CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 -Talma Uitzetten van taken in het sociaal domein in Amsterdam.docx

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 4 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de bestuurlijke reactie n.a.v. motie 337 d.d. 9 november 2022 van de leden Alberts en Kabamba inzake 'Stop het aanbesteden in de zorg, zet in op samenwerking in plaats van marktwerking' (VN2024-016089)47.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Scope opdracht

Uiteindelijk zijn de minimale aantallen gegund. Bovendien is er overlap tussen aanbieders Meedoen en Meewerken. In de praktijk zijn er zo’n 25 unieke aanbieders. (medewerker gemeente) De opdracht wordt in twee percelen verdeeld, ieder met twee diensten, namelijk een perceel Meedoen (diensten Meedoen en Inloop) en een perceel Meewerken (diensten Meewerken en Meewerkenplus). (A220412/19-20; A220412/26-27)

70

Vervoer en vastgoed vallen binnen de scope. (A220412/21-22) Activiteiten sociale basis (A220412/24-25) en reintegratie (A220412/26) vallen buiten de scope.

Duur relatie

Monitoring

Dagbesteding bij Beschermd Wonen valt buiten de scope. (A220412/25) 3 jaar (start 1-1-2023) met mogelijkheid eenzijdig te verlengen met 2 keer 1 jaar. (A220412/31) Monitoring van uitnutting budget, cliëntaantallen en -stromen, kwaliteit van zorg (klachten, cliëntervaringsonderzoek, onderzoeken door de toezichthouder en eventuele materiële controle) en ontwikkelopdrachten. (A220412/3235)

De duur van de overeenkomst is gemiddeld en biedt daarmee matig tot voldoende mogelijkheden om de informatiesymmetrie te vergroten. De eisen ten aanzien van monitoring zijn gedetailleerd en bevatten waarborgen voor transparantie. Dit heeft een positief effect op de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieder(s).

De duur van de overeenkomst is gemiddeld en biedt daarmee matig tot voldoende mogelijkheden om de doelconsensus te vergroten. De informatie die standaard door de aanbieders geleverd moet worden heeft beperkt betrekking op de beoogde doelen en effecten. De informatie heeft vooral betrekking op aantallen cliënten, cliëntstromen en financiën. Dit draagt niet of nauwelijks bij aan het vergroten van de doelconsensus.

De Gemeente monitort het werkelijk gerealiseerde gemiddeld aantal cliënten door middel van de starten stopberichten die de aanbieder via het berichtenverkeer dient aan te leveren. (A220412/30) Opdrachtgever zal in een doorlopende kwaliteitsmonitor zelf de cliëntervaring (laten) onderzoeken, bijvoorbeeld via enquête en/of focusgesprekken. Opdrachtnemer dient volledige medewerking te verlenen aan deze onderzoeken. Opdrachtgever is gerechtigd de resultaten van bovenstaand onderzoek te gebruiken in cliëntvoorlichting. (A220412/50) Als input voor de voortgangsgesprekken tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer dient Opdrachtnemer -op verzoek- informatie aan te leveren over het aantal, de aard en de afhandeling van ingediende klachten. (A220412/51) Opdrachtnemer dient zorg te dragen dat de gegevens in de verantwoordingsdocumenten aansluiten op de gegevens van het berichtenverkeer. Opdrachtnemer specificeert bij zijn verantwoording de hoeveelheden ondersteuning geleverd per individuele onderaannemer. Voor Inloop dagbesteding levert opdrachtnemer elk kwartaal een verantwoording van het gemiddelde aantal deelnemers. (A220412/53) Voor de jaarrekening geldt: Opdrachtnemer neemt jaarlijks de geleverde ondersteuning Wmo in

71

Amsterdam op in het door de accountant gecontroleerde gedeelte van de jaarrekening. Onderdeel hiervan zijn de kosten en opbrengsten gespecificeerd per Wmo-dienst voor de Gemeente Amsterdam. Jaarlijks op uiterlijk 1 juli zorgt Opdrachtnemer voor publicatie of verstrekking aan Opdrachtgever van de door de accountant gecontroleerde jaarrekening van het voorgaande jaar. Verder voldoet de opdrachtnemer aan de wettelijke voorwaarden rond opstellen, controle en publicatie van de jaarstukken. (A220412/53) Voor de Wmo verantwoording geldt: Opdrachtnemer levert jaarlijks de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen verantwoordingsdocumenten aan. De Gemeente streeft er bij deze vorm van bekostiging naar de administratieve en controlelasten zo laag mogelijk te houden en accountantsverklaringen overbodig te maken. Dat zal mogelijk niet vanaf het eerste jaar gerealiseerd zijn, maar met pilots onderzocht en uitgevoerd moeten worden. Elk jaar zal daarom in een uitvoeringsovereenkomst afspraken worden gemaakt over aard en omvang van te leveren verantwoordingsdocumenten.

(A220412/53) Opdrachtnemer is verplicht informatie te verstrekken aan de Opdrachtgever als het gaat om informatieverzoeken van de Opdrachtgever vanuit verschillende doeleinden (bijvoorbeeld ‘verantwoording en analyse’ ), voor zover binnen alle vigerende wet- en regelgeving, zoals de wet BIG, de WGBO en AVG, mogelijk en toegestaan. Voor analyse-doeleinden is informatie op inwonersniveau essentieel. Dit kan indien nodig geanonimiseerd. (A220412/53) Opdrachtnemer dient volledige medewerking te verlenen aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de Gemeente (of daartoe aangewezen derden) op inhoudelijke kwaliteit en op presentie- en financiële administratie, waaronder begrepen: formele- en materiële onderzoeken, kwaliteitsonderzoeken, rechtmatigheden doelmatigheid onderzoeken, onderzoeken n.a.v. calamiteiten/geweldsincidenten, detailcontroles, fysieke controles op locatie en fraudeonderzoeken. Alle te controleren dossiers dienen beschikbaar te zijn op één locatie. Opdrachtnemer wijst één contactpersoon aan voor het coördineren en compleet maken van de te controleren dossiers. (A220412/56)

72

Relatiemanagement

Om de prestaties van de aanbieders te bespreken vinden er gedurende het jaar prestatiedialogen plaats. Gemeente hanteert een indeling op 3 niveaus: Prestatiedialoog niveau 1. Dit is een gesprek tussen gemeente en aanbieder en vindt minimaal 3x per jaar plaats. Op de agenda voor de prestatiedialoog komen in ieder geval de 5 sturingselementen terug , de uitkomsten van de monitoring op de sturingselementen en hoe deze uitkomsten zich verhouden tot de gemaakte afspraken. Indien nodig worden verbeteracties afgesproken.

Het relatiemanagement is - op papier althans tamelijk intensief. Dit vergroot de informatiesymmetrie, i.c. de actualiteitswaarde van de informatie.

Met name de prestatiedialoog op niveau 2 draagt bij aan (gezamenlijke) reflectie op prestaties en doelen. Dat geldt ook voor de mogelijkheid aanbieders deel te laten nemen aan ontwikkelgesprekken. Dit heeft een positief effect op het bereiken van doelconsensus.

Prestatiedialoog niveau 2 Dit is het gesprek met meerdere gecontracteerde aanbieders van hetzelfde product of met de ketenpartners die het sociale stelsel vormen (horizontaal en verticaal). Prestatiedialoog niveau 3 Dit is de bestuurlijke verantwoording; opbrengsten van niveau 1 en 2 vormen belangrijke informatie voor de bestuursrapportages voor Wethouder en gemeenteraad. Opdrachtnemer en opdrachtgever hebben regelmatig overleg over voortgang en resultaten van de Raamovereenkomst. Opdrachtnemer neemt op verzoek actief deel aan door opdrachtgever georganiseerde evaluaties en ontwikkelgesprekken met andere aanbieders en met buurtteamorganisaties, partijen in de sociale basis, Amsterdammers en andere betrokkenen in het stelsel. (A220412/45) Opdrachtnemer benoemt één medewerker als contactpersoon voor de opdrachtgever. Deze persoon is deskundig en op de hoogte van de gang van zaken binnen de organisatie van opdrachtnemer. Bij afwezigheid is er één vaste vervanger als contactpersoon beschikbaar. Opdrachtnemer zorgt steeds dat Opdrachtgever op de hoogte is van de actuele contactpersoon. (A220412/55) Er is regulier overleg tussen Opdrachtnemer en Opdrachtgever in een door Opdrachtgever aan te geven frequentie. (A220412/55)

73

B2.2A Huishoudelijke ondersteuning Amsterdam INVENTARISATIE Informatiesymmetrie

ANALYSE Doelconsensus

Aard van de ondersteuning Het doel van Hbh is dat Amsterdammers die niet meer zelf geheel hun huishouden kunnen doen, in staat worden gesteld om zelfstandig te blijven wonen. Hbh is het geheel of gedeeltelijk overnemen van huishoudelijke activiteiten. Het betreft primair het verrichten van activiteiten op het gebied van schoonmaakwerk binnenshuis en het doen van de was. De activiteiten die (wel of niet) onder Hbh vallen zijn gedetailleerd beschreven in de aanbestedingsleidraad en bijlage. (A211103/17)

De taak Hbh is overzichtelijk en duidelijk omschreven. Dit betekent dat de informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer groot is. Wel worden ontwikkelopgaven benoemd ten aanzien van samenwerking met het Buurtteam en partijen in de sociale basis. Dat maakt de taak Hbh meer diffuus en is een beweging naar minder informatiesymmetrie.

