CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Structuurvisie De Nieuwe Kern.pdf

RAAD 17 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Investeringsvoorstel De Nieuwe Kern en beschikbaar stellen van een bijbehorend uitvoeringskrediet voor fase 1 (VN2025-007399)34.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Structuurvisie De Nieuwe Kern definitief Gemeente Ouder-Amstel

Structuurvisie De Nieuwe Kern definitief Gemeente Ouder-Amstel

Rapportnummer:

P04754

Datum:

15 oktober 2021

Opdrachtgever:

Gemeente Ouder-Amstel

Projectteam BRO:

PZ, TB, RV, DV, RvO

Trefwoorden:

Structuurvisie, De Nieuwe Kern, gebiedsontwikkeling, gemengd leefgebied, programma

Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

De Structuurvisie De Nieuwe Kern geeft de kaders weer voor verdere ontwikkeling van dit

BRO Amsterdam

unieke gebied in de gemeente Ouder-Amstel. Passend binnen het vigerende beleid is een

Sarphati Plaza

gedragen ambitie en visie uitgewerkt met een onderbouwing voor het programma. Boven-

Rhijnspoorplein 38

dien komen de technische randvoorwaarden aan bod, evenals de vervolgstappen in de ont-

1018 TX AMSTERDAM

wikkeling en realisatie van De Nieuwe Kern.

T +31 (0)20 – 506 1999 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 De Nieuwe Kern: ambitie en centrale doelen 1.3 Hoe is deze visie tot stand gekomen? 1.4 Participatie 1.5 Leeswijzer

4 4 6 7 8 10

2. POSITIONERING & BELEIDSKADER 2.1 Inleiding 2.2 Historische kwaliteiten De Nieuwe Kern 2.3 Bestaande situatie plangebied 2.3.1 De ondergrond 2.3.2 Milieu, geluid en overige factoren 2.4 Beleidskaders De Nieuwe Kern 2.4.1 Relevant nationaal beleid 2.4.2 Relevant provinciaal beleid 2.4.3 Relevant regionaal beleid 2.4.4 Relevant lokaal beleid 2.5 Rekenschap geven voor het woon- en leefklimaat

11 11 11 13 16 17 20 20 23 23 25 29

Inhoudsopgave

3. VISIE 3.1 Inleiding 3.2 Ambitiebeeld De Nieuwe Kern 3.3.1 Leefbaarheid, woonkwaliteit & gezondheid 3.3.3 Duurzaamheid, energieneutraliteit & klimaatbestendigheid 3.3.4 Groen & water 3.3.5 Aantrekkelijkheid & ruimtelijke kwaliteit 3.3.6 Bereikbaarheid & mobiliteit

35 35 35 38

4. THEMAMATISCHE KADERSTELLING 4.1 Inleiding 4.2 Leefbaarheid, woonkwaliteit & gezondheid 4.3 Economische vitaliteit 4.4 Duurzaamheid 4.5 Groen & water 4.6 Aantrekkelijkheid & ruimtelijke kwaliteit 4.7 Bereikbaarheid & mobiliteit

54 54 54 63 66 67 71 71

5. PROCES EN UITVOERING 5.1 Uitvoeringsaspecten 5.2 Globale planning 5.3 Proces

78 78 83 83

42 44 48 48

BIJLAGEN

BIJLAGE 1: Programmatische onderbouwing De Nieuwe Kern, BRO, april 2021 Bijlage 2: Advies Luchtvaartgeluid, Martijn Lugten, 24 mei 2019 Bijlage 3: Structuurvisie kaart, april 2021 Bijlage 4: Toelichting verwerking van de input vanuit het participatietraject, mei 2021 Bijlage 5: Verslag Participatietraject De Nieuwe Kern, augustus 2020 Bijlage 6: Toelichting verwerking uitkomsten MER in Structuurvisie, mei 2021 Bijlage 7: BSG Analyse bestemmingsplannen DNK, augustus 2021

Inhoudsopgave

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding Unieke gebiedsontwikkeling De Nieuwe Kern De Nieuwe Kern (DNK) betreft een unieke gebiedsontwikkeling in de gemeente Ouder-Amstel. Als een ‘ruwe diamant’ ligt het gebied tussen Amstel Business Park, het station Duivendrecht, de Johan Cruijff Arena en de A2 en vormt het onderdeel van de stedelijke agglomeratie Amsterdam. Het vormt onderdeel van de Amstelcorridor, van het Amstel Station tot het AMC, dat de komende jaren wordt getransformeerd om tegemoet te komen aan de hoge druk op de woning- en kantorenmarkt. Binnen de economische en internationale ontwikkelingen (o.a. Brexit) wordt eerder een toenemende druk dan een afname voorzien. Het beoogde programma bestaat uit circa 500.000 m² aan wonen (ca. 5.000 woningen) en 250.000 m² aan niet-woonfuncties. Waarom De Nieuwe Kern In de bestaande situatie vormt het gebied een onderbreking in de stedelijke structuur, zowel sociaal, ruimtelijk als economisch. Door de ontwikkeling van De Nieuwe Kern kan de potentie die verborgen ligt in de locatie verzilverd worden en kan dit een verbindende schakel worden in het omliggende gebied. Zowel binnen de Metropoolregio Amsterdam als tussen Duivendrecht, de Amstelscheg en Ouderkerk aan de Amstel. De ontwikkeling van De Nieuwe Kern zal een rol spelen bij het realiseren van verschillende doelstellingen en ambities: 1. Ruimte bieden voor nationale en regionale wensen en eisen.

Door de unieke ligging van deze locatie, de uitstekende ontsluiting en de hoge druk op de woning- en kantorenmarkt kan deze locatie een rol spelen in

Hoofdstuk 1

2.

3.

4.

5.

het realiseren van ambities op regionaal en nationaal niveau. Zo kan de ontwikkeling van DNK door de concentratie van topsectoren de ruimtelijk-economisch structuur versterken, welke als nationaal belang is aangemerkt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Daarnaast legt de Provincie de focus op het beter benutten van stationslocaties, met DNK als woningbouwlocatie en versterking van de omgeving van station Duivendrecht e.o. zoals verwoord in het knooppuntenbeleid. Openhouden van het cultuurhistorisch landschap in de metropoolregio in combinatie met de regionale woningbouwopgave. Ouder-Amstel ziet geen andere locaties waar deze hoeveelheid woningen toegevoegd kunnen worden als wordt gekozen voor het openhouden van het landschap (Amstelscheg en Ronde Hoep). Noodzaak voor ruimtelijke regie vanwege veelheid aan lokale ruimteclaims. Het initiatief van EndemolShine was het eerste initiatief dat mogelijkheden zag voor ontwikkeling in dit gebied, waarna diverse andere initiatieven volgden. Het ontbrak toen echter aan een beleidskader om hierin keuzes te maken. De eerste stappen die hiervoor gezet zijn waren de Nota van Uitgangspunten in 2013 en de samenwerkingsovereenkomst met de grondeigenaren in het gebied in 2017. De Structuurvisie met MER is de volgende stap in het vastleggen van de ruimtelijke koers en beleid. Verbinden van Duivendrecht en Ouderkerk aan de Amstel.

