Bijlage 2.Wnb aanvraag 29-5-19 ontheffing ruimtelijke ingrepen voor Lutkemeerpolder
Tekst van het document
IllrilF
Uitvoeringsdienst oord-Holland Noord
f
R
VERZONDEN 2 9 MEI 2019
GEM Lutkemeer CV
Hoorn, 29 mei 2019
Zaaknummer : RUD.264505 Behandelaar : de heer B. Brussel Betreft : Wnb aanvraag ontheffing ruimtelijke ingrepen Locatie : Lutkemeerpolder, Osdorp
Geachte Op 28 februari 2019 hebben wij de aanvraag van GEM Lutkemeer CV voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag heeft betrekking op de ontwikkeling 'Businesspark Osdorp 2e Fase'. Schiphol Area Development Company (SADC) is van plan een bedrijventerrein te ontwikkelen in de Lutkemeerpolder te Amsterdam. SADC neemt deel in GEM Lutkemeer CV. Het plangebied is ingebracht in GEM Lutkemeer CV. Het betreft landbouwgebied. Hier zal in fases een bedrijventerrein gerealiseerd worden. Hiertoe zullen enkele watergangen worden gedempt en er worden nieuwe watergangen gerealiseerd. Daarnaast zal het gebied bouwrijp gemaakt worden. Voor deze werkzaamheden wordt door GEM Lutkemeer CV ontheffing gevraagd van de verbodsbepaling genoemd in: • • •
• •
artikel 3.5, lid 1 van de Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk doden of vangen van exemplaren van de rugstreeppad (Epidalea calamita). artikel 3.5, lid 2 van de Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk verstoren van exemplaren van de rugstreeppad (Epidalea calamita). artikel 3.5, lid 4 van de Wnb, voor zover het betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de rugstreeppad (Epidalea calamita). artikel 3.10, lid 1, onder a van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk doden of vangen van exemplaren van de waterspitsmuis (Neomys fodiens). artikel 3.10, lid 1, onder b van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk beschadigen en vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de waterspitsmuis (Neomys fodiens).
De ontheffing is aangevraagd voor de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 december 2024. De aanvraag is geregistreerd onder zaaknummer RUD.264505. Besluit Wij besluiten om aan GEM Lutkemeer CV te Haarlemmermeer (Schiphol) ontheffing te verlenen van de volgende verbodsbepalingen: • artikel 3.5, lid 2 van de Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk verstoren van exemplaren van de rugstreeppad; • artikel 3.5, lid 4 van de Wnb, voor zover het betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de rugstreeppad; P
tbu s
t o9'
1t , 7J
11, .urn • wwW rudnhn n I
Pagina 1 van 10
de verbodsbepaling genoemd in artikel 3.10, lid 1, onderdeel b van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk beschadigen en vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de waterspitsmuis. Deze ontheffing is geldig vanaf de verzenddatum van dit besluit tot en met 31 december 2024 met aanvullende voorschriften. Wij besluiten om op grond van artikel 3.8, lid 1 van de Wnb aan GEM Lutkemeer CV oeen ontheffing te verlenen van de volgende verbodsbepalingen: • •
artikel 3.5, lid 1 van de Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk doden van exemplaren van de rugstreeppad; artikel 3.10, lid 1, onder b van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk doden van exemplaren van de waterspitsmuis.
Hieronder motiveren wij ons besluit. Voorschriften en beperkingen Aan dit besluit verbinden wij op grond van artikel 5.3, eerste, tweede en derde lid van de Wnb de navolgende voorschriften en beperkingen. Op grond van artikel 5.4, eerste en derde lid, Wnb kan de ontheffing worden ingetrokken als in strijd met de ontheffing of de voorschriften wordt gehandeld. Tevens is dan sprake van een economisch delict. Alqemene voorschriften 1. De ontheffing wordt slechts voor de hierboven onder 'Besluit' genoemde soorten en beschreven verboden handelingen verleend. 2. Deze ontheffing geldt alleen voor de werkzaamheden die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. 3. Ontheffinghouder GEM Lutkemeer CV dient onverwijld contact op te nemen met Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen of andere handelingen of werkzaamheden dan bedoeld in voorschriften 1 en 2 noodzakelijk zijn. 4.
