Bijlage 2_Voortgang instrumenten Omgevingswet.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2: Voortgang instrumenten invoering Omgevingswet In het nieuwe stelsel ligt de nadruk op het goed werkend krijgen van de beleidscyclus. Om dit voor elkaar te krijgen moeten de instrumenten van de Omgevingswet goed op elkaar aansluiten. Stevig verbinden van beleid met uitvoering om doelgerichter resultaten te bereiken in de leefomgeving. Dat betekent zorgen voor verbinding op de inhoud, de doorwerking van beleid naar regels, uitvoering, monitoring van het effect en eventueel bijstellen van beleid. Maar dat betekent ook verbinding in de keten. Samenwerking tussen beleidsmakers, vergunningverlening, toezicht en handhaving, en monitoring om onze effectiviteit en wendbaarheid te vergroten. Wat is het doel en hoe kunnen we dat bereiken? Welk instrument wordt ingezet en hoe werkt dat door in de uitvoeringspraktijk? Amsterdam werkt in de voorbereiding op de Omgevingswet aan het beter laten functioneren van deze beleidscyclus en past de manier van (samen)werken daaropaan. We verbeteren zo onze dienstverlening aan de burger, zijn effectiever in het oppakken van zaken die spelen in de leefomgeving en transparanter in de regels die gelden, en onze werkwijze als gemeente/bevoegd gezag. Het omgevingsloket vormt de toegang tot de regels en het aanvragen van een verguning.
Naast de cyclus als geheel moeten ook alle onderdelen goed werken. De uitvoering van het programma is in volle gang. In 2021 ligt de focus op het afronden van de onderdelen die van belang zijn voor invoering van de wet. In de jaren van transitie die volgen tot en met 2029 wordt stap voor stap het stelsel als geheel geïmplementeerd en aangepast op basis van de ervaring die wordt opgedaan.
1
Hieronder wordt per onderdeel toegelicht wat de stand van zaken is. 1.1 Omgevingsvisie: De omgevingsvisie is de vervanger van de 10 jaar oude structuurvisie en geeft de visie op de toekomst van Amsterdam en de regio. De omgevingsvisie vormt het kader voor de ontwikkeling van de stad, waarin de bijbehorende beleidsdoelen worden onderbouwd. De visie is opgesteld volgens de eisen uit de Omgevingswet; de scope is verbreed naar de fysieke leefomgeving zodat nu naast de fysieke onderwerpen ook onderwerpen als veiligheid en gezondheid zijn meegenomen. Het grote belang dat in de Omgevingswet aan participatie wordt gehecht, is in de visie verwerkt (uitgewerkt in hoofdstuk 21. ‘Samen stadmaken’). Tijdens het opstellen van de visie is geëxperimenteerd met nieuwe vormen van participatie en Samen stadmaken. Gelijk met het werken aan de omgevingsvisie is een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Dit rapport is onderdeel van de omgevingsvisie. In de OER is de kwaliteit van de fysieke leefomgeving voor de huidige situatie (2020), de referentiesituatie in 2050 (beleid zonder omgevingsvisie) en het voorkeursalternatief (beleid inclusief omgevingsvisie) in beeld gebracht en beoordeeld. Er wordt verkend of de OER kan worden doorontwikkeld tot een monitoringsinstrument voor de Amsterdamse fysieke leefomgeving. Daarmee levert de OER een bijdrage aan het monitoren en evalueren.
Dit laatste product in de beleidscyclus geeft input voor wijzigingen en/of aanvullingen in de nieuwe omgevingsvisie. 1.2 Omgevingsplan: Na invoering van het stelsel Omgevingsrecht is het niet langer mogelijk bestemmingsplannen ter inzage te leggen. Het nieuwe stelsel biedt een nieuw instrument: het omgevingsplan. Er is straks één omgevingsplan voor heel Amsterdam. In de beleidscyclus is het omgevingsplan het instrument waarin wordt vastgelegd wat we willen reguleren om de doelen van de visie te kunnen realiseren en om de leefomgeving voldoende te kunnen beschermen. Het omgevingsplan vormt het toetsingskader voor de omgevingsvergunning. Als in de omgevingsvisie een ambitie is bepaald en beleidsmatig in een programma is uitgewerkt, kan in het omgevingsplan de juridische regel worden opgenomen Dit nieuwe instrument biedt meer mogelijkheden dan het bestemmingsplan. Regels hoeven niet beperkt te blijven tot regels die nodig zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In het omgevingsplan kunnen regels worden opgenomen die gaan over de fysieke leefomgeving. Met het besluit van 19 maart 2019 heeft het College de kaders voor het omgevingsplan vastgesteld.
