CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Voortgangsrapportage Lerarenagenda 2020.pdf

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 1 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voortgangsrapportage Amsterdamse Lerarenagenda 2020 (ZD2021-007920)8.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage 2020 Lerarenagenda 2019-2023 ‘Liever voor de klas’

Amsterdamse Lerarenagenda

Inhoudsopgave 1 Samenvatting ......................................................................................................... 3 2 Inleiding ................................................................................................................. 6 3 Verbeteren aantrekkelijkheid van het beroep............................................................. 7 3.1 De Amsterdamse imago en wervingscampagne ‘Liever voor de klas’ .........................................7 3.2 Statushouders voor de klas ....................................................................................................... 8

4 Meer leraren aantrekken en behouden: aantrekkelijk Amsterdam ............................... 9 4.1 Reiskostenregeling ................................................................................................................ 9 4.2 Parkeren ................................................................................................................................ 9 4.3 Woningen .............................................................................................................................10

5 Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals ........................................................... 12 5.1 Professionalisering – De Amsterdamse teambeurs ..................................................................12 5.2 Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep .............................................................................. 13 5.3 Voorziening ondersteuning directeuren primair onderwijs.......................................................16

Bijlage 1: Eerste resultaten Noodplan Lerarentekort PO ............................................. 18 5.4 Pijler 1: Werving en behoud .....................................................................................................19 5.4.1 Modulair opleiden: bevoegd voor de klas & loopbaanperspectief voor ondersteuners. ..........19 5.5 Pijler 2: Ondersteuning van scholen in omgaan met langdurig tekort ..................................... 20 5.5.1 Project Omgaan met langdurige tekorten ............................................................................ 20 5.6 Pijler 3: Monitoring ................................................................................................................. 20 5.6.1 Werkgroep Monitoring ........................................................................................................ 20 5.7 Pijler 4 , mobiliteit en dienstverlening ......................................................................................21 5.7.1 Servicecentrum onderwijs en zorg.........................................................................................21 5.7.2 Mobiliteitsaanpak publieke professionals ............................................................................ 22

Bijlage 2: Begroting Lerarenagenda 2019-2023 .......................................................... 24 1.1 Amsterdamse teambeurs ........................................................................................................ 24

2

1 Samenvatting Voor u ligt de tweede voortgangsrapportage van de Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2023 ‘Liever voor de Klas’. De gemeenteraad van Amsterdam heeft op 4 april 2019 de Lerarenagenda vastgesteld. Deze voortgangsrapportage geeft inzicht in de uitwerking van de maatregelen voor het jaar 2020 uit de Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2023. Alle maatregelen richten zich op het bestrijden van het lerarentekort door het aantrekken van nieuwe leraren en het behoud van ervaren leraren voor de stad. Lerarenagenda ‘Liever voor de klas’ versterkt door het Noodplan Het lerarentekort heeft enorme impact op de scholen, ouders en leerlingen. In het primair onderwijs zijn de tekorten nog altijd het grootst. Hierbij is het tekort op scholen met veel kinderen met een risico op onderwijsachterstand groter dan bij scholen met nauwelijks kinderen met een risico daarop. In februari 2020 zagen we het tekort in het primair onderwijs afnemen naar een gemiddeld tekort van ruim 10%. In het voortgezet onderwijs raakt het lerarentekort specifiek een aantal tekortvakken, zoals wiskunde, natuurkunde en Frans. Op dit moment is het tekort circa 12,5% en de prognoses laten zien dat het lerarentekort de komende jaren verder toeneemt, mede door de pensionering van een grote groep leraren. De coronacrisis raakt onze gehele samenleving diep.

De pandemie vraagt nog steeds veel van het onderwijs en heeft enorme impact op de draagkracht van scholen, die toch al zwaar belast zijn door het voortdurende lerarentekort. Het onderwijs toont ondanks alle tegenslagen veerkracht en flexibiliteit, maar we bereiken inmiddels wel de grens. De noodzaak om scholen en schoolbesturen te ondersteunen bij het terugdringen van de tekorten is onverminderd hoog. Om het lerarentekort te bestrijden heeft de gemeente samen met de Amsterdamse schoolbesturen en lerarenopleidingen op 4 april 2019 de lerarenagenda vastgesteld. Hierin staan de volgende ambities: Ambitie 1: We willen geen lerarentekort meer en zetten er daarom op in dat er in 2023 500 fte méér leraren beschikbaar zijn voor een baan in het Amsterdamse onderwijs dan in 2019. Dat bereiken we door het verhogen van de instroom, het behoud van leraren voor het onderwijsvak en het behoud en aantrekken van leraren voor Amsterdam. Ambitie 2: We willen dat elke Amsterdamse leraar, directeur en ondersteuner én elke extra leraar die we voor Amsterdam winnen of behouden, ook op de langere termijn, graag wil blijven werken in het Amsterdamse onderwijs. Daarmee werken we aan de weerbaarheid van het onderwijssysteem en zorgen we dat een lerarentekort als dit in de toekomst niet meer voorkomt.

Deze voortgangsrapportage geeft inzicht in de uitwerking van de maatregelen voor het jaar 2020 uit de Amsterdamse Lerarenagenda, die in samenwerking met de Amsterdamse schoolbesturen en kennisinstellingen is opgesteld en wordt uitgevoerd. Doordat de tekorten vooral het primair onderwijs raken en de urgentie voor extra maatregelen steeds groter werd, is de aanpak in 2020 op initiatief van de Amsterdamse schoolbesturen geïntensiveerd met de inzet van het Noodplan Lerarentekort Amsterdam (2020-2014). Hierdoor hebben we bestaande projecten, gestart in de Lerarenagenda, kunnen uitbouwen en verstevigen. Het college van B&W heeft in 2019 € 23 3

miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2019-2023. Daarbij komt voor de periode 2020-2024 een extra investering van in totaal € 82,1 miljoen voor het Noodplan (waarvan € 32,6 miljoen voor het project zij-instroom). Dit bedrag bestaat naast de rijksbijdrage voor € 18,4 miljoen uit cofinanciering door de schoolbesturen po, en € 2,07 miljoen door de gemeente. We doen het samen De Lerarenagenda is een gezamenlijk product van de Taskforce Lerarentekort Amsterdam. In deze Taskforce zijn de gemeente, schoolbesturen en lerarenopleidingen verenigd om het lerarentekort in Amsterdam aan te pakken. De Taskforce maakt daarbij voortdurend gebruik van de inzet, ervaring en kennis van vele Amsterdamse onderwijsprofessionals, zoals leraren, directeuren, schoolleiders, bestuurders en vertegenwoordigers van lerarenopleidingen. De gemeente Amsterdam heeft regelmatig overleg met andere steden. Zo deelt Amsterdam haar kennis en werkt samen met onder andere de G4-partners. De aanpak van deze steden is vergelijkbaar, omdat de uitdagingen van de grote steden overeenkomsten vertonen. Tot slot doen we voortdurend een beroep op de verantwoordelijkheid van de landelijke overheid om de investeringen te doen die noodzakelijk zijn. Investeringen in salarissen en werkdrukverlaging bijvoorbeeld, maar ook gericht op regelruimte.

Maatregelen Met de Amsterdamse Lerarenagenda voert de Taskforce een doordachte set aan maatregelen uit die erop gericht is om de instroom en werving te stimuleren en het behoud van leraren te vergroten. Dit doet de Taskforce volgens twee pijlers: 1. Weg met het lerarentekort 2. Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals Weg met het lerarentekort De maatregelen om het lerarentekort te bestrijden richten zich op werving en het opleiden van meer nieuwe leraren. De Amsterdamse maatregelen dragen bij aan een verhoogde instroom van leraren. In schooljaar 2019-2020 namen 152 kandidaten deel aan een kennismakingstraject voor het primair en voortgezet onderwijs. Dit is een traject waarin je in tien dagen in theorie en praktijk leert wat het lesgeven op een school inhoudt. Van deze kandidaten zijn 89 dit schooljaar gestart met opleiding tot leraar of werkervaringstraject. Tussen september 2020 en maart 2021 hebben 60 kandidaten het kennismakingstraject gevolgd, waarvan 45 binnenkort starten als zij-instromer. Voor 94 zij-instromers is de aanvraag van een voorziening toegekend voor het realiseren van intensievere begeleiding op de school. Zo hebben de kennismakingstrajecten en de voorziening voor extra begeleiding er mede voor gezorgd dat het aantal zij-instromers in Amsterdam de afgelopen jaren enorm is toegenomen, tot 125 startende zij-instromers in schooljaar 2020-2021.

