Bijlage 3. Concept nadere regels deelscooter 2023.docx
Tekst van het document
Concept: voorgenomen richting nadere regels deelscooters 2023 Programma Deelmobiliteit 31-05-2023
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen (buurt)hub: een clustering van deelmobiliteit van ten minste twee modaliteiten, waarbij de gemeente zorgdraagt voor de aanleg van de benodigde fysieke infrastructuur; gebruikers: bewoners en bezoekers die gebruikmaken van de deelvoertuigen; college: het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam; interoperabiliteit: set aan standaarden en afspraken, gericht op wederzijdse openstelling van dienstverlening; MaaS: het aanbod van verschillende soorten mobiliteitsdiensten, waarbij op maat gemaakte reismogelijkheden via een digitaal platform met real-time informatie aan klanten worden aangeboden, door klanten worden geboekt, betaald en transacties worden afgehandeld; vergunning: vergunning om voertuigen op of aan de weg ter gebruik aan derden aan te bieden tegenbetaling of anderszins met commerciële doeleinden, als bedoeld in artikel 2.50A van de verordening; vergunningenplafond: het maximum aantal vergunningen dat wordt verleend; verordening: Algemene Plaatselijke Verordening 2008, vastgesteld bij raadsbesluit van 20 augustus 2008 (Gemeenteblad 2008, afd. 3A, nr.
155/390), laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 20 juni 2019(Gemeenteblad 2019, 2019-165525); voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 2.50A van de verordening; voertuigenplafond: het maximum aantal voertuigen waarvoor de vergunningen worden verleend; aanvrager: een aanbieder van deelvoertuigen, die een vergunning wenst ten behoeve van het aanbieden van deelmobiliteit in de openbare ruimte; gebruikers: bewoners en bezoekers die gebruik maken van de deelvoertuigen; scooter: ook bekend als bromfiets, een motorrijtuig op twee wielen, met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km/h, uitgerust met een elektromotor met een nominaal continu maximumvermogen van niet meer dan 4 kW, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig of een motorrijtuig als bedoeld in artikel 20b van de Wegenverkeerswet 1994 (motorrijtuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 25 km/k);
2
Hoofdstuk 2: Nadere regels voor vergunningen voor deelscooters Paragraaf 1 Algemene bepalingen over vergunningen voor deelscooters Artikel 2.1 Categorieën en typen voertuigen 1.
Het college verleent uitsluitend vergunningen voor deelscooters.
Artikel 2.2 Vergunningenplafond Het college verleent maximaal twee vergunningen aan aanbieders van deelscooters. Artikel 2.3 Voertuigenplafond Het college verleent de vergunning voor maximaal 600 deelscooters per vergunning. Artikel 2.4 Tijdvak voor indienen aanvragen Aanvragen voor een vergunning kunnen alleen worden ingediend in het tijdvak van XXXXX Artikel 2.5 Beslistermijn Wanneer een vergelijkende toets plaatsvindt als bedoeld in artikel 2.9 beslist het college op de aanvraag binnen 20 weken na de dag van ontvangst daarvan. Het college kan de beslissing voor ten hoogste 8 weken verdagen. Artikel 2.6 Wachtlijst Wanneer een vergelijkende toets als bedoeld in artikel 2.9 heeft plaatsgevonden, houdt het college een wachtlijst bij van aanvragers die voor een vergunning in aanmerking wilden komen waarvoor in artikel 2.2 een maximum is vastgesteld en die onderdeel zijn geweest van de vergelijkende toets. De volgorde op de wachtlijst wordt bepaald door de uitkomst van de vergelijkende toets als bedoeld in artikel 2.9. Paragraaf 2 Behandeling van aanvragen voor vergunningen voor deelscooters Artikel 2.7 Indieningsvereisten voor aanvragen voor vergunningen voor deelscooters 1.
Een aanvraag voor een vergunning wordt in behandeling genomen indien aan de volgende indieningsvereisten is voldaan: a. de aanvraag is schriftelijk of langs elektronische weg ingediend middels het in bijlage 4 bij deze nadere regels opgenomen formulier dat volledig is ingevuld en bevat ten minste de in het formulier genoemde bijlagen; en b. de aanvraag is ingediend binnen het door het college vastgestelde tijdvak voor het indienen van een aanvraag. 2. Indien een aanvraag voor een vergunning onvolledig is, stelt het college de aanvrager een termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen.
3
3. Indien een aanvraag voor een vergunning of een van de daarbij behorende gegevens of bescheiden in een vreemde taal is gesteld, stelt het college de aanvrager een termijn van één week om de aanvraag met een vertaling aan te vullen. 4. Aanvragen voor vergunningen die niet voldoen aan de voorwaarden die in het eerste lid zijn genoemd en die, voor zover het gebrek alleen ziet op de in het eerste lid onder a bedoelde volledigheid niet binnen de in het tweede en derde lid gestelde termijn zijn aangevuld, worden niet in behandeling genomen. Artikel 2.8 Weigeringsgronden voor vergunningen voor deelscooters 1. Een aanvraag voor een vergunning wordt geweigerd indien: a. de aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen voertuigen bedoeld in artikel 2.1, eerste lid. b. de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden: 1. de aanvrager is een rechtspersoon die is ingeschreven in het handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel; 2. de aanvrager is geen moeder-, dochter-, of zusteronderneming van of op een andere wijze verweven met een andere onderneming die voor dezelfde periode voor dezelfde deelvoertuigcategorie een vergunning heeft aangevraagd; 3. uit de statuten en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft; 4.
de aanvrager heeft een privacyverklaring in de Nederlandse taal, hij overlegt een uittreksel van voorgenomen verwerkingen in het register van de Algemene Verordening Gegevensverwerking en, indien hij daarover beschikt, een kopie van de bewerkersovereenkomst en hij staat toe dat de gegevens die aan de gemeente worden geleverd gedurende de looptijd van de vergunning conform het vastgestelde beleid, gebruikt mogen worden door de gemeente voor monitorings- en evaluatiedoeleinden en dat deze gegevens geanonimiseerd bekend gemaakt mogen worden; 5. de aanvrager heeft één vast Nederlands sprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op maandag tot en met vrijdag van 9:00 uur tot 17:00 uur (feestdagen uitgezonderd) en dat in staat is om ter stond te reageren. De aanvrager is 24/7 bereikbaar voor nood- en hulpdiensten via een apart (nood)nummer; 6. de voertuigen waarvoor vergunning wordt gevraagd voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet; 7. de aandrijving van alle voertuigen (deelvoertuigen, en alle voertuigen in de operatie) veroorzaakt geen schadelijke stoffen, en de aanvrager maakt voor het opladen van de elektrische voertuigen enkel gebruik van groene stroom; 8.
