CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Addendum kaderstelling verbonden partijen - 2014.pdf

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 25 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis te nemen van de brief over de actualisatie van het deelnemingenbeleid (ZD2021-001473)8.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Definitief 12 maart 2014

Directie Middelen en Control Treasury, Risicomanagement en Deelnemingen

Kaderstelling Verbonden Partijen Addendum bij Doelgericht op Afstand II

Vastgesteld door de gemeenteraad Amsterdam, 12 maart 2014

1

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst Kaderstelling Verbonden Partijen

Inhoud Samenvatting

4

1

Inleiding

6

1.1

Visie op governance: organiseren van toezicht

6

1.2

Leeswijzer

7

2

Verbonden partijen

8

2.1

Stichtingen

9

2.2

(Coöperatieve) verenigingen

10

2.3

Gemeenschappelijke regeling

11

2.4

Reikwijdte

12

3

Oprichting en inrichting verbonden partijen

15

4

Beheer verbonden partijen

17

4.1

Stichtingen

18

4.2

(Coöperatieve) verenigingen

18

4.3

Gemeenschappelijke regelingen

18

5

Bestuurlijke rolverdeling

20

Bijlage A: Kaders verbonden partijen

22

5.1

Gemeentewet

22

5.2

Burgerlijk Wetboek

22

5.3

Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten

22

5.4

Financiële verordening gemeente Amsterdam

24

Bijlage B: Overzicht verbonden partijen

25

3

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst Kaderstelling Verbonden Partijen

Samenvatting

In het addendum zijn de beleidslijnen voor de governance en het beheer van stichtingen, (coöperatieve) verenigingen en gemeenschappelijke regelingen (GR) vastgelegd, voor zover die gekenmerkt zijn als verbonden partij (dus als sprake is van een bestuurlijk én een financieel belang). Een verbonden partij is een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel 1 belang heeft . Dit kan zowel een publiek- als privaatrechtelijke organisatie zijn. Voor de betekenis van de begrippen bestuurlijk en financieel belang wordt aangesloten bij de definities zoals opgenomen in het BBV en bijbehorende circulaire2. - Er is sprake van een bestuurlijk belang wanneer de gemeente zeggenschap heeft in de organisatie. Dit kan zijn door vertegenwoordiging in het bestuur en/of doordat de gemeente stemrecht heeft. Ook kan de gemeente statutaire bevoegdheden hebben die kunnen worden gezien als een bestuurlijk belang. Zo is het recht tot voordracht of benoeming van personen in het bestuur een voorbeeld van een bestuurlijk belang. - De gemeente heeft een financieel belang wanneer middelen beschikbaar zijn gesteld die ze kwijt is wanneer de verbonden partij failliet gaat. Een ander kenmerk van een financieel belang is dat financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente.

Van een financieel belang is sprake wanneer de gemeente bijvoorbeeld aandeelhouder is en kapitaal heeft ingebracht, een lening heeft verstrekt of garantie heeft afgegeven Omdat de gemeente veelal eindverantwoordelijk blijft voor het realiseren van de beleidsdoelstellingen, is het belangrijk om risico’s op financieel, bestuurlijk en politiek vlak te beheersen. In dat kader is, mede op verzoek van de gemeenteraad, gekozen voor de ontwikkeling van bredere kaderstelling voor alle verbonden partijen. Hiervoor is voorliggend addendum op DOA 2 opgesteld. De gemeente kan verschillende typen relaties met organisaties hebben. Als sprake is van verschillende relaties met een organisatie, is ook vaak sprake van verschillende (beleids)kaders waaraan de gemeente en de betreffende organisatie zich moeten houden. Een voorbeeld hiervan betreft de kaderstelling voor gesubsidieerde instellingen: de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013. Deze kaders zijn in deze gevallen complementair aan elkaar. De beleidslijnen voor oprichting en beheer van de vastgestelde beleidsnotitie ‘Doelgericht op Afstand II’ voor verbonden partijen worden doorgetrokken naar de andere verbonden partijen. Dit betekent: 1. het toepassen van de gefaseerde aanpak (denkfase, onderzoeksfase, 1 2

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), art. 1 Circulaire Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, 17 januari 2003.

4

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen uitvoeringsfase, beheer- en nazorgfase) bij oprichting en inrichting. Hierbij geldt (Gemeentewet) dat bij oprichting van een stichting, (coöperatieve) vereniging of deelneming de gemeenteraad in de gelegenheid moet worden gesteld wensen en bedenkingen te uiten. De oprichting van een gemeenschappelijke regeling behoeft goedkeuring van de gemeenteraad (Wet Gemeenschappelijke Regelingen). 2. actief beheer van alle verbonden partijen: - actieve voorbereiding van ‘ledenvergaderingen’; - actieve monitoring van de verbonden partij; - rapportage over maatschappelijk relevante indicatoren; - herijking van alle verbonden partijen minimaal eens per vier jaar (behartiging publiek belang en in kaart brengen van risico’s en financieel belang). 3. de bestuurlijke lijn die gehanteerd wordt bij de deelnemingen (scheiding vakwethouder en wethouder Deelnemingen) kan worden doorgetrokken respectievelijk verbreed worden naar de andere typen verbonden partijen.

5

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

1

Inleiding

In Doelgericht op Afstand 2 (DOA 2), dat op 13 maart 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld, zijn de beleidslijnen voor de behartiging van het publieke belang vastgelegd wanneer dit in een deelneming is belegd. De nadruk ligt hierbij op de NV’s, BV’s en CV’s van de gemeente Amsterdam. De deelnemingen vormen echter slechts een onderdeel van het bredere spectrum van ‘verbonden partijen’ van de gemeente Amsterdam. Ook diverse stichtingen, verenigingen (waaronder coöperaties) en gemeenschappelijke regelingen zijn met onze stad financieel en bestuurlijk verbonden. Deze partijen zijn belangrijk om beleidsdoelstellingen te realiseren. Deze andere verbonden partijen opereren grotendeels in dezelfde maatschappelijke context als de gemeentelijke deelnemingen. Bijvoorbeeld als het gaat om governance, beloningsbeleid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. In het bepalen van de wijze waarop de gemeente haar relatie tot deze partijen wil vormgeven, komen grotendeels identieke vragen naar voren. Omdat de gemeente veelal eindverantwoordelijk blijft voor het realiseren van de beleidsdoelstellingen, is het belangrijk om risico’s op financieel, bestuurlijk en politiek vlak te beheersen. In dat kader is, mede op verzoek van de gemeenteraad, gekozen voor de ontwikkeling van bredere kaderstelling voor alle verbonden partijen. Hiervoor is voorliggend addendum op DOA 2 opgesteld.

Hierin zijn de beleidslijnen voor de governance en het beheer van stichtingen, (coöperatieve) verenigingen en gemeenschappelijke regelingen vastgelegd. DOA 1 en DOA 2 hebben hun werking bewezen: met name bij verzelfstandigingen en in het beheer van deelnemingen. Voor wat betreft de opbouw van dit addendum is er om die reden voor gekozen dat DOA 2 de basis vormt en de beleidslijnen zijn doorvertaald naar de overige verbonden partijen. Met dit addendum is de kaderstelling van het volledige spectrum van de verbonden partijen gedekt. Net als in DOA 2 wordt ook hier het volgende opgemerkt: Dit addendum is een kader en geen keurslijf. Dat laatste kan ook niet. In de praktijk zijn de situaties te divers om via voorgeschreven regels en procedures tot oplossingen te komen. Maatwerk is hier eerder de regel dan de uitzondering. Maar maatwerk moet niet uitmonden in vrijblijvendheid en adhocratie. Vandaar dit addendum die richting en kaders geeft aan ons handelen.

