Bijlage 2. Technische herziening welstandsnota 2024.pdf
Tekst van het document
33
Op pagina 78, na de eerste kolom met ‘1.Binnenstad’ als kolom toevoegen:
9. Dakterrassen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Hier worden niet de algemeen voorkomende dakterrassen bedoeld, welke zich aan de achterzijde van een woning op een aanbouw bevinden en die toegankelijk zijn vanaf de eerste verdieping. Bedoeld zijn de dakterrassen die aan de openbare ruimte grenzen en/of die zich bevinden op plat afgedekte gedeelten van de bovenste verdiepingen van panden - overwegend woonhuizen en die een wezenlijk onderdeel uitmaken van het 'dakenlandschap' van de binnenstad. Het spreekt vanzelf, dat in het beschermde stadsgezicht een terughoudende opstelling gewenst is t.a.v. dit fenomeen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen dakterrassen, welke zich min of meer 'binnen' de hoofdvorm van een pand bevinden en dakterrassen, welke zich manifesteren als toevoeging aan het platte dak. Onderdeel van de hoofdvorm is een dakterras, welke zich bevindt achter een opgemetselde borstwering, die als logisch onderdeel is aan te merken van het onderliggende gevelvlak of welke zich bevindt achter een schuine `kapaanzet' als rudimentair dakvlak met tenminste de hoogte van een gebruikelijke borstwering. Dit type dakterras heeft een minimale impact op de beeldkwaliteit van de binnenstad, met name gezien vanaf de openbare ruimte.
Deze dakterrassen zijn toegestaan, met dien verstande, dat: ▪ op het dakterras geen permanente objecten en groenelementen worden geplaatst, welke nadrukkelijk boven de borstwering uitsteken ▪ de desondanks zichtbare objecten qua materiaal- en kleurgebruik in het dakenlandschap niet detoneren. Wanneer aan een plat dak als toegevoegd element een beschermend hekwerk wordt toegepast zijn de volgende criteria van toepassing: ▪ gelet dient te worden op een minimale zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte ▪ de hoogte van het hekwerk dient niet hoger te zijn, dan wettelijk is vereist ▪ het hekwerk dient ten opzichte van de dakrand te worden teruggeplaatst, waarbij in principe een maat van tenminste 1,00 m' moet worden aangehouden ▪ de uitvoering en materialisatie heeft affiniteit met de gebruikelijke materialisatie van de binnenstad; een landelijke' karakteristiek met bv. rustieke houten delen e.d. zijn niet toegestaan ▪ de kleurtoepassing is afgestemd op de traditionele kleuren van de binnenstad in het algemeen en op die van het betreffende pand in het bijzonder ▪ en ook bij dit type dakterrassen geldt, dat: - op het dakterras geen permanente objecten en groenelementen worden geplaatst, welke nadrukkelijk boven de borstwering uitsteken - de desondanks zichtbare objecten qua materiaal- en kleurgebruik in het dakenlandschap niet detoneren.
34
Op pagina 85, de eerste kolom met ‘Alle systemen’, de naam van de kolom vervangen door: Overige systemen Op pagina 85, voor de kolom met ‘Overige systemen’ als kolom toevoegen:
11. Zonnepanelen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b. Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen ▪ een zonnenpaneel of -collector voldoet aan eventuele aanvullende criteria genoemd bij het betreffende gebied of object (dit geldt in ieder geval voor de beschermde stadsgezichten) Ligging ▪ minstens 0,50 m dakvlak aanhouden boven, onder en aan weerszijden van dakraam, paneel of collector ▪ meerdere exemplaren in hetzelfde bouwblok regelmatig rangschikken op horizontale lijnen ▪ alleen op daken (niet aan gevels, balkons en wanden) ▪ op hellende daken vlak aanbrengen (hellingshoek gelijk aan het dakvlak) en binnen het dakvlak ▪ geen zonnepanelen / collectoren op vrijstaande bijgebouwen Maat ▪ bij meerdere exemplaren identieke maatvoering aanhouden Architectonische vormgeving ▪ eenvoudig vormgeven en bescheiden detailleren Materiaal en kleur ▪ onopvallende kleuren gebruiken ▪ afstemmen op het dakvlak
35
Op pagina 87, de eerste kolom met ‘Alle systemen’, de naam van de kolom vervangen door: Overige systemen Op pagina 87, voor de kolom met ‘Overige systemen’ als kolom toevoegen:
12. Installaties ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
1b. Binnenstad Weesp 2. Weesp Buitenveer eo 6. Weesp Zuid II 11b Landelijk gebied Weesp 13. Weespersluis
Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen ▪ niet zichtbaar aanbrengen nabij, op of aan een monument of in het beschermd stadsgezicht Aantal en plaatsing ▪ niet nadrukkelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte ▪ bij meerdere technische installaties aan, op of bij een pand deze clusteren installaties in beginsel aan een achtergevel bevestigen en in ieder geval achter de voorgevellijn plaatsen; ▪ bij gestapelde woningbouw: op het hoofdvolume bij een plat dak en terug liggend; op of aan het balkon binnen het verticale en horizontale vlak van het balkon (niet aan de gevel of kozijn). Maat ▪ hoogte spriet- of staafantenne maximaal 5,00 m hoog gemeten vanaf het maaiveld of bij bevestiging aan de gevel vanaf het snijpunt met het aangrenzende dakvlak bij plaatsing aan gevel ▪ schotelantenne maximaal 2,00 m doorsnede en maximaal 3,00 m hoog (gemeten vanaf de voet van de antenne of antennedrager) ▪ overige installaties: aan het gebouw maximaal 0,50 m hoog en 1,00 m breed en waar mogelijk op een plat dak op tenminste 0,50 m vanaf de dakrand.
Vorm ▪ installaties en bijbehorende voorzieningen (waaronder mast, bedrading, tuidraden) als één geheel vormgeven ▪ indien zichtbaar vanaf de weg of het openbaar groen zo onzichtbaar mogelijk (een minimum aan dwarssprieten kan hiertoe bijdragen) ▪ beperken van aantal tuidraden en bij bevestiging aan gevel geen tuidraden (stabiliteit halen uit de bevestiging aan de gevel). Materiaal en kleur ▪ materialen en kleuren zijn onopvallend en aanvaardbaar in relatie tot de omgeving (dus geen felle, contrasterende kleuren maar bijvoorbeeld antraciet of donker grijs)
36
Hoofdstuk 7 Welstandscriteria categorieën Specifieke bouwwerken Onder het kopje ‘Specifieke bouwwerken’, de tekst geheel vervangen door:
Welstandscriteria zijn opgesteld voor de volgende categorieën: ▪ Reclame (1) ▪ Steigers en watertrappen (2) ▪ Houten huizen (3) ▪ Boerderijen (4) ▪ Stolpen (5) ▪ Kaakbergen (6) ▪ Kleine windinstallaties (7) ▪ Kiosken (8) ▪ Horecaterrassen in Weesp (9) De criteria voor de categorieën 2 tot en met 8 zijn niet van toepassing op stadsgebied Weesp.
Welstandsvrije objecten Onder het kopje ‘Welstandsvrije objecten, de tekst geheel vervangen door:
Onderstaande objecten worden in Amsterdam niet preventief aan redelijke eisen van welstand getoetst: ▪ scootsafes ▪ bouwwerken die behoren tot volkstuincomplexen (met uitzondering van de hoofdgebouwen en afwijkende functies) ▪ de inrichting van de openbare ruimte, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van 3,00 m (zoals banken, stallingsmogelijkheden voor fietsen en speeltoestellen) ▪ verkeerskundige objecten zoals stoplichten en matrixborden In de welstandspichtige gebieden in Stadsgebied Weesp worden scootsafes, inrichting openbare ruimte en verkeerskundige objecten wel preventief getoetst. Volkstuincomplexen worden ook in stadsgebied Weesp niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Na de paragraaf 8 ‘Kiosken’, toevoegen:
9. Terrassen bij horecavestigingen De binnenstad van Weesp omvat een aantal pleinen en straten, die mede gezien hun historische karakter en ligging bij uitstek geschikt zijn voor een recreatieve terrasfunctie. Weesp heeft zich uitgesproken voor het aantrekkelijker maken van de binnenstad door meer terrassen toe te staan. Vervolgens ontstond daarbij uiteraard de behoefte aan een toetsingskader. Uitgangspunten Een toetsing aan de welstandelijke aspecten zal plaatsvinden door de Commissie Omgevingskwaliteit. Daarbij zal uiteraard rekening worden gehouden met het historische 37
karakter van de binnenstad. Afhankelijk van de locatie zal ook bijzondere aandacht besteed moeten worden aan het optimaal voortbestaan van de aanwezige bomen. In ieder geval worden er geen bomen gekapt ten behoeve van het realiseren van een terras. Het gebruik buiten het seizoen van een terras als opslag voor terrasmeubilair e.d. wordt in strijd geacht met de kwaliteitsdoelstelling voor de inrichting van de openbare ruimte. Criteria ▪ het terras sluit aan op de horecavestiging (op het trottoir) of heeft een zichtbare relatie daarmee aan de overzijde van de straat op de kade of in het talud, respectievelijk op de oever van een waterpartij ▪ het terras wordt begrensd door een transparante ombouw van maximaal 0,90 meter hoogte ▪ het terras mag niet totaal worden overdekt door een geconstrueerde permanente overkapping ▪ indien een terras wordt gesitueerd op een talud, dan dient de visuele continuïteit van het talud niet te worden onderbroken ▪ de materiaaltoepassing voor het terras dient te passen in de omgeving; op een (groen) talud verdient een houten constructie (vIonder) de voorkeur; kunststof- toepassingen zijn minder gewenst ▪ in principe zijn reclame-uitingen op of aan het terras niet toegestaan
1. Gevelreclame De titel ‘Gevelreclame’ vervangen door: Reclame De inleiding ‘De invloed … Plaatselijke Verordening’ vervangen door: De invloed van reclame op het stadsbeeld is groot. Reclame past lang niet altijd bij de architectuur van de gebouwen en het karakter van het gebied. Deze criteria beogen ontsierende reclame tegen te gaan. Zij gelden als welstandscriteria in de zin van de Woningwet (en via het overgangsrecht na inwerkingtreding van de Omgevingswet ook als beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet) én als nadere regels voor de toelaatbaarheid van reclame op onroerende zaken als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Er wordt in de regelgeving onderscheid gemaakt tussen gevelreclame en reclame in de openbare ruimte. Weesp Bij de harmonisatie van de welstandsnota’s van Weesp en Amsterdam in december 2023 is besloten om het bestaande beleid van Weesp niet inhoudelijk te veranderen. Als gevolg daarvan zijn de criteria voor Weesp hier in twee aparte paragrafen geplaatst. In paragraaf 5 staan de criteria voor reclameobjecten en naamaanduidingen ‘aan de gevel’. In paragraaf 6 staan de criteria voor reclame ‘los van de gevel’. Paragraaf 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op stadsgebied Weesp. Na “ te verklaren als welstandskader.” toevoegen: Het beleidskader Buitenreclame is niet van toepassing op stadsgebied Weesp.
De criteria voor reclame in de openbare ruimte in Weesp zijn daarom apart opgenomen in paragraaf 6 van deze nota.
38
Na “ van het monument.” toevoegen: Voor het stadsgebied Weesp zijn in paragraaf 5 aanvullende criteria opgenomen voor monumenten en karakteristieke panden. De lijst met karakteristieke panden is opgenomen in de bijlage van deze welstandsnota.
Gebiedsgerichte differentiatie Onder het kopje ‘Gebiedsgerichte differentiatie’, na de eerste paragraaf (… rest van de stad) toevoegen:
De criteria voor stadsgebied Weesp zijn apart opgenomen in paragraaf 5 en 6. Onder het kopje ‘Gebiedsgerichte differentiatie’, de eerste zin van paragraaf 2 (De criteria worden aangestuurd via stuurtabellen (art. 1b).) vervangen door:
De criteria voor de stadsdelen in Amsterdam (exclusief Weesp) worden aangestuurd via stuurtabellen (art. 1b).
Wat is reclame? Onder het kopje ‘Wat is reclame?’, na de tekst (Onder reclame … hebben dan 1,00 m.) toevoegen:
Voor het stadsgebied Weesp wordt, net zoals in de Welstandsnota Weesp 2017, de ruimere definitie ‘reclame objecten en naamaanduidingen’ gehanteerd.
Paragraaf 4 Tijdelijke reclame Na Paragraaf 4 Tijdelijke reclame de grijs gearceerde paragraaf 5 en paragraaf 6 toevoegen: Paragraaf 5 Stadsgebied Weesp: reclame of naamaanduiding ‘aan de gevel’ Plaatsing en aantal • loodrecht op (haakse reclame), of evenwijdig en vlak aan de gevel (platte reclame); • reclame alleen plaatsen op bouwlagen met winkel of bedrijfsbestemming met publieksfunctie en met behoud van uitzicht op of vanaf de openbare ruimte; • reclame bij de hoofdtoegang van een gebouw plaatsen; • ondergeschikt aan het hoofdgebouw en meenemen in het ontwerp (niet bovendaks); • hoogstens één platte reclame en één haakse reclame per naar de straat gekeerde gevel; • het aantal vlaggen niet meer dan één per zes meter gevellengte; • per vereniging één object uitsluitend op het hoofdgebouw; • in het landelijk gebied grote terughoudendheid, slechts één op of nabij een hoofdgebouw van een agrarisch bedrijf, al dan niet aangevuld met vignet of beeldmerk; • voor de horecagelegenheden één bescheiden object (rozet, vignet, buitenlamp o.i.d.) op het hoofdgebouw; • op recreatieterreinen geen objecten mogelijk; Algemene vormgeving en maatvoering • aan voorgevel; • samenhang en ritmiek van de straatwand behouden; • de reclame als zelfstandig element vormgeven; • maatvoering en detaillering afstemmen op de gevel; • losse letters en aangelichte reclameteksten toepassen en dus geen
lichtbakken en mechanisch bewegende delen; 39
Platte reclame • tot 40% van de gevelbreedte en maximaal 0,50 m hoog, aangebracht onder de ramen van de verdieping (een grotere lengte en/of hoogte kan worden toegestaan als de maat orde van de gevelindeling dit toestaat); • maximaal één reclameobject per pandbreedte of travee; • zijpenanten vrijhouden; • object maximale dikte van 15 cm; Haakse reclame • object niet hoger dan de onderkant van de verdiepingskozijn en niet hoger dan 5 m boven het straatniveau; • object niet lager dan 2,20 m boven straatniveau; • een maximale hoogte van 1,00m; • een maximale breedte van 0,80 m, inclusief een bevestigingsconstructie van • min. 10 cm en max. 15 cm onder de ramen van de verdieping; • een maximale dikte van 20 cm; • maximaal één per object per pandbreedte of travee, met een max. van 2 per vestiging. Aan woningen met praktijk aan huis • maximaal 0,30 m bij 0,40 m onverlicht object in terughoudende kleuren, bestaande uit uitsluitend naam- /beroepsaanduiding; bescheiden en ingetogen object passend in het gevelbeeld, ondergeschikt aan het straatbeeld en geïntegreerd in de architectuur van het pand. Aanvulling vormgeving en maatvoering bedrijven en kantoren op bedrijventerreinen • lichtbakken of felle kleuren bij platte reclame mogelijk; • reclame mogelijk op meerdere gevels; • reclames op bedrijfsverzamelgebouwen clusteren bij de gebouwentree.
Aanvulling vormgeving en maatvoering monument en karakteristiek pand • haakse reclame niet verlichten; • maatvoering en plaatsing in harmonie met de achterliggende gevel; • de dikte van zowel het haakse als het platte object mag maximaal 5 cm zijn; • eventuele aanlichtingsarmaturen moeten maximaal ondergeschikt zijn aan het object en qua kleurstelling onopvallend; • aangestuurd wordt op een reclamevoering met een ‘open’ belettering.
Paragraaf 6 Stadsgebied Weesp: reclame of naamaanduiding ‘los van de gevel’ Plaatsing en aantal • reclame ‘los van de gevel’ is in beperkte mate toegestaan op bedrijventerreinen en in winkelgebieden; • reclame plaatsen met behoud van uitzicht op of vanaf de openbare ruimte; • het aantal vlaggen niet meer dan één per 6 m gevellengte; • per vereniging één object uitsluitend op het hoofdgebouw; • in het landelijk gebied grote terughoudendheid; • voor de horecagelegenheden één bescheiden object (rozet, vignet, buitenlamp o.i.d.) op het hoofdgebouw; • op recreatieterreinen geen objecten mogelijk; 40
Algemene vormgeving en maatvoering • reclame als zelfstandig element vormgeven en daarbij de maatvoering en detailleringen afstemmen op het hoofdgebouw; • zorgvuldig vormgeven met losse letters of borden (eventueel aangelicht); • geen mechanisch bewegende delen, lichtkranten of lichtreclame met veranderlijk of knipperend licht; Aanvulling vormgeving en maatvoering bedrijventerreinen • gezamenlijke verwijzingsborden aan invalswegen en bij nabij hoofdentree van bedrijfsverzamelgebouwen; • maximaal 3,50 m hoog, reclamezuilen gelijk aan of lager dan het hoofdgebouw met een maximum van 6,00 m; Aanvulling vormgeving en maatvoering sportterreinen • reclame richten op het complex of terrein (niet zichtbaar vanaf de weg).
41
Hoofdstuk 8 Welstandscriteria ruimtelijke systemen Ruimtelijke systemen Onder het kopje ‘Ruimtelijke systemen’, de tekst geheel vervangen door:
De ruimtelijke systemen vormen het patroon van de stad. Het zijn zones waarin de bebouwing een gelijksoortig karakter heeft. De negentiende eeuwse bebouwing net buiten de Singel is anders van karakter dan de huizen in dorpen als Driemond of het Buitengebied van Weesp. Wijzigingen aan bedrijfshallen in het havengebied vragen om een andere beoordeling dan woningen op IJburg en in Weesepersluis. Amsterdam onderscheidt de volgende ruimtelijkesystemen: ▪ Binnenstad (1) ▪ Historische kernen, linten en fragmenten (2) ▪ 19de-eeuwse Ring (3) ▪ Gordel ’20-’40 (4) ▪ Tuindorpen (5) ▪ AUP en Post-AUP/Wederopbouw Weesp (6) ▪ Woonerven en meanders (7) ▪ Woongebieden na 1985 (8) ▪ De IJ-landen (9) ▪ Kantoren en bedrijventerreinen (10) ▪ Buitengebied (11) ▪ Groen en water (12) ▪ Overige systemen (13)
42
8.1. Binnenstad In de Schoonheid van Amsterdam wordt Hoofdstuk 8.1 Binnenstad aangepast. Deze paragraaf krijgt net als de andere ruimtelijke systemen een onderscheid in gebiedstype: - Binnenstad Amsterdam (1a) - Binnenstad Weesp (1b) Het huidige: Hoofdstuk 8 I Binnenstad I Inleiding I 1 Hoofdstuk 8 I Binnenstad I Werelderfgoed UNESCOI 1 Hoofdstuk 8 I Binnenstad I Centrum I 1 Wordt vervangen door: Hoofstuk 8 I Binnenstad I Amsterdam Inleiding Hoofstuk 8 I Binnenstad I Amsterdam Werelderfgoed UNESCO Hoofstuk 8 I Binnenstad I Amsterdam Centrum (1a) Daarnaast wordt aan dit hoofdstuk op pagina 116, na de beschrijving van gebiedstype ‘Binnenstad Amsterdam’ de volgende (grijs gemarkeerde) beschrijving van gebiedstype ‘Binnenstad Weesp (1b) toegevoegd: Hoofdstuk 8 I Binnenstad I Weesp Inleiding Tot de binnenstad van Weesp wordt het gebied gerekend, dat oorspronkelijk gelegen was binnen de stadsgrenzen tot medio 19de eeuw. De binnenstad van Weesp is op 21 juni 1982 aangewezen als 'beschermd stadsgezicht'. Niet behorende bij het beschermd stadsgezicht, maar wel als deel uitmakend van het centrum is het gebied tussen Singel, Buitenveer, Achtergracht en de Groeneweg en het gebied Herensingel, Papelaan en de Herengracht.
De in de 17e eeuw gerealiseerde 'schansen' Bakkerschans, Nieuwe Achtkant, Rozeschans en de Draaierschans zijn nog steeds feitelijk aanwezig aan de zuid- en oostkant; m.b.t. de west- en noordgrens zijn de aanzetten qua contour nog herkenbaar, de schansen zelf zijn nooit voltooid. De Hugo de Grootlaan, Singel, Papelaan, Herensingel en de Stationsweg volgen de contour van de vesting. De lintstructuren van de Vuurlinie woningen vormen de eerste bebouwingsstrook buiten de schansen. Ze zijn uitgevoerd in hout waardoor destijds een snelle verwijdering uit het schootsveld mogelijk was. Deze bijzondere achtergrond en de karakteristieke opbouw en verschijningsvorm van de panden zijn aanleiding geweest om beide stroken als onderdeel van het beschermde gezicht te beschouwen.
Deelgebieden De binnenstad van Weesp valt dus te onderscheiden in de volgende deelgebieden: ▪ Binnenstad beschermd stadsgezicht ▪ Singel, Buitenveer, Achtergracht en de Groeneweg ▪ Gebied Herensingel, Papelaan en Herengracht ▪ Vuurlinie Stedenbouwkundige structuur De stedenbouwkundige structuur van de binnenstad is vooral bepaald door de historische ontwikkeling van de nederzetting. De stad is ontstaan op de kruising van de Vecht en Smal Weesp. Parallel aan de Vecht is het in 2 fasen gegroeid in westelijke richting. De eerste fase was tussen 1350 -1550, de tweede fase tussen 1550-1650. Uiteindelijk is het fortificatieplan uit de 17e eeuw slechts gedeeltelijk gerealiseerd. De oorspronkelijke stedelijke structuur is vrijwel geheel in tact gebleven. 43
Lange lijnen parallel aan de Vecht zijn dominant in de stedenbouwkundige structuur: dit zijn de hoofdstraten: Hoogstraat, Middenstraat, Nieuwstraat, Oude Gracht, Nieuwstad, Achtergracht en Singel. De twee assen daar dwars op zijn ook meer prominent (Groeneweg en Herengracht) en hebben een doorgaande verbinding. De overige straten zijn formele en informele dwarsverbindingen in de vorm van straten en stegen tussen de hoofdstraten. Ten noorden van de Herengracht is sprake van een meer gelijkwaardig stelsel van woonstraten rond min of meer gesloten woonblokken. Opvallende buurtjes aan de oostzijde van het binnenstad gebied zijn de Roskamstraat en het zgn. 'Rode dorp'. De Roskamstraat is een doodlopende straat met aan beide zijden karakteristieke oude, statige woonhuizen, overwegend uit de 19e eeuw. Het zijn zowel individuele panden als korte reeksen met een wisselende voorgevelrooilijn. Er zijn panden met en zonder voortuin. Het 'Rode dorp’ is een samenhangend buurtje met kleinschalige rijen met eengezinshuizen aan de Singel, Talmastraat en Dr. Schaepmanstraat. Kenmerkend zijn de rode dakpannen waaraan het buurtje zijn naam dankt. 1 1 Voor een uitgebreide beschrijving van o.a. de ontstaansgeschiedenis van Weesp zie “Binnenstadalgemene toelichting”(1980) Het centrumwinkelgebied bevindt zich in hoofdzaak op de assen Nieuwstraat - Slijkstraat Nieuwstad.
De bijzondere gebouwen in het gebied zijn: de grote of Laurenskerk (14e eeuw) aan de Nieuwstraat, het monumentale raadhuis (1772-1776), de H. Laurentiuskerk aan de Herengracht, de voormalige Lutherse kerk aan de Nieuwstad, de Van Houtenkerk aan de Oudegracht, het voormalige politiebureau aan de Nieuwstraat, het voormalige postkantoor aan de Oudegracht, de bibliotheek aan de Oudegracht, de St. Jozefschool aan de Blomstraat en het sociaal-culturele centrum "City of Wesopa" aan de Herengracht. Bebouwingskarakteristiek De bebouwing in de binnenstad kenmerkt zich door kleinschaligheid van individuele panden in aaneengesloten straatwanden, waarin de rijksmonumenten de 'dragers' zijn van het monumentale en beschermde stadsgezicht. Kenmerkend zijn de relatief geringe verschillen in omvang van de panden en het traditionele materiaalgebruik: metselwerk in baksteen voor de gevels en keramische pannen op de daken. Grote bloeiperioden zijn aan Weesp voorbijgegaan: de bebouwing heeft een overwegend sobere verschijningsvorm; de materialisatie, detaillering en ornamentiek van de historische panden heeft over het algemeen een bescheiden karakter. Binnen het stadsweefsel zijn op verschillende plekken nieuwbouwplannen gerealiseerd, zowel individueel als in kleinere reeksen.
Over het algemeen kan vastgesteld worden, dat deze vervangende nieuwbouw een meer eigentijdse - soms zeer gedateerde - uitstraling heeft gekregen. De schaal, gevelopbouw en materialisatie over het algemeen goed aansluiten op die van de historische binnenstad. Een geheel eigen positie en vormgeving hebben de panden aan de Roskamstraat: in 2 bouwlagen, een sprekende gootlijst en een kap, de gevels in bruine baksteen met regelmatige reeksen gelijke ramen, een grijs-gesmoorde keramische oudhollandse pan op de daken en 'klassieke' dakkapellen. Ook deze unieke samenhang is zeer behoudens waardig en verdient dan ook zijn plaats binnen het beschermde stadsgezicht. Tenslotte valt het 'Rode dorp' op als een vroege 20e -eeuwse verkaveling met kleinschalige, ambachtelijk gedetailleerde rijenwoningen. De panden zijn opgebouwd in één bouwlaag en een mansardekap, waarbinnen een vrijwel volledige tweede verdieping. De langskap van de mansarde wordt afgewisseld met dito topgevels. De gevels zijn met een rode baksteen opgetrokken, op de daken ligt een rode keramische pan. De bouwstijl verwijst enigszins naar de 'Amsterdamse School'.
Hoofdstuk 8 I Binnenstad I Binnenstad Weesp (1b) Waardering De binnenstad van Weesp ontleent zijn waarde in de eerste plaats aan de nog vrij complete historische structuur en de gemoedelijke kleinschaligheid en homogeniteit van het stedelijke weefsel (vormentaal en 44
materiaaltoepassing van de panden). Daarnaast is het gebied van grote betekenis, vanwege de belangrijke forumfunctie: winkelvoorzieningen, dienstverlening en publieke functies maken de binnenstad tot een ontmoetingsplaats voor alle soorten gebruikers en bezoekers. Vervolgens mag de belangrijke potentie als gebied voor specifiek stedelijk wonen niet onvermeld blijven. De waardering voor de beeldkwaliteit van de historische binnenstad komt vooral tot uiting in de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. De houten woningen aan de Vuurlinie ontlenen hun waarde aan de specifieke stedenbouwkundige opzet, de karakteristieke vormgeving van de huizen en hun sterke onderlinge samenhang. De toegekende hoge waarde is bevestigd door de toevoeging van beide ensembles aan het beschermde stadsgezicht. Ontwikkelingen De binnenstad is “op leeftijd” en qua functies een gemengd/dynamisch gebied. Dit houdt in, dat zich voortdurend initiatieven zullen aandienen welke gericht zijn op het op peil brengen van de bouw- en woon technische kwaliteit van de panden en in het algemeen, alsmede op de functie- veranderingen in het bijzonder.
Beleid Het welstandsbeleid van de binnenstad is gericht op het maximaal behouden en versterken van de stedenbouwkundige, morfologische, architectonische en culturele waarden (hogere kwaliteitsdoelstelling!), evenals het versterken van het centrumwinkelapparaat, het versterken van de woonfunctie, het verbeteren van het woonmilieu in het algemeen en het op peil houden, respectievelijk verbeteren van de inrichtingskwaliteit van de openbare ruimte in het bijzonder. Criteria De algemene welstandscriteria én de gebiedsgerichte criteria zijn van toepassing, aangevuld met criteria voor het beschermd stadsgezicht: In het beschermd stadsgezicht geldt een restauratieve aanpak. Dat wil zeggen dat alle ingrepen worden beoordeeld in het kader van het behoud en herstel van het beschermd stadsgezicht. Voor de Vuurlinie zijn aanvullende criteria van toepassing die aan het einde zijn opgenomen.
Ligging ▪ nieuw- en verbouwplannen binnen de huidige kavels realiseren ▪ straatgevelwanden hebben een afwisselende goot- en bouwhoogte ▪ bij vervangende nieuwbouw in historiserende stijl is er een relatie met de historische karakteristieken van Weesp en is de zuiverheid van de gekozen stijlperiode uitgangspunt ▪ bij vervangende nieuwbouw in eigentijdse stijl houdt men op hoofdlijnen de historische stedenbouwkundige en architectonische kenmerken van de binnenstad aan, de uitwerking en detaillering kan een verwijzing naar de historie zijn door een eigentijdse interpretatie; ▪ in oriëntatie, ritme en ontsluiting aanpassen bij de belendingen bijgebouwen liggen achter de hoofdmassa of maken deel uit van de straatwand ▪ bestaande kleine verspringingen en/of hoekverdraaiingen in de voorgevelrooilijn blijven gehandhaafd ▪ panden zijn voorzien van een kap, de kapvormen zijn afwisselend ▪ individuele gevels blijven intact bij functionele samenvoeging van panden ▪ op de begane grond is de verdiepingshoogte in principe groter dan op de verdiepingen ▪ gevelopeningen zijn in principe verticaal; geen uitstekende balkons aan de straatzijde ▪ geen dichte gevels, bergingen of aanbouwen aan de straatzijde Architectonische uitwerking ▪ bij ver- en nieuwbouw is de detaillering en ornamentiek, gerelateerd aan het niveau van de 'vormenrijkdom' in de binnenstad en naastgelegen panden;
45
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪
dakkapellen aan de straatzijde zijn ondergeschikt, met voldoende afstand tot de nok, de hoekkepers en/of de zij-dakschilden; de afstand tot de goot is per pand verschillend detaillering van gevel en gevelonderdelen is traditioneel en ambachtelijke (negge, profilering e.d.) en passend bij de bouwtijd van het pand goten aan de straatgevel(s) worden zorgvuldig gedetailleerd zichtbare hemelwaterafvoeren worden in de zijgevel geplaatst of met een verdiepte detaillering op de scheiding van panden; bij toevoegingen in/aan de gevel wordt de verschijningsvormkwaliteit (indeling, geleding, ornamentiek e.d.) niet aangetast; dit betekent o.a. dat airco-kasten in de straatgevel niet gewenst zijn, evenals luifels en vaste markiezen, met uitzondering van ophaalbare markiezen voor elke afzonderlijke gevelopening reageer met de entree op de karakteristieke stoepjes voor de gevel (soms met diepe goten en lager gelegen dan de straat)
Materiaal en kleur ▪ het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel ▪ het hoofdmateriaal voor de gevel is in principe baksteen (rood, bruin of zandkleurig) ▪ het gebruik van kunststof is niet toegestaan. Dit geldt voor zowel een gevel (of dakvlak) die (dat) zichtbaar is vanaf de openbare buitenruimte als voor een gevel (of dakvlak) die (dat) niet (of nauwelijks) zichtbaar is vanaf de openbare buitenruimte ▪ geen nieuwe gepleisterde of geschilderde gevels ▪ hellende daken zijn gedekt met keramische pannen, type dakpan is afgestemd op de bouwtijd van de woningen ▪ het kleurgebruik past in het historisch-traditionele palet van de binnenstad. Schreeuwende en anderszins opdringerige kleurstellingen zijn niet toegestaan. Nadrukkelijke kleuren beperken zich tot ondergeschikte elementen in de gevel ▪ voegtype, breedte en samenstelling bij bestaande panden handhaven of terugbrengen naar historisch gewenste situatie ▪ dubbelglas is alleen toegestaan indien er geen aanpassing van het historisch venster nodig is ▪ het is niet toegestaan glas in lood tussen/in dubbelglas te plaatsen ▪ voor de inrichting van de openbare ruimte in de binnenstad wordt verwezen naar de Stadscatalogus.
▪ oeverbeschoeiingen moeten traditioneel worden gedetailleerd, dienen in principe te worden uitgevoerd in hout en dienen in beginsel zo laag mogelijk te worden gehouden; aanwezige hoogteverschillen moeten, behalve langs de grachten, met een natuurlijk talud worden opgevangen Gebiedsgerichte criteria Vuurlinie Ligging ▪ de hoofdgebouwen zijn vrijstaand en vormen een lintvormige structuur; het dichtbouwen van de tussenruimte is niet toegestaan ▪ de hoofdgebouwen hebben een straatgerichte topgevel en een dwarskap in de vorm van een zadeldak of mansarde ▪ aanbouwen en bijgebouwen bevinden zich achter de achtergevel van het hoofdgebouw Massa ▪ de gevels van de gebouwen zijn opgebouwd met een houten constructie, houten bekleding en houten kozijnen en bewegende delen ▪ de daken van aan- of bijgebouwen worden bij voorkeur van een kap voorzien Architectonische uitwerking ▪ de architectonische uitwerking is eenvoudig 46
▪
de detaillering van gevel, kozijnen en bewegende delen is ambachtelijk en traditioneel, passend bij de bouwtijd van de woning
Materiaal en kleur ▪ gevel, kozijnen en draaiende delen zijn van hout ▪ hellende daken zijn gedekt met rode of (grijs) gesmoorde keramische pannen ▪ type dakpan is afgestemd op de bouwtijd van de woningen ▪ de afwerking van de gevel geschiedt in dekkend schilderwerk in een kleur die past bij het historische palet ▪ de materialisatie en kleur van de aan- of bijgebouwen is in overeenstemming met het hoofdgebouw
47
8.2. Historische kernen, linten en fragmenten In de Schoonheid van Amsterdam wordt Hoofdstuk 8.2 Historische kernen, linten en fragmenten aangepast. Aan deze paragraaf wordt het gebiedstype Buitenveer e.o. Weesp (2e) toegevoegd. Aan de inleiding onder het kopje ‘gebiedstypen’ toevoegen: Buitenveer e.o. Weesp (2e) Langs het Smal Weesp – Buitenveer is een kleinschalig buurtje met 2 dan wel 3 onder een kapwoningen die dateren van verschillende periodes.
Na ‘Fragmenten (2d)’ toevoegen: Hoofdstuk 8 I Historische kernen, linten en fragmenten I Buitenveer e.o. Weesp (2e) Dit betreft een vrij geïsoleerd gelegen buurtje aan Smal Weesp-Buitenveer, direct ten noorden van het van Houten Industriepark. Stedenbouwkundige structuur Het betreft een tamelijk aaneengesloten lintbebouwing met “stevige” 2- en 3-onder1-kapwoningen langs het Buitenveer en reeksen rijenhuizen in een enkele straat daarachter: De Princes Beatrixlaan en de Prins Bernhardlaan. Bebouwingskarakteristiek Alle woningen zijn in 1 of 2 bouwlagen met een –soms forse- kap. De oudste zijn ongeveer te dateren op de jaren ’30 en’50 en hebben een vrij traditionele verschijningsvorm, detaillering en materialisatie (bruinrode baksteen en rode of grijze dakpannen); de meest recente zijn eind jaren ’90 gerealiseerd in een meer eigentijdse variant met een rode baksteen, een red-ceder gevelelement – doorgetrokken als dakopbouw- en een blauwe, geglazuurde dakpannen. Aan een enkel blokje kan een zekere karakteristiek worden toegekend. Waardering De opvallendste waarde is de gerichtheid op Smal Weesp van de woningen aan het Buitenveer. De woningen en het woonmilieu aan de Princes Beatrixlaan ontlenen hun waarde aan de kleinschaligheid, de beperkte aanwezige karakteristiek van de bebouwing en de kleinschalige uitermate rustige ligging.
Ontwikkeling Behoudens de gebruikelijke ondergeschikte aanpassingen en toevoegingen aan woningen worden hier geen bijzonder ontwikkelingen verwacht. Beleid Het welstandsbeleid is gericht op het behoud van bestaande waarden. Criteria Van toepassing zijn de algemene welstandscriteria, met dien verstande, dat speciaal gelet dient te worden op de bij individuele panden of rijenhuizen aanwezige karakteristiek.
48
8.6. AUP en Post-AUP In de Schoonheid van Amsterdam wordt Hoofdstuk 8.6 AUP en Post-AUP aangepast. Deze paragraaf krijgt de titel AUP en Post -AUP /Wederopbouw Weesp. Hieraan wordt het gebiedstype Wederopbouw Weesp (6f) toegevoegd: Aan de inleiding onder het kopje ‘gebiedstypen’ toevoegen: Wederopbouw Weesp (6f) Bij de beoordeling staat het behoud van de aanwezige waarden van de rustige woonbuurt, zoals uniformiteit in samenhangende straatwanden en speciale aandacht voor de karakteristieke onderdelen centraal. . Na ‘Winkelgebied (6e)’ toevoegen: Hoofdstuk 8 I AUP en Post-AUP/ Wederopbouw Weesp I Wederopbouw Weesp (6f) Stedenbouwkundige structuur De stedenbouwkundige structuur vindt zijn eerste aanzet in de linten Molenpad en Utrechtseweg, waaraan de vuurliniewoningen zijn gelegen. Vanaf de vuurliniewoningen zet de lintstructuur van de Utrechtseweg zich door langs de Vecht tot voorbij de Klomp: aan de “landzijde”. Met woonbebouwing uit de laatste decennia in de vorm van dubbele woonhuizen en rijtjeswoningen, met de begane grond op dijkniveau. Daarnaast zijn aan de J.J. Fijnvandraatlaan in een enigszins amorfe “setting” enkele autonome gebouwtjes en een portiekwoning aanwezig, waarbij langs genoemde weg zich een drietal karakteristieke portiekflatjes bevinden.
De rest van het gebied is een moderne uitleg, verkaveld in halfgesloten bouwblokken met eensgezins rijenhuizen en enkele 2-onder1kapwoningen, alsmede een kenmerkende strokenbouw aan het Diepenbroinckpark. Over het algemeen is er een duidelijk onderscheid tussen de openbare (straat) en de private zijde (achtertuin). Structureel groen is slechts aanwezig langs de J.A. Fijnvandraatlaan en tussen deze laan en het Molenpad; binnen de buurt is in het profiel van de woonstraten geen ruimte voor groen aanwezig. Het water in de buurt beperkt zich tot de grenssloot met De Klomp. Bebouwingskarakteristiek Het appartementengebouw aan de J.A. Fijnvandraatlaan manifesteert zich nadrukkelijk t.o.v. de omgeving door de hoogte (vijf bouwlagen) en moderne massaontwikkeling (plastisch en een plat dak). De drie blokjes portiekwoningen kenmerken zich door een opbouw in drie lagen en een langskap en een opvallende ambachtelijke detaillering. De overige woningen zijn eengezinswoningen in twee lagen en een langskap, een vrij traditionele vormgeving, sober gedetailleerd, met overwegend een lichtbruine gevelsteen en rode pannen. Bij een aantal woningen is de entreepartij of de aanbouw aan de straatzijde verbijzonderd (karakteristiek). Plaatselijk kan gesproken worden van een 'samenhangend straatbeeld. Waardering De omgeving van de J.A.
Fijnvandraatlaan en de Diepenbroickpark ontleent zijn waarde aan rustige woonomgeving. Afwisseling in de stedenbouwkundige structuur, een diversiteit aan woonvormen, waaronder enkele zeer karakteristieke, en een terughoudende materiaal- en kleurtoepassing. Beleid Het welstandsbeleid is gericht op het behoud van de aanwezige waarden, met speciale aandacht voor de karakteristieke woongebouwen. 49
Criteria Aanvullend op de algemene criteria zijn de volgende aandachtspunten van toepassing: ▪ waar aanwezig wordt aandacht gevraagd voor de karakteristieke onderdelen; ▪ in samenhangende straatgevels de ingrepen aan de straatzijde zijn gericht op uniformiteit.
50
8.11. Noordelijk buitengebied wordt Buitengebied In de Schoonheid van Amsterdam wordt Hoofdstuk 8.11 Noordelijke buitengebied aangepast. Deze paragraaf krijgt de titel ‘Buitengebied’ en net als de andere ruimtelijke systemen een onderscheid in gebiedstype: - Noordelijk buitengebied Amsterdam (11a) - Landelijk gebied Weesp (11b) Het huidige: Hoofdstuk 8 I Noordelijk buitengebied I Inleiding I 11 Hoofdstuk 8 I Noordelijk buitengebied I Land en lint I 11 Wordt vervangen door: Hoofstuk 8 I Buitengebied I Buitengebied Amsterdam (11a) Hoofstuk 8 I Buitengebied I Landelijk gebied Weesp (11b) Daarnaast wordt aan dit hoofdstuk Na gebiedstype ‘Buitengebied Amsterdam (11a)’ de volgende (grijs gemarkeerde) beschrijving van gebiedstype ‘Landelijk gebied Weesp (11b) toegevoegd: Hoofdstuk 8 I Buitengebied I Landelijk gebied Weesp (11b) Inleiding Het buitengebied van Weesp wordt onderscheiden in de volgende gebieden: ▪ Het landelijk gebied ten oosten van de Vecht met de linten: Lange Muiderweg, ’s-Gravelandseweg, Reaalspolderweg, Keverdijk, Kreugerlaan, Gooilandseweg en Dammerweg ▪ Het landelijk gebied ten westen van de Vecht met de linten: Utrechtseweg vechtzijde, Utrechtseweg (vanaf de Klomp), Horn, Lage Klompweg, Aetsveldseweg en Nigtevechtsepad/Kanaaldijk Oost ▪ De Korte Muiderweg Stedenbouwkundige structuur Het betreft in alle gevallen zeer verspreide tot plaatselijk meer aaneengesloten
reeksen bebouwing in een lintstructuur, zowel langs de aanwezige waterlopen, deels aan de landzijde onderaan de dijk, deels aan de waterzijde, als ook aan de landelijke wegen in de verkaveling. De bebouwingsrichting heeft vrijwel overal een directe (harmonische) relatie met richting van de kavelsloten. Opgaand groen beperkt zich tot de erven bij de gebouwen en is vooral bij de (voormalige) agrarische vestigingen soms heel karakteristiek. Het landelijk gebied ten oosten van de Vecht Dit gebied betreft de Nieuwe Keverdijkse Polder, waarvan de horizon in sterke mate wordt beïnvloed door infrastructuur van de A-1, de spoorlijnen Weesp-Lelystad en Weesp-Hilversum, evenals door een diagonaalsgewijs door het gebied getrokken hoogspanningstracé. Aan de oostzijde wordt het gebied begrensd door het hoger opgaande groen langs het Naardermeer. Het gebied bestaat uit vlak grasland met een vrij dicht patroon van kavelsloten De Lange Muiderweg is de bochtige dijkweg, die aan de oostzijde van de Vecht de gemeente Weesp met de gemeente Muiden verbindt. Aan de westzijde liggen aan de dijkvoet meerdere individuele gebouwen en complexen verspreid in een open structuur met overwegend agrarische of voormalige agrarische functie, een tuincentrum en burgerwoningen. Aan de oostzijde van de weg is de visuele en 51
natuurlijke relatie met de Vecht over grote lengte niet echt meer aanwezig door reeksen woonarken en -boten en een daarbij veranderde gebruik van de dijkberm en de oever (m.n. erfscheidingen). De 's-Gravelandseweg volgt op de dijk het bochtige verloop van de Vecht naar het oosten. Onder de rook van de binnenstad is hieraan het sport- en recreatiegebied 's-Gravelandseweg gelegen en wordt verder het bebouwingsbeeld bepaald door de aan de noordzijde aan de dijkvoet gelegen verspreide vestigingen van nog groot aantal (voormalige) boerderijcomplexen, burgerwoningen en enkele bedrijfsvestigingen. De Reaalspolderweg loopt vanaf halverwege de Lange Muiderweg in oostwaartse richting dood (behoudens langzaam verkeer) op de spoorbaan naar Lelystad en ontsluit één boerderijcomplex. De Keverdijk is een landelijke weg vanaf de 's-Gravelandseweg naar het noorden. Rond de kruising kan gesproken worden van een kleine buurtschap; in het verdere verloop worden meerdere verspreid liggende historische en meer recent gerealiseerde boerderijcomplexen en landarbeiderswoningen ontsloten. De Kreugerlaan is het vervolg op de 's-Gravelandseweg langs het gelijknamige kanaal tot aan de gemeentegrens met Hilversum. Aan deze voor het autoverkeer doodlopende weg liggen eveneens zeer verspreid enkele boerderijcomplexen en een enkele burgerwoning.
De Gooilandseweg is een drukke provinciale weg (N 236), welke Weesp verbindt met Bussum. Ook hieraan is sprake van een zeer verspreide ligging van enkele boerderijcomplexen aan de zuidzijde. De Dammerweg is de verbindingsweg van de Gooilandseweg naar de kern Nederhorst den Berg, gelegen aan de oostzijde van de Vecht. Nabij de kruising ligt hier aan de Vecht het complex van Waternet, een rijtje voormalige dienstwoningen, terwijl in het verdere verloop ook hier weer aan de 'landzijde' enkele boerderijcomplexen, burgerwoningen en een restaurant worden ontsloten. Een opvallend gegeven is bij een aantal boerderijen een (voormalige) stal zich naast het woonhuis bevindt in lengterichting parallel aan de weg. Het landelijk gebied ten westen van de Vecht Dit betreft de Aetsveldse polder, welke Weesp deelt met de kern Nigtevecht (gemeente Stichtse Vecht). Hier is sprake van vlak veenweidegebied, met graslanden, een grillig patroon van kavelsloten en een nog niet verstoorde horizon. In deze polder ligt de wijk Aetsveld. De Utrechtseweg (vechtzijde) is in feite een ‘open’ lintstructuur aan een dijkweg, die de loop van de rivier de Vecht volgt met een buitendijkse strook grond met wisselende dieptes. Hier bevinden zich vrijstaande objecten in de vorm van historische gebouwen, namelijk twee molens en het verenigingsgebouw van de roeivereniging en nieuw gebouwde burgerwoningen.
De Utrechtseweg (vanaf De Klomp) geeft langs de zuidelijke oever van de Vecht uiteindelijke verbinding met de Gooilandseweg. Voorbij het woongebied De Klomp is sprake van een tweezijdige bebouwing van individuele panden (kleine en grotere, oude en nieuwe) en complexen, aanvankelijk in een relatief dichte reeks en in het vervolg tot aan de Lage Klompweg zeer gespreid. De hoofdgebouwen hebben een directe relatie met de weg, hoewel hierop enkele uitzonderingen bestaan; de bijgebouwen en bedrijfsruimten zijn over het algemeen meer naar achteren geplaatst. De doorzichten naar de Vecht zijn zeer karakteristiek; in zekere zin geldt hetzelfde voor de doorzichten naar het 'achterland'. De Horn is een niet doorgaande voortzetting van de Utrechtseweg. Nabij de afslag van de Lage Klompweg is sprake van een zekere clustering van de gebouwen, zodat hier gesproken kan worden van een buurtschap. De Vechtoever gaat in dit lint vrijwel overal schuil achter woonarken en de daarbij behorende dijkberm inrichting. De Lage Klompweg geeft verbinding met de Gooilandseweg, steekt deze over opnieuw richting Vecht en volgt deze tot aan de gemeentegrens met de gemeente Stichtse Vecht. Nabij de Horn is hier een korte reeks lintbebouwing aanwezig met oudere individuele huisjes en een modern (jaren '80) blokje eengezinshuizen.
Nabij de Vecht ontstaat weer een soort buurtschap met individuele panden en complexen aan beide zijden, evenals in de oeverzone een aantal woonarken.
52
De Aetsveldseweg is een rudiment van een landelijke verbinding van Weesp naar Nigtevecht; nu begint de weg nabij de kruising met de Gooilandseweg en loopt aan de westzijde om de woonwijk Aetsveld. Aan weerszijden liggen zeer verspreid een aantal boerderijcomplexen en enkele solitaire dienst- en burgerwoningen. Het Nigtevechtsepad ligt onderaan de Kanaaldijk Oost en geeft voor fietsers en wandelaars een verkeersverbinding met Weesp. Aan de westzijde van dit pad liggen ver uit elkaar 2 boerderijcomplexen, waarvan er één een aparte, specifiek ontworpen accommodatie voor kinderopvang huisvest.
