CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Techniekmonitor onderwijs-arbeidsmarkt.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 29 maart 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsbrief over de O&S onderzoeken ‘Onderwijsloopbanenmonitor mbo-studenten’ en ‘Monitor techniek: onderwijs en arbeidsmarkt’ (VN2023-008386)7.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor techniek: onderwijs en arbeidsmarkt Onderzoek & Statistiek

1

In opdracht van: OJZ, afdeling Onderwijs Projectnummer: 22228 Auteurs: Sjors Verhaar, Natalie Runtuwene, Joris Klingen, Frank Huurdeman, Idske de Jong Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl Amsterdam, november 2022 Foto voorzijde: IAmsterdam studenten MBO college Zuid Europaboulevard, fotograaf Marc Dorleijn (2014)

2

Inhoud

Samenvatting en conclusie

4

Inleiding

7

1 Onderwijs

8

1.1 Relatief veel vwo’ers kiezen technisch profiel 8 1.2 Aantal mbo-studenten dat voor een technische opleiding kiest blijft gelijk 10 1.3 Een op zes eerstejaars technische mbo-studenten wisselt of schrijft zich na eerste jaar uit 12 1.4 Mbo’ers stromen na afstuderen vaker door naar een baan in de technische sector dan hbo en wo studenten 14

2 Arbeidsmarkt 2.1 Aantal banen in de technische sector neemt toe, vooral in bouw 2.2 Voornamelijk hbo- en wo- opgeleiden werkzaam in de technische sector, maar er zijn duidelijke verschillen tussen sub-sectoren 2.3 Uitstroom uit de technische sector is constant over de jaren, maar uitstroom naar een uitkering neemt toe 2.4 In de technische sector zijn veel vacatures online niet technische beroepen

Bijlage 1 Indelingen opleidingen en sectoren

16 16 17 20 22

26

3

Samenvatting en conclusie

De afdelingen Onderwijs en Economische Zaken van de gemeente Amsterdam willen inzicht in de algemene ontwikkelingen in de technische sector in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Er is aan Onderzoek en Statistiek (O&S) gevraagd hier een monitor voor op te stellen. De hoofdvragen die centraal staan in deze monitor:  Hoeveel jongeren stromen na het behalen van een diploma met een technisch profiel in het voortgezet onderwijs door naar een technische vervolgopleiding?  Wat is de ontwikkeling van het aantal mbo-, hbo- en wo-studenten met een technische opleiding?  Welk deel van de jongeren met een technische mbo-, hbo- of wo-opleiding stopt vroegtijdig met de opleiding of wisselt van sector?  Hoeveel jongeren met een technische opleiding gaan na diplomering werken voor een bedrijf in de technische sector?  Hoeveel banen zijn er in de technische sector in Amsterdam en wat zijn de kenmerken van deze banen en de werknemers?  Hoe groot is de uitstroom uit de technische sector en wat is de voornaamste inkomstenbron van de uitgestroomde werknemers een jaar later?  Hoeveel vacatures staan er open in de technische sector en wat zijn de vaardigheden en beroepen waar om gevraagd wordt in deze vacatures? Om deze vragen te beantwoorden is er gekeken naar zowel het onderwijs als naar de arbeidsmarkt.

Door deze integrale aanpak kunnen ontwikkelingen rondom deze twee verschillende thema’s aan elkaar gerelateerd worden. Vmbo-leerlingen met een technisch profiel kiezen relatief vaak voor een technische vervolgopleiding Van de vmbo-leerlingen volgt rond de 15% een technisch profiel, voor havo- en vwo-leerlingen ligt dit aandeel aanzienlijk hoger (respectievelijk 37% en 54%). Wat hierin meespeelt is dat de technische profielen op de havo en het vwo een breder karakter hebben dan de profielkeuze in het vmbo. Daarnaast zijn er binnen het vmbo-b, vmbo-k en vmbo-gl 10 mogelijke profielkeuzes ten opzichte van 4 in het vmbo-t, havo en vwo. Waar onder havo- en vwo-leerlingen de manvrouwverhouding in de technische profielen nagenoeg gelijk is, doen op het vmbo vier keer zo veel mannen als vrouwen eindexamen met een technisch profiel. Onder vwo-, vmbo-b- en vmbo–k-leerlingen is de doorstroom naar een technische opleiding groter dan voor havo- en vmbo-t-leerlingen (vmbo: 21%, vwo: 21%, havo: 9%, vmbo-t: 8% in 2020). Deels zullen havo- en vmbo-t-leerlingen kiezen voor doorstroom binnen het vo (naar vwo respectievelijk havo). De doorstroom vanuit het vo naar een technische vervolgopleiding (mbo, hbo of wo) verschilt tussen mannen en vrouwen op alle niveaus in het vo.

Mannen met een technisch vo-profiel kiezen ongeveer twee keer zo vaak voor een technische vervolgopleiding dan vrouwen met een technisch vo-profiel.

4

Het aantal technische mbo-studenten blijft gelijk, ondanks een daling van het totaal aantal mbo-studenten Het aantal ingeschreven mbo-studenten in Amsterdam is wat aan het dalen. Het aantal mbo-4 studenten is de afgelopen jaren toegenomen, terwijl het aantal mbo-3 studenten het sterkst daalde. Het totaal aantal mbo-studenten dat kiest voor een technische opleiding is vrijwel gelijk gebleven, ook binnen de niveaus. Het aantal mbo-4 studenten stijgt dus wel, maar daarbinnen de groep die een technische richting volgt niet. Terwijl we op niveau-2 en niveau-3 juist zien dat het aantal studenten daalt, maar de groep die en technische richting volgt gelijk blijft. De aantallen technische studenten in het hbo en wo zijn de afgelopen jaren meegegroeid met de toename van het aantal studenten, waardoor het aandeel technische studenten in het hbo en wo ongeveer gelijk is gebleven. HBO’ers stoppen het mist vaak met technische opleiding Gemiddeld over alle niveaus stopt 15% van de studenten met een technisch profiel binnen een jaar met deze opleiding. In totaal is 16% van de technische studenten die in 2020/’21 in het mbo zijn ingestroomd een jaar later gestopt met deze opleiding. In het hbo is dit 13% en in het wo is dit 16%. Het kan hier zowel gaan om een wissel naar een opleiding in een andere sector of om uitschrijving uit het onderwijs.

