Bijlage 2b_40125 Analyse mogelijkheden herontwikkeling Abcouderstraatweg 79 tot zorgfunctie.pdf
Tekst van het document
Analyse mogelijkheden herontwikkeling Abcouderstraatweg 79 tot 24uursopvang
25 januari 2024 (Mark van Otterlo, R&D)
1. Inleiding De gemeente is binnen haar grondgebied al geruime tijd op zoek naar een geschikte locatie voor 24uursopvang. Nu nog is er sprake van dat deze mensen op diverse opvanglocaties in de stad verblijven. Door de gemeente is in november 2022 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om de voormalige boerderij Langerlust aan de Provincialeweg 23-24 te transformeren tot 24uursopvang. Onlangs is gebleken dat de locatie Abcouderstraatweg 79 wellicht in aanmerking kan komen voor transformatie naar 24-uursopvang, als alternatieve locatie voor Langerlust. In de voorliggende analyse wordt nagegaan welke mogelijkheden en beperkingen er gelden om de locatie aan de Abcouderstraatweg 79 te transformeren naar 24-uursopvang. Afbeelding: luchtfoto Abcouderstraatweg 79 en omgeving (bron: https://earth.google.com/)
In de voorliggende notitie wordt het beoogde project in hoofdstuk 2 getoetst aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan (inclusief het daar onderdeel van uitmakende bestemmingsplan) om zo inzichtelijk te krijgen of er sprake is van afwijkingen en zo ja, welke. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid en in hoofdstuk 4 op de relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 zal in worden gegaan op de relatie met de lopende vergunningsaanvraag voor Langerlust. Tenslotte bevat hoofdstuk 6 de conclusie van deze analyse.
2. Toets project aan omgevingsplan gemeente Amsterdam Project Op het perceel Abcouderstraatweg 79 bevindt zich momenteel een voormalig boerderijgebouw van circa 12,5 bij 23 meter en een bebouwd oppervlak van circa 290 m². Achter op het perceel staat nog een bijgebouw van circa 7,5 bij 11 meter en een bebouwd oppervlak van circa 85 m². Het perceel heeft een omvang van 4.950 m² en is in het verleden in gebruik geweest als gemeentewerf. De grond is in eigendom van Staatsbosbeheer, de opstallen zijn in eigendom van Groengebied Amstelland.
Afbeelding: het perceel gezien vanaf de Abcouderstraatweg (bron: https://www.google.nl/maps/)
Om de locatie geschikt te maken voor 24-uursopvang is door R&D gekeken naar volume uitbreiding in de vorm van een losstaand gebouw op het achtererf. De nieuwbouw zou plek moeten bieden aan circa 645 m² bvo. Voor de nieuwbouw zijn twee varianten opgesteld (zie de navolgende afbeeldingen). Beide varianten gaan vooralsnog uit van één bouwlaag met een ruime kap (goothoogte 4 m, nokhoogte 9 m). Beide varianten hebben een bebouwd oppervlak van circa 350 m².
Afbeelding: variant A (links) en variant B (rechts)
Het volume van de voormalige boerderij blijft behouden door renovatie of vervangende nieuwbouw.
Geldend omgevingsplan Sinds 1 januari 2024 geldt het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor de gemeente Amsterdam. De tot 1 januari 2024 geldende bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voor de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘De Hoge Dijk’ (NL.IMRO.0363.T1204BPSTD-OH01) van belang. Het bestemmingsplan is op 18 juni 2013 vastgesteld door de stadsdeelraad van het toenmalige stadsdeel Zuidoost. Nadien zijn er nog diverse paraplubestemmingsplannen vastgesteld maar die zijn verder buiten beschouwing gelaten omdat deze geen relevante gevolgen hebben voor het project. Ook de overige regels van het omgevingsplan hebben geen relevante gevolgen voor dit project en worden daarom buiten beschouwing gelaten. Het kadastrale perceel van Abcouderstraatweg 79 is grotendeels bestemd als ‘Maatschappelijk’ en dubbelbestemd als ‘Waarde - Archeologie - 2' en ‘Waarde - Landschap - Groene Hart en Rijksbufferzone’. De randen van het kadastrale perceel zijn bestemd als ‘Natuur - 2' of ‘Verkeer - 1' en deels dubbelbestemd als ‘Waarde - Ecologie' of ‘Waterstaat - Waterkering'.
Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan ‘De hoge Dijk’, het kadastrale perceel is rood omlijnd (bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/)
Maatschappelijk De gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ mogen worden gebruikt voor onder meer maatschappelijke voorzieningen (niet zijnde geluidgevoelige bestemmingen), voorzieningen ten behoeve van dagrecreatie, erven, groenvoorzieningen en verkeersareaal. Ter plaatse van een deel van de projectlocatie is vanwege aanduidingen ook het gebruik toegestaan als horeca van categorie 4 (maximaal 500 m² bvo) en een dienstwoning (maximaal 125 m² bvo). Onder geluidgevoelige bestemmingen worden volgens artikel 1 geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder bedoeld. Horeca van categorie 4 heeft betrekking op horecavoorzieningen als een restaurant. Voor het bouwen van gebouwen gelden binnen de bestemming de volgende relevante regels:
Het bouwen van gebouwen is toegestaan binnen het aangegeven bouwvlak. Het bouwvlak ter plaatse van de projectlocatie heeft volgens digitale meting een oppervlak van circa 3.771 m². In de regels is aangegeven dat er een maximum bebouwingspercentage geldt zoals met de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangeduid. Ter plaatse van de projectlocatie ontbreekt deze aanduiding echter op de verbeelding. De maximum goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 4 en 9 meter met een minimale dakhelling van 30 graden. Het gebouw van de voormalige boerderij en een kleine zone daarachter zijn aangeduid als ‘karakteristiek’. Hiervoor geldt dat de uitwendige hoofdvorm, bepaald door de goot- en nokhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling en grondoppervlakte gehandhaafd dient te worden, zoals deze bestond ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.
‘Natuur - 2' en ‘Verkeer - 1' De gronden met de bestemmingen ‘Natuur - 2' en ‘Verkeer - 1' zijn bestemd voor groenvoorzieningen dan wel verkeersareaal. Ter plaatse van de projectlocatie zijn geen gebouwen toegestaan.
Dubbelbestemmingen Van de dubbelbestemmingen is alleen de dubbelbestemming ‘Waarde - Landschap - Groene Hart en Rijksbufferzone’ relevant. Hierin is bepaald dat de als zodanig bestemde gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd zijn voor de bescherming en het behoud van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Groene Hart (de landschappelijke diversiteit, het (veen) weidekarakter, de openheid en de rust en stilte). Er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de primaire bestemming en de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Het dagelijks bestuur is daarbij bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en omvang van bouwwerken, voor zover dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van het Nationaal Landschap Groene Hart of de Rijksbufferzone.
Afwijkingen omgevingsplan Het gebruik als 24-uursopvang valt vanwege de zorgfunctie onder de maatschappelijke bestemming. Gelet op artikel 1.28 en het voormalige Besluit geluidhinder betreft de beoogde 24-uursopvang echter een geluidsgevoelige functie. Een dergelijk gebruik is niet toegestaan op de projectlocatie. Ter plaatse van de als ‘Natuur - 2' en ‘Verkeer - 1' bestemde randen van het kadastrale perceel is het gebruik als 24-uurspvang eveneens niet toegestaan. Om de locatie geschikt te maken voor 24-uursopvang zal nieuwbouw achter het huidige hoofdgebouw worden gerealiseerd. De beide varianten zijn gelegen binnen het bouwvlak. Doordat er in het bouwvlak geen maximum bebouwingspercentage op de verbeelding is aangegeven mag het bouwvlak in beginsel volledig worden bebouwd. Dat in de toelichting is vermeld dat o.a. het bebouwingspercentage van 15% is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan doet daar verder niet aan af (zie ook ECLI:NL:RVS:2015:1653). Wel zou op basis van de dubbelbestemming ‘Waarde - Landschap - Groene Hart en Rijksbufferzone’ kunnen worden voorkomen dat het bouwvlak volledig wordt bebouwd omdat daarmee één van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Groene Hart (de openheid) kan worden aangetast. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de goot- en bouwhoogte van de nieuwbouw en de dakhelling van de kap voldoen aan de gestelde bouwregels.
