CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Deltaplan bestaanszekerheid 10 juni

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 23 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kamerbrief verkenning andere vormgeving kostendelersnorm Nr. VN2021-0171313.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oproep aan het nieuwe kabinet:

Maak werk van een Deltaplan Bestaanszekerheid! Te veel mensen hebben moeite om rond te komen, of ze nu werken of op een uitkering zijn aangewezen. En de regelingen die hen zouden moeten helpen zijn vaak ingewikkeld en te karig om de noodzakelijke ondersteuning te bieden. Het gevolg is dat grote groepen mensen een onzeker bestaan hebben met weinig perspectief op verbetering van hun positie. Dat moet anders! Wij roepen het aanstaande kabinet daarom op om werk te maken van een Deltaplan Bestaanszekerheid. In de dagelijkse praktijk zien we bijvoorbeeld dat een bijstandsuitkering onvoldoende is, de sociale zekerheid niet is toegesneden op de veranderde arbeidsmarkt, mensen verstrikt raken in complexe en soms tegenstrijdige regelgeving en dat gemeenten gehinderd worden in het bieden van oplossingen voor mensen door Haagse regeldwang. Het kan en moet anders. Wij vinden dat de bestaanszekerheid van mensen door een nieuw kabinet moet worden versterkt. De volgende elementen zijn cruciaal: 1. Een toereikend en voorspelbaar inkomen voor iedereen Hiervoor is een hoger wettelijk minimumloon nodig, met een daaraan gekoppeld adequaat sociaal minimum waar mensen van kunnen rondkomen. Zodat mensen daadwerkelijk zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien en geen beroep meer hoeven te doen op hun netwerk of bijvoorbeeld de Voedselbank, tenzij er sprake is van heel bijzondere omstandigheden.

De herziening van het toeslagenstelsel, met als kernbegrippen duidelijkheid, transparantie en eenvoud, hoort hier ook bij. 2. Vereenvoudiging van wet- en regelgeving De Participatiewet moet worden vereenvoudigd en gemoderniseerd, zodat mensen die aangewezen zijn op bijstand de wet beter begrijpen en makkelijker kunnen voldoen aan wat van hen gevraagd wordt. Daarvoor is een fundamentele brede herziening van de Participatiewet nodig. En een vereenvoudiging van het belastingstelsel (en het toeslagenstelsel) met als belangrijke aandachtspunten het verlagen van de marginale druk bij lage en middeninkomens en het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen. 3. Repareer de sociale zekerheid voor flexwerkers en zelfstandigen De huidige sociale zekerheid is niet toegerust op de steeds flexibelere arbeidsmarkt en kan daardoor onvoldoende de bestaanszekerheid borgen van een aantal groepen, met name flexwerkers en zelfstandigen. Als gemeenten anticiperen we waar mogelijk al op de aanbevelingen van de commissie Regulering van Werk in het kader van de crisisdienstverlening, maar vooral het Rijk is hier aan zet.

4. Maak werken naast een uitkering meer mogelijk Ook voor mensen die vanuit de bijstand parttime werken, tijdelijk dan wel structureel, moet werk lonen, de mogelijkheden om bij te verdienen moeten worden verruimd. 5. Verbeter de schuldhulpverlening Om bestaanszekerheid te borgen is ook effectieve schuldhulpverlening van belang om schulden waar mogelijk te voorkomen en ze anders klein te houden en snel op te lossen. Daarnaast is het op orde brengen van de financiële basis van het domein werk en inkomen een randvoorwaarde om daadwerkelijk de bestaanszekerheid van mensen te kunnen borgen en hen perspectief te bieden op de arbeidsmarkt en in brede zin. Wij realiseren ons terdege dat het versterken van de bestaanszekerheid van grote groepen mensen niet iets is dat je zo maar even doet. Dat heeft tijd nodig, vergt vastberadenheid en beleid. Maar er zijn bijvoorbeeld in de Participatiewet tal van maatregelen te nemen die het verschil voor mensen kunnen maken en die relatief eenvoudig zijn. Wij gaan ervan uit dat een nieuw kabinet deze handschoen oppakt.

Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken Amsterdam

Peter Heijkoop Wethouder Werk en Inkomen, Zorg, Arbeidsmarkt en Onderwijs Dordrecht

Naar nieuwe zekerheden De sociale zekerheid die bedoeld is om de bestaanszekerheid van mensen in een kwetsbare positie te borgen, dreigt de bestaans­ zekerheid van deze groep steeds vaker juist te ondermijnen. Onderzoek van onder andere het Nibud laat zien dat de bijstands­uitkering voor velen te laag is om van rond te komen, zelfs in combinatie met de armoedevoorzieningen van gemeenten. Gemeenten doen hun best om de gevolgen waar mogelijk te verzachten, maar kunnen niet veel meer dan pleisters plakken. Dit is onacceptabel. Directe actie van het nieuwe kabinet is noodzakelijk. Herziening van de Participatiewet staat daarbij het meest in de schijnwerpers, maar voor herstel van de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep mensen is meer nodig. Bestaanszekerheid Dit gaat over meer dan alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen. Ook zekerheid om betaalbaar te kunnen wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven zijn noodzakelijke voorwaarden voor mensen om zich te ontwikkelen en mee te kunnen doen in de samenleving. Daarmee is bestaanszekerheid in zekere zin het fundament van iemands leven, en op macroniveau van de samenleving.

Hoewel er ook op de andere aspecten van bestaanszekerheid (wonen, zorg) veel te doen is, gaan we hier in op de bestaanszekerheid in engere zin, dus de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen en het bieden van perspectief op werk. De afgelopen decennia heeft een aantal ontwikkelingen in de sociale zekerheid ertoe geleid dat de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep mensen onder druk is komen te staan. Die ontwikkeling wordt versterkt door de coronacrisis en de verwachte nasleep daarvan. We zien ten eerste dat het stelsel van sociale zekerheid in de loop van de jaren steeds complexer is geworden, met verschillende vormen van ondersteuning (zoals uitkeringen, toeslagen, bijzondere bijstand, armoederegelingen) uitgevoerd door verschillende instanties (Belastingdienst/-toeslagen, UWV, gemeenten, SVB). Als mensen een beroep doen op inkomensondersteuning kunnen zij te maken krijgen met 27 regelingen en 8 definities van het begrip inkomen of vermogen[1]. Met name de toeslagen zijn een steeds groter deel gaan uitmaken van het (minimum) inkomen dat mensen nodig hebben om hun vaste lasten en boodschappen te kunnen betalen. Zoals algemeen bekend kent het huidige toeslagenstelsel grote nadelen die tot zeer schrijnende situaties kunnen leiden (nog los van de kinderopvangtoeslagenaffaire).

Het voorschotstelsel leidt tot een groot aantal terugvorderingen en nabetalingen en daarmee tot veel onzekerheid bij mensen. Er wordt daarbij (te) veel verwacht van de aanvrager. Het huidige kabinet heeft al aangegeven dat het stelsel op de schop moet en eind vorig jaar

[1] Actal - Onderzoek naar regeldruk als gevolg van koppeling van regelingen aan inkomen van de burger. juli 2014

3 van 9

ook in een brief aan de Tweede Kamer mogelijke alternatieven op een rij gezet.[2] Dit is een traject voor de lange termijn. Voor de korte termijn is het belangrijk dat de grootste knelpunten voor mensen met een kwetsbare inkomenspositie worden opgelost. De voorschotsystematiek blijft voor de korte termijn een belangrijk aandachtspunt en bron van veel bestaansonzekerheid. Daarnaast zien we dat de huidige sociale zekerheid onvoldoende is toegerust op de steeds flexibelere arbeidsmarkt en daardoor onvoldoende de bestaanszekerheid kan borgen van een aantal groepen, het gaat dan met name om flexwerkers en zelfstandigen. Gevolg is dat juist de mensen die zijn aangewezen op flexibel werk om (weer) de stap naar de arbeidsmarkt te zetten, hier het meest last van hebben. Als het flexibele werk weer stopt, moeten ze bijvoorbeeld weer een uitkering aanvragen. Of ze krijgen door de verrekening van inkomsten met onverwachte inkomensschommelingen te maken als ze in deeltijd werken en een aanvullende uitkering hebben. En die inkomensonzekerheid houdt hen in veel gevallen ook tegen om de stap naar werk te zetten. Ook is het stelsel van uitkeringen erop gericht om mensen onder druk te zetten om in beweging te komen, uiteindelijk op straffe van kortingen op het inkomen, ook waar dat inkomen in een aantal gevallen feitelijk al onder het sociaal minimum ligt.

