CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Voortgangsrapportage Cruciale Mijl

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 8 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bewerk Agendapunt Akkoord Ter kennisneming Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en voortgangsrapportages van de infrastructuur projecten Cruciale Mijl en Tramstalling op het Zeeburgereiland (VN2025-018617)1.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

1 december 2025 Pagina 1 van 5

Bijlage 2 Voortgangsrapportage Cruciale Mijl 1. Dashboard Onderstaand dashboard toont per indicator de stand van zaken per 1 december 2025 en dient als referentie voor de volgende voortgangsrapportage. In de volgende rapportage zal ook de ontwikkeling ten opzichte van dit eerste rapportagemoment zijn opgenomen. 1e Voortgangsrapportage RGP project Cruciale Mijl, fase PBI-2 Scope

Scope van het project is vastgelegd in het raadsbesluit van oktober 2024 (PBI-2 besluit) en meer gedetailleerd in het Projectplan Cruciale Mijl, dat is vastgesteld door de ambtelijk opdrachtgever V&OR en de projectpartners G&O en VRA.

Planning

Het projectteam werkt volgens de in het projectplan vastgelegde planning. Bestuurlijke besluitvorming over de resultaten van PBI3 is in de eerste helft van 2027. Een tussenmoment (PBI-3a) is mogelijk medio 2026, afhankelijk van de noodzaak om de inhoudelijke of financiële kaders te herzien. Het bij het PBI-2 raadbesluit vastgestelde projectbudget is €239 mln (prijspeil 2024, P50), ofwel €278 mln (P85). Dekking hiervoor bestaat deels uit een rijkssubsidie (€59 mln). Het resterende deel wordt gefinancierd vanuit de fondsen ORM (V&OR), VEF (G&O) en BDU (VRA), alle drie 1/3. Bij de nadere uitwerking van de voorkeursoplossing is een aantal ontwerprisico’s geïdentificeerd, die mogelijk tot kostenstijgingen kunnen leiden (o.a. door de herindeling van de Enneüs Heermabrug). Nader onderzoek de komend maanden moet leiden tot zekerheid hierover. Op dit moment zijn de risico’s beheersbaar. De organisatie van het projectteam en haar ambtelijk opdrachtgever is op sterkte. Het project wordt op dit moment vrijwel volledig bemenst vanuit het eigen ambtelijk apparaat. Vanaf medio 2026 wordt voorzien dat aanvullende inzet van een extern adviesbureau noodzakelijk zal zijn.

Financiën

Risico’s

Organisatie

Definitie: Buiten vastgestelde kaders, niet beheersbaar door projectteam; escalatie naar bestuur Buiten vastgestelde kaders, beheersbaar door projectteam Binnen vastgestelde kaders

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

1 december 2025 Pagina 2 van 5

2. Toelichting op indicatoren Scope De scope van fase PBI-3 van het project is vastgelegd met het raadsbesluit van 10 oktober 2024 (Voorkeursbesluit PBI-2). Dit betekent dat de uitwerking in deze Definitiefase plaatsvindt volgens scenario 1-min, met een korte onderdoorgang ter plaatse van de kruising IJburglaan/Zuiderzeeweg. Scope-onderdelen Op hoofdlijnen bestaat de scope van het project uit de volgende onderdelen: 1. Ongelijkvloers maken van de kruising Zuiderzeeweg-IJburglaan, door de aanleg van een auto-onderdoorgang van 170 meter; 2. Aanpassen van drie gelijkvloerse kruisingen op Zeeburgereiland en Steigereiland; 3. Verbreden van de op- en afritten naar de A10; 4. Verleggen van de trambaan van lijn 26 naar de noordzijde van de IJburglaan; 5. Bouw van een nieuwe fiets-/voetgangersbrug tussen Zeeburgereiland en Steigereiland; 6. Herindeling van de bestaande Enneüs Heermabrug (verwijderen fiets-/voetpaden, verleggen trambaan, uitbreiding rijstroken); 7. Aanleg van een calamiteitenkeervoorziening voor de IJtram; 8. Vergroenen van het profiel van de IJburglaan; 9. Verleggen van alle hoofdtracés kabels en leidingen in de IJburglaan; 10. Opstellen van een faseringsplan, waarmee de omliggende gebieden tijdens de uitvoering veilig bereikbaar en leefbaar blijven. 11. Onderzoek consequenties van de ‘Motie Moeskops’ (zie hiervoor).

