CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Verduurzamingsrapportage gemeentelijke organisatie 2024.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 25 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief inzake de voortgangsrapportage Onze stad van morgen (VN2025-012243)10.240 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verduurzamingsrapportage over 2024 Duurzame gemeentelijke organisatie

Verduurzamingsrapportage over 2024

2

Samenvatting De gemeente Amsterdam heeft 5 duurzaamheids­doelen voor de organisatie. Dat zijn: 1. Maximale energievermindering en maximale energieopwekking. 2. CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030. 3. Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte. 4. Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen. 5. Duurzaam denken en doen van alle ambtenaren. In de Verduurzamingsrapportage laten we de voortgang zien voor deze 5 doelen en beschrijven we hoe we de komende periode verder gaan.

Maximale energievermindering en maximale energieopwekking We liggen op schema met het verminderen van ons energieverbruik. Het verbruik van aardgas, elektriciteit en brandstoffen nam in 2024 af. Dat komt onder andere door het afstoten van een kantoorpand, het beter instellen van klimaatinstallaties, het isoleren van panden, het gebruik van energiezuinigere verlichting en andere energiebesparende maatregelen. Het verbruik van warmte uit andere (duurzame) warmtebronnen nam toe, omdat we minder aardgas verbruiken om te verwarmen. We hebben meer zonnepanelen, maar we lopen achter op onze doelstelling om meer elektriciteit op te wekken met zonnepanelen. We hebben niet genoeg zonnepanelen geplaatst om onze doelstelling voor het opwekken van elektriciteit te halen.

CO₂-neutrale bedrijfsvoering Duurzaamheidsdoelen gemeentelijke organisatie:

Het lukt onze organisatie om de eigen, directe uitstoot van CO₂ te verminderen. In 2024 stootten we 75 procent minder CO2 uit dan in 2018. Het doel is om in 2030 100 procent CO2 te verminderen. Een risico voor de planning van verder verduurzamen van ons vastgoed is de net­congestie. Onze indirecte CO₂-uitstoot is veel groter en die vermindering gaat moeizamer. Het gaat daarbij om CO₂-uitstoot die ergens anders ontstaat door winning, vervoer en productie van voedsel of spullen. 99 procent van onze CO2-voetafdruk bestaat uit indirecte uitstoot (scope 3). Het grootste deel van onze uitstoot wordt veroorzaakt door de inkoop. Voorbeelden hiervan zijn materialen voor de openbare ruimte, software, laptops, telefoons, eten en drinken. In 2025 stellen we een doel vast voor de afname van de indirecte CO₂-uitstoot in scope 3. 77 procent van onze uitstoot in scope 3 komt door inkoop van goederen en diensten, daar ligt dus een grote opgave. Daarom zetten we vol in op duurzaamheid bij nieuwe aanbestedingen.

Verduurzamingsrapportage over 2024

3

Circulaire bedrijfsvoering

Duurzaam denken en doen van alle ambtenaren

De doelstelling is in 2025 50 procent duurzaam of circulair inkopen. In 2024 hebben we bij ongeveer 33 procent van alle Europese aanbestedingen van de gemeente duurzaam ingekocht. Bij 86 procent van de Europese aanbestedingen in het ICT-domein, sociaal domein en bedrijfsvoeringsdomein is duurzaamheidsadvies gegeven. Dat is in 78 procent van de gevallen opgevolgd. We zetten stappen op weg naar een volledig circulaire bedrijfsvoering. Dat doen we onder meer door ‘duurzaam, tenzij’ toe te passen in de openbare ruimte en in andere projecten. Een volledig circulaire organisatie, dat wil zeggen alleen nog maar hernieuwbare of gerecyclede materialen inkopen en gebruiken, met nauwelijks nog negatieve milieu-impact, is nog ver weg. Ook weten de meeste begrotingsprogramma’s en directies nog niet wat er nodig is om volledig circulair te werken, en in welke stappen we daar de komende jaren naar toewerken.

Steeds meer ambtenaren worden zich bewust van de omvang van het probleem van klimaatverandering. Collega’s weten elkaar steeds beter te vinden en maken duurzame keuzes in hun werk: van het bestellen van vegetarische lunches tot het inkopen van circulair materiaal voor de openbare ruimte. Dit noemen we duurzaam denken en doen. In 2024 volgden ruim 600 collega’s de workshop Climate Fresk. In de workshop leren zij wat de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering zijn en bedenken zij met hun team acties om hun klimaatimpact in het werk te verkleinen. Op allerlei plekken wordt gewerkt vanuit het uitgangspunt ‘duurzaam, tenzij’, maar het is nog lang niet overal onderdeel van het dagelijks werk. Steeds meer ambtenaren spreken met collega’s en leren over het klimaatprobleem of leggen dat aan anderen uit. Er is ook een grote groep ambtenaren die we nog niet bereiken.

Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen Bij de verduurzaming van onze gebouwen en (binnen-)terreinen houden we rekening met klimaatadaptatie. Een klimaatadaptief gebouw of terrein is zo goed mogelijk bestand tegen weersextremen, zonder dat dit het gebruik van het pand of terrein hindert. Groene daken, gevels en terreinen verminderen overlast door hitte, droogte en wateroverlast in de stad. In 2024 is er 5.000 m2 bloemrijk grasland ingezaaid op verschillende sportparken. Dit is een van de manieren waarop we het ecologisch beheer van onze terreinen inrichten. Er is ook aandacht voor klimaatadaptatie in het uitvoeringsprogramma Duurzaam gemeentelijk vastgoed. De focus ligt in eerste instantie bij het tegengaan van hitte en wateroverlast.

Verduurzamingsrapportage over 2024

Inhoudsopgave Samenvatting2 Inleiding5 Voortgang op de duurzaamheidsdoelen in 2024

6

1 Maximale energievermindering en maximale energieopwekking

7

2 CO2-neutrale bedrijfsvoering in 2030

11

3 Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte

19

4 Klimaatadaptatieve gebouwen en (binnen-)terreinen

24

5 Duurzaam denken en doen van alle ambtenaren

25

Sturing, regie en verantwoording

27

Afsluiting31

4

Verduurzamingsrapportage over 2024

Inleiding In 2030 willen we een volledig duurzame organisatie zijn. Om daar te komen, werken we aan de 5 duurzaamheids­doelen. Die staan beschreven in de Uitvoeringsagenda Duurzame gemeentelijke organisatie 2020-2030. In de Verduurzamings­ rapportage laten we de voortgang zien van de doelen. In 2024 is de Uitvoeringsagenda aangepast.

De doelen zijn nu duidelijker geformuleerd. De maatregelen die bijdragen aan de verduurzaming van de organisatie zijn onderverdeeld in 10 thema’s. De 10 thema’s met maatregelen uit de aangepaste Uitvoeringsagenda komen terug in deze rapportage, verdeeld over de doelen. We lichten een aantal maatregelen uit bij de bespreking van de thema’s. Green Office voert de regie op het duurzaam maken van de gemeentelijke organisatie. We doen de volgende dingen:

collega’s. We stimuleren en sturen op de samenwerking tussen directies om de resultaten te behalen. • We roepen collega’s op om te helpen de organisatie duurzamer te maken en helpen hen hierbij. • We brengen de behoefte aan ondersteuning, informatie, kennis, organisatie en financiën van directies in kaart. • We communiceren over behaalde resultaten.

De 5 duurzaamheidsdoelen van de gemeentelijke organisatie zijn: • We brengen de CO₂-voetafdruk van onze organisatie in kaart. • We volgen de voortgang van de Uitvoeringsagenda: bestuurlijke informatievoorziening en verslaglegging. We signaleren knelpunten in de voortgang en bepalen wat voorrang heeft. • Het opstellen, bijstellen en het beoordelen van de overkoepelende Uitvoeringsagenda duurzame organisatie. • We brengen het duurzame netwerk in de organisatie in kaart en verbinden

1. Maximale energievermindering en maximale energieopwekking. 2. CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030. 3. Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte. 4. Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen. 5. Duurzaam denken en doen van alle ambtenaren.

5

Verduurzamingsrapportage over 2024

Voortgang op de duurzaamheidsdoelen in 2024 We bekijken per doel wat we in 2024 bereikt hebben en we geven een doorkijk naar 2025 en verder.

