CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Concept_RegelinghavenPassagiersvaart.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 16 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het collegebesluit tot vrijgeven voor inspraak van de concept beleidsnotitie exploitatievergunningenstelsel havenwater 2021 èn de concept Regeling op de haven 2021 (ZD2021-014313)2.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp:

Regeling op de haven 2021

Tekst van de regeling

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent de vaststelling van nadere regels in de haven houdende voorschriften voor de passagiersvaart (Regeling op de haven 2021) Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikelen 2.1.12 en 2.4.7 jo. artikel 1.1.2 derde lid van de Verordening op het binnenwater 2010, besluit vast te stellen de volgende regeling:

1

Regeling op de haven 2021 Paragraaf 1 Algemeen De Verordening op het binnenwater 2010 bevat het regelgevende kader voor de Amsterdamse wateren. Daarin zijn ook algemene regels opgenomen voor het varen op havenwater en is bepaald in welke gevallen bijvoorbeeld een vergunning is vereist voor een activiteit. De verordening laat het voor een aantal specifiek omschreven onderwerpen aan het college van burgemeester en wethouders over om nadere invulling te geven aan die kaders of om aanvullende regels te stellen. Voor de haven zijn deze regels uitgewerkt in de onderliggende Regeling op de haven 2021. Houders van een exploitatievergunning moeten zich houden aan een aantal algemene regels. Deze hebben onder meer betrekking op de veiligheid of de bestrijding van overlast op of om het water. Deze regels worden in onderliggende paragrafen vastgelegd.

Artikel 1.1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder:  

  

 

 

aan de beroepsvaart dienstverlenend vaartuig: een vaartuig dat beroepsmatig diensten verleent aan zee- en binnenvaart, zoals het vervoer van zeelieden, van loodsen etc; AIS-transponder: Automatic Identification System Transponder is een apparaat aan boord van een vaartuig, uitgerust met een GPS en een VHF-installatie dat voortdurend via twee aparte marifoonkanalen de identiteit van het vaartuig uitzendt en de positie waar het vaartuig zich bevindt. Daarnaast ontvangt het apparaat deze gegevens van andere vaartuigen die AIS hebben geïnstalleerd; bedrijfsvaartuig: vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zeeschip, binnenschip of vaartuig in directe dienst bij de gemeente, hoofdzakelijk gebruikt voor de uitoefening van een reëel bedrijf of beroep met dat vaartuig dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten; binnenschip: vaartuig niet zijnde een zeeschip, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor interlokaal dan wel internationaal bedrijfsmatig vervoer van goederen te water; exploitatievergunning voor vervoer van personen in de haven: vergunning als bedoeld in artikel 2.4.1 van de verordening; haven: wateren binnen het Noordzeekanaalgebied die voor de scheepsvaart openstaan, alsmede alle tot de haven behorende kunstwerken en de scheepshellingen, dokken, scheepreparatiewerven en los- en laadplaatsen, een en ander zoals aangegeven op het bij

de Verordening op het binnenwater 2010 behorend kaartmateriaal; klein passagiersvaartuig: een vaartuig waarmee 12 of minder passagiers bedrijfsmatig worden vervoerd en/of met een lengte tot 20 meter; hotelschip/(rivier)cruiseschip: een passagiersvaartuig dat is bestemd en wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van passagiers over binnenvaartwegen die om toeristische redenen, hoofdzakelijk gelegen in de reis zelf, deelnemen aan die reis, en welk schip in het bezit is van toereikende en geldige certificaten; verordening: Verordening op het binnenwater 2010; zeilpassagiersvaartuig: een passagiersvaartuig dat is gebouwd en ingericht om ook door middel van zeilen te worden voortbewogen;

2

zeeschip: vaartuig dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd en elk vaartuig dat is voorzien van een document - afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven - waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.

Artikel 1.2 Toepassing Deze regeling is uitsluitend van toepassing op de haven. Artikel 1.3 Vaststelling maximaal aantal personen 1. Het aantal personen bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, van de verordening is dertien. 2. Het bepaalde in artikel 2.1.1, eerste lid, van de verordening en in artikel 2.4.1, derde lid, van de verordening, is niet van toepassing op een zeeschip, (rivier)cruiseschip, binnenschip, een zeilpassagiersvaartuig een motorcharterschip, mits het verblijf op deze schepen in Amsterdam voorop staat, een vaartuig van het openbaar gezag of een aan de beroepsvaart dienstverlenend vaartuig. Artikel 1.4 Keuring van schepen Aan een schip dat is ingericht en wordt gebruikt voor het personenvervoer van 12 personen of minder, buiten de bemanning, en dat anders dan om niet passagiers vervoert, wordt door een inspecteur die gekwalificeerd is om keuringen uit te voeren voor een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat erkende instelling of persoon voor het keuren van binnenschepen, een verklaring van deugdelijkheid verstrekt. De verklaring wordt, in afschrift, overgelegd bij het indienen van een aanvraag voor een exploitatievergunning. Een verklaring van deugdelijkheid verliest zijn geldigheid, indien: a. de inrichting van het schip wordt gewijzigd, of; b. wegens de staat waarin het schip verkeert, gebruik niet langer verantwoord is.

