CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Structuurvisie De Nieuwe Kern.pdf

RAAD 18 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Investeringsvoorstel De Nieuwe Kern en beschikbaar stellen van een bijbehorend uitvoeringskrediet voor fase 1 (VN2025-007399)34.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4 alinea's met “luchtkwaliteit”: 260 265 584 620

De Nieuwe Kern is veranderd van een vrij extensief gebruikt en naar binnen gekeerd gebied naar een aantrekkelijk gemengd stedelijk gebied met veel openbaar groen. Naast het wonen hebben ook bedrijven (waaronder kantoren), sport, hotels, en andere voorzieningen een plek gekregen in De Nieuwe Kern. Deze menging op grote schaal is mogelijk vanwege de ligging van De Nieuwe Kern aan de zuidkant van de Amsterdam, vlakbij de Zuidas, de ArenAPoort en Schiphol. Daardoor heeft De Nieuwe Kern een grootstedelijke wervingskracht. Grootstedelijke functies (voornamelijk kantoren en hotels) concentreren zich rondom OV-knooppunt station

27

Duivendrecht en nabij de ArenAPoort in verband met de bereikbaarheid en de reeds daar aanwezige functies met station Bijlmer ArenA als OV-hub. In het centrum van De Nieuwe Kern is een gemengde woonwijk ontstaan met voorzieningen waarin door verscheidenheid aan type woningen verschillende doelgroepen huisvesting hebben gevonden. Het voorzieningenniveau is passend, volwaardig en aantrekkelijk voor inwoners en bezoekers. Behoefteonderzoek Kantorenmarkt 2019 Voor kantoren en bedrijven is door de gemeente Ouder-Amstel een behoefteraming vastgesteld op basis van onderzoek1. Binnen de regio wordt aangesloten op de behoefteramingen die er in het regionale samenwerkingsverband Plabeka zijn gemaakt. Het gemeentelijke behoefteonderzoek door BSP betreft een lokale verdieping van dit regionale vastgestelde behoefteonderzoek. Centraal staat het toekomstbestendig maken van de werklocaties, het kunnen bereiken van een goede ruimtelijke ordening én het beïnvloeden van de mobiliteit. In Ouder-Amstel zijn drie grootschalige locaties onderscheiden: omgeving Station Duivendrecht, omgeving ArenAPoort en Amstel Business Park Zuid. DNK is onderdeel van een ontwikkelingsstrategie voor kantoren. Rond het OV-knooppunt Duivendrecht is een intensieve stedelijke ontwikkeling wenselijk (transit oriented development).

Door de optimale bereikbaarheid is de locatie geschikt voor grotere (inter)nationale kantoorgebruikers. Voor het gebied rondom station Duivendrecht is voor de periode tot 2030 een behoefte geraamd van 40.000 tot 70.000 m² (het grootste deel van de totale behoefte voor Ouder-Amstel). Visie Hotels en Leisure 2019 In de door de gemeente Ouder-Amstel vastgestelde hotel & leisure visie2 wordt De Nieuwe Kern als nieuw centrum voor de Zuidoost-lob gezien. Hier 1

Behoefte aan kantoren in Ouder-Amstel & bouwstenen voor ontwikkeling, Bureau Stedelijke Planning (BSP), 10 mei 2019

Hoofdstuk 2

kan een groot deel van het hotelprogramma voor de gemeente landen. Er is ruimte berekend voor 1.200 tot 1.400 kamers in circa 5 - 7 hotels, met een gelijke verhouding toeristisch en zakelijk (met ook short stay voorzieningen). Ook kunnen hier eventueel leisure-voorzieningen landen. Het locatieversterkend effect van deze programmering zal substantieel zijn en naar verwachting een grote rol spelen in het creëren van een bestemming, waar mensen met een mix aan motieven samenkomen. Beleidsnota Sport – Mee(r)doen met sport 2017 Op sportief gebied moeten de nodige voorzieningen gerealiseerd worden, zowel op het vlak van binnensport, sportvelden en openbare ruimte. Het gebied heeft sowieso al een sportieve uitstraling, vanwege de aanwezigheid van Ajax. Sport kan worden ingezet om andere maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Hierbij staan drie thema’s centraal: 1. Sport- en beweegstimulering: Gaan sporten én blijven sporten; 2. Maatschappelijke betekenis van sport: Mee(r)doen met Sport; 3. Ruimte voor sport: hoogwaardige sportaccommodaties en een beweegvriendelijke buitenruimte. Speelnota 2020 – 2026 Op 31 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de Speelnota 2020 – 2026 en bijbehorend uitvoeringsprogramma vastgesteld.

De nieuwe speelnota heeft tot doel te komen tot een evenwichtige verdeling van kwalitatief goede speelplekken in een groene omgeving, waar kinderen en jongeren kunnen spelen, sporten en ontmoeten. Het spelregelboek is een handzame samenvatting van alle uitgangspunten die de gemeente hanteert voor de (her)inrichting van speelplekken.

2

Visie hotels en leisure Ouder-Amstel: bouwstenen voor ontwikkelingen, Bureau Stedelijke Planning, 23 mei 2019

28

Beleidsplan Onderwijs 2016-2020 Goed onderwijs is de basis van een samenleving waarin mensen zowel individueel als collectief optimaal functioneren. Het talent van onze jeugd is het kapitaal van onze samenleving. De gemeente werkt samen met partners in en rond het onderwijs om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Binnen de DNK moet ruimte worden geboden aan het realiseren van vernieuwend aanbod voor het basisonderwijs, en indien mogelijk voortgezet onderwijs. Concepten zoals een integraal kind centrum (IKC), voldoende en gevarieerd sport en bewegingsaanbod dragen bij aan de fysieke en mentale ontwikkeling. De gemeente streeft naar een actieve leeromgeving waarin ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen. Cultuurnota 2019-2024 Kunst en cultuur vertellen ons waar we vandaan komen, wat ons maakt tot wie we zijn en zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de toekomst. Het doel van de gemeente in de cultuurnota is dan ook; kunst en cultuur moeten voor iedereen zijn en blijven. Op cultureel gebied zullen voorzieningen gerealiseerd moeten worden om deze doelstelling te behalen. Daarbij staan vijf programmalijnen centraal, die overeenkomen met de programmalijnen uit het ‘Actieprogramma Kunst, Cultuur en Erfgoed’ van de MRA:  Erfgoed;  Cultuur aan de basis;  Toegankelijkheid;  Ruimte;  Samenwerking.

Beleidsplan Wmo 2015 Op maatschappelijk gebied moeten in De Nieuwe Kern de nodige voorzieningen gerealiseerd worden. De gemeente is op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verantwoordelijk voor ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen. Hoe de gemeente Ouder-Amstel invulling geeft aan deze wettelijke taak is beschreven in het Beleidsplan Wmo. Beleidsplan Preventief Jeugdbeleid en Jeugdhulp 2017-2020 Op grond van de Jeugdwet 2015 is de gemeente verantwoordelijk voor alle vormen van Jeugdhulp. Hoe de gemeente invulling geeft aan deze taak is vastgelegd in het Beleidsplan. In de uitvoering van haar taken richt de gemeente zich op preventie én het bieden van hulp. Nota Lokaal Gezondheidsbeleid 2018-2022 Uit deze gezondheidsmonitor blijkt dat de gezondheid in Ouder-Amstel over het algemeen beter is dan het landelijk gemiddelde. Het beleid sluit aan bij landelijke prioriteiten: bewegen, overgewicht, overmatig alcoholgebruik, roken en psychische klachten en ook door specifieke leefstijlthema’s voor jongeren op te nemen.

