Bijlage 2 Vernieuwingsplan
Tekst van het document
De drie pijlers Mens, Buurt en Stad De Stad van de toekomst (vanaf de zesde laag en hoger) De stad van de toekomst is aanwezig met stedelijke kernwaarden zoals geloof in de toekomst, uitzicht, individualiteit en technische innovaties. Een groene biodiverse buurt draagt bij aan de veerkracht van de buurt. Het is hier alsof de mens boven zich zelf uit kan stijgen.
a. Samenhang en identiteit b. Elke strook als eigen eenheid c. Klassieke gevelopbouw met een twist d. Individuele expressie op de begane grond e. Elke straatwand is afwisselend f. Van alle kanten mooi g. Extra aandacht voor materiaalgebruik en elementen Deze worden toegelicht in de volgende paragrafen.
De buurt (middelste lagen) De buurt vormt een eenheid; in de Wildemanbuurt ken je een aantal buren en ook naar buiten staat de buurt bekend als een hechte maar diverse gemeenschap. Termen zijn identiteit, karakter, herkenbaarheid, community, samenkomen, thuiskomen.
De Mens (onderste laag/twee lagen) De mens staat centraal: je kan in de Wildemanbuurt heerlijk wonen, je kan jezelf zijn, je wordt gezien en je kan je ontwikkelen. Daarom straalt de architectuur de volgende aspecten uit: geborgenheid, kleurrijkheid, veiligheid, diversiteit, menselijke maat, levendigheid, frivoliteit, gezelligheid, ornamentiek, verscheidenheid. Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 31
Kernwaarden beeldkwaliteit Om een buurt te maken die gebaseerd is op de voorgaande pijlers; 'mens, buurt en stad' hebben we de volgende spelregels opgesteld:
Samenhang en identiteit De nieuwe Wildemanbuurt past goed in zijn omgeving. De buurt landt zacht in de naoorlogse Wildeman-Blomwijckerbuurt uit de eind jaren '50, begin jaren' 60 qua stedenbouwkundige vormgeving. Tegelijkertijd wordt de architectuur in afwijking van sommige van de nabijgelegen buurten veel meer ruimte gegeven voor identiteit, veelzijdigheid en individuele expressie. Belangrijke overeenkomsten met de rest van de buurt zijn: ₋ De stedenbouwkundige compositie van stroken die een binnenhof met ruime maat vormen; ₋ De naoorlogse traditionalistische baksteenarchitectuur; ₋ Elke strook heeft een eigen architectonische uitstraling. De Wildemanbuurt wordt een buurt die de enorme diversiteit van (toekomstige en voormalige) bewoners weerspiegelt. Ook in de architectuur is te zien dat de bewoners een smeltkroes van culturen, tradities en persoonlijkheden vormen. Wanneer je door de straten van de Wildemanbuurt wandelt, zul je een veelzijdige verzameling woningen ontdekken. Het is niet nodig om ramen te tellen; je herkent je eigen huis aan de hand van de vorm van de ramen, of de typische voordeur, of aan de voortuintjes en stoepen die door bewoners zelf zijn ingericht. Er is geen onderscheid tussen de architectuur van sociale huurwoningen en andere woningen.
Belangrijke verschillen met de rest van de WildemanBlomwijckerbuurt zijn: ₋ Elke strook heeft zijn eigen onderscheidende identiteit. ₋ In de architectuur van de strook wordt de kenmerkende repetitie van de naoorlogse bouw op subtiele wijze doorbroken. ₋ De baksteenarchitectuur is verrijkt met kleur, afwijkende vormen en accenten. ₋ Bij voorkeur wordt elk bouwveld door een andere architect ontworpen. Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 32
De hier weergegeven kleuren laten niet het kleurenpalet van de toekomstige gevels zien, maar dienen ter verbeelding van een palet dat tegelijkertijd divers is maar ook een eenheid vormt
Elke strook als eigen eenheid We zoeken naar een menselijke maat van de stedenbouwkundige opzet. In plaats van enorme bouwblokken, denken we in stroken. Het zijn de stroken die zich door de buurt weven in het patroon van het vernieuwingsplan. Op elk bouwveld staan meerdere stroken. Elke strook heeft een eigen karakter en vormt een eigen eenheid. Zo heeft elke strook zijn eigen vormentaal, één hoofdkleur van het metselwerk en een eigen palet aan kleuren in de plint dat terugkomt in kleuraccenten in de bovengelegen gevels. De stroken kunnen onderling in een bepaalde mate van elkaar verschillen, tegelijkertijd wordt gezocht naar een verbindende beeldtaal voor alle stroken zodat er een herkenbare eigen buurt met kwaliteit ontstaat: frivool, vrolijk en kleurrijk met af en toe uitspattingen. Op de koppen is een verbijzondering van de architectuur. Hier zijn bijvoorbeeld kunst, extra open gevels, bijzonder metselwerk en een afwijkende asymmetrische indeling, middelen om in te zetten. De stroken zijn in nauwe samenhang met de openbare en omringende ruimte ontworpen. Ze krijgen een identiteit passend bij de schaal en type van de openbare ruimte. De stroken hebben een hoofdvorm die verrijkt kan worden met verspringingen, erkers en uitbouwen. De koppen steken minimaal 50 cm verder uit dan de langsgevels zodat ze duidelijk afleesbaar zijn.
Bij voorkeur is dit verschil nog groter (maximaal de diepte van de margezone) zodat een raam of deur geplaatst kan worden. De stroken worden op de noord- en zuidhoeken 2 m verjongd in de kop waardoor deze smaller oogt.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 33
De hier weergegeven kleuren laten niet het kleurenpalet van de toekomstige gevels zien, maar dienen ter verbeelding van een palet dat tegelijkertijd divers is maar ook een eenheid vormt
Klassieke gevelopbouw met een twist De bebouwing kent in hoofdlijnen een klassieke gevelopbouw zoals deze ook gebruikelijk was in de naoorlogse bouwperiode. Deze opbouw bestaat uit een plint op de onderste lagen, een middengedeelte in de woonlagen en een kroon of kap op de bovenste lagen. Groot verschil met de klassieke opbouw zijn twee ingrepen: Allereerst de onderste laag of twee lagen (de plint). Deze wijkt af van de ritmieke herhaling zoals deze aanwezig was in de naoorlogse architectuur. Op de begane grond is een evenwichtige verbinding tussen straat en de functies en mensen in het gebouw: open maar voldoende ruimte voor privacy en sociale veiligheid. Er is ruimte voor individuele expressie en er is veel kleur in de gevels. Ten tweede; de kroon. Dit zijn de lagen boven de vijfde verdieping. Ook hier is ruimte voor individuele expressie en variatie, maar deze lagen vragen minder om aandacht. Ze weerspiegelen een plek waar je je kan terugtrekken uit de drukke stad. Kopgevels zijn altijd afwijkend. Ze kennen minder duidelijk de opbouw tussen plint, midden en kroon. Ze zijn verrijkt met kleur, asymmetrische gevels, kunst, bijzonder metselwerk en groen.
1. De kroon: stad van de toekomst De kroon symboliseert de toekomst; innovatie en duurzaamheid. Het is ook de plek waar je je als bewoners kan terug trekken van het leven op straat. De kroon kan een dak zijn met een elegante vorm, een terugliggende gevel met een eigen expressie of een sierlijke bekroning. Witte uitstekende daklijsten zijn vrijwel overal terug te vinden. De kroon voegt stijl toe en maakt het gebouw visueel interessant. Er zijn hier grote ramen zodat het licht kan binnenstromen. Zonnepanelen, groene daken, regenwateropvang vinden hier een plek. We maken gebruik van lichtere materialen: hout, glas, pannen en moderne metalen. Een frisse uitstraling die past bij een dynamische stad. Bij de hoogbouw aan de Ookmeerweg hebben de hogere lagen nadrukkelijk ook een rol als landmark naar het landschap en sportpark Ookmeer.
2. Het midden: verbinding met de buurt Dit is waar de meeste bewoners wonen en levens zich afspelen in lichte en ruime woningen met buitenruimtes van hoge kwaliteit. Per strook zijn er één of twee hoofdkleuren metselwerk. Het metselwerk in warme tinten is verrijkt met kleuraccenten en (prefab-) sierelementen. Een harmonieuze uitstraling met en ritme van kleinere en grotere glasvlakken maakt het midden regelmatig en rustig. Spiegelsymmetrie, ritme en herhaling en andere referenties aan de naoorlogse architectuur zijn hier zichtbaar. Ramen bij trappenhuizen, loggia's en balkons verlevendigen de gevel. Door variatie in hoogte en diepte ontstaat er een boeiend straatbeeld. Er zijn lichte verspringingen in de gevels of subtiele reliëfs.