de aanvraag gaat vergezeld met een veiligheidsplan met maatregelen waarmee de aanvrager stuurt op optimale veiligheid van de gebruiker en andere weggebruikers. In het plan wordt in ieder geval omschreven hoe de aanvrager het verplichte helmgebruik onderstreept en dwingend stuurt op het gebruik van een helm voor zowel de gebruiker als voor de bijrijder, op welke wijze veiligheidsinstructies worden aangeboden, welke voorzorgsmaatregelen door de aanvrager worden getroffen om het rijden onder invloed tegen te gaan. De toezegging van de aanvrager om in samenwerking met de gemeente, de mogelijkheden van een alcoholslot voor deelscooters te verkennen maakt eveneens onderdeel uit van het veiligheidsplan. 9. de aanvraag gaat vergezeld met een klachtenplan, waarin in ieder geval is opgenomen hoe klachten van derden (niet – zijnde klanten) kunnen worden ingediend, hoe de afhandeling van klachten wordt geregistreerd, hoe de indiener van de klacht op de hoogte wordt gesteld van de afhandeling en binnen welke termijn en op welke wijze klachten worden opgevolgd, waarbij
4
expliciet onderscheid wordt gemaakt tussen ‘first response time’ en ‘ticket resolution time’, zoals omschreven in art.2.10; 10. De aanvraag gaat vergezeld met een parkeerplan met maatregelen om overlast van hinderlijk geparkeerde deelscooters te voorkomen en hoe het free-floating parkeren wordt afgeschaald ten behoeve van parkeren in hubs; 11. de aanvrager is in staat om elk voertuig op elk moment te traceren; 12. De aanvraag gaat vergezeld met een onderhoudsplan voor de voertuigen waarin in ieder geval omschreven staat, hoe vaak voertuigen minimaal onderhouden worden waarbij expliciet wordt benoemd op welke onderdelen het onderhoud betrekking heeft, hoe de vloot wordt geïnspecteerd op gebreken en waarbij expliciet wordt vermeld op welke onderdelen voertuigen worden gecontroleerd, hoe snel kapotte voertuigen van straat worden gehaald, hoe snel voertuigen met een (bijna) lege accu opgeladen of van straat gehaald worden en op welke wijze de aanbieder invulling geeft aan duurzame bedrijfsvoering; 13. de aanvraag gaat vergezeld met een plan waarin aanvrager uiteenzet hoe hij zorgt voor een gecontroleerde introductie bij de start van zijn vergunde activiteiten - en ieder daaropvolgend uitrolmoment tot het voertuigplafond is bereikt -, in de hubs en op alle door de aanbieder toegezegde locaties waar de aanbieder actief wilt zijn.
In het plan staat in elk geval beschreven hoe en hoeveel voertuigen bij de start en daaropvolgende uitrolmomenten geplaatst worden en welke acties worden ondernomen als er klachten komen na introductie en verdere uitrol. 14. de aanvrager is in staat binnen 6 maanden na de ingangsdatum van de vergunning ten minste de 75% en binnen 9 maanden na ingangsdatum van de vergunning het volledige aantal van de aan hem vergunde voertuigen te exploiteren. 15. de aanvraag gaat vergezeld met een spreidings- en herverdelingsplan om te voorkomen dat voertuigen te veel clusteren in het free-floating gebied (binnen een scootervak en hub is clustering toegestaan, mits de voertuigen worden geparkeerd binnen de grenzen hiervan). In het spreidings- en herverdelingsplan omschrijft de aanvrager minimaal in welke gebieden in de stad hij de deelvoertuigen in elk geval zal aanbieden bij introductie en ieder daaropvolgend uitrolmoment tot het voertuigplafond is bereikt; 16. de voertuigen bevatten uitsluitend reclame voor de eigen onderneming van de aanvrager. Andere reclame op de voertuigen is niet toegestaan. Indien het reclame met een mobiliteitsdoel betreft, kan hier bij uitzondering van worden afgeweken in overleg met- en na schriftelijk akkoord van de gemeente; 17.
de aanvraag gaat vergezeld met een omschrijving van de samenwerking met andere, in Amsterdam en in de regio (MRA) actieve, mobiliteitsaanbieders. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de samenwerking met de aanbieders in de hubs; 18. de aanvraag gaat vergezeld met een regionaal plan waarin de aanvrager beschrijft of de vergunde ‘Amsterdamse’ voertuigen ook buiten Amsterdam kunnen worden aangeboden en of voertuigen die normaliter buiten Amsterdam worden aangeboden ook binnen Amsterdam kunnen worden aangeboden. Indien dat het geval is, beschrijft de aanvrager welke maatregelen hij neemt om te voorkomen dat het aantal in Amsterdam aanwezige voertuigen van de aanvrager op enig moment boven het vergunde aantal voertuigen uitkomt; 19. de voertuigen hebben een maximale lengte van 2,00 meter, een maximale breedte van 0,74 meter en een maximale hoogte van 1,18 meter; 20. de aanvraag gaat vergezeld met een marketing- en communicatieplan waarin de aanvrager omschrijft welke maatregelen worden genomen om het gebruik van deelvoertuigen te vergroten onder zoveel mogelijk doelgroepen, en waarin wordt ingegaan op aspecten van marketing; 21. de aanvraag betreft maximaal 600 voertuigen, waarbij geldt dat de voertuigen in elk geval openbaar toegankelijk zijn;
5
22. De aanvrager levert aan de gemeente (of aan een door of namens de Burgemeesters en Wethouders aangewezen Trusted Third Party) met een interval van 15-30 seconden op geautomatiseerde wijze de data betreffende: a. de feitelijke locatie van alle geparkeerde voertuigen van de aanvrager in de openbare ruimte binnen de gemeente , met uitzondering van geparkeerde voertuigen die verhuurd zijn. b. de start- en eindlocatie van verhuringen die beginnen of eindigen binnen de gemeente. Voor het aanleveren van de data genoemd in lid 1. mag de aanvrager nog een half jaar na ingang van de vergunning data aanleveren conform de huidige specificaties van het Dashboard Deelmobiliteit. Zie https://docs.crow.nl/deelfietsdashboard/hr-dataspec/. Daarna dient de aanvrager gebruik te maken van de volgende endpoints uit de MDS-standaard: • o o o
/provider/vehicles (met alleen aangeboden voertuigen) met specificatie van: Het type voertuig De status De kilometerstand
• o o o
/provider/trips (route bevat alleen start- en eindlocatie met specificatie van; Begin- en eindtijd Het type voertuig De afgelegde kilometers
De gemeente stelt informatie over de verbodsgebieden (zoals in de nadere regels omschreven en mogelijk toekomstige) en hubs beschikbaar via een openbare MDS-feed. Desgewenst stelt de gemeente deze informatie nog maximaal een half jaar beschikbaar via een KML-file die per mail wordt toegestuurd aan de aanvrager. De aanbieder draagt er zorg voor dat deze informatie continu verwerkt wordt in eigen systemen en apps, zodat de eindgebruiker altijd beschikt over actuele informatie. Tevens stelt de aanbieder een openbare GBFS-feed beschikbaar van het servicegebied dat de aanbieder hanteert, inclusief verbodsgebieden en hubs. De aanvrager zegt medewerking toe aan de verdere ontwikkeling van de data-uitwisseling over deelvoertuigen. In het kader van de Maas-standaarden wil de gemeente Amsterdam samen met andere overheden en marktpartijen nieuwe mogelijkheden van data-uitwisseling zo goed mogelijk benutten. De Strategic Committee voor de Maasstandaarden, waarin overheden en marktpartijen vertegenwoordigd zijn, stelt eventuele nieuwe eisen en specificaties vast; 23.
