Bijlage 3 - medebewonersnorm - alternatief kostendelersnorm.pdf
Tekst van het document
Aan
MEMO
Wethouder van Alphen Afzender
Ben Hoogland Dienst
Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten Afdeling
Beleid Datum
Doorkiesnummer
31 januari 2020
06 12 59 20 54
Onderwerp
Een verkenning naar een alternatief voor de “kostendelersnorm”
Inleiding In deze memo wordt een alternatief voor de kostendelersnorm geïntroduceerd, namelijk de medebewonersnorm. Dat houdt in dat hoofdbewoners voortaan de volledige (hogere) bijstandsnorm ontvangen en medebewoners een vaste (lagere) uitkering. In deze memo wordt eerst de feitelijke werking van de kostendelersnorm toegelicht. Daarna worden de effecten van de kostendelersnorm op de positie van uitkeringsgerechtigden in kaart gebracht, alsook de obstakels die de kostendelersnorm opwerpt om erkende problemen te kunnen oplossen. Daar worden werking en effecten van de beoogde medebewonersnorm tegenover gesteld. Afschaffen van de kostendelersnorm en een gelijktijdige introductie van de medebewonersnorm heeft de volgende effecten : -
-
-
-
Een hoofdbewoner is, voor het kunnen betalen van vaste lasten, niet langer afhankelijk van een bijdrage van medebewoners. Daarmee nemen risico’s op conflicten, op straat zetten van medebewoners, betalingsachterstanden vaste lasten en schulden af ; Bewoners hebben individuele inkomenszekerheid. Een wijziging in de situatie van één bewoner heeft niet langer gevolgen voor medebewoners ; Er bestaat voor uitkeringsgerechtigde hoofdbewoners geen financiële drempel meer om een persoon onderdak te verlenen. Dit heeft namelijk geen gevolgen voor de uitkering van al aanwezige bewoners ; Er bestaat voor uitkeringsgerechtigde hoofdbewoners geen financiële drempel meer om een zorgbehoevende permanent in huis op te nemen. Dit heeft namelijk geen gevolgen voor de uitkering van al aanwezige bewoners ; De (regel)druk op de uitkeringsinstantie neemt sterk af. Veel minder mutaties, verrekeningen, vorderingen, beschikkingen, fouten en bezwaren ; Personen met de lagere medebewonersnorm kunnen sneller uit de uitkering. Werken loont namelijk eerder. Een betrekkelijk klein dienstverband van 12 uur per week volstaat al.
Of introductie van de medebewonersnorm extra kosten van bijstand met zich mee brengt, valt (nog) niet exact vast te stellen. Voorlopig wordt aangenomen dat de directe bijstandskosten min of meer gelijk blijven (BUIG neutraal).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
Kostendelersnorm De kostendelersnorm (PW artikel 19a) maakt sinds 2015 onderdeel uit van de Participatiewet. De kostendelersnorm stelt het individuele recht op een uitkering afhankelijk van het totale aantal bewoners in de woning. De werking van de kostendelersnorm komt neer op :” hoe meer bewoners woonruimte met elkaar delen, hoe lager de individuele bijstandsuitkering wordt vastgesteld”. De reden daarvoor is dat medebewoners de kosten van het gezamenlijk bewonen van een woning met elkaar kunnen delen. Voor de bepaling van de hoogte van het individuele recht op bijstand wordt de kostendelersformule toegepast (PW artikel 22a). (40% + A x 30%) A
xB
Hierbij zijn de volgende twee variabelen van belang: A. het aantal kosten delende medebewoners, plus de belanghebbende en zijn echtgenoot van 21 jaar of ouder indien hij gehuwd is. B. de norm, oftewel de gehuwdennorm van de verschillende leeftijdscategorieën. In de volgende tabel wordt inzichtelijk wat het effect van de kostendelersformule is op het individuele recht op uitkering ingeval van meerpersoonshuishoudens. Huishoudtype
Individuele norm van wml Normhoogte
Totale norm (gerelateerd aan wml) indien allen PW bijstand ontvangen Verzamelinkomen