Indien de mitigerende/compenserende maatregelen niet worden toegepast zoals in dit besluit is weergegeven en/of als de ontheffinghouder voornemens is om de werkzaamheden of de planning van de werkzaamheden niet conform de aanvraag uit te voeren, dient contact opgenomen te worden met de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord. 5. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder blijft daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. 6. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. De genoemde ontheffing mag langs elektronische weg, leesbaar worden getoond. 7. De werkzaamheden en voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige` op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. 8. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te (laten) stellen waarin de in de ontheffing genoemde voorschriften zijn opgenomen.
Alle betrokken partijen, met name ook I Het Ministene van LNV verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren eniof te begeleiden. aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met els zwaartepunt (Nederlandse) ecologie en/of op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Flora- en faunawet. soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzicnte van die soorten. en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau. zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging RAYON. Stichting Gas en Boom. Vogelbescherming Nederland Vlinderstichting Natuurhistorisch Genootschap, KNNV. NJN. IVN. EIS Nederland. FLORON. SOVON STONE. Staatsbosbeheer. Natuurmonumenten. De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) ervof
zich aantoonbaar act& inzet op het gebied van de soortenmonitonng erVof beschemting Postb LI S
09S
a 16 20 EH
Hoorn s wwvv rodnhn
nl Pagina 2 van 10
de uitvoerenden op de bouw- of projectlocatie, dienen van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden. Meldinosolicht 9. De ontheffinghouder dient minimaal 5 werkdagen voorafgaand aan de werkzaamheden de start van de werkzaamheden te melden bij de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord. De melding dient plaats te vinden via het digitale meldformulier op de website van de RUD NHN. Met de melding dient u ook het ecologisch werkprotocol mee te sturen. Specifieke voorschriften 10. De ontheffinghouder dient bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met de voortplantingsperiode van de waterspitsmuis. Tijdens het voortplantingsseizoen mogen geen activiteiten in het leefgebied van de soort worden uitgevoerd. Deze loopt globaal van april tot en met september. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kan deze periode langer dan wel korter zijn. De geschiktheid van de periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient te worden bepaald door een deskundige op het gebied van de waterspitsmuis. 11. De ontheffinghouder dient geen werkzaamheden uit te voeren in het voortplantingswater van de rugstreeppad in de periode april tot en met juli. Werkzaamheden aan het landhabitat mogen niet worden uitgevoerd in de periode half oktober tot en met maart.
Indien er wel werkzaamheden worden uitgevoerd binnen voornoemde perioden dient dit in overleg met een rugstreeppaddeskundige te gebeuren. 12. De ontheffinghouder dient langs de Etnastraat zoals weergegeven in bijlage 1 een paddenpoel te graven. De poel dient gereed te zijn na de winterrust maar voor het voortplantingsseizoen. Tevens dienen de twee bestaande poelen behouden te blijven en beheerd worden ten gunste van de rugstreeppad. 13. De ontheffinghouder dient in de maand juni nieuwe watergangen te graven en de oude watergangen daarna pas in de maand augustus te dempen. Indien de watergangen reeds zijn drooggevallen door natuurlijke omstandigheden kunnen deze in juni gedempt worden. 14. U dient voordat het plangebied bouwrijp wordt gemaakt rondom het werkgebied een paddenscherm te plaatsen van 50 centimeter hoog en 10 centimeter ingegraven met de bevestigingspalen aan de binnenzijde. Het scherm dient wekelijks gecontroleerd te worden op gebreken en de vegetatie dient 50 centimeter aan weerszijde van het scherm kort gehouden te worden om het overklimmen van fauna te voorkomen. 15. De ontheffinghouder dient na de voorplantingsperiode van de rugstreeppad en de waterspitsmuis maar voor de winterrust of winterperiode vangemmers en zwarte amfibieplaatjes te plaatsen naast het scherm om de soorten weg te vangen.
De ontheffinghouder dient daarnaast verspreid over het plangebied vangkruisen met vangemmers te plaatsen. De emmers dienen eenmaal per dag in de ochtend gecontroleerd te worden op vangsten in verband met predatie. Van de vangsten dient de ontheffinghouder een logboek bij te houden en desgevraagd aan handhavende instantie te overleggen. 16. De ontheffinghouder dient weggevangen dieren direct weer vrij te laten buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden in geschikt habitat. 17. De ontheffinghouder dient vanwege het inperken van het overbrengen van amfibieziektes, waaronder chytridiomycose en ranavirus, schepnetten, opvangemmers en laarzen voor- en achteraf te ontsmetten (zie inventarisatie protocol op website van RAVON: www.ravon.nl). 18. De ontheffinghouder dient voordat de schermen worden geplaatst de projectlocatie ongeschikt te maken als leefgebied van de rugstreeppad en de waterspitsmuis door de vegetatie op 10 centimeter boven het maaiveld te verwijderen. De maairichting is gericht naar geschikt alternatief leefgebied van de waterspitsmuis. Het maaisel dient direct te worden afgevoerd. 19. Het maaien dient niet uitgevoerd te worden door middel van maai-zuigcombinaties, kieppelen, chopperen of branden. 20. De ontheffinghouder dient langs de watergangen binnen het plangebied (Bijlage 1) ecologische oevers te creeren voor de waterspitsmuis.
