Bijlage 2 - VTH Beleid FLO 2024 - DEF.pdf
Tekst van het document
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Samen werken aan de opgaven in onze stad!
2
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Inhoud
Deel 1:
6 6
Bestuurlijke samenvatting Inleiding
7 7 7 7 7 8 9 9 10
voorwoord en samenvatting
Kern van het VTH-beleid FLO 2024: opgavegericht Reikwijdte van het VTH-beleid FLO 2024 Indeling van het VTH-beleid FLO 2024 Kennismaking (deel 2) Algemene strategieën (deel 3) Aan de slag met de opgaven in de stad (deel 4) Handhaving bij overtredingen (deel 5)
Deel 2:
11 11
1. Over dit beleid
12 12 13
Kennismaking Aanleiding en reikwijdte Opbouw van dit stuk
2. Zo werkt VTH Fysieke Leefomgeving
14 14 15
Onze uitgangspunten Ontwikkelingen
3. Onze aanpak voor het VTH-beleid
17 17 17 18 18 19
Integraal beleid De werking van de Big 8 Opgaven in de fysieke leefomgeving Risicoanalyse en prioritering Doelen en activiteiten
4. Beschrijving van de hoofdthema’s
21 22 24 26 28 30 32 34 36
De bewoonde stad De compacte stad De Drijvende Stad De duurzame stad De groeiende stad De leefbare stad De veilige stad De vitale stad
Gemeente Amsterdam
3
Deel 3:
39
1. Introductie
40
2. Strategie externe kwaliteitsborging - Wkb
41 41 41
Algemene strategieën39
Werken met de WKB Melding bouw en de risicobeoordeling Bijzondere lokale omstandigheden in Amsterdam Bij de gemeente blijvende bevoegdheden tijdens de bouw Toezicht Gereedmelding bouwwerk Handhaving
3. Strategie woningkwaliteit Inleiding Uitgangspunten Beleidsregels woningkwaliteit In beginsel herstel op oorspronkelijk niveau In uitzonderlijke gevallen verbetering Transformatie naar woningen
4. Overige algemene strategieën Strategie toepassen uitgebreide procedure Participatiestrategie Handhavingsverzoeken en -meldingen Strategie intrekken ongebruikte vergunningen Functiescheiding, roulatie en 24h verantwoordelijkheid Preventie- en communicatiestrategie Samenwerking ketenpartners
Deel 4:
Aan de slag met de opgaven in de stad 1. Introductie 2. De bewoonde stad 3. De compacte stad 4. De drijvende stad 5. De duurzame stad 6. De groeiende stad 6. De leefbare stad 7. De veilige stad 8. De vitale stad
4
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
41 42 42 42 43 44 44 44 44 44 45 46 46 47 48 49 51 51 52 57 57 58 60 68 75 83 85 90 94 98
Deel 5:
Handhaving bij overtredingen
113 113
1. Inleiding
114
2. Sanctiestrategie
115 115 116 119 119 120 120 120 121 121 122
Interventies Sanctiestrategie in drie stappen Stilleggen van bouw- en sloopwerkzaamheden Interventies bij gemeentelijke- en rijksmonumenten Interventies bij woonfraude Interventies bij drijvende bouwwerken Interventies APV Overige protocollen Handhavend optreden tegen gemeentelijke organisaties en bedrijven
3. Gedoogstrategie Deel 6:
Bijlagen
124 124
Bijlage 1: Beleidsregels woningkwaliteit
125
Bijlage 2: Meetwijzen Woonboten en niet-varende bedijfsvaartuigen 132 Bijlage 3: Richtlijnen dwangsommen
137 137 138 138 139
Inleiding Toelichting tabellen Overgangsregeling Richtlijnen voor dwangsommen
Bijlage 4: Sanctiestrategie Monumenten Monumentenmatrix
146 149
Bijlage 5: Risicoanalyse
150
Gemeente Amsterdam
5
Deel 1:
voorwoord en samenvatting
6
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Bestuurlijke samenvatting
Inleiding Amsterdam voert een breed scala aan vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH) uit. Het uitvoeren van deze VTH-taken draagt bij aan een aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor Amsterdammers. We houden ons onder andere bezig met activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, zoals bouwen en bedrijvigheid. Samengevat noemen we die taken de ‘VTH-taken Fysieke Leefomgeving’ (FLO). Dit beleidsstuk geeft aan hoe we in Amsterdam invulling geven aan deze VTH-taken: wat heeft onze aandacht, wat willen we bereiken en op welke manier? In het uitvoeringsprogramma wordt dit beleidsstuk jaarlijks vertaald naar een concrete inzet van de formatie en middelen.
Kern van het VTH-beleid FLO 2024: opgavegericht Dit VTH-beleid FLO 2024 slaat twee vliegen in één klap. Het geeft concrete invulling aan de uitvoering van de VTH-taken FLO én het geeft invulling aan de wettelijke proceseisen die worden gesteld aan de beleidscyclus voor de Omgevingswet. Dit betekent dat we VTHtaken FLO planmatig uitvoeren, onderbouwd met risicoanalyses, prioritering en doelstellingen. Het beleid draait in de kern om de opgaven waar Amsterdam voor staat. Hieronder verstaan wij de VTHtaken voor de fysieke leefomgeving die de gemeente Amsterdam uitvoert. In dit beleidsdocument worden alle opgaven apart behandeld, waarbij wij per opgave aangeven wat het gewenste effect is, wat onze doelen zijn, welke activiteiten wij daarvoor uitvoeren, et cetera. Voor de leesbaarheid zijn de opgaven geclusterd in acht hoofdthema’s.
Reikwijdte van het VTH-beleid FLO 2024 Met de komst van de Omgevingswet is het bestaande stelsel ingrijpend herzien. De Omgevingswet gaat uit van een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, waarin de diverse belangen in onderlinge samenhang worden beschouwd. In het VTH-beleid FLO 2024 is aangesloten bij de integrale benadering van de Omgevingswet. Dit betekent dat enkele VTH-taken voor bouwen en gebruik in de fysieke
leefomgeving, waarvoor nu nog aparte beleidsstukken zijn opgesteld, zijn geïntegreerd in het nieuwe VTHbeleid. In enkele gevallen zijn beleidsstukken integraal opgenomen, in andere gevallen wordt hiernaar verwezen in dit beleid. In dit beleid behandelen we de VTH-taken voor de fysieke leefomgeving die voortvloeien uit de volgende wet- en regelgeving: • • • • • • •
Omgevingswet Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) APV Alcoholwet Verordening op het Binnenwater Wet op de Kansspelen Huisvestingsverordening
De stadsdelen van Amsterdam en het stadsgebied Weesp spelen in Amsterdam een belangrijke rol bij de uitvoering van de VTH taken voort de fysieke leefomgeving. Het VTH-beleid FLO 2024 ziet op de uitvoering van de VTH-taken FLO die binnen Amsterdam voornamelijk zijn belegd bij de afdelingen Bouw & Gebruik van de stadsdelen en bij de directies Wonen, Ruimte & Duurzaamheid en Brandweer Amsterdam Amstelland. Dit VTH-beleid geldt ook voor VTH-taken FLO die in de grootstedelijke gebieden aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn gemandateerd en voor de plustaken die de Omgevingsdienst namens Amsterdam uitvoert. Hiervoor geldt dat de Omgevingsdienst in overleg met Amsterdam voor de uitvoering van deze taken uitvoeringsaccenten kan aanbrengen. Bijvoorbeeld in het belang van de regionale uniformiteit of vanuit bedrijfsmatige overwegingen. Deze accenten passen binnen de kaders van dit beleid en worden vastgelegd in de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomsten tussen Amsterdam en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.