Met de reiskostenregeling, extra parkeervergunningen en voorrang op woningen verlagen we (financiële) drempels voor leraren om in Amsterdam te gaan of blijven werken. Samen met de schoolbesturen komt de gemeente met de reiskostenregeling het grootste gedeelte van het onderwijspersoneel tegemoet, bijna 1.500 fte in totaal. De regeling staat open voor leraren, onderwijsondersteunend personeel en directeuren. In het primair onderwijs maakt ruim 60% van het onderwijspersoneel dat buiten Amsterdam woont, gebruik van deze regeling. Scholen maken ook gebruik van de mogelijkheid om extra parkeervergunningen aan te vragen, maar onderzoeken ook duurzamere vervoersopties. Zo maken steeds meer schoolbesturen gebruik van het mobiliteitsadvies dat Stichting Breikers in opdracht van de gemeente aanbiedt. 4

Samen met de mobiliteitsadviseur stelt een schoolbestuur een mobiliteitsagenda op gericht op slimmer, goedkoper en duurzamer woon-werkverkeer. De campagne en de ondersteunende helpdesk ‘Liever voor de Klas’ richt zich op imagoverbetering, werving en advies voor potentiële nieuwe leraren voor het Amsterdamse onderwijs. Daarnaast heeft de gemeente de afgelopen periode met ‘De Amsterdamse Klas’ gebouwd aan een actieve community van zo’n 6000 leraren. Hier zorgen we met een breed scala (online) activiteiten en informatie voor meer verbinding en betrokkenheid tussen Amsterdamse onderwijsprofessionals .Het project Leraar voor een dag is een voorlichtingsactiviteit specifiek voor havo- en vwo-leerlingen geïnteresseerd in het beroep van leraar. In 2019-2020 zijn er 11 statushouders (vanuit het project ‘Statushouders voor de klas’) gestart met het oriëntatietraject tot leraar. Dit zijn veelal kandidaten die al ervaring hebben als leraar in een van de tekortvakken wiskunde, scheikunde en/of natuurkunde. Het enthousiasme bij de schoolbesturen zorgt voor een welkome plek op scholen voor de statushouders om het lesgeven in Amsterdam te leren. Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals Een sterke beroepsgroep is de basis van goede onderwijskwaliteit. We moeten niet alleen voldoende nieuwe leraren aantrekken voor Amsterdam, maar juist ook zittende, ervaren leraren voor ons onderwijs behouden.

Dit doet de gemeente Amsterdam onder andere met de ontwikkeling van leergangen die het loopbaanperspectief en de ontwikkelmogelijkheden van leraren vergroten. Afgelopen jaar hebben, ondanks de coronacrisis, 45 leraren uit het voortgezet onderwijs deelgenomen aan de leergangen van Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep. Leraren zijn enthousiast over de leergangen en geven de leergangen gemiddeld een 8. Daarnaast hebben 16 leraren deelgenomen aan loopbaanoriëntatietraject en werden twee online masterclasses door 50 leraren bezocht. In 2020 konden scholen voor de tweede keer een Amsterdamse teambeurs aanvragen; in totaal gingen 57 scholen aan de slag met een teambeurs. De voorziening waarmee directeuren in het primair onderwijs ondersteuning kunnen organiseren, is door 60 directeuren aangevraagd. Aanvragen zijn voor diverse activiteiten aangevraagd zodat er voor directeuren meer tijd ontstaat voor de onderwijskwaliteit door klassenbezoek, contact met ouders en onderwijsontwikkeling. Resultaat De maatregelen zijn succesvol. Het aantal zij-instromers is in Amsterdam de afgelopen jaren gigantisch gestegen van 5 zij-instromers in 2018 naar circa 140 in 2020. Amsterdamse leraren geven aan dat reiskosten en extra parkeerplekken noodzakelijk zijn om in Amsterdam te blijven werken.

We zien dan ook dat er volop gebruik wordt gemaakt van de reiskostenregeling en de extra parkeerplekken die de gemeente beschikbaar heeft gesteld. Tot slot helpt de voorziening voor ondersteuning van directeuren daadwerkelijk bij het verminderen van de werkdruk voor directeuren in het primair onderwijs. Tegelijk blijft het lerarentekort toenemen en wordt de uitdaging voor Amsterdam steeds groter. De coronapandemie vraagt veel van het onderwijs. Momenteel heeft de coronacrisis de hoogste prioriteit, maar aandacht voor het lerarentekort blijft onverminderd hard nodig is. Deze dubbele crisis raakt het hele Amsterdamse onderwijs. Samen met de Taskforce Lerarentekort blijven wij ons dan ook maximaal inzetten om het lerarentekort aan te pakken. 5

2 Inleiding Voor u ligt de tweede voortgangsrapportage van de Amsterdamse Lerarenagenda 2019-2020 ‘Liever voor de klas’. Amsterdam kampt met een urgent tekort aan leraren. In het primair onderwijs (po) zijn de problemen het grootst en is het tekort op dit moment 389 fte. Voor het voortgezet onderwijs (vo) concentreren de tekorten zich met name rondom bepaalde vakken zoals wiskunde en Frans. De voortgangsrapportage biedt u inzicht in de maatregelen vanuit de Amsterdamse Lerarenagenda om het lerarentekort te bestrijden. Amsterdamse Lerarenagenda De Amsterdamse Lerarenagenda is op 4 april 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. In de periode 2019-2023 investeert de gemeente bijna € 23 miljoen om de volgende resultaten te behalen: 1. Weg met het lerarentekort 2. Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals In Amsterdam bundelen het onderwijs, de lerarenopleidingen en de gemeente de krachten in een Taskforce Lerarentekort om het lerarentekort aan te pakken. In deze Taskforce Lerarentekort worden maatregelen bedacht, uitgevoerd en gemonitord. De maatregelen hebben allen als direct betrekking op het aantrekken of behouden van leraren, en variëren van zij-instroombeurzen tot het realiseren van ontwikkelmogelijkheden voor leraren en onderwijsondersteuners.

Daarnaast investeert de gemeente extra in randvoorwaarden zoals aanvullende reiskostenvergoedingen en extra parkeerplekken voor scholen. In deze voortgangsrapportage leest u de evaluatie en stand van zaken van alle maatregelen zoals opgenomen in de Lerarenagenda. Leeswijzer In deze rapportage wordt eerst een beeld geschetst van de diverse maatregelen die vallen onder de ambitie ‘Weg met het tekort’ en daarna de maatregelen behorend bij de ambitie ‘Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals’. Er zijn twee bijlages toegevoegd aan deze voortgangsrapportage. In bijlage 1 staan de resultaten beschreven behorende bij de actielijnen uit het Noodplan Lerarentekort waar de gemeente direct bij betrokken is. In bijlage 2 vindt u de begroting van de Lerarenagenda 2019-2023.

6

3 Verbeteren aantrekkelijkheid van het beroep 3.1 De Amsterdamse imago en wervingscampagne ‘Liever voor de klas’ Sinds eind 2017 loopt de Amsterdamse wervings- en imagocampagne ‘Liever voor de klas’, die zich richt op potentiële zij-instromers, scholieren en studenten hbo/wo. Liever voor de klas is een samenwerking van de gemeente met het Amsterdamse onderwijs en de lerarenopleidingen. Doel is het werven van leraren voor het basisonderwijs en de tekortvakken in het vo. In 2020 is de campagne gericht op zij-instromers op een lager pitje gezet. Vanwege de sterk groeiende belangstelling voor zij-instroom in het onderwijs was een brede wervingscampagne voor deze doelgroep niet meer nodig. Wel is er gedurende het hele jaar ingezet op zoekmachinemarketing voor de website Lievervoordeklas.nl en de daaraan verbonden helpdesk die potentiële zij-instromers op weg helpen naar de juiste opleiding en werkplek in de stad. Het aantal bezoekers van de website Lievervoordeklas.nl is in 2020 mede daardoor iets afgenomen ten opzichte van 2019. Tegelijkertijd nam de kwaliteit van de bezoekers toe (dit wordt gemeten op basis van tijd en het aantal pagina’s dat een bezoeker bekijkt). Adviezen Helpdesk ‘Liever voor de klas’ Om bezoekers van de website www.lievervoordeklas.nl verder te begeleiden richting het werken in het Amsterdamse onderwijs heeft de website ook een helpdeskfunctie.