2.5 Rekenschap geven voor het woon- en leefklimaat Realisatie woningbouw of andere geluidgevoelige functies DNK Volgens Provinciale regelgeving moet de gemeente in een bestemmingsplan- of Wabo afwijkingsprocedure een keuze onderbouwen voor realisatie van woningen of andere geluidgevoelige functies. Dit is een belangrijk onderdeel van het zogenaamde ‘rekenschap geven’. De provincie Noord-Holland

Hoofdstuk 2

29

verplicht sinds 2017 het ‘rekenschap geven’ met een verordening, inclusief een handleiding. Met de Structuurvisie implementeert Ouder-Amstel de provinciale beleidsregel. De eerste stappen in het ‘rekenschap geven’ zijn gezet. Mogelijkheden voor een goed woon- en leefklimaat In de Nota van Uitgangspunten voor De Nieuwe Kern vastgesteld in 2013 heeft Ouder-Amstel op basis van zorgvuldige analyses gekozen voor grootschalige woningbouw. Samengevat laten de analyses zien dat een goed woon- en leefklimaat in De Nieuwe Kern mogelijk is. In de MER komt het aspect geluid naar voren als extra aandachtspunt. Net als overal in het bestaand stedelijk gebied zijn er meerdere geluidsbronnen die invloed hebben op de geluidbeleving. In de Nieuwe Kern is er sprake van een hoge geluidsbelasting door de nabijheid van (spoor)wegen en bedrijvigheid. Mitigerende maatregelen, zoals een geluidsbarrière langs de A2, zijn noodzakelijk om voldoende rust en stilte in woningen te realiseren. In het MER worden verschillende mitigerende maatregelen aangehaald. Deze mitigerende maatregelen zijn overgenomen in de Structuurvisie (zie o.a. hoofdstuk 3). Ook dient er tijdens de uiteindelijke planuitwerking nader akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd naar de potentiële geluidshinder van luchtverkeer in het noordelijke deel van het plangebied, dat binnen het toekomstige 40 dB Lnight-contour ligt.

Cumulatieve belasting hoog Vliegtuiggeluid kan hinder geven aangezien DNK voor een groot gedeelte binnen de LIB-contouren van Schiphol ligt. Dit is een aspect om rekening mee te houden in het stedenbouwkundig ontwerp en de bouwplannen. Ouder-Amstel voert ook een eigen geluidsbeleid. Dit beleid is in regionaal verband opgesteld en bevat een normstelling voor de maximaal aanvaardbare cumulatieve geluidsbelasting. In november 2020 is de Milieueffectrapportage

Hoofdstuk 2

2020 bij het Nieuw Normen en Handhavingsstelsel Schiphol gepubliceerd. In dit rapport zijn de milieueffecten, waaronder geluid, van het nieuwe stelsel van start- en landingsbanen met maximaal 500.000 vliegbewegingen inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat de huidige geluidscontouren van Schiphol, waarop de LIB-4 zone is gebaseerd, een terugtrekkende beweging maken. Dit houdt in dat de geluidsbelasting door luchtvaartverkeer in DNK lager is dan de huidige vastgestelde contouren aangeven. Het MER voor DNK heeft de cumulatieve (opgetelde) belasting berekend, inclusief het geluid van het vliegverkeer. Deze cumulatieve belasting is hoog en het effect op de toekomstige bewoners is aanzienlijk. Voor de realisatie van geluidgevoelige functies zoals woningen is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen, deze staan in onderhavige Structuurvisie vermeld (zie o.a. hoofdstuk 3). Contouren niet als grenzen Er wordt bewust voor gekozen om woningbouw niet precies tot aan de LIB-4 (o.a. in het deel van de volkstuinen) te laten plaatsvinden. In het gedeelte van DNK dat het dichtst bij Schiphol ligt en het dichtst bij de LIB-4 lijn vindt geen woningbouw plaats maar worden de bestaande tuinparken behouden en verbonden met de nieuwe wijk.. Zo ontstaat een verbinding tussen de oude en nieuwe gebruikers van het gebied, met een verhoogde leefkwaliteit als gevolg.

30

Geluid-adaptief ontwerpen3 Gebouwen kunnen een afschermende werking hebben tegen vliegtuiggeluid, zodat de hinder van geluid wordt beperkt. Geluid-adaptief ontwerp bestaat uit vijf pijlers: 1. Strategisch verminderen van geluid door het gebruik van gebouwvolumes en absorberende gevelmaterialen. 2. Benutten van geluidschaduw rondom gebouwen voor geluid-sensitieve functies. 3. Maskering van geluid door natuurlijke geluiden (stromend water, vogels). 4. Uitzicht op groen en aansluiting tussen openbaar groen en woningen. 5. Hoge kwaliteit van het stedelijk ontwerp voor een veilige en leefbare wijk. Kaders voor aangename geluidsomgeving Op basis van het onderzoek van dr. M. Lugten kan het gebied rond DNK globaal in vier zones worden opgedeeld (zie kaartbeeld links), afhankelijk van de afstand van een gebied tot de vliegroute:  Zone W: in de bestaande situatie is woningbouw niet toegestaan vanwege de ligging van LIB-4 contour (vrijwel direct onder de aanvliegroute).  Zone X en Y: mits goed ontworpen, kan de bebouwing in zone X een kleine, en voor zone Y een grotere, geluidschaduw op het maaiveldniveau rondom bebouwing creëren. Hierbij zijn de geluidniveaus in de geluidschaduw (ruim) onder de gestelde grenswaarden en buitenruimtes liggen waar mogelijk ook in de geluidsschaduw.  Zone Z: hier zullen de geluidniveaus in vrijwel alle gevallen ruim onder de gestelde grenswaarden zijn.

Daarmee zijn er geen extra ontwerpkaders nodig voor de stedenbouwkundige typologieën en de bebouwing. Afb. 2.8 Zones in geluidshinder vliegverkeer vanuit het onderzoek van dr. M. Lugten

3

Advies Luchtvaartgeluid, dr. Martijn Lugten, 24 mei 2019 (dr. Lugten is op dit onderwerp gep romoveerd aan de TU/Cambridge)

Hoofdstuk 2

31

Flexibiliteit in planvorming door verwachte verandering LIB-zone Omdat het vliegverkeer in de toekomst naar verwachting stiller wordt en er nieuwe technieken worden ingezet om het aantal gehinderden zoveel mogelijk te beperken (o.a. door gebruik te maken van satellietnavigatie), is het de verwachting dat binnen de huidige LIB-4 contour transformatie naar wonen op termijn mogelijk is. Dat vraagt flexibiliteit in het stedenbouwkundig plan en/of de bouwkundige structuur van elk gebouw in de LIB-4 zone. Alle kantoren in LIB-4 gebied moeten zodoende in de toekomst gebruikt kunnen worden voor wonen. Hetzelfde geldt voor 50% van de hotels/short stay locaties in LIB-4 gebied. 50% van de hotels/short stay locaties moet tevens gebruikt kunnen worden voor andere werkfuncties of voorzieningen. Tegemoetkomen aan behoefte en gestelde ambities De Nieuwe Kern is strategisch gelegen en biedt een uitzonderlijke positie in de MRA-regio om te ontwikkelen tot duurzaam woon- en leefgebied. De druk op de woningmarkt is groot, evenals de vraag naar goed bereikbare kantoorlocaties en aanvullende voorzieningen op gebied van verblijven en leisure. De beoogde ontwikkeling van DNK komt tegemoet aan deze behoefte en levert een bijdrage aan de gestelde ambities in landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal beleid.

Daarbij vormt de bestaande locatie een onderbreking in de stedelijke structuur (sociaal, ruimtelijk en economisch).

Hoofdstuk 2

De Nieuwe Kern ligt in Bestaand Stedelijk Gebied De grens van het bestaand stedelijk gebied in dit gedeelte van de agglomeratie Amsterdam ligt bij de snelweg A2. In de omgevingsvisie NH2050 is DNK aangewezen als ontwikkellocatie binnen bestaand stedelijk gebied. Ook binnen het vigerende bestemmingsplan Strandvliet zijn diverse stedelijke functies en bebouwing toegestaan. Dat geldt ook voor het bestemmingsplan Industriegebied Amstel. De werkelijk aanwezige functies maken duidelijk dat het hier bestaand stedelijk gebied betreft. Het uitgangspunt is dan ook behouden dat DNK onderdeel is van het bestaand stedelijk gebied, zodat er conform de regelgeving van het Rijk en de Provincie verstedelijking kan plaatsvinden en dat deze ook gewenst is. Definitie bestaand stedelijk gebied Als definitie voor bestaand stedelijk gebied geldt: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. Over de uitleg van deze definitie bestaat veel jurisprudentie. Hierin is bepaald dat ook groenvoorzieningen en recreatieve voorzieningen behoren tot het bestaand stedelijk gebied.

In opdracht van de gemeente Ouder-Amstel is door Wieringa Advocaten aangetoond dat het gebied van DNK behoort tot bestaand stedelijk gebied (zie bijlage).

32

Met de reeds bestaande OV-verbindingen en de groene kwaliteiten biedt de ontwikkeling van DNK veel potentie om, zowel de ontbrekende relaties en verbindingen substantieel te verbeteren, als een duurzame stedelijke ontwikkeling te realiseren.