Baankansen voor technisch geschoolde mbo’ers beter dan gemiddeld Van de mbo-studenten met een technische opleiding die 6 maanden na afstuderen een baan hebben, heeft 36% van de studenten ook een baan gevonden in de technische sector. Nadat dit percentage tussen 2016 en 2019 toename van 30% naar 43% is dit de afgelopen twee jaar dus weer licht gedaald. Voor technische hbo-studenten is het aandeel van de werkenden met een baan in de technische sector de afgelopen jaren toegenomen van 6% naar 14%. Voor technische wo-studenten is het aandeel de afgelopen jaren stabiel gebleven (7%). Voor afgestudeerden met een technisch profiel in het mbo geldt dat de baankans zes maanden na afstuderen hoger ligt dan voor het gemiddelde van de overige mbo’ers. Voor hbo- en wostudenten is dit verschil minder duidelijk aanwezig. De technische sector groeit, met name de sub-sector bouw De technische sector omvat 6% van alle banen in Amsterdam, wat neerkomt op 40.430 banen. Bijna de helft van deze banen zijn te vinden in de bouwsector. De technische sector is de afgelopen jaren sterk gegroeid. De technische sector is oververtegenwoordigd in het aantal vacatures. Van alle online vacatures in Amsterdam is 7,7% afkomstig uit de technische sector (eerste helft 2022), t.o.v. een aandeel van 6% van alle banen.

Waarschijnlijk zal de technische sector blijven groeien, met name in subsectoren Energie- en delfstofwinning, hoewel lang niet alle vacatures in de technische sector ook technische banen betreffen. Er worden in de vacatures in de technische sector momenteel vooral mbo’ers en hbo’ers gevraagd. Voornamelijk hbo- en wo-opgeleide werknemers in de technische sector, maar er zijn grote verschillen tussen de sub-sectoren In totaal is 42% van de werknemers in de technische sector hbo- of wo-opgeleid (dit percentage neemt licht toe de afgelopen jaren). Het opleidingsniveau verschilt sterk per sub-sector: in metaal, chemische industrie en energie en delfstofwinning werken veel hbo- en wo-opgeleiden 5

terwijl in de overige industrie1 het aantal werknemers met maximaal een mbo 1 opleiding (geen startkwalificatie) groot is. In vacatures wordt voornamelijk gevraagd om werknemers met een mbo- of hbo-opleidingsniveau. Uitstroom uit de technische sector is constant Waar aan de ene kant groei te zien is in de technische sector, is de uitstroom (door pensionering, stoppen met werken, overstap naar een andere sector of uitstroom naar het onderwijs) uit de technische sector stabiel op iets boven de 20%. Wel was in 2020 de uitstroom naar een uitkering of pensioen i.p.v. naar werk in een andere sector groter dan in 2019. Er zijn duidelijke verschillen in de uitstroom tussen de sub-sectoren. De uitstroom is het grootst in de voedings- en genotsmiddelenindustrie. De groei van de technische sector blijft vooralsnog achterwege in het onderwijs Concluderend is te zien dat de groei die de technische sector doormaakt op de arbeidsmarkt vooralsnog niet terug te zien in het onderwijs. Op het hbo en wo is het aantal studenten met een technische opleiding meegegroeid met het totaal aantal studenten, in het mbo blijft het aantal technische studenten gelijk terwijl het totaal aantal studenten afneemt.

Ondanks dat het grootste deel van de werkenden in de technische sector op het moment nog een hbo- of woopleiding heeft afgerond, is er uit vacaturedata gebleken dat er ook veel vraag is naar werknemers met een mbo-opleiding. Uit de onderwijsloopbaan analyse is gebleken dat vmbo-leerlingen relatief weinig kiezen voor een technisch profiel, maar dat de leerlingen die dit doen meestal wel doorstromen naar een technische mbo-opleiding. Dit vergroot uiteindelijk de kans dat de student na afstuderen werkzaam wordt in de technische sector. Om het onderwijs aan te laten sluiten op de toenemende vraag op de arbeidsmarkt lijkt de uitdaging er dus in te zitten om vmbo-leerlingen te stimuleren om een technisch profiel te kiezen met de verwachting dat dit doorwerkt in het aantal mbo-afgestudeerden met een technische opleiding. Omdat de profielkeuze bij havo- en vwo-leerlingen een minder grote invloed heeft op de hbo- of wo-studiekeuze zou het voor deze groep beter zijn om te focussen op begeleiding naar een technische hbo- of wo-opleiding na de profielkeuze en op begeleiding naar werk in de technische sector. Om zodoende het aandeel hbo- en wo-afgestudeerden dat gaat werken in de technische sector toe te laten nemen.

1 Zie bijlage voor een gedetailleerdere beschrijving van de afbakening

6

Inleiding

De afdelingen Onderwijs en Economische Zaken zetten in op het tegengaan van de tekorten in de techniek op de arbeidsmarkt. Hiertoe stimuleren zij o.a. loopbaanoriëntatie en -begeleiding en zetten zij in op een goede begeleiding naar werk in de technische sector. In deze rapportage zullen meerdere aspecten van het onderwijs en de arbeidsmarkt uitgelicht worden. Allereerst wordt er gekeken naar de onderwijsloopbaan: van profielkeuze en eindexamen op de middelbare school naar vervolgonderwijs in technische richtingen tot aan de start op de arbeidsmarkt. Vervolgens wordt er gekeken naar het aantal banen in de technische sector in Amsterdam en de kenmerken van deze banen en de werknemers die deze banen vervullen. Ook zal er op basis van vacatures in de technische sector gekeken worden naar de vraag naar personeel. Het uitgangspunt van de analyses is het meest recent beschikbare jaar en indien mogelijk worden meerdere jaren bekeken. Per bron verschilt welke jaren beschikbaar zijn. Voor de analyse van onderwijsvolgenden en afgestudeerden worden cohorten van studenten opgesteld per schooljaar. Zo kunnen leerlingen gevolgd worden over meerdere jaren en kan de doorstroom van het vo naar een vervolgopleiding en van het mbo, hbo of wo naar de arbeidsmarkt in kaart worden gebracht.

Voor mbo-studenten wordt er gekeken naar ingeschrevenen aan Amsterdamse instellingen, al dan niet woonachtig in Amsterdam. Voor hboen wo-afgestudeerden is het niet mogelijk om op locatieniveau te kijken waar zij hebben gestudeerd. Daarom wordt voor deze groep gekeken naar studenten die woonachtig waren in Amsterdam op de peildatum. Deze groep studeerde dus niet per se in Amsterdam. Voor de beschrijving van de technische sector op de arbeidsmarkt is gebruik gemaakt van een bestand dat is ontwikkeld waarin per baan in Amsterdam is vastgesteld door welk individu deze baan wordt uitgevoerd. Op deze manier kunnen kenmerken van personen gekoppeld worden aan kenmerken van de bedrijven. Om te kunnen komen tot een monitor over de technische sector is begonnen met de afbakening van de technische sector in het onderwijs en de arbeidsmarkt. In het vo is voor havo en vwo de profielkeuze natuur & techniek of natuur & gezondheid bestempeld als technisch. Voor het vmbo en mbo is de CBS-indeling van sectoren aangehouden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen techniek, economie, zorg, landbouw en combinatie. Voor het hbo, wo en de banen en beroepen is besloten om de indeling die het CBS heeft ontwikkeld voor een landelijke monitor van Techniekpack over te nemen2. De ICT-sector is in dit rapport buiten beschouwing gelaten. Hiermee is deze monitor in lijn met eerder uitgevoerd onderzoek.