De helpdesk is in beheer van het CAOP en ondersteunt de gemeente Amsterdam door potentiële toekomstige leraren te voorzien van advies op maat, specifieke vragen te beantwoorden en hen waar nodig door te verwijzen naar andere organisaties (zoals schoolbesturen of lerarenopleidingen). Dit met als doel zoveel mogelijk potentiële leraren verder te helpen in hun keuzeproces. De helpdesk heeft sinds de start van de campagne eind 2017 ruim 2300 maatwerkadviezen verstrekt aan potentiële leraren. In tabel 3.1 is te zien dat in totaal 487 personen in 2020 contact zochten met de helpdesk, zij hebben allen maatwerkadvies ontvangen. In 2021 zijn tot eind maart 86 maatwerkadviezen gegeven. Tabel 3.1 Adviezen Helpdesk ‘Liever voor de Klas’ Aantal maatwerkadviezen

2020 487

Totaal* 2365

Beantwoording aanvullende vragen Totaal

8 495

253 2618

* Het totaal zijn cijfers sinds de start van de helpdesk eind 2017, tot en met december 2020.

Nieuwe campagne gericht op de jonge studiekiezer tijdelijk ‘on hold’ door corona Door de corona-maatregelen eind 2020 zou een geheel nieuwe (online) wervingscampagne starten, gericht op scholieren en studenten in Amsterdam en omgeving om hen te interesseren voor het beroep van leraar in Amsterdam. Het nieuwe campagneconcept gericht op de jongere studiekiezer maakt gebruik van authentieke verhalen en ervaringen van Amsterdamse rolmodellen waarbij de bijzondere en mooie kanten van werken in het Amsterdamse onderwijs worden uitgelicht en deze worden gekoppeld aan de eigen herkenbare talenten van jongeren. Daarbij worden studiekiezers tot actie aangezet om zelf te 7

ervaren hoe het is om voor de klas te staan door deel te nemen aan Leraar voor een dag. Het ‘zelf ervaren’ is voor deze doelgroep een belangrijk aspect bij de oriëntatie op studie en beroep. Door de aangescherpte coronamaatregelen is de productie van de nieuwe campagne dit najaar helaas ‘on hold’ gezet. Het was en is nog niet mogelijk om met groepen kinderen en volwassenen in de openbare ruimte te filmen. Zodra dat weer kan wordt de productie alsnog opgestart. Door de coronamaatregelen was er ook zeer beperkt ruimte voor scholieren om mee te lopen in de klas via het traject ‘Leraar voor een Dag’. Mini-campagne in samenwerking met jongerenplatform VICE In oktober is daarom als alternatief een online mini-campagne ingezet in samenwerking met het jongeren mediaplatform VICE op basis van een aantal interviews met jonge leraren en leraressen. Het artikel heeft ruim 150.000 jongeren bereikt via hun tijdlijn op social media en is daarbij door ruim 8400 jongeren gelezen. De interviews kregen ook veel positieve feedback op social media.

3.2 Statushouders voor de klas In schooljaar 2019-2020 zijn er 11 statushouders gestart met het oriëntatietraject. In dit tweede jaar zijn de statushouders geselecteerd op een hoog taalniveau, zodat ze sneller het minimale taalniveau Nederlands B2 bereiken. Het oriëntatiejaar wordt door de deelnemers benut om de taal meer eigen te maken, te leren over het Nederlandse onderwijssysteem en een reëel beeld te krijgen van de lespraktijk in Amsterdam. Voor de meeste statushouders is het oriëntatietraject de start van een meerjarig traject richting het onderwijs, met uitzondering van diegenen die een gewaardeerde bevoegdheid hebben. Van de 24 deelnemers uit de eerste 2 jaar hebben 7 deelnemers een (deel)aanstelling, doen 5 deelnemers deeltijd met stage en lopen 5 deelnemers extra stage. 7 deelnemers zijn niet verder gegaan in het onderwijs. Driekwart van de deelnemers komt uit Syrië en Turkije en het merendeel van de deelnemers heeft een wiskunde achtergrond. In september is een derde groep van 13 deelnemers gestart met het oriëntatietraject waarbij het vinden van stageplekken binnen Amsterdam een uitdaging was. Over een beter koppeling van stageplekken voor dit traject worden met het onderwijs gesprekken gevoerd.

8

4 Meer leraren aantrekken en behouden: aantrekkelijk Amsterdam 4.1

Reiskostenregeling

Ruim veertig procent1 van de Amsterdamse leraren woont buiten de stad. Voor het huidige onderwijspersoneel is dit dus iets meer dan 2.000 fte. Vanwege beperkte reiskostenvergoeding in de cao reizen veel leraren op eigen kosten. Om het werken in Amsterdam voor deze mensen aantrekkelijk te houden en om nieuwe leraren aan te trekken, heeft het college voor schooljaar 2020-2021 € 900.000 beschikbaar gesteld voor tegemoetkoming in reiskosten voor leraren, onderwijsondersteunend personeel en directeuren die meer dan 20 km naar hun werk reizen. Schoolbesturen investeren eenzelfde bedrag (bovenop cao-vergoeding) in reiskosten voor hun medewerkers. Voor schooljaar 2020-2021 hebben 41 schoolbesturen in totaal ruim € 869.000 aangevraagd voor tegemoetkoming in reiskosten van hun leraren en personeel. Zo’n € 790.000 hiervan is door het primair onderwijs aangevraagd. Hiermee vergoedt de gemeente aanvullende reiskosten voor 1.285 fte in het po en 363 fte in het vo (tabel 4.1). Dit betekent dat ruim 82 procent van het onderwijspersoneel dat buiten Amsterdam woont, gebruikmaakt van deze regeling. Tabel 4.1 Totaal toegekende tegemoetkoming reiskosten per onderwijssector Sector Afstand Totaal fte waarvoor is aangevraagd 21-25 km 227 po/so 25-30 km 253 30-40 km 385 40+ km 420 Subtotaal 1.285 25-30 km 83 vo 30-40 km 131 40-50 km 149 Subtotaal 363 1.648 Totaal

4.2

Parkeren

Scholen geven aan dat een gebrek aan voldoende parkeergelegenheid of het verdwijnen van (gratis) parkeerplekken een groot knelpunt vormt bij het werven en behouden van leraren. Scholen hebben op dit moment al recht op twee keer zoveel parkeervergunningen als bedrijven 1

https://data.amsterdam.nl/publicaties/publicatie/fact-sheet-woon-werkstromen-van-amsterdamsonderwijspersoneel-po-so-en-vo/250e8856-0388-446c-a950-cb2531170ac1/

9

(zowel bedrijfsvergunningen als maatschappelijke vergunningen). Het aantal parkeervergunningen is verder afhankelijk van de ligging van de schoollocatie en het aantal medewerkers. Voor 2020 stelde de gemeente voor iedere schoollocatie twee extra parkeervergunningen beschikbaar, met uitzondering van stadsdeel Centrum waar één extra vergunning beschikbaar is. Met deze regeling maakt de gemeente werken op een Amsterdamse school op de korte termijn aantrekkelijk. Het college heeft 20 april 2021 besloten deze maatregel te verlengen tot en met 31 juli 2022. Door de coronacrisis is het ontwikkelen van structurele mobiliteitsoplossingen immers vertraagd. Tegelijkertijd zorgt de pandemie voor meer gebruik van de auto ten opzichte van het openbaar vervoer. De tijdelijke extra maatschappelijke vergunningen worden niet apart geregistreerd. Daardoor is het niet mogelijk uitspraken te doen over het gebruik van specifiek de tijdelijke maatschappelijke parkeervergunningen. Uit tabel 4.2 blijkt wel dat het totale gebruik aan parkeervergunningen is toegenomen met 23. Hierbij valt op dat scholen meer maatschappelijke parkeervergunningen gebruiken dan in 2019. Het aantal bedrijfsparkeervergunningen is daarentegen afgenomen.

