Bijlage 3 - inspraakversie Beleidsregels bij Waterschapsverordening AGV 2021.pdf
Tekst van het document
De watervergunning of het maatwerkvoorschrift voor de aan- en afvoer en lozen en onttrekken van
oppervlaktewater uit wateren gelegen in polders wordt alleen verleend als het verenigbaar is met: − −
De oogmerken als bedoeld in artikel 2.4.1.2 van de Waterschapsverordening;
De specifieke zorgplichten als bedoeld in artikel 2.4.1.3 van de Waterschapsverordening,
waarbij rekening wordt gehouden met de volgende standaarden en maatstaven: a)
De belangen van derden worden niet geschaad;
c)
De stroomsnelheid mag niet groter worden dan 0,2 m/s; en
b) d) e) f)
De waterpeilen blijven voldoen aan de vastgestelde peilbesluiten; Het verhang in het water in polders wordt niet hoger dan 1cm/km; en
Indien een gelijktijdige lozing en onttrekking van water gewenst is, vindt dit bij voorkeur plaats in hetzelfde peilgebied; en
De onttrekking of afvoer van water vindt tenminste 400 m vanaf de grens van een natuurgebied plaats.
Motivering Oogmerken en specifieke zorgplicht De oogmerken en specifieke zorgplicht voor oppervlaktewater richten zich op het functioneren van het watersysteem. Voor bepaalde activiteiten is het nodig om (tijdelijk) water aan- of af te voeren, te lozen of te onttrekken. Dit kan risico’s opleveren voor het watersysteem, waarbij de volgende mechanismen een rol kunnen spelen: −
Verandering in stroming: dwarsstroming kan risico’s opleveren voor schepen, vooral bij aanvoeren en lozingen. Bij afvoeren en onttrekken zijn de effecten op stroming minder. Zie Richtlijnen
Vaarwegen 2011 van Rijkswaterstaat paragrafen 3.3.4 en verder. Bij hogere stroomsnelheden is er een kans op beschadiging van de oevers. Oeverbeschoeiing kan deze beschadigingen beperken, maar aan de plaatsing daarvan kleven ook nadelen; −
Peilwijziging: peilveranderingen, vooral verlagingen, in de teensloot van een waterkering kunnen de stabiliteit negatief beïnvloeden. Bij de te hoge of te lage waterpeilen kunnen andere belangen die afhankelijk zijn van het waterpeil hinder of schade ondervinden.
Toelichting Beleidsregel 15.1 De beleidsregels geven een uitleg aan de beoordelingsregels uit de Waterschapsverordening. Deze beoordelingsregels staan in de oogmerken en de zorgplicht. −
ad c: De stroomsnelheid mag niet groter worden dan 0,2 m/s om hinder voor scheepvaart en schade aan oevers te voorkomen;
Beleidsregels AGV
versie mei 2020
Pagina 97 van 111
−
ad d: Wanneer het verhang te groot wordt zal het waterpeil te veel gaan afwijken. Afwijken van het
streefpeil is verboden zonder vergunning. Op dergelijke afwijkingen zijn de regels uit hoofdstuk 14 “wijzigen van het waterpeil” van toepassing; −
ad e: Voor energiesystemen zijn vaak grote debieten nodig om de warmte (en soms koude) uit het oppervlaktewater te winnen. Hierbij is geen sprake van een berging omdat er gelijktijdig
onttrokken en geloosd wordt. De effecten op het watersysteem en de beheersbaarheid ervan zijn het kleinst wanneer dit plaats vindt binnen hetzelfde peilgebied; −
ad f: Een onttrekking en/of lozing kan direct en indirect (bijv. door extra inlaat van gebiedsvreemd water) leiden tot een verslechtering van de waterkwaliteit. Daarom mag dit niet vlak bij een natuurgebied plaatsvinden.
Beleidsregels AGV
versie mei 2020
Pagina 98 van 111
16. Beleidsregel voor de vergoeding van kosten van het verleggen van kabels en leidingen
16.1. Reikwijdte Bij de uitvoering van projectplannen door het waterschap kan het voorkomen dat kabels en leidingen
verlegd moeten worden. Voor de berekening en verdeling van de kosten voor het verleggen van kabels en leidingen als gevolg van door het Rijk uitgevoerde werken heeft de minister van destijds Verkeer en waterstaat (nu: Infrastruur en milieu) de ’Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorweg-werken 1999 (NKL 1999)’ vastgesteld. Het bestuur verklaart de NKL 1999 van overeenkomstige toepassing bij: a)
De voorbereiding van projecten door het waterschap waarbij het verleggen van kabels en leidingen
b)
De behandeling van een verzoek om schadevergoeding, als bedoeld in hoofdstuk 4 van de
aan de orde is;
Waterschapsverordening, waarbij vergoeding van de kosten van het verleggen van kabels en leidingen wordt verzocht.
Beleidsregels AGV
versie mei 2020
Pagina 99 van 111
17. Bijlagen 17.1. Begripsbepalingen bij beleidsregels Bij de beleidsregels wordt verstaan onder: Leggerprofiel: het gedefinieerde minimaal vereiste theoretische profiel van een waterkering dat nodig is voor de noodzakelijke bescherming tegen water van buiten (zie onderstaande figuur).
Profiel van vrije ruimte: de (in de ondergrond) rond het leggerprofiel gereserveerde (naar verwachting
benodigde) ruimte voor in de toekomst benodigde versterking en ophoging (zie onderstaande figuur). Als het Leggerprofiel niet in de legger is weergegeven (dan leggerprofiel genoemd) dan geldt onderstaande.
Het leggerprofiel en profiel van vrije ruimte hebben: a.
Een kruinbreedte van 3 meter;
c.
Een hellinghoek van het talud van 1 : 4 in een ondergrond met overwegend zand;
b. d.
Een hellinghoek van het talud van 1 : 3 in een ondergrond met overwegend klei;
Een hellinghoek van het talud van 1 : 6 in een ondergrond met overwegend veen.
Beleidsregels AGV
versie mei 2020
Pagina 100 van 111