1.1

Visie op governance: organiseren van toezicht

Naast de noodzaak om in aanvulling op de geformuleerde kaders voor de deelnemingen in DOA 2 ook kaders te schetsen voor de overige verbonden partijen, is het van belang voorafgaand stil te staan bij de bredere context. Wat beoogt de gemeente te realiseren en wat betekent dit voor hoe de gemeente zich verhoudt tot verbonden partijen en de daarbij benodigde governance?

6

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen Om te zorgen dat de doelstellingen van de gemeente op een effectieve en efficiënte manier gerealiseerd worden is de kwaliteit van de governance essentieel. Dit brengt de vraag met zich mee wat nodig is aan governance: hoe wordt het toezicht georganiseerd? Aspecten die daarbij van belang zijn, zijn het in positie brengen van personen en besluitvormende organen, het nemen van gepaste afstand als gemeente, integriteit, zeggenschap en risicomanagement. Voor de gemeente betekent dit dat vooraf scherpe kaders geformuleerd moeten worden zodat de governance van de verbonden partij goed geborgd is. Het goed uitvoeren van de governance kan een enorme versterking van de sturing van de gemeente betekenen, mits het goed is belegd en goed wordt uitgevoerd.

1.2

Leeswijzer

In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende typen verbonden partijen en komt ook de reikwijdte van de kaderstelling aan bod. Het derde hoofdstuk zet de aanpak uiteen die wordt gehanteerd bij het oprichten van verbonden partijen, zoals bijvoorbeeld de vorming van een gemeenschappelijke regeling. In hoofdstuk vier staat vervolgens het beheer van verbonden partijen centraal. Tot slot wordt in hoofdstuk vijf ingegaan op de bestuurlijke rolverdeling bij het beheer van de verbonden partijen. De bijlagen bevatten een overzicht van de wet- en regelgeving die van toepassing is op de verbonden partijen en een overzicht van de verbonden partijen die de gemeente Amsterdam heeft.

7

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

2

Verbonden partijen

Voordat ingegaan wordt op de kaderstelling, is het van belang de term ‘verbonden partijen’ en betekenis hiervan duidelijk te maken. Een verbonden partij is een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft3. Dit kan zowel een publiek- als privaatrechtelijke organisatie zijn. Voor de betekenis van de begrippen bestuurlijk en financieel belang wordt aangesloten bij de 4 definities zoals opgenomen in het BBV en bijbehorende circulaire . Er is sprake van een bestuurlijk belang wanneer de gemeente zeggenschap heeft in de organisatie. Dit kan zijn door vertegenwoordiging in het bestuur en/of doordat de gemeente stemrecht heeft. Ook kan de gemeente statutaire bevoegdheden hebben die kunnen worden gezien als een bestuurlijk belang. Zo is het recht tot voordracht of benoeming van personen in het bestuur een voorbeeld van een bestuurlijk belang. De gemeente heeft een financieel belang wanneer middelen beschikbaar zijn gesteld die ze kwijt is wanneer de verbonden partij failliet gaat. Een ander kenmerk van een financieel belang is dat financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de gemeente. Van een financieel belang is sprake wanneer de gemeente bijvoorbeeld aandeelhouder is en kapitaal heeft ingebracht, een lening heeft verstrekt of garantie heeft afgegeven.

In onderstaand figuur zijn de verschillende verschijningsvormen van verbonden partijen 5 opgenomen . Ook is opgenomen hoeveel van elk van de vormen momenteel voorkomt in de paragraaf verbonden partijen die is opgenomen in de begroting 2014 van de centrale stad.

3 4 5

Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), art. 1. Circulaire Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, 17 januari 2003. Er zijn twee verschijningsvormen die buiten de reikwijdte van dit addendum vallen:

1) Bestuurscommissies: Als gevolg van het nieuwe bestuurlijk stelsel, kent Amsterdam met ingang van 2014 zeven bestuurscommissies die via rechtstreekse verkiezingen per stadsdeel worden gekozen. De inrichting van de bestuurscommissies betreft een separaat project en maakt geen deel uit van dit addendum. 2. Publiek-private samenwerking (PPS): In geval van PPS kan sprake zijn van een verbonden partij wanneer sprake is van zowel een financieel belang als gemeentelijke vertegenwoordiging in een PPS-constructie. Echter, PPS is geen rechtsvorm op zich, maar het maakt gebruik van bestaande rechtsvormen of contractuele mogelijkheden en een juridisch kader. Daarom wordt niet separaat ingegaan op PPS in deze nota.

8

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

* 8 gemeenschappelijke regelingen en 1 regionaal samenwerkingsverband Figuur 1: overzicht verbonden partijen In totaal zijn 59 organisaties opgenomen als verbonden partij. Het grootste deel (34) betreft de deelnemingen, waarvoor DOA 2 van toepassing is. Daarnaast zijn acht stichtingen6 en eveneens acht verenigingen (waarvan twee coöperaties) opgenomen als verbonden partij. Tot slot is sprake van negen gemeenschappelijke regelingen. In paragraaf 2.1 t/m 2.4 worden de verschillende vormen kort toegelicht. De impact van de beleidslijnen van dit addendum voor de verbonden partijen is overzichtelijk. Feitelijk gaat het om het expliciet maken, formaliseren en aanscherpen van de wijze waarop de gemeente omgaat met het oprichting, inrichting en beheer van de verbonden partijen.

2.1

Stichtingen

Een stichting is een privaatrechtelijke rechtspersoon. In tegenstelling tot andere verbonden partijen, heeft de stichting één bestuurslaag (monistisch karakter). Daar waar bij de andere verbonden partijen sprake is van een organisatievorm met ten minste twee verplichte organen (duale rechtspersonen) geldt dit niet voor de stichting. Er is geen sprake van een orgaan waarin leden of eigenaren zijn vertegenwoordigd. Gemeenten gebruiken de stichtingsvorm vaak om geoormerkt geld adequaat te besteden onder verantwoordelijkheid van een zelfstandig stichtingsbestuur. Daarbij kan optioneel gekozen worden om een Raad van Toezicht in te stellen. Voor schoolbesturen, musea, bibliotheken, schouwburgen e.d. is een stichting een gebruikelijke rechtsvorm. De gemeente heeft veelal een subsidie- of opdrachtgeversrelatie met stichtingen. Anders dan bij de deelnemingen, verenigingen en gemeenschappelijke regelingen is bij stichtingen dus geen sprake van een orgaan waarin leden of eigenaren zijn 6

De gemeente heeft met veel meer stichtingen banden. Dit betreft veelal gesubsidieerde instellingen die niet het kenmerk hebben van verbonden partij in de zin van het BBV. Voor deze instellingen gelden eigen kaders (zie tekstblok ‘Kaderstelling gesubsidieerde instellingen’ in dit hoofdstuk).

9

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen vertegenwoordigd en waaraan bevoegdheden zijn toegekend. Zeggenschap van de gemeente in stichtingen kan desondanks wel expliciet vastgelegd te worden. Zo is bij Pantar sprake van zeggenschap ten aanzien van benoeming en functioneren van toezichthouders. Welke bevoegdheden precies geregeld worden, is afhankelijk van de specifieke situatie en daarmee maatwerk. Echter, in algemene zin geldt dat telkens wanneer (aanvullende) bevoegdheden overwogen worden, de vraag gesteld moet worden of de gewenste bevoegdheden de stichtingsvorm rechtvaardigen. Immers, hoe meer invloed des te meer verantwoordelijkheid. Hoe meer verantwoordelijkheid, des te minder een privaatrechtelijke organisatievorm voor de hand ligt. Een stichting heeft immers een eigen bestuur dat volledig bevoegd is besluiten te nemen. Bovendien is de stichtingsvorm juist bedoeld om taken door de samenleving uit te laten voeren en daarbij is een beperktere invloed van de gemeente gepast.