Indeling van het VTH-beleid FLO 2024 Het beleid is opgedeeld in zes delen. Deel 1 kan als starttekst worden beschouwd, met inleiding en inhoudsopgave. In deel 2 wordt beschreven waar Amsterdam voor staat bij uitvoering van de VTHopgaven voor de fysieke leefomgeving. Ook wordt in dit deel beschreven hoe dit beleidsstuk werkt en
Gemeente Amsterdam
7
Verdichting en uitbreiding van de stad
Nieuw stelsel met nieuwe instrumenten
Weerbaarheid van de stad (ondermijning)
Participatie en actievere rol van de BOB
Aandacht vereist voor klimaat en duurzaamheid
wordt een introductie gegeven op de hoofdthema’s van het beleid. Deel 3 gaat dieper in op de manier van werken binnen Amsterdam; in dit deel zijn algemene en specifieke uitvoering-strategieën beschreven.
blijkt ook de urgentie voor dit beleidsdocument. De belangrijkste ontwikkelingen die invloed hebben op de VTH-taken FLO zijn in kaart gebracht (zie figuur hierboven). Door goed in te spelen op deze ontwikkelingen, willen we borgen dat Amsterdam voor iedereen een gezonde, veilige en leefbare stad blijft.
Deze concretisering wordt voorgezet in deel 4. In dit deel zijn alle VTH-opgaven voor de fysieke leefomgeving geclusterd in acht hoofdthema’s. Per opgave is in een tabel beschreven wat de opgave kenmerkt, welk effect wij willen bereiken, welke doelen wij stellen en activiteiten wij uitvoeren, et cetera. In deel 5 beschrijven wij hoe wij omgaan met overtredingen. De bijlagen bij dit beleid zijn gebundeld in deel 6.
Kennismaking (deel 2) Vergunningverlening, toezicht en handhaving is geen doel op zich. Het uitvoeren van deze VTH-taken draagt bij aan een aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor de Amsterdammer. Dat willen we bereiken door eenduidig, rechtvaardig en transparant op te treden. Uitgangspunten In dit deel maken wij inzichtelijk wat onze belangrijkste uitgangspunten zijn bij het uitvoeren van onze taken. Onze uitgangspunten zijn gebundeld in vier onderdelen: • • • •
Een snelle en integrale besluitvorming. Een opgavegerichte en risicogerichte aanpak. Een eerlijke en verantwoordelijke relatie met de Amsterdammer. Waarborgen van de kwaliteit van onze uitvoering.
Proceseisen en risico analyse Goede en professionele vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt programmatisch en daarmee planmatig en cyclisch plaats. In de wetgeving zijn hiervoor proceseisen opgenomen. Grondslag van de VTH-beleidscyclus is de Big 8 (zie figuur hieronder). De Big 8 beschrijft een aantal samenhangende processtappen: vanuit een strategisch kader wordt de vertaalslag gemaakt naar operationeel beleid, uitvoering en verantwoording. Bewoners, Ondernemers, Bezoekers Gebiedsgericht werken
Uitvoeren
Voorbereiding en werkwijze
Monitoren
Programmeren
Evaluatie en probleemanalyse
Ontwikkelingen Ook laten we zien welke ontwikkelingen er op ons afkomen en hoe we daarop anticiperen. Hieruit
8
Opgave
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Opgave
Prioriteiten en doelen
Bepalen strategieën
De capaciteit en de middelen waarover de gemeente beschikt zijn beperkt. Dit betekent dat we prioriteiten moeten stellen. We geven inzicht in prioriteiten, doelen en de activiteiten die we uitvoeren om deze doelen te behalen. Het bepalen van prioriteiten en doelen en het uitvoeren van activiteiten doen we informatiegestuurd. We voeren de VTH-taken uit op basis van kennis van het domein, de vraagstukken die spelen, de risico’s van niet-naleving van wet- en regelgeving en de doelgroep. Hoofdthema’s De VTH-opgaven waar de gemeente voor staat binnen het domein FLO zijn geïnventariseerd en gegroepeerd naar hoofdthema. Waar mogelijk is aangesloten bij de terminologie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De volgende 8 hoofdthema’s zijn vastgesteld. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De bewoonde stad (gebruik, kwaliteit en bescherming woningen). De compacte stad (aantrekkelijk, kwalitatief ). De drijvende stad (wonen en werken op het water). De duurzame stad (energie, klimaat). De groeiende stad (realisatie, ambitie, vernieuwing). De leefbare stad (flora, fauna, bodem). De veilige stad (gezondheid, fysieke veiligheid). De vitale stad (exploitatie, organisatie, bedrijvigheid).
Per hoofdthema geven we een kernachtige omschrijving. Vervolgens wordt voor het hoofdthema een hoofddoel bepaald: waar doen we het voor binnen dit thema en welk maatschappelijk doel willen wij bereiken? Elke opgave binnen dit hoofdthema kent zijn eigen concrete doel, maar gezamenlijk dragen ze bij aan het hoofddoel van het hoofdthema.
Algemene strategieën (deel 3) Voor alle concrete VTH-opgaven binnen het domein fysieke leefomgeving stellen wij doelen. Aan deze doelen zijn activiteiten (strategieën) gekoppeld om het doel voor deze opgave te bereiken. Naast deze opgavegerichte strategieën hanteren wij als gemeente nog andere –algemene- strategieën die gerelateerd zijn aan het domein fysieke leefomgeving. Deze strategieën kunnen betrekking hebben op een meer gedetailleerde uitwerking van ons beleid inzake een (nieuwe) wettelijke bevoegdheid, een strategie om juist door meer inzet ‘aan de voorkant’ te voorkomen dat overtredingen ontstaan, et cetera. Al deze algemene strategieën zijn opgenomen in dit deel van het beleid. In dit deel worden de strategieën voor de volgende onderwerpen beschreven.
• • • • • • • • •
Strategie externe kwaliteitsborging (Wkb) Strategie woningkwaliteit Strategie toepassen uitgebreide procedure Participatiestrategie Strategie handhavingsverzoeken en –meldingen Strategie intrekken ongebruikte vergunningen Strategie 24h verantwoordelijkheid, roulatie en functiescheiding Preventie en communicatiestrategie Strategie samenwerking ketenpartners en afhan deling signalen
Aan de slag met de opgaven in de stad (deel 4) In dit deel behandelen wij de VTH-opgaven voor de fysieke leefomgeving waar de gemeente voor staat. Deze opgaven zijn onder te verdelen in basisopgaven en dynamische opgaven. Hieronder verstaan wij het volgende. •
•
Basisopgaven: De bewoner, ondernemer of bezoeker (BOB) neemt het initiatief. Denk aan aanvragen voor een vergunning, sloopmeldingen, starten met een bouwproject, exploiteren van een café, handhavingsverzoeken, meldingen en klachten, etc. Wij als gemeente bedienen de BOB. Dynamische opgaven: Bij deze taken neemt de gemeente het initiatief. Denk aan de stadsbrede of gebiedsgerichte aanpak van illegaal wonen, slechte gebouwkwaliteit, welstandsexcessen, etc.
Al deze VTH-opgaven zijn geclusterd in hoofdthema’s. In deel 2 geven wij een algemene beschrijving gegeven van deze hoofdthema’s. In deel 4 werken we de individuele basis- en dynamische opgaven nader uit. Per opgave is een tabel opgesteld. In de opgaventabellen beschrijven wij per opgave de volgende onderdelen: • • • • • • • •
De prioriteit die de opgave heeft binnen het hoofdthema; Een omschrijving van de opgave; De probleemanalyse van de specifieke opgave; De doelgroepen die betrokken zijn bij de opgave; Het gewenste effect van onze taakuitvoering Het (meetbare) doel dat we voor de opgave willen bereiken; De activiteiten die wij uitvoeren om dit doel te bereiken; De indicatoren waarmee kan worden gemeten of ons doel is gehaald.
Gemeente Amsterdam
9
Voor de basisopgaven is naast de tabellen een uitvoeringsmatrix voor de basisopgaven opgesteld. De uitvoeringsmatrix is sturend voor de mate van intensiteit en diepgang van de werkzaamheden op het gebied van vergunningverlening en toezicht.