6

Verduurzamingsrapportage over 2024

7

  1   Maximale energievermindering en maximale energieopwekking

› Wat hebben we bereikt? Energieverbruik gemeentelijke organisatie 2018-2024 Energieverbruik gemeentelijke organisatie 2018-2024  (in TJ, gigajoule x 1.000) (in TJ, gigajoule x 1.000) 718

682

638

641

633

595

Energieverbruik gemeentelijke organisatie 2018-2024 in detail  Energieverbruik organisatie 2018-2024 in detail (in TJ, gigajoule xgemeentelijke 1.000) (in TJ, gigajoule x 1.000) 20

582

130 452

209

2018

2019

Elektriciteit

2020

2021

2022

Aardgas

2023

2024*

Brandstoffen

2025

2026

2027

Warmte

* 2024 zijn voorlopige cijfers.

2028 Doel

2029

2030

20 127 168

17

24

22

134

144

24

137

41

125

120

161

162

167

146

129

360

366

325

311

307

299

293

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024*

Elektriciteit

Aardgas

Brandstoffen

Warmte

* 2024 zijn voorlopige cijfers.

Energievermindering Een terajoule (TJ) is 1012 joule Een terajoule (TJ) komt overeen met 31.600 m3 aardgas.

De vermindering in ons energiegebruik ligt op schema. In 2030 willen we 37 procent minder energie verbruiken in de gemeentelijke organisatie dan in 2018. We gebruiken nu 19 procent minder energie dan in 2018. Als we in dit tempo door blijven gaan met verminderen dan halen we ons doel. Dit wordt steeds lastiger, omdat de maatregelen die het makkelijkst uit te voeren al gerealiseerd zijn. Sinds 2018 hebben we 38 procent minder aardgas gebruikt, 18 procent minder elektriciteit en 8 procent minder brandstoffen. Daardoor gebruiken we in het geheel minder energie. Wel gebruiken we nu twee keer zoveel energie voor warmte uit stadswarmte of door warmte-koudeopslag­installaties. Dit zijn duur­ zamere alternatieve voor aardgas.

Verduurzamingsrapportage over 2024

Aardgas en warmte In 2024 verbruikten we 12 procent minder aardgas dan in 2023. We brengen ons gasverbruik terug door anders te verwarmen, bijvoorbeeld door warmte­ pompen, het gebruik van stadswarmte of door warmte-koudeopslaginstallaties (WKO). Deze installaties gebruiken de aarde om warmte en koude op te slaan, via elektriciteit. Stadswarmte en warmte-koudeopslag installaties zorgen voor een toename in ons warmtegebruik. In 2024 nam ons warmtegebruik toe met 67 procent in vergelijking met 2023. Ook blijven we stappen zetten in het anders afstellen van klimaatinstallaties en isolatie.

Elektriciteit en brandstoffen Ons elektriciteitsverbruik is in 2024 nagenoeg gelijk gebleven aan 2023. In 2024 verbruikten we 2 procent minder elektriciteit dan in 2023. Dit komt onder andere door het afstoten van het kantoorpand Weesperstraat 113. We zijn bezig met het aanbrengen van energiezuinige ledverlichting in veertien grote kantoorpanden. We hebben 3 procent minder elektriciteit gebruikt voor onze openbare verlichting. Wel gebruiken we 21 procent meer elektriciteit voor ons wagenpark. Dit komt doordat we voor veel voertuigen overstappen op een elektrische variant. Het elektriciteitsverbruik voor onze voertuigen blijft in verhouding erg laag in vergelijking tot ons totale elektriciteitsverbruik. Mede door de overstap naar elektrische voertuigen is het energieverbruik door fossiele brandstoffen afgenomen met 4 procent in 2024 ten opzichte van 2023.

Ons doel is om in 2030 15 Megawattpiek (MWpiek) mogelijke opwekking te hebben gerealiseerd. Om dit doel te bereiken hebben we groei nodig, namelijk: gemiddeld 23 procent per jaar. In 2025 bekijken we het doel voor mogelijke opwekking naar boven of beneden aangepast moet worden. Tegelijkertijd stellen we een doelstelling op voor de werkelijke opbrengst van het opwekken van energie door onze zonnepanelen. In 2024 steeg onze mogelijke opwekking met 21 procent ten opzichte van 2023. We zijn dus op de goede weg, maar we hebben nog veel extra panelen nodig. Mogelijke opwekking (in MWpiek) Mogelijke opwekking zonnepanelen (in MWpiek) 16 14 12 10 8 6 4 2

Energieopwekking Onze energieopwekking meten we in mogelijke opwekking en werkelijke opwekking. De mogelijke opwekking laat zien wat een zonnepaneel mogelijk kan opwekken. Dit hangt af van de stand van het paneel, de capaciteit van het paneel en of de panelen aangesloten zijn. De werkelijke opwekking is wat de zonnepanelen daadwerkelijk hebben opgebracht. Dit hangt af van onder andere de weersomstandigheden (aantal zonuren) en vuil op de panelen.

8

0 2018

2019

Opwekking

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Opwekking doel

Onze werkelijke opwekking is met 8 procent gegroeid ten opzichte van 2023. Deze groei is minder groot, vooral doordat er in 2024 minder zonuren waren dan in 2023.

Verduurzamingsrapportage over 2024

Werkelijke opwekking (in MW) Werkelijke opwekking (in MWh)

THEMA 1 | Gemeentelijke huisvesting Gedeelde zonnepanelen Het dak van de stadskantoren Oost en Zuidoost liggen vol met zonne­ panelen. Deze 2 panden maken onderdeel uit van een groter project, waarbij maar liefst 30 gemeentelijke daken aan marktpartijen, combinaties van aannemer en energiecoöperatie, zijn gegeven via een concessie­ overeenkomst. Hierbij geven we partij(en) de mogelijkheid onze daken te gebruiken. Geen dak bleef onbenut.

3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Vastgoed Het uitvoeringsprogramma Duurzaam gemeentelijk vastgoed is door het college vastgesteld in april 2024. Dit plan van aanpak beschrijft op hoofdlijnen de ver­duur­zaming van 300 van de 1000 gemeentelijke panden tot 2030. De eigen huisvesting moet dan energieneutraal zijn; de overige gemeentelijke panden moeten in 2030 minimaal energielabel A krijgen. Ook wordt in de uitvoering aandacht besteed aan circulariteit, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. De eerste resultaten zijn al zichtbaar. Inmiddels zijn zo’n 70 gemeentelijke panden aardgasvrij. In 2018 waren dat er nog 32. Een van de panden is de ijshal Jaap Eden. De hal is in 2024 gasvrij gemaakt en is nu energieneutraal voor het gebouwgebonden energieverbruik (energieverbruik voor het verwarmen, koelen en ventileren van het gebouw en het warmwatergebruik). Ook is het aantal panden met energielabel A tot C toegenomen tot 47 procent. In 2018 was dat nog 32 procent.

De stroom die we opwekken gaat naar onszelf en naar bewoners uit de buurt die mee hebben geïnvesteerd. Ideaal voor wie wil bijdragen aan de energietransitie, maar zelf geen geschikt dak heeft.

9

Verduurzamingsrapportage over 2024

› Hoe gaan we verder? In 2025 bekijken we onze energiedoelstellingen. Lukt het met de huidige maatregelen, of is er meer nodig om de doelstelling te behalen? Tegelijkertijd stellen we een doelstelling op voor de werkelijke opwekking door onze zonnepanelen. De voertuigen van het wagenpark vervangen we vanaf 2025 volgens de uitvoeringsplannen van de directies. Het uitgangspunt daarbij is: elektrificeren, vervangen of alternatieven zoeken. Ook werken we verder aan efficiënter gebruik van de autopool door de bezettingsgraad te evalueren. Aan de hand daarvan bepalen we wat de meest efficiënte inzet is. Ook gaan we het delen van (lease-)auto’s binnen de gemeente stimuleren. We gaan door met het uitvoeringsprogramma Duurzaam gemeentelijk vastgoed. De focus van het programma is de versnelling van verduurzaming door CO2-reductie. De eigen kantoren en werven moeten energieneutraal en klimaatneutraal zijn in 2030. De verduurzaming van de panden moet ook bijdragen aan circulariteit, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Risico’s voor het tijdig uitvoeren van het programma zijn onder andere onvoldoende personeel, materiaal en netcongestie in de stad.

10

THEMA 2 | Energiebesparing Renovatie en verduurzaming het De Mirandabad In 2024 begonnen we met het verduurzamen en aardgasvrij maken van het De Mirandabad in Zuid. Het 50 meter-buitenbad is al volledig vernieuwd: beter geïsoleerd en voorzien van een afdekdeken. Hierdoor verbruikt het buitenbad ongeveer 50 procent minder warmte. Eind 2025 start de renovatie van de rest van het zwembad. Ook de unieke grote koepel van het binnencomplex wordt vernieuwd. Na de renovatie en verduurzaming van het gebouw moet het volledig aardgasvrij en bijna energieneutraal zijn.