Deze bestaat zoveel mogelijk uit beleidsarm geharmoniseerde en geüniformeerde ruimtelijke regels uit de huidige bestemmingsplannen en een beleidsarme vervanging van de gedecentraliseerde Rijksregels in de zogenaamde bruidsschat. Dit draagt bij aan het transparant en begrijpelijker maken van de regels die er gelden in onze stad. Bij invoering van de Omgevingswet ontstaat dit ene omgevingsplan Amsterdam vanzelf, het zogenaamde ‘tijdelijke omgevingsplan van rechtswege’. Dit is een formele juridische samenvoeging van alle Amsterdamse bestemmingsplannen, drie gemeentelijke verordeningen (de erfgoedverordening, de hemelwaterverordening, en de geurverordening) en de bruidsschat (die regels bevatten die onder de Omgevingswet van het Rijk naar de gemeente over gaan). Dit omgevingsplan van rechtswege voldoet nog niet aan alle wettelijke vereisten van het nieuwe stelsel. Amsterdam heeft tot 2029 de tijd om ervoor te zorgen dat er een ‘omgevingsplan Amsterdam’ ontstaat dat wel aan alle wettelijke eisen voldoet. Dat betekent dat alle bestemmingplannen van Weesp en Amsterdam, een heel aantal ruimtelijke verordeningen en de bruidsschatregels omgezet zijn naar de nieuwe systematiek. Vanwege deze omvangrijke opgave en de intentie om voorgenomen gebiedsontwikkelingen, transformatie van gebieden en
2
verankering van nieuw vastgesteld beleid, geen vertraging te laten oplopen, is een transitiestrategie voor het omgevingsplan opgesteld. Momenteel wordt gewerkt aan het opstellen van een basisregelset voor het nieuwe omgevingsplan. Deze regels zijn activiteit-gericht beschreven, in begrijpelijke taal, toepasbaar (dat wil zeggen digitaal vertaalbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)) en uitvoerbaar voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Tegelijk met het maken van de juridische regels voor het omgevingsplan, maken wij toepasbare regels, die als vragenbomen voor initiatiefnemers in het digitale omgevingsloket worden opgenomen. Deze regels worden dan in de komende jaren gebiedsgewijs en themagewijs middels wijzigingsbesluiten uitgerold over de stad, met maatwerk voor de verschillende gebieden. Vaststellen van de wijzigingsbesluiten in het Omgevingsplan is een bevoegdheid van de Raad. De planning is erop gericht om medio 2022 het eerste wijzigingsbesluit als ontwerp ter inzage te kunnen leggen. Omdat we nog veel dingen aan het ontdekken zijn, mensen opgeleid moeten worden, de capaciteit beperkt is en er geoefend moet worden met de nieuwe materie, is de verwachting dat de transitieperiode volledig benut zal worden. 1.3 Omgevingsvergunning: De hoofdregel voor alle omgevingsvergunningen wordt een maximale behandeltijd van acht weken.
Begin 2019 is het Vergunningenbeleid 2019 vastgesteld. Dat is aanleiding geweest om het Wabo-vergunningenproces te herijken. In het herijkte vergunningenproces zijn afspraken over doorlooptijden aangescherpt in voorbereiding op de Omgevingswet. Hieruit is het Wabo 2.1 proces ontstaan, waarbij de focus onder meer ligt op kortere doorlooptijden en meer aandacht voor de klant. Zowel bij het Wabo 2.1 proces als de Omgevingswet is de aanpassing van de huidige werkprocessen een belangrijke en stevige opgave. Hieronder vallen ook de inrichting van het VTH zaakbehandelingssysteem PowerBrowser en de aansluiting op het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet). Het DSO is het stelsel van het Omgevingsloket, de systemen erachter en de lokale systemen van overheden. Amsterdam is inmiddels aangesloten op het DSO. In de procesinrichting komen ook onderwerpen als participatie en de integrale adviestafel aan de orde die beide qua werkprocessen beoordeeld en vastgesteld worden. Met ketenpartners wordt actief overleg gevoerd om afspraken te maken over bijvoorbeeld adviestermijnen, de wijze van delen van informatie en de rol van de gemeente als coördinerend bevoegd gezag. De inventarisatie naar de benodigde aanpassingen van de legesverordeningen is gestart. Toezicht en handhaving: De regels voor toezicht en handhaving van het omgevingsrecht veranderen onder de Omgevingswet niet ingrijpend.
Met toezichthouders en handhavers worden de werkwijzen bijgesteld aan de hand van praktijkcasussen. Een deel van het werk voor de veranderingen binnen toezicht en handhaving wordt afgerond als de werkprocessen voor vergunningverlening zijn aangepast aan de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. 1.4 Digitaal stelstel Omgevingswet: Om te komen tot één digitaal loket heeft Amsterdam de benodigde systemen aangeschaft voor het maken van een omgevingsplan en de toepasbare regels (voor vergunningencheck en indieningsvereisten). Deze zijn, samen met het Vergunningensysteem, aangesloten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet landelijke voorziening (DSO lv). De werking van het digitale stelsel wordt beproeft door het publiceren van het omgevingsplan en de toepasbare regels en het initiëren en afhandelen van ruimtelijke initiatieven. Amsterdam doet mee aan de acceptatie testen van de Landelijke voorziening DSO, onder leiding van de VNG 3