Indien de goot en nok hoger worden dan respectievelijk 4 en 9 meter dan is dat in strijd met de bouwregels en een afwijking van het omgevingsplan. Indien deze afwijking van de bouwregels 1 meter of minder bedraagt dan kan deze afwijking binnenplans worden vergund op grond van artikel 22.280 van het omgevingsplan en de algemene afwijkingsregels (artikel 22 van het bestemmingsplan).
Juridisch-planologische procedure Gelet op het voorgaande past het project niet volledig binnen het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Er is vooralsnog alleen sprake van strijdig gebruik doordat een geluidsgevoelige functie ter plaatse niet is toegestaan. Om een dergelijk gebruik alsnog mogelijk te maken is een juridisch-planologische (buitenplanse) afwijkingsprocedure noodzakelijk. In de Omgevingswet is het uitgangspunt dat een procedure in afwijking van het Omgevingsplan (Buitenplanse omgevingsplanactiviteit, BOPA) in beginsel regulier kan worden afgehandeld. In sommige gevallen is een uitgebreide procedure aan de orde. Dat is aan de orde indien dit is aangewezen in de Omgevingswet en/of het Omgevingsbesluit (hier niet het geval), indien de aanvrager daar zelf om verzoekt of als het bevoegd gezag een uitgebreide procedure van toepassing verklaart. Het bevoegd gezag kan de uitgebreide procedure van toepassing verklaren als het project aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Amsterdam heeft momenteel een kader in voorbereiding in welke gevallen een uitgebreide procedure van toepassing is. Het is nog niet bekend wanneer het kader in werking treedt en of er dan voor dit project dus sprake zal zijn van een uitgebreide procedure.
Los van de te volgen procedure (reguliere of uitgebreide procedure) dient het eventuele voornemen om de projectlocatie te gebruiken als 24-uursopvang te worden getoetst aan het relevante ruimtelijke beleid (hoofdstuk 3) en diverse ruimtelijke aspecten (hoofdstuk 4).
3. Relevant ruimtelijk beleid Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) volgt uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De gemeente moet daarbij voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. In het per 1 januari 2024 geldende Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de ladder eveneens opgenomen, namelijk in artikel 5.129g. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Voor wonen is er op grond van de jurisprudentie bijvoorbeeld sprake van een stedelijke ontwikkeling bij meer dan 11 woningen. Bij andere stedelijke functies in de vorm van een terrein is de ondergrens 'in beginsel' 500 m². Bij toevoeging van een gebouw ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m².
Bij de beantwoording van de vraag of een mogelijk gemaakte stedelijke ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling behelst, moet in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan, voorziet in een functiewijziging en welk planologisch beslag op de ruimte het nieuwe plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Uit vaste jurisprudentie blijkt daarbij het volgende:
Een ruimtelijk plan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime niet voorziet in een groter planologisch beslag op de ruimte en niet voorziet in een functiewijziging, voorziet niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een ruimtelijk plan dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken indien die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functie en die van hetgeen onder het vorige plan mogelijk was.
