CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3

RAAD 9 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de reactie op motie 465.22 van de leden Moeskops en Garmy over stimuleren private initiatieven groen VN2024-01320912.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2

Materialen en planten

Voor je groene buurtproject kan je verschillende materialen nodig hebben. Onderstaand vind je een overzicht van veel gebruikte materialen en manieren om deze te bestellen8. • •

• • • • • • •

Zand en aarde kun je kopen en laten bezorgen bij de grondbank van de gemeente. Houtsnippers kun je vaak gratis krijgen als er in je buurt gesnoeid wordt door de groenaannemer (winter en vroege voorjaar), of kopen bij boomverzorgingsbedrijven. Sinds 2019 mogen groenaannemers hout dat plaatselijk kan worden benut, niet afvoeren. Dit geldt ook voor boomstammen. Neem contact op met de gebiedsmakelaar om dit te verkennen. Compost kan je kopen bij boerderij De Hartstocht in Abcoude (hartstocht.net), bij Mijn Stadstuin in de Tuinen van West (mijnstadstuin.nl) of bij andere stadslandbouwprojecten. Ook kan je oogsten uit wormenhotels of het zelf maken in composthopen en/of -bakken. Stro kan je bij boeren (melkveehouders) kopen. Pallets kan je vaak gratis afhalen bij bouwmarkten. Autobanden (gebruikte) kan je vaak gratis ophalen bij garagebedrijven. Plantgoed (biologisch) kan je kopen bij tuincentra en kwekerijen, zie bv. tuinenvanwest.info/ondernemers/ Fruitbomen (biologisch) kan je ook kopen bij tuincentra en kwekerijen en bv. bij Fruittuin van West (fruittuinvanwest.nl) Zaden en pootgoed (wilde en biologisch) kan je bij tuincentra of via verschillende webshops kopen, bv. bolster.nl en cruydthoeck.nl.

8

Deze paragraaf is niet van toepassing bij projecten die geheel vanuit Groen in de buurt worden gefinancierd; daar worden de materialen immers in opdracht van de gemeente besteld.

23

5.3

Beheerplan

Bij het tekenen van de gebruiksovereenkomst moet je meestal een beheerplan overleggen. Hierin staan de afspraken voor het beheer. Zo weten alle deelnemers waar ze aan toe zijn en kan het beheer en onderhoud georganiseerd verlopen. Voornaamste tips voor een beheerplan zijn: • • • •

• • • • • •

Maak tuinregels waar iedereen zich aan te houden heeft en zet die op een bord in de tuin. Zorg voor een contract / overeenkomst die iedereen ondertekent. Hierin staan de afspraken (o.a. contributie, rechten en plichten, taken, evt. sleutelbeheer, contactgegevens tuingroep, medebeheer afspraken met stadsdeel). Houd een vergadering ruim voor de zomervakantie en maak een schema om elkaar te vervangen bij afwezigheid (wieden, oogsten en evt. water geven). Er zijn verschillende opvattingen over wat goed beheer is. Niet iedereen noemt dezelfde dingen onkruid. Maak hier op voorhand duidelijke afspraken over. Volgens de gebruiksovereenkomst met de gemeente moet je je houden aan ‘beheerkwaliteitsniveau Basis of Sober’, zodat er geen klachten over de tuin komen uit de buurt. Beheer van gereedschap is ook nodig: wordt het schoon weggezet, teruggebracht en/of opgeruimd? Wie zorgt voor het knippen van heggen? Vooral in het eerste jaar zijn er veel dingen om af te spreken. Organiseer tenminste twee werkdagen per jaar waarop iedereen meedoet aan groot onderhoud. Bestaande bomen en hagen worden door het stadsdeel beheerd en onderhouden. Bomen en hagen die je zelf plant dien je zelf te snoeien en verzorgen (bv. het eerste jaar wekelijks watergeven). Maak voor het gemeenschappelijk deel (bv. met vaste (bijen)planten en struiken) een beheerkalender, eventueel samen met een hovenier.

