CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. def_Samenwerkingsagenda AGV en Amsterdam.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 23 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voortgang principebesluit inzake herijking governance stichting Waternet (VN2023-004729)3.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

STRATEGISCHE SAMENWERKINGSAGENDA, Amsterdam en Amstel, Gooi en Vecht 2022

Droogte, hitte, extreme regenval, stijging van de zeespiegel en een dreigend tekort aan drinkwater zijn steeds vaker in het nieuws. Klimaatverandering gaat veel sneller dan eerst gedacht en heeft grote gevolgen voor de leefbaarheid van de stad, de biodiversiteit, de economie en de infrastructuur. Water speelt hierin een belangrijke rol. De grenzen van het huidige technisch geregelde waterbeheer zijn in zicht. Als we niets doen, of te weinig, is door klimaatverandering de situatie al in 2050 kritiek. We zetten daarom op korte termijn stappen om de stad voor te bereiden. We moeten bestand zijn tegen te veel, maar ook tegen te weinig water. We zullen de bestaande stad moeten aanpassen en in te ontwikkelen delen van de stad water en bodem als sturende factoren moeten beschouwen. Het vergt grote investeringen om de Amsterdamse leefomgeving toekomstbestendig te maken. En het vraagt nauwe samenwerking met de regio, want water houdt niet op bij de grenzen van Amsterdam. In de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie zijn er kansen om water efficiënter te gebruiken en het op grote schaal in te zetten voor het verwarmen en koelen van Amsterdamse woningen. Inwoners ondervinden de gevolgen van klimaatverandering. Dat merkten we al de afgelopen zomer.

Voldoende drinkwater, schoon (zwem)water, verzilting van het oppervlaktewater en het afsterven van planten waren onderwerpen van zorg. Een ander groot risico van klimaatverandering is extreme neerslag. In de nabije toekomst zullen we de stad nog beter moeten voorbereiden om een teveel aan water snel af te kunnen voeren. De veiligheid van Amsterdammers staat voorop. De gemeente Amsterdam en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht hebben elkaar nodig om deze dringende thema’s te lijf te gaan. Daarom willen we nog beter gaan samenwerken, dan we nu al doen. Met deze samenwerking creëren we waarde voor onze inwoners: • • • •

Maatschappelijk: goed en veilig kunnen wonen, in een gebied dat voor een belangrijk deel onder zeeniveau ligt en kwetsbaar is voor de impact van klimaatverandering. Economisch: geschikte en veilige vestigingsmogelijkheden, agrarisch waterbeheer, en een goede (drink)watervoorziening in het gebied. Qua kwaliteit van leven, door zuivering van afvalwater en tegengaan van verontreinigingen, zodat inwoners kunnen zwemmen en recreëren. Ecologisch, in de vorm van goede waterkwaliteit en hoge biodiversiteit in, op en om het water.

Classificatie: Openbaar

Samenwerkingsagenda en principes bestuurlijke samenwerking De gemeente Amsterdam en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht werken intensief samen in de watercyclus en hebben een in Nederland unieke vorm van ambtelijke samenwerking via een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie. In het traject waarin we de governance van de uitvoeringsorganisatie herijken, is uitdrukkelijk ook de versterking van de bestuurlijke samenwerking benoemd als opdracht om verder uit te werken. Want, net als water, ‘vervloeien’ de watergerelateerde opgaven door de stad Amsterdam en de AGV-regio. We spreken af samen te werken aan een toekomstbestendige stad en regio. Hiervoor is een gezamenlijke visie op de watercyclus nodig en dat vraagt erom dat we elkaar informeren en inspireren. Het vergt inzicht en verdieping in de agenda’s en werkwijzen van collega-overheden, om zo in de samenwerking vooruit te komen en bestuurlijke keuzes over de verdeling van schaarste aan ruimte en middelen te kunnen maken. En het vergt inspanning om de kennis te delen, inzichten uit te wisselen en kansen te benutten. We zijn hier samen verantwoordelijk voor. Amsterdam en AGV komen naast een gezamenlijk perspectief op de watercyclus tot een bestuurlijke strategische samenwerkingsagenda op vijf maatschappelijke watervraagstukken.