Van professionals aanvullende ondersteuning Wmo wordt […] verwacht dat ze Amsterdammers actief ondersteunen in het zoeken naar oplossingen in het eigen netwerk en in de buurt en met als uitgangspunt zorg die uitgaat van preventie en krachten (mogelijkheden). Het leggen van verbinding met Buurtteam Amsterdam en partijen in de sociale basis is iets wat elke professional aanvullende ondersteuning Wmo moet kunnen. (A211103/10)

Een kenmerkend aspect van Hbh is dat het een dienst is die veel mensen ook afnemen als ze wel geheel in staat zijn dat zelf te doen. Je vraagt niet ‘zomaar’ psychologische hulp of dagbesteding aan, maar je wenst wel ‘zomaar’ huishoudelijke hulp te ontvangen. Hbh is dus een dienst waar veel vraag naar is. Gecombineerd met het bedrijfsvoeringsbelang van de opdrachtnemer (die naar bedrijfscontinuïteit kijkt en cliënten Hbh soms ook ziet als potentiële klanten voor andere diensten) kan dit de doelconsensus met de opdrachtgever (die kostenbeheersing belangrijk vindt) onder druk zetten.

Hiervoor is een ontwikkelopgave geformuleerd, evenals specifieke eisen in het programma van eisen. De bijdrage van de aanbieder aan de ontwikkelopgave is tevens als subgunningscriterium opgenomen. (A211103/20)

Inrichtingselementen T=0 Bekostiging

Inspanningsgericht. Periodebekostiging (vast maand). (A200318/7)

tarief

(A200114a/6) per cliënt per

Geen budgetplafonds. (A200114a/27)

Het resultaat dat met Hbh bereikt moet worden is duidelijk; in die zin is de doelconsensus tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij Hbh groot. In de praktijk kunnen cliënt en huishoudelijke hulp nog wel andere ideeën hebben over wat nodig is, dan wat opdrachtgever en opdrachtnemer daarover hebben afgesproken (bijvoorbeeld: cliënt vindt een praatje maken belangrijker dan schoonmaken en cliënt en huishoudelijke hulp hebben andere ideeën over wat ‘schoon en leefbaar’ is).

Informatiesymmetrie De inspanningsgerichte bekostiging past goed bij de grote informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij Hbh. De vorm periodebekostiging geeft de opdrachtnemer wel meer ruimte dan een pure pxq financiering.

Doelconsensus De inspanningsgerichte bekostiging past goed bij de grote doelconsensus bij Hbh. Er is voor de opdrachtnemer weinig ruimte om er andere doelen op na te houden dan die van de opdrachtgever. Daar staat tegenover dat de periodebekostiging een risico vormt voor doelconsensus. Een inspanningsgerichte bekostiging zet de doelconsensus ten aanzien van bedrijfsvoering

74

Toegang

Zie T=1

Aard relatie

Overheidsopdracht. (A211103/8)

Aanbiedersveld

De aanbesteding in 2017 was (een eenmalige) open house. Met als exclusievoorwaarde dat als een partij niet binnen een jaar 144 klanten had, dat hij er alsnog uitlag. We begonnen met 26 of 27 partijen, en dat veld is dus geleidelijk ingekrompen tot 14. Wel werd ten tijde van de aanbesteding Weesp toegevoegd aan het werkgebied van Amsterdam; dat bracht nog een aantal nieuwe partijen in het aanbiedersveld. (medewerker gemeente) Zie T=1

Scope opdracht

Duur relatie

Monitoring Relatiemanagement

1 juni 2017 t/m 31 december 2020 (3 jaar en 7 maanden). Overbruggingsovereenkomst tot 1 juli 2022. (A211103/8; A221117) ? Zie T=1. Wel is het zo dat in de aanloop naar de aanbesteding een reorganisatie binnen de gemeente is doorgevoerd, waarbij contractmanagement en beleid (meer) uit elkaar zijn gehaald. (medewerker gemeente)

De driehoeksrelatie tussen inwoner, aanbieder en gemeente wordt bij een deel van de Hbh in Amsterdam (namelijk bij niet-enkelvoudige vragen) feitelijk een vierhoeksrelatie doordat het buurtteam – naast de aanbieder en de gemeente – een belangrijke rol vervult in de toegang. De gemeente besluit formeel over de toegang, maar is voor de informatie voor dat besluit afhankelijk van het buurtteam en de aanbieder. Dit vermindert de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieders aanzienlijk. Ook bij enkelvoudige Hbh is de informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer klein doordat de aanbieder het grootste deel van het toegangsproces uitvoert en de gemeente daar slechts het sluitstuk van is. De overheidsopdracht bij Hbh zorgt ervoor dat de grote informatiesymmetrie behouden of versterkt kan worden, doordat eisen gesteld kunnen worden aan de monitoring. Uitgaande van een grote informatiesymmetrie bij Hbh maakt het aantal aanbieders niet zoveel uit.

De beperkte scope en duidelijke afbakening van de opdracht komt de informatiesymmetrie ten goede. De duur van de overeenkomst is gemiddeld en biedt daarmee matig tot voldoende mogelijkheden om de informatiesymmetrie te vergroten. ? Het relatiemanagement is - op papier althans tamelijk intensief. Dit vergroot de informatiesymmetrie, i.c. de actualiteitswaarde van de informatie.

onder druk (opdrachtgever: kostenbeheersing; opdrachtnemer: omzet/bedrijfscontinuïteit). Het gegeven dat de gemeentelijke beschikking in principe slechts een formaliteit is in het toegangsproces, zorgt voor een risico ten aanzien van doelconsensus. Dit risico wordt enigszins gemitigeerd doordat de gemeente een resultaatgerichte beschikking afgeeft.

Een overheidsopdracht kan helpen om een kleine doelconsensus te compenseren. In het geval van Hbh is de doelconsensus al groot en heeft de overheidsopdracht dus weinig effect. Uitgaande van een grote doelconsensus bij Hbh maakt het aantal aanbieders niet zoveel uit.

De beperkte scope van de opdracht vermindert de doelconsensus doordat doelen minder makkelijk uitgeruild kunnen worden. De duur van de overeenkomst is gemiddeld en biedt daarmee matig tot voldoende mogelijkheden om de doelconsensus te vergroten. ? Met name de prestatiedialoog op niveau 2 draagt bij aan (gezamenlijke) reflectie op prestaties en doelen. Dat geldt ook voor de mogelijkheid aanbieders deel te laten nemen aan ontwikkelgesprekken. Dit heeft een positief effect op het bereiken van doelconsensus.

75

Verwervingsprocedure Aard

Dialooggerichtheid

Doorlooptijd

Aantal toegelaten aanbieders

Inrichtingselementen T=1 Bekostiging

Aanbesteden. Hbh valt in het kader van de Aanbestedingswet onder de zogenaamde “Sociale en andere specifieke diensten”, zonder grensoverschrijdend belang. A211103/48) Voor het opstellen van de aanbestedingsleidraad heeft de gemeente marktconsultaties gehouden op 15 en 17 juni 2021. (A211103/48) Twee maal een Nota van Inlichtingen; verder geen dialoog tijdens de procedure. (A211103/50) 5 maanden van publicatie aanbestedingsleidraad tot (voorlopige) gunning; 3 maanden voor implementatie; na ingangsdatum dienstverlening nog een overdrachtfase van 6 maanden. (A211103/49) In principe onbeperkt, mits aan het programma van eisen en de geschiktheidseisen wordt voldaan en de uitsluitingsgronden niet van toepassing zijn. Die eisen zijn omvangrijk, maar niet ongebruikelijk in deze sector. Als gevolg van de gevraagde ervaring (gedurende tenminste 2 jaar, met tenminste 90 cliënten in één maand) is er wel een beperking voor nieuwe en kleinere aanbieders.

