CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Tweede RRP Middenmeer Noord.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 17 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Tweede rapportage Regeling Risicovolle Projecten Middenmeer Noord (VN2022-035979)7.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Middenmeer Noord Rapportage Regeling Risicovolle Projecten (RRP), april 2022

Versie 13 26 april 2022

Auteurs: Coördinatie: Vrijgave: Vaststelling: Advies:

Bestuurders: Portefeuilles: Datum: Status / versie: Periode:

Projectteam Middenmeer Noord in samenwerking met R&D- team ETGO (Energie Tranisitie Gebouwde Omgeving) Rob van der Hooft, Manager Projectbeheersing IB. Tanja Heringa, Omgevingsmanager IB Peter van der Vliet, Projectmanager IB Örjan van Drongelen, ambtelijk opdrachtgever V&OR Erik Haringsma, Strategisch Adviseur Risico’s en Projecten, V&OR Alois Seel, Juridische Zaken V&OR Maike van Grootel, Sander Vester, Rozemarijn Doornewaard, (R&D, EnergieTransitie Gebouwde Omgeving/ETGO en Klimaatfonds) Project Advies Team (PAT); Jan Bart Dekker, Niels den Das (DMC) Wethouder Marieke van Doorninck Wethouder Egbert de Vries Duurzaamheid en Circulaire Economie. Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit 26 april 2022 definitief, versie 13 standlijn december 2021

2

Versie 13 26 april 2022

Inhoudsopgave 1. Voorwoord .............................................................................................................4 2. Samenvatting ......................................................................................................... 5 Leeswijzer ............................................................................................................ 6 3. Opgave .................................................................................................................. 7 Aanleiding en historie .............................................................................................. 7 Opgave Fysiek ...................................................................................................... 8 Opgave Leren en Exploiteren .................................................................................. 9 Overzicht mijlpalen/besluiten ................................................................................. 11 4. Voortgang en planning .......................................................................................... 12 Deelproject Fysiek ................................................................................................ 12 Deelproject Leren en Exploiteren ............................................................................ 12 5.

Omgevingsmanagement en communicatie ............................................................. 16 Deelproject Fysiek ................................................................................................ 16 Deelproject Leren en Exploiteren ............................................................................ 16 6. Projectbeheersing en Risicomanagement ............................................................... 18 Projectbeheersing ................................................................................................ 18 Risicomanagement proces ..................................................................................... 18 Risicodossier Fysiek .............................................................................................. 19 Risicodossier Leren en Exploiteren .......................................................................... 20 7. Tegenspraak en toetsing ....................................................................................... 24 8. Organisatie en Governance.................................................................................... 25 Bijlagen .....................................................................................................................

1 Procesplanning Fysiek ............................................................................................................................1 Procesplanning Leren en Exploiteren ..................................................................................................... 2

3

Versie 13 26 april 2022

1. Voorwoord Voor u ligt de tweede voortgangsrapportage Middenmeer Noord (MMN) in het kader van de Regeling Risicovolle Projecten (RRP) over de periode 1 juli 2020 t/m december 2021. Het project MMN is op basis van het projectbesluit door B&W (11 juni 2019) en de Raad (10/11 juli 2019) toegevoegd aan de RRP. In het Collegebesluit van 2 maart 2021 over de herziening van de RRP (wijziging aantal criteria) is de opname van dit project in de RRP herbevestigd. Amsterdam staat voor grote opgaven. Niet alleen wordt er hard gewerkt aan het optimaliseren en herstellen van boven- en ondergrondse infrastructuur voor de toekomst, ook zijn in het coalitieakkoord grote ambities verwoord op het gebied van de energietransitie in de stad. Om het doel “Amsterdam Aardgasvrij” in 2040 te halen, lopen er verschillende projecten zowel in de bestaande stad als in ontwikkelgebieden.

Project MMN is binnen deze projecten uniek in zijn soort: een groot onderhoudsproject waaraan de voorbereidingen voor de energietransitie in een bestaande wijk zijn toegevoegd. Waternet en Liander gaan grootschalig onderhoud aan en daar waar nodig, vervanging van ondergrondse infrastructuur doen. De gemeente Amsterdam financiert de aanleg van een warmtedistributienet dat gelijktijdig mee gelegd gaat worden. Parallel hieraan wordt onderzocht of de buurtcoöperatie MeerEnergie (ME) een warmtebedrijf kan oprichten om vervolgens het warmtedistributienet in eigendom, exploitatie en beheer, te kunnen nemen.

4

Versie 13 26 april 2022

2. Samenvatting Het afgelopen jaar 2021 is hard gewerkt aan de voorbereidingen voor de opgave in MMN. Deze opgave bestaat uit groot onderhoud en het leggen van een warmtedistributienetwerk. Zoals in de voorgaande rapportage (mei 2020) al besproken is, bestaat het project MMN sinds juli 2019 uit twee deelprojecten. Deelproject ‘Fysiek’ dat bestaat uit vervanging van verharding en groen in openbaar gebied en ondergronds aan het riool-, water- elektra- en gasleidingen. Ook de aanleg van het warmtedistributienet zelf valt gezien de ondergrondse infra binnen dit deelproject. Het onderzoek naar de invulling van buurtparticipatie bij de exploitatie van een warmtenet in deze buurt loopt parallel aan de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden en vormt het tweede deelproject; ‘Leren en Exploiteren’. Stand van zaken Het afgelopen jaar is het technisch ontwerp en het bestek afgerond. Vervolgens is de aanbesteding in gang gezet. De aanbestedingsstukken zijn getoetst door het inkoop- en aanbestedingsteam van de gemeente Amsterdam. CROW heeft het UAV2012 contract specifiek op het onderdeel warmtenet gecontroleerd. Vier partijen hebben ingeschreven. Na selectie en beoordeling op kwaliteit en prijs is het werk op 9 november 2021 gegund. De inschrijving van de aannemer is binnen de door het projectteam opgestelde SSK-raming gebleven.

Hiermee is een potentieel risico uit de vorige rapportage komen te vervallen. De eerste voorbereidende werkzaamheden zijn eind 2021 gestart. Conform het proces “Wijken Aardgasvrij Maken” (WAM) is de verkenningsfase van het deelproject Leren en Exploiteren (L&E) in oktober 2021 afgerond. Met als belangrijkste resultaat de uitspraak van ME dat zij een coöperatief warmtebedrijf willen oprichten om het warmtenet in eigen beheer te kunnen exploiteren en beheren. Er is gestart met de haalbaarheidsfase met als doel om voor het einde van 2021 de kaders helder te hebben over of en hoe ME, de financier/bank en de gemeente gezamenlijk het financieringsvraagstuk voor de exploitatie kunnen oplossen. Governance en projectorganisatie Ambtelijk is er vooralsnog één projectteam bij het IB voor beide opgaves (Fysiek en Exploitatie) met één ambtelijk opdrachtgever vanuit V&OR. Zij zijn verantwoordelijk voor de coördinatie met de externe samenwerkingspartners (Waternet/AGV, Liander) en de interne samenwerkingspartners, primair Programma Energie Tranisitie Gebouwde Omgeving (R&D) en Directie Juridische Zaken. De verantwoordelijkheid voor het deelproject Fysiek ligt primair bij wethouder Verkeer, Vervoer, Water & Luchtkwaliteit en een deel van de werkzaamheden raken de portefeuille Openbare Ruimte en Groen.

