CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 TAC advies concept beleidskader Hoofdgroenstructuur 23 februari 2022.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 16 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en het meerjarenverslag van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (2022) (VN2022-032186)6.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

X

x x

Gemeente Amsterdam

Bezoekadres Weesperplein 8 101.8 XA Amsterdam Postbus 2758 1000 CT Amsterdam amsterdam.nl/TAC

Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) Retouradres: Postbus 2758,1000 CT Amsterdam

B & W — namens deze de directie Ruimte en Duurzaa m he id t.a.v. de heer W. van der Veur Postbus 2758 woo CT Amsterdam

Datum

23 februari 2022

Behandeld door Dhr. F. Bakkum Telefoon

020 — 255 15 41 / 15 43

secretariaatTAC®amsterdam.n1

Onderwerp

TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur

Geachte heer Van der Veur, In de vergadering van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) van 26 januari jl. hebben we de inspraakversie van het concept beleidskader Hoofdgroenstructuur besproken. Hoewel wij ons terdege bewust zijn van onze beperkte bevoegdheid in deze, menen we een waardevolle bijdrage te kunnen leveren door onze reflectie via dit TAC-advies aan u mee te geven.

Algemeen Allereerst willen we onze grote waardering uitspreken voor het concept beleidskader Hoofdgroenstructuur. Hieruit spreekt een grote zorgvuldigheid voor en kennis over het bestaande Amsterdamse groen en een juist gevoel voor de dilemma's en uitdagingen waar het groen in een verdichtende stad voor staat. De TAC houdt zich bezig met de Hoofdgroenstructuur en ziet deze als deel van een goed werkend instrumentarium om de hoeveelheid, kwaliteit en diversiteit van het Amsterdamse groen te kunnen borgen. Daar is draagvlak voor: de Amsterdamse bevolking houdt van haar groen. In de toekomst blijft dit instrumentarium nodig. Gezien de verdichtingsopgave wordt deze noodzaak alleen maar groter. Dat de TAC als onafhankelijke commissie toetst op duidelijke door de raad geformuleerde criteria en dat B&W de adviezen opvolgt of in uitzonderlijke gevallen vanuit een hoger belang afwijking hiervan aan de gemeenteraad voorlegt, is onmiskenbaar een teken van de essentiele rol die aan het groen wordt toegekend voor een gezonde, leefbare stad. Maar los van onze eigen positie ligt er met dit beleidskader een stevig actueel fundament voor bescherming en ontwikkeling van het groen in Amsterdam. Met de toevoeging van de ecologische structuur en het waardensysteem voor de grote diversiteit aan groenkwaliteiten is het behoud van een eigenstandige blik op het groen des te relevanter.

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022 TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 2 van 12

N.a.v. Hoofdstuk is urgentie, definitie, beleidscyclus en `wat is nieuw' De TAC onderschrifft de urgentie, nieuwe definitie en positionering van de Hoofdgroenstructuur. gorging van de kracht van dit instrument is daarbij belangrijk. Op de schaal van de stad vormt de Hoofdgroenstructuur de minimaal benodigde hoeveelheid stedelijk groen en bijbehorende waterstructuren die we willen borgen om een leefbare en duurzame stad te zijn voor mens en dier. Een stedelijke groenblauwe structuur die onlosmakelijk aansluit op het fijnmaziger stelsel van buurtgroen. De Hoofdgroenstructuur bestaat nu circa 25 jaar en is een stevig juridisch-planologisch instrument gebleken. We zijn dan ook blij dat deze gecontinueerd, vergroot en versterkt wordt en er gebruik gemaakt blijft worden van de adviezen van een onafhankelijke adviescommissie, die tot taak heeft initiatieven binnen de Hoofdgroenstructuur op inpasbaarheid te beoordelen en B&W hieromtrent te adviseren. De Hoofdgroenstructuur is weer in oppervlakte toegenomen door toevoeging van nieuw gerealiseerde groengebieden (zoals Dakpark A9 en Dakpark Spaarndammertunnel), bestaand groen (zoals Ruigoord, het kassengebied en de erven in Tuinen van West) en water. Dat is bijzonder in een sterk verdichtende stad, maar ook randvoorwaardelijk voor een gezonde en leefbare stad.

Desalniettemin vragen we aandacht voor de borging van de kracht die het instrument tot nu toe heeft. Dat staat of valt met een strenge en realistische selectie van groen. Hier elementen aan toe voegen die er eigenlijk niet in thuis horen, vanuit het idee dat dat groen hierdoor een hardere beschermingsstatus krijgt, kan funest zijn voor de werkingskracht van het instrument op termijn. Een duidelijke definitie, zoals geboden in het nieuwe beleidskader helpt hierbij. Hoewel we van mening zijn dat deze definitie kan veranderen in de tijd, wordt naar ons idee hiermee voldoende tegemoetgekomen aan de wens van het Rekenkamerrapport Groen in de stad (augustus 2021) om groen in Amsterdam duidelijker te definieren. Hoewel de TAC bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie haar zorg uitte over het loskoppelen van het instrumentarium van de visie op de Hoofdgroenstructuur, constateert de TAC dat er goed is nagedacht over de status en positie van het nieuwe beleidskader in de beleidscyclus van het Amsterdamse groenbeleid. Het is helder hoe deze zich verhoudt tot de Amsterdamse Omgevingsvisie, de Groenvisie en het toekomstige Omgevingsplan. De TAC onderschrifft de doorontwikkeling van de Hoofdgroenstructuur De bestaande Hoofdgroenstructuur is als vertrekpunt genomen bij de het nieuwe Hoofdgroenstructuurbeleid en aangevuld met nieuwe elementen. Dat maakt de structuur robuust en betrouwbaar.

