier verder stappen in te zetten.
7
•
•
•
•
Hetzelfde geldt voor werkgevers die actief bezig zijn met het geven van gelijke kansen aan verschillende groepen werknemers, zich richten op het voorzien in veilige werkomstandigheden en een passende en eerlijke beloning geven aan hun werknemers. Zij zorgen ervoor dat werk bijdraagt aan de bestaanszekerheid van werkenden en dat werkenden duurzaam aan het werk gaat, zonder dat dit ten koste gaat van economische belangen. Binnen de arbeidsmarktregio faciliteren we werkgevers op verschillende manieren op het gebied van inclusief personeelsbeleid. De verschillende WSP-satellieten hebben hier voor hun subregio’s een taak in. Ook het team strategische werkgeversadvisering van het Werkcentrum adviseert werkgevers met vragen hierover. Daarnaast heeft de Gemeente Amsterdam de Sociaal Werkkoepel, wat een netwerkorganisatie is gericht op werkgevers die willen werken met Amsterdammers met een ondersteuningsbehoefte en promoot de gemeente Amsterdam Sociaal Werkgeverschap, waarbij het dan gaat om ondersteuning van werkgevers die kampen met werknemers met schuldenproblematiek en werknemers met beperkte taalvaardigheden. Ook vanuit de directies Economische Zaken van verschillende gemeenten in de regio zijn activiteiten op dit gebied, zoals het Amsterdamse Stagepact en het initiatief Amsterdam Divers & Inclusief.
De werkgeversorganisaties geven daarnaast ook advies als hun leden bij hen aankloppen. De uitdaging voor de komende is om de verschillende elementen van deze werkgeversbenadering bij elkaar te brengen, waarbij het no wrong door principe leidend is. Waar mogelijk kijken we of we de verschillende initiatieven onder de paraplu van het Werkcentrum Groot-Amsterdam kunnen brengen en werkende (nu nog) lokale initiatieven op kunnen schalen naar regionaal niveau. Hierbij is slimme organisatie van belang, waarbij we als partners in de regio van elkaar willen leren en elkaar ruimte willen geven voor projecten op dit vlak. In onze werkgeversadvisering zouden we verder kunnen werken aan een financiële onderbouwing richting werkgevers gericht op inclusie. Hierin nemen we de verschillende financiële componenten zoals subsidies en begeleiding in natura mee, alsmede de productiewaarde van de werknemers. Ook kunnen we verder werken aan advisering richting werkgevers die een SROI (Social Return)-doelstelling hebben. Deze verplichting is meestal opgenomen in aanbestedingen van publieke partijen (zoals de Rijksoverheid en gemeenten) en verplicht werkgevers tot het besteden van een bepaald deel van de opdrachtwaarde aan inclusief werkgeversschap.
Daarmee kunnen we ook ondersteuning bieden aan werkgevers die de inhoud van hun werk en hun wervingsmethodes willen aan passen op het bestaande aanbod van werkzoekenden die niet zomaar matchen aan de huidige vacatures. We kunnen ons verder richten op marketing richting werkgevers, door koplopers (vanuit bijvoorbeeld het MKB) zichtbaar te maken naar andere werkgevers. Ook op andere manieren kunnen we ons werkgeversbereik vergroten. We zien het als cruciaal element van onze inzet op dit thema dat ondernemers intrinsiek gemotiveerd zijn op het gebied van inclusief ondernemen.
Implementatie school naar duurzaam werk • Voor jongeren richten we ons de komende periode op de implementatie van de nieuwe wet Van school naar duurzaam werk. Hierdoor komt er een wettelijke verantwoordelijkheid bij partners in de regio om de begeleiding en ondersteuning van jongeren tot 27 bij de overgang van school naar werk en het behoud van werk bij 8
(dreigende) werkloosheid te versterken. De focus ligt op jongeren uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, jongeren in de entreeopleiding van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo-niveau 1), in de beroep opleidende leerweg (mboniveau 2 bol) en voortijdig schoolverlaters (vsv’ers). Scholen bieden aanvullende loopbaanbegeleiding tijdens de opleiding en tot een jaar na het verlaten van school (twee jaar bij leerlingen uit pro en vso). Doorstroompunten begeleiden jongeren zonder startkwalificatie tot 27 jaar terug naar school of richting werk. Gemeenten bieden preventieve ondersteuning en kunnen al tijdens de schooltijd betrokken worden bij begeleiding van jongeren naar werk, en werken daarbij samen met scholen en Doorstroompunten binnen een regionaal programma. Begeleiding uitkeringsgerechtigden en inwoners met ondersteuningsbehoefte naar werk • De begeleiding van uitkeringsgerechtigden naar werk ligt bij de partners die hier een wettelijke taak in hebben. Dat zijn de gemeenten en UWV (afhankelijk van de uitkering). Samen met de overige partners bekijken wij hoe we dit zo goed mogelijk kunnen doen, zodat zo veel mogelijk inwoners met een uitkering passend werk kunnen vinden. • Daarnaast richten de SW-bedrijven in de regio (Pantar en AM Match) zich samen met de betrokken gemeenten op het aan het werk hebben van werkenden met een ondersteuningsbehoefte.