Deze nadruk op verplichtingen is in de afgelopen decennia stapsgewijs steeds sterker in de wet- en regelgeving verankerd[3], onder andere in de Participatiewet. En ging samen met een steeds sterkere nadruk op fraudebestrijding in de sociale zekerheid[4] die onder andere tot gevolg had dat gemeenten minder ruimte kregen om de menselijke maat te hanteren bij het terugvorderen van bijstand en het opleggen van bestuurlijke boetes. Gevolg van dit alles is dat de sociale zekerheid die bedoeld is om de bestaanszekerheid van mensen in een kwetsbare positie te borgen, in steeds meer situaties de bestaanszekerheid van deze groep juist dreigt te ondermijnen. En op dit fundament van onzekerheid is het lastig bouwen voor de doelgroep en voor de gemeenten, die een begeleidende rol hebben. Om te beginnen - een adequaat sociaal minimum is randvoorwaarde Boven alles is het de hoogste tijd om het sociaal minimum te verhogen naar een realistisch niveau. Een adequaat sociaal minimum waar (de meeste) mensen van kunnen rondkomen zorgt voor meer bestaanszekerheid en haalt meteen voor een deel de pijnlijke angel van schaarste uit de Participatiewet. Onderzoek van onder andere het Nibud [5] en Divosa [6] laat al jaren zien dat de bijstandsuitkering voor velen te laag is om van rond te komen, zelfs in combinatie met de armoedevoorzieningen van gemeenten.

Dit geldt in versterkte mate voor gezinnen met kinderen op de middelbare school. Verklaring hiervoor is dat de ontwikkeling van het sociaal minimum in de afgelopen decennia geen gelijke tred heeft gehouden met de algemene welvaartsontwikkeling. En ook de geleidelijke daling van de bijstandsuitkering sinds 2011 door een fiscale

[2] Rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/12/14/0a-eindrapportage-alternatieven-voor-het-toeslagenstelsel [3] Met de invoering van achtereenvolgens de nieuwe Algemene bijstandswet (nAbw) in 1996, de Wet werk en bijstand (WWB) in 2004, de Wet investeren in jongeren (WIJ) in 2009 en de Wet maatregelen Wet werk en bijstand en de Participatiewet in 2015. [4] Voorbeelden zijn de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (geldend van 31-12-1997 t/m 09-05-2006) en de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-Wetgeving (de ‘Fraudewet’) die in 2013 is ingevoerd. [5] Nibud Rapport | Analyse 5 jaar armoedebeleid 80 gemeenten [6] Divosa | Factsheet: wanneer rondkomen niet vanzelfsprekend is

4 van 9

maatregel (afbouwen dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon). Deze daling loopt nog door tot 2035. Over de hele periode gaat het in totaal om een daling van de bijstandsuitkering met circa € 2.000 op jaarbasis. In de publicatie Kansrijk Armoedebeleid (juni 2020) geven SCP en CPB [7] aan dat hierdoor het aantal personen in armoede na 2021 toeneemt met ruim een kwart (van 5,3 naar 6,8 % van de bevolking). Maar het gaat niet alleen om de bestaanszekerheid van mensen die een beroep moeten doen op een (bijstands)uitkering. Ook de groeiende groep werkende armen wordt geraakt door de achterblijvende ontwikkeling van het minimumloon en daarbovenop de genoemde fiscale maatregel. We zien de afgelopen jaren het aantal mensen dat een beroep doet op de Voedselbank toenemen. Concrete maatregelen • Een nieuw kabinet moet zo snel mogelijk het minimumloon met daaraan gekoppeld het sociaal minimum verhogen. Zo kunnen huishoudens weer rondkomen en meedoen in de maatschappij. • Draai de fiscale maatregel die zorgt voor een structurele daling van de bijstandsuitkering terug. Fundamentele herziening van de Participatiewet De uitkomsten van de evaluatie van de Participatiewet eind 2019[8] en recent de casus Wijdemeren[9] laten zien dat er breed draagvlak is voor een herziening van de uitgangspunten van de Participatiewet.

