CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Verslag werksessie over Plan Biodiversiteit met externe stakeholders.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 26 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van Plan Biodiversiteit: parken en natuurgebieden, het uitvoeringsplan waarin wij toelichten hoe we de biodiversiteit van Amsterdam vergroten (VN2025-008058)4.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

Versie 1.1 31 maart 2025

Uitkomsten werksessies met externe stakeholders Plan Biodiversiteit 2025-2030: parken en natuurgebieden Gebruik: Gebruikers: Geschreven door: Geraadpleegd: Datum: Versie:

Extern Deelnemers stakeholder werksessies op 31 januari en 6 februari 2025 Florinda Nieuwenhuis en Kirsten Kramer Patrick van Beveren, Willemijn van der Kolk, Tanja Heringa, Rosa Lucassen, Sam Franklin 31 maart 2025 2.0

Inhoudsopgave 1 Inleiding .................................................................................................................................2 2 Samenvatting feedback .........................................................................................................2 3 Verwerking feedback ............................................................................................................. 7

1

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

Versie 1.1 31 maart 2025

1 Inleiding Veel Amsterdammers zetten zich samen met gemeente Amsterdam dagelijks in voor een groene en natuurlijke stad. Dit zijn enerzijds biodiversiteitsexperts vanuit hun vakgebied. Hieronder vallen de academische en onderwijsinstellingen, maar ook bijvoorbeeld onbetaalde experts vanuit natuurverenigingen. Anderzijds zijn dit de vele bewoners die in het groen actief zijn, vaak in georganiseerd verband zoals in buurttuinen, groeninitiatieven of in stadsparken, zoals de Vrienden de parken. Tijdens de ontwikkeling van dit plan zijn we met deze stakeholders in gesprek gegaan. Er zijn twee sessies gehouden: op 31 januari met twaalf stakeholders, en op 6 februari met 60 stakeholders. Bij de werksessies zijn kleine groepjes van circa 6 mensen gemaakt die in het gesprek begeleid werden door de stadsecologen. Ook is er schriftelijk via de mail feedback binnengekomen van nog drie stakeholders, deze zijn tevens meegenomen. In totaal zijn meer dan 300 unieke feedback reacties opgehaald, 245 waren via de gesprekken in groepjes opgehaald en nog eens 60 individuele formulieren voor de prioritering van de onderwerpen in het plan. De input was meestal in de vorm van feedback op het plan of suggesties voor toevoegingen het plan.

2 Samenvatting feedback Hieronder volgt een samenvatting van alle feedback. Deze is gebaseerd op de notulen van de collega’s die de groepjes hebben begeleid plus de individueel ingevulde formulieren. Er is een analyse gemaakt van alle input, deze is gecategoriseerd en gegroepeerd. Individuele input is gebruikt om de feedback kracht bij te zetten middels specifieke voorbeelden voor een gebied en/ of soort, want juist dat is het waardevolle van de gesprekken geweest. We hebben ervoor gekozen één verslag te schrijven voor beide avonden, omdat de input elkaar goed aanvult en er zo voor iedereen een compleet beeld ontstaat van de belangrijkste standpunten en onderwerpen.

2.1 Prioriteit Aan de bewoners is via individuele formulieren gevraagd wat zij het belangrijkste thema vinden. Het betrof geen keuzelijst, maar een vrije invulruimte. De reacties op volgorde van prioriteit waren als volgt: - 12x verbeteren waterkwaliteit - 9x verbinden habitats - 4x betrekken actieve bewoners/ ondersteunen burgerinitiatieven - 4x vergroten habitats - 4x beter oeverbeheer - 4x meer inheemse planten - 3x bodemleven - 3x biodiversiteit als geheel - 2x meer capaciteit voor ecologisch onderhoud - 2x behoud oppervlak - 2x aanpakken lichtvervuiling - 2x meer bosranden/struweel - 2x biodiversiteit meenemen in beleidsplannen en raadsbesluiten - 1x vergroten bewustwording - 1x ecologische toets bij ruimtelijke initiatieven - 1x meer poelen - 1x verbieden pesticiden - 1x meer kwaliteit - 1x verminderen verruiging - 1x omvormen gras naar bloemenweide