3. De plint: mensgericht ontworpen De onderste lagen (begane grond en af en toe de eerste verdieping) van het gebouw hebben een stevige basis. We noemen deze onderste lagen de plint. Dit is waar het gebouw contact maakt met de grond. Voor de mensen die langslopen en er wonen geeft de plint karakter aan het gebouw. De kernwaarde mens betekent dat er meer ruimte is voor individuele expressie en unieke architectonische ingrepen. Er is veel variëteit, in kleur, gevelopeningen en materialen. Denk aan kleurrijke, gedetailleerde gevels met karakter. Er is bijzonder metselwerk, speciale gevelbekleding zoals tegels of unieke deuren, deurknoppen die de variatie aan persoonlijkheden van alle bewoners weerspiegelen. Verlichte, zorgvuldig vormgegeven entrees en gemeenschappelijke ruimtes waar mensen elkaar ontmoeten zorgen voor sociale veilgheid. De vormgeving van de plint kan af en toe naar boven worden doorgetrokken. Schetsmatige uitwerking van plint, midden en kroon Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 34
Individuele expressie en kleur in de plint Wanneer je door de straten wandelt, spelen de plinten (de begane grond en af en toe de eerste verdieping) van de stroken een belangrijke rol. De plinten en entrees bepalen de eerste indruk die een gebouw maakt. Ze nodigen je uit om binnen te stappen. Ze zijn niet alleen functioneel, maar ook esthetisch van groot belang omdat ze de voorbijganger een indruk geven van de veelzijdigheid van de buurt. Daarom zijn de plinten in de Wildemanbuurt kleurrijk en afwisselend. De plinten vormen een stevige basis van de gebouwen; levendig met een vleugje allure. In de plint bevinden zich voordeuren en ramen van woningen, maar ook collectieve voorzieningen en werkplekken. De gevels van de woningen in de plint zijn gevarieerd. In elke strook wordt verregaande diversiteit in de plint verwacht. Ramen hebben verschillende groottes, deuren wisselen in uiterlijk en de variëteit in kleur en metselwerkverbanden is groot. Ronde, en niet orthogonale vormen zijn mogelijk, evenals verwijzingen naar de verschillende culturen in de wijk. Kunstzinnige en wellicht humoristische accenten roeren de voorbijganger. De collectieve entrees krijgen extra aandacht. Ze zijn het voorportaal naar de gemeenschappelijke entree, trappen en gangen. Ze bevinden zich op strategische plekken, zodat je ze vanuit de openbare ruimte gemakkelijk kunt vinden.
De architectuur is hier verbijzonderd. Denk aan subtiele reliëfs, keramische tegels of kleuraccenten die de aandacht trekken.
James Dale architects
Martens Willems en Humblé
M3H
Kort Thielens
Vi-Ko ©Nils Petter Dale
De Zwarte Hond
Kort Thielens
Bij het ontwerp van de woningen op de begane grond en bel-etage staat de overgang tussen openbaar en privé centraal. We willen ervoor zorgen dat bewoners optimaal kunnen genieten van hun woonruimte, met aandacht voor lichtinval, plattegrond en privacy. Dat betekent dat ramen van woningen en voorzieningen aan de straatzijde vrijwel altijd een borstwering van minimaal 80 centimeter hoog hebben en dat ze zo ontworpen zijn dat gebruikers de ramen niet te hoeven dichtplakken met folies. Ook de plattegrond speelt hierin een rol; de meer openbare functies liggen aan de gevel. De architecten laten zich niet enkel inspireren door de fysieke geschiedenis van de wijk, maar ook door de rijkdom aan culturele achtergronden van de bewoners. Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 35
HIQ architectura
Bruno Taut
Kleihues + Kleihues
Kort Thielens
Elke straatwand is afwisselend Dynamisch straatbeeld De straten in de Wildemanbuurt zijn afwisselend. Dat komt omdat elke strook visueel is opgeknipt. De gevels zijn niet over honderden meters hetzelfde, maar zijn steeds verschillend terwijl ze toch een eenheid vormen. Zo kunnen erkers, bijzondere trappenhuizen en balkons de lengte van de gevels doorbreken. De rooilijn verspringt naar voren en naar achteren, waardoor een dynamisch straatbeeld ontstaat. Elke strook vormt een duidelijke eenheid maar kent daarbinnen zo veel mogelijk variatie. ₋ Elke strook is een architectonische eenheid met hetzelfde basismateriaal. Het middendeel met twee afwijkend vormgegeven koppen vormen de basis. ₋ Er is nadrukkelijk meer plastiek in de gevels dan in de soberder naoorlogse architectuur vaak het geval is. ₋ Stroken worden meermalen verticaal opgedeeld in een meer menselijke maat, bijvoorbeeld met knip of uitkragend of terugliggend trappenhuis. Verticale geleding ontstaat door trappenhuizen, balkons en andere functionele elementen. Dit geeft de bebouwing identiteit en herkenbaarheid. ₋ Per stapeling van woningen kan de indeling van de gevel wisselen. Dit draagt bij aan een levendig en gevarieerd straatbeeld. ₋ Galerijen zijn nooit over de gehele lengte precies hetzelfde vormgegeven. Er is altijd afwisseling.
₋ Op de begane grond, bij de koppen en de gemeenschappelijke entrees is ruimte voor ornamentiek ₋ Bijzonder metselwerk, tegelmozaieken en kunstwerken maken de buurt levendig en uitnodigend.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 36
Koppen Bij het ontwerp van gebouwen spelen kopgevels een belangrijke rol. Deze gevels bevinden zich aan de uiteinden van de bouwstroken en hebben een eigenzinnige vormentaal die zich onderscheidt van de langsgevels. ₋
₋ ₋
₋
₋
Elke strook heeft twee kopgevels. Deze gevels grenzen meestal aan de openbare ruimte, soms aan een doorgang naar een binnenhof en soms sluiten ze aan op een ander gebouw. In dit laatste geval zijn ze niet of nauwelijks zichtbaar. Koppen zijn afwijkend vormgegeven van de langsgevels. Bij voorkeur zijn kopgevels extra expressief. Denk aan open gevels waarin buitenruimtes zijn opgenomen, of asymmetrische gevels. Bijzondere kleuren of schilderingen zijn ook een mogelijkheid. Kopgevels bij de doorzichten naar de grote hoven krijgen extra decoratieve elementen en gevelopeningen. Af en toe zijn deze kopgevels begroeid. Stroken die van noord naar zuid zijn getekend, worden in de kopgevel verjongd qua volume. Dit zorgt ervoor dat het silhouet van het gebouw vanaf de zijkant minder massief oogt. Dezelfde verjongingstechniek komt ook terug in de stroken van de Ookmeerweg.
Hoogbouw aan de Ookmeerweg Aan de Ookmeerweg verrijzen gebouwen van 11 lagen hoog. Dit betekent dat zij al van ver te zien zijn, en een van de visitekaartjes vormen van de buurt. Bij het ontwerpen van de gevels moet dus nadrukkelijk rekening gehouden worden met het beeld dat de gevels op lange afstand geven. Aandacht voor het silhouet (het daklandschap) is daarbij belangrijk. De grote gevelvlakken van de flats vormen als schilderijen in het landschap. Een ander aandachtspunt bij deze hoogbouwstroken is de gewenste plasticiteit in de gevels. Deze kan bereikt worden met erkers, balkons, verbredingen van de galerij en plastiek in de architectuur van de gevels.