In onze regio hebben we ook een breed netwerk van sociale firma’s die aan deze doelgroep werk bieden. • Op dit moment heeft onze regio de laagste realisatie van alle regio’s van de Banenafspraak. Dit komt mede doordat de doelstelling die aan onze regio is gegeven niet realistisch is. Zelfs als alle inwoners van Groot-Amsterdam die in het doelgroepregister staan ingeschreven aan het werk zijn, dan halen we onze doelstelling niet. Landelijk gezien is wetgeving in voorbereiding die regio’s financieel gaat stimuleren voor het halen van de regionale doelstelling, waardoor het urgent wordt om onze realisatie beter te krijgen. Dat zit aan de ene kant in het zorgen voor een meer realistische doelstelling, maar voorbeelden vanuit andere regio’s laten zien dat er mogelijk meer inzet zou kunnen zijn op het zorgen dat het alle inwoners voor opname in het doelgroepregister passend is ook daadwerkelijk hierin ingeschreven zijn (met een focus op inwoners die al werken, maar wel binnen het doelgroepregister zouden passen). Daarnaast gaan we analyseren hoe we een groter deel van de inwoners in onze regio die in het doelgroepregister zijn opgenomen aan het werk krijgen.
Daarvoor is onderlinge samenwerking tussen gemeenten, UWV (die het doelgroepregister beheerd), werkgevers en SW-bedrijven cruciaal, waarbij onder andere inzage in het doelgroepregister voor gemeenten een belangrijk onderdeel is wat nu nog niet goed geregeld is. Daardoor ontbreekt mogelijk ondersteuning voor bepaalde inwoners met een doelgroepregistratie. Ook willen inzetten op samenwerking met het praktijkonderwijs en het speciaal onderwijs, zodat hun scholieren vroeg worden meegenomen in de mogelijkheden van de banenafspraak. We gaan hier een thematafel voor oprichten, waarin de huidige samenwerkingsgroep wordt opgenomen. De SWbedrijven sluiten ook aan bij deze thematafel. • Vanuit het Werkcentrum voeren we het project Ongekend Talent uit dat zich richt op onbenut arbeidspotentieel, waarbij we ons specifiek richten op inwoners die in kwetsbare wijken wonen binnen onze regio. Deze Groot-Amsterdammers kunnen een uitkering hebben, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Dit project is nu nog primair gericht op kwetsbare wijken in de gemeente Amsterdam, maar dit kunnen we verder ontwikkelen voor de gehele regio. 9
•
•
•
Waar mogelijk kijken we of het mogelijk is om gemeentelijke regelingen en voorzieningen te uniformeren. Zo wordt het makkelijker voor werkgevers die mensen met een kwetsbaarheid uit verschillende gemeenten in de regio aannemen om helderheid te hebben in het subsidielandschap. Dit vraagt om het bepalen van een gezamenlijk basisniveau van de voorzieningen. We hebben binnen het Werkcentrum het project ongekend talent ontwikkeld. Dit project richt zich op niet-werkenden zonder formele diploma’s. Hieruit worden lokale partijen uit de hele regio ondersteund die zich richten op ondersteuning voor deze groep. Een lokale aanpak is voor deze groep nodig, omdat zij vaak niet gewend zijn om te reizen. De focus ligt op financiering voor de meest kwetsbare wijken in de regio. We kunnen dit project verder opschalen richting de hele arbeidsmarktregio door ons verder te richten op ondersteuning van initiatieven in de gehele regio. Met inzet van nieuwe technologie kunnen mensen met een beperking breder worden ingezet, en beter en efficiënter werken. Dat bevordert hun positie op de arbeidsmarkt en is tevens een kans voor werkgevers die op zoek zijn naar gemotiveerd en gekwalificeerd personeel. Hier liggen in onze regio nog veel kansen.
Arbeidsmigratie • Vanuit het ministerie van SZW is de aanpak ‘Work in NL’ (WIN) geïnitieerd dat tot doel heeft om de dienstverlening aan arbeidsmigranten te verbeteren. Begin 2026 zal een WINteam in de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam van start gaan dat contact zal leggen met de verschillende groepen arbeidsmigranten om hun ondersteuningsbehoefte op te halen. Inmiddels leert de ervaring in andere regio’s dat de meeste vragen van arbeidsmigranten werkgerelateerd zijn. De samenwerking tussen het WIN-team en het Werkcentrum zal daarom een belangrijk ontwikkelpunt zijn. • We richten hier een thematafel over op, die een doorontwikkeling is van de huidige regionale samenwerking rondom arbeidsmigratie. Rechtvaardige arbeidsmarkt die werkt voor alle inwoners • Op het gebied van de balans tussen vast en flexibel werk zien we in onze regio dat er een groep werkenden is die weinig werkzekerheid heeft en veel transities hebben tussen flexibel werk en periodes waarin zij niet werken. Voor deze groep willen we als partners verder perspectief op werkzekerheid bieden, bijvoorbeeld door het aanbieden van gerichte scholing en begeleiding. Op dit moment doen we dat vooral in periodes van werkloosheid, maar proactieve inzet kan ervoor zorgen dat hun werkloosheidsrisico wordt beperkt.
