Bijlage 21_Raadsinformatiebrief referendumverordening 211115.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de leden van de gemeenteraad
15 november 2021 Behandeld door Mathilde Houben, m.houben@amsterdam.nl Datum
Bijlage(n)
Advies Referendumcommissie over de aangepaste referendumverordening
Onderwerp
Reactie op advies Referendumverordening
Geachte leden van de raad, Op 17 november is in de commissie Kunst, Diversiteit en Democratisering (KDD) de nieuwe referendumverordening ter bespreking geagendeerd. Het proces om tot deze verordening te komen kende tot nu toe de volgende stappen: Op 30 januari 2019 is in de commissie KDD gesproken over een notitie van het College met voorstellen voor de verordening op het burgerinitiatief, het volksinitiatief en het referendum. Uit het debat kwam naar voren dat er een wens bestaat de verordening op een fors aantal punten aan te passen en wellicht zelfs volledig te herzien. Op 9 maart 2021 heeft het college ingestemd met de raadsbrief met de hoofdpunten voor de nieuwe referendumverordening. Op 22 april 2021 heeft uw raad in de besluitvormende raadsvergadering met een ruime meerderheid ingestemd met de hoofdpunten voor de nieuwe referendumverordening. Bij behandeling van de raadsbrief met de hoofdpunten voor de nieuwe referendumverordening in uw raad is ook een aantal moties aangenomen. Ook is er door leden van uw raad over een aantal onderdelen vragen gesteld. Op 5 oktober heeft u een brief ontvangen waarin is ingegaan op de gestelde vragen en het college tevens heeft aangegeven hoe zij voornemens was de aangenomen moties uit te voeren. In deze brief is het college tevens ingegaan op de adviezen van de Referendumcommissie, onder andere ten aanzien van de zelfbinding.
Op 24 augustus 2021 heeft de Initiatief- en Referendumcommissie Gemeente Amsterdam (verder: Referendumcommissie) over de, op dat moment voorliggende, eerste conceptverordening en toelichting een eerste advies uitgebracht.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 15 november 2021 Pagina 2 van 6
De conceptverordening is tevens de inspraak ingegaan en ter advisering aan de stadsdelen voorgelegd. Op 12 oktober 2021 heeft daarnaast in Pakhuis De Zwijger een openbare bijeenkomst plaatsgevonden onder de titel “Het nieuwe referendum in Amsterdam”. Op basis van deze input heeft het college een definitieve conceptverordening vastgesteld, die u voor de vergadering van 17 november 2021 is voorgelegd. Daarnaast heeft het college de Referendumcommissie uitgenodigd om desgewenst ook over dit definitieve concept van het college de gemeenteraad te adviseren. U heeft het advies van de referendumcommissie ontvangen. Hierover is tevens een technische sessie georganiseerd op 9 november jl. waarin de referendumcommissie de gelegenheid kreeg het advies toe te lichten. Het advies is door de Referendumcommissie daarnaast mondeling toegelicht aan de wethouder. In de technische sessie zijn vragen gesteld over de opvattingen van het college over de aanbevelingen van de commissie. Naar aanleiding hiervan geeft het college in deze brief haar visie op de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van de door de referendumcommissie geadviseerde aanpassingen. Allereerst wordt hieronder ingegaan op een aantal tekstuele suggesties en onduidelijkheden die door de referendumcommissie in hun tweede advies worden aangestipt.
