Bijlage 2022 december analyse memo MMos besluiten DGO
Tekst van het document
Amsterdam, 20 december 2022
Analyse Memo DB 13 december 2022 - documenten ”relevante genomen besluiten” Dijksgracht Oost
In het Memo van het Dagelijks Bestuur stadsdeel Centrum van 13 december 2022 wordt een lijst gegeven van documenten met 'relevante genomen besluiten”. Men schrijft het volgende: In het verleden zijn zowel in het stadsdeel Centrum als in het college van B&W en gemeenteraad meerdere besluiten genomen die betrekking hebben op het project Dijksgracht Oost. 2012: Motie stadsdeel Centrum: de deelraad “adviseert de aanleg van een ligplaatsencluster bij Dijksgracht Oost ter ontlasting van de Middenkom bij Centraal Station”. 2013: Rapportage ligplaatsenregisseur “Locaties genoeg, Frustraties teveel”. Hierin is Dijksgracht Oost genoemd als een geschikte ontwikkellocatie. 2013: Varen in Amsterdam 2.1, door de gemeenteraad1. Dit is het beleidskader voor het varen en afmeren in en door Amsterdam, voor passagiersvervoer en pleziervaart. 2016: Watervisie Amsterdam 2040, door de gemeenteraad. 2016: Programmaplan Varen 2015 – 2018. Vastgesteld in de Gemeenteraad. Dit programmaplan geeft uitvoering aan het eerder vastgestelde beleidskader Varen in Amsterdam 2.1. In het raadsbesluit wordt expliciet ingestemd met de Dijksgracht Oost als te ontwikkelen ligplaatsencluster en hier wordt ook krediet voor beschikbaar gesteld. 2018: Vaststelling definitief ontwerp fiets- voetpad Dijksgracht Oost door het stadsdeel Centrum. Hier waren de groencompensatie en het ligplaatsencluster geen onderdeel van.
2019: Nota Varen Deel 1 (17-4-2019) door de gemeenteraad. 1 2020: Nota Varen Deel 2 (20-5-2020) door de gemeenteraad. 1 In samenwerking met stadsdeel Centrum wordt de Dijksgracht Oost gerealiseerd. Hiervoor is reeds in Nota Varen Deel 1 een budget opgenomen 2022: Ruimtelijke visie Dijksgracht Oost (college van B&W). 1 Dit vormt de basis voor het nieuwe bestemmingsplan. Ook dit is ter advisering aan de stadsdeelcommissie Centrum voorgelegd. In de ruimtelijke visie zijn de groencompensatie, ligplaatsencluster en fiets- voetpad opgenomen.
In het Memo staat er vervolgens per document een korte uitleg waarom / waar het DB meent dat het om besluitvorming gaat. Vanuit BO1018 hebben wij deze documenten nader bestudeerd, en ons in het bijzonder gefocussed op de vraag of, en zo ja waar, duidelijk sprake is van besluitvorming over het project een haven aan te leggen met ligplaatsen voor 40 grote rondvaartboten en plaatsen voor overslag voor 30 dekschuiten. Onderaan de tekst hebben wij een aantal knipsels toegevoegd van relevante passages uit de documenten.
1
De lijst verwijst eerst naar een motie uit 2012 van de Deelraad Centrum. Het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel wordt gevraagd om een quickscan , een onderzoek naar de mogelijkheid de Dijksgracht Oost te gebruiken als ligplaats voor rondvaartboten of andere boten, waarbij wordt genoemd een ligplaats voor woonboten Van de quickscan is voor zover bekend nooit iets gekomen. (voor tekst van de motie zie knipsel)
2
Daarna wijst het memo naar een rapportage van de “ligplaatsenregisseur” uit 2013 (http://verenigderederijenamsterdam.nl/wp-content/uploads/2014/09/Locaties-genoegfrustraties-teveel.pdf) waarin verschillende ligplaatsen in een plus en min matrix op geschiktheid worden beoordeeld.
Deze twee documenten kunnen in onze ogen so wie so niet als ‘besluiten’ worden gekenschetst.
Hierna wijst het Memo naar een aantal (beleids)notities door de jaren heen: 3
Nota Varen in Amsterdam 2.1 (2013, 51 pagina’s) http://verenigderederijenamsterdam.nl/wp-content/uploads/2014/09/Nota-Varen-inAmsterdam.pdf Hierin wordt in het heel niet gerefereerd aan Dijksgracht Oost en dus ook niet aan het plan om daar ligplaatsen te realiseren Er staat alleen de niet heel heldere tekst dat de ligplaatsenregisseur in contact zal treden met een aantal relevante projectgroepen, waaronder Oosterdokseiland/Dijksgracht, “om tot een ruimtelijk kadeontwerp te komen dat de beleidsuitgangspunten uitvoerbaar maakt. Dat wil zeggen een ontwerp waarbij de (nacht)ligplaatsen ontkoppeld worden van de op- en af stapplaatsen (…) Voor de nachtligplaatsen zullen in beperkte mate binnen dit plangebied en verder daarbuiten nieuwe locaties worden aangewezen”.