Eénpersoonshuishouden
70%
70%
Tweepersoonshuishouden Driepersoonshuishouden
50% 431/3%
100% 130%
Vierpersoonshuishouden Vijfpersoonshuishouden
40% 38%
160% 190%
Gewenste effecten van de kostendelersnorm Met de introductie van de kostendelersnorm wordt het financieel effect van het stapelen van uitkeringen achter één voordeur getemperd. Tegelijkertijd wordt een bezuiniging op bijstandslasten gerealiseerd. Een huishouden bestaand uit een echtpaar met twee volwassen kinderen, allen uitkeringsgerechtigd, ontving onder de WWB (vóór 2015) in totaal aan uitkeringen het equivalent van 210% van de geldende gezinsnorm (1 x 90% en 2 x 60%). Met de introductie van de kostendelersnorm is dat afgenomen tot 160% (4 x 40%). Ongewenste effecten van de kostendelersnorm Onderlinge financiële afhankelijkheid Uitkeringsgerechtigden zijn door de kostendelersnorm financieel van elkaar afhankelijk geworden. Uitkeringsgerechtigde hoofdbewoners zijn niet langer in staat om zonder financiële bijdrage van medebewoners te kunnen voldoen aan verplichtingen zoals huur, gas, licht, water en gemeentelijke heffingen.
2/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
De kostendelersnorm gaat uit van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor deze kosten, zonder dit overigens nader te regelen. In de praktijk rust die verantwoordelijkheid op de hoofdbewoners die voor tijdige betaling persoonlijk aansprakelijk zijn. Maandelijks moeten zij een evenredige bijdrage van medebewoners zien te regelen. Dat kan leiden tot conflicten binnen een huishouden. In dat geval worden hoofdbewoners gedwongen om een medebewoner de deur te wijzen of het ontstaan van schulden voor lief te nemen. Een dilemma, zeker daar waar het gaat om ouders en kinderen. Ook het bereiken van de leeftijd van 21 jaar van een thuiswonend kind kan tot complicaties leiden. Heeft een thuiswonend kind een baan of een uitkering, en was een vrijwillige bijdrage aan het huishouden eerder niet nodig of vanzelfsprekend, vanaf 21 jaar wordt die bijdrage noodzakelijk omdat de uitkering van de ouders wordt verlaagd. (Gezags-) verhoudingen binnen het gezin kunnen daardoor dermate veranderen dat dit tot problemen leidt. In dit verband is vermeldenswaardig dat in het recent door het ministerie van VWS gelanceerde actieprogramma “dak – en thuisloze jongeren”, waaraan de gemeente Den Haag als pilotgemeente deelneemt, door staatssecretaris Blokhuis een verband gelegd wordt tussen de kostendelersnorm en dakloze jongeren.
De kostendelersnorm is een ingewikkelde regeling, mede door toedoen van diverse uitzonderingen die voor deze regeling gelden. Jongeren tot 21 jaar, studenten, commerciële kamerhuurders en kostgangers worden bij toepassing van de kostendelersformule buiten beschouwing gelaten. Uitkeringsgerechtigden en werkenden tellen wel mee. Als de status van een medebewoner wijzigt, een student stopt met studeren of een parttime werkende medebewoner besluit zijn studie weer op te pakken, dan heeft dat financiële gevolgen voor alle andere medebewoners met een uitkering. Verwarring rond inlichtingenplicht De inlichtingenplicht (PW artikel 17) schrijft voor dat de belanghebbende onverwijld uit eigen beweging mededeling doet van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. In de context van de kostendelersnorm betekent dit dat alle medebewoners een individuele plicht hebben om een wijziging binnen het huishouden aan de uitkeringsinstantie te melden. Men moet dus op elkaar letten. Dit kan soms op gespannen voet staan met de privacy van medebewoners. Een student die na zijn studie gaat werken en geen relatie met een uitkeringsinstantie heeft, voelt wellicht geen enkele verplichting dit ook aan medebewoners te melden.
