CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Cultuurhistorische verkenning MenA Sloterplas.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 13 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Aanwijzing Sloterplas en zijn oevers tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht (VN2023-026888)6.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting aanwijzing beschermd stadsgezicht Sloterplas Stadsdeel Nieuw West Juni 2021

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 2 van 17

Inhoud Inleiding

3

Begrenzing

4

1

Ontstaan en ontwikkeling

5

2

Huidig ruimtelijk karakter

13

3

Te beschermen waarden

15

Literatuur en bronnen

16

Colofon

17

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 3 van 17

Inleiding Groen werd in het Algemeen Uitbreidingsplan (1934) voor het eerst als een onmisbare stedelijke voorziening gezien dat in nauwe samenhang met de beoogde uiteengelegde stad in open bebouwing de voornaamste ruimtelijke bouwsteen zou worden van de naoorlogse uitbreidingswijken. Startpunt voor het ontwerp van de Westelijke Tuinsteden was dan ook het idee om de oude, centraal in het plangebied gelegen Sloterdijkermeerpolder weer uit te graven en onder water te zetten. Zo ontstond de Sloterplas, omgeven door groen en robuuste parkzones als het magistrale middelpunt van de nieuwe omliggende woonwijken. De Sloterplas en omgeving werd door de afdeling Stadsontwikkeling ontworpen als een groot volkspark met een keur aan recreatievoorzieningen, waaronder een imposant strandbad en diverse watersportvoorzieningen. Het park werd tussen ruwweg 1950-1970 in verschillende fasen gerealiseerd, hetgeen nog altijd goed zichtbaar is. De Sloterplas vormt tegelijkertijd het hart van de ingenieuze groenstructuur die de omringende woonwijken met parkstroken en waterlopen dooradert en die zo kenmerkend is voor de Westelijke Tuinsteden. Aan de west- en zuidzijde werd het park doorgekoppeld naar het omringende landschap van respectievelijk de Osdorper polders en de Nieuwe Meer/Amsterdamse Bos. Zo ontstond een fijnmazig net van groene scheggen.

De plas met aangrenzend park markeert daarom een volgende en unieke fase in de ontwikkeling van de groenvoorzieningen van Amsterdam. In latere decennia is er nooit meer zo systematisch en grootschalig over aanleg van groen nagedacht. Het ontwerp voor de Westelijke Tuinsteden met de Sloterplas als groen hart was ooit zeer ambitieus en ongeëvenaard. Als een relikwie herinnert het park ons aan de grandeur van de systematische groene stedenbouw van de wederopbouwperiode.

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 4 van 17

Begrenzing

Het gebied ‘Sloterplas en zijn oevers’, in dit document aangeduid als ‘Sloterplas’ wordt aan de oostzijde begrensd door de Oostoever en het Christoffel Plantijnpad. Aan de zuidzijde vormt de Lelylaan de grens, die overgaat in de Meer en Vaart aan de westzijde. Aan de (noord-)westzijde wordt het gebied begrensd door de President Allendelaan: het gebiedje ‘Torenwijck’ aan de Osdorpergracht en het westelijk deel van het Sloterpark, vallen dus binnen de begrenzing. Aan de noordzijde wordt het aan te wijzen gebied begrensd door het (reeds aangewezen) beschermde stadsgezicht Noordoever - aangegeven in transparant rood op bovenstaande kaart. Belangrijk is dat het om Sloterplas en zijn oevers gaat, dit komt feitelijk neer op het grootste deel van het Sloterpark. Het groen valt binnen de begrenzing van het beschermde stadsgezicht. Belangrijke onderdelen van het gebied zijn de twee jachthavens, het strandbad en de parklandschappen aan de oost- en westkant.

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 5 van 17

1. Ontstaan en ontwikkeling Een groene dooradering van de stad Oorspronkelijk was de Sloterplas een oude veenkreek in het polderlandschap ten westen van Amsterdam, die zich door oeverafslag had verbreed tot het ‘Slootermeer’. In 1639 werd besloten het meer in te polderen (zie afb. 1). Al in 1908 achtte de bekende schrijver, veldbioloog, leraar en natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, de Sloterdijkermeerpolder geschikt voor de aanleg van een bos. Hij zag dit als centrum van een nieuwe westelijke uitbreiding van Amsterdam. In latere uitbreidingsplannen werd dit idee overgenomen. Dit is onder andere te zien op kaarten van het Plan Bos (1924/1926), het Uitbreidingsplan West van Witteveen (1923-1926) en in het tuindorpachtige plan van de Stedelijke Woningdienst uit 1927 (zie afb. 2). In 1929 verschijnt de Sloterplas voor het eerst op een schetsmatig door Cornelis van Eesteren bewerkte kaart van het westelijke deel van Amsterdam (zie afb. 3). Met de oprichting van de afdeling Stadsontwikkeling in 1928 kon een begin worden gemaakt met het ontwerp van de gewenste grootschalige stadsuitbreiding, het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP). Het AUP voorzag in de bouw van de nieuwe woonwijken Bos en Lommer, de zogeheten Westelijke Tuinsteden (Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart, Osdorp, Westlandgracht en Overtoomse Veld): en in het zuiden Buitenveldert (zie afb. 4).

