Bijlage 2 -Talma Uitzetten van taken in het sociaal domein in Amsterdam
Tekst van het document
Aanbiedersveld
87
De opdrachtnemer heeft een acceptatieplicht voor alle cliënten die rechtmatig naar haar verwezen zijn conform de Jeugdwet en de gemeentelijke verordeningen en nadere regels en die passen bij de jeugdhulpvormen, de zorgprofielen, en de capaciteit (inclusief bandbreedte) die met Opdrachtnemer zijn afgesproken. Aanbieders mogen geen cliënten met een recht op zorg weigeren vanwege de omvang van de benodigde zorg, de aard van de beperkingen of andere kenmerken van de cliënt. (A200430a/20) Maximaal 10 Kernpartners. (A200430/7)
Uitbesteden door middel van een overheidsopdracht zet de gemeente in principe op een informatie-achterstand. Door middel van de overheidsopdracht kan de gemeente echter wel eisen stellen (en afdwingen) ten aanzien van de informatievoorziening door aanbieders.
Het instrument van de overheidsopdracht verandert op zichzelf niets aan de uiteenlopende doelstellingen tussen gemeente en opdrachtnemers. Wel heeft de gemeente bij een overheidsopdracht meer mogelijkheden (dan bij subsidie) om middels prikkels in het contract de doelstellingen van de zorgaanbieder meer in lijn te krijgen met de doelen van de gemeente. Het jaarlijks overeenkomen van een uitvoeringsovereenkomst biedt in principe ruimte en flexibiliteit om doelconsensus te vergroten gedurende de contractperiode.
De reductie van het aantal aanbieders vergroot de mogelijkheden om informatiesymmetrie te
Door de reductie van het aantal aanbieders ontstaat er meer ruimte om doelconsensus te
Mogelijkheid om in te schrijven als ‘samenwerkingsverband’ en mogelijkheid gebruik te maken van onderaannemers. (A200430/20-22)
Scope opdracht
Een lerend systeem waarin gebiedsgerichte organisatie gericht op samenwerken en gezamenlijk ontwikkelen centraal staan en een uitgebreide prestatiedialoog wordt gevoerd om te kunnen sturen op de jeugdhulp op gebieds- en stedelijk niveau, vraagt om een stelsel waarin een beperkt aantal aanbieders, gecommitteerd aan de opdracht, gecontracteerd is voor het bieden van specialistische jeugdhulp. (A200430a/16) De opdracht richt zich op een tamelijk specifiek onderdeel van het zorgstelsel: de (hoog)specialistische jeugdhulp: alle vormen van (hoog)specialistische jeugdhulp [die vallen onder het voormalige segment C]; (hoog)specialistische ambulante ondersteuning, dagbehandeling, pleegzorg, gezinshuizen, gesloten jeugdhulp en overige verblijfsvoorzieningen; daaronder ook de zware vormen van (hoog)specialistische residentiële voorzieningen, tenzij landelijke ontwikkelingen of (boven) regionale ontwikkelingen vragen om (delen hiervan) apart in te kopen; Specialistische Jeugdhulp in het Speciaal Onderwijs (SJSO) (A200430/6)
bewerkstelligen. 10 aanbieders bij zo’n complexe taak is echter nog steeds veel. Het zal een grote inspanning van de gemeente vragen om de informatiesymmetrie te verbeteren.
bevorderen. Maar met 10 aanbieders is er nog steeds ruimte voor individuele aanbieders om zich daaraan te onttrekken. Bovendien zal doelconsensus een extra inspanning vragen van (hoofd)aanbieders binnen een samenwerkingsverband of met onderaannemers.
Er vallen veel verschillende vormen van dienstverlening binnen de scope van de opdracht. Dit is nadelig voor de mogelijkheden om informatiesymmetrie na te streven. De toevoeging van SJSO versterkt dit effect.
Er vallen veel verschillende vormen van dienstverlening binnen de scope van de opdracht, met allemaal hun eigen doelen/SPICs. Dit belemmert de mogelijkheden het gezamenlijk eens te worden over het doel van de ondersteuning. De toevoeging van SJSO versterkt dit effect.
De duur van de relatie is iets langer dan in de oude situatie, maar nog wel opgeknipt in 2+2+2. Dit biedt voldoende ruimte om informatiesymmetrie te bevorderen. De eisen ten aanzien van monitoring zijn gedetailleerd en bevatten waarborgen voor transparantie. Dit heeft een positief effect op de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieder(s).
De duur van de relatie is iets langer dan in de oude situatie, maar nog wel opgeknipt in 2+2+2. Dit biedt voldoende ruimte om doelconsensus te bevorderen. De informatie die standaard door de aanbieders geleverd moet worden heeft beperkt betrekking op de beoogde doelen en effecten. De informatie heeft vooral betrekking op aantallen cliënten, cliëntstromen en financiën. Dit draagt niet of
Waarom SJSO nu wel wordt geïntegreerd in de inkoopopdracht voor SJH heeft er mee te maken dat de ervaring heeft geleerd dat de problemen binnen de leerling populatie van het Speciaal Onderwijs zich vaak niet beperken tot de onderwijsomgeving. (A200430a/17) Duur relatie
2 jaar, met 2x de mogelijkheid te verlengen met 2 jaar (totaal dus maximaal 6 jaar)
Monitoring
Gedurende het jaar monitoren de gemeenten de prestaties van de aanbieders. De gemeenten monitoren deze prestaties op drie terreinen: (a) inhoudelijke opgave & cliëntstromen, (b) kwaliteit van zorg en, (c) tijdigheid van betrouwbare
88
informatie. (A200430a/54)
nauwelijks bij doelconsensus.