Ook wordt er nogal eens (niet geheel onterecht) van uit gegaan dat een gemelde verhuizing bij de afdeling bevolking (DPZ) automatisch wordt doorgegeven aan SZW (één-loket gedachte). Tijdelijke ontheffing van de kostendelersnorm Voor uitkeringsgerechtigden vormt de kostendelersnorm een drempel om medeburgers onderdak te verlenen. Dat heeft immers direct effect op de hoogte van de uitkering van de hoofdbewoner en eventueel al aanwezige medebewoners. Op aandringen van gemeenten heeft de toenmalige staatssecretaris van SZW gemeenten discretionaire bevoegdheid verleend om tijdelijk van de kostendelersnorm af te kunnen zien als toepassing daarvan tot onredelijke of schrijnende situaties leidt (maatwerk). Van deze mogelijkheid tot tijdelijke ontheffing van de kostendelersnorm is sinds de invoering van de kostendelersnorm in 2015 (niet alleen in Den Haag, maar ook landelijk) maar zeer beperkt gebruik gemaakt. In opdracht van het ministerie van SZW heeft het CBS in 2017 een kwalitatief onderzoek uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de mate waarin gemeenten maatwerk leveren bij het toepassen van de kostendelersnorm en om na te gaan of hierover kwantitatieve gegevens zouden kunnen worden verzameld door het CBS. Voor dit onderzoek zijn interviews afgenomen bij 42 berichtgevers, die
3/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
75 gemeenten vertegenwoordigen (waaronder de gemeente Den Haag). Het CBS onderzoek sluit haar onderzoek af met de volgende conclusies : - gemeenten leveren in beperkte mate maatwerk in het kader van de kostendelersnorm en indien er maatwerk geleverd wordt, gaat het meestal om een situatie die door de gemeenten als ‘schrijnend’ beoordeeld wordt. - gegevens over het toepassen van maatwerk in het kader van de kostendelersnorm zijn niet eenvoudig af te leiden uit het gemeentelijke registratiesysteem. Daardoor is het niet mogelijk om deze informatie op te nemen in de Bijstandsuitkeringenstatistiek. Aangenomen wordt dat het lage aantal ontheffingen veroorzaakt wordt doordat gemeenten hun werk niet goed doen. Dat wordt onderstreept door geregeld terugkerende raadsvragen over dit onderwerp vanuit die invalshoek. Op die aanname valt echter wel wat af te dingen. Het CBS stelt in haar onderzoek namelijk ook vast dat de meeste, van de 75 geraadpleegde, gemeenten aangeven dat er weinig gevallen zijn waarbij het toepassen van maatwerk in het kader van de kostendelersnorm noodzakelijk is. Een andere notie is dat de geringe behoefte aan maatwerk veroorzaakt wordt doordat uitkeringsgerechtigden, die zelf al tot de meest kwetsbaren in de samenleving behoren, gewoon de spankracht niet bezitten om ook nog eens dagelijks met de problemen van een ander te worden geconfronteerd.
Dakloze medeburgers in nood kampen niet zelden met een combinatie van problemen zoals werkloosheid, echtscheidingsproblemen, psychische en/of verslavingsproblemen. Vaak zijn er ook problematische schulden en zit de hoofdbewoner niet te wachten op bezoek van deurwaarders of “foute” vrienden. Een tijdelijke ontheffing van de kostendelersnorm neemt deze bezwaren niet weg. Mantelzorg Den Haag kent veel alleenstaande ouderen en andere zorgbehoevenden, waarvan een aanzienlijk aantal in meer of mindere mate afhankelijk is van mantelzorg en WMO maatwerkarrangementen. De kostendelersnorm frustreert de mogelijkheid om een zorgbehoevende permanent in huis op te nemen. Dat heeft namelijk een nadelig effect op de hoogte van de bijstandsuitkering. Is er in het kader van de Participatiewet sprake van een gezamenlijke huishouding, dan kan dat zelfs tot beëindiging van de uitkering leiden. Dit terwijl tegenover deze vorm van mantelzorg maatschappelijk gezien veel voordelen staan. WMO voorzieningen kunnen worden afgeschaald, het lost indien van toepassing eenzaamheid op, de belasting van mantelzorg op directe naasten neemt af en mogelijk laat een zorgbehoevende een zelfstandige woning achter. Uitvoering van de kostendelersnorm is zeer bewerkelijk en leidt vaak tot verrekeningen en vorderingen De gemeente Den Haag kent circa 3.000 uitkeringsgerechtigde kostendelers.