Relatie met project Tramstalling Zeeburgereiland Het project heeft een nauwe relatie met het project Tramstalling Zeeburgereiland, dat ook onder de RGP valt en waarvoor een separate voortgangsrapportage zal worden gemaakt. Het spoorgedeelte van de Cruciale Mijl (de verlegging van de IJtram naar noordelijke ligging), de calamiteitenkeervoorziening en de tramstalling zijn niet alleen fysiek verbonden, maar vormen ook een samenhangende infrastructuur van het werkende vervoerssysteem IJtram na oplevering van beide projecten. Om die reden wordt het spoorontwerp van deze projecten integraal beschouwd. Planning Op dit moment loopt het project conform de planning in het projectplan. Het projectteam streeft ernaar resultaten van fase PBI-3A in het eerste kwartaal van 2026 beschikbaar te hebben. Dit is echter afhankelijk van de uitkomsten van een aantal technische onderzoeken die momenteel lopen. Als voorbeeld kan het onderzoek naar de draagkracht van de Enneüs Heermabrug (de stalen boogbrug naar IJburg) worden genoemd. De trambaan moet op deze brug worden verlegd naar de noordkant, maar uit de eerste detailberekeningen blijkt dat dit, door het geoptimaliseerde ontwerp van de brug, mogelijk niet kan binnen de vigerende ontwerpnormen. En zo lopen er nog enkele onderzoeken die het ontwerp kunnen beïnvloeden.

Begin 2026 zal over al deze onderzoeken duidelijkheid zijn en zullen de gevolgen voor de planning en de kosten van het project in beeld worden gebracht. Na afronding van fase PBI-3A zal het project verder worden uitgewerkt tot op voorontwerp-niveau in fase PBI-3B. Een definitief bestuurlijke besluit over fase PBI3 (het Definitiebesluit, te nemen door het college) is nu gepland halverwege 2027. Wanneer de resultaten van PBI-3A aanleiding geven tot bijstelling van de scope of van het projectbudget, zal hiervoor eerst de bestuurlijke goedkeuring worden gevraagd.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

1 december 2025 Pagina 3 van 5

Financiën Dekking investeringskosten De Cruciale Mijl is een zeer complex project, zowel wat betreft scope (lange, doorsnijdende infrastructuur), aard (ondergrondse constructies), als omgeving (veel raakvlakken). Dit brengt een relatief grote mate van onzekerheid mee in de kosten, zoals geraamd in fase PBI-2. De kostenraming van de Cruciale Mijl sluit aan bij de Regeling Grote Projecten, waarin geldt dat de kosten op P85-niveau worden gepresenteerd. Dit betekent dat de kans dat de kosten lager uitkomen 85% is, en de kans dat de kosten hoger uitkomen 15% is. Normaliter worden bij kleinere projecten de kosten gepresenteerd op basis van P50: een kans van 50% dat het meer wordt, of minder wordt. Het huidige projectbudget is gebaseerd op de kostenraming ten tijde van het PBI-2 besluit uit oktober 2024. De totale investeringskosten (prijspeil 2024, SSKsystematiek, inclusief planvoorbereidingskosten, exclusief BTW) zijn geraamd op: - P50: €239 miljoen - P85: €278 miljoen De dekking van de kosten (P85) is gebaseerd op vier verschillende financieringsbronnen: - rijkssubsidie (Ministerie van I&W): € 52,4 mln - investeringsfonds ORM (directie V&OR): € 75,2 mln - vereveningsfonds (directie G&O): € 75,2 mln - BDU-subsidie (bijdrage VRA): € 75,2 mln - Totaal: € 278 mln Voorbereidingskosten Het door de raad vrijgegeven voorbereidingskrediet voor fase PBI-3 bedraagt €9 miljoen.

Bij de start van PBI-3 zijn de benodigde voorbereidingskosten opnieuw geraamd op basis van een gedetailleerde capaciteitsbegroting. Daaruit volgt dat voor het volledig doorlopen van PBI-3 €12,9 miljoen aan voorbereidingskosten nodig is. Dit zal passend worden gemaakt binnen het totaal aan geraamde voorbereidingskosten voor alle fasen (incl. PBI-4 en PBI-5), zoals vastgesteld bij het PBI-2 besluit. Bij de aanbieding van de resultaten van fase 3A zal te zijner tijd een aanvraag voor aanvullend voorbereidingskrediet voor PBI-3 worden gevoegd. De uitgaven in fase 3A lopen op dit moment in de pas met de prognose, gerelateerd aan de op te leveren producten conform het projectplan.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

1 december 2025 Pagina 4 van 5

Risico’s Hieronder is een aantal risico’s in het project benoemd, inclusief de voorgestelde beheersmaatregelen. Deze risico’s zijn geïdentificeerd bij de start van fase PBI-3 (begin 2025) en geactualiseerd op basis van de recente inzichten. Het totale risicodossier bestaat uit meer risico’s, waarvoor diverse beheersmaatregelen zijn geformuleerd en die in PBI-3 worden gehanteerd. De belangrijkste staan hieronder. Nr. Omschrijving risico 1 De bestaande Enneüs Heerma brug blijkt constructief niet geschikt voor de noodzakelijke herindeling van de verkeersstromen (verplaatsen trambaan). Gevolg is dat de trambaan over de nieuw te bouwen aparte brug moet, die daardoor duurder wordt. 2 De bouwlocatie is niet tijdig, of niet volledig, vrij van kabels en leidingen, door moeizame afstemming met alle verschillende K+Lbeheerders. 3 Geen tijdige overeenstemming met RWS over het aanpassen van de open afrit van de A10 (toevoegen extra in-/uitvoegstrook). Dit kan een verkeerskundige of constructieve oorzaak hebben. 4 Het lukt niet om met de voorgestelde oplossing te voldoen aan alle eisen en normen m.b.t. geluid, stikstof, CO2 en fijnstof. 5