Het programma van eisen voor de moderne woonwijk was al enige tijd onderwerp van discussie onder architecten en stedenbouwers. In internationaal verband waren verschillende organisaties actief, zoals de ‘International Federation for Housing and Town Planning’ en de ‘Internationale Congressen voor het Nieuwe Bouwen’ (CIAM). Men streefde naar nieuwe verkavelingsvormen, lagere dichtheden, bij voorkeur in laagbouw, en ruime groenvoorzieningen voor de recreatie van de stedeling. Met het AUP werd het groen voor het eerst een integraal onderdeel van stadsplanning, waarvoor een flink oppervlakte werd gereserveerd. Het werd gezien als een noodzakelijke en vanzelfsprekende voorziening. Oppervlakte en bereikbaarheid van het groen werden maatgevend in het ontwerp voor het AUP. Woningen kwamen op maximaal 400 meter te liggen van toegangen naar buurtparken en op 800 meter van wijkparken, zodat ook mensen die slecht ter been waren of moeders met een kinderwagen snel bij een groenvoorziening konden zijn. Parken zouden als een aderstelsel door de stad met elkaar moeten worden verbonden door middel van groenstroken die zich weer verder vertakken tot om de huizenrijen heen. Zo zou de stenen stad een groene stad worden (zie afb. 5).

Over de Sloterdijkermeerpolder vermeldt de Nota van Toelichting (AUP): “De polder is onbebouwd en de bodem bestaat uit klei, zoodat hier een uitnemende gelegenheid bestaat om met geringe kosten een uiterst belangrijke aanwinst aan natuurschoon en recreatieterrein te scheppen, door dezen polder weder onder water te zetten. Het uitbreidingsplan toont duidelijk, welk een ontzaglijke waarde deze plas als centrum van recreatie kan worden.” Op de schets van Cornelis van Eesteren uit 1929 werd de polder blauw gekleurd en een eerste wegenstelsel rood. Pas later werden de bebouwingsvelden uitgewerkt. Hieruit is op te maken dat bij het ontwerp voor de Westelijke Tuinsteden het groene hart, en dus de Sloterplas, als startpunt werd genomen voor

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 6 van 17

de invulling van het gebied. Het park lag centraal in de woonwijken en moest onderdeel gaan uitmaken van een uitgebreid groen netwerk. Er is naar gestreefd alle parkstroken, die wijken doorsnijden, te verbinden met het Sloterpark en de plas. Zowel aan de west- als aan de zuidzijde werd het park verbonden met het omringende landschap. Er werd weleens gezegd dat je van iedere woning op je blote voeten door het groen naar de Sloterplas kon lopen. Misschien net wat overdreven, maar feit is dat een continue, hiërarchisch opgebouwde groenstructuur van deze omvang behoorlijk uniek is. Een groen hart voor de Westelijke Tuinsteden In het uitbreidingsplan voor Slotermeer van 1939 was het ontwerp voor het recreatiegebied verder uitgewerkt (zie afb. 6). De opgedane ervaring van Cornelis van Eesteren en Jakoba Mulder bij de ontwikkeling van het Amsterdamse Bos, had veel invloed op het ontwerp van het Sloterpark. Het moest een groots volkspark worden waar, door middel van allerlei recreatievoorzieningen, alle klassen van de samenleving op gepaste wijze konden recreëren. Op de plankaart zijn oeverlijnen, recreatievoorzieningen, beplantingen en paden en wegen door het park in hoofdlijnen aangegeven. In het ontwerp werden twee jachthavens en een strandbad opgenomen. De plas volgt min of meer de contouren van de vroegere polder.

De verlengde Jan Evertsenstraat heeft een royaal profiel gekregen en is iets van de oever af gelegd zodat de Noordoever (Noordzijde) een ware wandelboulevard is geworden, die ook de haven en het strandbad ontsluit. In februari 1941 werd besloten de Sloterdijkermeerpolder tot 12 meter onder NAP uit te baggeren. De opgegraven bovenste laag grond bestond uit een mengsel van klei en veen en was bestemd voor de ophoging van het omliggende parkgebied (zie afb. 7). In 1942 werd daadwerkelijk begonnen met het afgraven van de bovenste grondlaag, maar de Duitse bezetting eiste zijn tol en zorgde voor een gebrek aan werkkrachten. Het afgraven verliep moeizaam en de werkzaamheden werden uiteindelijk gestaakt. Het afgraven van de Sloterplas werd na de oorlog hervat. In 1947 kon door de inzet van een elektrische cutterzuiger het tempo worden opgevoerd. De omvangrijke hoeveelheid bouwgrond die nodig was voor ophoging van de westelijke uitbreiding, maakte de zandvraag veel groter en acuter dan waar voor de oorlog in het AUP rekening mee gehouden was. Het aantal zandbronnen bleek bovendien niet voldoende. De Sloterplas kreeg daarom na de oorlog onverwacht een belangrijke economische betekenis als bron van zand voor de ophoging van de Westelijke Tuinsteden. Vanaf juni 1951 begon de zandwinning (zie afb. 8). De plas werd na de zandwinning zo’n dertig meter diep.

Een hoeveelheid van meer dan zes miljoen kubieke meter zand werd uit de plas gezogen. De golfslag die mede door de grote diepte wordt veroorzaakt, had gevolgen voor de vormgeving van de promenade langs de noordoever; hoge stenen oeverwanden waren nodig.