Door het realiseren van nieuwe routes en verbindingen kan het gebied een schakelfunctie spelen bij de verbinding tussen Duivendrecht en Ouderkerk, terwijl ook voorzien wordt in een goede verbinding van de Amsterdamse omgeving van Amstelstation tot AMC. Regionale woningbouwopgave. De MRA is een economisch sterke regio, met een enorme aantrekkingskracht. Dit leidt tot een sterke bevolkingsgroei en een grote woningvraag. De laatste prognoses voorspellen tot

4

2040 een groei van de woningbehoefte van circa 230.000 woningen (gerekend vanaf 2017), waarbij DNK nu met een nieuwbouwprogramma van circa 4.500 woningen in de plannen wordt meegenomen. De ligging van DNK, nabij een hoogwaardig OV-knooppunt en binnen bestaand stedelijk gebied, maakt dat de ontwikkeling van deze locatie goed past binnen het beleid van de MRA. 6. Draagvlak voor lokale voorzieningen. De nieuwe inwoners en bedrijvigheid dragen bij aan een draagvlak voor zowel al bestaande als nieuwe voorzieningen binnen en buiten DNK. Uitzonderlijk goed bereikbaar Het gebied ligt op een bijzonder strategische plek met een uitstekende bereikbaarheid voor verschillende modaliteiten. Rijkswegen A10, A2 en A9 liggen in de directe nabijheid van het gebied en de treinsporen Amsterdam Utrecht en Schiphol - Almere kruisen elkaar ter hoogte van station Duivendrecht. Vanuit DNK/station Duivendrecht reist men daardoor binnen een kwartier onder andere naar Schiphol, Amsterdam Centraal, Utrecht Centraal of de Zuidas. Door de ontwikkeling van DNK wordt deze kwaliteit beschikbaar gemaakt voor een grotere doelgroep en kunnen nieuwe verbindingen gelegd worden voor langzaam verkeer. Kwaliteit voorop in verdere ontwikkeling De omvang van het plangebied in combinatie met de complexiteit van het verenigen van diverse belangen vroegen om een integrale visie op de planvorming.

Deze vond in afstemming met de grondeigenaren, de regio en (toekomstige) gebruikers plaats. Gemeente Ouder-Amstel heeft in december 2013 de Nota van Uitgangspunten vastgesteld voor de ontwikkeling van DNK en heeft in 2017 een samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten met de grondeigenaren in het gebied. In de verdere ontwikkeling en uitwerking was

Hoofdstuk 1

niet het programma leidend, maar ruimtelijke kwaliteit en woonklimaat. Hiervoor is in de Ontwerp-structuurvisie uitgegaan van het programma zoals dat is opgenomen in de SOK, waarbij de plan-MER (Milieu-Effect-Rapportage) nader inzicht geeft in het meest optimale programma vanuit milieu-optiek. Bij de vaststelling van de Structuurvisie is de keuze gemaakt voor het definitieve programma. Op basis van een beoordeling per onderwerp is een integrale afweging gemaakt waarbij de voor- en nadelen per onderwerp tegen elkaar afgewogen zijn. Vanuit de integrale beoordeling is het woonprogramma in voorliggende structuurvisie verruimd tot 500.000m2 bvo, gekoppeld aan de gemiddelde woninggrootte van 100m2 bvo per woning (dus in totaal ca 5.000 woningen). Voor dit woonprogramma is het voorzieningenniveau dat al was opgenomen in de ontwerp-structuurvisie toereikend. Zie voor een nadere toelichting ook hoofdstuk 4. Richting geven aan grootschalige projecten Om ervoor te zorgen dat de totale ontwikkeling ruimtelijk in samenhang plaatsvindt is deze overkoepelende Structuurvisie nodig. De Structuurvisie geeft de ruimtelijke kaders, evenals de hoofdkeuzes voor én onderbouwing van het programma voor wonen en niet-woonfuncties. Daarmee is de Structuurvisie de opvolger en vervanger van de Nota van Uitgangspunten.

De Structuurvisie vormt de basis voor participatie met belanghebbenden en het toetsingskader voor uitwerking van een of meerdere omgevingsplannen. Deze omgevingsplannen zijn de vervangers van bestemmingsplannen onder de nieuwe Omgevingswet, die naar alle waarschijnlijkheid per 2022 van kracht gaat. Initiatieven van partijen worden straks aan de omgevingsplannen getoetst.

5

Afb. 1.1 Plangebied De Nieuwe Kern

groter gebied van ArenAPoort, Zuidas, Werkstad OverAmstel, Amstelkwartier en Amstel III. In onderlinge afstemming vindt de ontwikkeling plaats. Verbindingen verbeteren De ontwikkeling van De Nieuwe Kern biedt kansen om verschillende onderdelen in het gebied ruimtelijk en functioneel te verbinden en daarmee kwalitatief te verbeteren. De infrastructuur in Ouder-Amstel, stadsdeel Zuidoost en de stad Amsterdam kunnen beter op elkaar aansluiten, evenals de kernen Duivendrecht en Ouderkerk aan de Amstel, de volkstuinen en de groene Amstelscheg, de trainingsfaciliteiten van AFC Ajax, station Duivendrecht als openbaar vervoersknooppunt en diverse parkeermogelijkheden bij evenementen. Door een integrale aanpak worden kansen maximaal benut. Centrale doelen De Nieuwe Kern samengevat 

Ontwikkeling van een duurzaam ingericht stedelijk gebied;

Met een mix aan wonen, werken, sporten, onderwijs en recreëren aansluitend op de regionale agenda;

Die deelgebieden verbetert en ruimtelijk verbindt;

Met een hoogwaardige OV-verbinding die bijdraagt aan de blijvende (inter)nationale bereikbaarheid.

1.2 De Nieuwe Kern: ambitie en centrale doelen Kansrijke locatie in regionaal perspectief De gemeente Ouder-Amstel heeft een hoge ambitie om De Nieuwe Kern duurzaam te ontwikkelen. De strategische ligging in de Amstelcorridor met uitstekende OV-bereikbaarheid noord-zuid en oost-west, biedt een zeer kansrijke locatie voor wonen, werken, sport, onderwijs en recreatie. Naast de grote behoefte aan woningen is er eveneens grote vraag naar bedrijfsruimte, waaronder kantoren, hotels en (extended) short stay accommodaties. De ontwikkeling van DNK staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een

Hoofdstuk 1

6

1.3 Hoe is deze visie tot stand gekomen? Nota van Uitgangspunten In de Structuurvisie van gemeente Ouder-Amstel uit 2007 werd al nagedacht over hoe het gebied van De Nieuwe Kern in de toekomst ingericht zou kunnen gaan worden. Verdere concretisering van de gewenste inrichting volgde in 2013 in de Nota van Uitgangspunten, met uitgangspunten op gebied van ruimtegebruik, verkeerskundige hoofdstructuur, openbaar vervoer, groen & water, programma en energie & duurzaamheid. Samenwerkingsovereenkomst In 2017 werd een Samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen gemeente Ouder-Amstel en alle grondeigenaren. De gemeente Ouder-Amstel is het juridisch-planologisch bevoegd gezag. De grondeigenaren zijn naast de gemeente Ouder-Amstel, de gemeente Amsterdam, Borchland/VolkerWesselsVastgoed, NS Vastgoed en AFC Ajax. De kern van de overeenkomst is dat de gemeente Ouder-Amstel de planologische kaders vaststelt in een Structuurvisie, als basis voor uit te werken omgevingsplannen en faciliterend grondbeleid. De eigenaren ontwikkelen het gebied voor eigen rekening en risico.