Afb. 2.9 Actieradius vanuit De Nieuwe Kern

Hoofdstuk 2

33

Hoofdstuk 2

34

3.

VISIE

3.1 Inleiding Voorgaand hoofdstuk geeft de beleidskaders weer waarbinnen De Nieuwe Kern wordt ontwikkeld. Hieruit volgt de visie met het toekomstbeeld voor De Nieuwe Kern: wat willen we ontwikkelen en waarom is dit daarvoor een goede locatie? Na een algemene beschrijving van de ontwikkelvisie per deelgebied krijgt het ambitiebeeld aan de hand van 6 integrale thema’s invulling.

De Nieuwe Kern: leefgebied van de toekomst Gelegen in de Amstelcorridor en grenzend aan het pastorale Amstelland, bestaat het gebied uit verschillende delen die gezamenlijk één Nieuwe Kern gaan vormen. Door vanuit de robuuste structuur invulling te geven aan de belangrijkste kernwaarden: groen, bereikbaar, verbonden & multifunctioneel. Als leefgebied van de toekomst biedt DNK ruimte aan een grote diversiteit aan bewoners en gebruikers. Van stedelijke gezinnen, studenten, starters, senioren en expats, tot ondernemers, sporters, recreanten, kantoorgebruikers, evenementbezoekers en tuinders. Ieder vindt verbinding met DNK.

3.3 3.2 Ambitiebeeld De Nieuwe Kern De Nieuwe Kern: kansen verzilveren Uit de analyse van de huidige situatie is gebleken dat het plangebied op een unieke locatie ligt en uitstekend ontsloten is via de weg en het spoor. Er is echter ook gebleken dat de mogelijkheden die dit biedt nauwelijks benut worden in de huidige ruimtelijke en functionele invulling van het gebied. Het is ruimtelijk gefragmenteerd en lijkt nergens bij te horen. Door de ontwikkeling van De Nieuwe Kern kan hier een omvangrijk woon- en werkgebied gerealiseerd worden met een eigen hart en een eigen identiteit, waarmee gelijktijdig invulling wordt gegeven aan de regionale behoefte aan nieuwe woon- en werklocaties. Vanuit haar eigen kracht en identiteit kan DNK gaan functioneren als een belangrijke verbinding tussen de omliggende gebieden en kan de capaciteit van Station Duivendrecht optimaal benut worden. De noord-zuid en oost-west verbindingen die via DNK gelegd worden, kunnen ontwikkeld worden met een eigen ruimtelijk karakter, maar zullen ook aansluiten bij het karakter van de gebieden die hierdoor met elkaar verbonden worden.

Hoofdstuk 3

Ontwikkelvisie per deelgebied

Deelgebieden DNK is in te delen in 5 deelgebieden en een doorgaande weg (zie afbeelding): 1. Gemengd leefgebied 2. Station Duivendrecht en omgeving 3. Sportpark De Toekomst 4. Gemengd schakelgebied 5. Groene Oase 6. Holterbergweg

35

1. Gemengd leefgebied De Nieuwe Kern wordt één wijk die, van oost naar west gelegen, profiteert van de locatiekenmerken van het gehele gebied. Omdat de wijk wordt doorsneden door de Holterbergweg ontstaat het risico dat er twee gescheiden buurten ontstaan. Een mooi ingerichte en robuuste oost-west verbinding in het hart van het woongebied is een primaire voorwaarde om dit te voorkomen. DNK bestaat op de eerste plaats uit een gemengd leefgebied waar gewoond, gewerkt, gesport en gerecreëerd wordt. De gemengde woningenvoorraad in DNK sluit aan bij diverse doelgroepen. Van appartementen tot grondgebonden stadswoningen en van beneden/bovenwoningen tot ligplaatsen voor woonboten. Logische overgangen naar de volkstuinen en Amstelscheg verbinden de verschillende deelgebieden. In de woningen wordt gewerkt en in de plint van woongebouwen kunnen zelfstandige werkruimtes of woon-werkwoningen komen. Het leefgebied heeft eigen buurtvoorzieningen op goed bereikbare plekken. Middenin het gemengde leefgebied is ruimte voor een groot groen gebied, als ‘central park’ binnen de woonkern. Afb. 3.1 Deelgebieden De Nieuwe Kern

Behoud van enkele functies en gebouwen Enkele bestaande gebouwen in het plangebied van DNK worden behouden en op een logische wijze opgenomen in de nieuwe structuur van het gebied. Ze vormen hier straks een vanzelfsprekend onderdeel van. Het gaat om de volgende functies en gebouwen: 1. sportcomplex De Toekomst; 2. gebouw EndemolShine aan de Holterbergweg; 3. verdeel-/transformatorstation in de wal aan de Holterbergweg; 4. historische villa, het clubhuis voor Amsterdam Old Course (indien technische en financieel mogelijk); 5. postsorteercentrum PostNL en rijschool Nelen.

Hoofdstuk 3

2. Station Duivendrecht en omgeving Station Duivendrecht en omgeving vormen een ankerpunt. Het station moet een gezicht krijgen naar DNK, met een nieuwe entree en aansluitende stationsomgeving. Dit is noodzakelijk voor verbinding en samenhang met de omgeving. Een impuls aan de kant van Duivendrecht is eveneens wenselijk. De infrastructuur gaat niet alleen gebruikt worden door meer bewoners, maar ook door werknemers, reizigers, dagjesmensen, toeristen e.d. De bezoekers van evenementen in ArenAPoort vormen een bijzondere gebruikersgroep. Door de diversiteit aan doelgroepen is rond het station ruimte voor bedrijvigheid, kantoren, short stay, hotels, leisure (vermaak), sport, cultuur en andere voorzieningen zoals horeca. Er blijft een Park and Ride (P+R) voorziening en Kiss + Ride (halen en brengen) functie. Een fiets- en voetgangersverbinding onder het spoor verbindt het dorp Duivendrecht en DNK. De mix aan functies

36

en verbindingen stimuleert de levendigheid, gedurende de hele week en jaarrond. 3. Sportpark De Toekomst De ligging van het sportcomplex De Toekomst van Ajax blijft ongewijzigd. Ajax heeft plannen om het trainingscomplex uit te breiden op de bestaande parkeervoorziening P2, waarbij het complex opnieuw wordt ingericht. De opgave is een goede aansluiting op de Holterbergweg, met een visueel aantrekkelijke uitstraling. Volgens de laatste plannen breidt Ajax het sportpark De Toekomst op P2 uit met een ministadion, twee sportvelden en eigen sportvoorzieningen, wellicht een school (uitsluitend voor Ajax-jeugd), commerciële voorzieningen en kantoren voor eigen gebruik. Een brede groensingel met water, struiken en bomen rondom het sportpark moet de privacy waarborgen. Tevens draagt dit bij aan de groene uitstraling, duurzaamheid en ecologische diversiteit van het gebied. Het transformatorstation blijft op de huidige locatie. 4. Gemengd schakelgebied Het meest zuidelijk gelegen deel van het plangebied, grenzend aan de ArenA wordt een gemengd kwartier met een accent op sport en vrijetijd. Hier is ruimte voor kantoren en de Smart Mobility Hub (SMH), evenals ook wonen en (voorgezet) onderwijs, met respect voor de geluidscontour van de Johan Cruijff Arena. Het gebied vormt een schakel tussen het uitgaansgebied ArenAPoort, het gemengde leefgebied en station Duivendracht.

Dit is een locatie waar hoogbouw mogelijk is. De ambitie is om functies te mengen gericht op levendigheid en sociale veiligheid en zoveel mogelijk passend bij het thema Sport- en Vrijetijd. Zo is de ruimte tussen de spoorbogen geschikt voor natuur en eventueel recreatie / buitensport (wandelen, hardlopen e.d.).

Hoofdstuk 3

5. Groene oase Groen en verbindingen zijn de belangrijkste kernwaarden voor DNK. Naast een nieuw te realiseren centraal park kent het bestaande gebied groene kwaliteiten voor de toekomstige bewoners. De volkstuinen krijgen een meer publiek karakter en spelen, door de toevoeging van verschillende functies lang een openbare route, een belangrijke rol in de sociale cohesie binnen de wijk. Nieuwe verbindingen en routes maken deze een logisch onderdeel van DNK voor bewoners om te recreëren, van de natuur te genieten of om mee te tuinieren. Daarnaast is het de ambitie om DNK te verbinden met de Amstelscheg. Dit kan visueel door rekening te houden met groene zichtlijnen en fysieke verbindingen. Ook is het de ambitie een nieuwe loop- en fietsbrug te realiseren over de A2. 6. Holterbergweg De Holterbergweg wordt een groene, dynamische stadsstraat die een noodzakelijke infrastructurele ader vormt. Mede door de ondergrondse kabels en leidingen aan deze weg krijgt de Holterbergweg een ruim profiel. Op de Holterbergweg sluiten wijkontsluitingen voor auto- en fietsverkeer aan die toegang geven tot een fijnmazig netwerk. Ondanks de hoogteverschillen is het mogelijk om vanaf de Holterbergweg de wijk te ervaren.