Bij de zes onderwerpen zijn gezamenlijke denkkracht, oplossingen en acties nodig, om de uitdagingen van het veranderende klimaat en de schaarste het hoofd te bieden: -

Waterkwaliteit: schoon drinkwater, behalen KRW-doelen en behoud en versterken biodiversiteit Klimaatadaptatie en toekomstbestendige ruimtelijke ordening Kades en bruggen: toekomstbestendige stedelijke waterinfrastructuur Energietransitie: aquathermie als onderdeel van energietransitie, geothermie Circulaire economie: circulair maken van de watercyclus

De basis is een gedeeld inzicht in de opgave en de samenwerking op bestuurlijk niveau. We bieden inzicht in de eigen besluitvormingsprocessen en termijnagenda’s, informeren elkaar actief en creëren kansen. Hiertoe moeten ontmoetingen en regelmatige sessies georganiseerd worden. Het bestuurlijk gesprek is richtinggevend voor de gezamenlijke ambities en belangen, principes, doelen en beoogde resultaten van de samenwerking. De besturen maken integrale afwegingen en faciliteren de middelen voor de uitvoering. Het uitdragen van de samenwerking en het gezamenlijke belang in de relevante netwerken is een onderdeel van deze bestuurlijke afstemming. De strategische samenwerkingsagenda wordt uitgewerkt in een gezamenlijke uitvoeringsagenda per onderwerp, waarbij acties SMART zijn geformuleerd en gepaard gaan met heldere financiële afspraken. De bestuurlijke samenwerking versterkt de ambtelijke samenwerking. In de uitwerking worden de kansen die samenwerking biedt, expliciet gemaakt. Maatwerk per onderwerp is het uitgangspunt. Er wordt gestreefd naar snelle besluitvorming en maximale transparantie over de voortgang. Er is een goede balans tussen innovatie en risico’s.

2

De samenwerkingsagenda wordt elke vier jaar herijkt, de uitvoeringsagenda wordt jaarlijks geüpdatet. Vanwege de start en de verkiezingscycli van beide overheden, is het eerste bestuurlijke herijkingsmoment in 2024: 1 jaar na de Waterschapsverkiezingen en 2 jaar voor de Gemeenteraadsverkiezingen. We werken samen met derden. Er is een vanzelfsprekende verbinding met gemeenten en drinkwaterbedrijven in het AGV- en Metropoolregio Amsterdam (MRA)-gebied en naar andere waterschappen die actief zijn in Amsterdam. We zetten ons in voor het delen en ontwikkelen van kennis en expertise, ook ten gunste van en in samenwerking met andere overheden en stakeholders. We zijn gezamenlijk verantwoord voor het informeren van de netwerken rondom de opgaven en om de netwerken optimaal te laten functioneren en te laten bijdragen aan het behalen van de doelen. Ook internationaal werken we samen in het delen en toegankelijk maken van kennis en bij de uitvoering van internationale projecten van Wereldwaternet. Deze positief beoordeelde wereldwijde inzet en samenwerking voor het vergroten van de toegang tot schoon en veilig water en sanitatie, zetten we voort. We werken tenslotte samen aan de bewustwording over water en het daarbij betrekken van inwoners. Goede dienstverlening aan Amsterdammers staat voorop.

3

Inhoud samenwerkingsagenda 1. Opstellen gezamenlijk perspectief watercyclus We hebben een gezamenlijk perspectief nodig op de watercyclus. Dat geldt voor alle facetten: water aanvoeren, vasthouden, afvoeren, onttrekken en benutten; de complete waterbalans. Dit gezamenlijke perspectief is de basis voor onze visie op drinkwater, het waterbeheerprogramma en het omgevingsprogramma riolering. Het gezamenlijke perspectief geeft inzicht in de risico’s en kansen en de mogelijkheden en onmogelijkheden van het water in de stad en de regio. Het biedt een basis voor beleid en uitvoering om de uitdagende maatschappelijke opgaven en transities vorm te geven.