Van alle kanten mooi In de jaren '60 was bezonning een cruciale factor in het bouwproces. De stedenbouwkundige opzet richtte zich op de zon. Dit ging soms ten koste van andere overwegingen zoals een verschil tussen de openbare straatzijde en de meer privatere achterzijde. Ook hier geven we een twist aan deze principes. Bezonning vormt de leidraad voor de indeling van de plattegronden. ₋ Noordelijke en oostelijke zijden zijn meer naar binnen gekeerd en dichter. Hier bevinden zich de galerijen. Private buitenruimtes zoals stoepen zijn hier kleiner en meer stedelijk ingericht. ₋ Zuidelijke en westelijke zijden zijn meer naar buiten gekeerd. Hier bevinden zich de balkons. Voortuinen en tuinen zijn hier groen ingericht. Er is een verschil tussen de formelere straatzijde en de informele binnenhofzijde. ₋ Aan de binnenhofzijde is meer een lichtere tuinzijde. Aan de binnenhofzijde heerst een lichtere sfeer, alsof je in onder een pergola zit of er doorheen wandelt. Galerijen en balkons zijn hier licht en open, omringd door groen. ₋ Aan de straatzijde daarentegen vormen de gebouwen een stevige stedelijke wand. Privacy staat voorop. Galerijen zijn dichter en zwaarder, terwijl balkons juist beschutting bieden tegen nieuwsgierige blikken.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 37
1 2 1. Noordelijke en oostelijke straatzijde 2. Noordelijke en oostelijke binnenzijde 3. Zuidelijke en westelijke binnenzijde 4. Zuidelijke en westelijke straatzijde
3 4
1
2
Aan de noordelijke en oostelijke zijden van de gebouwen aan de straat zijn de galerijen geplaatst. De galerijen zijn onderdeel van het gebouwde volume. Materialen zijn hier warm en stevig. Ook hier wordt de horizontaliteit onderbroken met verticale elementen. Hekken van galerijen zijn afwisselend en nooit over de hele galerij precies hetzelfde.
Dok architecten ©ArjenSchmitz
Kort Thielens
4
Onix
Dok architecten ©ArjenSchmitz
Aan de zuidelijke en westelijke zijden van de gebouwen aan de hof is er ruimte voor grote balkons in een tuinrijke, pergola achtige setting. Er is een duidelijke verwijzing naar de lichtheid uit de naoorlogse jaren, maar deze is verrijkt met een speelsheid en eigenheid. Mica
3
Petitdidierprioux
Aan de noordelijke en oostelijke zijden van de gebouwen aan de hof zijn lichte galerijen met ruimte om te ontmoeten. Lichte materialen, lichte kleuren, lichte constructie, refereren aan de naoorlogse architectuur, maar voegen daar een laag aan toe: ontmoeting en diversiteit. Hekken van galerijen zijn afwisselend en nooit over de hele galerij precies hetzelfde.
GAAGA
Aan de zuidelijke en westelijke zijden van de gebouwen aan de straat zijn gevarieerde gevels met balkons en erkers. Verspringingen en een verticale geleding met spiegelsymmetrie delen de lengte van de stroken op. De balkons en loggia's geven genoeg privacy en beschutting. Het metselwerk heeft een warme grondtoon en is verrijkt met kleur.
Springtij Architecten
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 38
Barceló Balanzó Arquitectes ©José Hevia
Jeanne Dekkers Zoetmulder
Studio Ard Hoksbergen
Rohmer/van der Pol architecten
Fragment Ordine Architecti
MVRDV
Zijde kwartier Architecten
Vi-Ko architectekter ©Nils Petter Dale
Mei architcten
Marlies Rohmer
Extra aandacht voor materiaalgebruik en elementen De Wildemanbuurt heeft haar voeten in het verleden, maar kijkt naar de toekomst. De materialen weerspiegelen dit in de vorm van duurzame bakstenen, prefab elementen en duurzame materialen die mooi verouderen. Het materiaalgebruik sluit aan op Nederlandse architectuurstromingen uit de jaren '60 waarin moderne en traditionele bouwmaterialen en methoden gecombineerd werden.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 39
Materiaalgebruik ₋ Het basismateriaal voor de gevels vormt de baksteen. Gestimuleerd wordt om duurzame varianten toe te passen, zoals hergebruikte bakstenen en bakstenen met minder volume. ₋ Metselwerk kan worden gecombineerd met andere (kleurige) bouwmaterialen zoals tegels, geglazuurde bakstenen en kleurrijke kozijnen. ₋ Elke gebouw (per strook) heeft één hoofd steensoort. Het metselwerk wordt gebruikt in verschillende verbanden en heeft ook een ornamentieke rol. ₋ In de gevels worden ook andere materialen gebruikt. Deze zijn duurzaam geproduceerd en verouderen mooi. Te denken valt aan geglazuurde tegels, puien met reliëf etc. Unieke details op bijzondere plekken, zoals decoratieve kroonlijsten zijn mogelijk. ₋ Er wordt over het algemeen geen schoon beton in de gevels gebruikt, omdat dit zeer onzuiver veroudert. ₋ Hierbij wordt nadrukkelijk gezocht naar duurzame varianten van de te gebruiken materialen. ₋ De materialen moeten in de ontwikkeling als geheel bijdragen aan de materiaalgebonden CO₂-uitstoot en de Milieprestatie Gebouwen (MPG), volgens Het Nieuwe Normaal. Denk hierbij aan het verminderen van materiaalgebruik, het hergebruiken van bestaande materialen of het toepassen van biobased materialen.
Enkele voorbeelden zijn houten (hout/ aluminium) kozijnen, (hergebruikt) hout, biocomposiet gevelbanden, prefab gevelelementen, hergebruikte bakstenen en innovaties zoals CO₂ -negatieve gevelsteen, Stone Cycling, WasteBasedBricks of compressed earth blocks eventueel in combinatie met stucwerk. ₋ Duurzame constructies, installaties en afbouwpakketten. Minerale steenstrips en kunststof gevelbekledingen zijn niet toegestaan.
₋
materialen die niet mooi verouderen zoals schoon prefab beton, betonnen banden etc worden vermeden.
Elementen Er wordt meer rijkdom gezocht in de toepassing en uitwerking van verschillende elementen. Elementen spelen een belangrijke rol in de waardering en herkenbaarheid van gebouwen. Hierin wordt in ieder geval meer aandacht gevraagd voor de uitwerking van de entrees, trappenhuizen, hekwerken en balustraden, daken en decoratieve elementen. Gemeenschappelijke entrees ₋ Gemeenschappelijke entrees geven identiteit aan een gebouw. Voor de entrees geldt een verregaande onderscheidende kwaliteit waar mensen trots op kunnen zijn en zeer herkenbaar zijn. ₋ Gemeenschappelijke entrees zijn uniek, maar zijn per bouwveld wel familie van elkaar qua materiaalgebruik en kleur. ₋ De entrees krijgen een warme en aanraakbare materialisatie. Tegelijkertijd zijn de materialen doelmatig, sterk en netjes, roestvast en onderhoudsarm. ₋ Brievenbussen zijn onderdeel van de entree en architectonisch vormgegeven. Trappenhuizen ₋ Trappenhuizen zijn plekken van ontmoeting. Beeldtechnisch vormen zij verticale elementen in de gevels waardoor deze verticaal worden opgedeeld. ₋ Trappenhuizen zijn altijd zichtbaar in de gevel en spelen hierin een belangrijke rol. ₋ Er wordt extra aandacht gegeven aan de verlichting en de inrichting in de trappenhuizen, waarbij warmte en fijn thuis komen de aandacht heeft.
Hekwerken en balustrades ₋ Er is een grote variatie in de buitenruimtes: balkons, loggia's, patio's, veranda's. De balkons hebben voldoende plek om te verblijven en bieden beschutting tegen wind en inkijk. ₋ Hekwerken (zowel op balkons, galerijen als in de openbare ruimte en de hoven) geven identiteit en frivoliteit aan de bebouwing. Ze zijn als een kunstwerk ontworpen voor het gebouw of de locatie waar ze komen te staan. ₋ Balkonhekken geven voldoende privacy met name aan de straatzijde. ₋ Balkonhekken zijn niet doorvlechtbaar. ₋ Galerijbalustrades en hekken kennen een enorme variatie en zijn nooit over de gehele lengte precies hetzelfde, maar volgen meer de korrel van een of enkele woningen. Daken ₋ Buitenruimtes op het dak voegen zich naar het gebouw en zijn passend in de architectonische vormgeving van het gebouw. ₋ Lage daken (daken waarop gekeken wordt vanaf hoger gelegen woningen) worden met name groen ingericht met ecologische meerwaarde. Eventueel kan dit gecombineerd worden met zonnepanelen. ₋ Ook op hoge daken komen vooral zonnepanelen of andere duurzame installaties. Eventueel kan dit gecombineerd worden met groene daken. ₋ Er is extra aandacht voor het daklandschap van de hoge bebouwing aan de Ookmeerweg. Dit is vanaf grote afstand zichtbaar. Alle elementen worden weloverwogen geplaatst en bijvoorkeur ingebouwd.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 40
Decoratieve elementen ₋ Bewoners hebben meermaals aangegeven dat ze een herkenbare en onderscheidende woonbuurt willen met meer identiteit. Gedurende het project is deze ambitie vertaald naar het mogelijk toepassen van gestileerde verwijzingen naar de identiteiten van de Wildemanbuurt, Osdorp, Nieuw-West, Amsterdam en/of de (vroegere) bewoners. Deze locatiegebonden architectuur zou gebruik kunnen maken van geabstraheerde patronen, subtiele verwijzingen en details in de gevels en/of bijzondere elementen. Tegelijkertijd is het uitdrukkelijk verzoek aan de te betrekken architecten om verder te onderzoeken hoe op een passende manier invulling kan worden gegeven aan deze wens van de bewoners.