Dit komt doordat een aantal bedrijfsparkeervergunningen is omgezet naar maatschappelijke parkeervergunningen, in het kader van een opschoningsactie naar het nieuwe vergunningensysteem van afdeling Parkeren. Scholen merken hier zelf niets van. Tabel 4.2 Totaal toegekende parkeervergunningen November 2019

December 2020

Totaal maatschappelijke parkeervergunningen

690

784

Totaal bedrijfsparkeervergunningen Totaal

786 1.476

715 1.499

4.3

Woningen

De Taskforce Lerarentekort en de gemeente blijven zich inzetten voor passende en betaalbare woonruimte voor leraren. Een passend woningaanbod maakt de stad immers aantrekkelijk om in te werken. Zo kunnen leraren, die anders wegtrekken naar elders waar ze wel een woning vinden, behouden blijven. Woningen voor beroepsgroepen De gemeente zet het volledige beschikbare instrumentarium in om tot meer betaalbare woningen voor leraren en zorgmedewerkers te komen. 1. Per 1 januari 2020 is de voorrangsregeling voor Amsterdamse onderwijs- en zorgprofessionals opgenomen in de Huisvestingsverordening. Resultaat: In 2020 hebben 140 onderwijs- en zorgprofessionals een woning geaccepteerd na succesvolle bemiddeling door de gemeente. In totaal zijn daarvoor 222 aanbiedingen geweest van 176 afzonderlijke adressen. 39 woningen zijn door een leraar geaccepteerd. 2. De gemeente heeft met het IVBN (Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland), Vastgoed Belang en NEPROM afgesproken dat er jaarlijks ten minste 300 nieuw 10

beschikbaar komende middeldure huurwoningen met voorrang voor deze doelgroep worden aangeboden. Resultaat: Het aanbod van nieuwe middeldure huurwoningen komt langzaam op gang. Er zijn 15 woningen van private verhuurders geaccepteerd. Met name middeldure huurwoningen en specifiek gemeubileerde studio’s worden vaak geweigerd. Veel gehoorde weigeringsgronden zijn de huurhoogte, de aantrekkelijkheid van de woning of de buurt, het huurconcept, de woninggrootte en parkeermogelijkheden. Vanuit de markt is er interesse om woningen aan maatschappelijke beroepsgroepen toe te wijzen, ook bij leden die niet aangesloten zijn bij IVBN of Vastgoed Belang. De gemeente werkt aan communicatie om de voorrangsregeling bij meer marktpartijen onder de aandacht te brengen. 3. De gemeente heeft in de prestatieafspraken met woningbouwcorporaties afgesproken dat zij jaarlijks 50-100 sociale huurwoningen en 50-100 middeldure huurwoningen met voorrang beschikbaar stellen voor deze doelgroep. Resultaat: In 2020 hebben de corporaties gezamenlijk 125 woningen aangeboden via de voorrangsregeling. Het gaat om 94 sociale huurwoningen en 31 middeldure huurwoningen. 4. Verhuurders in de vrije sector worden door het college uitgenodigd om een deel van de leegkomende bestaande woningen met voorrang beschikbaar te stellen voor Amsterdamse onderwijs- en zorgprofessionals.

Resultaat: Er hebben zich een aantal particuliere verhuurders gemeld. Drie daarvan hebben daadwerkelijk een middeldure huurwoning/woningen aangeboden. In twee gevallen heeft dit tot een geaccepteerd aanbod geleid. 5. De gemeente heeft een loket ingesteld op www.amsterdam.nl/woningberoepsgroepen waar werkgevers Amsterdamse onderwijs- en zorgprofessionals kunnen aanmelden. Resultaat: Het loket is onderdeel geworden van het Servicecentrum Onderwijs en Zorg. Leraren, schooldirecteuren en bestuurders met vragen over de voorrangsregeling worden op werkdagen direct te woord gestaan door servicecentrummedewerkers. Op de website van het Servicecentrum kunnen woningzoekende leraren nagaan of zij in aanmerking komen voor voorrang op woonruimte. Via hun werkgever kunnen zij zich aanmelden voor deze regeling. Leraren op zoek naar woonruimte Om goed in kaart te hebben welke knelpunten er spelen en waar de behoeftes liggen, heeft OIS in 2020 onderzoek gedaan naar de woonsituatie en woonbehoeften van leraren in Amsterdam. Hieruit blijkt dat de grootste groep leraren met een verwachte verhuisbehoefte (circa 950 leraren) geen zelfstandige woning heeft. Een groep van circa 300 leraren die met een gezin op minder dan 60 vierkante meter wonen, wil graag binnen 2 jaar verhuizen naar een ruimere woning binnen Amsterdam.

Het college blijft zich inzetten om het aanbod zo goed mogelijk te benutten en waar mogelijk te vergroten in zowel de middeldure huur als het koopsegment. Tijdelijke woningen in schoolgebouwen Omdat de nood hoog is heeft de gemeente gekeken naar de ruimtelijke en juridische mogelijkheden om woonruimte voor Amsterdamse leraren te creëren in tijdelijke (deels) leegstaande schoolgebouwen. Voor meerdere locaties is een haalbaarheidsonderzoek gedaan. Maar dit biedt niet de hoogwaardige woningen die leraren (vooral met een gezin) nodig hebben, en vraagt om zeer hoge verbouwingskosten. Dit plan biedt geen realistische oplossing voor het woningprobleem van leraren en zal daarom niet worden gerealiseerd.

11

5 Sterke Amsterdamse onderwijsprofessionals 5.1

Professionalisering – De Amsterdamse teambeurs

Met de Amsterdamse teambeurs kunnen onderwijsprofessionals werken aan hun professionele ontwikkeling en het versterken van hun onderwijskundige vaardigheden. Onderwijs is teamwork en de onderwijsteams dragen binnen de scholen voor primair en voortgezet (speciaal) onderwijs samen de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van kwalitatief goed onderwijs. Professionele ontwikkeling is hierbij cruciaal. Aanvragen in 2020 In 2020 konden scholen voor de tweede keer een Amsterdamse teambeurs aanvragen. In totaal hebben 57 scholen een teambeurs toegekend gekregen. Er was sprake van een onderaanvraag; 70 procent van het beschikbare budget is aangevraagd. Dit is te verklaren door de enorme overaanvraag in 2019, waarbij 214 aanvragen zijn ingediend en ruim 50 procent van het budget van vier jaar is toegekend. Ook heeft de coronacrisis mogelijk een rol gespeeld bij de keuze om geen teambeurs aan te vragen. In tabel 5.1 is te zien dat het grootste deel van de toegekende teambeurzen net als in 2019 afkomstig is uit het primair onderwijs. Vanuit het speciaal onderwijs zijn er relatief veel aanvragen toegekend ten opzichte van het totaal. Scholen kunnen hun beschikbare budget verdelen over verschillende aanvragen in verschillende jaren. Daarom is een kolom opgenomen met het aantal unieke scholen dat een of meerdere teambeurzen heeft aangevraagd.

Aan de hand van deze aantallen is te zien dat in het po, vo en so een ruime meerderheid van de scholen in 2019 of 2020 een teambeurs heeft gekregen. Alleen het vso loopt achter; daar heeft slechts 32 procent een teambeurs ontvangen. Tabel 5.1 Aantal toegekende teambeurzen per onderwijssector 1e aanvraagrond e 2019

2e aanvraagronde 2020

po

133

vo so vso Totaal

Totaal aantal scholen

% met een teambeurs in 2019 of 2020

34

Aantal unieke scholen met een of meerdere teambeurzen 153

206

74%

64

12

62

72

86%

14

7

17

27

63%

3 214

4

6

32%

57

238

19 324

73%

Bij de aanvraag geeft elke school aan voor hoeveel personeelsleden de school de teambeurs aanvraagt. In 2020 hebben ruim 1.900 teamleden profijt gehad van professionaliseringsmogelijkheden door middel van de toegekende teambeurs. Verder laat tabel 5.2 zien dat 69% van de teamleden leraren betreft. Bij het (voortgezet) speciaal onderwijs is dit percentage lager en maakt relatief veel onderwijsondersteunend personeel en overig personeel gebruik van de 12

teambeurs. Een verklaring hiervoor is dat in deze sectoren verhoudingsgewijs meer ondersteunend en extra personeel werkzaam is naast leraren. Tabel 5.2 Aantal toegekende teambeurzen – bereik onderwijspersoneel Aantal leraren