Vraag de gebiedsmakelaar (of de gebiedsbeheerder) wie het groen rondom jullie tuin onderhoudt, zodat je hier afspraken mee kunt maken. Met het kernteam en de deelnemers kunnen de taken verdeeld worden. Voorbeelden zijn: coördinatie, communicatie, externe contacten, secretariaat (interne contacten), penningmeester, gereedschap, watervoorziening, feesten en evenementen, wachtlijst, zwerfvuil, moestuinkennis, zadeninkoop, koffie/koekjes/soep, behandeling klachten.

5.4

Het team of de tuingroep

Het succes van een groen buurtproject is in grote mate afhankelijk van een goede sfeer in de groep. Wanneer de groepssfeer goed is kan het project tegen een stootje en zal men bereid zijn elkaar te helpen. Een open, uitnodigende houding is van belang om nieuwe deelnemers aan te trekken. Probeer zo veel mogelijk mensen met verschillende achtergronden te betrekken voor een robuuste, sterke groep. Andere tips zijn: • • • • • • •

Zorg voor een fijne zitplek met genoeg ruimte. Stel samen tuinregels op en hang ze ergens duidelijk zichtbaar op. Wat zijn de rechten en plichten? Wie is waarvoor verantwoordelijk? Wat als je je tuintje niet goed onderhoudt? Wanneer is er vergadering? Stel de regels (zo nodig) op in verschillende talen. Als mensen een eigen stukje tuin hebben, werkt het vaak goed als ze hiervoor een jaarlijkse bijdrage betalen. Je hebt dan wat middelen voor onkosten en men zorgt dan vaak beter voor hun tuintje. Spreek een wekelijks / regelmatig moment af van ontspanning en plezier. Maak er een gewoonte van om elkaar te vragen hoe het met de ander is. Stel iemand in waar je een klacht kwijt kunt of iets in vertrouwen kunt zeggen Maak bij de werkdagen iemand verantwoordelijk voor het regelen van koffie/thee en lekker eten in de pauzes.

24

• • • • •

Stel iemand aan die gaat over de (wacht)lijst voor deelname. Als er een lange wachtlijst is, kun je overwegen de tuintjes per jaar toe te wijzen. Kijk proactief om je heen om nieuwe mensen te betrekken en de groep robuust te houden. Maak als initiatiefnemer(s) of contactpersoon extern / communicatie een persoonlijk profiel (met foto) aan op buurtgroen020.nl en meld het initiatief als project met locatie aan. Het wordt dan op de overzichtskaart op de homepage getoond. Organiseer geregeld activiteiten waar ook de buurt welkom is. Voorbeelden zijn: Zaaifeest (april), Oogstfeest (september/oktober), Plantenmarkt (mei)), Zadenruilmarkt (maart), Midwinter en Midzomer, Bollenplanten (okt-nov), Kerstmarkt. Meer informatie over het werken met vrijwilligers in groene buurtprojecten vind je in de handleiding ‘Groene vingers in de Buurt’.

5.5

Impact meten

Om de impact van en de betrokkenheid bij het groene buurtproject te meten kan je bepaalde gegevens verzamelen. Het is bijvoorbeeld leuk om bij te houden met hoeveel mensen je bent begonnen en hoe het verloop is per tijdseenheid (bv. maand, kwartaal of jaar). Bij activiteiten (zoals werkdagen, zaaien en planten, oogsten) kan je het aantal deelnemers tellen en leuke foto’s maken. Andere zaken die je bij kunt houden zijn: • • • • • •

Het aantal m2 dat van tegels naar groen is omgevormd, of hoeveel tegels er zijn gewipt. Het aantal m2 dat van kijkgroen naar gebruiksgroen (bv. moestuin) is omgevormd. Het aantal dagen per jaar dat je met het project bezig bent (in groepsverband). De oogst in groenten of fruit in kilo’s of in euro’s. Het aantal verschillende soorten planten en dieren die er voorkomen (voor en na). Het aantal uur educatie (bv. rondleidingen, buitenlessen) dat er wordt gegeven.