De risicodekking van de voorfinanciering voor de aanleg van het warmtedistributienet komt uit het Klimaatfonds dat beheerd wordt door R&D en valt onder de Wethouder Duurzaamheid en Circulaire economie. Onderdeel van het proces Leren & Exploiteren was ook het bepalen van een juridisch startpunt. Dat gaat enerzijds over de juridische (aanbestedingsrechtelijke) kaders waarmee rekening gehouden moet worden en anderzijds om wat de partijen zien als gewenste en mogelijke samenwerkingsvormen. De gemeente kan optreden in een faciliterende rol, als regisseur, als opdrachtgever/ concessieverstrekker of een volledig zelf uitvoerende rol. Er is geen wettelijke verplichting waarin vaststaat welke rol de gemeente moet invullen. Onduidelijk is of deze vrijheid in keuze er vanaf de invoering van de nieuwe Warmtewet (de WCW of Warmtewet 2.0) blijft, of wettelijk wordt vastgesteld.

5

Versie 13 26 april 2022

Een tweede constatering is dat de gemeente als eigenaar van de infrastructuur een grondpositie creëert en daarmee beheer, onderhoud en exploitatie uit kan besteden. Ook staat het de gemeente vrij om binnen de wettelijke kaders het net te verkopen. Met andere woorden: in MMN is de startpositie van de gemeente anders dan in de rest van Nederland. Er wordt door de gemeente een warmtenet aangelegd zonder dat er een exploitant is, waardoor de gemeente een grondpositie inneemt. Komende periode Zoals onder “Stand van zaken” beschreven is, is de aanbestedingsprocedure voor het deelproject fysiek afgerond. De eerste voorbereidende werkzaamheden vonden in december 2021 plaats om in januari 2022 daadwerkelijk een schop in de grond te kunnen zetten. De werkzaamheden lopen door t/m 2026. In oktober 2022 moet duidelijk zijn of ME de exploitant is/wordt voor het warmtenet. Als onderdeel van de haalbaarheidsstudie zal ME een onderzoek gaan doen in Middenmeer (Noord en Zuid) om inzichtelijk te krijgen wanneer de bewoners/ondernemers geneigd zijn over te stappen op een warmtenet van ME. De onderzoeken en gesprekken over de financiering en de invulling van een coöperatief warmtebedrijf zijn in volle gang. Voorafgaand aan een bestuurlijke Go-No Go over het toekomstige model van Eigendom, Beheer & Exploitatie voor MMN (oktober 2022) zal een dwarskijksessie georganiseerd worden.

Leeswijzer In de volgende hoofdstukken nemen we u in hoofdstuk 3 nog even mee naar de aanleiding en de opgave van het project, om vervolgens in hoofdstuk 4 de voortgang en de planning van de deelprojecten te beschrijven. Het omgevingsmanagement en de communicatie met betrekking tot deze deelprojecten zijn beschreven in hoofdstuk 5, gevolgd door hoofdstuk 6 over projectbeheersing en risicomanagement. De laatste twee hoofdstukken, 7 en 8, lichten de toetsing en de organisatie en de bijbehorende verantwoordelijkheden toe.

6

Versie 13 26 april 2022

3. Opgave Aanleiding en historie In het kader van stedelijk programmeren heeft de Eigenarentafel op 2 juli 2015 namens de gemeentelijke asset eigenaren1 ingestemd met de gebiedsgerichte aanpak van MMN. Er is voor dit gebied gekozen op basis van een ‘grote’ gezamenlijke opgave; kansen om projecten gecombineerd voor te bereiden en uit te voeren en de impact op de bereikbaarheid van de stad te minimaliseren. Het kans gebied wordt zoveel mogelijk buurtgericht aangepakt. Dit betekent dat per buurt (Middenmeer Noord, Middenmeer Zuid, Don Bosco en Tuindorp Frankendael) wordt gekeken naar een fasering van de planning, de communicatie naar bewoners en ondernemers en het combineren van projecten in dit gebied. Het project MMN maakte tot voor kort deel uit van dit kans gebied. Met de toegevoegde opdracht voor het aanleggen van een warmtedistributienet en het organiseren van de exploitatie, wordt het project dermate anders en complex dat het project uit het kans gebied is gehaald. Dit betekent niet dat de samenwerkingspartners uit beeld zijn verdwijnen. In tegendeel, onderdeel van de opgave blijft de gezamenlijke aanpak van de openbare ruimte, inclusief de vervangingsopgave van Waternet, Liander en Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV).

Het doel is om de buurt voor de komende 30 jaar op te knappen en ervoor te zorgen dat de voeten in de buurt droog blijven door het versterken van de dijk en het nemen van rainproof-maatregelen. Tijdens de behandeling van het uitvoerings- en kredietbesluit in de raadsvergadering van maart 2018 is een motie ingediend om te onderzoeken of bij de ondergrondse opgaven het financieren en aanleggen van een warmte- distributienet toegevoegd kan worden. Dit is onderzocht. Met het raadsbesluit van 12 juli 2019 is de energietransitie toegevoegd aan de opgave: voorbereiden op een aardgasvrije buurt door het aanleggen van een warmtedistributienet, met grote betrokkenheid van de buurt in de exploitatie van het net en leren van dit project. Het leren spitst zich toe op aanleg en exploitatie van een warmtenet in een bestaande buurt mét de buurt. Vormgeven aan de documentatie van de opbrengst uit het project en hiermee kennis overdragen binnen en buiten Amsterdam behoort ook tot één van de opdrachten voor het projectteam. De buurtcoöperatie ME heeft als doel het bevorderen van het gebruik van duurzame energie en heeft de wens uitgesproken een warmtebedrijf op te richten om het eigenaarschap, de exploitatie en beheer van het warmtedistributienet op zich te nemen. De Gemeente Amsterdam, steunt en faciliteert dit initiatief maximaal.

1

In de Eigenarentafel waren verschillende diensten en bedrijven vertegenwoordigd van assets in en onder de openbare ruimte. Vanuit de Eigenarentafel werd jaarlijks een voorstel naar het bestuur geleid met de besteding van het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Inmiddels is de Eigenarentafel vervangen door een uitgebreider stelsel van afweging van bestedingen in de openbare ruimte.

