CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toelichting Bp Cluster 7

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 9 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Cluster 7” Nr. VN2022-01332426.734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Cluster 7

Ontwerp voor vaststelling

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Cluster 7

Colofon

Opdrachtgever

3W & Blauwhoed

Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaanheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.T2102BPGST-VG01

Datum print

23 Maart 2022

Planstatus

ontwerp voor vaststelling

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk1

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging plangebied en plangrens Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 8 9

Het plangebied

11

Historie Beschrijving huidige situatie Ontwikkeling

11 11 14

Beleidskader

23

Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid

23 37 41

Milieuaspecten

53

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Milieueffectrapportage Milieuzonering bedrijven Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid

53 54 55 56 59 60

Hoofdstuk5

Omgevingsaspecten

65

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Duurzaamheid Archeologie en cultuurhistorie Water Flora en fauna en ecologie Verkeer en parkeren Luchthavenindelingbesluit (LIB) Hoogbouwaspecten

65 66 69 73 77 81 82

Hoofdstuk6

Juridische planbeschrijving

85

6.1 6.2

Algemeen De bestemmingen

85 85

Hoofdstuk7

Uitvoerbaarheid

87

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

87 87

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk4

7.1 7.2

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Sinds de oplevering in 1986 is het winkelgebied Amsterdamse Poort een belangrijke centraal gelegen plek in Amsterdam Zuidoost. Het maakt onderdeel uit van het gebied ArenaPoort, bestaande uit de Johan Cruijf Arena en Boulevard ten westen van station Bijlmer Arena en waarbij het winkelgebied is gelegen ten oosten hiervan. In de omgeving van dit winkelgebied vinden diverse ontwikkelingen en transformaties plaats, waaronder woningen, kantoren, hotels, leisure, cultuur en andere voorzieningen. De initiatiefnemer heeft de ambitie om de Amsterdamse Poort te transformeren naar volwaardig centrumgebied voor Zuidoost en omstreken. Het plangebied in dit bestemmingsplan betreft een herontwikkeling van een deel van de Amsterdamse Poort, het zogenaamde Cluster 7, en biedt ruimte aan onder andere circa 21.000 m2 aan commerciële functies en circa 815 woningen (waarvan 695 nieuw).

1.2

Doel bestemmingsplan

De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan De Amsterdamse Poort'. Om het bouwplan mogelijk te maken is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. In het bestemmingplan wordt de ontwikkeling onderzocht en onderbouwd en wordt de inpassing in de omgeving beschreven.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

Het plangebied van Cluster 7 betreft het kadastrale perceel 3128, 1084, 9402, deels 9403, 10265 en deels 12402 sectie L Het plangebied heeft een oppervlak van 26.929 m². Het plangebied is gelegen binnen de Amsterdamse Poort aan de Hoogoorddreef en Flierbosdreef. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de Hoogoorddreef, de Flierbosdreef en het Bijlmerplein. De situering van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Figuur 1.1 Ligging plangebied Cluster 7 (ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied vigeert momenteel het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan De Amsterdamse Poort' (onherroepelijk 2011-12-20). Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemmingen 'Gemengd 1', 'Gemengd 2', 'Gemengd 3', 'Gemengd 4', 'Bedrijf', 'Verkeer – 1' en 'Verkeer-3'. De nieuwe ontwikkeling bestaat uit de aanpak van het winkelprogramma en de bouw/verplaatsing van appartementen, diverse parkeergelegenheden en de vernieuwing van de Shopperhal. Dit past niet in het vigerende plan. In figuur 1.2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan opgenomen.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 9

Figuur 1.2 uitsnede bestemmingsplan Cluster 7 (ruimtelijkeplannen.nl)

1.5

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geeft aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en hoofdstuk 5 behandelt de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op de juridische systematiek en een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen worden beschreven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2

Het plangebied

In dit hoofdstuk is de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en eventuele nieuwe ontwikkelingen. Aandacht is besteed aan functies zoals wonen, bedrijven, (commerciële) voorzieningen en monumenten en structuren zoals de bebouwingsstructuur en de weg-, water en groenstructuur van het plangebied.

2.1

Historie

Amsterdam Zuidoost is een stadsdeel van Amsterdam. Het grenst niet aan de rest van de gemeente Amsterdam, maar wordt hiervan gescheiden door de gemeenten Ouder-Amstel (in het bijzonder het dorp Duivendrecht) en Diemen. De oudste wijk in het stadsdeel is de Bijlmermeer (start bouw 1966). De Bijlmermeer is opgezet met een filosofie van scheiding van auto-, fiets- en voetgangersverkeer. Dit ter voorkoming van verkeersongevallen, het tegengaan van verrommeling en vanuit de gedachte dat de toenmalige mens recht had op een rustige, groene woonomgeving zonder verkeer. Het kende een strikte scheiding tussen wonen, werken en recreatie. Dit idee van functiescheiding had een verloederend effect op de wijk. In de jaren ‘90 werd een vernieuwingsoperatie in gang gezet, waarbij hoogbouw werd gesloopt en werd vervangen door kleinschaligere woningen en de overige flats werden gerenoveerd. Deze vernieuwingsoperatie is nog steeds gaande en heeft als doel een minder eenzijdige bevolkingssamenstelling en een prettigere woonomgeving te creëren. Onderdeel daarvan was dat bewoners met betere maatschappelijk positie de mogelijkheid moesten krijgen om een wooncarrière te krijgen in hun eigen wijk. Het middel dat daarvoor wordt ingezet, is dat de stedenbouwkundige opzet van de wijk ingrijpend wordt veranderd. Wonen, werken, ontspannen, winkelen, verkeer en parkeren worden meer met elkaar gemengd.

Het winkelcentrum Amsterdamse Poort, dat in 1986 is gebouwd, is in 2000 voor een deel gerenoveerd en heeft de functie van het winkelcentrum Fazantenhof overgenomen. De vernieuwing van de Bijlmermeer moest bijdragen aan een versterking van de maatschappelijke positie van de bewoners op het gebied van onderwijs, arbeidsparticipatie, welzijn, gezondheid. Om dat te bereiken zijn nieuwe voorzieningen en speciale projecten opgezet. Er werden diverse woonmilieus gecreëerd: wonen aan de stadsrand, wonen gemengd met werken, wonen in hoge dichtheid nabij het centrum van het stadsdeel en wonen met veel water.