Inspanningsgericht. Periodebekostiging (vast tarief per cliënt per maand). (A211103/30) Opdrachtgever behoudt zich tegenover aanbieders het recht voor de verstrekking te limiteren wanneer de Gemeentelijke middelen ontoereikend dreigen te raken. (A211103/19) Bij aanvang van ieder contractjaar wordt per aanbieder een budgetplafond voor dat jaar bepaald. Aanbieders kunnen jaarlijks maximaal de waarde van het afgesproken budget declareren. (A211103/31) Bij een afwijking van meer dan 5% (naar boven of naar beneden) in het gerealiseerde aantal cliënten ten opzichte van het verwachte aantal cliënten, gaat

De gehanteerde aanbestedingsprocedure biedt relatief veel flexibiliteit ten aanzien van de inrichting ervan. Er is dus relatief veel ruimte om een stelselwijziging door te voeren die de informatiesymmetrie vergroot. Dialooggerichtheid van de voorbereiding en uitvoering van de aanbestedingsprocedure is minimaal. Dit heeft niet of nauwelijks een positief effect op de informatiesymmetrie.

De gehanteerde aanbestedingsprocedure biedt relatief veel flexibiliteit ten aanzien van de inrichting ervan. Er is dus relatief veel ruimte om een stelselwijziging door te voeren die de doelconsensus vergoot. Dialooggerichtheid van de voorbereiding en uitvoering van de aanbestedingsprocedure is minimaal. Dit heeft niet of nauwelijks een positief effect op de doelconsensus.

De doorlooptijd van de procedure was aan de korte kant. Dit biedt slechts beperkt ruimte om de informatiesymmetrie te vergroten.

De doorlooptijd van de procedure was aan de korte kant. Dit biedt slechts beperkt ruimte om de doelconsensus te vergroten.

Gezien de relatief overzichtelijke taak Hbh en de eenvoudige inrichting van de aanbestedingsprocedure, moet het mogelijk zijn de informatiesymmetrie met veel aanbieders op peil te houden.

Het aantal aanbieders dat in kan schrijven op de aanbesteding is groot, maar de diversiteit in aard en omvang van aanbieders zal beperkt zijn. Dit biedt beperkt mogelijkheden de doelconsensus tijdens de aanbestedingsprocedure te vergroten.

Informatiesymmetrie De inspanningsgerichte bekostiging past goed bij de grote informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij Hbh.De vorm periodebekostiging geeft de opdrachtnemer wel meer ruimte dan een pure pxq financiering. Dit past bij de ontwikkelopgave om meer samen te werken met het Buurtteam en partijen in de sociale basis.

Doelconsensus De inspanningsgerichte bekostiging past goed bij de grote doelconsensus bij Hbh. Er is voor de opdrachtnemer weinig ruimte om er andere doelen op na te houden dan die van de opdrachtgever. Dit wordt nog ondersteund door een resultaatgerichte beschikking. Daar staat tegenover dat de periodebekostiging een risico vormt voor doelconsensus. Een inspanningsgerichte bekostiging zet de doelconsensus ten aanzien van bedrijfsvoering onder druk (opdrachtgever: kostenbeheersing; opdrachtnemer: omzet/bedrijfscontinuïteit). Dit risico wordt gemitigeerd door het instellen van budgetplafonds per aanbieder.

76

Toegang

de Gemeente in gesprek met de aanbieder. Eventueel kan hieruit volgen dat aanpassing van het aantal cliënten (en daarmee het budgetplafond) nodig of gewenst is. (A211103/36) Het besluit over de inzet van hulp bij het huishouden wordt genomen door de gemeente op advies van het buurtteam, het Sociaal Wijkteam in postcodegebied Weesp of op advies van de gecontracteerde aanbieder. (A230701/63) Voor de toegang tot Hbh kunnen Amsterdammers zowel bij buurtteams als bij Hbh-aanbieders terecht. De buurtteams worden geïnformeerd over rechtstreekse aanvragen bij Hbh-aanbieders. Ook kan het buurtteam de regierol van de aanbieder overnemen als zij daar reden toe ziet, ook als de aanbieder er niet om heeft gevraagd. Wanneer de cliënt zich voor hulp meldt bij het buurtteam, kan deze in principe de aanvragen volledig afhandelen. Tot nader order geldt echter, om de buurtteams in hun opstartfase te ontlasten, dat cliënten die alleen Hbh nodig hebben voor de verdere invulling van het ondersteuningsplan naar een Hbh-aanbieder verwezen worden, waarbij de cliënt de keuze voor de aanbieder bepaalt. (A211103/20)

De driehoeksrelatie tussen inwoner, aanbieder en gemeente wordt bij een deel van de Hbh in Amsterdam (namelijk bij niet-enkelvoudige vragen) feitelijk een vierhoeksrelatie doordat het buurtteam – naast de aanbieder en de gemeente – een belangrijke rol vervult in de toegang. De gemeente besluit formeel over de toegang, maar is voor de informatie voor dat besluit afhankelijk van het buurtteam en de aanbieder. Dit vermindert de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieders aanzienlijk.

Het gegeven dat de gemeentelijke beschikking in principe slechts een formaliteit is in het toegangsproces, zorgt voor een risico ten aanzien van doelconsensus. Dit risico wordt enigszins gemitigeerd doordat de gemeente een resultaatgerichte beschikking afgeeft.

Ook bij enkelvoudige Hbh is de informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer klein doordat de aanbieder het grootste deel van het toegangsproces uitvoert en de gemeente daar slechts het sluitstuk van is.

Indicatiestelling kan een onderdeel zijn van de toegangsprocessen voor aanvullende ondersteuning Wmo, het zijn maatwerkvoorzieningen. Het gaat dan om Amsterdammers die een persoonsgebonden budget (Pgb) aanvragen (altijd via het buurtteam) of om situaties waarbij de Amsterdammer het niet eens is met de professional die over de toegang oordeelt (bij het buurtteam, of bij aanbieders van Hulp bij het huishouden […] voor enkelvoudige aanvragen). (A211103/13) Het beschikken is te zien als het sluitstuk van de toegang: in een beschikking legt de Gemeente vast waar een Amsterdammer recht op heeft. […] Hiervoor zal de backoffice van de Gemeente (afdeling Services en Data) de beschikkingen

77

afgeven. Bij aanvullende Wmo ondersteuning is het ondersteuningsplan de basis voor de beschikking. De door de regievoerder voorgestelde inzet van voorzieningen wordt door de gemeente bevestigd in de beschikking. (A211103/13) Als de Amsterdammer uitsluitend Hulp bij het huishouden […] krijgt, dan zal de rol van regievoerder bij de organisatie die deze dienst levert liggen. (A211103/12) De beschikking die wordt resultaatgericht. (A211103/15)

afgegeven

is

Voor cliënten die uitdrukkelijk een indicatie in uren willen heeft de Gemeente echter de mogelijkheid vastgelegd dat cliënten die ook krijgen. (A211103/23)

Aard relatie

Aanbiedersveld

Door de groeiende vraag naar Hulp bij Huishouden wordt het extra belangrijk om te focussen op rechtmatige toegang tot de dienstverlening. De gemeente ontwikkelt hier nog mogelijk nieuwe richtlijnen en werkwijzen voor die de Opdrachtnemer in de rol als toegangsnemer zal moeten hanteren. Het bijdragen hieraan door Opdrachtnemer wordt als ontwikkelopgave aangemerkt. (A211103/24) Raamovereenkomst (overheidsopdracht). (A211103/28) Opdrachtnemer heeft een acceptatieplicht voor cliënten die passen binnen de opdracht die met de Opdrachtnemer is afgesproken. Opdrachtnemer mag geen cliënten met een (al dan niet nog vast te stellen) recht op zorg weigeren vanwege de omvang van de benodigde zorg, de aard van de beperkingen of andere kenmerken van de cliënt. De Gemeente kan erin toestaan de acceptatieplicht alleen te laten gelden voor de gebieden waar Opdrachtnemer stadsdeelaanbieder wil zijn. (A211103/67) De Gemeente Amsterdam heeft besloten tot het contracteren van minimaal 8 en maximaal 16 Hbhaanbieders. Met 8 aanbieders is er voldoende diversiteit en keuzevrijheid en hebben de buurtteams een overzichtelijk aantal partijen om

De overheidsopdracht bij Hbh zorgt ervoor dat de grote informatiesymmetrie behouden of versterkt kan worden, doordat eisen gesteld kunnen worden aan de monitoring.