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 7 van 17

Ontwerp en inrichting op hoofdlijnen In 1952 werd door de gemeenteraad een herzien uitbreidingsplan voor Slotermeer vastgesteld waarin vooral de verkaveling van de woonbebouwing grote wijzigingen heeft ondergaan. Het ontwerp voor de Sloterplas en het park is nagenoeg hetzelfde gebleven, maar vertoont een meer gedetailleerde uitwerking (zie afb. 9). Internationale voorbeelden Voor de detaillering van het ontwerp voor het Sloterpark werden bekende internationale voorbeelden uit de parkarchitectuur, die Van Eesteren, Mulder en consorten in 1935 bezochten, min of meer overgenomen. Ontwerpoplossingen uit het volkspark Stadtpark Hamburg zijn vooral te vinden aan de drukke noordoever, zoals de symmetrische strakke opzet van de beplanting, de zichtlijn over het water die werd benadrukt door hoogbouw aan de oever, aanlegplaatsen voor bootjes en de wandelpromenade. Ontwerpoplossingen uit landschapsparken in Engeland zijn te vinden in de rustige gedeelten aan oost en west kant van het park, zoals een landschappelijke aanleg van bosbeplanting, reliëf en besloten speelweides. Stadsontwikkeling werd ook geïnspireerd door plannen die in de jaren 1925 tot en met 1933 in Hannover gestalte kregen om aan de rand van de stad een groot kunstmatig meer, de Maschsee, aan te leggen. Dit meer werd ook uitgegraven ten behoeve van zandwinning.

De bastionvormen met een hoge stenen oeverwand aan de noordzijde van de Sloterplas waren rechtstreeks afgeleid van de Maschsee, waar een ronde bastionvorm meermalen als stedenbouwkundig accent was toegepast (zie afb. 11). De noord- en zuidoever van de Sloterplas hebben een stedelijk karakter gekregen met stevige en meer formele bomenrijen/boomgroepen langs de plas en zorgvuldig ontworpen hoogbouwclusters, Torenwijck aan de zuidoever en het ensemble Hogguerstraat langs de noordoever (zie afb. 12). De oost- en westoever kregen een robuust natuurlijk karakter die volgens de toelichting moeten gaan lijken op het Amsterdamse Bos. Overeenkomsten met het Amsterdamse Bos zijn afwisseling van beplanting met open speelweides, reliëf (de kunstmatige heuvel in het westelijk deel van het park), gebogen maar strakke lijnvorming in beplanting en oevers, inheemse beplanting en scheiding van verschillende soorten verkeer. De beleving van de bezoeker van het Sloterpark wordt sterk door de ontwerpkeuzes gestuurd. Zo lijkt de plas vanuit het noorden en zuiden gezien op een doorgaande, meanderende rivier. De toegangen naar de oost- en westkant van het park zijn enigszins verscholen en vooral op de aangrenzende woonbuurten gericht; daarmee is een vorm van beslotenheid gecreëerd ondanks dat het park centraal in de bebouwing ligt. Ook is nergens een monumentale toegang ontworpen.

Het park moest vooral toegankelijk zijn voor voetgangers. Over fietspaden werd nog nauwelijks nagedacht en met de auto was alleen het strandbad bereikbaar. De Rotonde op de driesprong van de Jan Evertsenstraat, Noordzijde en Oostoever is één van de oudste rotondes in Amsterdam. Aanvankelijk zou de Jan Evertsenstraat vanuit de oude stad in een vloeiende lijn noordwaarts langs de Sloterplas (Noordzijde) lopen. Naast een verkeerskundige oplossing heeft de rotonde ook duidelijk een functie binnen de stedenbouwkundige compositie van de Noordoever. De verdraaiing van de verkavelingsrichtingen (Slotermeer enerzijds en Slotervaart/ Overtooms Veld anderzijds) wordt hier opgevangen. Ook markeert de rotonde de entree van het Sloterplasgebied.

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 8 van 17

Wat niet direct zichtbaar is op de plankaart uit 1952 is dat het waterpeil van de Westelijke Tuinsteden en dus ook van de Sloterplas niet langer op stadsboezempeil kwam te liggen maar ruim twee meter lager. De tuinsteden werden uiteindelijk immers op polderpeil aangelegd, waardoor enorm bezuinigd kon worden op de kosten van grondophoging. Voor de Sloterplas en de daarop aangetakte waterlopen hield dit in dat die vanuit de oude stad alleen met schutsluizen bereikbaar zijn. Hieronder zal per parkdeel het ontwerp en de uitvoering daarvan nader worden besproken. In chronologische volgorde. Deze volgorde is inzichtelijk gemaakt met onderstaande kaart (bijlage op toelichting).

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 9 van 17

Het strandbad In 1954 werd begonnen met de verdere uitwerking van het ontwerp voor de belangrijkste voorziening in het Sloterpark: het strandbad. De typologie van het strandbad overleefde de oorlogsjaren en bleef een prominent onderdeel van oeverrecreatie aan de plas. Met een lengte van ruim 650 meter en tien hectare strand, was het het grootste strandbad van West-Europa. Op een mooie dag moesten wel 33.000 bezoekers worden verwacht.

Internationale voorbeelden Om een beeld te krijgen van de eisen voor een dergelijke voorziening, bezochten de architecten in juni 1955 samen met de wethouder en de directeur van de Gemeentelijke Dienst voor Was-, Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen (WSBZ), die het bad zou gaan exploiteren, een aantal zwembaden in Zürich en een strandbad bij het meer van Genève, vlakbij Lausanne. In de zomer van dat jaar reisden de architecten samen met Jakoba Mulder ook naar het Seebad Haltern (1930) en twee zwembaden in Enschede en Groningen, waarschijnlijk het net geopende openluchtbad De Papiermolen (1955). Op basis van het onderzoek naar de nieuwe baden in binnen-en buitenland, bleek dat de oorspronkelijke opzet van het Sloterplas-strandbad van 1952 gehandhaafd kon blijven.

