CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Zienswijze De Natuurverdubbelaars op Uitvoeringsplan ganzenbeheer.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 26 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Ganzenjacht in het Twiske (VN2025-008864)1.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze op Uitvoeringsplan ganzenbeheer Twiske De Natuurverdubbelaars 21-01-2025

Contactgegevens Prins Hendrikkade 25-1 1012 TM, Amsterdam 020-26 19 419

info@natuurverdubbelaars.nl www.natuurverdubbelaars.nl

Het Twiske is een Natura 2000 gebied in de provincie Noord-Holland waar natuur en recreatie hand in hand gaan. De aanwezigheid van ganzen in het Twiske leidt in toenemende mate tot overlast en schade. De Faunabeheereenheid (FBE) Noord-Hollland heeft de opdracht om te onderzoeken of het financieel en technisch haalbaar is om in het Twiske een proef te doen met alternatieve methoden van diervriendelijk ganzenbeheer. De FBE heeft een conceptrapport opgeleverd onder de titel ‘Uitvoeringsplan Recreatiegebied het Twiske’. De Natuurverdubbelaars is gevraagd om feedback te geven op het onderzoek van de Faunabeheer Eenheid (FBE) Noord-Holland. Recreatie Noord-Holland heeft ons gevraagd of wij met het onderzoek mee kunnen denken om tot een gedegen en volledig rapport te kunnen komen dat antwoord geeft op de vraag of het financieel en technisch haalbaar is om in het Twiske een proef te doen met alternatieve methoden van diervriendelijk ganzenbeheer. Het door de FBE opgeleverde Uitvoeringsplan gaat niet in op het uitvoeren van een proef met alternatieve methoden van diervriendelijk ganzenbeheer. Hieruit volgt logischerwijs dat ook geen antwoord op de vraag kan worden gegeven op de vraag of het financieel en technisch haalbaar is om in het Twiske een proef te houden.

In het rapport wordt gesteld dat preventieve maatregelen geen oplossing bieden voor de problemen die ganzen veroorzaken in het Twiske. Ook wordt gesteld dat alleen dodelijke maatregelen als ruivangsten en afschot de ganzenschade geschikt zijn voor het verminderen van ganzenschade in het Twiske. Deze conclusie wordt mede getrokken omdat wordt gesteld dat alternatieve methoden de kosten voor schade zullen verhogen. In het rapport worden diervriendelijke werings- en verjagingsmethoden beperkt behandeld en deze methoden komen niet voor in het uiteindelijke uitvoeringsplan. In de kantlijn van het conceptrapport geven wij inhoudelijk feedback op het Uitvoeringsplan. Hierbij is het goed om te vermelden dat wij vanuit De Natuurverdubbelaars opereren op het snijvlak van ecologie en economie, en geen ecologisch onderzoeksbureau zijn. Ten aanzien van de alternatieve methoden voor diervriendelijk ganzenbeheer putten wij uit onze eerdere ervaringen hiermee (zoals het opstellen van de faunaschade preventiekits en het onderzoek naar innovatieve methoden voor

ganzenbeheer), die zich met name richtten op de praktische inzetbaarheid en de economische implicaties van de inzet van methoden. Wij denken dat de conclusie dat alternatief beheer geen mogelijkheden kan bieden en dat een proef doen geen zin heeft niet te stellen is op basis van het Uitvoeringsplan en de daarin opgenomen onderbouwing. Een proef heeft juist als doel om te bepalen over of de inzet van diervriendelijke maatregelen praktisch en financieel haalbaar is. Daarnaast is de conclusie dat alternatief beheer, of een proef met alternatief beheer, tot hogere schadekosten leiden geen reden op zich om geen proef te doen. Zelfs als dit blijkt te kloppen, kan er vanwege andere doelen alsnog gekozen worden voor alternatieve maatregelen. In deze zienswijze schetsen wij, in lijn met de initiële opdracht, wat er nodig zou zijn voor een aanpak met alternatieve methoden van diervriendelijk ganzenbeheer in het Twiske. Het is vervolgens aan de FBE Noord-Holland en Recreatie Noord-Holland om te bepalen in hoeverre de inhoud van deze zienswijze wordt overgenomen in het definitieve rapport. Overwegingen voor proef met alternatieve methoden van diervriendelijk ganzenbeheer in het Twiske •