2.2

Beschrijving huidige situatie

De Amsterdamse Poort is het grootste en centrale winkelcentrum van Amsterdam Zuidoost en herbergt een breed scala aan functies zoals winkels, een shopperhal (overdekte markt), horeca, kantoren, parkeervoorzieningen en woningen. De publieksfuncties zijn in de meeste gevallen gerealiseerd op de begane grond, in een aantal gevallen ook op de 1e verdieping. Het huidige Cluster 7 bestaat uit een commerciële plint met een parkeerdek op dreefniveau. Aan de rand van het cluster staat een woonblok met huurwoningen van Ymere. Het parkeerdek wordt ontsloten via dreven die ca. 4 meter boven het maaiveld liggen en die niet toegankelijk zijn voor voetgangers en fietsers. In de hoek van het cluster staat een oud PostNL gebouw dat op dit moment leeg staat. Ook is er veel leegstand in de commerciële plint en is met name de huidige tussenstraat binnen cluster 7 sociaal onprettig.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

Figuur 2.1 Overzicht plangebied Het winkelcentrum wordt gekenmerkt door een patroon van bouwblokken met daartussen een stelsel van straten en pleinen. De binnenterreinen zijn deels ingericht als tuin en grotendeels openbaar toegankelijk. In het hart van het gebied wordt de hoofdas gesplitst en zijn hoekverdraaiingen toegepast. Hierdoor ontstaat een zekere mate van complexiteit. De relatie met de omgeving komt tot uiting in een reeks van kleine zijstraatjes.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 13

Figuur 2.2 Huidige situatie binnenplein (Bron: Google) Het winkelcentrum bestaat grotendeels uit een plint van één verdieping met daarboven woningen. Als hoofdmateriaal is witte baksteen gebruikt. Samen met de inkleuringen van kozijnen en panelen domineren deze het beeld van het gebied.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

Figuur 2.3 Huidige situatie woningen (Bron: Google)

2.3

Ontwikkeling

Ontwerp Het project voorziet in de transformatie van Cluster 7 naar een hoogwaardig en duurzame woon- en winkelomgeving met maximaal 815 woningen en gemengde (commerciële) voorzieningen (in totaal 21.000 m2 commercieel, maatschappelijk, cultuur/leisure en parkeervoorzieningen). De ontwikkeling wordt in drie fasen uitgevoerd: fase 1 bestaande uit een herschikking van de winkelruimten, het verfraaien van de gevels en vernieuwing en bouw van appartementen en parkeergelegenheden; fase 2 bestaande uit herschikking van winkels, verfraaien van gevels en de realisatie van een vernieuwde Shopperhal; fase 3 bestaande uit een nader uit te werken programma aan het Anton de Komplein.

Bouwenvelop Voor de ontwikkeling is een bouwenvelop opgesteld welke als basis dient voor het beoogde programma en de privaatrechterlijke overeenkomst tussen de gemeente Amsterdam en de ontwikkelende partijen. Het voorliggende bestemmingsplan biedt voldoende ruimte om het programma uit de bouwenvelop te bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 15

realiseren maar is (iets) ruimer van opzet zodat er sprake is van voldoende flexibiliteit om ook in de toekomst een bruikbaar bestemmingsplan (omgevingsplan) te hebben. Opbouw blok Voor de transformatie van Cluster 7 komen het parkeerdek en het PostNL gebouw te vervallen, maar blijven de bestaande woningen van Ymere grotendeels staan. Daarnaast wordt het cluster verdicht met nieuwbouw. Om de menselijke schaal te verbeteren in het gebied is er voor gekozen om geen groot superblok te creëren, maar wordt het cluster opgedeeld in meerdere kleinere kavels. Op de drie kavels komen nieuwe bouwblokken met een stedelijke laagbouw, waarin ook de huidige bebouwing is opgenomen. Bovenop de laagbouw komen hoogteaccenten die aansluiten bij de algemene visie van het stedenbouwkundig masterplan voor de Amsterdamse Poort. Deze accenten zijn weloverwogen geplaatst en zullen in hoogte aftrappen.

Figuur 2.4 Opbouw bouwblokken (hoogtes t.ov. winkelniveau)

Verkeerstromen

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Het winkelgebied zelf is alleen toegankelijk voor voetgangers. Fietsers komen tot aan de rand van het winkelgebied. Verkeersstromen op de dreven bestaan uit zowel gemotoriseerd verkeer als langzaam verkeer.

Figuur 2.5 Verkeerstromen op winkelniveau

Hoogbouw Op de stedelijke laagbouw komen hoogteaccenten. Op de hoek van de Flierbosdreef en de Hoogoorddreef wordt een hoogteaccent van 55 meter gemaakt, gemeten vanaf het winkelniveau. Langs de dreven gaat het om hoogteaccenten van 45 meter gemeten vanaf winkelniveau. Een laatste accent komt naast de Shopperhal dat 39 meter hoog is. De blokken zullen verschillend zijn in architectuur maar ook een eenheid vormen. Alle blokken hebben een stedelijke laagbouw waarop een luchtige hoogbouw komt.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 17

Figuur 2.6 Bouwblokken en hoogteaccenten

Maaiveld Er zijn twee maaivelden te onderscheiden in het plangebied: 1. het lage maaiveld (ter hoogte van Bijlmerpad, Klein Bijlmerplein en Anton de Komplein) en; 2. het hoge maaiveld van de Hoogoorddreef en de Flierbosdreef. In het bestemmingsplan worden alle maten gemeten vanaf 'Peil'. Het 'Peil' is in de planregels gedefinieerd als -2,80m NAP. De verbindingen tussen het lager gelegen maaiveld en de dreven wordt vormgegeven door het toevoegen van goede trappartijen. Programma Het beoogde programma is een combinatie van wonen, detailhandel, horeca, maatschappelijke, culturele voorzieningen en mogelijk leisure. Ruimtelijke verdichting, het toevoegen van woningen en het zorgen voor een divers voorzieningenaanbod zijn hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Het totale programma draagt bij aan de ambitie om van Amsterdamse Poort een volwaardig stadscentrum te maken. Het verschil in het toekomstige programma op basis van dit bestemmingsplan in vergelijking met het huidige programma uit het vigerende bestemmingsplan is in onderstaande tabel weergegeven. In paragraaf 3.1.4 is een uitgebreide toets opgenomen van het huidige, feitelijk aanwezig en toekomstig programma.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Functie

planologische mogelijkheden

nieuwe planologische mogelijkheden

Wonen

vanaf de tweede bouwlaag

maximaal 815 woningen (waarvan 695 nieuw)

Leisure en cultuur

-

Maximaal 1.500 m 2 bvo

Andere functies:

Maximaal 20.175 m²

Maximaal 19.500 m²

- Detailhandel

Detailhandel (maximaal 4 supermarkten), zakelijke en publieksgerichte dienstverlening totaal 17.020 m 2 Bvo

Detailhandel 16.000 m 2 Bvo totaal - Maximaal 5.000 m 2 Bvo supermarkt (zelfbedienings- winkel voor dagelijkse levensmiddelen van tenminste 750 m 2 Bvo. Afwijkingsbevoegdheid zodat het mogelijk is om het oppervlakte supermarkten in de toekomst vergroot kan worden met 1.500 m 2 bvo