Daarnaast wordt ingezet op vergroting, versterking en verbreding van de Hoofdgroenstructuur door: In te zetten op een stedelijke groenstructuur voor de hele stad, waarbij door stapsgewijze integratie van de Ecologische structuur, Hoofdbomenstructuur en groene linten een meer aaneengesloten netwerk gerealiseerd wordt. Water integraal onderdeel ervan te maken. Een waardenbenadering voor het groen te introduceren Te beschermen en te ontwikkelen. Deze verdiepingsslag biedt de TAC meer handvatten om te kunnen adviseren. Bovendien ontwikkelt de Hoofdgroenstructuur zich op deze wijze van een voornamelijk mensgerichte groenstructuur naar een groennetwerk voor mens, plant en dier. Met oog op het ontwikkelgericht denken, vragen we aandacht voor de ontstaansgeschiedenis van zogenaamde 'ongeplande' natuurpareltjes. Ze ontstaan zomaar, spontaan, vaak aan de rand van de stad of van de geplande ruimte. Als je ze wilt behouden, moet je er eigenlijk voor zorgen dat er regelmatig ongeplande restgebiedjes ontstaan, wetende dat ze ook weer verdwijnen, op korte en soms pas lange termijn. Belangrijk is dus een constante aanwas (en verdwijning) van dit type gebieden

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022 TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 3 van 12

De TAC onderschrijft de implementatie van de Amsterdamse Ecologische structuur in de Hoofdgroenstructuur. De groenwaarde natuur wordt zo beter geborgd en geeft sturing voor onze toetsingsrol. Dit vereist nog wel nadere formulering van specifieke doelstellingen en het benoemen van een aantal soorten/levensgemeenschappen per verbinding. Met dit nieuwe beleidskader is een belangrijke stap gezet door de Amsterdamse Ecologische Hoofdstructuur op te nemen in de Hoofdgroenstructuur. Dit maakt een meer eenduidige toetsing van initiatieven mogelijk vanuit het groenbeleid als geheel. Dat deze implementatie tegelijkertijd benut is om deze structuur ook verder te verfijnen en te actualiseren ondersteunen we. Dit oogt zorgvuldig te zijn gebeurd: er zijn zowel stukjes afgehaald als bijgevoegd. Hiermee wordt voldaan aan een bij ons en het bestuur al langer gekoesterde wens om de Hoofdgroenstructuur meer als een netwerkstructuur door te ontwikkelen en stadsnatuur als groenwaarde daarbinnen stevig te borgen. Deze groenwaarde wordt nog versterkt door het voornemen om het aantal groene (ecologische) verbindingen tijdens actualisatierondes van het beleidskader Hoofdgroenstructuur verder te laten groeien volgens het groenvisiebeeld in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050.

Wanneer de structuurbepalingen van ecologie, biodiversiteit en routing belangrijker worden, liggen de 'aansluitpunten' al vast; de nieuwe Hoofdgroenstructuur bepaalt daarmee meer dan hiervoor de vorm van de verstedelijking. We vragen specifiek aandacht voor het oplossen van eventuele knelpunten in deze netwerkstructuur. Wel benadrukt de TAC het belang van de ecologische invulling van de verbindingen. Een doorgaande groenstructuur zegt nog niet zo veel over het ecologische functioneren daarvan. Daartoe moeten per verbinding een aantal soorten/levensgemeenschappen worden genoemd die gebruik maken of zullen gaan maken van deze verbinding. De TAC vraagt aandacht voor de complexiteit van de vervolgactie om de Hoofdbomenstructuur en de groene linten te implementeren in de Hoofdgroenstructuur De stap om ook de Hoofdbomenstructuur op te nemen in de Hoofdgroenstructuur bleek in dit stadium nog een stap te ver. Hier ligt nog een grote uitdaging om het visiebeeld op de Hoofdgroenstructuur en de toetskaart met elkaar in overeenstemming te brengen. De toevoeging van lijnvormige elementen betekent een versterking van de structuur en is nu vooral ecologisch onderbouwd. Dat heeft als consequentie dat de in de visiekaart getoonde groene verbindingen met de binnenstad grotendeels ontbreken op de toetskaart.

Die toevoeging zou waardevol zijn, maar is tegelijkertijd ook problematisch omdat in de huidige situatie niet groen maar verkeer leidend is. Dat bemoeilijkt sectorale toetsing vanuit de groenwaarden. Het is niet direct oplosbaar, maar is wel een waardevol perspectief om vast te houden. De TAC onderschrijft dat water integraal onderdeel gemaakt wordt van de Hoofdgroenstructuur. Het moet helder zijn wat dit voor de TAC-toetsing vraagt. De toevoeging van water in de Hoofdgroenstructuur, om te komen tot een groenblauw netwerk in de stad, is een al eerder in onze adviezen gekoesterde wens. Het is een belangrijke uitbreiding gezien de samenhang tussen beide, zowel vanuit ecologisch als vanuit recreatief oogpunt. Het zijn juist de overgangen tussen groen en blauw die van bijzondere waarde zijn. Dit vraagt wel om een precisering van welk blauw wordt toegevoegd en een definiering op grond waarvan dit blauw wordt toegevoegd. Aanvullend vragen we ons of of onze commissie op dit moment voldoende is toegerust voor toetsing op dit onderdeel en welke specifieke rol er in deze van ons verwacht wordt ten opzichte van, voor het water vigerende beleidskaders. De TAC is van mening dat de groenwaarden 'schoonheid' en 'klimaatadaptatie/hittestress' onderbelicht blijven in het beleidskader Hoofdgroenstructuur Veel actuele thema's voor het groen worden geadresseerd in dit beleidskader.

Wel vragen we aandacht voor de waardering van groen binnen het raamwerk van de schoonheid van de stad, als positionering naast de belevingswaarde van het groen. Amsterdam is (hoe omstreden dat ook is)

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022 TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 4 van 12

een toeristenstad, en Amsterdammers houden van mooi. Met de stedelijke intensivering komt het kwaliteitsaspect naar de voorgrond: de Hoofdgroenstructuur is een constructief element van een reusachtig en beeldschoon bouwwerk — Amsterdam — en is ook op zichzelf reusachtig en beeldschoon. Deze groene ruimtelijke kwaliteit is deel van de Hoofdgroenstructuur, verankerd in een analyse van die groene ruimtelijke kwaliteit: het landschap in en om de stad. Het tweede onderbelichte thema betreft het belang van groen in het vraagstuk van klimaatadaptatie/ hittestress, in het bijzonder gekoppeld aan kansenongelijkheid en energiearmoede. De impact van hittestress is fysiek ongelijk verdeeld over de stad, maar zal ook sociaal-maatschappelijk ongelijk verdeeld worden over de stad. Waar een airco voor een individueel huishouden een oplossing kan brengen, kan energiearmoede dit voor een deel van de stedelingen uitsluiten. De rol van groen en het gebruik van groen kan hier in een middelende rol spelen. Dit geldt op heel lokaal, gebouw- en straatniveau, maar geldt ook voor de invloed die grotere groeneenheden, deel uitmakend van de Hoofdgroenstructuur, kunnen hebben op het dempen van de hittestress.