De aanvrager is in staat om maandelijks op de 1e van de maand een rapportage met de volgende gegevens aan de gemeente te leveren met betrekking tot de daaraan voorafgaande kalendermaand: • het aantal unieke actieve gebruikers • gemiddeld aantal ritten per maand per gebruiker • type gebruikers (percentage klanten inwoner van Amsterdam en percentagebezoeker) • aantal binnen gekomen klachten incl. locatie data, first response time en ticket resolution time, en aantal • uitgedeelde straffen (boetes, verwijderingen gebruikers) de aanvrager verleent de gemeente toegang tot gebruikers om surveys of vragenlijsten uit te zetten; 24. de aanvrager verzamelt en verwerkt persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met de wet- en regelgeving (ISO27001, BIO, IEC62443) en geeft een beschrijving van de manier waarop hij de wet- en regelgeving op het gebied van dataverwerking en privacy uitvoert;
6
25. ten behoeve van optimale benutting van de openbare ruimte en het tegengaan van verrommeling van de openbare ruimte maakt de gemeente gebruik van hubs. De gebruiker verwacht aanbod in de hubs, hubs mogen zodoende niet leegstaan omwille van de betrouwbaarheid van de dienst. Indien een voertuig is of wordt geplaatst op een straal van 250 meter van een (toekomstige) hub, moet het voertuig in een hub worden geplaatst. Artikel 2.9 Verdelingsprocedure schaarse vergunningen voor deelscooters 1.
2. 3. 4. 5. 6.
Het college voert een vergelijkende toets uit indien er, nadat de aanvragen voor zover nodig tijdig zijn aangevuld of de termijn om de aanvraag aan te vullen ongebruikt is verstreken, meer complete aanvragen zijn ingediend die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.8 dan het aantal vergunningen dat het vergunningenplafond toelaat. Bij de vergelijkende toets worden aan de aanvragen punten toegekend op basis van de criteria en overeenkomstig de puntentelling die is beschreven in artikel 2.10. Aan de aanvragen wordt een rangnummer toegekend op volgorde van de hoogte van het aantal punten dat bij de vergelijkende toets aan de aanvragen is toegekend. De vergunningen worden verleend aan de twee aanvragen met het hoogste aantal punten die tevens voldoen aan de voorwaarden die zijn beschreven in artikel 2.8. Indien aanvragen een gelijk aantal punten hebben en daardoor niet op basis van de puntentelling kan worden uitgemaakt op welke aanvraag een vergunning kan worden verleend, wordt met behulp van een loting bepaald op welke aanvraag een vergunning wordt verleend. Loting vindt in het openbaar plaats door een notaris.
Artikel 2.10 Beoordelingscriteria en puntentelling voor het plan van aanpak en de vergelijkende toets voor schaarse vergunningen 1.
De beoordeling van de aanvragen geschiedt op basis van de volgende door de aanvrager bij de aanvraag aan te leveren plannen en beschrijvingen, waarbij geldt dat ieder(e) plan of beschrijving maximaal 2 A4 mag beslaan en op enigerlei wijze van schrijfbeveiliging dient te zijn voorzien: a. een veiligheidsplan waarin de wijze waarop de aanvrager de veiligheid van de gebruiker bevordert is omschreven waarmee de aanvrager dwingend stuurt op het gebruik van een helm voor zowel de gebruiker als voor de bijrijder, welke voorzorgsmaatregelen door de aanvrager worden getroffen om het rijden onder invloed tegen te gaan. De toezegging van de aanvrager om in samenwerking met de gemeente, de mogelijkheden van een alcoholslot voor deelscooters te verkennen maakt eveneens onderdeel uit van het veiligheidsplan. b. een klachtenplan, waarin in ieder geval is opgenomen hoe klachten van derden (niet – zijnde klanten) kunnen worden ingediend, binnen welke termijn en op welke wijze klachten worden opgevolgd, hoe de afhandeling van klachten wordt geregistreerd en hoe de indiener van de klacht op de hoogte wordt gesteld van de afhandeling; c. een parkeerplan, met maatregelen om overlast van hinderlijk geparkeerde deelscooters te voorkomen en om een omschrijving hoe het free-floating parkeren wordt afgeschaald ten behoeve van parkeren in hubs d.
een onderhoudsplan, waarin ten minste is beschreven hoe vaak deelvoertuigen minimaal onderhouden worden, hoe de voertuigen geïnspecteerd worden op gebreken, hoe snel kapotte deelvoertuigen van straat gehaald worden en hoe snel deelvoertuigen met een (bijna) lege accu opgeladen of van straat gehaald worden; e. een implementatieplan waarin de aanvrager omschrijft hoe hij zorgdraagt voor een gecontroleerde introductie en daaropvolgende uitrolmomenten totdat het voertuigplafond is bereikt; f. een beschrijving van de nauwkeurigheid waarmee voertuigen zijn te traceren;
7
g. een spreidings- en herverdelingsplan, waarin ten minste is beschreven in welke gebieden binnen de stad de deelvoertuigen in elk geval zullen worden aangeboden, h. een marketing- en communicatieplan, waarin ten minste is beschreven, welke maatregelen worden genomen om het gebruik van deelvoertuigen te vergroten, en waarin wordt ingegaan op communicatie en marketing en (andere) effectieve maatregelen om het gebruik van deelvoertuigen te vergroten; i. Beschrijving van de mate waarin (data)standaarden worden toegepast die interoperabiliteit bevorderen; j. een beschrijving van de samenwerking met andere mobiliteitsaanbieders in Amsterdam en de MRA; k. een regionaal plan waarin de aanvrager tenminste beschrijft of de vergunde ‘Amsterdamse’ voertuigen ook buiten Amsterdam kunnen worden aangeboden en welke maatregelen hij neemt om te voorkomen dat het aantal in Amsterdam aanwezige voertuigen van de aanvrager op enig moment boven het vergunde aantal voertuigen uitkomt; l. een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager waarborgt dat het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens en data voldoet aan geldende wet- en regelgeving. 2. De puntentoekenning aan bovengenoemde plannen en beschrijvingen in het kader van de vergelijkende toets, is hierna omschreven [puntenverdeling volgt].