Die zou meer ruimte moeten geven voor het toepassen van de menselijke maat en mensen weer vanuit vertrouwen benaderen in plaats vanuit wantrouwen. Ook het rapport ‘Ongekend onrecht’[10] van de Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslagen is een aansporing voor de overheid om vanuit de bedoeling van de wet te werken en er alles aan te doen om te voorkomen dat burgers in de knel komen. 1. De regels zijn veel te ingewikkeld en de uitkomsten te weinig voorspelbaar Een belangrijke uitdaging ligt in het transparanter en voorspelbaarder maken van de regels. In het huidige stelsel kunnen op het oog vergelijkbare situaties voor mensen leiden tot verschillende en onverwachte uitkomsten. Het gaat dan om woonsituaties, maar bijvoorbeeld ook om wisselende inkomsten en het aanvaarden van ondersteuning uit het eigen netwerk (zoals in de casus Wijdemeren). Terwijl het doel van de Participatiewet juist is dat mensen op zo kort mogelijke termijn zelf in hun levens­ onderhoud kunnen voorzien. Zo zorgt de huidige regelgeving over de kostendelersnorm bijvoorbeeld voor veel onzekerheid. Veel ouders zijn bang dat zij financieel niet meer rond kunnen komen als hun meerderjarige kind thuis blijft wonen. We zien daardoor dat jongeren noodgedwongen het huis uitgaan, wat in een deel van de gevallen leidt tot dakloosheid, met alle gevolgen van dien.

[7] Cpb.nl/kansrijk-armoedebeleid [8] Scp.nl/publicaties/publicaties/2019/11/19/eindevaluatie-van-de-participatiewet [9] Wijdemeren.nl/4/Nieuws/2021/januari/College-houdt-vast-aan-besluit-over-terugvordering-bijstandsuitkering [10] Tweedekamer.nl/sites/default/files/atoms/files/20201217_eindverslag_parlementaire_ondervragingscommissie_ kinderopvangtoeslag.pdf

5 van 9

Concrete maatregelen Maak de wet minder complex en daardoor de uitkomsten voorspelbaarder om zo de bestaanszekerheid van mensen met een P-wet uitkering te verbeteren: • Schaf de kostendelersnorm af voor gezinnen met inwonende kinderen tot 27 jaar. Zorg voor een betere afstelling waardoor huishoudens niet onder het bestaans­ minimum kunnen komen en de hoofdhuurder altijd zijn verplichtingen kan nakomen. • Maak het voor gemeenten eenvoudiger om de bijstand in te laten gaan voor de meldingsdatum als de individuele omstandigheden daar aanleiding voor geven • Geef gemeenten weer de bevoegdheid om aan bepaalde groepen categoriale bijzondere bijstand te verstrekken zodat ze hun inwoners veel laagdrempeliger en met minder bureaucratie kunnen ondersteunen (dit zou nu ook de uitvoering van de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) veel eenvoudiger hebben gemaakt). 2. Door de ingewikkelde en te starre regels is de menselijke maat verdwenen. Dit ondermijnt de bestaanszekerheid. De wet- en regelgeving is zo complex dat van bijstandsgerechtigden eigenlijk niet kan worden verwacht dat zij altijd begrijpen wat zij wel of niet bij de gemeente moeten melden.