2.5 Openbare ruimte Een leefbare groene Wildemanbuurt Grote bomen, groene hoven en een groene oever aan de gracht. Dat zijn de bestaande groene kwaliteiten van de Wildemanbuurt. In de nieuwe Wildemanbuurt willen we het groene karakter zoveel mogelijk behouden en versterken, we zetten in op: ₋ Oppervlakte groen (openbaar plus collectief) uitbreiden ₋ Meer groen op ooghoogte; ₋ Groene overgangen tussen gevel en straat (margezones); ₋ Betere groeiplaatsen voor de bomen zodat ze gezonder en mooier kunnen blijven groeien; ₋ Meer biodiversiteit door variatie in groen en verhoging van natuurwaarden; ₋ Klimaatadaptatie door gedeeltelijke afwatering naar groenvakken (eventueel met doorlatende verharding) en veel bomen voor verkoeling door schaduw en verdamping; ₋ Eén grote, zo groen mogelijke ontmoetings- en speelplek voor de buurt; ₋ Grasrijk in te richten als parkplein door parkeerplaatsen eruit te halen en - natuurvriendelijker - in te richten met wandelpad en sportplekken; ₋ Kleine speelplekken voor jonge kinderen in de hoven en tussenstraten. We streven naar een leefbare en gezonde toekomstbuurt voor mens en dier. In dit hoofdstuk is verder beschreven en verbeeld hoe we dit willen gaan bereiken.
Ontwerp Voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van de openbare ruimte van Amsterdam, die ook op lange termijn te onderhouden is, is de Leidraad Centrale verkeers Commissie Amsterdam en de Puccinimethode leidend. Daarbij is de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de woning en de diverse voorzieningen in de buurt van belang en draagt een heldere structuur bij aan het juiste, gewenste gebruik van de verschillende ruimtes. Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 41
In de volgende fase van het plan wordt rekening gehouden met voldoende ruimte voor o.a. bomen en groen, parkeren, leidingen, oplaadpunten, fietsparkeren (incl. bakfietsen, scootmobielen en scooters), klimaatadaptatie, waterberging en ondergrondse afvalcontainers. In de huidige Wildemanbuurt is een moestuin die wordt onderhouden door buurtbewoners. Ook is er een aantal speeltoestellen dat in eigendom is van deze buurtbewoners. In de nieuwe plannen voor de openbare ruimte zal gezocht worden naar een nieuwe plek voor de buurttuin Reinveen en de speeltoestellen. Dit is bij voorkeur in de buurt. Kunst in de openbare ruimte Amsterdam kent een traditie waarbij kunst geïntegreerd wordt in de ontwikkeling van nieuwe gebieden. Dat gebeurde al ten tijde van het Plan Zuid van Berlage, de Westelijke Tuinsteden van het Amsterdamse Uitbreidingsplan en het Oostelijk Havengebied in de jaren negentig. Bij de inrichting van de Wildemanbuurt zal ook geïnvesteerd worden in kunst in de openbare ruimte. Om te garanderen dat kunst uiteindelijk een plek krijgt in de ontwerpen van nieuwe gebieden, moet kunst zo vroeg mogelijk in de planvorming van de Wildemanbuurt worden meegenomen. In de verdere uitwerking en besluitvorming van de plannen voor de Wildemanbuurt zal aangegeven moeten worden hoe kunst geïntegreerd gaat worden in het plangebied.
De beschrijving van de kunstopgave zal steeds concreter worden naarmate de ruimtelijke plannen gedetailleerder worden.
Beheer openbare ruimte De kwaliteit van de openbare ruimte bestaat uit een goede inrichting en goed beheer. Dit zijn geen twee op zichzelf staande elementen. De inrichting bepaalt of er goed beheer kan worden uitgevoerd en de mate van beheer is toonaangevend voor de uitstraling van de inrichting. Om tot een goede inrichting te komen is het daarom van groot belang bij het ontwerpen rekening te houden met toekomstig beheer (en handhaving). Dit wordt 'beheerbewust ontwerpen' genoemd. Na oplevering wordt een gebied aan de beheerder, stadsdeel Nieuw-West overgedragen. De inrichting dient, ook na overdracht aan het stadsdeel, te passen bij de middelen die voor onderhoud worden gereserveerd. Vervolgproces Het schetsontwerp van de openbare ruimte, dat onderdeel is van deze nota, is een eerste doorzicht om aan te tonen dat de technische eisen die worden gesteld inpasbaar zijn. Na vaststelling van dit vernieuwingsplan wordt per fase een gedetailleerd ontwerp voor de openbare ruimte opgesteld, over geparticipeerd met de buurt en vastgesteld door het openbaar bestuur. Het getekende schetsontwerp van de openbare ruimte zal dus nog wijzigen. Wildeman Groen is een bewonersgroep die zich inzet voor het groen in de Wildemanbuurt. Daarin wordt zij ondersteund door Stadsboerderij Osdorp, Stichting Vooruit en Groen in de Buurt.
Het doel van Wildeman Groen is enerzijds op korte termijn groene verbeteringen te ondersteunen en stimuleren. Daarnaast zal de feitelijke uitwerking van het parkplein, de straten, de groene kansen op, en aan, de gebouwen, het groene Grasrijk en de hoven nog veel aandacht vragen. Dat geldt ook voor de aansluiting met bijvoorbeeld het gebied rondom Station Wildeman. Bewonersbetrokkenheid en participatie zijn dan essentieel. Wildeman Groen kan daarin een rol spelen.
Groen in de openbare ruimte Vanuit gemeente Amsterdam gelden normen voor de hoeveelheid groen in de buurt. De groennorm maakt onderscheid tussen gebruiksgroen en ecosysteem groen. Ecosysteem groen heeft tot doel de buurt klimaatadaptief te maken. Gebruiksgroen is stedelijk attractief groen dat gebruikt kan worden. Gebruiksgroen kan deels ingericht zijn als trap- of sportveld, in een park of in de buurt, en kan ook bestaan uit brede stoepen of routes (max. 40% van het groene oppervlak). De normen voor gebruiksgroen en ecosysteem groen in dit deel van de stad zijn: • Gebruiksgroen (waarvan levend groen 60%, waarvan 40% ingericht kan worden voor paden, sporten&spelen): 16 m2 per woning • Ecosysteemgroen (waarvan max. 25% op kavel of dak) 6 m2 per woning/0,1 m2 per m2 bedrijfsruimte In de nieuwbouwplannen voor de Wildemanbuurt komt er meer programma (1200 - 1300 woningen en 1.700 - 2.000 m2 BVO bedrijfsruimte). We hebben de groennormen toegepast op dit nieuwe programma. Volgens de norm moeten we dan realiseren: Gebruiksgroen 20.000 m2 Ecosysteemgroen 7.685 m2 Minimaal: 27.685 m2 groen In de plannen staat: Gebruiksgroen 12.050 m2 Ecosysteemgroen 8.020 m2 Groene binnenhoven 12.980 m2 Totaal: 33.050 m2 groen We realiseren dus meer vierkante meters groen dan volgens de normen gesteld wordt als we de collectieve hoven meerekenen.