Parallel uitwerken Structuurvisie en stedenbouwkundige verkenning Parallel aan de uitwerking van de Structuurvisie door de gemeente werkten de grondeigenaren aan een stedenbouwkundige visie en een rekenmodel. Door deze processen parallel en in onderlinge afstemming uit te werken werd efficiënt gebruik gemaakt van elkaars inzichten en is voorkomen dat te-

Hoofdstuk 1

genstrijdige uitgangspunten gehanteerd worden. Tevens werd op deze manier duidelijk of de kaders die worden geschetst door de gemeente OuderAmstel leiden tot een economisch haalbaar en ruimtelijk uitvoerbaar plan. Invloed coronavirus Deze visie is gedeeltelijk voor en gedeeltelijk tijdens de uitbraak van het coronavirus (SARS-CoV-2) ontwikkeld. Dit heeft ook invloed gehad op het (participatie)proces van deze visie. Het is duidelijk dat de gevolgen van het virus op korte termijn een grote impact hebben op wonen, werken en de economie. Het is nog onduidelijk wat voor effect dit heeft op de lange termijn. Wel wordt verwacht dat de grote vraag naar woningen in de metropoolregio Amsterdam zal blijven. Door in de visie ruimte te laten om in te spelen op de veranderende ontwikkelingen is hier beoogd mee om te gaan. Ontwikkelingstraject Op basis van de concept-Structuurvisie is een participatietraject doorlopen en begonnen met het opstellen van de notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en vervolgens een Milieueffectrapportage (MER). Het MER heeft als doel het milieu een volwaardige plaats te geven in de bestuurlijke besluitvorming, zodat met de uitkomst van de m.e.r. een solide en toegespitste onderbouwing kan worden gegeven. Zowel de resultaten uit het participatietraject als die van het MER zijn verwerkt in voorliggende definitieve Structuurvisie.

7

1.4 Participatie Het participatietraject is bedoeld om aan de hand van de concept-Structuurvisie een open dialoog te voeren over belangrijke vraagstukken in De Nieuwe Kern. Alle stakeholders en bewoners zijn uitgenodigd om deel te nemen aan deze dialoog. Krachtenveld Voor elk thema binnen de Structuurvisie is een krachtenveldanalyse gemaakt. In deze analyse zijn alle belanghebbenden in beeld gebracht, inclusief hun belangen, hun invloed, hun mening over het project en hoe belangrijk zij zijn voor het welslagen van het project. Per thema is bepaald wat het participatieniveau is en op welke punten het accent lag op informeren en toelichten, omdat sommige aspecten al vastliggen vanwege andere overwegingen. Doelgroepen De participatie in DNK kent verschillende doelgroepen; 1. (toekomstige) inwoners en ondernemers, met name uit Ouder-Amstel en rest van de omgeving van DNK (gebieden ABPZ, Venserpolder, Amstel III en ArenAPoort West); 2. huidige gebruikers van DNK (sportverenigingen, volkstuinverenigingen, Endemol, ProRail en RWS); 3. grondeigenaren in DNK; 4. belangenorganisaties (bijv. Bond van Volkstuinders, ORAM); 5. vervoerders / GVB; 6. medeoverheden.

Hoofdstuk 1

Participatietraject In de bijlage is een samenvattend verslag te vinden over het participatietraject voor DNK. Het traject kende verschillende onderdelen om te horen wat de zorgen, wensen en ideeën zijn bij de gepresenteerde plannen. Zo is er een documentaire gemaakt en zijn er verschillende bijenkomsten georganiseerd. Dit traject is vanwege de ontwikkelingen met betrekking tot Covid-19 anders gelopen dan vooraf voorzien, wat heeft geresulteerd in het gebruik van online participatiemogelijkheden zoals online consultatie, terugkoppeling van antwoorden op vragen via de mail en online bijeenkomsten. Desalniettemin is er in geslaagd heldere en concrete feedback te verzamelen. Veel van de opgehaalde input kon één op één gebruikt worden om de Structuurvisie aan te vullen en te verrijken. Op bepaalde onderwerpen bleken (enkele) ingebrachte punten strijdig met andere, met name over het gewenste dorpse/stedelijke karakter van de wijk, en zijn daarom niet verwerkt. In de bijlage is een toelichting opgenomen bij de wijze waarop de opgehaalde input verwerkt is en wanneer bepaalde inbreng niet verwerkt is, is toegelicht waarom dit niet mogelijk bleek. Indruk van het proces Over het algemeen was de toon bij de participatiesessies kritisch maar meedenkend. De bereidheid mee te werken en het begrip voor ontwikkeling werd breed gedragen.

Inhoudelijke en procesmatige twijfels zijn gehoord en zo goed mogelijk verwerkt in de Structuurvisie. Het participatietraject heeft op succesvolle wijze het visiedocument aangescherpt. Een punt van aandacht is het beperkte participatieaantal ondernemers in het proces, al kan dit ook met de gevolgen van Covid-19 te maken hebben.

8

Groene Denktank Er is door de gemeente Ouder-Amstel een Groene Denktank opgericht. Dit is de eerste vorm van participatie geweest. Hierin is nagedacht over hoe het groen in een stedelijke omgeving er in de toekomt uit kan gaan komen te zien. Hierin zitten betrokkenen met groene vingers uit Ouder-Amstel, volkstuinders uit DNK, en specialisten van o.a. de landbouwuniversiteit Wageningen, een landschappelijk ontwerpbureau en een stadsecoloog. De Groene Denktank wil de bestuurders van de gemeente Ouder-Amstel inspireren over nieuwe vormen van stedelijk groen in haar gemeente waar een brede groep gebruikers in de toekomst van kan genieten. Naar aanleiding van vier bijeenkomsten van De Groene Denktank is een inspiratieboekje opgesteld. De aanbevelingen voor de inpassing van groen in een stedelijke omgeving die in dit boekje zijn verwoord, zijn als inspiratie gebruikt bij de totstandkoming van de concept-Structuurvisie. Doorlopende groene routes, verschillende soorten groen, water meervoudig inzetten en benutten, verbindingen tussen de verschillende routes en plekken, inzetten van landmarks en zichtlijnen, aansluiting tussen de wijk en de tuinparken – op basis van de aanbevelingen van de Groene Denktank hebben deze onderwerpen een plek gekregen in de structuurvisie.

Met dank aan de inbreng van de Groene Denktank is in de Structuurvisie sterker ingezet op de verbindende kwaliteit van groen en water en is dit ook als een eigen thema opgenomen en uitgewerkt. Hierin zijn veel van de aanbevelingen van de Groene Denktank overgenomen, zoals het gebruik van inheemse soorten als uitgangspunt en nadrukkelijke aandacht voor natuurinclusief bouwen met huisvestiging voor vogels en vleermuizen. Daarnaast is opgenomen dat het groene karakter door de hele wijk heen zichtbaar en aanwezig moet zijn, niet alleen in het centrale park, maar overal in de wijk, met een hoge biodiversiteit. Ook is de aanbeveling overgenomen dat er on-

Hoofdstuk 1

derscheid moet zijn tussen de verschillende groene gebieden; actieve én stillere gebieden, natuurlijke én meer gecultiveerde inrichting, passend bij de locatie en het beoogde gebruik. Een veelgenoemd aandachtspunt vanuit de Groene Denktank was ook de wens om zoveel mogelijk van het huidige groen en historische elementen te behouden. Dit is ook de wens van de gemeente, maar wordt bemoeilijkt door de benodigde ingrepen om het gebied toekomst-robuust en rainproof in te richten. In de structuurvisie is daarom voor de verschillende waardevolle elementen (Clubhuis AOC, Zwarte Laantje, beeldbepalende en goed verplantbare inheemse bomen) opgenomen dat in de volgende fase van de planuitwerking nader onderzoek gewenst is naar de technische en financiële mogelijkheden om deze op te nemen in de plannen. Steun van de eigenaren Het gebied kent een aantal grondeigenaren. Dit zijn AFC Ajax NV, gemeente Amsterdam, Nederlandse Spoorwegen NV, Railinfrastrust B.V. en Borchland/VolkerWessels Vastgoed BV. Een goede samenwerking met deze partijen is cruciaal om De Nieuwe Kern te ontwikkelen. Het is belangrijk om hen nauw te betrekken, zodat zij achter de stappen staan. Het is daarnaast belangrijk om in het proces rekening te houden met politieke gevoeligheden en wanneer wie geïnformeerd of geraadpleegd moet worden.