Maar gemeenten zijn wel verplicht om bij een schending van de inlichtingenplicht, ook als die onbedoeld of niet opzettelijk is, de te veel ontvangen bijstand altijd geheel terug te vorderen en een bestuurlijke boete op te leggen. Dit is niet proportioneel wanneer er sprake is van een fout of vergissing. Ook ondermijnt dit de bestaanszekerheid van bijstandsgerechtigden nog verder en brengt mensen onnodig in de problemen. Concrete maatregelen Maak de wet minder complex en daardoor de uitkomsten voorspelbaarder om zo de bestaanszekerheid van mensen met een P-wet uitkering te verbeteren: • Maak onderscheid tussen opzettelijke en onopzettelijke schending van de inlichtingenplicht en maak terugvordering een bevoegdheid i.p.v. een verplichting bij onopzettelijke schending van de inlichtingenplicht. • Regel dat gemeenten bepaalde fraudevorderingen kunnen meenemen in een minnelijke schuldregeling. • Maak het opleggen van een bestuurlijke boete een bevoegdheid (en geen verplichting) voor de gemeente. • Maak haast met het formuleren van een nieuw fraudebegrip of sta gemeenten toe te anticiperen op het fraudebegrip zoals voorgesteld in de brief van het ministerie van SZW d.d.12 november 2020. • Actualiseer het begrippenkader van de Participatiewet om de wet beter te laten aansluiten bij de huidige maatschappelijke realiteit. 3.

De Participatiewet is niet toegerust op de ondersteuning van flexibel werkenden Deze wet biedt een vangnet voor iedereen die niet in staat is zelf in zijn levensonderhoud te voorzien. De gemeente heeft de taak om te ondersteunen bij het zoeken naar werk en zo lang dat nodig is inkomensondersteuning te bieden. De Participatiewet is bedoeld als tijdelijk vangnet, het motto is dat werk boven inkomen gaat. Maar het tegenovergestelde is waar: de onzekerheid over de hoogte van het maandelijkse inkomen (door de verrekening van inkomsten met de bijstand), ontmoedigt mensen die zijn aangewezen op flexibel werk. Als wethouders hebben wij dagelijks te maken met een aantal bepalingen in de Participatiewet (en voorheen de Wet werk en bijstand) die niet meer passen bij 6 van 9

deze tijd. In de Participatiewet gaat het bijvoorbeeld om de tijd die nodig is om een uitkering aan te vragen en de strikte regels die gelden voor inkomstenverrekening (‘geen cent te veel principe’). Dit kan leiden tot schommelingen in het inkomen of zelfs een maand helemaal zonder inkomen. Maar sowieso leidt dit elke maand opnieuw tot onzekerheid over de hoogte van de bijstandsuitkering en of de vaste lasten daarvan wel betaald kunnen worden. Gemeenten ruimte bieden voor een ‘ongeveer verrekening’ die verantwoord is in het kader van de bijstandsverlening zou daarvoor een oplossing kunnen bieden. Ook ruimere mogelijkheden om bij te verdienen zijn van belang om mensen in de bijstand perspectief te bieden. We zien al veel langer dat de huidige sociale zekerheid niet is toegerust op de steeds flexibelere arbeidsmarkt en daardoor onvoldoende de bestaanszekerheid kan borgen van een aantal groepen, met name flexwerkers en zelfstandigen. Het is dan ook van groot belang dat een nieuw kabinet voortvarend aan de slag gaat met de aanbevelingen van de commissie Regulering van Werk (commissie Borstlap). En bij een arbeidsmarkt die meer is gericht op (duurzame) inzetbaarheid en opleiden/ontwikkelen hoort een sociale zekerheid die een stevigere bestaanszekerheid biedt dan nu het geval is.