Als het gaat om lokale oplossingen is de vraag of en op welke wijze het groen voldoende kan worden geborgd en als vertaling in het beleidskader op passende wijze kan worden getoetst om een vorm van borging te geven. Deze groenwaarde heeft immers betrekking op alle groentypen binnen de Hoofdgroenstructuur. De toevoeging van de bomenstructuur aan het beleidskader kan ook vanuit dit perspectief belangrijk zijn. N.a.v. Hoofdstuk 2: hoe werkt het? De TAC onderschrifft de werkwijze van het Hoofdgroenstructuurbeleid, de rol van de TAC daarbij en de voorstellen tot stevigere bescherming van het groen. We krijgen vaak vragen over de werkwijze van het beleidskader en de toetscommissie. Dit staat nu helder verwoord in Hoofdstuk 2 van het beleidskader en we zullen onze website te zijner tijd actualiseren. De toetsing ook van Plaberumproducten zien we als verstandige uitbreiding in lijn met het toegenomen belang van preadvisering om in een vroeg stadium van de planvorming het belang van de Hoofdgroenstructuur op passende wijze mee te kunnen wegen. Het bestemmingsplan — straks omgevingsplan — is het instrument om de beschermende regels in vast te leggen. De aangekondigde maatregelenset Hoofdgroenstructuur lijkt deze nog beter te borgen.

Hoewel we ons realiseren dat het tot een flink aantal meer adviesaanvragen zal leiden richting TAC, biedt de toetsing van fase 2 en 3 producten ons de mogelijkheid om in een vroeg stadium over de ontwikkelpotentie van de Hoofdgroenstructuur mee te denken. De TAC onderschrifft het laten vervallen van toetsing aan verouderde gebiedspecifieke toetsingskaders Op enkele plekken in de stad wordt op basis van eerdere bestuurlijke besluitvorming door ons getoetst aan gebiedspecifieke toetsingskaders. Aangezien op enkele hiervan (Programma van eisen Tuinen van West, visie Zuidas en Masterplan Sloterplas) inmiddels actueler beleid vigeert dat in overeenstemming is met het Hoofdgroenstructuurbeleid, geven wij de voorkeur aan toetsing aan het algemene Hoofdgroenstructuurbeleid. De in het conceptbeleidskader Hoofdgroenstructuur toegevoegde gebiedspecifieke toetsingskaders voor het Martin Luther Kingpark en de Noorder IJplas vloeien voort uit de daarin bij raadsbesluit belegde afspraken over planvorming in de Hoofdgroenstructuur. De TAC vraagt aandacht voor de vervolgacties die beschreven staan in de positionering van het beleidskader binnen de beleidscyclus.

In het kader van de beleidscyclus worden de volgende vervolgacties benoemd: doorvertalen naar Omgevingsplan opstellen opgavenkaart 2030 onderzoeken en verbeteren van de organisatie, werkwijze en financieringsmethodiek van de Hoofdgroenstructuur

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022

TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 5 van 12

advies aan de raad over inpassen TAC in bredere toetscommissie opstellen Hoofdgroenstructuur toetskaart Weesp actualiseren beleids- en toetsingskader Waterland. In het bijzonder vragen wij aandacht voor het opstellen van een Opgavenkaart Hoofdgroenstructuur. Deze biedt namelijk kansen om meer gericht en volgens een visie te investeren in de doorontwikkeling van de Hoofdgroenstructuur. Zo kan er bijvoorbeeld een vervolg gegeven worden aan het opheffen van ecologische knelpunten, nieuwe groene verbindingen en renovatie van parken. Wel roept het bij ons de vraag op hoe deze opgaven zich verhouden tot de regels uit het beleidskader Hoofdgroenstructuur. Kunnen opgaven resulteren in wijziging van de omvang, begrenzing en kleuring van groentypen of geldt het concept beleidskader hiervoor als randvoorwaardelijk? In dat eerste geval vragen we aandacht voor het nader definieren van de reikwijdte hiervan in het beleidskader Hoofdgroenstructuur. Verder vragen we handvatten op te stellen in het beleidskader Hoofdgroenstructuur voor de in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 opgevoerde wens Waterland te transformeren tot AmsterdamWetlands. Deze opgave wordt nu niet verder geadresseerd.

Tegelijkertijd weten we dat het specifieke gebiedskader 'Beleidsvisie en toetskader Stadsrandpolder Waterland' (2012) verouderd is gezien de lange termijn opgaven die hier actueel zijn en de strijdigheid met de Provinciale Verordening. Inzet op de omschakeling naar kringlooplandbouw, het tegengaan van bodemdaling en herstel van biodiversiteit in Waterland onderschrijven we ten zeerste. Deze opgaven vragen vanuit de ontwikkelgerichtheidsgedachte wel om concretere handreikingen in het Hoofdgroenstructuurbeleid om de transitie ook daadwerkelijk op gang te brengen. De TAC adviseert tevens om de evaluatie na een jaar van de werkbaarheid van deze nieuwe wijze van toetsing in het beleidskader Hoofdgroenstructuur als vervolgactie toe te voegen. N.a.v. Hoofdstuk 3: Strategische keuzes en opgaven De TAC heeft behoefte aan duiding van de mate van flexibiliteit en welke selectie aan projecten in aanmerking komt voor de flexibele werkwijze als er planvorming ter hoogte van de Hoofdgroenstructuur plaatsvindt Daar waar grootschalige herstructureringsopgaven plaatsvinden is behoefte aan enige mate van flexibiliteit ten aanzien van de Hoofdgroenstructuur. Er wordt gesteld dat het daarbij onvermijdelijk is dat er verschuivingen optreden in de omvang en ligging van gebieden en verbindingen die nu in de Hoofdgroenstructuur toetskaart zijn opgenomen.