2Techniekpact heeft een landelijke monitor rondom techniekonderwijs-arbeidsmarkt ontwikkeld. Zij hebben de

onderijwscodes, sbi-codes en beroepscodes voor techniek vastgesteld. De afbakening is te vinden in de bijlage van de CBS publicatie te vinden op: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2022/21/arbeidsdeelname-van-technici-van-15-tot75-jaar-2013-2021

7

1 Onderwijs

Dit hoofdstuk beschrijft het technisch onderwijs: van de instroom vanuit het voortgezet onderwijs naar de uitstroom naar de arbeidsmarkt. De belangrijkste resultaten zijn:  Een derde (32%; 2.250) van de Amsterdamse eindexamenleerlingen die in schooljaar 2020/’21 een diploma behaalden hebben een technisch profiel gevolgd. Het aandeel geslaagde leerlingen met een technisch profiel verschilt sterk per niveau (vwo 54%, havo 37%, vmbo 15%);  Vooral vmbo’ers (b en k) en vwo’ers met technisch profiel kiezen een technische vervolgopleiding;  Hoewel het totale aantal mbo’ers op niveau 4 de afgelopen jaren is gestegen, stijgt het aantal studenten dat voor een technische opleiding op niveau 4 kiest niet. Het aantal mbostudenten dat binnen de niveaus 2 en 3 voor een technische opleiding kiest is de afgelopen jaren gelijk gebleven, ondanks een afname van het totaalaantal studenten op deze niveaus;  Binnen het hbo en wo is er de afgelopen jaren een stijging van het totale aantal inschrijvingen voor een technisch opleiding; in 2020/’21 waren er 460 hbo- en 600 woinschrijvingen. Het aandeel inschrijvingen op technische opleidingen is ongeveer gelijk gebleven;  In totaal is 16% van de technische studenten die in 2020/’21 in het mbo zijn ingestroomd een jaar later gewisseld naar een andere sector of uitgeschreven uit het onderwijs.

In het hbo wisselt 13% en in het wo is dit 16%;  In 2020/’21 ligt de baankans voor afgestudeerden met een technisch profiel op mbo-niveau 2 en 3 hoger dan de gemiddelde baankans voor mbo’ers. Voor wo-studenten met een technische opleiding is de baankans iets groter. Voor hbo studenten met een technisch profiel is de baankans vergelijkbaar;  Van de technisch mbo-afgestudeerden die zes maanden na afstuderen een baan hebben, is 36% werkzaam in de sector waarvoor zij zijn opgeleid. Van de technisch hbo-afgestudeerden is 14% en van de technisch wo-afgestudeerden is 7% werkzaam in de sector waarvoor zij zijn opgeleid.

1.1 Relatief veel vwo’ers kiezen technisch profiel Van de Amsterdamse eindexamenleerlingen die in schooljaar 2020/’21 een diploma behaalden, hadden 2.250 leerlingen (32%) een technisch profiel gevolgd. Dit betrof 1.040 vwo-, 750 havoen 460 vmbo-leerlingen. Voor vwo en havo worden Natuur & Gezondheid en Natuur & Techniek tot de technische profielen gerekend. Binnen vmbo-t is er één technisch profiel. Binnen vmbobasis, vmbo-kader en vmbo-gemengd zijn er vijf profielen die onder de technische sector vallen3. De technische profielen binnen vmbo-t, havo en vwo hebben een breed karakter, terwijl de technische profielen binnen vmbo-basis, vmbo-kader en vmbo-gemengd beroepsgericht zijn.

3 Bouwen, Wonen en Interieur (BWI), Produceren, Installeren en Energie (PIE), Mobiliteit en Transport (M&T), Media,

Vormgeving en ICT (MVI) en Maritiem en Techniek (MT)

8

Het aandeel geslaagde leerlingen met een technisch profiel verschilt sterk per niveau. Van de vwo-geslaagden volgde 54% een technisch profiel, van de havisten was dit 37%. Voor beide niveaus is dit aandeel ten opzichte van de voorgaande jaren stabiel. Een stijging van het totaalaantal havo/vwo-leerlingen de afgelopen jaren zorgt wel voor een stijging in het aantal geslaagde havo/vwo-leerlingen met een technisch profiel. In schooljaar 2016/’17 waren dat 1.540 leerlingen, in 2018/’19 1.760 leerlingen en in 2020/’21 1.790 leerlingen. Binnen het havo/vwo kiezen meisjes en jongens even vaak voor een technisch profiel. Het aandeel vmbo-geslaagden met een technisch profiel ligt een stuk lager; vmbo-basis 16%, vmbo-kader 12% en vmbotheoretisch 15%4. Het aantal Amsterdamse vmbo-geslaagden met een technisch profiel is licht gedaald: van 530 leerlingen in 2018/’19, 490 leerlingen in 2019/’20 naar 460 leerlingen in 2020/’21, het leerlingaantal in deze richtingen bleef in die periode vrijwel gelijk. Op het vmbo kiezen jongens vaker (gemiddeld 4x) voor een technisch profiel dan meisjes. Figuur 1.1 Geslaagde examenleerlingen met een technisch profiel t.o.v. alle geslaagde eindexamenleerlingen, schooljaar 2016/’17 – 2020/’21 (procenten) * % % 70

60

50

Vmbo-b Vmbo-g Vmbo-k

40

Vmbo-t Havo

30

Vwo

20

10

0 2016/'17

2017/'18

2018/'19

2019/'20

2020/'21

* in de data is voor VMBO-t pas vanaf 2018/’19 de uitsplitsing techniek/niet techniek te maken. Bron: CBS, bewerking O&S

De doorstroom vanuit het vo naar een technische vervolgopleiding is het hoogst bij vmbo-basis (25%), vwo (21%) en vmbo-kader (16%).Hierbij is exclusief gekeken naar leerlingen die een jaar na het eindexamen ingeschreven staan in het onderwijs. Het aandeel vmbo-t-leerlingen met een technisch profiel dat een technische vervolgopleiding kiest (8%) is vergelijkbaar met het aandeel havisten (9%). Deels zullen deze leerlingen kiezen voor doorstroom binnen het vo.