9

1.5 Leeswijzer Voorliggende Structuurvisie is opgedeeld in 5 hoofstukken. Na de inleiding komt in hoofdstuk 2 het relevante beleid en wordt ingegaan op de kwaliteiten en de situatie in het gebied. Hierin worden de beleidsmatige kaders gesteld. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op de visie en ambities voor het gebied. In hoofdstuk 4 worden deze ambities grof uitgewerkt in verschillende thematische kaders. Het laatste hoofdstuk behandelt de procesmatige stappen die zijn genomen of nog moet worden genomen om tot uitvoering van de Structuurvisie en de plannen te komen.

Hoofdstuk 1

10

2.

POSITIONERING & BELEIDSKADER

2.1 Inleiding Om richting te geven aan de toekomstige gebiedsontwikkeling stelt dit hoofdstuk de kaders. Naast een beeld van de bestaande kwaliteiten en situatie in het gebied gaat het om vigerend beleid op nationaal, provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Ook geeft de gemeente Ouder-Amstel rekenschap voor de ontwikkeling van De Nieuwe Kern tot woon- en leefgebied.

2.2 Historische kwaliteiten De Nieuwe Kern Landschappelijke en cultuurhistorische aspecten Het kenmerkende verkavelingspatroon met lange parallelle sloten en molenweteringen, afkomstig van de veenontginning tussen de 12e en 14e eeuw, is binnen het plangebied verdwenen (zie afbeeldingen volgende pagina). De aangrenzende Amstelscheg is evenwel nog gaaf en vormt één van de groene ‘lobben’ uit het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam uit 1934. Het geeft een waardevolle karaktereigenschap aan het gebied dat idealiter te beleven is vanuit de toekomstige gebiedsontwikkeling, zonder de natuurlijke waarden aan te tasten. Hoofdverbindingen van Amsterdam naar Utrecht In de 17e eeuw ging de hoofdverbinding van Amsterdam naar Utrecht via Duivendrecht. Die belangrijke route leidde tot de stedelijke ontwikkeling van het agrarische lint van Duivendrecht. De spoorlijn van Amsterdam naar

Hoofdstuk 2

Utrecht werd halverwege de 19e eeuw dwars door de polder aangelegd, en de Rijksweg A2 volgde in 1954. Van veengebied naar landbouw Tussen 1912 en 1940 werd turf gewonnen in ‘Veenderij de Toekomst’ in het uiterste zuiden langs de Burgemeester Stramanweg, aan weerszijden van de A2. Na de vervening is het gebied weer geschikt gemaakt voor landbouw. Het deel ten westen van de A2 is nog te herkennen aan de ringdijk en de afwijkende verkavelingsrichting. Zwarte Laantje als verbinding met Ouderkerk aan de Amstel Het Zwarte Laantje, herkenbaar op de golfbaan, is een restant van het oude veenontginningsdorp Duivendrecht. Vanouds liep de route van Duivendrecht naar Ouderkerk via het Zwarte Laantje. De weg komt al voor op een kaart uit 1575 van Joost Jansz. Bilhamer. Met de aanleg van de golfbaan in 1935 kwam er een einde aan het Zwarte Laantje als openbare weg. De golfbaan e werd aangelegd op de Ianderijen van vijf boerderijen langs het Zwarte Laantje. De spoorwegovergang was alleen nog toegankelijk als dienstovergang voor de spoorwegen. In 1976 werd het Zwarte Laantje helemaal afgesloten en Iiep het dood op de spoordijk. Het restant ervan loopt nu over het midden van de Amsterdam Old Course. Recreatieve functies binnen het plangebied Binnen het plangebied zijn sportparken, volkstuincomplexen alsmede een golfterrein gelegen.

Het golfterrein van Amsterdam Old Course, gelegen op de grens tussen Amsterdam Zuidoost en Ouder-Amstel, werd ontworpen in 1934. Het clubhuis is gevestigd in een historische villa uit 1935, een ontwerp van de Amsterdamse architect F. A. Warners. Typerend zijn het vér overkragende rieten dak en de haaks op elkaar geplaatste bouwdelen.

11

Afb. 2.1 Historische ontwikkeling van het gebied De Nieuwe Kern

Hoofdstuk 2

12

2.3 Bestaande situatie plangebied Plangebied en omringend stedelijk weefsel Het plangebied voor De Nieuwe Kern met een totale omvang van ca. 190 hectare ligt aan de zuidoostelijke rand van Amsterdam. Het gebied ligt tussen de twee bestaande kernen van de gemeente Ouder-Amstel in, namelijk de kernen Duivendrecht en Ouderkerk aan de Amstel. De Nieuwe Kern kan het best worden omgeschreven als een gebied te midden van een omgeving met een zeer uiteenlopend karakter en een zeer goede bereikbaarheid per OV en per auto. Het gebied wordt globaal begrensd door de Burgemeester Stramanweg in het zuiden, de rijksweg A2 in het westen, ABPZ / Werkstad OverAmstel in het noorden en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht in het oosten. Met de ontwikkeling van De Nieuwe Kern is de gemeente Ouder-Amstel voornemens om het gebied te ontwikkelen tot een levendige wijk met veel groen, een stedelijk karakter en veel nieuwe verbindingen voor langzaam verkeer. In plaats van een weinig gebruikt tussengebied zal het gebied transformeren tot een schakelgebied waarin verbindingen worden gelegd met de omgeving. De ontwikkeling van De Nieuwe Kern biedt kansen om het gebied ruimtelijk en functioneel te verbinden en daarmee kwalitatief te verbeteren.

De infrastructuur in Ouder-Amstel, stadsdeel Zuidoost en de stad Amsterdam kunnen beter op elkaar aansluiten, evenals de kernen Duivendrecht en Ouderkerk aan de Amstel, de volkstuinen en de groene Amstelscheg, de trainingsfaciliteiten van AFC Ajax, station Duivendrecht en de grootschalige evenementenlocaties in ArenAPoort. Infrastructuur bepaalt ruimtelijke hoofdstructuur De ruimtelijke hoofdstructuur van deze stedelijke zone wordt in hoge mate bepaald door de aanwezige infrastructuur voor auto en railvervoer. Het hoofdwegennet bestaat uit de rijkswegen A10, A2 en A9. Treinsporen tussen

Hoofdstuk 2

Amsterdam en Utrecht en tussen Schiphol en Almere kruisen elkaar ter hoogte van station Duivendrecht. Het gebied rondom dit station ligt hiermee vervoer-technisch superieur en is multimodaal ontsloten. De stedelijke zone wordt door de A2 abrupt afgescheiden van de groene Amstelscheg. De Holterbergweg speelt een belangrijke rol. Het is de interne hoofdontsluitingsweg en vormt tevens een barrière tussen de verschillende deelgebieden. De uitstraling en vormgeving van de Holterbergweg is in de huidige situatie vooral functioneel, gericht op een snelle doorstroming. Sportprofiel Er liggen vele sportvoorzieningen verborgen in het plangebied, daartussen bestaat er nauwelijks samenhang. De diverse sportfuncties zijn, net als de volkstuinen, overwegend naar binnen gekeerd. Er is dan ook geen sprake van één duidelijk sportprofiel maar van verschillende profielen. Opvallend zijn de ArenA, het trainingscomplex De Toekomst en diverse recreatieve sportfaciliteiten, zoals het golfterrein van Amsterdam Old Course en Sportpark Strandvliet, met tennis en voetbal. De wens is om het thema ‘sport’ beter herkenbaar te maken zodat het een bijdrage kan leveren aan het eigen karakter van DNK. Station Duivendrecht Station Duivendrecht biedt goede OV-verbindingen, zowel noord-zuid als oost-west. Op dit moment is er sprake van overcapaciteit. Het is nu vooral een kruis/overstapstation.