aan
het
vergroten
van
de
Er zijn 10 monitoritems om de eerste twee categorieën te monitoren, verdeeld over drie categorieën: basisgegevens (o.a. aantal jeugdigen in zorg), wacht- en doorlooptijden en outcomeindicatoren. (A200430a/54-55) Gegevens voor monitoritems 1 t/m 8 worden door de gemeente verzameld op basis van het berichtenverkeer conform de landelijke iJWstandaard. […] Deze monitoringsvereisten hebben een zo beperkt mogelijke administratielast, maar we vragen aanbieders dus wel op individueel cliëntniveau te blijven registreren (activiteiten in het kader advies en consultatie uitgezonderd). […] Voor twee monitoritems (cliënttevredenheid en doelrealisatie) worden aanbieders gevraagd aan te sluiten bij de in 2018-2019 regionaal ontwikkelde systematiek. […] Naast monitoring van de bovengenoemde drie terreinen die direct relateren aan de prestaties van de aanbieder, monitoren de gemeenten ook de overkoepelende (financiële) situatie van de aanbieders, waaronder (financiële) stabiliteit & winstgevendheid. […] Monitoring wordt niet alleen ingevuld in de vorm van het ophalen en bespreken van kwalitatieve data. Ook input vanuit casuïstiekbesprekingen en verhalen vanuit de praktijk wordt van belang geacht. (A200430a/55)
Relatiemanagement
89
De meeste gegevens worden opgehaald door gebruik van het berichtenverkeer binnen de landelijke daarvoor vastgestelde eisen (istandaarden) en in aansluiting op de eisen door het Rijk gesteld in de Ministeriële regeling Informatieprotocol beleidsinformatie Jeugd (in kader CBS-rapportages). De Jeugdwet verplicht gemeenten te bepalen welke outcome-indicatoren gehanteerd dienen te worden (artikel 2.2 lid 2c). Amsterdam conformeert zich aan de geharmoniseerde set outcome-indicatoren die de VNG en de brancheorganisaties met steun van het Nederlands Jeugdinstituut hebben vastgesteld. (A200225/12) De betekenisvolle interactie en dialoog geven wij in het jeugdstelsel 2021 (verder) invulling in de vorm van de prestatiedialoog. Wij onderscheiden drie verschillende vormen van prestatiedialoog die we
Het relatiemanagement is - op papier althans tamelijk intensief. Dit vergroot de informatiesymmetrie, i.c. de actualiteitswaarde van de informatie.
Met name de prestatiedialoog op niveau 2 draagt bij aan (gezamenlijke) reflectie op prestaties en doelen. Dat geldt ook voor de mogelijkheid aanbieders deel te laten nemen aan
in 2021 (stapsgewijs) nader vorm willen geven: 1. de prestatiedialoog tussen de gemeenten en een individuele aanbieder (waaronder ook het lokale team / OKT en de GI) in het kader van het contractmanagement, in dit geval hebben de gemeenten de rol van opdrachtgever; 2. de prestatiedialoog tussen de gemeenten, aanbieders en verwijzers gezamenlijk, met directe of indirecte inbreng van jeugdigen en ouders, in dit geval hebben gemeenten de rol van stelselverantwoordelijke (binnen het jeugddomein en sociaal domein breder); 3. de publieke verantwoording van het college van B&W naar de gemeenteraad en van de gemeenteraad naar de burgers van Amsterdam. (A200430a/52)
ontwikkelgesprekken. Dit heeft een positief effect op het bereiken van doelconsensus.
Met de beoogde doorontwikkeling naar een meer gebiedsgerichte aanpak waarbij contractmanagent ook gericht is op sturing op het stelsel, is het denkbaar dat contractmanagement in Amsterdam meer overkoepelend met de afdeling Zorg (en eventueel ook met andere onderdelen binnen het sociaal domein) wordt georganiseerd en dat er meer structuur wordt aangebracht in operationeel, tactisch en strategisch contractmanagement. Zo wordt binnen het cluster Sociaal meer integraal gestuurd op gezamenlijke doelstellingen en is het ook beter mogelijk om beschikbare informatie integraal te beoordelen en te vertalen naar het juiste organisatieniveau. (A200430a/76)
B2.1U Huishoudelijke ondersteuning Utrecht INVENTARISATIE Informatiesymmetrie Aard van ondersteuning
de Om zo lang mogelijk op een prettige manier thuis te kunnen blijven wonen en mee te doen is een schoon huis van belang. Een schoon huis is onderdeel van de basis die op orde moet zijn om ruimte te (blijven) voelen voor het ondernemen van activiteiten en het onderhouden van sociale contacten. We gaan ervan uit dat door tijdig hulp bij het huishouden te organiseren vervuiling of verwaarlozing voorkomen wordt en inzet van
90
ANALYSE Doelconsensus
De taak Hulp bij het huishouden is relatief overzichtelijk en simpel. Daarbij wordt verwezen naar een ‘normering van de basisvoorziening ‘schoon huis’’. Dit betekent dat de informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer groot is. Daar staat tegenover dat in de inkoopdocumenten zelf benadrukt wordt dat een schoon huis niet voor iedereen hetzelfde is en dat dat alleen samen met de cliënt bepaald kan
In het algemeen is het resultaat dat met Hbh bereikt moet worden duidelijk; in die zin is de doelconsensus tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij Hbh groot. Tegelijkertijd krijgt Hbh verschillende ‘hogere’ doelen toebedeeld, zoals ‘integraal bijdragen aan het Utrechtse model voor zorg en welzijn’ en ‘signalering en verbinding in de wijk’. Daarbij wordt de doelconsensus mogelijk onder druk gezet.
intensievere zorg en ondersteuning minder snel nodig is en inwoners langer zelfstandig thuis kunnen wonen. (201201/13)
worden. Dat maakt de taak Hbh meer diffuus en vormt een risico voor minder informatiesymmetrie.