Paragraaf 2 Algemene verplichtingen voor houders van een exploitatievergunning voor vervoer van personen in de haven Artikel 2.1 - Overlast 1. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat bij gebruik van een exploitatievergunning voor vervoer van personen in de haven niet in strijd wordt gehandeld met artikel 2.1.7 van de verordening. 2. In een ruimte op een vaartuig wordt slechts versterkt geluid ten gehore gebracht indien op alle in het vaartuig aanwezige geluidsinstallaties een geluidsbegrenzer is aangebracht die is afgesteld op 90 dB(A). Een hogere geluidsbelasting is toegestaan als de aanvrager aantoont dat de geluidsbelasting net buiten het schip het geluidniveau 76 dB(A) of minder is. Artikel 2.2 – Techniek Het vaartuig waarvoor een exploitatievergunning voor vervoer van personen in de haven is verleend, is in elk geval voorzien van een inland AIS-transponder die is ingeschakeld en goed functioneert op het moment dat het vaartuig in de haven vaart en de naam van het vaartuig en de locatiegegevens uitzendt. Artikel 2.3 - Eisen aan kleine passagiersvaartuigen De schipper van een klein passagiersvaartuig: 1. gebruikt een schip dat voldoet aan de voor de betreffende categorie gestelde eisen en dat is voorzien van:

3

a. een verklaring van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 1.4, of; b. een certificaat van onderzoek als bedoeld in artikel 6 van het Binnenvaartbesluit, en; 2. is in het bezit van een vrijstellingsbewijs Schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype en een basiscertificaat marifonie.

Paragraaf 3 Uitgifte van vergunningen Artikel 3.1 – Algemeen 1. Het college verleent op een aanvraag een exploitatievergunning voor vervoer van personen in de haven. 2. In afwijking van het eerste lid verleent het college geen exploitatievergunning voor vervoer van personen in de haven met een ongemotoriseerd vaartuig. 3. Indien een vergunninghouder op 1 januari 2022 beschikt over een exploitatievergunning voor vervoer van personen die is verleend op grond van de Regeling op het binnenwater 2020, wordt deze vergunning ook geacht te zijn verleend voor de haven. Overtreding van de voorschriften van de vergunning voor het binnenwater geldt tevens als een overtreding voor de vergunning voor de haven. Artikel 3.2 Eisen aan een aanvraag 1.

Een aanvraag voor een exploitatievergunning voor vervoer van personen in de haven wordt ingediend door een onderneming in de zin van de Handelsregisterwet 2007 en gaat in ieder geval vergezeld van: a) een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel dat niet langer dan drie maanden voor de indiening van de aanvraag is verstrekt; b) in voorkomend geval, een bewijs dat degene die de aanvraag indient bevoegd is de aanvragende rechtspersoon te vertegenwoordigen; c) een afschrift van de verstrekte vergunningen en certificaten om met het vaartuig te mogen varen; d) een opgave van het aantal zitplaatsen dat op het vaartuig aanwezig is; e) documenten, zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), indien het college heeft vastgesteld dat een Bibob-toets onderdeel is van de aanvraag voor een exploitatievergunning. Artikel 3.3 Aantal vaartuigen per aanvraag 1. Een aanvraag ziet op één vaartuig en per vaartuig wordt ten hoogste één aanvraag ingediend. 2. Indien een aanvrager meerdere aanvragen indient voor meerdere vaartuigen, bundelt de aanvrager de aanvragen en nummert de aanvrager de aanvragen oplopend vanaf nummer 1. 3. Bij gebundelde indiening van de aanvragen worden documenten en verklaringen die betrekking hebben op de aanvrager slechts eenmaal ingediend. Artikel 3.4 Indieningswijze aanvraag 1.