Verduurzamingsrapportage over 2024

11

  2   CO2-neutrale bedrijfsvoering in 2030 Ons doel is om in 2030 een CO₂-neutrale bedrijfsvoering te hebben. CO₂-neutraal betekent dat we geen broeikasgassen uitstoten. Onze bedrijfsvoering is CO₂-neutraal als alle uitstoot in scope 1 en 2 tot nul is teruggebracht en als de uitstoot in scope 3 maximaal verminderd of gecompenseerd is.

Bij CO₂, ook wel koolzuurgas of koolstofdioxide genoemd, onderscheiden we 3 scopes: 1. Scope 1 is de directe uitstoot van onze eigen installaties, ons gasverbruik en ons brandstofverbruik. 2. Scope 2 is de indirecte uitstoot die andere organisaties tijdens het opwekken van elektriciteit, warmte en koeling veroorzaken en waar wij gebruik van maken. 3. Scope 3 is de indirecte uitstoot, onder andere die leveranciers veroorzaken voor producten en diensten die wij inkopen.

De 3 scopes van het Greenhouse Gas (GHG) protocol

‘Eq.’ staat voor ‘equivalent’, dit is een meetmethode waarbij alle verschillende broeikasgassen worden omgerekend naar CO₂. Vanwege de leesbaarheid schrijven we meestal alleen ‘CO₂’ waar we CO₂-eq. bedoelen.

Verduurzamingsrapportage over 2024

12

2.1 Scope 1 en 2 en zakelijk vervoer (CO2-Prestatieladder)

› Wat hebben we bereikt?

Aardgas en warmte

In 2024 nam onze CO₂-voetafdruk in scope 1 en 2 af vergeleken met eerdere jaren en het uitgangsjaar 2018. In 2024 stootten we 6,5 kiloton CO₂-eq. uit. Dat is 18 procent minder dan in 2023 en 75 procent minder dan in 2018. We stootten 0,4 kiloton CO2 meer uit dan ons doel was voor 2024. CO2-uitstoot gemeentelijke organisatie 2018-2024 (in kiloton) Scope 1 en 2, gemeentelijke streefwaarden organisatie tot 2030 2018-2024 CO2-uitstoot Scope 1 en 2, streefwaarden tot 2030 26

Brandstoffen

Doel

24

Zakelijk vervoer

21

Warmte Vliegreizen

18

Aardgas Brandstoffen Elektriciteit

8,8

2018

2019

2020

2021

2022

7,8

2023

* 2024 zijn voorlopige cijfers ** voor 2025 en 2026 zijn streefwaarden vastgesteld in de CO2-Prestatieladder.

6,5

2024* 2025** 2026** 2027

De CO2-uitstoot door gasverbruik nam af met 23 procent in vergelijking met 2023: een afname van 1,08 kiloton CO₂. Dat zien we ook terug in de CO₂-voetafdruk. Dit gaat onder andere over onze eigen huisvesting en sport­ faciliteiten. We verwarmen onze panden anders, daarom zien we ook een toename in ons warmteverbruik door stadswarmte of door warmte-koudeopslag­ installaties. De CO₂-uitstoot die vrijkomt door het gebruik van warmte is aanzienlijk lager dan bij aardgas. In 2024 kwam 0,52 kiloton CO2 vrij door het gebruik van warmte.

2028

2029

2030

De uitstoot van brandstoffen (van het wagenpark, exclusief elektriciteit) daalde met 32 procent in 2024 ten opzichte van 2023. We hebben een deel van ons wagenpark geëlektrificeerd. Zo lang we nog niet het hele wagenpark geëlektrificeerd hebben, gebruiken we de transitiebrandstof Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). Bij deze transitiebrandstof komt aanzienlijk minder CO2 vrij dan bij reguliere diesel. In 2019 heeft de gemeente Amsterdam een plan opgesteld om in 2030 een uitstootvrij wagenpark te hebben. In 2023 is dit plan bijgesteld (transitieplan). Afgelopen jaar zijn er plannen opgesteld door de uitvoerende directies. Per directie is daarin opgeschreven wat de concrete stappen zijn om de doelen in 2030 te halen. Een succes in 2024 was de aanbesteding voor leaseauto’s. In deze categorie – personenvoertuigen tot 3500 kilo – is gekozen voor volledig emissievrije auto’s en de meest duurzame variant die beschikbaar is. Op dit moment loopt er een aanbesteding voor 8 elektrische vrachtwagens voor de wegsleepdienst van handhaving. De aanbesteding voor 45 uitstootvrije zware afvalwagens is al afgerond. De wagens worden eind 2026 en begin 2027 geleverd.

Verduurzamingsrapportage over 2024

Voortgang verduurzaming wagenpark gemeente Amsterdam

13

Zakelijk vervoer In 2024 is de CO2-uitstoot door vliegreizen afgenomen met 23 procent ten opzichte van 2023. Ook zien we dat in 2024 ambtenaren vaker de trein nemen voor bestemmingen binnen Europa, het aantal internationale treinreizen is in 2024 toegenomen. Bij binnenlandse dienstreizen zien we een stijging van 12 procent in de CO2-uitstoot ten opzichte van 2023. We weten niet of dit een daadwerkelijke stijging is in het zakelijk vervoer of dat de stijging te maken heeft met een nauwkeurigere registratie. In januari 2024 zijn wij begonnen met een nieuwe manier van registreren die aansluit bij de rapportageverplichting werk­­ gebonden personenmobiliteit (WPM). 2 en Grafiek GrafiekCO CO2-reductie scope1,1,2 enzakelijk zakelijkvervoer vervoerinin2024, 2024, 2-reductie scope uitgesplitst uitgesplitstnaar naarbegrotingsprogramma begrotingsprogramma(in kiloton)

1: Bouwen, wonen en duurzaamheid

0,57

2: Openbare ruimte, water, groen en vervoer

1,41

3: Economie, kunst, cultuur en erfgoed

0,05

4: Sport

1,20

5: Onderwijs

0,62

6: Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit

Elektriciteit Onze CO2-uitstoot is met 0,32 kiloton gestegen, dit is een stijging van 483 procent. Onze CO2-uitstoot door het gebruik van elektriciteit is in verhouding erg laag omdat wij volledig groene stroom inkopen. Bij het gebruik van groene stroom komt geen CO2-uitstoot vrij. Alle CO2-uitstoot door elektriciteitsgebruik komt door het laden van onze elektrische voertuigen bij openbare laadpalen. De elektriciteit van openbare laadpalen kopen we niet zelf in, dus is niet altijd groen. Doordat deze stroom niet groen is, komt er CO2 vrij. Deze CO2-uitstoot is lager dan bij het gebruik van fossiele brandstoffen. En met de elektrificatie van ons wagenpark maken we steeds vaker gebruik van stroom bij openbare laadpalen.

0,18

7: Sociale zaken en armoedebestrijding

0,05

8: Veiligheid

0,26

A: Algemene dekkingsmiddelen 2,10

B: Bestuur en organisatie Elektriciteit, gas en warmte

Wagenpark

0,50

1,00

1,50

2,00

2,50

Zakelijke dienstreizen inclusief vliegen

Verduurzamingsrapportage over 2024

CO2-uitstoot per programma

Om beter te kunnen sturen op begrotingsprogramma’s, rapporteren we vanaf dit jaar ook de CO2-uitstoot van scope 1, 2 en zakelijke reizen op programmaniveau. Het grootste deel van onze uitstoot valt onder programma B (Bestuur en Organisatie), gevolgd door programma 2 (Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer) en programma 4 (Sport). Programma B heeft de grootste CO2-voetafdruk door de uitstoot van onze huisvestingspanden. Programma 2 heeft veel CO2-uitstoot door de wagens van afvalinzameling en reiniging van de openbare ruimte. Al het gasverbruik van sporthallen, -parken en zwembaden hoort bij programma 4. Dit verklaart de CO2-uitstoot van Sport.