Indien een plan of beschrijving voldoet aan hetgeen in de middelste kolom is weergegeven, wordt het in de rechterkolom genoemde aantal punten toegekend.
Veiligheidsplan De aanvraag gaat vergezeld met een veiligheidsplan met maatregelen waarmee de aanvrager stuurt op optimale veiligheid van de gebruiker en andere weggebruikers. In het plan wordt in ieder geval omschreven hoe de aanvrager het verplichte helmgebruik onderstreept en dwingend stuurt op het gebruik van een helm voor zowel de gebruiker als voor de bijrijder, op welke wijze veiligheidsinstructies worden aangeboden en welke voorzorgsmaatregelen door de aanvragen worden getroffen om het rijden onder invloed tegen te gaan.
Bij elk deelvoertuig is een gratis valhelm beschikbaar die voldoet aan de wettelijke eisen en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de valhelm beschikbaar is. Bij elk deelvoertuig is een tweede gratis valhelm beschikbaar die voldoet aan de wettelijke eisen en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de valhelm beschikbaar is. De gebruiksaanwijzing van de bromfiets en informatie over relevante verkeersregels zoals de plek op de weg is bij elk voertuig of via de app beschikbaar in de Nederlandse taal en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn. De aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze gebruikers structureel op de hoogte worden gehouden van verkeersregels en veiligheidsinstructies. De gebruiksaanwijzing van de deelscooter en informatie over relevante verkeersregels zoals de plek op de weg is bij elk voertuig of via de app 8
beschikbaar in de Engelse taal en de aanvrager heeft in de aanvraag beschreven op welke wijze de gebruiksaanwijzing en de informatie over de verkeersregels beschikbaar zijn.
Klachtenplan De aanvraag gaat vergezeld met een klachtenplan, waarin in ieder geval is opgenomen hoe klachten van derden (niet – zijnde klanten) kunnen worden ingediend, hoe de afhandeling van klachten wordt geregistreerd, hoe de indiener van de klacht op de hoogte wordt gesteld van de afhandeling en binnen welke termijn en op welke wijze klachten worden opgevolgd, waarbij expliciet onderscheid wordt gemaakt tussen ‘first response time’ en ‘ticket resolution time’. First response time verwijst naar hoe lang het duurt voordat een klantenservicemedewerker reageert op een klacht of vraag van een klant (geen automatic reply). Ticket resolution time verwijst naar de tijd die een klantenservicemedewerker vanaf de ontvangst en registratie van de klacht nodig heeft om het probleem volledig en inhoudelijk op te lossen.
Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd)) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de aanvrager worden ingediend in de Nederlandse taal. Klachten van derden (niet-klanten) kunnen zowel telefonisch (maandag tot en met vrijdag tussen 9-17 uur (nationale feestdagen uitgezonderd)) als per e-mail (7 dagen in de week) bij de aanvrager worden ingediend in de Engelse taal. De aanvrager beschrijft de wijze waarop binnenkomende klachten en de afhandeling daarvan worden geregistreerd, waarin per type klacht het aantal klachten (anoniem) wordt weergegeven. De aanvrager rapporteert middels een vast format van de gemeente periodiek in de maandelijkse rapportage, aan de gemeente het type klacht, het aantal klachten (anoniem), inclusief first response time, ticket resolution time en wijze van afhandeling. 97% van de klachten wordt binnen 4 uur afgehandeld (ticket resolution time), 1% binnen 24 uur, 1% binnen 36 uur en de overige 1% binnen 48 uur(ook in weekenden en feestdagen). De afhandeling wordt teruggekoppeld aan de indiener. 97% van de klachten wordt binnen 8 uur afgehandeld (ticket resolution time), 1% binnen 24 uur, 1% binnen 36 uur en de overige 1% binnen 48 uur(ook in weekenden en feestdagen). De afhandeling wordt teruggekoppeld aan de indiener.
9
Implementatieplan De aanvrager is in staat om vanaf het moment van gunning tenminste 50% van het vergunde aantal voertuigen te exploiteren binnen 3 maanden en tenminste 100% van het vergunde aantal voertuigen te exploiteren binnen 6 maanden. De aanvrager omschrijft hoe hij bij de start van zijn vergunde activiteiten, en ieder daaropvolgend uitrolmoment tot het voertuigplafond is bereikt, zorgt voor een gecontroleerde en evenredige uitrol waardoor hubs en alle door de aanbieder toegezegde locaties waar de aanbieder actief wilt zijn, direct bij start van de vergunde activiteiten worden voorzien van een evenwichtig aanbod. Onderhoudsplan & duurzame bedrijfsvoering De maatregelen die aanvrager neemt om kapotte voertuigen sneller van straat te halen en/of om te voorkomen dat de voertuigen kapot gaan, en de wijze waarop duurzaamheid wordt toegepast in de bedrijfsvoering .
De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan scooters zijn gesteld of anderszins defect zijn of onbruikbaar (waaronder in ieder geval worden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de weg staan en defecten aan het GPStracking systeem), binnen 12 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat worden gehaald of ter plaatse gerepareerd (zonder hinder of overlast ter plaatse) en de aanvrager informeert de gemeente in de halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 over het aantal van de straat verwijderde of ter plaatse gerepareerde voertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald of ter plaatse zijn gerepareerd.