2

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

Versie 1.1 31 maart 2025

2.2 Analyse huidige biodiversiteit Er is feedback ontvangen op de analyse over de stand van de huidige biodiversiteit. Herkenning van analyse: De meeste herkenning in de analyse is dat er minder amfibieën zijn (bijv. padden in Vondelpark). Een aantal keer wordt gevraagd of dit komt door de exoot de Amerikaanse rivierkreeft, een keer ook of de oorzaak de ringslang is. Tevens wordt minder insecten genoemd als een trend, dit gaat gevoelsmatiger slechter dan in de analyse naar voren komt. Ook zijn er zorgen over de afname van vogels. Gegeven voorbeelden zijn weidevogels (Noord) en huismussen (Centrum). Input op analyse: Er wordt aandacht gevraagd voor afname vleermuizen (Noord). Verder kunnen nachtvlinders een belangrijke indicator zijn voor stadsnatuur, kan wellicht een doelsoort worden. Er wordt gevraagd om vissen en biomassa toe te voegen aan de analyse. Met betrekking tot vogels worden wintergasten gemist en de wens om meer maatregelen voor behoud van weidevogels geuit.

2.3 Beheer Verreweg de meeste input is geleverd op het maaibeheer. Het is duidelijk dat dit een belangrijk onderwerp is. Men mist bijv. informatie over het maaibeheer per locatie en een beheerkalender. Over de noodzaak van bomen kappen op oevers en in struwelen wordt een enkele suggestie gedaan. Maaien: Er wordt vooral aangegeven dat er meer ecologisch kan worden gemaaid. Dit kan onder andere door gefaseerd te maaien, cyclisch en in stroken te maaien, de juiste periodes te maaien, maaimateriaal te laten liggen en simpelweg minder te maaien. Tevens worden er suggesties gedaan voor materieel, namelijk niet te zware machines te gebruiken, niet te klepelen, sinusmaaien toe te passen en met de vingerbalk te maaien. Een ander idee is om bewoners te betrekken en een meldpunt in te richten voor bewoners. Snoeien en kappen: Enkele input is ontvangen met betrekking tot bomenkap en snoeien in struweel. Er wordt bijvoorbeeld aandacht gevraagd voor bomenkap in privétuinen en of we daar geen maatregelen tegen zouden kunnen treffen. In ieder geval is goede communicatie over bomenkap altijd gewenst, anders kan er onbegrip bij bewoners ontstaan (bijv. in Baanakkerpark). De bomenkap bij oevers wordt over het algemeen begrepen. Aanbevolen wordt om bij noodzakelijk kap van bomen op oevers vooral vanuit natuurlijk verloop uit te gaan.

Ook is afgevraagd of het bomenbeleid wel klopt, want er zijn bij een sloot in Durgerdam juist bomen aangeplant. Met betrekking tot struweel en zoomvegetatie wordt gesuggereerd om minder te snoeien. Personeelsorganisatie van beheer: De wens voor beter ecologisch beheer komt sterk naar voren. Er wordt te grootschalig gemaaid, men roept op tot kleinschaliger maaibeheer, uitgevoerd door mensen die het gebied goed kennen. Het lijkt wel alsof er alleen nog maar grasgemaaid wordt. Het beheer van oevers, zomen, poelen en ruigten is ondergeschoven. Oorzaken wordt bijvoorbeeld gezocht in de personeelsorganisatie. De suggesties om dit te verbeteren omvatten: aantal ecologischgroenmedewerkers uitbreiden (doen geweldig werk! dat zeer gewaardeerd wordt), meer ecologische eisen voor beheer, aannemers opleiden in ecologie, danwel minder onderaannemers inzetten, beter toezicht op ecologisch beheer en/ of capaciteit vergroten. Andere voorgedragen oplossingen zijn bewoners inzetten, medewerkers van bedrijven als vrijwilligers inzetten (bijv. Klarenbeek), en weer vaste beheerders in het park die zich verbonden voelen en ecologisch beheer omarmen (Beatrixpark). Ecologische beheermaatregelen: Er is een reeks aan voorbeelden genoemd van uitbreiding van ecologisch beheer.

Voor oevers bijvoorbeeld meer aandacht voor walle-oevers, beter oeverbeheer en meer natuurlijkvriendelijke oevers (dit idee wordt omarmd). Andere suggesties die worden gedaan zijn: een meer ecologische oplossing zoeken voor tegengaan blauwalg (i.p.v. installaties in de Nieuwe Meer), diervriendelijke putten (voor padden), en meer rietkragen. Buiten de watergebieden om zijn gevraagde maatregelen: meer struweelhagen en meidoornhagen aanleggen, meer doen om verruiging tegen te gaan, messen op 15 centimeter, en als laatste meer onkruid laten staan (in straten).