Figuur 2: reguliere verschijningsvorm stichting

2.2

Figuur 3: stichting met Raad van Toezicht

(Coöperatieve) verenigingen

Kernelement van een vereniging is dat deze leden heeft. Een vereniging heeft in ieder geval twee organen: de Algemene Ledenvergadering en het Bestuur. Het instellen van een Raad van Toezicht is optioneel. Daarnaast is een ander belangrijk kenmerk van de reguliere vereniging dat deze geen winst verdeelt onder haar leden. De reguliere vereniging komt bij de gemeente voor als rechtsvorm in geval van verenigingen van eigenaren (VvE) van bijvoorbeeld parkeergebouwen. De governance van (coöperatieve) verenigingen is qua structuur vergelijkbaar met organisaties waarin de gemeente aandeelhouder is: de gemeente is vertegenwoordigd in de ledenvergadering (of deelnemersvergadering) van de (coöperatieve) vereniging en komt in die hoedanigheid een aantal bevoegdheden toe. Deze bevoegdheden zijn 7 opgenomen in de statuten en hebben ondermeer betrekking op het goedkeuren van investeringsbeslissingen, het vaststellen van de jaarrekening, benoeming, schorsing, ontslag en dechargeverlening van het bestuur, toetreding tot, ontbinding van en wijziging van de statuten van de coöperatie. Daarnaast kan de algemene ledenvergadering een huishoudelijk reglement of andere reglementen zoals bijvoorbeeld een reglement bestuur en directie opstellen.

7

Naast de statuten kan sprake zijn van een deelnemersconvenant of samenwerkingsovereenkomst.

10

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen Een bijzondere vorm van een vereniging is de coöperatieve vereniging (coöperatie). De gemeente heeft er twee waarvan het lid is (Wigo4It en Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten). Het opvallende van de coöperatie is dat deze zich wél mag richten op het realiseren van winst voor de leden zelf. De coöperatie leent zich daarom goed voor samenwerking tussen gemeenten aangezien de leden samenwerken om een gezamenlijk doel te bereiken.

Figuur 4: structuur vereniging

2.3

Figuur 5: structuur coöperatie

Gemeenschappelijke regeling

Als de gemeente met andere decentrale overheden bepaalde taken en bevoegdheden uit wil voeren, kan dit in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR). Een GR is een publiekrechtelijk samenwerkingsverband tussen bestuursorganen van decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen). De gemeente kan op verschillende manieren met andere partijen samenwerken in de vorm van een GR. De meest voorkomende - en tevens ‘zwaarste’ - variant is de gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam. De gemeente kan vrijwel al haar taken en bevoegdheden overdragen aan een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam. Een openbaar lichaam heeft een verplicht voorgeschreven bestuursstructuur. Deze bestaat uit een algemeen bestuur, dagelijks bestuur en een voorzitter/secretaris. Voorbeelden van gemeenschappelijke regelingen zijn de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, de Stadsregio Amsterdam, de GGD AmsterdamAmstelland en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. De GR kan worden gezien als een vorm van verlengd lokaal bestuur. Daarbij bestaat het AB uit leden van de deelnemende gemeenten, waarbij het gebruikelijk is dat een collegelid de positie van AB-lid bekleedt. Het AB benoemt uit zijn midden de leden van het DB.

De (gevraagde en ongevraagde) informatie- en verantwoordingsplicht tussen de organen van de GR en de gemeente wordt vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling. Het AB gaat over benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris van de GR. De gemeente gaat over benoeming en ontslag van leden van het AB van de GR. De gemeente kan voorstellen doen c.q. gaat over wijziging, opheffing (ontbinding), toetreding en uittreding van de GR.

11

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

Figuur 6: structuur gemeenschappelijke regeling

2.4

Reikwijdte

Het is belangrijk dat duidelijk is wat de reikwijdte is van de kaders die in DOA 2, inclusief dit addendum opgenomen zijn: op welke organisaties zijn de kaders van DOA 2 wel van toepassing en op welke niet? 8

De gemeente kan verschillende typen relaties met organisaties hebben . Zo kan bijvoorbeeld sprake zijn van een subsidierelatie of een inkooprelatie. Ook is vaak sprake van meerdere typen relatie met één organisatie. Het bestaan van een subsidie- of inkooprelatie kan bijvoorbeeld samengaan met een relatie als verbonden partij. Een concreet voorbeeld hiervan is de stichting Pantar waarbij diensten door de gemeente worden ‘ingekocht’ maar waar de gemeente ook breder aan verbonden is. Daarbij is eveneens sprake van een financieel en bestuurlijk belang zoals omschreven in het BBV. Ander goed voorbeeld is Havenbedrijf Amsterdam NV, waarmee de gemeente in maar liefst zeven verschillende rollen verbonden is. Als sprake is van verschillende relaties met een organisatie, is ook vaak sprake van verschillende (beleids)kaders waaraan de gemeente en de betreffende organisatie zich moet houden. Deze kaders zijn in deze gevallen complementair aan elkaar. Voor bijvoorbeeld een organisatie waarin de gemeente aandeelhouder is en waaraan ook een lening door de gemeente is verstrekt zijn dus zowel de kaders van DOA 2 als die van het gemeentelijke leningen- en garantiebeleid van toepassing.

8

De beschreven relaties hebben allemaal een financiële component. Het kan ook voorkomen dat een financiële component ontbreekt en wel sprake is van bestuurlijke relatie. Dergelijke relaties vallen buiten de reikwijdte.

12

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

Kaderstelling gesubsidieerde instellingen De gemeente verstrekt meer dan 4.000 subsidies. Voor veruit het grootste deel van deze gesubsidieerde instellingen is het addendum niet van toepassing, omdat deze niet de kenmerken hebben van een ‘verbonden partij’. Alleen de (jaarlijkse) subsidiëring van een instelling – maar waaraan verder geen andere financiële verplichtingen verbonden zijn met juridische afdwingbaarheid door derden – brengt niet met zich mee dat sprake is van een financieel belang in de zin van het BBV. Een subsidie is immers een financieel middel dat door een bestuursorgaan wordt verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van een aanvrager. Voor gesubsidieerde instellingen, waar veelal stichtingen toe behoren, is op gemeentelijk niveau reeds in detail vastgelegd hoe het gemeentelijke beheer van deze instellingen vanuit de subsidierelatie georganiseerd is. Het beheer van deze gesubsidieerde instellingen volgt uit het individuele subsidiebesluit en de kaders die daarop van toepassing zijn, zoals de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 (ASA 2013) en Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de Awb is een aantal bevoegdheden geregeld voor de gemeente als subsidieverstrekker. Naast de bevoegdheden die bij wet zijn geregeld, heeft de gemeente als subsidieverstrekker aanvullende kaderstelling opgesteld in de vorm van de ASA 2013.