Dat uit zich in de opzet en uitstraling. De omgeving van station Duivendrecht is versnipperd, niet overzichtelijk en vrij onaantrekkelijk vormgegeven. Omdat het primair gebouwd is als overstapstation, kent het station (nog) geen heldere toegangen en uitgangen. Dit geldt ook voor de metro. De voetgangersverbinding tussen Duivendrecht en DNK via het station bestaat uit slechts een trap naar een treinspoor, welke niet makkelijk te vinden is. De fietser moet een flink eind omrijden om vanuit Duiven-

13

drecht naar DNK te komen. De capaciteit kan beter benut worden als Station Duivendrecht ook een in- en uitstap station wordt. Stationsomgeving De stationsomgeving is rommelig met vele verkeers- en vervoerstromen. Er is een Park & Ride locatie en automobilisten kunnen hun passagiers halen en brengen via enkele Kiss + Ride plekken. Kleine bedrijfsbusjes brengen en halen medewerkers van bedrijven in de omgeving. Deze staan bij de taxistandplaats. Daarnaast is er beperkt ruimte voor fiets-parkeren en voor enkele OV-fietsen. Het station is een echt ‘ingenieurswerk’: het is ontworpen als een overstapmachine tussen trein en metro. Het trekt zich, zwevend boven het maaiveld, weinig aan van de ruimtelijke omgeving. Omdat de connectie tussen station en omgeving slecht is, profiteert de omgeving te weinig van de bereikbaarheid maar ondervindt het er wel de nadelen van; de infrastructuur werpt op lokaal niveau veel barrières op. Het is voor de reiziger lastig om zich te oriënteren in het stationsgebied. Dat komt omdat in de huidige situatie de structuur van de omgeving - het lokale netwerk - niet goed aansluit op de structuur van het station, dat is gericht op de regionale en nationale schaal. Ook de obstakels die worden opgeworpen door bushaltes, borden en fietsenstallingen bemoeilijken de oriëntatie.

Volkstuinen Aan de noordwestzijde van het plangebied liggen de volkstuinen van Dijkzicht, Ons Lustoord, de Federatie en Nieuw Vredelust. In de huidige situatie zorgt de fysieke opzet van de parken voor een weinig uitnodigende uitstraling voor niet-tuinders. Daardoor tonen ze nu nog als 'naar binnen gekeerd' en blijft het gebied voor veel mensen verborgen. De vier tuinparken richten zich primair op tuinieren maar doen daarnaast inspanningen in het kader van het vergroten van de openbaarheid door middel van openbare activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn diverse thematuinen, open tuinendagen en natuurlessen voor kinderen van de basisschool. Ook worden er regelmatig activiteiten georganiseerd waaraan niet-tuinders kunnen deelnemen. Doordat de tuinparken nu nog buiten de stadse bebouwing liggen, is het echter niet makkelijk daar publiek voor te krijgen. Door de ontwikkeling van De Nieuwe Kern kunnen er straks veel mensen genieten van deze kwaliteiten en kunnen de twee gebieden (tuinparken en woongebied) elkaar versterken door ook in het ontwerp te zorgen voor goede aansluitingen en een meer uitnodigend karakter. In de Structuurvisie worden de kaders vastgelegd voor de nadere uitwerking van deze aansluiting in de stedenbouwkundige plannen.

Belangrijk knelpunt is de herkenbaarheid van de stationsentree. De vindbaarheid, oriëntatie en capaciteit van de entree moet verbeterd worden. Het station blijft een soepele overstapmachine; de overstap tussen trein en metro is al van niveau, de capaciteit en ordening van het aanvullend vervoer - met name de fiets - moet beter en de barrièrewerking van het station moet verkleind worden. Het stationsgebied moet een plek worden waar je prettig verblijft.

Hoofdstuk 2

14

Afb. 2.2 Bestaand grondgebruik

Hoofdstuk 2

15

Plannen en initiatieven Amstelcorridor In de Zuidflank van de Metropoolregio Amsterdam en zogenaamde Amstelcorridor spelen vele ontwikkelingen en lopen diverse projecten. Deze corridor bestaat uit een reeks van verschillende werkgebieden van de Amstel tot aan de provinciegrens achter het AMC met de namen Amstel I, II en III. In deze corridor ligt tussen het Amstel Businesspark en het Arenagebied ook het plangebied van De Nieuwe Kern. De ontwikkelingen in dit gebied, waaronder de transformatie van de bedrijventerreinen tot een woningbouwontwikkeling van in totaal ca. 40.000 nieuwe woningen, beïnvloeden op eigen wijze het plangebied van DNK, zowel op de korte als ook op (middel)lange termijn:  Aanpassing van rijkswegen en spoorwegen, het Zuidasdok, de corridor Almere - Amsterdam - Schiphol en de nieuwe A2-entree (afwaardering van de A2 tussen knooppunt Amstel en de Utrechtsebrug).  Extra investeringen in openbaar vervoer en fietsverbindingen, van de metrostations tot extra Intercity’s en sprinters vanuit Flevoland richting Schiphol (OV SAAL).  Afwikkeling van het evenementenverkeer van de ArenAPoort met ArenA, AFAS Live en de Ziggo Dome;  Ontwikkeling van het Amstelkwartier en de omgeving Weespertrekvaart tot hoogstedelijke gebieden.

 Transformatie van aangrenzende gebieden Amstel Business Park Zuid en Amstel III naar gemengde stedelijke gebieden met een mix van wonen en werken. Het gebied rondom het Station Duivendrecht, dat aan het Amstel Business Park grenst, zal aansluiting moeten vinden op dit nieuwe dynamische karakter.  Het plangebied DNK is een belangrijk 'doorvoer' gebied met veel kabels en leidingen. Met de ruimtelijke ontwikkelingen in het omliggend gebied kan dit betekenen dat ook de ruimtevraag voor kabels en leidingen die door het plangebied DNK lopen toeneemt.

Hoofdstuk 2

Afb. 2.3 Amstelcorridor

z

16

2.3.1 De ondergrond Bodemgesteldheid en watersysteem Het plangebied DNK strekt zich uit over verschillende polders. Het oostelijke en noordwestelijke deel van het plangebied zijn onderdeel van de Venserpolder. Het zuidwestelijke deel behoort met name tot polder De Toekomst en voor een klein deel tot polder de Nieuwe Bullewijk. Polder De Toekomst loopt door ten westen van de rijksweg A2. Onder de bouwvoor (de bovenste grondlaag van ca. 0,30 m) is een pakket van ongeveer 3 meter veen, met lokaal enige klei aanwezig. Het vormt daarmee een gebied met hoge zettingsgevoeligheden. Afb 2.4 Watersysteem De Nieuwe Kern

Binnen het plangebied liggen twee waterkeringen. Voor de kaders en uitgangspunten rondom deze waterkeringen verwijzen we naar de Keur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De Keur gaat over het gebruik en onderhoud van watergangen, oevers en dijken. Op bijgaande tekening zijn de verschillende polderpeilen aangegeven. Als onderdeel van het verbonden watersysteem bevinden zich in het plangebied enkele doorvoerroutes (hoofdwatergangen). Daarnaast zijn er secundaire watergangen aanwezig voor de afwatering.