De ecologische oevers dienen tijdens toekomstig beheer gefaseerd gemaaid te worden in de maanden oktober en november. De maaicyclus dient zo te gebeuren dat in het ene jaar eerst 1 oever gemaaid wordt, het jaar daarop de tegenoverliggende oever en het derde jaar geen maaiwerkzaamheden. P
s 20 95 ■ 16 2 0
EB Hoorn ■ www riidnhn n l
Pagina 3 van 10
Geldigheid De ontheffing geldt voor de periode vanaf de datum van verzending tot en met 31 december 2024. Overwegingen Inhoudsopgave A. Onderwerp aanvraag B. Wettelijk kader C. Inhoudelijke beoordeling aanvraag D. Slotoverwegingen E. Procedure en samenhangende besluiten F. Kennisgeving A. Onderwerp aanvraag Het plangebied is gelegen in de Lutkemeerpolder in Amsterdam. Het plangebied betreft voornamelijk akkerland waarop kleinschalige biologische landbouw plaatsvindt. In het gebied zijn verschillende smalle en dichtbegroeide watergangen aanwezig. Aan de zuid- en westzijde van het plangebied zijn twee bredere watergangen aanwezig. Deze watergangen hebben een steile oever, deze oevers zijn voorzien van begroeiingen met riet. Het deel van het plangebied ten zuiden van de Etnastraat is een ruig stuk land met gras en kruidachtige begroeiingen. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van bijna 15 hectare. In het noorden wordt het plangebied begrensd door andere landbouwpercelen. Ten oosten van het plangebied is bebouwing aanwezig waaronder enkele woonhuizen en schuren. Ten zuidwesten van plangebied ligt het natuurgebied Lutkemeerpark wat tevens onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland. Het Lutkemeerpark blijft buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. De initiatiefnemer is voornemens om in plangebied het bedrijventerrein Businesspark Osdorp te realiseren.
Ingrepen die daartoe in het plangebied moeten plaatsvinden bestaan voornamelijk uit het dempen van enkele watergangen, aanleg van nieuwe watergangen, grondverzet, het aanleggen van infrastructuur, het realiseren van bebouwing, aanleg van natuurvriendelijke oevers en het aanleggen van groen. Door de realisatie van het bedrijventerrein Businesspark Osdorp en de bijbehorende werkzaamheden verdwijnt voortplantingswater van de rugstreeppad. Daarnaast bestaat de kans dat het leefgebied van de rugstreeppad versnipperd raakt of dat de rugstreeppad zich tijdens de werkzaamheden op het bouwterrein vestigt. In de Lutkemeerpolder is geschikt leefgebied aanwezig voor de waterspitsmuis. De watergangen in het plangebied waren in de lente en het begin van de zomer geschikt voor waterspitmuis, toen een rijke oevervegetatie en waterplanten aanwezig waren. Na de maai- en baggerwerkzaamheden is het gebied ongeschikt geworden voor de waterspitsmuis. Toch behoort de watergang tot het functionele leefgebied van de waterspitsmuis, wat als gevolg van de ingreep kan verdwijnen. Ter mitigatie en compensatie worden maatregelen getroffen om doden en verwonden van onder andere de rugstreeppad en de waterspitsmuis te voorkomen en de soorten lokaal te behouden. Het plangebied wordt afgeschermd met een amfibieenscherm en door middel van emmers afgevangen.