# ondersteunend personeel

Aantal schoolleiding

Aantal overig personeel

Totaal aantal teamleden

% leraren van het totaal

po

807

188

55

54

1.104

73%

vo

312

61

17

5

395

79%

so

84

65

8

35

192

44%

139 1.342

118 404

15 95

4 98

248 1.939

56% 69%

vso Totaal

Scholen geven in hun aanvraag aan op welke pijlers voor betere kansen ze focussen binnen hun teambeurstraject. Deze pijlers zijn opgesteld door het Kohnstamm Instituut.2 Het is wetenschappelijk aangetoond dat deze pijlers bijdragen aan professionalisering en ontwikkeling van lerarenteams. De pijlers zijn: 1. Educatief partnerschap en contact met gemeenschap 2. Pedagogisch klimaat, pedagogisch handelen en schoolcultuur 3. Didactisch handelen 4. Professionalisering en ondersteuning van docenten; professionele leergemeenschap 5. Extra aandacht en ondersteuning voor leerlingen 6. Extra leertijd 7. Leiderschap De meest voorkomende pijlers in 2020 zijn professionalisering en ondersteuning van docenten (pijler 4, 86 procent), pedagogisch klimaat, pedagogisch handelen en schoolcultuur (pijler 2, 54 procent) en didactisch handelen (pijler 3, 53 procent).

5.2

Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep

Het versterken van het lerarenberoep is ontzettend belangrijk om, ook op de lange termijn, het beroep aantrekkelijk te houden. Het gaat hierbij om het bieden van inspiratie, ontwikkelingsmogelijkheden, doorlopende leerlijnen en loopbaankansen. De ambitie in Amsterdam is dat de Amsterdamse leraren continue ontwikkelingsmogelijkheden hebben: van goed opgeleide leraar, naar begeleide starter, naar medior met verdiepingsmogelijkheden, naar expert. Leraren geven aan dat loopbaankansen en ontwikkelingsperspectief belangrijke factoren zijn bij de keuze om in het beroep te blijven. Het is van belang dat alle actoren in het onderwijs zich bewust zijn van de diverse ontwikkelingsmogelijkheden die in het onderwijs mogelijk zijn. In navolging van het voortgezet onderwijs is ook het primair onderwijs hier afgelopen jaar mee begonnen. In beide sectoren werken schoolbesturen, lerarenopleidingen en gemeente nu samen om de ontwikkelmogelijkheden van leraren te vergroten. Uitgangspunt hierbij is het ‘beroepsbeeld van de leraar’ dat in 2017 is ontwikkeld.3 2 3

Zie: https://kohnstamminstituut.nl/rapport/succesvolle-basisscholen-aan-het-woord/ Zie: www.beroepsbeeldvoordeleraar.nl

13

Leergangen voortgezet onderwijs Omdat nieuwe loopbaanstappen ook vragen om nieuwe kwaliteiten en competenties, biedt Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep verschillende leergangen aan. In het voortgezet onderwijs zijn dat: 1. Expert didactiek 2. Expert pedagogiek 3. Leiderschap van leraren 4. Ontwikkelingsgericht leidinggeven In schooljaar 2019-2020 hebben 45 leraren deelgenomen aan de leergangen. Deze leraren kwamen van 17 verschillende vo-scholen, verdeeld over 10 schoolbesturen. In schooljaar 20202021 nemen 41 leraren deel. Naast de leraren die deelnemen aan de leergangen zelf, worden bij elke school ook teamleiders en hr-medewerkers betrokken. Op deze manier brengt de leergang naast persoonlijke ontwikkeling ook een ontwikkelingsverandering in de school teweeg. Dit is ook de reden dat minstens drie personen per school deel moeten nemen aan de leergangen. Door meerdere personen te betrekken is het bereik binnen de school groter dan alleen de deelnemers van de leergangen zelf en ontstaat een olievlekwerking bij deelnemende scholen. Uit kleinschalig onderzoek van André Koffeman (UvA) blijkt dat de leergangen in grote mate bijdragen aan ervaren werkplezier en afwisseling. Ook ervaren deelnemers meer vertrouwen in eigen kunnen en regelruimte. Er is een klein positief effect op waardering, betrokkenheid en werkdruk.

Dat laatste wil zeggen dat de deelnemers minder werkdruk ervaren door de leergangen. Het onderzoek laat hoge correlaties zien tussen waardering en werkplezier, tussen waardering en aantrekkelijkheid van het beroep en tussen afwisseling van werk en werkplezier. Deelnemers schatten hun de kans dat de leergang leidt tot meer invloed of nieuwe taken of rollen hoog in. Loopbaanoriëntatietraject en masterclasses voortgezet onderwijs Daarnaast kunnen leraren in het voortgezet onderwijs deelnemen aan een loopbaanoriëntatietraject. Hier zijn in 2020 16 deelnemers mee gestart; dit is het maximum. Het doel van dit loopbaanoriëntatietraject is tweeledig. Allereest maakt het traject leraren en schoolleiders bewust van de loopbaanmogelijkheden in het onderwijs. Daarnaast geeft dit traject een impuls aan de rol en positie van de hr-professional; die kan hierdoor groeien van uitvoerend naar strategisch. Tot slot kunnen leraren en schoolleiders gratis deelnemen aan masterclasses, die bezocht zijn door zo’n 50 geïnteresseerden: 1. Formatief handelen door Dominique Sluismans 2. Organisatieverandering ‘Veranderen als samenspel’ door Jaap Boonstra Door corona vinden alle sessies van leergangen en masterclasses digitaal plaats. Hoewel dit niet ideaal is, zijn de deelnemers enthousiast over de sessies en de (digitale) ontmoeting met elkaar. Wel zijn de sessies digitaal korter.

Schoolleiders en leraren geven aan het door alle veranderingen rondom corona nog drukker te hebben dan normaal. Primair onderwijs Na de positieve ervaringen in het voortgezet onderwijs is ook het primair onderwijs in 2020 gestart met het creëren van een ontwikkel- en loopbaanperspectief voor leraren. Schoolbesturen, 14

lerarenopleidingen en gemeente werken in gezamenlijke verantwoordelijkheid aan het ontwerpen van de leergangen. Het afgelopen halfjaar zijn in samenwerking met leraren, schoolleiders, hr-medewerkers en schoolbestuurders vijf lijnen gekozen om op te richten: 1. Leergang Gedeeld leiderschap Na het volgen van dit leerarrangement is het persoonlijk leiderschap van leraren versterkt en is er in de organisatie een slag gemaakt in het versterken van een professionele cultuur waarbij kennis, ervaring en expertise wordt gedeeld. De leergang telt 8 bijeenkomsten en 36 deelnemers per lichting. 2. Leerarrangement Coach Light Na het volgen van dit leerarrangement zijn de leraren goed toegerust om startende leraren en/of onderwijsassistenten krachtig te coachen. Hierbij gebruiken zij coachingsinstrumenten die wetenschappelijk effectief blijken. Jaarlijks zijn er 8 bijeenkomsten voor 36 leraren. 3. Netwerk hr-professionals Hr-professionals vanuit de verschillende schoolbesturen komen hier bijeen om samen beleid te ontwikkelen, waarbij zij schoolleiders en leraren kunnen begeleiden als het gaat om loopbaanontwikkeling, loopbaanambities, loopbaanperspectief en loopbaancompetenties van leraren. Momenteel zijn er 15 hr-medewerkers bij het netwerk aangesloten. 4.

Netwerk Schoolleiders Schoolleiders worden getraind om een productief en effectief gesprek over loopbaanambities en -mogelijkheden te voeren met leraren, om vervolgens collegaschoolleiders uit de stad te trainen en te inspireren. Het netwerk gaat in april 2021 van start met 15 schoolleiders. 5. Oriëntatie op loopbaanpaden Het helpen richting te geven aan de zoektocht van leraren die op een kruispunt staan, waarna zij leren om hun eigen loopbaanplan te ontwikkelen. De kick-off is in juni 2021 en er is plek voor 60 leraren. Naast deze vijf lijnen hebben de besturen de ambitie uitgesproken om een stadskaart te ontwikkelen met alle professionaliseringsmogelijkheden vanuit opleidingsinstituten en besturen op een rijtje. De intentie van schoolbesturen om professionaliseringstrajecten binnen een bestuur open te stellen voor leraren uit de hele stad is een mooi voorbeeld van de steeds verdere stedelijke samenwerking. Vanwege de maatregelen rondom Covid-19 hebben de leergangen een half jaar vertraging opgelopen. Veel schoolleiders en leraren gaven aan een hoge werkdruk te ervaren en weinig ruimte te voelen om te starten met een ontwikkeltraject. Tegelijk is er bij een groep leraren nu juist energie om naast de dagelijkse werkelijkheid van achterstanden door corona en online onderwijs, ook op andere onderwerpen met professionalisering bezig te zijn.