2.3.2 Milieu, geluid en overige factoren Stikstof De beoordeling van fijnstof en stikstof vanwege de ontwikkeling van DNK maken onderdeel uit van de uitgevoerde MER, zie ook pagina 31. Invloed Schiphol (Luchthavenindelingsbesluit LIB) Door de nabijheid van Schiphol vliegen vliegtuigen van en naar de luchthaven relatief laag boven Ouder-Amstel. Sinds 1 januari 2018 geldt er een nieuw Luchthavenindelingsbesluit (LIB). Dit kent twee zones die regels bevatten voor een gedeelte van het plangebied. Deze zones staan bekend als LIB 4 (rood) en LIB 5 (blauw) zoals te zien op de kaart op de volgende pagina: 

Hoofdstuk 2

Regels in zone LIB 4 In deze zone is het geluid van het vliegverkeer zodanig dat het Rijk maar beperkt geluidgevoelige functies toelaat. Het betreft maximaal 25 woningen. Scholen of ziekenhuizen zijn niet toegestaan. Andere functies die

17

wat minder geluidgevoelig zijn, zoals short stay, hotels, kantoren of andere werkfuncties kunnen hier wel worden gerealiseerd. Ook zijn leisurefuncties, een museum of sportvoorzieningen mogelijk. In de planvorming ziet Ouder-Amstel af van woningbouw in de LIB 4 zone. Ouder-Amstel verwelkomt flexibele en tijdelijke bouwoplossingen, die op termijn te transformeren zijn naar woningbouw. Wanneer in de toekomst de LIBzone wordt aangepast door ontwikkeling van het vliegverkeer, kan transformatie naar woningbouw plaatsvinden. 

Regels in zone LIB 5 In zone LIB 5 heeft het Rijk geen restricties gesteld aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen. In deze zone maken gemeenten zelf de keuze om hier wel of niet woningen of andere geluidgevoelige functies te realiseren. Grootschalige woningbouw is in deze zone alleen mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied.

Risicocontouren externe veiligheid De externe veiligheid rond Schiphol beschrijft het risico voor omwonenden om te overlijden door betrokkenheid bij een ongeval met een vliegtuig. Plaatsgebonden risicocontouren beschrijven hoe dit risico in de ruimte is verspreid. De risicocontouren liggen voornamelijk in het verlengde van de banen van de luchthaven. De omvang van de contouren hangt onder andere af van het aantal vliegbewegingen in een jaar. Het plangebied van DNK ligt niet binnen een van de risicocontouren.

Geluidszone van A2: Het verkeer op de A2 veroorzaakt geluidsoverlast voor de toekomstige bewoners van DNK. Deze overlast verschilt per afstand van de A2 en is afhankelijk van de hoogte van de bebouwing. Door mitigerende maatregelen te treffen kan geluidsoverlast worden gereduceerd (o.a. geluidsschermen en walbebouwing). Voor de grenswaardes wordt verwezen naar het wettelijk kader van de wet geluidhinder. Afb. 2.5 Ligging LIB-zones, 150 kV tracé, transformatorstation en warmteleiding

Milieuvergunning Johan Cruijff ArenA: De Johan Cruijff ArenA (verder: ArenA) heeft een mileuvergunning waarmee rekening moet worden gehouden. Dit stelt eisen aan (woningbouw)ontwikkeling in de omgeving.

Hoofdstuk 2

18

Invloed van het spoor De nabijheid van het spoor brengt verschillende gevolgen met zich mee. 

Geluidzone van spoor: Rijdende treinen veroorzaken geluidsoverlast. Door mitigerende maatregelen (o.a. geluidschermen) kan de ervaring van geluidsoverlast worden beperkt. Voor de grenswaardes wordt verwezen naar het kader van de wet geluidhinder.

Risicocontouren externe veiligheid Op het traject Breukelen – Duivendrecht – Diemen vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De risicocontouren van het vervoer van toxische gassen beslaan vrijwel het gehele plangebied en moet daarom meegenomen worden in de verdere planvorming.

Vergunningszone spoor ProRail heeft ruimte gereserveerd rond het spoor en de spoorviaducten in verband met technische invloed op de sporen. Hiervoor is een zone van 6 t/m 30 meter rond het spoor(talud) aangewezen, waarbinnen aangetoond moet worden dat werken geen negatieve invloed heeft. Het betreft de regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen (Spoorwegwet).

Zone rond 150kV-tracé: Binnen een zone van 5 meter rond het 150-kV tracé mogen geen heiwerkzaamheden uitgevoerd worden. Dit tracé veroorzaakt daarnaast een magnetisch veld. Binnen deze zone vindt de gemeente Ouder-Amstel het zodoende niet wenselijk gevoelige bestemmingen, zoals woningen, scholen en crèches, te ontwikkelen. Om de huidige plannen mogelijk te maken is het daarom noodzakelijk dit tracé te verleggen. Het 150-kV tracé loopt bij voorkeur conform de afbeelding.

Hoofdstuk 2

Afb. 2.6 Gewenste verlegging van Tracé 150kV t.o.v. huidige ligging (huidig tracé in blauw)

Ondergrondse infrastructuur: Bij de ontwikkeling van nieuwe bebouwing en beplanting moet rekening gehouden worden met overige kabels en leidingen. Dit geldt ook voor ophogen van de grond en het asfalteren. In de bestaande situatie liggen deze voornamelijk onder en rond de Holterbergweg. Mogelijk zal een deel van de kabels en leidingen eveneens moeten worden omgelegd. Transformatorstation: Het transformatorstation produceert geluid waardoor een geluidszone ontstaat. In deze zone is het niet mogelijk geluidsgevoelige functies te ontwikkelen tenzij er een hogere waarde wordt vastgesteld bij de vergunningverlening. Naast de geluidszone, is er bij het transformatorstation ook sprake van een magnetisch veld. Zie hiervoor de uitleg bij het 150kVtracé.

19

NUON-warmteleiding: Het is niet mogelijk in een zone van 10 meter rond de bestaande warmteleiding heiwerkzaamheden uit te voeren. Externe veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om de relatie tussen risicovolle activiteiten en hun omgeving. Het gaat vooral om situaties met gevaarlijke stoffen, maar ook om windturbines (naast vliegtuigen van en naar Schiphol, zoals op de vorige pagina reeds beschreven). Bij ontwikkeling van woningen of andere gevoelige functies dient rekening te worden gehouden met voldoende afstand tot potentieel risicovolle activiteiten en/of inrichtingen en functies in en rond het plangebied.

2.4 Beleidskaders De Nieuwe Kern 2.4.1 Relevant nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van Structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe

Hoofdstuk 2

opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies.  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.  Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 20 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3.

waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;

20

5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater;16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 16. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 17. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 18. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 19. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 20.

ontwikkelen van een duurzame visserij.

Hoofdstuk 2

21

Afb. 2.7 Discussiekaart Novi

Hoofdstuk 2

22

2.4.2 Relevant provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 heeft de Provinciale Staten de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld, voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van de inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen om onze provincie sociaal-inclusief te houden. Naast algemene ontwikkelprincipes voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden, zijn 5 samenhangende bewegingen geschetst. De ‘Metropool in ontwikkeling’ gaat in op de Metropoolregio Amsterdam, dat deze steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte groter wordt.

OV-knooppuntenbeleid Noord-Holland is een aantrekkelijke provincie: de vraag naar woningen is groot is en veel bedrijven willen zich hier vestigen. Stationsomgevingen kunnen hiervoor aantrekkelijke locaties zijn vanwege hun goede bereikbaarheid en hoeveelheid aan voorzieningen. De provincie continueert in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) het huidige beleid, dat erop is gericht de woonopgave binnenstedelijk en rond OV-knooppunten te realiseren en het landschap te beschermen. De gemeenten ontwikkelen de knooppunten zelf. De provincie geeft ruimte aan gemeenten om binnen de voorwaarden van het huidige OV-knooppuntenbeleid zelf te bepalen hoe ze deze woningbouw vormgeven en of ze meer woningen bouwen dan eerder is vastgesteld. Deze verruiming geldt alleen bij binnenstedelijke OV-knooppunten. 2.4.3 Relevant regionaal beleid

Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 Bij de Omgevingsvisie hoort een Omgevingsverordening. Hierin staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. In de laatste wijziging van 17 november 2020 zijn de artikelen met betrekking tot Woningbouw, Bijzonder Provinciaal Landschap en Windenergie aangepast. Op basis van de verordening ligt DNK binnen bestaand bebouwd gebied (BBG), met ruimte voor stedelijke ontwikkelingen. Gemeenten zijn verplicht om hiervoor bestemmingsplannen te maken en hebben bij de invulling daarvan een grote mate van beleidsvrijheid. De provincie Noord-Holland streeft naar verdere stedelijke verdichting en helpt gemeenten bij het optimaliseren van het gebruik van bestaand stedelijk gebied (voorheen 'rode contour'). Momenteel werkt de provincie aan de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020, de Omgevingsverordening NH2022. Deze zal op 1 januari 2022 in werking treden.