De watergangen rond het plangebied worden verbreed en ingericht met ecologische oevers zodat er optimaal leefgebied voor de waterspitsmuis ontstaat. Voor de rugstreeppad worden extra poelen aangelegd met rondom vergraafbare grond ter compensatie van het verlies aan voortplantingswater en overwintermogelijkheid. Het beheer van de watergangen en de poelen met omgeving worden aangepast aan de aangevraagde soorten. Echter, ondanks alle maatregelen kunt u niet voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wnb worden overtreden. Om die reden wordt voor bovenstaande werkzaamheden ontheffing gevraagd van de Wnb. B. Wettelijk kader Soorten van de Habitatrichtlijn De rugstreeppad is opgenomen in bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Daarnaast is tb
, 2.)
a t6 2 o
EB 11 o r n es www r (I n n n
Pagina 4 van 10
rugstreeppad opgenomen in bijlage II bij het Verdrag van Bern. Op grond van artikel 3.5 van de Wnb is het onder meer verboden in het wildlevende dieren van soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn bijlage II bij het Verdrag van Bern in hun natuurlijk verspreidingsgebied: opzettelijk te doden of te vangen (artikel 3.5, lid 1); • • opzettelijk te verstoren(artikel 3.5, lid 2); • opzettelijk eieren te vernielen of te rapen(artikel 3.5, lid 3); • voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen (artikel 3.5, lid 4). Op grond van artikel 3.8 van de Wnb kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.5 of artikel 3.6, tweede lid, ten aanzien van dieren van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat, dat er niet bij of krachtens enig ander artikel van deze wet vrijstelling is of kan worden verleend, dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, en zij nodig is op grond van een in de wet genoemd belang.
Te weten: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, • visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Tot voortplantings- of rustplaatsen als bedoeld in artikel 3.5, lid 4 van de Wnb worden locaties gerekend waarin zich overwinteringsplaatsen en verblijven van groepen mannetjes bevinden, afhankelijk van de soort.
Essentiele migratie- en vliegroutes en foerageergebieden die van belang zijn voor de instandhouding van een voortplantings- of rustplaats van de soort op populatieniveau, vallen hier ook onder. Daarnaast vallen ook tijdelijke, seizoensgebonden, verblijfplaatsen (bijvoorbeeld holen) of standplaatsen die van belang zijn voor de gunstige staat van instandhouding van een soort op populatieniveau hieronder. Andere soorten De waterspitsmuis is opgenomen in de bijlage, onderdeel A van de Wnb. Op grond van artikel 3.10 van de Wnb is het verboden: • in het wild levende dieren van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, van de Wnb, opzettelijk te doden of te vangen (3.10, onderdeel a); de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a • opzettelijk te beschadigen of te vernielen (3.10, onderdeel b). Op grond van artikel 3.8 van de Wnb kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.10 ten aanzien van dieren van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten.
Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat, dat er niet bij of krachtens enig ander artikel van deze wet vrijstelling is of kan worden verleend, dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, en zij nodig is op grond van een in de wet genoemd belang. Te weten: Posthir ,, ;t)9r,
• 16 2 0 E8 Hoorn • vivvw
nI
Pagina 5 van 10
•
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of om het onder strikt gecontroleerde ornstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
• •
• •
In aanvulling op de redenen, genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onderdeel b, kan krachtens artikel 3.10, tweede lid, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband houden met handelingen: • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; • in het algemeen belang, of • bestendig gebruik. C.
Inhoudelijke beoordeling aanvraag Andere bevredigende oplossinq De ontwikkeling van Business Park Amsterdam Osdorp (BPAO) fase 2, tevens een van de projecten 'Amsterdam Circulair, leren door te doen', is in lijn met de onlangs door de gemeente Amsterdam vastgestelde visie "Ruimte voor de Economie van Morgen". Vanwege de transformatie van binnenstedelijke bedrijventerreinen in Amsterdam moeten bedrijven worden verplaatst. Op dit moment hebben zich al meerdere stadsverzorgende bedrijven gemeld bij de GEM Lutkemeer die graag zo snel mogelijk willen ontwikkelen op BPAO fase 2 en waarvoor geen geschikte kavel beschikbaar is op BPAO fase 1. BPAO fase 1 is daarnaast bijna volledig uitgegeven en om te kunnen voorzien in de vraag is het van belang dat er 2019 wordt gestart met het bouwrijp maken van BPAO fase 2, zodat de eerste kavels in 2020 kunnen worden uitgegeven. Alternatieve methodes en alternatieve planningen zijn overwogen. Andere locaties hebben net zoveel of meer effect op soorten die beschermd zijn via de Wnb. Het terrein niet ontwikkelen is geen optie in verband met de benodigde ruimte die voor de bedrijfsverplaatsingen nodig is. De gekozen werkwijze zorgt er voor dat de werkzaamheden zo min mogelijk effect hebben op de rugstreeppad en waterspitsmuis waardoor verstoring zo veel mogelijk wordt voorkomen of geheel wordt uitgesloten.