Samenspel van deelgebieden tot één Nieuwe Kern Het samenspel van deelgebieden met de onderliggende verbindende structuren (infra, groen en water) bepalen de toekomstige hoofdstructuur voor DNK. Op de Structuurvisiekaart (zie pag. 57) zijn deze elementen, samen met de belemmeringen vanuit de LIB Schiphol op één kaartbeeld samengevat. Hierin is tevens de wens opgenomen van nieuwe (langzaamverkeer) verbindingen naar de twee bestaande kernen van de gemeente, alsook het

37

bestendigen en versterken van een groene kern in het toekomstige woongebied alsmede een groen uitloopgebied/oase aan de noordzijde. Op diverse strategische plekken is sprake van accenten in de vorm van hoogbouw.

densegment uitkomt. Zo is het gebied complementair aan aangrenzende gebieden zoals Bijlmermeer en Holendrecht, die een grote voorraad sociale huur kennen en speelt het in op de woningbehoefte vanuit de regio.

3.3.1 Leefbaarheid, woonkwaliteit & gezondheid

Daarnaast worden er met de toevoeging van meer middenprogramma kansen gecreëerd voor de bestaande doelgroepen uit Ouder-Amstel en omliggende wijken (groter wonen, buitenruimte, groen).

De gemeente heeft een aantal woonambities die zich vertalen in:  passend wonen, waarbij doorstroming wordt bevorderd;  voldoende aanbod in de regio;  een duurzaam (toekomstbestendig) woningaanbod;  kwalitatief goede woningen, levensloopbestendig en met voldoende diversiteit in het aanbod;  leefbare wijken;  ruimte voor nieuwe woonvormen (bijvoorbeeld kangoeroe-woningen). Wonen in DNK Binnen de regio bestaat een lage slagingskans om een passende woning te vinden in het lage en middensegment. Het gaat hierbij om vrijwel alle huishoudenstypen: alleenwonenden, stellen zonder kind, en gezinnen. In het middensegment richt de vraag zich hoofdzakelijk op betaalbare koopwoningen. Op basis van de analyse naar zowel de vraag vanuit de regio als de directe aangrenzende gebieden (zie bijlage Programmatische onderbouwing Bro), kan gesteld worden dat in De Nieuwe Kern een gemengd woningaanbod passend zou zijn, met het zwaartepunt op het middensegment. Dit sluit ook aan bij de reacties die zijn binnengekomen in het participatietraject aangaande de concept-Structuurvisie, waarin betaalbaar wonen als belangrijk punt naar voren is gekomen. Kijkend naar zowel de vraag vanuit de regio als de directe aangrenzende gebieden is een gemengd woningaanbod passend, waarbij de gemiddelde woningwaarde van het totale plangebied in het mid-

Hoofdstuk 3

Ook de behoefte om groter of mooier te wonen dan wel veranderingen in het huishouden of leeftijd (lees: vergrijzing) is een belangrijke reden om te willen verhuizen in de regio. Zo is de wens sterker aanwezig om van huur naar koop over te stappen, speelt de behoefte aan buitenruimte een grotere rol en hebben huishoudens tegenwoordig vaker te maken met aflopende huurcontracten. De Nieuwe Kern is een geschikte locatie om ruimere woningen realiseren, met in de leefomgeving meer groen, buitenruimte en kwaliteit. Om diversiteit in het aanbod te bevorderen is er ruimte voor nieuwe en alternatieve woonvormen. Leefbaar karakter Vanuit een menselijke maat geven ruimtelijke en functionele verbindingen het unieke gebied een leefbaar karakter voor bewoners en gebruikers, van verschillende generaties en met diverse leefstijlen. Door diverse woonvormen en financieringscategorieën op een zo laag mogelijk schaalniveau te mengen, wordt daadwerkelijke interactie bevorderd. Mensen voelen zich veilig in een prettige leefomgeving, waar volop aantrekkelijk en toegankelijk groen en water beleefbaar zijn. Integrale ontwerpoplossingen die de sociale cohesie stimuleren vormen het uitgangspunt. Daarbij helpen mensen met draagkracht degenen met meer draaglast. Kunst en cultuur kunnen hierbij ondersteunend worden ingezet. Kortom, De Nieuwe Kern kent verschillende

38

leefmilieus en goede verbindingen op meerdere niveaus, waarbij ontmoeting in de publieke ruimte plaatsvindt. Gezond leefklimaat Op gebied van geluid- en luchtkwaliteit kent de ontwikkeling van DNK uitdagingen door de nabijheid van de A2, het spoor (trein en metro) en vliegverkeer van en naar Schiphol. Toekomstige bewoners en gebruikers worden zoveel mogelijk beschermd tegen overlast, zowel binnen als in de openbare ruimte. Onder meer geluid-adaptief ontwerpen van gebouwen en de buitenruimte dragen hieraan bij. Toepassing van vernieuwde technieken beperken zo de overlast en beleving ervan. DNK biedt een aantrekkelijk, gezond leefklimaat. Onderscheidende identiteit DNK zal zich onderscheiden qua karakter van omringende gebieden en ontwikkelingen in de Amstelcorridor. Men woont en werkt rond het stadpark, zorgend voor een samenhangende identiteit. De wijk vormt een schakel tussen verschillende werelden. De volop aanwezige fietsroutes verbinden de metropool met de tuinparken en de Amstelscheg. Door ruimte voor bedrijvigheid en een accent op sport komen hier ook werkstad OverAmstel en de functies rond de JC ArenA samen. Met midden-stedelijkheid als vertrekpunt, en enkele hoogstedelijke kenmerken rond de OV-knooppunten, onderscheidt DNK zich van de omringende gebieden. Hoogbouw wordt ruimtelijk ingezet om ruimten, knik- en zichtlijnen te ondersteunen.

Hoofdstuk 3

39

Relatie MER De adviezen vanuit de MER ondersteunen de gemaakte keuzes en benoemen op het gebied van geluid tevens een aantal aandachtspunten die zijn overgenomen in de Structuurvisie. Allereerst een opsomming van de aandachtspunten:  Voor de realisatie van geluidgevoelige functies zoals woningen is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen.  Een geluidsafschermende constructie van ca. 9 meter langs de rijksweg A2 is naar verwachting essentieel om te voldoen aan de maximale ontheffingswaarde.  Wanneer de nieuwe bebouwing niet direct op de wegrand van de Holterbergweg en de ringweg gesitueerd wordt, wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, dient de toepassing van geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht.  Om de geluidsbelasting van railverkeer te beperken kan worden gedacht aan geluidsschermen langs de diverse spoorverbindingen rond DNK. Met een afscherming van circa 3 meter hoog wordt binnen het gehele gebied voldaan aan de maximale ontheffingswaarde.  Het luchtvaartgeluid in DNK komt vanuit de noordelijke richting. Door aan de noordzijde van het plangebied hoge (bij voorkeur niet geluidsgevoelige) bebouwing te realiseren, kan voor geluidsafscherming in het achterliggende gebied worden gezorgd.

 ‘Geluidadaptief ontwerpen’ wordt door de MER bevestigd als mogelijke oplossing voor beperken van geluidshinder.  Evenementengeluid afkomstig van de Johan Cruijff Arena vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van DNK omdat bij de ruimtelijke en

functionele opzet van de wijk afdoende rekening is gehouden met de geluidscontouren aldaar. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat in en rond het plangebied altijd ruim wordt voldaan aan de grenswaarden van de Wet milieubeheer. Er zijn geen nadere aanbevelingen of maatregelen nodig. Omdat de exacte invulling van het plangebied nog niet bekend is, kan de toekomstige situatie nog niet precies in beeld gebracht worden. Door het concept van ‘geluidadaptief bouwen’ kan zo goed als mogelijk rekening gehouden worden met de geluidssituatie. Bij de Structuurvisie is een bijlage opgenomen wat het geluidadaptief ontwerpen betekent voor De Nieuwe Kern.4 In die bijlage is aangegeven dat geluidadaptief ontwerp vijf pijlers kent: 1. Strategisch verminderen van geluid door het gebruik van gebouwvolumes en absorberende gevelmaterialen; 2. Benutten van geluidschaduw rondom gebouwen voor geluidsensitieve functies; 3. Maskering van geluid door natuurlijke geluiden (stromend water, vogels); 4. Uitzicht op groen en aansluiting tussen openbaar groen en woningen; 5. Hoge kwaliteit van het stedelijk ontwerp voor een veilige en leefbare wijk. Het plangebied wordt gekenmerkt door diverse significante geluidsbronnen in de omgeving. Met name vanuit de noordzijde dient rekening gehouden te

4

Voor een uitgebreide toelichting op geluidadaptief bouwen, zie bijlage 2 van de ontwerp-Structuurvisie De Nieuwe Kern (7 mei 2021).

