CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toegang geweigerd - onderzoek naar 21minners.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 27 mei 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over het behoeftenonderzoek Nachtcultuur, de verkenning 21-minners en afdoening motie 527 inzake nachtcultuur opnemen in de stadspas (VN2026-005368)8.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toegang geweigerd: Jongeren en de toekomst van de Amsterdamse nachtcultuur

Inhoud 1. Inleiding ................................................................................. 1 1.1 Aanleiding ......................................................................... 2 1.2 Probleemstelling ............................................................... 2 1.3 Belang voor de stad ........................................................... 4 1.4 Wat doet de gemeente al? ................................................ 5 2. Doelstelling en aanpak............................................................ 6 3. Het huidige uitgaansklimaat voor jongeren onder de 21 ............. 7 3.1 Inventarisatie aanbod ........................................................ 7 3.2 Trends en ontwikkelingen vanuit deskresearch .................... 9 3.3 Trends en ontwikkelingen vanuit interviews .......................12 3.4 Enquête ..........................................................................14 4. Conclusie .............................................................................17 5. Aanbevelingen.......................................................................18 Bronvermelding: .......................................................................23 Bijlage: .....................................................................................25

1

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De nachtcultuur in Amsterdam is een essentieel onderdeel van zowel de identiteit als de aantrekkingskracht van de stad. Ook ‘s nachts staat Amsterdam bekend als het culturele centrum van Nederland, met een grote internationale uitstraling. Met de publicatie van de Nachtvisie was Amsterdam de eerste gemeente in het land die een samenhangende blik op de nachtelijke cultuur ontwikkelde. In deze visie wordt de maatschappelijke, culturele, artistieke en economische betekenis van de nacht duidelijk onderstreept. Uit de Nachtvisie is vervolgens de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur 2023-2026 voortgekomen met hierin 15 concrete maatregelen. Met als een van de maatregelen een onderzoek naar de behoeften van bewoners. Met als doel inzicht te krijgen in hoe inwoners van Amsterdam de nachtcultuur in hun stad ervaren en waarderen. Dit onderzoek vormt een aanvulling op het uitgevoerde bewonersonderzoek en richt zich specifiek op jongeren onder de 21 jaar. Centraal staat de vraag in hoeverre de Amsterdamse nachtcultuur deze groep aanspreekt en bedient. De keuze voor deze doelgroep is ingegeven door een duidelijke urgentie: jongeren tussen de 16 en 21 jaar zijn in het oorspronkelijke bewonersonderzoek ondervertegenwoordigd. 2

Het is essentieel dat Amsterdam een gezond en divers nachtklimaat behoudt, juist voor jongeren tussen de 16 en 21 jaar. Het is belangrijk dat zij aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten en zich kunnen ontwikkelen en uiten in een omgeving die hen aanspreekt. Voor veel jongeren vormt nachtcultuur de eerste kennismaking met het bredere culturele landschap. Het is een van de weinige culturele domeinen waarbij deelname laagdrempelig, spontaan en sociaal ingebed is. Er is geen voorkennis vereist, je hoeft geen maanden van tevoren een ticket te kopen en deelname is niet afhankelijk van een bepaald sociaal netwerk. Juist deze toegankelijkheid maakt de nachtcultuur uniek en van groot belang. Wanneer jongeren zich buitengesloten voelen door hoge prijzen, een 21-plusbeleid of een gebrek aan muzikaal aanbod, raakt dat de basis van onze culturele sector. Daarom is het van groot belang om de nachtcultuur te beschermen en inclusief te houden.

1.2 Probleemstelling Natuurlijk verandert het uitgaansklimaat in de stad continu, en tijdens de COVID-lockdowns kreeg deze het zwaar te verduren. Veel mensen verwachtten dat het stilvallen van het nachtleven de sector nieuwe inzichten zou opleveren, en dat is op bepaalde vlakken ook gebeurd. Maar als het gaat om jongeren zijn er wellicht verkeerde conclusies getrokken.

Zo ontstond het beeld dat jongeren door de lockdowns onvoldoende sociale vaardigheden hadden ontwikkeld, en zich daarom zouden misdragen zodra clubs weer opengingen. Daarnaast leefde het beeld dat het oudere uitgaanspubliek (boven de 23) geen behoefte had om te feesten tussen “onervaren” en “lastige” achttienjarigen. Na de lockdowns in 2022 werd dit beeld uitvoerig besproken en herhaald in de landelijke media. Nieuwsuur besteedde er aandacht aan in het item Knaldrang: jongeren zijn de regels van het uitgaan verleerd (NOS, 2022). Het Parool interviewde clubeigenaren en jongeren tussen de 18 en 21 jaar (Het Parool, 2022). Deze landelijke aandacht heeft het bestaande beeld onder oudere generaties over deze groep verder versterkt. Toen de clubs na COVID weer open mochten verhoogden verschillende clubs de minimumleeftijd op vrijdag- en zaterdagavonden van 18 naar 21 jaar. Voorbeelden zijn het Skatecafe, Club AIR, Panama en Oliva. Nieuwe clubs die na COVID zijn geopend hanteren vrijwel allemaal een minimumleeftijd van 21 jaar, zoals Sissi’s, Multipla, BRET, Schietclub, Club Raum, Tilatec, Nachbar en Levenslang. Hierdoor ontstond er grote druk op de overgebleven clubs die nog wel 18+ hanteerden. Door die druk besloot bijvoorbeeld Bitterzoet ook de minimumleeftijd te verhogen.

Bas Louwers, eigenaar van Bitterzoet en voorzitter van het Overleg Amsterdamse Clubs (OAC), zei hierover: “We zagen om ons heen dat veel clubs een leeftijdsgrens van 21 jaar hanteren en toen kwamen veel 18-jarigen naar ons toe. Dat hield onze vaste 3

bezoekers weg” (Het Parool, 2023). Bitterzoet kwam enige tijd later terug op dit besluit. Ook Nachtburgemeester Freek Wallagh benoemt deze trend in een interview met de NOS: “Een ander middel om de sfeer bij een feest goed te houden, is het verhogen van de minimumleeftijd. Dat gebeurt steeds vaker. Er zijn zelfs clubs die overwegen alleen bezoekers boven de 27 toe te laten. Ik snap de maatregel goed, maar je verplaatst het probleem. De uitgaansetiquette moet je leren. En er is maar één plek waar dat kan: de dansvloer” (NOS, 2023). Dit alles speelt zich af terwijl horecaondernemers kampen heeft met teruglopende bezoekersaantallen. Hoge kosten voor de ondernemer, een dalend besteedbaar inkomen onder het publiek en veranderende lifestyle-keuzes spelen mee. Volgens onderzoek van de Britse Night Time Industries Association (NTIA) heeft de pandemie deze terugloop alleen maar versterkt (Hancox, 2022). Tijdens de pandemie konden jongeren het nachtleven niet op dezelfde manier ervaren als eerdere generaties. Het is daarom misschien niet verrassend dat er verschuivingen zijn ontstaan in de manier waarop jongeren uitgaan en sociaal contact onderhouden. En toch: hoe minder plekken er zijn waar 21-minners zich welkom voelen, hoe langer het duurt voordat zij aansluiting vinden bij hun leeftijdsgenoten in het nachtleven.

Een goed voorbeeld is het verdwijnen van Disco Dolly en de Bloemenbar. Deze plekken waren al decennialang ontmoetingsplekken voor 21-minners, met muzikaal aanbod dat uitdagender was dan op bijvoorbeeld rond het Leidseplein. In februari 2025 openden in de voormalige locatie van Disco Dolly de 25+ "after-dinner club" Tuftuf, en in de oude Bloemenbar de "high energy cocktailbar" SHU. Beide zaken richten zich op een ouder publiek met een ruim besteedbaar inkomen.

Naar aanleiding van deze probleemstelling is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: Wat kunnen de gemeente en de uitgaanssector doen om het uitgaansklimaat in Amsterdam voor jongeren onder de 21 te verbeteren en/of te beschermen? 1.3 Belang voor de stad

Daarnaast zijn Kanaal40 en Sexyland World zonder locatie komen te zitten, wat betekent dat opnieuw twee belangrijke nachtcultuurpodia voor jongeren verdwenen zijn. Deze vier locaties, Disco Dolly, Bloemenbar, Kanaal40 en Sexyland World, functioneerden elk op hun eigen manier als springplank voor jong talent. Ook boden ze een veilige, experimentele omgeving voor een jong uitgaanspubliek.

Wat de waarde is van nachtcultuur, is niet eenvoudig te beantwoorden. Dat komt niet alleen doordat het begrip nachtcultuur geen duidelijke afbakeningen kent. Podia en andere venues die wél tot de nachtcultuur behoren, zijn vaak ook in de vroege avond of overdag actief. Daarnaast is het onduidelijk hoe de maatschappelijke waarde van nachtcultuur gemeten zou moeten worden. Wat we wel weten is dat alle culturele uitingen die tot de nachtcultuur behoren hetzelfde nachtelijke dna delen, een goed voorbeeld zijn muziekfestivals.

Het verdwijnen van uitgaansgelegenheden is overigens geen trend die zich tot Amsterdam beperkt, door het heel Nederland sluiten er clubs. Uit cijfers van horeca-adviseur Van Spronsen & Partners blijkt dat tussen 2010 en 2020 meer dan 40 procent van de nachtclubs in Nederland is verdwenen: van 243 clubs in 2011 naar 140 in 2020 (Gorsel, 2025).

Wel is duidelijk dat er iets wezenlijks over het hoofd wordt gezien wanneer alleen gekeken wordt naar omzet en werkgelegenheid. Het is goed voorstelbaar dat nachtcultuur voor grote groepen bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de stad, om er te wonen, te studeren of om Amsterdam voor een of meerdere dagen te bezoeken (Waarde van de kleine uurtjes, 2021). De nachtcultuur is daarbij voor veel Amsterdammers en voor mensen van ver buiten de stad een bron van ontspanning, plezier en inspiratie. Een plek waar groepen die zich overdag buitengesloten

4

kunnen voelen, veilig hun identiteit kunnen ontdekken, vormen en uiten. Het is waardevol om met onbekenden in contact te komen buiten werk, studie of vaste sociale kringen. In de nacht ontmoet je mensen die je overdag niet snel zou tegenkomen. In een stad met 180 nationaliteiten is de diversiteit aan cultuur, muziek en dans enorm. Amsterdammers dansen op muziek van over de hele wereld: op Turkse en Caribische feesten, op salsaavonden en tijdens 40UP-nights. Voor velen blijft de nacht dan ook een leven lang betekenisvol. Zij koesteren de nachtcultuur als een plek waar zij hun gekozen familie ontmoeten, en waar hun persoonlijkheid en identiteit blijvend gevoed worden. Voor een deel van de lhbtqia+ gemeenschap is deze gekozen familie soms de enige familie die hen écht kent en accepteert. Een plek waar zij zichzelf kunnen zijn en zich verbonden voelen met een gemeenschap en misschien zelfs een ervaring hebben die de ratio overstijgt (Nachtvisie, 2021). Het gaat dus niet alleen om de financiële waarden van nachtcultuur. Het gaat vooral om het genot dat bewoners van een stad eraan ontlenen en het effect ervan op de aantrekkingskracht van de stad voor mensen en bedrijven.

5

1.4 Wat doet de gemeente al? De gemeente wil de nachtcultuur beschermen en stimuleren. In de Nachtvisie (2021) heeft Amsterdam als eerste gemeente in Nederland de waarde van nachtcultuur erkend en vastgelegd. In deze visie heeft de gemeente, samen met de sector, belangrijke thema’s geïnventariseerd, zodat de nachtcultuur nu én in de toekomst geborgd kan worden in het gemeentelijk beleid. Om de visie concreet te maken, is in 2023 de Nachtvisie vertaald naar de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur 2023–2026, waarin duidelijke maatregelen zijn opgenomen. Een belangrijke maatregel uit deze agenda betreft het stimuleren van jongerencultuur, als onderdeel van een gezond en divers uitgaansklimaat. Kleinschalige initiatieven en talentontwikkeling vormen de basis voor een sterk en divers nachtklimaat, en bieden ook doorgroeimogelijkheden buiten de nacht. Wat overdag wordt erkend als kunst of mode, vindt vaak zijn oorsprong in de nacht. Veel succesvolle modelabels, radiostations en kunstenaars zijn voortgekomen uit het nachtleven. Bovendien zijn veel artiesten, kunstenaars en commerciële merken 's nachts actief, wat bijdraagt aan hun zichtbaarheid en marktpositie overdag.

Een gezond en divers uitgaansklimaat is essentieel voor de talentontwikkeling binnen de sector. Dankzij de hoge kwaliteit van de nacht- en festivalcultuur in Amsterdam zijn de doorgroeimogelijkheden voor artiesten, licht- en geluidstechnici, productiemanagers en organisatoren gunstig. Het is een sector waarin je als barmedewerker kunt beginnen en binnen vijf jaar kunt uitgroeien tot clubeigenaar. Tegelijkertijd heerst er ook een ons kent ons cultuur, zijn kansen voor jongeren vaak schaars en de salarissen vaak niet aantrekkelijk. Om de sector te ondersteunen bij hun ontwikkeling en het realiseren van plannen, heeft de gemeente financiële middelen beschikbaar gesteld. Dit is opgenomen in de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur, en in 2024 is via het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) een bedrag van 1,1 miljoen euro aan subsidiegeld beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn onder meer ingezet voor initiatieven die zich onder meer richten op jongeren en jongerencultuur. Denk hierbij aan talentontwikkeling, experiment, professionele groei en de ondersteuning van nieuwe én bestaande initiatieven die bijdragen aan de nachtcultuur. Echter is deze regeling via AFK een eenmalige subsidie en gericht op jongeren tot 27 jaar. Dit zou in de toekomst wellicht meer gestuurd kunnen worden naar jongeren onder de 21.

Daarnaast ontvangt Stichting Nachtburgemeester subsidie vanuit de gemeente ter bevordering van een creatieve en veilige nacht. Ook dit is een brede subsidie en niet gericht op jongerencultuur. 6

2. Doelstelling en aanpak Dit onderzoek heeft de hoofdvraag: Wat kunnen de gemeente en de uitgaanssector doen om het uitgaansklimaat in Amsterdam voor jongeren onder de 21 te verbeteren en/of te beschermen? Hiervoor zijn drie stappen opgesteld: 1. Het in kaart brengen van het huidige uitgaansklimaat voor jongeren onder de 21 jaar in Amsterdam. In hoeveel nachtclubs zijn jongeren onder de 21 welkom en is het aanbod voldoende divers? Is het aanbod überhaupt toereikend? Waar leren jongeren de ongeschreven regels en etiquette van het uitgaan? En welke route bewandelt het uitgaanspubliek doorgaans door de jaren heen? 2. Het verkennen van de wensen en denkbeelden van jongeren onder de 21 met betrekking tot het uitgaan in Amsterdam. Welke trends en ontwikkelingen zijn zichtbaar en beïnvloeden het uitgaanspatroon van jongeren die feesten, festivals en clubs bezoeken? 3. Het formuleren van een advies aan zowel de nachtcultuursector als de gemeente Amsterdam. Wat zijn aandachtspunten voor de toekomst of relevante en haalbare acties die nu genomen kunnen worden? Voor zowel de sector als voor de Gemeente Amsterdam.

Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van de volgende methoden om informatie te verzamelen:   

Deskresearch Informele interviews Enquêtes

Allereerst is in kaart gebracht hoe het huidige aanbod voor jongeren eruitziet, met aandacht voor de minimumleeftijd, genres en spreiding over de stad. Vervolgens is door middel van deskresearch onderzoek gedaan naar trends en ontwikkelingen in het uitgaansgedrag van de doelgroep. De bevindingen uit dit deel zijn verwerkt in de daaropvolgende fase van het onderzoek: de field research, waarbij gesprekken zijn gevoerd met relevante clubs en een enquête is verspreid onder de doelgroep zelf. Respondent (18j) op de vraag: Wat zou het nachtleven voor jongeren zoals jij leuker of beter maken? ''Minder hoge prijzen, waardoor het voor iedereen een stuk toegankelijker wordt om uit te gaan. Ipv dat je alleen maar dezelfde type mensen met witte overhemden tegen komt. En veel meer diversiteit in genres die gedraaid worden, waardoor je vaker verrast kan worden door de muziek ipv dat er vaak dezelfde formule wordt gebruikt met wat voor muziek werkt in een club'

7

3. Het huidige uitgaansklimaat voor jongeren onder de 21 3.1 Inventarisatie aanbod Tijdens de inventarisatie van het aanbod aan nachtclubs voor jongeren onder de 21 zijn de volgende criteria gebruikt: -

Vrijdag en zaterdag tot 03:00 of later open Elk weekend gecureerde programmering (dj's of livemuziek) Heeft de infrastructuur passend bij een nachtclub (denk aan gescheiden entree en uitgang, beveiliging, garderobe)

Door het gebruiken van deze criteria vielen veel plekken af die wel tot de Amsterdamse nachtcultuur behoren. Hiervoor is gekozen omdat er tijdens dit onderzoek alleen gekeken wordt naar het aanbod van clubs, clubs bieden namelijk een andere ervaring en hebben andere etiquette dan bijvoorbeeld feestcafé 's. Amsterdam telt volgens deze criteria 36 clubs waarvan: -

15 clubs, 44%, 18-plus 9 clubs, 26%, 21-plus 10 clubs, 29%, laat het afhangen van de dag of laat het over aan de derde partij die de avond organiseert.

Veel clubs zijn door de weeks 18-plus maar vrijdag en zaterdag 21plus. Als de criteria worden aangescherpt naar alleen vrijdag en zaterdag zien we de volgende verschuiving: -

15 clubs, 44%, 18-plus 14 clubs, 41%, 21-plus 5 clubs, 15% afhankelijk van de avond

(Zie bijlage 1.1) Als we kijken naar het aanbod van genres is het aanbod redelijk divers onder de 21-min-clubs. De elektronische- en popmuziek, urban en alternatief zijn goed gespreid over de clubs en stadsdelen. Het aanbod valt alleen tegen als we kijken naar uitgesproken queer clubs. Van alle 18+ clubs is alleen Club NYX uitgesproken queer gericht/vriendelijk. Club Church ook, maar die spreken een kleine doelgroep aan die over het algemeen wat ouder is (zie bijlage 1.2). Verder zijn er geen vaste 16+ avonden in de stad, ongeveer twee keer per jaar organiseert de Melkweg een feest genaamd "PUUR". In de Panama is er, met dezelfde frequentie, een 16+ feest genaamd "Huis Fiesta". Opvallend, want toen de alcohol leeftijd nog 16+ was waren er in Amsterdam ongeveer een keer per maand FRIS-feesten. De FRIS-feesten stonden bekend om hun veilige en verantwoorde omgeving, zonder alcohol, drugs of tabak, en boden jongeren, van 12 tot 16, de kans om vroeg kennis te maken met het uitgaansleven. In 2020 is het feest concept FRIS gestopt. Opvallend is dat hun 8

doelgroep 12-16 jarige uit 2020 nu de leeftijd 17 – 21 heeft. Precies de doelgroep die nu in mindere maten deelneemt aan het nachtleven. Uit interviews met clubs uit het centrum blijkt dat veel clubs die officieel een minimumleeftijd van 21 jaar hanteren, dit in de praktijk niet strikt naleven. De vermelding van 21-plus dient vaak als een instrument om makkelijker bepaalde groepen jongeren te weren, zoals personen die al dronken zijn, in grote groepen voor de deur staan, of volgens de club niet passen binnen het gewenste deurbeleid. Tegelijkertijd merken programmeurs dat een expliciet 18-plus label juist een oudere doelgroep kan afschrikken, zij vrezen terecht te komen in een omgeving vol jonkies. In werkelijkheid blijken jongeren onder de 21 dus vaak gewoon welkom bij veel clubs, ondanks het deurbeleid vermeld op de website. Gastenlijst In het Amsterdamse uitgaansleven speelt de gastenlijst een grote rol. Clubs en organisatoren gebruiken dit systeem al jaren om publiek aan te trekken, vooral onder jongeren. De drempel om uit te gaan wordt hiermee verlaagd: wie op de gastenlijst staat, hoeft geen entree te betalen en voelt zich speciaal uitgenodigd. Wat ooit een exclusief middel was om vaste bezoekers of bekenden te belonen, is in de loop der tijd uitgegroeid tot een breed gebruikt marketinginstrument in de stad.

Uit verschillende interviews met clubs in de binnenstad blijkt dat er onderling concurrentie is ontstaan over het aanbod van gratis toegang via gastenlijst. Als de ene club geen gastenlijst aanbiedt, dan biedt een club verderop deze wel aan. En omdat jongeren relatief weinig te besteden hebben is gratis toegang een belangrijk middel om jongeren aan te trekken. Een positief effect op de toegankelijkheid, maar niet wenselijk voor de clubs die zo entreeinkomsten mislopen. Concluderend lijkt het aanbod van clubs voor 21-minners op papier beperkt. Ongeveer de helft van de 36 clubs hanteren een 21-plus deurbeleid. De overige clubs hebben een goed verdeeld en divers aanbod van programmering. Alleen het aanbod van uitgesproken queer-vriendelijke clubs is erg klein voor de 21-minners. Daarnaast blijkt dat het deurbeleid zoals dat naar buiten wordt gecommuniceerd, in de praktijk minder strikt is dan vaak wordt aangenomen. Jongeren onder de 21 zijn regelmatig wél welkom: het 21-plus beleid fungeert vooral als een vorm van afschrikking. De vraag die dan opkomt is of jongeren deze clubs wel weten te vinden. In de praktijk zijn dit waarschijnlijk alleen jongeren die goed op de hoogte zijn. Daartegenover staat een beginnend publiek voor wie uitgaan nog nieuw en spannend is.

Als er "21-plus" op de website of flyers staat, gaan nieuwkomers in het nachtleven er logischerwijs niet van uit dat ze binnenkomen.

9

3.2 Trends en ontwikkelingen vanuit deskresearch Er worden drie trends en ontwikkelingen uitgelicht die voortkwamen uit verschillende rapporten en onderzoeken die de afgelopen jaren zijn verschenen. Bezoekers gaan minder vaak uit Een belangrijke conclusie uit Het Grote Uitgaansonderzoek 2023, uitgevoerd door het Trimbos-instituut, is dat jongeren sinds de coronapandemie minder vaak uitgaan. De doelgroep van dit onderzoek bestond uit uitgaanders tussen de 16 en 35 jaar die in het afgelopen jaar minimaal één keer een feest, club of festival hebben bezocht. Het percentage wekelijkse kroegbezoekers daalde van 48% in 2020 naar 25% in 2023. Het aandeel wekelijkse clubbezoekers ging in dezelfde periode omlaag van 24% naar 13%. In 2023 bezocht 39% van de respondenten maandelijks een club. Omdat het percentage dat wekelijks een huisfeest bezocht ook daalde (van 23% in 2020 naar 10% in 2023), lijkt het frequent uitgaan zich niet te verplaatsen naar de woonkamer (Trimbos-instituut, 2023). Deze trend wordt bevestigd door het Antenne Amsterdam 2023-onderzoek. Ook daarin komt naar voren dat een jongeren minder vaak het nachtleven opzoeken (Benschop & Nabben, 2024).

De afname in uitgaansfrequentie wordt onder meer toegeschreven aan gestegen prijzen in het nachtleven en de toegenomen concurrentie van festivals. Ook internationaal wordt deze ontwikkeling waargenomen: uit een enquête van de Britse Night Time Industries Association blijkt dat 68% van de respondenten aangeeft minder vaak uit te gaan vanwege de huidige economische situatie (Night Time Industries Association, 2024). Prijsstijging De prijsstijging die de bezoeker ervaart kent meerdere oorzaken. Clubeigenaar Moktar Nabil (Garage Noord) heeft deze oorzaken helder geformuleerd tijdens een interview, gehouden naar aanleiding van dit onderzoek. "De afgelopen jaren is het organiseren van clubavonden structureel complexer en duurder geworden. Net als in andere delen van de culturele sector worden forse investeringen gedaan in productie, techniek, hospitality en programmering. Daarbovenop komt de verantwoordelijkheid om een sociaal veilige omgeving te bieden aan een divers publiek. Dit vraagt om de inzet van getraind personeel, vertrouwenspersonen, awareness-teams en passend beleid". Daarnaast spelen gestegen vaste lasten, inflatie en accijnzen een belangrijke rol. In Nederland zijn alcoholaccijnzen gekoppeld aan inflatie, maar in tegenstelling tot andere accijnzen worden deze niet jaarlijks geïndexeerd. In de praktijk leidt dit tot incidentele, forse tariefstijgingen.

Ondanks de forse tariefstijgingen, is dit systeem op 10

de lange termijn voordeliger voor ondernemers. De twee meest recente verhogingen van de alcoholaccijnzen vonden plaats in 2014 (5,75%) en in 2024 (8,4%) (Rijksoverheid, 2024). Een andere recente ontwikkeling betreft de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid in de horeca door de Belastingdienst. Ondernemers die zelfstandigen inhuren moeten voortaan aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van een zelfstandige arbeidsrelatie. Dit dwingt cluborganisaties soms om personeel in loondienst te nemen dat oorspronkelijk alleen op piekmomenten werd ingehuurd. De stijgende kosten leiden tot hogere entreeprijzen, gemiddeld €17,50 per avond, exclusief garderobekosten van ongeveer €4. Voor veel jongeren vormt dit een serieuze drempel om regelmatig uit te gaan. Steeds vaker wordt gekozen voor avonden met bekende artiesten, om verzekerd te zijn van een goed bezochte avond en om kaartverkoop in de voorverkoop te stimuleren. Tegelijkertijd worden er minder artiesten geboekt per avond, bijvoorbeeld door de eerste DJ te weg te bezuinigen. Dit gaat ten koste van de zichtbaarheid van nieuw talent en belemmert de ontwikkeling van experimentele programmering. In tegenstelling tot veel andere culturele instellingen zijn clubs doorgaans slechts enkele dagen per week geopend, wat de economische houdbaarheid extra kwetsbaar maakt.

Gezonder leven Het groeiende bewustzijn rond mentale en fysieke gezondheid leidt tot een afname van de drankcultuur zoals we die vroeger kenden. Uit een Britse YouGov-studie onder 18- tot 24-jarigen blijkt dat Gen Z, in vergelijking met andere (volwassen) leeftijdsgroepen, het minst alcohol drinkt. Maar liefst 39% van hen drinkt helemaal geen alcohol, terwijl dit percentage voor het VK als geheel op 20% ligt (BBC, 2023). In een Vlaams onderzoek uit 2018 werd al geconcludeerd dat uitgaanders zich beter bewust zijn van de risico’s van drank en drugs. Daarmee lijkt het cliché van de achteloos pillenslikkende, blowende en drinkende uitgaander achterhaald (De Standaard, z.d.). Volgens het Nibud Scholierenonderzoek, uitgevoerd in 2016 en opnieuw in 2020, geven scholieren minder geld uit aan cafés, discotheken, festivals of concerten. In 2016 gaf 68% van de ondervraagden aan hieraan geld te besteden, in 2020 was dit nog slechts 47%. Het onderzoek uit 2020 vermeldt echter niet of scholieren bij hun antwoorden rekening hielden met de coronamaatregelen. Tegelijkertijd nam het percentage scholieren dat geld uitgeeft aan andere uitgavenposten, zoals kleding, sport, hobby’s en abonnementen, toe (Nibud, 2016; Nibud, 2020). Daarnaast laat een studie van het Trimbos-instituut zien dat lifestylecampagnes en preventieactiviteiten zich sinds 2006 in 11

toenemende mate op ouders richten. De studie benadrukt dat ouders, ook bij oudere tieners van 16 jaar en ouder, nog steeds significante invloed uitoefenen op het gedrag van hun kinderen. Volgens de onderzoekers draagt dit bij aan een gezonder en veiliger uitgaansklimaat, hoewel je ook zou kunnen stellen dat deze invloed jongeren ontmoedigt om uit te gaan (Trimbos-instituut, 2020). ‘Helikopterouders’ kunnen het gebrek aan sociale vaardigheden bij jongeren zelfs versterken. Door kinderen voortdurend in de gaten te houden en te beschermen tegen mogelijke risico’s, kan het onbedoeld de ontwikkeling van zelfstandigheid en weerbaarheid bij jongeren belemmeren. Als jongeren het gevoel krijgen dat hun ouders hen niet vertrouwen, kan hun motivatie om uit te gaan verminderen. In sommige gevallen wordt de barrière om uit te gaan zo groot (door sociale angst, eenzaamheid, gebrek aan vaardigheden of moed) dat jongeren uiteindelijk besluiten helemaal niet meer uit te gaan (New York Times, 2023).

3.3 Trends en ontwikkelingen vanuit interviews Er zijn interviews gehouden met zes programmeurs en clubmanagers, de helft hiervan staat door hun jonge leeftijd erg dicht bij de 21-minners. De programmeurs en clubmanagers zien de volgende trends: 1. Minder uitgaan, meer selectieve keuzes Jongeren onder de 21 gaan minder vaak uit dan voorheen. Ze kiezen bewuster en gaan liever af en toe naar een bijzondere avond dan wekelijks stappen. Festivals zijn gedurende de zomermaanden de grootste concurrent van clubs geworden. 2. Financiële beperkingen spelen grote rol Uitgaan is duurder geworden. Jongeren geven vaker de voorkeur aan een drankje op het terras of een avond thuis boven een dure clubnacht. 3. Corona heeft blijvende impact gehad De coronageneratie, zij die 18 werd tijdens de pandemie, ervaart uitgaan als vermoeiend of overweldigend. Ze hebben minder sociale energie, zijn sneller moe en vinden drukke clubs vaak overweldigend. 4. Strenger deurbeleid sluit jongeren uit Voorheen kwamen jongeren van 15-18 relatief makkelijk binnen in clubs. Tegenwoordig is de ID controle veel 12

strenger, waardoor jongeren die willen minder vroeg in aanraking komen met de clubscene. Daarnaast zoeken jongeren naar veilige, toegankelijke plekken waar ze zichzelf kunnen zijn. Te veel regels of een intimiderend deurbeleid schrikt af en zorgt voor een extra drempel. Positieve sfeer en gastvrijheid zijn belangrijk voor jongeren. 5. Minder ruimte om te experimenteren De drempel om zelf feesten te organiseren is hoger. Door strengere regelgeving en financiële risico's stoppen jonge organisatoren vaak na één mislukte poging. Er is minder financiële ruimte om fouten te maken. 6. Toename van daytime events en alternatieve vormen van uitgaan Omdat een deel van de jongeren eerder naar huis wil en gezondere keuzes maken, winnen dag- en vroege avondevenementen aan populariteit. Dit sluit beter aan bij hun levensstijl. Door de toenemende financiële druk kunnen studenten het zich niet meer veroorloven om brak in de collegebanken zitten. Studievertraging is te duur geworden. Om geld te verdienen moet je fris zijn en aan je carrière werken. De ruimte om te spelen is weg.

7. Sociale media belangrijker dan ooit Voor jongeren is online zichtbaarheid minstens zo belangrijk als de fysieke clubervaring. Veel jonge dj's en organisatoren bouwen hun carrière via sociale media in plaats van de traditionele club hiërarchie. 8. Individuele carrières boven collectieve scenes Er is minder sprake van een 'scene' met onderlinge betrokkenheid. Jonge dj's of organisatoren zijn individualistischer en vaker gericht op eigen ontwikkeling of branding, dan op een gezamenlijk clubgevoel of community. Zo zie je ook dat dj’s een eigen club avond organiseren onder hun eigen vlag, op verschillende locaties. In plaats van zich binden aan een plek en bijvoorbeeld resident worden (en niet bij de concurrent draaien). 9. Concertbezoekers groeien, megaconcerten zijn populairder dan ooit Mainstream muziek blijft overheersen en zelfs groeien op streamingplatforms. Wat een indicatie is voor een verschuiving in luistergedrag naar meer toegankelijke muziek. De vuistregel is dat 5% van het wereldwijde repertoire goed is voor 95% van alles muziek streams. Streaming platform Deezer zegt dat 90% van de streams uit slechts 100.000 nummers komt, minder dan een half procent van alle liedjes (NRC, 2023). Dit is een trend waar 13

nog niet veel onderzoek naar is gedaan. Er lijkt naast een sociale- en nieuwsbubbel, nu ook een muziekbubbel te zijn ontstaan. Net zoals dat men niet meer voor het nieuws wil betalen, wil de consument nu ook niet meer dan 10 euro per maand aan muziek uitgeven. De prijs die we hiervoor betalen is dat er nieuwsbubbels en muziekbubbels zijn ontstaan, gestuurd door algoritmes. De meeste journalisten gaan niet verder dan constateren dat de consument een armoedige keuze maakt uit een rijkaanbod. Popartiesten lijken hier het meest van te profiteren. Samen met de groeiende behoefte aan live-ervaringen zorgt dit voor een toename van grote popconcerten die veel jongeren aantrekken. Een steeds groter wordende groep jongeren is bereid aanzienlijke bedragen neer te leggen voor megaproducties, zoals stadionshows of grote festivals. Kleinere (niche) venues lijken hiervan de dupe te zijn en ervaren nauwelijks nieuwe aanwas op het gebied van nieuw nachtelijk talent, subculturen en scenes. 10. Opkomst en aanhouden populariteit datingapps Sinds de opkomst van dating-apps wordt er een constante discussie gevoerd over de voor- en nadelen. Er zijn verschillende voordelen, zoals dat jongeren sneller in contact komen met mensen buiten hun directe sociale of geografische kringen. Dit geldt in het bijzonder voor lhbtqia+ jongeren die zich minder veilig voelen in de standaard

uitgaansscene. Er zijn echter ook nadelen op het gebied van mentale gezondheid en eenzaamheid. Jongeren blijven vaker thuis op vrijdagavond om "te swipen" in plaats van echt uit te gaan, swipen geeft de gebruiker een dopaminekick maar leidt doorgaans niet naar een echte connectie. Clubs worden minder bezocht om te ontdekken, maar als verlengstuk van date-afspraken.

3.4 Enquête In de periode van 18 juli tot 24 juli 2025 is een enquête uitgestuurd naar jongeren tussen de 15 en 21 jaar. Met als doel een beter beeld te krijgen van de trends, ontwikkelingen, ervaringen en behoeftes van de doelgroep. De steekproef is relatief klein (54 respondenten), toch biedt deze enquête een interessante zoekrichting als het gaat om eventueel toekomstig onderzoek. Er is gekozen voor 21 jaar of jonger, in plaats van jonger dan 21 omdat dit het bereik van het beschikbare netwerk zou vergroten. Achteraf was dit niet noodzakelijk; van de 54 respondenten waren er 46 (85%) jonger dan 21.

14

Verder viel op dat meer dan de helft van de respondenten in Amsterdam-Noord woont. De voornaamste oorzaak hiervan ligt in het startpunt van de enquête. Deze is namelijk opgezet in samenwerking met het Skatecafe in Amsterdam-Noord, waarbij gebruik is gemaakt van hun personeelsbestand. Via dit netwerk is de enquête vervolgens verspreid onder verschillende vriendengroepen en collega’s. De gedachte hierachter is dat respondenten worden bereikt die in meer of mindere mate al betrokken zijn bij, of interesse hebben in, de nachtcultuur. Voor een onderzoek op deze schaal was dit wenselijk, omdat er veel naar meningen en ervaringen wordt gevraagd. Het nadeel hiervan is dat hierdoor respondenten afwijken van het gemiddelde profiel van Amsterdamse jongeren.

Over het algemeen is er een goede spreiding te zien in opleidingsniveau die representatief is voor de doelgroep.

uitgaan voor jongeren elitair of onbereikbaar wordt. Betaalbaarheid is een steeds grotere barrière, jongeren vragen expliciet om betaalbare alternatieven. Bijvoorbeeld "biertjes onder de 4euro". Ook in het bewonersonderzoek uitgevoerd door VibeLab wordt betaalbaarheid als grootste verbeterput genoemd onder de respondenten (64,3%). -

(Zie bijlage 2) Belangrijkste bevindingen enquête: Er zijn een aantal trends en ontwikkelingen, beschreven in het vorige hoofdstuk, die worden in de enquêteresultaten worden bevestigd:

15

-

Afname in frequent uitgaan. Jongeren geven aan minder vaak uit te gaan dan ze zouden willen. Uitgaan is minder spontaan en meer afhankelijk van planning en verantwoordelijkheden.

-

Geld wordt vrijwel universeel genoemd als grootste belemmering, er wordt in de enquête gesuggereerd dat

Een deel van de jongeren vindt dagfeesten leuker dan nachtfeesten. Er is een trend richting dag-en vroege avondfeesten, vooral onder jongeren die hun energie anders willen verdelen. De redenen hiervoor gegeven: minder vermoeiend, beter te combineren met werk/studie, gezellige sfeer. Deze trend wordt ook onderschreven door het bewonersonderzoek uitgevoerd door VibeLab.

Respondent (18j) op de vraag: Wat zou het nachtleven voor jongeren zoals jij leuker of beter maken? ''Goedkoper maken vooral, het is omdat drankjes zo duur zijn aanlokkelijk om drugs te doen aangezien dit veel minder duur is en je het net zo leuk hebt''

Ook zijn er een aantal nieuwe inzichten voortgekomen uit de enquête: -

Respondenten missen variatie in genres. Veel genoemde kritiek: "Altijd dezelfde techno". Er is ook meer vraag naar lokale-, unieke- en live muziekervaringen.

-

Uitgaan is niet meer vanzelfsprekend, het moet passen binnen het leven, werk en welzijn van jongeren. Ze kiezen vaker bewust voor rust als ze de volgende dag verplichtingen hebben.

-

Respondenten geven aan zich minder vrij te voelen tijdens het uitgaan door de constante aanwezigheid van telefoons. Het idee voortdurend gefilmd te kunnen worden zorgt ervoor dat jongeren minder vrij bewegen. Denk aan lekker ongegeneerd dansen en de angst hebben dat dat raar gevonden wordt. Daarnaast vinden respondenten dat telefoons spontane interactie onder het uitgaanspubliek beperkt.

Er is een opvallende tegenstrijdigheid zichtbaar tussen de ervaringen rondom het 21-plus deurbeleid van de geïnterviewde clubprogrammeurs en de respondenten:

16

-

Programmeurs en clubmanagers gaven aan dat het beleid voornamelijk een marketingtechnisch middel is en dat 21minners in de praktijk vaak wel welkom zijn. Respondenten daarentegen benoemen het 21-plus deurbeleid expliciet als een barrière om uit te gaan. Uit de enquête blijkt dat dit beleid voor sommige jongeren een frustrerende drempel vormt. Zij zouden graag meer mogelijkheden zien voor 18- tot 21-jarigen, vooral als het gaat om kwalitatief en muzikaal uitgaan. Respondent (19j): "Toen ik jonger was leek uitgaan mij het meest fantastische ooit. Iedereen zou keihard dansen, het zou bevrijdend zijn en er zouden altijd coole dingen gebeuren. Nu besef ik me dat het wel anders is en vind ik het vaak vermoeiend om tot laat door te gaan omdat ik dan denk, het wordt vast toch niet geweldig dan ga ik liever op tijd slapen."

Respondent (19j): ''Ik denk dat het betaalbaarder moet worden en toegankelijker voor jongeren om naar alle clubs te gaan. Veel plekken zijn 21+ geworden in de afgelopen jaren.''

4. Conclusie Tijdens dit onderzoek zijn er 36 clubs geanalyseerd om te begrijpen hoe het clublandschap er uit ziet voor jongeren tussen de 18 en 21 jaar. Om dit te doen is de rol van het deurbeleid, specifiek de minimumleeftijd, voor deze doelgroep onderzocht. Daarnaast is er gesproken met clubmanagers en clubprogrammeurs van zes verschillende clubs om een helder beeld te krijgen van de trends en ontwikkelingen binnen het nachtleven. Aan de hand van deze inzichten is vervolgens de doelgroep ondervraagd middels een enquête. Voorafgaand aan dit onderzoek was de aanname dat de terugloop in bezoekersaantallen vooral gezocht moest worden in economische factoren. Dit blijkt echter minder zwart-wit dan gedacht. Ook sociale factoren en culturele veranderingen spelen een duidelijke rol. Jongeren gaan sinds de coronapandemie aanzienlijk minder vaak uit dan voorheen. Bij scholieren was er zelfs vóór de pandemie al een forse daling te zien in het percentage van hun besteedbaar inkomen dat zij aan het nachtleven uitgaven. Deze verandering is toe te schrijven aan zowel economische factoren als veranderde levensstijlkeuzes van jongeren. Deze groep wil gezonder leven en reserveert minder budget voor uitgaan, ze geven hun geld liever uit aan hobby’s en kleding. Wanneer ze dan wél uitgaan, geeft een groeiend deel van de doelgroep de voorkeur aan dag- of vroege 17

avondfeesten. Het zijn jongeren die hun energie anders willen verdelen. De genoemde redenen hiervoor zijn: minder vermoeiend, beter te combineren met werk of studie, en een gezelligere sfeer. Een aantal organisaties spelen hierop in en organiseren dag- of vroege avondfeesten op alternatieve locaties zoals restaurants en winkels. Zij lopen alleen tegen de grenzen van hun vergunning aan en krijgen te maken met geluidrestricties en andere regels. Andersom spelen sommige clubs ook in op middag- en avondprogrammering, maar mogen vaak doordeweeks en/of overdag maar beperkt open zijn. Naast economische en sociaal-culturele factoren speelt ook de minimumleeftijd een rol die clubs handteren. Ongeveer de helft van de clubs in Amsterdam, voornamelijk nieuwe en alternatieve clubs, handteren een 21-plus deurbeleid wat veel jonge uitgaanders uitsluit. Bij de conclusie dat levensstijlkeuzes van jongeren verschillen van die van eerdere generaties, moet een belangrijke kanttekening worden geplaatst. Veel van deze trends zijn terug te leiden naar de stijgende kosten verbonden aan het nachtleven en de daardoor verminderde toegankelijkheid van het nachtleven. Een voorbeeld: wanneer de prijzen zo hoog zijn dat je niet twee keer per week, maar nog slechts eens per twee weken uit kunt gaan, verdwijnt het uitgaan op den duur uit je ritme.

Daardoor hechtten uitgaanders wellicht meer waarde aan de momenten dat ze wél een club bezoeken: je drinkt mogelijk meer, de avond voelt intensiever

en vermoeiender. Als het bezoeken van clubs uit je systeem verdwijnt, verschuift de voorkeur makkelijker naar alternatieven zoals dag- of vroege avondevenemen en. In dat geval is er minder sprake van een bewuste levensstijlverandering, en meer van een reactie op de economische realiteit. Samenvattend liggen de belangrijkste pijnpunten in de hoge prijzen en het beperkende deurbeleid. Tegelijkertijd liggen de kansen in het ontwikkelen van toegankelijke alternatieven zoals dag- en hybride evenementen, en in het heroverwegen van het deurbeleid zodat jongeren tussen de 18 en 21 jaar eerder deel kunnen nemen aan de nachtcultuur.

5. Aanbevelingen Vanuit de conclusie zijn de volgende aanbevelingen voortgekomen. Deze zijn onderverdeeld in aanbevelingen voor de sector en aanbevelingen voor de gemeente. Aanbevelingen voor clubs 1. Toegankelijkheid vergroten Clubs kunnen impact hebben door het verlagen van drempels en avonden ontwikkelen die beter aansluiten bij de leefwereld van jongeren onder de 21 jaar. Zo kan het verlagen van de minimumleeftijd bijdragen aan meer toegankelijkheid en erkenning (vertrouwen) voor de leeftijdsgroep. Daarnaast kan gekeken worden 18

naar kortingspassen of loyaliteitskaarten voor jongeren, om de financiële barrière aan de deur te verlagen en uitgaan te stimuleren. Hier en daar zijn inmiddels opkomende initiatieven zichtbaar. Deze initiatieven zouden door de sector onderzocht en ondersteunt moeten worden. 2. Nieuw aanbod Ook het aanbod zelf verdient aandacht. Jongeren geven vaker de voorkeur aan dag- of vroege avondfeesten, vanwege de betere combinatie met werk of studie, minder fysieke uitputting en een gemoedelijkere sfeer. Het organiseren van dit soort evenementen kan nieuwe doelgroepen aantrekken zonder direct te concurreren met de huidige clubnachten. 3. Sfeer en inclusie versterken Naast structurele aanpassingen in tijd en prijs is het investeren in sfeer en inclusie cruciaal. Dit geldt niet alleen voor de sociale beleving (denk aan telefoongebruik op de dansvloer) en veiligheid, maar ook op muzikaal gebied. Een diverser programma, met ruimte voor nichegenres, avonden met een focus op lhbitqa+ en jong lokaal talent, maken het nachtleven aantrekkelijker en herkenbaarder voor een grotere groep jongeren. 4. Jongeren actief betrekken Een belangrijke stap richting meer betrokkenheid is het stimuleren van werkgelegenheid binnen clubs voor jongeren. Werken in het

nachtleven kan bijdragen aan sociale ontwikkeling, netwerkvorming en eigenaarschap. Door jongeren actief te betrekken bij de organisatie en vormgeving van het nachtleven, ontstaat er een uitgaansklimaat waarin zij zich serieus genomen voelen en zich verder kunnen ontwikkelen. Aanbevelingen voor de gemeente 1. Ondersteuning en borging Ook de gemeente speelt een grote rol in het toegankelijker maken van het uitgaansklimaat voor jongeren in Amsterdam. Het actief ondersteunen van clubs en culturele organisaties die zich richten op de leeftijdsgroep 16 tot 21 jaar, zowel financieel als beleidsmatig, is belangrijk om voor deze groep een gezond klimaat te waarborgen. Deze ondersteuning kan verschillende vormen aannemen. Denk bijvoorbeeld aan het toezeggen van financiële tegemoetkomingen, via het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK), aan clubs of organisaties die programma’s ontwikkelen speciaal voor jongeren onder de 21 jaar. Zoals avonden als ''Puur" in de Melkweg en ''Huis Fiesta'' in Club Panama. Met als gevolg dat er minder druk ligt op het doorberekenen van alle kosten naar de consument. Dit punt kent extra urgentie omdat de huidige subsidie stroming via het AFK afloopt januari 2026. Als het gaat om structurele subsidies aan nachtpodia zou het de sector goed doen om deze structurele subsidies te laten meestijden met de stijgende kosten, in plaats van inflatie. Ook kan 19

er vanuit Stichting Nachtburgemeester consistent aandacht worden geschonken aan deze kwetsbare leeftijdsgroep. Clubs moeten het hoofd boven water zien te houden, waardoor ze keuzes maken die niet altijd gunstig zijn voor minderheden. Beleid zou in mijn optiek dus niet alleen gericht moeten zijn op het in stand houden van clubs, maar ook op het tegengaan van sociale ongelijkheid.’ -Timo Koren, sociaal geograaf, in het FD-artikel “Het nachtleven staat onder druk” (2025)

2. Drempels in regelgeving Verder is het van belang om meer ruimte te creëren voor alternatieve vormen van uitgaan, zoals dagfeesten en (culturele) festivals op hybride locaties. De gemeente zou de regelgeving en handhaving rondom dit soort evenementen kunnen versoepelen. Denk hierbij aan aanpassingen in reguliere openingstijden, de verkoop van alcohol en het gebruik van versterkte muziek. Dit geldt met name voor openluchtlocaties, tijdelijke initiatieven en niettraditionele feestlocaties zoals restaurants of winkels. Op deze manier wordt het voor jonge organisatoren gemakkelijker om vernieuwende concepten te realiseren die beter aansluiten bij de behoeften van jongeren. 3. Vroege kennismaking stimuleren Daarnaast kan de gemeente investeren in samenwerkingstrajecten tussen (basis)scholen, jongerencentra en culturele instellingen,

zodat jongeren al vroeg en op een veilige, toegankelijke manier in aanraking komen met nachtcultuur. Denk hierbij aan het stimuleren van schoolfeesten, frisfeesten en culturele uitstapjes voor groep 8 naar poppodia of theaters. Deze activiteiten dragen bij aan het ontwikkelen van een klimaat waarin het nachtleven wordt gezien als een veilige vorm van ontspanning en expressie. Dit kan bijvoorbeeld door middelbare scholen middelen te geven om feesten in professionele clubs te organiseren in plaats van in een schoolaula. Daarnaast kan de gemeente frisfeesten stimuleren door samenwerking met bestaande clubs en organisatoren te faciliteren, waarbij podia beschikbaar worden gesteld, alcoholvrije evenementen actief worden gepromoot en jongeren betaalbare toegang krijgen. Ook kan uitbreiding en verdere ondersteuning van initiatieven zoals de Kunstschooldag voor groep 8 bijdragen aan een duurzame verbinding tussen jongeren en de culturele sector. 4. Structurele jongerenparticipatie Als vierde punt zou het structureel onderzoeken van de wensen en ervaringen van jongeren binnen de nachtcultuur verankerd moeten worden in het beleid. Een jongerenadviesraad, gekoppeld aan het nachtcultuurbeleid, zou een instrument kunnen zijn om de afstand tussen beleidsmakers, organisatoren en jongeren te verkleinen.

Tot nu toe is in Nederland er alleen in Nijmegen een koppeling gemaakt tussen een jongerenadviesraad en nachtcultuur. Op 18 april 2024 vond de dialoogsessie uitgaan voor jongeren plaats op het Notre Dame College. Hierin gingen jongeren in gesprek met de gemeente 20

en horecapartijen om het nachtleven in Nijmegen voor jongeren onder de 18 veilig, inclusief en toegankelijk te maken (Jongerenraad Nijmegen, 2024). De dialoogsessie over "uitgaan voor jongeren" is daarmee een goed voorbeeld van beleidsmatige betrokkenheid bij nachtcultuur georganiseerd via een jongerenraad. Ook Antwerpen is een goed voorbeeld van hoe je een jongerenraad inzet voor nachtcultuur. Dankzij een jongerenraad krijgen Antwerpenaren een stem in het beleid. Een groep van 50 jongeren tussen 12 en 24 jaar komen 3 tot 6 keer per jaar samen om mee na te denken over thema’s die hen bezighouden, zoals: ‘Voel je je veilig in het Antwerpse nachtleven? Hoe kan het anders en beter?’ ‘Ben jij of iemand in je omgeving soms eenzaam? Wat kan de stad daaraan doen?’ Alleen door jongeren mee te laten doen blijft het nachtleven van Amsterdam relevant, inclusief en toekomstbestendig. Wellicht kan er gekeken worden naar een samenwerking tussen de Jongeren Advies Raad van Amsterdam (JARA), de Nachtraad en Kunst en Cultuur (Stad Antwerpen. (z.d.)). 5. Toekomstig aanvullend onderzoek De gemeente zou naar aanleiding van dit onderzoek ruimte moeten maken voor vervolg onderzoeken. Om te voorkomen dat er uitsluitend wordt gekeken naar de coronageneratie en dat visies of beleid op basis van diens voorkeuren worden aangepast, is

aanvullend onderzoek voor de toekomst nodig. De coronageneratie vormt mogelijk een uitzonderingsgroep, en voor de generatie die nu achttien wordt zijn weer andere aspecten interessant. Zo zou er onderzoek gedaan kunnen worden naar: -

Uitgavenpatronen onder jongeren

Wat is het besteedbaar inkomen van Amsterdamse jongeren en waar geven zij dit aan uit? Dit zou elke twee jaar onderzocht kunnen worden als aanvulling op bestaande onderzoeken. Het Grote Uitgaansonderzoek, dat eens in de vier jaar plaatsvindt, richt zich voornamelijk op uitgaansgedrag en middelengebruik onder jongeren en jongvolwassenen. Het Nibud Scholierenonderzoek, eveneens vierjaarlijks, onderzoekt vooral financiële gewoontes van scholieren tussen de 12 en 18 jaar. Een tweejaarlijkse aanvulling gericht op besteedbaar inkomen en bestedingspatronen van jongeren in Amsterdam zou zo een waardevolle verbinding vormen tussen deze bestaande onderzoeken. Ook geeft het waardevolle inzichten voor andere onderzoekers die het gedrag van jongeren onderzoeken. -

Breder onderzoek naar de behoeftes van jongeren

Naast inzicht in uitgavenpatronen is het zinvol om breder onderzoek te doen naar de behoeften, motivaties en drempels van jongeren. De beeldvorming rond hun (culturele) participatie wordt nog vaak bepaald door stereotypen, terwijl een groot deel van hun vrijetijdsbesteding verschuift naar digitale entertainment: sociale 21

media, games en streaming. Deze verschuiving is een bredere maatschappelijke trend die ook impact heeft op het culturele veld. Nader onderzoek kan helpen te bepalen welke vormen van fysieke en sociale culturele activiteiten jongeren aanspreken en in hoeverre zij wachten op alternatieven vanuit het culturele veld of op heldere kaders en regelgeving vanuit de overheid, zodat hun participatie kan toenemen. Tot slot De coronageneratie heeft het zwaar. Na lockdowns, in de periode dat zij de overgang maakten van middelbare school naar studie, hoopten jongeren eindelijk zorgeloos deel te nemen aan het Amsterdamse nachtleven. In werkelijkheid werden ze geconfronteerd met drempels: hoge entree- en drankprijzen en een streng deurbeleid met steeds meer 21-plus clubs. De spontaniteit en toegankelijkheid die het nachtleven ooit kenmerkten, zijn grotendeels verdwenen. Alles moet van tevoren ''gepland'' worden: kaartjes online bestellen, inschatten of je wel financieel uitkomt en of je de volgende dag niks belangrijks te doen hebt. Zoals een respondent goed verwoordde: ''Als je echt plezier wilt hebben en drankjes voor jezelf en je vrienden wilt kopen, dan ben je daar zoveel geld aan kwijt dat je je zorgen moet maken. Je kan niet meer zomaar voor je vrienden een rondje halen.

Dat is te duur.'' De hoofdvraag van dit onderzoek luide: Wat kan de gemeente en de sector doen om het uitgaansklimaat in Amsterdam voor jongeren

onder de 21 te verbeteren en/of te beschermen? Uit dit onderzoek blijkt dat de urgentie groot is. Wanneer jongeren niet meer met enige regelmaat deelnemen aan het nachtleven kan het gemakkelijk uit hun ritme en leefwereld verdwijnen. Jongeren gaan minder vaak uit, clubs verliezen vaste bezoekers en ondernemers worden steeds afhankelijker van toeristen. Het is nog niet te laat. De jongeren die aan dit onderzoek hebben meegewerkt, willen graag onderdeel zijn van de Amsterdamse nachtcultuur. Door gerichte maatregelen vanuit zowel de clubs als de gemeente kan het tij worden gekeerd: van subsidies bieden voor school- en frisfeesten, tot het verlagen van drempels bij clubs en het investeren in sfeer, inclusie en uitstraling. Daarmee wordt niet alleen het nachtleven toegankelijker en aantrekkelijker, maar wordt ook geïnvesteerd in de sociale en culturele participatie van een nieuwe generatie Amsterdammers. Een gezond en inclusief nachtleven is erg belangrijk. Het draagt bij aan binding met de stad en versterkt de internationale uitstraling die Amsterdam verdient. Alleen door jongeren actief de nacht in mee te nemen, kan de nachtcultuur toekomstbestendig worden gemaakt.

22

Bronvermelding: Stad Antwerpen. (z.d.). Adviesraad Antwerpse jongeren. Antwerpen.be. https://www.antwerpen.be/product/adviesraadantwerpse-jongeren? BBC. (2023, juli 5). Why Gen Z are not drinking alcohol. BBC News. https://www.bbc.com/news/articles/czed9321l37o Benschop, A., & Nabben, T. (2024). Antenne Amsterdam 2023: Trends in gebruik van alcohol, tabak, cannabis en andere drugs. Hogeschool van Amsterdam. https://openresearch.amsterdam/nl/page/107555/antenneamsterdam-2023 De Standaard. (z.d.). Uitgaanders bewuster van drank- en drugsgebruik. Het Financieele Dagblad. (2025, 18 juli). Het nachtleven staat onder druk. FD.nl. Geraadpleegd op 26 november 2025, van https://fd.nl/samenleving/1562057/het-nachtleven-staat-onderdruk Hancox, D. (2022, 18 november). End of hedonism? Why Britain turned its back on clubbing. The Guardian. https://www.theguardian.com/music/2022/nov/18/end-ofhedonism-why-britain-turned-its-back-on-clubbing 23

Het Parool. (2022, 15 oktober). 18-jarigen komen veel clubs niet meer in: ‘Ze zijn heel brutaal tegen personeel en kunnen minder goed omgaan met drank’. 18-jarigen komen veel clubs niet meer in: ‘Ze zijn heel brutaal tegen personeel en kunnen minder goed omgaan met drank’ | Het Parool Het Parool. (2023, 26 juli). De nacht wordt stiller: horeca in binnenstad heeft het zwaar. https://www.parool.nl/amsterdam/denacht-wordt-stiller-horeca-in-binnenstad-heeft-hetzwaar~b57f343d Jongerenraad Nijmegen. (2024, 15 mei). Uitgaan voor jongeren. https://jongerenraad-nijmegen.nl/2024/05/uitgaan-voor-jongeren/ Nabil, M. (2025). Brief aan de Gemeente Amsterdam over de financiële druk op clubs [Ongepubliceerd document]. Nibud. (2016). Nibud Scholierenonderzoek 2016. Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Nibud. (2020). Nibud Scholierenonderzoek 2020. Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Night Time Industries Association. (2024). Discover the Pulse of the UK’s Night Time Economy: Insights from the NTIA Night Time Economy Report 2024.Discover the Pulse of the UK’s Night Time Economy: Insights from the NTIA Night Time Economy Report 2024 NTIA

NOS. (2022, 17 februari). Knaldrang: jongeren zijn de regels van het uitgaan verleerd [Video]. Nieuwsuur.Knaldrang: jongeren zijn de regels van het uitgaan verleerd NOS. (2023, 12 april). Codewoord, huisregels en training: uitgaansleven werkt aan sociale veiligheid. https://nos.nl/artikel/2470382-codewoord-huisregels-en-traininguitgaansleven-werkt-aan-sociale-veiligheid NRC. (2023, 24 oktober). Waarom is dit het volgende liedje dat Spotify je laat horen? NRC. https://www.nrc.nl/nieuws/2023/10/24/waarom-is-dit-hetvolgende-liedje-dat-spotify-je-laat-horen-a4180769 Radboud Universiteit. (z.d.). Helikopterouders | Lezing en gesprek met filosoof Femke Takes en neurowetenschapper Erno Hermans. https://www.ru.nl Rijksoverheid. (2024). Feiten en cijfers accijnzen. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/belastingen-opalcohol-en-tabak/vraag-en-antwoord/hoeveel-accijns-betaal-ik-opalcohol Robyn van Gorsel. (2025, 18 juni). Het nachtleven staat onder druk. https://fd.nl/samenleving/1562057/het-nachtleven-staat-onderdruk

24

The New York Times. (2023, januari 2). Helicopter parents should ignore their children more often. https://www.nytimes.com/2023/01/02/opinion/helicopter-parentscollege-anxiety.html Trimbos-instituut. (2020). Ouders als preventiefactor bij alcoholen drugsgebruik jongeren. https://www.trimbos.nl Trimbos-instituut. (2023). Het Grote Uitgaansonderzoek 2023. https://www.trimbos.nl/kennis/het-grote-uitgaansonderzoek-2023

Bijlage: Bijlage 1.1, minimumleeftijd Amsterdamse clubs

25

Bijlage 1.2 Specifiek vrijdag en zaterdag:

Bijlage 1.3 spreiding genres Amsterdamse clubs

Bijlage 2 resultaten enquête Excel overzicht met antwoorden: Enquete Uitgaan in Amsterdam antw .xlsx

26

27

28

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16943494/1