Deze (ken)getallen helpen om de impact van je project meetbaar te maken. Dit kan je aanvoeren als legitimatie van het bestaansrecht van het groene buurtproject in zwaar weer. Ook kan je je project aanmelden op Maex (maex.nl/amsterdam). Via dit platform kan je de impact invoeren en geholpen worden met verschillende vormen van ondersteuning voor je project.

5.6

Verder lezen

In Amsterdam • Een uitgebreid en actueel overzicht van kennis over groene buurtprojecten in Amsterdam is te op de pagina ‘kennis’ op Buurtgroen020. • Heb je een ecologische vraag? Deze kan je stellen aan de stadsecologen van de gemeente Amsterdam via Twitter: twitter.com/stadsecoloog020 of @Stadsecoloog020 in de Twitter app. • De brochure Natuurinclusief Bouwen van de gemeente Amsterdam. • Het Amsterdams expertisecentrum voor natuur en duurzaamheid: anmec.nl. • De Gezonde Stad: degezondestad.org. • Amsterdam Rainproof: rainproof.nl. • De (vrijwilligers)vereniging voor Veldbiologie, KNNV Amsterdam: knnv.nl/amsterdam. • De (vrijwilligers)vereniging voor natuureducatie, IVN Amsterdam ivn.nl/afdeling/amsterdam. • De (vrijwilligers)vereniging Volgels in Amsterdam: vogelsinamsterdam.nl. • Natuur- en Milieuteam Zuid (actief in stadsdeel Zuid): nmtzuid.nl. • Groene Buurten (actief in stadsdeel Zuid): groenebuurten.nl. • Een uitgebreid overzicht van groene (buurt)organisaties in Amsterdam vind je via buurtgroen020.nl/organisaties.

25

Buiten Amsterdam • Verschillende factsheets en filmpjes over groene buurtprojecten kan je vinden in het IVNprogramma Groen Dichterbij. • Het boek Stadsnatuur maken. • Vogelbescherming, landelijk kenniscentrum vogels. • Vlinderstichting, landelijk kenniscentrum vlinders. • RAVON, landelijk kenniscentrum reptielen, amfibieën en vissen. • FLORON, landek kenniscentrum bomen en planten. • Zoogdierenvereniging, landelijk kenniscentrum zoogdieren. • Meer landelijke kennisorganisaties en –bronnen vind je onderaan de pagina ‘kennis’ op Buurgroen020.

Afb. 6: Cover van boek Stadsnatuur Maken waarbij stadsecologie en stedenbouwkunde samen komen.

26

Bijlage 1: Voorbeeld toetsingseisen GiB Checklist – er kan getoetst worden op: o o o o o o o o o o o o o o

o o o o o o o o o o o o o o o o o

o o

Het gaat om openbare ruimte (geheel of gedeeltelijk), dus geen privaat eigendom of beheerd door woningbouwverenigingen. Doorgang blijft mogelijk voor voetgangers, ook scootmobielen/rolstoelen. De beplanting laat geen onveilige verkeerssituaties ontstaan (overzicht door hoogte beplanting). Huizen/gebouwen blijven bereikbaar voor hulpverleners. Onderhoud blijft mogelijk aan verlichting/straatlantaarns, elektriciteitskastjes, nutsvoorzieningen e.d. Er hoeft rond bomen (omtrek bladerdek) niet te worden gegraven, vooral bij jonge bomen, i.v.m. wortelschade. Bomen zijn 4 jaar geleden vroeger geplant en goed aangeslagen, voordat er in de boomspiegels mag worden geplant. Hondenuitrengebieden blijven gras en toegankelijk voor honden. Er worden geen bomen met harde vruchten toegepast vlakbij de openbare weg/stoep (vrucht- en notenbomen). Nieuwe hagen en heggen worden gesnoeid door of in opdracht van initiatiefnemers. Nieuwe hagen leiden niet tot (te veel) sociale onveiligheid. Hekjes (bv. om moestuinen) zijn max 1 meter hoog en bereikbaar voor iedereen. Indien het initiatief het bemoeilijkt om het gras rondom machinaal te maaien: dit gras zelf kort houden. De ‘maaiarm’ van groenaannemers is 1.80m lang. Indien er in de volle grond groenten en fruit zullen worden verbouwd, is er een bodemonderzoek nodig dat aangeeft dat de bodem schoon genoeg is (vooral belangrijk bij bladgroenten).