Hoofdstuk 3

40

worden met de geluidsbelasting van het vliegverkeer. Door nabij deze geluidsbronnen hoogbouw te realiseren, wordt geluidsafscherming voor het achterliggend gebied gecreëerd. Invullingen met grote oppervlakten gras/begroeiing hebben daarnaast geluidsabsorberende eigenschappen. Het groene hart zal vanwege de geluiddempende werking een geluidsluwe plek worden. Door daarnaast gevels van geluidsabsorberend materiaal te voorzien zullen geluidsreflecties in het plangebied worden voorkomen.

3.3.2 Economische vitaliteit Lokale levendigheid Met een divers programma van commerciële en niet-commerciële functies op verschillende plekken komt DNK tot leven. Uitgangspunt is een levendige kern met passende voorzieningen op wijkniveau. Zo biedt het leefgebied van de toekomst de bewoners onderwijs, zorg, welzijn, cultuur, sport, horeca en winkels voor dagelijkse boodschappen. De levendigheid wordt ook gevoed door ruimte te geven aan startende, kleinschalige bedrijven. In multifunctionele accommodaties kunnen bewoners terecht voor meerdere diensten, wat efficiënt en effectief is in ruimtegebruik, beheer en sociale cohesie. Bovenregionale bedrijvigheid, cultuur en leisure Met name rond station Duivendrecht en in relatie tot de ArenA biedt De Nieuwe Kern ruimte voor (inter)nationale bedrijvigheid, cultuur, leisure en/of hotels/(extended) short stay. De bereikbaarheid is uitstekend, ook internationaal gezien nabij Schiphol. Met de groeiende metropoolregio en ambitie van Amsterdam om bezoekers te spreiden, liggen hier kansen voor ontwikkeling. Zonder de menselijke maat te verliezen biedt DNK voorzieningen op verschillende schaalniveaus en levendigheid in de ochtend tot avond. Van de bedrijvigheid, leisurevoorzieningen en hotelontwikkelingen rond station Duivendrecht wordt verwacht dat deze ook een bijdrage leveren aan de wijk.

Hiervoor is het wenselijk dat bij deze ontwikkelingen een deel van het ondersteunende programma ook toegankelijk en bruikbaar is voor de bewoners van de wijk.

Hoofdstuk 3

41

3.3.3 Duurzaamheid, energieneutraliteit & klimaatbestendigheid Duurzaam leefgebied Voor het leefgebied van de toekomst is duurzaamheid een speerpunt. De Nieuwe Kern is klimaatbestendig, rainproof, hitte- en droogtebestendig alsmede geluidsadaptief. Het leefgebied wordt volgens de laatste richtlijnen gasloos met kansen voor energietransitie, warmte-/koude-opslag en gebruik van restwarmte van datacentra in de omgeving. Circulariteit Circulariteit ofwel hergebruik van grondstoffen is een centraal thema. Zo wordt de CO2-uitstoot zoveel mogelijk beperkt. Een doel is geregenereerde bouwstoffen te gebruiken. Vervolgens moeten bouwmaterialen hoogwaardig in de productieketen blijven, zowel voor de gebouwen als de openbare ruimte. Gebouwen worden zodanig ontwikkeld dat deze eenvoudig een tweede leven kunnen krijgen. Klimaatadaptatie Het leefgebied van de toekomst moet daarnaast voorbereid zijn op verschillende (extreme) weertypen. Het substantieel ophogen van het maaiveld en het aanpassen van het poldersysteem maakt het gebied robuuster (zie paragraaf 3.2.4). Daarnaast helpen de duidelijk aanwezige nieuwe groen- en waterstructuren in de openbare ruimte, alsmede de tuinparken, met het vertragen en opslaan van hemelwater en het verkoelen van de omgeving. Ook worden partners bij de verder ontwikkeling uitgedaagd om klimaat-adaptieve maatregelen op te nemen in hun planvorming.

Van aanvullende maatregelen op hemelwaterafvoer, zoals groen/blauwe daken en regenputten, tot het tegengaan van hittestress in de woningen. .

Hoofdstuk 3

42

Op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad van Ouder-Amstel de klimaatadaptatiestrategie Ouder-Amstel vastgesteld. In de klimaatadaptatiestrategie Ouder-Amstel wordt aangegeven welke ambities de gemeente nastreeft en welke doelen de gemeente wil halen. De daarbij horende maatregelen vormen de uitvoeringsagenda. Duurzame energie De ambitie is dat DNK energie-neutraal wordt. Het samenspel met de omgeving speelt bij energie een belangrijke rol. Zo werkt de ArenA aan een energy hub, in eerste instantie gericht op de gebouwen van ING en de mogelijkheid tot energie-uitwisseling met ArenA. De vele ontwikkelingen in de omgeving en de bestaande warmte- en koudeproductie maken meer van dergelijke initiatieven mogelijk voor een duurzaam leefgebied. Een bronnet gevoed met warmte en koude uit ’buurt WKO’s’ is op basis van de huidige kennis het meest haalbare voorkeurssysteem voor de warmtevoorziening. Hierbij wordt de temperatuur van het water uit het bronnet per woning of per woonblok op gewenste temperatuur gepompt met een warmtepomp. Retour van de warmte wordt gebruikt voor de koude. Dit systeem levert voor elke bouwfasering de meest flexibele oplossing voor de ontwikkelaars. Een deel van de benodigde energievraag tenslotte zal opgewekt worden met zonnepanelen in het plangebied. Hoeveel energie uiteindelijk opgewerkt zal worden in DNK is nu nog onbekend.

De vraag naar energie zal evenwel fors toenemen ten opzichte van de referentiesituatie. Bij de ontwikkeling van DNK wordt gestreefd naar het gemeentelijk doel om energieneutraal te zijn.

Hoofdstuk 3

Relatie MER Vanuit de MER wordt een aantal aandachtspunten benoemd. De zettingsgevoeligheid van het gebied is een risico voor het thema wateroverlast. Het is essentieel de ophogingen van het toekomstige maaiveld via voorbelasting met zand en of grond aan te leggen, zodat het gebied zo min mogelijk verzakt of daalt na aanleg (restzetting van maximaal 20 cm in 30 jaar). Een aandachtspunt voor de uitwerking van de Structuurvisie in stedenbouwkundige plannen en inrichtingsplannen is het bieden van voldoende koele, schaduwrijke, toegankelijke openbare ruimte, buitenruimte en daken voor alle toekomstig bewoners. Hiermee kan hittestress voor de bewoners worden voorkomen. Het plangebied is droogtegevoelig vanwege de natuurlijke bodemopbouw van klei en een meters dik veenpakket. Ophoging en voorbelasting van het maaiveld is nodig om voldoende hemelwater vast te kunnen houden en vertraagd af te voeren. Ook kan de ophoging ervoor zorgen dat de veenlagen onder de grondwaterstand blijven, waardoor de oxidatie van het veen afneemt. Dit geeft een sterk positieve bijdrage aan de droogtebestendigheid van de ontwikkeling. In groenvoorzieningen en watergangen kan water worden vastgehouden en op natuurlijke wijze infiltreren in de ondergrond.

Voor het criterium droogte geldt dat een positief effect wordt verwacht indien maatregelen voor beperking van de restzetting, vergroting van de sponswerking van het gebied en voor de waterbeschikbaarheid van beplanting en natuurgrasvelden worden meegenomen.