7

Versie 13 26 april 2022

Schematische weergave warmtenet Middenmeer

Naast de ontwikkelingen in MMN is vanuit de Amsterdam City Deal, samenwerkingsverband gemeente Amsterdam, woningcoöperaties, energiebedrijven, nutsbedrijven ed., een gezamenlijke en programmatische aanpak opgesteld onder de noemer “Wijken Aardgasvrij Maken “(WAM). Kortgezegd is dit de vormgeving voor de totale opgave vanuit de Transitievisie Warmte (TvW), vastgesteld door de Gemeenteraad in september 2020, om uiterlijk in 2040 alle buurten in Amsterdam Aardgasvrij te krijgen. Denk hierbij aan proces/fasering, besturings- en besluitvormingsmodel, taken en verantwoordelijkheden, etc. Het project MMN, zoals in deze RRP-rapportage beschreven, bestaat uit twee deelprojecten; 1. Deelproject Fysiek: het vervangen en aanleggen van boven- en ondergrondse infrastructuur, 2. Deelproject Leren en Exploiteren: onderzoek naar optimaal exploitatiemodel voor een warmtenet met grote betrokkenheid van bewoners.

Opgave Fysiek Het doel van het deelproject fysiek is het toekomstbestendig maken van MMN door ervoor te zorgen dat ondergrondse en bovengrondse infrastructuur weer minimaal 30 jaar mee kunnen. Daarbij horen ook de voorbereidingen om aan de ambitie van Amsterdam mee te werken: in 2040 volledig aardgasvrij zijn, beter bestand te zijn tegen klimaatverandering en een bijdrage leveren aan de autoluwe stad.

8

Versie 13 26 april 2022

De opgave van de ondergrondse infrastructuur bestaat uit:  onderhoud riolering en daar waar nodig vervangen;  drinkwaterleidingen vervangen;  gasleidingen vervangen;  elektriciteitsnetwerk gedeeltelijk vervangen;  warmtedistributienet aanleggen;  waterberging (wadi) aanleggen. De voorbereidingen voor het aardgasvrij maken van MMN bestaan uit het aanleggen van het warmtedistributienet. De hoofdtransportleiding naar Equinix, de beoogde bron voor de warmte, de warmteoverdrachtstations en huisaansluitingen vallen buiten dit project. De wadi’s die aangelegd gaan worden dragen bij aan het verminderen van de overlast van de effecten van de klimaatverandering. Denk hierbij aan hoogwater bij hevigere regenval en hittestress bij langere periodes van warmte en/of droogte. Een wadi is vergelijkbaar met een greppel/opvanggebied met sierbeplanting. Het regenwater wordt hierin opgevangen en de wadi geeft het water gedoseerd terug aan de bodem. Zo wordt het riool minder zwaarbelast bij hevige neerslag.

De opgave van de bovengrondse infrastructuur bestaat uit:  vervangen van bestrating en straatmeubilair waaronder fietsparkeervoorzieningen, ondergrondse afvalcontainers en speeltoestellen;  toevoegen en verbeteren van groen, waaronder het kappen en opnieuw aanplanten van bomen, aanleggen van wadi’s en verbeteren van de groenstructuur van de noordzijde van het Galileïplantsoen;  dijkversterking en aanleg van natuurvriendelijke oevers Linnaeuskade;  Linnaeuskade herinrichten als fietsstraat. De werkzaamheden worden in één bestek, integraal, door één aannemer uitgevoerd. Uitzondering hierop zijn een aantal objecten/functies die al in bestaande contracten zijn ondergebracht zoals groen en ondergrondse afvalcontainers. Om het werk op deze manier in de markt te zetten heeft de gemeente met de projectpartners Waternet (riolering en drinkwaterleiding), Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (dijkverhoging) en Liander (gas- en elektraleidingen) een samenwerkingsovereenkomst afgesloten. Voor project specifieke afspraken met Waternet en AGV is er een afsprakenbrief getekend. Met Liander is een overeenkomst getekend specifiek voor MMN.

Opgave Leren en Exploiteren Uit onderzoek is gebleken dat voor deze wijk, MMN, een warmtenet de beste oplossing is om een aardgasvrije wijk te worden. Het deelproject Leren en exploiteren (L&E) loopt parallel aan de fysieke opgave en onderzoekt hoe te komen tot een zo optimaal mogelijk exploitatiemodel voor een warmtenet in deze buurt. Dit alles binnen de kaders van de gemeente Amsterdam: betaalbaar, open en duurzaam (BOD). Het doel van dit onderzoek is om het warmtedistributienet over te kunnen dragen aan een toekomstig exploitant. Deze exploitant zal zelf zorg moeten dragen voor het aansluiten van de woningen op een warmtebron, het garanderen van de levering van warmte en het beheer van het net.

9

Versie 13 26 april 2022

Het onderzoeken van een tracé van de beoogde bron naar de buurt valt niet binnen dit deelproject. Hiervoor is wel een korte tracéstudie gedaan, inclusief raming, welke aan de toekomstig exploitant beschikbaar zal worden gesteld. Primair beoogde warmtebron is het datacenter Equinix in het naastgelegen Science Park. Equinix heeft aangegeven de warmte ter beschikking te willen stellen om niet. Vastgelegd in een letter of intent. (Juli 2019) Eén van de te onderzoeken varianten is een bedrijfsplan/exploitatiemodel met ME en een mogelijke rol van de gemeente. Een tweede variant is er één waarbij de completering en exploitatie van het net wordt aanbesteed. Deze variant wordt als fall back scenario gezien en wordt niet proactief uitgewerkt. De uitgangspunten voor de exploitatie van het warmtenet zijn:  De warmtevoorziening geschiedt conform de gemeentelijke kaders van Strategie naar een stad zonder aardgas: betaalbaar, open en duurzaam (BOD).  Opwekken, transport, distributie en levering van warmte worden uitgevoerd door een financieel en operationeel solide organisatie.  De gemeente kan adequaat sturen en beheersmaatregelen treffen op (de hoogte van) een eventuele onrendabele top en andere risico’s, indien de gemeente daarvoor verantwoordelijk wordt.  De gekozen vorm van buurtparticipatie kent draagvlak in de buurt.

 De invulling past binnen de mededingingsrechtelijke en andere juridische (beleids-) kaders.  Indien de buurtparticipatie wordt vormgegeven met een deelneming door de Gemeente Amsterdam past dit binnen het Deelnemingenbeleid.  Er zal worden gestreefd naar een samenwerkingsmodel dat ook ingezet kan worden in andere delen van de stad.  Het streven is bij oplevering van het warmtedistributienet dit net over te dragen aan een exploitant. Er wordt gewerkt volgens het Plan van aanpak Leren & Exploiteren (PvA L&E). Het doel van dit PvA L&E is te komen tot een leerlijn waarin de betrokken stakeholders kennis opdoen over de exploitatie van een warmtenet in de buurt. Parallel aan het kennis opdoen loopt een exploitatielijn waarin concreet gekeken wordt naar het meest optimale scenario.