› Hoe gaan we verder? In 2024 hebben we een Programma van Eisen (PvE) duurzaamheid gemaakt voor gemeentelijk vastgoed. Dit PvE geldt vanaf de eerste fase van bouw, renovatie en groot onderhoud van gemeentelijk vastgoed. Het uitgangspunt is ‘Duurzaam, tenzij’. Als we hiervan afwijken moet dat gemotiveerd worden. Bij de budgetaanvraag maken we nu een berekening waarbij we de meerkosten van verduurzaming afzetten tegen de baten. De levensduur van het gebouw nemen we mee en de kosten worden zowel in euro’s als in CO2-beprijzing uitgedrukt. Het PVE is vastgesteld als standaard en wordt in 2025 verder uitgewerkt. De gebouwen bij onze schooltuinen zijn de eerste gebouwen die worden uitgewerkt volgens deze standaard.

THEMA 3 | Wagenpark en materieel Duurzame mobiliteit bij de gemeente Amsterdam Onderdeel van ons wagenpark is de autopool. De autopool bestaat uit personenauto’s en bestelvoertuigen die door verschillende directies worden gebruikt. Onder meer GGD, Facilitair Bureau, Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR) en Afval en Grondstoffen rijden hiermee door de stad. De autopool is nu volledig elektrisch. Dat komt door een intensieve samenwerking tussen Financiën en Inkoop en het Facilitair Bureau. De aanbesteding van de autopool ging om een bedrag van 38 miljoen euro. Bij de aanbesteding is onder andere gelet op circulariteit, materiaalefficiëntie, de levensduur van de batterij en arbeidsomstandigheden. Daarnaast wogen ook de CO2-uitstoot in de productiefase en de energie-efficiëntie mee. De komende 8 jaar worden we op de hoogte gehouden over duurzame varianten, circulaire materialen en eventuele problemen in de keten. Met name in de batterijketen, omdat daar de risico’s op milieu-, arbeids- en mensenrechtenschendingen het grootst zijn. Bij deze aanbesteding woog duurzaamheid met 40 procent zwaarder dan de prijs, 20 procent.

14

Verduurzamingsrapportage over 2024

THEMA 4 | Dienstreizen Trein, tenzij Er is nieuw reisbeleid voor internationale dienstreizen. Hiermee wil de gemeente haar CO2-uitstoot door vliegreizen sneller en krachtiger terugdringen. Eén onderdeel van het nieuwe beleid is de regel ‘trein, tenzij’. Kun je binnen 10 uur op een internationale bestemming zijn met de trein? Dan neem je de trein en niet het vliegtuig. Afwijken van de regel ‘trein, tenzij’ kan alleen met bestuurlijke goedkeuring en daar moet een goede reden voor zijn. CO2-budget Directies die relatief veel vliegen hebben een jaarlijks CO2-budget voor vliegreizen dat 30 procent lager ligt dan wat ze in 2023 gebruikten. Ze zullen dus minder vaak kunnen vliegen en vaker de trein moeten nemen. Zij maken jaarlijks een planning met internationale reizen en werkbezoeken met de bijbehorende uitstoot. Deze reizen moeten zij kunnen onderbouwen. Zo bepaalt het college of een vliegreis nodig is of niet.

15

Verduurzamingsrapportage over 2024

2.2 Scope 3

CO2-uitstoot in scope 3 is uitstoot waar wij niet altijd volledige controle over hebben, maar waar we wel veel invloed op kunnen uitoefenen. Het gaat om broeikasgassen die vrijkomen: • bij de productie en transport van de goederen en diensten die we inkopen; • bij de bedrijven waarin wij investeren (onze deelnemingen); • door het energieverbruik van panden in ons bezit, maar niet door ons gebruikt; • bij de verwerking van ons eigen bedrijfsafval; • bij woon-werkverkeer.

16

De doelstelling is in 2025 50 procent duurzaam of circulair inkopen. In 2024 hebben we bij ongeveer 33 procent van alle Europese aanbestedingen van de gemeente duurzaam ingekocht. Ook bij de GGD zit de grootste klimaatimpact in scope 3 ‘inkoop van goederen en diensten’. Het grootste deel daarvan (ongeveer 75 procent) is gerelateerd aan medische bedrijfsvoering. De GGD zet daarom vanaf 2024 in op het tegengaan van verspilling, het overstappen op producten met minder milieu-impact, het kiezen voor herbruikbare in plaats van wegwerpproducten, actief contractmanagement bij de leverancier van medische hulpmiddelen en het verminderen van de hoeveelheid ongesorteerd restafval en medisch afval bij de medische teams. Naast de doelen van de gemeentelijke organisatie, heeft de GGD zich sinds 2022 ook verbonden aan de doelen van de Green Deal Duurzame Zorg 3.0.

Openbare ruimte In 2025 stellen we een doel vast voor de reductie van onze CO2-uitstoot in scope 3.

› Wat hebben we bereikt? Inkoop We zagen eerder dat in 2022 de meeste uitstoot komt van alle goederen en diensten die we inkopen: dit was 77 procent van onze totale voetafdruk. Daarom hebben we vol ingezet op verduurzaming van nieuwe aanbestedingen. In 2024 werd bij 86 procent van de Europese aanbestedingen in het ICT-, sociale en bedrijfsvoeringsdomein duurzaamheidsadvies gegeven. Dit was in 2023 49 procent. In 78 procent van de gevallen werd dit advies grotendeels of volledig opgevolgd. Het aandeel aanbestedingen in lijn met het duurzaamheidsbeleid is in 2024 gestegen van 42 procent naar 67 procent binnen die domeinen. Dit komt door 1 fte extra capaciteit en doordat Team Duurzaam Opdrachtgeven en Inkopen bekender is in de organisatie. Een concreet resultaat: vanaf 2025 zijn alle voertuigen emissievrij voor Aanvullend Openbaar Vervoer.

In 2024 is het uitgangspunt ‘Duurzaam, tenzij’ in de openbare ruimte ingevoerd. Dit is geen nieuw beleid, maar een praktische aanpak voor projecten in de openbare ruimte. Met deze aanpak krijgen we snel inzicht of in het project klimaat­adaptatie, de energietransitie, circulariteit, biodiversiteit en schone lucht zijn meegenomen. In de aanbestedingen in de openbare ruimte is in 2024 gewerkt aan de imple­ mentatie van de Routekaart Schoon en Emissieloos bouwen. Dit is een stappen­ plan om de emissies in de bouwsector tot 2030 te verminderen. We maken de routekaart onderdeel van gemeentelijk inkoopbeleid door staps­gewijs mini­mum­ eisen toe te voegen aan het moederbestek. Voor nieuwe projecten vanaf 2025 is dit van toepassing. Hierin werken we samen met de markt. Zo werkt de gemeente samen met een van de grootste bouwbedrijven aan een uitstootvrije bouwplaats door gebruik te maken van waterstof. Dit is een pilot waarmee we onderzoek doen naar de werking en kosten van waterstof als energiedrager. Deze innovatieve pilot wordt gesubsidieerd door het Nationaal Groeifonds van het Rijk. Een ander voorbeeld van hoe we de milieudruk verlagen door inkoop: bij nieuwe aanbestedingen met beton vragen we standaard een duurzaam alternatief uit, zoals geopolymeer. De leverancier moet hieraan voldoen of uitleggen waarom er

Verduurzamingsrapportage over 2024

geen duurzaam alternatief gebruikt kan worden. Nog beter is om ons af te vragen: is het materiaal wel nodig? De meeste CO2-winst behalen we als we deze vraag stellen aan het beginnen van het project. Eind 2024 zijn we met een projectgroep gestart van meerdere directies om de circulaire openbare ruimte te versnellen. Dit is een van de circulaire maatregelen die ook bijdraagt aan CO2-reductie.

Deelnemingen In 2024 was de gemeente Amsterdam aandeelhouder van 24 ondernemingen: dit noemen we deelnemingen. Ruim 10 procent van onze scope 3-uitstoot komt door onze deelnemingen. De gemeente verwacht van haar deelnemingen dat zij een voorbeeldfunctie vervullen als het gaat om verduurzaming. Als actief en betrokken aandeelhouder stimuleert de gemeente duurzaamheid bij de deel­ nemingen in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen. In het Jaarverslag Deelnemingen 2023 rapporteren de (meeste) deelnemingen over hun uitstoot in scope 1, 2 en 3. De gemeente heeft afgelopen jaar voor haar deelneming Schiphol een position paper gepubliceerd: Naar een nieuwe balans tussen Schiphol en haar omgeving. Hierin pleit de gemeente voor minder vliegbewegingen en stoppen met nachtvluchten. Daarnaast is er een ambtelijk rapport afgerond over hoe we als gemeente het aandeelhouderschap kunnen gebruiken om duurzaamheid te versnellen bij de deelnemingen. Het advies is onder andere meer kennisuitwisseling tussen de gemeente en de deelnemingen over de duurzaamheidsdoelen van de gemeente en om per specifiek duurzaamheidsdoel te bepalen hoe de individuele deelnemingen hieraan bij kunnen dragen.