43

3.3.4 Groen & water Groen & water als identiteit Groen- en waterstructuren zijn door de wijk verweven en dragen bij aan de identiteit van DNK. Drager van de ruimtelijke opzet van de wijk is een centrale groenblauwe zone die fysiek en programmatisch verbindt. Iedereen woont aan of in de nabijheid van dit stadspark, waardoor de wijk een groene identiteit krijgt. De hoofdgroenstructuur zorgt daarnaast voor de ultieme verbinding met de omgeving, een groene loper tussen station Duivendrecht, station Amsterdam Bijlmer ArenA en de Amstelscheg. De openbaar toegankelijke volkstuinen aan de noordwestkant vormen een groene oase voor een blokje om. Voor het creëren van een gezonde en duurzame leefomgeving en een klimaatadaptieve openbare ruimte is groen essentieel. Als voorbeeld kan gekeken worden naar de maatregelen zoals voorgeschreven in het werkboek natuurinclusief bouwen en ontwerpen van de gemeente Amsterdam. Dit betekent het volgende voor de te ontwikkelen woningen:  Gebouwen worden ecologisch verantwoord ingericht. Hierbij is het raadzaam om van tevoren bepaalde doelgroepen te definiëren, waarvoor ontwikkeld wordt, bijvoorbeeld een bepaald soort vogel of vleermuis.  Elk gebouw wordt voorzien van rust en nestplaatsen voor dieren, zoals neststenen voor vogels, rustplekken voor insecten en voorzieningen voor vleermuizen.

 Elementen zoals fietsenstallingen en afvalcontainers zijn op een groene en/of blauwe manier ingepast, zoals een groen dak op een fietsenstalling, een regentuin en/of een perkje groen rond een afvalcontainer.  Gebouwen zijn ingericht met vegetatiedaken en verticaal groen, voor zover dit eventuele zonnepanelen niet in de weg zit.

Hoofdstuk 3

44

Dit betekent het volgende voor de openbare ruimte:  De omgeving is ecologisch verantwoord ingericht. Het kan dus niet alleen maar gras met een enkele boom zijn, maar denk aan zogenoemde tiny forests en perken met wilde bloemen. Inspiratie kan gehaald worden uit het handboek duurzame buitenruimte.  De focus ligt op de lokale biodiversiteit.  Er worden ecologische verbindingen met de omgeving, zoals met de Amstelscheg en de polders, aangelegd.  De oevers van watergangen en –plassen worden natuurvriendelijk aangelegd. De huidige complexe waterstructuren (5 verschillende waterpeilen over twee polders) worden gedeeltelijk aangepast om DNK mogelijk te maken. Vanwege het creëren van meer verharde ondergrond en door bebouwing is er meer ruimte voor oppervlaktewater noodzakelijk. Hierdoor zal een systeem van (aaneengesloten) waterpartijen een duidelijke aanwezigheid hebben in de wijk en haar groenstructuren. Samensmelten van kwaliteiten De groenbeleving wordt een samenspel tussen tuinders en bewoners, tussen gebouwen en groen, tussen bestaande structuren en nieuwe inzichten. Als de volkstuinen een meer openbaar en uitnodigend karakter krijgen, met bijpassende nieuwe functies (bijvoorbeeld in de vorm van urban farming of natuurspeeltuin) kunnen de in potentie aanwezige kwaliteiten een meerwaarde bieden voor de groenbeleving in de DNK.

Ook de waterbeleving in DNK is multifunctioneel: spelen in water, verkoelen, vissen etc. Daarnaast zal waar mogelijk ingezet worden in het kader van het koelen of verwarmen gebouwen (TEO en TEA5). Beleving, beweging en ontmoeting krijgen vorm in de ruimtelijke kwaliteit van DNK. 5

De tuinparken, het centrale stadspark en het groen tussen de spoorbogen zijn te onderscheiden met een eigen identiteit, passend in de woonwijk, de overgangen voelen organisch. Een ‘landmark’ op de juiste plek geeft glans en punten van herkenning. Versterken van unieke waarden Belangrijk voor de ontwikkeling van het gebied is versterken van zowel de natuurlijke als cultuurhistorische waarden. De ecologische structuur van de tuinparken wordt benadrukt en het gebied tussen de spoorbogen waar ook de Amsterdamse Spoorweg Sport Vereniging (ASSV) is gevestigd dient in de toekomst als een speeldernis: een stukje ruige natuur waar kinderen kunnen struinen, hutten bouwen en ravotten. Door ruimte te geven aan de natuur en te sturen op toepassing van (bio)diverse en inheemse soorten wordt de impact van de wijk op de flora en fauna beperkt. De oude en nieuwe groenelementen worden met elkaar verbonden en toegankelijk gemaakt. Parken krijgen een natuurlijke of gecultiveerde uitstraling, afhankelijk van de locatie en het beoogde gebruik. Daarnaast wordt ook historische waarde gekoesterd en zichtbaar gemaakt in de nieuwe wijk. Het AOC clubhuis wordt indien technisch en financieel mogelijk ingepast in de plannen, bij voorkeur als herkenningspunt langs een van de routes.

Bij de uitwerking van de plannen dient ook de mogelijkheid voor het behoud/inpassing van het Zwarte Laantje onderzocht te worden. Waterstructuren Voor de optimale inpassing in de omgeving vanuit waterhuishoudkundige optiek zal minimaal 10% van de toe te voegen verharding moeten worden gecompenseerd door oppervlaktewater, gelijkmatig verspreid over het gebied. Deze delen zullen een systeem vormen met de omliggende watergangen (Amstel en Weespertrekvaart), waarvoor een minimale breedte van 8 meter

Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) en thermische energie uit afvalwater (TEA).

Hoofdstuk 3

45

en diepgang van 1,25 meter noodzakelijk is. Bij het bepalen van de breedte en diepte dient de bodemgesteldheid meegenomen te worden. Ook dient er ruimte te zijn voor multifunctioneel gebruik zoals recreatie of voor het aanleggen van woonarken. Daarnaast zal minimaal 25% van de oevers natuurvriendelijk worden uitgevoerd. Doodlopende watergangen zijn vanwege het gebrek aan doorstroming niet aanwezig. Periode van transitie Om het wensbeeld te verwezenlijken en om ‘droge voeten’ te houden in De Nieuwe Kern is ophoging van een deel van het plangebied, en het verleggen van de huidige waterkering, noodzakelijk. De grond ligt dermate laag dat in sommige delen een toekomstbestendige afwatering niet mogelijk is. Het waterpeil gaat in het westelijk deel van het gebied (dat nu nog onderdeel is van polder De Toekomst) door de voorgestelde ingrepen ca. 2 meter omhoog en het maaiveldniveau gaat ca. 2 á 3 meter omhoog. Dit betekent dat bestaande vegetatie in dit deel van het plangebied in principe niet behouden kan worden. De delen van de tuinparken die onderdeel uitmaken van het te ontwikkelen gebied (tuinpark Nieuw Vredelust en een hoek van tuinpark Ons Lustoord) vallen binnen het gebied waar nu nog onderbemaling wordt toegepast. Hier gaat het waterpeil slechts 30 cm omhoog, maar het maaiveldniveau zal ruim een meter opgehoogd moeten worden.

Doordat het waterpeil beperkt wijzigt zou bestaande vegetatie hier mogelijk wel (gedeeltelijk) behouden kunnen worden. Door de waterkering ten westen van de Holterbergweg te verplaatsen in zuidelijke richting ontstaat een natuurlijke afscherming met trainingscomplex De Toekomst en kan de hele Nieuwe Kern hetzelfde maaiveld- en waterpeil krijgen. Deze ingreep kent onvermijdelijk een periode van transitie, waarbij bestaande vegetatie en de ecologie deels wordt aangetast. Voor de toekomstbestendigheid van DNK moet hier rekening mee gehouden worden. Maar

Hoofdstuk 3

met de realisatie van DNK doen zich ook nieuwe ecologische kansen voor: de aanleg van een grote nieuwe centrale groenzone, ecologische verbindingen, ook met de Amstelscheg, een nieuwe waterkering naast sportcomplex de Toekomst en een groene dijk als geluidswal (of een groen geluidsscherm) langs de snelweg. Bovenstaande leidt ertoe dat, ook wanneer de fysieke ondergrond, het watersysteem en het biotisch systeem als uitgangspunt worden gehanteerd voor de planvorming, de (integrale) ophoging en inrichting van het gebied onvermijdelijk is wanneer het gebied toekomstbestendig ontwikkeld en ingericht moet worden. Het behouden van bestaande vegetatie is hierbij extra lastig omdat juist de gebieden met veel vegetatie in de huidige situatie al een zeer beperkte ontwateringsdiepte hebben en dus al gevoelig zijn voor wateroverlast. Een nadere verkenning van de mogelijkheden om (delen van) het nieuwe stadspark slechts beperkt op te hogen en daardoor (meer) bestaande vegetatie te kunnen behouden verdient aanbeveling als onderdeel van de volgende fase: de stedenbouwkundige uitwerking en de uitwerking van het watergebiedsplan, in onderlinge samenhang. Relatie MER Door de voorgenomen ontwikkeling van DNK gaat veel potentieel leefgebied en gaan verschillende potentiële verblijfplaatsen verloren.