• Onze regio heeft een zeer diverse populatie werkenden, werkzoekers en werkgevers met vele verschillende achtergronden. Helaas zien we dat bepaalde groepen minder kansen op werk hebben dan anderen. We blijven ons inspannen om gelijke kansen aan iedereen te geven. Dit doen we door bijvoorbeeld vanuit de arbeidsmarktregio aan te sluiten bij de gebiedsgerichte aanpak die vanuit het Rijk wordt gefinancierd voor Amsterdam NieuwWest en Amsterdam Zuidoost, waarin ook ambities op het gebied van de rechtvaardige arbeidsmarkt zijn geformuleerd en projecten op dit vlak zijn ontstaan. Als regio zetten we ons in om ook aan te sluiten bij andere lokale initiatieven en projecten gericht op inwoners met een kwetsbaarheid. • We zien ook dat er in onze regio ongezien talent is dat niet op zijn eigenlijke niveau aan het werk is, doordat er sprake is van bewuste of onbewuste uitsluitingsmechanismen. In onze op vele vlakken zeer diverse regio is het specifiek een aandachtspunt om deze 10
•
•
•
mensen op hun niveau aan het werk te laten zijn. Dit is een doelgroep die we als partners niet van nature weten te bereiken, waardoor we nieuwe manieren moeten bedenken om hen de gepaste ondersteuning te kunnen bieden. Door hierop in te zetten zorgen we voor een meer rechtvaardige arbeidsmarkt. Helaas zijn er in onze regio namelijk meerdere malen situaties geweest waarbij sprake is van arbeidsuitbuiting, waar vaak de meest kwetsbare werkenden in Groot-Amsterdam het slachtoffer van waren. We willen dit voorkomen door onze communicatie richting werkgevers op dit vlak verder te ontwikkelen. Het gaat dan om het delen van positieve voorbeeldverhalen en de waarde die inclusie en rechtvaardigheid levert voor bedrijven, wat tot minder uitbuiting zou moeten leiden. We gaan verder verkennen hoe we als partners arbeidsuitbuiting in onze regio verder kunnen tegengaan. We hebben in de afgelopen periode in onze regio geëxperimenteerd met ondersteuning aan werkgevers die open hiring willen toepassen. Hier zijn positieve resultaten mee bereikt en we willen verder stimuleren dat werkgevers voor passende beroepen open hiring toe gaan passen. We gaan de komende tijd de samenwerking tussen het economische, sociale en onderwijsdomein op dit vlak verder versterken.
3.3 Thema 3: Scholing, LLO & skillsgericht werken Scholing gericht op (zij-)instroom • Vanuit het RWC is de afgelopen jaren een sterke infrastructuur gemaakt die zich richt op loopbaanbegeleiding en scholing. Voor onze prioriteitssectoren ontwikkelen we binnen de sectorale samenwerking scholingstrajecten die zich richten op (zij-)instroom. • De inzet rondom scholing en LLO vanuit het RWC binnen de regio is de afgelopen jaren vooral gebruikt door werkenden, werkzoekenden en werkgevers in de gemeente Amsterdam. Daarnaast is er vanuit Amstelveen en andere gemeenten een eigen inzet geweest. Ook de andere partners zetten hierop in, zo wordt in de praktijk een groot deel van de bij- en omscholing georganiseerd door individuele werkgevers en sectorfondsen. De komende periode willen we dit meer samenbrengen zodat er minder versnippering is. • We gaan een thematafel oprichten, die zich richt op het samenbrengen en coördineren van onze inspanningen op dit thema. Hier sluiten relevante partners aan, waarbij we ook de NRTO uitnodigen om aan te sluiten. Zo centraliseren we de huidige (bestuurlijke) overlegstructuren rondom LLO en scholing. • De informatievoorziening rondom het opleidingsaanbod is niet centraal georganiseerd. Informatie is zowel op landelijke websites als websites van partners te vinden.
Binnen de werkzoekendenteams van het Werkcentrum is deze informatie bekend, maar dat is niet breed verspreid. In andere regio’s is sprake van een regionale informatievoorziening rondom het aanbod, waar alle partners op aangesloten zijn. Hiermee wordt ook het nowrong-door-principe ondersteund. We hebben hiervoor een project Integraal leren en werken ontwikkeld. Hiervoor worden er tools ontwikkeld (een opleidingswijzer) zodat er straks één overzicht is van alle opleidingen gericht op leren en werken in de regio. Deze wordt via de website van het Regionaal Werkcentrum ontsloten. • Veel opleidingsaanbod is Nederlandstalig, terwijl een gedeelte van de werkenden en werkzoekenden in onze regio geen of beperkt Nederlands kan. Het gaat dan bijvoorbeeld om statushouders en Europese arbeidsmigranten. Voor veel banen in onze regio is het ook niet noodzakelijk om goed Nederlands te kunnen lezen, schrijven en spreken. We moeten daarom in ons LLO-aanbod ook inzetten op niet-Nederlandstalig aanbod, specifiek voor beroepen waar in de praktijk Nederlands niet de voertaal is. Daarnaast zien we waarde in 11
•
•
•
ondersteuning op het gebied van taalontwikkeling. Ook zijn in onze regio signalen dat er behoefte is aan verdere taalscholing van anderstalige werkenden. We verkennen hoe we hier verder regionaal invulling aan kunnen geven. We kunnen experimenteren met nieuwe vormen van LLO, zodat we beter mensen met een kwetsbaarheid kunnen ondersteunen richting betaald en duurzaam werk. Dat zijn bijvoorbeeld mentorstructuren en inzetten op een sectoraal arbeidscontract met gedeeld werkgeversschap. Mogelijk kunnen we ook op regionaal niveau experimenteren met een persoonlijke leerrekening. We hebben als regio een regionale aanpak jeugdwerkloosheid alsook een regionale aanpak volwasseneducatie. Voor beiden zijn ook coördinatoren aangesteld. Deze aanpakken willen we gezamenlijk verder doorontwikkelen. We hebben een succesvolle aanpak ontwikkeld op het gebied van praktijkleren, waarin we projecten met scholingselement naar werk ontwikkelen voor werkzoekenden met een kwetsbaarheid. Hierin werken verschillende partners actief samen. Dit project wordt landelijk gezien als een voorbeeld van succesvolle samenwerking binnen de arbeidsmarktregio. We willen dit project verder bestendigen en uitbreiden.