Dit is niet nieuw, in de voorgaande Hoofdgroenstructuurversies werd om die reden groen bij voorbaat uit de Hoofdgroenstructuur geschrapt, daar waar binnen 1.0 jaar planontwikkeling was voorzien. De TAC is blij dat daar nu mee wordt gebroken, maar tegelijkertijd baart de voorgestelde (tijdelijke) flexibiliteitsregel voor gebiedsontwikkelingen ons zorgen. De factor tijd is van bijzondere waarde voor groen: groen heeft tijd nodig om zich volledig te ontwikkelen en neemt met de tijd in waarde toe. Dat geldt voor alle groentypen. Dat staat haaks op het leidende uitgangspunt in de Omgevingsvisie van ontwikkelen, investeren en afschrijven. Behoeden van wat je hebt op basis van lange termijn kennis van het groen en wijze van beheer zouden hierbij veel nneer voorop moeten staan. De spelregel dat projecten in de eindsituatie moeten resulteren in een kwalitatief betere Hoofdgroenstructuur ondersteunen we, maar stelt ons onvoldoende gerust. Wat ons betreft wordt via aanwijzing van zoekgebieden op de kaart inzichtelijk gemaakt welke selectie van projecten voor deze flexibiliteitsregel in aanmerking komen. Op deze wijze is de reikwijdte van de consequenties voor de Hoofdgroenstructuur te overzien. De TAC zet vraagtekens bij de werkbaarheid van het betrekken van strategische keuzes en opgaven bij de toetsing op inpasbaarheid van initiatieven.

We zien deze graag concreet door vertaald naar hetzij toetsbare criteria per opgave, hetzij de bepalingen in hoofdstuk 5 en 6 van het beleidskader.

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022

TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 6 van 12

Hoofdstuk 3 beschrijft aan de hand van de strategische keuzes uit de Omgevingsvisie, in het bijzonder 'groeien binnen grenzen' en 'rigoureus vergroenen' een aantal opgaven voor de Hoofdgroenstructuur of onderdelen ervan. Dit gaat om het openbaarder, toegankelijker en diverser maken, de ontwikkeling van landschapsparken, groenblauwe hotspots en groene linten en een uiteenzetting van de sportopgave en realisatie van zogenaamde sportlandschappen in relatie tot de Hoofdgroenstructuur. De TAC vraagt zich of hoe deze opgaven zich verhouden tot de richtlijnen, groentypen en sours ook de stadsnatuurlaag bepalingen in hoofdstuk 5 en 6 van het beleidskader. Deze opgaven zullen soms ambitieuzer zijn en daarmee tegenstrijdig aan wat de beleidsbepalingen toestaan. Zonder hier concretere spelregels voor mee te geven — omdat deze nog niet beleidsmatig zijn uitgewerkt lijkt het betrekken van dergelijke opgaven bij toetsing door de TAC niet werkbaar c.q. niet in overeenstemming met het groenbelang. Tegelijkertijd zien we in dat het achterwege laten ervan in de praktijk standaard zal resulteren in negatieve adviezen van onze zijde op het moment dat de invulling van deze opgaven aan de orde is. Een uitzondering echter hierop wordt gemaakt voor de realisatie van de 6 in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 aangewezen zoeklocaties voor sportlandschappen.

Hierbij toetst de TAC niet 'of' een dergelijke functie inpasbaar is, maar slechts in welke mate het 'hoe' voldoet. Dit roept bij ons de vraag op waarom een dergelijke regel dan ook niet geldt voor bijvoorbeeld de zoeklocaties voor de groenblauwe hotspots en zoeklocaties voor zonne-energie. De TAC adviseert om voor de landschapsparken een duidelijkere status en visie te formuleren, planologisch en vanuit ontwerp gebaseerd op de eigenheid per landschapspark Op MRA-niveau liggen er grote opgaven voor energie, water, wonen, gezondheid — alien opgaven die vragen om integrale beleidskeuzes en bijbehorende ontwerpende aanpak. Ook binnen de Hoofdgroenstructuur leidt dit tot concurrentie. Het uitgangspunt het ommeland te vrijwaren van stedelijke bebouwing leidt niet alleen tot toenemende druk op de binnenstedelijke Hoofdgroenstructuur, maar houdt ook een stedelijke verantwoordelijkheid in voor de instandhouding van het ommeland. Dat gaat over de 'Iandschappen' en over (de koppen van) de scheggen: gebieden waarin het traditionele agrarische verdienmodel niet meer werkt, en waar dus de stad ofwel een nieuw financieringsmodel moet optuigen, dan wel een nieuw verdienmodel moet faciliteren — met uitzicht op duurzame groene kwaliteit. Het blijft niet vanzelf groen.

In de reeks van groene onderdelen van de stad vraagt de positie van de koppen van de scheggen om een duidelijk status, visie en bescherming — ze zijn voor de stedelingen de toegangspoorten tot het ommeland. Ze zijn kwetsbaar: dichtbij, dus gewild voor projectontwikkeling, en smal, dus gemakkelijk 'onder de voet gelopen' door bebouwing en verharding. De ambitie vanuit de Omgevingsvisie Amsterdam om een stadsbos te realiseren zien we in het Hoofdgroenstructuurbeleid nog niet verder geadresseerd. Het is interessant vanuit de CO2 opgave, maar een bedreiging voor het schaarse open landschap. De opgaven die in het conceptbeleidskader Hoofdgroenstructuur onder de noemer `landschapsparken' nader zijn geduid, geven qua abstractieniveau wat ons betreft onvoldoende sturing voor toetsing c.q. gewenste doorontwikkeling. In deze opgaven speelt, in samenhang met de opgaven voor het groentype landschap de samenwerking met buurgemeenten en beheersorganisaties een cruciale rol. De TAC erkent de sportparken als belangrijke schakels in het samenhangende netwerk van groen in de stad en erkent sport en bewegen als belangrijk onderdeel van de groenbeleving. Toch is er onmiskenbaar een spanningsveld tussen groen en sport, waarvoor in dit beleidskader om meerdere redenen geen bevredigend antwoord wordt gegeven.

