CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Factsheet verborgen armoede in Amsterdam.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 21 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Brede monitor armoederegelingen en stopzetten Stadspas voor AOW’ers die niet tot de minima behoren. (VN2023-014241)1.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Factsheet Verborgen Armoede Gemeente Amsterdam

Wieteke Conen AIAS-HSI, Universiteit van Amsterdam

Resultaten gebaseerd op eigen berekeningen AIAS-HSI op basis van nietopenbare microdata van het Centraal Bureau voor de statistiek. © Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies – Hugo Sinzheimer Instituut (AIAS-HSI), Universiteit van Amsterdam

Armoede en verborgen armoede: op of onder het sociaal minimum, 101% Huishoudens onder armoedegrens in 2018, beleidsmatig minimum 101%

Amsterdam: 11,1%

Nederland:

Aandeel verborgen armoede

Amsterdam: 42,2%

range: 2,1 tot 12,8% gemiddelde: 6,9%

Armoederisico en verborgen armoederisico, 2011-2018 Op of onder beleidsmatig minimum (101%)

Nederland:

range: 23,7 tot 84,0% gemiddelde: 38,9%

Langdurig armoederisico en verborgen armoederisico, 2014-2018 Op of onder beleidsmatig minimum (101%)

Kenmerken verborgen armoede, beleidsmatig minimum 101%, 2018 Niveau huishouden Huishoudenssamenstelling Eenpersoonshuishouden Eenoudergezin Paar zonder kinderen Paar met kinderen en overig Belangrijkste inkomensbron Inkomen uit werk in loondienst Inkomen uit werk als zelfstandige Uitkering ziekte/arbeidsongeschiktheid Uitkering overige sociale voorziening Overig Persoonsniveau Leeftijd 0-4 jaar 5-14 jaar 15-24 jaar 25-34 jaar 35-44 jaar 45-54 jaar 55-64 jaar Geslacht Man Vrouw Opleidingsniveau Laag Midden Hoog

Nederland

Amsterdam

Gecorrigeerd

60,2% 13,7% 10,8% 15,4%

70,1% 9,5% 8,8% 11,6%

73,2% 7,4% 9,8% 9,6%

25,9% 29,5% 19,6% 13,3% 11,8%

23,0% 42,8% 14,4% 10,1% 9,6%

26,8% 50,4% 7,5% 5,6% 9,7%

5,2% 14,7% 10,3% 14,6% 14,7% 17,4% 23,1%

4,9% 11,8% 9,0% 18,4% 16,5% 18,2% 21,2%

4,3% 8,2% 9,5% 22,6% 17,4% 19,2% 18,9%

47,4% 52,6%

49,1% 50,9%

50,6% 49,4%

51,7% 30,4% 17,8%

44,3% 24,0% 31,7%

36,4% 25,3% 38,3%

Armoede en verborgen armoede: onder het sociaal minimum, 120% Huishoudens onder armoedegrens in 2018, beleidsmatig minimum 120%

Amsterdam: 17,1%

Nederland:

Aandeel verborgen armoede

Amsterdam: 50,3%

range: 2,7 tot 20,8% gemiddelde: 11,8%

Armoederisico en verborgen armoederisico, 2011-2018 Onder beleidsmatig minimum (120%)

Nederland:

range: 37,4 tot 88,5% gemiddelde: 51,1%

Langdurig armoederisico en verborgen armoederisico, 2014-2018 Onder beleidsmatig minimum (120%)

Kenmerken verborgen armoede, beleidsmatig minimum 120%, 2018 Niveau huishouden Huishoudenssamenstelling Eenpersoonshuishouden Eenoudergezin Paar zonder kinderen Paar met kinderen en overig Belangrijkste inkomensbron Inkomen uit werk in loondienst Inkomen uit werk als zelfstandige Uitkering ziekte/arbeidsongeschiktheid Uitkering overige sociale voorziening Overig Persoonsniveau Leeftijd 0-4 jaar 5-14 jaar 15-24 jaar 25-34 jaar 35-44 jaar 45-54 jaar 55-64 jaar Geslacht Man Vrouw Opleidingsniveau Laag Midden Hoog