Verhuist een medebewoner, komt er een medebewoner bij, gaat een medebewoner studeren, wordt een medebewoner 21 jaar : al deze en andere wijzigingen zijn van invloed op de hoogte van de uitkering van álle medebewoners. Een wijziging in het huishouden leidt dan ook meestal tot meerdere mutaties van uitkeringen. Wijzigingen worden niet of niet altijd tijdig doorgegeven. Dit omdat de ene medebewoner verwacht dat de ander dat zal doen of omdat men er vanuit gaat dat de uitkeringsinstantie al op geautomatiseerde wijze over de wijziging op de hoogte is gesteld. Die geautomatiseerde signalen over wijzigingen, via het inlichtingen bureau (IB) verkregen, zijn altijd gedateerd (± 2 maanden). Dat leidt er toe dat alle mutaties met terugwerkende kracht worden verwerkt. Dit brengt verrekeningen met zich mee en als dat niet met lopende uitkeringen kan worden vereffend, dan ontstaan er vorderingen. Van alle wijzigingen moeten beschikkingen worden aangemaakt. Daarnaast leidt een en ander niet zelden tot fouten, vragen, bezwaarschriften en tot interventie van de ombudsman.
4/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
Maandelijks ontvangt de gemeente Den Haag circa 1000 IB-signalen. Na handmatige filtering blijven er gemiddeld 200 signalen over die nader onderzocht moeten worden en tot mutaties leiden. Bezwaren van maatschappelijke organisaties tegen invoering van de kostendelersnorm Ten tijde van de invoering van de kostendelersnorm hebben tal van maatschappelijke organisaties zich uitgesproken over de risico’s die deze wetswijziging met zich mee brengt (en het gelijk lijkt nu aan hun zijde te staan), zoals : jongeren willen of mogen niet langer ingeschreven staan bij hun ouders en worden als spookjongere uitgeschreven, al dan niet gekoppeld aan een daadwerkelijke uitverhuizing; mensen die inwonen bij anderen om daar mantelzorg te verrichten, kiezen daar niet meer voor omdat ze gekort worden op de uitkering; mensen zijn minder bereid om anderen, die geen eigen huisvesting hebben, op te vangen. Het ministerie van VWS is inmiddels een actieprogramma dak – en thuisloze jongeren gestart, met als doel een continu verbeterende uitvoeringspraktijk met een forse vermindering van het aantal dak- en thuisloze jongeren in Nederland tot gevolg (geschat 11.000). Gemeenten kampen met grote tekorten op de WMO. Door vergrijzing, het langer thuis wonen van inwoners, toenemende vraag naar ondersteuning en stijgende tarieven verwachten gemeenten verder oplopende tekorten.
De afgelopen jaren is het aantal dak- en thuislozen sterk toegenomen (geschat 31.000). Medebewonersnorm als alternatief voor de kostendelersnorm De kostendelersnorm werkt zo dat het (bijstand) verzamelinkomen van een huishouden toeneemt met 30% van de geldende gezinsnorm als er een kosten delend persoon aan het huishouden wordt toegevoegd (zie kostendelersformule). Het omgekeerde geldt ook. Het verzamelinkomen neemt met 30% af als een kostendeler uit het huishouden verdwijnt of als een uitzondering op de kostendelersnorm van toepassing wordt. Het voor het huishouden geldende verzamelinkomen wordt gelijkelijk verdeeld over het aantal kosten delende personen van het huishouden, met als uitkomst een voor iedere bewoner gelijke individuele uitkeringsnorm (bijvoorbeeld 2 x 50%, 3 x 43,33%, 4 x 40% enz.). De wetgever gaat er vanuit dat het op die wijze berekende verzamelinkomen als sociaal minimum voor het betreffende huishouden volstaat. Als afgeleide van de gezinsnorm bedraagt eerdergenoemde 30% een constant bedrag van € 440 per maand. Zonder afbreuk te doen aan het principe van het verzamelinkomen, waarmee een stapeling van uitkeringen achter éen voordeur wordt getemperd, is een simpeler verdeling van de ontvangen uitkeringen binnen een huishouden gewenst en ook mogelijk.