Meer informatie is te vinden op www.leraareenkleurrijkberoep.nl Amsterdamse Lerarenbrigade (2018-2020) De Gemeente Amsterdam ziet het als haar verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan de onderwijskwaliteit van basisscholen in de stad. Hiervoor is de pilot Amsterdamse Lerarenbrigade (2018-2020) opgesteld. Het doel van deze voorziening was te onderzoeken hoe de onderwijskwaliteit op Amsterdamse basisscholen kan worden verhoogd door de inzet van daartoe 15

gemotiveerde samenwerkende lerarenteams van twee of meer verschillende basisscholen. Op deze manier konden de scholen basis van zelf geformuleerde kwaliteitsvragen en bijbehorende doelstellingen een kwaliteitsslag maken. Eind 2019 is als tussenevaluatie de stand van zaken in beeld gebracht via interviews met directeuren en/of andere sleutelfiguren. Eind 2020 is het project geëvalueerd met de schoolbesturen. Hieronder treft u de belangrijkste conclusies. Bevorderende factoren: o Bottom-up werken heeft bij een aantal aanvragen een grote rol gespeeld in het succes. Bottom-up werken komt echter vooral tot stand wanneer de onderwerpen en inhoud relevant zijn voor de leraren en aansluit bij de praktijk. Leraren voelen zich eerder verbonden met de gedachten en acties wanneer deze relevant zijn voor hun werkelijkheid. o Op kleine schaal kan een initiatief als deze heel succesvol en nuttig blijken. Daarmee is het echter nog niet vanzelfsprekend dat de grotere organisatie hiervan mee profiteert. Wanneer de aanvraag samenvalt in een bredere context en op een strategische keuze is gebaseerd, lijkt de kans op een breder effect groter en krachtiger, van de klas tot de bestuurskamer. Belemmerende factoren: o Er wordt veel waarde gehecht aan het samen leren van leerkrachten. Hierbij is het bij elkaar kijken onder onderwijstijd bijzonder leerzaam.

Kennisdeling op het niveau van de leerkracht vraagt veel tijd en inzet van vervanging. Het lerarentekort drukt een zware stempel op de mogelijkheden en belemmert hiermee het leren van en met elkaar. o Het stimuleren van lerende netwerken of PLG’s (professionele leergemeenschap) in scholen en tussen scholen vraagt om gedeeld leiderschap. Er ontstaat een andere lijn dan de hiërarchische. Dat kan spanningen opleveren. De positionering van ‘aanjagers, kartrekkers en specialisten’ in het systeem is belangrijk en dat vraagt ook wat van directeuren. Aanbevelingen bij kennisdeling: o Verdere kennisdeling moet aansluiten bij vraagstukken die leven in de organisatie of de scholen. Wanneer aanbod en vraag inhoudelijk niet op elkaar aansluiten, voelt het als een verplichting (terwijl er al zo efficiënt mogelijk omgegaan moet worden met menskracht). Relevantie is daarmee een voorwaarde. Dit sluit overigens ook aan bij de relevantie voor leerkrachten om tot gezamenlijk leren te komen (zie hierboven bij bevorderende factoren). o Vanuit de Gemeente Amsterdam wordt er veel georganiseerd en gefaciliteerd in overleg of andere activiteiten. Het heeft de voorkeur om waar mogelijk hierbij aan te sluiten.

5.3

Voorziening ondersteuning directeuren primair onderwijs

Schooldirecteuren zijn een essentiële schakel in het goed functioneren van een school. Door de pandemie is de druk op schoolleiders alleen maar groter geworden. Schooldirecteuren verdienen, zeker nu, een extra steun in de rug. Daarom stelt de gemeente € 10.000 euro per Amsterdamse schooldirecteur beschikbaar voor het organiseren van passende ondersteuning. Directeuren van Amsterdamse scholen voor primair onderwijs kunnen deze subsidie aanvragen om ondersteuning op maat te organiseren en zo de werkdruk te verlagen. Op deze wijze komt er meer tijd beschikbaar voor het primaire onderwijsproces, zoals leiding geven aan het lerarenteam en investeren in schoolontwikkeling. Gedurende deze collegeperiode wordt er € 2.250.000 voor gereserveerd (€ 562.500 per jaar), waarmee er voor alle directeuren ruimte voor ondersteuning is vanuit deze voorziening. 16

Resultaten Er zijn in dit schooljaar (202o/21) 60 ondersteuningsaanvragen ingediend en toegekend voor in totaal € 597.919,-. Het subsidieplafond is opgehoogd om alle goedgekeurde aanvragen te kunnen honoreren. Uit de tweede ronde van aanvragen blijkt opnieuw dat bij de Amsterdamse po directeuren behoefte is aan maatwerk in de ondersteuning, waardoor de inrichting van de voorziening goed aansluit bij het doel. Directeuren kunnen dankzij de ondersteuning op maat taken delegeren wat helpt bij het verlichten van de werkdruk.

17

Bijlage 1: Eerste resultaten Noodplan Lerarentekort PO

Noodplan Lerarentekort Inleiding In januari 2020 is het Noodplan lerarentekort Amsterdam gepresenteerd, waarin de gemeente samenwerkt met Amsterdamse schoolbesturen in het primair onderwijs en de lerarenopleidingen. De aanpak bestaat uit vier actielijnen die noodzakelijk zijn om het lerarentekort tegen te gaan. De actielijnen vormen de basis, omdat ze -in samenhang- op de korte termijn acute problemen verhelpen en op de lange termijn het lerarentekort duurzaam helpen oplossen. De lijn ‘werving en behoud’ richt zich op zowel nieuwe aanwas als op het behouden van leraren voor de stad. Belangrijk is ook de actielijn ‘omgaan met tekorten’, die met maatregelen direct de druk vermindert op scholen waar de tekorten het hoogst zijn. De actielijn ‘wonen, mobiliteit en dienstverlening’ richt zich op voorzieningen die het voor leraren aantrekkelijker maken om in de stad te (blijven) werken. Met de ‘monitoring’ worden de resultaten inzichtelijk en wordt er ook stevig ingezet op steun en maatregelen vanuit het Rijk. Ook de komende jaren blijft het tekort een belangrijke rol spelen. Door de opgelopen achterstanden door de coronacrisis zijn goede bevoegde leraren op de juiste plekken harder nodig dan ooit. De interventies van het Noodplan Lerarentekort PO dragen bij om het tekort tegen te gaan.

Doel van de aanpak In 2023 het gemiddelde tekort aan bevoegde leraren in het basisonderwijs in Amsterdam kleiner is dan 5% en er geen ongelijkheid meer is in de verdeling van het tekort over de stad. Speerpunten

1. Versterken aanbod en behoud

2. Gelijk verdelen van tekorten

3. Handelen in tekortsituatie

18

5.4

Pijler 1: Werving en behoud

5.4.1

Modulair opleiden: bevoegd voor de klas & loopbaanperspectief voor ondersteuners. Het advies komt van veel verschillende kanten, zowel uit de wetenschap als de praktijk: zet de student centraal flexibiliseer de opleidingen zodat dit beter aansluit bij de doelgroep en de onderwijspraktijk4. Schoolbesturen agenderen dit al enige jaren bij de Amsterdamse pabo’s, tot nu toe leidde dit niet tot verandering. De noodzaak is echter hoog: onderwijsassistenten staan onbevoegd voor Amsterdamse klassen, met name in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Dit zijn deels of grotendeels bekwame onderwijsassistenten, met de potentie om leraar te worden. Dat betekent nu nog: minimaal een tweejarig traject voordat ze bevoegd zijn. Dit vraagt veel van studenten in studiebelasting, tijdelijk een achteruitgang in salaris, naast een leven met bijvoorbeeld een koophuis en kinderen. Door flexibele trajecten aan onderwijsondersteuners 5 te bieden, wordt het interessanter en minder belastend om je om te scholen tot bevoegd leraar of educatief professional. Zo verhogen we het aantal bevoegde leraren voor de klas, verhogen we de onderwijskwaliteit en bieden loopbaanperspectief aan onderwijsondersteuners met potentieel.