Handhaving bij overtredingen (deel 5) Hoe wij omgaan met overtredingen die tijdens het toezicht zijn geconstateerd beschrijven wij in deel 5 van dit beleid. De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaving. Handhavend optreden is zowel eerlijk uit het oogpunt van een gelijk speelveld, als tegenover de bewoners en ondernemers die ervan uit mogen gaan dat handhavers zodanig optreden dat hun rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de fysieke leefomgeving veilig, gezond, duurzaam en leefbaar blijft. In dit deel zijn onze handhavingsstrategieën en de dwangsomtabellen voor geconstateerde overtredingen opgenomen. Handhavend optreden is het uiterste middel; bij voorkeur worden overtredingen voorkomen of op vrijwillige basis opgeheven. Ons uitgangspunt is dat wij een passende interventie toepassen om de overtreding ongedaan te maken. Dit wil zeggen dat de interventie zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot spoedig herstel van de situatie voor de bevinding, naleving waarborgt, herhaling voorkomt en/of straft daar waar dit passend of noodzakelijk is. Amsterdam maakt hierbij gebruik van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO is opgesteld om eenduidig te kunnen interveniëren bij overtredingen van het omgevingsrecht. De LHSO omvat zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke interventies. In de gemeente Amsterdam wordt de LHSO in aangepaste vorm toegepast.
De reden hiervoor is dat we in de regel bestuursrechtelijk optreden, met uitzondering van overtredingen bij monumenten. In dit laatste geval kunnen we ook aangifte doen.
10
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Deel 2:
Kennismaking
Gemeente Amsterdam
11
1. Over dit beleid
Aanleiding en reikwijdte
Kern van het beleid
Amsterdam voert een breed scala aan vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH) uit. Het uitvoeren van deze VTH-taken draagt bij aan een aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor Amsterdammers. We houden ons onder andere bezig met activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, zoals bouwen en bedrijvigheid. Samengevat noemen we die taken de ‘VTH-taken Fysieke Leefomgeving’. Dit beleidsstuk geeft aan hoe in Amsterdam invulling wordt gegeven aan deze VTH-taken: wat heeft onze aandacht, wat willen we bereiken en op welke manier?
Het beleid draait in de kern om de opgaven waar Amsterdam voor staat. Hieronder verstaan wij de VTHtaken voor de fysieke leefomgeving die de gemeente Amsterdam uitvoert. In dit beleidsdocument worden alle opgaven apart behandeld, waarbij wij per opgave aangeven wat het gewenste effect is, wat onze doelen zijn, welke activiteiten wij daarvoor uitvoeren, et cetera. Voor de leesbaarheid zijn de opgaven geclusterd in acht hoofdthema’s. Waar mogelijk is aangesloten bij de terminologie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050.
Amsterdam is voortdurend in beweging. De stad groeit en transformeert, net als haar bewoners en ondernemers. Dit betekent nieuwe uitdagingen en kansen voor de gemeente. Zeker in de fysieke leefomgeving (FLO) en voor de uitvoering van de VTHtaken FLO in Amsterdam. In dit beleidsstuk benoemen we deze uitdagingen en kansen en verbinden we ze aan de VTH-taken FLO. Dit beleidsstuk maakt duidelijk wat u van ons kunt verwachten. Alles wat we doen, doen we voor de Amsterdammer, en per 2022 ook voor de Weesper. We zijn een dienstbare overheid, voorspelbaar en betrouwbaar. We willen verantwoordelijk en flexibel zijn. Een overheid die luistert, handelt en levert, inwoners van Amsterdam en Weesp de ruimte geeft om te groeien. Dat betekent concreet dat Amsterdam en Weesp een bijdrage willen leveren aan prettig en veilig wonen, werken en recreëren in de stad. We pakken problemen aan waar bewoners, ondernemers en bezoekers het meest last van hebben. Resultaten in de stad staan daarbij voorop. Vanwege de groeiende opgave van het VTH-domein FLO staan de ambities uit dit beleidsstuk in de praktijk onder druk. Dit betekent dat we onderbouwde keuzes moeten maken om bepaalde taken tijdelijk niet of op een ander niveau uit te voeren. Deze onderbouwde keuzes worden waar nodig jaarlijks in een uitvoeringsprogramma gemaakt.
In het uitvoeringsprogramma wordt dit beleidsstuk jaarlijks vertaald naar een concrete inzet van de formatie en middelen.
12
Het VTH-beleid FLO slaat twee vliegen in één klap. Het geeft concrete invulling aan de uitvoering van de VTH-taken FLO én het geeft invulling aan de wettelijke proceseisen die worden gesteld aan de beleidscyclus voor de Omgevingswet. Dit betekent dat we VTHtaken FLO planmatig uitvoeren, onderbouwd met risicoanalyses, prioritering en doelstellingen. Dit VTH-beleid wordt vastgesteld door het college van de gemeente Amsterdam. Na vaststelling van dit VTH-beleid volgt een continue cyclus van uitvoering, monitoring, evaluatie en bijstelling: de VTH-beleidscyclus. Dit beleid wordt dus niet voor een afgebakende periode vastgesteld, maar wordt continu geëvalueerd en bijgesteld, bijvoorbeeld als daar aanleiding toe is door veranderende, aflopende of nieuwe opgaven.
Reikwijdte In dit stuk behandelen we de VTH-taken FLO die voortvloeien uit de volgende wet- en regelgeving: • Omgevingswet • Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) • APV • Alcoholwet • Verordening op het Binnenwater • Wet op de Kansspelen • Huisvestingsverordening • Wet Natuurbescherming
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
De stadsdelen van Amsterdam en het stadsgebied Weesp spelen in Amsterdam een belangrijke rol bij de uitvoering van de VTH taken voort de fysieke leefomgeving. Het beleid ziet op de uitvoering van de VTH-taken FLO die binnen Amsterdam voornamelijk zijn belegd bij de afdelingen Bouw & Gebruik van de stadsdelen en bij de directies Wonen, Ruimte & Duurzaamheid en Brandweer Amsterdam Amstelland. Dit VTH-beleid geldt ook voor VTH-taken FLO die in de grootstedelijke gebieden aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn gemandateerd en voor de plustaken die de Omgevingsdienst namens Amsterdam uitvoert. Hiervoor geldt dat de Omgevingsdienst in overleg met Amsterdam voor de uitvoering van deze taken uitvoeringsaccenten kan aanbrengen. Bijvoorbeeld in het belang van de regionale uniformiteit of vanuit bedrijfsmatige overwegingen. Deze accenten passen binnen de kaders van het beleid en worden vastgelegd in de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomsten tussen Amsterdam en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.
Opbouw van dit stuk Het beleid is opgedeeld in zes delen. Deel 1 kan als starttekst worden beschouwd met een inleiding en inhoudsopgave. In deel 2 wordt beschreven waar Amsterdam voor staat bij de uitvoering van de VTHopgaven voor de fysieke leefomgeving. Ook wordt in dit deel beschreven hoe dit beleidsstuk werkt en wordt een introductie gegeven op de hoofdthema’s van het beleid. Deel 3 gaat dieper in op de manier van werken binnen Amsterdam; in dit deel zijn algemene en specifieke uitvoeringstrategieën beschreven. Deze concretisering wordt voorgezet in deel 4. In dit deel zijn alle VTH-opgaven voor de fysieke leefomgeving geclusterd in acht hoofdthema’s. Per opgave is in een tabel beschreven wat de opgave kenmerkt, welk effect wij willen bereiken, welke doelen wij stellen en activiteiten wij uitvoeren, et cetera. In deel 5 beschrijven wij hoe wij omgaan met overtredingen. De bijlagen bij dit beleid zijn gebundeld in deel 6. Voor de leesbaarheid is dit document geschreven vanuit het ‘wij’ perspectief.
Gemeente Amsterdam
13
2. Zo werkt VTH Fysieke Leefomgeving
Vergunningverlening, toezicht en handhaving is geen doel op zich. Het uitvoeren van deze VTH-taken draagt bij aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor Amsterdammers. Dat willen we bereiken door eenduidig, rechtvaardig en transparant op te treden. Dit hoofdstuk maakt inzichtelijk wat onze belangrijkste uitgangspunten zijn bij het uitvoeren van onze taken. Ook laten we zien welke ontwikkelingen er op ons afkomen en hoe we daarop anticiperen.