4 Aan het vmbo- gemengde leerweg zijn de aantallen afgestudeerden met een technisch profiel per jaar te laag om uitspraken

over te kunnen doen.

9

De doorstroom vanuit het vo naar een technische vervolgopleiding verschilt tussen mannen en vrouwen op alle niveaus van het vo. Mannen met een technisch vo-profiel kiezen ongeveer twee keer zo vaak voor een technische vervolgopleiding dan vrouwen met een technisch vo-profiel. Figuur 1.2 Geslaagde examenleerlingen met een technisch profiel die doorstromen naar een technische vervolgopleiding t.o.v. alle geslaagde eindexamenleerlingen met een technisch profiel, schooljaar 2016/’17 – 2020/’21 (procenten) %

40 35 30 Vmbo-b 25

Vmbo-k

Vmbo-t

20

havo 15

vwo

10 5 2016/'17

2017/'18

2018/'19

2019/'20

2020/'21

Bron: CBS, bewerking O&S

Bij de technische vervolgopleidingen zijn binnen het mbo de populairste opleidingsrichtingen:  elektro- en energietechniek  voertuigtechniek, scheepsbouw- en vliegtuigbouwkunde  techniek en technische dienstverlening Binnen het hbo zijn dat architectuur & stedenbouwkunde, en techniek & technische dienstverlening. Binnen het wo is biochemie de populairste technische opleiding.

1.2 Aantal mbo-studenten dat voor een technische opleiding kiest blijft gelijk Deze paragraaf gaat in op de instroom in technische opleidingen in het mbo, hbo en wo. Om redenen van beschikbaarheid van data is de instroom in technische opleidingen voor het mbo beschreven op basis van het aantal studenten dat is ingeschreven bij een Amsterdamse instelling. Bij de analyse van het hbo en wo is uitgegaan van het aantal studenten dat Amsterdam als woonplaats heeft.

10

Het aantal ingeschreven mbo-studenten in Amsterdam is aan het dalen. Bij cohort 2016/’17 ging het om 6.100 studenten en bij cohort 2020/’21 om ongeveer 5.700 studenten. Hierbinnen stijgt wel het aantal studenten op niveau 4 (in 2016/’17: 2860, in 2020/ ’21: 3180). Het aantal studenten op niveau 3 daalt het sterkst (in 2016/’17: 960, in 2020/ ’21: 640). Binnen het mbo zijn er zeven domeinen in een technische richting, dit zijn:  Afbouw, hout en onderhoud  Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek  Bouw en infra  Mobiliteit en voertuigen  Techniek en procesindustrie  Transport, scheepvaart en logistiek  Voedsel, natuur en leefomgeving Het totale aantal mbo-studenten dat voor een technische opleiding kiest is de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven (in 2017/’18: 720, in 2020/’21: 780). Ook binnen de niveaus 2, 3 en 4 zijn de aantallen gelijk gebleven. Het aantal studenten dat voor een technische opleiding op niveau 4 kiest, stijgt dus niet mee met de toename van het totale aantal mbo’ers op niveau 4. Op niveau 2 en 3 dalen tegelijkertijd de inschrijvingen in technische richtingen niet mee met de afname van het totale aantal inschrijvingen. Figuur 1.3 Aantal inschrijvingen technische studie op het mbo, per niveau - schooljaar 2017/’18 – 2020/’21

500

aantal

450 400 350

MBO 2

300

MBO 3

250

MBO 4

200 150 100 50 0 2017/'18

2018/'19

2019/'20

2020/'21 Bron: CBS, bewerking O&S

Binnen het hbo en wo is er de afgelopen jaren een toename van het aantal Amsterdamse studenten dat een hbo of wo-opleiding volgt. Het totale aantal Amsterdamse studenten dat zich inschreef in 2016/’17 in het hbo was 3.360, in 2020/’21 was dit 4.750. In het wo waren er in 2016/’17 2.450 inschrijvingen van Amsterdamse studenten, in 2020/’21 waren dit er 4.120. Het 11

aandeel inschrijvingen op technische opleidingen is hierbinnen ongeveer gelijk gebleven (figuur 1.4). Een stijging in het totale aantal studenten de afgelopen jaren is gepaard gegaan met een stijging in het totale aantal inschrijvingen voor een technisch opleiding. In 2020/ ’21 waren er in het hbo 460 inschrijvingen voor een technische opleiding. In het wo waren dit er 600. Figuur 1.4 Inschrijvingen technische studie t.o.v. totaal aantal inschrijvingen op het hbo/wo, per niveau schooljaar 2016/’17 – 2020/’21 (procenten)

30

%

25 hbo

20

wo

15 10 5 0

2016/'17

2017/'18

2018/'19

2019/'20

2020/'21 Bron: CBS, bewerking O&S

Bij de instroom in technische opleidingen (hbo en wo) is gekeken welke studenten ook een technisch profiel hadden in het voortgezet onderwijs (niet in grafiek). In het hbo ligt dit aandeel op de helft (2020/’21: 51%). Voor het wo ligt dit aandeel op 32%.

1.3 Een op zes eerstejaars technische mbo-studenten wisselt of schrijft zich na eerste jaar uit Deze paragraaf gaat in op wisselingen of uitschrijvingen van eerstejaars technische studenten binnen het mbo, hbo en wo: studenten die na het eerste studiejaar overstappen naar een niettechnische studie of tussentijds stoppen met hun studie. Eén op de zes eerstejaars technische studenten die in 2020/’21 bij het mbo zijn ingestroomd, stapt na het eerste studiejaar over naar een niet-technische studie of stopt tussentijds. Dit aandeel is het hoogst binnen niveau 4 (21%) en het laagst binnen niveau 2 (16%). Het aandeel sectorwisselaars is in andere sectoren vergelijkbaar met de technische sector.