Kosten voor GIB zijn in principe niet meer dan ca. €10.000 tot €15.000, vanwege een eerlijke verdeling tussen gebieden; toetsteam en/of GIB-coördinator beslist. Medebeheerders kunnen een evt. drukke weg veilig oversteken om op het perceel te komen. Er valt genoeg zonlicht op de plek voor de planten om te groeien. Er is een waterbron in de buurt te vinden of te creëren om de planten water te geven. Beplanting en zaad is zoveel mogelijk inheems en biologisch. Er wordt zo min mogelijk verharding toegepast in het groenontwerp. Er wordt geen struikjes/bosplantsoen vervangen door andersoortig groen, daarmee gaat habitat voor vogels verloren (bv. klimop met vogelnesten in het broedseizoen). Er is (bijna) geen bezwaar uit de buurt. Er is genoeg draagvlak en er zijn genoeg medebeheerders (bv. minimaal 1 per 15m 2, dus hoe groter, hoe meer). De trekker(s) beschikken over voldoende tijd, capaciteit en motivatie. Het plan past in het Gebiedsplan. Bestendigheid voor ongedierte (bv. konijnen/ratten/duiven/kraaien/katten). Het is aannemelijk dat het initiatief goed ‘Schoon en Heel’ blijft (beheerprestatienormen). De kosten zijn bekend en er is geld. Er is een tekening. Bij wilde bloemen: pas op voor evt. bestuivingsgevaar voor nabijgelegen tuinen.

Voor medebeheer van bloemrijk gras: zijn medebeheerders bereid zelf te maaien met een zeis? Is cursus zeisen aangeraden? Is het goede wildebloemenmengsel gekozen? Is de bodem schraal genoeg of afgeplagd? Betrek evt. een stadsecoloog. Voor het aanplanten van bomen in de openbare ruimte moet er voldoende ruimte zijn in de ondergrond; er is een KLIC-melding en toestemming van de gebiedsbeheerder nodig. Bij het aanplanten van (nieuwe) heesters door medebeheerders dient men deze zelf te onderhouden.

27

Bijlage 2: Voorbeeld gebruikersovereenkomst GEBRUIKSOVEREENKOMST Moestuin in zelfbeheer ter hoogte van <adres> Bijlagen 1. Contactgegevens kernteam 2. Locatie en plattegrond 3. Beheerkwaliteit Ondergetekenden De Gemeente Amsterdam, te dezer zake rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer A. Babaoglu, handelende als gemachtigde van de gemeente Amsterdam krachtens artikel 171 van de Gemeentewet, titel 3.3. van het Burgerlijk Wetboek en artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht, verder op grond van het Ondermandatenregister 2015 behorende bij het Algemeen 2015 onder 0. Algemene bevoegdheden, A1, hierna te noemen: ‘de Gemeente’ en <naam kernteam evt.