Hoofdstuk 2

Metropoolregio Amsterdam De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. De samenwerking levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Om de samenwerking te bevorderen is er een actieagenda opgesteld met 7 punten, welke relevant zijn voor De Nieuwe Kern: 1. ruimte geven aan wonen en werken; 2. slimmer en innovatiever werken; 3. de leefkwaliteit verbeteren; 4. transitie naar een schone economie;

23

5. beter verbinden; 6. klimaatbestendig maken; 7. de metropoolregio wendbaarder maken (flexibel). Werkplan en Uitvoeringsstrategie Plabeka Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) vormt een regionaal samenwerkingsverband, waarin de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Metropoolregio Amsterdam vraag en aanbod van bedrijfslocaties op elkaar afstemmen. Op 23 juni 2011 is de uitvoeringsstrategie Plabeka 20102040 vastgesteld. Jaarlijks wordt op basis hiervan een werkplan opgesteld, de laatste afspraken dateren uit 2019 (Plabeka 3.1). In dit werkplan wordt de urgentie gelegd op vraaggerichte kwalitatieve profilering bij werklocaties en versterking van het kennisnetwerk. Het restrictieve beleid van de afgelopen jaren heeft haar vruchten afgeworpen. Inmiddels blijkt dat in bepaalde segmenten van de kantorenmarkt een tekort dreigt aan voldoende aanbod. Het gaat vooral om hoog-stedelijke internationale milieus en nieuwbouwlocaties op multimodale knooppunten in bestaand stedelijk gebied. Locaties als Station Duivendrecht, ArenAPoort en Amstel Business Park Zuid sluiten aan bij de voorziene vraag. Uit het door de gemeente Ouder-Amstel vastgestelde behoefte-onderzoek voor kantoren en bedrijven is voor De Nieuwe Kern als geheel de behoefte geraamd tussen 60.000 m² - 110.000 m² bvo.

Voor dit programma is door Ouder-Amstel de zacht-hard procedure conform Plabeka 3.1 met goed gevolg doorlopen. Dit programma is daarmee regionaal afgestemd en kan planologisch mogelijk worden gemaakt.. Detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016 (inmiddels MRA) Bij de kwaliteit van het voorzieningenniveau in een internationaal concurrerende regio hoort een ruim en breed palet aan detailhandelsvoorzieningen. De Stadsregio Amsterdam heeft de beschikking over dat brede palet, maar de detailhandel staat onder druk. Hoewel de leegstand in de regio als geheel

Hoofdstuk 2

nog meevalt in vergelijking met het Nederlandse gemiddelde, is het een probleem dat alle aandacht vergt. In het regionaal beleid is opgenomen dat inwoners van de Stadsregio Amsterdam op aanvaardbare afstand hun (dagelijkse) boodschappen moeten kunnen doen (fijnmazige detailhandelsstructuur). Zowel de regio als de provincie gaan terughoudend om met nieuwe detailhandelsontwikkelingen, tenzij er sprake is van significante stadsuitbreiding en bevolkingstoename in een gebied. De Nieuwe Kern voldoet aan dit criterium aangezien de ambitie is gesteld om een bestaand stedelijk gebied te transformeren in een geheel nieuw woongebied met ca. 450.000 m² bvo wonen (bij gemiddeld 100 m² per woning circa 4.500 woningen). Een lokale verzorgingsfunctie van voorzieningen in DNK vormt het uitgangspunt. Bij een bestemmingsplanwijziging bij nieuwe winkelinitiatieven boven de 1.500 m² wvo moet de gemeente dit initiatief voorleggen aan de Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid (ADZ). Vervoerregio Amsterdam In de Vervoerregio Amsterdam werken 15 gemeenten samen aan een optimale bereikbaarheid van de Amsterdamse regio. Als regisseur van het regionale verkeer en vervoer draagt de vervoerregio bij aan goede verbindingen tussen bestemmingen, zodat mensen zich per openbaar vervoer, fiets of auto snel, veilig en comfortabel kunnen verplaatsen.

De vijftien gemeenten bundelen kennis en bestuurlijke kracht. Er wordt verbinding gezocht met medeoverheden, onderwijs- en kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Om gezamenlijk innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor de mobiliteitsopgaven. Het streven is duurzaam gebruik van energie en grondstoffen in het verkeer- en vervoersysteem. Om zo bij te dragen aan een economisch sterke regio, waarin het voor iedereen prettig reizen en verblijven is.

24

Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma (WBP) 2022-2027 van het waterschap staan de plannen beschreven voor de komende zes jaar; wat de doelen zijn en op welke manier we dat willen bereiken. In het gebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht staat het huidige watersysteem onder druk. Met elkaar maken we steeds meer gebruik van de schaarse ruimte wat grote gevolgen heeft voor de waterkwaliteit en kwantiteit. Het watersysteem, de waterkwaliteit en de dijken worden zwaarder op de proef gesteld. Om weerbaar te blijven hebben we robuuste systemen nodig. Zo moeten we erop aan kunnen dat onze stuwen en gemalen hun werk doen tegen redelijke kosten en een acceptabel risico. Daarbij maken we gebruik van verdere digitalisering. Er is ook steeds meer samenhang tussen plannen op het gebied van ruimtelijke ordening. Dit vereist een andere manier van samenwerking met onze omgeving. Wat deze ontwikkelingen betekenen voor het waterschap is terug te zien in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Daarin wordt een beeld geschetst van de keuzes waar we voor staan en hoe het waterbeheer in onze regio toekomstbestendig kan worden gemaakt. Het Waterbeheerprogramma is een programma onder de nieuwe Omgevingswet en is wettelijk verplicht. Green Deal Warmtenet MRA In 2015 heeft Ouder-Amstel de Green Deal Warmtenet MRA ondertekend.

Met het in te voeren warmterecht kunnen eindgebruikers aanspraak maken op een aansluiting van een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet. Overheden en publieke bedrijven optimaliseren deze lage temperatuurwarmte- en koude infrastructuur. Deze infrastructuur biedt de mogelijkheid voor opslag en ‘invoeding’ van lokale (rest)warmtebronnen en aansluiting op bestaande warmte- en koude infrastructuur.

Hoofdstuk 2

2.4.4 Relevant lokaal beleid Structuurvisie gemeente Ouder-Amstel 2007 De Structuurvisie Ouder-Amstel 2007 is het eerste door de gemeenteraad vastgestelde document dat de basis legt voor de ontwikkeling van De Nieuwe Kern. Door de ontwikkeling van DNK kan een overgangszone geschapen worden tussen Duivendrecht met een meer stedelijk karakter en Ouderkerk aan de Amstel met een meer landelijk karakter. In de Structuurvisie wordt de ambitie genoemd om (het noordelijk deel van) de A2 in te richten als een stadsboulevard, de A2-boulevard. Door herontwikkeling van deze zone tot multifunctionele 'transparante' stadsrand wordt de samenhang tussen enerzijds het open en landelijke karakter van de Amstelscheg en anderzijds het verstedelijkte gebied in Duivendrecht e.o. versterkt. Voorliggende gebiedsgerichte Structuurvisie voor DNK vervangt betreffende delen uit de Structuurvisie uit 2007. Nota van uitgangspunten De Nieuwe Kern 2013 De eerste bestuurlijke stap voor ontwikkeling van De Nieuwe Kern is de Nota van Uitgangspunten. Samengevat gaat de nota ervan uit dat, rekening houdend met de beperkingen van het gebied (geluid en milieu), zoveel mogelijk ruimte gecreëerd wordt voor woningbouw. De hoofdlijnen zijn als volgt:  Ruimtelijk: Om ruimte te creëren voor woningbouw wordt een aantal bestaande functies in het gebied verplaatst of opgeheven (o.a. deel van de volkstuinen).