- Horeca

Maximaal 2.025 m 2 bvo

Maximaal 4.000 m 2 bvo

- Maatschappelijk

Maximaal 5.300 m² bvo

Maximaal 5.300 m² bvo

Totaal (ex. wonen)*

20.175 m 2 bvo

21.000 m 2 bvo

* het totaal is geen optelsom van de maxima, maar het betreft communicerende vaten, zie ook paragraaf 3.1.4. Wonen Het totale woningbouwprogramma bestaat uit maximaal 815 woningen waarvan 120 woningen reeds bestaand. Het is toegestaan om zogenaamde woonwerkwoningen te realiseren. Dit is een woningtype waarbij een deel van de woning wordt gebruikt voor andere (werk-gerelateerde) doeleinden. Dit kan een kantoorruimte binnenshuis zijn, of een atelierruimte, praktijkruimte of klein bedrijf aan huis. In deze woonwerkwoningen mag maximaal 50% van gebruiksvloeroppervlak gebruikt worden voor dergelijke bedrijfsvoering. Detailhandel Detailhandel in Cluster 7 moet passen in een stedelijk centrum met regionale aantrekkingskracht, maar dient tegelijkertijd aan te sluiten op de vraag van de bewoners van Zuidoost. Blok 1 + 2: 18.000 m2 BVO detailhandel/horeca Blok 3: 1.500 m2 BVO detailhandel/horeca. Retail gericht op dienstverlening of overige commerciële functies zijn mogelijk. Cluster 7 is een logische locatie binnen de Amsterdamse Poort om supermarktmeters te concentreren. Met een supermarkt wordt bedoeld een zelfbedieningswinkel voor dagelijkse levensmiddelen bedoeld bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 19

van tenminste 750 m2 BVO. Verder wordt in de planregels gewaarborgd dat het nu geldende maximum van 4 supermarkten voor de gehele Amsterdamse Poort blijft gelden. Horeca Horeca speelt een belangrijke rol in de ambitie om een volwaardig stadscentrum. In vergelijking met andere winkelcentra is er in Amsterdamse Poort relatief weinig horeca. De aanwezige horeca is vrij eenzijdig. Het aanbod aan horeca moet mee vormen met de veranderende bevolkingssamenstelling van Zuidoost. Hiervoor is een kwaliteitsverbetering in het aanbod noodzakelijk. In het voorliggende bestemmingsplan is het volgende toegestaan aan horeca: In de Shopperhal Horeca 1, 3 en 4. In Blok 1 en 2 Horeca 3 en 4. In overleg met gemeente is Horeca 2 eventueel mogelijk In Blok 3 is horeca (3 of 4) alleen toegestaan op de hoek van het woonerf en de Flierbosdreef. Aan de rand van Anton de Komplein horeca 3 of 4 (dit is ongewijzigd ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende horeca categorieën: Horeca 1

Een voorziening waar al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren worden verkocht

Fastfoodrestaurants cafetaria’s, snackbars en shoarmazaken

Horeca 2

Een voorziening: a. waar muziek ten gehore wordt gebracht en de gelegenheid wordt geboden tot dansen, b. waar zalen aan (besloten) gezelschappen worden verhuurd, inclusief de verkoop van dranken en spijzen, zoals zaalverhuurbedrijven; c. waar verenigingen tot bevordering van de gezelligheid bij elkaar komen

Sociëteit, dancings, discotheken en zaalverhuurbedrijven.

Horeca 3

Een voorziening die overwegend gericht is op de verstrekking van (sterke) dranken

Cafés, bars

Horeca 4

Een voorziening die gericht is op het verkopen van ter plaatse bereide etenswaren

Restaurants, eetcafés, grandcafés, lunchrooms, koffiehuizen, theehuizen en ijssalons

Shopperhal De vernieuwde Shopperhal wordt een belangrijke drager voor Amsterdamse Poort en biedt ruimte voor een concept van ondernemers in zowel de food en als de non-food sector, aangevuld met horeca en mogelijk maatschappelijke voorzieningen, culturele voorzeningen en leisure. Het aanbod kan bestaan uit

Gemeente Amsterdam

blz. 20

het bereiden en verkopen van versproducten, speciaalzaken en een divers horeca-aanbod met eventueel ondersteunende leisure. De Shopperhal biedt ruimte aan zowel lokale ondernemers met specifiek lokaal aanbod, als aan regionale ondernemers die diverse wereldkeukens aan de consument presenteren en (inter)nationale ondernemers met een aanvullend concept. De Shopperhal voorziet tevens in voldoende aantrekkelijke verblijfsruimte, zodat de bezoekers hun food & beverages ter plaatse kunnen nuttigen. Ook blijft er voldoende vrije ruimte beschikbaar voor kleinschalige evenementen, zoals (kook)workshops, muziekoptredens een food-gerelateerde festiviteiten. De Shopperhal verdeelt zich over begane grond en mogelijk de eerste verdieping. De Shopperhal heeft een oppervlakte van circa 2.000 m2 BVO. Cultuur In het concept is ook ruimte gereserveerd voor culturele voorzieningen en leisure. Bij culturele voorzieningen wordt gedacht aan functies zoals een bibliotheek, filmhuis of kunstgalerie. Deze functies zullen naar verwachting in blok 1 of 2 een plek krijgen. Leisure Ook de toevoeging aan leisure kan een positieve bijdrage leveren aan Amsterdamse Poort. Het staat de initiatiefnemer vrij om zogenaamde recreatieve concepten een plek te geven binnen Cluster 7. Leisure kan in de Blok 1, Blok 2, Blok 3 en de Shopperhal landen.

aatschappelijk Bij het bouwen aan een nieuwe stad hoort een bijpassend niveau aan maatschappelijke voorzieningen. Er wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende typen: Maatschappelijk l

gemeentelijke taak, huisvestingsverplichting gemeente

basisvoorzieningen en voorzieningen voor jeugd, onderwijs en zorg.

Maatschappelijk ll

geen harde huisvestingsverplichting, wel noodzakelijk voor goed functioneren stad

bijvoorbeeld praktijkruimtes voor huisartsen, tandartsen en fysiotherapeuten, andere maatschappelijke dienstverleners, een kinderdagverblijf, na- of voorschoolse opvang, maar ook om broedplaatsen en betaalbare flexibele werkplekken. Ook voorzieningen voor kunst en cultuur vallen onder deze categorie: dans- en muziekscholen, (pop)podia, filmhuizen, repetitieruimtes, expositieruimtes.

Parkeren Fiets- en scooterparkeren

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 21

Het gemeentelijk beleid schrijft voor dat al het fiets- en scooterparkeren voor bewoners en bezoekers van Cluster 7 zoveel mogelijk inpandig moet worden opgelost. Er is in de Amsterdamse Poort, en dus ook Cluster 7, weinig ruimte om dit in openbare ruimte op te lossen. De gemeente ziet bij voorkeur dat er een gemeenschappelijke fietsenberging gerealiseerd wordt voor woon en woonfuncties. Autoparkeren Belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van ArenAPoort, en dus ook Cluster 7, is dat de toevoeging van programma niet mag leiden tot meer autogebruik. Bij transformatie en/of verdichting mag het bestaande aantal parkeerplekken niet toenemen. Voor Cluster 7 betekent dat er maximaal 600 parkeerplekken gehandhaafd worden. Voor het te realiseren totaalprogramma zijn de parkeernormen zoals vastgesteld in de Nota Parkeernormen Auto (2017) leidend. Als de parkeernorm in de nieuwe situatie aan de hand van de Nota Parkeernormen Auto op een lager aantal parkeerplekken uitkomt dan in de oude situatie, dan wordt de normen uit de Nota Parkeernormen Auto gehanteerd. Verder zijn enkele belangrijke uitgangspunten uit het parkeerbeleid: Er geldt geen minimumnorm voor parkeren betreffende het woonprogramma. Er hoeven voor het wonen géén parkeerplekken te worden gerealiseerd. De minimum parkeereis is daarmee gelijk aan nul.