gekoppeld aan vereniging of stichting>, verantwoordelijk voor het beheer namens de bewoners, hierna te noemen: ’Ingebruiknemer’; Samen te noemen ‘de Partijen’; In overweging nemende dat: - De Gemeente eigenaar is van het perceel waarin de moestuin gelegen zal zijn; het betreft dus een moestuin in de openbare ruimte, nader gespecificeerd op de kaart in bijlage 2; - De Gemeente bewonersinitiatieven in algemene zin, en meer in het bijzonder die van Ingebruiknemer, stimuleert; - Ingebruiknemer de Gemeente heeft gevraagd de plek zoals gespecificeerd in bijlage 2 te mogen gebruiken als moestuin; - De Gemeente dit gebruik als een toegevoegde waarde beschouwt voor de leefbaarheid in de wijk; - Ingebruiknemer voor het gebruik geen vergoeding wenst te betalen, net zoals de Gemeente hiervoor geen vergoeding van de Ingebruiknemer wenst te ontvangen; - Partijen uitdrukkelijk geen huurovereenkomst wensen te sluiten, maar gelet op het karakter van het gebruik een Gebruiksovereenkomst; - Het gebruik dient te voldoen aan de voorwaarden omschreven in deze overeenkomst; - Partijen de nadere voorwaarden en afspraken evenals hun taken, verantwoordelijkheden en onderlinge verhoudingen met betrekking tot het gebruik en het daaruit voortvloeiende beheer in deze overeenkomst wensen vast te leggen; - Ingebruiknemer heeft als doel samen met buurtbewoners groenten, fruit en andere (eetbare) planten te

telen en (educatieve) activiteiten te organiseren. - Ingebruiknemer heeft uitdrukkelijk niet het doel winst te maken. Komen als volgt overeen: Artikel 1. Onderwerp De Gemeente stelt Ingebruiknemer een perceel beschikking van <oppervlakte> m2 t.b.v. <activiteit(en)>, in dit geval moestuinieren, in de openbare ruimte van <locatie> zoals aangeduid in bijlage 2. Artikel 2. Aanvang en looptijd De Gebruiksovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van <aantal> jaar.

28

Na het verstrijken van deze periode, wordt deze bij goedvinden van beide partijen stilzwijgend verlengd tot wederopzegging. Artikel 3. Opzegging en beëindiging 1. De overeenkomst kan door beide partijen worden opgezegd door middel van een schriftelijke kennisgeving, waarbij een opzegtermijn van drie maanden in acht zal worden genomen. 2. Indien één van beide partijen voornemens is de overeenkomst op te zeggen, dient zij de andere partij eerst uit te nodigen voor een gesprek waarbij vanuit de Gemeente in ieder geval het Gebiedsteam vertegenwoordigd is, alsmede Stadswerken (afdeling Gebied en Gebruik). Na dit gesprek stuurt de ene partij de andere een schriftelijke opzegging en gaat de opzegtermijn in. Indien geen gesprek mogelijk is, is een schriftelijke opzegging voldoende. 3. De overeenkomst kan door beide partijen worden opgezegd zonder een opzegtermijn, indien blijkt dat het (resultaat van) handelen van de andere partij in strijd is met de deze overeenkomst of in strijd met de wet- en regelgeving. Artikel 4. Inrichting en aanvaarding 1. Ingebruiknemer zal zelf de moestuin aanleggen. 2. De moestuin wordt afgescheiden van het overige plantsoen door een afscheiding van max. 1 m hoog. 3. Ingebruiknemer aanvaardt de grond van de moestuin in de staat waarin het zich op het tijdstip van aanvang van deze gebruiksovereenkomst bevindt.