Het college zal voor de raadsbehandeling zorgen voor een aangepast voorstel op deze punten. Vervolgens wordt een reactie gegeven op de inhoudelijke punten uit het advies. Het is aan de raad om te bepalen hoe zij deze punten uit het advies van de referendumcommissie weegt en of zij de verordening op deze punten wenst aan te passen. Tekstuele wijzigingen Naast enkele inhoudelijke adviezen van de referendumcommissie, waarvoor het college het oordeel aan de raad laat, heeft de commissie een aantal tekstuele fouten en onduidelijkheden aangestipt in het advies en tijdens de mondelinge toelichting. In onderstaande lijst zijn deze opgenomen. U zult voor de raadsbehandeling een nieuwe versie van de verordening ontvangen waarin deze punten zijn aangepast. -
-
-
Artikel 1, lid g ‘volksraadraadpleging’ vervangen door ‘volksraadpleging’ In art. 8, lid 2, art. 11, art. lid 5, art. 14, lid 2, art. 17, lid 5, art. 19, lid 2 en art. 27 lid 1 dient voorafgaand aan ‘de raad’ te worden toegevoegd ‘de voorzitter…’ . Hiermee zijn deze artikelen in overeenstemming met artikel 6, lid 3 waar al wel over de voorzitter van de raad gesproken wordt. Definitie van ‘referendum alternatief raadsvoorstel’ in artikel 1, lid i wijzigen in “volksraadpleging waarbij een keuze wordt voorgelegd tussen het ontwerp raads- of collegebesluit en het alternatief burgervoorstel, als bedoeld onder h’ ‘College’ in artikel 11, lid 5 wijzigen in (‘Voorzitter van’) ‘de raad’ In artikel 13, lid 3 wordt ‘presidium’ vervangen door ‘afvaardiging’ In artikel 14, lid 8 dient ‘…bedoeld in het eerste lid…’ te worden vervangen door …bedoeld in het tweede lid…’ In artikel 6, lid 3 en artikel 11 lid 5 wordt ‘2 dagen’ vervangen door ‘7 dagen’. De twee dagen berust op de oude verordening waar nog een voorfase zat voor initiatiefnemers waarin het voorstel voor volksinitiatief eerst nog werd onderzocht door de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
-
Datum 15 november 2021 Pagina 3 van 6
referendumcommissie ten aanzien van de referendabiliteit. Die eerste stap is in de nieuwe verordening verdwenen maar per abuis is niet de 2 dagen als uiterlijke termijn aangepast, waardoor er nu een te korte termijn is voor de referendumcommissie om een advies te kunnen geven over de referendabiliteit van het verzoek. Dit dient 7 dagen te zijn. In artikel 25 zal een derde lid worden toegevoegd ten aanzien van het vaststellen van de uitslag. In de toelichting bij artikel 2 is een aanvullende toelichting over burgemeestersbevoegdheden opgenomen.
Reactie op schriftelijke tweede advies van de referendumcommissie Hieronder volgt een overzicht van de schriftelijke adviezen van de Referendumcommissie. Het college geeft een reactie per punt, ten behoeve van de afweging van de gemeenteraad over het wel of niet overnemen van deze adviezen bij de raadsbehandeling. Een deel betreft technische aanpassingen die hierboven in de lijst met tekstuele wijzigingen zijn verwerkt, maar voor de volledigheid wel van een korte reactie worden voorzien. Een ander deel betreft inhoudelijke punten waarop het college ook inhoudelijk reageert. Adviezen m.b.t. artikel 1: voorstellen voor verduidelijking terminologie en onderscheid Term ‘correctief referendum’ vervangen In de tweede versie van de verordening wordt nog steeds gesproken over een correctief referendum (artikel 1 onder f en g, artikel 2,lid 2 en in de titel van Hoofdstuk 3). Wij willen er nogmaals op wijzen dat dit op gespannen voet staat met het gangbare dagelijkse taalgebruik en de opvattingen in de wetenschappelijke literatuur. Zie hiervoor bijvoorbeeld het recente proefschrift van Koen van der Krieken over het lokale referendum in Nederland: 'Een referendum is correctief van aard als het is uitgeschreven nadat de wetgever of het bestuur een bepaald besluiten hebben genomen' (2019: p. 36).