Nederland

Amsterdam

Gecorrigeerd

63,4% 15,6% 8,6% 12,4%

69,1% 11,3% 7,7% 12,0%

73,7% 7,3% 8,8% 10,1%

27,3% 17,0% 22,3% 24,6% 8,8%

27,5% 29,6% 19,1% 15,6% 8,1%

32,4% 38,6% 11,4% 8,9% 8,6%

5,2% 14,9% 11,1% 16,5% 15,2% 16,6% 20,5%

5,0% 13,0% 10,7% 17,8% 15,9% 17,4% 20,2%

4,5% 8,6% 10,6% 23,0% 16,5% 18,1% 18,6%

46,3% 53,7%

48,3% 51,7%

50,3% 49,7%

56,3% 29,7% 13,9%

47,8% 24,0% 28,2%

36,9% 25,4% 37,7%

Leeswijzer Deze factsheets vormen een aanvulling op het hoofdrapport ‘Verborgen armoede in Nederland: Een kwantitatief onderzoek naar de omvang, kenmerken, locaties en dynamiek van verborgen armen’. In dat rapport is onderzoek uitgevoerd op microdata van het CBS, en meer in het bijzonder op microdata van ‘Inkomen van huishoudens’ (INHATAB) en ‘Inkomen van personen’ (INPATAB), die informatie over de inkomens van alle ingezetenen in Nederland en van hun huishoudens omvatten. Door de samenwerking binnen het projectconsortium ‘Verborgen armoede’ hebben we deze data kunnen koppelen aan gegevens van de deelnemende gemeenten over ingezetenen die gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen voor armen (inclusief kwijtschelding van lokale lasten). De gemeenten die hiervoor gegevens hebben aangeleverd, zijn Almere, Amersfoort, Amsterdam, Hoeksche Waard, Krimpenerwaard, Lelystad en Nijmegen. In deze factsheets wordt voor de deelnemende gemeenten afzonderlijk weergegeven: -

Hoe het armoederisico en verborgen armoederisico in de gemeente zich verhoudt tot de andere Nederlandse gemeenten; Of en hoe het armoederisico en verborgen armoederisico veranderd is in de loop van de tijd; Of en hoe het langdurig armoederisico en verborgen armoederisico veranderd is in de loop van de tijd; Hoe de kenmerken van verborgen arme huishoudens in de gemeente zich verhouden tot landelijke gemiddelden, en hoe deze verdeling wijzigt op het moment dat je corrigeert voor gemeentelijke regelingen en kwijtschelding. Een (fictief) voorbeeld: Nederland Gemeente Gecorrigeerd Niveau huishouden Huishoudenssamenstelling Eenpersoonshuishouden Eenoudergezin Paar zonder kinderen Paar met kinderen en overig

60,2% 13,7% 10,8% 15,4%

72,1% 7,2% 10,7% 10,0%

73,0% 5,0% 14,0% 8,0%

Stel bovenstaande is de situatie in een gemeente. In de linker kolom is te zien dan 60,2% van de verborgen arme huishoudens in Nederland bestaat uit eenpersoonshuishoudens. In deze gemeente is echter 72,1% van de verborgen arme huishoudens een eenpersoonshuishouden (kolom 2). Met andere woorden: in deze gemeenten vormen eenpersoonshuishoudens een relatief groot deel van alle verborgen arme huishoudens. Arme eenoudergezinnen zijn in deze gemeente juist minder sterk vertegenwoordigt.

Kolom 3 geeft vervolgens de verdeling weer wanneer gecorrigeerd is voor de gemeentelijke regelingen en kwijtschelding. Wanneer kolom 2 en 3 met elkaar vergeleken worden, dan is te zien dat (in dit fictieve voorbeeld) de aanvullende gemeentelijke regelingen weinig effect hebben op deze verdeling in verborgen armoede: de groep eenpersoonshuishoudens blijft een groot deel van de verborgen arme huishoudens vorm.