Opstellen gezamenlijk perspectief watercyclus

We werken daarnaast vijf onderwerpen uit, waarbij strategische samenwerking nodig is en meerwaarde heeft. De bestuurlijke samenwerking richt zich op de gemeenschappelijke ambitie, het belang, met respect voor ieders eigenbelang en mandaat, en de meerwaarde om in gezamenlijkheid de organisatie en het proces vorm te geven. 2. Waterkwaliteit, biodiversiteit, Kaderrichtlijn Water 2027 De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) bevat doelen voor de kwaliteit van water die in de hele Europese Unie in 2027 bereikt moeten zijn. De Rijksoverheid heeft dit vertaald in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Amsterdam en AGV zijn samen verantwoordelijk voor het behalen van de KRW-doelen in 2027. De kwaliteit van het oppervlaktewater is van groot belang voor een leefbare stad. Water van goede kwaliteit nodigt Amsterdammers uit tot recreëren in, op of aan het water, en het water is geschikt voor gebruiksfuncties zoals bewatering van groen. Oppervlaktewater van goede kwaliteit draagt bij aan de beleving van de stad en is een randvoorwaarde voor een rijke biodiversiteit. De afgelopen decennia hebben Waterschap AGV en Gemeente Amsterdam veel geïnvesteerd en talrijke maatregelen genomen om de ecologische en chemische waterkwaliteit te verbeteren.

Dankzij maatregelen als bijvoorbeeld het aanpakken van vervuilingsbronnen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, is de waterkwaliteit flink verbeterd. Mede door de toegenomen gebruiksdruk van het oppervlaktewater is de afgelopen jaren de waterkwaliteit echter niet veel verder verbeterd. Op sommige plekken is de waterkwaliteit zelfs achteruitgegaan. Daarmee wordt het behalen van de KRW-doelen in 2027 een forse uitdaging. Amsterdam en AGV spreken af samen op te trekken om een gezamenlijke KRW-uitvoeringsagenda op te stellen én uit te voeren.

4

AGV en Amsterdam stellen een gezamenlijke KRW-uitvoeringsagenda op. De ambtelijke werk- en projectgroep KRW en biodiversiteit stelt een gezamenlijke uitvoeringsagenda op. Vooruitlopend op de ontwikkeling van een KRW-uitvoeringsagenda, wordt ingezet op het versterken van biodiversiteit van het water bij ruimtelijke ingrepen en projecten, zoals het Programma Bruggen en Kademuren en de verschillende gebiedsontwikkelingen.

3. Klimaatadaptatie en toekomstbestendige ruimtelijke ordening Het waterschap en de gemeente Amsterdam werken samen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen in de bestaande stad en in nieuw te ontwikkelen gebieden. Daarbij zijn ingrepen nodig op straatniveau, en op stedelijk en regionaal niveau in het boezemsysteem. Klimaatadaptatie gaat over meer dan alleen water en ruimtelijke ordening: het raakt aan wonen, mobiliteit, vitale infrastructuur, economie en gezondheid. Ook landelijke ontwikkelingen in beleidsvorming rondom ruimtelijke ontwikkeling vragen om versterking van de bestuurlijke samenwerking. De verandering van het klimaat gaat veel sneller dan verwacht. Klimaatadaptatie gaat om het aanpassen aan extreem weer (te warm, te nat, te droog) dat nu al vaker voorkomt, én om het beperken van de gevolgen van een overstroming. Dat vraagt om aanpassingen in zowel beheer als ontwikkeling, in de bestaande stad en bij nieuwbouw, op straatniveau en op boezemsysteemniveau, binnen de grenzen van de stad en in de regio. Want het begint vaak bij te veel of te weinig water, en dat vraagt om aanpassing van de manier waarop de stad en de regio zijn ingericht en worden beheerd. Toekomstbestendige ruimtelijke ordening moet ervoor zorgen dat nieuw ontwikkelde gebouwen, wegen, nutsvoorzieningen etc. al klaar zijn voor de toekomst (2100, in lijn met verstedelijkingsstrategie MRA).

Onderdeel van zo’n toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling is dat water en bodem meer sturend worden voor locatiekeuze, ontwerp en inrichting dan op dit moment de praktijk is. Dat betekent dat we niet op de meest kwetsbare locaties bouwen en rekening houden met de beschikbaarheid van voldoende (drink)water. Met de bouwambitie van de gemeente is dit een moeilijke puzzel. Er is ook meerwaarde om samen te werken, met gebruik van elkaars netwerken, als gesprekspartner van het Rijk, de provincie en de Metropoolregio Amsterdam. Klimaatadaptatie en toekomstbestendige ruimtelijke ordening hebben een grote overlap, maar hebben nu allebei hun eigen focus, netwerken en aansturing. Dit vraagt aandacht bij de nadere uitwerking van dit thema in de samenwerkingsagenda.