Financiering van scholing • We blijven als regio actief lobbyen richting het Rijk en landelijke partners om financiering voor scholing. Wij zien hen namelijk als de verantwoordelijke partij voor de financiering van scholing. Ook zien wij veel in een persoonlijke leerrekening, zoals dit door de commissie Borstlap is voorgesteld. Daarnaast ondersteunen we de wens om LLO als wettelijke kerntaak op te nemen voor het MBO, zodat hier ook een financieringsstroom voor gaat ontstaat. Onze lobby-inspanningen doen we onder andere vanuit G4-verband en we vragen ook andere regionale partners om zich hiervoor in te zetten richting hun landelijke vertegenwoordiging. • We financieren scholing in onze regio op dit moment (eind 2025) vanuit aanvullende bijdragen van partners (vooral de gemeenten Amsterdam, Amstelveen en UWV). Op de langere termijn is er echter geen structurele financiering, omdat de partners niet structureel kunnen toezeggen om de kosten te dragen. Ook structurele rijksfinanciering hiervoor ontbreekt. We zijn daarom aan het onderzoeken of we een regionaal talentenfonds op zouden moeten gaan richten (naar voorbeeld van verschillende andere regio’s) en of we in de financiering daarvan samen kunnen werken met de verschillende sectorfondsen.
Daarnaast kijken we of het mogelijk is om aanvullende subsidies vanuit het Rijk en de EU te gebruiken voor scholing (mogelijk als vulling voor het talentenfonds). Het kan dan gaan om de Slim-subsidie (voor de sectorale ontwikkelpaden) en toekomstige ESF-tranches. Ervaringen uit de afgelopen periode hebben echter laten zien dat de verantwoordingsvoorwaarden die voor zulke subsidies gevraagd worden vaak belemmerend zijn voor het daadwerkelijk inzetten hiervan. Skillsaanpak • De skillsaanpak, en specifiek CompetentNL, biedt een gestandaardiseerde manier om vaardigheden en competenties van werkenden en werkzoekenden inzichtelijk te maken. Dit helpt om beter aan te sluiten bij de vraag van werkgevers en vergroot de kansen op duurzame inzetbaarheid en mobiliteit op de arbeidsmarkt. Door een focus op vaardigheden in plaats van diploma’s, wordt de arbeidsmarkt inclusiever en toegankelijker. In de komende periode gaan partners onderzoeken hoe we CompetentNL verder kunnen toe gaan passen in onze regio. • Technologische ontwikkeling hangt zeer samen met een skillsgerichte aanpak, omdat het per vaardigheid verschilt in welke mate technologie deze kan vervangen of juist ondersteunen. In onze inzet op formele en informele scholing zouden we daarom ons 12
kunnen richten op vaardigheden die ook bij een sterke technologische ontwikkeling toch relevant blijven op de arbeidsmarkt. Ook in onze advisering richting werkgevers kunnen we deze kennis meenemen, zodat die worden geholpen in het denken in nieuwe functies en structuren. Dit sluit aan bij het derde thema.
13
4 De rol van het Werkcentrum in de arbeidsmarktregio
Voor een groot deel van onze ambities zien wij het Werkcentrum Groot-Amsterdam als belangrijke uitvoeringspartij. De activiteiten van het Werkcentrum zijn in onze visie aanvullend op wat wij als partners zelf aanbieden en ondersteunend op arbeidsmarktvraagstukken. Daarnaast ligt bij het Werkcentrum een coördinerende rol rondom alle activiteiten die zich richt op het voorkomen van overlap. Wij vullen het no-wrong-door-principe vanuit het idee dat werkenden, werkzoekenden en werkgevers bij alle partners aan kunnen kloppen en dat het Werkcentrum ervoor zorgt dat de dienstverlening van de partners achter de schermen verbonden is. De impact wordt gerealiseerd door een gezamenlijke, integrale aanpak waarbij de samenwerkende partners ieder hun specifieke expertise en middelen inzetten om de arbeidsmarkt efficiënt, duurzaam, inclusief en toekomstbestendig te maken. Het Werkcentrum Groot-Amsterdam is een doorontwikkeling van het al langer bestaande Regionaal Werkcentrum (RWC), de drie verschillende WSP-satellieten in de regio en het Leerwerkloket. Het speelt een cruciale rol in het versterken van de verbinding tussen (al dan niet werkzame) werkzoekenden en werkgevers. Specifieke onderwerpen waar het Werkcentrum GrootAmsterdam zich op richt zijn de volgende: a.
Persoonlijke begeleiding werkzoekenden: We begeleiden en ondersteunen werkzoekenden en werkenden, in hun zoektocht naar (ander) werk en streven hierbij altijd naar maatwerk: de focus moet liggen op de persoon en haar unieke kenmerken en omstandigheden. Bij deze begeleiding horen onder meer het (door)ontwikkelen van harde en/of zachte vaardigheden en het overwinnen van persoonlijke barrières zoals een gebrek aan zelfvertrouwen, weinig inzicht in de eigen skills, geen of nauwelijks werkervaring, een verouderde of onvoltooide opleiding of de afwezigheid van een ondersteunend persoonlijk netwerk. Instrumenten hiervoor zijn onder andere gerichte scholing, coaching en bemiddeling naar geschikte (leer)werkplekken. Hiermee vullen we ook de gidsfunctie in zoals die vanuit de wetgeving wordt voorgeschreven. Deze begeleiding bieden we zowel digitaal, telefonisch, als op de fysieke locaties van het Werkcentrum. Waar nodig verwijzen we door naar dienstverlening van partners in de arbeidsmarktregio.
b.
Matching: We richten ons op het efficiënt en duurzaam matchen van werkzoekenden op passende openstaande vacatures, waarbij de prioritaire sectoren een streepje voor hebben. Met name de banen in deze sectoren zullen worden gepromoot bij werkzoekenden, mits zij over de motivatie en vaardigheden (kunnen) beschikken om hierin aan de slag te gaan. Als banen in de deze sectoren niet passend zijn, dan matchen we naar banen in andere sectoren. We voeren deze matchingstaak uit voor de doelgroepen van UWV en gemeenten waarbij we blijven werken in de structuur met drie subregionale satellieten. Wel zoeken we waar mogelijk tot verbinding tussen deze satellieten in onze regionale structuur. Omdat de naamgeving WSP gaat verdwijnen, wordt deze dienstverlening voortaan aangeboden onder de naam Werkcentrum.