In verband met de verwachte overbelasting van de afdeling Stadsontwikkeling door de uitwerking van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP), stelde directeur van Publieke Werken J.W. Clerx voor om het definitieve ontwerp voor het strandbad uit te besteden aan een particulier architectenbureau, genaamd Merkelbach en Elling (zie afb. 16). Binnen het ontwerp markeerden twee eilanden, de scheiding tussen het zwembassin en het diepe meer. Aan de oever werd een trap bedacht, naar strandbad Tiefenbrunnen in Zürich. De trap werd uitgevoerd in steen zodat drijvend vuil dan makkelijk weg te scheppen was. De bezoekers konden dan ook in vochtige tijden droog liggen en de trap was makkelijk te reinigen. De trappartij begon bij een rondeelachtig schiereiland in het westen. Aan de oostzijde werd de trap beëindigd door een zeshoekig, verhoogd aangelegd grasveld dat als een bastion de plas in stak (zie afb. 19). Tuin- en landschapsarchitect Hans Warnau kreeg opdracht om een ontwerp voor de beplanting te maken. Rondom het strandbad werd gekozen voor een dichte beplanting, deze moest de bezoekers tegen westenwinden beschermen. Door deze beplanting ontstond er een prettige beslotenheid (zie afb. 20). Op het bastion ten noorden van het strandbad moest een caférestaurant komen. En op het land, vlakbij het bastion, lag een kinderspeelvijver die ook onderdeel uitmaakte van het ensemble van het strandbad.

Op het strand zouden allerlei voorzieningen komen zoals kleedgebouwen en kiosken. Het restaurant op het bastion en het merendeel van de voorzieningen zijn echter nooit gerealiseerd. De hoge ambities voor het strandbad zijn, mede door de haast om het bad te openen al aan het begin van de zomer van 1957, niet uitgekomen. Op 1 juni 1957 werd het Sloterparkbad geopend. Maar doordat de auto voor een steeds groter deel van de bevolking beschikbaar werd, ging men al snel op zoek naar recreatie buiten de stad. Dit kwam het bezoekersaantal van het strandbad niet

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 10 van 17

ten goede. In 1974 werd een buitenbad op het terrein aangelegd en op het bastion een ondiep en een halfdiep kinderbad, aangelegd naar een ontwerp van Egbert Mos (zie afb. 21 en 22.) De noordzijde De noordelijke oever werd gezien als de plaats waar de meeste bezoekers uit de stad het Sloterpark zouden bereiken. De noordzijde is daarom ingericht om grote aantallen bezoekers op te vangen (zie afb. 23). De Jan Evertsenstraat werd voorbij de rotonde doorgetrokken als een grootse boulevard langs de kop van de plas, in het ontwerp gemarkeerd door een (niet uitgevoerde) uitzichttoren als verticaal accent. In dit gedeelte van het ontwerp, werden ook de meest gebruiksintensieve voorzieningen opgenomen zoals een paviljoen bestaande uit een kiosk en een terras, een jachthaven, een boulevard, en als voornaamste voorziening een strandbad. Het stedelijk karakter van de noordoever wordt op een hoger schaalniveau nog eens sterk geaccentueerd door de drie hoge galerijflats van P. Zanstra uit 1965. Het ensemble van de 3 galerijflats vormt, vanaf een afstand en over het water gezien, een stedelijke wand. Vlak na de opening van het strandbad op 1 juni 1957 begon Publieke Werken met de inrichting van de noordoever. Hans Warnau werd benoemd tot zogenaamde groensupervisor en Wim Boer was vermoedelijk ook betrokken bij het ontwerp.

Bij de beplanting werd een strakke lijnvoering aangehouden om het stedelijke karakter te benadrukken (zie afb. 24). Aan de noordwestkant van de noordoever bevindt zich een wigvormig bastion tussen boulevard en jachthaven waarop stedelijk vermaak in de vorm van een café-restaurant, een muziektent en kiosken was bedacht. Deze voorzieningen zijn nooit gerealiseerd. Het paviljoen in de noordoosthoek, ook bekend als het Oostoeverterras met het bekende aanzien van een binnenvaartschip, werd ontworpen door Dick Slebos, architect bij Publieke Werken. Ooit was op deze plek een machtige uitkijktoren gepland (zie afb. 25). Ook die toren is er nooit gekomen, hoewel de fundering is aangebracht. Het betonnen deel dat als fundering moest dienen, functioneert tegenwoordig als café-restaurant. Hoewel de uitkijktoren nooit is gebouwd, is het paviljoen op dit moment het meest beeldbepalende element aan de plas. Het “Wilgenlaantje” aan de oostkant was bedoeld als aanlegsteiger en wandelpromenade en functioneert tot op een bepaald niveau ook als dusdanig. Dit deel van de kade ondersteunt het stedelijk karakter van de noordoever (zie afb. 26). Voor de gehele noordoever van de plas was flaneren een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp. De boulevard is bij uitstek, nog altijd een plek om te flaneren – maar ook stil te staan en uit te kijken. De noordoever biedt een prachtig panorama.

Op deze plek is de grootte van de plas bíjna in zijn volle omvang waarneembaar. De oostzijde In 1961 nam tuinarchitect Jan Willem van der Meeren van de gemeentelijke afdeling Beplantingen het stokje over van Jacoba Mulder en begon met het ontwerp voor de oostoever. Omdat het oostelijk parkdeel de functie kreeg van buurtpark voor het aangrenzende Slotervaart, werd het visueel verweven met de stedenbouw van Slotervaart (zie afb. 27). Strakke beplantingsvakken zouden meewerken aan deze beleving. Van der Meeren vervaagde de grens tussen bebouwing en park nog meer door bomen in het verlengde van de verkaveling te plaatsen. Deze beplanting vormt als het ware een overbrugging naar het park over het Christoffel Plantijnpad (afb. 28).