Een overheidsopdracht kan helpen om een kleine doelconsensus te compenseren. In het geval van Hbh is de doelconsensus al groot en heeft de overheidsopdracht dus weinig effect.

Uitgaande van een grote informatiesymmetrie bij Hbh maakt het aantal aanbieders niet zoveel uit. Meer dan 16 aanbieders zou de informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemers niet per se verminderen. Minder dan 8 aanbieders zou de

Uitgaande van een grote doelconsensus bij Hbh maakt het aantal aanbieders niet zoveel uit. Meer dan 16 aanbieders zou de doelconsensus tussen opdrachtgever en opdrachtnemers niet per se

78

mee samen te werken, zeker wanneer niet alle aanbieders in alle gebieden komen te werken. Met een minimum van 8 aanbieders hoopt de Gemeente bovendien het aantal cliëntoverdrachten na gunning zo klein mogelijk te houden. Met een maximum van 16 aanbieders blijft het aantal contractanten voor de Gemeente Amsterdam overzichtelijk en is er naar verwachting voldoende capaciteit. Wanneer het lukt om met minder dan 16 aanbieders voldoende capaciteit te realiseren, dan zullen er slechts zoveel worden gecontracteerd als nodig voor de benodigde capaciteit, met een minimum van 8. (A211103/24)

informatiesymmetrie vergroten.

bovendien

niet

per

se

verminderen. Minder dan 8 aanbieders zou de doelconsensus bovendien niet per se vergroten.

Als veel waarde gehecht wordt aan de ontwikkelopgave(n) zal de informatiesymmetrie verminderen. In dat geval kan het wel helpen naar minder aanbieders te streven.

De gemeente maakt het tevens mogelijk in te schrijven per stadsdeel. Daarbij geldt dan wel een minimum aantal te gunnen aanbieders per stadsdeel, variërend van 3 voor kleine gebieden tot 5 voor de grootste stadsdelen. (A211103/24-25) Inschrijvers dienen minimaal een capaciteit van 150 cliënten op te geven. De gemeente wil ten behoeve van de efficiency graag contracten afsluiten van een zekere omvang en verlangt daarom dat aanbieders een capaciteit kunnen realiseren van tenminste 150 cliënten. (A211103/24)

Scope opdracht

Mogelijkheid om in combinatie in te schrijven en om (onder voorwaarden) met onderaannemers te werken. (A211103/57) De opdracht beperkt zich tot het geheel of gedeeltelijk overnemen van huishoudelijke activiteiten. Welke activiteiten dit betreft wordt gedetailleerd beschreven in een bijlage. In de hoofdtekst van de leidraad worden enkele specifieke diensten omschreven die – onder strikte voorwaarden – tot Hbh kunnen behoren: beschikken over schone was, boodschappen en een maaltijd en thuis zorgen voor de kinderen.

De beperkte scope en duidelijke afbakening van de opdracht komt de informatiesymmetrie ten goede.

De beperkte scope van de opdracht vermindert de doelconsensus doordat doelen minder makkelijk uitgeruild kunnen worden.

De contractering van Hulp bij het huishouden voor de OGGZ doelgroep en Bijzondere Schoonmaak verlopen niet via deze aanbesteding. Algemeen toegankelijke activiteiten in de sociale basis, zoals een klussendienst, hondenuitlaatservice

79

of een boodschappenservice, behoren niet tot de scope van de opdracht.

Duur relatie

Monitoring

(A211103/17-20) De gemeente is voornemens de Raamovereenkomst voor de duur van 2 jaar en 9 maanden te sluiten met een eenzijdige optie op verlenging van maximaal vier (4) keer één (1) jaar. De Gemeente streeft er naar om de Raamovereenkomst te laten ingaan op 15 april 2022 of zoveel later als nodig ingeval van gewijzigde en gepubliceerde planning. De dienstverlening start op 1 juli 2022. De maximale looptijd van ongeveer 6 jaar is vergelijkbaar met de looptijd van de Subsidieregeling Buurtteam Amsterdam. (A211103/28) Monitoring van uitnutting budget, cliëntaantallen en -stromen, kwaliteit van zorg (klachten, cliëntervaringsonderzoek, onderzoeken door de toezichthouder en eventuele materiële controle) en ontwikkelopdrachten. (A211103/3537)

De duur van de overeenkomst is beperkt; met name de verlengingsopties van 1 jaar bieden minder zekerheid. Dit zal een grote informatiesymmetrie – zoals bij Hbh – niet of nauwelijks negatief beïnvloeden.

De duur van de overeenkomst is beperkt; met name de verlengingsopties van 1 jaar bieden minder zekerheid. Dit zal een grote doelconsensus – zoals bij Hbh – niet of nauwelijks negatief beïnvloeden.

De eisen ten aanzien van monitoring zijn gedetailleerd en bevatten waarborgen voor transparantie. Dit heeft een positief effect op de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieder(s).

De informatie die standaard door de aanbieders geleverd moet worden heeft beperkt betrekking op de beoogde doelen en effecten. De informatie heeft vooral betrekking op aantallen cliënten, cliëntstromen en financiën. Dit draagt niet of nauwelijks bij aan het vergroten van de doelconsensus.

Opdrachtnemer dient zorg te dragen dat de gegevens in de verantwoordingsdocumenten aansluiten op de gegevens van het berichtenverkeer. Opdrachtnemer specificeert bij zijn verantwoording de hoeveelheden ondersteuning geleverd per individuele onderaannemer. (A211103/77) Aanbieders dienen binnen de daarvoor gestelde termijn de vereiste informatie aan te leveren aan de gemeente. Dat geldt [o.a.] voor berichten in het berichtenverkeer (start-, stopen declaratieberichten). (A211103/36) Om redenen van rechtmatigheid en kwaliteit wil de Gemeente inzicht houden in het aantal daadwerkelijk geleverde uren per cliënt. Het aantal daadwerkelijk geleverde gemiddeld aantal uren per cliënt is één van verschillende monitoringsinstrumenten die gezamenlijk helpen om zicht te houden op rechtmatigheid en kwaliteit. Opdrachtnemer stelt deze informatie op verzoek beschikbaar aan de Gemeente. Opdrachtnemer levert ieder jaar minimaal 2 x per jaar een overzicht

80

van de daadwerkelijk geleverde uren Hulp bij het huishouden per cliënt in een door de Gemeente te leveren format. (A211103/85) Met betrekking tot het sturingselement 4 [inhoudelijke opgave en (ontwikkel)doelen] grijpt gemeente terug op de (ontwikkel) doelstellingen die in de opdrachtomschrijving in deze leidraad staan en die tevens opgenomen staan in de Raamovereenkomst. Een nadere concretisering en vertaling naar kpi’s is hier nodig zodat duidelijk is waar op wordt gemonitord en (bij)gestuurd. Deze nadere concretisering vindt plaats samen met de gegunde partijen in het eerste half jaar van de contractperiode. (A211103/35) Voor wat betreft sturingselement 5 (kwaliteit van zorg) baseert de gemeente zich op onder andere op de gemeten resultaten van cliëntervaringsonderzoek, het aantal, de soort en de afhandeling van de klachten en de resultaten van de kwaliteitsonderzoeken door de toezichthouder Wmo. (A211103/35) Klachtenrapportages omvatten het aantal, de aard en de afhandelingswijze van klachten. (A211103/36) Opdrachtgever zal in een doorlopende kwaliteitsmonitor zelf de cliëntervaring (laten) onderzoeken, bijvoorbeeld via enquête en/of focusgesprekken. Opdrachtnemer dient volledige medewerking te verlenen aan deze onderzoeken. (A211103/73) Ieder jaar sluiten de Gemeente en de aanbieder in een eindgesprek het jaar af. Daarvoor levert de aanbieder een verantwoording aan.