Bij overdracht in gebruik wordt een proces verbaal van oplevering opgemaakt en ondertekend door partijen. Artikel 5. Gebruik 1. Ingebruiknemer zal de plek inrichten als moestuin en deze samen met buren als zodanig gebruiken. 2. Ingebruiknemer is verplicht tuinregels op te stellen en deze aan de tuinders kenbaar te maken. 3. De Gemeente is niet verantwoordelijk voor het oplossen van conflicten tussen de gebruikers. 4. Ingebruiknemer zorgt dat de moestuin goed toegankelijk is voor iedereen. 5. Door ondertekening van deze overeenkomst vrijwaart Ingebruiknemer de Gemeente voor schade of aansprakelijkheid voor alles wat op of in de moestuin gebeurt. 6. Activiteiten die op en rond het perceel in zelfbeheer (kas en tuin) worden georganiseerd mogen niet van commerciële aard zijn en geen terrasfunctie vervullen. 7. Ingebruiknemer mag de moestuin niet ter beschikking stellen aan derden, tenzij voor educatieve doeleinden. Artikel 6. Eigendom Alle gewassen, toegepaste materialen en hulpmiddelen in de moestuin blijven eigendom van Ingebruiknemer. Artikel 7. Beheer en onderhoud 1. Ingebruiknemer zal tijdens de duur van deze overeenkomst zorgen dat de moestuin een veilige en aantrekkelijke plek is voor de gebruikers en de buurt. De Gemeente zal vanuit de afdeling ‘Groen in de Buurt’ bijdragen aan groot onderhoud, in overleg met Ingebruiknemer. 2.

Ingebruiknemer zal zorgdragen voor een eerlijke toewijzing van de moestuintjes en voor het naleven van de tuinregels door gebruikers. 3. De Gemeente stelt een minimale eis aan het onderhoud van de openbare ruimte, te weten kwaliteitsniveau ‘Sober’. Deze eis geldt ook voor openbare ruimten die in zelfbeheer worden gegeven (zie de afbeeldingen in bijlage 3); 4. Zelfbeheer betreft de volgende activiteiten: schoonhouden (zwerfvuilvrij maken) van de verhardingen en groen binnen de plangrenzen, maaien, wieden, snoeien van hagen en planten, water geven aan de bomen en beplanting en, indien nodig – in afstemming met de Gemeente Amsterdam – vervangen van aangelegde beplanting. Bij deze werkzaamheden dient de Gedragscode Flora- en Fauna

29

Amsterdam in acht genomen te worden (zie https://www.amsterdam.nl/bestuurorganisatie/volgbeleid/agenda-groen/flora-fauna/ ); 5. De Gemeente controleert regelmatig of beheerkwaliteit ‘Sober’ inderdaad is behaald. Indien dit naar oordeel van De Gemeente niet zo is dient Ingebruiknemer de aanwijzingen van de Gemeente hieromtrent direct op te volgen. 6. De Gemeente kan specifieke aanwijzingen geven inzake het beheer. Plaagplanten (zoals Japanse duizendknoop en reuzeberenklauw) zijn niet toegestaan. Ingebruiknemer dient de aanwijzingen van De Gemeente direct op te volgen. Artikel 8. Verplichting Gemeente (Stadsdeel) De Gemeente verplicht zich tijdens de looptijd van deze Gebruiksovereenkomst de beheerkwaliteit van de moestuin jaarlijks te monitoren vanuit de afdeling Gebied & Gebruik van Stadswerken. Deze is tevens het aanspreekpunt waar het gaat om andere zaken betreffende het beheer van de openbare ruimte in de buurt van de moestuin. Artikel 9. Verplaatsing en verwijdering In geval deze Gebruiksovereenkomst wordt opgezegd worden de kosten van ontmanteling niet ten laste gelegd van Ingebruiknemer. Artikel 10.

Aansprakelijkheid aanleg en beheer Partijen vrijwaren elkaar voor alle aanspraken van derden tot vergoeding van schade die verband houdt met het beheer en onderhoud van de moestuin, behoudens indien er sprake is van toerekenbaar tekortschieten aan de zijde van een der Partijen. Artikel 11. Geschillen Op deze overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing. Partijen zullen zich maximaal inspannen het geschil minnelijk op te lossen. Indien partijen hier niet in slagen zullen eventuele geschillen naar aanleiding van deze overeenkomst worden beslecht door de bevoegde burgerlijke rechter te Amsterdam. Er is sprake van een geschil zodra één der partijen dit schriftelijk aan de andere partij meldt.