Gezien het feit dat de volksraadpleging in de nieuwe verordening gehouden wordt voorafgaand aan het besluit gaat het om een niet-correctief referendum. Het gebruik van de term correctief referendum in de verordening is verwarrend en kan onterechte verwachtingen scheppen. Het advies van de commissie is om in artikel 1 f en g de toevoeging ‘correctief’ weg te laten en in artikel 2.2a ‘correctief referendum’ te vervangen door ‘referendum over een ontwerp raads- of collegebesluit’. Reactie: Het college laat het aan de raad of zij raad dit advies wil volgen. Indien de raad dit advies wil volgen en de verordening besluit aan te passen op dit punt, is hiertegen vanuit het college geen bezwaar. In dat geval kan de aanpassing zijn dat in de verordening de term ‘correctief referendum’ vervangen worden door ‘referendum over een voorgenomen besluit’. Scherper formuleren definitie alternatief burgervoorstel Artikel 1 lid i dient scherper geformuleerd te worden. Deze definitie van Referendum alternatief burgervoorstel suggereert dat het referendum alleen gaat over het alternatief, terwijl de burgers in feite een keuze wordt voor gelegd uit het oorspronkelijke voorstel van raad of college en het alternatief burgervoorstel. De commissie stelt de volgende definitie voor: referendum alternatief
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 15 november 2021 Pagina 4 van 6
burgervoorstel: volksraadpleging waarbij een keuze wordt voorgelegd tussen het ontwerp raadsof collegebesluit en het alternatief burgervoorstel’. Mocht ons voorstel hierover worden overgenomen, dan dient ook het opschrift van Hoofdstuk 4 te worden aangepast. Dat zou dan luiden: Hoofdstuk 4 Referendum alternatief burgervoorstel . Reactie: Dit betreft een tekstuele verduidelijking. Ten aanzien van de definitie van het ‘referendum alternatief burgervoorstel’ zal het college zorgen dat dit wordt opgenomen in de definitief te publiceren verordening, zoals hierboven ook omschreven. Onderscheid tussen alternatief voorstel en volksinitiatief De commissie vraagt verder nog aandacht voor het onderscheid tussen alternatief voorstel en volksinitiatief. In beide gevallen is er ambtelijke ondersteuning mogelijk (zie art. 11, derde lid en art. 17, derde lid). Deze ondersteuningsmogelijkheid waardeert de commissie zeer en is in haar ogen ook noodzakelijk. Dat neemt echter niet weg dat de commissie verwacht dat een volksinitiatief meer ondersteuning vergt dan een alternatief voorstel, aangezien bij deze laatste kan worden geleund op en al bestaand plan. Daardoor zou het bij beperkte ambtelijke ondersteuningscapaciteit gunstig kunnen zijn om een plan als alternatief voorstel aan te merken in plaats van een volksinitiatief.
In de Toelichting bij de verordening zou door middel van voorbeelden het verschil tussen beide kunnen worden geïllustreerd en worden aangegeven dat een alternatief voorstel in sommige gevallen beter als volksinitiatief kan worden ingediend. Reactie: Zoals de referendumcommissie het schetst, kan het in de praktijk niet gaan. De keus of iets een alternatief burgervoorstel is of een volksinitiatief is ten principale aan de initiatiefnemers en niet aan de gemeenteraad. Beide trajecten volgen ieder een verschillend proces. Een alternatief burgervoorstel wordt per definitie ontwikkeld in de context van een voorgenomen besluit van de gemeenteraad. Als initiatiefnemers dus een referendum starten over een voorgenomen besluit dan ligt bij hen de vraag of ze met een alternatief voorstel willen komen. Een volksinitiatief ontstaat als een eigenstandig voorstel, los van voorgenomen besluiten in de gemeenteraad. Het college ziet de gevraagde toelichting daarom niet als noodzakelijk. Advies Artikel 7 en 12: Opschortende werking De commissie wil er nogmaals op wijzen dat de mogelijkheid die de raad of college krijgt om in geval van spoedeisend belang, na een ingewilligd inleidend verzoek, toch een besluit te nemen en inwerking te laten treden, onverminderd de mogelijkheid dat er nog een referendum over gehouden wordt, problemen kan geven.
Zeker als het gaat om ingrijpende besluiten of onomkeerbare beslissingen. Reactie: De regeling in de concept verordening is conform de Zwitserse praktijk. Het college verwacht geen problemen met de geïntroduceerde mogelijkheid in spoedeisende gevallen voorgenomen besluiten toch te nemen. Als de gemeenteraad weet dat een referendum ook bij een spoedeisend besluit achteraf nog mogelijk zal zijn, dan zal de raad dit meewegen bij besluitvorming hierover. Vanuit de noodzaak van efficiënt bestuur heeft het college het noodzakelijk geacht om in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid te handhaven dat
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 15 november 2021 Pagina 5 van 6
spoedbesluiten genomen kunnen worden, zonder dat daarmee de mogelijkheid een referendum over dat besluit te organiseren komt te vervallen. Advies Artikel 16 en 22: Duiding van de uitslag vastleggen De vraagstelling is in de tweede versie aangepast conform ons advies van 24 augustus. De nu in artikel 16 lid 1 geformuleerde eis dat het raadsvoorstel of het alternatief burgervoorstel een (absolute) meerderheid moet behalen om aangenomen te worden geeft aan een kleine groep burgers die geen van beide wenst een veto. Indien bijvoorbeeld 10 procent van de kiezer geen van beide steunt en de andere twee opties respectievelijk , 48 procent en 42 procent van de uitgebrachte geldige stemmen krijgen wordt de status quo gehandhaafd. Hetzelfde geldt bij artikel 22, lid 2. De vraag is of burgers dit dan als een legitiem besluit zullen ervaren. Het alternatief is dat de optie die de meeste stemmen krijgt is aangenomen, dan kan ook de optie zijn geen van beiden. Reactie: Het college laat het aan de raad of zij raad dit advies wil volgen. Indien de raad de verordening besluit aan te passen op dit punt, is hiertegen vanuit het college geen bezwaar. In dit geval kan de raad besluiten in beide artikelen de laatste zin over de duiding van de uitslag te schrappen.