Het stappenplan voor realisatie van sport vraagt om een concretisering wil deze toetsbaar zijn, waarbij de rol van de TAC duidelijk moet zijn. Bij de totstandkoming van dit beleidskader is in navolging op uitgestelde keuzes hieromtrent in beleidsproducten als de nota Duurzaam Landschap en de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 dit spanningsveld opnieuw duidelijk naar voren gekomen. Voor sport en bewegen wordt terecht veel ruimte in de stad ingericht, maar de vraag is of de Hoofdgroenstructuur op die toename berekend

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022 TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 7 van 12

is, ook in relatie tot andere stedelijke opgaven die erop of (gaan) komen. De drukte is overal en zal ook blijven. Zie bijvoorbeeld hoe commerciele sport in de openbare ruimte is toegenomen. De vraag is hoe die druk zich verhoudt tot de verschillende functies in de Hoofdgroenstructuur. De veranderlijkheid van sporttrends speelt daarin een rol. Het in het beleidskader Hoofdgroenstructuur geIntroduceerde 3 stappenplan als invulling van het 'nee, tenzij principe' voor realisatie van de sportopgave geeft richting aan de vraag in welke mate de sportopgave in de Hoofdgroenstructuur mag landen. De invulling ervan roept bij ons echter zorg en vragen op. In onze ogen krijgt de sportopgave met huidige formuleringen buitenproportionele aandacht en planologische ruimte toegekend voor realisatie van nieuwe sportparken en —landschappen in de Hoofdgroenstructuur. Daarentegen blijft de duurzaamheidsopgave, waarmee op termijn waarschijnlijk nog grotere ruimteclaims op de Hoofdgroenstructuur afkomen, zwaar onderbelicht. Hiervoor is geen 'nee, tenzij principe' uitgewerkt. De balans dient hierin wat ons betreft meer gelegd te worden in het beleidskader Hoofdgroenstructuur.

Los van de vraag of deze eerste uitwerking van het in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 geIntroduceerde stappenplan in het Hoofdgroenstructuurbeleid in deze vorm thuishoort, worden hiermee ruimteclaims in de Hoofdgroenstructuur voor nieuwe sportparken en —landschappen gelegitimeerd, waarvan niemand de consequenties kan overzien en die we daarom ook niet op voorhand steunen. De sportopgave is veel meer omvattend en vraagt om een totaal andere manier van stad maken en duidelijke keuzes over hoe we met normeringen van groen en sport in gebiedsontwikkelingen om willen gaan. Alleen op deze manier kan er een halt toegeroepen worden aan de afwenteling (in de tijd) van de sportopgave — op veelal kwalitatieve toplocaties - in de Hoofdgroenstructuur. Dit is geen makkelijke opgave, maar wel een urgente om te sturen op de kwalitatieve bijdrage die sport tegelijkertijd te bieden heeft aan de versterking van de Hoofdgroenstructuur.

In relatie tot stap Bij de ontwikkeling van nieuwe buurten boven een bepaalde omvang wordt ten minste de helft van de buitensportopgave (conform de sportnormen) gerealiseerd binnen de buurten Realisatie van sportparken volgens de referentienorm sport in ontwikkelingsgebieden is in dit kader een concrete maatregel, maar het geeft nog geen sturing aan de vraag hoe en waar eerder ontstane sporttekorten in de stad op te lossen of daar waar de sportnorm niet gehaald wordt. Een nieuwe wijze van stedenbouw en een proactieve inzet op innovatieve duurzame concepten is nodig, evenals kleinschalige stedelijke multifunctionele sportparken gekoppeld aan scholen en andere voorzieningen in de gebouwde omgeving. In het verlengde gaat het om het aanwijzen van locaties in de openbare ruimte en het ontwikkelen van sport- en beweeglandschappen. De referentienorm maatschappelijke voorzieningen en groen gaat ook van het principe uit dat het primair in de gebiedsontwikkelingen zelf zou moeten zijn, maar laat tegelijkertijd zien hoe weerbarstig dit principe in de praktijk is. Nog te makkelijk worden deze opgaven uit projectgebieden doorgeschoven naar de randen van de stad of naar volgende ontwikkelfasen, waardoor de druk op de koppen van de scheggen verder toeneemt. Zolang dit nog gebeurt, is de ambitie om het landschap open te houden en primair op natuur in te zetten niet houdbaar.

Het zal om nog scherpere keuzes vragen, dan het intekenen van een sportopgave in de vorm van 6 zoeklocaties voor sportlandschappen in de koppen van de scheggen. Het is onduidelijk wat er in het kader van 'stap i' van de TAC verwacht wordt, in hoeverre en waar deze sportopgave in de Hoofdgroenstructuur aan de orde gaat komen. Is vestiging of uitbreiding van bestaande sportparken hier in de Hoofdgroenstructuur aan de orde? In relatie tot stop 2: Het bestaande areaal aan sportterrein blifft behouden en het gebruik wordt geoptimaliseerd zodat meer Amsterdammers op verschillende manieren en verschillende tijdstippen gebruik kunnen maken van deze voorzieningen.

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022

TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 8 van 12

Intensiever gebruik van sportvelden leidt tot omvorming van gras in kunstgras, met ook kunstgras op beton of in (blaas)halconstructies: verharding. Dit vraagt om actievere investering in sportparken als groengebied (natuurontwikkeling van de randen). De wens tot intensivering staat in die zin op gespannen voet met de wens tot toevoegen van openbare ruimte in de sportparken en het tegelijkertijd inpassen van fornnele sport. De kans bestaat dat de intensivering een dusdanige vorm aanneemt van gebouwde voorzieningen (tennis op een dak bijvoorbeeld) dat het de vraag oproept tot waar er nog sprake is van een groenvoorziening. Dergelijke gebouwde oplossingen zijn tegelijkertijd de toekomst en vragen vanuit de omvangrijke sportopgave een stimulans, naast de investering in groene sportparken. In het beleidskader wordt in hoofdstuk 5 richting gegeven aan de optimaliseringsopgave van sportparken. Daar zijn we blij mee. Toch mag er wat ons betreft bestuurlijk op dit vlak nog een tandje bij. Dat er grenzen zitten aan het meer toegankelijk maken van dergelijke semiopenbare voorzieningen werd bevestigd in het stedelijke traject met de volkstuinparken. Toch zijn daar flinke stappen gezet en is er nu duidelijkheid over de verwachtingen vanuit de gemeente richting de volkstuinverenigingen.