Bewoners kunnen in dit gebied géén aanspraak maken op een vergunning op straat. Er geldt een maximumparkeernorm van één parkeerplek per woning voor alle woningtypen: vrije sectorwoningen (koop en huur), middel dure- en sociale huurwoningen. In paragraaf 5.5 wordt verder ingegaan op het aspect parkeren.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 23

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke doelstellingen en ontwikkelingen. Het voor dit project relevante ruimtelijk beleid wordt in dit hoofdstuk beschreven en de beoogde ontwikkeling wordt hieraan getoetst. Het hoofdstuk zoomt vanaf het Rijksbeleid, via het provinciaal beleid in op het gemeentelijk beleid.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (2020)

De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Gemeente Amsterdam

blz. 24

Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Het project is onderdeel van een grotere gebiedstransformatie waarbij wordt ingezet op intensivering en functieverbreding met meer woningen en voorzieningen om de leefbaarheid er te vergroten. Dit sluit aan bij het principe uit de NOVI om functies niet rigide uit elkaar te houden. Gelet op bovenstaande, is het project in lijn met de NOVI. 3.1.2

Luchthavenindelingbesluit (2003)

Het rijksbeleid voor Schiphol is geformuleerd in de Wet tot wijziging van de Wet luchtvaart ('Wijzigingswet', 2003). De ruimtelijke consequenties van de Wijzigingswet staan in het Luchthavenindelingbesluit (LIB). In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. Het plangebied ligt binnen de zone van het LIB Schiphol. Dit betekent dat nieuwbouw getoetst moet worden aan het Luchthavenindelingbesluit (LIB). Toetsing In paragraaf 5.6 wordt verder ingegaan op de gevolgen van de aanwezigheid van Schiphol en het LIB voor dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat het bouwplan past binnen de randvoorwaarden van het LIB. 3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2020)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is in werking getreden op 30 november 2011 en voor het laatst gewijzigd in 2020. Het is de juridisch bindende vertaling van de Omgevingsvisie naar lagere overheden. Onder de vlag van de Omgevingswet zal dit Besluit vervangen worden door zogenoemde instructieregels, maar vooralsnog geldt het Barro. Hiermee wordt de visie, waarmee op Rijksniveau een toekomstperspectief wordt geschetst, vertaald in bindende regels waar lagere overheden zich bij het opstellen en vergunnen van plannen aan te houden hebben. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang. Toetsing De projectlocatie ligt niet binnen zones waar op basis van het Barro beperkingen of voorwaarden van toepassing zijn. Gelet op bovenstaande, staat het Barro de uitvoering van het project niet in de weg.

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 25

3.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking (2017)

De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is vastgelegd als vereiste in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bepaalt dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen de behoefte daaraan moet worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet bovendien worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Het toevoegen van meer dan 12 woningen of meer dan 500 m2 aan stedelijke functies wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is, zijn de geldende planologische mogelijkheden. Planologische vergelijking In de huidige situatie zijn er 120 sociale huurappartementen in het plangebied en ruim 9.500 m2 detailhandel en horeca. Voor het commerciële en maatschappelijke programma zijn nu ruime mogelijkheden in het geldende bestemmingsplan binnen de bestemming Gemengd 2, Gemengd 3, Gemengd 4, Verkeer 1 en Bedrijf. In onderstaande tabel zijn de huidige planologische mogelijkheden vergeleken met de nieuwe planologische mogelijkheden.

Planologische vergelijking (m2 bvo) Functie

huidige feitelijke situatie

mogelijkheden vigerend bestemmingsplan (maximaal)

mogelijkheden nieuw bestemmingsplan (maximaal)

verschil planologische mogelijkheden

Maatschappelijk

0

max. 5.300

max. 5.300

geen planologisch verschil

Cultuur en leisure

0

0

max. 1.500

toename 1.500

Detailhandel

8.810

17.020

16.000

afname 1.020

- waarvan supermarkt

2.034

max. 17.020 begrensd op 4 supermarkten

max. 5.000, begrensd op 4 supermarkten

afname meters en minimaal 750 m 2 per vestiging

max. 17.020

max. 16.000

afname 1.020

- waarvan overige detailhandel

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Horeca

747

max. 2.025

max. 4.000

toename 1.975

totale bouw mogelijkheden*

nvt

20.175

21.000

toename bouwmogelijkheden 825

* het totaal is geen optelsom van de maxima, maar het betreft communicerende vaten. In het nieuwe bestemmingsplan zijn de oppervlaktes per functie gemaximeerd en is een maximum bebouwd oppervlak voor de toegestane functies bepaald. De optelsom van de verschillende functies mag niet meer bedragen dan het maximum bebouwd oppervlak.

Communicerende vaten Een belangrijk aandachtspunt is dat de realisatie van het programma horeca en maatschappelijk ten koste gaat van het programma voor overige detailhandel. Dit geldt zowel voor het vigerende bestemmingsplan als het nu voorliggende bestemmingsplan. Voor het vigerende bestemmingsplan betekent dat er bij een maximaal programma maatschappelijk en horeca ten hoogste ((max bouwmogelijkheid - maatschappelijk - horeca) 20.175 - 5.300 - 2.025 =) 12.850 m² aan detailhandel kan worden gerealiseerd. Voor het voorliggende plan komt deze optelsom uit op 16.000 - 5.300 - 4.000 = 6.700 m². Er zou daarmee zelfs sprake kunnen zijn van een grotere afname in ruimte voor detailhandel. Voor de ladderonderbouwing moet echter worden onderzocht wat theoretische maximale capaciteit kan zijn. Op die manier kan worden bepaald of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Stedelijke ontwikkeling Detailhandel neemt af van maximaal 17.020 m2 nu naar 16.000 m2 bvo straks en is daarmee geen stedelijke ontwikkeling. In het vigerende bestemmingsplan is in theorie 17.020 m2 aan supermarkt mogelijk, maar het aantal is begrensd op 4. In de toekomstige situatie wordt de oppervlakte begrensd tot 5.000 m² en het aantal van vier supermarkten in stand gelaten. Het betreft hiermee geen stedelijke ontwikkeling op het gebied van supermarkten.

