Bijlage 2. Schoolloopbanenmonitor 2025.pdf
Tekst van het document
Schoolloopbanen 2025 : eindexamens en niveauwisselingen Maart 2025 Amsterdamse leerlingen slagen minder vaak voor hun eindexamen dan landelijk, vooral voor vmbo-t en havo. Dit verschil neemt toe. Daarnaast halen Amsterdamse leerlingen binnen zeven jaar vaker geen diploma op de middelbare school dan landelijk. Dit verschil is opnieuw het grootst onder leerlingen met een havo advies en deze groep neemt toe. De leerlingen die in een brede brugklas zijn gestart halen vaker een hoger diploma ten opzichte van hun advies dan gemiddeld en leerlingen met een vmbo-t diploma stapelen het vaakst een tweede diploma. In de monitor schoolloopbanen voortgezet onderwijs brengt Onderzoek en Statistiek (O&S) de onderwijsloopbanen van Amsterdamse leerlingen in kaart. We volgen leerlingen vanaf het moment dat ze een basisschooladvies ontvangen en de overstap maken naar de middelbare school, tot aan het behalen van een diploma. In dit korte rapport wordt in beeld gebracht hoeveel leerlingen voor hun eindexamen slagen en welke diploma’s er worden gehaald. Er wordt antwoord gegeven op de volgende onderzoeksvragen: 1. 2. 3. 4.
Hoeveel leerlingen slagen voor hun eindexamen en welke ontwikkeling zien we hierin? Hoeveel leerlingen halen een diploma dat overeenkomt met het niveau van het basisschooladvies en wat is hierin de ontwikkeling? Hoe ziet de schoolloopbaan eruit van leerlingen in de brede brugklas? Hoeveel leerlingen stapelen diploma’s en halen na hun diploma nog een tweede middelbareschooldiploma?
De schoolloopbanen van Amsterdamse leerlingen zijn ook visueel in beeld gebracht in dit dataverhaal.
foto: Edwin van Eis.
1
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Schoolloopbanen 2025: eindexamens en niveauwisselingen
1 Opzet cohortonderzoek In dit onderzoek volgen we alle leerlingen die in schooljaar 2011/’12 (cohort 2011) tot en met schooljaar 2017/’18 (cohort 2017) op een Amsterdamse middelbare school zijn gestart. We brengen de schoolloopbanen van deze leerlingen zeven jaar lang in beeld. Door deze tijdsspanne aan te houden kunnen we ook de schoolloopbaan van leerlingen in beeld brengen die vertraging hebben opgelopen. De data voor dit onderzoek zijn opgebouwd vanuit microdatabestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). We vergelijken in dit onderzoek het niveau van het diploma met het niveau van het basisschooladvies. Wanneer een leerling van niveau is gewisseld worden de termen ‘hoger’ en ‘lager’ niveau en ‘opstroom’, ‘doorstroom’ en ‘afstroom’ gebruikt. O&S is zich ervan bewust dat aan deze woorden een waardeoordeel kleeft en staat niet achter deze rangschikking. Een schoolloopbaan waarin wordt ‘opgestroomd’ is niet beter dan andere schoolloopbanen en een schoolloopbaan waarin wordt ‘afgestroomd’ is niet slechter. Figuur 1 Voorbeeld schoolloopbaan voortgezet onderwijs cohort 2027
2 Amsterdamse eindexamenkandidaten slagen minder vaak dan landelijk In schooljaar 2022/’23 lagen de slagingspercentages in Amsterdam tussen de 72 procent (voor havo) en 92 procent (voor vmbo-b), zie figuur 1. Vergelijken we met Nederland, dan liggen de slagingspercentages in Amsterdam op alle niveaus lager. Het verschil in het aandeel geslaagden is het grootst op vmbo-t en havo: van de Amsterdamse vmbo-t eindexamenkandidaten is 79 procent geslaagd tegenover 91 procent landelijk en van de Amsterdamse havo eindexamenkandidaten is 72 procent geslaagd tegenover 84 procent landelijk. Het aandeel geslaagden op vmbo-t en havo daalt in Amsterdam al een aantal jaren, landelijk zien we deze ontwikkeling niet terug. In schooljaar 2022/’23 legden eindexamenkandidaten voor het eerst sinds drie jaar weer een regulier eindexamen af. In de drie jaren hiervoor (schooljaar 2019/’20, 2020/’21 en 2021/’22) golden soepelere regels vanwege de Covid-19-pandemie, zoals de duimregeling waarmee een leerling een extra onvoldoende mocht halen en de mogelijkheid tot een extra herkansing. Hierdoor lagen de slagingspercentages in deze drie jaren zowel in Amsterdam als landelijk hoger dan daarvoor. In schooljaar 2022/’23 zijn de slagingspercentages ten opzichte van deze drie jaren weer gedaald, landelijk liggen ze iets lager dan vóór de pandemie het geval was.