De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen die niet meer voldoen aan de eisen die bij of krachtens de Wegenverkeerswet aan scooterszijn gesteld of anderszins defect zijn of onbruikbaar (waaronder in ieder geval worden begrepen defecten die een comfortabel en veilig gebruik in de weg staan en defecten aan het GPStracking systeem), binnen 16 uur nadat aanvrager redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid, van straat worden gehaald of ter plaatse gerepareerd (zonder hinder of overlast ter plaatse) en de aanvrager informeert de gemeente in de halfjaarlijkse rapportage als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onderdeel b.21 over het aantal van de straat verwijderde of ter plaatse gerepareerde voertuigen en de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald of ter plaatse zijn gerepareerd. De aanvrager informeert de gemeente in de maandelijkse rapportage over: - het aantal van de straat verwijderde en gerepareerde deelvoertuigen - de termijn waarbinnen de voertuigen van staat zijn gehaald/gerepareerd - Aandeel reparaties op straat versus in onderhoudslocatie
10
De aanvrager controleert de deelvoertuigen preventief op gebreken en geeft aan op welke gebreken en hoe vaak deelvoertuigen preventief worden gecontroleerd en bij eventuele gebreken zoveel mogelijk op straat worden gerepareerd en – indien van toepassing – hoe deze voertuigen van straat worden gehaald voor de controles. De aanvrager heeft een automatisch systeem waarmee de bestuurder van het deelvoertuig te allen tijde kan zien wat de status van de accu is. De aanvrager heeft een automatisch systeem waarmee de hij op afstand kan zien of er een defect is en geeft aan om welke defecten het gaat De aanvrager voorkomt dat voertuigen met (bijna) lege accu’s op straat staan en heeft bij de aanvraag beschreven hoe hij dat doet. Onder bijna lege accu’s wordt verstaan accu’s met minder dan 10% accu capaciteit. De aanvrager of diens opdrachtnemer gebruikt bij de vervanging van (bijna) lege accu’s of bij reparatie op locatie op straat alleen emissievrije voertuigen of vervangt de accu’s op een ander wijze waarbij geen emissie in Amsterdam plaatsvindt. De aanvrager heeft in de aanvraag beschreven hoe dit gebeurt. Onder bijna lege accu’s wordt verstaan accu’s met minder dan 10% accu capaciteit. Aanvrager gebruikt overdag tijdens de spitsuren (06.00 – 10.00 & 15.00 – 19.00) geen elektrische bestelwagens om zodoende de congestie te verminderen
De aanvrager beschrijft door welke partij, en op welke wijze, onderhoud wordt uitgevoerd (in het geval van een externe leverancier wordt de duurzame bedrijfsvoering van die leverancier ook aangetoond) Aanvrager heeft ervoor gekozen een CO2-reductiemanagementsysteem gebaseerd op het Green House Gas Protocol te hanteren. De niveaus zijn beschreven in de onderstaande matrix. Hoe hoger het aangeboden niveau van de certificering, hoe hoger de toegekende score.
Type certificering
Score
CO2 prestatieladder Niveau 1
0
CO2 prestatieladder Niveau 2
0
Energie-audit EED
9
CO2 prestatieladder Niveau 3
9
CO2 prestatieladder Niveau 4
15
ISO 14001-reductiemanagement 1
15
ISO 14001-reductiemanagement 2
30
11
CO2 prestatieladder Niveau 5
30
Aanvrager kan aantonen aan een bepaald niveau te voldoen door een bijbehorend certificaat in te dienen bij de inschrijving. Heeft aanvrager géén van de bovengenoemde certificaten, dan kan aanvrager aantonen dat aan de trede wordt voldaan door het invullen van het schema in bijlage 3 De aanvrager beschrijft op welke wijze CO2-compensatie wordt toegepast via VCS, Gold Standard en/of Stichting Nationale Koolstofmarkt.
Traceerbaarheid De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van tussen de 0 en 5 meter traceerbaar is indien deze geparkeerd of uitgelogd is, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven. De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van tussen de 5 en 10 meter traceerbaar is indien deze geparkeerd of uitgelogd is, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven. De aanvrager gebruikt een techniek waarmee het deelvoertuig voor hem real time met de nauwkeurigheid van tussen de 10 en 20 meter traceerbaar is indien deze geparkeerd of uitgelogd is, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.
Spreidings- en herverdelingsplan De aanvraag gaat vergezeld met een spreidings- en herverdelingsplan om te voorkomen dat voertuigen te veel clusteren (en daarmee potentieel zorgen voor hinder) en te bevorderen dat er een stadsbreed netwerk aan deelscooters kan ontstaan. In het spreidings- en herverdelingsplan omschrijft de aanvrager minimaal in welke gebieden in de stad hij de deelvoertuigen in elk geval zal aanbieden na gunning, bij introductie en opschalingsmomenten. De gemeente acht het wenselijk dat er een evenwichtig gespreid aanbod van voertuigen is over de hele stad. Een spreidingsplan met een evenwichtige spreiding op maatschappelijk relevante locaties en structureel aanbod op deze locaties levert extra punten op. De woningbouwlocaties & maatschappelijke relevante locaties in Nieuw-West, Noord, Weesp en Zuidoost waar de aanvrager punten op kan verdienen staan hieronder beschreven, de locaties zijn tevens op de kaart in bijlage 2 te zien. De locaties hebben ieder een eigen weging.
De aanvrager zorgt ervoor dat deelvoertuigen te allen tijde in de gehele stad kunnen worden aanboden, behalve op de wegen en weggedeeltes in de gebieden die de gemeente heeft aangewezen als gebieden waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden. De aanvrager heeft in het spreidings- en herverdelingsplan omschreven dat en hoe de aanvrager middels herverdeling zorgt voor structureel en blijvend 12
aanbod op de door de aanvrager toegezegde locaties in Nieuw-West, Noord, Weesp en Zuidoost en alle hubs. Conform het door de aanvrager voorgestelde spreidingsplan. De aanvrager heeft in het spreidings- en herverdelingsplan omschreven hoe clustering van voertuigen wordt voorkomen (behalve binnen hubs) en wanneer welke (fysieke) maatregelen worden getroffen indien er sprake is van clustering. Het spreidingsplan kent een zeer evenwichtige spreiding: minimaal 90-100% van de voertuigen worden aangeboden op maatschappelijk relevante locaties in Nieuw-West, Noord, Weesp en Zuidoost. Waarbij de vloot in deze gebieden als volgt is verdeeld: Nieuw-West: minimaal x voertuigen Noord: minimaal x voertuigen Weesp: minimaal x voertuigen Zuidoost: minimaal x voertuigen Het spreidingsplan kent een evenwichtige spreiding: minimaal 75% van de voertuigen worden aangeboden op maatschappelijk relevante locaties in Nieuw-West, Noord, Weesp en Zuidoost. Waarbij de vloot in deze gebieden als volgt is verdeeld: Nieuw-West: minimaal x voertuigen Noord: minimaal x voertuigen Weesp: minimaal x voertuigen Zuidoost: minimaal x voertuigen Het spreidingsplan kent een matig evenwichtige spreiding: minder dan 50% van de voertuigen worden aangeboden op maatschappelijk relevante locaties in Nieuw-West, Noord, Weesp en Zuidoost.