10

Versie 13 26 april 2022

Overzicht mijlpalen/besluiten datum

mijlpaal

april 2015

Nota van Uitgangspunten (NvU) Linnaeuskade vastgesteld door Algemeen Bestuur van Stadsdeel Oost NvU Groot Onderhoud MMN vastgesteld door Dagelijks Bestuur Stadsdeel Oost en ter kennisname naar Algemeen Bestuur. Definitief Ontwerp (DO) Linnaeuskade vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Stadsdeel Oost Raadsbesluit Uitvoeringskrediet MMN. Motie nr. 305.18 van GL met verzoek te onderzoeken of aardgasvrij (realisatie warmtedistributienet) aan scope MMN kan worden toegevoegd. Reactie op motie 305 warmtedistributienet afgedaan door schetsen van de mogelijke scenario’s, die betrokken worden bij het volgende besluit. Raadsbesluit Uitvoeringskrediet warmtedistributienet MMN en besluit dat project onder de Regeling Risicovolle Projecten valt. Tevens werd besloten een onderzoek te starten naar de invulling van buurtparticipatie bij de exploitatie van een warmtenet. Collegebesluit start aanbesteding. Samenwerkingsovereenkomsten/afsprakenbrieven met Liander, Waternet en AGV getekend.

mei 2016 juli 2017 maart 2018 sept 2018 juli 2019

juni 2020 juli 2020

11

Versie 13 26 april 2022

4. Voortgang en planning Deelproject Fysiek

Afbeelding huidige beeld Hogeweg

Afbeelding visualisatie situatie na oplevering

Het afgelopen jaar is het definitief ontwerp en het bestek afgerond. Daarnaast zijn er selectiecriteria opgesteld voor de voorselectie en de EMVI-beoordeling en is de aanbesteding in gang gezet. Na een voorselectie hebben er uiteindelijk vier partijen zich ingeschreven. Na selectie en beoordeling op kwaliteit en prijs is het werk op 9 november 2021 gegund. De inschrijving van de aannemer is binnen de door het projectteam opgestelde SSK-raming gebleven. Hiermee is een potentieel risico uit de vorige rapportage is komen te vervallen. Op basis van het BLVC-plan worden de benodigde vergunningen aangevraagd. De eerste voorbereidende werkzaamheden zijn eind 2021 gestart. In januari 2022 is de uitvoering vol van start gegaan. De verwachte ingebruikname (opleverdatum) is gepland op eind 2026.

Deelproject Leren en Exploiteren Het deelproject Leren en Exploiteren (L&E) zat conform het proces “Wijken Aardgasvrij Maken” (WAM) in de verkenningsfase en is in oktober 2021 afgerond. Als belangrijkste resultaten zijn opgeleverd: het Leerdossier Leren en Exploiteren en de uitspraak van ME dat zij een coöperatief warmtebedrijf willen oprichten om het warmtenet in eigen beheer te kunnen exploiteren en beheren. In het traject is de nadruk gelegd op samenwerkingsvormen en de bijbehorende mogelijke rolverdelingen tussen de ketenpartijen. In vier “sprints” zijn deelonderwerpen behandeld: Sprint 1: Gezamenlijke stip op de horizon vaststellen en speelveld juridisch en financieel in beeld brengen; er wordt met de stakeholders besproken of het haalbaar is twee exploitatiemodellen tegelijkertijd te onderzoeken; Sprint 2: Het beste bod; wanneer zijn bewoners bereid om over te stappen op het warmtenet? Kan er meer inzicht worden gegeven in overstap snelheid wat een belangrijk aspect voor de businesscase is; Sprint 3: Welke partij kan wat bijdragen om tot het beste bod voor bewoners te komen om hen over te laten stappen op het warmtenet? Is dat een aanbesteding of samenwerking? Sprint 4: Uitwerking rolverdeling per partij en advies voorkeursrichting exploitatievorm.

Resultaat: Inzicht in de rolverdeling en voor-en nadelen in beeld hebben van de te onderzoeken exploitatievormen en de mogelijkheden voor de invulling van deze exploitatievormen. 12

Versie 13 26 april 2022

De belangrijkste leerinzichten zijn vastgelegd in het leerdossier MMN: 1. Stel de vraag wat grote betrokkenheid van bewoners betekent; 2. Kijk naar de opgave als naar een bergetappe; 3. Gezamenlijk leren; 4. Gebruik beschikbare data en vertaal deze naar een bod voor bewoners; 5. Bekijk de hele keten en blijf flexibel; 6. Leef je in, in elkaars snelheden; 7. Ga voor radicale transparantie; 8. Kijk binnen de wettelijke kaders; 9. “An offer you can’t refuse” van je buurman. Tevens is er gekeken of de leervragen van de diverse stakeholders zijn beantwoord om te komen tot een interessant financieel en juridisch startpunt. Eén van de afspraken uit de Webinars/Sprints is dat de gemeente ondersteuning biedt bij het opstellen van een businesscase en financiële scenario’s voor het oprichten van een warmtecoöperatie. Hiertoe is door de gemeente een opdracht gegeven aan TwijnstraGudde en wordt er gebruik gemaakt van het warmtenet rekenmodel van het Expertisecentrum Warmte (ECW), welke gevalideerd is door TNO. In dit rapport zijn onder meer de volgende onderwerpen onderzocht: - Benodigde participatiegraad; - Volloopschema aansluitingen; - Exploitatieduur en exploitatiekosten; - Rendementseisen (onder meer benodigd vermogen). Op basis van het warmtenet rekenmodel is onderzocht welke belangrijke knoppen de businesscase positief of negatief kunnen beïnvloeden.

Dit zijn bijvoorbeeld het percentage aansluitingen/participanten, het warmteverbruik en de volloopsnelheid. De totale investering voor een compleet functionerend warmtenet bedraagt ca. € 62,5 mln. Hierbij is uitgegaan van ca. 4.900 woningen in zowel Middenmeer Noord (MMN) als Middenmeer Zuid (MMZ).

13

Versie 13 26 april 2022

Een behoudende aanname in dit rapport komt op een BAK (Basis Aansluit Kosten) tussen de € 10.500 € 12.000 per woningaansluiting (€21.000 voor exploitatiemodel zonder MMZ). Dit is exclusief mogelijke subsidies zoals Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) vanuit het Rijk (voor zowel woningeigenaren en zakelijke gebruikers) en de SDE++ (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie) voor warmtebedrijven. Daarnaast is er ook een gemeentelijke subsidie Buurtgericht Aardgasvrij gedekt uit het Klimaatfonds per woning mogelijk. De maximale bijdrage kan, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan (waaronder afsluiting van gas), in totaal oplopen tot ca. € 10.000 per aansluiting. Een warmtebedrijf lijkt daarmee financieel haalbaar mits het warmtebedrijf in MMN én in MMZ kan opereren. Het uiteindelijke bedrag van de BAK zal verdisconteerd moeten worden in de tarieven voor het distributienetwerk aan de bewoners. Het warmtedistributienet kost naar verwachting € 31,75 miljoen, uitgaande van de eerder geschetste berekening. In het voorkeursscenario van ME vindt overdracht van het voorgefinancierde distributienet plaats via zogenaamde kale verkoop. Daarmee is het voorkeursscenario juridisch mogelijk mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Als het voorkeursscenario in de praktijk niet haalbaar en/of wenselijk blijkt, is aanbesteden met grote betrokkenheid van bewoners een alternatief. Met deze uitkomsten van de sprints en webinars is de verkenningsfase afgerond en wordt er gestart met de haalbaarheidsfase volgens het WAM-proces.