De motiveringsvereiste voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bestaat uit 1) aantonen nut en noodzaak en 2) onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend. De beoogde herontwikkeling heeft betrekking op de herontwikkeling van een voor maatschappelijke doeleinden aangewezen perceel naar 24-uursopvang. In het geldende omgevingsplan is het gebruik als geluidsgevoelig gebouw niet mogelijk. Het nieuw te bouwen gebouw op het achtererf is qua bouwvolume al wel toegestaan. Er is daarmee sprake van een planologische functiewijziging maar
niet van nieuw planologisch ruimtebeslag. Daarmee is de beoogde herontwikkeling in beginsel geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval gaat het om een omzetting van een maatschappelijke niet-geluidsgevoelige functie naar een zorginstelling/maatschappelijke woonzorg. De ruimtelijke uitstraling van de nieuwe functie maakt niet dat het project moet worden getypeerd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het aantal op te vangen personen in de zorginstelling is gering. Daarnaast ligt de projectlocatie niet in de directe omgeving van woningen. Een onderbouwing van de behoefte en locatiekeuze in het kader van de Ladder is daarom niet aan de orde. Consequenties voor dit project De beoogde herontwikkeling is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvan de behoefte dient te worden aangetoond.
Omgevingsverordening Noord-Holland 2022 De Omgevingsverordening Noord-Holland 2022 (Omgevingsverordening NH2022) geldt per 1 januari 2024. In de Omgevingsverordening NH2022 is aangegeven welke onderwerpen relevant zijn bij nieuwe ruimtelijke plannen op deze locatie. Uit raadpleging van ruimtelijkeplannen.nl blijkt dat de volgende onderwerpen van belang (kunnen) zijn voor het beoogde gebruik: a. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen; b. Landelijk gebied; c. Natuurnetwerk Nederland. Ad a: Nieuwe stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.13 is bepaald dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Artikel 6.13 sluit daarmee aan op de wettelijk verplichte toepassing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (zie hiervoor). Het accent van artikel 6.13 ligt op datgene wat niet in de wet is vastgelegd. Dat zijn de regionale afspraken. De regionale afspraken betreffen nieuwe stedelijke ontwikkelingen van woningbouw, bedrijventerreinen en kantoorlocaties, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen. Zoals hiervoor bij de Ladder voor duurzame verstedelijking is omschreven is er bij het voorliggende project geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Ad b: Landelijk gebied De projectlocatie is volledig is gelegen in de werkingsgebieden ‘Landelijk gebied’ en ‘MRA landelijk gebied’. In artikel 6.14 is bepaald dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een kleinschalige ontwikkeling indien: de ontwikkeling plaatsvindt op een locatie waar stedelijke activiteiten zijn toegestaan; het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot; en het aantal burgerwoningen niet toeneemt. Onder kleinschalige ontwikkeling wordt nieuwe bebouwing voor stedelijke activiteiten verstaan die gelet op de kleinschaligheid en beperkte ruimtelijke gevolgen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Het beoogde project is te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling zodat
artikel 6.14 geen gevolgen heeft voor het project. Ook als artikel 6.14 wel van toepassing zou zijn dan voldoet het project, gelet op het tijdelijk deel van het omgevingsplan, alsnog aan de voorwaarden aangezien ter plaatse een stedelijke functie is toegestaan, het toegestane bebouwd oppervlak niet wordt vergroot en het aantal burgerwoningen niet toeneemt. Ad c: Natuurnetwerk Nederland Het project is gelegen buiten het werkingsgebied ‘Natuurnetwerk Nederland’. Een deel van het kadastrale perceel bevindt zich echter wel binnen het werkingsgebied. Het werkingsgebied en de bijbehorende regeling zijn gericht op de uitwerking en bescherming van wezenlijke kenmerken en waarden, zijnde natuurwaarden, oppervlakte en samenhang van het als Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen gebied.