De Korte Muiderweg Dit is een drukke autoverbinding van Weesp naar de Rijksweg A1 en ligt in feite in de Bloemendalerpolder. Desondanks vertoont de stedenbouwkundige structuur en bebouwingskarakteristiek veel overeenkomsten met het overige landelijke gebied van Weesp en is een en ander even kwetsbaar. De bebouwing aan de westzijde is ontsloten vanaf en gericht op de weg; de bebouwing aan de andere zijde ligt op afstand van de weg en is georiënteerd op de Vecht. Vlak voor de 'stadsrand' is een afwijkende bebouwingsvorm aanwezig in de vorm van individuele en geschakelde `stadswoningen' (begin 20e eeuw) in twee bouwlagen, met of een platte afdekking of een schildkap. Bebouwingskarakteristiek Opvallend is het nog grote aandeel in de linten van (voormalige) boerderijcomplexen, zowel historisch waardevolle, als meer indifferente, en zowel nog geheel in functie als agrarisch bedrijf en als andersoortig bedrijf of als burgerwoning. Afwisselend daartussen bevinden zich kleine landarbeiderswoningen, grotere burgerwoningen en een zeer beperkt aantal specifieke bedrijven. Bij de (voormalige) agrarische vestigingen is altijd sprake van een op de weg georiënteerd hoofdgebouw (de woning e.a.) en in een meer terug gelegen positie de bedrijfsgebouwen, zoals de stallen, de materieelberging(en) en de kapberg.
Bij een aantal boerderijcomplexen zijn een tweede en soms een derde woning aanwezig, over het algemeen eveneens in de zone aan de wegzijde. De historische boerderijen kenmerken zich veelal door een 'opgetild' woonhuis (souterrain) en een voorname voorgevel; bij de meeste is een opbouw van een langhuis/dwarshuisboerderij herkenbaar. De meeste 'moderne' boerderijen volgen dit principe, maar de vormgeving, detaillering en materialisatie van woonhuis en stallen zijn meer gericht op soberheid en doelmatigheid. De hoofdgebouwen op de boerderijcomplexen bestaan over het algemeen uit één bouwlaag (excl. een eventueel souterrain) en een kap, meestal zadeldak of mansarde. De gevels zijn overwegend in baksteen (rood/roodbruin/bruin) opgetrokken, vaak met een gestucte plint (grijs) en de daken zijn voorzien van keramische pannen (gesmoord-grijs en rood). Er zijn enkele oudere boerderijen, waarvan het hoofdgebouw geheel in hout is opgetrokken. De bijgebouwen en stallen hebben een goothoogte tot 4,00 á 4,50m met een (flauwe) kap; bij de oudere boerderijen nog wel van metselwerk, hout of een combinatie daarvan, en pannen op de daken; bij de meer recente komen vooral stalen gevelbekleding en golfplaten daken en dergelijke voor. Over het algemeen is bij de boerderijcomplexen een siertuin aan de voorzijde aanwezig en erfbeplanting rondom.
Waar nog aanwezig zijn de bermsloten een zeer karakteristiek onderdeel van het 'ensemble'. Achter de voorgevelrooilijn is bij een aantal complexen sprake van een 'rommelige' inrichting. De kleinschalige landarbeiderswoningen zijn vrijwel allemaal als burgerwoning in gebruik en middels aan- en uitbouwen in meer en mindere mate aangepast aan de eisen van deze tijd. Toch is vrijwel overal de kleinschaligheid behouden (overwegend één laag met een kap) en is de kleurstelling terughoudend. Gevels van metselwerk en/of gedeeltelijk van hout, keramische pannen op de daken (aardse tinten voor de baksteen en grijze of rode pannen). Bij de burgerwoningen is de variatie groot, zowel in omvang, positie op het erf, als vormgeving, detaillering en materiaalgebruik. Ook hier zijn de gebouwen weliswaar maximaal één a anderhalve bouwlaag met een kap, maar qua typologie en materiaalgebruik is sprake van een voor het landelijke gebied afwijkende karakteristiek. 53
Waardering Het gebied ontleent zijn waarde aan het open landschap met zijn lange zichtlijnen en de verspreide soms heel karakteristieke - bebouwing en erfbeplanting. Het landschappelijke karakter is kwetsbaar en verdient bescherming. De nog aanwezige (voormalige) agrarische complexen zijn als 'ensemble' (hoofdgebouw, bijgebouwen én erfinrichting) van wezenlijk belang voor de beeldkwaliteit van het landelijke gebied. Vastgesteld moet worden, dat het karakter van de burgerwoningen als zodanig (hoofdvorm, positionering en erfinrichting) niet geheel strookt met de aard van het landelijke gebied en dat op veel plaatsen de grens is bereikt, van wat het landschap aan kan. Beleid Het welstandsbeleid is gericht op: ▪ behoud en versterking van de openheid en de overige karakteristieken van het landschap; ▪
het voorkomen van een verdere verdichting van linten met nieuwbouw;
▪
behoud van de nog functionerende, respectievelijk nog als ensemble bewaarde agrarische bedrijven;
▪
behoud van de nog complete ensembles van voormalige agrarische vestigingen en het stimuleren van een aanvaardbaar gebruik daarvan; het - met name bij de boerderijcomplexen - bevorderen van behoud en vernieuwing van de karakteristieke erfbeplanting en van het terugdringen van een oneigenlijk gebruik en/of inrichting van de erven.
▪
Criteria Van toepassing zijn de algemene welstandscriteria, aangevuld met de onderstaande gebiedsgerichte criteria. Ligging ▪ waar aanwezig wordt bij agrarische en voormalige agrarische complexen de karakteristieke groepering van de hoofd- en bijgebouwen gerespecteerd, evenals de specifieke inrichtingselementen, zoals siertuin, boomgaarden en kavelsloten ("ensemblewaarde") ▪
de woongebouwen zijn georiënteerd op de (dijk-)weg; de bedrijfsgebouwen zijn tenminste 3,00 m' achter de voorgevelrooilijn van het woonhuis geplaatst
▪
in principe is sprake van wisselende afstanden van de gebouwen tot de weg
▪
waar aanwezig wordt de bermsloot gehandhaafd
▪
het kenmerkende silhouet van beeldbepalende gebouwen wordt gehandhaafd
▪
windturbines dienen een directe relatie te hebben met het (agrarische) bedrijf, waarvoor zij de energieopwekking verrichten of kunnen voor een meer algemeen gebruik individueel of in een reeks worden geplaatst in samenhang met aanwezige infrastructurele (lijn-) elementen zoals b.v. een viaduct, een brug, een dijk of een kanaal
Massa ▪ alle hoofdgebouwen worden van een kap voorzien; bijgebouwen worden bij voorkeur met een kap afgedekt ▪
de bebouwing is qua typologie afgestemd op de gebiedseigen landelijke, traditionele karakteristiek
▪
bij bedrijfsgebouwen, welke direct aansluiten op het open landschap wordt aandacht besteed aan schaal verkleinende ingrepen en een zeer terughoudende kleurstelling;
54
▪
aan het open landschap grenzende erven met indifferente bedrijfsgebouwen en buitenopslag worden afgeschermd met een groenstrook met opgaande beplanting;
Architectonische uitwerking ▪ bij nieuw- en verbouw wordt aandacht besteed aan een zorgvuldige, traditionele detaillering, overeenkomstig de aanwezige karakteristiek en afgestemd op het bouwjaar van het gebouw ▪
de materialen van woningen en overige hoofdgebouwen zijn van metselwerk van baksteen in aardse tinten en daken met gebakken pannen of met riet gedekt. Gevels kunnen gedeeltelijk of geheel in hout worden opgetrokken/bekleed en dekkend afgewerkt in een - in relatie met de omgeving - niet te opvallende kleurstelling
▪
voor niet aan de weg gelegen bedrijfsgebouwen kan een meer utilitaire materialisatie gekozen worden in gedekte kleuren
▪
variatie in kleur- en materiaalgebruik, gericht op onderscheid tussen hoofd- en bijgebouw, wordt aanbevolen
▪
afwijkende materialisatie en kleurstelling kunnen slechts na overleg met de gemeente en de commissie worden toegestaan, waarbij vooral plaatselijke omstandigheden doorslaggevend zullen zijn
▪
de kleurstelling van een windturbine c.a. wordt afgestemd op de omgeving (gebouwen, complex, kunstwerk of 'groene setting'), met dien verstande, dat voor zover een en ander tegen de lucht afsteekt bij voorkeur gekozen wordt voor een grijze/lichtgrijze tint; felle kleuren zijn niet toegestaan
▪
bij ingrepen aan de bestaande gebouwen en/of bij vervangende nieuwbouw wordt de bestaande karakteristiek en de overwegend traditionele vormentaal en materialisatie, gerespecteerd
55
8.13. Overige systemen Transformatiegebieden (13b) In de Schoonheid van Amsterdam wordt aan Hoofdstuk 8.13b Overige systemen I transformatiegebieden na Bajeskwartier het gebied ‘Weespersluis’ toegevoegd. Weespersluis is de huidige benaming voor de woonwijk die wordt gerealiseerd in de Bloemendalerpolder. Op pagina 219 na ‘Bajeskwartier’ toevoegen: Weespersluis Voor Weespersluis (voorheen de Bloemendalerpolder) is een Beeldkwaliteitsplan op hoofdlijnen (mei 2016) van toepassing. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de beeldkwaliteiten op hoofdlijnen. Voor de verschillende deelgebieden zijn aanvullende beeldkwaliteitsparagrafen opgesteld. Alle grootschalige ontwikkelingen binnen Weespersluis worden om advies voorgelegd aan een Q-team (kwaliteitsteam). Voor de reeds gerealiseerde delen van Weespersluis gelden de criteria voor Veel voorkomende kleine bouwplannen in hoofdstuk 6 en waar deze niet toereikend zijn de algemene criteria.
56
b. Te wijzigen en toe te voegen passages in Bijlage De Schoonheid van Amsterdam
57
Inhoudsopgave [p.2] Onderaan toevoegen:
Bijlage 7. Karakteristieke panden Weesp
58
De onderstaande alinea’s of passages vervangen door:
Bijlage 1. Hoe werkt welstand? Aanvraag van een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit In hoofdstuk 1 van deze nota staat beschreven hoe welstand werkt en waarom voor de meeste sloop-, bouw- en verbouwplannen een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Deze aanvraag zal door de gemeente op verschillende punten beoordeeld worden. Er wordt getoetst of een plan voldoet aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit), zoals veiligheid, gezondheid of energiezuinigheid. Ook wordt gekeken of het bouwplan past in het omgevingsplan. Is dat het geval, dan wordt beoordeeld of het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand, tenzij de gemeenteraad heeft bepaald dat het betreffende bouwwerk of gebied welstandsvrij is. Wát die redelijke eisen van welstand zijn, is vastgesteld door de gemeenteraad in deze welstandsnota. Excessenregeling Sommige bouwwerken kunnen zonder omgevingsvergunning worden gerealiseerd. Bestaande bouwwerken en nog te realiseren bouwwerken die zonder vergunning mogen worden gebouwd of zijn gebouwd, zijn ook niet helemaal vrij van welstandstoezicht en moeten aan minimale welstandseisen voldoen. Ze mogen ‘niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand’. Als dit wel het geval is, is sprake van een ‘exces’.
Wanneer er sprake is van een exces is omschreven in de ‘excessenregeling’ in hoofdstuk 2.5 van de welstandsnota. Voldoen aan het Omgevingsplan Het ruimtelijk beleid wordt geregeld via de Omgevingswet. Het omgevingsplan is één van de toetsingsgronden bij aanvragen voor een omgevingsvergunning. Is het bouwen in strijd met het omgevingsplan, dan wordt de vergunning in principe geweigerd. Het omgevingsplan is bindend en valt in Amsterdam onder de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. De wet biedt echter mogelijkheden om afwijkingen van het omgevingsplan toe te staan. Dan kan worden besloten de vergunning toch te verlenen. Het omgevingsplan geeft onder andere de planologische voorschriften: het regelt dat er een bouwwerk met een bepaalde functie (woningbouw, tuinen, industrie, winkels, recreatie of kantoren) en van een bepaalde omvang op een locatie mag komen. Het kan ook voorschriften geven voor het behoud van bijzondere (cultuurhistorische) waarden. De verschillende bestemmingen staan op een kaart (de verbeelding) aangegeven. Het omgevingsplan geldt voor zowel burgers en bedrijven als voor de gemeente zelf. Voldoen aan de welstandsnota De welstandsnota geeft aanwijzingen voor het uiterlijk van bouwwerken, bijvoorbeeld voor de exacte plaats van een bouwwerk, voor de aard van de architectuur, of van welke materialen iets gemaakt moet worden.
De in de welstandsnota opgenomen welstandscriteria mogen de bouwmogelijkheden die het omgevingsplan toestaat (waaronder het bouwvolume) niet onmogelijk maken, maar bij de welstandsbeoordeling mag wél een relatie worden gelegd met de ruimtelijke aspecten. Als het omgevingsplan ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Conceptaanvraag indienen Een conceptaanvraag indienen kan helpen om in een vroegtijdig stadium inzicht te krijgen of het voorgenomen bouwplan in overeenstemming is met de redelijke eisen van welstand. Een
59
conceptaanvraag geeft meer zekerheid rondom de vergunningaanvraag en voorkomt dat een geheel uitgewerkt bouwplan in een (te) laat stadium aangepast moet worden. Naar aanleiding van een conceptaanvraag kan een bouwinitiatief op basis van een schetsplan, tekeningen van gevels en plattegronden, situatietekening en de te gebruiken kleuren en materialen, getoetst worden aan het omgevingsplan en aan redelijke eisen van welstand. Eventuele obstakels kunnen in een vroegtijdig stadium worden opgelost.
Het welstandsadvies Het adviestraject Voor vergunningplichtige bouwactiviteiten is een welstandsadvies verplicht. Het welstandsadvies moet gebaseerd zijn op de door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota. B&W is niet verplicht om voor elk bouwplan advies te vragen aan een onafhankelijke welstandscommissie: het verplichte advies door een welstandscommissie kan in veel voorkomende gevallen ook vervangen worden door een ambtelijke welstandstoets. De gemeente Amsterdam heeft besloten deze ‘kan’- bepaling constructief in te vullen en afspraken te maken over welke aanvragen door een stadsdeel zelf ambtelijk zullen worden getoetst en voor welke aanvragen advies zal worden gevraagd aan de Commissie Omgevingskwaliteit (COK). Advies Monumenten … ▪ Een advies over het aspect ‘monumenten’; op basis van de Omgevingswet (voorheen Erfgoedwet) en de gemeentelijke erfgoedverordening. … Supervisie … De supervisor informeert de COK regelmatig over zijn of haar werkzaamheden. De COK betrekt de schriftelijke bevindingen van de supervisor bij het welstandsadvies in het kader van een vergunningsaanvraag.
60
Op pagina 8 de volgende paragrafen en passages in het grijze kader ‘hoe werkt welstand’ vervangen door: Wettelijk kader Deze nota is gebaseerd op de volgende wettelijke grondslagen: a. Artikel 12a, eerste lid van de Woningwet (de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het vaststellen van beleidsregels waarin de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij de beoordeling of een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand); Na inwerkintreding van de Omgevingswet geldt voor de welstandsnota overgangsrecht. Dit is geregeld in artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, is de welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. De regels voor de welstandstoets zijn opgenomen in de bruidsschat. Deze regels maken onderdeel uit van het omgevingsplan. In het omgevingsplan is geregeld dat voor zover nog geen beleidsregels als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet zijn vastgesteld, de vraag of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit wordt beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. b.
Artikel 4.10, vijfde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot het vaststellen van: nadere regels met betrekking tot de toelaatbaarheid van reclame; de vereisten waaraan het doen van een mededeling van het voornemen tot het aanbrengen van reclame moet voldoen). c. Verordening op het binnenwater 2010. Bijzondere bepalingen 1. Indieningsvereisten Artikel 7.6 van de Regeling omgevingsrecht (indieningsvereisten handelsreclame) is van overeenkomstige toepassing op het doen van een mededeling aan het bevoegd gezag van het voornemen tot het aanbrengen van reclame. Toelichting Voor gevelreclame die wordt aangebracht zonder dat er sprake is van bouwen of het veranderen van een monument, geldt een vrijwillige meldingsregeling om deze op toelaatbaarheid te toetsen. Anders dan in veel andere gemeenten, geldt in Amsterdam voor deze reclame van oudsher geen vergunningvereiste en is de melding niet verplicht. In verband hiermee is nodig om de indieningvereisten die gelden voor een aanvraag omgevingsvergunning, ook te laten gelden voor de vrijwillige melding van gevelreclame. 2.