Concrete maatregelen • Maak de inkomstenverrekening in de bijstand eenvoudiger - stap af van het ‘geen cent te veel principe’ en geef gemeenten de mogelijkheid (zowel juridisch als financieel) om binnen redelijke grenzen een ‘ongeveer’ verrekening van inkomsten uit werk te doen. • Regel dat bijstandsgerechtigden die parttime werken structureel mogen bijverdienen naast de uitkering zodat werken altijd loont, ook als voor langere tijd een aanvulling vanuit de bijstand nodig blijft. • Regel dat de vrijlatingsbepalingen ook voor jongeren tot 27 jaar van toepassing zijn en geef gemeenten de bevoegdheid jongeren een premie toe te kennen. • Geef gemeenten, ook na 1 juli 2021, beleidsvrijheid bij het inzetten van de zoekperiode voor jongeren tot 27 jaar. • Schrap de verplichte tegenprestatie en een aantal verplichtingen uit artikel 18, lid 4 3 uur reizen voor het werk, verhuizen voor baan. 4. De Participatiewet is niet toegerust op de ondersteuning van zelfstandigen Zoals aangegeven zien we dat de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep onder druk staat, het gaat daarbij ook om werkende minima. In dat kader schieten de mogelijkheden van gemeenten tekort om mensen te ondersteunen die werkzaam zijn in de platformeconomie als (semi) zelfstandige en daarmee niet het sociaal minimum kunnen verdienen.

Deze zelfstandigen vallen tussen wal en schip als ze niet aan de strenge voorwaarden van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) voldoen, maar ook niet voor de reguliere bijstandverlening in aanmerking komen omdat ze formeel als zelfstandig ondernemer werkzaam zijn. Zo komt een pakketbezorger die als semi- of schijnzelfstandige werkt en wisselende (lage) inkomsten heeft vaak niet in aanmerking voor bijstand. Dit knelpunt bestond al voor de coronacrisis, maar is nu des te duidelijker zichtbaar geworden. Het is van belang dat er een sociaal vangnet komt voor zelfstandigen met eenvoudigere toegangseisen dan het Bbz met vertrouwen als uitgangspunt, met ruimte voor een flexibel en ruim inkomensbegrip en met een activerend karakter.

7 van 9

Concrete maatregelen • Regel dat (semi)zelfstandigen en mensen die werkzaam zijn in de platformeconomie, en niet zelfstandig het sociaal minimum kunnen verdienen, een beroep kunnen doen op de bijstand als aanvulling op hun zelf verdiende inkomen. • Zorg bij het afbouwen van de steunpakketten in het kader van de coronacrisis voor een zorgvuldige overgang voor de zelfstandigen die nu een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Dit om te voorkomen dat zij alsnog hun activiteiten als zelfstandige moeten staken vanwege financiële problemen. En om te voorkomen dat gemeenten met zo’n grote toestroom in het Bbz te maken krijgen, welke ze niet binnen een redelijke termijn kunnen verwerken.

Tot slot De kern: het is onacceptabel dat de sociale zekerheid, die bedoeld is om de bestaanszekerheid van mensen in een kwetsbare arbeidsmarktpositie te borgen, in steeds meer situaties de bestaanszekerheid van deze groep juist dreigt te ondermijnen. Directe actie is noodzakelijk: de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep staat onder druk en hun situatie zal door de effecten van de coronacrisis mogelijk verder verslechteren. Om de bestaanszekerheid van deze mensen te borgen en hen perspectief te bieden, is het naast aanpassing van de Participatiewet ook nodig dat gemeenten in staat worden gesteld om adequate ondersteuning te bieden. Daarvoor is niet alleen uitvoerbare en op de menselijke maat toegesneden wet- en regelgeving nodig maar ook adequate financiële middelen (passend bij de opgave) voor gemeenten om deze taak uit te voeren. Zowel voor inkomensondersteuning als re-integratie. De realiteit is dat de gemeentelijke financiën op het terrein van werk en inkomen al jaren onder druk staan. In een periode van ruim 10 jaar zijn de middelen die gemeenten tot hun beschikking hebben om mensen naar werk te begeleiden meer dan gehalveerd (van ongeveer € 4.000 per persoon naar ongeveer € 1.400 per persoon). Dat blijft niet zonder gevolgen: gemeenten kunnen niet alles blijven doen met structureel minder geld.

Gemeenten hebben nu incidenteel extra middelen gekregen (voor re-integratie, armoede en schuldhulpverlening) om de gevolgen van de coronacrisis op te kunnen vangen. Maar om daadwerkelijk de bestaanszekerheid van mensen te kunnen borgen en hen perspectief te bieden op de arbeidsmarkt en in brede zin, moeten de tijdelijke investeringen een structureel karakter krijgen, en de financiële basis van het domein werk en inkomen op orde wordt gebracht.