De ASA 2013 bevat ondermeer aanvullende bepalingen ten aanzien van de algemene en (tussentijdse) verantwoordingsverplichtingen van instellingen die subsidie ontvangen. Een andere belangrijke aanscherping ten opzichte van de Awb is dat voor subsidies hoger dan € 50.000 voorafgaande toestemming van het college van B en W nodig is voor het verrichten van bepaalde (privaatrechtelijke) handelingen zoals bijvoorbeeld het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de instelling (artikel 12 ASA 2013). Ten slotte kunnen ook in de beschikking waarmee de subsidie wordt verleend verplichtingen en voorwaarden voor de subsidieverstrekking worden opgenomen. Het toestemmingsvereiste (artikel 12 ASA 2013) brengt niet met zich mee dat sprake is van een bestuurlijk belang in de zin van het BBV. Met de ASA 2013 en artikel 4:71 Awb wordt geen overdracht van zeggenschap of stemrecht (als bedoeld in het BBV) van de gesubsidieerde instelling aan de gemeente beoogd. Het toestemmingsvereiste is een publiekrechtelijke bevoegdheid voor de controle van aanwending van subsidiegelden en omvang en kwaliteit van de (gesubsidieerde) activiteiten. De bevoegdheid is niet bedoeld om het beleid van de gesubsidieerde instelling (mee) te bepalen maar om het belang van de subsidieverlener te waarborgen.

Een verbonden partij relatie kan ook bestaan zonder subsidie- of inkooprelatie. De deelneming Carré en de Beurs van Berlage zijn hier voorbeelden van. Daar heeft de gemeente naast het bestuurlijke belang ook een financieel belang omdat zij financier is en in die hoedanigheid leningen heeft verstrekt. Er is daarbij echter geen sprake van een (structurele) subsidie- of inkooprelatie. Wanneer een subsidie- of inkooprelatie bestaat en eveneens sprake is van een verbonden partij relatie, is de kaderstelling van dit addendum complementair aan de (eventuele) kaderstelling die vanuit de subsidie- of inkooprelatie van toepassing is. Beide kaders dienen in dat geval eerbiedigd te worden. Dat is in onderstaande figuur weergegeven. NB: deze figuur is slechts ter illustratie en bevat niet een limitatief overzicht van de van toepassing zijnde kaderstelling.

13

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

Kaderstelling gemeente Amsterdam Geen Verbonden Partij

Subsidierelatie

Verbonden Partij

• •

ASA 2013 Leningen- en garantiebeleid

•

•

• •

•

Contract concerninkoop of dienst Leningen- en garantiebeleid

•

Leningen- en garantiebeleid

•

Addendum Verbonden Partijen Leningen- en garantiebeleid

Inkooprelatie Aanbesteden Inbesteden

•

DOA 2 Addendum Verbonden Partijen Leningen- en garantiebeleid

Alleenrecht

Financieel & bestuurlijk belang

• • •

DOA 2 Addendum Verbonden Partijen Leningen- en garantiebeleid

Figuur 7: overzicht kaderstelling subsidie- en inkooprelatie gemeente Amsterdam

14

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

3

Oprichting en inrichting verbonden partijen

Over de oprichting (incl. inrichting) van stichtingen, (coöperatieve) verenigingen en gemeenschappelijke regelingen door de gemeente is dit addendum kort: hiervoor gelden onverkort de uitgangspunten en de werkwijze die voor de deelnemingen gelden en die zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van DOA 2. Hoofdstuk 4 van DOA 2 betreft de oprichting van deelnemingen. In dat hoofdstuk is een gefaseerde aanpak opgenomen die wordt gebruikt bij de oprichting en inrichting van een deelneming door de gemeente of een verzelfstandiging van een gemeentelijk onderdeel. Deze aanpak wordt al enkele jaren gebruikt en de ervaringen ermee zijn goed. De aanpak is ook al vaak gebruikt voor verbonden partijen, niet zijnde deelnemingen. Het onderstaande kader, waarin de gefaseerde aanpak is opgenomen, is daarmee van toepassing voor de oprichting en inrichting van alle verbonden partijen. Net als in DOA 2 geldt ook hierbij het principe van ‘comply or explain’: alleen gemotiveerd kan worden afgeweken van het kader. Zo kunnen bij een oprichting van een kleinere verbonden partij meerdere besluiten gelijktijdig worden genomen. Vooral de denkfase wordt dan vaak geïntegreerd in de onderzoeksfase.

•

•

Beoordelen wenselijkheid en mogelijkheid nieuwe organisatie • Positioneringsanalyse (SWOT) • Denkkader DOA • Risicoanalyse (wel/niet RRP) Plan van Aanpak Onderzoeksfase

•

• •

• •

• • • •

• •

• •

Opstellen businesscase • Voorstel governance & structuur • Voorstel financiering • Conceptstatuten Voorstel inrichting organisatie Randvoorwaarden en uitgangspunten (juridisch, financieel, beleidsmatig) Risico- & kwaliteitsmanagement Plan van Aanpak Uitvoeringsfase

•

Uitgangspunten overdracht activa en passiva Uitgangspunten sociaal plan Definiëren ‘licence to operate Onafhankelijk onderzoek naar de haalbaarheid Voorgenomen besluit college van B en W Besluit gemeenteraad (ter instemming/wensen en bedenkingen) Goedkeuring Gedeputeerde Staten Definitief besluit college van B en W

Personele, organisatorische, financiële en juridische afspraken vastleggen in overeenkomsten Opstellen statuten Benoemen directie en toezicht

•

Beheerorganisatie

• • •

Sociaal plan OR-advies Ontvlechting

•

Bewaken uitvoering nazorg

•

Ontwerpbesluit college van B en W (conceptstukken Eventueel: gemeenteraad (ter kennisname) Definitief besluit college van B en W (definitieve stukken)

• •

• •

Figuur 8: Standaard fasering veranderprocessen

15

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

In de gemeentewet is opgenomen dat bij oprichting van een deelneming, stichting, (coöperatieve) vereniging de gemeenteraad in de gelegenheid moet worden gesteld wensen en bedenkingen te uiten. In de Wet Gemeenschappelijke Regelingen is opgenomen dat oprichting van een GR goedkeuring van de gemeenteraad behoeft. De regeling die de gemeente aangaat wordt de gemeenteraad voorgelegd en bevat in ieder geval bepalingen over: - de taken en bevoegdheden van de GR; - samenstelling van de organen van de GR: Algemeen bestuur (AB), Dagelijks bestuur (DB); - financiën; - informatieplicht en verantwoording; - wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. Ook het zoveel mogelijk voorkomen van ‘dubbele petten’ in het bestuur van deelnemingen, zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 van DOA 2, zal gelden voor de andere verbonden partijen. In de praktijk wordt deze beleidslijn al gehanteerd.

16

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

4

Beheer verbonden partijen

Voor het beheer van de stichtingen, (coöperatieve) verenigingen en gemeenschappelijke regelingen (GR) die vallen onder de reikwijdte van dit addendum wordt eveneens zoveel mogelijk aangesloten bij de beleidslijnen zoals die voor de deelnemingen in DOA 2 (hoofdstuk 5) zijn vastgesteld. Het beheer van verbonden partijen is gericht op de behartiging van het publieke belang wanneer dit bij een verbonden partij belegd is, het beheersen van risico’s en het streven naar continuïteit van de verbonden partij. Dit betekent dat het actief aandeelhouderschap zoals is opgenomen in DOA 2 wordt doorvertaald naar de andere verbonden partijen. Dus actief beheer van alle verbonden partijen. De beheeraspecten die daarbij centraal staan zijn: 9 A. Voorbereiding van ‘ledenvergaderingen’ : Hieronder wordt in ieder geval verstaan: het voorbereiden van besluiten ten aanzien van de strategie, jaarplan (begroting) en meerjarenplan, investeringsbeslissingen (boven een bepaalde in de statuten vastgelegde drempel), de jaarrekening, statutenwijziging en beloningsbeleid, benoeming, decharge en bezoldiging van directie / Raad van Toezicht. B.