Hoofdlijnen planning vervolgtraject warmtetransitie Middenmeer

De belangrijkste te verwachten resultaten van de haalbaarheidsfase zijn: 1. Klantonderzoek ME in MMN en MMZ (ondersteund met gezamenlijke communicatiecampagne); 2. Helderheid over financieringscriteria voor de exploitant vanuit een beoogde financier/bank; 3. Gezamenlijke analyse van het financieringsvraagstuk; 4. Kaders voor publiek/private oplossing voor het financieringsvraagstuk tussen ME, financier en gemeente; 5. Plan van aanpak ME om tot een definitief bedrijfsplan (resultaat eind ontwerpfase) te komen.

14

Versie 13 26 april 2022

De resultaten van de haalbaarheidsstudie worden uiterlijk in Q1 2022 opgeleverd. Deze planning is gekoppeld aan de planning van het groot onderhoud van MMZ en voor ME erg ambitieus. MMZ is de volgende buurt die we op willen pakken en daarvoor schrijven we momenteel een nota van uitganspunten. Belangrijke vraag is of er een warmtenet meegenomen kan worden in MMZ, door wie en wie dat gaat financieren. Anders gesteld wie is de partner voor het warmtenet naast Liander en Waternet. Zonder duidelijkheid over een partner stagneert de aanpak van MMZ. Immers het verdere ontwerp maar ook de aanbesteding zijn afhankelijk of er wel/geen warmtenet wordt aangelegd. Dit terwijl de riolering (Waternet) in MMZ op korte termijn aangepakt moet worden. De verwachting is dat het financieringsvraagstuk het belangrijkste dilemma is. Mocht het met ME niet rondkomen, dan zal er een openbare aanbesteding voor het eigendom, beheer en exploitatie van het warmtenet plaatsvinden voor zowel MMN als MMZ. Dit heeft een voorbereidingstijd nodig van minimaal 6 maanden en moet klaar zijn voor dat we met de aanbesteding van de werkzaamheden in MMZ starten. De start aanbesteding voor de werkzaamheden MMZ staat nu in Q1-2023 gepland.

15

Versie 13 26 april 2022

5. Omgevingsmanagement en communicatie Deelproject Fysiek Terugblik Vanuit een omgevingsscan en gesprekken met stakeholders is het BLVC-kader opgesteld en ambtelijk vastgesteld. Het BLVC-kader kent een bijlage met afspraken met stakeholders die opgenomen zijn in de aanbestedingsstukken. Denk bij stakeholders onder andere aan de scholen en kinderopvang in de buurt in verband met de verkeersveiligheid. Verdere omgevingsaspecten zijn opgenomen in de EMVIcriteria. Er is een vergunningenscan gedaan met als conclusie dat de watervergunning voor de Linnaeuskade nog door het projectteam moet worden aangevraagd. Ook is gebleken dat de nieuwe voetbalkooi niet geheel binnen het huidige bestemmingsplan valt. Dit kan gerepareerd worden met een melding bij de aanvraag van een aanlegvergunning door de aannemer. Voor de zomer van 2021 is de buurt en het (stadsdeel)bestuur geïnformeerd over de aankomende werkzaamheden en de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het kappen van bomen. Ook zijn de locaties voor de Warmte Overdracht Stations aangegeven. Dit zijn beide gevoelige onderwerpen. De omgevingsvergunning is na behandeling van 8 bezwaren definitief verleend. De grootte van de behuizing van de warmteoverdracht stations is vergunningsvrij tot afmetingen van 3m x 5m x 3m (l x b x h). Over de locaties zijn nog gesprekken gaande.

Vooruitblik Conform de uitkomst van de vergunningencheck vraagt het projectteam de watervergunning Linnaeuskade aan en een omgevingsvergunning voor de opslag- en keetlocatie Overige vergunningen en vaststellen van het door de aannemer op te stellen BLVC- uitvoeringsplan, zal worden verzorgd door de aannemer waaronder de WIOR-vergunning. Conform het ingediende EMVI-plan van de aannemer wordt de omgeving geïnformeerd over de aard en de planning van de werkzaamheden. Hierin wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan verkeersveiligheid, bereikbaarheid, overige hinder en hoe meldingen en/of klachten ingediend kunnen worden. Dit wordt gedaan door middel van huis aan huis brieven, digitale nieuwsberichten, website, sociale media en informatiebijeenkomsten. Samen met de aannemer wordt er een evenement georganiseerd om de start van het werk aan te geven, zo mogelijk met een rol voor een bestuurder.

Deelproject Leren en Exploiteren Terugblik Er hebben vier sprints en vier openbare webinars plaatsgevonden. In verband met de heersende pandemie is dit via digitale communicatiekanalen verlopen. De sprints vormden een raamwerk waarbinnen de gemeente (proactief) samenwerkte met de stakeholders. Binnen deze veilige kaders was het mogelijk een objectief onderzoek te starten naar de twee exploitatievormen. Elke sprint is gevoed met informatie uit de leerlijn (openbare colleges,

16

Versie 13 26 april 2022

vergelijkend warenonderzoek of workshops) en exploitatielijn (zelf op te stellen tussenproducten en extern onafhankelijk advies in winnen advies). Zie ook hoofdstuk 4.2. Deelproject Leren en Exploiteren

Daarnaast hebben er nog de volgende activiteiten plaatsgevonden: - Een consultatieronde met deskundigen Jan Rotmans – Hoogleraar Transitiemanagement, Erasmus Universiteit Rotterdam; Maarten van Poelgeest – Voorzitter van de tafel Gebouwde Omgeving voor het Klimaatakkoord; Frank Tazelaar Afdelingshoofd Duurzaamheid Gemeente Amsterdam. - Twee tussentijdse bijpraatsessies met de wethouder Duurzaamheid - De waardevolle leerinzichten en adviezen van experts zijn in het leerdossier vastgelegd. Dit dossier is tijdens een rondetafelgesprek in de Balie op 14 oktober 2021 overhandigd aan de wethouder Duurzaamheid en wordt gecommuniceerd aan bewonersinitiatieven en andere belangstellenden. - Als voorbereiding op het klantonderzoek is er door de gemeente en ME een gezamenlijke communicatiecampagne opgezet. In diverse stappen wordt ingezet op: 1) het informeren van de buurt over de achtergrond, het belang en de belangrijkste gevolgen van de warmtetransitie en 2) de bekendheid vergroten van ME als particulier initiatief. Hiervoor zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: informatieavond MMZ; informatieavond aardgasvrij; Algemene leden vergadering ME; informatieavond ME; 2x buurtcommunicatie met de Karel bus (gemeente en ME) en via de eigen communicatiekanalen van ME.