In het MER is de ontwikkeling van DNK daarom beoordeeld als zeer negatief ten aanzien van beschermde soorten indien deze binnen het plangebied aanwezig zijn. Ook voor algemene soorten waarvoor de zorgplicht geldt, is afname van leefgebied niet te voorkomen met de ontwikkeling van DNK. Door de ontwikkeling van DNK is een verlies aan habitat en essentiële gebiedsfuncties voor een breed scala aan dier- en plantensoorten te verwachten. Hoewel niet alle plant- en diersoorten wettelijk strikt beschermd zijn, wordt een negatief effect van DNK verwacht op deze soorten. Door in de nieuwe situatie specifieke re-

46

kening te houden met bestaande soorten kunnen zeer algemene en niet-kritische soorten erop vooruit gaan. In de MER wordt een aantal maatregelen benoemd die bij kunnen dragen aan een positief effect. In de Structuurvisie is hiermee rekening gehouden:  Door middel van compensatie van leefgebieden en door de nieuw in te richten delen van DNK natuurinclusief te maken is het voor algemene soorten mogelijk een positief eindoordeel te halen. Gefaseerd werken draagt ook bij aan het effect. Binnen de plannen voor DNK is veel ruimte voor groen aanwezig, dit biedt veel kansen voor de bedreigde soorten om zich blijvend te vestigen in het gebied. Daarnaast is een van de uitgangspunten om natuurinclusief te bouwen binnen DNK.  Ook voor vleermuizen en vogels die in gebouwen broeden, kan het natuurinclusief bouwen leiden tot een verbetering van het habitat. Juiste keuzes op het gebied van het vergraven van watergangen, nieuw aan te leggen oppervlaktewater en beplantingsschema’s en het beheer daarvan kunnen tevens bijdragen aan een positief effect.  Door het aanleggen van verbindingen van het stadspark naar omliggende groene zones wordt een impuls gegeven aan met name algemene soorten.

Indien bij de inrichting rekening gehouden wordt met deze verbindingen en ook de juiste beplantingskeuzes (inheems materiaal en verschillende typen beplantingen zoals ruigte, kruiden en bloemen) worden gemaakt, kan het stadspark, net als de gebouwen, als natuurinclusief worden gezien. De verwachtte stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase is berekend en komt neer op een maximale, tijdelijke, depositie van 0,03 mol N/ha/jaar gedurende 15 jaar. In totaal is op 9 Natura 2000-gebieden een beperkte toename van stikstofdepositie berekend tijdens de aanlegfase van de Nieuwe Kern. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurherstel (Wsn) in werking getreden. Deze wet kent een vrijstelling van de vergunningplicht ingevolge de Wet natuurbescherming bij stikstofemissies als gevolg van een aanlegfase. Dat is in dit geval van toepassing. De aanlegfase van De Nieuwe

Hoofdstuk 3

Kern is daarmee niet vergunningplichtig. In de ecologische toets is voor alle habitattypen/leefgebieden geoordeeld dat het voornemen op zichzelf met zekerheid niet leidt tot significante gevolgen. De beoogde ontwikkeling zal, ook in combinatie met effecten van andere plannen/projecten, niet alsnog tot significante gevolgen leiden. Uit de effectbeoordeling blijkt dat er geen sprake zal zijn van significante effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Naardermeer en Botshol. Vervolgstappen zoals een ADC-toets zijn daarom niet noodzakelijk. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie geen beperking vormt voor de ontwikkeling van De Nieuwe Kern. Met betrekking tot landschap en cultuurhistorie is als mitigerende mogelijkheid aangegeven om aan het Zwarte Laantje een aantal knotwilgen in te passen (een passende vegetatie bij het oorspronkelijke veenlandschap en verwijzend naar het bebouwingslint). Aangevuld met een informatiebord wordt de oorspronkelijke relatie met de veenontginning voor bewoners en bezoekers beleefbaar. De Commissie voor de m.e.r. heeft geadviseerd ook een variant te laten beschouwen waarin de fysieke ondergrond, het watersysteem en het biotisch systeem als uitgangspunt worden gehanteerd. Op basis van het advies van de Commissie voor de m.e.r.

is, in een aanvulling op het MER, nadere toelichting opgenomen waarom een alternatief zonder ophoging geen haalbare of realistische optie is in dit gebied. De hiertoe opgestelde “Aanvulling op milieueffectrapport De Nieuwe Kern, gemeente Ouder-Amstel” maakt onderdeel uit van de bijlagen van de Structuurvisie.

47

3.3.5 Aantrekkelijkheid & ruimtelijke kwaliteit Beleving, beweging en ontmoeting Een stedenbouwkundige opgave is het logisch en aantrekkelijk verbinden van de verschillende deelgebieden en het aansluiten van de bestaande en nieuwe gebouwen bij de omgeving. De openbare ruimte speelt hierin een cruciale rol, waarbij de kernkwaliteiten groen en water vorm krijgen. Naast de integratie van duurzaamheid, nodigt de openbare ruimte uit tot bewegen, sport en spel, in lijn met de principes van ‘de bewegende stad’. Bij de uitwerking van de verschillende functies die een plek kunnen krijgen in het park is het uitgangspunt dat het een groen, aantrekkelijk en uitnodigend park voor alle bewoners en gebruikers van het gebied moet zijn. Er zal dus een goed evenwicht gevonden moeten worden tussen ‘stedelijke’ (sport- en leisure)functies en de natuurlijke groene inrichting. Overal in de wijk voelen mensen zich welkom. Stedelijk groen krijgt een nieuwe invulling en draagt bij aan sociaal-maatschappelijke opgaves, zoals tegengaan van eenzaamheid tot sociale samenhang en ontmoeting stimuleren. Een nieuwe kern als schakel De huidige invulling van het gebied doet aan als een onderbreking in de stedelijke structuur, terwijl het de kwaliteit heeft om schakelfunctie te vormen tussen Werkstad OverAmstel, ArenAPoort, Duivendrecht, Ouderkerk aan de Amstel en de Amstelscheg.

De nieuwe invulling van DNK zal recht doen aan dit verbindende karakter. Het is niet alleen de missende schakel tussen Amsterdam-Zuidoost en de metropool, het verbindt ook dorpskern Duivendrecht met Ouderkerk aan de Amstel. Door te spelen met de hoogtes, het toepassen van veel groen, het aanvullen met voorzieningen en het optimaliseren van infrastructuur wordt DNK een verbinding tussen het dorp en de stad, de metropool en het buitengebied.

Hoofdstuk 3

Verbinding met Amstelscheg Om een verbinding te maken met de Amstelscheg is het de ambitie van de gemeente om over de A2 een fiets- en voetgangersbrug te realiseren. Naast de verbinding van DNK met Ouderkerk aan de Amstel wordt hiermee ook een verbinding gelegd met de groene en open karakteristieke omgeving van de Amstelscheg. Een plek om te beleven, zonder dat de natuurlijke waarden worden aangetast. Verbinding met Duivendrecht In de huidige situatie is het plangebied DNK voor langzaam verkeer slecht verbonden met Duivendrecht. De voetgangersverbinding tussen Duivendrecht en DNK via het station bestaat uit slechts een trap naar het treinspoor, die niet makkelijk te vinden is. De fietser moet een flink eind omrijden om vanuit Duivendrecht naar DNK te komen. Onderdeel van de ontwikkeling van DNK is het verbeteren van de verbinding met Duivendrecht door de aanleg van een nieuwe fietsverbinding (onder de sporen door) tussen Duivendrecht en DNK. Daarmee wordt ook de verbinding tussen Duivendrecht en Ouderkerk aan de Amstel voor langzaam verkeer verbeterd. 3.3.6 Bereikbaarheid & mobiliteit Verbindingen op alle niveaus DNK vormt een schakelpunt met uitstekende verbindingen op alle niveaus. Van langzaam verkeer tot openbaar vervoer, autobereikbaarheid en evenementenverkeer. De uitdagingen die deze verkeerstromen met zich meebrengen worden integraal en smart uitgewerkt.