14
c.
Advisering werkgevers: In het Werkcentrum adviseren we werkgevers. Hierbij zetten we actief in op advisering aan werkgevers in de prioritaire sectoren. Werkgevers in anderen sectoren bedienen we in onze werkgeversadvisering vraaggericht. Naast advisering zowel vanuit ons eigen werkgeversteam, verwijzen we ook door naar advisering vanuit de samenwerkingspartners. Daarmee zorgen we ervoor dat we over een breed scala van onderwerpen rondom werk adviseren. Dat zijn onder andere de in het vorige hoofdstuk besproken thema’s, zoals een inclusieve arbeidsmarkt, scholing/LLO, omgaan met krapte en het omgaan met technologische veranderingen/AI. We houden hierbij altijd de doelen van de samenwerking in het achterhoofd, namelijk het stimuleren van brede welvaart. Hiermee vullen we de gidsfunctie richting werkgevers in. We werken ook verder aan het ontwikkelen van scholings- en werkgeversarrangementen, hierin komt de huidige publieke werkgeversdienstverlening (het huidige WSP) samen met de publiek-private werkgeversadvisering (het huidige RWC).
d. Sectorale aanpakken gericht op prioritaire sectoren De sectorale aanpakken richten zich op het gezamenlijk oplossen van arbeidsmarktuitdagingen in de prioritaire sectoren. Op dit moment gaat dit vaak om het verlichten van personeelstekorten. Hiervoor stimuleren we overleg tussen partners in deze sectoren, waarbij zij in samenspraak oplossingsrichtingen bedenken. Hierin pakt eenieder zijn rol, vanuit de eigen opdracht en verantwoordelijkheden. Op dit gebied is er in de afgelopen jaren op landelijk, regionaal en lokaal niveau al veel in gang gezet zoals de realisatie van de sectorale ontwikkelpaden, scholings- en werving- en selectie-arrangementen op werkgeversniveaus, convenanten en andere publiek-private samenwerkingen. Locaties • We zijn het werkcentrum als eigen toegangspoort verder aan het ontwikkelen. Dit doen we door het openen van drie verschillende fysieke locaties, die allemaal hun eigen accent hebben qua dienstverlening die daarin wordt aangeboden. We gebruiken de lessen van deze locaties voor verdere keuzes die we gaan maken rondom de fysieke toegankelijkheid. Dit zal ook afhangen van in hoeverre de landelijke communicatieinzet rondom de werkcentra gaat leiden tot bezoek aan de fysieke locaties. Daarnaast zetten we ook in op de digitale toegankelijkheid, zoals een goede toegankelijke website die ontwikkeld gaat worden.
Financiering • De financiering van de huidige activiteiten van het werkcentrum leunt zwaar op de aanvullende bijdragen van partners, omdat de rijksfinanciering zwaar tekortkomt om de gehele kosten te dekken. Dit proberen we op te lossen door in elk geval voor financiering van scholingsactiviteiten aanvullende financiering te zoeken. • Vanuit het Rijk is structureel financiering voor de wettelijke taken in het werkcentrum. Dat gaat om het invullen van de gidsfunctie richting werkzoekenden en werkgevers en de fysieke en digitale locatie. Voor de wettelijk verplichte matchingstaak is vanuit gemeenten en UWV financiering beschikbaar. • Voor de periode tot en met 2030 waar deze meerjarenagenda betrekking op heeft is er sprake van impulsfinanciering vanuit het Rijk. Deze kan ingezet worden voor projecten en het uitvoeren van de bovenwettelijke taken. Dat zijn bijvoorbeeld de sectorale aanpakken en meer uitgebreide dienstverlening richting werkenden, werkzoekenden en werkgevers. • Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, is de financiering van scholing een onderwerp waar we de komende periode verdere stappen in willen zetten.
15
Ontwikkeling dienstverlening • Vanuit het werkcentrum zijn al veel relevante project gestart die ook een voorbeeld zijn voor het rijk en arbeidsmarktregio’s in het hele land (zoals bijvoorbeeld MBO praktijkleren). • We kunnen verder gaan ontwikkelen hoe we AI in onze eigen dienstverlening vanuit het Werkcentrum kunnen inzetten, bijvoorbeeld voor het beantwoorden van relatief eenvoudige vragen van werkenden, werkzoekenden en werkgevers. Dit terwijl we wel bereikbaar en toegankelijk willen blijven. • De ondersteunende en verbindende rol van het werkcentrum is de afgelopen jaren al sterk ontwikkeld, waarbij een groot deel van de partners zeer betrokken zijn bij de ontwikkeling en de keuzes die hierin zijn gemaakt. • De dienstverlening van het werkcentrum is nu nog vooral werkend voor de werkgevers, werknemers en werkzoekenden in de gemeente Amsterdam, terwijl deze wel degelijk bedoeld is voor de gehele regio. We willen verder ontwikkelen dat deze structuur voor de gehele regio werkend wordt.
16
5 Achterliggende analyse arbeidsmarkt GrootAmsterdam
De regionale arbeidsmarkt is een complex geheel van bewegingen die op elkaar inwerken en soms tegen elkaar ingaan. In Groot-Amsterdam zien we op dit moment en in de nabije toekomst onderstaande sterktes, zwaktes, kansen en uitdagingen. In de bijlage wordt deze analyse verder uitgewerkt. Sterk • Grote werkgelegenheidsfunctie met brede sectorstructuur • Magneetfunctie van de regio: inkomende pendel goed voor bijna 50% van invulling werkgelegenheid • Innovatieve, dynamische en vermogende regio • Hoogopgeleide beroepsbevolking • Grote vacature op alle kwalificatie-niveaus • Stevig netwerk en samenwerking van arbeidsmarktpartners • Solide basis voor duurzame economische groei en inclusieve arbeidsmarkt.