Onze uitgangspunten Alles wat we doen, doen we voor de Amsterdammer. We zijn een dienstbare overheid, voorspelbaar en betrouwbaar. We willen verantwoordelijk en flexibel zijn. Een overheid die luistert, handelt en levert, inwoners van Amsterdam de ruimte geeft om te groeien. Bij het uitoefenen van onze VTH-taken streven we naar uitvoering waarbij de onderstaande uitgangspunten centraal staan:
Een snelle en integrale besluitvorming
Een opgave- en risicogerichte aanpak
We verschaffen vroegtijdig duidelijkheid aan de Amsterdammer over vergunningsplichtige activiteiten.
Amsterdam en haar gebieden kennen specifieke complexe opgaven. We zijn ons bewust dat diverse activiteiten in buurten kunnen plaatsvinden die samen een nog grotere impact hebben op de leefomgeving.
We maken een brede, integrale afweging waarbij we aandacht hebben voor de behoeften en belangen van de Amsterdammer. Het belang van mensen met een beperking om mee te kunnen doen aan de maatschappij weegt hierbij zwaar mee. Toegankelijkheid en inclusie is een van onze speerpunten. We kijken van buiten naar binnen. Voor die belangenafweging maken we gebruik van integrale adviestafels. Zo kan in een vroeg stadium afstemming plaatsvinden met alle betrokkenen, worden tegenstrijdigheden voorkomen en worden procedures sneller. Voor elke aanvraag of verzoek geldt dat we alleen stukken opvragen die nodig zijn voor de besluitvorming. Als er meerdere toestemmingen nodig zijn, zorgen we voor een adequate coördinatie, binnen het VTHdomein en tussen domeinen.
14
Opgavegericht werken is daarom een belangrijke peiler in onze VTH-taakuitvoering. We zijn verbinders en regisseurs. We vullen het opgavegericht werken in samen met bewoners, ondernemers en organisaties. Participatie is een rode draad daarbij. We werken preventief: zo voorkomen we overtredingen en overlast. Tegelijkertijd kunnen we niet overal zijn en alles doen. We maken keuzes wat we wel, niet, op een ander moment of andere manier doen. Die keuzes maken we onderbouwd en risicogericht. Handhavend optreden geldt als uiterst middel. Bij overtredingen gaan we eerst in gesprek of geven we een waarschuwing (als er geen sprake is van een direct gevaar voor de Amsterdammer).
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Een eerlijke en verantwoordelijke relatie met de Amsterdammer *
Waarborgen voor de kwaliteit van onze uitvoering
De relatie tussen de Amsterdammer en VTH kenmerkt zich door zowel een behoeft aan privacy als aan openheid. Onze basishouding in deze relatie is dat we uitgaan van vertrouwen. We faciliteren, regisseren en denken mee aan de voorkant. We bieden flexibiliteit en ruimte voor maatwerk binnen de kaders.
Alle betrokken (interne en externe) medewerkers voeren afwegingen, processen en toetsingen eenduidig uit. Hiervoor gebruiken zij op een juiste manier dezelfde informatie- en ICTsystemen, werkprocessen, standaarbrieven, standaardbesluiten, toetsingsprotocollen en afwegingskaders.
We proberen juridificering te voorkomen. Juridische procedures vergroten de afstand tussen VTH en de Amsterdammer. Ook zorgen ze ervoor dat Amsterdammers lange tijd in onzekerheid verkeren.
Besluiten controleren we op handhaafbaarheid door de gemeente en op uitvoerbaarheid door de Amsterdammer.
Actieve en heldere communicatie is de sleutel tot een gelijkwaardige relatie met de Amsterdammer. Dit betekent dat we de menselijke maat toepassen, de Amsterdammer niet als nummer zien. We luisteren en leven ons in. We hebben oog voor en kunnen omgaan met een diversiteit aan belangen, belanghebbenden en invalshoeken. Waar nodig treden we handhavend op, altijd na een zorgvuldige en integrale afweging van betrokken belangen. We zijn ons bewust van het spanningsveld tussen efficiënter werken (met behulp van technologie en ICT) en de menselijke maat. We hebben oog voor het risico dat niet-digitaalvaardige burgers buiten de boot vallen door de toenemende digitale dienstverlening. *Met de Amsterdammer bedoelen we zowel bewoner als ondernemer en bezoeker
Ontwikkelingen Amsterdam is voortdurend in beweging. De stad groeit en transformeert, net als haar bewoners en ondernemers. Dit betekent nieuwe uitdagingen en kansen voor de gemeente. De belangrijkste ontwikkelingen die invloed hebben op de VTH-taken FLO zijn hieronder in kaart gebracht. Hieruit blijkt ook de urgentie voor dit beleidsdocument. Door goed in te spelen op deze ontwikkelingen, willen we borgen dat Amsterdam voor iedereen een gezonde, veilige en leefbare stad blijft.
We zorgen voor continuïteit bij de totstandkoming van producten (overdracht, registratie, etc.). Afwezigheid mag niet leiden tot vertraging en/of het verdwijnen van kennis. We maken geen onderscheid tussen verschillende initiatiefnemers (particuliere partij, marktpartij en gemeente). We zorgen voor een frequente roulatie in rol/wijk/ gebied en functiescheiding. Elk besluit op een aanvraag omgevingsvergunning controleren we aan de hand van de stedelijke checklist ‘vier-ogen-principe’. Onderdeel hiervan is een check op de bouwsum en de legesbepaling. Integriteitsmaatregelen (zoals het vier-ogenprincipe) mogen geen gevolgen hebben voor doorlooptijden. Besluiten nemen we binnen de wettelijke termijnen.
Fysieke en sociale uitdagingen in de stad Er wordt veel gebouwd in Amsterdam. Nieuwe wijken ontstaan. Ook op kleinere schaal wordt er veel gebouwd: in binnentuinen, kelders, etc. Verdichting en verstening van de stad vindt plaats. De vele (bouw) activiteiten en drukte in de stad zorgen op sommige plekken voor cumulatie van overlast. Terwijl op andere plekken juist sprake is van leegstand en transformatie. Op sociaal vlak zien we dat de weerbaarheid van de stad wordt aangetast door ondermijnende activiteiten.
Gemeente Amsterdam
15
Verdichting en uitbreiding van de stad
Nieuw stelsel met nieuwe instrumenten
Weerbaarheid van de stad (ondermijning)
Participatie en actievere rol van de BOB
Aandacht vereist voor klimaat en duurzaamheid
Grote veranderingen in het omgevingsrecht Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) wijzigen deels de taken van het VTH-domein. Kaders waar we aan toetsen en op toezien veranderen. Landelijke regelgeving landt in ons omgevingsplan. De bouwtechnische toets en het bouwtechnische toezicht gaan gefaseerd over naar private partijen. Een belangrijk gevolg van deze stelselwijzigingen is dat we meer dan anders duidelijk moeten maken waar we van zijn, wat onze rol is en welke taken we uitvoeren.
Hoe spelen wij in op deze voortdurende ontwikkelingen? De opgave van het VTH-domein in een veranderend Amsterdam is groot. Wij spelen actief in op deze opgave. Dat doen we met de hierboven genoemde uitgangspunten. Daarnaast zorgen we voor actuele kennis om bijzondere en complexe aanvragen af te handelen en op de uitvoering toe te zien.
Participatie is een nieuw instrument Over onze relatie met de Amsterdammer en Weesper schreven we al hierboven bij onze uitgangspunten. In die relatie wordt participatie een belangrijk instrument. Het is het instrument om Amsterdammers en Weespers te betrekken bij initiatieven in hun leefomgeving. Het is tegelijkertijd een nieuw instrument. Samen moeten we ontdekken wat werkt en wat niet. In dit beleid wordt geschetst wat wij aan participatie verwachten bij initiatieven, wat onze rol is en wat dit voor de besluitvorming betekent.
Ook zijn we proactief betrokken bij het opstellen van beleidskaders: dit betekent dat we kaders toetsen op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid, fraudegevoeligheid en toepasbaarheid. Nieuwe kaders moeten voorzien zijn van een impactanalyse en borging van randvoorwaarden voor het VTH-domein bevatten. Een belangrijke randvoorwaarde voor de implementatie is of er capaciteit dan wel middelen aanwezig zijn om nieuwe taken uit te voeren of andere werkwijzen in te voeren. We zoeken bovendien – samen met bewoners, ondernemers en organisaties – actief naar innovatieve en preventieve manieren om de fysieke leefomgeving in positieve zin te beïnvloeden.