3

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

Versie 1.1 31 maart 2025

2.4 Beleid Een aantal specifieke onderwerpen van feedback zijn ontvangen op het beleid. Dit betreft de bevordering van duisternis, ideeën over de bestrijding van exoten samen aan te pakken, de wens voor juist inkoop beplanting, bescherming als apart paragraaf op te nemen (naast behoud groengebieden), en de algemene wens voor meer diversiteit. Duisternis: Er wordt gevraagd om meer te doen om verlichting tegen te gaan. Kan hier een aparte paragraaf voor worden opgenomen? Nut van duisternis omschrijven voor onder andere broedvogels, nachtvlinders, paddentrek, vissen, en glimworm. En daarmee ook meer maatregelen tegen lichtvervuiling/ voor duisternisbeleid opnemen. Plekken waar dit speelt zijn met name sportparken en in en nabij de groengebieden (bijv. Vliegenbos). Bestrijding exoten: Voor bestrijding exoten worden twee suggesties gedaan voor ecologische maatregelen. Specifiek voor de Amerikaanse rivierkreeft, kunnen daar reigers op worden ingezet? Tevens wordt geopperd veel meer gebruik te maken van bewoners voor flora-exoten zoals duizendknoop, berenklauw, brandnetel, braam zoals in bijvoorbeeld gedaan door de vrienden van het Beatrixpark. Beplanting: Bij de aanleg van beplanting wordt specifiek gevraagd om inheemse soorten (zowel bloemenmengsels als struiken en bomen) en biologische en gifvrije inkoop.

Bescherming: Er zijn onder de deelnemers veel zorgen over de toekomst van de groengebieden in relatie tot de woningbouw of andere ruimte gebruikende faciliteiten, zoals sportparken. Genoemd wordt de suggestie dat ecologisch advies op elke ruimtelijke ontwikkeling wenselijk is en dat de raad hier explicieter besluiten over neemt. Het advies dat gegeven werd is dat er niet alleen naar nieuwe natuur moet worden gekeken, maar vooral het behouden van de huidige natuur. Diversiteit: Er wordt een aantal keer gepleit voor aandacht voor nog meer diversiteit. Specifiek meer aandacht voor de eekhoorn (probeer deze naar andere parken te krijgen), de egels (missen specifieke maatregelen voor deze soort) en de kwak (deze is niet zo geschikt als doelsoort voor moeras omdat er een programma voor is in Artis). Verder krijgen insecten nog te weinig aandacht en wordt om meer maatregelen gevraagd – in lijn met het eerder uitgesproken gevoel dat het relatief slechter gaat met de insecten dan dat uit de analyse naar voren kwam. Verder wordt genoemd: meer biodiversiteit in parken, meer biotopen per gebied (bijv. dynamische gradiënten), meer zoomvegetatie (struweel en hagen), meer variatie in het groen, meer wilde natuur en meer rommelige natuur.

2.5 Extra gebieden Hieronder is een apart paragraaf toegevoegd voor extra gebieden. Bodemecologie werd namelijk gemist en waterecologie werd als onderbelicht beschouwd. Verder is er een aantal suggesties voor meer verbindingszones binnen de gemeentegrens. Als laatste pleit men in zijn algemeenheid ervoor wel de gebieden buiten de gemeente op te nemen, omdat deze van invloed zijn op de biodiversiteit binnen de gemeente en dit de samenwerking met andere overheidsinstellingen bevorderd. Bodemecologie: De bodem als apart gebied wordt gemist. Hierdoor wordt de bodemecologie, zowel op land als het waterbodemleven, gemist in het plan. Voorbeelden die in een paragraaf kunnen worden toegevoegd zijn bodemtype, ecologisch potentieel, abiotische factoren, grondwaterstand, en welke (doel)soorten zijn sturend voor bodemkwaliteit. Watergebieden: Ook wordt water genoemd om als apart gebied op te nemen, en het IJ als apart watersysteem. Voorbeelden van inhoud die dan beter belicht kan worden zijn: bevorderen biodiversiteit (bijv. maatregel voor paaihaventjes in Noord), onderwaternatuur verbeteren (bijv. meer vissen en waterbodemleven zoals mosselen en muggenlarven), waterkwaliteit verbeteren (bijv. alle grachten zwemkwaliteit) en tegengaan (oppervlakte) watervervuiling (bijv. bij de verbreding A10/A9 en dichtslibben Noorderijplas).

Dit kan resulteren in een betere afstemming met de waterschappen.