THEMA 5 | Inkoop grondstoffen, materialen, producten Innovatieve duurzamere asfaltmengsels op de Gooiseweg Op de Gooiseweg experimenteren we met duurzamere asfaltmengsels, die bij een veel lagere temperatuur zijn geproduceerd. Ter vervanging van de polymeerbitumen hebben we een vezel gebruikt om de levensduur van de weg te verlengen. Zo besparen we 30 procent CO2-uitstoot. Werking, mogelijkheden en onderzoek Op de Gooiseweg hebben we drie proefvakken aangebracht met verschillende asfaltmengsels. In het eerste proefvak is het duurzaam geproduceerde

17

geluidsreducerende asfaltmengsel toegepast. Het tweede proefvak heeft hetzelfde duurzamere mengsel gekregen waaraan een vezel is toegevoegd om de levensduur te verlengen. In het derde proefvak ligt het traditionele geluidsreducerende asfalt dat op hoge temperatuur is geproduceerd. Komende jaren meten we in alle drie de proefvakken het verkeerslawaai en de mate van slijtage van het asfalt. Zo onderzoeken we hoe de duurzamere asfaltmengsels zich in de praktijk gedragen in vergelijking met het traditionele asfalt. Bij positieve resultaten is het mogelijk deze duurzamere mengsels op grotere schaal toe te passen op rijks- en provinciale wegen wat een aanzienlijke milieuwinst gaat opleveren. De Amsterdamse aanpak De gemeente Amsterdam wil langdurige samenwerkingscontracten met marktpartijen, zodat er meer ruimte is voor innovatie en opschaling. We werken hiervoor samen met kennisinstellingen. Samen met de samenwerkingspartners wijzen we locaties aan waar geëxperimenteerd mag worden in zogeheten proeftuinen. Het Infraconsortium – waar de gemeente Amsterdam onderdeel van is – heeft van het Nationaal Groeifonds een subsidie toegekend gekregen. Ook is subsidie toegekend voor meerdere kennisinstellingen die onderzoek doen in en voor Amsterdam.

We gebruiken dit geld om nog meer innovaties te ontwikkelen en te testen op het gebied van datagedreven beheer en onderhoud, levensduurverlenging en toekomstbestendige vervanging. Succesvolle innovaties en de aanpak daarvan delen we met andere overheden om zo een markt te creëren en onze impact op de klimaat­ doelstellingen te vergroten.

Verduurzamingsrapportage over 2024

Actieplan Groene ICT In 2024 is het ReplanIT project afgerond en het eindrapport gepubliceerd. Dit onderzoek heeft ons meer inzicht gegeven in de milieudruk van onze ICT-hardware en heeft tot een aantal maatregelen geleid. Een nieuwe medewerker ontvangt voortaan óf een laptop, óf een tablet. Dit beleid zorgt voor een aanzienlijke CO2-reductie: de koolstofvoetafdruk voor een tablet is gemiddeld 100 kg CO2 en voor een laptop 350 kg CO2.

Circulaire IT We vervangen hardware (desktops, laptops, tablets, telefoons) als de technische en economische levensduur verstreken is: het apparaat is ‘op’. Vorig jaar waren 16.000 hardware apparaten op. 43.000 kilo hiervan is hergebruikt. 4.000 kilo wordt afgevoerd voor verdere recycling. Halverwege 2024 is de Fairphone toegevoegd als keuzemogelijkheid voor telefoons voor nieuwe medewerkers. Een Fairphone is een circulaire en modulaire smartphone met een lagere milieu-impact en langere levensduur. De Fairphone heeft een uitstoot van 42 kg CO2. Vergelijkbare telefoons produceren 47 tot 50 kg CO2-emissies bij 3 jaar gebruik. Bovendien is de Fairphone makkelijker te repareren.

› Hoe gaan we verder? Inkoop In 2025 verankeren we het principe ‘Duurzaam, tenzij’ ook in het inkoopproces. Hiervoor hebben we afwegingsroute duurzaam inkopen opgesteld. Het college stemde hiermee in op 21 mei 2024. We zetten ook in op het versterken van duur­zaam contractmanagement. We onderzoeken of we meer duurzaam kunnen inkopen onder de Europese aanbestedingsgrens.

Deelnemingen We blijven ons opstellen als actief aandeelhouder in de richting van onze deelnemingen. We gaan aan de hand van een analyse van de duurzaamheids-doelen van de gemeente in gesprek met de deelnemingen over hoe zij aan specifieke duurzaamheidsdoelen kunnen bijdragen. Bij deze gesprekken en ook bij aandeelhoudersbesluiten betrekken we – waar nodig – een duurzaamheidsexpert. Daarnaast vragen we actief aan deelnemingen om te rapporteren

18

over duurzaamheidsindicatoren zoals CO2-uitstoot en plannen op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie. We werken ook aan een betrokkenheidsstrategie voor deelnemingen, waarin een paragraaf over duurzaamheid komt. Met behulp van de EU-Richtlijn Corporate Social Reporting Directive (CSRD) willen we de uitvraag van duurzaamheidsindicatoren uitbreiden voor de deelnemingen die verplicht zijn over CSRD te rapporteren.

Actieplan Groene ICT Dit jaar gaan we aan de slag met de inzet van remanufactured laptops. Ook starten we een onderzoek naar de inzet van refurbished smartphones en tablets. Remanufactured apparaturen zijn gemaakt van losse onderdelen die al eerder zijn gebruikt. Refurbished staat voor opgeknapt: deze apparaten worden gerepareerd, maar de meeste onderdelen zijn nog goed te gebruiken. Ook gaan we in 2025 verder met data- en energiereductie van ICT. We hebben het effect gemeten van onze campagne ‘opgeruimd de zomer in’. Daarmee moedigden we collega’s aan om digitale bestanden op te ruimen. We zagen veel meer bewustwording, maar toch een toename in dataopslag. Dit jaar gaan we daarom de campagne aanpassen. Ook het project Digitaal Samenwerken draagt bij aan betere informatiehuishouding, en daarmee minder dataopslag.

Verduurzamingsrapportage over 2024

19

  3   Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaal­ gebruik in de openbare ruimte

› Wat hebben we bereikt? We werken hard aan een circulaire organisatie en zetten steeds grotere stappen om dit te worden. We willen minder inkopen en vaker refurbished inkopen. We letten steeds vaker op de milieu-impact van ingekochte goederen. Tijdens de gebruiksfase proberen we de levensduur van goederen te verlengen. Na gebruik proberen we goederen steeds vaker zo hoogwaardig mogelijk te recyclen. Verschillende maatregelen die bijdragen aan reductie van CO2-uitstoot in scope 3, dragen ook bij aan circulariteit. De kerncijfers van circulair inkopen zijn terug te vinden in 2.2 Scope 3. Een volledig circulaire organisatie, dat wil zeggen alleen nog maar hernieuwbare of gerecyclede materialen inkopen en gebruiken, met nauwelijks nog negatieve milieu-impact, is nog ver weg. Ook weten de meeste begrotingsprogramma’s en directies nog niet wat ervoor nodig is om volledig circulair te werken, en in welke stappen daar de komende jaren naar toegewerkt wordt.

Bedrijfsvoering In verschillende projecten maken we gebruik van de R-ladder. De R-ladder is een instrument dat aangeeft hoe circulair iets is. Hoe hoger op de R-ladder, hoe minder grondstoffen er gebruikt worden. We gebruiken de R-ladder onder andere bij het nieuwe huisvestingsconcept en de aanbesteding van kantoor­ meubilair. Met deze toepassing willen we in onze bedrijfsvoering langer doen met bestaande spullen en minder (nieuwe) materialen inkopen. Een ander aspect van circulariteit, en het terugdringen van CO2-emissies in scope 3, is meer plantaardige opties in het catering- en drankenaanbod. Binnen de huidige contracten was het aanbod al minstens 50 procent plantaardig in bedrijfsrestaurants en bij het bestellen van eten. In 2024 hebben we dit principe ook toegepast bij de aanbesteding voor warme en koude dranken. De implementatie hiervan is in maart 2025 gestart.