Monitoring van de verbonden partij: Onder monitoring wordt verstaan: periodieke rapportage over stand van zaken verbonden partij in staf wethouder, actieve monitoring met het oog op financiële, operationele en politieke risico’s, rapportage in paragraaf verbonden partijen, contact met directie/bestuur over actuele ontwikkelingen en beantwoording relevante vragen vanuit burgers of gemeenteraad. C. Rapportage over Maatschappelijk Relevante Indicatoren (MRI’s): De gemeente hecht belang aan een goed beleid ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen. In dat kader is rapportage over MRI’s van belang, waarbij geldt dat deze afhankelijk van de aard van de verbonden partij vastgesteld kunnen worden. In dat kader wordt verwacht dat verbonden partijen hier rekening mee houden en opvolging aan geven. D. Herijking verbonden partijen: Alle verbonden partijen worden tenminste één keer in de vier jaar geëvalueerd (de herijking). Indien behartiging van het publiek belang niet meer nodig wordt geacht, wordt – indien opportuun en mogelijk – de relatie met de verbonden partij beëindigd. Daarnaast worden bij deze herijking de risico’s en het financieel belang van elke verbonden partij in kaart gebracht. E. Verkoop / liquidatie verbonden partij: In de statuten worden bepalingen opgenomen over hoe het proces van verkoop van een verbonden partij verloopt.

De wijze waarop het actief beheer wordt toegepast wordt bepaald door de variabelen financieel belang, bestuurlijk belang, maatschappelijk belang en verwevenheid met de

9

Afhankelijk van het type verbonden partij is sprake van een ledenvergadering, aandeelhoudersvergadering of deelnemer- / eigenarenvergadering.

17

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen gemeente. Afhankelijk hiervan kan sprake zijn van accentverschillen in het beheer van de verschillende verbonden partijen (zie ook hoofdstuk 5). In de paragrafen hieronder wordt per type verbonden partij kort ingegaan op de beheeraspecten en specifieke kenmerken daarvan.

4.1

Stichtingen

Zoals in paragraaf 2.4 is aangegeven, kan de kaderstelling voor het beheer van verbonden partijen uit meerdere onderdelen bestaan. Wanneer sprake is van een gesubsidieerde stichting of een stichting waarbij sprake is van een inkooprelatie c.q. opdrachtverlening, bestaat vanuit die hoedanigheid kaderstelling. De in dit addendum genoemde kaderstelling is in dat geval complementair daaraan. De stichting Pantar is een goed voorbeeld. Pantar voert in opdracht van de gemeente een wettelijke taak uit. De gemeente heeft hiertoe het initiatief genomen. De uitvoering van de activiteit is voor de gemeente bedoeld en dient een rechtstreeks belang van de gemeente. De gemeente en de stichting beschrijven in detail de te verrichten activiteiten en leggen deze vast. Pantar is daarbij verplicht de activiteit uit te voeren. De gemeente kan tijdens de uitvoering van de activiteiten door Pantar bijsturen. Naast bovengenoemde aspecten die deel uitmaken van een dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente als opdrachtgever en Pantar als opdrachtnemer, is vanuit de verbonden partij relatie sprake van aanvullende bevoegdheden c.q. beheeraspecten. Deze aanvullende bevoegdheden hangen samen met het financiële, bestuurlijke en maatschappelijke belang.

Zo is bij Pantar sprake van zeggenschap ten aanzien van benoeming en functioneren van toezichthouders, een meer actieve monitoringsrol van de gemeente (waaronder het voeren van verbonden partij gesprekken met de Raad van Beheer), informatie over rechtmatigheid als onderdeel van de gemeentelijke jaarrekening en maakt de verantwoording deel uit van de gemeentelijke Planning & Control (P&C)-cyclus.

4.2

(Coöperatieve) verenigingen

De financiële middelen die de gemeente verstrekt aan de coöperatie zijn onderdeel van een programma in de begroting. Er geldt een actieve informatie- en verantwoordingsplicht waarbij sprake is van rapportage op afwijkingen. Monitoring van de coöperaties verloopt via de gemeentelijke P&C-cyclus en langs de lijn van de diensten en binnen het ambtelijk mandaat. Ondersteuning wordt daarbij geleverd door de Bestuursdienst. In de gemeentelijke P&C-producten worden de coöperaties vermeld waar de gemeente aan verbonden is.

4.3

Gemeenschappelijke regelingen

De basis voor de kaderstelling rondom gemeenschappelijke regelingen (GR) is gelegen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De Wgr voorziet in de kaders waar een GR aan moet voldoen. De beheeraspecten van dit addendum voor de GR worden ontleend aan de Wgr. Reden hiervoor is dat in de wet al zodanige kaders zijn vastgelegd dat - bij het goed opvolgen hiervan - sprake is van actief beheer. In deze paragraaf wordt ingegaan op deze aspecten.

18

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen Het aandeel van de gemeente in de begroting van de GR maakt deel uit van de gemeentelijke begroting. De begroting van de GR is daarmee ingebed in de P&C-cyclus van de gemeente. Het DB biedt de ontwerpbegroting van de GR aan de gemeenteraad aan. De gemeenteraad wordt de gelegenheid geboden zijn zienswijze op de ontwerpbegroting kenbaar te maken. Het DB biedt vervolgens de zienswijzen en de ontwerpbegroting aan het AB. Het AB heeft de bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting. In het geval van begrotingswijzigingen, wordt dezelfde procedure doorlopen. De jaarrekening wordt vastgesteld door het AB. Alhoewel het niet bij wet geregeld is, geldt voor veel van de gemeenschappelijke regelingen dat het beleidsplan dat wordt opgesteld door de GR door de gemeenteraad wordt vastgesteld of dat de gemeenteraad de gelegenheid wordt geboden zijn zienswijze hierop kenbaar te maken, waarna het AB het beleid vaststelt. Het AB gaat over benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris van de GR. De gemeente gaat over benoeming en ontslag van leden van het AB van de GR. De gemeente kan voorstellen doen c.q. gaat over wijziging, opheffing (ontbinding), toetreding en uittreding van de GR. Binnen de GR wordt onderscheid gemaakt naar opdrachtgeverschap en deelnemerschap. De opdrachtgeversrol wordt vervuld door een dienst van de gemeente.

Het formuleren van het (uitvoerings)beleid, het maken en bewaken van afspraken over de te leveren prestaties (producten en diensten) door de GR behoren tot de taken van de opdrachtgever. Als één van de deelnemers van een GR is de gemeente verantwoordelijkheid het beheer ervan goed te beleggen. Dit gebeurt middels de inrichting van de governance. Op ambtelijk niveau wordt de deelnemersrol vervuld door de Bestuursdienst10. Daarbij is tenminste sprake van inhoudelijke/integrale advisering aan het DB en AB van de GR door SB en financieel advies op de bedrijfsvoering en financiën van de GR door DMC. Aspecten die bij de rol als deelnemer horen zijn: - het nemen van beslissingen die aan de deelnemer toekomen, zoals bijvoorbeeld het vaststellen van de begroting en jaarrekening; - het bewaken van het rendement en de continuïteit van de GR (begroting, periodieke rapportages, jaarrekening); - formulering van beleid met betrekking tot de vorming van reserves en voorzieningen; - voorbereiding vergaderingen DB en AB.