Op nadrukkelijke vraag van de bewoners zijn de hoven nu alleen bereikbaar vanuit de bebouwing grenzend aan het hof (en dus niet voor bezoekers). Zij hebben deze voorkeur vanwege de zorgen over sociale veiligheid én de wens voor een rustig Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 42
groengebied. Omdat ze niet onbeperkt toegankelijk zijn en in erfpacht uitgegeven mogen we ze officieel niet meerekenen met de groennormen. Om te compenseren voor het niet openbaar toegankelijk maken van de hoven, realiseren we een voetgangersbrug naar de wandelpaden en sportvelden in sportveld Ookmeer. Het Sportpark en de landschappelijke scheg worden zo veel beter ontsloten. Mensen uit de gehele Wildeman-Blomwijckerbuurt en zelfs uit een groter deel van Osdorp kunnen zo verschillende wandelingen door het landschap maken. Hoven Alle hoven krijgen een groene rustige binnentuin. Indien in de toekomst gewenst door de bewoners, kan bij de twee grotere hoven het hek opengezet worden zodat ook bezoekers welkom zijn. De hoven zijn familie van elkaar en dat kenmerkt zich in het materiaalgebruik van de verharding en het toe te passen (zit-) meubilair. Er is ook genoeg verschil; elke hof krijgt zijn eigen
karakter. In het schetsontwerp zijn slechts suggesties voor de inrichting van de hoven opgenomen. Voor de uiteindelijke invulling is samenwerking met de aanwonenden wenselijk. Spelen en sporten in de openbare ruimte Het is van belang te voorzien in specifiek ingerichte speel- en sportruimte in de buurt zelf. Zo kunnen jonge kinderen in de buurt van hun ouders buiten spelen en hebben ouderen op nabije afstand de mogelijkheid te sporten en zo hun gezondheid op peil te houden. Plekken waar gespeeld en gesport kan worden kunnen ook bijdragen aan de sociale cohesie. De speelen sportnorm waarborgt daarom de realisatie van speelplekken in de buurt en speelvelden voor de wijk. Vanuit de gemeente Amsterdam gelden de volgende normen voor de hoeveelheid spelen en sporten in deze buurt: Spelen • 1 speelplek per 300 woning (150 m2 terrein) • 1 speelveld per 1000 woningen (1000 m2) • Sport 1 m2 per woning Voor de Wildemanbuurt betekent dit (bij 1300 woningen): • 4 speelplekken 150 m2 = 600 m2 • 1 speelveld 1000 m2 • Sport 1300 m2 We realiseren nu: • 5 speelplekken van samen 600 m2 • 1 speelveld 1000 m2 & extra spelen in de hoven 455 m2 • Sport 1300 m2 Met dit aantal speel - en sportplekken realiseren we dus voldoende vierkante meters sport en spel volgens de Maatschappelijke Referentienormen.
Groenstructuur Bij de vernieuwing en verdichting van de buurt staat het behoud en de versterking van het groene karakter centraal. Het belangrijkste groene element in de buurt is het parkplein. Dit wordt een plek waar de mensen elkaar kunnen ontmoeten en kunnen bewegen in het groen. Daarnaast is het parkplein de centrale én actieve groene plek van de wijk. De monumentale bomen bieden allure en schaduw aan deze bijzondere plek. We koesteren de bestaande diversiteit en streven naar versterking waar mogelijk. Op kleine schaal spelen de groene margezones tussen de huizen en de stoepen een belangrijke rol. Op iets hogere schaal zijn de groene straten, hoven, het parkplein en de grasrijke routes die leiden naar het grootste groengebied: de Scheg van West met het Sportpark Ookmeer. Via deze routes zijn de parken in de buurt goed te voet of met de fiets bereikbaar.
Centraal parkplein en groene oase langs Grasrijk Het centrale Parkplein midden in de buurt is de ontmoetingsplek met spelen en sporten in het groen. Deze plek kenmerkt zich ruimtelijk door de dubbele bomenlaan langs Veldzicht en de negen monumentale bomen. De bomen zijn een kwaliteit voor het parkplein. Bomen zorgen voor de beleving van de seizoenen, prikkeling van de zintuigen, wateropname, verdamping, schaduw en nestgelegenheid. Het parkplein is rechthoekig van vorm door de stedenbouwkundige opzet en het stratenpatroon. Binnen dit rechthoekig ontwerp voorzien we dat speelse organische vormen een menselijke touch geven aan de ontmoetingsplekken, het groen en aan het sport & spel. Dit ontwerp is nader uit te werken in een landschappelijk ontwerp. Daarbij kan in overeenstemming met bewoners een andere vormentaal een optie zijn. Ook de groene oase aan Grasrijk langs het water is een belangrijke kwaliteit voor de buurt. De verblijfskwaliteit wordt verbeterd doordat de parkeerplekken verplaatst worden, en door middel van extra zitgelegenheid, de mogelijkheid voor kleinschalige buitensportfaciliteiten en door het versterken van de natuurwaarden met een kruidenrijke oever en mogelijk waterplanten. Er komen steigers om de verbinding met het water te versterken.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 43
Sport en spelen In de Wildemanbuurt streven we naar een levendige en gezonde omgeving waar bewoners volop kunnen genieten van buitenactiviteiten. Sporten en spelen in de openbare ruimte dragen op verschillende manieren bij aan fysieke en mentale ontwikkeling en gezondheid. Of het nu gaat om joggen, fietsen, of een potje voetbal, beweging houdt het lichaam in conditie. Buiten spelen prikkelt de fantasie. Kinderen kunnen zich uitleven in speeltuinen, terwijl volwassenen genieten van een potje schaak op een openbaar plein. Ouders, kinderen en buurtbewoners delen een bankje, wisselen een glimlach uit en maken misschien een praatje. Zo worden de sociale banden in de buurt versterkt. Actief zijn heeft positieve effecten op het concentratievermogen en onze productiviteit. Kinderen die regelmatig buiten spelen, presteren vaak beter op school. Een actieve levensstijl draagt bij aan een gezonde ouderdom. Er komt een voetgangersbrug naar Sportpark Ookmeer. Zo ontstaan er extra wandelroutes en zijn de sportvelden beter bereikbaar. Op verzoek van bewoners wordt deze zo snel mogelijk aangelegd.
Boomstructuur Een van de belangrijkste pijlers van het vernieuwingsplan is het bewaren van de bestaande grote bomen, met name de platanen op Veldzicht. Als bomen gekapt moeten worden, compenseren we dit volgens de regels zoals zij in Amsterdam gelden. We hanteren hiervoor de principes zoals die ook al uitgangspunt waren in het Algemeen Uitbreidingsplan. De bomen langs de straten proberen we zoveel mogelijk te behouden, alleen als er nieuwe bebouwing te dicht op komt te staan, is kappen nodig. Een andere reden om bomen te ver- of herplanten is als de groeiplaats niet goed of te klein is. In de straten Sonderbuur, Reinveen en Wildeman geven we bestaande bomen een betere groeiplaats. Als het nodig is ze geheel te vervangen, zoeken we in de buurt een andere plek voor deze bestaande bomen zodat ze meer ruimte hebben om te groeien. De Ookmeerweg krijgt een groenere uitstraling met heesterbeplanting en bomen tussen de parkeerplekken langs de bebouwing. In de hoven behouden we zoveel mogelijk bestaande bomen. Hier staan losse bomen in ruime grasvlakken, voornamelijk kleinere soorten met een hoge sierwaarde. Waar ruimte is, zetten we nieuwe bomen volgens hetzelfde principe neer.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 44
Klimaatadaptatie en ecologie Bomen en groen fungeren als natuurlijke airconditioning. Ze bieden schaduw en verkoeling, waardoor de stad aangenamer wordt tijdens hittegolven. Groene zones in de hoven, op straat en het parkplein helpen bij het opvangen van regenwater tijdens hevige buien. Dit vermindert overstromingen en draagt bij aan een duurzame waterhuishouding. Groen is niet alleen essentieel voor bewoners, maar ook voor planten en dieren. We versterken de ecologische waarde van de buurt. Denk aan bomen, geveltuinen, meer diversiteit in de beplanting en natuurvriendelijke oevers. Ook creëren we een ecologische opbouw van lage beplanting, zoals heesters en heggen met inheems groen. Bomen spelen een cruciale rol in het bevorderen van biodiversiteit. We leggen een aaneengesloten netwerk van groen aan, met voldoende variatie. De natuur beschermen we met ecologisch beheer en natuurinclusief bouwen. Minder frequent maaien zorgt voor extra voedsel- en schuilplaatsen voor inheemse soorten.
Watercompensatie Het verhard oppervlakte in de huidige situatie is het aantal m2 bebouwing en aantal m2 straat en stoep. Dat komt neer op: 12921 m2 + 29430 m2 = 42351 m2. Het verhard oppervlakte in de nieuwe situatie is 20023 m2 + 19993 m2 = 40016 m2. Het verhard oppervlak neemt dus met 2335 m2 af. Er is daarom vooralsnog geen watercompensatie nodig. Ten tijde van het definitief ontwerp van de openbare ruimte wordt de exacte hoeveelheid watercompensatie herberekend. De verwachting is dat in Nieuw-West sprake zal zijn van een overcapaciteit aan watercompensatie door de aanleg van de Nieuwe Osdorpergracht. Indien dit niet het geval is zal de toename aan verharding op een andere wijze moeten worden gecompenseerd.