In de verantwoording wordt bevestigd dat de gedeclareerde leveringen in overeenstemming met de voorwaarden van deze aanbesteding aan cliënten zijn geleverd in het betreffende jaar. Als dat het geval is zal de Gemeente het gedeclareerde bedrag vaststellen tot maximaal de hoogte van het budgetplafond en vindt een eindafrekening plaats over het jaar. De Gemeente streeft ernaar de

81

administratieve en controlelasten zo laag mogelijk te houden en accountantsverklaringen overbodig te maken. Dat zal mogelijk niet vanaf het eerste jaar gerealiseerd zijn, maar met pilots onderzocht en uitgevoerd moeten worden. Elk jaar zal daarom in een uitvoeringsovereenkomst afspraken worden gemaakt over aard en omvang van te leveren verantwoordingsdocumenten. (A211103/34)

Relatiemanagement

Voor de jaarrekening geldt: Opdrachtnemer neemt jaarlijks de geleverde ondersteuning in de Wmo in Amsterdam op in het door de accountant gecontroleerde gedeelte van de jaarrekening. Onderdeel hiervan zijn de kosten en opbrengsten gespecificeerd per Wmo-dienst voor de Gemeente Amsterdam. […] Jaarlijks op uiterlijk 1 juli zorgt Opdrachtnemer voor publicatie of verstrekking aan Opdrachtgever van de door de accountant gecontroleerde jaarrekening van het voorgaande jaar. Om de prestaties van de aanbieders te bespreken vinden er gedurende het jaar prestatiedialogen plaats. Gemeente hanteert een indeling op 3 niveaus: Prestatiedialoog niveau 1. Dit is een gesprek tussen gemeente en aanbieder en vindt minimaal 3x per jaar plaats. Op de agenda voor de prestatiedialoog komen in ieder geval de 5 sturingselementen terug , de uitkomsten van de monitoring op de sturingselementen en hoe deze uitkomsten zich verhouden tot de gemaakte afspraken. Indien nodig worden verbeteracties afgesproken.

Het relatiemanagement is - op papier althans tamelijk intensief. Dit vergroot de informatiesymmetrie, i.c. de actualiteitswaarde van de informatie.

Met name de prestatiedialoog op niveau 2 draagt bij aan (gezamenlijke) reflectie op prestaties en doelen. Dat geldt ook voor de mogelijkheid aanbieders deel te laten nemen aan ontwikkelgesprekken. Dit heeft een positief effect op het bereiken van doelconsensus.

Prestatiedialoog niveau 2 Dit is het gesprek met meerdere gecontracteerde aanbieders van hetzelfde product of met de ketenpartners die het sociale stelsel vormen (horizontaal en verticaal). Prestatiedialoog niveau 3 Dit is de bestuurlijke verantwoording; opbrengsten van niveau 1 en 2 vormen belangrijke informatie voor de bestuursrapportages voor Wethouder en gemeenteraad. (A211103/37-38)

82

Opdrachtnemer en opdrachtgever hebben regelmatig overleg over voortgang en resultaten van de overeenkomst. Opdrachtnemer neemt op verzoek actief deel aan door opdrachtgever georganiseerde evaluaties en ontwikkelgesprekken met andere aanbieders en met buurtteamorganisaties, partijen in de sociale basis, cliënten en andere betrokkenen in het stelsel. (A211103/67) Opdrachtnemer benoemt één medewerker als contactpersoon voor de opdrachtgever. Deze persoon is deskundig en op de hoogte van de gang van zaken binnen de organisatie van opdrachtnemer. Bij afwezigheid is er één vaste vervanger als contactpersoon beschikbaar. Opdrachtnemer zorgt steeds dat Opdrachtgever op de hoogte is van de actuele contactpersoon. (A211103/79) Er is regulier overleg tussen Opdrachtnemer en Opdrachtgever in een door Opdrachtgever aan te geven frequentie. (A211103/79)

B2.3A (Hoog)specialistische jeugdhulp Amsterdam INVENTARISATIE Informatiesymmetrie

ANALYSE Doelconsensus

Aard van de ondersteuning Binnen de SJH wordt hulp en ondersteuning geboden aan jeugdigen met psychische en/of psychiatrische problemen, een (licht)verstandelijke en/of lichamelijke beperking en/of ernstige opvoeden opgroeiproblemen. Deze hulp wordt ingezet voor de jeugdigen tot 18 jaar (bij pleegzorg en gezinshuizen tot 21 jaar) én hun ouders. In het kader van de verlengde jeugdwet kan jeugdhulp in sommige gevallen worden verlengd tot een leeftijd van 23 jaar. (A200430a/8) De aard en doelgroepen, en daarmee ook de doelen en de gewenste resultaten van de specialistische jeugdhulp zijn divers. Het doel kan variëren van het stoppen van problematisch gedrag tot het

De ondersteuningsvragen en (sub)doelgroepen bij Jeugdhulp zijn zeer divers, evenals de daarop aansluitende verschijningsvormen van de dienstverlening. Hierdoor is er relatief veel deskundigheid en relatief veel context-informatie benodigd voor uitvoering van de taak. Dit maakt dat de informatiesymmetrie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer(s) bij Jeugdhulp klein is.

Ook de doelen van Jeugdhulp zoals de gemeente deze omschrijft (de ‘zorgvisie’) zijn zeer divers, maar zij zullen in het algemeen herkend en gedeeld worden door aanbieders. Wel formuleert de gemeente een groot aantal ingrijpende ontwikkelopgaven, hetgeen suggereert dat er nog veel moet gebeuren om daadwerkelijk tot doelconsensus te komen. Mede vanwege de kortingen op het budget door de Rijksoverheid is vanuit bedrijfsvoering bezien het belang van kostenbeheersing voor de gemeente zeer groot. Dit belang wordt niet per se gedeeld door de aanbieders van Jeugdhulp.

83

begeleiden van een kind met een verstandelijke beperking tot het bieden van een veilig alternatief voor thuis. Het aanbod binnen de SJH is vaak toegespitst op specifieke doelgroepen. (A200430a/8)

Samengevat is de doelconsensus bij Jeugdhulp klein.

Invullen van een collectieve verantwoordelijkheid om met elkaar te voorzien in de totale zorgvraag van kinderen, jeugdigen en hun ouders in Amsterdam. Dit is in beginsel inclusief alle (aanvullende) zorgvormen die als aanbod voor een specifieke doelgroep worden beschouwd. (A200430/7) Inspelen op de lokale aanpak bij de doorontwikkeling van het sociaal domein en alle doelen die daarvoor zijn gedefinieerd. Voor Amsterdam betekent dit o.a. dat zij zich positioneren als specialistische schil rondom de het Ouder- en Kindteam en binnen 1-2 jaar zoveel als mogelijk specialistische jeugdhulp gebiedsgericht organiseren. Dat wil zeggen dat in alle gebieden (ca. 22) in ieder geval alle ambulante zorgvormen beschikbaar zijn en capaciteit beschikbaar wordt gesteld voor consultatie, advies, aanvullende diagnostiek en een beperkt aantal klantcontacturen naast de verwijzer. En ook dat zij zorgen voor vaste gezichten op het Speciaal Onderwijs, waar zij aanwezig en snel inzetbaar zijn. (A200430/7) Daarnaast zijn door de gemeente verschillende andere ontwikkelopgaven geformuleerd. (A200430a/38-45) Voor een overzicht van verschillende zorgvormen en subsegmenten binnen de specialistische jeugdhulp, zie A200430a/79-80) Inrichtingselementen T=0 Bekostiging

Inspannings- of resultaatgericht. (A200430a/45) Gemiddelde prijzen per Segment Profiel Intensiteit Combinatie (SPIC). (A200430a/30)

Informatiesymmetrie Vanwege de kleine informatiesymmetrie bij Jeugdhulp is een inspannings- of resultaatgerichte bekostiging niet goed passend.

Doelconsensus ?

SJSO: taakgericht (functiebekostiging: afname van een bepaald aantal FTE-plekken, die per school direct beschikbaar zijn). (A200430a/16)

84

Toegang

Aard relatie

Geen budgetplafonds. (A200430a/30) In vrijwillig kader kunnen de stichting Ouder- en Kindteams Amsterdam (als gemandateerde van het college) en de medische verwijzers (huisarts, jeugdarts, medisch specialist) specialistische hulp inzetten. […] In gedwongen kader wordt jeugdhulp ingezet door de gecertificeerde instellingen, rechter, Openbaar Ministerie, selectiefunctionaris, inrichtingsarts of directeur justitiële jeugdinrichting. SJSO: algemene voorziening. (A200430a/16) Overheidsopdracht. SJSO: raamovereenkomst (A200430a/16)

Aanbiedersveld

(overheidsopdracht).