4
Nota Watervisie 2040 (2014, 124 pagina’s). https://openresearch.amsterdam/image/2020/4/2/watervisie_amsterdam_2040_1.pdf Hierin wordt aantal malen de mogelijkheid genoemd een deel van bestaande (nacht)ligplaatsen voor rondvaartboten uit het centrum te verplaatsen naar de Dijksgracht Oost. Deze gedachte staat wisselend geformuleerd als ambitie, als wens of als agendapunt. Ook staat er dat men alle ambities samen met bewoners, bedrijven, belangenorganisaties en andere overheden wil realiseren. Hiervan is in ieder geval duidelijk dat daar, wat betreft bewoners, niets van terecht is gekomen. Zie een aantal knipsels hieronder.
5
Programmaplan Varen 2015-2018 (2016, 25 pagina’s) (https://repository.officieleoverheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2016-6094/1/bijlage/exb-2016-6094.pdf) geeft uitvoering aan nota Varen 2.1 (zie nummer 3 hierboven) . In deze notitie wordt nu net gedaan alsof er inmiddels een besluit is genomen, omdat uiteengezet wordt hoe een en ander nu ‘snel ontwikkeld’ kan worden. De feitelijke ontwikkeling legt men bij de markt. Om de hoofddoelen te bereiken gaan we de volgende inspanningen leveren: (…) Er komt een projectgroep die, in afstemming met stadsdeel Centrum, de snelle ontwikkeling van Dijksgracht Oost tot ligplaatslocatie mogelijk maakt (voor grote rondvaartboten). Het vervolgens verder ontwikkelen van deze ligplaatslocatie tot een haven laten we over aan de markt. (…) We stimuleren de ontwikkeling van grote kansrijke ligplaatslocaties zoals Dijksgracht Oost (…). Op pagina 22 staat onder de kop Ambities nog een schema waarin dit traject uiteen wordt gezet (zie knipsels)
6.
2018: Vaststelling definitief ontwerp fiets- voetpad Dijksgracht Oost door het stadsdeel Centrum. Ligplaatsen maakten geen deel van uit van dit project. Wel was het zo dat bewoners bij de presentatie van die fietspad-plannen aan de buurt tot hun verbijstering op die tekeningen ineens ligplaatsen ingetekend zagen op de tekeningen. De ambtenaren deden alsof dat al heel bekend was, en beaamden dat daar inderdaad ligplaatsen zouden komen voor rondvaartboten en dekschuiten, en ook vertelden dat dat besluit er gewoon al lag. Toen pas werd aan bewoners duidelijk, het leek wel haast per ongeluk, dat men bezig was met een giga groot project.
7.
Nota varen Deel 1 (2019, 34 pagina’s), https://elektrischvaren.org/wp-content/uploads/2019/11/nota_varen_deel_1_toegankelijk.pdf Het woord Dijksgracht komt in deze nota niet voor. Wel wordt er binnen het ‘maatregelenpakket” (pag 18) gesproken over nieuwe locaties voor ligplaatsen voor de passagiersvaart.
8
Nota Varen Deel 2 (2020, 37 pagina’s ) file:///C:/Users/Gebruiker/Downloads/nota_varen_deel_2_def.pdf Daarin vindt men de zin (pag 15) : De gemeente heeft al eerder aangekondigd dat er ongeveer veertig ligplaatsen voor het segment Groot bijkomen aan de Dijksgracht Oost in 2022. Er is al budget gereserveerd. Vervolgens (pag 36) komt het onderwerp nog eenmaal voor, en wel onder hoofdstuk ‘Investeringen’ . Daar staat de alinea: Ligplaatsen passagiersvaart Dijksgracht Oost In samenwerking met stadsdeel Centrum wordt de Dijksgracht Oost gerealiseerd. Hiervoor is reeds in Nota Varen Deel 1 een budget opgenomen van € 300.000 in 2019 en 2020. Dat is alles. Wijst de tekst “heeft eerder aangekondigd” erop dat men suggereert dat er “eerder” al eens een formeel besluit is genomen? In hoeverre kan deze zin nu uberhaupt als een ‘relevant genomen besluit” worden gezien?
9
Tenslotte staat de Ruimtelijke visie Dijksgracht Oost op de lijst, vastgesteld begin 2022. Het is de concrete uitwerking van dit gigantische project. Voor het eerst staat helemaal op papier waar men al lang over praatte, namelijk wat er allemaal moet gebeuren, met deze haven en met nog veel andere onderwerpen. Voor het eerst staan de woorden ‘dekschuiten’ en ‘overslag’ op papier. De ruimtelijke visie wordt gepresenteerd als een nadere precieze uitwerking van een eerder genomen besluit. In die zin is het merkwaardig waarom de Ruimtelijke Visie als ‘relevant besluit’ wordt gepresenteerd. De Ruimtelijke Visie dient als de voorbereiding van het nieuwe bestemmingsplan. Terzijde zij hier nog vermeld dat er in dit uitwerkingsdocument nog wel een aantal opmerkelijke alinea’s staat, waarin onjuistheden staan over de situatie en over het achterliggende proces, en ook worden reële zorgen van omwonenden gebagatelliseerd doordat niet harde, niet afdwingbare, vage en ongefundeerde voorspellingen en toezeggingen worden gedaan om de indruk te wekken dat die in de toekomst wellicht soelaas zouden kunnen bieden. Hier en daar wordt er wel op gewezen dat rekening moet worden gehouden met ”het maatschappelijk draagvlak”. Er wordt echter niet concreet ingegaan op de zorgen van bewoners over dreigende overlast, ic er wordt niet ingegaan op dat “maatschappelijk draagvlak”.