De stad moet duurzamer worden Verduurzamen en klimaatadaptief worden vraagt wat van de fysieke leefomgeving en onze VTH-taken FLO. Er zijn nieuwe beleidskaders waaraan moet worden getoetst. Er moet kennis worden opgedaan over nieuwe materialen en innovatieve methodes. Thema’s waar VTH FLO in ieder geval een actieve bijdrage levert zijn de energietransitie en het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad.
16
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
3. Onze aanpak voor het VTH-beleid
Integraal beleid Met de komst van de Omgevingswet is het bestaande stelsel ingrijpend herzien. De Omgevingswet gaat uit van een integrale benadering, waarin de diverse belangen in onderlinge samenhang worden beschouwd. In het VTH-beleid 2024 is aangesloten bij deze integrale benadering. Dit betekent dat enkele VTH-taken voor bouwen en gebruik in de fysieke leefomgeving, waarvoor nu nog aparte beleidsstukken zijn of worden opgesteld, zijn geïntegreerd in het nieuwe VTH-beleid Fysieke Leefomgeving 2024.
Besluit kwaliteit leefomgeving (AMvB ). De Big 8 werkt als volgt. • Goede en professionele vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt programmatisch en daarmee planmatig en cyclisch plaats. Een professionele uitvoering betekent volgens deze benadering dat de uitvoering tot stand komt op basis van inzichtelijke keuzes en dat de uitvoering gericht is op het bereiken van vooraf afgesproken resultaten. •
De Big 8 is een dubbele regelkring. De big 8 beschrijft een aantal samenhangende processtappen: vanuit een strategisch kader wordt de vertaalslag gemaakt naar operationeel beleid, uitvoering en verantwoording. Door het consequent uitvoeren van deze processtappen werken we aan een sluitende beleidscyclus en daarmee een adequate handhaving en vergunningverlening.
•
Uitvoering en opgave-en gebiedsgericht werken staan centraal in Amsterdam. We hebben daarom de standaard Big 8 vertaald naar een Amsterdamse versie van de beleidscyclus (zie figuur).
•
De capaciteit en de middelen waarover de gemeente beschikt zijn beperkt. Dit betekent dat we prioriteiten moeten stellen. In dit VTH-beleid FLO geven we daarom inzicht in prioriteiten, doelen en de activiteiten die we uitvoeren om deze doelen te behalen. Dit omvat tevens de criteria voor het beoordelen van en beslissen over aanvragen en het afhandelen van handhavingsmeldingen en handhavingsverzoeken.
•
Het bepalen van prioriteiten en doelen en het uitvoeren van activiteiten doen we informatiegestuurd. We voeren de VTH-taken uit op basis van kennis van het domein, de vraagstukken die spelen, de risico’s van niet-naleving van wet- en regelgeving en de doelgroep. Een omgevings- en probleemanalyse biedt inzicht in ontwikkelingen, vraagstukken en risico’s die zich in de FLO kunnen voordoen.
In de praktijk blijkt nu reeds dat deze VTH-taken in de uitvoering een sterke samenhang hebben. Met de gekozen scope van het VTH-beleid wordt de integrale uitvoering ook beleidsmatig geborgd.
De werking van de Big 8 Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 hanteren we een continue cyclus van beleid, uitvoering, monitoring, evaluatie en bijstelling. Deze VTH-beleidscyclus staat bekend als de Big 8. Hiermee geven we invulling aan de wettelijke proceseisen voor de VTH-taken FLO. Deze wettelijke proceseisen zijn vastgelegd in het
Bewoners, Ondernemers, Bezoekers Gebiedsgericht werken
Uitvoeren
Voorbereiding en werkwijze
Opgave
Monitoren
Programmeren
Evaluatie en probleemanalyse
Opgave
Bepalen strategieën
Prioriteiten en doelen
Gemeente Amsterdam
17
•
Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de gemeente kwaliteitseisen voor de benodigde deskundigheid en minimumbeschikbaarheid voor de uitvoering van de VTH-taken. Amsterdam heeft deze kwaliteitseisen vastgesteld in de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving.
•
Het VTH-beleid FLO wordt zonder einddatum vastgesteld. We stellen het beleid periodiek bij op basis van nieuwe ontwikkelingen en veranderende opgaven.
slechte gebouwkwaliteit, vernielen monumenten en welstandsexcessen of het stimuleren van duurzaamheidsmaatregelen in bepaalde branches. etc. Ook het toezicht op gebruik van bestaande inrichtingen en bouwwerken valt hieronder. Dynamische opgaven geven invulling aan een specifieke behoefte en hebben een concreet doel. We pakken dynamische opgaven vaak projectmatig op. Dynamische opgaven zijn vaak gerelateerd aan een bepaald gebied, branche of thema: •
•
Elk jaar stellen we een VTH-uitvoeringsprogramma FLO op. Hierin vertalen we VTH-beleid FLO naar concrete uitvoeringsactiviteiten, projecten en werkwijzen.
Opgaven in de fysieke leefomgeving De VTH-opgaven waar de gemeente voor staat binnen het domein FLO zijn geïnventariseerd en gegroepeerd naar hoofdthema. De volgende 8 hoofdthema’s zijn vastgesteld. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De bewoonde stad (gebruik, kwaliteit en bescherming woningen). De compacte stad (aantrekkelijk, kwalitatief ). De drijvende stad (wonen en werken op het water). De duurzame stad (energie, klimaat). De groeiende stad (realisatie, ambitie, vernieuwing). De leefbare stad(flora, fauna, bodem). De veilige stad (gezondheid, fysieke veiligheid). De vitale stad (exploitatie, organisatie, bedrijvigheid).
Basis- en dynamische opgaven We kennen verschillende soorten opgaven: basis- en dynamische opgaven. •
•
Basisopgaven (statische opgaven) De Amsterdammer neemt bij dit type opgave het initiatief. Denk aan aanvragen voor een vergunning, sloopmeldingen, starten met een bouwproject, toezicht op gebruik van nieuwe inrichtingen en bouwwerken, handhavingsverzoeken, klachten, etc. Wij als gemeente en de OD NZKG bedienen de Amsterdammer.
•
Gebied: inzet ten behoeve van een opgave in het gebied, bijvoorbeeld in het centrum van Amsterdam, in Weesp of in landelijk Noord. Dit kan op straat-, buurt, gebied- of stadsdeelniveau zijn. Branch of thema: inzet ten behoeve van een specifiek thema, zoals hoge woongebouwen, zwembaden, ondermijning, exploitatie van horeca, brandveilig gebruik, Covid19, etc.. Deze inzet kan bijvoorbeeld nodig zijn naar aanleiding van een incident, raad- of rijksvragen of een ontwikkeling in de stad. Een dergelijke opgave kan in meerdere gebieden spelen.
De exacte invulling van de dynamische opgaven vindt elk jaar plaats in het uitvoeringsprogramma. De dynamische opgave ‘opsporen van illegale bouwactiviteiten’ kan bijvoorbeeld worden vertaald naar een aantal uren gebiedstoezicht in Westerpark of de aanpak van illegale dakopbouwen in gebied Oud-Oost.
Risicoanalyse en prioritering Het opstellen van VTH-beleid begint met het analyseren van de risico’s die bestaan in de fysieke leefomgeving en het stellen van prioriteiten op basis van deze risico’s. De gemeente hanteert hierbij een risicogerichte benadering: des te hoger de risico’s van niet-naleving van wet- en regelgeving, des te hoger de prioriteit. We hebben daarvoor een risicoanalyse uitgevoerd. Per opgave hebben we bepaald wat er gebeurt als we de opgave niet of niet goed oppakken. Welke gevolgen zullen wij dan zien in de stad? We bepalen het effect van deze gevolgen en bepalen daarbij meteen hoe vaak dit effect zich voordoet.