Advies Artikel 24: Organisatie van de stemming In artikel 24 lid 1 wordt aangegeven dat bij de stemming zo veel mogelijk wordt georganiseerd als bij de verkiezingen voor de raad. Een dergelijke formulering laat heel veel zaken onbenoemd. In de modelverordening van de VNG staat in artikel 12 nauwkeurig geformuleerd welke artikelen uit de Kieswet van overeenkomstige toepassing zouden kunnen zijn bij een referendum. Daarnaast geeft de modelverordening in artikel 13 aan hoe en door wie de Uitslag bekend gemaakt wordt, namelijk door het Centraal Stembureau. Het is het Centraal Stembureau dat op de vrijdag na de stemming de officiële uitslag bekend maakt en overbrengt aan de raad, vergezeld van een proces-verbaal. De commissie beveelt aan een overeenkomstig artikel in de modelverordening op te nemen of artikel 10 tweede lid, artikel 16, tweede lid en artikel 22, derde lid op dit punt aan te passen. Reactie: Hoewel het college het advies kan volgen, heeft dit in de oude verordening op dezelfde manier gestaan en nooit tot onduidelijkheid geleid. Indien de raad dit advies wil volgen en de verordening besluit aan te passen op dit punt, is hiertegen vanuit het college geen bezwaar. In dat geval kan een aanpassing zijn om de modelverordening van de VNG te volgen en precies te benoemen welke onderdelen van de Kieswet overgenomen worden.
Advies Artikel 25: ontbreken verwijzing naar vaststellen uitslag Het is goed dat de term ‘stadsdeel’ nu is terug te vinden in artikel 1. In artikel 25 ontbreekt nog een verwijzing naar het vaststellen van de uitslag bij een referendum in een of meerdere stadsdelen. Reactie: In de definitieve verordening zal deze omissie hersteld worden, zoals ook hierboven omschreven.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 15 november 2021 Pagina 6 van 6
Advies Artikel 28: Budget en subsidie Bij dit ongewijzigde artikel handhaven wij onze eerdere kritiek. In zijn reactie van 8 oktober schrijft de wethouder dat dit artikel om pragmatische redenen zo is opgesteld. Verder wordt gewezen op de slechte landelijke ervaringen. Tegenover deze slechte ervaringen bij het Oekraïne referendum staan veel meer goede ervaringen op lokaal niveau. Vrijwel alle gemeenten met een lokale referendumverordening kennen een algemene subsidieregeling waar niet alleen de initiatiefnemers een beroep op kunnen doen maar alle kiesgerechtigden die een activiteit willen ontplooien in het kader van het referendum. Dergelijke regelingen hebben de laatste jaren in gemeenten als Leiden, Houten, Zaanstad en Haarlem goed gewerkt. Het vereist wel een subsidieregeling die duidelijke criteria formuleert om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning bij een campagne activiteit. Daarbij kan gedacht worden aan een beperkt maximum per activiteit en geen of beperkte vergoeding voor personele lasten. Het extra werk voor de commissie en de ondersteunende ambtenaren kan in dat geval beperkt blijven. Reactie: Het college heeft gekozen voor de meest eenvoudige vorm. Indien de raad het advies wil volgen en de verordening besluit aan te passen op dit punt, is hiertegen vanuit het college geen bezwaar.
Het college ziet in dat geval mogelijkheden om op een laagdrempelige en uitvoerbare manier het budget voor campagnes breder open te stellen, bijvoorbeeld via een laagdrempelige subsidieregeling voor beperkte bedragen (tot max € 5000). Hierbij kan geleerd worden van ervaring in andere gemeenten. Het college hoopt u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Democratisering
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl