Bijlage 2. Toelichting bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
In de studie Hamerkwartier Werkt (bijlage bij het Investeringsbesluit) is uitgebreid beschreven hoe de gemeente gaat sturen op behoud en versterken van creatieve bedrijvigheid, zoals kunstenaars en andere vormen van cultureel ondernemerschap. We zetten in elk geval in op behoud en versterken van de huidige culturele voorziening met een podiumfunctie (dans, theater en productie) die een eigen gebouw vereisen. Groenvoorzieningen De groennorm is vastgesteld als onderdeel van Koers 2020 – 2025 en is opgenomen in het voorzieningenmodel. Alle nieuwe buurten die na 2018 worden gerealiseerd dienen aan deze norm te voldoen. De referentienorm Groen is nodig om van Amsterdam een economisch sterke én een leefbare, klimaatadaptieve stad te maken. De mate waarin voorzieningen voorkomen wordt bepaald door het type woonmilieu. In Hamerkwartier wordt uitgegaan van Centrum Stedelijke norm van 8m2/woning voor gebruiksgroen en 8m2/woning eco groen. De norm is vastgesteld in de projectnota. Er wordt genoeg groen gerealiseerd om 6.365 woningen te bouwen. In het Hamerkwartier zal 40% van het uitgeefbare kaveloppervlak in groen gerealiseerd worden op daken van ontwikkelingen en gebouwen. Deze getallen zijn inclusief de groenstrook aan de noordoostzijde van de Johan van Hasseltweg. Hierover dient nog definitieve besluitvorming plaats te vinden.
Gemeente Amsterdam
blz. 50
Overzicht te realiseren groen (bron: Investeringsnota) Sportvoorzieningen Het is belangrijk dat sporten en bewegen in de stad mogelijk is, zowel in verenigingsverband als in andere verbanden of op eigen initiatief. In Hamerkwartier maken we ruimte voor sport in het park, op straten en pleinen; van calisthenics tot freerunning tot jeu des boules. Sport en spelen is voor alle leeftijden, en voor iedereen dichtbij en toegankelijk. Sport- en speelplekken zijn aantrekkelijk ingericht. De wensen van de bewoners uit de buurt zijn een belangrijk uitgangspunt voor de inrichting van - en speelruimte. Dit wordt verder uitgewerkt in Handboek Openbare Ruimte. Hamerkwartier is een centrumstedelijk (ook wel grootstedelijk) milieu. Als sportnorm geldt hiervoor 1 m2 sport in de openbare ruimte per woningen en 2 m2 georganiseerde buitensport per woning. Het programma voor Sport en spelen bedraagt: 6.500 m2 urban sportpark op Hamerkop (mocht niet alles in de openbare ruimte passen, dan dient ook gebruik te worden gemaakt van dakvlakken). Rest in sportpark de Weeren. 6.500 m2 sport in openbare ruimte. 3.500 m2 speelplekken (0-6jaar) waaronder.3 schoolpleinen, die openbaar toegankelijk zijn na schooltijd. 3.000 m2 speelvelden (6-12 jaar) in Oeverpark en Motorplein. Er komen in alle groene pockets speelvoorzieningen voor alle leeftijden.
Daarnaast komen er twee grote speelplekken in Oeverpark en Motorplein.
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 51
Overzicht sport en spel (bron: Investeringsnota) Social return Naast de fysieke ontwikkeling van het gebied vindt de gemeente het belangrijk dat erfpachters zich ook inzetten voor de sociale ontwikkeling van het gebied. Het is belangrijk om kansen te creëren in Hamerkwartier voor kwetsbare bewoners uit Noord, bijvoorbeeld door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Daarom spreekt de gemeente in vroeg stadium al af met de initiatiefnemer dat zij in gesprek zal gaan met Bureau Social Return van de gemeente Amsterdam om te onderzoeken wat Gemeente Amsterdam
blz. 52
zij kunnen bijdragen op het gebied van Social Return in en om het Hamerkwartier. Bureau Social Return zal ontwikkelaars adviseren om tot concrete voostellen te komen en zal ook inspirerende voorbeelden aandragen. Sociaal investeren kan zowel plaatsvinden tijdens de planvorming, de realisatie als tijdens de exploitatiefase van het project. Zo kunnen er werkplekken worden gecreëerd voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de uitvoering en de exploitatie, kunnen organisaties met bewezen maatschappelijke meerwaarde voor de omgeving terugkeren in het gebied en kan de inkoop voor de inrichting van kantoren en werkplekken bij sociale firma’s worden ondergebracht. De concrete prestatieafspraken die zijn gemaakt tussen de initiatiefnemers en Bureau Social Return zullen worden meegewogen bij de beoordeling van de bouwplannen en als contractstuk worden bijgevoegd als bijlage bij de Realisatieovereenkomst. Bureau Social Return zal vervolgens ook monitoren of aan alle afspraken wordt voldaan. Dit monitoringsproces kan ook doorgaan tijdens de realisatiefase en zelfs tot na de oplevering, afhankelijk van de gemaakte afspraken. 2.3.3
Ontwikkeling Exclusiva
Voor het plangebied is in deel B van de Investeringsnota een blokpaspoort opgenomen (zie paragraaf 2.3.2.1.4). In het paspoort is onderstaande blokinformatie opgenomen.
Blokinformatie kavelpaspoort planlocatie Exclusiva In afwijking van het algemene woningbouwprogramma zoals in de Investeringsnota opgenomen gelden voor de locatie Exclusiva onderstaande afspraken (woningaantallen en woninggrootten zijn indicatief)
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 53
Woningbou wprogramma locatie Exclusiva (bron: Investeringsnota) Het planconcept voor de ontwikkeling van het Exclusivakavel is door de initiatiefnemer verwoord en verbeeld middels het voorlopig ontwerp (VO) van 17 maart 2020 (zie bijlagen). Het VO vormt de basis voor dit bestemmingsplan. 2.3.3.1 Voorlopig ontwerp Exclusiva De uitgangspunten voor het VO Exclusiva volgen de hieronder weergegeven principes:
01 Stedelijke dichtheid, levendige straten In het Hamerkwartier zal in een hoge dichtheid gebouwd gaan worden; er zal straks gewerkt en gewoond gaan worden. Om er een levendig stuk stad van te maken, wordt gezorgd voor levendige functies, die op een slimme manier worden gepositioneerd. Een stedelijke menging, die meerwaarde oplevert en die zorgt voor bruisende straten. 02 Vieren van het werken Het Hamerkwartier transformeert van bedrijventerrein naar bruisende hoogstedelijke woon-werkbuurt. De grillige, karakteristieke industriële afwerking van het gebied wordt ingezet als karakter/identiteit. Het werken wordt zichtbaar gemaakt in kenmerkende loodsen; het zogenoemde 'Hamerblok' biedt ruimte voor werk. Het niet-woonprogramma zal circa 33 % van het totale programma zijn. De makersloodsen zijn de identiteitsmakers van het Hamerkwartier; in het Exclusivakavel gelegen in het hart van de bouwvelden verbinden ze twee zijden van het bouwblok.
Gemeente Amsterdam
blz. 54
De HUB's (een combinatie van dienstverlening en werken) werken als katalysator in de buurt en maken verbinding naar het woonprogramma. Door positionering op de twee hoeken van het plan, krijgen ze veel ruimte om interactie aan te gaan met bewoners en buurt. 03 Samenhang versus diversiteit Het Hamerkwartier is en blijft een contrastrijk stadsdeel met een karakteristieke indeling van de kavels en maatverschillen in gebouwgrootte. Hierin past een hoge dichtheid aan architectuur, gebouwen, functies en structuren; oud en nieuw gaan hand in hand, zowel oude als nieuwe bewoners voelen zich hier thuis. Een gezonde mix met meerwaarde, in programma en woontypen, gebruikers en bewoners. Doel is diversiteit in functies en samenhang in architectuur. In onderstaande afbeelding is een weergave gemaakt van de diverse functies die in het ontwerp Exclusiva voorzien zijn:
04 Stapeling (plint, tussenlaag, opbouwen) De hoge dichtheid vraagt om een efficiënt Hamerblok: 8 m hoge bedrijfsbebouwing in units van ca 1.500 m2 bvo met groen dak; appartementengebouwen van 15 tot 30 m hoog; bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 55
ranke woontorens. Plinten worden aangezet om werken (plus functies die zorgen voor dynamiek in de stad) zichtbaar te maken in de straat. Collectieve dakterrassen worden een gemeenschappelijk rustpunt in de reuring van de stad. De definitie en scheiding van reuring, rust en ruis levert een gewenste mix. Hierbij worden de functies met 'ruis' slim ingepast, zoals parkeren in de kelder en installaties en bergingen in het hart van de bouwblokken. In de opbouwen komt het privédomein van de bewoners.
05 Gezondheid en duurzaamheid Een duurzaam en gezond Hamerkwartier is een van de vijf uitgangspunten voor het VO Exclusiva. Thema's zijn hierbij onder meer: energie, materialen, gebouwstructuur, afval, groen en biodiversiteit, water en mobiliteit.
Gemeente Amsterdam
blz. 56
Plattegronden VO Exclusiva In het voorlopig ontwerp van 17 maart 2020 zijn de volgende (concept)plattegronden per verdieping uitgewerkt, van parkeergarage tot en met het dakplan opgenomen:
In het VO is een weergave te vinden van doorsnedes op drie verschillende posities:
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 57
doorsnede ter hoogte toren 60/70 meter
Gemeente Amsterdam
blz. 58
doorsnede HUB
doorsnede Werkloods en toren 45/51 meter
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 59
2.3.3.2 Programma Exclusiva Het bestemmingsplan voor de planlocatie kent een gemengd programma als vertaling van de kaders uit de Investeringsnota. Ruimte wordt ruimte gegeven aan wonen, bedrijven, kantoren, cultuur en ontspanning, horeca, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen. Het programma dat in het voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt: functie
omvang
Wonen
max 29.987 m2 bvo
Bedrijven(productief en hybride)
geen max bvo
(Creatieve)kantoren
max 2.000 m2 bvo, max 1.000 m2 per vestiging en verdieping
School, gymzaal en kinderopvang max 3.950 m2 bvo
bijzonderheden
in één van de twee loodsen alleen productieve bedrijvigheid
opgenomen binnen een specifieke functieaanduiding
Overige maatschappelijke voorzieningen
max 1.000 m2 bvo
Consumentgerichte dienstverlening
max 1.540 m2 bvo
Cultuur en ontstpanning
max 500 m2 bvo
aan Gedempt Hamerkanaal, Beitelkade en aan het binnenplein
Horeca cat. III en IV
max 500 m2 bvo
aan Gedempt Hamerkanaal/ hoek Schaafstraat
Het initiatief voorziet in ca 350 woningen en een programma aan voorzieningen. Bedrijven die goed mengbaar zijn met een woonfunctie zijn toegelaten; dit betekent dat bedrijven tot en met milieucategorie 2 zondermeer zijn toegelaten, en zwaardere bedrijven alleen onder voorwaarden. Om de productieve bedrijvigheid voor het Hamerkwartier te behouden zijn voorwaarden aan de minimale omvang opgenomen en ook bouwkundige eisen gesteld. Op de begane grond is sprake van menging van functies (bedrijven/voorzieningen - woningen). De functies zijn voor de auto toegankelijk via het Gedempt Hamerkanaal. Het autoparkeren wordt ondergronds gerealiseerd, waarbij ruimte is voor deelauto's en een aantal parkeerplaatsen voor de programma buiten het bestemmingsplangebied. In het gebouw wordt voorzien in ruime mogelijkheid voor goed toegankelijk fietsparkeren. Op de kavel is op dit moment ook een gemaal aanwezig. De nieuwe bebouwing ligt binnen de VNG-richtafstand voor gemengd gebied. Afhankelijk van de verdere planuitwerking kunnen maatregelen aan het gemaal aan de orde zijn om hinder te beperken. Beitelkade Onderdeel van het plangebied is de Beitelkade. Een deel van deze ruimte wordt op dit moment gebruikt als buitenruimte van een kinderdagverblijf en opslag van bedrijven. Met de ontwikkeling van de locatie wordt ook dit deel heringericht.
Hierbij wordt conform de projectnota en het Investeringsbesluit, een pocketpark gerealiseerd, die ook als buitenruimte/speelplaats voor het kinderdagverblijf en de te Gemeente Amsterdam
blz. 60
realiseren school fungeert. Het streven is een zo groen mogelijke plek, die ruimte biedt voor ontspanning, en informeel sport en spelen. Circa 1.000m2 van dit pocketpark wordt groen. De focus ligt op de verblijfsfunctie, voetgangers en fietsers; de auto is te gast. De Beitelkade zal alleen toegankelijk zijn voor incidenteel autoverkeer en nood-en hulpdiensten. Bedrijven blijven bereikbaar voor laden en lossen. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg van dit openbaar gebied. Ongedeelde wijk De ontwikkeling van Exclusiva draagt bij aan de ongedeelde wijk die Amsterdam voor ogen heeft. Er wordt ingezet op een breed aanbod van woningen: 30% sociale huurwoningen, 40% in het middensegment, en 30% vrije sector. Ook wordt met dit plan de eerste maatschappelijke voorziening gerealiseerd: een school met gymzaal en een kinderdagverblijf. Daarnaast wordt ook bedrijfsruimte aangeboden aan zowel de productieve bedrijvigheid als de commerciële dienstverlening.
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 61
Hoofdstuk 3 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
NOVI
Beleidskader
Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.
Afwegen onder de NOVI De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterk e en gezonde steden en regio's Toek omstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Gemeente Amsterdam
blz. 62
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Plangebied Exclusiva Uit de uitwerking van prioriteit 3 volgt dat steden zich duurzaam dienen te ontwikkelen, dat het woningaanbod moet aansluiten bij de vraag en dat de voorkeur uitgaat naar verstedelijking binnen bestaand stedelijk gebied. Daarnaast is één van de beleidskeuzes (beleidskeuze 3.3.) onder prioriteit 3 “Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast.
Het woningaanbod in de regio's sluit daarbij aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse”. Verder worden in de Nationale omgevingsvisie onder meer de volgende nationale belangen benoemd: 4. Waarborgen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. De opgave bij Nationaal belang 5 is het vergroten van de woningvoorraad in een fijne leefomgeving om te voorzien in de huidige behoefte aan woningen. Het terrein Exclusiva is gelegen in het Hamerkwartier te Amsterdam. Het gehele Hamerkwartier wordt getransformeerd naar een woon-werkgebied, zo ook de locatie Exclusiva. De herontwikkeling van het terrein voorziet in de realisatie van woningen en voorzieningen. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de woonbehoefte binnen de gemeente Amsterdam en wordt tevens binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Het woningaanbod binnen Exclusiva is divers, waardoor voorzien wordt in de behoefte van verschillende woonsegmenten. Daarnaast worden overige functies zoals bedrijvigheid, kantoren, scholen en voorzieningen gerealiseerd, waardoor een goede fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd en de inwoners in het gebied in de nabijheid gebruik kunnen maken van diverse functies.
Aangezien het gehele Hamerkwartier getransformeerd wordt van terrein waar meerdere bedrijven zijn gevestigd naar woon-werkgebied, is voor het hele gebied sprake van een verbetering in de fysieke leefomgeving. Verder wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke aspecten en inpassing van het plan zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (fysieke leefomgeving) gerealiseerd wordt, zie hiervoor hoofdstuk 4. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' en diverse nationale belangen met bijbehorende opgave(n). Conclusie De ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Nationale omgevingsvisie. bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 63
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Het gewijzigde Barro is op 1 juli 2014 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals Rijksvaarwegen, kustfundament, de Waddenzee, buisleidingen van nationaal belang en de Ecologische hoofdstructuur. Vanuit het Barro geldt dat voor vaarwegen met een CEMT-klasse VI een vrijwaringsgzone van 50 meter aan weerszijde van de vaarweg aangehouden dient te worden om het belang van een vlotte en veilige doorvaart voor de scheepvaart te borgen. In deze zone zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan die de veiligheid voor de scheepvaart op de rijksvaarweg in gevaar brengen (doorvaart, zicht en hulpverlening). De vrijwaringszone Barro van het Noordzeekanaal en/of de vaargeul van het Binnen IJ loopt tot in het Hamerkwartier. De vrijwaringszone wordt gerekend vanaf de begrenzingenlijn van de rijksvaarweg zoals opgenomen in de legger conform artikel 5.1 van de Waterwet. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ligt op een grotere afstand dan 50 meter vanaf de vaarweg, en is daarmee in overeenstemming met het Barro. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Op grond van artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van het Bro verstaan: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wat tot het bestaand stedelijk gebied moet worden gerekend, volgt uit artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het doel van deze bepaling in de Bro, die ook wel 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt genoemd, is om zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en een goede ruimtelijke ordening te bewerkstelligen. Onder meer door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering.
De ladder is gericht op het tegengaan van leegstand. De behoefte dient te worden onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij bepalend voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. Het gaat daarbij niet alleen om de kwantitatieve behoefte, maar ook om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. Indien sprake is van reeds planologisch geregeld programma is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Exclusiva Binnen het toekomstige Hamerkwartier zal worden voorzien in een intensief programma aan woon- en niet-woonfuncties. Doelstelling is het tot stand brengen van een aantrekkelijke gemengde woon-werkwijk. De ontwikkeling zal in de komende decennia worden mogelijk gemaakt middels verschillende ruimtelijke besluiten voor deelprojecten, op basis van zelfrealisatie. Het bestemmingsplan Gemeente Amsterdam
blz. 64
Exclusiva Hamerkwartier vormt hierin het eerste deelproject/ ruimtelijke besluit waarmee zal worden voorzien in de eerste ontwikkeling binnen het gebied. Het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier maakt onder meer de ontwikkeling mogelijk van woningen, bedrijven, kantoren, leisure, horeca, een basisschool met gymzaal en schoolplein en een kinderopvang. Het nu geldende bestemmingsplan Hamerstraatgebied maakt in beperkte mate een woonfunctie mogelijk, alsmede bedrijven, (maatschappelijke) dienstverlening, kantoren, horeca en leisure. De onderbouwing vanuit de ladder beperkt zich dan ook tot de functie wonen, waarbij het bestemmingsplan voor wat betreft voorzieningen is gebaseerd op Amsterdame kengetallen (Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen (2018). Voor wat betreft de in het plangebied voorziene school, gaat het om een verplaatsing van een school. Voor een overzicht van het geplande programma, zie paragraaf 2.3.3.2. Woonprogramma Handreik ing Ladder voor Duurzame Verstedelijking Stadsregio Amsterdam Gemeenten zijn verplicht om bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwplannen de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen, om te toetsen of het plan voorziet in een actuele behoefte binnen de regio.
De Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam) heeft op 18 oktober 2016 de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Stadsregio Amsterdam opgesteld. Deze handreiking is een aanvulling op de bestaande, landelijke handreikingen, toegespitst op de situatie in de stadsregio Amsterdam. Het doel van de ladder is zorgvuldig ruimtegebruik en het voorkomen van leegstand en overprogrammering uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Leegstand en overprogrammering zijn voor wat betreft wonen in de regio Amsterdam echter niet zozeer van toepassing. Er is een enorme vraag naar woonruimte binnen de regio en vooralsnog zijn er voor de komende tien jaar nog niet genoeg (harde) plannen die in deze behoefte kunnen voorzien. De onderbouwing van de woningbehoefte binnen de regio kan zowel kwantitatief als kwalitatief zijn. Met kwantitatieve behoefte wordt bedoeld: de vraag naar woningen binnen de regio, uitgedrukt in cijfers, afgezet tegen het aanbod van woningen binnen de regio, uitgedrukt in cijfers. Met kwalitatieve behoefte wordt bedoeld: de vraag naar woningen binnen de regio, onderscheiden naar type woningen, woonmilieu en/of segment, afgezet tegen het aanbod van woningen binnen de regio, onderscheiden naar type woningen, woonmilieu en/of segment.
Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde of geplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen. Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (inclusief oplegger) Stadsregio Amsterdam De provincie Noord-Holland heeft de gemeenten binnen de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam) gevraagd gezamenlijk een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 tot en met 2020. Dit komt voort uit de provinciale Woonvisie uit 2010, waarin als doelstelling is opgenomen dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. De gemeenten die deel uitmaken van de Vervoerregio Amsterdam werken nauw samen om de woningbehoefte voor de gehele regio adequaat op te vullen. Hiertoe is in het regionale portefeuillehouders-overleg Ruimte en Wonen van 30 juni 2016 de Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020 vastgesteld. De thema's in deze samenwerkingsagenda zijn woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling, om de kwantitatieve behoefte aan woningen, maar vooral ook de kwalitatieve behoefte aan woningen in kaart te brengen.
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 65
Het RAP brengt de regionale vraag naar woningen in beeld en zet deze vraag af tegen het (geplande) aanbod van woningen. De woningmarkt in de regio Amsterdam kent een sterke samenhang en een gedeeld gezamenlijk belang. De regio is internationaal gezien zeer sterk met veel groeipotentieel en een goede concurrentiepositie. Deze sterke positie van de regio is ontstaan dankzij een veelheid aan factoren, waarbij de hoge kwaliteit van leven een belangrijke rol speelt. Een aantrekkelijke en diverse woningmarkt maakt hier deel van uit. Veel mensen willen dan ook graag in de regio wonen. Dat biedt tegelijkertijd kansen en uitdagingen. De vraag naar woningen is in alle segmenten groter dan het aanbod. Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde of geplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen. Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. Onder actuele woningbehoefte wordt de behoefte voor de komende tien jaar verstaan. Dit sluit aan bij de jurisprudentie die over dit begrip is ontstaan bij de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wat betreft de kwantitatieve behoefte geldt voor de gehele voormalige Stadsregio dat wordt geschat dat de woningbehoefte in de periode 2017-2027 zal toenemen met ca. 79.500 woningen.
Hier staat een harde plancapaciteit van bijna 62.500 woningen tegenover, waardoor een tekort aan harde plannen van 17.000 woningen bestaat. In onderstaande tabel worden woningbehoefte en plancapaciteit tegen elkaar afgezet, uitgedrukt in het aantal woningen.
Bron: Oplegger Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2020 Amstelland-Meerlanden, Amsterdam Zaanstreek-Waterland (vhn Stadsregio Amsterdam) Wat betreft de kwalitatieve behoefte geldt voor de marktregio Amsterdam (de gehele stadsregio) het volgende: De woningbehoefte is zo groot, dat in vrijwel alle marktsegmenten tekorten zijn. De grootste tekorten doen zich voor bij eengezinswoningen, betaalbare huurwoningen en betaalbare en middeldure koopwoningen. Alleen bij de marktsegmenten meergezinswoningen in een stedelijk milieu - een segment dat ruim geprogrammeerd staat - en dure huurwoningen is de plancapaciteit een fractie groter dan de vraag. Woonagenda 2025 In de 'Woonagenda 2025; Voldoende, betaalbare en goede woningen' (vastgesteld op 19 juli 2017) heeft de gemeente onderzocht wat ervoor nodig is om te zorgen dat Amsterdam een gezonde, dynamische, gemengde stad blijft waar ruimte is voor iedereen. De drie uitgangspunten zijn voldoende woningen, betaalbare woningen en goede woningen. Om voldoende woningen te realiseren moeten woningvoorraad en woningbehoefte in 2025 beter op elkaar zijn aangesloten. Daarvoor is onder andere van belang dat jaarlijks minimaal 1.500 middeldure huurwoningen worden gebouwd en dat het stedelijke uitgangspunt van 40% gereguleerde huur, 40% Gemeente Amsterdam
blz. 66
middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop wordt aangehouden. Voor betaalbare woningen moet de woonruimteverdeling worden herzien, moeten middeldure huurwoningen gerichter worden verhuurd aan middeninkomens en moet men in de huursector passend wonen. Bij het uitgangspunt goede woningen staan woningkwaliteit, duurzaamheid en bewonersondersteuning centraal. Corporaties en huurders moeten aanvullende duurzaamheidseisen afspreken voor nieuwbouw en duurzaamheidsprestaties afspreken voor bestaande woningen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch kader gegeven voor een zorgvuldig verdichting van het plangebied, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de gewenste woningbouwproductie (zie ook paragraaf 3.4.6 voor wat betreft het specifieke woonprogramma). Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht ruimte bestaat voor realisatie van het woonprogramma in onderhavig bestemmingsplan. 3.1.4
Luchthavenindelingsbesluit
De milieu- en veiligheidsregels voor Schiphol zijn vastgelegd in twee uitvoeringsbesluiten, behorend bij de in 2001 goedgekeurde Schipholwet: het Luchthavenindelingsbesluit en Luchthavenverkeersbesluit. Het Luchthavenverkeersbesluit is gericht op de beheersing van de milieubelasting door het luchthavenluchtverkeer rondom Schiphol. Het Luchthavenindelingsbesluit bevat (ruimtelijke) regels voor de omgeving ten behoeve van het functioneren van Schiphol. Voor ruimtelijke plannen is hoofdzakelijk het Luchthavenindelingsbesluit van belang. Dit besluit zal kort worden toegelicht. In het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) is in november 2002 in werking getreden en is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daarom heen beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Voor bepaalde gebieden rondom Schiphol is een "beperkingengebied" aangewezen. Binnen dat gebied gelden beperkingen ten aanzien van: maximale bouwhoogten, vogel aantrekkende functies en toegestane functies. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: a.
voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; b. beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. Het besluit tot wijziging van het LIB Schiphol in verband met wijziging van het beperkingengebied en de regels met het oog op de vliegveiligheid is met ingang van 4 november 2015 in werking getreden. Ten tweede worden de ruimtelijke regels over externe veiligheid en geluidhinder verduidelijkt en vereenvoudigd. Met deze wijzigingen krijgen gemeenten meer eigen afwegingsruimte en verantwoordelijkheid voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit mede naar aanleiding van knelpunten bij gemeenten in verband met de lokale leefbaarheid. Plangebied Exclusiva Het Luchthavenindelingbesluit (LIB) van Schiphol stelt in een ruim gebied rondom de luchthaven restricties aan bouwactiviteiten. Het primaire doel is om te borgen dat mensen nabij de luchthaven een
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 67
acceptabel woon- en leefklimaat hebben en zo min mogelijk hinder ondervinden van de luchtvaart. Dit resulteert in LIB-zones waar bewoning niet mogelijk is, of enkel onder voorwaarden wordt toegestaan. In de figuur hieronder zijn de LIB-zones 1 tot en met 5 weergegeven. Hamerkwartier valt niet in één van deze beperkende zones en kent dus geen restricties voor bouwactiviteiten op zich.
LIB-zones 1 t/m 5 rondom Schiphol. Volgens het LIB zijn er wel twee toetsvlakken die voor hoogbouw relevant zijn. Allereerst is de beperking op 146 meter als gevolg van de outer horizontal surface en de aanvliegroutes voor het landen op banen 22 (Oostbaan) en 24 (Kaagbaan), zoals te zien op onderstaand figuur. Dit betekent dat bebouwing boven de 146 in eerste instantie niet is toegestaan. Hiervoor zou een verklaring van geen bezwaar moeten worden opgevraagd. Echter, voorliggend bestemmingsplan maakt dergelijke bebouwing niet mogelijk, dus vormt dit toetsvlak geen belemmering voor de transformatie. In het onderhavige bestemmingsplan zijn hoogteaccenten mogelijk waarvan één van maximaal 70 meter, hetgeen ruimschoots beneden de 146 meter blijft.
Gemeente Amsterdam
blz. 68
maatgevende vlakken voor de outer horizontal surface en approach banen 22 en 24. Het andere maatgevende toetsvlak is dat van de TAR-radars (Terminal Area Radar). Dit is voor vliegtuigen die in de nabijheid van het vliegveld zijn. Hoogbouw in Hamerkwartier heeft mogelijk te maken met de doorsnijding van twee radarvlakken: die van TAR1 en TAR4. Deze radarvlakken liggen boven Hamerkwartier tussen de 71 en 78 meter boven NAP. Maatgevend is dus bebouwing die boven de 71 meter komt Zoals hierboven reeds aangegeven is binnen het onderhavige bestemmingsplan geen bebouwing toegestaan boven de 71 m en is dus geen radaradvies van ILT nodig omdat verstoring op voorhand is uit te sluiten.
radarverstoringsvlakken TAR1 en TAR4, tussen 71-78 meter NAP. Overige mogelijke belemmeringen die in het LIB genoemd worden, zoals de realisatie van windturbines, het gebruik van laserapparatuur, en het vogelbeperkingengebied zijn niet relevant voor Hamerkwartier.
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 69
Conclusie De conclusie luidt dat er tot een bouwhoogte van 71 meter geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH 2050
De Omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland is gebaseerd op de Wet op de ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, de Waterwet, de Planwet Verkeer en Vervoer en de Wet Natuurbescherming. Het heeft dus de status van respectievelijk een provinciale structuurvisie, een provinciaal milieubeleidsplan, een regionale watervisie, een provinciaal verkeers- en vervoersplan en een provinciale natuurvisie. De huidige Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Milieubeleidsplan 2015-2018, de Watervisie 2021 en de Agenda Groen worden ingetrokken en gaan op in de Omgevingsvisie NH2050 met onderliggende programma's. In de Omgevingsvisie wordt de ambitie geschetst een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vast te houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De ambities die worden nagestreefd, zijn: 1. Een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. 2. Ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: a.
een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; c. dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. 3. Noord-Holland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambities uit de provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2
Omgevingsverordening Noord-Holland
In november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening vervangen. In hoofdstuk 6 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie en detailhandel. In de omgevingsverordening zijn geen instructieregels opgenomen die aan voorliggend bestemmingsplan in de weg staan. Het betreft een ontwikkeling in het stedelijk gebied die tegemoetkomt aan de ambities
Gemeente Amsterdam
blz. 70
in het provinciaal beleid en past binnen de regionale afspraken (zie ook onder paragraf 3.3). Hoofdstuk 4 van deze toelichting bevat een beschrijving van de wijze waarop met klimaatadaptie wordt omgegaan in het plangebied. 3.2.3
Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de oevers'
De Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de Oevers' is vastgesteld op 15 september 2015 door Provinciale Staten. De watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Paragraaf 4.7 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.1.1 Plabeka Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht.
In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio Amsterdam en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. In Plabeka vindt de regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. Uitvoeringsstrategie 2010-2040 Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringstrategie Plabeka 2010-2040 'Snoeien om te kunnen bloeien'. Dit document is door de betrokken bestuurders uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op 23 juni 2011 vastgesteld. bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 71
Ondanks de ingrepen, zoals afgesproken in de eerste Uitvoeringsstrategie 2007-2030, bleek uit de monitor dat er op de kantorenmarkt in de MRA nog steeds geen evenwichtige balans tussen vraag en aanbod gerealiseerd was. De leegstand bleef onverminderd hoog en de vraag naar kantoorruimte bleef achter bij de prognoses. Ook de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen bleek lager dan voorzien. Hierdoor is besloten de Uitvoeringsstrategie de actualiseren. Overschotten aan de aanbodzijde leidden in 2007 reeds tot het schrappen en faseren van 3,5 miljoen m² aan niet op de vraag afgestemde kantoorplannen. Door transformatie vond onttrekking van 0,5 miljoen m² kantoorgebouwen van de kantorenmarkt plaats. Deze ingrepen op de kantorenmarkt waren echter niet genoeg om het tij te keren. In de Uitvoeringsstrategie 2010-2040 zijn opnieuw afspraken gemaakt om in het planaanbod van kantoren en bedrijventerreinen te schrappen en worden verouderde bedrijventerreinen geherstructureerd en bestaande kantoren herontwikkeld tot duurzame kantoorconcepten of voor andere functies. Het resultaat van deze Uitvoeringsstrategie is dat in de MRA in totaal voor 1,9 miljoen m² planaanbod kantoren en 514 hectare planaanbod bedrijventerreinen worden geschrapt of uitgefaseerd tot na 2040. Het bestemmingsplan Exclusiva maakt in beperkte mate zelfstandige kantoren mogelijk, en is daarmee in lijn met het beleid. 3.3.2
Stadsregio Amsterdam
De Stadsregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De stadsregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. 3.3.2.1 Detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam De ambitie van de Stadsregio Amsterdam is om een dynamische en fijnmazige detailhandelsstructuur in de stadsregio Amsterdam te realiseren. Een belangrijk speerpunt van het regionaal detailhandelsbeleid is tot op heden altijd de keuze voor een fijnmazige detailhandelsstructuur geweest. Een fijnmazige detailhandelsstructuur zet de leefbaarheid centraal en gaat uit van de behoefte van inwoners om dichtbij huis -op aanvaardbare afstand- hun aankopen te kunnen doen. Behoud van een fijnmazige detailhandelstructuur blijft een centraal uitgangspunt van het detailhandelsbeleid.
Dat impliceert dat afspraken nodig zijn die de huidige structuur in stand houden of verder versterken: vasthouden aan het op aanvaardbare afstand hebben van winkels in dagelijkse artikelen; vasthouden aan terughoudendheid ten aanzien van nieuwe (perifere) locaties waar (grootschalige) detailhandel is toegestaan; vasthouden aan terughoudendheid ten aanzien van brancheverruiming op bestaande perifere locaties; vasthouden aan het weren van food van bedrijventerreinen en perifere winkellocaties; versterking van bestaande winkelgebieden staat centraal; weidewinkels zijn niet toegestaan. Om deze ambitie te realiseren, zet de Stadsregio in op een aantal speerpunten: terughoudendheid in het toevoegen van nieuwe meters; meer ruimte voor kwaliteit; maatwerk op de perifere locaties; pro-actief acquisitiebeleid.
Gemeente Amsterdam
blz. 72
Voorliggend bestemmingsplan maakt geen detailhandel mogelijk en is daarmee in lijn met het beleid. 3.3.2.2 Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 - 2020 (inclusief oplegger) Stadsregio Amsterdam De provincie Noord-Holland heeft de gemeenten binnen de Stadsregio Amsterdam (thans Vervoerregio Amsterdam) gevraagd gezamenlijk een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 tot en met 2020. Dit komt voort uit de provinciale Woonvisie uit 2010, waarin als doelstelling is opgenomen dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. De gemeenten die deel uitmaken van de Vervoerregio Amsterdam werken nauw samen om de woningbehoefte voor de gehele regio adequaat op te vullen. Hiertoe is in het regionale portefeuillehouders-overleg Ruimte en Wonen van 30 juni 2016 de Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020 vastgesteld. De thema's in deze samenwerkingsagenda zijn woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling, om de kwantitatieve behoefte aan woningen, maar vooral ook de kwalitatieve behoefte aan woningen in kaart te brengen. Het RAP brengt de regionale vraag naar woningen in beeld en zet deze vraag af tegen het (geplande) aanbod van woningen. De woningmarkt in de regio Amsterdam kent een sterke samenhang en een gedeeld gezamenlijk belang.
De regio is internationaal gezien zeer sterk met veel groeipotentieel en een goede concurrentiepositie. Deze sterke positie van de regio is ontstaan dankzij een veelheid aan factoren, waarbij de hoge kwaliteit van leven een belangrijke rol speelt. Een aantrekkelijke en diverse woningmarkt maakt hier deel van uit. Veel mensen willen dan ook graag in de regio wonen. Dat biedt tegelijkertijd kansen en uitdagingen. De vraag naar woningen is in alle segmenten groter dan het aanbod. Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde ofgeplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen. Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. Onder actuele woningbehoefte wordt de behoefte voor de komende tien jaar verstaan. Dit sluit aan bij de jurisprudentie die over dit begrip is ontstaan bij de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wat betreft de kwantitatieve behoefte wordt voor de gehele regio de groei van de woningbehoefte in de periode 2017 - 2027 geraamd op 79.500 woningen. Hier staat een harde plancapaciteit van bijna 62.500 woningen tegenover, waardoor een tekort aan harde plannen van 17.000 woningen bestaat. In onderstaand figuur worden woningbehoefte en plancapaciteit tegen elkaar afgezet, uitgedrukt in het aantal woningen.