De planning is afgestemd met de kwetsbare periodes van waterspitsmuis en rugstreeppad. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het broedseizoen voor vogels.
Posti, 11
()
9s
• I
(-1
ER H,orri • www
1 II (i
but nl
Pagina 6 van 10
Belang van de inareep U heeft ontheffing van verbodsbepalingen aangevraagd op grond van het in artikel 3.8, lid 5, sub b, onder 3 van de Wnb genoemde belang: het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen • van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. Dit belang geldt zowel de gewenste ontheffing voor de rugstreeppad als voor de waterspitsmuis. Er is een woningtekort in Nederland. Met name in de stedelijke regio's is de vraag naar woningen groot en loopt het woningtekort in rap tempo op. De transformatiefaciliteit concentreert zich op projecten in de 50 Nederlandse gemeenten met een groot verwacht woningtekort waar tot 2020 de hoogste, absolute woningtekorten verwacht worden. Het doel van de transformatiefaciliteit is het financieren van voorinvesteringen om binnenstedelijke (bedrijfs- of industrie) locaties te transformeren tot woningen. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft hiervoor C 38 miljoen beschikbaar gesteld. Om echter de bedrijven wiens huidige bedrijfspand tot woonruimte wordt omgevormd nieuwe locaties aan te bieden is bouwgrond nodig buiten de woonkernen.
Het is voor de gemeente Amsterdam daarom belangrijk BPAO fase 2 te ontwikkelen om ruimte te bieden voor bedrijven die van belang zijn voor Amsterdam die als gevolg van de transformatie van de binnenstedelijke bedrijventerreinen moeten verplaatsen. Het behoud van deze bedrijven binnen de gemeente is belangrijk voor de economie van Amsterdam. Gelet op het voorgaande en de onverminderde actualiteit van de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat het voornoemde belang voldoende onderbouwd is. Staat van instandhoudinq Rugstreeppad In Nederland komt de rugstreeppad plaatselijk zeer algemeen voor. Vooral in natuurlijke wateren in duinen en aanliggende gronden. Ook in het rivierengebied (uiterwaarden) en in polders in West-Nederland en in de Noordoostpolder is deze soort lokaal algemeen. Uit de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) blijkt dat de rugstreeppad ook in de omgeving van uw projectgebied voorkomt. Volgens gegevens van het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) is landelijke staat van de instandhouding van de rugstreeppad zeer ongunstig. Hierbij zijn de deskundigen van oordeel dat de aspecten populatie, leefgebied en toekomstperspectief zeer ongunstig zijn. Het verspreidingsgebied wordt wel als gunstig beoordeeld wat betreft de verspreiding tussen 2000 en 2017.
Waterspitsmuis De waterspitsmuis heeft een versnipperde verspreiding in Nederland. De soort komt het meest voor in de waterrijke provincies van Nederland. Na een dip lijkt de waterspitsmuis zich in 1990 in aantallen te herstellen. Vermoedelijk door de verbetering van de waterkwaliteit. Volgens gegevens van het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) is landelijke verspreiding van de van de waterspitsmuis stabiel met een matige toename in de afgelopen 10 jaar. Waar de soort voorkomt is hij meestal niet in grote aantallen aanwezig. De watergangen binnen- en buiten het plangebied zijn geschikt leef- en/of foerageergebied voor de waterspitsmuis. Doordat de directe omgeving van het plangebied voldoende alternatief geschikt foerageergebied biedt en omdat het huidige leefgebied van de soort binnen het plangebied na enkele groeiseizoenen weer geschikt leefgebied vormt, is het voldoende aannemelijk dat de waterspitsmuis in het plangebied en de directe omgeving van het plangebied aanwezig blijft. Om negatieve effecten van de werkzaamheden op deze soorten tot een minimum te beperken stelt u maatregelen voor zoals beschreven in het bij de aanvraag gevoegde rapport 'Mitigatieplan rugstreeppad en waterspitsmuis' van 28 februari 2019. U gaat voor de rugstreeppad en de waterspitsmuis alternatief leefgebied aanleggen of het huidige leefgebied optimaliseren.