12

Figuur 1.5 Sectorwissel eerstejaars technische mbo-studenten na eerste jaar t.o.v. totaal technische eerstejaars per niveau, schooljaar 2016/’17 – 2020/’21 (procenten) %

50 45 40 35

MBO 2

30

MBO 3

25 20

MBO 4

15 10 5 2016/'17

2017/'18

2018/'19

2019/'20

2020/'21

Bron: CBS, bewerking O&S

Dertien procent van de studenten die in 2020/’21 in het hbo zijn ingestroomd, stapt na het eerste studiejaar over naar een niet-technische studie of stopt tussentijds. Dit aandeel laat een daling zien tussen 2018/’19 en 2020/’21; van 19% naar 13%. Binnen het wo wisselt of stopt 16% van de studenten die in 2020/’21 zijn ingestroomd. Figuur 1.6 Sectorwissel eerstejaars technische hbo- en wo-studenten na eerste jaar t.o.v. totaal technische eerstejaars, schooljaar 2016/’17 – 2020/’21 (procenten) %

25

20 hbo

wo

15

10

5

0 2016/'17

2017/'18

2018/'19

2019/'20

2020/'21

Bron: CBS, bewerking O&S

13

1.4 Mbo’ers stromen na afstuderen vaker door naar een baan in de technische sector dan hbo en wo studenten Onderstaande grafiek toont de doorstroom van de mbo-afgestudeerden met een technisch profiel naar de arbeidsmarkt. In de grafiek worden de afgestudeerden met een technisch profiel afgezet tegen het afgestudeerden met een niet-technisch profiel. In 2020/’21 ligt de baankans voor mbo-afgestudeerden (niveau 2 t/m 4 samen) met een technisch profiel hoger dan de overige mbo’ers (73% vs 61%). Figuur 1.7 Banenkans mbo-, hbo- en wo-studenten zes maanden na afstuderen, per niveau, per profiel schooljaar 2016/’17 – 2020/’21 (procenten)

100% 90% 80% 70%

60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2016/'17

2017/'18 mbo-tech mbo-overig

2018/'19

2019/'20 hbo - tech hbo - overig

2020/'21 wo -tech wo - overig

Bron: CBS, bewerking O&S

In het hbo en wo zijn de aantallen studenten groter dan in het mbo. De baankans voor wostudenten – zes maanden na afstuderen - met een technisch profiel ligt iets hoger dan het wooverig (77% vs 74%). De baankans voor studenten met een technisch profiel in het hbo is vergelijkbaar hbo-overig (70%). Van alle technisch mbo-afgestudeerden (niveau 2 t/m 4 samen), die zes maanden na afstuderen een baan hebben, is 36% daadwerkelijk werkzaam in de sector waarvoor zij zijn opgeleid: in 2020/’21 waren dat 40 afgestudeerden, 70 afgestudeerden waren werkzaam in een niettechnische sector5. Het zegt nog niets over de baan die zij vervullen. Men kan in een technische sector werken in bijvoorbeeld een administratieve functie of men kan in een niet technische sector zoals zorg en welzijn als monteur werken. De selectie betreft hierbij: mbo-afgestudeerden aan een Amsterdamse instelling.

5 In tabel 2 in bijlage 1 staat nader beschreven welke sub-sectoren onder welke sector vallen.

14

Bij de in Amsterdam woonachtige hbo technische studenten, die zes maanden na afstuderen een baan hadden, was 14% werkzaam in de sector waarvoor zij zijn opgeleid (onafhankelijk van het type baan). Dit aandeel is ten opzichte van de voorgaande jaren gestegen. Voor de Amsterdamse hbo’ers ging het in 2020/’21 om 30 afgestudeerden die na zes maanden aan het werk waren in een technische baan, 180 waren werkzaam in een niet-technische sector. Voor de Amsterdamse technisch afgestudeerde wo’ers ging het in 2020/’21 om 40 afgestudeerden (7%) die na zes maanden aan het werk waren in een technische baan, 520 waren werkzaam in een niet-technische sector. Dit aandeel is ten opzichte van de voorgaande jaren stabiel gebleven. Figuur 1.8 Baankans in technische sector zes maanden na afstuderen, per niveau, per profiel - schooljaar 2016/’17 – 2020/’21 (procenten)

60 50 40 30 20 10 0 2016/'17

2017/'18 mbo - tech

2018/'19 hbo - tech

2019/'20

2020/'21

wo -tech Bron: CBS, bewerking O&S

15

2 Arbeidsmarkt

Om goed zicht te hebben en te krijgen op de ontwikkelingen in de technische sector is het naast in- en uitstroom vanuit het onderwijs nuttig om te kijken naar de werkgelegenheid. In dit hoofdstuk kijken we naar werkgelegenheid in technische sectoren en de ontwikkeling daarin, alsmede naar de kenmerken van de werknemers in de technische sector. De volgende bevindingen zijn gedaan:  De technische sector bestaat uit de sub-sectoren bouw, chemische industrie, energie en delfstoffenwinning, metaalindustrie, overige industrie en voeding- en genotsmiddelenindustrie.  De technische sector (excl. ICT) omvat 6% van alle banen in Amsterdam, waarvan bijna de helft van de banen te vinden is binnen de bouw. De bouwsector is sinds 2013 sterk gegroeid.  In totaal is 42% van de werknemers in de technische sector hbo- of wo-opgeleid (dit percentage neemt licht toe de afgelopen jaren). Het opleidingsniveau verschilt sterk per subsector: in de metaal-, chemische industrie en energie en delfstoffenwinning werken relatief veel hbo- en wo-opgeleiden terwijl in de overige industrie het aantal werknemers met maximaal een mbo 1 opleiding (geen startkwalificatie) hoog is.  De uitstroom uit de technische sector per jaar is sinds 2018 constant iets meer dan 20%. De uitstroom is het grootst in de voeding- en genotsmiddelenindustrie. In 2020 was de uitstroom naar een uitkering of pensioen i.p.v.

naar werk in een andere sector groter dan in 2019.  Van alle online vacatures in Amsterdam is 7,7% afkomstig uit de technische sector. De technische sector is hiermee oververtegenwoordigd, aangezien slechts 6,0% van alle banen een technische baan is. Waarschijnlijk zal de technische sector dus blijven groeien. De meeste vacatures komen uit de sub-sector energie en delfstoffenwinning en er wordt voornamelijk gevraagd om naar een mbo- of hbo-opleidingsniveau.  Er worden veel niet technische beroepen gevraagd in vacatures in de technische sectoren. Er wordt met name gevraagd naar personeel in marketing en sales. Daartegenover wordt er buiten de technische sector ook veel gevraagd naar ICT-personeel.

2.1 Aantal banen in de technische sector neemt toe, vooral in bouw Ruim 6% van de banen in Amsterdam betreft banen in technische sectoren (excl. ICT banen). Het grootste deel is te vinden in de bouw, meer dan 17.000 banen (2,5% van alle banen), gevolgd door de energie en delfstoffenwinning (7600 banen, 1,1% van alle banen).