4

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

Versie 1.1 31 maart 2025

Verbindingszones binnen de gemeente: Er wordt specifiek voor nieuwe verbindingen gevraagd voor: verbindingszones over de Ring A10, verbinding tussen Zorgvlied- Amstelpark, verbinding tussen water en land beter inrichten (bijvoorbeeld naar bloemrijk grasland) en verbindingen in water (vispassages). Andere gebieden (buiten de gemeentegrens) en de verbindingen: Ondanks dat niet alle groengebieden van de Gemeente zijn, is het de vraag of deze wel opgenomen kunnen worden in het plan, eventueel met een andere kleur. Dit zodat de invloed van andere natuur- en groengebieden en de verbindingen hiertoe erkent kunnen worden in het plan. Dit geldt zowel voor water (bijvoorbeeld: water in Noord is één watersysteem) als land (bijvoorbeeld: de Scheggen, de Groene Hoeve, IJdoorn en de Diemer Vijfhoek, Poppendammergauw en de Vogelmeerpolder). Door in de scope van het plan te vermelden dat we ons richten op de gemeentegrens, kan een tweede kaart worden opgenomen waar je ook NNN/ Natura2000 en andere gebieden in opneemt. Dit bevordert ook de samenwerking met bijvoorbeeld Natuurmonumenten. Stressoren van buiten spelen een belangrijke rol. Daar heeft de gemeente niet altijd grip op. Regionale samenwerking is hiervoor nodig.

2.6 Menselijke invloed Menselijk invloed op biodiversiteit mag beter worden meegenomen in het plan met name op de onderwerpen afval, energietransitie, honden en katten, en sport en recreatie (inclusief evenementen). Afval: Er wordt aangegeven dat de link met (zwerf)afval mist in het biodiversiteitsplan. Dit kan bijvoorbeeld worden meegenomen in het ruimen van plastic voor het maaien, het afvalvrij houden van natuurvriendelijke oevers, het meenemen van zwerfafval in het groenbeheer (Centrum /Zuid). Energie: Er wordt een bedreiging gevoeld vanuit de ontwikkeling van de energietransitie en de specifiek de claim op natuur van zonneweides en windmolenparken (bijv. op het Noorder Ijplas). Vragen zijn: Hoe kunnen wij helpen om de ecologische gebieden en de ambitie van het biodiversiteitsplan te beschermen? En hoe kan bijvoorbeeld een ecologische toets worden opgenomen in plannen voor de energietransitie? Honden en katten: Er is een wens dat honden-aanlijngebieden meer gehandhaafd worden (bijv. Diemerpark). Het is goed om specifieke gebieden te hebben maar er wordt nu ervaren dat er te veel ruimte wordt gegeven aan honden en geopperd voor één rustgebied per park (geen toegang mensen en hond). Tevens wordt een afname van vogels gevoeld door vrij spel van katten en maatregelen hiertegen gemist in het biodiversiteitsplan.

Sport en recreatie: De stad, dus woningbouw, recreatie, sport, festivals, evenementen krijgen te veel ruimte ten koste van de natuur. Met name in het Diemerpark wordt de uitbreiding van sportvelden en verdubbeling van parkeerplaatsen ervaren en verlies van groen. Hoe wordt dit meegenomen in het biodiversiteitsplan en hoe kunnen we de natuur beschermen?

2.7 Plan Het plan wordt soms te weinig ambitieus beschouwd, maar door de meeste juist als te ambitieus. In beide gevallen zijn er zorgen over de haalbaarheid in relatie tot de financiering. Wel is duidelijk dat we iedereen goed op de hoogte van het plan moeten brengen en houden. Ambitie: Enerzijds wordt het biodiversiteitsplan als te ambitieus ervaren en afgevraagd hoe we de middelen en capaciteit gaan krijgen dit te realiseren. Suggestie om te focussen op wat er is en wat we kunnen behouden zodat het te bekostigen is. Anderzijds wordt er juist om meer ambitie gevraagd, bijvoorbeeld: maak groen geen sluitstuk, kies echt voor groen, creëer een groene ring om Amsterdam heen. En er zijn ook aanwezigen die de ambitie nu goed vinden: Er is aandacht voor biodiversiteit en de noodzaak om natuurvriendelijk beheer toe te passen.

5

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

Versie 1.1 31 maart 2025

Termijn, ander beleid en juridische status: Door een enkeling wordt de termijn van vijf jaar als te kort ervaren om verandering te weeg te brengen. Dit is overigens vijf jaar omdat het een uitvoeringsplan van de Groenvisie betreft en zal elke vijf jaar worden geactualiseerd. Dit houdt verband met de vraag of er meer uitleg kan komen over de verbinding tussen de andere beleidsplannen zoals HGS en bodemkwaliteitsplan. Een groepje suggereert om de kerngebieden en verbindingszones een juridische status te geven voor bescherming. Financiën: Er zijn zorgen of de financiering wel geregeld kunnen worden (eerder genoemd in relatie tot ambitie). En we beter kunnen onderbouwen hoe we met onze euro’s de meeste dieren/ planten bedienen. Er wordt een toename verwacht aan beheerkosten, omdat bijvoorbeeld het maaibeleid moet worden aangescherpt. Als laatste is er een suggestie voor een groene toeristenbelasting. Fase 2: Er wordt uitgekeken naar de uitwerking van fase 2, buurten en wijken en biodiversiteit in grijze gebieden. De hoop is dat alle “nieuwe” ecologie zoals geveltuinen, boomspiegels en daktuinen/groene daken daarin worden meegenomen. En dat er meer “onkruid” mag blijven staan. Ook kunnen bedrijventerreinen hierin worden meegenomen (zie volgende paragraaf Samenwerken - bedrijven).