Weerstand tegen het project bij bewonersgroepen, milieuorganisaties, gemeentelijke afdelingen, of politiek

6

Mislukte aanbesteding door verzadigde markt. Recente aanbestedingen laten zien dat projecten steeds meer moeite hebben een geschikte aannemer te vinden. Het in PBI-2 vastgestelde projectbudget blijkt ontoereikend om scenario 1-min uit te voeren, door diverse noodzakelijke ontwerpwijzigingen in PBI-3.

7

Beheersmaatregel Op basis van uitkomsten constructief onderzoek overleg voeren met bevoegd gezag (Omgevingsdienst) en beheerder (V&OR). Uiterste consequentie: budgetverhoging nodig. Vroegtijdig gesprek opstarten met de K+L-beheerders; harde afspraken over planning maken.

Vroegtijdig ontwerp met RWS bespreken en eventueel aanpassen.

Reeds bij schetsontwerp onderzoek doen naar geluid en luchtkwaliteit, zodat eventuele maatregelen tijdig in het ontwerp meegenomen kunnen worden. Tijdig in gesprek met alle belanghebbenden (o.a. via klankbordgroep bewoners); bestuur regelmatig informeren over voortgang; duidelijk blijven maken dat het gaat om maatregelen die vooral bedoeld zijn voor fietsers, openbaar vervoer en leefbaarheid. Vroegtijdig in gesprek met marktpartijen over de voorwaarden waaronder dit project zo aantrekkelijk mogelijk kan zijn voor hen. In fase PBI-3 een tussenmoment inbouwen (PBI-3a) waarop de kosten geactualiseerd worden en eventuele herijking van het PBI-2 besluit kan plaatsvinden.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

1 december 2025 Pagina 5 van 5

Organisatie Bemensing ambtelijke organisatie Op dit moment is het projectteam op volle sterkte en is ook de organisatie van het ambtelijk opdrachtgeverschap goed geregeld. Er werken circa 80 mensen aan het project, de meesten part-time. De werkzaamheden vinden hoofdzakelijk plaats door ‘eigen’ mensen, vanuit de gemeentelijke organisatie. Hoewel grootste deel van deze mensen werkzaam is bij het Ingenieursbureau, zijn zij afkomstig uit meerdere directies binnen het fysieke domein (IB, R&D, V&OR, G&O, PMB), en daarnaast uit GVB en VRA. Voor enkele specialistische kennisonderdelen (bv. spoorkennis) wordt gebruikt gemaakt van specialisten vanuit de markt. In de tweede helft van fase PBI-3 (PBI-3b) zal mogelijk een grotere inzet van marktpartijen nodig zijn, wanneer de gemeentelijke capaciteit hiervoor onvoldoende is. Hiertoe wordt op dit moment een aanbesteding van adviesdiensten voorbereid, die moet leiden tot een grotere flexibele schil, waarmee snel en adequaat op de wisselende capaciteitsvraag kan worden ingespeeld. Samenwerking met strategische partners Het ambtelijk opdrachtgeverschap van de Cruciale Mijl ligt bij de directie V&OR. De directie G&O en de VRA hebben echter als medefinancier van het project ook een rol in het opdrachtgeverschap. Afstemming tussen de drie partijen vindt plaats in het Opdrachtgeversoverleg (OGO), dat als stuurgroep fungeert.

In dit overleg kunnen, indien nodig, ook andere partijen deelnemen, zoals de directie R&D, of het GVB. Op projectniveau vindt afstemming met al deze partijen plaats via diverse procedurele en inhoudelijke werkgroepen. Stakeholders en communicatie Er zijn veel belanghebbenden rond dit project. Daarbij is onderscheid te maken tussen shareholders (de strategische partners), professionele stakeholders en overige stakeholders. In de afgelopen periode zijn de professionele stakeholders betrokken in ontwerpateliers, gesprekken en werksessies. Daarnaast hebben gesprekken plaatsgevonden met betrokken bewonersgroepen, VVE’s en belangenorganisaties. Eind 2025 vindt naar verwachting de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep plaats, waarin de georganiseerde bewoners en andere belangengroepen worden betrokken bij de onderzoeksvragen, en ook als klankbord dienen bij afwegingen. Na het PBI-3A besluit wordt de participatie verbreed, om te komen tot een voorlopig ontwerp. Tot slot is het project zichtbaar aanwezig op de periodieke Meet-ups in het gebied en vertellen we graag over de stand van zaken via de nieuwsbrieven van de (ontwikkel)gebieden. Begin 2026 zal naar verwachting een overkoepelend participatieplan ter besluitvorming worden voorgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16411006/2