Een ‘schoon huis’ is niet voor iedereen hetzelfde en alleen samen met de Cliënt is te bepalen wat een Hulp daarin kan betekenen. (201201/13) Eén van de uitgangspunten is dat Hulp bij het huishouden ondersteuning is bij wat iemand zelf niet meer kan in het huishouden; ook signalering en verbinding in de wijk. Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het Preselectiedocument. (U201201/19-20) Inrichtingselementen T=0 Bekostiging
Inspanningsgericht (bron: medewerker gemeente Utrecht)
Toegang
Per medio 2016 heeft het buurtteam een rol gekregen in het toegangsproces tot de hulp bij het huishouden. Na aanmelding bij het Wmo-loket voert een buurtteammedewerker met de inwoner een keukentafelgesprek om met de inwoner te bespreken wat er mogelijk is binnen het eigen netwerk en waar aanvullende ondersteuning in het huishouden nodig is. (U201201/23)
Aard relatie
Raamovereenkomst (U201201/61)
Aanbiedersveld
Bij aanvang (1-1-2015) met 15 aanbieders een overeenkomst gesloten. (U201201/61)
(overheidsopdracht).
In september 2018 heeft de gemeente Utrecht de raamovereenkomst HbH opengesteld voor nieuwe Aanbieders. De bestaande Aanbieders hebben in
91
Informatiesymmetrie De inspanningsgerichte bekostiging past goed bij de grote informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij Hbh.
De driehoeksrelatie tussen inwoner, aanbieder en gemeente wordt bij Hbh in Utrecht feitelijk een vierhoeksrelatie doordat het buurtteam – naast de aanbieder en de gemeente – een belangrijke rol vervult in de toegang. De gemeente besluit formeel over de toegang, maar is voor de informatie voor dat besluit afhankelijk van het buurtteam en de aanbieder. Dit vermindert de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieders aanzienlijk. Uitbesteding door middel van een overheidsopdracht zet de gemeente in principe op een informatie-achterstand. Gezien de relatief grote informatiesymmetrie bij Hbh is dat in dit geval geen probleem. De overheidsopdracht biedt bovendien de mogelijkheid eisen te stellen aan de monitoring (informatieverstrekking door de aanbieder). In Utrecht waren tamelijk veel aanbieders voor Hbh actief. Dit betekent dat bij veel aanbieders feitelijke inzichten opgehaald moesten worden (weinig informatiesymmetrie). Daar staat tegenover dat de diversiteit in aard en omvang van de aanbieders beperkt zal zijn geweest (positief voor de
Een kenmerkend aspect van Hbh is dat het een dienst is die veel mensen ook afnemen als ze wel geheel in staat zijn dat zelf te doen. Je vraagt niet ‘zomaar’ psychologische hulp of dagbesteding aan, maar je wenst wel ‘zomaar’ huishoudelijke hulp te ontvangen. Hbh is dus een dienst waar veel vraag naar is. Gecombineerd met het bedrijfsvoeringsbelang van de opdrachtnemer (die naar bedrijfscontinuïteit kijkt en cliënten Hbh soms ook ziet als potentiële klanten voor andere diensten) kan dit de doelconsensus met de opdrachtgever (die kostenbeheersing belangrijk vindt) onder druk zetten. Doelconsensus De inspanningsgerichte bekostiging past goed bij de grote doelconsensus bij Hbh. Er is voor de opdrachtnemer weinig ruimte om er andere doelen op na te houden dan die van de opdrachtgever. Een inspanningsgerichte bekostiging zet de doelconsensus ten aanzien van bedrijfsvoering onder druk (opdrachtgever: kostenbeheersing; opdrachtnemer: omzet/bedrijfscontinuïteit). Het feit dat de gemeente alleen formeel besluit over de toegang vormt een risico voor de doelconsensus. Als de doelconsensus tussen de gemeente en de buurtteamorganisatie groot is, dan heeft dat een positief effect op de doelconsensus tussen gemeente en aanbieders.
Een overheidsopdracht kan helpen om een kleine doelconsensus te compenseren. In het geval van Hbh is de doelconsensus al groot en heeft de overheidsopdracht dus weinig effect.
De tamelijk grote hoeveelheid aanbieders vormde een risico voor doelconsensus. Dit risico werd beperkt doordat er geen grote verschillen waren in de aard en omvang van de aanbieders.
Scope opdracht
Duur relatie
Monitoring Relatiemanagement Verwervingsprocedure Aard
Dialooggerichtheid
92
toenemende mate problemen om geschikt personeel te vinden en hanteren veelal een stop voor nieuwe indicaties. Omdat er geen oplossing voorzien wordt, was de hoop dat nieuwe Aanbieders ruimte konden leveren. Het openstellen van de raamovereenkomst heeft tot 6 nieuwe Aanbieders geleid. Voor deze nieuwe Aanbieders is de raamovereenkomst op 5 november 2018 ingegaan. (U201201/62) Deze maatwerkvoorziening kan momenteel in verschillende vormen worden geboden: HbH1 en HbH2. HbH1 is aan de orde wanneer iemand zelf de regie op het huishouden kan voeren. Dit betreft hulp bij niet complexe situaties. HbH2 is aan de orde wanneer iemand zelf de regie op het huishouden niet meer kan voeren. Er wordt dan een meer intensieve ondersteuning geboden. (U201201/27) Start 1 januari 2015 voor een periode van 4 jaar – tot 1 januari 2019 – met de optie voor 4 keer een verlenging van telkens 1 jaar. Er is 3 keer verlengd: het jaar 2019, 2020 en 2021. (U201127a/2)
informatiesymmetrie).
De beperkte scope en duidelijke afbakening van de opdracht kwam de informatiesymmetrie ten goede.
De beperkte scope van de opdracht verminderde de doelconsensus doordat doelen minder makkelijk uitgeruild konden worden.
? ?
De duur van de relatie was aan de lange kant, hoewel de laatste jaren onzeker waren door telkens te verlengen met een jaar. Verwacht mag worden dat dit per saldo toch een positief effect heeft gehad op de informatiesymmetrie. ? ?
De duur van de relatie was aan de lange kant, hoewel de laatste jaren onzeker waren door telkens te verlengen met een jaar. Verwacht mag worden dat dit per saldo toch een positief effect heeft gehad op de doelconsensus. ? ?
Aanbesteden. Deze Opdracht wordt aanbesteed op basis van de ‘sociale en andere specifieke diensten’ zoals deze is beschreven in de artikelen 2.6a, 2.38 en 2.39 van de Aanbestedingswet 2012. (U201201/34)
De gehanteerde aanbestedingsprocedure biedt relatief veel flexibiliteit ten aanzien van de inrichting ervan. Er is dus relatief veel ruimte om een stelselwijziging door te voeren die de informatiesymmetrie vergroot.
De gehanteerde aanbestedingsprocedure biedt relatief veel flexibiliteit ten aanzien van de inrichting ervan. Er is dus relatief veel ruimte om een stelselwijziging door te voeren die de doelconsensus vergoot.
Zowel in de voorbereiding als tijdens de aanbestedingsprocedure is er veel ruimte voor dialoog. Dit heeft een positief effect op de informatiesymmetrie.
Zowel in de voorbereiding als tijdens de aanbestedingsprocedure is er veel ruimte voor dialoog. Dit heeft een positief effect op de doelconsensus.
Na de dialoogfase volgt de fase waarin de Geselecteerde gegadigden hun definitieve aanbieding opstellen en indienen. Wij gunnen deze aanbesteding op basis van de ‘economisch meest voordelige Inschrijving’ gebaseerd op de beste prijs-kwaliteit verhouding. (U201201/34) Voor de formulering van de uitgangspunten is input opgehaald bij verschillende stakeholders zoals de Cliëntenraad Wmo, de buurtteams Sociaal en buurtteams Jeugd & Gezin, het Wmo-loket, de huidige Aanbieders van huishoudelijke hulp en Zilveren Kruis als grootste inkoper van wijkverpleging in Utrecht. Daarnaast is in mei 2020 een kwalitatief onderzoek uitgevoerd onder huidige
cliënten van de hulp bij het huishouden om hun ervaringen op te halen en te horen wat zij belangrijk vinden in zowel het aanvraagproces als de uitvoering van de hulp bij het huishouden. […] Afsluitend hebben we de uitgangspunten getoetst tijdens een marktconsultatie. (U201201/11-12) Vragen worden doorlopend beantwoord. In principe één Nota van Inlichtingen. (U201201/39)
Doorlooptijd
Aantal toegelaten aanbieders
De gesprekken in de dialoogfase zijn individueel (per aanbieder) en vertrouwelijk. Belangrijkste onderwerpen in de dialoog zijn: partnerschap, wijkgericht werken, bekostiging en keuzevrijheid. (U201201/51-52) Ruim 9 maanden van publicatie tot gunning, inclusief 2 maanden voor dialoogfase; ruim 3 maanden voor implementatie (U201201/40-41) Geschiktheidseis preselectie: ervaring met het vervullen van een signaleringsfunctie. (U201201/44) Aantal toegelaten aanbieders is verder onbegrensd. Na de preselectie kunnen nog maximaal 4 aanbieders een inschrijving doen. In de dialoogfase is de opdracht vervolgens verdeeld over twee delen van de stad (Noord en Zuid), met per gebied twee aanbieders. Die twee aanbieders per gebied hebben vervolgens onderling het volume verdeeld. (bron: medewerker gemeente)
Inrichtingselementen T=1 Bekostiging
93
De gemeente Utrecht heeft een sterke voorkeur voor het werken met een taakgerichte financiering. Dit vanwege de lagere administratieve lasten voor zowel de Aanbieders als de gemeente en de maximale ruimte die dit biedt aan de professionals van de Aanbieder om maatwerk binnen de hulp bij het huishouden mogelijk te maken. […] Concreet betekent dit dat er met een Aanbieder afspraken worden gemaakt over het budget met een gemiddeld aantal Cliënten dat gedurende het jaar ondersteuning gaat ontvangen. De gemeente Utrecht noemt het totaal bedrag dat aan de Aanbieder wordt verstrekt ‘het vierkant’. Gedurende het jaar wordt dit gemonitord en bij een substantiële afwijking vindt er nader overleg plaats
Er wordt ruim de tijd genomen voor het doorlopen van de aanbestedingsprocedure, inclusief de dialoogfase. Dit heeft een positief effect op de informatiesymmetrie. Het aantal aanbieders dat initieel wordt toegelaten tot de procedure is vrijwel onbeperkt. Dit vormt een risico voor de informatiesymmetrie in die fase. Na de preselectie wordt nog met maximaal 4 aanbieders een dialoog gevoerd. In deze fase is er veel ruimte om de informatiesymmetrie te vergroten.
Er wordt ruim de tijd genomen voor het doorlopen van de aanbestedingsprocedure, inclusief de dialoogfase. Dit heeft een positief effect op de doelconsensus. Het aantal aanbieders dat initieel wordt toegelaten tot de procedure is vrijwel onbeperkt. Dit vormt een risico voor de doelconsensus in die fase. Na de preselectie wordt nog met maximaal 4 aanbieders een dialoog gevoerd. In deze fase is er veel ruimte om de doelconsensus te vergroten.