Minder sterk • Werkloosheid en beroep op sociale zekerheid hoger dan landelijk • Relatief veel flexibele arbeidsrelaties voor met name jongeren en andere werkenden met een kwetsbaarheid • Belangrijk deel werkgelegenheid kan niet worden ingevuld door kwantitatieve en kwalificatie mismatches • Kloof tussen onderkant en bovenkant samenleving en arbeidsmarkt wordt groter.
Kansen • Bovengemiddelde verwachte groei van ruim 41.500 banen (4%) in 2024-2027, vooral in ICT,specialistische zakelijke diensten, zorg en horeca. • Groot onbenut arbeidspotentieel in de regio benutten: 112.000 mensen die (meer) willen werken, waaronder 43.000 onderbenutte deeltijders • Het aandeel werkgevers in onze regio die een werknemer met een ondersteuningsbehoefte in dienst heeft is aan het groeien, maar nog altijd slechts 12 procent. • Arbeidsmigranten vullen een belangrijk deel van de werkgelegenheid in en hierop kan een groter beroep worden gedaan. De verruiming van de wettelijke regels rondom het tewerkstellen van asielzoekers geeft hier ook verder mogelijkheden voor. • Investeringen in arbeidsondersteunende en – besparende technologie kan een deel van de personeelskrapte verlichten of oplossen • De krappe arbeidsmarkt noopt tot gesprek tussen arbeidsmarktpartners over sectoren waarop v.w.b. de personeelsvoorziening met prioriteit moet worden ingezet, • Het Regionaal Werkcentrum Groot- Amsterdam biedt een robuuste uitvoeringsstructuur voor effectief arbeidsmarktbeleid.
Uitdagingen • Versneld veranderende werkstructuren door technologische ontwikkelingen. Digitalisering en kunstmatige intelligentie (AI) hebben mogelijk grote invloed op vraag naar arbeid. Dat vraagt wellicht om investeringen in digitale vaardigheden en loopbaanbegeleiding voor risicogroepen • Dreigende uitstroom van vakkennis: de aankomende uitstroom van 60-plussers in loondienst (bijna 53.000 mensen). Vooral in zorg, onderwijs en detailhandel dreigt kennis weg te vallen en dat wordt onvoldoende gecompenseerd door jonge instroom. • Aantal faillissementen en werkloosheid nemen wat toe. • Landelijk discours en beleid m.b.t. beperking (arbeids)migratie waardoor migratie mogelijk minder groot deel arbeidsvraag kan oplossen. • Onzeker hoe uitstroom door vergrijzing, migratie en AI van invloed gaan zijn en in welke mate krapte blijft bestaan • Hardnekkige mismatch vraag en aanbod: 20.000 jobready werkzoekenden uit WW, Pwet, Wajong, WIA/WGA maar het lukt niet altijd om deze groep duurzaam aan het werk te krijgen.
17
Bijlage: Arbeidsmarktontwikkelingen GrootAmsterdam
5.1 Normalisering in economie en arbeidsmarkt •
•
•
Na de enorme post-corona-inhaalvraag in met name 2022, zijn we een gematigder, normaler pad ingeslagen op gebied van economische groei en dynamiek, en banengroei. Ondanks een afkoelende economie in 2023, bleef in 2024 de werkgelegenheid groeien. UWV verwacht dat het aantal banen in Groot-Amsterdam in 2024-2027 met 32.300 zal toenemen. Deze groei concentreert zich vooral in de ICT, specialistische zakelijke diensten, bouw, zorg & welzijn, overige zakelijke diensten en horeca. Daarentegen zullen sectoren zoals vervoer en opslag en uitzendbureaus naar verwachting krimpen. Naast werknemersbanen telde Groot-Amsterdam de afgelopen jaren ook steeds meer banen van zelfstandigen. In de periode 2017 – 2024 groeide het aantal zelfstandigenbanen met 40.000 (21%) tot 234.100. De komende jaren lijkt er een einde te komen aan de sterke groei van het aantal zelfstandigen. De handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 1 januari 2025 door de Belastingdienst heeft een ontmoedigend effect op zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Volgens het CBS daalde in het eerste kwartaal van 2025 het aantal zzp’ers landelijk met 28.000 ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2024. Het is jaar-op-jaar de eerste daling sinds de start van de reeks in 2013.
Mede als gevolg van de handhaving op schijnzelfstandigheid neemt tussen 2024 en 2027 het aantal banen van zelfstandigen in GrootAmsterdam naar verwachting af met 9.200 (-3,9%) en komt uit op zo’n 224.900. Banen voor zelfstandigen zijn er in Groot-Amsterdam vooral in de specialistische zakelijke diensten, overige zakelijke diensten, overige diensten en zorg & welzijn. Relatief gezien komen er ook veel zelfstandigen voor in de sector onderwijs en detailhandel. Tussen 2024 en 2027 neemt het aantal zelfstandigenbanen vooral af in de overige zakelijke diensten, zorg & welzijn, bouwnijverheid en detailhandel. In het eerste kwartaal van 2025 ontstonden in Groot-Amsterdam 39.250 vacatures. Dat zijn er 167 minder dan in het eerste kwartaal van 2024. Voor heel 2025 gaat UWV – vanwege de verwachte hogere economische groei - landelijk uit van een kleine toename van vacatures. In 2026 en 2027 blijft het aantal ontstane vacatures ongeveer op hetzelfde niveau, tussen de 1,4 en 1,5 miljoen. Dat is zo’n 17% meer dan in 2019, het jaar voordat de coronapandemie begon. Onzekerheid over internationale ontwikkelingen kunnen een verwachte lichte banengroei doen omslaan in een banenkrimp. Het is dus maar de vraag of - en zo ja, hoeveel - er de komende jaren in Groot Amsterdam sprake is van uitbreidingsvraag.