30

Bijlage 3: Keuzelijst ‘Biodiverse en inheemse beplanting’ Op basis van informatie van de Vogelbescherming. 1 Solitaire bomen Veel vogels profiteren van een boom (boompje) in de tuin, zoals merels, zanglijsters, huismussen, boomkruipers, boomklevers en mezen. Ook maakt u kans op gaaien en grote bonte spechten. Bomen bieden uitzicht, voedsel, veiligheid en maken voortplanting mogelijk doordat er plek is voor nesten. Let op de grootte van de boom, je wilt niet dat de boom in de toekomst in de weg gaat zitten. o o o o o o o o o o o o o o o

Beuk Fagus sylvatica Appelboom Malus (diverse soorten) Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Hulst Ilex aquifolium Kroosjes Prunus domestica ssp.insititia Lijsterbes Sorbus aucuparia Meelbes Sorbus aria Morel Prunus cerasus Pruim Prunus domestica Ruwe berk Betula pubescens Vogelkers Prunus padus 'Albertii' Zachte berk Betula pubescens Zoete kers Prunus avium Zomereik Quercus robur Zwarte els Alnus glutinosa

2 Hagen Plaats geen schutting maar een haag. Of als dat niet kan, plaats dan een klimop voor de schutting, of bijvoorbeeld leifruit. Maar een haag is het beste! Vogels vinden er beschutting, ze maken er nesten in en bessen bieden voedsel, net als de insecten die erop afkomen. Huismussen houden van hagen. Dreigt er gevaar dan trekken ze zich onzichtbaar terug in de haag. Na verloop van tijd zit er weer een aan de buitenkant en kort daarna vallen ze weer groepsgewijs aan op het vogelvoer. o o o o o o o

Haagbeuk Carpinus betulus Hondsroos Rosa canina Liguster Ligustrum vulgare Meidoorn Crataegus monogyna Taxus Taxus baccata Veldesdoorn Acer campestre Vuurdoorn Pyracantha coccine

3 Heesters Heesters zijn houtige struiken die soms ook als haag kunnen dienen, zoals de vuurdoorn. Een blauwe regen kan mooi tegen een pergola geplaatst worden. U biedt er de vogels een schuilplaats mee voor als er gevaar dreigt, een plek voor nest en voedsel (bessen, insecten). Is er een winterse invasie van die prachtige pestvogels, dan is er kans(je) dat ze uw Gelderse roos komen opzoeken. Een variëteit aanbieden in een bessenhaag is altijd goed. o o

Aalbes Ribes rubrum Appelbes zwart Aronia melanocarpa

31

o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o

Bergroos Rosa glauca Blauwe bes Vaccinium corymbosum Bosroos Rosa arvensis Braam Rubus laciniatus Broodboom Aucuba japonica Brem gewone Cytisus scoparius Dauwbraam Rubus caesius Drents krentenboompje Amelanchier lamarckii Duindoorn Hippophae rhamnoides Dwergmispel Cotoneaster spec. Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Egelantier Rosa rubiginosa Framboos Rubus iaeus Franse roos Rosa gallica Gelderse roos Viburnum opulus Gele Kornoelje Cornus mas Gewone braam Rubus fructicosus Gewone vlier Sambucus nigra Glansmispel Photinia villosa laevis Hazelaar Corylus avellana Hondsroos Rosa canina Hulst Ilex aquifolium Hulst Ilex verticillata Jeneverbes Juniperus communis Kaneelroos Rosa majalis Kardinaalsmuts Euonymus europaeus Krenteboompje Amelanchier ovalis Kweepeer Cydonia oblonga Mahonie Mahonia japonica Olijfwilg Elaeagnus multiflora Rimpelroos Rosa rugosa Rode Kornoelje Cornus sanguinea Sleedoorn Prunus spinosa Sneeuwbes Symphoricarpos albus Struik-klimop Hedera helix 'Arborescens' Taxus Taxus baccata Trosvlier Sambucus racemosa Meidoorn tweestijlige Crataegus laevigata Vossebes Vaccinium vitis-idaea Vuilboom/sporkehout Rhamnus frangula alnus Vuurdoorn Pyracantha coccinea Witte kornoelje Cornus alba Zuurbes Berberis aggregata Zwarte bes Ribes nigrum