Voor een aanvraag wordt gebruik gemaakt van de aanvraagmodule op de website van Port of Amsterdam of een papieren aanvraagformulier dat op aanvraag beschikbaar is. 2. Een aanvraag wordt ingediend door verzending via de aanvraagmodule op de website van Port of Amsterdam of door overhandiging van het aanvraagformulier in het Havengebouw te Amsterdam. 3. Een aanvraag kan slechts door overhandiging van het aanvraagformulier worden ingediend nadat daarvoor een afspraak is gemaakt. 4. De aanvraag wordt behandeld binnen 8 weken. 4

Artikel 3.5 Aanvullen van een aanvraag 2. Een ingediende aanvraag kan tot 14 dagen na indiening door de aanvrager worden gewijzigd of aangevuld. 3. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de aanvrager eenmaal in de gelegenheid gesteld om binnen 14 dagen de aanvraag aan te vullen. Artikel 3.6 Toetsingscriteria Een aanvraag wordt afgewezen indien: a) de aanvraag onvolledig is; b) de aanvraag niet naar waarheid is ingevuld; of c) niet is voldaan aan de voorschriften van deze regeling of de verordening. Artikel 3.7 Verlenen van een vergunning 1. Een vergunning voor vervoer van personen in de haven wordt voor onbepaalde tijd verleend voor het vaartuig met de naam en de kenmerken die in de aanvraag zijn vermeld. 2. Aan een vergunning voor vervoer van personen in de haven kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Artikel 3.8 Wijzigen van een vergunning 1. De gevallen waarin een exploitatievergunning voor vervoer van personen in de haven op aanvraag kan worden gewijzigd, als bedoeld in artikel 2.2.6, tweede lid, van de verordening, zijn: a) een wijziging van de beschrijving van de kenmerken van het vaartuig ten behoeve van de verbouwing of de tijdelijke of permanente vervanging van het vaartuig; b) een wijziging van de naam van het vaartuig; of c) een wijziging van de vergunninghouder. 2.

Een aanvraag voor de wijziging van de vergunninghouder wordt afgewezen indien de aanvrager niet heeft aangetoond dat de beoogde vergunninghouder over het vaartuig en de benodigde vergunningen en certificaten kan beschikken op het moment van inwerkingtreding van de beoogde wijziging. Vergunninghouder dient ook tijdens de looptijd van een vergunning te beschikken over het vaartuig, vergunningen en certificaten. Paragraaf 4 Vrijstelling bij evenementen Van de verplichting over een exploitatievergunning te beschikken voor vervoer van personen in de haven zijn uitgezonderd schepen die deelnemen aan een evenement, waar de burgemeester een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening dan wel een vergunning op grond van artikel 1:23 van het Binnenvaartpolitiereglement is verleend. Paragraaf 5 – Milieueisen Het college kan in de vergunning voor vervoer van personen in de haven voorschriften en beperkingen verbinden aan uitstoot van CO2, CH4, HC, NOX, PM2,5 of PM 10 van de systemen waar vaartuigen gebruik van maken voor de aandrijving alsmede aan de geluidsemissie ervan.

Paragraaf 6 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.

5

Paragraaf 7 – Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als de Regeling op de haven 2020.

Toelichting Veel van de onderwerpen die in de Regeling op het binnenwater zijn vermeld, zijn uitdrukkelijk alleen voor het binnenwater van toepassing verklaard (voor de haven of de primaire vaarwegen zijn bepaalde regelingen uitgezonderd). Zoals de regeling dat het college het aantal personen kan vaststellen waarvoor het varen nog zonder exploitatievergunning mogelijk is en dat het verboden is overlast te veroorzaken. Omdat bepaalde regelingen ook van belang zijn voor de haven, is ervoor gekozen de desbetreffende onderwerpen in een aparte (uitvoerings)regeling vast te leggen. Een invaarverbod voor passagiersvaartuigen voor havenbekkens is geregeld via een besluit van de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied (in mandaat). Het besluit is gebaseerd op de Regionale Havenverordening. In de onderhavige Regeling zijn die onderwerpen uit de Regeling op het binnenwater van toepassing verklaard die ook voor de haven relevant zijn. Uit de toelichting bij de Regelingen voor het binnenwater zijn die passages overgenomen voor de desbetreffende onderwerpen. Verbod om, als recreatievaartuig, met meer dan 13 personen te varen Met deze regeling wordt bepaald dat het maximale aantal personen waarmee men, als recreatievaartuig, mag varen, 13 is. Het aantal van 13 is inclusief de schipper/kapitein.