5

Inrichting van de bestaande stad aanpassen aan een veranderend klimaat. Een robuust regionaal watersysteem, van Utrecht tot IJmuiden, als essentiële randvoorwaarde voor droge voeten en voldoende (drink)water in Amsterdam. Nieuwbouw, nieuwe nutsvoorzieningen en wegen voorbereid op het klimaat van 2100. Het principe ‘water en bodem sturend’ gezamenlijk uitwerken als onderdeel van de op te stellen ontwikkelstrategie voor woningbouw in Amsterdam en dit actief uitdragen in de regio en bij de Rijksoverheid. Amsterdam verdiept de kennis over water in het ruimtelijk domein zodat deze ook volwaardig ingebracht kan worden bij andere overlegtafels, zoals het MRA-overleg Verstedelijkingsstrategie. Klimaatverandering is voelbaar in de stad. De hitte maakt de stad minder leefbaar en leidt tot gezondheidsrisico’s. We hebben ervaren dat de extreme droge zomers verstrekkende gevolgen hebben voor onder meer funderingen en de waterkwaliteit. Extreme regen kan grote overlast en economische schade veroorzaken. Het vasthouden, bergen en afvoeren van water is een voorwaarde voor een leefbare stad. En voor Amsterdam als stad in laag Nederland is bescherming tegen (de gevolgen van) een overstroming een cruciale veiligheidsopgave.

Amsterdam en AGV (en de andere Amsterdamse waterschappen) werken al nauw samen om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden en de Amsterdammers in een leefbare stad te laten wonen. Het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering gebeurt deels door innovaties. Deze zijn vaak kostbaar, wanneer ze ingepast moeten worden in de bestaande stad en in nieuwbouw. AGV en Amsterdam committeren zich eraan om innovaties waar mogelijk toe te passen en uit te rollen. Het regionaal watersysteem is belangrijk voor de veiligheid van de leefomgeving van Amsterdam en de regio. De hoofdwateren hebben nu al onvoldoende veerkracht voor extreem natte en droge perioden en komen verder onder druk door de zeespiegelstijging. Enerzijds zijn investeringen in techniek nodig: gemalen en pompen, meer peilopzet op Noordzeekanaal en IJ. Anderzijds is ruimte nodig: het aanwijzen van bergingsgebieden voor extreme wateroverlast en waterrobuust bouwrijp maken en bouwen. Dit brengt bestuurlijke vraagstukken en afwegingen met zich mee, die niet alleen Amsterdam, AGV en andere waterschappen raken, maar ook hun inwoners, het Rijk en Rijkswaterstaat.

6

Toenemende verzilting door zeespiegelstijging en droogte bedreigt op langere termijn drinkwaterwinning. Het vraagt om maatregelen en aanpassing van scheepvaart en diverse vormen van grondgebruik en natuur in en om de stad. Lokaal zal zowel in het landelijke als het stedelijke gebied meer water moeten worden vastgehouden, waardoor de druk op het hoofdsysteem niet groter wordt. Dit vasthouden van water zal onderdeel moeten zijn van de stedelijke ontwikkelplannen. Door het grilligere klimaat en zeespiegelstijging neemt bovendien het risico op een overstroming toe. Dat vraagt om aangepast ontwikkelen (bouwhoogte), met name bij vitale en kwetsbare objecten en infrastructuur. In het regeerakkoord en in de Kamerbrief over nieuwe regie op de ruimtelijke ordening is opgenomen dat water en bodem sturend worden bij ruimtelijke planvorming. In november 2022 verschijnt een Kamerbrief met het concept-beleidskader water en bodem sturend, dat het komende jaar per regio nader uitgewerkt moet worden. In die uitwerking gaan Amsterdam en AGV samen optrekken. 4. Bruggen en kademuren Amsterdammers merken dat er aan kades en bruggen gewerkt wordt. Langdurige afsluitingen, instortingsgevaar en tijdelijke damwanden leveren veel discussie en ongenoegen op. Gemeente en waterschap hebben beide belang bij een optimale waterveiligheid: dit heeft vooral gevolgen voor de programmering.

