CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 AAV in vergelijking met de onderhandelakkoord samenwerkingsafspraken.pdf

RAAD 29 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen ten aanzien van het onderhandelakkoord van de samenwerkingsafspraken voor de volkshuisvesting tussen huurderskoepels, corporaties en gemeente (VN2023-026764)2.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 bij Raadsvoordracht voor wensen en bedenkingen bij onderhandelakkoord “Samen werken aan de volkshuisvesting”. AAV in vergelijking met het onderhandelakkoord Samenwerkingsafspraken

AAV Paragraaf 7.3: Verwachtingen ten aanzien van corporaties: Samenwerkingsafspraken Wij vragen corporaties om bij te dragen aan onze prioriteiten voor de AAV door: Groei van de voorraad sociale huurwoningen in handen van corporaties, door middel van nieuwbouw, geen verkoop en liberalisatie.

Onderhandelakkoord Samenwerkingsafspraken (16 januari 2024)

Afspraak 3.1 (groei van de voorraad) - Corporaties en gemeente zetten zich in voor een groei van de voorraad permanente, zelfstandige sociale huurwoningen in de periode 2024 t/m 2027 van 1.500– 2.500 woningen. De ontwikkeling van de voorraad onzelfstandige en tijdelijke woningen wordt afzonderlijk zichtbaar gemaakt. Partijen realiseren zich dat deze bandbreedte ruim is, maar hebben op dit moment rekening te houden met veel onzekere factoren. Afspraak 2.2 (toevoegen flexwoningen) - De gemeente en corporaties hebben de ambitie om in de afsprakenperiode 2.500 tot 3.000 flexwoningen op te leveren. De ontwikkeling en realisatie van de flexwoningen op verschillende locaties gebeurt in een drietal tranches á 500-1000 per tranche. Jaarlijks bespreken we wat voor de corporaties realistisch is om te realiseren, daarbij zijn snelheid en financiële haalbaarheid belangrijke afwegingen.

Nieuwbouw van woningen (op basis van een gebiedsgerichte Afspraak 2.5 - De corporaties en de gemeente wisselen in 2024 kennis en data uit om de bouwprogrammering) voor verschillende doelgroepen, waaronder in opgaven voor de verschillende doelgroepen per gebied beter in beeld te krijgen. We nemen deze ieder geval (geclusterde) ouderenwoningen en woningen voor kennis en informatie mee in de programmering van de locaties voor sociale huurwoningen. We gezinnen zoeken naar een goede mix in de stad met voldoende woonoplossingen voor ouderen (zie hoofdstuk wonen en zorg), jongeren en gezinnen. Voor studentenhuisvesting zetten corporaties, de gemeente en onderwijsinstellingen zich gezamenlijk in voor de lokale invulling van het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting met een Amsterdamse focusagenda studentenhuisvesting.

Minimaal 90% van de woningen in de nieuwbouw aanpasbaar gebouwd. (dat is met uitzondering van studenten- en jongerenhuisvesting en collectief opdrachtgeverschap).

Afspraak 2.9 - De corporaties bouwen verder ten minste 90 procent van de sociale nieuwbouwwoningen aanpasbaar, met uitzondering van studenten- en jongerenhuisvesting en collectief opdrachtgeverschap.

Benutten van nieuwbouw en geschikte woningen in de bestaande bouw (sociaal en middelduur) voor bevorderen van doorstroming en meer passend wonen, bijvoorbeeld door vrijkomende middeldure huurwoningen toe te wijzen aan huurders die een sociale huurwoning achterlaten. Benutten van stedelijke vernieuwing op eigen locatie van corporaties voor de bouw van minimaal evenveel sociale huurwoningen én toevoegen van middeldure huur, onder andere ten behoeve van doorstroming en passend wonen in de eigen wijk.

Afspraak 5.8 - Alle maatregelen die mogelijk zijn om doorstroming te bevorderen worden bekeken en zo effectief mogelijk ingezet. Dit leidt tot een gezamenlijk aanpak doorstroming die in 2024 gereed is.

Afspraken maken over ‘Geen verkoop van sociale huurwoningen, tenzij’. Doel is zo min mogelijk verkoop

Afspraak 3.4 - Geen verkoop sociale huurwoningen van corporaties in de gebieden met < 30% sociale huur in handen van corporaties, tenzij er sprake is van één of een combinatie van onderstaande redenen: a. Het woningen betreft die overduidelijk niet aansluiten bij de brede volkshuisvestelijke taak van de corporaties en die een onacceptabele investering vergen. b. Het gaat om de laatste woning(en) in een VvE, waarin een corporatie 6 of minder woningen heeft óf minder dan 30% aandeel. c. De verkoop onderdeel is van het mogelijk maken van een renovatie of sloop/nieuwbouwproject of wanneer de kosten voor instandhouding of verbetering zeer hoog zijn. d. Complexgewijze verkopen die zijn goedgekeurd door de gemeente.