Een dergelijk traject zou deze doelstelling richting Amsterdamse sportparken ook kracht bijzetten en meer inzicht geven in wat de pogingen daartoe in de afgelopen jaren al aan vruchten hebben afgeworpen. In dat kader vragen we ook aandacht voor de diversiteit aan sportparken in de stad. Er zijn grote verschillen in kenmerken en mogelijkheden tussen de twee uitersten van een kleinschalig tennispark en een landschappelijk golfterrein. Het benoemen van het principe van openbaarheid vraagt om meer handvatten om erop te toetsen. Met het oog op die toekomstige ontwikkelingen ligt er nadrukkelijk een ontwerpopgave, die met de juiste uitgangspunten en inzet tot kwaliteit voor sport en groen kan leiden. In relatie tot stap 3: Voor lokale sportopgaven waarvoor de eerste twee stappen niet voldoende oplossing bieden kunnen nieuwe sportparken worden gerealiseerd, zowel in een stedelijke setting als in een landelijke setting, in het laatste geval dus binnen de Hoofdgroenstructuur Procedureel zijn extra sportterreinen voor georganiseerde sport in de Hoofdgroenstructuur pas aan de orde als aangetoond kan worden dat 'realisatie van deze sportopgave in stedelijk gebied onmogelijk is'. Dit klinkt mooi, afhankelijk van de inspanningsverplichtingen die er aan de stappen 1 en 2 verbonden worden.

De term 'onmogelijk' is brisant, het legt een grote verantwoordelijkheid bij projectteams om een afweging te maken die per definitie buiten de Hoofdgroenstructuur argumentatie valt (want bijvoorbeeld financieel), waarvan de uitkomst echter wel van invloed zal zijn op de Hoofdgroenstructuur. Onduidelijk is wat er in het kader van toetsing door de TAC bij deze stap verwacht wordt, ook ten aanzien van de afweging om groentypen binnen de Hoofdgroenstructuur om te zetten in het groentype msportpark'. Een bevoegdheid waar de TAC op dit moment geen bevoegdheid heeft. Ook de formulering 'Afgezien van de zes sportlandschappen zijn er nog meer gebieden waar voorzien wordt dat de sportopgave in de toekomst gaat knellen. Hier is vanuit het Hoofdgroenstructuurbeleid nog niet op geanticipeerd'baart ons zorgen, evenals de opgevoerde uitzonderingen daarop en de verwijzing naar de opgavenkaart waarin dergelijke opgaven als aanvullend opgevoerd lijken te kunnen worden. Hiermee wordt wat ons betreft aan de voorkant een te grote vrijbrief aan de sportopgave in de Hoofdgroenstructuur afgegeven. In relatie tot de realisatie van sportlandschappen in de Hoofdgroenstructuur Het 3 stappenplan is een gepasseerd station voor de aanwijzing van dit nieuwe type sportvoorzieningen. De realisatie ervan dienen we te beschouwen als een gegeven. De termijn waarop en wijze van invulling staan nog open.

Dat neemt niet weg dat we op sommige plekken in de Hoofdgroenstructuur de voorkeur geven aan dit concept van landschappelijk optimaal ingepaste sportconcepten als variant op een traditioneel sportpark. De bepalingen daarvoor in het concept beleidskader Hoofdgroenstructuur hinken echter nog te veel op 2 gedachten. Enerzijds wordt er mee tegemoet gekomen aan de urgentie van extra ruimtebehoefte voor sport in deze omgeving op de korte tot middellange termijn. Anderzijds wordt het geIntroduceerd als een nieuw type sportpark dat landschappelijk optimaal wordt ingepast in het groen. Dit zien we terug in de

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022

TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina g van 12

definiering. Het gaat om kleinschalige extensieve concepten in samenhang met ruimte voor individuele en ongeorganiseerde buitensport. Tegelijkertijd wordt er gesproken in termen van eventuele sportterreinen, ondersteunende bebouwing, faciliteren van stadsbrede sportopgave en kunstgras als maatwerk. Met als gevaar dat dergelijke kleinschalige sportlandschappen, die op zich een verrijking ter plaatse kunnen bieden, op termijn alsnog uitgroeien tot reguliere sportparken vanuit een onvoldoende ingevulde stedelijke sportopgave. Wij vragen om duidelijkheid in deze, ook qua groentypering van dit type sportparken. De gekozen locaties raken de eerder aangehaalde discussie over positionering ervan in kwalitatief kwetsbare delen van de Hoofdgroenstructuur. In die zin zijn we blij dat de zoeklocaties niet op locaties geprojecteerd worden waar stadsnatuur het primaat heeft. Wel adviseren we om alsnog prioritering aan te brengen in het tijdspad van realisatie voor de zoeklocaties in de Hoofdgroenstructuur. De opgave van de 6 zoeklocaties voor sportlandschappen wordt wat ons betreft te makkelijk in het concept beleidskader Hoofdgroenstructuur opgevoerd als voortkomend uit een opgave tot 2050 in de Omgevingsvisie, te meer daar dit voor vergelijkbare opgaven als groenblauwe hotspots, stadsstranden e.d. niet als zodanig het geval is. N.a.v.