48

Verkeersonderzoek In opdracht van gemeente Ouder-Amstel is voor de gebieden ABPZ en DNK gezamenlijk in augustus 2019 een verkeersonderzoek verricht. Hierin zijn ook de projecten in de omliggende gebieden in Amsterdam meegenomen. In hoofdlijnen volgt hieruit dat de diverse voorgenomen ontwikkelingen binnen de gemeentegrenzen van Ouder-Amstel verkeerskundig mogelijk zijn. Vanzelfsprekend zal hier wel op enkele punten een aanpassing of verbetering van infrastructuur voor nodig zijn. Dit geldt zowel voor het OV, de auto als voor het langzaam verkeer. Dergelijke ingrepen zijn ook in de autonome situatie (zonder planontwikkeling) al gewenst. Parallel aan het opstellen van de Structuurvisie voor De Nieuwe Kern is er gewerkt aan een gemeentegrens overschrijdend mobiliteitsplan waar ook DNK onderdeel van uitmaakt (Mobiliteitsplan Zuidoostflank, www.amsterdam.nl/bereikbaarzuidoost) Het Mobiliteitsplan Zuidoostflank is in Amsterdam op 29 juni samen met de andere mobiliteitsplannen vastgesteld door het College van B&W. Het College van Ouder-Amstel alsmede het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio hebben het plan vastgesteld op respectievelijk 6 en 8 juli 2021. Het mobiliteitsplan is op 30 september 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Ouder-Amstel.

In het Mobiliteitsplan Zuidoostflank wordt beschreven welke maatregelen en investeringen nodig zijn om dit gebied in de toekomst goed bereikbaar en leefbaar te houden. Er staan ongeveer 90 maatregelen in het plan. Op hoofdlijnen gaat het om:  stimuleren van het fiets- en ov-gebruik onder bewoners, bezoekers, werknemers en forensen;  verbeteren van de kwaliteit, (sociale) veiligheid en vindbaarheid van fietsroutes;  verbeteren van fietsroutes door nieuwe verbindingen aan te leggen en knelpunten voor fiets en auto op te lossen;

Hoofdstuk 3

49

   

meer capaciteit voor bussen, treinen en metro’s en een betere doorstroming voor de HOV-bussen; verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van stations en de stationsomgeving; uitbreiding van fietsenstallingen en deelfietsen bij stations en andere plekken; sturing van het autogebruik en het bieden van alternatieven, zoals parkeren op afstand, deelmobiliteit en buurthubs.

Afb. 3.2 Gebiedsafbakening verkeersonderzoek

Integraal en smart mobiliteitsconcept Het plangebied kent een integraal mobiliteitsconcept met voorrang voor langzaam, duurzaam en schoon verkeer. Verkeersveiligheid voor alle gebruikers staat hierbij voorop. DNK zal zo goed mogelijk inspelen op de technologische en gedragsontwikkeling die voor de lange(re) termijn nog onzeker zijn. Infrastructuur voor smart mobility (de digitalisering van mobiliteit middels bijvoorbeeld ict, social media en zelfrijdende auto’s) wordt mogelijk gemaakt en bevorderd. De overgang van aanbodgericht naar vraaggericht vervoer doet de traditionele scheidslijnen tussen OV, auto en fiets vervagen. Per reis staan de mobiliteitsopties open. Bezit wordt minder belangrijk en deelconcepten verschuiven naar de voorgrond. Het autogebruik zal sterk verminderen gezien de uitstekende bereikbaarheid per openbaar vervoer en langzaam verkeer. De bereikbaarheid van de woongebieden voor fiets en voetganger vanuit de stations Duivendrecht, Bijlmer ArenA en Strandvliet wordt geoptimaliseerd, nieuwe verbindingen worden hiertoe aangelegd voor het langzaam verkeer (ook recreatieve verbindingen). De park & ride Duivendrecht wordt meegenomen als integraal onderdeel van de planvorming voor de stationsomgeving. Deze stationsomgeving moet inspireren, krijgt meer volume en straalt gastvrijheid uit.

Het stationsgebied dient zodanig aantrekkelijk te worden vormgegeven dat deze het OV-gebruik stimuleert. Optimale openbaar vervoer (OV) verbindingen Het gebied heeft een zeer goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer:  Trein: Treinstations Duivendrecht en Station Amsterdam Bijlmer ArenA bieden een intercityverbinding zowel in noord-zuid als in oost-west richting. Schiphol en Utrecht zijn met de trein binnen 20 minuten te bereiken. Op een gemiddelde werkdag in 2016 heeft station Duivendrecht circa 14.500 in- en uitstappers, er zit een lichte groei in dit aantal. Op station Duivendrecht is de oost – west verbinding het sterkst en deze zal groeien, ook door de groei van station Zuid. De noord-zuid verbinding

Hoofdstuk 3

50

heeft minder potentie vanwege de nabijheid van station Bijlmer ArenA. Station Duivendrecht heeft ondanks de verwachte groei geen vervoerskundige uitbreiding nodig vanwege overmaat. De fietsenstalling behoeft wel uitbreiding. Metro: Naast metrostation Duivendrecht grenst het metrostation Strandvliet aan het plangebied, evenals Station Bijlmer ArenA. Met de metro is Amsterdam en omgeving goed bereikbaar. Bus: Per bus is in de huidige situatie alleen het gebied rondom station Duivendrecht ontsloten. Het overige gebied dient een betere aansluiting te krijgen. Wanneer het gebied wordt ontwikkeld is de uitbreiding van het bus-netwerk een doelstelling, om een optimale bereikbaarheid met het overige OV te realiseren.

Autobereikbaarheid De autobereikbaarheid van DNK is momenteel goed, ook tijdens de spits. Hoewel het noodzakelijk autoverkeer goed gefaciliteerd wordt, is het gewenst te zorgen voor aantrekkelijke alternatieven, zowel voor (grote groepen) bezoekers als voor bewoners. Op bepaalde momenten wordt piekbelasting voorzien, bijvoorbeeld tijdens zogenaamde ‘triples’ als de ArenA, Ziggo Dome en AFAS Live tegelijkertijd evenementen hebben. Ook dan is een goede bereikbaarheid van alle functies een belangrijke ambitie, in combinatie met ontrafeling van de diverse verkeersstromen. De ontwikkeling en positionering van de SMH draagt hieraan bij. Doordat de huidige verspreid gelegen parkeerplaatsen samengevoegd worden in de SMH geeft dit naar de toekomst minder kruisende stromen op de Holterbergweg. Een toelichting op de SMH wordt gegeven in het aparte kader op de volgende pagina. De mogelijke inzet van ‘parkeren op afstand’ bij piekmomenten, bijvoorbeeld bij de Gaasperplas en het Amsterdam UMC draagt verder bij aan verspreiding van de parkeerdruk. De woongebieden worden hierdoor zoveel mogelijk gevrij-

Hoofdstuk 3

waard van verkeer als gevolg van evenementen. Daarnaast wordt dynamisch verkeersmanagement ingezet. Daarbij wordt door verkeersregelaars, het gebruik van wisselstroken en het al dan toepassen van verplaatsbare verkeerslichten en -borden het verkeer naar de juiste plek gedirigeerd. Om autogebruik te ontmoedigen beschikken nieuwe bewoners en werknemers vanaf het moment dat ze zich vestigen over aantrekkelijke alternatieven (OV, fiets, deelconcepten). Daarnaast stimuleert ook de ruimtelijke inrichting van vastgoedontwikkelingen het fiets- en OV gebruik terwijl het behoeftes tot auto parkeren verminderd. Er wordt gestuurd op het geven van mobiliteitsadvies bij de ontwikkeling van kantoren en bedrijven. De Holterbergweg is de hoofdroute voor alle vormen van verkeer. Deze is aangesloten op het hoofdwegennet en de rijkswegen. Na aanpassing/reconstructie van de Holterbergweg blijft deze de functie van stroomweg houden, met weinig aansluitingen (in totaal drie aansluitingen binnen DNK). De oversteekbaarheid van de Holterbergweg is een aandachtspunt, evenals de inpassing. Het benodigde profiel Holterbergweg ten behoeve van het mobiliteitsplan is nog niet bekend. Op dit moment wordt een strategische reservering voor deze weg aangehouden van ca. 90 meter breedte, waar technisch mogelijk kan een smaller profiel worden toegepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981156/1