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 11 van 17

In hoofdlijnen volgt het plan van Van der Meeren het ontwerp uit 1952, van Van Eesteren en Mulder. Belangrijk in dit oorspronkelijke ontwerp was de afwisseling tussen bebossing en open plekken die als ingesloten speelweiden dienden. Deze afwisseling zou een rol moeten spelen in de beleving van de bezoeker. Toch kreeg het nieuwe ontwerp een ander karakter (zie afb. 29). De geometrische vormen en strakke belijning die Van der Meeren toepaste op de beplanting, doen zakelijk aan. Volgens het ontwerp moest er aan de oostzijde een centraal gelegen grote open weide komen. Deze weide zou een zichtlijn creëren tussen het westelijk- en het oostelijk-parkdeel. Uit praktische overwegingen; het park was toen nog een vlakte met opstuivend zand, zijn er rijen bomen geplant om beschutting te bieden (zie afb. 30). De zuidzijde In de loop van de jaren zestig kwam ook de inrichting van de zuidoever gereed. Aan de oostkant van de zuidoever ligt een groot eiland dat is gaan dienen voor de vestiging van een tweede kern van watersport. De vorm van het watersporteiland is enigszins afwijkend van de andere eilanden omdat het eiland uitloopt in een landtong (een soort pier) die enkele tientallen meters de Sloterplas in loopt. Het eiland wordt verder, zoals overal rond de Sloterplas, getypeerd door gestileerde, gebogen oeverlijnen.

Het is dicht begroeid en bewust niet vanaf ieder plek aan de plas zichtbaar. Het watersporteiland is het enige eiland in de Sloterplas dat bedoeld is voor (enigszins bescheiden) recreatieve bebouwing. Het bevat twee scoutingverenigingen, een kanovereniging en een jachthaven. De Cornelis Lelylaan, die zou worden doorgetrokken, kwam aan de zuidzijde dicht op de plas te liggen waardoor de parkstrook smal werd. Voor de ontwerpers betekende dit dat er niet veel ontwerpmogelijkheden bestonden (zie afb. 31 en 32). Aan de zuidzijde van de plas werden, in tegenstelling tot de noordzijde, veel minder bezoekers verwacht. Een grootstedelijke boulevard zoals aan de noordoever was dus niet nodig. Zodoende werd een groot deel van de tamelijk beperkte oppervlakte, niet verhard en de beplanting werd in een losser verband toegepast dan bij de noordoever. Door deze keuze werd het groen van het park niet onderbroken; de groenstrook langs de zuidkant werd doorgetrokken en de aanzienlijk kleinere boulevard werd ontsloten met wandelpaden (zie afb. 33). De westzijde Het westelijk deel werd door Egbert Mos en Henk Barkhof ontworpen als een gebied dat deels bebost en deels als grote speelweide zou worden ingericht (zie afb. 34). Binnen het ontwerp zouden de verschillende soorten verkeer gescheiden worden.

De Allendelaan werd visueel buiten het park geplaatst door de weg lager te leggen dan de parken aan weerszijden. Deze weg is vormgegeven als een echte “Parkway” met een groene middenberm. In het ontwerp van 1952 werd in het gedeelte ten noorden van de Allendelaan een kunstmatige heuvel ingetekend van ongeveer zes meter boven maaiveld. Met deze heuvel zou een belangrijke zichtlijn vanaf de heuvel naar het oostelijk deel van het park gecreëerd worden (zie afb. 35). In 1967 werd begonnen met de beplanting van het westelijk deel van het Sloterpark. De eerste stap in dit proces was de beplanting van het gebied ten zuiden van de Allendelaan. Daarbij werd het ontwerp van Mos en Barkhof aangehouden (zie afb. 36).

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 12 van 17

Bij de start van de uitwerking van het ontwerp van het parkdeel ten noorden van de Allendelaan in 1971, ontstond protest van omwonenden. In het gebied was door de tamelijk trage uitvoering (aanleg), een natuurgebied ontstaan (zie afb. 37). De omwonenden waren van mening dat het gebied moest blijven zoals het was. De afdeling Beplantingen gaf, na een aantal wijkoverleggen, gehoor aan het protest en doopte het gebied om tot het ‘Ruige Riet’ – een natuurgebied. In dit deel werden de voet- en fietspaden minder recht geordend en kregen ze een natuurlijker aanzien door onder andere materiaalkeuze. Alle commotie resulteerde in een nieuw plan voor het westelijk parkdeel ten noorden van de Allendelaan. Er moest een nieuw ontwerp komen waarbij het Ruige Riet onaangetast werd gelaten en de resterende parkstrook opnieuw werd ontworpen (zie afb. 38 en 39). Rob Kroonenberg, opnieuw een andere ontwerper van Beplantingen, werd hier verantwoordelijk voor gesteld. Hoewel Kroonenberg de stijl van Barkhof en Mos over leek te nemen, drukte de jonge ambitieuze ontwerper toch zijn eigen stempel op het ontwerp. Veel ruimte voor artistieke vrijheid had hij echter niet, aangezien werd besloten in dit gedeelte allerlei educatieve voorzieningen tot stand te brengen. In 1975 werd met de aanleg van de heemtuin begonnen. Ook een kinderboerderij werd gerealiseerd.

Natuur- en Milieu-educatiecentrum De Drijfsijs en Natuurspeelplaats Natureluur zijn van recenter datum. Na een periode van zo’n 20 jaar kwam het Sloterpark tot voltooiing.