Dynamische opgaven Bij deze taken neemt de gemeente of de OD NZKG het initiatief. Denk aan de stadsbrede of gebiedsgerichte aanpak van illegaal wonen,
18
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Daarnaast hebben we bepaald in hoeverre het wél goed oppakken van de opgave bijdraagt aan de Amsterdamse beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid en ondermijning. Tot slot hebben we per opgave een raming gemaakt van de omvang.
We hebben ook bepaald in welke mate het wel en goed oppakken van de opgave bijdraagt aan het Amsterdamse beleid op het gebied van duurzaamheid en ondermijning. •
Duurzaamheid Gemeente Amsterdam wordt een klimaatneutrale en circulaire stad, waar zuinig met energie wordt omgesprongen, energie duurzaam wordt opgewekt en grondstoffen en materialen oneindig worden hergebruikt.
•
Ondermijning Ondermijning is de aantasting en ontwrichting van wijken, buurten en buitengebied, maatschappelijke voorzieningen, financieel-economische systemen en de democratische rechtsorde vanuit (crimineel) financieel gewin. Met het programma Weerbare stad wil de gemeente ondermijning tegengaan.
Effect van het naleefgedrag Per opgave hebben we bekeken welk negatief effect optreedt als de wet- en regelgeving niet nageleefd wordt. Daarbij hebben we 6 typen effect meegenomen: •
•
•
•
•
•
Fysieke veiligheid Bij fysieke veiligheid gaat het over de kans dat iemand slachtoffer wordt van een ongeval of incident (doden en gewonden). Sociale kwaliteit leefomgeving Bij sociale kwaliteit van de leefomgeving gaat het om sociale verbindingen tussen bewoners, het vermogen van bewoners om zich samen te organiseren en je thuis én veilig voelen in je buurt. Natuurwaarde De natuurwaarde van een gebied is de waarde die aan een bepaald gebied wordt toegekend, gezien vanuit het perspectief van natuurbescherming. Hierbij kan het gaan om natuurlijke processen, landschappen, soorten, maar ook meer abstracte begrippen als stilte en schoonheid. Omgevingskwaliteit De omgevingskwaliteit heeft betrekking op culturele erfgoedwaarden, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit, geologische-, archeologische- en nautische waarden. Volksgezondheid In de volksgezondheid gaat het om de gezondheidstoestand en daarmee het fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden van de bewoners van Amsterdam. Financieel-economisch effect Het effect dat de gemeenschap (de samenleving) en/of de gemeente financieel-economische schade leiden.
Voor elk van deze effecttypen hebben we twee vragen beantwoord: 1) als het effect optreedt, hoe groot is dit effect gemiddeld genomen dan (denk aan zwaarte en spreiding), en 2) hoe vaak komt gemiddeld genomen dit effect voor?
Voor elk van deze effecttypen hebben we twee vragen beantwoord: 1) hoe groot is de bijdrage en 2) hoe vaak speelt die bijdrage daadwerkelijk een rol? Omvang van de opgave De omvang van een opgave kan uitgedrukt worden in een totaal aantal (bijvoorbeeld aantal illegale dakkapellen) of een aantal per jaar (aantal aanvragen). De omvang kan variëren van niet tot nauwelijks tot enkele honderden of duizenden. Prioriteitstelling Op basis van de risicoanalyse zijn prioriteiten voorgesteld (laag, middel, hoog). Deze prioriteiten zijn na bestuurlijke consultatie op enkele punten aangepast (weergegeven in tabellen als prioriteit definitief). De prioritering van de opgaven binnen een thema en de eventuele aanpassingen zijn vastgelegd in deel 4 en in meer detail weergegeven in bijlage 5. De prioritering van de opgaven werkt door in de doelen die wij aan de opgave verbinden en de activiteiten die wij uitvoeren.
Doelen en activiteiten Voor elk van de hoofdthema’s en de hierbij horende opgaven zijn prioriteiten gesteld. Vervolgens hebben we doelen gesteld op basis van deze prioriteiten, de omgevings- en probleemanalyse en bestuurlijke wensen zoals bijvoorbeeld het coalitieakkoord 2022-2026.
Gemeente Amsterdam
19
Voor het hoofdthema is een hoofddoel bepaald: waar doen we het voor binnen dit thema en welk maatschappelijk doel willen wij bereiken? Een hoofdthema omvat verschillende opgaven. Elke opgave binnen dit hoofdthema kent zijn eigen te bereiken effect en daarvan afgeleide concrete doelen. Deze opgaven dragen gezamenlijk bij aan het hoofddoel van het hoofdthema. Per opgave zijn de doelen vervolgens vertaald naar VTH-activiteiten, zoals het behandelen van aanvragen en meldingen, het toezicht houden op inrichtingen en bouwwerken en het handhaven van overtredingen. Ook hebben we aandacht voor preventieve activiteiten zoals voorlichting. De doelen per opgave zijn meetbaar gemaakt door het gebruik van indicatoren. Dit zijn getallen die de te meten prestaties aangeven, zoals het percentage overtredingen of de toename in het aantal gecontroleerde vergunningen. Om deze indicatoren te kunnen bepalen moeten bepaalde kengetallen bijgehouden worden. Dit zijn absolute getallen die inzicht geven in een situatie , zoals het aantal vergunningen, bouwwerken, controles of overtredingen. De kengetallen zijn in dit beleid niet opgenomen.
20
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
4. Beschrijving van de hoofdthema’s
De VTH-opgaven waar de gemeente voor staat binnen het domein FLO zijn geïnventariseerd en gegroepeerd naar hoofdthema. In hoofdstuk 2 is beschreven op welke wijze de risico’s zijn geanalyseerd en hoe de prioritering van de opgaven tot stand is gekomen. Die risicoanalyse en prioritering is de basis voor de verdere uitwerking van de thema’s en opgaven. De hoofdthema’s zelf kennen geen prioritering ten opzichte van elkaar. De opgaven zijn geprioriteerd binnen het hoofdthema. In dit hoofdstuk wordt een algemene beschrijving gegeven van deze hoofdthema’s. Per hoofdthema wordt allereerst een kernachtige omschrijving hiervan gegeven: waar ziet dit hoofdthema op? Vervolgens wordt voor het hoofdthema een hoofddoel bepaald: waar doen we het voor binnen dit thema en welk maatschappelijk doel willen wij bereiken? Elke opgave binnen dit hoofdthema kent zijn eigen concrete doel, maar gezamenlijk dragen ze bij aan het hoofddoel van het hoofdthema. Hierna wordt voor het hoofdthema de resultaten van een omgevingsanalyse beschreven. In deze omgevingsanalyse worden de specifieke ontwikkelingen binnen de gemeente Amsterdam beschreven die betrekking hebben op het hoofdthema. Het gaat daarbij om ontwikkelingen die invloed hebben op het VTH-domein FLO. Na de omgevingsanalyse volgt een probleemanalyse voor het hoofdthema.
Deze analyse biedt inzicht in de problemen en risico’s die zich op hoofdlijnen binnen dit thema kunnen voordoen. Binnen dit hoofdstuk worden de hoofddoelen en de analyses voor de hoofdthema’s beschreven. In deel 4 werken we de individuele basis- en dynamische opgaven nader uit. In dat deel worden analyses en doelen per opgave geconcretiseerd en meetbaar gemaakt. Per opgave wordt dan ook aangegeven hoe wij als gemeente de VTH-taken uitvoeren
Gemeente Amsterdam
21
De bewoonde stad
Omgevingsanalyse
Omschrijving Onder dit thema vallen de opgaven die betrekking hebben op de woningkwaliteit en het woninggebruik. Bij woningkwaliteit gaat het om het behoud en verbeteren van de woningkwaliteit en om het investeren in de bestaande woningvoorraad voor de toekomst. Bij woninggebruik ligt de nadruk op hoe woningen gebruikt worden. Gebruik van een woning voor andere doeleinden dan wonen is van invloed op beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen, maar ook op de leefbaarheid van wijken en de woningkwaliteit.
Hoofddoel Het hoofddoel van het thema de bewoonde stad is: We dragen bij aan de beschikbaarheid en eerlijke verdeling van woningen voor alle Amsterdammers, ongeacht inkomen, opleidingsniveau, leeftijd, levensfase of gezinssamenstelling. We zorgen er voor dat de bestaande woningvoorraad binnen Amsterdam daadwerkelijk als woonruimte wordt benut, voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen, comfortabel te bewonen is, duurzaam wordt verbeterd en toekomstbestendig is.