10

Zie voetnoot hoofdstuk 5 ten aanzien van ambtelijke rolverdeling.

19

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

5

Bestuurlijke rolverdeling

In hoofdstuk 6 van DOA 2 is de bestuurlijke rolverdeling beschreven bij oprichting en beheer van deelnemingen. Er zijn drie aandachtsgebieden bij de bestuurlijke rolverdeling: het beleidsinhoudelijke belang, het zeggenschapsbelang en het financieringsbelang. In DOA 2 is opgenomen dat elke deelneming een verantwoordelijk vakwethouder heeft. Deze vakwethouder is verantwoordelijk voor het beleidsinhoudelijke belang van de verbonden partijen. Daarnaast is er een wethouder Deelnemingen binnen het college van B en W die verantwoordelijk is voor het zeggenschapsbelang van de deelnemingen, de governance. Ook is de wethouder Deelnemingen verantwoordelijk voor de kaderstelling bij het oprichten, beheren, liquideren/verkopen en periodiek herijken van deelnemingen. De bestuurlijke rolverdeling bij deelnemingen is daarmee duidelijk belegd, inclusief gescheiden aandachtsgebieden. De bestuurlijke lijn die gehanteerd wordt bij de deelnemingen kan worden doorgetrokken respectievelijk verbreed worden naar de andere typen verbonden partijen. In hoofdstuk 4 is per type verbonden partij bij de beheeraspecten ook al geraakt aan de mandatering van bevoegdheden aan dienstdirecteuren. Immers, het is niet realistisch en wenselijk om - zoals dat voor de deelnemingen in DOA 2 geldt - alle besluitvorming aan het college van B en W voor te leggen.

Waar echter de ‘knip’ gelegd wordt, is afhankelijk van de situatie. Variabelen die bij deze afweging van invloed zijn: - Financieel belang: mate van financiële verwevenheid met de verbonden partij en bijbehorende risico’s; - Bestuurlijk belang: mate van bestuurlijke invloed / zeggenschap; - Maatschappelijk belang: maatschappelijke en politieke gevoeligheid; - Verwevenheid met de gemeente: de mate waarin de gemeente verschillende rollen vervult zoals opdrachtgever, zeggenschap, financier. Ongeacht waar het mandaat ligt of gelegd wordt, dienen de in DOA 2 en in dit addendum vermelde aansturingsinstrumenten en kaders voor alle verbonden partijen opgevolgd te worden. Bij het oprichten, inrichten, besturen en beheersen van de verbonden partijen wordt het college van B en W ondersteund door de ambtelijke organisatie. Vanuit de beleidsinhoud beredeneerd, wordt de ambtelijke ondersteuning primair geleverd door de ambtelijk vakverantwoordelijke diensten. De ondersteuning en toetsing vindt plaats door de Bestuursdienst, met name vanuit directies Middelen & Control, Stedelijke Bestuursadvisering en Juridische Zaken. Daar waar de diensten zich primair richten op de beleidsinhoud en opdrachtverlening van de gemeente, adviseert de Bestuursdienst vanuit 11 integraal, zeggenschaps- en financieringsbelang. .

11

De organisatieontwikkeling en vorming van de resultaatverantwoordelijke eenheden kan van invloed zijn op de ambtelijke rolverdeling. Dit geldt ook voor de Bestuursdienst en de onderdelen daarbinnen zoals DMC, JZ en SB. Wanneer over diensten wordt gesproken, betreft dit de toekomstige clusters en RVE’s. Hetzelfde geldt voor

20

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

Voor wat betreft de rol van de gemeenteraad bij de oprichting en het beheer van de verbonden partijen wordt aangesloten bij de omschrijving zoals opgenomen in DOA 2 onder 6.3: de betrokkenheid van de raad bij de oprichting en het beheer van verbonden partijen komt voort uit een aantal wettelijke bevoegdheden, die zijn vastgelegd in de gemeentewet. Aanvullend daarop gelden, specifiek voor gemeenschappelijke regelingen, de bevoegdheden vastgelegd in de Wgr. De rol van de gemeenteraad laat zich typeren als kaderstellend en controlerend. De rol van het college van B en W is die van uitvoerend orgaan. De gemeenteraad stuurt met andere woorden op hoofdlijnen en het college van B en W stuurt daadwerkelijk de verbonden partij. Dit is in onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 9: rolverdeling verbonden partijen

dienstdirecteuren: als gevolg van de organisatieontwikkeling zal sprake zijn van cluster- respectievelijk RVEdirecteuren.

21

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

Bijlage A: Kaders verbonden partijen

Onderstaand zijn een aantal specifieke bepalingen weergegeven die van toepassing zijn op de verbonden partijen. Naast deze specifieke bepalingen, zijn ook in onderstaande wetten bepalingen opgenomen die de verbonden partijen (kunnen) raken: - Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector; - Mededingingswet (kan van toepassing zijn op de relatie van de gemeente met een verbonden partij); - Fiscale wet- en regelgeving, waaronder vennootschaps- en omzetbelasting en BTW-compensatiefonds; - Wet Gemeenschappelijke Regelingen; - Europees kader staatssteun; - Ambtenarenrecht.

5.1

Gemeentewet

Regelgeving Artikel 160 lid 2

Artikel 160 lid 3

5.2

Burgerlijk Wetboek

Regelgeving Boek 2

5.3

Relevant voor verbonden partij Het college besluit slechts tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen en coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Een besluit als bedoeld in het tweede lid behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. NB: indien wijzigingsvoorstel Gemeentewet wordt aangenomen, komt deze goedkeuring te vervallen

Relevant voor verbonden partij Boek 2 BW regelt het rechtspersonenrecht. Hierin is bepaald dat een rechtspersoon zelfstandig drager is van rechten en plichten en een afgescheiden vermogen heeft – los van vermogens van hen die betrokken zijn bij de rechtspersoon.

Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten

Regelgeving

Relevant voor verbonden partij

22

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen Artikel 1

Artikel 5 Artikel 9

Artikel 15

b. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft; c. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt; d. Bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. e. Deelneming: een participatie in een besloten of naamloze vennootschap, waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente aandelen heeft; Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken. 1. In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. 2. De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij de provincie onderscheidenlijk gemeente niet aan de orde is: a. lokale heffingen; b. weerstandsvermogen en risicobeheersing; c. onderhoud kapitaalgoederen; d. financiering; e. bedrijfsvoering; f. verbonden partijen; g. grondbeleid. 1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a.

de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting; b. de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; c. de lijst van verbonden partijen. 2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. de naam en de vestigingsplaats; b. het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt; c. de veranderingen die zich hebben voorgedaan gedurende het begrotingsjaar in het belang dat de gemeente onderscheidenlijk provincie in de verbonden partij heeft; d. het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; e. het resultaat van de verbonden partij.

23

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen Artikel 36

5.4

Financiële verordening gemeente Amsterdam12

Regelgeving Artikel 17 Verbonden partijen

12

In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 4. woningbouwcorporaties; 5. deelnemingen; 6. overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; d. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e. bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Relevant voor verbonden partij 1. De gemeenteraad stelt in het tweede jaar van de raadsperiode een nota verbonden partijen vast binnen drie maanden nadat de nota is aangeboden. In de nota wordt van elk van de verbonden partijen weergegeven het openbaar of publiek belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het financieel resultaat en het financieel belang, de zeggenschap van de gemeente en de voornemens van het college inzake elke afzonderlijke verbonden partij. Verder bevat of verwijst de nota naar de kaders voor het beleid aangaande verbonden partijen, welke ingaan op de verdeling van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de verbonden partijen en de gemeente en kan de nota algemene eisen ten aanzien van de financiële huishouding van verbonden partijen bevatten. 2. In het jaarplan/de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden partijen.

Verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet

24

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst Kaderstelling Verbonden Partijen

Bijlage B: Overzicht verbonden partijen

In onderstaande tabel is een overzicht van de verbonden partijen opgenomen. Deze is gebaseerd op de lijst die is opgenomen in de begroting 2014 van de centrale stad. In de tabel is het publiek belang opgenomen. De verantwoordelijk portefeuillehouder en de beherende dienst is per verbonden partij vermeld. In de paragraaf verbonden partij in de begroting en jaarrekening van de gemeente is meer informatie opgenomen over de verbonden partijen, conform artikel 15 BBV. #

Verbonden Partij

Publiek belang

Portefeuillehouder

Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van

Zorg en Welzijn

Beherende dienst

Gemeenschappelijke Regeling 1

GR Amstelland

specifieke groepen daarbinnen; het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van

Geneeskundige en Gezondheidsdienst

ziekten onder de bevolking; het bevorderen van de openbare geestelijke gezondheidszorg. 2

Omgevingsdienst

Ondersteuning van de colleges bij de uitvoering van hun taken op het gebied van

Noordzeekanaalgebied

het omgevingsrecht en den taken op het terrein van vergunningverlening,

Klimaat en Energie

Dienst Milieu & Bouwtoezicht

handhaving en toezicht. 3

Recreatieschap Groengebied

Openbaar groen en recreatie

Openbare Ruimte en Groen

Amstelland 4

Recreatieschap Spaarnwoude

Dienst Ruimtelijke Ordening

Openbaar groen en recreatie

Openbare Ruimte en Groen

Dienst Ruimtelijke Ordening

5

Recreatieschap Vinkeveense plassen

Openbaar groen en recreatie

Openbare Ruimte en Groen

Dienst Ruimtelijke Ordening

6

Rekenkamer

Gezamenlijk op een effectieve en efficiënte wijze de wettelijke opdracht tot het

Algemene Zaken

25

Griffie

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

#

Verbonden Partij

Publiek belang

7

Stadsregio Amsterdam

Behartiging van de belangen welke verband houden met een evenwichtige en

Portefeuillehouder

Beherende dienst

Algemene Zaken

Bestuursdienst, SB

Openbare Orde en Veiligheid

Bestuursdienst, OOV

Openbare Orde en Veiligheid

Bestuursdienst, OOV

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

Economische Zaken

Economische Zaken

instellen van een rekenkamer vorm en inhoud geven.

harmonische ontwikkeling van de regio Amsterdam op het gebied van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, grondbeleid, milieu, economische ontwikkeling en welzijn. 8

9

Veiligheidsregio Amsterdam-

Belangenbehartiging van de gemeenten op de terreinen van brandweerzorg,

Amstelland

geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Regionale Informatie en Expertise

Het op regionaal niveau invulling geven aan de bestuurlijke en geïntegreerde

Centrum Amsterdam-Amstelland

aanpak van georganiseerde criminaliteit.

(Regionaal samenwerkingsverband) Deelneming 10

Alliander (N.V.)

Alliander bestaat uit ondernemingen Liander en Liandon. Netbeheerder Liander heeft 2,8 miljoen klanten en verzorgt de aansluiting en het transport van gas en elektriciteit in ongeveer een derde van Nederland, waaronder Amsterdam. Liandon levert diensten op het gebied van aanleg en onderhoud van complexe energieinfrastructuren. Daarnaast levert Alliander via zijn dochter Ziut een belangrijke bijdrage aan de veiligheid in onder andere Amsterdam met straatverlichting en verkeerssystemen. Voor burgers en ondernemers is een goed werkend en betaalbaar distributienetwerk van gas en elektriciteit cruciaal.

11

Amsterdam Clipper Beheer (B.V).

Middels de bouw van het schip met een werkgelegenheidsproject heeft deze deelneming haar publiek belang reeds behartigd.

12

Amsterdam Participatie Glasvezelnet

Het publiek belang is om Amsterdam te voorzien van een toekomstbestendig,

Holding (B.V)

universeel en open toegankelijk communicatienetwerk ten gunste van de burgers

ICT

Dienst Ruimtelijke Ordening

en de concurrentiepositie van de Amsterdamse economie: iedere burger en organisatie kan beschikken over (zeer) snel internet.

26

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

#

Verbonden Partij

Publiek belang

Portefeuillehouder

Beherende dienst

13

Amsterdamse Compagnie (N.V.)

Het publiek belang van de Amsterdamse Compagnie is om ondernemerschap te

Economische Zaken

Economische Zaken

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

stimuleren door het realiseren van bedrijfsruimte geschikt voor startende en kleinschalige ondernemingen. 14

Beurs van Berlage (B.V./C.V.)

De in 2008 gestarte samenwerking van de gemeente met drie private partijen heeft als doelstelling om het rijksmonument Beurs van Berlage een (hernieuwde) invulling te geven, waarbij het draait om de kernbegrippen ‘maatschappelijk’, ‘creatief’ en ‘cultureel’. Bovendien speelt de Beurs van Berlage een centrale rol in het 1012-project (opwaardering Amsterdam-centrum & De Wallen) en het Rode Loper-project (opwaardering Damrak-Rokin-Vijzelstraat).

15

Cition B.V.

Parkeerbeheer Amsterdam

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

16

Exploitatiemaatschappij Carré

Het gemeentelijke aandeelhouderschap is de basis is die het mogelijk maakt

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

afwisselende en toegankelijke programmering in dit monumentale pand te bieden aan een brede doelgroep. 17

Gemeenschappelijk Glas Amsterdam

Aanleg en instandhouding van een open glasvezelnetwerk.

ICT

(B.V). 18

Dienst Ruimtelijke Ordening

Gemeente Amsterdam Participatie

Het publiek belang is het ontwikkelen van bedrijventerreinen rondom Schiphol om

Lutkemeer (B.V./C.V.)

de

Grondzaken

Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam

economische ontwikkeling en de concurrentiepositie van de Schipholregio te versterken. 19

Glasvezelnet Amsterdam (B.V.)

Het publiek belang is om Amsterdam te voorzien van een toekomstbestendig,

ICT

universeel en open toegankelijk communicatienetwerk ten gunste van de burgers

Dienst Ruimtelijke Ordening

en de concurrentiepositie van de Amsterdamse economie: iedere burger en organisatie kan beschikken over (zeer) snel internet. 20

GVB Holding N.V.

Het publiek belang is het voorzien in de behoefte aan openbaar en overig collectief

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

Haven

Bestuursdienst, DMC

vervoer. 21

Havenbedrijf Amsterdam N.V.

Als internationaal knooppunt draagt Havenbedrijf Amsterdam NV in belangrijke

27

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

#

Verbonden Partij

Publiek belang

22

Het Waterlaboratorium N.V.

Het publiek belang is zorg dragen voor hoogwaardige waterkwaliteitsinformatie

Portefeuillehouder

Beherende dienst

Water

Waternet

Water

Waternet

Economische Zaken

Economische Zaken

Luchthaven

Economische Zaken

Economische Zaken

Economische Zaken

Financiën

Bestuursdienst, DMC

mate bij aan het internationale handelsverkeer in onze stad.

voor de sturing van leidingwaterbedrijfsvoeringsprocessen (van bron tot tap) in Amsterdam. 23

KWR (B.V.)