Hoofdstuk 4: De toetskaart Details doen ertoe bij wijze van begrenzing en kleuring van de toetskaart Hoofdgroenstructuur Het is de samenhang tussen de gedetailleerde kaart, de variatie in typeringen en de procedure die het beleidskader tot een krachtig instrument maken. In de afgelopen jaren zijn adviezen gegeven die mogelijk ook doorwerken op de begrenzing van de kaart. We gaan ervan uit dat die doorwerking meegenomen is in de bestaande kaart. Verder is vooral de lokale kennis van het groen cruciaal om tot een werkbare en kloppende kaart te komen. Dat vrijwel alles van de bestaande kaart wordt overgenomen in de nieuwe kaart onderstreept de continuIteit van de methode. De ontbrekende delen, Artis en Hortus voornamelijk, zijn een te verdedigen beleidskeuze. Door het bijzondere karakter is ook zonder Hoofdgroenstructuur de goede zorg voor de groene en cultuurhistorische waarde geborgd. N.a.v. Hoofdstuk 5: Richtlijnen De TAC onderschrifft de algemene richtlijnen, de introductie van het groenwaarden systeem en de stadsnatuurlaag. Om meer te kunnen sturen op mate van verharding en bebouwing in de Hoofdgroenstructuur vragen we om deze inzichtelijk te maken. De nu vigerende richtlijnen zien we grotendeels terugkomen in het concept beleidskader Hoofdgroenstructuur.

Ze zijn aangevuld met actuele kwesties als de inpasbaarheid van ondergrondse bouwwerken en de duurzaamheidsopgave volgens het nee tenzij principe. Ook is een versoepeling gedaan van de definitie van verharding in de Hoofdgroenstructuur en een vanuit onze praktijk te onderschrijven handhaving van maximale verhardings- en bebouwingspercentages binnen bepaalde groentypen. We vragen om de definitie van verharding nog eens kritisch te bezien en niet te beperken tot sport- en spelvoorzieningen. Half-verharding heeft de voorkeur ten opzichte van volledige verharding (en aanverwante funderingsconstructies) en verdient ook stimulans. (Half)verharding maakt een intensiever gebruik van de ondergrond mogelijk. Voor groenwaarden als leefklimaat, duurzaamheid en natuur geldt (half)verharding echter als volwaardige verharding. Dat zien we graag in de verhardingsnorm verdisconteerd. Ook zou het ons en initiatiefnemers helpen om inzicht te hebben in de huidige mate van verharding en bebouwing in de Hoofdgroenstructuur om op basis daarvan bij nieuwe initiatieven een betere afweging te kunnen maken, mede in relatie tot de doelstelling van rigoureus vergroenen. De introductie van prioritaire en secundaire groenwaarden binnen een groentype van de Hoofdgroenstructuur daagt uit om bij de planvorming na te denken over de toename van de waarde.

Dat dit als toetsingseis is opgenomen ondersteunen we van harte. Hierbij is aan ons eerdere verzoek voldaan om een passende combinatie te maken met de functionele benadering

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022

TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina io van 12

van het groen in het nu nog vigerende beleidskader. Tegelijkertijd vinden we het spannend of toetsing hieraan werkbaar is. We zien dit positief tegemoet omdat het ons gerichtere handvatten biedt om initiatieven in balans tussen mens en dier te kunnen afwegen. De praktijk zal moet uitwijzen of dit waardensysteem succesvol en werkbaar is ter vervanging van de huidige werkwijze met een meer abstracte beleidsintentie per groentype. Een aandachtspunt hierbij blijft bij de wens om 'samen stad te maken' de door ons vaker gesignaleerde discrepantie tussen groenwaarden die aan een gebied worden toegekend vanuit buurt- versus stedelijk perspectief. De TAC is blij met de ingangseis van een ecologisch advies van een stadsecoloog bij advisering op initiatieven in de Hoofdgroenstructuur met het stadsnatuur-label. Dit vraagt om garantie van voldoende capaciteit om vertraging in de planvorming te voorkomen. Ecologie krijgt met dit beleidskader een stevigere positie in het stedelijk groen van Amsterdam. Daarmee komt het tegemoet aan een signaal dat wij ook meerdere keren hebben gegeven: de druk op de Hoofdgroenstructuur uit zich sterk in druk op het groentype struinnatuur. Met de introductie van de stadsnatuur en verschillende waarden wordt hier beleidsmatig tegendruk aan gegeven.

Niet alle gebieden die het groentype 'ruigtegebied/struinnatuur' hadden in de huidige Hoofdgroenstructuurtoetskaart hebben nu het groentype 'natuurpark' meegekregen. Maar samen met gebieden die het label 'stadsnatuur' hebben gekregen is het saldo groen met de prioritaire waarde natuur uitgebreid. Dat is mooi, maar niet voldoende. Het vraagt ook om extra inspanning vanuit projecten en initiatieven. Te vaak ontbreekt nog een ecologisch advies bij agendering of zien we quickscans flora en fauna met het karakter van een min of meer toevallige momentopname. Dit biedt onvoldoende houvast bieden bij de toetsing. We vragen nadrukkelijk om dieper in te gaan op de materie en gebruik te maken van de ruim aanwezige kennis van lokale ecologische kwaliteiten in de stad als vertrekpunt bij planvorming. Aileen zo zal de toegevoegde waarde van stadsnatuur in de Hoofdgroenstructuur zich doen laten gelden. Voor de TAC betekent dit bij de toetsing namelijk een prominentere rol voor de ecologische expertise. Om deze rol te vervullen vraagt dit om het ontsluiten van de gebiedspecifieke ecologische kennis of om de garantie dat een adviesaanvraag voorzien is van een volwaardig advies van een stadsecoloog. In die zin vragen we aandacht voor beschikbaarstelling van afdoende capaciteit hiervoor, zodat deze ingangseis bij een TAC-advies geen vertragend element in de planvorming met zich meebrengt.