Vooruitblik - ME zal een klantonderzoek gaan doen in Middenmeer (Noord en Zuid) onder de bewoners en huiseigenaren/woningcoöperaties. Met dit onderzoek wil ME meer duidelijkheid krijgen over de overstapgeneigdheid op een warmtenet van ME door de doelgroepen en ook wat zij belangrijk vinden in een aanbod/voorstel. Een aanbod/voorstel is o.a. afhankelijk van de business case, het definitieve technische ontwerp en de voorwaarden die de bank stelt aan de financiering van het warmtenet en het is daarom lastig om nu al een concreet bod te maken voor toetsing. - Voor de communicatie in de haalbaarheidsfase wordt gezamenlijk met ME een planning opgesteld.

17

Versie 13 26 april 2022

6. Projectbeheersing en Risicomanagement Projectbeheersing De totale investering voor het deel Fysiek bedraagt ca. € 37,4 mln. De dekking is als volgt: € 10,4 mln. uit het Mobiliteitsfonds voor openbare ruimte € 11,2 mln. voorfinanciering Klimaatfonds voor het warmtenet € 0,5 mln. subsidie voor fiets en duurzaam veilig € 15,3 mln. bijdrages Waternet, Liander en overige projectpartners Zie paragraaf 6.3 Risicodossier Fysiek, voor een nadere toelichting op de risicoreservering.

Risicomanagement proces Voor beide projectonderdelen wordt een volwaardig risicodossier bijgehouden conform de methode RisMan.

Schematische weergave RisMan methode

Afhankelijk van de mijlpalen of fases worden de dossiers dynamisch geactualiseerd. Bij elke faseovergang wordt het dossier geactualiseerd door middel van een risicosessie.

18

Versie 13 26 april 2022

Risicodossier Fysiek De huidige risicoreservering voor de gemeente Amsterdam voor de openbare ruimte en het warmtedistributienet bedraagt op basis van de bestuurlijke besluiten ca. € 1.500.000. Daar bovenop is een risicoreservering gedaan van circa € 1.100.000 die aan de externe projectpartners wordt toegerekend. In totaal is dit ca. 10 % van de voorziene bouwkosten. Na de gunning zal, op basis van de SOK’s (Samenwerkingsovereenkomsten) en de afsprakenbrieven, met Waternet en Liander de verdeelsleutel en de hoogte van de risicoreservering bijgesteld worden. Uitgangspunt blijft wel een normpercentage van minimaal 10% van de voorziene bouwkosten en een deel object overstijgend risico te reserveren. In onderstaande tabel zijn de vijf toprisico’s voor het deelproject fysiek opgenomen. Ongewenste gebeurtenis Onvoorziene (ondergrondse) obstakels tijdens uitvoering

Oorzaken

Gevolgen

Beheersmaatregelen

Obstakels niet goed op tekening/ onvoorzien: bomen, bommen, putten, funderingen, dode kabels, leidingen en stelsels, ed.

Stagnatie en hogere kosten in project.

Schade aan de (gevels van de) huizen van bewoners

-Werk aan diepriool van Waternet is bouwprotocol plichtig. Onvolledig onderzoek en voorbereiding aanleg diepriool (bouwprotocol kon niet volledig uitgevoerd worden door de korte tijd) - Door bronbemaling zettingen in ondergrond, onder meer nabij Gemaal Galilei-plantsoen.

-Claims van gedupeerden. -Vertraging. -Imagoschade Opdrachtgever (OG) en Opdrachtnemer (ON).

-Proefsleuven graven. -Tijdig opvragen juiste gegevens bij de projectpartners. -Afspraken met de eigenaren/beheerders van de ondergrondse infra over risicoverdeling. -In bestek is opgenomen dat de aannemer aanvullend proefsleuven maakt. -Historisch onderzoek fundatie panden. Vooropname interieur en exterieur. -Bemalingsplan en onderzoek schadepredictie opstellen. -Monitoring aanliggende panden tijdens bemalingen, sleufbescherming methodiek toepassen. -Aanvullende voorwaarden zijn opgenomen in de CAR-verzekering. -Trilling arm aanbrengen heipalen. -Buiten groeiseizoen geen bronbemaling toepassen.

BLVC-problemen komen bij project/gemeente te liggen (inclusief nood- en hulpdiensten) bereikbaarheid (bv. bouwlogistiek, hinder, overlast ed.)

-stakeholders te weinig betrokken. -Locaties werkterrein opslag problematisch. -Bestemmingsverkeer door/in andere straten.Afsluitingen. -Onduidelijke omleiding. -Omgevingsprojecten Logistiek van bouwverkeer niet goed gepland. -Evenementen in de Openbare Ruimte.

-Imagoschade voor OG, ON en partners. -Overlast, bestemmingsverkeer loopt vast, sluiproutes. -Veel bouwverkeer door de wijk. -Beperkingen evenementen en bereikbaarheid.

-Strakke coördinatie op Diensten & Bedrijven. -Communicatie transparant. -Extra aandacht voor BLVC is in de inschrijving ON gespecificeerd. Strenge toetsing op en monitoring van BLVCuitvoeringsplan -Extra maatregelen, bijv. verkeersregelaars. -Afstemming met Stadsregie. -Realistische uitvoeringsduur.

19

Versie 13 26 april 2022

Ongewenste gebeurtenis Veiligheid: ongevallen met langzaam verkeer, buiten het bouwterrein. NB. MMN is een kinder- en schoolrijke woonbuurt

Oorzaken

Gevolgen

Beheersmaatregelen

-Onvoldoende aandacht voor veiligheid buiten de directe werkomgeving. -Weinig werkruimte binnen het werkterrein, dus overloop naar de omgeving. -Veel bouwverkeer. -Fietsers/voetgangers houden zich onvoldoende aan de tijdelijke verkeersmaatregelen.

-Ongevallen met letsel. -Imagoschade OG/ON -Aanpassing. -Schadeclaims en Wijzigingen in planning of fasering noodzakelijk.

Borgen van gebruik raamcontracten gedurende het hele project.

Door lange looptijd van de uitvoering van het project lopen er raamcontracten af, zoals bijv. groen.

Voor hetzelfde type werk/object zullen opnieuw opdrachten verstrekken nieuwe afspraken maken, onder meer met hoofdcontractaannemer.

-Kwaliteitscriterium 'Veiligheid' is specifiek benoemd in de inschrijvingsvoorwaarde (EMVI) -BLVC-check in Werkgroep Werk in Uitvoering (WWU) specifiek aandacht voor fietsverkeer. -Inspectie en handhaving veiligheidsmaatregelen. -Contact met scholen/bewoners en veiligheidsissues bespreken. -Bouwroutes en fietsroute uit elkaar, waar mogelijk. -Verkeersregelaars. -commissie veiligheid betrekken (CVC2) Monitoren looptijd contracten door contractmanager en inkoop. In vroeg stadium nieuwe contracten/ raamovereenkomsten borgen

NB. In een aantal gevallen zijn (een deel van) beheersmaatregelen in uitvoering of reeds uitgevoerd. Eerstvolgende risicosessie In Q1 2022 volgt een risicosessie met de aannemer en het projectteam, waarbij het risicodossier wordt geactualiseerd en de verdeling van de risico’s over Opdrachtgever en Opdrachtnemer nader worden vastgesteld. Het risicomanagement is als EMVI-criterium gehanteerd in de gunningsleidraad. Een risico dat is opgetreden, het opschuiven van de planning na het kredietbesluit, is ondervangen door in 2025 ca. € 350.000 extra budget aan te vragen. Dit is reeds opgenomen in het SMF-verdeelvoorstel dat in de begroting 2022 is opgenomen.