De theoretische maximale mogelijkheden voor detailhandel als geheel nemen af met ca. 1.000 m2 (17.020 m2 vs 16.000 m2). Dit is geen stedelijke ontwikkeling. Er is nu 2.025 m2 horeca mogelijk en dit wordt 4.000 m2. De toename betreft een stedelijke ontwikkeling op het gebied van horeca. Maatschappelijke functies worden gemaximeerd op de huidige planologische mogelijkheden (5.300 m2) en dit betreft daarmee geen stedelijke ontwikkeling op het gebied van maatschappelijke functies. Leisure en culturele voorzieningen zijn nu niet mogelijk en wordt gemaximeerd op 1.500 m2. Dit is een stedelijke ontwikkeling. In bijlage 3 bij de toelichting zijn de uitgebreide berekeningen van de vigerende situatie en het toekomstige programma opgenomen. Conclusie stedelijke ontwikkeling

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 27

Uit bovenstaande vergelijking blijkt dat bij de beoogde ontwikkeling sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De belangrijkste conclusie daaruit is dat het aantal inwoners in het gebied enorm toeneemt en daarmee ook het draagvlak voor voorzieningen. Ook heeft het college gekozen voor ArenaPoort als regionaal voorzieningencentrum (raadsbesluit d.d. 17 december 2019). Deze keuze is ook in de (ontwerp)omgevingsvisie overgenomen en uitgewerkt. A. Beschrijving woningbehoefte In de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Wonen (Stadsregio Amsterdam, 18 oktober 2016) is aangegeven dat de Marktregio Amsterdam bepalend is voor plannen in Amsterdam.

Figuur 3.1 De drie marktregio's (bron: handreiking ladder Stadsregio) De grote woningbehoefte in Amsterdam blijkt uit diverse onderzoeken. De uitkomsten daarvan zijn hierna samengevat, waarbij wordt ingezoomd vanuit de provinciale prognose (regionaal en gemeentelijk niveau) naar de gemeentelijke prognose (wijkniveau). Prognose Noord-Holland 2019-2040 Een vereiste in de ladder voor duurzame verstedelijking is het beschrijven van de behoefte aan de beoogde ontwikkeling. Figuur 3.2 geeft voor de periode 2019-2030 hiervoor de kwantitatieve basis zoals die voortkomt uit deze provinciale prognose. Regio's kunnen deze tabel gebruiken bij het actualiseren van hun regionale afspraken. Voor de provincie vormen ze het uitgangspunt voor het beoordelen van nut en noodzaak van nieuwe woningbouwontwikkelingen. Hieruit blijkt dat de prognose voor Amsterdam uitkomt op ruim 56.000 woningen in de periode 2019-2030.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Figuur 3.2 Woningbehoefte Amsterdam 2019-2030 De verwachte hoge bevolkingsgroei in Noord-Holland Zuid is een gevolg van de relatief jonge bevolking. Hier blijft de natuurlijke aanwas (geboorte - sterfte) tot 2040 ruim positief, terwijl deze in Noord-Holland Noord na 2030 negatief wordt. Een andere reden voor de hoge groei in het zuiden van de provincie is de concentratie en groei van werkgelegenheid in en rond Amsterdam. Dit trekt veel nieuwe inwoners aan uit binnen- en buitenland. Ook na 2030 blijft de woningbehoefte in Amsterdam groot. Er is vooral een grote groei in het aantal alleenstaande 65+ers en paren zonder kinderen.

Figuur 3.3 Bevolking- en huishoudensprognose Amsterdam

Woningbouwmonitor 2020 Noord-Holland Uit de provinciale woningbouwmonitor blijkt dat Amsterdam voldoende harde plancapaciteit heeft, maar dat dit wel moet worden omgezet in huizen. Amsterdam heeft een behoefte van 96.000 woningen tot 2040 en harde plancapaciteit voor 55.500 woningen.

Figuur 3.4 Woningbehoefte en plancapaciteit In Amsterdam is op papier voldoende capaciteit aanwezig om tot 2040 in de woningbehoefte te voorzien (ook wanneer de inhaalvraag wordt opgeteld bij de groei van de woningbehoefte). Het merendeel van deze capaciteit bestaat uit zachte (potentiële) plannen. Echter met de harde plancapaciteit wordt voorzien in de behoefte tot 2030. Regionale afstemming en Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 Het woningbouwprogramma is regionaal afgestemd in Het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). In het RAP is op basis van actueel onderzoek en de meest recente provinciale bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 29

prognose, de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte beschreven, en is de plancapaciteit en een versnellingsbouwprogramma opgenomen. Hiermee wordt voldaan aan de provinciale eis van regionale afstemming. Woningbouwplan 2018-2025 (gemeente Amsterdam) Het gemeentebestuur wil tot 2025 in totaal 52.500 woningen bouwen. Dat betekent gemiddeld 7.500 woningen per jaar, waarvan 2.500 sociale- en 1.670 middeldure huurwoningen. Ook wil de gemeente 10.500 betaalbare woningen en kamers voor studenten en jongeren aan de voorraad toevoegen. Uit het Woningbouwplan 2018-2025 blijkt dat er voldoende plannen en bouwgrond zijn om deze aantallen te halen. Wel zijn er 7 jaren met economische voorspoed nodig om de woningbouwproductie te realiseren. En maatregelen van het Rijk. De doelstelling van het college is ongekend hoog vanuit historisch perspectief. Een productie van 7.500 woningen is in de afgelopen 24 jaar slechts een keer gehaald, in 2015. Het gemiddelde aantal was de afgelopen 24 jaar ca. 4.000 woningen per jaar. De uitdaging is veel te bouwen in hoge dichtheden met aandacht voor de kwaliteit van woningen, openbare ruimte, duurzaamheid en bereikbaarheid. Een groot deel van de geplande 52.500 woningen kan worden gerealiseerd binnen de bestaande plannen, zo blijkt uit het Woningbouwplan Amsterdam.

Voor een ander deel zal ruimte worden gevonden in de nog vast te stellen woningbouwprogramma's voor de ontwikkelbuurten (buurten waarin de gemeente extra gaat investeren). Cluster 7 is onderdeel van de woningbouwlocatie Arenapoort. Woningbouwprogramma en aantal inwoners Zuidoost, Gemeente Amsterdam Het stadsdeel Zuidoost heeft circa 88.610 inwoners en zal de komende decennia nog aanzienlijk groeien. Voor het ladderonderzoek is een gemiddelde gehanteerd van twee prognoses, namelijk data en informatie Amsterdam 2020 (minimum) en Uitvoeringsagenda Sociale Accommodaties Zuidoost 2018 (maximum): In Amsterdam Zuidoost worden tot 2030 ca. 13.000 tot 25.000 woningen opgeleverd. Tussen 2030 en 2050 volgen nog eens bijna ca. 17.700 woningen. Het inwoneraantal groeit van de huidige ca. 89.800 naar 108.500 tot 140.500 in 2030 en ca. 117.800 tot 163.600 in 2040.

Figuur 3.5 Prognose 2018 en 2020 gemeente Amsterdam

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Conclusie Gelet op deze regionale afspraken en opgaven kan geconcludeerd worden dat er voldoende behoefte bestaat voor het toevoegen van maximaal 695 woningen. B. Beschrijving behoefte voorzieningen In paragraaf 3.1.4 is bepaald welke functies een nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn. Hierna wordt de behoefte aan het theoretische maximale programma per functie beschreven op basis van bevolkingsgroei. Het toekomstige inwonertal in Amsterdam Zuidoost is voor de ladderonderbouwing (zie bijlage 1) en de horecavisie (zie bijlage 2 ) bepaald als het gemiddelde van de twee belangrijkste prognoses voor 2030: 108.529 en 140.5096 inwoners. Dit resulteert in een inwonertal van 124.500 in 2030. Keuze voor Amsterdamse Poort als regionaal centrum In het detailhandelsbeleid 2018-2022 is de mogelijkheid opgenomen dat één van de bestaande grote stadsdeelcentra (Centrum Nieuw-West, Buikslotermeerplein of Amsterdamse Poort) zich kan ontwikkelen tot een bijzonder centrum met regionale aantrekkingskracht. Op 17 december 2019 heeft het college Amsterdamse Poort in combinatie met Arenaboulevard en Villa Arena verkozen als ontwikkelperspectief van regionaal centrum.