Voorgesteld wordt dat de voor huur en nutsvoorzieningen aansprakelijke hoofdbewoner altijd de volledige normuitkering ontvangt. Er wordt een standaard medebewonersnorm van € 440 1 geïntroduceerd. De toepasselijke verzamelinkomens voor de meerpersoonshuishoudens blijven ongewijzigd, waarmee het sociaal minimum voor een huishouden ook gegarandeerd blijft. 2 persoonshuishouden kostendelersnorm 2 persoonshuishouden medebewonersnorm 3 persoonshuishouden kostendelersnorm 3 persoonshuishouden medebewonersnorm enzovoorts.
= 2 x 50% = (1 x 70%) + (1 x 30%) = 3 x 43 1/3% = (1x 70%) + (2 x 30%)
= totaal 100% wml = totaal 100% wml = totaal 130% wml = totaal 130% wml
1 norm per 1 januari 2019
5/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
Effecten van de medebewonersnorm 1. Onderlinge financiële afhankelijkheid neemt af Hoofdbewoners zijn niet langer afhankelijk van een financiële bijdrage van medebewoners om huur en nutsvoorzieningen te kunnen betalen. Medebewoners ontvangen een lagere uitkering. Dat is gerechtvaardigd omdat zij niet langer hoeven bij te dragen aan de vaste lasten van het gedeelde huishouden. De risico’s voor de hoofdbewoner(s) op betalingsachterstanden en schulden nemen af. Financiële conflicten tussen hoofdbewoners en medebewoners over de betaling van vaste woonlasten, met als mogelijk gevolg uithuiszetting en dakloosheid van een medebewoner, zijn niet langer aan de orde. 2. Individuele inkomenszekerheid Een wijziging in de situatie van een medebewoner heeft geen financiële gevolgen meer voor andere bewoners. Dat geeft inkomenszekerheid op individueel niveau. Financiële verplichtingen die worden aangegaan komen niet door wisselende inkomsten onder druk te staan. Kans op het ontstaan van schulden neemt daarmee af. 3. Inlichtingenplicht wordt beperkt tot de persoonlijke situatie De inlichtingenplicht wordt beperkt tot de eigen persoonlijke situatie en strekt zich niet langer uit tot die van andere medebewoners. Dat schept duidelijkheid in de relatie tussen de uitkeringsinstantie en uitkeringsgerechtigde. 4.
Geen financiële drempel meer om medeburgers onderdak te verlenen Het in huis nemen van een dakloos persoon heeft geen gevolgen meer voor de hoogte van de uitkering van de hoofdbewoner en eventuele medebewoners. 5. Geen drempel om zorgbehoevenden permanent in huis op te nemen Den Haag kent veel alleenstaande ouderen en andere zorgbehoevenden, waarvan een aanzienlijk aantal in meer of mindere mate afhankelijk is van mantelzorg en WMO maatwerkarrangementen. Hoofdbewoners en eventuele medebewoners kunnen zonder de financiële gevolgen van de kostendelersnorm overgaan tot het in huis nemen van een zorgbehoevende. WMO voorzieningen kunnen dan mogelijk worden afgeschaald, het lost indien van toepassing eenzaamheid op, de belasting van mantelzorg door directe naasten neemt af en mogelijk laat een zorgbehoevende een zelfstandige woning achter. 6. Regeldruk voor de uitkeringsinstantie neemt af. Het aantal uitkeringsmutaties, verrekeningen, vorderingen, beschikkingen als ook administratieve fouten neemt drastisch af. Mutaties Verhuist een medebewoner, en blijven er bijvoorbeeld 3 uitkeringsgerechtigde bewoners achter in de woning, dan moeten onder het regime van de kostendelersnorm de uitkeringen van de achterblijvende personen worden aangepast. Voor de verhuizende persoon volgt een adresmutatie en aanpassing van de uitkering afhankelijk van de nieuwe woonsituatie.