De veiligheid van de inwoners staat voorop. Zowel de veiligheid van de huidige kades en bruggen, als de veiligheid tijdens de werkzaamheden. De bestuurlijke samenwerking in het programma kades en bruggen richt zich op het uitvoeringsprogramma van de werkzaamheden aan kades en bruggen. Het belangrijkste onderwerp is de afvoer van water, oftewel de waterveiligheid.

Opstellen protocol waterveiligheid werkzaamheden bruggen en kademuren. Verbeteren afvoer water door aanpassingen bruggen en wijze van inrichten van oevers/kades. Als partners samenwerken in het realiseren van de werkzaamheden.

Amsterdam heeft veel geïnvesteerd in het integraal programmeren van de werkzaamheden aan bruggen en kademuren. Hiertoe zijn protocollen opgesteld. Bijvoorbeeld over het omgaan met monumentale bomen, het tijdelijk verplaatsen van woonboten en het aanleggen van natuurvriendelijke bruggen en kades. Er is behoefte aan een protocol voor de waterveiligheid, dat wordt opgesteld in samenwerking met het waterschap. Daarin moet worden uitgewerkt hoe gegarandeerd wordt dat de afvoer van water niet in gevaar komt door het afsluiten van watergangen, terwijl tegelijkertijd de omvangrijke opgave tot herstel

7

van de bruggen en kademuren kan worden uitgevoerd. Is het bijvoorbeeld mogelijk om een extra bergingsplek van water te realiseren? Daarnaast is er behoefte aan het in kaart brengen van de mogelijkheden om de afvoer van water te verbeteren, bijvoorbeeld door het wegnemen van pijlers onder bruggen. Een verbeterde afvoer van water draagt bij aan het waterbeheer in extreem natte perioden. Ook de financiële paragraaf is hier van belang. Amsterdam vraagt het waterschap ook om mee te werken aan het faciliteren van ligplaatsen (uitwijkplekken) voor woonboten die verplaatst moeten worden.

8

5. Energietransitie Amsterdam en AGV moeten de omslag naar duurzaam opgewekte energie gaan maken. Zij delen de ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn en in 2050 klimaatneutraal. Hiertoe wordt gezocht naar duurzame bronnen en naar mogelijkheden om de behoefte aan warmte en koude terug te dringen. Amsterdam en AGV werken samen om deze transitie vorm te geven.

Samenwerking op inzet warmte en koude uit oppervlakte- en afvalwater voor Amsterdamse woningen. Versterken samenwerking met derden. Uitwerking publieke rol overheid in de warmte- en koudevoorzieningen.

In de transitievisie Warmte van Amsterdam (uit 2020) is een belangrijke rol voorzien voor warmte uit oppervlakte- en afvalwater. Bijna 30% van de woningen in Amsterdam zou in 2040 vanuit deze duurzame bronnen kunnen worden verwarmd. Daarnaast vormen oppervlaktewater en drinkwater een belangrijke bron van koude, waar een groeiende behoefte aan is. Met het aansluiten van de beoogde meer dan 200.000 woningen in Amsterdam op deze bronnen van warmte en koude zijn investeringen gemoeid van 2,5 tot 5 miljard euro. AGV beheert een groot deel van het oppervlaktewater en het afvalwater in de regio Amsterdam en kan deze voor de warmtetransitie ontsluiten. AGV wil de ontwikkeling van nieuwe vormen van energie bevorderen. De warmte-infrastructuur (van bron tot afnemer) lijkt daarbij in grote mate op andere leidingsystemen, zoals drinkwater en riolering. In de afgelopen jaren zijn projecten uitgevoerd waarbij warmte uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) en drinkwater (TED) wordt onttrokken, en wordt onderzocht op welke wijze deze via een warmtesysteem bij de afnemers kan worden geleverd. Doel van de samenwerking is om de warmtetransitie in de regio Amsterdam sneller, efficiënter en met oog voor de publieke belangen uit te voeren. Hiervoor zijn integrale afwegingen en bestuurlijke besluitvorming nodig, bijvoorbeeld over de inzet van bronnen (welke en waarvoor/voor wie).