Dit betekent een centrum met veel en bijzondere (inter)nationale winkels in combinatie met breed aanbod van horeca, cultuur, vrije tijd en consumentendienstverlening, dat gericht is op een groot publiek afkomstig uit niet alleen het stadsdeel zelf, maar ook uit de regio en verder. Voor Buikslotermeerplein en Centrum Nieuw-West geldt het ontwikkelperspectief van multifunctioneel stadsdeelcentrum. Gelet op de groei van de stadsdeelbevolking Amsterdamse Poort heeft dit gebied een goed perspectief om te ontwikkelen als regionaal centrum met een mix aan detailhandel, horeca, cultuur en vrije tijdsfuncties. Amsterdamse Poort/ArenAPoort heeft daarnaast, gelet op de uitstekende multimodale bereikbaarheid (OV/auto/fiets), al aanwezige grootschalige winkelfuncties en andere grote publiekstrekkers met (boven)regionaal bereik, in vergelijking met de andere twee stadsdeelcentra de beste uitgangspositie en daarbij ook de benodigde fysieke uitbreidingsmogelijkheden om verder te ontwikkelen tot een regionaal centrum. Amsterdamse Poort/ArenAPoort beschikt potentieel over een groot regionaal verzorgingsbereik. In de basis beschikt Amsterdamse Poort als stadsdeelcentrum al over een breed en groeiend (potentieel) draagvlak.

De al aanwezige grote publiekstrekkers in het gebied bieden een sterke basis voor doorontwikkeling naar een regionaal centrum gelet op vereiste functiemix, kritische massa en (boven)regionaal bereik. Amsterdamse Poort en omgeving trekken al veel consumenten van buiten het stadsdeel. Amsterdamse Poort/ArenAPoort hebben een centrale ligging in het meest dynamische deel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) met uitstekende multimodale bereikbaarheid. De doorontwikkeling tot regionaal centrum zal naar verwachting beperkte effecten hebben voor

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 31

omliggende winkelgebieden in het stadsdeel. De verschuiving van omzet voor andere regionale centra is naar verwachting minder dan 5% wat algemeen valt binnen de grens van aanvaardbaar bedrijfsrisico. Om het functioneren van de stadsdeelcentra te versterken en kansen te kunnen verzilveren zijn verbeteringen nodig op het gebied van de functiemix en voorzieningenaanbod, verblijfsklimaat en bereikbaarheid. Om door te kunnen ontwikkelen tot een centrum met (boven)regionale aantrekkingskracht liggen er voor Amsterdamse Poort/ArenAPoort aandachtspunten en noodzakelijke investeringen voor zowel private partijen als gemeente voor wat betreft een bredere functiemix (detailhandel, horeca, cultuur, vrije tijd), groter, meer divers en onderscheidend (inter)nationaal winkelaanbod, betere verblijfskwaliteit, verbetering van de verbindingsroute tussen de drie deelgebieden en aandacht voor verkeers- en centrummanagement. Onderzoek BSP behoefte uitbreiding ArenAPoort In de rapportage 'Amsterdamse Poort, Ladderonderbouwing Cluster 7 (6 september 2021, zie Bijlage 1) door bureau BSP is de behoefte aan detailhandel/supermarkt, horeca en leisure in Cluster 7 onderzocht. Conclusies De Amsterdamse Poort moet meegaan in de ontwikkelingen van het stadsdeel: 'Van winkelcentrum tot hart van Zuidoost'.

Het centrum is grotendeels in de jaren tachtig gerealiseerd en momenteel toe aan een update, zowel fysiek als functioneel. Daarbij groeit het stadsdeel Zuidoost als een van de snelste gebieden in Amsterdam. Tot 2030 komen er minimaal 18.700 inwoners bij in Amsterdam Zuidoost en tot 2040 nog eens 9.300 inwoners extra. De verwachting is dat het inwonertal echter sterker toe zal nemen, doordat in de prognose alleen woningbouw met contractvorming zijn meegenomen. De gebruikte prognose is de meest recente van de gemeente Amsterdam die openbaar toegankelijk is. In deze prognose zijn enkel de woningbouwplannen met contractvorming in opgenomen. De inwonergroei zou dus hoger uit kunnen vallen dan de gehanteerde prognose. Dit betekent ook dat de behoefte aan (commerciële) functies hoger zal uitvallen. Cluster 7 moet zich nog meer gaan kenmerken met aanbod in het 'Food & Convenience' segment. In de nieuwe situatie moet het cluster dan ook nog meer het dagelijkse boodschappendeel binnen stadsdeelcentrum de Poort worden.

Tegenwoordig vervagen de grenzen steeds meer tussen verschillende voorzieningen. Dit wordt ook wel aangeduid met de term blurring. Blurring is het Engelse woord voor vervagen en het fenomeen heeft dan ook alles te maken met branchevervaging. Dit kunnen bijvoorbeeld ook winkels zijn die aanbod uit alle branches verkopen, maar ook winkels met horeca of een kapper met een expositieruimte, een kantoor met een openbare horecagelegenheid, enzovoorts. De Amsterdamse Poort is typisch een cluster waar blurring goed passend is. Ook om in te spelen op de wensen uit te markt en vanuit de consument. Dit vraagt om een flexibele programmering waarbij de ruimte tussen functies (detailhandel, supermarkten, horeca en leisure) kan worden uitgewisseld.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

Ook zijn er kwalitatieve argumenten die de uitbreidingen motiveren. De Amsterdamse Poort dient gerenoveerd te worden om aan de eisen van de moderne consument te voldoen. Met de toevoeging en menging van de (commerciële) functies wordt het winkelcentrum, met cluster 7 als belangrijk onderdeel van het dagelijkse boodschappencluster, doorontwikkeld als het centrum van Amsterdam Zuidoost en de regio. De combinatie van detailhandel, supermarkten, horeca en leisure bevordert ontmoetingen tussen de inwoners, werknemers en bezoekers en draagt bij aan de levendigheid van de Poort en de leefbaarheid van het stadsdeel.