16

Figuur 2.1 Banen in technische sector in Amsterdam naar sub-sector, 2021 (aantallen en procenten) categorie banen aandeel technische sector, voedingsindustrie 3.259 0,5% technische sector, overige industrie 7.008 1,0% technische sector, metaal industrie 3.073 0,5% technische sector, energie en delfstoffenwinning 7.649 1,1% technische sector, chemische industrie 2.427 0,4% technische sector, bouw 17.015 2,5% technische sector, totaal 40.431 6,0% overige sectoren 635.310 94,0% Bron: Lisa, bewerking O&S

Het aantal banen in de technische sector is de afgelopen jaren toegenomen van 33.300 in 2013 tot ruim 40.400 in 2021. Opvallend is dat vrijwel alle sub-sectoren een redelijk stabiel beeld laten zien op de bouw en de energie en delfstoffenwinning na. De bouwsector nam met een groei van bijna 4.000 banen een groot deel van de totale groei van de technische sector voor zijn rekening, van 13.510 in 2013 naar 17.020 in 2021. De energie en delfstoffenwinning groeide van 7.450 banen in 2013 naar 9.710 in 2014 om vervolgens weer te stabiliseren rond de 7.500 banen. Figuur 2.2 Ontwikkeling werkgelegenheid technische sector Amsterdam naar sub-sector, 2012-2021 (aantallen)

15000 technische sector bouw chemische industrie energie en delfstoffenwinning metaal industrie overige industrie voedings- en genotmiddelenindustrie

10000

5000

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

Bron: Lisa, bewerking O&S

2.2 Voornamelijk hbo- en wo- opgeleiden werkzaam in de technische sector, maar er zijn duidelijke verschillen tussen sub-sectoren De technische sector trekt veel verschillende werknemers aan. Op basis van meerdere databronnen is een koppeling gemaakt tussen de banen in Amsterdam (bedrijvenregister) en de werknemers die deze banen invullen (polis administratie). In 2020 is veruit het grootste deel van de werknemers mannelijk. Ook werken er relatief veel hbo of wo opgeleiden in de technische sector in Amsterdam. Wat verder opvalt is dat van de werkenden in de technische sector slechts 36% een opleiding heeft gedaan die als technisch is geclassificeerd.

17

Voor de meeste kenmerken die in Figuur 2.3 zijn weergeven geldt dat de verdeling redelijk gelijk is gebleven over de afgelopen jaren. Wel is de man-vrouwverhouding naar elkaar toe aan het groeien. Daarnaast is het aantal werknemers met een vast contract toegenomen tussen 2018 en 2020 van 72% tot 77% en is het gemiddelde uurloon gestegen. Alhoewel het gaat om kleine veranderingen, kan het mogelijk wel om startende trends gaan die de komende jaren verder ontwikkelen. Figuur 2.3 Kenmerken van werknemers en banen in de technische sector in Amsterdam, 2018 en 2020 (procenten) woonachtig in Amsterdam woonachtig in MRA woonachtig buiten MRA man vrouw jonger dan 18 18 t/m 26 27 t/m 45 45 t/m 65 ouder dan 65 maximaal een mbo 1 opleiding havo, vwo, mbo 2 t/m mbo 4 hbo of wo opleiding technische opleiding geen technische opleiding vast contract bepaalde tijd minder dan 12 uur per week 12 t/m 25 uur 25 t/m 35 uur meer dan 35 uur uurloon minder dan €10 €10 tot €20 €20 tot €30 €30 tot €50 €50 tot €100 meer dan €100

% 0

10

20

30 2018

40

50

60

70

80

90

100

2020

Bron: CBS, bewerking O&S

Dat de verschillende sub-sectoren wezenlijk van elkaar verschillen is te zien door op een gedetailleerder niveau te kijken naar het opleidingsniveau per sector. Waar over de gehele technische sector 42% van de werknemers een hbo- of wo-opleiding heeft afgerond, is te zien % dat dit percentage voor de energie en delfstoffenwinning, de chemische industrie en de metaalindustrie hoger ligt (respectievelijk; 54%, 54% en 55%). In deze sectoren hebben relatief weinig medewerkers maximaal een mbo-1-opleiding als hoogst afgeronde opleidingsniveau. Het aandeel met maximaal een mbo-1 opleiding (en dus geen startkwalificatie) ligt in andere sectoren hoger: 43% in de overige industrie, 20% in de voedings- en genotsmiddelsector en 16%

18

in de bouw6. Over de gehele technische sector ligt het percentage op 18%. In de bijlage is een overzicht van de meest gevolgde opleidingsrichtingen per niveau en per sector te vinden. Figuur 2.4 Opleidingsniveau van werkenden in de technische sector in Amsterdam, per sub-sector, 2021 (procenten) bouw (n=6.220) energie en delfstoffenwinning (n=4.750) chemische industrie (n=1.680) metaalindustrie (n=2.760) overige industrie (n=3.280) voeding- en genotsmiddelen (n=2.120) totaal (n=20.800)

% 0

maximaal mbo 1 opleiding

havo of vwo

20 mbo 2

40

60

mbo 3

mbo 4

80

100

hbo of wo opleiding

Bron: CBS, bewerking O&S

Het grootste deel van de banen in de technische sector wordt ingevuld door werknemers die niet in Amsterdam wonen: 33% is woonachtig in Amsterdam, 35% in een andere MRA-gemeente en 32% woont buiten de MRA. Dit beeld wijkt per sub-sector binnen de technische sector weinig af, met uitzondering van de sub-sectoren overige industrie en de voedings- en genotsmiddelen industrie. In deze sectoren is respectievelijk 59% en 43% van de werknemers woonachtig in Amsterdam. Het aandeel Amsterdammers is het kleinst in de sub-sector bouw (25%). De verdeling in de technische sector wijkt af van het stedelijk gemiddelde. Relatief veel werknemers in de technische sector zijn woonachtig in Amsterdam. Van alle banen in Amsterdam wordt 25% ingevuld door Amsterdammers, 45% door inwoners van de MRA en 30% door werknemers woonachtig buiten de MRA.

6 Zie tabel 2 in bijlage 1 voor meer informatie over deze sectoren.

19

Figuur 2.5 Woonlocatie van werknemers in de technische sector in Amsterdam, 2020 (procenten) bouw (n=9.360) energie en delfstoffenwinning (n=6.620) chemische industrie (n=2.820) metaalindustrie (n=4.580) overige industrie (n=4.690) voeding- en genotsmiddelen (3.100) totaal (31.170) 0 Amsterdam

20 MRA

40

60

80

100

%

buiten MRA Bron: CBS, bewerking O&S

Werknemers die van buiten de MRA in Amsterdam komen werken zijn vaker dan gemiddeld hboof wo-opgeleid, en hebben vooral ook minder vaak maximaal een mbo 1 opleiding (respectievelijk 50% en 10%). Dit komt overeen met het feit dat ze relatief minder vaak werkzaam zijn in de overige industrie (een sector met relatief veel werkenden met maximaal een mbo 1 opleiding). Bijna de helft van alle werknemers woonachtig binnen de MRA hebben een mbo 2 t/m mbo 4 opleiding, wat relatief veel is. De Amsterdammers zelf zijn het sterkst vertegenwoordigd onder de groep met maximaal een mbo 1 opleiding (26%). Figuur 2.6 Opleidingsniveau van werkenden in de technische sector in Amsterdam, per woongebied, 2020 (procenten)