Op T=0 in Amsterdam 34 aanbieders; 16 voor SJSO. (A200430a/16) Binnen de specialistische jeugdhulp is beperkt sprake van een ’commerciële markt’. Aanbieders zijn niet over de hele breedte concurrerend aan elkaar, zij richten zich vaak op een specifieke doelgroep of specifiek zorgaanbod. (A200430a/65)

Scope opdracht

De grootte van deze aanbieders varieert enorm in werkgebied, omzet, aantal cliënten, maar ook in soort aanbod. (A200430a/67) Alle vormen van (hoog)specialistische jeugdhulp (‘segment C’): (hoog)specialistische ambulante ondersteuning, dagbehandeling, pleegzorg, gezinshuizen, gesloten jeugdhulp en overige verblijfsvoorzieningen. (A200430/6)

?

?

Uitbesteden door middel van een overheidsopdracht zet de gemeente in principe op een informatieachterstand. Door middel van de overheidsopdracht kan de gemeente echter wel eisen stellen (en afdwingen) ten aanzien van de informatievoorziening door aanbieders.

Het instrument van de overheidsopdracht verandert op zichzelf niets aan de uiteenlopende doelstellingen tussen gemeente en opdrachtnemers. Wel heeft de gemeente bij een overheidsopdracht meer mogelijkheden (dan bij subsidie) om middels prikkels in het contract de doelstellingen van de zorgaanbieder meer in lijn te krijgen met de doelen van de gemeente. Veel (specialistische) aanbieders met eigen zorgvisies zorgt ervoor dat het moeilijk is doelconsensus te bereiken. Het zal voor de gemeente ook moeilijker zijn met veel aanbieders consensus te bereiken over het doel ‘kostenbeheersing’.

Het relatief grote aantal aanbieders past bij het (hoog)specialistische karakter van de Jeugdhulp. Voor de gemeente is het daardoor echter zeer moeilijk om informatiesymmetrie met de aanbieders te realiseren.

Er vallen veel verschillende vormen van dienstverlening binnen de scope van de opdracht. Dit is nadelig voor de mogelijkheden om informatiesymmetrie na te streven.

Er vallen veel verschillende vormen van dienstverlening binnen de scope van de opdracht, met allemaal hun eigen doelen/SPICs. Dit belemmert de mogelijkheden het gezamenlijk eens te worden over het doel van de ondersteuning.

Het is destijds een bewuste keuze geweest om SJSO apart in te kopen van de regionale SJH. Dit vanwege het specifieke karakter van deze vorm van zorg, de directe relatie die deze heeft met onderwijs en de complexiteit van financieringsstromen in het Speciaal Onderwijs (gedeelte Passend Onderwijs, gedeelte persoonsgebonden budget (pgb), gedeelte gemeentelijk, gedeelte Wet langdurige zorg (Wlz)/Zorgverzekeringswet (Zvw). (A200430a/17)

85

Duur relatie Monitoring Relatiemanagement

Verwervingsprocedure Aard

Dialooggerichtheid

2 jaar, met 2x de mogelijkheid te verlengen met 1 jaar (3x voor SJSO). (A200430a/9) ? Contractmanagement voor gemeente Amsterdam voor SJH segment C is op dit moment centraal belegd bij de afdeling Jeugd, binnen de directie Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ). De contracten worden gemanaged door meerdere contractmanagers die allen verantwoordelijkheid hebben over een aantal overeenkomsten. Op dit moment wordt de sturing op de overeenkomsten nog beperkt tot de uitvoering binnen het jeugddomein. (A200430a/75)

De duur van de relatie is beperkt. Dit belemmert de informatiesymmetrie. ? Het relatiemanagement lijkt in de oude situatie tamelijk versnipperd en categoraal ingericht. Dit is niet per se een belemmering voor informatiesymmetrie, maar wel erg arbeidsintensief.

De duur van de relatie is beperkt. Dit belemmert de mogelijkheden doelconsensus te bewerkstelligen. ? De versnipperde en categorale inrichting van het relatiemanagement vormt een belemmering voor het bevorderen van doelconsensus over de jeugdhulp.

Aanbesteden. De Gemeenten hebben ervoor gekozen om de Opdracht aan te besteden middels een Aanbestedingsprocedure volgens de “sociale en andere specifieke diensten”. (A200430/10) Aan het einde van 2019 zijn drie heisessies georganiseerd door de 14 gemeenten om te verkennen of zij een gedeelde grond zagen om met elkaar een aanbesteding vorm te geven en een nieuwe overeenkomst te sluiten per 1 januari 2021. Bij één van deze sessies zijn alle huidige segment C aanbieders betrokken. (A200430a/33)

pm

pm

Bij de inrichting van de procedure zijn verschillende elementen ingebracht die informatiesymmetrie bevorderen. Met name de uitwerkingsfase biedt daar veel mogelijkheden voor. Daarbij moet wel aangetekend worden dat die uitwerking onder een ‘marktregime’ plaats vindt (concurrentie/onderhandeling); dat kan partijen ervan weerhouden informatie te delen.

De dialooggerichtheid van de procedure draagt bij aan het bereiken van doelconsensus tussen gemeente en aanbieders.

Op 23 januari 2020 is een vooraankondiging gedaan van de opdracht waarbij potentiële aanbieders actief zijn uitgenodigd om informatie in te brengen en/ of vragen te stellen. Daarnaast is een aantal intensieve sessies georganiseerd met aanbieders en verwijzers om uitgangspunten op onderwerpen als toegang, visie en financiën scherper te definiëren. (A200430a/33) Gedurende de inschrijffase is het mogelijk continu vragen te stellen. Voor de beantwoording wordt in elk geval drie keer een Nota van Inlichtingen gepubliceerd. Antwoorden die een mondelinge toelichting behoeven worden op twee momenten in een webinar beantwoord. Daarnaast is er de mogelijkheid voor individuele aanbieders om een

86

technisch spreekuur aan te vragen. (A200430/1415) Na beoordeling van de inschrijvingen vindt een uitwerkingsfase plaats. Afspraken hierover worden vastgelegd in een uitwerkingsovereenkomst. In deze fase worden in dialoog met de aanbieders essentiële onderdelen van de opdracht besproken, waaronder de hoogte van het budget, de informatievoorziening en de implementatie. Uiteindelijk wordt in deze fase door de gemeente besloten of de opdracht definitief gegund kan worden aan afzonderlijke aanbieders. (A200430/1112)

Doorlooptijd

Aantal toegelaten aanbieders

Tevens wordt besproken of de aanbieders gezamenlijk voldoende kwantitatief en kwalitatief aanbod kunnen leveren. Indien nodig wordt een aanvullende aanbestedingsprocedure gestart. (A200430/12). Tussen publicatie van de aanbesteding en start van de uitvoering van de opdracht zit 8 maanden. Er wordt geen rekening gehouden met een implementatieperiode. Wel heeft een aanbieder na 3,5 maand (dus 4,5 maand voor start uitvoering) duidelijkheid of hij wordt toegelaten tot de uitwerkingsfase, hetgeen tevens betekent dat hij onder voorwaarden in aanmerking komt voor gunning. Bij aanvang in principe onbeperkt, mits aan het programma van eisen en de geschiktheidseisen wordt voldaan en de uitsluitingsgronden niet van toepassing zijn. Die eisen zijn omvangrijk, maar niet ongebruikelijk in deze sector. Na beoordeling van de inschrijving worden maximaal 10 aanbieders toegelaten tot de uitwerkingsfase. De gemeente kan besluiten maximaal 2 aanbieders in een ‘wachtkamer’ te zetten. Zij kunnen alsnog toegelaten worden tot de uitwerkingsfase als in die fase andere aanbieders afvallen. (A200430/10)

Inrichtingselementen T=1

De doorlooptijd van de aanbestedingsprocedure is kort. Dat biedt weinig ruimte om de informatiesymmetrie te vergroten.

De doorlooptijd van de aanbestedingsprocedure was kort. Dat biedt weinig ruimte om de doelconsensus te vergroten.