Doordat de ontwikkeling de inwonersgroei volgt zullen er geen (of nauwelijks) effecten zijn op het functioneren van het bestaande aanbod door de ontwikkeling van cluster 7 op zich. Daarbij wordt het voorzieningsniveau voor de inwoners uit Zuidoost en omgeving verbeterd door de herontwikkeling met de daarbij gepaarde uitbreidingsmogelijkheden. Waar zij nu voor bepaalde retail of verblijfsfuncties (horeca, cultuur en ontspanning) nog uit moeten wijken naar elders, biedt de nieuwe Poort deze voorzieningen in het eigen stadsdeel. Daarmee gaat zowel het woon-, leef- en ondernemersklimaat van de Poort maar ook het hele stadsdeel Zuidoost er aanzienlijk op vooruit en zal er geen sprake zijn van een ‘duurzame ontwrichting’ van de verzorgingsstructuur. Conclusies detailhandel Kwantitatief Met de gehanteerde toedeling van de behoefte aan detailhandel in Zuidoost kan ca. 18.600 m² bvo in de Arenapoort landen. Een groot deel van deze meters zal aan de oostzijde in de Poort kunnen vestigen: het gaat om een totale extra behoefte aan detailhandel van ca. 17.700 m2 bvo. Dit is kwantitatief bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 33

voldoende om de ca. 5.650 m² bvo extra detailhandelsmeters in cluster 7 mogelijk te maken. In de praktijk is een groot deel van Cluster 7 momenteel leegstand, aangezien hier door de eigenaar wordt voorgesorteerd op de herontwikkeling van Cluster 7.

Doordat een deel van extra meters ook ingevuld kan worden met zakelijk en publieksgerichte diensten zal de behoefte in werkelijkheid nog hoger uitvallen. Daarbij zal door de verwachte bevolkingsgroei na 2030 de behoefte tot 2040 nog verder toenemen tot ca. 23.400 m² bvo. Tot slot geldt dat de gewenste maximale 16.000 m² bvo de maximaal planologische wens betreft, en dat dit minder is dan de huidige planologische ruimte. Daarmee is er in de huidige situatie meer detailhandel mogelijk dan in de toekomstige situatie. Kwalitatief De meest belangrijke kwalitatieve argumenten zijn: Fysieke kwaliteitsimpuls. De kwaliteit van de huidige bebouwing in de Amsterdamse Poort en cluster 7 in het bijzonder draagt niet bij aan de aantrekkelijkheid van het stadsdeelcentrum en bijvoorbeeld ook niet voor het Bijlmerplein. De puien zijn verouderd en de Shopperhal functioneert door de beperkte toegang en smalle opzet niet zoals deze in potentie zou kunnen functioneren. Daarnaast is de maatvoering en lay-out van de panden niet zoals moderne winkels en horeca deze wensen. Dit maakt de kans groot dat de leegstand aan deze kant toeneemt. Bij herontwikkeling voldoet cluster 7 zowel qua uitstraling als invullingsmogelijkheden wederom aan de wens van de moderne ondernemer en consument. Hèt stadsdeelcentrum van Zuidoost.

Een modern en kwalitatief hoogwaardig detailhandel aanbod heeft een positieve bijdrage aan het functioneren van de Amsterdamse Poort. Door een ruim aanbod aan winkels wordt de aantrekkingskracht en daarmee de binding van de bewoners uit Zuidoost aan het stadsdeelcentrum groter dan in de hudige situatie. Corona maakt ruim opgezette winkels nog belangrijker. De coronatijd heeft duidelijk gemaakt dat voldoende ruimte essentieel is. De extra meters die zullen dan nauwelijks ingezet worden voor een kwantitatief ruimer aanbod, maar meer voor een ruimere opzet van de winkels. Passend bij een hoogstedelijke en dynamische wijk. Detailhandel in een wijk zorgt voor dynamiek en levendigheid. Een combinatie van supermarkten, detailhandel en zorgen voor een dynamisch

Gemeente Amsterdam

blz. 34

stadsdeelcentrum, maar ook een meer aantrekkelijke wijk. Deze dynamiek past bij het stadsdeel Zuidoost. Ontmoetingsplek binnen de wijk. Doordat de verschillende commerciële en maatschappelijke functies wordt de Amsterdamse Poort steeds belangrijker als ontmoetingsplek voor stadsdeel Zuidoost. Daarbij wordt ook de verblijfskwaliteit door de aanwezigheid van de verschillende functies binnen de Zuidoost-centrum vergroot. Clustering. Onderdeel van de ontwikkeling is de clustering van het supermarktaanbod aan de oostzijde van de Amsterdamse Poort. De huidige supermarkten en andere dagelijkse winkels zijn verspreid over de Poort, waardoor er slechts een beperkte connectie is tussen de verschillende winkels. Na de verplaatsing en opwaardering van het supermarktaanbod is deze connectie veel sterker aanwezig. Daarmee ontstaat er een sterk boodschappencluster voor Zuidoost. Combinatiebezoek. Doordat de connectie tussen de supermarkten en ander dagelijks aanbod sterker aanwezig zal zijn, kunnen de winkels elkaar in grote mate versterken. Dit komt doordat klanten die een supermarkt of een andere dagelijkse winkel bezoeken, eerder geneigd zijn een dagelijkse winkel nabij te bezoeken dan wanneer deze op een grotere afstand liggen. Daarbij ontstaan er hierdoor ook weer een positieve afgeleide bestedingen aan de niet-dagelijkse winkels en horeca in de gehele Poort.

Conclusies Horeca Kwantitatief In Zuidoost betreft de uitbreidingsruimte voor de horeca ca. 15.100 m² bvo tot 21.300 m² bvo in 2030. Vanwege de functie als belangrijkste winkelgebied van stadsdeel Zuidoost, de grote dynamiek die plaatsvindt rond de Amsterdamse Poort en vanuit de trend om krachtige centrumgebieden te ontwikkelen, is 75% van de behoefte binnen de Arenapoort toe te wijzen aan de Amsterdamse Poort. In de Amsterdamse Poort betreft de uitbreidingsruimte voor horeca ca. 7.500 m² bvo tot 10.500 m² bvo in 2030. De maximale wens voor 3.420 m² bvo horeca in Cluster 7 is vanuit kwantitatief oogpunt dan ook te motiveren.

De behoefte aan horeca is nader onderbouwd in de Horecavisie ArenA-Poort Amsterdam (concept eindrapport 2021, zie bijlage 2). Hieruit blijkt dat de marktruimte voor Horeca afgerond 9.000 m² BVO is. Indicatie voor de verdeling van de marktruimte voor horeca over ArenAPoort inclusief bandbreedtes is: ArenAPoort West : + 3.500 – 5.000 m² Stationsomgeving/Hoekenrodeplein: + 500 - 1.000 m²

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 35

Amsterdamse Poort/Cumuluspark: + 3.500 - 4.500 m² Overig ArenAPoort: + 500 m² (later wellicht verruiming). De maximale wens voor 3.420 m² bvo horeca in Cluster 7 is vanuit kwantitatief oogpunt dan ook te motiveren. De horecasector is zwaar getroffen door het Coronavirus en de effecten op de langere termijn (bestedingen, afstandsnormen, financiering van horecazaken) zijn momenteel (maart 2021) onzeker. In mindere mate geldt dit ook voor de programmering van de woningbouw in en rond ArenAPoort, met in potentie veel extra draagvlak voor de horeca. De beschikbare marktruimte is echter niet onbegrensd. Om deze redenen is gekozen voor de volgende verdeling van de marktruimte in de horeca: De beschreven marktruimte (9.000 m² BVO, berekend vanuit behoudende aannames) is uitgangspunt voor de komende jaren. In het najaar van 2023 wordt de marktruimte geactualiseerd/herijkt. Dit o.b.v. de daadwerkelijke, dan bekende effecten van het Coronavirus op de sector (toegankelijkheid zaken, 1,5 meternorm), draagvlak (woningbouw, kantoren, leisure, retail) en bestedingen, marktontwikkeling regionaal, etc. Op dat moment zal ook een afweging plaatsvinden over de wenselijkheid van extra horeca in kerngebieden en overig ArenAPoort.