Amsterdam (n=6.890)

MRA (n=7.190)

buiten MRA (n=6.740)

totaal (n=20.820) 0

10

maximaal mbo 1 opleiding

20

30

40

50

60

mbo 2 t/m mbo 4 opleiding

70

80

90

100

%

hbo of wo opleiding

Bron: CBS, bewerken O&S

2.3 Uitstroom uit de technische sector is constant over de jaren, maar uitstroom naar een uitkering neemt toe Om de dynamiek in werkgelegenheid in de technische sector goed in beeld te krijgen wordt ook de uitstroom van werkenden uit deze banen in beeld gebracht. Hiervoor is er gekeken of werknemers uit een peiljaar het daaropvolgende jaar nog werkzaam waren in de technische 20

sector. Sinds 2018 is er jaarlijks een stabiele uitstroom uit de technische sector van ongeveer 20%. De uitstroom is uitzonderlijk groot in de voedings- en genotsmiddelenindustrie (31%). Voor de overige sectoren ligt het uitstroompercentage dichter bij elkaar. De uitstroom varieert van 14% in de bouw en chemische-industrie tot 17% in de metaalindustrie en 18,5% tot 20% in energie- en delfstoffen en de overige industrie. Figuur 2.7 Doorstroom in het volgende jaar van werkenden in de technische sector, Amsterdam, 2019-2020 (procenten)

2020

2019 % 0

10

20

30

40

werkzaam in de technische sector

50

60

70

80

90

100

niet meer werkzaam in techische sector Bron: CBS, bewerking O&S

Aanvullend is er gekeken wat de voornaamste inkomstenbron is van de werknemers die niet langer werkzaam zijn in de technische sector7. Hier valt op dat in 2020 een groter deel van de uitstroom is uitgestroomd naar een uitkering of pensioen in plaats van naar werk in een andere sector. In de doorstroom vallen de voedings- en genotsmiddelenindustrie en de overige industrie op. In de eerstgenoemde is de doorstroom naar onderwijs groter dan gemiddeld (33% t.o.v. 11% gemiddeld) en in de laatstgenoemde is de uitstroom naar een uitkering opvallend groot (28% t.o.v. 14% gemiddeld). Voor de overige sectoren komt de verdeling overeen met het stedelijk gemiddelde.

7 het databestand wat hiervoor gebruikt wordt is beschikbaar tot peildatum einde 2020, waardoor er voor werknemers

uit 2020 niet gekeken kan worden naar de voornaamste inkomstenbron in 2021.

21

Figuur 2.8 Voornaamste inkomstenbron van personen die zijn uitgestroomd uit de technische sector, Amsterdam, 2019-2020 (procenten)

2020 (n=9.290)

2019 (n=9.020)

0

20

werkzaam in een andere sector

40

60

80

onderwijs

pensioen

100

uitkering

%

overig

Bron: CBS, bewerking O&S

2.4 In de technische sector zijn veel vacatures online niet technische beroepen O&S beschikt sinds begin 2021 over data van online vacatures. Die bieden de mogelijkheid om naast kenmerken van de werknemers en bestaande banen ook in te zoomen op beroepen en gevraagde opleidingsniveaus. In onderstaande analyse is gekeken naar vacatures in de eerste helft van 2022. Ongeveer 7,7% van de online vacatures in Amsterdam komt uit technische sectoren. De technische sectoren vertegenwoordigen dus een groter aandeel online vacatures dan in de huidige bestaande werkgelegenheid (7,7% van alle vacatures ten opzichte van 6,0% van alle banen). Dat verschil is toe te schrijven aan zowel krapte op de arbeidsmarkt in die sectoren, als ook een sterkere groei van technische sectoren ten opzichte van niet-technische sectoren. Vooral in de technische sectoren voeding, en energie en delfstoffenwinning zien we dat het aandeel vacatures dat ze beslaan een stuk groter is dan het aandeel banen. Dat duidt erop dat de krapte vooral in die sectoren groot is. Figuur 2.9 Online vacatures in Amsterdam in 2021, totaal en naar sub-sector, 2022 (aantallen en procenten) categorie

technische sector, bouw technische sector, chemische industrie technische sector, energie en delfstoffenwinning technische sector, metaal industrie technische sector, overige industrie technische sector, voedingsindustrie Technische sector, totaal Overige sectoren

vacatures

462 143 1.569 162 139 500 2.975 35.592

aandeel vacatures

1,2% 0,4% 4,1% 0,4% 0,4% 1,3% 7,7% 92,3%

aandeel banen

2,5% 0,4% 1,1% 0,5% 1,0% 0,5% 6,0% 94,0%

Bron: jobdigger en Lisa, bewerking O&S

22

Naast verschillen in krapte zien we ook verschillen in het type arbeidskrachten dat wordt gezocht door bedrijven in technische sectoren. De sectoren overige industrie, metaalindustrie, en bouw zijn voor ongeveer 50% van de vacatures op zoek zijn naar mbo geschoolde arbeidskrachten. Anderzijds zien we bij voedings- en genotmiddelenindustrie in bijna 80% van de online vacatures gevraagd wordt naar hbo- of wo-geschoold personeel. Figuur 2.10 Gevraagde opleidingsniveaus in vacatures technische sub-sectoren, 2021 (procenten) technische sectoren totaal technische sector, voedings- en genotmiddelenindustrie technische sector, overige industrie technische sector, metaal industrie technische sector, energie en delfstoffenwinning technische sector, chemische industrie technische sector, bouw overige 0%

25%

50%

MBO

HBO

75%

100%

WO

Bron: jobdigger, bewerking O&S

Om een beter beeld te krijgen in de krapte op de arbeidsmarkt binnen technische sectoren geven de gevraagde beroepen inzicht in het type arbeidskracht dat wordt gezocht. In alle technische subsectoren wordt in minder dan 40% van de online vacatures gezocht naar een technische beroep. In de totale technische sector wordt in nog geen 25% van de online vacatures gezocht naar technisch geschoold personeel. Tegelijkertijd zien we dat in overige sectoren ook nog in ongeveer 5% van de vacatures wordt gezocht naar technische geschoolde arbeidskrachten. Figuur 2.11 Verhouding technische en niet technische beroepen gevraagd in online vacatures Amsterdam naar sub-sector, 2021 (procenten)

technische sectoren totaal technische sector, voedings- en genotmiddelenindustrie technische sector, overige industrie technische sector, metaal industrie technische sector, energie en delfstoffenwinning technische sector, chemische industrie technische sector, bouw overige 0% technisch, ambachten