Is op het nieuwe adres ook sprake van uitkeringsgerechtigde medebewoners, dan leidt dit voor hen ook tot een wijziging van de hoogte van de uitkering. Bij toepassing van de medebewonersnorm veranderd de uitkering van de achterblijvende bewoners niet. Afhankelijk van de nieuwe woonsituatie wordt de uitkering van de verhuizende persoon aangepast. Is op het nieuwe woonadres ook sprake van uitkeringsgerechtigde medebewoners, dan leidt dit voor hen niet tot een wijziging van de uitkering. De geschetste situatie leidt onder de kostendelersnorm tot tenminste 5 mutaties. Onder de medebewonersnorm nog maar tot 1 mutatie.
6/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
Verrekeningen/vorderingen Een nieuwe medebewoner wordt opgenomen in een huishouden, dat eerder al uit 2 uitkeringsgerechtigde personen bestond. Een dergelijke gebeurtenis wordt veelal pas doorgegeven als e.e.a. feit is of wordt met vertraging (via IB –signalen) door de uitvoeringsorganisatie (arbeidsintensief) opgemerkt. Onder het regime van de kostendelersnorm moeten in dit voorbeeld tenminste 2 uitkeringen achteraf worden verlaagd. De ten onrechte ontvangen bijstand wordt indien mogelijk met lopende uitkeringen vereffend. Is die correctie te groot (wordt de maanduitkering daardoor te laag), dan moeten vorderingen en betalingsregelingen worden getroffen. Als de medebewonersnorm geldt dan zijn dergelijke verrekeningen/correcties niet meer aan de orde. Een nieuwe mede bewoner heeft dan namelijk geen invloed meer op de hoogte van de uitkeringen van al aanwezige bewoners. De geschetste situatie leidt onder de kostendelersnorm tot 2 verrekeningen en mogelijk evenzoveel vorderingen. Onder de medebewonersnorm doet zich dit niet voor. Beschikkingen Elke wijziging van een uitkering of vaststelling van een vordering leidt tot een beschikking. Zoals al eerder aangegeven leidt, onder het regime van de kostendelersnorm, een wijziging in de situatie van een medebewoner ook altijd tot wijziging van de uitkering van medebewoners, vaak ook met vorderingen of verrekeningen als gevolg.
Meerdere beschikkingen moeten dan worden afgegeven. Onder de medebewoners kan volstaan worden met een beschikking die alleen betrekking heeft op de persoon waarvoor de mutatie geldt of kan die zelfs worden afgedaan met een administratieve verhuismutatie . Het aantal af te geven beschikkingen neemt onder de medebewonersnorm drastisch af. Fouten De kostendelersnorm is, met alle mogelijke uitzonderingen, een ingewikkelde en bewerkelijke regeling en daardoor gevoelig voor het maken van ambtelijke fouten. Bij invoering van de medebewonersnorm vervallen deze uitzonderingen. Ook is de medebewonersnorm voor burgers eenduidiger en beter te begrijpen en leidt dit, in tegenstelling tot de kostendelersnorm, tot veel minder onbedoelde fouten door uitkeringsgerechtigden. 7. Sneller aan het werk De betrekkelijk geringe bijstandsuitkering (30% wml) voor medebewoners maakt dat een kleine parttime baan al gauw voldoende inkomen oplevert om uit de bijstand te geraken. Anderhalve dag per week werken is al voldoende. Een extra prikkel richting financiële zelfstandigheid, die ook de financiële (kwetsbare) positie van een huishouden in zijn geheel ten goede kan komen.