Veel organisaties zijn betrokken bij energietransitie, van woningbouwcorporaties en haven tot energieleveranciers en projectontwikkelaars. Samenwerking is essentieel voor de voortgang van projecten. Het bestuur van Amsterdam en AGV zetten zich hiervoor in. Een belangrijke bestuurlijke vraag is de organisatie van de vitale nutsfunctie die de levering van warmte en koude is. Welke rol neemt de overheid, wat wordt overgelaten aan private partijen? Deze vraag zal in de komende jaren uitgewerkt moeten worden.

9

6. Circulaire economie Amsterdam en AGV hebben de ambitie uitgesproken circulair te willen worden. Dat betekent dat er geen nieuwe niet-herwinbare materialen worden gebruikt, dat waardevolle materialen en grondstoffen worden hergebruikt en dat er de facto geen afval meer is. De samenwerking richt zich op het circulair maken van de watercyclus in de stad.

Opstellen gezamenlijke visie op de circulaire watercyclus. Uitwerking publieke rol overheid in de circulaire waterketen.

De urgentie om te kiezen voor een circulaire watercyclus wordt steeds duidelijker. Grondstoffen en schoon en zoet (drink)water zijn niet langer vanzelfsprekend beschikbaar. Door klimaatverandering, bevolkingsgroei en vervuiling van bronnen is het zelfs de vraag of er op termijn nog voldoende schoon water is. Het sluiten van de waterkringloop is dan ook één van de eerste onderwerpen ter verkenning. De huidige lineaire watercyclus kan meer circulair worden gemaakt door terugwinning van grondstoffen en energie uit afvalwater. Zo wordt er op de afvalwaterzuiveringen van AGV al biogas gemaakt uit zuiveringsslib en fosfaat gewonnen uit het rioolwater. Ook het herbruikbaar maken van het effluent van de rioolwaterzuivering is een optie. Nieuwe sanitatie biedt mogelijkheden in de circulaire watercyclus. Hierbij is het streven het vieze water van huishoudens (bij de bron) te scheiden, waarna grondstoffen effectiever kunnen worden teruggewonnen (o.a. fosfaat), energie kan worden opgewekt (riothermie) en het gebruik van drinkwater kan worden beperkt. De komende jaren moet in gezamenlijkheid worden verkend welke mogelijkheden op grote schaal effectief, wenselijk en toepasbaar zijn. De ervaringen in de Buiksloterham worden hierbij betrokken.

De samenwerking biedt mogelijkheden om gezamenlijk een doorkijk te maken naar de toekomstige circulaire grondstoffenketen, met gezamenlijke taal- en rekenmethodes, discussie over rollen en stakeholders en gewenste wet- en regelgeving.

10

Samenwerking vormgeven De gemeente en het waterschap hebben een belangrijke samenwerking in de aansturing en het opdrachtgeverschap van de uitvoeringsorganisatie Waternet. De wethouder Water en het Dagelijks Bestuur zijn hier de aangewezen bestuurders voor. De uitwerking van deze samenwerking, de aansturing en het opdrachtgeverschap wordt in 2022 en 2023 bestendigd in een verbeterde governancestructuur. De uitwerking van de bestuurlijke samenwerkingsagenda is een college-brede en DB-brede verantwoordelijkheid, portefeuilles als ruimtelijke ordening, veiligheid, duurzaamheid en economie zijn nauw betrokken. Het college van B en W en het DB van het waterschap geven gezamenlijk opdracht aan de uitwerking van deze zes onderwerpen. Welke bestuurlijke vragen moeten gesteld worden, welke kennis is hiervoor nodig en hoe vertaalt zich dat in (bestaande) uitvoeringsagenda’s? De zes strategische onderwerpen in de samenwerkingsagenda verschillen van inhoud, van ontwikkelfase en van omvang. Een uitwerking op maat per onderwerp is daarom gepast. In de eerste zes maanden na het vaststellen van deze samenwerkingsagenda wordt elk inhoudelijk thema uitgewerkt.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12412931/1