Afbeelding: uitsnede gebiedsaanwijzing ‘Natuurnetwerk Nederland’ van de Omgevingsverordening NH2022 (bron: https://preprod.document-viewer.dso.kadaster.nl/)
In artikel 6.53 is bepaald dat een omgevingsplan ter plaatse van het werkingsgebied ‘Natuurnetwerk Nederland’ in ieder geval strekt tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Het gaat in dit geval om de wezenlijke kenmerken en waarden van het onderdeel ‘Gaasperplas, Gaasperzoom en De Hoge Dijk’. Een omgevingsplan maakt volgens artikel 6. geen nieuwe activiteiten mogelijk die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de oppervlakte van het NNN (lid 4). Van dit verbod kan voor nieuwe activiteiten van groot openbaar belang worden afgeweken (lid 5) mits aannemelijk kan worden gemaakt dat: er geen reële andere mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling; de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt; de overblijvende effecten worden gecompenseerd.
Ook is afwijking mogelijk voor nieuwe activiteiten voor zover: de activiteiten die leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden worden gecompenseerd; de compensatie inhoudt dat de uitvoering van het geheel van activiteiten gezamenlijk leidt tot een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor de werkingsgebieden Natuurnetwerk Nederland voor wat betreft kwaliteit en samenhang; de oppervlakte van het werkingsgebied Natuurnetwerk Nederland tenminste gelijk blijft; rekening wordt gehouden met de mogelijke omstandigheid dat de locatie waarop de activiteit plaatsvindt is gelegen in een gebied van het Natuurnetwerk Nederland dat omringd wordt door of grenst aan het werkingsgebied Bijzonder provinciaal landschap; en er een gebiedsvisie wordt opgesteld waarin wordt onderbouwd dat wordt voldaan aan de hiervoor genoemde opsomming. Tenslotte is afwijking van een beperkte toevoeging van nieuwe activiteiten aan mogelijk, voor zover: deze toevoeging of wijziging noodzakelijk is voor de instandhouding van de bestaande activiteit; deze toevoeging of wijziging ondergeschikt is aan de bestaande activiteiten; en de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig en worden gecompenseerd.
Consequenties voor dit project Vanuit de Omgevingsverordening NH2022 zijn er geen belemmeringen om het gebruik van 24uursopvang mogelijk te maken op de projectlocatie. Wel gelden er mogelijke beperkingen voor een deel van het achtererf dat is gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. Hoofdgroenstructuur De projectlocatie is gelegen binnen de huidige Hoofdgroenstructuur van Amsterdam. De Hoofdgroenstructuur omvat de minimaal benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam wil borgen, bestaande uit gebieden die waardevol zijn voor de stad en de metropool, omdat zij een onmisbare functie vervullen voor groene recreatie, verbetering leefklimaat, waterhuishouding, hittedemping, verbetering luchtkwaliteit, biodiversiteit en voedselproductie. De beleidsregels voor de Hoofdgroenstructuur staan in de Structuurvisie Amsterdam 2040. Er is inmiddels nieuw beleid in voorbereiding maar dat kader is nog niet vastgesteld. Ingrepen in de Hoofdgroenstructuur worden beoordeeld op inpasbaarheid. Daarvoor zijn per groentype beoordelingscriteria opgesteld. De projectlocatie maakt onderdeel uit van het groentype ‘Ruigtegebied/struinnatuur’ (De Hoge Dijk).
Afbeelding: Hoofdgroenstructuur (bron: maps.amsterdam.nl/hoofdgroenstructuur/)
Voor het groentype ‘Ruigtegebied/struinnatuur’ zijn de criteria aangegeven zoals weergegeven in de navolgende tabel.