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 13 van 17

2. Huidig ruimtelijk karakter Vanaf de jaren tachtig werden de Amsterdamse stadsparken verwaarloosd. Er bestonden nog geen concrete beheerplannen en steeds andere mensen waren verantwoordelijk voor het onderhouden van de parken. Buro Boventerritoriaal van de afdeling Groenvoorzieningen (de latere benaming voor de afdeling Beplantingen), begon in deze tijd met allerlei studies naar de Amsterdamse parken. Deze studies zouden als uitgangspunt voor toekomstig beleid konden worden gebruikt. Dit resulteerde onder andere in het stuk De Amsterdamse Parken: uitgangspunten voor het beleid uit 1988 maar ook in Studie Sloterplasgebied uit december 1989. Het toenmalig gebruik van het Sloterpark werd in Studie Sloterplasgebied beschreven. Een conclusie was dat de noordelijke boulevard, niet zo veel werd gebruikt als verwacht. Mede hierdoor ging het geprojecteerde contrast tussen het stedelijke en het groen binnen het ontwerp niet meer op. Bovendien bleek dat de verbinding tussen de noordoever en het centrum zich niet goed ontplooid had. Daarentegen is het centrum van Osdorp, aan de zuidoever van de plas, wel tot ontwikkeling gekomen. Dit werd mogelijk nadat werd besloten de Cornelis Lelylaan niet meer op een verhoogd talud door te trekken, maar op maaiveld niveau. De zuidoever krijgt daardoor veel meer bezoekers dan aanvankelijk verwacht werd. Een ander gebruik vraagt om een ander ontwerp.

In de oostelijke en westelijke parkdelen zijn in latere jaren grote groepen linden in de open speelweides geplaatst. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat de afwisseling tussen besloten en open, licht en donker en het principe van de doorstromende ruimte is verdwenen. Zichtlijnen en open weides slibden dicht. In 2003 deed landschapsarchitectenbureau H+N+S, in opdracht van de Gemeente Amsterdam, een poging om het Sloterpark te verbeteren. In Groot Sloterpark. Concept-masterplan voor het Sloterparkgebied werd de versplintering in het ontwerp van het park erkend en werd gesteld dat een heroverweging van de inrichting van het park wenselijk was (zie afb. 40). Eén van de belangrijkste punten van het masterplan was dat de connectie tussen het park en de algehele groenstructuur van de Westelijke Tuinsteden werd verbeterd. Het park als hart binnen het fijnmazige net van groene scheggen, was het doel bij de uitwerking van het AUP na de oorlog. Bij de realisatie van de Westelijke Tuinsteden is de verbinding tussen een aantal van deze groenstroken verloren gegaan. Het doel was ook een verbinding te maken tussen het park en het omliggende polderlandschap door middel van deze groenstroken. De verbinding naar het westen toe is uiteindelijk niet één doorlopende route geworden.

De verbinding naar het zuiden werd abrupt afgesneden toen de beslissing werd genomen voor de aanleg van de wijk Nieuw Sloten. Niet veel van het masterplan van H+N+S is uitgevoerd. Het huidige Sloterparkbad staat bekend als overdekt wedstrijdbad. Het huidige gebouw dateert van 2001 en verving een ouder overdekt zwembad uit 1973. De nieuwbouw vormt een aantasting van de oorspronkelijke landschappelijke kwaliteiten. Het heeft een grote schaal en staat vrij prominent aan de Sloterplas. Delen van de padenstructuur, beplantingen en de oevers (trappen en kades) zijn van grote waarde. Deze zijn echter op meerdere plekken aangetast. Zo is bijvoorbeeld een deel van de trap verwijderd om een strand te creëren.

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 14 van 17

Het jarenlange nalatig beheer heeft ervoor gezorgd dat hele stukken park chronisch onder water staan, enorm veel bomen afsterven, delen van de kade verzakken, zichtlijnen zijn dichtgeslibd, grenzen van beplantingsvakken zijn niet meer als zodanig te herkennen. De slechte staat waar het park zich in bevindt wordt in recente jaren erkend en stadsdeel Nieuw-West is begonnen met verbeteringen aan noord- en zuidoever. Inmiddels is het algeheel herstel van de Noordoever, dat door stadsdeel Nieuw West werd ingezet en waartoe de renovatie van de promenade, een reconstructie van het terras en het wilgenlaantje behoorden, helemaal uitgevoerd. Het nieuwe café-restaurant Oostoever is gerenoveerd en uitgebreid en op de wigvormige overgang tussen de promenade en de bolwerken is het paviljoen van het Van Eesterenmuseum gebouwd. In 2017 werd de Noordoever aangewezen als Gemeentelijk Beschermd Stadsgezicht. De zuidoever is ook aangepakt. De ontwikkeling van het Osdorpplein aan de plas vroeg om een heroverweging van het oorspronkelijke ontwerp. Getracht werd om zowel de connectie tussen plas en Osdorpplein als de recreatiefunctie te versterken. Het groen langs de boulevard werd op meerdere plekken onderbroken en de verharding van de promenade werd uitgebreid. Er werd een zwemsteiger, speelattributen voor kinderen en een aantal horecagelegenheden aangelegd.