Ook gaat u de soorten wegvangen en verplaatsen buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden waardoor doden en verwonden redelijkerwijs wordt voorkomen. 4'ostIFFJ5 2(1 95
• ICio F 4.3 Floorn ■ Www rurInhn nl
Pagina 7 van 10
De door u voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende maar ter aanvulling hebben wij extra voorschriften opgenomen. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd conform de door u voorgestelde maatregelen en de aanvullende voorschriften wordt voorkomen dat de werkzaamheden afbreuk doen aan het streven de populaties van de soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Zorgplicht Voor de soorten waarvoor wij u ontheffing verlenen, bent u gehouden aan de in de ontheffing opgenomen voorschriften. Voor alle soorten echter, geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wnb, die van toepassing is op zowel beschermde als onbeschermde dier- en plantensoorten, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Op grond hiervan dient u zoveel als redelijkerwijs mogelijk is nadelige gevolgen voor deze soorten te voorkomen. Voqels U dient gedurende de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor de in het plangebied te verwachten vogelsoorten kan dit plaatsvinden door werkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren. Tevens kunnen voorbereidende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat vogels tot broeden kunnen komen binnen het plangebied.
Wij wijzen u erop dat voor het broedseizoen geen standaardperiode wordt gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. D. Slotoverwegingen Verloop termiin ontheffing Indien blijkt dat de in de ontheffing gestelde termijn niet voldoende is om de werkzaamheden waarop de ontheffing betrekking heeft uit te voeren, dient u, zeker vijf maanden voor het verstrijken van deze termijn een nieuwe aanvraag in te dienen. Dit voorkomt onnodige vertraging van het project. E. Procedure en samenhangende besluiten De voorbereiding van deze vergunning heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in de Wnb en de daarvoor relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht. Wij wijzen u erop dat uw aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor mogelijk ook op grond van andere wet- en regelgeving een besluit nodig is. Tevens kunnen er overige belemmeringen zijn in het kader van ruimtelijke belangen. F. Kennisgeving Dit besluit wordt door ons geplaatst op de website van de Regionale Uitvoeringsdienst NoordHolland Noord. Meer informatie Heeft u nog vragen? Neemt u dan contact op met de heer B. Brussel via 088-102 18 72 of bbrussel@rudnhn.nl. Wij verzoeken u hierbij het zaaknummer te vermelden. Hoogachtendi
/ G deputeercw5taten van Noord- Iland, amens dezen, •
J.C.M. Blok Afdelingsmana egulering Leefomgeving a.i. Regionale Uitvger ngsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN) Binneokort verandert onze naam in Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN). Voor meer informatie zie www.rudnhn.nl. Bijlage(n): 4'
t
• plangebied 2 0 Efi it ki
n
• W v`, W f 1.1
fl h fl rl I
Pagina 8 van 10
Rechtsbescherming U en andere belanghebbenden die het niet eens zijn met dit besluit, kunnen binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na datum van verzending van dit besluit, een bezwaarschrift indienen bij gedeputeerde staten van Noord-Holland, ter attentie van de secretaris van de Hoor- en adviescommissie, Postbus 3007, 2001 DA HAARLEM. Het bezwaarschrift moet in ieder geval het volgende bevatten: • uw naam, adres, postcode en woonplaats; • de datum; • over welk besluit het gaat (u kunt het beste een kopie van dit besluit bijsluiten); • de redenen waarom u het niet eens bent met het besluit; • uw handtekening. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Indien onverwijlde spoed dit vereist, kunt u de voorzieningenrechter van de Rechtbank NoordHolland, Sectie bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BR HAARLEM vragen om een voorlopige voorziening te treffen. U kunt het verzoekschrift ook digitaal bij de rechtbank indienen via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Voor meer informatie verwijzen wij naar www.rechtspraak.nl. Voor de behandeling van het verzoek wordt griffierecht geheven. De provincie wil bezwaren tegen besluiten graag op informele wijze behandelen.
Als uw bezwaar in aanmerking komt voor deze informele behandeling nemen wij op korte termijn telefonisch contact met u op. In verband hiermee verzoeken wij u om in uw bezwaarschrift het telefoonnummer te vermelden waarop u overdag bereikbaar bent. Voor meer informatie over de informele behandeling kunt u telefonisch contact opnemen met provincie Noord-Holland.
Pnitlrus
09c • 76/o Eb 1-1orrrn
10
w ww rurinhr
111
Pagina 9 van 10
•
...... ....
OTUeAOT eul bed
.
..' ... .
.
•
Figuur 3 De locates waar alternatieve voorztentngen gerealtseerd moeten worden In groen de ecologtsche oevers voor waterspitsmuts en de blauw ster de locates voor poel voor rugstreeppad De zwarte ctrkel geeft de bestaande paddenpoel aan