25%

50%

technisch exclusief ambachten

75%

100%

overige

Bron: jobdigger, bewerking O&S

23

Aangezien een groot deel van de gevraagde beroepen niet technisch van aard zijn, rijst de vraag welke beroepen er naast technische beroepen worden gevraagd in technische sectoren. Vier niet-technische beroepen springen naar voren:  personeel en organisatie;  marketing en sales;  magazijnbeheerders;  in- en verkoop. Deze drie beroepsgroepen beslaan ongeveer 25% van alle vacatures in technische sectoren. Figuur 2.12 Meest gevraagde beroepen binnen technische sectoren, 2021 (procenten)

Specialisten personeel, organisatie en beleidsadvies Specialisten marketing, sales en public relations Magazijnbeheerders en administratief productie- en transportpersoneel In- en verkopers en commissionairs Ingenieurs (m.u.v. elektrotechnisch ingenieurs) Vakspecialisten natuur- en technische wetenschappen Financieel specialisten Software- en applicatieontwikkelaars en -analisten Machinemonteurs, montage en reparatie Databank- en netwerkspecialisten Installateurs en reparateurs van elektrische apparatuur Managers industrie, mijnbouw, bouwnijverheid en logistiek Toezichters in de mijnbouw, de industrie en de bouwnijverheid Klantvoorlichters Office managers en gespecialiseerde secretaressen Bouwarbeiders afbouw Managers gespecialiseerde dienstverlening 0% technisch, overig

technisch, ambachten

2%

4%

6%

8%

overige

Bron: jobdigger, bewerking O&S

Sectoren die het grootste aandeel vacatures hebben waarin wordt gezocht naar technisch personeel: groothandel, niet-financiële holdings, architectenbureaus, en financiële instellingen.

24

Figuur 2.13: Niet-technische sectoren met grootste aandeel technische gevraagde beroepen, 2021 (procenten) Groothandel en handelsbemiddeling (niet in auto's en motorfietsen) Holdings, concerndiensten binnen eigen concern en managementadvisering Architecten, ingenieurs en technisch ontwerp en advies; keuring en controle Financiële instellingen (geen verzekeringen en pensioenfondsen) Handel in en reparatie van auto’s, motorfietsen en aanhangers Arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer Detailhandel (niet in auto's) Gezondheidszorg Dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie Openbaar bestuur, overheidsdiensten en verplichte sociale verzekeringen Vervoer over land Verhuur van en handel in onroerend goed Speur- en ontwikkelingswerk Onderwijs 0% technisch, ambachten

4%

8%

12%

technisch, overig

Bron: jobdigger, bewerking O&S

25

Bijlage 1 Indelingen opleidingen en sectoren

Tabel 1: meest gevolgde opleiding van werknemers in de technische sector, per niveau, per sub-sector, 2020 categorie bouw

chemische industrie

energie en delfstoffenwinning metaal industrie

overige industrie

voedingsindustrie

maximaal mbo 1 opleiding opleiding Algemeen Techniek en tech. dienstverlening Architectuur en bouwkunde Algemeen Techniek en tech. dienstverlening Bedrijfskunde en administratie Algemeen Techniek en tech. dienstverlening Bedrijfskunde en administratie Algemeen Techniek en tech. dienstverlening Bedrijfskunde en administratie Algemeen Landbouw Bedrijfskunde en administratie Algemeen Persoonlijke dienstverlening

aandeel 45% 21% 16% 60% 20% 5% 50% 17% 8% 57% 20% 7% 38% 7% 6% 61% 9%

Bedrijfskunde en administratie

5%

mbo 2 t/m mbo 4 opleiding opleiding Techniek en tech. dienstverlening Architectuur en bouwkunde Algemeen Techniek en tech. dienstverlening Algemeen Bedrijfskunde en administratie Algemeen Techniek en tech. dienstverlening Bedrijfskunde en administratie mbo 2 t/m mbo 4 opleiding Algemeen Bedrijfskunde en administratie Algemeen Bedrijfskunde en administratie Techniek en tech. dienstverlening Algemeen Levensmiddelentechnologie en non-ferrotechniek Techniek en tech. dienstverlening

aandeel 35% 25% 12% 33% 19% 15% 25% 24% 17% 39% 19% 13% 23% 17% 12% 41% 15%

hbo of wo opleiding opleiding Architectuur en bouwkunde Bedrijfskunde en administratie Techniek en tech. dienstverlening Bedrijfskunde en administratie Techniek en tech. dienstverlening Gedrag en maatschappij Bedrijfskunde en administratie Techniek en tech. dienstverlening Gedrag en maatschappij Bedrijfskunde en administratie Techniek en tech. dienstverlening Gedrag en maatschappij Bedrijfskunde en administratie Kunst Gedrag en maatschappij Bedrijfskunde en administratie Gedrag en maatschappij

aandeel 15% 23% 14% 26% 22% 10% 30% 13% 8% 37% 20% 7% 23% 11% 10% 38% 9%

11%

Techniek en tech. dienstverlening

5%

26

Tabel 2: Indeling banensoorten per sub-sector, binnen de technieksector, 2022 subsector energie en delfstoffenwinning

voedings- en genotsmiddelenindustrie overige industrie

chemische industrie

metaal industrie

baansoorten Winning van aardolie en aardgas Winning van delfstoffen (geen olie en gas) Dienstverlening voor de winning van delfstoffen Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom en gekoelde lucht Winning en distributie van water Afvalwaterinzameling en -behandeling Afvalinzameling en -behandeling; voorbereiding tot recycling Sanering en overig afvalbeheer Vervaardiging van voedingsmiddelen Vervaardiging van dranken Vervaardiging van tabaksproducten Vervaardiging van textiel Vervaardiging van kleding Vervaardiging van leer, lederwaren en schoenen Primaire houtbewerking en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk (geen meubels) Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren Drukkerijen, reproductie van opgenomen media Vervaardiging van meubels Vervaardiging van overige goederen Reparatie en installatie van machines en apparaten Vervaardiging van cokesovenproducten en aardolieverwerking Vervaardiging van chemische producten Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen en producten Vervaardiging van producten van rubber en kunststof Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten Vervaardiging van metalen in primaire vorm Vervaardiging van producten van metaal (geen machines en apparaten) Vervaardiging van computers en van elektronische en optische apparatuur

27

bouw

Vervaardiging van elektrische apparatuur Vervaardiging van overige machines en apparaten Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers Vervaardiging van overige transportmiddelen Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw en projectontwikkeling Grond-, water- en wegenbouw (geen grondverzet) Gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12521375/1