Kwalitatief In Cluster 7 is in de visie rekening gehouden met horeca in de vernieuwde Shopperhal. Ook is aan de westzijde van het Anton de Komplein evt. horeca mogelijk. Vanwege de ligging aan een veelzijdig plein met entreefunctie van de Amsterdamse Poort is horeca kansrijk. Bijvoorbeeld fastservice/fastfood. Het toevoegen van horeca past goed bij de Amsterdamse Poort als hart van stadsdeel Zuidoost. Het stadsdeelcentrum is centraal gelegen ten opzicht van Amsterdam Zuidoost en de ontwikkelgebieden van Ouder-Amstel. Horeca draagt bij aan de levendigheid in de wijk en zorgt voor ontmoeting tussen inwoners, werknemers en bezoekers. De vernieuwde Shopperhal wordt een belangrijke drager voor Amsterdamse Poort en biedt ruimte voor een concept van ondernemers in zowel de food en als de non-food sector, aangevuld met horeca en mogelijk leisure. Het aanbod kan bestaan uit het bereiden en verkopen van versproducten, speciaalzaken en een divers horeca-aanbod met eventueel ondersteunende leisure. Het totale concept omvat 2.000 m², met een mogelijkheid voor 1.000 m² bvo extra op verdieping. De Shopperhal biedt ruimte voor zowel lokale als regionale ondernemers (diverse 'wereldkeukens') als aan (inter)nationale bedrijven met een aanvullend concept. Tevens komt er een aantrekkelijke verblijfsruimte, ook voor consumptie ter plekke.

Bovendien ruimte voor kleinschalige evenementen als (kook)workshops, muziekoptredens en food-gerelateerde festiviteiten. Conclusies maatschappelijke voorzieningen In het nieuwe bestemmingsplan wordt maximaal 5.300 m2 bvo maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt. De planologische mogelijkheden nemen niet toe ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Bij het bouwen aan een nieuwe stad hoort een bijpassend niveau aan maatschappelijke voorzieningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën: basisvoorzieningen en voorzieningen voor jeugd, onderwijs en zorg (wettelijke taak gemeente)

Gemeente Amsterdam

blz. 36

maatschappelijke programmaonderdelen waar de gemeente geen harde huisvestingsverplichting heeft, maar die wel zeer noodzakelijk zijn voor goed functioneren van de stad. Als onderdeel van maatschappelijke voorzieningen wordt 1.500 m2 leisure en culturele voorzieningen mogelijk gemaakt. Deze functies zijn er nu niet in de feitelijke situatie en het betreft een toename van planologische mogelijkheden. Waar de inwoners nu voor cultuur en ontspanning nog uit moeten wijken naar elders, biedt de nieuwe Poort deze voorzieningen in het eigen stadsdeel. Daarmee gaat zowel het woon-, leef- en ondernemersklimaat van de Poort maar ook het hele stadsdeel Zuidoost er aanzienlijk op vooruit en zal er geen sprake zijn van een 'duurzame ontwrichting' van de verzorgingsstructuur. Conclusies leisure (cultuur en ontspanning) In het programma voor Cluster 7 is 1.500 m2 bvo leisure (cultuur en ontspanning) voorzien. De uitbreiding van leisure is zowel vanuit kwantitatief als kwalitatief oogpunt goed te motiveren:

Kwantitatief In Zuidoost betreft de uitbreidingsruimte voor de leisurevoorzieningen ca. 14.000 m² bvo in 2030. Op basis van de functie van de Amsterdamse Poort als stadsdeelcentrum en de ambitie om regionale aantrekkingskracht te vergroten is een relatief groot aandeel van deze ruimte toe te schrijven aan de Amsterdamse Poort, namelijk ca. 6.900 m² bvo. De toevoeging van maximaal 1.500 m² bvo leisure in Cluster 7 van de Poort is vanuit kwantitatief oogpunt dan ook te motiveren.

Kwalitatief Het toevoegen van leisure past goed bij de Amsterdamse Poort als hart van stadsdeel Zuidoost. Het stadsdeelcentrum is centraal gelegen ten opzichte van het stadsdeel Amsterdam Zuidoost en de ontwikkelgebieden van Ouder-Amstel. Leisure draagt bij aan de winkelbeleving maar ook aan de levendigheid in de wijk en zorgt voor ontmoeting tussen inwoners, werknemers en bezoekers. Rekening houdend met de steeds grotere behoefte aan leisurevoorzieningen doordat steeds meer inwoners deze bezoeken, maar ook het belang van een gezonde bevolking door voldoende sportaccommodaties, kan een oplossing van het aanbod ook nog mogelijk zijn. Conclusie

bestemmingsplan_Cluster 7 (vastgesteld)

blz. 37

In het plangebied is nu ruim 9.500 m2 detailhandel en horeca aanwezig. In het nieuwe bestemmingsplan wordt minder detailhandel mogelijk gemaakt, en minder supermarktmeters. Het geldende bestemmingsplan biedt ruimere mogelijkheden voor horeca en maatschappelijke voorzieningen. Ook wordt leisure en cultuur als nieuwe functie mogelijk gemaakt. De behoefte aan de maximale planologische mogelijkheden is hierboven beschreven. Hieruit blijkt dat aan alle functies behoefte is, terwijl niet alles daadwerklijk kan worden gerealiseerd. Er is immers sprake van communicerende vaten. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat de maximale planologische mogelijkheden voor een bepaalde functie uiteindelijk worden benut. De plannen worden bovendien begrensd door een maximum aan bouwmogelijkheden. In het gebied is grote behoefte aan woningen en voorzieningen. Het is de ambitie van de gemeente om een meer divers winkel - en voorzieningenaanbod in de Amsterdamse Poort te realiseren. Dit bestemmingsplan maakt dat planologisch mogelijk. Binnen het plangebied worden vooral woningen toegevoegd en wordt de ruimte beter benut voor uitbreiding van het commerciële en maatschappelijke programma. 3.1.5

Nationaal Waterplan 2016-2021(2015)

Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Belangrijke onderdelen van het Nationaal Waterplan zijn het nieuwe beleid op het gebied van waterveiligheid, het beleid voor het IJsselmeergebied, het Noordzeebeleid en de Stroomgebiedbeheerplannen. Het project ligt niet in één van de genoemde gebieden en heeft betrekking op het herontwikkelen van voormalige bedrijfskavels. Toetsing De waterhuishoudkundige aspecten komen in paragraaf 5.3 nader aan de orde. 3.1.6

Conclusie rijksbeleid

Het bestemmingsplan is niet in strijd met nationale belangen. Ook voldoet het bestemmingsplan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 (2018)

De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving.

De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities:

Gemeente Amsterdam

blz. 38

Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.

Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: a. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; b. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; c. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem; d. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal; e. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; f. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11536525/1