2.8 Samenwerken met instanties Er is meer ruimte om samenwerkingen op te zetten met andere overheidsinstanties (om met name de invloed van (natuur)gebieden mee te nemen op de bevordering van onze biodiversiteit), bedrijven (met name landbouw), en NGO’s en onderwijsinstellingen (unaniem voor monitoring). Andere overheidsinstanties: Suggestie om in het plan meer samenwerking en overleg op te nemen met buurtgemeenten, de waterschappen en andere natuurorganisatie. Eerste stap daarvoor is het opnemen van de natuurgebieden buiten de gemeentegrens in het plan en de erkenning dat de staat daarvan van invloed is op de biodiversiteit binnen de gemeente. Goed huidig voorbeeld van zo een samenwerking waar dit succesvol verloopt is in het Amsterdamse Bos met in de baggerpilot voor poelen ter verbetering van de waterkwaliteit. Bedrijven: De suggestie voor samenwerking met bedrijven is met name in relatie tot het landbouwgebied. Feedback is dat er met pesticide (zoals glyfosaat) wordt gewerkt door de boerenbedrijven. Vraag is of dit juridisch kan worden tegengegaan. Landelijk Noord en specifiek stadslandbouw wordt gemist in het plan, onder andere voor meer maatregelen voor de bescherming van weidevogels. Ook wordt aandacht gevraagd voor bedrijventerreinen. Dit valt onder het grijze gebied en kan juist een bijdrage leveren als verbindingen tussen kerngebieden.

Er is nu een kans om samenwerking te ontwikkelen omdat bedrijven vanaf 1-1-2026 een duurzaamheidsplan moeten hebben (onder het Corporate Sustainability Reporting Initiative, CSRD). NGO’s en onderwijsinstellingen: NGO’s en onderwijsinstellingen worden unaniem genoemd om in te zetten voor samenwerking met betrekking tot monitoring. Voorbeelden zijn: samenwerking aangaan in de Citizen Science Hub (samen met UvA, VU, OBA e.a. onderwijsinstellingen), Noordelijke Oeverlanden (4000 organismen op naam gebracht), Vliegenbos (glimvormen-nachttelling), Nachtvlinderkaravaan (Noord), Buurtgroen020 (als open-sourced biodiversiteits-community). IVN wil graag bijdragen om mensen te mobiliseren, bijvoorbeeld Natuurhubs inzetten voor monitoring. Specifiek voor watergebieden kan gedacht worden aan Duikteam Murene Zaandam en de Hengelsportvereniging (zij doen al veel op het gebied van monitoring van soorten en waterkwaliteit).

2.9 Participatie en samenwerken met bewoners Alle feedback met betrekking tot een verbeterde samenwerking met de bewoners van Amsterdam wordt hier samengevat. Er zijn talloze ideeën geopperd hiervoor. Deze twee avonden zijn het begin hiervan geweest en er is duidelijk behoefte aan een gevolg en verdieping. Dit kan onder andere door meer kennisdeling (breng niet alleen, haal ook), gezamenlijk realisatie en beheer van het (openbaar) groen uitbreiden, meer coördinatie vanuit de gemeente om dit en andere initiatieven op te zetten

6

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

Versie 1.1 31 maart 2025

zodat we samen meer kunnen bereiken, meer draagvlak voor het plan biodiversiteit en groen realiseren en meer (duidelijke, begrijpbare) communicatie hierover. Kennisdeling: Er is behoefte aan meer wederkerigheid tussen de gemeente en haar bewoners en vrijwilligers die zich inzetten in het groen. Er is enorm veel (lokale) kennis maar het gevoel dat de gemeente het afhoudt (meer brengt dan haalt), de potentie blijft onderbenut. Meer contact tussen bewoners, vrijwilligers, ecologen en beheerders is gewenst. Een wijkecoloog is een idee. Durf eigenaarschap voor de biodiversiteit te delen. Want waar bewoners verantwoordelijkheid voelen voor ‘hun’ stukje groen ontstaan nieuwe pareltjes. Medebeheer: Bewoners willen graag samenwerken in de realisatie en beheer van het groen. Voorbeelden zijn: ecologisch beheer, bestrijding exoten, ruimte voor groenbeheer door bewoners, natuuroevers aanleggen met bewoners in parken, eetbare stoepen en tiny forests aanleggen. Buurtinitiatieven mogen beter bewaakt worden en omarmt, er is behoefte om deze initiatieven beter te faciliteren en te betrekken bij de opgave voor biodiversiteit die de gemeente voor zich ziet. Coördinatie: Zoals hierboven reeds benoemt: er is behoefte aan meer inzet op coördinatie vanuit de gemeente om gezamenlijke kennisdeling en medebeheer voor elkaar te krijgen.