Verkeer In de huidige situatie is de autoverkeerstructuur dominant in de buurt. In de nieuwe situatie zijn de woningen altijd bereikbaar per auto maar is de auto meer te gast en zijn sommige straten autovrij. In de nieuwe situatie blijft de buurt te bereiken via de Notweg en de Ookmeerweg. Het hart van de buurt, waar het groene Parkplein komt met spelen en sporten, is autovrij. Voor de overige straten zullen we samen met de bewoners in een volgende fase kijken naar de beste structuur. Eventueel wordt Sonderbuur doodlopend om zo het parkplein zo veilig mogelijk te houden. Grasrijk krijgt aan één zijde parkeerplekken langs de rijbaan, het parkplein krijgt een groener karakter, vrij van geparkeerde auto’s. In een vervolgfase onderzoeken we of een of tweerichting verkeer wenselijk is.
Parkeren auto openbare ruimte Bewoners die terugkeren in de buurt (herhuisvesters) met een parkeervergunning voor hun auto mogen deze vergunning meenemen. Om een realistische inschatting te kunnen maken van deze parkeerdruk is een berekening gemaakt om te benaderen hoeveel parkeerplaatsen noodzakelijk zullen zijn in de openbare ruimte voor deze terugkerende bewoners. We gaan uit voor de 656 bestaande woningen voor een terugkeerpercentage van 50%. Voor deze buurt is bekend dat 49% van de huishoudens een autovergunning heeft (d.d. 18 oktober 2024). De rekensom die deze benadering oplevert is dan als volgt: 656 * 0,5 * 0,49 = 161 parkeervergunningen. We houden voor het vernieuwingsplan dus rekening met 161 parkeervergunningen van terugkerende bewoners. Verder weten we dat er tussen de 1200 - 1300 woningen in deze nieuwe buurt komen. Voor elke woning dient in ieder geval 0,1 parkeerplaats in de openbare ruimte te worden gemaakt. Dat komt bij 1250 woningen neer op 125 parkeerplaatsen voor bezoekers in de openbare ruimte. In totaal houden we nu dus rekening met 161 + 125 = 286 parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 45
Het is belangrijk om te vermelden dat per fase precies het aantal parkeerplaatsen wordt bepaald op basis van het aantal terugkerende bewoners met een parkeervergunning, het totaal aantal woningen, het aantal te realiseren invalideplekken, vergunningen voor de omliggende koopwoningen en parkeerdruk in de omgeving. Mocht het zo zijn dat 100% van de bewoners een herhuisvester is dan hebben we 321 plekken voor herhuisvesters nodig (656 * 1 * 0,49 = 321 parkeervergunningen). En mochten we 1300 woningen realiseren dan hebben we daarbovenop (1300 * 0,1 = 130) 130 parkeerplekken voor bezoekersparkeren nodig. Dit levert een totaal op van 451 plekken op straat. Voor dit aantal plekken is de ruimte beschikbaar, al zal het wel betekenen dat er minder groen gerealiseerd kan worden. Het is dan zeer waarschijnlijk dat de groen- en speelnormen die zijn vastgesteld door de gemeente Amsterdam niet gehaald zullen worden. Om parkeerplekken op termijn te kunnen uitfaseren, gaan we uit van 'modern parkeren'. Dit is parkeren in parkeervakken die op de zelfde hoogte liggen als het trottoir. Parkeerplekken kunnen zo makkelijk worden omgezet naar verblijfsruimte, groen en speelplekken.
Fietsparkeren in de openbare ruimte Conform de vastgestelde Nota Parkeernormen voor fietsen en scooters, wordt per woning van de totale ontwikkeling 0,25 fietsparkeerplaats voor bezoekers in de openbare ruimte gefaciliteerd. Bij een maximaal aantal woningen van 1300 is de rekensom 0,25 * 1300 = 325 fietsparkeerplekken op straat. Dit gebeurt in principe met fietsparkeervakken die met name geschikt zijn voor kort fietsparkeren omdat de fiets nergens aan vastgezet kan worden. Zo is de kans op weesfietsen zo klein mogelijk.
Afval Afvalverzameling voor klein huishoudelijk afval gaat in de Wildemanbuurt plaatsvinden met ondergrondse afvalcontainers in de openbare ruimte, voor restafval, glas, oud papier en karton en textiel. Er zijn locaties aangeduid op de kaart waar ondergrondse afvalbakken kunnen worden geplaatst. Exacte locaties en technische specificaties zijn onderdeel van het openbare ruimteplan in de volgende fase. Een afweging hierbij is de afstand tot vuilcontainers. Vaak worden afvalzakken weg gebracht door kleine kinderen en moet de afstand niet te lang zijn. Korte afstand tot de woning leidt sowieso tot minder vervuiling. Er zal nog verder worden onderzocht hoe zwerfvuil kan worden voorkomen. Niet-woonfuncties moeten, conform het beleid van Amsterdam, afvalscheiding op eigen kavel organiseren. Verder wordt in de Wildemanbuurt onderzocht hoe gft-afval kan worden hergebruikt. Dit kan bijvoorbeeld via een afval vergister, of speciale broodbakken. Zo'n oplossing draagt tegelijk bij aan het tegengaan van ongedierte.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 46
Sociale veiligheid Een belangrijk aandachtspunt bij de verdere uitwerking is sociale veiligheid en het voorkomen van overlast. Het ontwerp van de nieuwe woningen bevordert sociale veiligheid door zicht in en op de openbare ruimte te waarborgen, zowel overdag als 's avonds. Leefruimtes zijn gepositioneerd aan de straat en aan galerijen. Slaapkamers liggen in principe niet aan de straat en zo min mogelijk aan de galerijen. De overgang tussen binnen en buiten wordt integraal ontworpen, met aandacht voor privacy, zichtrelaties en bewonersvoorkeuren. Het sociaal veilig maken van deze buurt krijgt aandacht in de gebouwen, maar ook in de openbare ruimte. De openbare ruimte wordt verlicht volgens het beleidskader verlichting, met aandacht voor een veilige beleving van vervoer tot voordeur. De eisen en aanbevelingen vanuit het Politiekeurmerk Veilig Wonen zijn richtinggevend. Voor zowel jongeren als ouderen wordt goed nagedacht op welke plek ze een verblijfsplek krijgen, zodat zo min mogelijk overlast wordt ervaren. De hoven zijn alleen toegankelijk voor bewoners.