8 van 9

Deltaplan Bestaanszekerheid

De herziening van de Participatiewet kan niet op heel korte termijn worden geregeld. Wel kan een nieuw kabinet snel grote stappen maken. Het is essentieel dat de bestaans­zekerheid van mensen hoog op de agenda komt. Wij hebben een aantal concrete maatregelen genoemd voor de eerste reparaties binnen de Participatiewet. Een deel daarvan kan al op korte termijn worden benut. Met als uiteindelijk doel te komen tot een sociaal zekerheidsstelsel dat mensen weer daadwerkelijk bestaans­ zekerheid en perspectief biedt. Daarvoor is een Deltaplan Bestaanszekerheid nodig met de volgende hoofdlijnen: 1. Een toereikend en voorspelbaar inkomen voor iedereen Hiervoor is een hoger wettelijk minumumloon nodig, met een daaraan gekoppeld adequaat sociaal minimum waar mensen van kunnen rondkomen. Zodat zij daadwerkelijk zelf in hun bestaan kunnen voorzien en geen beroep meer hoeven te doen op hun netwerk of bijvoorbeeld de Voedselbank, behalve in uitzonderlijke omstandigheden. De herziening van het toeslagenstelsel, met als kernbegrippen duidelijkheid, transparantie en eenvoud, hoort hier ook bij. Dit draagt bij aan het terugbrengen van het aantal inkomens­afhankelijke regelingen waarop mensen een beroep moeten doen en daarmee aan minder administratieve lasten en stress. 2.

Vereenvoudiging van wet- en regelgeving De Participatiewet moet worden vereenvoudigd en gemoderniseerd, zodat mensen die aangewezen zijn op bijstand de wet beter begrijpen en makkelijker kunnen voldoen aan wat van hen gevraagd wordt. Daarvoor is een fundamentele brede herziening van de Participatiewet nodig. Ook is een vereenvoudiging van het belasting(toeslagen)stelsel nodig. Belangrijke aandachtspunten zijn daarbij: het verlagen van de marginale druk bij lage- en middeninkomens en het verkleinen van het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen. 3. Repareer de sociale zekerheid voor flexwerkers en zelfstandigen De huidige sociale zekerheid is niet toegerust op de steeds flexibelere arbeidsmarkt en kan daardoor onvoldoende de bestaanszekerheid borgen van met name flexwerkers en zelfstandigen. Als gemeenten anticiperen we bij de crisisdienstverlening al op de aanbevelingen van de commissie Regulering van Werk, maar vooral het Rijk is hier aan zet. Een nieuw kabinet moet voortvarend aan de slag met de aanbevelingen van deze commissie. Bij een arbeidsmarkt die meer is gericht op (duurzame) inzetbaarheid hoort een sociaal zekerheidsstelsel dat een stevige bestaans­zekerheid biedt.

5. Verbeter de schuldhulpverlening Voor het borgen van bestaanszekerheid is ook een effectieve schuldhulpverlening van belang om schulden waar mogelijk te voorkomen, ze klein te houden en snel op te lossen. Ook hier is het van belang dat de financiële basis op orde wordt gebracht. Zo hebben gemeenten dit jaar vroegsignalering als wettelijke taak erbij gekregen zonder adequaat budget. Meer aandacht voor sociale incasso en het verhandelen van schulden is ook van belang. Vooral dit laatste zorgt voor snel oplopende schuldenproblematiek waar mensen nauwelijks nog uit kunnen komen.

9 van 9

VRM21_337

4. Maak werken naast een uitkering meer mogelijk De eerste twee punten zijn randvoorwaarden om mensen vanuit de bijstand met vertrouwen de stap naar werk te kunnen laten zetten en hen weer perspectief te bieden. Voor mensen die, tijdelijk dan wel structureel, parttime werken vanuit de bijstand moet werk ook lonen. De mogelijkheden om bij te verdienen moeten worden verruimd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10296369/1