Waarbij de vloot in deze gebieden als volgt is verdeeld: Nieuw-West: < x voertuigen Noord: < x voertuigen Weesp: < x voertuigen Zuidoost: < x voertuigen
13
Nieuw-West Type locatie
Aantal punten
Bedrijventerrein Businesspark Amsterdam Osdorp
5
Riekerpolder
5
Sloterdijk I
5
Gebiedsontwikkeling/woningbouwlocatie Schinkelkwartier
5
Sloterdijk
5
OV-locaties Burgemeester de Vlugtlaan
10
Heemstedestraat
10
Henk Sneevlietweg
10
Isolatorweg
10
Jan van Galenstraat
10
Lelylaan (NS-station)
15
Postjesweg
10
Sloterdijk (NS-station)
15
Sportparken De Eendracht
5
Ookmeer
5
Sloten-West
5
Sloterparkbad
5
Spieringhorn
5
Winkelcentra
14
Belgiëplein
5
Delflandplein
5
Lambertus Zijlplein
5
Osdorper Ban
5
Osdorpplein
5
Pieter Calandlaan
5
Plein 40-45
5
Sierplein
5
Ziekenhuizen Antoni van Leeuwenhoek
10
OVLG-West
10
Noord Type locatie
Aantal punten
Gebiedsontwikkeling/ woningbouwlocatie Buiksloterham
5
Elzenhagen
5
Hamerkwartier
5
NDSM
5
OV-locaties Noord metrostation
10
Noorderpark metrostation
10
Winkelcentra Banne
5
Buikslotermeerplein
5
Mosveld
5
15
Molenwijk
5
Waterlandplein
5
Sportparken Kadoelen
5
Melkweg
5
Schellingerwoude
5
Tuindorp Oostzaan
5
Vliegenbos
5
Ziekenhuizen Boven IJ
10
Weesp
Type locatie
Aantal punten
Bedrijventerrein Weespersluis
15
OV-locaties Station Weesp
15
Gebiedsontwikkeling/woningbouwlocatie Weespersluis
15
Overig Driemond
15
16
Zuidoost Type locatie
Aantal punten
Bedrijventerrein Amstel III bedrijventerrein
5
Gebiedsontwikkeling/woningbouwlocatie Amstel III
10
OV-locaties (metro / NS-stations) Holendrecht metrostation / NS-station
15
Bullewijk metrostation
10
Gaasperplas metrostation
10
Ganzenhoef metrostation
10
Gein metrostation
10
Holendrecht metrostation / NS-station
15
Kraaiennest metrostation
10
Strandvliet metrostation
10
Venserpolder metrostation
10
Sportparken Bijlmer Sportpark
5
Winkelcentra Amsterdamse Poort (oostzijde)
5
Gaasperplas
5
Gein
5
17
Parkeerplan De aanvraag gaat vergezeld met een parkeerplan met maatregelen om overlast van hinderlijk geparkeerde deelscooters te voorkomen.
In het parkeerplan is in elk geval de maatregel opgenomen dat het in een straal van circa 250 meter rondom een scootervak of hub niet langer mogelijk is om een rit te beëindigen.
De aanvrager heeft omschreven met welke inspanningen wordt bijgedragen aan het instellen van dynamische (no) parking zones bij evenementen en werkzaamheden, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.
De aanvrager heeft omschreven met welke inspanningen wordt bijgedragen aan het instellen van locatiegerichte parkeerverboden, eventueel in combinatie met tijdelijke virtuele (GPS) parkeerzones, en heeft deze techniek in de aanvraag beschreven.
De aanvrager neemt maatregelen om de deelvoertuigen te herverdelen wanneer deelvoertuigen te veel clusteren op een locatie of deze langer dan twee dagen stil hebben gestaan/geparkeerd staan, en heeft deze maatregelen beschreven in de aanvraag. Bij de herverdeling worden de voertuigen bijgeplaatst in hubs, stations en locaties buiten de ring. Bij het bepalen of deelvoertuigen te veel clusteren worden in ieder geval de klachten die hierover zijn binnengekomen bij de gemeente en/of de aanvrager meegenomen.
De aanvrager maakt gebruik van technologische mogelijkheden om te voorkomen dat deelvoertuigen worden aangeboden of geparkeerd op die plekken die de gemeente heeft aangewezen als gebieden waar geen deelvoertuigen mogen worden aangeboden of worden geparkeerd en beschrijft deze, waarbij onder meer wordt ingegaan op de nauwkeurigheid van deze technologische mogelijkheden. De aanvrager maakt in het parkeerplan onderscheid in gebieden waar free floating wel en niet is toegestaan. Het voertuig van de aanvrager geeft geen meldingen in de vorm van geluiden bij het openen en/of vergrendelen van het voertuig
Interoperabiliteit en MaaS De aanvrager heeft in zijn aanvraag beschreven op welke wijze hij meedoet
18
aan de platforms die MaaS ondersteunen en op welke wijze hij de standaarden die zijn beschreven in de publicatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (versie 1.0) van 16 mei 2019, met de titel ‘Blueprint for an API’, gepubliceerd op www.dutchmobilityinnovations.com, gebruikt en/of gaat gebruiken.
De aanvrager(s) die naar het oordeel van de commissie het verst is (zijn) met de wijze waarop hij de standaarden uit de “Blueprint for an API” gebruikt, krijgt 30 punten, de aanvrager(s) die het één na verst is (zijn) krijgt 20 punten en de aanvrager die daarna het verst is krijgt 10 punten. De andere aanvragers krijgen geen punten voor dit onderdeel.
De aanvrager heeft in zijn aanvraag beschreven dat hij bereid is om in samenwerking met de gemeente innovaties en technologie te ontwikkelen en op welke wijze hij dat wil doen ten behoeve van de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e.
leefbaarheid, luchtkwaliteit, veiligheid op de weg, verkeersmanagement, en ontwikkeling van sturing op data en platformstrategie.
Voor elk onderwerp worden 5 punten toegekend als de beschreven innovatie naar het oordeel van de commissie bijdraagt aan het onderwerp. Als de aanvrager één of meer eigen onderwerpen toevoegt die bijdragen aan de doelstellingen van MaaS, zoals die zijn beschreven in het Programma Smart Mobility 2019-2025, gepubliceerd op https://www.amsterdam.nl/wonenleefomgeving/innovatie/smart- mobility/ , wordt per onderwerp 5 punten toegekend met een maximum van 10 punten.
Samenwerking met andere mobiliteitsaanbieders in Amsterdam en Amsterdamse hubs
De aanvrager beschrijft zijn visie op en intentie tot de samenwerking met toekomstige MaaS dataplatformen en andere dataplatform aanbieders. Hierbij dient zij eigenaarschap, techniek en data uitwisseling toe te lichten.