De TAC vraagt om explicitering van de geihtroduceerde compensatiebepaling in relatie tot stadsnatuur. Met de introductie van de toetsing aan stadsnatuur als onderdeel van de Hoofdgroenstructuur, wordt gesteld dat daar waar op basis van een gemotiveerde reden stadsnatuur wordt aangetast, de natuurwaarde gemitigeerd of gecompenseerd moet worden conform de verplichting hiertoe vanuit de Wet natuurbescherming/ Omgevingswet. Toetsing door de TAC aan stadsnatuur binnen de Hoofdgroenstructuur resulteert waarschijnlijk vaker dan nu in een beoordeling 'niet inpasbaar', in plaats van een oplossing in mitigerende en compenserende maatregelen. Slechts in het geval dat een initiatief inpasbaar is kan mitigatie en compensatie in relatie tot de natuurwaarde aan de orde zijn. De TAC pleit voor een heldere definitie en reikwijdte hiervan. Het compensatiebeginsel en de oppervlaktediscussie is immers met goed omklede argumenten altijd bewust buiten het Hoofdgroenstructuur instrumentarium gehouden. Hiervoor is inmiddels de referentienorm groen geintroduceerd. De compensatie- /mitigatiemaatregelen vanuit de Wet Natuurbescherming zijn soort specifiek en richten zich uitsluitend op stadsnatuur. Het aspect van aantasting van het areaal van de Hoofdgroenstructuur dient wat ons betreft buiten beeld te blijven. Het moet duidelijk zijn in welke vorm en waar dat kan of moet zijn.

Voorop staat dat te nemen compensatiemaatregelen een directe relatie behouden met het te nemen initiatief. De hierbij te betrekken kennis rondom gebiedspecifieke natuurwaarden gaat verder dan een quickscan.

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022 TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 11 van 12

N.a.v. Hoofdstuk 6: Richtlijnen per groentype De TAC onderschrifft de 8 aangewezen groentypen en de eraan verbonden ontwikkelperspectieven en criteria om initiatieven en planvorming aan te toetsen op inpasbaarheid. De verbijzondering 'stadslandbouw' binnen het groentype 'landschap' vraagt om precisering in tekst en kaartbeeld. Hetzelfde geldt voor de verbijzondering 'zwembadterrein' binnen het groentype 'stadspark'. De groengebieden in de Hoofdgroenstructuur zijn verdeeld in acht groentypen: stadspark, stadsplantsoen, natuurpark, sportpark, tuinpark, gedenkpark, landschap en groene verbinding. Met veel van deze groentypen wordt in het huidige Hoofdgroenstructuurbeleid ook al gewerkt. Soms hebben ze een andere naam gekregen. Het groentype 'curiosa' komt niet meer terug. Nieuw zijn de groentypen 'stadsplantsoen' en 'groene verbinding'. We onderschrijven deze wijzigingen en zijn blij met de introductie van het groentype 'stadsplantsoen', aangezien sommige stukken groen in het huidige beleidskader soms ten onrechte als ‘stadspark' worden aangemerkt. Binnen het groentype `sportpark' zien we een verdiepingsslag die ook antwoord geeft op vraagstukken die we recentelijk tegenkwamen, maar waar het huidige Hoofdgroenstructuurbeleid onvoldoende richting aan gaf. We zijn hier blij mee.

Op deze wijze worden de primaire functie van het sportpark en de groenwaarde van deze Hoofdgroenstructuurelementen versterkt en bewaakt. Dat geldt voor de mate van inpasbaarheid van beheerwerven en tijdelijke blaashallen in de Hoofdgroenstructuur, voor de regel dat extra verharding, bebouwing of functie toevoeging onderbouwd dient te worden vanuit een totaalvisie op het sportpark. Dat geldt ook voor de opgave om bij overschrijding van het maximale verhardings-/bebouwingspercentage de mogelijkheden voor vergroening te benutten. Dit wordt aangevuld met een grotere nadruk op de openbaarheids-, vergroenings- en duurzaamheidsopgave van sportparken, waarbij nadrukkelijk wordt gesteld dat de programmering van formele sportvelden (inclusief kunstgras) en bijbehorende faciliteiten prioriteit heeft. Het voorstel om geen (extra) parkeervoorzieningen op sportparken te realiseren en hiervoor oplossingen buiten het sportpark te bieden onderschrijven we vanuit de taakstelling waarvoor wij staan, maar de impact hiervan op het verenigingsleven en de spelcompetitie dient hierbij eveneens afgewogen te worden. Bovendien vraagt het om het faciliteren van goede alternatieven qua fietsparkeren en ov-bereikbaarheid. lets waar ook andere groentypen baat bij kunnen hebben, aangezien het parkeervraagstuk zich niet tot dit groentype beperkt.

Bij de verbijzonderingen van het groentype landschap wordt `stadslandbouw' genoemd en dat bebouwing en verharding als een geheel worden ontworpen in samenhang met de aanwezige functies. Dit uitgangspunt mag niet gelden als een vrijbrief voor toevoegen van bebouwing in het landschap en vraagt om een precisering. Omgekeerd is onduidelijk op welke gebieden de verbijzondering 'stadslandbouw' van toepassing is. Bij Tuinen van West ligt dit voor de hand, in Waterland, de kop van de Amstelscheg of landschapselementen als de Wilmkebreek of de weide in het Amsterdamse bos niet (overal). We zien dit graag nader gespecificeerd. Hetzelfde vragen we voor de verbijzondering van 'zwembadterrein' binnen het groentype stadspark. Nu is onduidelijk in welke stadsparken een zwembadterrein is toegestaan. De TAC vraagt zich of waarom overkapping bij het Flevoparkbad als uitzondering wordt opgevoerd op de regel dat toevoeging van of omzetting naar overdekte zwembaden niet inpasbaar zijn. Deze uitzondering beschouwen we als onwenselijk, nog los van de precedentwerking die van een dergelijke bepaling op termijn uit kan gaan richting andere zwembadterreinen.

Gemeente Amsterdam

23 februari 2022 TAC-advies concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur Pagina 12 van 12

In de ontwikkeling van de Hoofdgroenstructuur zien we ook verkleuring van het groen, veelal een omvorming van extensief naar intensief gebruik. In zo een geval dient behoud van de aanwezigheid van extensief gebruik uitgangspunt to zijn, een uitgangspunt dat vooral door het ontwerpen van verschillende zones van intensiteit vorm kan krijgen zoals het Vondelpark bijvoorbeeld een zonering heeft.

Wij blijven graag betrokken bij de verdere invulling van het Hoofdgroenstructuurbeleid en de doorvertaling richting Omgevingsplan en Uitvoeringsprogramma Groenvisie.

Hoogachtend,

497.0 . Dr. M.C. van Schendelen

Drs. F.G.M. Bakkum

Voorzitter Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur

ply. Secretaris TAC

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12007821/1