Informatiesymmetrie Een taakgerichte bekostiging past niet goed bij Hbh. De hoge informatiesymmetrie die kenmerkend is voor Hbh wordt door een taakgerichte bekostiging feitelijk teniet gedaan.
Doelconsensus Een taakgerichte bekostiging past goed bij Hbh, omdat de doelconsensus hoog is en deze bekostigingswijze dat verondersteld.
De mogelijkheid het budget gedurende het jaar bij te stellen (bij een niet nader gedefinieerde ‘substantiële afwijking’) gaat ten koste van de werking van deze bekostigingsvariant (o.a. t.a.v. beperken administratieve lasten en ruimte voor innovatie).
Toegang
om deze te duiden en eventuele bijstelling van het budget te bespreken. (U201201/29) Per medio 2016 heeft het buurtteam een rol gekregen in het toegangsproces tot de hulp bij het huishouden. Na aanmelding bij het Wmo-loket voert een buurtteammedewerker met de inwoner een keukentafelgesprek om met de inwoner te bespreken wat er mogelijk is binnen het eigen netwerk en waar aanvullende ondersteuning in het huishouden nodig is. (U201201/23)
De driehoeksrelatie tussen inwoner, aanbieder en gemeente wordt bij Hbh in Utrecht feitelijk een vierhoeksrelatie doordat het buurtteam – naast de aanbieder en de gemeente – een belangrijke rol vervult in de toegang. De gemeente besluit formeel over de toegang, maar is voor de informatie voor dat besluit afhankelijk van het buurtteam en de aanbieder. Dit vermindert de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieders aanzienlijk.
Het feit dat de gemeente alleen formeel besluit over de toegang vormt een risico voor de doelconsensus. Als de doelconsensus tussen de gemeente en de buurtteamorganisatie groot is, dan heeft dat een positief effect op de doelconsensus tussen gemeente en aanbieders.
Uitbesteding door middel van een overheidsopdracht zet de gemeente in principe op een informatie-achterstand. Gezien de relatief grote informatiesymmetrie bij Hbh is dat in dit geval geen probleem. De overheidsopdracht biedt bovendien de mogelijkheid eisen te stellen aan de monitoring (informatieverstrekking door de aanbieder). Utrecht kiest voor een substantiële vermindering van het aantal aanbieders Hbh. Dat biedt mogelijkheden de informatiesymmetrie groot te houden, wat van belang kan zijn bij het realiseren van de geschetste veranderopgave (o.a. wijkgericht werken).
Een overheidsopdracht kan helpen om een kleine doelconsensus te compenseren. In het geval van Hbh is de doelconsensus al groot en heeft de overheidsopdracht dus weinig effect.
Het buurtteam bepaalt vervolgens dat Hbh nodig is. Dat wordt vervolgens in elk geval toegekend voor het aantal uur dat de gemeente als basisvoorziening heeft bepaald. De gemeente geeft de beschikking af na collegiale toetsing van het advies van het buurtteam. De aanbieder bepaalt vervolgens in samenspraak met de inwoner hoeveel uur er (aanvullend) nodig is. (bron: medewerker gemeente)
Aard relatie
Overheidsopdracht (overeenkomst). (U201201/30)
Aanbiedersveld
Sturen en monitoring op basis van het Utrechts model vraagt om regelmatig overleg tussen de accounthouder, de Aanbieders en partners in de stad. Een te groot aantal Aanbieders verhindert de mogelijkheid om echt inhoudelijk met elkaar te leren en te ontwikkelen, zeker als dit op wijkniveau wordt ingericht. Ons streven is het aantal Aanbieders van hulp bij het huishouden te beperken om versnippering, maar tegelijkertijd ook kwetsbaarheid te voorkomen. Hierbij is het nadrukkelijk niet de bedoeling om kleine Aanbieders uit te sluiten. (U201201/25) Voor deze Opdracht contracteren wij maximaal vier Aanbieders. Om samenwerking in de wijk, signalering, sturing en innovatie eenvoudiger vorm te geven, werken we met een beperkt aantal Aanbieders. De gebiedsindeling is onderwerp van
94
Utrecht schetst een stevige veranderopgave. Met een beperkt aantal aanbieders kan de doelconsensus daarbij groot blijven.
de dialoog. (U201201/30)
Scope opdracht
Duur relatie
Monitoring
U kunt zich zelfstandig voor deze Opdracht aanmelden, of gebruik maken van de kennis en expertise van collega Aanbieders en gezamenlijk inschrijven op de Opdracht om beter invulling te geven aan de inhoud van deze Opdracht. (U201201/36) Deze maatwerkvoorziening kan […] in verschillende vormen worden geboden: HbH1 en HbH2. HbH1 is aan de orde wanneer iemand zelf de regie op het huishouden kan voeren. Dit betreft hulp bij niet complexe situaties. HbH2 is aan de orde wanneer iemand zelf de regie op het huishouden niet meer kan voeren. Er wordt dan een meer intensieve ondersteuning geboden. (U201201/27) In het kader van partnerschap kiezen wij voor een contractperiode tot 1 januari 2025 (3 jaar) met drie verlengingsopties van 2 jaar. Daarmee loopt het contract tot uiterlijk 1 januari 2031. De Overeenkomst gaat conform planning in op 1 januari 2022. (U201201/30) We verwachten dat de gecontracteerde organisaties actief meewerken aan onderzoek en vormen van monitoring, zoals een jaarlijks klantervaringsonderzoek (inzet van de Ervaringwijzer) of participatieve audits waarbij professionals van verschillende partijen aan de hand van casuïstiek met elkaar bespreken of de gewenste kwaliteit wordt geleverd. Ook kwaliteitscontrole bij Cliënten thuis kan onderdeel van de monitoring zijn. (U201201/18)
De beperkte scope en duidelijke afbakening van de opdracht komt de informatiesymmetrie ten goede.
De beperkte scope van de opdracht vermindert de doelconsensus doordat doelen minder makkelijk uitgeruild kunnen worden.
De duur van de relatie is in eerste instantie gemiddeld/niet lang en niet kort. Door de vele verlengingsopties kan het toch een langdurige relatie worden. Dit biedt mogelijkheden de informatiesymmetrie te vergroten.
De duur van de relatie is in eerste instantie gemiddeld/niet lang en niet kort. Door de vele verlengingsopties kan het toch een langdurige relatie worden. Dit biedt mogelijkheden de doelconsensus te vergroten.
Op basis van de aanbestedingsdocumenten en de interviews lijken er niet of nauwelijks afspraken te bestaan over het verschaffen van informatie over de productie door aanbieders. Gesprekken tussen gemeente en aanbieders gaan echter nog wel vaak over ‘p x q’. De informatiesymmetrie lijkt hier matig te zijn.
Er worden verschillende middelen aangekondigd om het doel/effect van de Hbh te monitoren. Deze zijn echter nog steeds in ontwikkeling. Dit vormt een risico voor de doelconsensus.
De frequentie van gesprekken is redelijk hoog en daarbij worden ook de inzichten van cliënten en andere aanbieders van zorg en ondersteuning in de wijk betrokken. Dit heeft een positief effect op de informatiesymmetrie.
De gemeente zet in op partnerschap in plaats van een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Bovendien vormt reflectie op de leidende principes de basis voor gesprekken. Dit heeft een positief effect op de doelconsensus.
De bovenstaande monitoring is opgenomen als ontwikkelopgave en is nog in opbouw. Er wordt in elk geval informatie gedeeld over wachtlijsten en cliënttevredenheid. (bron: medewerker gemeente) In beschikbare documenten ontbreekt informatie over hoe (bij een taakgerichte bekostiging) zicht wordt gehouden op de prestaties van de aanbieders. Relatiemanagement
Met de Aanbieders worden kwartaalgesprekken gevoerd om te sturen op de kwaliteit van de dienstverlening. (U201201/18) De leidende principes vormen een basis om met
95
elkaar in gesprek te blijven over hoe het gaat en wat er beter kan. Niet tussen gemeente en Aanbieder als Opdrachtgever en Opdrachtnemer, maar juist ook als partners gezamenlijk met Cliënten en andere Aanbieders van zorg en ondersteuning uit de wijk. (U201201/26)
B2.2U Dagbesteding Utrecht INVENTARISATIE Informatiesymmetrie Aard van ondersteuning
de Dagbesteding bestaat in Utrecht is twee vormen: Arbeidsmatige Activering en Dagbegeleiding. Arbeidsmatige Activering omvat activiteiten in een werksetting die tot doel hebben werkvaardigheden te ontwikkelen en zelfredzaamheid maximaal te bevorderen. De begeleiding is vrij intensief (één op tien). Arbeidsmatige Activering is bedoeld voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt vanwege een beperking. (U190201a/10) Arbeidsmatige Activering draagt bij aan het behalen van de volgende resultaten: • Deelnemers hebben door werkstructuur en -ritme een gevoel van veiligheid en kunnen zich ontwikkelen; • Deelnemers kunnen beter structuur geven aan hun dagen; • Deelnemers ontwikkelen een ambitie om te werken binnen de eigen mogelijkheden; • Deelnemers hebben meer sociale contacten en doen meer mee in de samenleving; • Deelnemers ontwikkelen vakgerichte competenties en werknemersvaardigheden. (U190201a/11) Er van uitgaande dat werk de beste zorg is, zetten we met deze uitvraag een volgende stap ten opzichte van het vroegere ‘dagbesteding’. Dit doen we door de focus nog meer te verleggen naar het arbeidsmatige, ook voor kwetsbare personen. […]
96
ANALYSE Doelconsensus
Bij dagbesteding is het behoorlijk overzichtelijk welke inzet nodig is voor de uitvoering van de taak. Het is ook tamelijk overzichtelijk welke behoefte aan taakuitvoering bestaat bij de cliënt, hoewel de diversiteit in doelgroepen redelijk groot is (ouderen, mensen met psychische wetsbaarheid, mensen met NAH, mantelzorgers, etc.). De informatiesymmetrie bij dagbesteding is redelijk groot, maar minder groot dan bij huishoudelijke ondersteuning.
De aard en doelen van dagbesteding zijn vrij uitvoerig beschreven door de gemeente. Als een aanbieder inschrijft op deze aanbesteding mag verondersteld worden dat hij deze zorgvisie deelt, waardoor de doelconsensus tamelijk hoog zal zijn. Dit wordt tevens bevorderd doordat de kwaliteit van de dienstverlening een (sub)gunningscriterium is.
Een groot, divers, verspreid en passend aanbod aan Arbeidsmatige Activering is hiervoor van groot belang. (U190201a/9) Dagbegeleiding is een groepsactiviteit voor mensen met dusdanige beperkingen in de zelfredzaamheid dat lichtere vormen van groepsbegeleiding niet passend of toereikend zijn. Tegelijkertijd geven de beperkingen van de persoon nog geen aanleiding om permanent toezicht / 24-uurszorg in de nabijheid op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) in te zetten. Het gaat in deze voorziening om ouderen en personen met NAH die ernstig beperkt zijn in hun zelfredzaamheid en die (nagenoeg) niet meer in staat zijn om hun eigen dagstructuur vorm te geven. Dagbegeleiding is een aanbod van activiteiten die plaatsvinden onder professionele regie. Deze activiteiten dienen bij te dragen aan: • Het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen en personen met NAH; • Voorkomen van sociaal isolement en bijdragen aan gevoel van eigenwaarde, gezondheid, welbevinden en kwaliteit van leven.
Daarbij dienen de activiteiten: • structureel plaats te vinden op basis van een op de cliënt gerichte aanpak en zoveel mogelijk met zijn of haar actieve betrokkenheid; • activiteiten te bevatten die passen bij de interesses, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt • plaats te vinden in groepsverband; • mantelzorgers te ontlasten en te ondersteunen bij het (langer) thuis blijven wonen van personen in een kwetsbare situatie. (U190201b/11) Inrichtingselementen T=0 Bekostiging Taakgerichte bekostiging (‘vierkantsbekostiging’). (U180927/12)
Toegang
97
De toegang tot […] arbeidsmatige activering [en]
Informatiesymmetrie
Doelconsensus
Een taakgerichte bekostiging past niet goed bij de redelijk grote informatiesymmetrie van dagbesteding. De informatiesymmetrie wordt door een taakgerichte bekostiging feitelijk teniet gedaan. De driehoeksrelatie tussen inwoner, aanbieder en
De taakgerichte bekostiging past goed bij de (veronderstelde) redelijk grote doelconsensus tussen de gemeente Utrecht en aanbieders.
Als we aannemen dat de doelconsensus tussen
dagbegeleiding […] loopt via de buurtteams. (U190201a/7)
Aard relatie
Aanbiedersveld Scope opdracht Duur relatie Monitoring Relatiemanagement
Verwervingsprocedure Aard
Dialooggerichtheid
In de huidige praktijk geven buurtteams een zorgtoewijzing af, met daarin de best passende toegekende module en de trajectduur. Dit gebeurt in overleg met de deelnemer en aanbieders Arbeidsmatige Activering die de buurtteams adviseren. (U190201a/10) Overheidsopdracht. (U190201a/3)
? ? Tot 1-1-2020 (U190201a/7) ? Cliëntervaringsonderzoek. (U180927/13) ? Kwartaalgesprekken. (U180927/13)
Deze aanbesteding betreft een nationale aanbesteding volgens de Aanbestedingswet 2012. Hierbij volgt de gemeente de in deze offerteaanvraag geschetste procedure, gebaseerd op de uitgangspunten die de Aanbestedingswet 2012 schetst voor sociale en andere specifieke diensten. (U190201a/9) De Inkoopstrategie Aanvullende Zorg Wmo is tot stand gekomen in dialoog met betrokken en geïnteresseerde cliënten (organisaties), zorgaanbieders en betrokken partijen op het terrein van zorg en ondersteuning.[…] Op 19 februari 2018 namen ruim 150 mensen deel aan het eerste consultatie gesprek over de nieuwe afspraken voor de aanvullende zorg onder de Jeugdwet en Wmo vanaf 2020. Aanwezig waren onder andere zorgaanbieders met en zonder contract, cliëntenorganisaties, huisartsen, buurtteams, en woningcorporaties. (U180927/5) Eén
98
Nota
van
Inlichtingen
(en
doorlopende
gemeente wordt bij dagbesteding in Utrecht feitelijk een vierhoeksrelatie doordat het buurtteam – naast de aanbieder en de gemeente – een belangrijke rol vervult in de toegang. De gemeente is voor informatie afhankelijk van het buurtteam en de aanbieder. Dit vermindert de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieders aanzienlijk.
gemeente en buurtteam groot is, dan zal ook de doelconsensus tussen gemeente en aanbieders van dagbesteding voldoende groot zijn.
Uitbesteding door middel van een overheidsopdracht zet de gemeente in principe op een informatieachterstand. Gezien de redelijk grote informatiesymmetrie bij dagbesteding is dat in dit geval geen probleem. De overheidsopdracht biedt bovendien de mogelijkheid eisen te stellen aan de monitoring (informatieverstrekking door de aanbieder). ? ?
Een overheidsopdracht kan helpen om een kleine doelconsensus te compenseren. In het geval van dagbesteding is de doelconsensus al redelijk groot en heeft de overheidsopdracht dus weinig effect.
?
?
?
?
De gehanteerde aanbestedingsprocedure biedt relatief veel flexibiliteit ten aanzien van de inrichting ervan. Er is dus relatief veel ruimte om een inrichting van het stelsel door te voeren die de informatiesymmetrie vergroot.
De gehanteerde aanbestedingsprocedure biedt relatief veel flexibiliteit ten aanzien van de inrichting ervan. Er is dus relatief veel ruimte om een inrichting van het stelsel door te voeren die de doelconsensus vergroot.
De dialooggerichtheid van de aanbestedingsprocedure was minimaal. Dit heeft naar verwachting een zeer beperkt (positief) effect gehad op de informatiesymmetrie.
De dialooggerichtheid van de aanbestedingsprocedure was minimaal. Dit heeft naar verwachting een zeer beperkt (positief) effect gehad op de doelconsensus.
? ?
Doorlooptijd
beantwoording van vragen). Geen dialoog. (U190201a/12) 5 maanden van publicatie tot (voorlopige) gunning. Kleine 6 maanden voor implementatie. (U190201a/12)
Aantal toegelaten aanbieders
?