Doel: het is cruciaal om voorafgaand aan de proef een of enkele doelen op te stellen voor de inzet van diervriendelijke werings- en verjagingsmethoden. Wat wil je bereiken met de proef? Een doel kan betrekking hebben op een vermindering van de schade die is aangericht door ganzen, maar kan zich bijvoorbeeld ook richten op de impact op beschermde diersoorten. De doelen moeten vooraf samen met de belangrijkste belanghebbenden worden vastgesteld en duidelijk worden gecommuniceerd naar alle betrokkenen. In het rapport van de FBE wordt gesteld dat alternatieve methoden niet kansrijk zijn omdat dit leidt tot hogere schade. Dit impliceert dat het doel van het gebruik van alternatieve methoden het verlagen van de schadekosten is. Voor zover ons bekend is kostenbesparing geen expliciet doel van het gebruik van deze methoden en zou een proef er juist toe moeten leiden om meer inzicht te verkrijgen in de daadwerkelijke kosten van het nemen van alternatieve maatregelen en op het effect van deze maatregelen op schade in omliggende gebieden. Conclusies van ons eerdere onderzoek (Innovaties voor ganzenwering en -verjaging in de provincie Utrecht) was overigens ook niet dat alternatief beheer goedkoper is, of leidt tot lagere schade, maar wel dat niet-dodelijke maatregelen mogelijk zijn voor effectief ganzenbeheer als onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak.

Het gaat uiteindelijk om een afweging tussen kosten en andere maatschappelijke doelen.

•

Samenwerking stakeholders: Voor de totstandkoming van de proef is het belangrijk dat alle belanghebbende partijen betrokken worden bij het plan. Een coördinator leidt de proef in goede banen, organiseert de monitoring, stuurt het verjaagteam aan, en onderhoudt contact met

de belanghebbenden. Een

verjaagteam

kan de

maatregelen uitvoeren, waarbij terrein beherende organisaties, jagers, vogelwerkgroepen en derden deel uit kunnen maken van het verjaagteam. Het wordt aanbevolen om grondeigenaren van omliggende percelen actief te betrekken bij de proef. Enerzijds door hen te voorzien van informatie over de proef zelf en anderzijds door hen een rol te geven in de monitoring van ganzen en beschermde diersoorten. •

Duur: bij het bepalen van de duur van de proef is het goed om te kijken welke periode geschikt is om het doel van de proef te kunnen bereiken. Daarnaast kunnen de kosten en de gewenste doorlooptijd vanuit bestuurlijk perspectief grenzen stellen aan de duur van de proef.

•

Passende methoden: Voor wat betreft de passendheid van de methoden is het belangrijk om goed te kijken naar de effectiviteit van de methoden en de impact op andere (beschermde) diersoorten. Bij de uiteindelijke selectie van de methoden is het goed om te kijken naar de samenhang tussen de methoden, waarbij bijvoorbeeld een combinatie van een auditieve met een visuele maatregel aanvullend aan elkaar is en dus passender is dan bijvoorbeeld twee auditieve maatregelen. In het uitvoeringsplan van de FBE worden enkel afschot en ruivangst genoemd als passende methoden. Deze maatregelen kunnen in een proef nog steeds uitgevoerd worden, maar meer in een ondersteunende rol en in combinatie met diervriendelijke methoden. Er zijn een aantal methoden die wij kansrijk achten voor een proef, welke niet uitgebreid in het uitvoeringsplan van de FBE aan bod komen. Dit zijn verjaging met drones, de BirdAlert en de object-associatie-methode. o Drones: Verjaging met drones kan effectief zijn wanneer het gebiedsgericht wordt aangepakt, zoals ook in de faunaschade preventiekit voor ganzen staat omschreven. De effecten op andere vogels zijn nog onbekend, maar tijdens een proef kunnen deze worden gemonitord. Bij het toepassen van deze methode moet gezien de aard van het gebied wel goed gekeken worden of toepassing niet o