22
Amsterdam is populair. De stad moet voor iedereen toegankelijk zijn maar het huisvesten van alle doelgroepen in goede woningen is een ingewikkelde opgave. Er is een groot woningtekort, en dan vooral aan middeldure huur- en koopwoningen. Om de woningen die er zijn beschikbaar te houden voor bewoning moeten uitwassen van onder andere speculatie, verkamering en vakantieverhuur worden tegengegaan. Hoewel er tot 2050 150.000 woningen bijgebouwd zullen worden, is de verwachting dat de vraag in de (nabije) toekomst nog steeds veel groter zal zijn dan het aanbod. De bestaande woningvoorraad in Amsterdam is relatief oud en vraagt steeds onderhoud en verbetering om aan de eisen en wensen ten aanzien van kwaliteit te kunnen blijven voldoen. Er is vaak sprake van meergezinswoningen met verschillende belangen van eigenaren en bewoners, diverse wensen en beperkte (financiële) mogelijkheden om tot onderhoud en verbetering van de woningen te komen. Door de schaarste aan woningen kunnen kopers en huurders vaak weinig eisen stellen aan de kwaliteit en geschiktheid van de woning. Veel oudere woningen hebben bovendien een beperkte energetische kwaliteit, waardoor de energielasten snel kunnen oplopen.
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Probleemanalyse De schaarste op de woningmarkt heeft als gevolg dat er veel geld te verdienen valt aan het verhuren van woningen en leidt er ook toe dat woningen in slechte staat goed verhuurbaar zijn voor vaak hoge huurprijzen. Hierdoor is frauderen met Amsterdamse woningen erg verleidelijk. Om dit tegen te gaan zijn goede regels en handhaving van de regels van essentieel belang. Een aantal regels is recentelijk dan ook aangescherpt of opgesteld. Zo geldt per 1 april 2021 een nieuw regime voor toeristische verhuur, waarbij ook een registratieplicht geldt naast de reeds bestaande vergunning- en meldingsplicht waarbij ook grote verhuurplatforms een boete kunnen krijgen als zij verhuurders niet informeren over de regels van toeristische verhuur en geen registratienummer vermelden. Per 1 april 2022 is de opkoopbescherming van kracht. Amsterdam heeft met dit beleid bepaald dat goedkope en middeldure koopwoningen in de stad voor vier jaar niet meer verhuurd mogen worden om ze zo te beschermen tegen opkoop door beleggers en is daarmee een regeling die ervoor zorgt dat een koper van een woning er zelf in moet wonen. Het beleid ten aanzien van het woninggebruik en woonruimteverdeling is vastgelegd in de Huisvestingsverordening en de Woningwet. De inzet van het toezicht en handhaving wordt afgezet tegen het risico dat een overtreding zich voordoet.
Illegale situaties worden risicogericht opgespoord. Op basis van data analyse, (digitaal) onderzoek en meldingen worden zoveel mogelijk overtredingen opgespoord. Op de verleende vergunningen op grond van de Huisvestingsverordening wordt gecontroleerd bij onderzoeken ter plaatse.
Omdat er ook veel geld verdiend kan worden aan woningen van matige tot (zeer) slechte kwaliteit is het extra belangrijk dat de kwaliteit van woningen wordt geborgd en erop wordt toegezien dat de regels worden nageleefd. De bestaande woningvoorraad is naar de nieuwbouwstandaard over het algemeen van matige kwaliteit. Natuurlijke veroudering en verouderde materialen als lood en asbest vragen om steeds nieuwe investeringen om woningen goed en gezond te houden. Specifiek beleid met betrekking tot de aanpak van gebreken aan de fundering van een pand hebben wij neergelegd in het aparte beleidsdocument ‘Beleidsregels kwaliteit bestaande funderingen’. Daarnaast wil Amsterdam in 2040 aardgasvrij en in 2050 klimaatneutraal zijn. Bestaande woningen zijn vaak niet duurzaam en energiezuinig en hebben een slecht energielabel. Om de klimaatdoelen te bereiken moet er nog veel geïnvesteerd worden in de bestaande woningvoorraad. Om de woningen, ook bij de overstap naar een andere warmtebron, comfortabel te houden, zal het in veel gevallen ook nodig zijn te investeren in betere isolatie en ventilatie. Daarvoor moet het verbruik van energie in bestaande woningen (en andere gebouwen) omlaag. Met de huidige (hoge) energieprijzen is het van ook van groot belang om te investeren in energiezuinige woningen om comfortabel te kunnen wonen en de energielasten betaalbaar te houden.
Gemeente Amsterdam
23
De compacte stad
Omgevingsanalyse
Omschrijving De kern begrippen van het thema De Compacte Stad zijn ‘geschikt’ en ‘kwalitatief’. Onder dit thema vallen de opgaven die betrekking hebben op het behouden van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Kwaliteit vatten wij hierbij in de brede zin op: ruimtelijke kwaliteit, fysieke kwaliteit, behoud van het stedelijk schoon en het gebouwde erfgoed, et cetera. Ook de opgaven die als doel hebben dat gebouwen en open terreinen geschikt zijn en blijven voor hun functie vallen onder dit thema. De fysieke kwaliteit en het gebruik van woningen valt buiten dit thema; deze vallen onder het thema De Bewoonde Stad.
Hoofddoel In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 staat dat Amsterdam een mooie, compacte stad wil zijn. Dat betekent dat ruimte in de stad slim benut wordt en het geheel ruimtelijke kwaliteit oplevert. Hierbij spelen de VTH-opgaven die onder dit thema vallen een grote rol. Het hoofddoel van het thema de compacte stad is: We dragen bij aan het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de bebouwde omgeving en de geschiktheid van bouwwerken en open terreinen voor hun functie.
24
Het stedelijk schoon en het gebouwde erfgoed bepalen in hoge mate de identiteit en de kwaliteit van Amsterdam. Dit is in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 uitgebreid beschreven. De cultuurhistorisch rijke en bijzondere woonomgeving is bepalend voor hoe bewoners en bezoekers de stad beleven. Door de eeuwen heen zijn unieke plekken ontstaan die ieder op eigen wijze bijdragen aan de kwaliteit van de stad en waarmee mensen zich verbonden voelen. Niet alleen de beschermde stadsgezichten als de grachtengordel, Plan Zuid van H.P Berlage, een deel van de Westelijke Tuinsteden en de vele gebouwde monumenten in de stad hebben cultuurhistorische waarde. Ook historische landschappelijke structuren en elementen zoals waterwegen, dijken en archeologische resten in de bodem zijn waardevol en het behouden waard. Binnen de bestaande bebouwing en op de open terreinen is ruimte voor wonen, cultuur, bedrijvigheid en recreatie Amsterdam is daarmee voor bezoekers, ondernemers en (potentiële) bewoners een populaire stad. De druk op de bestaande bebouwing en de beschikbare ruimte is groot; grond en bebouwing zijn duur. Gebruikers zoeken vaak naar mogelijkheden om de beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk te benutten. Een gevolg hiervan is dat er regelmatig bouwwerken op een andere manier worden gebruikt dan waarvoor ze oorspronkelijk waren bedoeld. Ook de druk op de bestaande bebouwing is groot.
Eeuwenoude bruggen en kades worden door het vele verkeer intensief belast.
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
Gebruikers van gebouwen en bouwwerken willen deze optimaal benutten en passen ze legaal of illegaal aan.