Inrichtingselementen T=1 Bekostiging
Taakgerichte bekostiging (‘vierkantsbekostiging’) als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, waaronder de voorwaarde van minimaal gemiddeld 30 cliënten over een jaar, of een omzetwaarde (cliëntenbestand x tarief) van meer dan 500.000 euro per jaar. Gedurende het jaar wordt dit gemonitord en bij een substantiële afwijking vindt er nader overleg plaats om deze te duiden en eventuele bijstelling van het budget te bespreken. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan wordt een inspanningsgerichte bekostiging (PxQ) overeengekomen. Het budgetplafond voor deze inspanningsgerichte bekostiging wordt bepaald door de voorwaarden voor een vierkant. (U190201a/35-38) Deelnemers Dagbegeleiding Ouderen en hun netwerk hebben de vrijheid zelf te kiezen van welke aanbieder dagbegeleiding zij gebruik maken. Dat betekent dat de gunning van de opdracht geen recht biedt op enig volume aan deelnemers. In 2018 is aan ongeveer 380 unieke personen dagbegeleiding ouderen toegekend. De gemeente houdt zich gedurende de looptijd van de opdracht het recht voor om een plafond te stellen aan het aantal deelnemers per aanbieder. [De opdracht Dagbegeleiding NAH is] zonder volumegarantie, de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep bepaalt wat nodig is. Op grond van de huidige contracten zien wij dat in 2018 ongeveer 80 unieke personen gelijktijdig, per jaar deel hebben genomen aan dagbegeleiding NAH.
U dient dit aantal klanten dagbegeleiding te kunnen bieden. De verwachting is dat het volume van deze
99
De doorlooptijd van de procedure was kort. Dat biedt weinig ruimte om de informatiesymmetrie te vergroten. Daar staat tegenover dat er relatief veel tijd was voor de implementatie (en daarmee voor het vergroten van de informatiesymmetrie na gunning). ?
De doorlooptijd van de procedure was kort. Dat biedt weinig ruimte om de doelconsensus te vergroten. Daar staat tegenover dat er relatief veel tijd was voor de implementatie (en daarmee voor het vergroten van de doelconsensus na gunning).
Informatiesymmetrie Een taakgerichte bekostiging past niet goed bij de redelijk grote informatiesymmetrie van dagbesteding. De informatiesymmetrie wordt door een taakgerichte bekostiging feitelijk teniet gedaan.
Doelconsensus De taakgerichte bekostiging past goed bij de (veronderstelde) redelijk grote doelconsensus tussen de gemeente Utrecht en aanbieders.
De mogelijkheid het budget gedurende het jaar bij te stellen (bij een niet nader gedefinieerde ‘substantiële afwijking’) gaat ten koste van de werking van deze bekostigingsvariant (o.a. t.a.v. beperken administratieve lasten en ruimte voor innovatie). Voor kleinere aanbieders is de gekozen inspanningsgerichte bekostiging wel passend bij de redelijk grote informatiesymmetrie van dagbesteding.
?
opdracht de komende jaren gelijk blijft. (U190201b/13)
Toegang
Voor alle klanten Dagbegeleiding geldt dezelfde trajectprijs ongeacht het aantal dagdelen dat werkelijk wordt benut. De trajectprijs is gebaseerd op een gemiddelde deelname van 4,75 dagdelen. U biedt de klant het aantal dagdelen dat nodig is, met als uitgangspunt maximaal 6 dagdelen aanwezigheid. De trajectprijs is € 10.532, dit geldt voor contracten met een vierkantbekostiging. Het dagdeeltarief is € 44,66 dit geldt voor de PxQ contracten. (U190201b/45) De toegang tot […] arbeidsmatige activering [en] dagbegeleiding […] loopt via de buurtteams. (U190201a/7) Er geldt hoe dan ook een proefperiode van 3 maanden. De zorgtoewijzing kan voor een bepaalde of voor een onbepaalde duur zijn. (U190201a/10) Het buurtteam Sociaal onderzoekt de noodzaak voor dagbegeleiding en kan advies geven over het beschikbare aanbod. Pas als het buurtteam heeft vastgesteld dat er een noodzaak bestaat voor ondersteuning via Dagbegeleiding, is deze voorziening toegankelijk voor de deelnemer. (U190201b/10)
De driehoeksrelatie tussen inwoner, aanbieder en gemeente wordt bij dagbesteding in Utrecht feitelijk een vierhoeksrelatie doordat het buurtteam – naast de aanbieder en de gemeente – een belangrijke rol vervult in de toegang. De gemeente is voor informatie afhankelijk van het buurtteam en de aanbieder. Dit vermindert de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieders aanzienlijk.
Als we aannemen dat de doelconsensus tussen gemeente en buurtteam groot is, dan zal ook de doelconsensus tussen gemeente en aanbieders van dagbesteding voldoende groot zijn.
Uitbesteding door middel van een overheidsopdracht zet de gemeente in principe op een informatieachterstand. Gezien de redelijk grote informatiesymmetrie bij dagbesteding is dat in dit geval geen probleem. De overheidsopdracht biedt bovendien de mogelijkheid eisen te stellen aan de monitoring (informatieverstrekking door de aanbieder). Het aantal aanbieders wordt begrensd, maar is potentieel nog steeds behoorlijk groot. Dit maakt
Een overheidsopdracht kan helpen om een kleine doelconsensus te compenseren. In het geval van dagbesteding is de doelconsensus al redelijk groot en heeft de overheidsopdracht dus weinig effect.
In overleg met de deelnemer en zijn/haar netwerk bepaalt de aanbieder hoeveel dagdelen per week daadwerkelijk noodzakelijk zijn. (U190201b/35)
Aard relatie
Aanbiedersveld
100
Opdrachtnemer geeft uitvoering aan de doelen die in het ondersteuningsplan van de cliënt staan beschreven. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld door het buurtteam Sociaal. (U190201b/35) Overheidsopdracht (raamcontract). (U190201b/13)
De gemeente is voornemens om aan maximaal 27 inschrijvers de opdracht te gunnen betreffende
Het aantal aanbieders wordt begrensd, maar is potentieel nog steeds behoorlijk groot. De aard van