120 maatwerktrajecten in 4 jaar De komende vier jaar worden 120 onderwijsondersteuners opgeleid tot leraar, leraarondersteuner of gespecialiseerde onderwijsondersteuner, met daarnaast als blijvend resultaat dat opleidingen flexibele ontwikkeltrajecten aanbieden richting een bevoegdheid. De doelstelling is opgenomen in het convenant behorende bij het noodplan. Dit schooljaar volgen de eerste 45 deelnemers de oriëntatiemodule. Zij kunnen leraar of leraarondersteuner worden, of zich specialiseren binnen hun functie. In februari en maart stromen er naar verwachting 10 tot 15 deelnemers door naar de lerarenopleiding, 25-30 deelnemers stromen door naar de opleiding tot leraarondersteuner of een van de andere aparte modules. De pilot start in de stadsdelen Noord, Nieuw-West of Zuidoost, daar waar de tekorten het meest nijpend zijn. Hier staan ook de meeste onderwijsassistenten onbevoegd voor de klas. Doelstelling is dan ook dat tenminste de helft van de deelnemers werkzaam is op een school in één van deze stadsdelen. Flexibel & maatwerk Iedere onderwijsondersteuner doorloopt een eigen traject, passend bij zijn of haar kennis en kunde. Dit wordt vooraf onder andere bepaald door EVC’s6, waarna ontwikkelaars van de pabo’s gezamenlijk modules ontwikkelen die leiden tot het diploma van bijvoorbeeld leraarondersteuner of leraar.

Iedere module die de onderwijsondersteuner doet leidt tot vrijstelling binnen het reguliere pabo programma. Gedurende het traject word je begeleid door een mentor of buddy; een ervaren (leer)kracht die eerder een soortgelijke stap heeft gemaakt.. Hierin wordt samengewerkt met de begeleidingspoule voor zij-instromers. Ook start een peer- en leernetwerk

4

Samen sterk voor elk kind, eindconclusies Merel van Vroonhoven, juli 2020.

5

Onderwijsondersteuners zijn: onderwijsassistenten, klassenassistenten en leraarondersteuners

6

EVC’s staat voor certificaten voor Eerder Verworven Competenties.

19

om gezamenlijk te leren. Excellente of academisch geschoolde leraren zetten hun kennis en expertise in door het ontwikkelen en uitvoeren van modules, en het begeleiden van onderwijsondersteunend personeel tijdens de opleiding.

5.5

Pijler 2: Ondersteuning van scholen in omgaan met langdurig tekort

5.5.1 Project Omgaan met langdurige tekorten Het project Anders omgaan met langdurige tekorten heeft in het eerste jaar 31 schoolteams ondersteund in het vinden van externe professionals die een deel van de onderwijstijd invullen. Met nog acht andere scholen worden op dit moment gesprekken gevoerd. Ruim 13.200 lesuren zijn inmiddels ingevuld door bewezen bekwame professionals. Meer dan 7650 leerlingen hebben deze lessen gevolgd. Voor 13.000 lesuren zijn dus leraren vrijgespeeld voor werkdrukverlaging, teamtraining of plekken opgevuld waar geen leraar was. Uit een eerste leergesprek met schoolleiders die gebruik hebben gemaakt van de middelen bleek dat alle zes zeer te spreken zijn over de mogelijkheden die het project hen heeft geboden. Uit een eerste evaluatie onder deelnemende scholen blijkt dat 90% van de scholen tevreden is over de matching, 80% van de deelnemende scholenteams ervaart lagere werkdruk. “Het loopt als een trein. Ik ben heel erg tevreden zoals het nu gaat.” Conny van Coesant – directeur De Zeven Zeeën

‘Het levert veel op, ik ben er blij mee” Rober Poggeklaas – directeur De Schakel

Ondertussen is de borging van de geleerde lessen opgestart en wordt er gewerkt aan een online platform waar scholen het aanbod makkelijk kunnen vinden en selecteren en waar schooldirecteuren geholpen worden bij de organisatie en het vinden van de juiste match. . Ook als COVID 19 straks achter de rug is, hebben teams meer handen in de klas nodig om leerachterstanden weg te werken en de kansenongelijkheid niet verder te laten toenemen. De maatregelen rondom COVID-19 zijn dan ook het grootste knelpunt gebleken voor dit project. Sinds de tweede lockdown zijn scholen niet alleen terecht terughoudend om (nieuwe, extra) volwassenen de school in te halen, er treedt ook in toenemende mate een mentale moeheid op: er past gewoon even niets nieuws bij. Wel merken we dat scholen al bezig zijn met het inrichten van het volgend schooljaar, waarmee het platform ter ondersteuning van alle scholen in Amsterdam alleen maar van meer belang geworden is.

5.6 Pijler 3: Monitoring 5.6.1 Werkgroep Monitoring Het inventariseren en monitoren van het lerarentekort is essentieel, maar ook complex. Het geeft inzicht in (verschillen in) het tekort op gebiedsniveau en per schoolgewicht. In oktober 2019 en 2020 heeft Amsterdam het tekort zelf geïnventariseerd door middel van de Amsterdamse Monitor. Vanaf 2021 sluit Amsterdam aan bij de meting van het lerarentekort zoals dat voor de G5 wordt uitgevoerd op basis van de OCW-methodiek. 20

Nieuwe methodiek voor bepalen van het lerarentekort Deelnemen aan de meting in G5-verband en met de OCW-methodiek heeft als voordeel dat er nu jaarlijks zowel in februari als in oktober een meting kan worden gedaan, dat resultaten kunnen worden vergeleken met de andere G5 en dat de data voor de tekortbepaling decentraal bij de scholen en besturen in plaats van centraal op basis van open DUO data wordt verzameld. Betrouwbaarheid van de OCW-methodiek verhogen De betrouwbaarheid van de OCW-methodiek en de resultaten van de recente meting in februari 2021 is nog onvoldoende. Amsterdam werkt in aanloop naar de aanstaande oktobermeting samen met OCW en de G5 aan het verbeteren van de methodiek en inventarisatie. Belangrijke verbeterpunten zijn het eenduidig invullen van de inventarisatie op schoolniveau, het inbouwen van een controle op bestuursniveau en het verhogen van de respons van Amsterdamse scholen (2021: 67%, 2020: 91%). Resultaat van de meting met de nieuwe methodiek Vanwege de overstap naar de nog onvoldoende betrouwbare OCW-methodiek en het nieuwe peilmoment in februari zijn de resultaten van de eerste meting met de OCW-methodiek niet te vergelijken met de eerdere metingen met de Amsterdamse monitor (2019: 12,6% en 2020: 10,3%). Het lerarentekort in februari 2021 is met de OCW-methodiek vastgesteld op 12,5%.

Net als in voorgaande metingen hebben scholen met een hoog schoolgewicht een hoog tekort. Vergeleken met de andere G5 ligt het Amsterdamse tekort in lijn met Den Haag, Almere en Rotterdam. Uit de metingen van februari en oktober 2020 blijkt dat in de overige G5 de tekorten in oktober 2020 kleiner waren dan in februari 2020 en dat de tekorten in februari 2021 weer waren toegenomen. Naar aanleiding van het gebruik van de nieuwe methodiek zijn zeven schoolbesturen geïnterviewd. Zij erkennen dat het tekort nog steeds zorgwekkend hoog is en dat het niet op korte termijn opgelost zal zijn. De verwachting is dat leraren na de coronacrisis weer meer van baan zullen wisselen en uit Amsterdam zullen vertrekken.