Als gevolg van de Europese richtlijn over plastic voor eenmalig gebruik zijn we op 1 januari 2024 overgestapt op herbruikbare bekers voor medewerkers en bezoekers. Hiermee besparen we per jaar zo’n 7 miljoen wegwerpbekers.

Verduurzamingsrapportage over 2024

20

THEMA 6 | Gebruik grondstoffen, materialen, producten, incl. beheer en contractmanagement Nieuwe koffie en thee We hebben een nieuw contract voor onze koffie, thee, cacao en water. Er komen ook nieuwe machines. Het uitgangspunt voor dit contract was simpel: goede koffie voor jou en voor de planeet. Koffie, espresso, cappuccino en thee die lekker is en minder schade toebrengt aan mens en natuur. Met duurzame poedermelk van koemelk en een plantaardige variant, want poedermelkmachines zijn milieuvriendelijker dan vloeibare melkmachines. Dit leidt tot een lagere CO2-uitstoot en draagt dus bij aan onze duurzaamheidsdoelstellingen. De nieuwe machines zijn ook minder gevoelig voor storingen. In het contract zijn voor de machines de volgende maatregelen genomen: • Nieuwe machines zijn gerefurbished, tenzij deze niet beschikbaar zijn. • Nieuwe machines zijn modulair opgebouwd, dus makkelijk te repareren. • In 2030 moeten alle (nieuwe) automaten circulair te zijn. Slim plaatsen van nieuwe machines De nieuwe automaten worden slimmer geplaatst, omdat uit gegevens blijkt dat sommige automaten weinig werden gebruikt. En daardoor neemt de kwaliteit van de koffie af. Hierdoor hebben we minder machines nodig. Minder machines betekent een besparing voor het milieu, en de smaak van de koffie blijft zo ook beter.

De waterautomaten worden wel allemaal 1-op-1 vervangen, omdat die veel worden gebruikt. Meer dan de helft van het aantal consumpties is water. Water drinken is gezond, dat willen we aanmoedigen. Duurzaam geteeld, lokaal gebrand Onze nieuwe koffie komt uit Brazilië, Indonesië en Rwanda. De leverancier betaalt een eerlijke prijs aan de boeren voor een leefbaar inkomen. De koffie­bonen worden lokaal gebrand. De thee is biologisch en fairtrade gecertificeerd en komt uit Sri Lanka, waar duurzame landbouworganisaties worden ondersteund. De cacao voor de chocolademelk komt uit Ivoorkust en is Rainforest Alliance gecertificeerd.

Vastgoed Circulariteit speelt ook een rol binnen het uitvoeringsprogramma Duurzaam gemeentelijk vastgoed. In een materiaalanalyse van de materialen die in- en uitgaan bij het onderhoud en de verduurzaming van de gemeentelijke panden zijn kansrijke materialen voor hergebruik geïdentificeerd. Als alle vrijkomende producten 1-op-1 hergebruikt worden, kunnen we 30 procent van de materialen vervangen door hergebruikte materialen. Dit is niet voldoende om het gemeentelijke doel te halen om 50 procent minder primair, niet-hernieuwbaar materiaal te gebruiken 2030 ten opzichte van 1990. Daarom is het belangrijk om te kijken naar andere duurzaamheidsstrategieën naast hoogwaardig hergebruik. Het meegeven van circulaire eisen bij zonnepanelen – een van de meest vervuilende en belastende producten wat betreft grondstoffengebruik – is daar een voorbeeld van.

Verduurzamingsrapportage over 2024

Een van de andere strategieën is het gebruik van biobased materialen. Dat zijn materialen die uit de natuur komen, zoals houtvezel, vlas, hennep, stro of riet, en daarmee hernieuwbaar zijn. Voor ons vastgoed hanteren we het uitgangspunt ‘biobased isoleren, tenzij’. Dit is onderdeel geworden van het standaard pro­gramma van eisen voor ons vastgoed. De landelijke en gemeentelijke duur­ zaamheidsdoelstellingen voor onder andere circulariteit zijn hierin vertaald naar concrete en meetbare eisen.

21

en leemstuc en het aanleggen van installaties zoals ventilatie met warmteterugwinning, lagetemperatuurverwarming, zonnepanelen, ledverlichting en een gebouwbeheersysteem (GBS). Dit voorbeeld laat zien dat isoleren op natuurlijke basis ook mogelijk is in historische panden.

THEMA 6 | Gebruik grondstoffen, materialen, producten, incl. beheer en contractmanagement Van schoolgebouw tot kunstcentrum, nu gerenoveerd met natuurlijk isolatiemateriaal Mauritskade 24 werd in 1892 gebouwd als een openbare lagere school der 1e klasse, en doet nu dienst als levendig centrum voor artistieke expressie en culturele uitwisseling. Mauritskade 24 is in 2023 en 2024 grondig verduur­zaamd en heeft nu energielabel A. Bij het isoleren is gebruikgemaakt van biobased (natuurlijke) isolatiematerialen. Isoleren met natuurlijke materialen biedt veel voordelen, zoals energiebesparing in de winter én in de zomer en een lagere milieu-impact van de toegepaste materialen. Biobased materialen kunnen beter vocht reguleren en dragen bij aan een gezonder binnenklimaat. Bovendien zijn ze gifvrij en dus ook prettiger om mee te werken. Het is daarmee een aantrekkelijke toepassing voor de vele renovatieprojecten in onze stad. In alle gebouwen van Gemeentelijk Vastgoed passen we daarom biobased isolatie toe, tenzij dit echt niet kan. Bij Mauritskade 24 bestond de duurzame transformatie uit 3 fases. Fase 1 was de restauratie en verduurzaming van de buitenzijde, zoals schilderwerk, isolatieglas, draaiende delen, kierdichting, metselwerk- en natuursteenherstel. Fase 2 richtte zich op het isoleren van de daken van buitenaf. Fase 3 bestaat uit het isoleren van de binnenmuren met cellulose

Openbare Ruimte De meeste invloed heeft de gemeente in de openbare ruimte. Op allerlei plekken werken we aan een zo veel mogelijk circulaire openbare ruimte. Dit is niet altijd makkelijk, maar het vordert gestaag. Centraal staat het uitgangspunt ‘Duurzaam, tenzij’. In de openbare ruimte hebben ‘verhardingen’ (asfalt en stenen voor wegen, straten en stoepen) de meeste impact. Daarom is er veel aandacht voor het verduurzamen hiervan. Voor een groot deel van de verhardingen die we laten aanleggen gebruiken we een emissietool. Dit is een rekenhulp waarmee we de uitstoot meten die vrijkomt door het gebruik van materieel en materiaal in de uitvoering van projecten. Binnen de samenwerkingsovereenkomst (SOK 2.0) wordt hier standaard mee gewerkt.

Verduurzamingsrapportage over 2024

In juni 2024 is een hub voor elementenverharding in gebruik genomen. Materialen die later kunnen worden hergebruikt, worden hier tijdelijk opgeslagen. Er zijn nog twee van dit soort hubs in voorbereiding. Die worden in 2025 in gebruik genomen. In de eerste hub zijn sinds de start ruim 40.000 m2 stenen klaargemaakt voor hergebruik.

THEMA 7 | Afdanken grondstoffen, materialen, producten, incl. recycling, afvalreductie en afvalmanagement Herinrichting fietsroute Nieuwmarkt Een mooi voorbeeld van duurzaam werken in de openbare ruimte is de fietsroute langs de Nieuwmarkt. Bij dit project in de oude binnenstad is er door het projectteam veel aandacht besteed aan het hergebruik van materialen. Zo is een deel van de klinkers lokaal hergebruikt in het project zelf. Deze klinkers werden tijdelijk op de Nieuwmarkt zelf opgeslagen, zodat er ook minder transportbewegingen waren. Ook het vrijgekomen menggranulaat van ongeveer 400 m3 is hergebruikt op locatie. Het materiaal dat niet in het project zelf hergebruikt kon worden is in andere projecten in de stad gebruikt, onder andere bij gebiedsontwikkeling in Noord. De niet-herbruikbare bestratingsmaterialen zijn via het water afgevoerd. Er zou in eerste instantie asfalt komen. Dat is vervangen door klinkers, wat zorgt voor minder CO2-uitstoot. Het zand komt uit de Grondbank en heeft een nieuw leven gekregen in dit project. De bomen die geplant zijn, komen van andere plekken in de stad en hebben ongeveer 2 jaar op de bomencamping gestaan. Het nieuwe Amsterdamse fietsenrek is een opvallend element in dit project. Het is een efficiënt ontwerp van staal en beton. Er is zo min mogelijk materiaal gebruikt, en daardoor is het relatief licht.