Hoewel de beperkte werkgelegenheidsgroei amper zorgt voor uitbreidingsvraag, blijft de vacaturemarkt op een hoog niveau. Dit komt omdat het merendeel van de vacatures ontstaat door vervangingsvraag. Met een vergrijzende beroepsbevolking gaan de komende jaren veel mensen met pensioen. In Groot Amsterdam is 9% van de werknemers – zo’n 52.900 mensen 60-plus. Zij verlaten de komende jaren de arbeidsmarkt. Ook vervanging van personeel bij baanwisselingen, ziekte en zwangerschap zorgt voor een aanhoudend hoge vraag naar personeel. Daar tegenover staat een personeelsaanbod dat – ondanks een verwachte lichte toename van de werkloosheid – beperkt blijft. De beroepsbevolking groeit momenteel landelijk nauwelijks meer, onder andere als gevolg van de vergrijzing. 18
•
De ontwikkeling van de werkgelegenheid kwam in de afgelopen jaren in een lagere versnelling terecht, na een aanvankelijk uitbundig herstel in de jaren die volgden op de coronapandemie. In de periode 2023 - 2024 groeide de werkgelegenheid in Groot Amsterdam gestaag door met 24.300 extra werknemersbanen. De arbeidsmarkt volgde hiermee de economie die een kleine groei liet zien. De komende jaren blijft de werkgelegenheid licht groeien. Tussen 2024 en 2027 neemt het aantal banen van werknemers in Groot Amsterdam toe met 41.500 (+4%) en komt uit op 1.067.700 in 2027. De procentuele groei is iets hoger dan de gemiddelde toename van werknemersbanen in Nederland (+2,8%).
•
•
•
Binnen de openstaande vacatures zien we een toenemende vraag naar hbo- en woopgeleiden in Groot Amsterdam. In 2024 was 38% van de ontstane vacatures gericht op hbo en wo-opgeleiden, een stijging ten opzichte van 36% in 2019. Het aantal faillissementen nam in de regio Amsterdam in 2024 bijna 40% toe ten opzichte van 2023, en de piek is nog niet bereikt. De toename wordt, nog steeds, ten dele veroorzaakt door het aflopen van de coronasteunmaatregelen en de uitgestelde belastingschuld. De werkloosheid tussen de gemeenten in Groot-Amsterdam verschilt behoorlijk. In 2024 was die voor de regio als geheel 4,7% maar voor Amsterdam was dit 5,1% en voor bijvoorbeeld Haarlemmermeer 3,4%. Landelijk kwam 2024 uit op 3,7%. Zie de twee figuren hieronder. We zien dat met name de werkloosheid onder jongeren (vooral jongeren met een migratieachtergrond) en praktisch geschoolden nog altijd aanmerkelijk hoger is dan voor andere groepen. Het CPB heeft voorspeld dat de landelijke werkloosheid de komende jaren licht toeneemt: naar 3.8% in 2025 en naar 4,0% in 2026. We mogen verwachten dat de werkloosheid ook in onze regio licht zal toenemen.
19
Bron: CBS
Bron: CBS •
Het aantal lopende WW-uitkeringen nam in Groot-Amsterdam in zowel 2023 als 2024 met 15% toe en zal in lijn met de verwachte hogere werkloosheid in de komende jaren naar verwachting verder toenemen. Een kleine twee derde deel zit korter dan 6 maanden in de WW. Het aantal bijstandsuitkeringen tot aan de AOW-leeftijd in Groot-Amsterdam nam tussen april 2024 en maart 2025 met 0,6% toe. Ook hier verwachten we in de rest van 2025 een verdere lichte toename, ook omdat een deel van de WW-gerechtigden op termijn zal doorstromen naar de Bijstand; in 2023 was dit voor Groot-Amsterdam 4.2% (910 personen). Deze doorstroom vanuit de WW bedraagt op zijn beurt weer een kleine 10% van de instroom in de bijstand.
20
Bron: UWV, Groot-Amsterdam, lopende uitkeringen WW
Bron: CBS
5.2 Personeelstekorten blijven op korte termijn bestaan •
De regionale arbeidsmarkt is al langere tijd (zeer) krap. Eind 2024 stonden er in GrootAmsterdam bijna 4 openstaande vacatures tegenover 1 kortdurend werkloze. Ondanks de toename in faillissementen, werkloosheid, WW- en Participatiewet-uitkeringen blijft de arbeidsmarkt in de meeste sectoren en beroepsgroepen op de korte termijn (zeer) krap. De vraag naar personeel blijft namelijk zeer groot, zonder dat het aanbod voldoende zal toenemen om aan de volledige vraag te voldoen. Voor de periode na 2026 is het de vraag hoe de verhouding tussen vacatures en werklozen zich gaat verhouden, door onder andere de mogelijk snelle technologische ontwikkeling (AI)wat voor bepaalde beroepen al tot een daling van de vraag lijkt te leiden. Aan de andere kant levert deze snelle ontwikkeling ook kansen op voor werkzoekenden doordat nieuwe banen ontstaan.