In de strak georganiseerde inschrijvingsfase zal het voor de gemeente niet moeilijk zijn informatiesymmetrie te realiseren bij (potentieel) veel aanbieders. In de uitwerkingsfase heeft de gemeente nog maar te maken met een beperkt aantal aanbieders. In die fase zal het veel inspanning vragen van de gemeente om informatiesymmetrie na te streven. Het betreft immers een zeer complexe taak en de kans is groot dat de gemeente nog steeds met 10 verschillende aanbieders daarover in gesprek moet.

In de inschrijvingsfase is er weinig ruimte om doelconsensus te bevorderen. In de uitwerkingsfase is die ruimte veel groter, maar zal dat nog steeds lastig zijn met 10 aanbieders en een zeer complexe taak.

Informatiesymmetrie

Doelconsensus

87

Bekostiging

Taakgerichte bekostiging. (A200430/6)

De taakgerichte bekostiging past bij de kleine informatiesymmetrie in de jeugdhulp.

Een taakgerichte bekostiging is risicovol bij de beperkte doelconsensus bij Jeugdhulp.

De in landelijke wet- en regelgeving bepaalde toegang tot specialistische jeugdhulp zet de gemeente op een grote informatie-achterstand. De toegang tot jeugdhulp onttrekt zich voor een deel van de jeugdigen geheel aan de gemeente. De toegang tot de jeugdhulp is daarom een belemmering voor de informatiesymmetrie. Goede afspraken tussen de gemeente en het OKT (en andere verwijzers) kunnen dit nadelig effect enigszins dempen.

De in landelijke wet- en regelgeving bepaalde toegang tot specialistische jeugdhulp vormt een belemmering voor het bereiken van doelconsensus.

Het lumpsum budget per aanbieder wordt bepaald in onderhandeling en op basis van het aantal cliënten en de kostprijs van de ondersteuning. (A200430/31-32)

Toegang

In de basis is aanpassing van het jaarbudget (zowel tussentijds als aan het einde van het jaar) niet aan de orde: de aanbieder ontvangt immers een vaststaand overeengekomen budget waarbinnen hij de aan hem toegewezen cliënten ondersteuning moet bieden. […] Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen er voor de gemeente redenen zijn om te overwegen het overeengekomen budget bij te stellen, zowel naar boven als naar beneden. Enkele mogelijke redenen worden genoemd, waaronder een afwijking naar boven of beneden van meer dan 5% van cliënten gemiddeld in zorg gedurende het jaar en waarop het jaarbudget is gebaseerd. (A200430a/49) In vrijwillig kader kunnen de stichting Ouder- en Kindteams Amsterdam (als gemandateerde van het college) en de medische verwijzers (huisarts, jeugdarts, medisch specialist) specialistische hulp inzetten. De verwijsfunctie voor intensieve hulp (drang) zal op den duur bij het Ouder-Kindteam worden belegd, aangezien de uitvoering hiervan in de komende jaren ook bij het Ouder- en Kindteam wordt neergelegd, waarbij de GI een consult-, expertise en ondersteunende functie heeft. Deze verwijsfunctie blijft tot die tijd onder het mandaat vallen van de GI’s. In gedwongen kader wordt jeugdhulp ingezet door de gecertificeerde instellingen, rechter, Openbaar Ministerie, selectiefunctionaris, inrichtingsarts of directeur justitiële jeugdinrichting.

(A200430a/19) Bij de vraagverheldering, analyse en de basisinterventie die het OKT uitvoert kan (de beoogde) specialistische hulp betrokken worden voor consultatie, advies, aanvullende diagnostiek of een beperkt aantal klantcontacturen naast de verwijzer. Over de inzet hiervan beslist het OKT. Een verwijzing of beschikking is hiervoor niet nodig. (A200430a/19)

88

Het OKT, jeugdige, ouders en beoogde aanbieder bespreken de resultaten die de inzet van de specialistische hulp moet opleveren en maken afspraken over de evaluatie van de inzet. Het resultaat van de analyse en de inzet van verschillende vormen van ondersteuning vanuit de sociale basis, OKT, Buurtteam en specialistische jeugdhulp worden vastgelegd in een plan (bij het OKT perspectiefplan genoemd). Het besluit tot inzet van specialistische jeugdhulp wordt vastgelegd in dit plan, en geldt als formele beschikking voor de inzet van jeugdhulp en is vatbaar voor beroep en bezwaar. […] Per individu voor wie specialistische jeugdhulp wordt ingezet is een beschikking nodig. (A200430a/19) Wanneer een huisarts of medisch specialist een vermoeden heeft dat specialistische jeugdhulp moet worden ingezet, betrekt hij of zij bij voorkeur het Ouder- en Kindteam om breed te kijken naar alle aspecten van de vraag en de hulp in gang te zetten die nodig is, waaronder de inzet van specialistische jeugdhulp. Als de medisch verwijzer de voorkeur heeft om de verwijzing zelf te behandelen, dan vraagt de gemeente hem of haar om breed te kijken of er sprake is van meerder problemen bij jeugdige en gezin. Wanneer dat niet zo is kan de aanbieder specialistische jeugdhulp starten na zorgtoewijzing door de gemeente.

(A200430a/21) Gemeenten beogen dat verwijzers de aanbieders specialistische zorg gezamenlijk kunnen aanspreken op de acceptatie van een cliënt tot zorg. Verwijzers moeten niet belast worden met het zoeken naar de juiste passende aanbieder en het zoeken naar de aanbieder die tijd en ruimte heeft binnen zijn budget. Dit is de verantwoordelijkheid van de aanbieders specialistische hulp samen. Verwijzers beleggen een verzoek voor consultatie & advies en inzet van jeugdhulp bij (een vertegenwoordiging) van de gezamenlijke aanbieders. Gezamenlijk bepalen de aanbieders wie de aangewezen partij of persoon is om de hulp of consultatie te bieden. Ook bepalen zij of het wenselijk is om meerdere aanbieders in te zetten. Op basis van de vraag van

89

een verwijzer wordt de aanbieders van specialistische jeugdhulp gevraagd om hun deskundigheid in te zetten door mee te denken over de jeugdige en gezin. Van aanbieders wordt verwacht dat zij hiervoor in overleg met verwijzers, jeugdigen en ouders de best passende oplossing bedenken en ontwikkelen. (A200430a/43)

Aard relatie

Het zorgteam – met OKT- en zorgprofessional uit het onderwijs - bepalen of SJSO wordt ingezet. […] ‘In de huidige situatie is het OKT nog niet in alle zorgteams actief. Dit is onderdeel van de doorontwikkeling die de gemeente Amsterdam gaat realiseren’. (A200430a/17) […] wanneer er in de situatie van de jongere ‘meer aan de hand is’, zal het OKT beoordelen of inzet van andere hulp zoals sociale basis, buurtteam, eigen interventies etc. nodig is. (A200430a/18) Raamovereenkomst (overheidsopdracht). (A200430/7) Per kernpartner wordt per gemeente een Raamovereenkomst gesloten voor levering van specialistische jeugdhulp. Deze raamovereenkomst is voor iedere kernpartner gelijk. […] De uitvoeringsovereenkomst wordt per kernpartner en per gemeente afgesloten, telkens voor de duur van 1 jaar, omdat voor ieder jaar opnieuw de lumpsum en de taak kan worden aangepast. (A200430a/75)

Aanbiedersveld

De opdrachtnemer heeft een acceptatieplicht voor alle cliënten die rechtmatig naar haar verwezen zijn conform de Jeugdwet en de gemeentelijke verordeningen en nadere regels en die passen bij de jeugdhulpvormen, de zorgprofielen, en de capaciteit (inclusief bandbreedte) die met Opdrachtnemer zijn afgesproken. Aanbieders mogen geen cliënten met een recht op zorg weigeren vanwege de omvang van de benodigde zorg, de aard van de beperkingen of andere kenmerken van de cliënt. (A200430a/20) Maximaal 10 Kernpartners. (A200430/7) Mogelijkheid om in te schrijven als ‘samenwerkingsverband’ en mogelijkheid gebruik te maken van onderaannemers. (A200430/20-22)

Uitbesteden door middel van een overheidsopdracht zet de gemeente in principe op een informatieachterstand. Door middel van de overheidsopdracht kan de gemeente echter wel eisen stellen (en afdwingen) ten aanzien van de informatievoorziening door aanbieders.