Met meer dan 13 personen varen in Amsterdam mag alleen indien je in het bezit bent van een exploitatievergunning. Eveneens indien tegen betaling passagiers worden vervoerd; het aantal passagiers is dan niet van belang. Indien er sprake is van doorvaart heb je geen vergunning nodig en mag je als groep van meer dan 13 personen op het water zijn. Sinds de wijziging van de verordening in december 2019 is hieraan de beperking verbonden dat de doorvaart geen op Amsterdam gerichte activiteit mag zijn. Als het om een doorvaart gaat die wel een op Amsterdam gerichte economische activiteit is, is een exploitatievergunning vereist. Kleine passagiersvaartuigen die rondvaarten aanbieden tegen betaling op een vaartuig met minder dan 13 personen dienen, ongeacht het aantal inzittenden, altijd in het bezit te zijn van een exploitatievergunning havenwater. Als recreatievaartuig met meer dan 13 personen mag je niet afmeren in Amsterdam. Na inwerkingtreding van deze regeling kunnen handhavers bij aanmeren van een vaartuig volstaan met het tellen van het aantal personen dat zich op het vaartuig bevindt. Niet van belang is of het (mee)varen tegen betaling plaatsvindt. Dat maakt het handhaven eenvoudiger. Overlast Nieuw in de gewijzigde Verordening op het binnenwater 2010 is de zorgplicht van de vergunninghouder om overlast tegen te gaan.

Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het varen met een groep die veel overlast veroorzaakt. Dan kan er sprake zijn van overtreding van de zorgplicht. Dat kan, afhankelijk van de ernst van de overtreding, aanleiding zijn voor intrekking van de exploitatievergunning. Passagiersvaartuigen op havenwater kunnen op ca 35 m afstand van woningen langs varen. Het maximaal toegestane bronvermogen op het schip wordt gerelateerd aan deze afstand van het schip tot woningen. Voor het binnengeluid betekent dit dat dit, tijdens het varen in Amsterdam, aan de bron niet meer mag zijn dan 90 dB(A). Buiten het schip komt dit overeen met een geluid van ongeveer 75 dB(A), uitgaande van een isolatiewaarde van een schip van maximaal 15 dB(A). Als een schip beter is geïsoleerd dan de veronderstelde 15 6

dB(A), dan mag in dat schip meer geluid worden gemaakt, mits dit wordt aangetoond en de ramen en deuren gesloten blijven. De bewijslast ligt in dat geval bij de vergunninghouder, deze moet aantonen waarom het geluid op het schip meer dan 90 dB(A) mag zijn. Een isolatiewaarde van 22 kan in dat geval bijvoorbeeld zorgen voor 98 dB(A) dat acceptabel zou kunnen zijn, zolang net buiten het schip het geluidniveau 76 dB(A) of minder is. Aan de bron dient het geluid gelimiteerd te zijn door een geluidbegrenzer die is ingesteld en verzegeld. Met een akoestisch onderzoek, opgesteld door een onafhankelijk akoestisch adviseur, dient aangetoond te worden met welk binnengeluidniveau voldaan kan worden aan bovenstaande waarden met gesloten ramen en deuren, op een vaarafstand van 35 m. Terugdringen van emissies Het gemeentelijk beleid voorziet in een algemeen verbod per 2025 op het gebruik van andere dan emissieloze voortstuwing. Het ligt in de rede dat dat verbod, voor zover het vergunninghouders betreft, wordt toegevoegd aan de algemene verplichtingen. In deze Regeling is een basis daarvoor gelegd – paragraaf 5. Evenementen De regeling voorziet ten slotte in een vrijstelling van de vergunningplicht voor evenementen. Het gaat dan om evenementen waar de organisator een evenementvergunning op grond van de APV of het Binnenvaartpolitiereglement moet aanvragen.

Voorbeelden hiervan zijn SAIL, Koningsdag en de Canal Parade. Bij deze evenement hebben eigenaren van passagiersvaartuigen geen exploitatievergunning nodig. Voor exploitanten die een vergunning hebben, verandert er niets. Ze kunnen gewoon gebruik maken van de vergunning omdat het een doorlopende vergunning is. Vergunning voor het binnenwater/handhaving Er zijn vaartuigen die op het binnenwater varen en tevens gebruik maken van het havenwater. Om te voorkomen dat de reders van die vaartuigen zowel voor het binnenwater als voor het havenwater een vergunning moeten aanvragen, hetgeen een extra administratieve last betekent met dubbele legeskosten, is bepaald dat een vergunning voor het binnenwater tevens geldig is voor het havenwater. Dit laat onverlet dat passagiersvaartuigen wel dienen te beschikken over de benodigde certificaten om te mogen varen op zone 3 vaarwater (havenwater is een dergelijk water). Wanneer de vergunning voor het binnenwater afloopt, dient de reder voor het havenwater een (aparte) vergunning aan te vragen, om in het havenwater te kunnen blijven varen. Het handhavingsbeleid gaat er vanuit dat wanneer een reder de voorschriften van de vergunning voor het binnenwater overtreedt, dit ook gevolgen heeft voor het havenwater.

Overtredingen worden bij elkaar opgeteld en intrekking van de vergunning voor het binnenwater betekent dat ook de mogelijkheid om met die vergunning op het havenwater te varen vervalt. Wel heeft de reder de mogelijkheid om een (nieuwe) vergunning voor het havenwater aan te vragen.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10876621/1