Geen hoofdbewoner(s) aan te wijzen (Haagse situatie statushouders) Voor situaties waarbij er geen sprake is van een hoofdbewoner, zoals bij niet-commercieel kamer hurende statushouders op groepslocaties, moet de medebewonersnorm individueel worden aangevuld met de kosten van kamerhuur en nutsvoorzieningen. Het betreft hier een uitzondering op de regel (maatwerk) en de extra kosten blijven beperkt. Een statushouder op een groepslocatie ontvangt momenteel minimaal een uitkering van € 586 (max. 4 kostendelers). De medebewonersnorm van € 440 moet aangevuld worden met huur en service kosten van € 230 tot een totaal van € 669. In de meeste gevallen is er sprake van minder dan 4 kostendelers. Bij 3 kostendelers bedraagt de individuele uitkering € 635. Dit bedrag is nagenoeg gelijk aan de medebewonersnorm inclusief aanvulling woonkosten. In enkele situaties (bij 2 kostendelers) gaan statushouders er op achteruit. Daar staat inkomenszekerheid tegenover. Voor deze statushouders valt een toekomstige verlaging van de uitkering, door een toename van het aantal kostendelers, overigens ook niet uit te sluiten.
7/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
NB. het college heeft aangegeven in de toekomst geen gebruik meer te willen maken van grootschalige opvanglocaties en de huidige locaties te willen afbouwen. Bijstandskosten medebewonersnorm t.o.v. kostendelersnorm Afhankelijk van het soort inkomen van hoofd- en medebewoners, vertoont toepassing van de medebewonersnorm een kostenverschil vergeleken met de toepassing van de kostendelersnorm. Uit de tabel op de volgende pagina blijkt dat : 1.
2.
3.
wanneer alle bewoners uitkeringsgerechtigd zijn, dan blijft het totaal aan bijstandsverlening binnen het betreffende huishouden gelijk na omzetting van de kostendelersnorm naar de medebewonersnorm. wanneer de hoofdbewoner uitkeringsgerechtigd is en één of meerdere medebewoners een inkomen uit arbeid hebben, dan neemt het totaal aan bijstandsverlening binnen het betreffende huishouden toe na omzetting van de kostendelersnorm naar de medebewonersnorm. wanneer de hoofdbewoner een inkomen uit arbeid heeft en één of meerdere medebewoners zijn uitkeringsgerechtigd, dan neemt het totaal aan bijstandsverlening binnen het betreffende huishouden af na omzetting van de kostendelersnorm naar de medebewonersnorm.
Of introductie van de medebewonersnorm extra kosten van bijstand met zich mee brengt hangt af van de verhouding waarin de hiervoor genoemde situaties zich voordoen. Ook de omvang van de huishoudens speelt daarbij een rol. In Den Haag gaat het in 47% van de gevallen om 2persoonshuishoudens, in 35% om 3- persoonshuishoudens en in 18% van de gevallen is er sprake van een huishouden van 4 of meer personen. Valt er wel rond te komen van de medebewonersnorm ? Met de invoering van de medebewonersnorm wordt de medebewoner niet langer geacht bij te dragen aan de woonkosten van de hoofdbewoner. De uitkeringsgerechtigde hoofdbewoner ontvangt een volledige uitkering en kan die kosten daaruit volledig voldoen. Uit het op de laatste pagina geplaatste overzicht (deels met info NIBUD) valt op te maken dat de medebewonersnorm weliswaar niet ruim is, maar volstaat om in de meest noodzakelijke kosten te kunnen voorzien. Een medebewoner heeft maandelijks, in het ongunstigste geval van een 2- persoonshuishouden, nog ongeveer € 50 aan vrije ruimte in het inkomen. Een kleine bijdrage in de meerkosten van energie & water is nog mogelijk.