Risicodossier Leren en Exploiteren Het risicodossier Leren en Exploiteren(L&E) gaat een nieuwe fase in. Er dient in 2022 concreet zicht te komen in de wijze waarop het warmtedistributienet beheerd en geëxploiteerd kan worden binnen bepaalde financiële en juridische kaders. Een belangrijke samenhang zit in de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten van MMZ om deze inclusief warmtedistributienet uit te voeren. Dit vanwege de beoogde schaalgrootte. Voor het opstellen van een businesscase en financiële scenario’s is door Twijnstra&Gudde gebruik gemaakt van het warmtenet rekenmodel van het Expertisecentrum Warmte (ECW), welke gevalideerd is door TNO. 2

Per 1 april 2022 is de Centrale Verkeerscommissie (CVC) opgevolgd door het Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit

20

Versie 13 26 april 2022

De vier toprisico’s voor (de uitkomsten) van het deelproject Leren en Exploiteren zijn als volgt geformuleerd:

Ongewenste gebeurtenis ME kan niet tijdig een sluitende businesscase leveren aan de gemeente. Er is een afhankelijkheid met het op tijd kunnen aanbesteden van MMZ inclusief een warmtenet.

Oorzaken

Gevolgen

Beheersmaatregelen

-Er zijn nog zowel juridische als financiële vraagstukken. -Gemeente heeft nog geen besluit genomen.

Projectbesluit MMZ, fasering van het vervolgproces, inclusief de aanleg van het warmtedistributienet komt onder tijdsdruk te staan, als businesscase niet tijdig rond is.

Businesscase is niet haalbaar, omdat de BAK/onrendabele top te hoog is.

De aanleg is nieteconomisch rendabel te krijgen.

-Onvolledig aangelegd netwerk met gemeente als asset owner. -Kapitaalvernietiging. -Imagoschade. -Niet behalen klimaatdoelstellingen

-Optimaal blijven faciliteren van het initiatief. -Onderzoeken of de planning van het beheer en exploitatiemodel (deels) losgekoppeld kan worden van de planning van het groot onderhoud en werk D&B (fase 3 en 4 PBI). -Opschalen subsidiemogelijkheden. -Terugval optie: Openbare aanbesteding voor het beheer en exploitatie van het warmtenet met buurtparticipatie -Opschalen subsidiemogelijkheden. -Bijstellen businesscase, scenario’s en prijsvorming. -aanpassen van de financiële, juridische en risicodragende positie van de gemeente. -Netwerk in de mottenballen zetten en wachten op later geschikt moment, bijv. na gewijzigde wetgeving.

Het modelleren van dit type initiatieven verloopt moeizaam vanwege het innovatieve karakter.

Rol en betrokkenheid van de gemeente komt niet overeen met de verwachtingen van ME en vice versa. Er zijn nog onvoldoende blauwdrukken om financieel, juridisch en beleidsmatig een werkend model te ontwerpen.

-Niet tijdig op een lijn zitten. -Vastlopen van het proces.

In de webinars/sprints zijn de onderlinge verhoudingen en verwachtingen verduidelijkt en uitgesproken en aangegeven waar we staan qua ontwikkeling betreffende de kennis van de stakeholders en mogelijkheden op financieel en juridisch vlak. Dit blijven we doen in de vervolggesprekken.

21

Versie 13 26 april 2022

Nieuw bestuur (na verkiezingen 2022) ontwikkelt nieuwe visie op warmtenetten of verschuift focus naar andere types van duurzaamheid

Wijzigingen in beleid en/of wensen van het gemeente bestuur.

-Onvolledig aangelegd netwerk met gemeente als asset owner. -Kapitaalvernietiging. -Imagoschade. -Niet behalen klimaatdoelstellingen.

Dit risico is lastig te beheersen, omdat er op lokaal of landelijk niveau altijd beleids- en of wetswijzigingen voor kunnen komen. Vooralsnog wordt de huidige besluitvorming doorgezet naar de uitvoerings-, beheer en exploitatiefase met als risico dat de dan geldende gemeentelijke visie niet aansluit bij het gekozen model voor exploitatie van het net.

Verder zijn er nog een aantal zaken rand voorwaardelijk en mogelijk van invloed op toekomstige risico’s:  ME, Firan (netbeheerder) en Equinix (datacenter) hebben de intentie uitgesproken om samenwerkende partijen te willen worden. Deze intentie is vastgelegd in een ‘letter of intent’ (LOI).  ME: de voorkeur ligt bij zoveel mogelijk zeggenschap en eigenaarschap inzake het beheer, onderhoud en exploitatie van het warmtenet namens de bewoners.  Met name in de aanlegfase van de infrastructuur en in de eerste jaren van de exploitatie geeft ME de gemeente een actieve rol.  ME ziet voor Firan een rol als netbeheerder van het warmtenet voor Middenmeer.  De gemeente heeft nog geen positie/rol ingenomen. Enerzijds omdat dit een bestuurlijk besluit is, anderzijds omdat in deze onderzoeksfase mogelijkheden worden onderzocht die voor het maken van een keus bepalend kunnen zijn.  Alle partijen onderkennen dat de ontwikkelingen voor andere wijzen van beheer nog onderontwikkeld zijn en ook de beleidsvoorwaarden, kaders, nog deels ontbreken. Hetzelfde geldt voor de juridische en financiële kaders.  Beleidsmatig is er tot op heden weinig gemeentelijk en landelijk flankerend beleid om meer diversiteit in de markt van de warmtenetten te creëren.  Omgaan met kantelpunten: maatschappelijke context/richtlijnen veranderen zeer snel.

 Tegenwind: ‘Het project kan belemmerd worden door andere belangen’. (Bron: Interviewronde MMN jan 2020)  Een werkend systeem, inclusief Warmte Overdracht Stations (WOS), aansluiting op de warmtebron en verlenging naar MMZ is nog niet uitgewerkt (engineering), dit omdat dit een opgave is voor de toekomstige exploitant.  In het concept nota van uitgangspunten MMZ wordt ervan uitgegaan dat er in MMZ een warmtenet wordt aangelegd door een exploitant. Wanneer de exploitant niet gevonden wordt, heeft dat consequenties voor de tijdige uitvoering van MMZ. Risicoreservering Voor L&E zelf is geen zelfstandige risicoreservering opgebouwd, omdat de kosten tot op heden beperkt blijven tot procesbegeleiding en een aantal externe onderzoeken. Deze kosten zijn en worden door V&OR en R&D uit de lopende begrotingsmiddelen gefinancierd (SMF en Klimaatfonds). Na aanleg van het warmtedistributienet, is het de bedoeling (onderdeel van raadsbesluit van juli 2019) dat het net voor een bepaald (minimum) percentage van de investeringskosten aan een derde partij (de exploitant en/of beheerder) verkocht zal worden.