Afspraak 2.8 - Bij stedelijke vernieuwingsprojecten van de woningcorporaties wordt het totale aantal sociale woningen dat in een plangebied gesloopt wordt, gecompenseerd. Het uitgangspunt is dat grote woningen ook worden gecompenseerd. Indien sprake is van een serieuze verdichting, vindt compensatie van het aantal gesloopte sociale woningen op buurtniveau plaats. Zo niet, dan kijken de gemeente en corporaties naar de woningvoorraad en mogelijkheden in andere buurten.

Overige afspraken over verkoop zijn 3.5 t/m 3.13.

Geen verkoop van ultraschaarse sociale huurwoningen (rolstoelwoningen en grote woningen geschikt voor grote gezinnen).

Afspraak 3.10 - Geen verkoop, splitsing of liberalisatie van grote woningen (> 100 m2) in de sociale woningvoorraad van woningcorporaties, tenzij (zelfde afwegingskader als bij afspraak 3.4). Afspraak 3.11 - Geen verkoop, splitsing of liberalisatie van rolstoelwoningen in de sociale woningvoorraad van woningcorporaties en geen verkoop of splitsing van rolstoelwoningen in middeldure of vrije segment.

Toepassen voorwaardelijke huurcontracten voor ultraschaarse woningen (rolstoelwoningen en grote woningen geschikt voor grote gezinnen), met garantie voor een nieuwe passende woning voor de huurders passend bij hun wensen en behoefte. Geen leegstand van woningen langer dan zes maanden. Bij stedelijke vernieuwing: frictie tijdelijke verhuur benutten voor spoedzoekers zoals economisch daklozen, andere mensen uit kwetsbare groepen en jongeren of studenten Verduurzaming van de bestaande woningen: te beginnen met het wegwerken van de 27.000 woningen met een E-, F- en Glabel, die vallen onder de nationale prestatieafspraken

Geen specifieke afspraak over, maar wordt meegenomen in de aanpak doorstroming (afspraak 5.8)

Verdere inzet op opwekken duurzame energie

Afspraak 1.17 (zon) - De gemeente en corporaties werken samen met als doel belemmeringen en randvoorwaarden die zonprojecten in de weg staan te signaleren en oplossingen te bedenken en te implementeren.

Ingeregeld via de leegstandsverordening. Wordt al uitvoering aan gegeven via het programma Tijdelijke Onder Dak van de Regenbooggroep. Afspraak 1.1 - In de periode 2024-2027 verbeteren en verduurzamen (waaronder isoleren) corporaties 27.000 tot 33.000 woningen, waarvan 13.500 tot 16.500 woningen met een EFG-label.

In kader van Warm Amsterdam 10.000 extra woningen van het Afspraak 1.14 t/m 1.16 (Aardgasvrij): gas af in de komende periode ten opzichte van 2022 • De gemeente neemt bij de energietransitie de regie. Dit betreft in de basis het proces van de buurtselectie, de coördinatie van ondergrondse en bovengrondse partijen in een

•

•

buurt en de stedelijke en buurtspecifieke communicatie van de energietransitie en specifiek de preferente techniek. Corporaties leveren de informatie voor het genoemde selectieproces (bijvoorbeeld over planningen voor renovatie en onderhoud). De corporaties committeren zich aan het aansluiten op het warmtenetwerk, dan wel aardgasvrij maken van hun woningen in de door de gemeente geselecteerde buurten. Alle partijen vinden het belangrijk dat er een haalbare businesscase en draagvlak in de buurt is. Dit is voorwaarde voor het aardgasvrij maken van de woningen. Corporaties monitoren jaarlijks hoeveel woningen aardgasvrij zijn geworden

Toepassen van circulaire principes bij renovaties

Afspraak 1.20 - Gemeente en corporaties zetten de samenwerking bij circulair renoveren voort. Gezamenlijk maken we een agenda met uitgangspunten om circulair renoveren als standaard mogelijk te maken en de activiteiten die we uitvoeren en die helpen om circulair renoveren op termijn in te bedden in de reguliere bedrijfsvoering.

Aanpak van achterstallig onderhoud en verbetering van woningkwaliteit, ook van woningen in gemengde vve’s.

Afspraken 1.10 t/m 1.13 (woningkwaliteit): • In een kwaliteitsoverleg spreken gemeente, corporaties en huurderskoepels periodiek over structurele kwesties, actuele ontwikkelingen en casuïstiek op schaalniveau van het complex. • Nieuwe urgente kwaliteitsproblematiek wordt bestuurlijk besproken. Daarbij wordt bepaald of een aanpak nodig is en hoe dit op te pakken, zoals is gebeurd bij lood en nu bij een gezamenlijke schimmelaanpak. • Eind 2023 is de gezamenlijke meerjarige aanpak tegen vocht en schimmel ingegaan. De corporaties en de gemeente geven prioriteit aan het oppakken van vocht en schimmelproblemen. De aanpak wordt in 2024 geëvalueerd en daarbij worden ook de huurderskoepels en de FAH betrokken.

•

De corporaties rapporteren jaarlijks op buurtniveau over de conditie-, onderhouds- en kwaliteitsscore in de zogenaamde kwaliteitskaarten. De scores bepalen mede de prioriteit bij de onderhoudsprogramma’s en deze worden besproken tijdens de programmeringsgesprekken.

Tenminste 50% van de vrijkomende sociale huurwoningen bestemmen voor ‘reguliere woningzoekenden’.

Afspraak 5.1 - Minimaal 50 procent van de jaarlijkse verhuringen van sociale huurwoningen gaat naar de reguliere woningzoekenden. Daarnaast wordt er rekening gehouden met 30 procent aan PHKG, 15 procent van de jaarlijkse verhuringen aan stadsvernieuwingsurgenten en 5 procent maatwerk.

Tenminste 30% van de vrijkomende woningen beschikbaar stellen voor de huisvesting van kwetsbare groepen (uitgaande van 7.000 nieuwe verhuringen zijn dat 2.100 woningen).

Afspraak 6.1 - We bestemmen 30 procent van de jaarlijkse sociale verhuringen (uitgaande van het gemiddelde van afgelopen drie jaar permanente bouw, rekeninghoudend met pieken in de flexbouw) voor huurders die zich in een kwetsbare situatie bevinden, met inachtneming van toekomstige regelgeving. Doelgroepen die zijn toegevoegd aan het PHKG: urgenten via de toeslagenaffaire, WLZ uitstroom, Openbare Orde en Veiligheid, ruggensteun omslagkandidaten, statushouders gemengde/ flexlocaties (incl. eerste verhuur) en permanente intermediaire verhuur. Deze 30% berekenen we over het totale aantal verhuringen van alle zelfstandige sociale huurwoningen, exclusief de verhuringen in woongroepen (loopt via coöptatie), van atelierwoningen (loopt via de CAWA) en woningruil. De reden van uitsluiting van deze drie categorieën is dat deze woningen niet beschikbaar zijn voor verhuring aan een doelgroep van het PHKG. Jaarlijks maakt het college van B&W de verdeling van de beschikbare woningen over de doelgroepen binnen de 30 procent.

Voortzetten van de samenwerking op huisvesting kwetsbare groepen

Afspraak 6.1 t/m 6.3 en 6.5: • We bestemmen 30 procent van de jaarlijkse sociale verhuringen (uitgaande van het gemiddelde van afgelopen drie jaar permanente bouw, rekeninghoudend met pieken in de flexbouw) voor huurders die zich in een kwetsbare situatie bevinden, met inachtneming van toekomstige regelgeving. Doelgroepen die zijn toegevoegd aan het PHKG: urgenten via de toeslagenaffaire, WLZ uitstroom, Openbare Orde en Veiligheid, ruggensteun

•

•

•

omslagkandidaten, statushouders gemengde/ flexlocaties (incl. eerste verhuur) en permanente intermediaire verhuur. Deze 30% berekenen we over het totale aantal verhuringen van alle zelfstandige sociale huurwoningen, exclusief de verhuringen in woongroepen (loopt via coöptatie), van atelierwoningen (loopt via de CAWA) en woningruil. De reden van uitsluiting van deze drie categorieën is dat deze woningen niet beschikbaar zijn voor verhuring aan een doelgroep van het PHKG. Jaarlijks maakt het college van B&W de verdeling van de beschikbare woningen over de doelgroepen binnen de 30 procent. Voor gemengde complexen en de nog te realiseren flexlocaties bepalen de gemeente, corporaties en de huurderskoepel in overleg en rekening houdend met de eisen vanuit het Rijk per complex het percentage kwetsbare doelgroepen, waarbij in ieder geval minimaal 30 procent statushouders is. Daarnaast kan een klein deel van de woningen toegewezen worden aan andere (niet) kwetsbare groepen zoals economisch daklozen en/of beroepsgroepen. Daarbij spelen de aard en de grootte van het complex, de voorzieningen in de buurt, randvoorwaardes van de subsidies en de beschikbare ondersteuning een rol. De komende periode worden in samenwerking met de gemeente, woningcorporaties en huurders de uitgangspunten voor de doelgroepenmix verder uitgewerkt en vastgesteld.