Probleemanalyse Binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam bevindt zich een grote hoeveelheid oudere en historische bebouwing. De kwaliteit van de bebouwing heeft grote invloed op de beleving van de stad, zowel in de woning als op straat en in de buurt. Kwalitatief goede bebouwing draagt bij aan het welbevinden en de gezondheid van de gebruiker. Er zijn echter behoorlijk veel bouwwerken en gebouwen in de gemeente die achterstallig onderhoud vertonen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de individuele gebruiker, maar tast ook het straatbeeld aan en maakt sommige straten minder aantrekkelijk. Zowel voor (toekomstige) bewoners als voor bedrijven en bezoekers. Verder zorgt natuurlijke veroudering er voor dat de sterkte van constructieve onderdelen van een bouwwerk langzaam vermindert. Amsterdam is gebouwd op (slappe) veengrond. Verzakkingen en de daarmee gepaard gaande invloed op de constructie van een pand zijn onvermijdelijk. Het voorkomen van het bezwijken van (delen van) bestaande gebouwen is een essentieel onderdeel van het waarborgen van een veilige (leef)omgeving binnen Amsterdam. Specifiek beleid met betrekking tot de aanpak van gebreken aan de fundering van een pand hebben wij neergelegd in het aparte beleidsdocument ‘Beleidsregels kwaliteit bestaande funderingen’. Gebouwen en terreinen worden regelmatig op een andere manier gebruikt dan oorspronkelijk bedoeld.
Dit levert soms strijd op met de geldende planologische visie. Bij afwijking van de planregels verschilt de impact per overtreding. Met name bij illegale hotels en illegale prostitutie is de impact groot en ongewenst. Daarnaast worden problemen ondervonden bij de volgende gebruiksovertredingen: illegale pensions voor arbeidsmigranten, wonen in de veiligheidszone van risicobedrijven, illegale horeca, illegaal oevergebruik bij woonboten/ landjepik, illegaal wonen in volkstuinen-, recreatiecomplexen of bedrijfspanden. Gevallen waarbij afwijkend gebruik gepaard gaat met overlast, misbruik en/ of (brand)risico oplevert zijn per definitie onwenselijk.
Gemeente Amsterdam
25
De Drijvende Stad
Omgevingsanalyse
Omschrijving Onder dit thema vallen de opgaven die betrekking hebben op het wonen en werken op het water in Amsterdam. Er is een groot aantal bouwwerken, vaartuigen en objecten dat gebruik maakt van de Amsterdamse wateren. De opgaven die betrekking hebben op dit gebruik vallen binnen dit thema.
In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is benoemd dat wonen en werken in of aan het water populair is. Eigenaren van woonboten willen graag uitbreiden, met een drijvend terras rondom de woonboot en ruimte voor bijvoorbeeld opslag op de oever. Cafés en restaurants willen graag een terras aan het water, op een steiger, of zich vestigen op een restaurantboot. Kantoren vinden uitzicht op het water een verrijking. Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water, het vlotte en veilige scheepvaartverkeer en de waterkwaliteit.
Privaatrechtelijke handhaving bij onrechtmatig in gebruik genomen grond valt buiten de scope van het handhavingsbeleid en daarmee van dit thema. Handhaving bij illegale objecten en bouwwerken op de kade valt binnen het thema compacte stad, met uitzondering van situaties die aangepakt worden binnen het programma Bruggen en Kademuren.
Hoofddoel In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt aangegeven dat Amsterdam bekend staat als waterstad. De variatie in watersystemen maakt Amsterdam uniek: van de grachtengordel (Unesco Werelderfgoed) tot het nieuwe IJburg in het IJmeer, van de grote plassen tot het waterrijke gebied in landelijk Noord. Om deze reden hebben we de VTHopgaven die te maken hebben met wonen en werken op het water geclusterd in een apart thema. Het hoofddoel van het thema de Drijvende Stad is: We dragen bij aan een veilige en gezonde woonen werkomgeving op het water, een goede balans tussen het gebruik door Amsterdammers en een veilige en vlotte doorvaart.
26
We willen deze waarden beter beschermen en herstellen, en zijn daarom terughoudend in het vergunnen van nieuwe situaties, zeker als die niet watergebonden zijn. Het huidige beleid om het aantal woonboten niet verder uit te breiden (met uitzondering van ontwikkelingsgebieden zoals IJburg, de Houthavens en Haven-Stad), en via kleinschalige herschikkingen knelpunten op te lossen en overtredingen te handhaven, blijft daarom staan. Behoud van historische woonboten heeft een breed draagvlak. De laatste bedrijventerreinen aan het water worden in rap tempo vervangen door kantoren, woningen en hotels. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan, want die ruimte hebben we nodig voor watergebonden bedrijvigheid, onze ambities om de passagiers- en pleziervaart te verduurzamen en om goederenvervoer over het water te stimuleren. Er is bovendien veel achterstallig onderhoud aan kades en bruggen. Aanpak
VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving 2024
daarvan legt nog jarenlang beperkingen op aan gebruiksmogelijkheden van het water.
Probleemanalyse In 2014 deed de Raad van State een uitspraak waaruit volgt dat de meeste woonboten en niet-varende bedrijfsvaartuigen bouwwerken zijn in de zin van de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dat betekent dat zij nu moeten voldoen aan de regelgeving die bij bouwwerken hoort, bijvoorbeeld over brandveiligheid, welstand en eisen aan verblijfruimtes. Omdat veel bestaande woonboten niet te vergelijken zijn met een woning op het land, heeft de Rijksoverheid aanvullende wetgeving gemaakt: de Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw). Deze wet is 1 januari 2018 in werking getreden. Met de wet is overgangsrecht ontstaan voor bestaande woonboten die op 1 januari 2018 een ligplaatsvergunning hadden. Ook zijn voor deze woonboten de technische voorschriften van het Bouwbesluit 2012 niet van toepassing.
De gemeente richt zich de komende jaren met name op de aanpak van excessen: onveilige en ongezonde woonsituaties, illegaal woninggebruik, situaties waarin de doorvaart ernstig belemmerd wordt en illegaal ligplaats innemen. Met de aansluiting van Weesp bij de gemeente Amsterdam is het areaal aan woonboten en daarmee de opgave voor vergunningverlening, toezicht en handhaving aanzienlijk vergroot. Ook wordt nauw samengewerkt met het programma Bruggen en Kademuren. De gemeente is verantwoordelijk voor in totaal 1.800 bruggen en 600 kilometer kade. Veel bruggen en kademuren zijn in slechte staat en deze pakken we met voorrang aan. Een flink deel hiervan ligt in de historische binnenstad, waar ook veel woonboten liggen. Deze woonboten met al hun toebehoren worden al dan niet tijdelijk verplaatst. Dit vormt een grote en complexe opgave.
Op het Amsterdamse water is het onverminderd druk en de ruimte is schaars. Net als bij de opgave voor groeiende stad is er sprake van verdichting. Dat leidt tot illegaal bouwen en vergroten van woonboten, terrassen, steigers en kleine bouwwerken op de kade illegaal ligplaats innemen, problemen met doorvaart en diepgang, slechtere bereikbaarheid voor hulpdiensten, verrommeling, aantasting van het stadsgezicht en overlast. In de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op het water, en met name de samenhang en afstemming tussen de verschillende soorten wet- en regelgeving: bouwen en planologisch gebruik, welstand, brandveiligheid, nautische veiligheid, geluidsoverlast, etc. Dit maakt een goede samenwerking tussen betrokken partijen en coördinatie van de verschillende VTH-aspecten op dossierniveau belangrijk. Hierbij valt te denken aan Wonen, Ruimte en Duurzaamheid, Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (zowel op het land als nautisch), Programma Varen, Waternet en de verschillende vaarwegbeheerders zoals het Havenbedrijf, Rijkswaterstaat en de Provincie NoordHolland. Daarnaast is een goede informatievoorziening naar bewoners en ondernemers over wat wel en niet mag op het water essentieel. Hierbij spelen diverse belangenorganisaties een belangrijke rol.
Gemeente Amsterdam
27
De duurzame stad
Omgevingsanalyse
Omschrijving Amsterdam wil een duurzame stad zijn, voor nu én voor de generaties na ons. Een groene, gezonde, en welvarende stad voor iedereen die hier woont, werkt of op bezoek komt. Duurzaamheid zit verweven in veel aspecten van VTH-taken die in andere thema’s voorbijkomen. Zoals het toezicht op de bouw en de inzet op kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Bij dit thema Duurzame stad gaan we in op de volgende onderwerpen: het voorkomen van interferentie tussen bodemsystemen (voorkomen opwarming van de bodem), energiebesparende maatregelen en het opslaan van hemelwater.