4 Klimplanten Klimplanten bedekken lelijke muren en schuttingen. Voor vogels vaak ideaal. Ze bieden voedsel met bessen en de insecten die ze aantrekken én bieden beschutting om te nestelen en te schuilen tegen gevaar. o o

Blauwe regen Wisteria sinensis Hop Humulus lupulus

32

o o o o o o o o o

Klimhortensia Hydrangea anomla petiolaris Klimop Hedera helix Klimroos Rosa ‘Bobbie James’ – Ramblertype Klimroos Rosa filipes cv Kiftsgate – Ramblertype Vuurdoorn Pyracantha 'Orange Charmer' Wilde bosrank Clematis vitalba Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum Wilde wingerd Parthenocissus Winterjasmijn Jasminum nudiflorum

5 Vaste planten/onderbeplanting Roodborsten, merels, zanglijsters, heggenmussen: ze scharrelen graag in uw tuin tussen de struiken op zoek naar eten. Vaste planten en onderbeplanting vergroten de mogelijkheden om ongemerkt insectjes weg te pikken. Later in het seizoen zijn de zaden ook aantrekkelijk. Laat uitgebloede planten staan tot het voorjaar, en zorg voor een paar rommelhoekjes met bladophoping en eventueel takkenrillen, zo kunnen de kleine zoogdieren er ook nog profijt van hebben, egels maken er namelijk een winternest van. o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o o

Adderwortel Persicaria Aster Boerenwormkruid Tanacetum vulgare Duifkruid Scabiosa caucasica Duizendblad Achillea millefolium Duizendknoop Polygonum Engels gras Armeria maritima Gele dovenetel Lamium galeobdolon Gevlekte Aronskelk Arum Lappa Guldenroede Solidago Judaspenning Lunaria annua Kaardenbol Dipsacus sylvestris Kattenstaart Lythrum salicaria Knoopkruid Centaurea jacea Kogeldistel Echinops Koninngekruid Eupatorium cannabinum Korenbloem Centaurea Lavendel Lavendula Lievevrouwebedstro Galium odoratum Look-zonder-look Alliaria officinalis Maagdenpalm Vinca minor Margriet Chrysanthemum Marolein Origanum hybridum Penningkruid Lysimachia nummularia Ridderspoor Delphinium elatum Robertskruid Geranium robertianum Rudbeckia Spirea Astilbe Teunisbloem Oenothera Varens steenbreek, tongvaren, zwartsteel, mannetjesvaren Veldsalie Salvia pratensis Verbena Verbena bonariensis Vetkruid Sedum Vingerhoedskruid Digitalis purpurea

33

o o o o o o

Vrouwenmantel Alchemilla mollis Wilde bertram Achillea ptarmica Wilde tijm Thymus serphyllum Zenegroen Ajuga reptans Zonnekroon Silphium laciniatum Zwarte toorts Verbascum nigrum

6 Een- en tweejarige planten Behalve dat een kruiden en bloemenweelde de omgeving mooier maakt is het ook aantrekkelijk voor tal van verschillende soorten waardoor de biodiversiteit wordt versterkt. Veel vogels doen zich tegoed aan insecten. Vogels met een spitse snavel zijn de insecteneters. Later in het seizoen komen de vogels met kegelvormige snavels zich tegoed doen aan de zaden. o o o o o o o o o o o o o

Boekweit Fagopyrum esculentum Gierst Panicum Grote kaardenbol Dipsacus fullonum Haver Avena sativa Keizerskaars Verbascum phlomoides Koolzaad Brassica napus Paarse Morgenster Tragopogon porrifolius Peen Daucus carota Raapzaad Brassica rapa Teunisbloem Oenothera Veerdelig tandzaad Bidens tripartita Vlas Linum usitatissimum Zonnebloem Helianthus annuus

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14588504/1