leidt tot een te grote verstoring bij andere soorten. BirdAlert: De BirdAlert is een effectieve, diervriendelijke methode, zoals ook in de faunaschade preventiekit staat beschreven. De Bird Alert heeft lage effecten op andere diersoorten (zie Kappers et al., 2023). De schrikreactie die op kan treden bij andere vogels wordt ook veroorzaakt door opvliegende ganzen, die verjaagd worden door de BirdAlert. Dit zal echter ook plaatsvinden bij afschot. Ook bij het toepassen van deze methode moet gezien de aard van het gebied wel goed gekeken worden of toepassing niet leidt tot een te grote verstoring bij andere

o

soorten. De object-associatie-methode: In deze methode wordt gebruik gemaakt van het risico-lerend vermogen van ganzen. Doordat ganzengroepen ervaringen opdoen met (selectief) afschot, dat plaatsvindt vanachter een object (bijv. aardappelkist) wordt een associatie gelegd tussen de aanwezigheid van een object op een landbouwperceel en het gevaar van afschot. Deze methode kan een preventief effect hebben op de ganzen. Er is enkel anekdotisch bewijs voor

de effectiviteit van deze methode. Tijdens het onderzoek naar effectieve maatregelen voor in de faunaschade preventiekit is deze methode opgemerkt als potentieel interessant en geschikt voor vervolgonderzoek en proeven. In dit onderzoek naar kansrijke methoden voor ganzenwering en -verjaging staat meer informatie over de methode. •

Opvanggebieden: In het uitvoeringsplan wordt genoemd dat de ganzenrust- en foerageergebieden bereikbaar zijn voor ganzen uit het Twiske, maar dat er een tekort aan opvangplekken is voor standganzen. Een proef kan juist een goed middel zijn om te monitoren waar de ganzen daadwerkelijk naartoe gaan als zij worden geweerd of verjaagd. Dit kan waardevolle input vormen voor een toekomstige herziening van de ganzenrustgebieden.

•

Kosten en baten: uitvoering van een proef met diervriendelijke methoden vergt budget. De hoogte van de kosten hangt af van veel factoren, zoals de keuzes ten aanzien van (al dan niet betaalde) inzet van personeel, de in te zetten methoden en de duur. Voor een voorbeelduitwerking van de kosten van een tweejarige pilot voor een gebiedsgerichte aanpak voor ganzenwering en -verjaging kan Deel 3 van ons eerdere rapport worden geraadpleegd. Het is uiteindelijk een maatschappelijke (en dus politieke) afweging welke meerkosten acceptabel zijn voor (de ontwikkeling van) diervriendelijk ganzenbeheer. Door middel van de volgende stappen kunnen de kosten en baten voor en na de proef inzichtelijk worden gemaakt: 1.

Voor de proef: Maak een grofmazige inschatting van de kosten van de beoogde inzet van personeel (coördinator, verjaagteam, eventuele adviseur), de in te zetten methoden, onderzoekskosten en onvoorziene kosten voor de gewenste duur van de proef. Maak ook een inschatting van de te verwachten financiële effecten van de proef op de schade op omliggende percelen en in aangewezen ganzenrustgebieden. a.

2.

3.

Binnen een proef kunnen maatregelen los worden getest, of juist in combinatie met elkaar.

Voor de proef: Bereken de potentiële ‘baten’ door de waarde van de te vermijden schade door de inzet van diervriendelijke maatregelen in kaart te brengen en vergelijk deze met een business-as-usual scenario. Na de proef: Voer een kostenbatenanalyse uit over de afgeronde proef. Neem hierbij ook de uitwerking van de proef op de schade op omliggende percelen en in aangewezen ganzenrustgebieden mee.

4.

Na de proef: Bereken op basis van de bevindingen, de analyse en een evaluatie welke kosten en baten realistisch zijn indien de gekozen diervriendelijke methoden op structurele basis en op de schaal van het hele gebied worden toegepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15661685/1