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 15 van 17

3. Te beschermen waarden De essentie van de Sloterplas is als volgt samen te vatten: - het is een zo natuurlijk mogelijk ontworpen plas met parken ingericht voor ‘licht, lucht en ruimte’ en voor recreatiedoeleinden, waaronder zwemmen, watersport en wandelen. - het is een stedenbouwkundig ontwerp en vormt het startpunt van – zo men wil de ‘heipaal’ onder, de gehele ruimtelijke / stedelijke compositie van de Westelijke Tuinsteden - het volgt ruwweg de contour van de oude uitgegraven Sloterdijkermeerpolder

De volgende cultuurhistorische waarden zijn te onderscheiden: 1. De contour van de plas. 2. De beoogde oneindigheid als van een meanderende rivier. 3. De volledig groene omzoming met dien verstande dat de twee groene oevers parken (stads- en buurtpark) zijn. 4. De ‘a-symmetrische’ opzet met twee stedelijke en twee groene oevers 5. De Noordoever – eerder aangewezen – als totaalontwerp en volledig uitgedetailleerd (kademuren, bastions, groene omzoming, haven, strandbad, coulissen van een stadslandschap in de vorm van de drie flats van Zanstra). 6. De Zuidoever met dichte boombeplanting als omzoming en ‘camouflage’ tussen de plas en de wegenstructuur (de beoogde en deels uitgevoerde wegenstructuur Lelielaan/Meer en Vaart en een gecancelde hooggelegen weg). 7. De Oost- en Westoever als onbebouwde groengebieden en als stads- en buurtpark. 8. De drie eilanden, twee behorend bij het strandbad, een bij de watersportplek. De drie eilanden dragen tevens bij tot het ‘natuurlijke‘ karakter. 9. Bebouwing rond de plas, ver in de tweede linie ontworpen, waardoor de continuïteit van het groengebied met de plas zijn verstilde en natuurlijke karakter behoud. 10. Het startpunt van het stelsel van waterlopen in de Westelijke Tuinsteden dat zijn oorsprong in de Sloterplas vindt.

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 16 van 17

Bronnen Agtmaal, P. van. Cultuurhistorische Verkenning Sloterpark en Sloterplas. Concept Bestemmingsplan Sloterplas. Gemeente Amsterdam, 2016 Ramp, F. ‘Ten gerieve des volks’. Een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van een uniek volkspark: het Sloterpark. Universiteit van Amsterdam, 2016 (ongepubl.) Rossem, V. van. Toelichting cultuurhistorie. Bestemmingsplan Slotermeer. Gemeente Amsterdam, 2018 Steenhuis, M., P. Meurs, van Rossem, V., J. Schilt, Voerman, L., M. Walda. De Nieuwe Grachten Gordel. De realisatie van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam. Uitgeverij THOTH (Bussum), 2017 Werf, J. van der. Toelichting beschermd stadsgezicht Noordoever, Sloterplas. Gemeente Amsterdam, 2017

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 17 van 17

Colofon Datum: Status: Tekst:

23 juni 2021 concept Fenny Ramp en Jeroen Schilt

© Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2021 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 De kennis uit deze uitgave mag door derden gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden mits van bronvermelding sprake is. Bij vermenigvuldiging op enigerlei wijze voor commerciële doeleinden voorafgaande schriftelijke toestemming van M&A nodig. M&A aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. M&A doet zelf altijd haar uiterste best rechthebbende te vermelden en waar nodig om toestemming voor gebruik te vragen. Mocht u van mening zijn dat uw copyright geschaad is dan verzoeken we contact met ons op te nemen.

Afbeeldingen bij toelichting aanwijzing beschermd stadsgezicht Sloterplas Stadsdeel Nieuw West Juni 2021

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 2 van 21

Afb. 1. Historische kaart van ca. begin 19e eeuw. De Sloterdijkermeerpolder is duidelijk ingetekend. Bron: www.topotijdreis.nl, 31-03-2021

Afb. 2. Plan West van Witteveen, 1926. Rechts een uitsnede. De Sloterdijkermeerpolder wordt hier al blauw gekleurd. Dit duidt op het ontgraven van de polder tot plas. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 3 van 21

Afb. 3. Schetsontwerp van Cornelis van Eesteren, 1929. Ook hier is de contour van de Sloterdijkermeerpolder ingetekend. Bron: Collectie stadsarchief Amsterdam

Afb. 4. Kaart Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam. De voormalige Sloterdijkermeerpolder is als recreatiegebied aangegeven, bestaande uit een plas met aangrenzend park. Bron: Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam: Nota van toelichting. Publieke Werken. Amsterdam, 1934

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 4 van 21

Afb. 5. Uitsnede kaart G (ontspanning) Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, 1934. De fijnmazige groenstructuur van de Westelijke Tuinstede is hier goed te zien. Bron: Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam: Nota van toelichting. Publieke Werken. Amsterdam, 1934

Afb. 6. Ontwerp Plan voor Meerwyck, 1939. De globale inrichting van het park is hier aangegeven. Bron: Vincent van Rossem. Het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, geschiedenis en ontwerp. Rotterdam: NAI Uitgevers, 1993

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 5 van 21

Afb. 7. Ontgraving Sloterplas. Het gewonnen zand zou worden gebruikt voor de ophoging van het gele gebied, 1949. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam: Dienst der Publieke Werken

Afb. 8. Schema zandwinning, 1951. Bron: Pennock, J.J. ‘Zandwinning uit de Slotermeer.’ Werk in Uitvoering, (oktober 1951): 26

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 6 van 21

Afb. 9. Ontwerp Tuinstad-Slotermeer, 1952. De inrichting en beplanting van het Sloterpark zijn hier verder uitgewerkt. Bron: Tuinstad-Slotermeer. Dienst der Publieke Werken. Amsterdam, 1952

Afb. 10. Foto maquette Slotermeer, 1940. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam: Dienst Publieke Werken

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 7 van 21

Afb. 11. Maschsee Hannover. Dezelfde elementen (bastions en blokken naast de trappen) zijn terug te vinden rond de Sloterplas. Bron: www.yelp.de, 21 juni 2016

Afb. 12. Tuinstad Slotermeer: ontwerp Sloterpark. Bron: Tuinstad-Slotermeer. Dienst der Publieke Werken. Amsterdam, 1952

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 8 van 21

Afb. 13. Luchtfoto Sloterpark uit 1954. De polder werd ontgraven en de oeverlijnen van de plas ontstonden. Bron: 010009016588, 20 april 1954

Afb. 14. Volgorde van realisering oevervoorziening Sloterplas, 1953. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam: Publieke Werken, Dienst Gereedmaken Terreinen

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 9 van 21

Afb. 15. Organogram voor organisatie van de realisering Sloterpark. Bron: Ramp,F. ‘Ten gerieve des volks’ Een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van een uniek volkspark: het Sloterpark, 22 juni 2016

Afb. 16. Ontwerp strandbad Sloterpark. Bron: Mulder, J.H. ‘Het strandbad aan de Sloterplas.’ Werk in Uitvoering, (mei 1957): 110

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 10 van 21

Afb. 17. Maquette strandbad. Bron: Mulder, J.H. ‘Het strandbad aan de Sloterplas.’ Werk in Uitvoering, (mei 1957): 110

Afb. 18. Luchtfoto uit 1959. Het net voltooide strandbad. Bron: SAA 010009016589, 8 september 1959

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 11 van 21

Afb. 19. Het net voltooide strandbad. De lange strakke lijnen van de stenen trap. Bron: SAA HVVA00084000093, 1956

Afb. 20. Luchtfoto van het strandbad. Te zien is de dichte beplanting dat het bad van de rest van het park scheidt. Bron: SAA 010009016589, 1970

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 12 van 21

Afb. 21. Luchtfoto uit 1972 van het noordelijkste deel van het strandbad waar het zeshoekige bastion en de pierenbadjes zich bevinden. De waterloop scheidde het strandbad van de rest van het park. Tegenwoordig bevindt zich het strandje de “Varkensbaai” zich op deze plek. Bron: SAA 010009016598, 1972

Afb. 22. De springtoren van het buitenbad op het terrein van het strandbad. Bron: SAA B00000013659, 197

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 13 van 21

Afb. 23. Beplantingsplan noordoever, 1953. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam: Publieke Werken

Afb. 24. Luchtfoto noordoever. De verharding en strakke beplanting van de promenade zijn goed te zien. Bron: SAA 010122005727, ca. 1970

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 14 van 21

Afb. 25. Uitkijktoren noordoever naar ontwerp Slebos, ca. 1955. De toren is nooit gebouwd, alleen de fundering. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Afb. 26. Wilgenlaantje, 1 augustus 1966. Bron: Collectie Stadsarchief: Dienst Ruimtelijke Ordening

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 15 van 21

Afb. 27. Plan voor Slotervaart, 1954. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam

Afb. 28. De overgang tussen het Sloterpark en de bebouwing van Slotervaart wordt vervaagd. Het groen loopt door tot tussen de verkaveling en bomen werden in het verlengde hiervan geplant. Bron: Steenhuis, M., P. Meurs, van Rossem, V., J. Schilt, Voerman, L., M. Walda. De Nieuwe Grachten Gordel. De realisatie van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam. Uitgeverij THOTH (Bussum), 2017

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 16 van 21

Afb. 29. Links het oorspronkelijk plan van het oostelijk parkdeel en rechts hoe het uiteindelijk is uitgevoerd. Bron: Urban van Aar. Studie Sloterplasgebied. Buro Boventerritoriaal Groenvoorzieningen. Amsterdam, 1989

Afb. 30. Luchtfoto met net beplantte oostoever. Bron: SAA 010009016583, 17 augustus 1964

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 17 van 21

Afb. 31. Plankaart Osdorp met aan de rechterkant de zuidoever van de Sloterplas, 1956. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam: Dienst Publieke Werken

Afb. 32. Uitsnede plankaart Osdorp, 1956. De zuidoever van de Sloterplas. Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam: Dienst Publieke Werken

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 18 van 21

Afb. 33. Beplantingsplan zuidoever Sloterplas, 1967. Bron: Dienst Publieke Werken: Afdeling Beplantingen. Collectie Stadsarchief Amsterdam.

Afb. 34. Oorspronkelijk ontwerp westelijke parkdeel. Bron: Urban van Aar. Studie Sloterplasgebied. Buro Boventerritoriaal Groenvoorzieningen. Amsterdam, 1989

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 19 van 21

Afb. 35. Reliëf oorspronkelijk ontwerp westelijke parkdeel. Bron: Urban van Aar. Studie Sloterplasgebied. Buro Boventerritoriaal Groenvoorzieningen. Amsterdam, 1989

Afb. 36. Luchtfoto Sloterpark met net beplantte deel westoever. Bron: SAA A04139001029, ca.1970

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 20 van 21

Afb. 37. Luchtfoto Sloterpark. Een spontaan natuurgebied was hier ontstaan; later het Ruige Riet. Bron: SAA 010009016599, ca.1972

Afb. 38. Luchtfoto Sloterpark met deel westoever in aanleg en Ruige Riet (rechts). Bron: SAA 010009016600, ca.1974

Gemeente Amsterdam

Juni 2021 Pagina 21 van 21

Afb. 39. Links het westelijk parkdeel zoals het oorspronkelijk ontworpen was en rechts hoe het uiteindelijk is uitgevoerd. Bron: Urban van Aar. Studie Sloterplasgebied. Buro Boventerritoriaal Groenvoorzieningen. Amsterdam, 1989

Afb. 40. Plankaart masterplan door H+N+S Landschapsarchitecten. Bron: H+N+S Landschapsarchitecten. Groot Sloterpark. Concept-masterplan voor het Sloterparkgebied, 2003

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13863807/1