21
Bron: UWV, Groot-Amsterdam, Spanningsindicator Q2 2025
•
•
•
Op landelijk niveau geven werkgevers aan dat 60% van hen wervingsproblemen heeft en dat 53% van de vacatures moeilijk vervulbaar is, net als een jaar eerder. Op de korte termijn blijven personeelstekorten dus een uitdaging, vooral in sectoren met grote maatschappelijke opgaven zoals zorg, onderwijs, ICT en techniek. Voor verduurzaming en de energietransitie zijn bijvoorbeeld veel technici en ICT'ers nodig, al lijkt het tempo van de energietransitie af te nemen waardoor de vraag naar dit type arbeid ook minder aan het worden is. In het tweede kwartaal van 2024 stonden er in Groot Amsterdam 8.900 vacatures open in klimaat gerelateerde beroepen. Hier staat een veel kleiner aanbod tegenover. Een van de oorzaken voor de aanhoudende krapte is de vergrijzing van de beroepsbevolking. Het aandeel mensen van 65 jaar of ouder neemt toe en ook de komende jaren wordt deze groep groter. Geleidelijk schuiven 247.600 inwoners van 50 tot 65 jaar door naar de groep 65-plus en bereiken de pensioengerechtigde leeftijd van 67. Landelijk is de netto arbeidsparticipatie van mensen tussen de 55 en 65 jaar de afgelopen tien jaar toegenomen van 58% naar 75%. En ook de netto arbeidsparticipatie van de 65 tot 75-jarigen is toegenomen. Daarmee hebben deze groepen gezorgd voor extra arbeidsaanbod, hoewel niet alle 60-plussers fulltime werken.
Er zijn op dit moment bijna 52.900 mensen van 60 jaar of ouder in Groot Amsterdam die in loondienst werken. Verreweg de meesten van hen zullen de komende jaren de arbeidsmarkt verlaten. Hiermee wordt niet alleen afscheid genomen van mensen, maar met hen ook van veel kennis en ervaring. Juist de laatste paar jaar van hun carrière kan gebruikt worden om deze kennis en ervaring aan een jongere generatie over te brengen. Het aantal werkenden in loondienst boven de 60 is vooral groot in zorg & welzijn (9.900), onderwijs (5.200) en openbaar bestuur (5.400). Opvallend is ook het hoge aantal 60-plussers in de detailhandel. Het gaat hier om bijna 3.300 werkenden. Omdat het totaal aantal werkenden in de detailhandel hoog is gaat het hier om nog geen 6% van het totaal. Dit lage aandeel past bij het landelijke beeld, net als bijvoorbeeld in de horeca en de ICT. Deze uitstroom van 60plussers de komende jaren zal een negatief effect hebben op de potentiële beroepsbevolking, een effect dat niet volledig door jongeren kan worden gecompenseerd. Een recordaantal mensen werkt maar er is ook nog on(der)benut arbeidspotentieel. De arbeidsparticipatie in Groot Amsterdam bereikte in 2023 een recordhoogte van 73,6%, een stijging ten opzichte van 67,4% tien jaar eerder. Toch zijn er nog steeds 112.000 mensen die (meer uren) willen werken, het zogenoemde onbenut arbeidspotentieel.
Het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit mensen die al werken en meer uren zouden willen werken (43.000 onderbenutte deeltijdwerkers), werklozen (38.000) en semi-werklozen (30.000). 22
•
Werklozen zijn mensen die én zoeken én beschikbaar zijn. Semi-werklozen zijn mensen die slechts één van beide doen: ze zijn wel beschikbaar, maar zoeken niet naar werk; of ze zijn niet beschikbaar en zoeken juist wel naar werk. Het onbenut potentieel kan bijdragen aan verlichting van de personeelstekorten maar het is geen kwestie van simpel optellen en aftrekken. Aan de ene kant neemt de werkloosheid licht toe, wat het potentieel groter maakt. Aan de andere kant zijn er niet alleen werkenden die meer uren willen werken: er zijn zelfs meer werkenden die juist minder uren willen werken. Werkgevers investeren vanwege de krappe arbeidsmarkt niet alleen in het werven van nieuwe medewerkers (54%) maar vooral extra in personeelsbehoud (66%). In de zorgsector verlaat jaarlijks zo’n 10% van het personeel de sector, en voor alle sectoren samen is dit jaarlijks 20%. Redenen hiervoor zijn onder meer gebrek aan ontwikkelmogelijkheden of natuurlijk de inhoud van het werk zelf. Een van de manieren om personeel beter te binden en te boeien is employer branding: de werkgever ontwikkelt strategieën om zichzelf als aantrekkelijke werkplek op de kaart te zetten, voor zowel zittend als nieuw personeel. Het gaat om goede arbeidsvoorwaarden in brede zin: van een marktconform salaris tot ontwikkelmogelijkheden en een prettige en veilige bedrijfscultuur.
5.3 Externe onzekerheden: Verloop en impact (handels)oorlogen •
•
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne duurt voort en VS maken terugtrekkende beweging in de steun aan Oekraïne en de verdediging van Europa. Europa moet zich verhouden tot nieuwe machtsevenwicht. Als oorlog zich uitbreidt is dat natuurlijk desastreus maar ook de dreiging ervan kan psychologische en materiële effecten hebben op Europese economieën. Als reactie hierop is heeft het Ministerie van Defensie landelijk de ambitie om te groeien van ca 75 duizend naar 100 duizend werkenden. De tarievenoorlog vanuit VS maakt import/export duurder en kan daarmee het gedrag van bedrijven en consumenten drastisch veranderen, en dat raakt uiteraard ook de economie en, met vertraging, de arbeidsmarkt. Economie en arbeidsmarkt zijn nauw met elkaar verbonden. De Nederlandse economie is veerkrachtig maar door onze internationale bedrijvigheid en handel ook kwetsbaar.
23