Suggesties zijn: groencoöperatie per stadsdeel, een groencoördinator (die ecologische kleinschalige projecten kan begeleiden), een meldpunt voor klachten en suggesties inrichten (als signaalfunctie uit de buurt). Draagvlak: Er is behoefte aan meer draagvlak. Twee belangrijke vragen worden hier gesteld: 1. Hoe gaat de gemeente zorgen dat Plan Biodiversiteit door Amsterdammers omarmd wordt? (bijv. uitleggen dat verruiging geen verrommeling is), en 2. Hoe kunnen wij als burgers meehelpen het plan biodiversiteit te beschermen? (bijv. om ecologische toets te waarborgen, ook in de Raad). Suggesties voor draagvlak creëren omvatten bijvoorbeeld: meer van dit soort avonden, meer tijd voor feedback, betere terugkoppeling naar alle externen over adviezen, burgerraad opzetten (voor het kiezen en prioriteren van maatregelen uit Plan Biodiversiteit). Communicatie: Als laatste is er feedback over meer communicatie over biodiversiteit, ook in de buitenruimte. Bijvoorbeeld: informatieborden of interactieve routes in parken (met informatie over wat er allemaal leeft en wat de gemeente/ bewoners aan beheermaatregelen doen), QR-codes in het groen (over de natuur in eigen omgeving), meer informatie over het beheer op de website (de beheerkalender en per berm het maairegime).

De communicatie zelf mag makkelijker en begrijpbare taal, en duidelijkere definities over natuur in relatie tot biodiversiteit.

3 Verwerking feedback De gesprekken met de experts en in het groen betrokken bewoners heeft een schat aan informatie opgeleverd. Een aantal opmerkingen kon meteen in het plan verwerkt worden. Andere opmerkingen vergen een grotere inspanning. De oproep om meer te investeren in samenwerking met regionale partners en actieve bewoners in het groen hebben we bijvoorbeeld goed ontvangen. Dit zijn maatregelen waar we echter meer capaciteit voor nodig hebben om hier goed handen en voeten aan te geven. Hiervoor zoeken we middelen. Ook valt veel feedback niet onder de scope van dit product, maar is wel heel waardevol om mee te nemen in andere beleidsplannen of producten. Hieronder hebben we de verwerking van de feedback uiteengezet.

3.1 Bevestigende feedback op plan Hieronder de punten waarin de koers die in het Biodiversiteitsplan fase 1 wordt ingezet, door de bewoners wordt herkend en bevestigd. Deze onderwerpen/ maatregelen zijn dus reeds opgenomen in het plan en hier wordt positieve feedback op gegeven:  Verbeteren water(kwaliteit), biodiversiteit in het water en oevers;  Omvormen gazon naar bloemrijk grasland;

7

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

                       

Versie 1.1 31 maart 2025

Aanleggen natuurvriendelijke oevers; Beter onderhoud (bomen) op oevers; Aanplanten struweel en hagen; (Onder) aannemers beter instrueren; Inzet op verbindingszones; ‘Dashboard’ voor plantsoenendienst. Gefaseerd maaien; Meer budget voor ecologisch beheer; Vergroten vismigratie; Takkenrillen aanleggen in parken; Inzetten op variatie aan (boom)soorten; Uitbreiding ecologisch beheer; Inzetten op variatie zon-schaduw, natuurtypen Aanpak weidevogels: in pachtovereenkomsten kun je voorwaarden stellen; Bevorder variatie aan natuurbeheertypen, zodat je binnen een gebied verschillende biotopen krijgt; Benoemen dat bepaalde soorten specifieke maatregelen behoeven; Monitoring is heel belangrijk; Beter maaibeleid; Diervriendelijke putten voor padden; Meer doen om verruiging aan te pakken; Meer bestrijding invasieve exoten; Meer inkoop inheemse en gifvrije planten; Meer maatregelen voor insecten. Voor alle natuurtypen zijn maatregelen opgenomen om insecten te vergroten; Meer diversiteit aan biotopen in de parken; Meer doen om overlast van honden aan te pakken. “Er wordt nu teveel ruimte gegeven aan honden”.