19
Aanbieder levert concrete voorbeelden van contact en/of projecten aan waarmee samenwerking werd gezocht binnen het mobiliteitsecosysteem. Aanbieder beschrijft de intentie om samen te werken met toekomstige MaaS dataplatformen of andere dataplatform aanbieders. Aanbieder is bereid samen te werken met andere mobiliteitsaanbieders, waaronder in elk geval NS, GVB en Connexxion en de mobiliteitsaanbieders in de hubs.
Marketing- en communicatieplan: De aanvrager heeft een marketing- en communicatieplan opgesteld met daarin:
Een beschrijving van de marketing- en communicatieacties bij start lancering vergunning in de stadsdelen Noord, Nieuw-West, Zuidoost en stadsgebied Weesp Een beschrijving van de gerichte marketing- en communicatieacties om lage inkomensgroepen te bereiken (bijvoorbeeld kortingsacties) Een beschrijving van de gerichte marketing- en communicatieacties bij de introductie van een nieuw servicegebied Een beschrijving van de gerichte marketing- en communicatieacties bij de introductie van een nieuwe hublocatie Een beschrijving van de gerichte marketing- en communicatieacties om nieuwe doelgroepen te bereiken
Data- en persoonsgegevens
De aanvrager heeft een privacyverklaring in het Engels. De aanvrager beschrijft hoe hij invulling geeft aan ten minste drie van de pijlers in het Tada-manifest. De aanvrager beschrijft hoe hij invulling geeft aan alle pijlers in het Tadamanifest. De aanvrager is bereid de gebruikers van de voertuigen toestemming te vragen om hun gegevens in geanonimiseerde vorm aan de gemeente te verstrekken ten behoeve van monitorings- en evaluatiedoeleinden.
20
Paragraaf 3
Voorschriften en beperkingen verbonden aan de vergunningen
Artikel 2.11
Voorschriften en beperkingen
1.
Aan de vergunning voor de deelscooters worden de volgende voorschriften en beperkingen verbonden: a. de aanvrager heeft een privacyverklaring in de Nederlandse taal, hij overlegt een uittreksel van voorgenomen verwerkingen in het register van de Algemene Verordening Gegevensverwerking en, indien hij daarover beschikt, een kopie van de bewerkersovereenkomst en hij staat toe dat de gegevens die aan de gemeente worden geleverd gedurende de looptijd van de pilot conform het vastgestelde beleid, gebruikt mogen worden door de gemeente voor monitorings- en evaluatiedoeleinden en dat deze gegevens geanonimiseerd bekend gemaakt mogen worden; b. de aanvrager heeft één vast Nederlands sprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op maandag tot en met vrijdag van 9:00 uur tot 17:00 uur (nationale feestdagen uitgezonderd). De aanvrager is 24/7 bereikbaar voor nood- en hulpdiensten via een apart (nood)nummer; c. de voertuigen voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet; d. de aandrijving van alle voertuigen (deelvoertuigen, en alle voertuigen in de operatie) veroorzaakt geen schadelijke stoffen, en de aanvrager maakt voor het opladen van de elektrische voertuigen enkel gebruik van groene stroom e.
de vergunninghouder verwijdert kapotte voertuigen en voertuigen die niet kunnen worden gebruikt van de openbare weg binnen 48 uur nadat bij redelijkerwijs bekend kon zijn met het defect of de onbruikbaarheid of zoveel sneller als hij in het bij de aanvraag overgelegde onderhoudsplan heeft beschreven; f. de vergunninghouder is in staat om elk voertuig op elk moment te traceren; g. de vergunninghouder behandelt en registreert klachten overeenkomstig het klachtenplan dat hij bij de aanvraag heeft overgelegd; h. de vergunninghouder handelt overeenkomstig het parkeerplan dat hij bij de aanvraag heeft overlegd; i. de vergunninghouder handelt overeenkomstig het onderhoudsplan dat hij bij de aanvraag heeft overgelegd; j. de vergunninghouder zorgt conform het implementatieplan voor een gecontroleerde introductie van de voertuigen bij de start en voert het plan uit dat hij bij de aanvraag heeft overgelegd voor wat betreft hoe en hoeveel voertuigen bij de start in de openbare ruimte geplaatst worden en welke acties worden ondernomen als er klachten komen na de introductie; k. de aanvrager is in staat binnen 6 maanden na de ingangsdatum van de vergunning ten minste de 75% en binnen 9 maanden na ingangsdatum van de vergunning het volledige aantal van de aan hem vergunde voertuigen te exploiteren; l.
de vergunninghouder spreidt en herverdeelt de voertuigen overeenkomstig het spreidingsen herverdelingsplan dat hij bij de aanvraag heeft overgelegd; m. de voertuigen bevatten uitsluitend reclame voor de onderneming van de vergunninghouder. Indien het reclame met een mobiliteitsdoel betreft, dient de vergunninghouder een verzoek in bij en ter schriftelijk akkoord van de gemeente; n. de vergunninghouder zorgt ervoor dat alle voertuigen die in het kader van zijn bedrijfsvoering in de openbare ruimte staan aan de vergunningvoorschriften voldoen; o. de vergunninghouder werkt samen met andere aanbieders van vervoer en deelvoertuigen die actief zijn in Amsterdam overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende omschrijving; p. de vergunninghouder handelt overeenkomstig het regionaal plan dat hij bij de aanvraag heeft overlegd, zodat het aantal in Amsterdam aanwezige voertuigen niet boven het vergunde aantal voertuigen uitkomt; q. de vergunninghouder bevordert de veiligheid van de gebruiker overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende veiligheidsplan;
21
r. s. t. u. v. w. x.