Het instrument van de overheidsopdracht verandert op zichzelf niets aan de uiteenlopende doelstellingen tussen gemeente en opdrachtnemers. Wel heeft de gemeente bij een overheidsopdracht meer mogelijkheden (dan bij subsidie) om middels prikkels in het contract de doelstellingen van de zorgaanbieder meer in lijn te krijgen met de doelen van de gemeente. Het jaarlijks overeenkomen van een uitvoeringsovereenkomst biedt in principe ruimte en flexibiliteit om doelconsensus te vergroten gedurende de contractperiode.

De reductie van het aantal aanbieders vergroot de mogelijkheden om informatiesymmetrie te bewerkstelligen. 10 aanbieders bij zo’n complexe taak is echter nog steeds veel. Het zal een grote inspanning van de gemeente vragen om de informatiesymmetrie te verbeteren.

Door de reductie van het aantal aanbieders ontstaat er meer ruimte om doelconsensus te bevorderen. Maar met 10 aanbieders is er nog steeds ruimte voor individuele aanbieders om zich daaraan te onttrekken. Bovendien zal doelconsensus een extra inspanning vragen van (hoofd)aanbieders binnen

90

Scope opdracht

Een lerend systeem waarin gebiedsgerichte organisatie gericht op samenwerken en gezamenlijk ontwikkelen centraal staan en een uitgebreide prestatiedialoog wordt gevoerd om te kunnen sturen op de jeugdhulp op gebieds- en stedelijk niveau, vraagt om een stelsel waarin een beperkt aantal aanbieders, gecommitteerd aan de opdracht, gecontracteerd is voor het bieden van specialistische jeugdhulp. (A200430a/16) De opdracht richt zich op een tamelijk specifiek onderdeel van het zorgstelsel: de (hoog)specialistische jeugdhulp: alle vormen van (hoog)specialistische jeugdhulp [die vallen onder het voormalige segment C]; (hoog)specialistische ambulante ondersteuning, dagbehandeling, pleegzorg, gezinshuizen, gesloten jeugdhulp en overige verblijfsvoorzieningen; daaronder ook de zware vormen van (hoog)specialistische residentiële voorzieningen, tenzij landelijke ontwikkelingen of (boven) regionale ontwikkelingen vragen om (delen hiervan) apart in te kopen; Specialistische Jeugdhulp in het Speciaal Onderwijs (SJSO) (A200430/6)

een samenwerkingsverband onderaannemers.

of

met

Er vallen veel verschillende vormen van dienstverlening binnen de scope van de opdracht. Dit is nadelig voor de mogelijkheden om informatiesymmetrie na te streven. De toevoeging van SJSO versterkt dit effect.

Er vallen veel verschillende vormen van dienstverlening binnen de scope van de opdracht, met allemaal hun eigen doelen/SPICs. Dit belemmert de mogelijkheden het gezamenlijk eens te worden over het doel van de ondersteuning. De toevoeging van SJSO versterkt dit effect.

De duur van de relatie is iets langer dan in de oude situatie, maar nog wel opgeknipt in 2+2+2. Dit biedt voldoende ruimte om informatiesymmetrie te bevorderen. De eisen ten aanzien van monitoring zijn gedetailleerd en bevatten waarborgen voor transparantie. Dit heeft een positief effect op de informatiesymmetrie tussen gemeente en aanbieder(s).

De duur van de relatie is iets langer dan in de oude situatie, maar nog wel opgeknipt in 2+2+2. Dit biedt voldoende ruimte om doelconsensus te bevorderen.

Waarom SJSO nu wel wordt geïntegreerd in de inkoopopdracht voor SJH heeft er mee te maken dat de ervaring heeft geleerd dat de problemen binnen de leerling populatie van het Speciaal Onderwijs zich vaak niet beperken tot de onderwijsomgeving. (A200430a/17) Duur relatie

2 jaar, met 2x de mogelijkheid te verlengen met 2 jaar (totaal dus maximaal 6 jaar)

Monitoring

Gedurende het jaar monitoren de gemeenten de prestaties van de aanbieders. De gemeenten monitoren deze prestaties op drie terreinen: (a) inhoudelijke opgave & cliëntstromen, (b) kwaliteit van zorg en, (c) tijdigheid van betrouwbare informatie. (A200430a/54)

De informatie die standaard door de aanbieders geleverd moet worden heeft beperkt betrekking op de beoogde doelen en effecten. De informatie heeft vooral betrekking op aantallen cliënten, cliëntstromen en financiën. Dit draagt niet of nauwelijks bij aan het vergroten van de doelconsensus.

91

Er zijn 10 monitoritems om de eerste twee categorieën te monitoren, verdeeld over drie categorieën: basisgegevens (o.a. aantal jeugdigen in zorg), wacht- en doorlooptijden en outcomeindicatoren. (A200430a/54-55) Gegevens voor monitoritems 1 t/m 8 worden door de gemeente verzameld op basis van het berichtenverkeer conform de landelijke iJWstandaard. […] Deze monitoringsvereisten hebben een zo beperkt mogelijke administratielast, maar we vragen aanbieders dus wel op individueel cliëntniveau te blijven registreren (activiteiten in het kader advies en consultatie uitgezonderd). […] Voor twee monitoritems (cliënttevredenheid en doelrealisatie) worden aanbieders gevraagd aan te sluiten bij de in 2018-2019 regionaal ontwikkelde systematiek. […] Naast monitoring van de bovengenoemde drie terreinen die direct relateren aan de prestaties van de aanbieder, monitoren de gemeenten ook de overkoepelende (financiële) situatie van de aanbieders, waaronder (financiële) stabiliteit & winstgevendheid. […] Monitoring wordt niet alleen ingevuld in de vorm van het ophalen en bespreken van kwalitatieve data. Ook input vanuit casuïstiekbesprekingen en verhalen vanuit de praktijk wordt van belang geacht. (A200430a/55)

Relatiemanagement

De meeste gegevens worden opgehaald door gebruik van het berichtenverkeer binnen de landelijke daarvoor vastgestelde eisen (istandaarden) en in aansluiting op de eisen door het Rijk gesteld in de Ministeriële regeling Informatieprotocol beleidsinformatie Jeugd (in kader CBS-rapportages). De Jeugdwet verplicht gemeenten te bepalen welke outcome-indicatoren gehanteerd dienen te worden (artikel 2.2 lid 2c). Amsterdam conformeert zich aan de geharmoniseerde set outcome-indicatoren die de VNG en de brancheorganisaties met steun van het Nederlands Jeugdinstituut hebben vastgesteld. (A200225/12) De betekenisvolle interactie en dialoog geven wij in het jeugdstelsel 2021 (verder) invulling in de vorm van de prestatiedialoog. Wij onderscheiden drie verschillende vormen van prestatiedialoog die we in

Het relatiemanagement is - op papier althans tamelijk intensief. Dit vergroot de informatiesymmetrie, i.c. de actualiteitswaarde van de informatie.

Met name de prestatiedialoog op niveau 2 draagt bij aan (gezamenlijke) reflectie op prestaties en doelen. Dat geldt ook voor de mogelijkheid aanbieders deel te laten nemen aan ontwikkelgesprekken. Dit heeft

92

2021 (stapsgewijs) nader vorm willen geven: 1. de prestatiedialoog tussen de gemeenten en een individuele aanbieder (waaronder ook het lokale team / OKT en de GI) in het kader van het contractmanagement, in dit geval hebben de gemeenten de rol van opdrachtgever; 2. de prestatiedialoog tussen de gemeenten, aanbieders en verwijzers gezamenlijk, met directe of indirecte inbreng van jeugdigen en ouders, in dit geval hebben gemeenten de rol van stelselverantwoordelijke (binnen het jeugddomein en sociaal domein breder); 3. de publieke verantwoording van het college van B&W naar de gemeenteraad en van de gemeenteraad naar de burgers van Amsterdam. (A200430a/52)

een positief effect doelconsensus.

op

het

bereiken

van

Met de beoogde doorontwikkeling naar een meer gebiedsgerichte aanpak waarbij contractmanagent ook gericht is op sturing op het stelsel, is het denkbaar dat contractmanagement in Amsterdam meer overkoepelend met de afdeling Zorg (en eventueel ook met andere onderdelen binnen het sociaal domein) wordt georganiseerd en dat er meer structuur wordt aangebracht in operationeel, tactisch en strategisch contractmanagement. Zo wordt binnen het cluster Sociaal meer integraal gestuurd op gezamenlijke doelstellingen en is het ook beter mogelijk om beschikbare informatie integraal te beoordelen en te vertalen naar het juiste organisatieniveau. (A200430a/76)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14847504/1