Woningbehoefte versus plancapaciteit in de drie deelregio's uitgedrukt in woningen (bron: RAP 2016 t/m 2020 Amstelland-Meerlanden, Amsterdam, Zaanstreek-Waterland) Wat betreft de kwalitatieve behoefte geldt voor de marktregio Amsterdam (de gehele stadsregio) het volgende:
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 73
De woningbehoefte is zo groot, dat in vrijwel alle marktsegmenten tekorten zijn. De grootste tekorten doen zich voor bij eengezinswoningen, betaalbare huurwoningen en betaalbareen middeldure koopwoningen. Alleen bij de marktsegmenten meergezinswoningen in een stedelijk milieu - een segment dat ruimgeprogrammeerd staat - en dure huurwoningen is de plancapaciteit een fractie groter dan de vraag. Binnen het plan van de locatie Exclusiva worden circa 350 woningen gerealiseerd. De woningen variëren in woongrootte, het betreft een mix aan woningen voor gezinnen, koppels en singles. Daarnaast wordt voorzien in diverse commerciële en maatschappelijke functies. De woningen leveren een directe bijdrage aan de kwantitatieve woningbehoefte van 17.000 woningen. Daarnaast geeft het programma invulling aan de kwalitatieve behoefte. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de stadsregionale behoefte. 3.3.2.3 Woonakkoord 2021-2025 gemeente Amsterdam-Provincie Noord-Holland Het woonakkoord bevat de gedeelde ambities en gezamenlijke inzet van het woonbeleid van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. Het woonakkoord is de opvolger van het Regionale actieprogramma Wonen (RAP) en onderdeel van de “regionale afspraken” als bedoeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020.
In de Omgevingsverordening NH2020 is bepaald dat “een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.” In het woonakkoord van Amsterdam met de provincie wordt ook aan de blijvende en vernieuwde samenwerking met Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland voor de woonruimteverdeling van sociale huurwoningen en de intensieve samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam voor het woningbouwprogramma een plaats gegeven. De doelen van de gemeente en de provincie komen overeen, de prioriteit ligt bij het vergroten van de woningvoorraad (bouwen) en gezien de grote vraagdruk op de woningmarkt, op het behouden en creëren van betaalbare woningen voor lage- en middeninkomens en op het versterken van de kwaliteit van het wonen in zowel nieuwbouw als bestaande woningvoorraad. Het akkoord bevat een overzicht en herbevestiging van beleid en acties waar provincie en Amsterdam, al dan niet via de MRA, al gezamenlijk aan werken. Ook bevat het akkoord een overzicht van acties die in de samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en gemeente Amsterdam via het woonakkoord worden bekrachtigd. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de behoefte aan woningen, zoals opgenomen in het RAP en het Woonakkoord.
De Regionale Woonvisie is het beleidskader op het gebied van volkshuisvesting voor de zestien gemeenten in de Stadsregio Amsterdam. Het geeft richting aan de programmering en prioriteiten op het gebied van wonen. Centraal staat in de Woonvisie de opgave tot het bouwen van voldoende woningen en dus het op gang brengen van de nieuwbouw en de herstructurering. Dit plan beoogt mede uitvoer te geven aan de woningbouwopdracht van Amsterdam.
Gemeente Amsterdam
blz. 74
3.3.2.4 Regionaal Verkeer en Vervoerplan Het Regionaal Verkeer en Vervoerplan (RVVP) is in december 2004 vastgesteld door de Regioraad en opgesteld in samenwerking met de zestien gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam. De gezamenlijke ambitie is een gezonde en gedifferentieerde economie met internationale concurrentiekracht, het bieden van een goed sociaal klimaat voor inwoners en het zorgen voor een duurzame leefomgeving. De mobiliteitsgroei is hierbij een gegeven. Deze groei moet wel worden opgevangen om voldoende recht te doen aan de geformuleerde ambities maar mag niet leiden tot onbereikbaarheid en aantasting van de leefbaarheid. Beleid is noodzakelijk om niet alleen de bereikbaarheidsproblemen op te lossen maar ook om de veiligheid en leefbaarheid te waarborgen. Het RVVP gaat uit van een samenhangende aanpak van de bereikbaarheidsproblemen. Er wordt ingezet op het benutten van de sterke kanten van het bestaande aanbod van openbaar vervoer (OV) en wegcapaciteit, maar het kan niet zonder uitbreiding van deze capaciteit en verdere beïnvloeding van de vraag naar mobiliteit. Goed samenspel tussen ruimtelijke ontwikkelingen en verkeer en vervoer is noodzakelijk. Jaarlijks wordt voor het RVVP een uitvoeringsprogramma opgesteld en iedere twee jaar wordt het beleidskader geëvalueerd. Met de uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd is in het bestemmingsplan rekening gehouden.
In hoofdstuk 4.3 wordt verder ingegaan op het aspect bereikbaarheid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Amsterdam 2040
Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 (17 februari 2011) legde Amsterdam zichzelf, inclusief de stadsdelen, regels op waar ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Amsterdam heeft zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam is hierbij een belangrijke voorwaarde. De centrale ambitie van de Structuurvisie was dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. In de Structuurvisie waren enkele ambities benoemd die relevant zijn voor alle ruimtelijke ontwikkelingen tot 2040. Hierbij gaat het om intensivering van het grondgebruik, een samenhangend OV-netwerk, goede inrichting van de openbare ruimte, aantrekkelijk en gezond groen en water, transformatie van verouderde bedrijventerreinen, en volle inzet en sturing naar een post-fossiele brandstoftijdperk. Dit zijn ambities waar ook het Hamerkwartier op aanstuurt.