3.2 Informatie toegevoegd aan plan Op de volgende punten is informatie toegevoegd aan het Biodiversiteitsplan Fase 1 op basis van de ontvangen feedback. Hieronder worden de onderwerpen/ maatregelen genoemd en het hoofdstuk waar dit is toegevoegd:  Sinusbeheer (zie H. 6.4.2);  De inzet van actieve burgers in stadsnatuur (zie h.7.2);  Kaart met NNN en Natura 2000 gebieden toegevoegd (zie h.6.2);  Zorgen om insecten ingevoegd in de samenvatting onder kopje ‘onzekerheid’;  Zorgen om vleermuizen en verlichting toegevoegd in h.5.9;  De vraag om gegevens over biomassa kan niet meteen geleverd worden, maar is genoemd in de samenvatting onder kopje ‘onzekerheid’;  Nachtvlinderonderzoek als belangrijke indicator voor stadsnatuur meegenomen in h. 3.3 als mogelijke uitbreiding van de ecologische monitoring i.s.m. vrijwilligers;  Er wordt meer informatie over vissen gemist. Dat hebben we voor publicatie helaas nog niet aan kunnen vullen, maar hier wordt aan gewerkt;  Meer informatie over verlichting toegevoegd aan h.5.9. Maatregelen voor beperken verlichting is opgenomen n bijlage 6 bij beleid (motie donkerte in de stad en ontsnipperingsplan);  We hebben in hoofdstuk 4.1 meer informatie opgenomen over het belang van een gezonde bodem. In dit plan hebben we hiervoor diverse maatregelen opgenomen.

Het bevorderen van een gezonde bodem is uitgangspunt van de Koersnota gezonde bodem (2023).

8

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

Versie 1.1 31 maart 2025

3.3 Maatregelen toegevoegd aan plan Ook hebben we extra maatregelen toegevoegd aan het plan, op basis van specifieke feedback die is gegeven voor nieuwe maatregelen, te weten:  Natuurlijk verloop bomen op oevers meenemen in beheerplan oevers (zie h.6.2.2);  Meer samenwerking met bewoners die actief zijn o.g.v. stadsnatuur. Niet alleen Groen in de Buurt.  Inventariseren wat de behoefte bij bewonersgroepen in de stadsnatuur is voor meer verbinding en hoe deze groepen versterkt kunnen worden (zie h.7.2 en bijlage 6);  Geef naast schooltuinen ook stadsnatuurexpedities aan kinderen (zie h.7.2 en bijlage 6 );  Interactieve informatieborden, zoals Tuintail of Luistervink (zie 7.2 en bijlage 6);  Informatie over het maaibeheer per locatie en een beheerkalender (zie H.7.2 en bijlage 6);  Inventariseren maatregelen om verbinding Amsterdamse stadsnatuur met ommeland/ regio te versterken (zie h.3.1 en bijlage 6);  Meer inzetten op samenwerking met regionale partners (zie h.3.1. en bijlage 6);  Betrekken vrijwilligers bij monitoring (zie h.3.3, h. 7.2 en bijlage 6);  Klopt bomenbeleid wel, want men ziet bomen aanplant op oever. We gaan onderzoeken of de Bomenverordening hierop aangepast kan worden, zie bijlage 6 bij ‘beleid’.

3.4 Informatie voor uitvoeringsfase Deze informatie nemen we mee tijdens de uitvoering van het Biodiversiteitsplan Fase 1. Het betreft extra informatie specifiek voor de toepassing in bepaalde gebieden. Dit is dus niet toegevoegd aan het plan, maar wordt gebruikt bij de praktische realisatie:  Kijk voor maatregelen naar de parken in de binnenstad, omdat deze het meest versteend zijn en voor bewoners het essentieel is om in aanraking te komen met natuur. Ook belangrijk voor draagvlak;  Gebieden die genoemd zijn waar veel kansen liggen: Flevopark, Oosterpark, Diemerpark, Lutkemeer, Beatrixpark, Kasterleepark, Brasapark, Nelson Mandelapark, oevers in Noord, Noorder IJplas, Waterland, Rietland Amstedam Noord, Ruige riet Nieuw-West, Kadoelerscheg, Nieuwe Gouw, Noord-Hollands kanaal, Sloterplas, Noorderpark, Erasmuspark, Sarphatipark, Vondelpark, Westerpark, Ringpark A10;  Betere aansluiting van de ecologische gebieden van Amsterdam met de regio (zoals Diemerbos, Oudekerkerplas, Volgermeerpolder-boerenland-richting A10);  Beperk honden in Diemerbos;  Verbindingszones over de Ring A10, verbinding tussen Zorgvlied- Amstelpark;  Opnemen aanpalende gebieden in de kaart, zoals landelijk Noord, polder IJdoorn, Diemer Vijfhoek, Poppendammergauw.