5.7 Pijler 4 , mobiliteit en dienstverlening 5.7.1 Servicecentrum onderwijs en zorg Met het servicecentrum onderwijs en zorg zetten we in op een verbetering van dienstverlening voor professionals in het onderwijs en de zorg. Door de gemeentelijke voorzieningen op het vlak van parkeren, mobiliteit, reiskosten en woonruimte zo goed mogelijk afgestemd op die beroepsgroepen aan te bieden, streven we naar behoud en toename van leraren en zorgmedewerkers In Amsterdam. Leraren, schooldirecteuren en schoolbestuurders kunnen bij het servicecentrum terecht voor parkeervergunningen voor scholen, de reiskostenregeling voor onderwijspersoneel en de voorrangsregeling wonen. In 2021 worden het mobiliteitsadvies van Stichting Breikers en het probeeraanbod deelvervoer toegevoegd. Het servicecentrum is geopend op 6 juli 2020. Het servicecentrum werkt via het stadsloket Centrum met twee medewerkers, een eigen website, e-mailadres en telefoonnummer en een 21

goed werkend cliëntrelatiesysteem. De medewerkers geven informatie over onze producten, helpen en pakken regie op zaken die vastzitten binnen de gemeentelijke organisatie. Zij hebben daartoe een directe lijn met de directies Parkeren, V&OR, Wonen en OJZD. Het servicecentrum werkt goed. Cliënten zijn blij met de hulp. Sinds 8 februari 2021 is het servicecentrum ook bereikbaar voor professionals uit de (jeugd)zorg. Voor de periode van juli tot en met januari 2021 waar het servicecentrum alleen voor het primair en voortgezet onderwijs beschikbaar was, was er sprake van 330 contacten, waarvan 119 casussen. In die gevallen is regie op de casus gevoerd, zijn zaken uitgezocht, is informatie verstrekt, de procedure versneld en/of heeft het servicecentrum bespoedigd dat een product werd geleverd. Tabel 5.3 laat de contacten en casussen in detail zien. Tabel 5.3. Contacten en casussen servicecentrum onderwijs juli t/m januari 2021 6 juli 2020 – 31 januari 2021 Contacten Casussen

Parkeren

Wonen

Reiskosten

Anders

Totaal

164

116

3

47

330

48

42

2

27

119

5.7.2 Mobiliteitsaanpak publieke professionals Amsterdam werkt vanuit de Agenda Autoluw aan het verbeteren van de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad door niet-noodzakelijk autoverkeer te ontmoedigen. Dit heeft gevolgen voor de ruim veertig procent van de Amsterdamse leraren die buiten de stad wonen.7 Deze leraren zijn onmisbaar voor de stad. Daarom werkt de gemeente in samenwerking met schoolbesturen aan een mobiliteitsaanpak voor onderwijspersoneel. Mobiliteitsadvies voor schoolbesturen Daarom kunnen schoolbesturen sinds eind 2020 gebruikmaken van mobiliteitsscans en mobiliteitsadvies van Stichting Breikers. Breikers ondersteunt bedrijven en organisaties bij hun transitie naar slimme en duurzame mobiliteit. De gemeente faciliteert de scans en het advies voor schoolbesturen. Een schoolbestuur krijgt in een adviestraject zo’n 40 uur ondersteuning van een mobiliteitscoach. Deze coach helpt het schoolbestuur bij het vormgeven van een eigen mobiliteitsagenda: van inspiratiesessie tot verbeterplan, van implementatie tot evaluatie. In 2020 hebben 25 schoolbesturen data aangeleverd voor de mobiliteitsscan en zijn vijf schoolbesturen gestart met het adviestraject. Schoolbesturen geven aan mobiliteit niet hoog op de prioriteitenlijst te hebben staan vanwege corona.

Ontwikkeling probeeraanbod deelmobiliteit Vanuit het programma Deelmobiliteit (Verkeer en openbare ruimte) werkt de gemeente aan een probeeraanbod deelmobiliteit, waarbij onderwijs- en zorgmedewerkers gratis reistegoed krijgen voor deelfietsen en elektrische deelscooters. Deze kunnen worden getest als goed

7

https://data.amsterdam.nl/publicaties/publicatie/fact-sheet-woon-werkstromen-van-amsterdamsonderwijspersoneel-po-so-en-vo/250e8856-0388-446c-a950-cb2531170ac1/

22

vervoersalternatief vanaf een (metro)station of P+R-voorziening, of tussen twee werklocaties. Het probeeraanbod is ontwikkeld in 2020 en gaat van start in het voorjaar van 2021. De planning is vertraagd door corona. Stimuleren elektrisch fietsen Omdat de Agenda Autoluw en de tekorten in zorg en onderwijs op gespannen voet met elkaar staan, werkt de afdeling Verkeer en openbare ruimte aan mobiliteitsarrangementen voor publieke professionals. Het stimuleren van elektrisch fietsen heeft daarbij veel potentie. Leraren reizen op die manier snel, duurzaam en gezond. De mobiliteitsscans van Breikers laten ook zien dat elektrisch fietsen voor veel leraren een goed vervoersalternatief is, evenals de pilot Elektrisch fietsen uit 2019. De hoge aanschafkosten vormen een belemmering voor leraren. Ook maken ze zich zorgen over veilige stallings- en laadmogelijkheden op school. Team Lerarenagenda is nauw betrokken bij de uitwerking van dit mobiliteitsarrangement.

23

Bijlage 2: Begroting Lerarenagenda 2019-2023 20192020

2020-2021 2021-2022 2022-2023

20232024

Totaal

Noodplan**

1.550.000 5.593.000 2.623.800 2.580.200 2.580.200 14.927.200

Behoud en werving leraren

700.000

Omgaan met langdurige tekorten

1.415.000

1.175.000

1.175.000

1.175.000

5.640.000

2.500.000 -

-

- 2.500.000

1.188.000

1.188.000

1.188.000

1.188.000 5.602.000

490.000

260.800

217.200

217.200

Wonen, mobiliteit en dienstverlening Monitoring, communicatie en organisatie

850.000

Lerarenagenda***

6.864.500 3.177.500

1.347.500 1.277.500

- 12.667.000

1.1 Amsterdamse teambeurs

5.602.000 1.830.000

-

-

- 7.432.000

directeurenbeurzen

562.500

562.500

562.500

562.500

- 2.250.000

versterking lerarenberoep VO

400.000

370.000

370.000

300.000

- 1.440.000

overige projecten Lerarenagenda

300.000

415.000

415.000

415.000

- 1.545.000

Totaal

8.414.500 8.770.500 3.971.300 3.857.700 2.580.200 27.594.200

Toelichting ** loopt van 1 augustus 2020 tot 1 augustus 2024. Projecten met bedragen in schooljaar 20192020 vallen onder de Lerarenagenda voor dat schooljaar en per 1 augustus 2020 onder het Noodplan. *** loopt van 1 augustus 2019 tot 1 augustus 2023. Per 1 augustus 2020 zijn bepaalde projecten deel gaan uitmaken van het Noodplan. Hierboven staat de geïntegreerde meerjarige begroting voor de Lerarenagenda en het in 2020 er aan toegevoegde Noodplan. Deze vormen samen de Meerjarenbegroting (MJB) Aanpak Lerarentekort (gemeentelijk deel). Aan het Noodplan dragen de schoolbesturen in het primair onderwijs in Amsterdam bij. Dit is een verplichting horend bij de subsidie vanuit OCW voor het convenant dat op basis van dit Noodplan 24

1.185.200

door OCW, de Amsterdamse schoolbesturen in het primair onderwijs en de gemeente Amsterdam is gesloten. In totaal krijgen de schoolbesturen in de periode van augustus 2020 tot augustus 2024 € 27 miljoen subsidie. Deze wordt in zijn geheel besteed aan de grotestedentoelage. De gemeente en schoolbesturen moeten daartoe € 13,6 miljoen aan cofinanciering over dezelfde periode bijdragen. Er is tevens een aparte subsidie vanuit OCW voor het project zij-instroom (deel van Behoud en werving leraren). Ook hier zit een cofinancieringsverplichting aan vast (€ 6,8 miljoen in totaal). In totaal bedraagt de meerjarige begroting voor het Noodplan € 82,1 miljoen (waarvan € 32,6 miljoen voor het project zij-instroom).Wijzigingen tussen de oorspronkelijke meerjarige begroting Lerarenagenda 19-23 en de MJB Aanpak Lerarentekort zitten vooral in de teambeurzen (opgehoogd met € 2,8 miljoen voor schooljaar 19-20 en stopgezet per augustus 2021 (vanwege gemeentelijke bezuinigingen) en in de toevoeging van schooljaar 2023-2024 voor het gemeentelijke aandeel in het Noodplan, vanwege de looptijd van het convenant tot 1 augustus 2024.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10450634/1