Hamerkwartier De centrale ambitie van de Structuurvisie Amsterdam 2040 was dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame metropool. Om economisch sterk en duurzaam te zijn, wil Amsterdam onder meer een intensiever gebruik van de bestaande stad. Dan kan op hetzelfde oppervlakte meer mensen woon- en werkruimte worden geboden. Bij de vaststelling van de Structuurvisie begin 2011, werd het Hamerkwartier aangewezen als een locatie die zich op de lange termijn zou kunnen transformeren in een gemengd werk-woongebied. Daarbij zou minimaal 50% van het oppervlak van het bestaande bedrijventerrein (anno 2009) bestemd worden voor bedrijven. De transformatie zou moeten plaatsvinden in de periode 2020-2030. Deze visie op de toekomst van het gebied ligt ten grondslag aan het nu geldende bestemmingsplan, dat in 2013 werd vastgesteld. Verder
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 75
is het van belang te vermelden dat de Structuurvisie de mogelijkheid biedt om langs de Noordelijke IJ-oever in de tweede linie hoogbouw tot 60 meter te realiseren.
Uitsnede Visiekaart Structuurvisie 2040 3.4.2
Omgevingsvisie Amsterdam 2050
Het stadsbestuur zet in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (juli 2021) de lijnen uit naar 2050. Hoe richten we de stad in ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Waar gaan we wonen en werken, hoe komen we van A naar B, hoe zien de publieke ruimtes eruit en welke plek is er straks voor groen? De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Er zijn flinke investeringen nodig in infrastructuur, voorzieningen en stedelijk en landelijk groen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Een deel van de plannen staat al op de rol, een ander deel is nieuw. In de omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Twee vaste IJ-oeververbindingen en een regionaal fietsnetwerk.-Uitbreiding HOV en metronet en ontwikkeling stationskwartieren.
Gemeente Amsterdam
blz. 76
Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven Verduurzaming van de haven. Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een wandel- en fietsstad Een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en bewegen. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto's zijn te gast. Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roëllstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing. Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. Ontwikkeling parken (Oeverlanden, Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Zuidasdokpark en NDSM-Oost).-Groene routes en ecologische verbindingen. Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen. Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040. Vrije ruimte als vast onderdeel van de planvorming.
bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)
blz. 77
uitsnede kaart Omgevingsvisie 2050 met Hamerkwartier Hoogbouw Amsterdam groeit binnen zijn grenzen en daarmee werken we aan een compacte stad. Dat vraagt op sommige plekken om buurten met hoge dichtheden. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan verdichting, concentratie en functiemenging. Hoogbouw kan worden gebruikt om zeer hoge dichtheden te realiseren op plekken waar de druk op de ruimte hoog is en die goed zijn ontsloten door openbaar vervoer en fiets, terwijl er ook ruimte blijft voor groene plekken in een buurt. Lang het IJ en in Haven-Stad is hoogbouw tot circa 70 meter mogelijk. Daarnaast geven hogere clusters en accenten van hoogbouw Gemeente Amsterdam
blz. 78
samen met de open ruimte van het water en de toekomstige bruggen het stadsbeeld vorm. De beperkingen vanuit Schiphol kunnen op sommige plekken de toegestane hoogte beperken. In andere delen van de stad gaan we terughoudender om met hoogbouw. In Noord, Nieuw-West en Zuidoost is hoogbouw tot circa 70 meter mogelijk langs de lange doorgaande straten en lanen en aan grote parken, mits goed ingepast in de stedenbouwkundige structuur. Ten slotte blijven we terughoudend op plekken van bijzondere waarde waar met hoogbouw een grote schaalbreuk zou ontstaan. De bestaande kwaliteiten van de stad zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van de stad. Op het schaalniveau van het gebouw en de buurt hanteren we vijf principes: 1. 2. 3. 4. 5.
Hoogbouw levert een bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Hoogbouw maakt op een mooie manier deel uit van het stadssilhouet. Er is een aangenaam verblijfsklimaat op het maaiveld rondom hoogbouw. Het is fijn wonen en werken in hoogbouw. Hoogbouw draagt bij aan een klimaatneutrale en circulaire stad.
Bovenstaande uitgangspunten en principes dienen te worden uitgewerkt in vernieuwd hoogbouwbeleid. Het plangebied Het Hamerkwartier is aangegeven als hoogstedelijke buurt. De noordoever van het IJ wordt nog sterker een aaneenschakeling van plekken met een stedelijke betekenis (cultuurgebouwen, horeca, parken, standjes en festivallocaties). Deze plekken zijn met elkaar verbonden door routes langs het water en parallel aan de oever en met de rest van Noord dankzij groene routes. Twee vaste oeververbindingen over het IJ zijn voorzien, waarvan één ter hoogte van het Hamerkwartier. Hierbij zijn de aanlandingen, de omliggende openbare ruimte en bebouwing en de verknoping met toevoerende routes onderdeel van de integrale opgaven op dit schakelpunt. De ligging aan het IJ en lange doorgaande straten geven aanleiding voor hoogbouw tot 70 meter in het Hamerkwartier. Het Investeringsbesluit en het bestemmingsplan voor de locatie Exclusiva sluiten aan bij de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. 3.4.3
Koers 2025
De 'Structuurvisie Amsterdam 2040' (2011) schetst in grote lijnen hoe de vraag naar bouwlocaties opgevangen kan worden. Hierin staat de ambitie woningen toe te willen voegen door 'verdichting' en 'transformatie'. Amsterdam groeit elk jaar met gemiddeld 11.000 inwoners. Om deze groei mogelijk maken en de druk op de woningmarkt te verlichten is in het actieplan Woningbouw de ambitie geformuleerd om tot 2025 de bouw van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen mogelijk te maken, grotendeels door nieuwbouw en voor een gedeelte door transformatie. Koers 2025 is vastgesteld door college van B&W in juni 2016 en operationaliseert de Structuurvisie en het actieplan Woningbouw in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. Koers 2025 gaat in op welke locaties en onder welke condities en voorwaarden gebiedsontwikkeling en woningbouw wenselijk zijn. Om de beoogde groei met 50.000 woningen tot 2025 mogelijk te maken, is in Koers 2025 een stadsbrede inventarisatie gemaakt van mogelijke woningbouwlocaties. Hamerkwartier is hierin als versnellingslocatie aangewezen. Hamerkwartier In 2016 heeft de gemeenteraad Koers 2025 Ruimte voor de Stad, aangenomen. Het beleid omvat een