3.5 Informatie voor andere plannen en projecten Ook hebben we feedback ontvangen die buiten de scope van het Biodiversiteitsplan Fase 1 vallen. Enerzijds omdat dit specifiek in andere beleidsdomeinen of andere projecten wordt gerealiseerd, zoals boomspiegels (medebeheer), evenementenbeleid of aanpak groene kademuren. Anderzijds omdat het niet in de scope van fase 1 van de huidige groengebieden vallen (dus niet de privéruimte, noch de buurten en grijze gebieden). Deze onderwerpen kunnen dus worden meegenomen als input op Fase 2.  Oproep om festivals meer op industrieterreinen te houden en minder in het groen;  Oproep om bij onkruidbestrijding op verharding geen kokend water of stoom toe te passen, omdat daarmee ook het bodemleven en insecten een klap krijgen;  Sluit aan op het Manifest van de Scheggen;

9

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid: Team Groene gezonde stad Plan Biodiversiteit – Verslag werksessies stakeholders

                     

 

  

Versie 1.1 31 maart 2025

Bescherm oorspronkelijke bodem: geen distributiecentra op zeeklei Lutkemeer; Meer verticaal groen toepassen, groene daken; Vergeet binnentuinen niet; Diverse kansen in Tuinpark Buikslotermeer, Tuindorp Oostzaan, Tuinpark Zonnehoek, Buiksloterham, Marine terrein; Rietkragen en waterlelies in grachten; Meer volkstuinen in Amsterdam, stimuleren natuurlijk tuinieren op volkstuinparken; Basiskwaliteit natuur versterken. Dit wordt uitgewerkt in Biodiversiteitplan Fase 1; Boomspiegels; Meer natuur op bedrijventerreinen/ omvormen bedrijventerreinen; Heggen voor mussen op Carel Willinkplantsoen (Noodplan huismussen stadsdeel Zuid); Groene kademuren; Aanleggen drijvende eilanden; Alle grachten zwemwaterkwaliteit; Groene toeristenbelasting; Beperken regels bij aanleggen van Tiny Forests; Meer inzetten op de eetbare stad; Bescherming van wintergasten (vogels); Bomenkap in binnentuinen; Meer doen om verlichting te beperken; Ecologisch advies op elke ruimtelijke ontwikkeling; Ecologisch advies bij inpassing van zonnepanelen(velden) en windmolens; Meer aandacht voor bodem. Dit komt in Biodiversiteitplan Fase 1 aan bod onder diverse beschermingsmaatregelen (zoals toepassing juist materieel, laten liggen van blad in bossen).

Maar komt vooral aan bod in Plan Biodiversiteit fase 2, waarin we vanuit bodem en water leidend principe kijken naar de ontwikkeling van de stad; Grote watersystemen, zoals het IJ. Dit wordt meegenomen in het werkprogramma Waterkwaliteit; Onderwaternatuur verbeteren. Dit komt volop aan bod in Biodiversiteitplan Fase 1 (zie natuurtype natuurvriendelijke oevers en natuurlijk stadswater). Als men de grachten bedoeld, dan komt dit aan bod in Plan Biodiversiteit fase 2; Betere bescherming ecologische gebieden. Dit gaat over de doorontwikkeling van de Hoofdgroenstructuur; Zwerfafval. In de beheercontracten is reeds opgenomen dat voor het maaien het zwerfafval verwijderd moet worden. De aanpak van zwerfaval valt onder het beleid Schoon Heel en Veilig; Bescherm soorten op populatieniveau.  Dit wordt meegenomen in het Soorten Management Plan dat wij momenteel ontwikkelen.

3.6 Niet meegenomen feedback Er is ook feedback gegeven die we niet meegenomen hebben om de volgende redenen:   

Explicieter Rode Lijstsoorten meenemen.  Deze zijn meegenomen in de kwalificerende soorten. Meldpunt inrichting voor bewoners. Dit bestaat reeds. Zie www.amsterdam.nl/veelgevraagd/melding-openbare-ruimte-en-overlast-cd609 Een meer ecologische oplossing voor blauwalg in Nieuwe Meer. Dit is primair de verantwoordelijkheid van Hoogheemraadschap Rijnland.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15668337/1