eg
eerw
Ookm
Overzicht profielen eg
eerw
Op de volgende pagina's zijn de principeprofielen van de straten en openbare ruimte getekend. Er worden nog gedetailleerde openbare ruimte plannen gemaakt. Deze worden voorgelegd aan de buurt en vervolgens bij het bestuur van stadsdeel NieuwWest geagendeerd. Meer
Ookm
art
en Va
Ook er me
ad
g we
aunp
Ma Br
19,8m
Ook
eg
eerw
Ookm
eg eerw
mee
3m 108,4
3m
115,7
7
an
6
5+
1
bur
ten g
5
115,7
m
5
5+
5
1
S
5
zicht
Veld
S
5 6
aat
aalstr
ersw
epad swal Wevel
14m
S
icht
rijk
Gras
F
V
5
S
5+
1
en
khov
Kwee
z Veld
6
5+2
23,5m
an
S
7
3m
Wildem
F 75,26
t Vaar
rg
enbu
Bout
5+2
rB
1
S
1
Bou
6
5+
5+
Gee
de S
Son
1
ur
eg
eerw
1
r rbuu
erbu
5+
Sond
an ildemS W 6
7+4
11
9,8m
6
en Meer
m
72,19
Ookm
4
eg
Ookm
Rei
eg
eerw
au Ma Br
S
Land
Notw
7+
1
en Reinve
11
23,3m
npad
7+4
rweg
m
72,19
22m
ne nvee
11
zicht
n No
Ookm
23,3m
tweg
m
72,19
burg
Klaren
S
5 g bur ren
Kla
S m 75,26
5+
F
2
5 urg
Vrijb
5+
1
14m
t
rijk
rijk 7
5+
2
5
Ban
orp an
B er
e La
Laan
rper
Osdo
Laan
Osd
epad
s F Gra
Nieuwe
w Nieu
swal
Wevel
75,26
m
aat
aalstr
ersw
an Ban
n
aat
ijde
rper
Osdo
Rem
aalstr
ersw
Reim
raat
enst
port
6
5
Nieuwe
Vive
an
traa
Gras
Reim
S
5
rper
Osdo
an
5
F
ns woo
S
Wildem
Ou
B er orp
5
npad
inge werd
Osd
eg Notw
vrije Auto
7
Notw eg
nne
e Ve
Hoog
Rem n
ff en Ho
pad
ijde
Beek
rper
Osdo
Bulle
Ban
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 47
jden
Remi
G
f
Ban
Profielen Ookmeerweg
Reinveen en Notweg
Wildeman
Sonderbuur
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 48
Veldzicht
Autovrije woonstraten
Grasrijk
Nieuwe Laan
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 49
Parkplein: combineren ontmoeting, spelen en sporten Ligging en ontwerpgedachte
groene omkadering organische vormen binnen doorgaande informele route Referentiebeelden
Starr Whitehouse
Ontmoetingsplek, organische vormentaal
Enno Meier-Schomburg
Schaduwplekken onder bomen
Natuurspeeltuin Plan West Amsterdam
Space2space
Sportveld geïntegreerd in parkomgeving
Spelen en ontmoeting combineren
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 50
Jan Ooms
Osty et associés paysage urbanisme
Speelplekken
Doorgaande informele parkroute
Straten Referentiebeelden
Buurtstraten
Autovrije straatjes
Amsterdam
Amsterdam
Ruimtereservering voor asymetrisch profiel met haaksparkeren in het groen (tweezijdig langsparkeren als optie, nader uit te werken)
Autovrije straatjes, inrichting groen en verharding nader uit te werken
Amsterdam
Planergruppe Oberhausen
In de buurtstraten kleine speelplekjes omsloten door groen
Middelgrote speelplekjes in het groen
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 51
2.6 Duurzaamheid Ambities en afspraken De gemeente Amsterdam heeft zich gecommitteerd aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. In 2030 streeft Amsterdam naar een CO₂-uitstootreductie van 60%. Voor 2050 is het doel om de CO₂-uitstoot met 95% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Om dit te bereiken, richt de gemeente zich op zes belangrijke thema’s: duurzame energie, circulair bouwen, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen, uitstootvrije mobiliteit en schone lucht en afval. Meer informatie over deze thema’s en hun randvoorwaarden en ambities is te vinden op amsterdam.nl/duurzaamontwikkelen. Daarnaast hecht Amsterdam ook veel waarde aan sociale duurzaamheid in de Wildemanbuurt. In dit vernieuwingsplan worden de randvoorwaarden en ambities voor de Wildemanbuurt uiteengezet. Als er wijzigingen zijn in wet- en regelgeving tijdens latere fasen, kunnen deze uitgangspunten worden herzien. Sociale duurzaamheid Bij de herontwikkeling van de Wildemanbuurt ligt de nadruk op sociale duurzaamheid, wat zich richt op het welzijn van mensen. Dit betekent dat bewonersbetrokkenheid en participatie centraal staan in de planvormingsfase. Het doel is om sociale rechtvaardigheid te bevorderen en sociale structuren te behouden. Een gevarieerd woonaanbod voor verschillende doelgroepen benadrukt inclusie en diversiteit.
Sociale cohesie wordt gestimuleerd door ontmoetingen te faciliteren in het ontwerp van de nieuwe buurt, waarbij veiligheid een belangrijk aspect is. Duurzame energie De gemeente Amsterdam heeft ambitieuze doelen op het gebied van duurzame energie. In 2030 wil de stad de CO₂uitstoot met 60% verminderen en in 2050 streven we naar 100% gebruik van duurzame energie. Deze doelen zijn vastgesteld in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Voor nieuwbouw in de Wildemanbuurt betekent dit dat wordt ingezet Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 52
op zeer goed geïsoleerde, bij voorkeur energieleverende gebouwen, met als doel een minimale energievraag en een prettig woonklimaat voor bewoners. Hiervoor worden geschikte oppervlaktes gebruikt voor zonnepanelen.
Klimaatadaptatie Een belangrijk aspect van deze vernieuwing is klimaatadaptatie, waarbij de omgeving wordt aangepast aan de veranderende klimaatomstandigheden. Dit omvat maatregelen zoals regenbestendigheid (zoals het Amsterdam Rainproof-initiatief), hittebestendigheid en droogtebestendigheid.
Ontwikkelende partijen in de Wildemanbuurt streven ernaar aan deze doelen te voldoen. Alle nieuwbouw wordt gebouwd volgens de BENG-normen (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Dit wordt bereikt door het verminderen van fossiel energiegebruik en het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie, bijvoorbeeld door zonnepanelen te installeren. Daarnaast wordt de energiebehoefte teruggedrongen door een goede kwaliteit van de gebouwschil, zoals isolatie, goede ventilatie en kierdichtheid.
Een ‘quick scan klimaatadaptatie’ is uitgevoerd voor de Wildeman- en Blomwijckerbuurt. Deze scan helpt bij het plannen en inschatten van risico’s op het gebied van klimaatadaptatie, waaronder droogte, wateroverlast, hitte en overstromingen. De resultaten zijn gebaseerd op stresstesten die beschikbaar zijn op websites zoals maps.amsterdam.nl/ klimaatadaptatie en klimaateffectatlas.nl
In overleg met de energieleverancier wordt gekeken naar de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk, zodat we als buurt en stad kunnen inspelen op mogelijke netcongestie. Aardgasvrij & Warmtenet Gemeentelijk en landelijk beleid schrijven aardgasvrije nieuwbouw voor. Conform ‘Amsterdam Aardgasvrij en de Wet VET (voortgang energietransitie) is bij nieuwbouw geen gasaansluiting meer toegestaan. Binnen Warm Amsterdam is afgesproken dat de nieuwbouw aangesloten wordt op stadswarmte van Westpoort Warmte. Dit kan ook een hybride variant zijn met een Warmte Koude Opslag. De betaalbaarheid van het vastrecht en de variabele kosten voor warmte (en eventueel koude) zijn hierbij erg belangrijk voor de bewoners. Kansen voor aquathermie uit de Sloterplas worden parallel onderzocht. Mogelijk is dit in de toekomst een aantrekkelijke energiebron in combinatie met een temperatuurverlaging van de bestaande infrastructuur.
Op enkele locaties in het projectgebied kan overlast worden ondervonden bij een extreme regenbui. Maatregelen tegen deze buien omvatten de volgende volgorde; het regenwater wordt vastgehouden, vervolgens geborgen, kan dan infiltreren, waarna het langzaam wordt afgevoerd. Dit kan bijvoorbeeld door regenwater van de gevel naar verlaagde groene plekken te sturen met een bergingscapaciteit, waar het water kan infiltreren, zoals watertuinen of natuurspeelplekken. Ook in straatprofielen kunnen waterspreidende en waterafvoerende straten richting groen een oplossing bieden. In de openbare ruimte wordt rekening gehouden met, volgens de Hemelwaterverordening, gestelde eisen om een bui te kunnen verwerken middels vasthouden en bergen. Op sommige locaties in de Wildemanbuurt is er een hoge grondwaterstand. Hier moet rekening mee worden gehouden bij het toepassen van maatregelen voor hemelwateropvang. Door een veranderend klimaat kan hittestress zorgen voor een onaangename gevoelstemperatuur bij bewoners. Om dit te voorkomen worden in de Wildemanbuurt koele plekken en routes gecreëerd met groen en wordt tevens verharding in de openbare ruimte verminderd.
Ontwikkelende partijen in de Wildemanbuurt dienen te voldoen aan de Hemelwaterverordening (www.rainproof.nl) op eigen terrein. Hier betekent "eigen terrein" de grond die in erfpacht is uitgegeven aan Stadgenoot of eventuele medeontwikkelaars. Bij het ontwerpen van gebouwen moet het opvangen, vasthouden en vertragen van hemelwater worden meegenomen zodat het niet op de riolering wordt geloosd en eventueel kan worden hergebruikt. Ook zal hittestress moeten worden tegengegaan in de gebouwen. Door te investeren in vergroenen van de buitenruimte met bomen, groene (waterretentie) daken en gevels (verkoelend), overstekken, variatie van open/dichte gevels en gebouworiëntatie wordt overlast door hitte en water bij zware regenbuien voorkomen. In de Wildemanbuurt zetten ontwikkelende partijen in op de binnentuinen en daken, waarbij de combinatie en goede positionering van zonnepanelen en groene daken worden onderzocht. Bij de inrichting van de binnentuinen wordt rekening gehouden met hoogwaardig kwalitatief vegetatie dat bijdraagt aan de regenbestendigheid van de kavel. Ontwikkelende partijen zetten hier in op veel groen en ontharding, waarbij het ontwerp wordt afgestemd voor een goede aansluiting op de inrichting van de openbare ruimte.
Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 53
Flexibel en circulair bouwen Amsterdam wil in 2030 50% minder nieuwe grondstoffen gebruiken en in 2050 volledig circulair zijn. Adaptief en demontabel bouwen en het gebruik van klimaatneutrale, biobased, en hernieuwbare materialen levert een bijdrage aan het behalen van deze doelstellingen. Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen dagen wij ontwikkelende partijen uit op dit duurzaamheidsthema. Circulair bouwen bestaat hier uit twee onderdelen: flexibel ontwerp en materiaalgebruik.
in de Wildemanbuurt. De intentie is om een oogstkaart te laten maken door slopers voor een materialeninventarisatie. Ook wordt voor het bestaande groen gebruik gemaakt van initiatieven zoals Struikroven. Waar mogelijk bouwen ontwikkelende partijen adaptief en demontabel. Verontreiniging van het hemelwater door bouwmaterialen moet worden voorkomen door geen gebruik te maken van uitlogende materialen zoals koper, lood en zink.
In de Wildemanbuurt wordt onderzocht in hoeverre hergebruikte materialen kunnen worden toegepast in de openbare ruimte zonder de Puccini uitgangspunten te schaden. Waar mogelijk worden materialen die vrijkomen tijdens het slopen van huidig vastgoed of vastgoed elders in de stad geïnventariseerd en hergebruikt.
De milieuprestatie van de gebouwen en de gebruikte materialen wordt gemeten aan de hand van de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG). De landelijke MPG is een vereiste voor nieuwbouw en zal vanaf 2025 worden verscherpt van ≤ 0,8 naar ≤ 0,5 voor nieuwbouwwoningen en van ≤ 1,0 naar ≤ 0,85 voor nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m2).
Op gebouwniveau worden ontwikkelende partijen zoveel mogelijk uitgedaagd om de gebouwen zo te ontwerpen dat de materialen een zo lang mogelijke levensduur krijgen door middel van het hergebruik, dan wel door het gebruik van biobased/herbruikbare materialen. Grote impact kan gemaakt worden door het toepassen van een duurzaam bouwsysteem. De ambitie van de gemeente is om vanaf 2025 20% van de woningbouwproductie in Amsterdam van hout en andere biobased materialen te realiseren. Bouwsystemen in volledig hout, hybride constructies of van hergebruikt materiaal dan wel in combinatie met circulair beton kunnen hieraan bijdragen. Ook met biobased isolatiemateriaal en duurzame gevelmaterialen kan verschil worden gemaakt. Als ontwerpers kiezen voor het gebruik van hout, wordt er alleen hout toegepast met een FSC -keurmerk of een vergelijkbare kwaliteit.
Duurzame mobiliteit Het Actieplan Schone Lucht omschrijft de maatregelen om op korte termijn te voldoen aan de Europese grensnorm voor luchtkwaliteit. Echter, de ambitie van de gemeente is groter. In 2030 moet de stad voldoen aan een twee keer zo strenge advieswaarden van de World Health Organization (WHO). Dit leidt tot een stillere, meer leefbare stad en een mogelijke CO₂-verminderling van 9%. Om dit te behalen gebruiken we het STOMP-principe: Stappen, Trappen, OV, MaaS (mobility as a service) en Privé-auto. De volgorde is op prioriteit, wandel en fietsroutes krijgen voorrang op de auto. De bereikbaarheid per fiets wordt vergroot door te investeren in aantrekkelijke en veilige fietsverbindingen plus goede fietsparkeermogelijkheden in de openbare ruimte en in de gebouwen en het eigen terrein van Stadgenoot. In de gebouwen en op het eigen terrein van Stadgenoot wordt daarbij rekening gehouden met voldoende (inpandige) ruimte voor scooters, scootmobielen en een aantal oplaadpunten voor elektrische tweewielers. Op verschillende locaties wordt het gebied autoluw ingericht of zijn er straten
De ontwikkelende partijen zetten in op het hergebruik van materialen door te pionieren met een lokale materialen hub
waar auto’s niet mogen komen. Ook een goede en blijvende ontsluiting van het gebied met openbaar vervoer draagt bij het verminderen van autoverkeer. Om elektrisch vervoer in de Wildemanbuurt mogelijk te maken, is de aanwezigheid van voldoende duurzame infrastructuur en energiebronnen van belang. Denk aan voldoende oplaadfaciliteiten in de openbare ruimte en op privéterrein (eigen terrein van Stadgenoot bijvoorbeeld). Er wordt hierbij gehouden aan de richtlijn laadpunten bij nieuwbouw en verbouw van de gemeente Amsterdam. Daarnaast wordt in openbare ruimte deelmobiliteit gestimuleerd door onder andere onderzoek te doen naar een aanbieder voor een passend en uitstootvrij deelmobiliteitsconcept. Als laatste zorgen ontwikkelende partijen tijdens de bouw voor duurzame bouwlogistiek en wordt schone werktuigen gestimuleerd waarbij de uitstoot wordt geminimaliseerd. Voor het halen van de ambitie om vanaf 2030 alleen nog uitstootvrije mobiliteit toe te staan moeten duurzame vormen van mobiliteit worden gestimuleerd. In het bouwbesluit is sinds 10 maart 2020 het onderstaande opgenomen met betrekking tot laadpalen bij parkeerplaatsen op de kavels zelf. Voor de te realiseren parkeervakken op eigen terrein geldt: 1. Minimaal 10% moet zijn voorzien van een laadpaal (en bijbehorende borden voor het alleen parkeren van elektrische voertuigen); 2.
20% moet elektrisch zijn voorbereid, maar hoeft nog geen laadpaal te hebben (wel leiding en aansluit-capaciteit); 3. 100% van de parkeervakken moet zijn voorbereid door middel van kabelgoten, en de technische ruimte is groot genoeg voor alle aansluitingen). Naast deze verplichtingen is de ambitie fietsgebruik te Vernieuwingsplan Wildemanbuurt 54
stimuleren. Fietsen is gezond, draagt bij aan schonere lucht en aan een leefbaar en bereikbaar Amsterdam. Het is dan ook belangrijk om goed toegankelijke fietsparkeerplekken met voldoende (inpandige) ruimte voor scooters en een aantal oplaadpunten voor elektrische tweewielers te realiseren. Deze en andere normen en richtlijnen zijn opgenomen in de nota ‘Parkeernormen Fiets en Scooter’. Natuurinclusief bouwen Een van de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Amsterdam, zoals ook benoemd in de Groenvisie 2020-2050, is het versterken van de biodiversiteit in de stad. Voordat de ontwikkeling plaats kan vinden dient een zogenaamde QuickScan flora en fauna plaats te vinden. Onderzocht wordt of op de locatie dier- en/of plantsoorten zijn die op grond van de Wet natuurbescherming strikt beschermde soorten worden aangetroffen. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur of Ecologische Hoofdstructuur. Wel is de huidige groenstrook tussen Grasrijk en het water van Hoekenes aangemerkt als een groene (ecologische) verbindingszone. In de openbare ruimte wordt het groene karakter van de buurt versterkt, natuurinclusief ingericht, waarbij rekening wordt gehouden met het verbeteren van de ecologische waarde en aansluiting wordt gezocht op de vegetatie in de omgeving. Ook de biodiversiteit wordt versterkt door middel van type inrichting van groen.
Het transformeren van de openbare ruimte is een kans om innovatieve manieren van groen toe te passen. Voor de Wildemanbuurt betekent dit in ieder geval het toepassen van groen dat insecten (zoals bijen en vlinders) aantrekt en ratten juist afstoot. Dit zal in het ontwerp van de openbare ruimte concreet moeten worden. Door het aanleveren van een groenplan door de ontwikkelende partij wordt toegelicht hoe er wordt omgegaan met natuurinclusief bouwen en op welke wijze, met welk doel en met