De nota eindigt met een opsomming van alle belangen. Bij de belangenafweging valt op dat de notie van belangen (zorgen over overlast) van de bewoners feitelijk niet tot enige aanpassing heeft geleid. De bewoners zijn in dit dossier geen partij en geen factor. Zie een aantal knipsels met commentaar hieronder.
Bijlage: Ad 1: motie 2012
Ad 4 Uit Nota watervisie 2040 (2014) PAG 11
(…)
Pag 54
” Pag 72:
Pag 73
PAG 107
PAG 110
Is dit alles bedoeld als een voorstel waarover met de behandeling van de nota besloten moet worden? Zo ja, waarom is dat niet geexpliciteerd en ook als zodanig behandeld, inclusief betrokkenheid van bewoners? Of zijn de alinea’s bedoeld een update te geven, informatie dat men hiermee bezig is (“het programmateam varen is met voorbereidingen gestart in 2015”)?
Ad 5 document Programmaplan Varen 2015-2018 Pag 22
Ad 9: ruimtelijke visie Dijksgracht Oost Pag 21
Pag 16
Uit dit document blijkt ineens dat kennelijk in 2020 in de staf van de wethouder tot ‘besluitvorming’ is gekomen over overslag van materialen met de plaatsing van 30 dekschuiten. Vanaf ongeveer die tijd werd dit feit, zonder discussie of nadere onderbouwing, aan bewoners als ‘een onomkeerbaar besluit ‘ gepresenteerd. Ook staat hier dat er maar weinig kans is op geluidsoverlast. Volgende alinea’s laten echter wat anders zien.
Pag 16
Een vreemde alinea. Uit bovenstaand overzicht blijkt immers dat in de Nota Varen deel 2 helemaal niet ‘opnieuw is vastgelegd’. Er wordt daar voor het eerst gerept over ‘ongeveer’ veertig ligplaatsen segment groot. Daar wordt gedaan alsof er eerder over besloten is, hetgeen niet het geval is geweest. Pag 17
Dit is een essentiële alinea. Er wordt gesproken over de “voorkeur” voor een grote cluster boven “meerdere kleinere plekken”. Die afweging ligt dus simpelweg voor, en die zou per definitie onderdeel moeten zijn van het hele besluitvormingsproces. Hoeveel kosten brengt dat dan met zich mee, en ook: door wie zouden die gedragen moeten worden? Is het een publieke zaak, of liggen die kosten bij de commerciële ondernemers voor wie de infrastructuur beschikbaar moet zijn. En een zaak als deze is natuurlijk niet alleen een financieel vraagstuk. Hoe worden, bijvoorbeeld, belangen van omwonenden bij deze afweging betrokken?
Pag 18
Pag 19 allerlei alinea’s
(…)
(…)
Pag 20
Hiermee is duidelijk dat dit laatste punt, de dekschuiten dus, so wie so nooit ergens besloten is. Er ligt geen besluit voor, niemand is betrokken, er is gene enkele helderheid over geboden tot aan deze alinea in deze nota.
Pag 22
Pag 22 ev Ook dit is een merkwaardige tekst: er is zoals nu duidelijk is nooit eerder gesproken over of onderzoek gedaan naar een locatie waar zowel rondvaartboten kunnen liggen als er plek is voor overslag. Het is een zin uit de grote tunnelvisie. Er wordt uitgebreid aangegeven hoe veel en hoe intensief de Dijksgracht zal worden gebruikt voor grote boten en veel materiaal. Toch probeert men de concrete zorgen van bewoners te bagatelliseren, met de zin data overslag op de Dijksgracht slechts incidenteel plaats zal vinden, en ook dat toekomstig gebruik voor dekschuiten niet goed te voorspellen valt – al moeten daarom toch wel alle mogelijkheden open blijven. De sussende teksten zijn ongeloofwaardig. Zo wordt enerzijds gesust (“hierbij dient wel oog te zijn voor het maatschappelijk draagvlak en kan er een beperking op de soorten van overslag of beperkingen in tijd vastgesteld worden”, en noemt men de mogelijkheid van bepalingen op merkwaardige details zoals overslag zand en grind in zakken). Anderzijds wordt uitdrukkelijk gesteld dat men het zich niet kan veroorloven beperkingen toe te zeggen (Echter, door tijdens de beluistvorming over de Dijksgracht expliciet overslag te beperken of te verbieden, worden toekomstige ontwikkelingen mbt transport en overslag over water onmogelijk gemaakt”)