Afbeelding: criteria groentype ‘Ruigtegebied/struinnatuur’ (bron: Structuurvisie Amsterdam 2040/)
Alhoewel het geldende omgevingsplan ter plaatse van de projectlocatie al uitgaat van een stedelijke functie dient het plan vanwege de beoogde functiewijziging binnen de Hoofdgroenstructuur ter advisering te worden gelegd aan de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC). De TAC beoordeelt het plan op inpasbaarheid. Uitgangspunt daarbij is behoud van het groene karakter en typologie van het betreffende gebied. De beoordeling of de nieuwe functie naar aard, omvang en
locatie inpasbaar is vindt plaats op basis van de richtlijnen die zijn uitgewerkt per groentype (zie de voorgaande tabel). Het advies van de TAC wordt meegenomen in de totale afweging. Zoals in het begin van deze paragraaf is aangegeven heeft Amsterdam nieuw beleid in voorbereiding, zijnde het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur. Over dit beleidskader zal in juni 2024 een referendum worden gehouden. In het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur is de projectlocatie buiten de Hoofdgroenstructuur gelegen.
Afbeelding: concept beleidskader Hoofdgroenstructuur (bron: maps.amsterdam.nl/hoofdgroenstructuur/)
Consequenties voor dit project De projectlocatie is gelegen binnen de Hoofdgroenstructuur. Het plan dient vanwege de beoogde functiewijziging ter advisering te worden gelegd aan de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC). De TAC beoordeelt het plan op inpasbaarheid. In het concept beleidskader Hoofdgroenstructuur is de projectlocatie niet langer onderdeel van de Hoofdgroenstructuur.
4. Relevante omgevingsaspecten Bij de herontwikkeling van het perceel dient in te worden gegaan op de relevante omgevingsaspecten. Hiervoor geldt op hoofdlijnen het volgende:
Verkeer: in het bestemmingsplan is voor de projectlocatie onder meer uitgegaan van een horecabestemming. Het project leidt ten opzichte van de al toegestane horecafunctie niet tot een relevante toename van verkeer. Nader verkeersonderzoek is niet nodig. Verkeer vormt daarmee geen belemmering voor het project. Parkeren: ten behoeve van de nieuwe functie dient rekening te worden gehouden met voldoende parkeergelegenheid conform het gemeentelijk parkeerbeleid. Op het terrein is voldoende plek voor voldoende parkeerplaatsen voor auto’s en fietsen. Parkeren vormt daarmee geen belemmering voor het project. Bodem: uit historisch onderzoek dat in het kader van het bestemmingsplan is uitgevoerd blijkt dat de bodemkwaliteit op voorhand geen belemmering vormt voor het beoogde gebruik. Er is nog wel een verkennend bodemonderzoek nodig om dit aan te tonen. Geluid: de 24-uursopvang is aan te merken als een geluidsgevoelige functie in de geluidszone van wegen als de Abcouderstraatweg, de Hogendijk en mogelijk ook de rijkswegen A2-A9 en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk om na te gaan wat de geluidsbelastingen op de huidige en toekomstige gevels zullen zijn. Milieuzonering: de projectlocatie ligt niet in de nabijheid van bestaande bedrijvigheid zodat een inperking van de bedrijfsvoering niet aan de orde is.
Daarnaast komt de 24-uursopvang op een afstand van ruim 40 meter van de dichtstbijzijnde woning. Gelet op deze afstand zijn nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat niet te verwachten. Luchtkwaliteit: vanwege de beperkte verkeersgevolgen is een nader onderzoek naar luchtkwaliteit niet nodig. Luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor het project. Externe veiligheid: de projectlocatie ligt op circa 750 van een snelweg en 400 meter afstand van de spoorlijn. Over beide transportroutes worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De projectlocatie ligt vermoedelijk buiten een aandachtsgebied maar dat zal nog wel moeten gecontroleerd. Water: het project leidt tot een feitelijke toename van verharding maar deze toename bedraagt naar verwachting minder dan waarvoor op basis van de Keur watercompensatie vereist is. Bovendien is de toename aan verharding al mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Water vormt daarmee geen belemmering voor het project. Ecologie: er dient te worden nagegaan of er beschermde soorten op de projectlocatie aanwezig zijn. In het onderzoek dat in het kader van het bestemmingsplan is uitgevoerd bleek dat indertijd sprake was van de aanwezigheid van onder meer vleermuizen, kerkuil, waterspitsmuis en huismus.
Daarnaast dient ook te worden onderzocht of het project tijdens de aanlegfase en gebruiksfase tot stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied leidt. Archeologie: voor de projectlocatie geldt een archeologische verwachting. Bij grondroerende werkzaamheden van 500 m² of meer en dieper dan de 20ste-eeuwe ophogingen is een archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (IVO) noodzakelijk. Cultuurhistorie: in het bestemmingsplan zijn voor het huidige gebouw de karakteristieke eigenschappen vastgelegd, bestaande uit een nok- en goothoogte, kapvorm en nokrichting. Het gebouw is geen monument. Cultuurhistorie vormt daarmee geen belemmering voor het project.
5. Relatie met eventuele vergunning Langerlust In november 2022 is door de gemeente een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om de voormalige boerderij Langerlust te transformeren naar 24-uursopvang. Deze aanvraag is momenteel in behandeling en zal naar verwachting leiden tot vergunningverlening. Indien er uiteindelijk voor wordt gekozen om de zorgfunctie aan de Abouderstraatweg te realiseren, in plaats van op Langerlust, dan is de vraag wat er moet gebeuren met de locatie Langerlust. Om te voorkomen dat er dan sprake is van twee locaties voor 24-uursopvang in Zuidoost kan er vanuit publiekrechtelijk oogpunt voor worden gekozen om de vergunning voor Langerlust in te trekken zodra de vergunning voor de Abcouderstraatweg is verleend én in werking is getreden (dan wel onherroepelijk is). Het in stand houden van de vergunning voor Langerlust zodra er ook een vergunning is voor de Abcouderstraatweg is niet wenselijk omdat er dan bij recht twee dezelfde functies op relatief korte afstand van elkaar zijn toegestaan.
6. Conclusie In de voorliggende analyse is nagegaan welke mogelijkheden en beperkingen er gelden om de locatie aan de Abcouderstraatweg 79 eventueel te transformeren naar 24-uursopvang. In het in voorbereiding zijnde plan is naast behoud van het bestaande volume van de boerderij een voorstel gedaan voor nieuwbouw. Het in voorbereiding zijnde plan voor de 24-uursopvang wijkt alleen voor wat betreft de functie af van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De beoogde volumeuitbreiding is wel passend omdat deze geheel is gelegen binnen het bouwvlak en er geen maximum bebouwingspercentage is aangeduid. Omdat het project voor wat betreft het gebruik niet past in het omgevingsplan is een buitenplanse planologische procedure nodig, zijnde een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Uit de toetsing van het project aan het relevante ruimtelijk beleid blijkt het volgende:
De beoogde herontwikkeling is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvan de behoefte dient te worden aangetoond. Vanuit de Omgevingsverordening NH2022 zijn er geen belemmeringen om het gebruik van 24-uursopvang mogelijk te maken op de projectlocatie. Wel gelden er mogelijke beperkingen voor een deel van het achtererf dat is gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. De projectlocatie is gelegen binnen de huidige Hoofdgroenstructuur. Het plan dient vanwege de beoogde functiewijziging ter advisering te worden gelegd aan de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC). De TAC beoordeelt het plan op inpasbaarheid. In het in voorbereiding zijnde beleid voor de Hoofdgroenstructuur maakt de projectlocatie niet langer onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur. Over dit beleid vindt in juni 2024 een referendum plaats.
Voor wat betreft de relevante omgevingsaspecten geldt dat in ieder geval de volgende onderzoeken nodig zijn:
Verkennend bodemonderzoek. Akoestisch onderzoek.
Ecologie (soorten en stikstof).
Mogelijk is ook onderzoek naar externe veiligheid en/of archeologie nodig. Overige omgevingsaspecten vergen geen nader onderzoek.