Het publiek belang van KWH Water BV is het coördineren en uitvoeren van (bedrijfstak)onderzoek voor de drinkwaterbedrijven in Nederland, op het gebied van kwaliteit en veiligheid van de watervoorziening.

24

Life Sciences Fonds Amsterdam (B.V.)

Het publiek belang is gelegen in het creëren van hoogwaardige, innovatieve bedrijvigheid en daarmee ook het aantrekken van nieuwe biomedische initiatieven. Het LSFA is opgericht ter versterking van het economisch potentieel van het Life Sciences cluster in de regio Amsterdam en vormt tevens een bron van nieuwe werkgelegenheid en het direct maatschappelijk nut dat voortkomt uit de ontwikkeling van nieuwe medicijnen etc.

25

Luchthaven Schiphol (N.V.)

Het publieke belang is dat Schiphol als ‘bestemmingenmachine’ met een uitgebreid netwerk blijvend kan functioneren op de huidige locatie. Als internationaal knooppunt draagt Schiphol in belangrijke mate bij aan het internationale handelsverkeer in onze stad. Ons luchthavenbeleid is gericht op het realiseren van verantwoorde ontwikkeling van de luchthaven Schiphol, waarbij wij streven naar het zoveel mogelijk economisch profijt halen uit de aanwezigheid van de luchthaven en het zoveel mogelijk beperken van overlast en hinder.

26

Matrix Innovation Center (voorheen

Het publiek belang van MIC is vooral laagdrempelige huisvesting bieden aan

Amsterdam Science Park) (C.V./N.V.)

startende, kleinere en flexibele ruimte vragende ondernemingen in de ICT, nieuwe media & life-science sector op het Science Park-terrein (waar zij in nabijheid van de bètafaculteit van de UvA en verschillende NWO-instituten zitten) en zo als kennisstation te functioneren.

27

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

BNG treedt op de geld- en kapitaalmarkt op als centrale inkooporganisatie voor de

28

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

#

Verbonden Partij

Publiek belang

28

N.V. Het Havengebouw Amsterdam

Geen, het medeaandeelhouderschap in onroerend goed is geen publiek belang op

Portefeuillehouder

Beherende dienst

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

Bedrijven

AEB

lagere overheden.

zich zelf. De kans is klein dat het de gemeente lukt om haar eigen aandelen tegen een realistische waarde verkocht te krijgen. Derhalve wordt ingezet op betere governance van het Havengebouw en verbetering van de liquiditeitspositie. 29

N.V. AVI

Bevorderen van afvalverwerking door het verkrijgen en ter beschikking stellen van de twee afvalverwerkingsinstallaties aan het Afval Energie Bedrijf (AEB).

30

N.V. Mij. Tot Expl. v/h Hotel en Café

Het beheer van de cultuurpanden Bellevue en Kleine Komedie.

Deelnemingen

‘Hollandais’ 31

N.V. Stadsherstel Amsterdam

Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam

Stadsherstel zorgt er door middel van het opkopen en restaureren van in verval

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

Financiën

Bestuursdienst, DMC

Het veiligstellen van de drinkwatervoorziening van Amsterdam en omstreken.

Water

Waternet

De NV behartigt twee publieke belangen. Sinds de oprichting streeft de NV

Project 1012

1012 Projecten

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

geraakte monumenten voor dat beeldbepalend erfgoed (in Amsterdam) wordt behouden. Stadsherstel is een belangrijke partner voor de gemeente bij de 1012 aanpak. 32

N.V. VGA

Het publieke belang van VGA is het optimaal beschermen van de verzekerbare belangen van de gemeente Amsterdam en haar medewerkers.

33

N.V. Watertransportmaatschappij RijnKennemerland

34

N.V. Zeedijk

succesvol naar het vergroten van de leefbaarheid en van (bonafide) economische activiteiten op de Zeedijk. Daarnaast werkt de NV sinds enkele jaren samen met de gemeente aan het onttrekken van panden uit het criminogene circuit. 35

Nuon Energy (N.V.)

Geen: vanuit de rol van aandeelhouder, is daarom verkocht. Bij de verkoop zijn afspraken vastgelegd over specifieke publieke aspecten.

36

ODE Energie (B.V.)

Het publiek belang is geld besparen door met behulp van een (milieuvriendelijke) Lange

Kunst en Cultuur

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling

Termijn Energie Opslag (LTEO) - installatie zo goedkoop en effectief mogelijk

29

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

#

Verbonden Partij

Publiek belang

Portefeuillehouder

Beherende dienst

Economische Zaken

Bestuursdienst, DMC

Water

Waternet

energie te leveren aan de Openbare Bibliotheek op het Oosterdokseiland. 37

Rai Holding B.V.

Het creëren van economische bedrijvigheid als spin-off van de georganiseerde beurzen en evenementen in het complex.

38

Reststoffenunie Waterleidingbedrijven

Het publiek belang is dat Reststoffenunie Waterleidingbedrijven BV een

B.V.

rol heeft in de waterketen, namelijk het verlenen van diensten bij het zoeken naar en (laten) uitvoeren van efficiënte, effectieve en milieuhygiënisch verantwoorde oplossingen van reststoffenproblematiek binnen de sector drinkwaterbedrijven (waaronder onderzoek naar afval, preventie en hergebruik).

39

40

Scheepsexploitatiemaatschappij

Geen specifiek publiek belang. Vanuit het publieke belang bezien kan de NV

BAVO (N.V.)

geliquideerd worden. Gronden kunnen verkocht/ overgedragen worden.

Schiphol Area Development Company

Het publiek belang is het ontwikkelen van bedrijventerreinen rondom Schiphol om

(N.V.)

de

Grondzaken

Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam

Luchthaven

Economische Zaken

economische ontwikkeling en de concurrentiepositie van de Schipholregio te versterken. 41

Stadion Amsterdam N.V.

Het publiek belang is realisatie/in standhouding van een multifunctioneel stadion.

Deelnemingen

Bestuursdienst, DMC

42

Westpoort Warmte B.V.

De kernactiviteit van WPW is het opslaan, distribueren en leveren van

Bedrijven

AEB

Economische Zaken

Economische Zaken

Financiën

Bestuursdienst, DMC

stadswarmte, voornamelijk geproduceerd door het Afval Energie Bedrijf (AEB). De restwarmte, die overblijft bij het verbranden van afval, wordt gebruikt om aan woningen en bedrijven in Amsterdam stadswarmte te leveren. Hiermee reduceert de gemeente Amsterdam de CO2 uitstoot in de stad. 43

WTCW (C.V./N.V.)

Het publiek belang van WTCW is de ontwikkeling van het gebied Science Park Amsterdam tot speerpunt in de Nederlandse kenniseconomie.

Vereniging 44

Vereniging van Directeuren van

Samenwerking publieke accountantsdiensten

Gemeentelijke Accountantsdiensten

30

Definitief 12 maart 2014

Gemeente Amsterdam Bestuursdienst

Kaderstelling Verbonden Partijen

#

Verbonden Partij

Publiek belang

Portefeuillehouder

Beherende dienst

45

VvE P1 Arena

Eigendom parkeergarage P1 Arena

Verkeer, Vervoer en

Dienst Infrastructuur,

Infrastructuur

Verkeer en Vervoer

Verkeer, Vervoer en

Dienst Infrastructuur,

Infrastructuur

Verkeer en Vervoer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9870625/1