We monitoren in het PHKG samen met de partners en de stadsdelen de draagkracht en de draaglast van een buurt. Als een buurt te kwetsbaar is, maken alle betrokken partijen in een leefbaarheidsoverleg afspraken over extra interventies. Zo nodig escaleren we richting directieniveau. De gemeente is hier de regisseur en de partij die het overzicht heeft in de buurt. Dit heeft een relatie met het thema leefbaarheid. We onderzoeken de wijze waarop de huurderskoepels te betrekken zijn bij het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen en bij de uitwerking van de woonzorganalyse. Vanzelfsprekend is dit een afweging samen met de zorginstellingen die bij deze trajecten aan tafel zitten.

Inzetten op alternatieven voor zelfstandig wonen in de wijk, met stedelijke ontwikkeling van nieuwe woonvormen voor Amsterdammers in een kwetsbare situatie.

Voortzetten van de samenwerking op huisvesting van beroepsgroepen

Afspraak 6.6 - De samenwerking op het gebied van geclusterd wonen, thuisflats en woonzorgcirkels, woonconcepten, zoals woonzorgcirkels, op praktisch en strategisch niveau intensiveert en maandelijks is er een ’woonconceptenoverleg’. In dat overleg is er ruimte om structurele kwesties en actuele ontwikkelingen die vragen om een gezamenlijke aanpak te bespreken. De huurderskoepels en/of lokale bewonersorganisaties worden hier ook bij betrokken. Afspraak 5.5 - Jaarlijks wijzen de corporaties 300 woningen toe aan potentiële kandidaten uit specifieke beroepsgroepen, zoals in de huisvestingsverordening zijn opgenomen.

Samenwerking met het Masterplangebied Zuidoost, het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, Aanpak Noord en Aanpak Binnenstad.

Afspraak 7.7 - De komende 25 jaar werken we in Masterplan Zuidoost, Nationaal Programma Samen Nieuw-West en Aanpak Noord door een meerjarige aanpak aan de verbetering van de kwaliteit van het bestaan van de inwoners door een integrale aanpak. Dit gebeurt door extra investeringen en bestaande middelen beter in te zetten en door ongelijk te investeren in het verbeteren van de woningvoorraad, de openbare ruimte en voorzieningen voor gelijke kansen. Hier werken we samen met de stadsdelen die over de beste lokale kennis van het gebied beschikken. Op basis van de rol in het gebied en/of de positie in het Nationaal Programma/de Aanpak is er één vertegenwoordiger namens de overige corporaties.

Gezamenlijke lobby naar het Rijk over systeemveranderingen financiering zorg. Samenwerking aan bestrijding van energiearmoede en voortzetten van de werkwijze voor het voorkomen van huisuitzettingen door huurschulden

Zie voorwoord. Hoofdstuk 4 betaalbaarheid (invulling van de opgave): • Energiearmoede: Woningen isoleren en verduurzamen kost tijd. De Aanpak Energiearmoede is erop gericht om op kortere termijn kwetsbare huishoudens te ontzorgen in het nemen van energiebesparende maatregelen, te adviseren over energiezuinig gedrag en financieel te helpen bij de aanschaf van duurzame producten. Deze huishoudens worden bereikt door actief samen te werken met verschillende welzijns- en buurtorganisaties, woningcorporaties en religieuze instellingen, maar ook door werving aan huis en door middel van sleutelfiguren. • Aanpak Vroegsignalering en voorkomen huisuitzettingen: een gezamenlijke aanpak van o.a. corporaties, gemeente, buurtteams en meldpunten om in te grijpen bij beginnende

Samenwerking in het bestrijden van woonfraude.

betalingsachterstanden. Een ruim palet van interventies wordt ingezet om problematische schulden en huisuitzettingen te voorkomen en te komen tot een duurzame oplossing. o Corporaties en hun deurwaarders voeren een intensief en sociaal incassobeleid. o De gemeente zet de aanpak Geregelde Betaling (waar het automatisch inhouden van de huur onderdeel van uitmaakt) in bij bijstandsgerechtigden. o De andere huurders worden via Vroeg Eropaf door buurtteams benaderd. o Tijdens de zittingen op de rechtbank zijn de buurtteams aanwezig. o Eropaf wordt ingezet bij een acute dreigende woningontruiming: deurwaarders melden aanzeggingen voor woningontruimingen aan de gemeente. Deze meldingen worden doorgezet naar de buurtteams en, in samenwerking met andere betrokken partijen waaronder het meldpunt, met hoge prioriteit opgepakt Hoofdstuk 7 leefbaarheid (invulling van de opgave): • We werken samen in de aanpak van overlast, woonfraude en ondermijnende criminaliteit. Zowel preventief als in de nazorg, omdat incidenten blijven voordoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13861791/1