8/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
Uitkeringseffecten kostendelersnorm en medebewonersnorm vergeleken Alleenstaande
KDN totaal
MBN totaal
medebewoner 2
medebewoner 3
uitkeringen
uitkeringen
verschil
uitkering
n/a
n/a
€ 1.466
€ 1.466
€0
uitkering
uitkering
n/a
€ 1.906
€ 1.906
€0
uitkering
uitkering
uitkering
uitkering
€ 2.346
€ 2.346
€0
uitkering
uitkering
werkt
n/a
€ 1.270
€ 1.465
-€ 195
uitkering
uitkering
uitkering
werkt
€ 1.758
€ 1.906
-€ 148
uitkering
uitkering
werkt
werkt
€ 1.172
€ 1.465
-€ 293
uitkering
werkt
n/a
n/a
€ 733
€ 1.026
-€ 293
uitkering
werkt
werkt
n/a
€ 635
€ 1.026
-€ 391
uitkering
werkt
werkt
werkt
€ 586
€ 1.026
-€ 440
werkt
uitkering
n/a
n/a
€ 733
€ 440
€ 293
werkt
uitkering
uitkering
n/a
€ 1.370
€ 880
€ 490
werkt
uitkering
uitkering
uitkering
€ 1.758
€ 1.320
€ 438
werkt
werkt
uitkering
n/a
€ 635
€ 440
€ 195
werkt
werkt
werkt
uitkering
€ 586
€ 440
€ 146
KDN totaal
MBN totaal
verschil
hoofdbewoner
medebewoner 1
medebewoner 2
medebewoner 3
uitkeringen
uitkeringen
uitkering
uitkering
n/a
n/a
€ 1.906
€ 1.906
€0
uitkering
uitkering
uitkering
n/a
€ 2.346
€ 2.346
€0
uitkering
uitkering
uitkering
uitkering
€ 2.784
€ 2.784
€0
uitkering
uitkering
werkt
n/a
€ 1.758
€ 1.905
-€ 147
uitkering
uitkering
uitkering
werkt
€ 2.227
€ 2.345
-€ 118
uitkering
uitkering
werkt
werkt
€ 1.670
€ 1.905
-€ 235
uitkering
werkt
n/a
n/a
€ 1.270
€ 1.465
-€ 195
uitkering
werkt
werkt
n/a
€ 1.172
€ 1.465
-€ 293
uitkering
werkt
werkt
werkt
€ 1.113
€ 1.465
-€ 352
werkt
uitkering
n/a
n/a
€ 635
€ 440
€ 195
werkt
uitkering
uitkering
n/a
€ 1.172
€ 880
€ 292
werkt
uitkering
uitkering
uitkering
€ 1.670
€ 1.320
€ 350
werkt
werkt
uitkering
n/a
€ 586
€ 440
€ 146
werkt
werkt
werkt
uitkering
€ 557
€ 440
€ 117
hoofdbewoner
medebewoner 1
uitkering uitkering
echtpaar
KDN = kostendelersnorm MBN = medebewonersnorm N/A = niet aanwezig of uitzondering
9/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/
Medebewonersnorm en kosten van levensonderhoud
medebewonersnorm en kosten van levensonderhoud norm inclusief vt
norm exclusief vt
€ 439,51
€ 417,53
comp. Nachtopvang voor dak- en thuisloze
€ 29,30 = 2% echtparennorm
(bron NIBUD)
huishouden
man
kosten voeding
1 persoon 225,69
2 personen 205,31
3 personen 164,25
4 personen 143,87
vrouw
kosten voeding
202,88
184,33
145,70
134,44
ziektekosten inclusief eigen risico collectief VGZ
€ 155,03
zorgtoeslag
€ 99,00
ziektekosten
€ 56,03
overige kosten kleding en schoeisel
€ 25,00
persoonlijke verzorging
€ 23,00
vervoer
€ 20,00
mobiele telefoon
€ 10,00
was en schoonmaakmiddelen
€ 7,00
reservering onvoorziene kosten
€ 20,00
totaal
€ 105,00
vrije bestedingsruimte medebewoner (min.)
€ 51,19
vrije bestedingsruimte thuisloze
€ 60,11
vrije bestedingsruimte dakloze
€ 60,11
10/10