Definities en afbakeningen: ›

Armoede wordt gedefinieerd als een gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen dat onder de armoedegrens ligt (Sociaal Cultureel Planbureau, 2019). Als armoedegrens wordt de beleidsmatige grens gebruikt, omdat gemeentelijk armoedebeleid veelal op dit beleidsmatig of sociaal minimum geënt is. De beleidsmatige grens is gebaseerd op het wettelijk bestaansminimum dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Voor de uitvoering van het gemeentelijk armoedebeleid wordt vaak uitgegaan van een inkomensgrens die gelijkgesteld is aan een zeker percentage van het sociaal minimum. (CBS, 2021). In deze rapportage wordt daarom gerapporteerd op een inkomen op of onder het sociaal minimum én een inkomensgrens die gelijkgesteld is aan 120 procent van het sociaal minimum (aangeduid met respectievelijk beleidsmatig minimum (101%) en (120%)).

›

Verborgen armoede heeft in dit onderzoek betrekking op arme huishoudens die geen bijstandsuitkering ontvangen van een gemeente. Arme huishoudens worden ‘bekend’ verondersteld bij gemeenten als een (of meer) van de personen binnen een huishouden een bijstandsuitkering ontvangt. Huishoudens worden verondersteld ‘verborgen’ te zijn voor een gemeente, als niemand binnen een huishouden een bijstandsuitkering ontvangt. Dat kan betekenen dat ofwel binnen het huishouden geen (enkele) uitkering ontvangen wordt, maar het kan ook zo zijn dat een uitkering van huishoudens (alleen) een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschiktheidsuitkering en/of uitkering uit overige sociale voorzieningen 1 betreft.

›

Verder hebben alle analyses in dit onderzoek betrekking op personen tot 65 jaar, huishoudens met een hoofdkostwinner tot 65 jaar en werkenden tussen de 15 en 65 jaar.

›

Wat is ‘langdurige’ armoede? In deze rapportage sluiten we aan bij de benadering van het CBS, en heeft een langdurig laag inkomen betrekking op huishoudens die gedurende vier jaar een inkomen onder een bepaalde grens hebben.

1 Onder de overige sociale voorzieningen vallen 212.000 Wajong-uitkeringen (die door het UWV worden uitbetaald) en ca. 27.000 IOAW-, IOAZ- en BBZ-uitkeringen (die door de gemeente worden uitbetaald). Slechts zo’n 11% van deze categorie is dus bekend bij de gemeente. Daarom hebben we uiteindelijk besloten deze categorie buiten beschouwing te laten bij het vaststellen of iemand ‘verborgen’ (arm) is.

Deze publicatie maakt deel uit van het project ‘Vindplaatsen verborgen armen: naar effectievere wegen om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen’ (projectnummer NWA.1239.18.00) van het onderzoeksprogramma ‘Vakkundig aan het werk - Schulden en armoede’, dat is gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Informatie over AIAS-HSI AIAS-HSI is ontstaan uit de samensmelting van twee onderzoeksinstituten van de Universiteit van Amsterdam: het Amsterdams Instituut voor Arbeids- Studies (AIAS) en het Hugo Sinzheimer Instituut (HSI). AIAS-HSI is een instituut voor multidisciplinair onderzoek en onderwijs op het terrein van (de regulering van) arbeid. Het onderzoek richt zich vooral op de veranderingen die zich voordoen op het terrein van arbeid, zowel in Nederland als internationaal. AIAS-HSI heeft tot doel om interdisciplinair onderzoek op dit terrein te stimuleren, coördineren en uit te voeren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van inzichten uit de rechtswetenschap, sociale wetenschappen, economie en andere disciplines. Voor meer informatie zie onze website www.aias-hsi.uva.nl.

Postadres

Bezoekadres

Postbus 15966 1001 NL Amsterdam

Nieuwe Achtergracht 166 1018 WV Amsterdam

+31 20 525

aias-hsi@uva.nl

aias-hsi.uva.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12852043/1