de voertuigen hebben een maximale lengte van 2,00 meter, een maximale breedte van 0,74 meter en een maximale hoogte van 1,18 meter; de vergunninghouder biedt de voertuigen niet aan op plaatsen, wegen, weggedeelten en in gebieden waar dat op grond van artikel 3.2 verboden is; de vergunninghouder zorgt ervoor dat de voertuigen niet zijn of worden geparkeerd op plaatsen waar dat verboden is bij of krachtens de Wegenverkeerswet en de Algemene Plaatselijke Verordening; de vergunninghouder vergroot het gebruik van de voertuigen overeenkomstig het bij de aanvraag ingediende benuttingsplan; de vergunninghouder exploiteert het aantal voertuigen waarvoor hij vergunning heeft verkregen. Het percentage voertuigen dat op enig moment niet aangeboden kan worden omdat deze in reparatie zijn of vervangen moeten worden bedraagt niet meer dan 10%; de vergunninghouder zorgt er voor dat niet méér voertuigen in de gemeente Amsterdam aanwezig zijn dan het aantal voertuigen waarvoor aan hem een vergunning is verleend; de vergunningenhouder levert maandelijks, een rapportage met de volgende gegevens aan de gemeente met betrekking tot de daaraan voorafgaande kalendermaand: - het aantal unieke actieve gebruikers - gemiddeld aantal ritten per maand per gebruiker - type gebruikers en aantal - uitgedeelde straffen (boetes, verwijderingen gebruikers)
y. De aanvrager levert aan de gemeente (of aan een door of namens de Burgemeesters en Wethouders aangewezen Trusted Third Party) met een interval van 15-30 seconden op geautomatiseerde wijze de data betreffende: a. de feitelijke locatie van alle geparkeerde voertuigen van de aanvrager in de openbare ruimte binnen de gemeente , met uitzondering van geparkeerde voertuigen die verhuurd zijn. b. de start- en tussenstoplocatie van verhuringen die beginnen of eindigen binnen de gemeente. Voor het aanleveren van de data onder a en b mag de aanvrager nog een half jaar na ingang van de vergunning data aanleveren conform de huidige specificaties van het Dashboard Deelmobiliteit. Zie https://docs.crow.nl/deelfietsdashboard/hr-dataspec/. Daarna dient de aanvrager gebruik te maken van de volgende endpoints uit de MDS-standaard:
/provider/vehicles (met alleen aangeboden voertuigen) met specificatie van:
Het type voertuig De status De kilometerstand
/provider/trips (route bevat start- en tussenstoplocatie met specificatie van;
Begin- en eindtijd Het type voertuig De afgelegde kilometer
De gemeente stelt informatie over tijdelijke verbodsgebieden en hubs beschikbaar via een openbare MDS-feed. Desgewenst stelt de gemeente deze informatie nog maximaal een half jaar beschikbaar via een KML-file die per mail wordt toegestuurd aan de aanvrager. De aanbieder draagt er zorg voor dat deze informatie continu verwerkt wordt in eigen systemen en apps, zodat de eindgebruiker altijd beschikt over actuele informatie. Tevens stelt de
22
aanbieder een openbare GBFS-feed beschikbaar van het servicegebied dat de aanbieder hanteert, inclusief verbodsgebieden en hubs De aanvrager zegt medewerking toe aan de verdere ontwikkeling van de data-uitwisseling over deelvoertuigen. In het kader van de Maas-standaarden wil de gemeente Amsterdam samen met andere overheden en marktpartijen nieuwe mogelijkheden van data-uitwisseling zo goed mogelijk benutten. De Strategic Committee voor de Maasstandaarden, waarin overheden en marktpartijen vertegenwoordigd zijn, stelt eventuele nieuwe eisen en specificaties vast; z. de vergunninghouder verzamelt en verwerkt persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met de wet- en regelgeving en voert de wet- en regelgeving op het gebied van dataverwerking en privacy uit overeenkomstig de beschrijving die hij bij de aanvraag heeft gegeven; aa. de vergunninghouder werkt mee aan onderzoeken van de gemeente en verstrekt daartoe de gegevens waar het college om verzoekt en waarvoor de gebruikers expliciet toestemming hebben gegeven; ab. Indien een voertuig is of wordt geplaatst binnen een straal van 250 meter van een (toekomstige) hub, plaatst de vergunningshouder het voertuig in een hub. Hoofdstuk 3
Het aanbieden en gebruik van voertuigen
Artikel 3.1
Plaatsen en gebieden waar het verboden is om voertuigen te plaatsen
Het is verboden om voertuigen te plaatsen: a. in gebieden en op plaatsen waar het op basis van artikel 4.27 van de verordening verboden is om fietsen te parkeren. b. in gebieden en op plaatsen waar het bij of krachtens de Wegenverkeerswet verboden is om fietsen en te parkeren. Artikel 3.2
Plaatsen en gebieden waar het verboden is om voertuigen ter gebruik aan te bieden
Het is verboden om voertuigen ter gebruik aan te bieden in de gebieden die zijn gemarkeerd op kaarten afbeelding A t/m T in bijlage 1, de bij deze nadere regels behorende kaarten. In deze gebieden is het verboden om een rit te starten of te beëindigen tenzij de gemeente locaties aanwijst waar dit wel is toegestaan. Artikel 3.3
Maximumaanbod van deelscooters per aanbieder in gebieden met een bezoekersaantrekkende werking.
De gemeente werkt een maximumaanbod van deelscooters per aanbieder uit in gebieden met een bezoekersaantrekkende werking, te beginnen in het centrum. Tijdens de looptijd van de vergunningen onderzoeken we het verder uitbreiden van het maximum aantal deelscooters in meerdere gebieden.
Hoofstuk 4 Slotbepalingen […]
23
BIJLAGE 1A tot en met 1T: kaarten met de gebieden waarbinnen geen deelvoertuigen ter gebruik mogen worden aangeboden
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
BIJLAGE 2: Maatschappelijk relevante locaties spreidingsplan
35
BIJLAGE 3 Invulmodel Green House Gas Protocol: Toelichting: Vink aan op basis van onderstaand invulmodel aan welke criteria het CO2reductiemanagementsysteem binnen de bedrijfsvoering voldoet en toon dit aan met aanvullende documenten. Gekwantificeerd Gekwantificeerd Gekwantificeerd inzicht in scope inzicht in scope inzicht in scope Onafhankelijke 1 2 3 Audit
CO2reductiemaatregelen op basis van uitstootdata conform GHG-protocol
Voldoet wel/niet Voldoet wel/niet Voldoet wel/niet Voldoet wel/niet
Voldoet wel/niet
Bij het overhandigen van een verklaring van een onafhankelijke instelling ligt de bewijslast bij de aanvrager om aan te tonen dat in de beoordeling door deze onafhankelijke instelling een vergelijkbare methode is gehanteerd als wordt gedaan bij een van de bovenstaande certificeringen. De score zal dan worden bepaald aan de hand van de onderstaande matrix.
Gekwantificeerd inzicht in scope 1
Gekwantificeerd inzicht in scope 2
Gekwantificeerd inzicht in scope 3
Onafhankelijke Audit
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
CO2reductiemaatregelen op basis van uitstootdata conform GHG-protocol Score
2 X
3 3 X
5 5
X
10
Scope 1: directe emissies van bronnen in eigendom of in beheer o Zoals de verbranding van fossiele brandstoffen voor het verwarmen van het eigen pand. Scope 2: indirecte emissies veroorzaakt door het inkopen van energie. Scope 3: indirecte emissies die ontstaan door de activiteiten van de gemeentelijke organisatie, maar uit bronnen die geen eigendom zijn van of beheerd worden door de gemeentelijke organisatie. o Voorbeelden zijn de emissies van productieprocessen van ingekochte goederen. Voor meer informatie zie: Green House Gas protocol. (https://ghgprotocol.org/ )
36
BIJLAGE 4: Aanvraagformulier vergunning [volgt]
37