Ruimte voor woningen ontstaat zo in het midden en oostelijk deel van het plangebied.  Verkeer en vervoer: De Holterbergweg blijft de hoofdontsluiting. Hiervandaan gaan nieuwe straten de wijk in. Waarbij rekening gehouden

25

moet worden met verkeer tijdens evenementen. Het gebied is al goed bereikbaar met metro en trein, ook zijn er goede busverbindingen nodig. Groen en water: Op een aantal plekken in het gebied is geen bebouwing toegestaan (b.v. langs het spoor), waar ruimte is voor volkstuinen, groen en water. In het poldergebied is goede waterberging van belang. Programma: Naast woningen is ruimte voor andere functies zoals: kantoren, bedrijven, recreatie, sport, detailhandel, horeca, scholen e.d. In de Nota staat dat het mogelijk moet zijn om 4.500 woningen te realiseren. Het aantal woningen is echter afhankelijk van welke woonmilieu(s) en daarbij behorende dichtheden wordt uitgegaan. Naast woningen is ca. 250.000 m² niet-woonprogramma benoemd. Energie en duurzaamheid: Bij de ontwikkeling van DNK wordt aangesloten op het gemeentelijk doel om energieneutraal te zijn. Onder meer door goed geïsoleerde woningen, efficiënt gebruik van energie, gebruik van duurzame energie en toekomstgerichte en flexibele bebouwing. Er dient sprake te zijn van een ontwikkeling die circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief is. Milieubeperkingen: Met name geluid is een beperking bij ontwikkeling van DNK. Uit onderzoek blijkt dat er een goed woon- en leefklimaat kan worden gecreëerd op het gebied van geluid. Als uitgangspunt in de nota wordt met name een geluidsbarrière langs de A2 genoemd.

Daarnaast zijn diverse mitigerende maatregelen mogelijk om de hinder van geluid te beperken.

Voorliggende gebiedsgerichte Structuurvisie voor DNK is beleidsmatig een integrale vervanging van de Nota van Uitgangspunten. Geluidbeleid Ouder-Amstel (concept) Burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel hebben op 6 juli 2021 het concept geluidbeleid Ouder-Amstel vastgesteld. Gemeente Ouder-Amstel

Hoofdstuk 2

heeft zich als doel gesteld om een goede en gezonde woon- en leefomgeving te creëren. Aangezien er grote ontwikkelingen op de planning staan binnen Ouder-Amstel, is geluidbeleid opgesteld. Belangrijk uitgangspunt bij dit beleid is dat niet alleen het realiseren van een prettig woonklimaat, maar ook een aangenaam verblijfsklimaat op straat en volop rustige, groene gebieden op loop- en fietsafstand belangrijk zijn. Dit houdt in dat bij de doelmatigheidstoets van maatregelen ook het geluid op straatniveau wordt meegenomen in de afweging. Daarnaast wordt als randvoorwaarde bij het vaststellen van een hogere waarde gesteld dat naast aanvullende eisen aan de woning - tevens randvoorwaarden aan de kwaliteit van het gebied worden gesteld: bewandelbaar of befietsbaar groen in de nabijheid als compensatie voor de geluidsbelaste woonomgeving. Gemeentelijk Rioleringsplan Ouder-Amstel 2018-2022 Het inzamelen en verwerken van afvalwater en hemelwater is een taak van de gemeente. Hiernaast heeft de gemeente een regierol in de aanpak van de structurele grondwateroverlast in het stedelijk gebied. De gemeente OuderAmstel wil dat Ouder-Amstel een aantrekkelijke woongemeenschap is en blijft, nu en in de toekomst. De geformuleerde doelen op gebied van wateren bodemkwaliteit, veerkracht en grondwaterstanden worden effectief en doelmatig ingericht, het liefst in samenwerking met andere stakeholders.

Zo ook in DNK, waar met name de veerkracht van de wijk ruime aandacht krijgt. Woonvisie Ouder-Amstel 2016 De woonvisie wordt niet aan een bepaalde periode gebonden. Wel wordt de woonvisie normaliter na vier jaar geëvalueerd en indien nodig geactualiseerd. Hoewel de huidige woonvisie op enkele punten wel verbeterd kan worden, is er geen dwingende reden om deze binnenkort te herzien.

26

Een woonzorgvisie wordt evenwel gemist. In het kader van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen wordt een woonzorganalyse gedaan samen met de andere Amstelland gemeenten. Deze zou mogelijk benut kunnen worden als input voor de gewenste woonzorgvisie. Voor wat betreft de lage slagingskans van jongeren en starters zijn de Beleidsregels huisvesting aangepast, zodat starters en jongeren eerder voorrang krijgen bij het aanbieden van woningen. De gemeente Ouder-Amstel wil met de woonvisie:  kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen en vraagstukken;  een sturingsinstrument in handen hebben in de relatie tussen gemeente en corporaties en welke verantwoordelijkheden waar liggen;  inzicht verkrijgen in de mogelijkheden tot duurzaam (ver)bouwen;  sturen op innovatieve oplossingsrichtingen voor knelpunten zoals scheefwonen, het scheiden van wonen en zorg en de kloof tussen de huur- en koopsector;  sturen ten aanzien van trends en ontwikkelingen. De gemeente heeft een aantal woonambities die zich vertalen in:  passend wonen, waarbij doorstroming wordt bevorderd;  voldoende aanbod in de regio;  een duurzaam (toekomstbestendig) woningaanbod, overeenkomstig de aangenomen motie van 12 november 2015;  kwalitatief goede woningen, levensloopbestendig en met voldoende diversiteit in het aanbod;  leefbare wijken;  ruimte voor nieuwe woonvormen (bijvoorbeeld kangoeroe-woningen).

DNK biedt aanknopingspunten om bovengenoemde ambities van de gemeente te realiseren. De beoogde omvang van circa 500.000 m² bvo aan

Hoofdstuk 2

wonen is dusdanig dat er verschillende woonmilieus en woonvormen mogelijk zijn. De huisvestingsverordening, doelgroepenverordening, verordening sociale woningbouw en leegstandsverordening Ouder-Amstel 2020 De huisvestingsverordening regelt de verdeling van goedkope huurwoningen en het beheer van de bestaande woningvoorraad. De doelgroepenverordening regelt dat sociale & middeldure huurwoningen beschikbaar zijn voor de beoogde doelgroep, voor een bepaalde periode (instandhoudingstermijn) en voor een bepaalde huurprijs. Met de verordening sociale woningbouw wordt nadere uitwerking gegeven aan het in de woonvisie bepaalde met betrekking tot het behoud van de sociale voorraad. De leegstandsverordening biedt een instrument om langdurige leegstand te voorkomen, door de eigenaar te sturen op een passend tijdelijk gebruik. De verschillende verordeningen zijn zelfstandig van toepassing bij de ontwikkeling van De Nieuwe Kern. Toekomstvisie Ouder-Amstel: verbindend, uniek en divers 2019 Deze visie van april 2019 geeft de ambities weer voor de toekomst van Ouder-Amstel richting het jaar 2030. Ouder-Amstel is verbindend, uniek en divers. Centrale ambitie is om dit te behouden, te benutten en te versterken. In 2030 heeft De Nieuwe Kern een grote verandering ondergaan. Functies hebben plaats gemaakt voor een andere invulling en ruimtelijke structuren zijn aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15946143/1