Het meest voorkomende type constructiestaal is toegepast om de toekomstige recyclecyclus niet te vervuilen met een speciale legering. Op het verzinkte staal is geen extra (esthetische) coating gebruikt. De coating komt dus niet als vervuilend gas vrij bij recycling in de toekomst. Het rek is modulair

opgebouwd, zodat onderdelen indien nodig vervangen kunnen worden, in plaats van het gehele rek. Dit project laat zien dat duurzaam materiaal gebruik zelfs in de oude binnenstad mogelijk is.

22

Verduurzamingsrapportage over 2024

› Hoe gaan we verder? We stellen steeds meer circulaire eisen in aanbestedingen. We kijken naar mogelijkheden om minder in te kopen en om langer met onze spullen te doen. We betrekken hier al onze medewerkers bij. Het blijft lastig om grip te krijgen op echt circulair werken. We breiden onze mogelijkheden om te monitoren verder uit. Zo wordt de emissietool materiaal verbeterd en steeds breder ingezet.

Waterverbruik reduceren Er is landelijk steeds meer aandacht voor drinkwaterbesparing. Ook in Amsterdam erkennen we de toenemende druk op de beschikbaarheid en de groeiende vraag naar drinkwater. Bewust en zuinig drinkwatergebruik is dan ook één van de hoofddoelen in de nationale Beleidsnota Drinkwater (2021-2026). De gemeentelijke organisatie is goed op weg bij de monitoring en vermindering van haar CO2-uitstoot en energievoetafdruk. Bij drinkwatergebruik ontbreekt echter inzicht. Er zijn geen concrete doelstellingen en is er geen vanzelfsprekende prikkel om zuinig met drinkwater om te gaan. Daarom zijn wij in 2024 begonnen ons drinkwaterverbruik te inventariseren, en dat breiden we in 2025 uit. Het doel van deze inventarisatie is om inzicht te krijgen in het drinkwaterverbruik en te bepalen hoe we water kunnen besparen.

23

Verduurzamingsrapportage over 2024

24

  4   Klimaatadaptatieve gebouwen en (binnen-)terreinen

›

Wat hebben we bereikt?

We werken aan het zo veel mogelijk klimaatadaptief maken van onze gebouwen en (binnen-) terreinen. Onze plannen en budgetten sturen nu aan op de verduurzaming van circa 300 van onze 1000 gebouwen. Dus ook gebouwen die we verhuren aan maatschappelijke organisaties. Waar mogelijk houden we in onze aanpak rekening met klimaatadaptieve (en circulaire) maatregelen. Dat vergt wel maatwerk. Niet elk gebouw loopt risico’s door klimaatverandering. Een klimaatadaptief gebouw of terrein is zo goed mogelijk bestand tegen weers­ extremen, zonder dat dit het gebruik van het pand of terrein hindert. Groene daken, gevels en terreinen verminderen overlast door hitte, droogte en wateroverlast in de stad. Voorlopig ligt de focus op de risico’s van hitte en wateroverlast. In onze aanpak Duurzaam gemeentelijk vastgoed hebben we ook aandacht voor klimaatadaptatie. Ook het eerder genoemde standaard programma van eisen duurzaamheid voor alle gemeentelijke nieuwbouw- en (deel-)renovatieprojecten is klimaatadaptatie één van de vier hoofdthema’s. Dit is een eerste stap om in de toekomst maatregelen te nemen op het gebied van hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. De pilot om 10 gemeentelijke gevels te vergroenen is afgerond. Realisatie en beheer van gevelgroen is ingewikkelder, tijdrovender en kostbaarder dan verwacht.

Tegelijkertijd hebben groene gevels een verkoelende werking, geven ze een aantrekkelijker beeld en hebben ze een positief effect op groenbeleving van de Amsterdam en op de ecologische waarde van de stadsnatuur.

› Hoe gaan we verder? We gaan verder met de uitvoeringsplannen voor het verduurzamen van ons vastgoed. We oefenen met circulaire en biobased materialen en werkwijzen. En we breiden het meten en monitoren van klimaatadaptieve gebouwen en

terreinen de komende tijd verder uit. Betere data leveren betere inzichten op, waardoor we slimmere keuzes kunnen maken om ons vastgoed te verduurzamen. Hoe we verder gaan met het gevelgroen aan gemeentelijk vastgoed wordt de komende periode bepaald.

Klimaatadaptieve maatregelen op onze terreinen Amsterdam telt 38 sportparken, in totaal ruim 500 hectare. In de afgelopen jaren zijn we op de sportparken gestart met ecologisch beheer en het toevoegen van ecologische verbeteringen. Zo zorgen we voor een prettige omgeving voor sporters en bezoekers én voor meer biodiversiteit. Ook zijn de sportparken beter bestand tegen hitte en water, en daarmee klimaatadaptief. In 2024 is meer dan 5.000 m2 bloemrijk grasland ingezaaid op verschillende sportparken, waarmee we vlinderidylles creëren. Er zijn in 2024 14 verschillende vlindersoorten waargenomen. Jaarlijks voeren we verschillende maatregelen uit om de ecologie te verbeteren.

Verduurzamingsrapportage over 2024

  5   Duurzaam denken en doen van alle ambtenaren

› Wat hebben we bereikt? Collega’s vragen zich niet meer af óf ze duurzame keuzes moeten maken, maar hóe ze dat kunnen doen. In 2024 hebben we extra ingezet op het invoeren van de norm ‘duurzaam, tenzij’. Dit hebben we gedaan door een netwerkteam op te richten waarin ‘doeners’ uit de hele organisatie hun ervaringen en ontwikkelde aanpakken met elkaar delen. Het netwerkteam zorgt ervoor dat de gereedschapskist om duurzaam te werken verder wordt gevuld en deelt deze actief met de hele organisatie. Zo maken we duurzaam werken in de hele organisatie de norm: collega’s kunnen ‘duurzaam, tenzij’ toepassen in hun werk en weten waar ze naartoe moeten voor advies. Dit geldt voor beleid én uitvoering. We hebben de interactieve film ‘Ons Amsterdam in 2050’ gemaakt om duurzaam werken voor alle ambtenaren concreter te maken. Met voorbeelden uit de hele organisatie onderstrepen we dat iedereen duurzame keuzes kan maken in het werk, hoe belangrijk het is om het gesprek daarover aan te gaan, en om groot te denken maar klein te beginnen. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal workshops Climate Fresk ruim verdrievoudigd. We hebben 12 nieuwe Climate Fresk facilitatoren opgeleid. Ruim 600 collega’s volgden de workshop. In de workshop leren zij wat de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering zijn en bedenken zij met hun team acties om hun klimaatimpact te verkleinen.

Naast het hierboven genoemde algemene aanbod voor alle ambtenaren, richtten we ons ook op specifieke doelgroepen. In 2024 is een leertraject voor inkopers ontwikkeld en uitgevoerd. In een aantal sessies gingen inkopers aan de slag met het vormgeven van hun (duurzame) adviesrol. Er zijn verschillende specialistische opleidingen die expliciete uitdagingen van het ambtenaar zijn onder de loep nemen. Specialisten Duurzaam Denken en Doen gaan het gesprek aan in hun directies. Met de Duurzame Doorbraken-leergang leren collega’s hoe je in een bureaucratie toch beweging kunt creëren. Het cluster Ruimte en Economie heeft

25

Verduurzamingsrapportage over 2024

een intensieve basiscursus Duurzaamheid in de openbare ruimte ontwikkeld, waarbij medewerkers uit verschillende rollen basiskennis over de duurzaamheidsthema’s krijgen en leren samenwerken in de keten. Het Duurzame Ambtenaren Netwerk groeit gestaag als plek voor ambtenaren die zich zorgen maken over het klimaat. Het netwerk is in 2024 zelfstandig verdergegaan met een eigen bestuur, dat activiteiten organiseert om kennis te delen en het makkelijker te maken om de juiste collega te vinden in de organisatie. In 2024 zijn we een nulmeting gestart om duurzaam denken en doen in de organisatie te meten, de gemeentebrede uitvraag en de resultaten hiervan volgen in het eerste kwartaal van 2025.