22

Versie 13 26 april 2022

Dit risico op tegenvallende verkoopopbrengst is tot dit (minimum) percentage gedekt door het Klimaatfonds. Rente- en beheerkosten zijn gedekt voor de eerste vijf jaar, eveneens door het Klimaatfonds. Voor het vervolg van beheer en exploitatie zijn nog geen risicoreserveringen benoemd. Dit zal pas bij besluitvorming over de vervolgfases aan de orde komen. Uitgangspunt is nu dat de risico’s bij die partij komen te liggen die het beheer en exploitatie gaat verzorgen. Om de businesscase naast de lastenkant ook aan de batenkant beter stuurbaar te maken, wordt er een subsidie deskundige ingezet om naast Nederlandse subsidiestromen, ook aanvullende EU-subsidies binnen te halen. Dit geschiedt onder regie van team ETGO (Energie Tranisitie Gebouwde Omgeving) van R&D.

23

Versie 13 26 april 2022

7. Tegenspraak en toetsing De aanbestedingsstukken zijn getoetst door het inkoop- en aanbestedingsteam van de gemeente Amsterdam. CROW heeft het contract specifiek op het onderdeel warmtenet gecontroleerd. CROW is een Nederlandse stichting die zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid. Daarnaast houdt het CROW zich bezig met aanbesteden en contracteren. In de afgelopen periode zijn geen speciale tegenspraaksessies gehouden. Wel is in het proces van Leren & Exploiteren, Annelies Huijgens actief betrokken geweest. Zij is hoogleraar Regulering energiemarkten en onder meer werkzaam voor TNO en de Universiteit van Amsterdam. Om extra externe reflecties te verzamelen als onderdeel van de consultatie is in de periode april-mei 2021 een interviewronde gehouden zoals in hoofdstuk 5.2 Deelproject Leren & Exploiteren is besproken. Twee hoofdlijnen of trends uit deze interviews zijn: - Dat warmtenetten (of bredere energievoorzieningen) meer in handen moeten komen van maatschappelijke ondernemingen, zoals bijv. bewonerscoöperaties, maar deze moeten daarbij wel door de gemeentes gefaciliteerd worden. Dit kan het draagvlak voor en betrokkenheid bij de energietransitie vergroten. Gemeente Amsterdam is met deze aanpak van een warmtenet, uniek in Nederland.

- Pleidooi voor slimme, open en hybride netwerken, zodat het netwerk in de toekomst ook voor andere of alternatieve warmtebronnen beschikbaar is. In overleg met de ambtelijk opdrachtgever, bestuurder en team ETGO wordt een Tegenspraaksessie georganiseerd in de vorm van een sessie Dwarskijken door Bureau Gateway (via Ministerie van Binnenlandse zaken). Dit vindt plaats voorafgaand aan het bestuurlijke Go-No Go over het toekomstige model van Eigendom, Beheer & Exploitatie voor MMN.

24

Versie 13 26 april 2022

8. Organisatie en Governance Vooralsnog is er één projectteam bij het IB voor beide opgaves (Fysiek en Exploitatie) met één ambtelijk opdrachtgever vanuit V&OR. Deze zijn verantwoordelijk voor de coördinatie met de externe samenwerkingspartners (Waternet/AGV, Liander) en de interne samenwerkingspartners, primair afdeling Energie Tranisitie Gebouwde Omgeving (R&D) en Directie Juridische Zaken. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het deelproject Leren & Exploiteren ligt primair bij de wethouder Duurzaamheid. De risicodekking van de voorfinanciering voor de aanleg van het warmtedistributienet komt uit het Klimaatfonds dat beheerd wordt door R&D en valt ook onder de verantwoordelijkheid van de Wethouder Duurzaamheid. Deelproject Fysiek ligt bij de wethouder Verkeer & Vervoer en een deel van de werkzaamheden raken de portefeuille Openbare Ruimte en Groen. Juridisch kader Onderdeel van het proces Leren & Exploiteren was ook het bepalen van een juridisch startpunt. Dat gaat enerzijds over de juridische (aanbestedingsrechtelijke) kaders waarmee rekening gehouden moet worden en anderzijds om wat de partijen zien als gewenste en mogelijke samenwerkingsvormen. De gemeente kan optreden in een faciliterende rol, als regisseur, als opdrachtgever/ concessieverstrekker of een volledig zelf uitvoerende rol.

Er is geen wettelijke verplichting waarin vaststaat welke rol de gemeente moet invullen. Onduidelijk is of deze vrijheid in keuze er vanaf de invoering van de nieuwe Warmtewet (de WCW of Warmtewet 2.0) blijft, of wettelijk wordt vastgesteld. Een tweede constatering is dat de gemeente als eigenaar van de infrastructuur een grondpositie creëert en daarmee beheer, onderhoud en exploitatie uit kan besteden. Ook staat het de gemeente vrij om binnen de wettelijke kaders het net te verkopen. Samenvattend: in MMN is de startpositie van de gemeente anders dan in de rest van Nederland. Er wordt een warmtenet aangelegd zonder dat er een exploitant is, waardoor de gemeente een grondpositie inneemt. Binnen de Europese aanbestedingsregels is gekeken naar verschillende samenwerkingsvormen. Onderstaande drie modellen zijn de meest passende vormen voor toekomstige samenwerking tussen overheid, bewoners en markt binnen deze warmteketen. 1. aanbesteden met grote betrokkenheid van bewoners; 2. quasi inbesteden, (in de vorm van een deelneming - coöperatie); 3. gezamenlijke onderneming speciale sectorbedrijven. ME is geen speciaal sectorbedrijf en kan daarom niet deelnemen in deze laatste constructie.

Met de doelstelling om een vorm te kiezen met grote betrokkenheid van bewoners, is het model “gezamenlijke onderneming speciale sectorbedrijven” met enkel Firan (netbeheerder) en de gemeente geen wenselijke uitkomst. Verder zal er nog gekeken moeten worden hoe “grote betrokkenheid van bewoners” ingevuld en/of gedefinieerd moet worden.

25

Bijlagen Procesplanning Fysiek

Hoofdlijnenplanning Groot Onderhoud Middenmeer Noord Q1

Aanbesteding en gunning Selectie t/m gunningsbesluit Overeenkomst met aannemer

Uitvoering Voorbereiding door aannemer en D&B Bewonersinformatie omtrent start uitvoering Groot onderhoud, herinrichting en aanleg distributienet Warmtedistributienet in MMN opgeleverd

2021 Q2 Q3

Q4

Q1

2022 Q2 Q3

Q4

Q1

2023 Q2 Q3

Q4

Q1

2024 Q2 Q3

Q4

Q1

2025 Q2 Q3

Q4

Q1

2026 Q2 Q3

Q4

Q1

2027 Q2 Q3

Q4

Versie 13 26 april 2022

Procesplanning Leren en Exploiteren

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11995864/1