› Hoe gaan we verder? Duurzaamheid gaat niet alleen over klimaat en milieu maar over hoe we met elkaar willen samenleven. We horen nog vaak dat duurzaamheid ‘ook heel belangrijk’ is, maar op de prioriteitenlijst na de primaire opgaven komt. Maar de primaire opgave en duurzaamheid hangen met elkaar samen en kunnen niet los van elkaar gezien worden. We ontwikkelen in 2025 communicatie die ook aansprekend is voor een doelgroep die nog niet zo actief betrokken is bij duurzaam werken. Zo doen we onder andere onderzoek op het snijvlak tussen klimaatpsychologie en immersive design (ervaringen waar mensen in worden ondergedompeld en die meerdere zintuigen prikkelen). Het doel daarvan is om mensen op andere manieren emotioneel te raken en ze zo te activeren. We breiden de workshops ‘duurzaam werken’ uit en leiden nieuwe facilitatoren op zodat meer mensen aan de workshop kunnen deelnemen. En we ontwikkelen een actief hulpaanbod voor directies om aan de slag te gaan met het implementeren van de norm ‘duurzaam, tenzij’. We zorgen dat de gereedschapskist verder wordt gevuld met onder andere een stappenplan, een wegwijzer met hulplijnen en goede voorbeelden uit de hele organisatie. Het doel van de organisatie is om in 2026 in staat te zijn om circulair te werken.

Niet alleen in het fysieke domein (kijkend naar de hele keten), maar ook in andere domeinen binnen de organisatie helpen we medewerkers circulair te werken.

THEMA 8 | Duurzaam denken en doen Dokter Groen van Draedt Op de carrièrebeurs van het Jonge Ambtenarennetwerk hielden we een duurzaamheidsanamnese: in een gesprek lichtten we de jonge ambtenaren door. We stelden hen de vraag waar hun hart voor Amsterdam ligt en of ze denken dat hun werk klaar is voor 2050. Ook vroegen we ze of duurzaamheid een thema is in hun werk, en of ze een idee hebben van wat de klimaatimpact van hun werk is en hoe ze die kunnen verminderen.

26

Verduurzamingsrapportage over 2024

27

Sturing, regie en verantwoording › Duurzaamheid is van ons allemaal

› CO -Prestatieladder

De raadsbrief Onze stad van morgen, die in 2023 is gepubliceerd, bevat onze aanpak voor de hele gemeente om tot een duurzame stad én organisatie te komen. Daarin is afgesproken dat duurzaamheid de verantwoordelijkheid van alle wethouders én organisatieonderdelen is.

Op 14 maart 2024 is de gemeente Amsterdam gecertificeerd voor de CO2-Prestatieladder niveau 3. De CO2-Prestatieladder is een instrument dat wordt gebruikt als CO2-managementsysteem. We beschrijven de CO2-uitstoot nauwkeurig en richten de organisatie zo in dat we goed kunnen sturen op het halen van de gestelde doelen. Niveau 3 toont aan dat we grip hebben op onze directe CO2-uitstoot (dat is de uitstoot in scope 1 en 2). Bij aanbestedingen vragen we andere partijen vaak naar het certificaat. We willen het goede voorbeeld geven en zelf ook doen wat we van onze leveranciers verwachten.

Green Office voert de regie op de Uitvoeringsagenda 2020-2030: Naar een duurzame organisatie. De afdeling Duurzaamheid, onderdeel van Ruimte en Duurzaamheid (R&D), werkt samen met de Dienst Middelen en Control (DMC) aan de coördinatie van het brede thema duurzaamheid en de introductie van een klimaatbegroting, waarin we naast de financiële middelen ook de afnemende milieuruimte over de begrotingsprogramma’s verdelen. Op deze manier kan de gemeenteraad met CO2 rekenen, net als met geld. Sinds dit jaar rapporteren we al over de CO2-uitstoot per begrotingsprogramma en werken we aan de introductie van duurzame indicatoren binnen de begroting.

2

Op een aantal punten kunnen we ons managementsysteem verbeteren. Met name het proces van rapporteren over en sturen op de voortgang van maat­­ regelen kan verder uitgewerkt en vastgelegd worden. Daar gaan we dit jaar aan werken. Daarna bereiden we ons voor op certificering op de volgende niveaus, waarbij we ook de indirecte CO2-uitstoot meenemen (scope 3-uitstoot).

Green Office en de afdeling Duurzaamheid begeleiden de begrotings­pro­ gram­ma’s bij het vertalen van de duurzaamsheidsdoelen naar het eigen werk, bieden expertise en monitoren de voortgang. Gezamenlijk ontwikkelen we hiervoor een integrale monitor duurzaamheid.

Uitreiking certificaat CO2-Prestatieladder. Van links naar rechts: wethouder Hester van Buren, René Berendsen (TÜV Nord), Thea de Vries, Wouter Balm.

Verduurzamingsrapportage over 2024

THEMA 9 | Implementeren van beleid, borgen in proces Tool voor Toepassingsregel (CO2-beprijzing) Sinds 2023 maken we bij investeringen gebruik van interne CO2-beprijzing: we wegen de kosten van CO2-uitstoot mee in onze investeringskeuzes. Investeringen zijn bijvoorbeeld de aankoop van nieuwe gebouwen, de aanleg van bruggen en de aankoop van nieuwe veerponten. In 2024 beoordeelden we het gebruik van interne CO2-beprijzing. We ontdekten dat de drempel om CO2-beprijzing toe te passen hoog is. Mensen vinden het een moeilijk instrument. CO2-beprijzing is nog niet zo bekend, doordat de rollen en taken nog niet goed zijn vastgelegd in de organisatie. Om het makkelijker te maken, hebben we een simpele rekentool ontwikkeld. Hiermee kunnen gebruikers eenvoudiger de CO2-prijs berekenen. We hebben ook meer praktische informatie en voorbeelden op intranet gezet. Dit jaar werken we verder aan het verbeteren van CO2-beprijzing. Een belangrijk aspect is om de rollen en taken beter vast te leggen. Amsterdam werkt ook samen met Europese gemeentes in DeCarb-Pro. We stellen samen een strategie op om CO2-beprijzing toe te passen bij investeringen en aanbestedingen. Als input voor de strategie voeren we in Amsterdam 5 proefprojecten uit met een CO2-prijs.

28

› Intensiveringsmiddelen Green Office Green Office coördineert en versnelt het duurzaam worden van onze organisatie. Dit doen we door in de organisatie te meten en te volgen, te adviseren en duurzaam denken en doen te stimuleren. Green Office heeft ook intensiveringsmiddelen waarmee we de organisatie financiële steun bieden bij de benodigde versnelling. In 2024 ondersteunden we de volgende activiteiten financieel vanuit de intensiveringsmiddelen: • Onderzoek naar de CO2-impact van de Stadspas. Uit de analyse bleek dat de CO2-voetafdruk van de activiteiten van Stadspas relatief beperkt is: de voetafdruk van de activiteiten voor 120.000 mensen die een Stadspas hebben, staat gelijk aan de jaarlijkse voetafdruk van 120 gemiddelde Nederlanders. Ondanks de beperkte CO2-impact kijkt Stadspas hoe ze de activiteiten kunnen verduurzamen. Bijvoorbeeld met de witgoedactie, waarbij Amsterdamse huishoudens met de Stadspas een tegoed aan kunnen vragen voor energie­ zuinige apparatuur. Duurzaamheid is meer dan alleen klimaatimpact. Stadspas houdt hier rekening mee door een duurzaam afwegingskader op te stellen voor activiteiten. • Het plaatsen van een aantal slimme watermeters op de sportparken, zodat we beter inzicht krijgen in het drinkwaterverbruik. In 2025 levert Green Office een eerste drinkwaterinventarisatie op.

• Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet in werking getreden die veel nieuwe mogelijkheden biedt om duurzaamheid in de openbare ruimte te stimuleren. CircuLaw heeft via wetsanalyses een breed scala aan juridische instrumenten gepubliceerd die medewerkers kunnen toepassen. Uit de eerste ervaringen blijkt dat collega’s op zoek zijn naar een antwoord op de vraag hoe ze kunnen verduurzamen. Met de bijdrage van Green Office zijn modelteksten ontwikkeld die ambtenaren kunnen gebruiken. • Uitwerken van technische berekeningen voor de toepassingsregel CO2-beprijzing bij investeringen. Deze kennis helpt om CO2-beprijzing makkelijker te maken in de organisatie en bij het ontwikkelen van een tool voor interne CO2-beprijzing. • Het beleid internationale dienstreizen is aangescherpt. Het nieuwe uitgangs­ punt is ‘trein, tenzij’. Dit beleid is in september 2024 vastgesteld door het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15954685/1