In Amsterdam is sprake van een sterkere daling op de niveaus vmbo-b, vmbo-t en havo. In Den 2
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Schoolloopbanen 2025: eindexamens en niveauwisselingen
Haag en Utrecht is er ook sprake van een sterkere daling dan landelijk, in Rotterdam zien we dit niet terug (niet in figuur weergeven). Figuur 2 Slagingspercentages eindexamenkandidaten per onderwijsniveau, Amsterdam (wonend) en Nederland in schooljaar 2018/’19, 2020/’21 en 2022/’23
Bron: CBS Statline, bewerking O&S
3 Amsterdamse leerlingen halen vaker geen middelbareschooldiploma binnen zeven jaar dan elders Het meest recente cohort dat we kunnen volgen tot aan het diploma bestaat uit leerlingen die in schooljaar 2017/’18 op de middelbare school zijn gestart. In Amsterdam haalt 19 procent van de leerlingen binnen zeven jaar geen middelbareschooldiploma. Dit aandeel ligt relatief hoog ten opzichte van andere grote steden en Nederland: in Rotterdam betreft dit aandeel 16 procent van de leerlingen, in Den Haag en Utrecht 14 procent en landelijk 12 procent. In vergelijking met Nederland is het verschil in het aandeel leerlingen zonder diploma het grootst onder leerlingen met een advies voor havo en havo/vwo. Het aandeel leerlingen dat een lager, gelijk of hoger diploma dan het basisschooladvies haalt is in alle vier de steden en Nederland redelijk vergelijkbaar. Over het algemeen halen zes van de tien Amsterdamse leerlingen een diploma op het niveau van het basisschooladvies. Acht procent haalt een hoger diploma dan het advies en 12 procent haalt een lager diploma dan het advies. Het aandeel leerlingen dat een lager diploma haalt dan het advies neemt af. Van de leerlingen die startten in schooljaar 2011/’12 haalde 15 procent een diploma op een lager niveau. Dat is afgenomen tot 12 procent van de leerlingen in het meest recente cohort.
3
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Schoolloopbanen 2025: eindexamens en niveauwisselingen
Figuur 3. Niveau diploma t.o.v. het basisschooladvies van leerlingen in de G4-steden en de rest van Nederland, cohort 2011 en 2017
Bron: CBS, bewerking O&S
3.1 Onder leerlingen met een advies voor havo en vwo neemt het aandeel zonder diploma toe Onder leerlingen met een advies voor havo en vwo neemt het aandeel dat geen diploma haalt binnen zeven jaar toe. Onder leerlingen met een havo-advies is dit tussen cohort 2011 en cohort 2017 gestegen van 20 naar 24 procent en onder leerlingen met een vwo advies van 14 naar 17 procent. Voor beide groepen geldt dat deze stijging vooral in de laatste twee cohorten, 2016 en 2017, heeft plaatsgevonden. Ook onder leerlingen met een advies voor vmbo-t/havo en havo/vwo is het aandeel dat geen diploma haalt binnen zeven jaar licht gestegen. Onder leerlingen met een advies voor vmbo-b/k en vmbo-k is dit aandeel juist gedaald. Relatief veel leerlingen met een advies voor vmbo-b of vmbo-b/k halen binnen zeven jaar geen diploma. Dit komt doordat een groot deel van hen zonder diploma verder gaat op het mbo en daar een diploma haalt. Driekwart van de vmbo-b-leerlingen zonder middelbareschooldiploma haalt bijvoorbeeld een mbo-diploma. De daling in het aandeel leerlingen dat een lager diploma haalt dan het advies is het sterkst onder vmbo-k en vmbo-t. Leerlingen met een advies voor vmbo-k halen vaker een diploma op het niveau van het schooladvies. Leerlingen met een vmbo-t-advies halen daarnaast ook vaker een diploma op een hoger niveau.
4
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Schoolloopbanen 2025: eindexamens en niveauwisselingen
Figuur 4. Niveau diploma t.o.v. het basisschooladvies van Amsterdamse leerlingen in cohort 2011 en 2017
Bron: CBS, bewerking O&S
4 Leerlingen in brede brugklassen stromen vaker op dan gemiddeld In Amsterdam zijn er elf scholen die een brede brugklas aanbieden, waarin leerlingen met een vmbo t/m vwo-advies gezamenlijk les volgen. We hebben in beeld gebracht hoe de schoolloopbaan van leerlingen eruit ziet die in een brede brugklas zijn gestart ten opzichte van leerlingen op andere schooltypen. Hierbij is gekeken naar de leerlingen uit cohort 2015 t/m 2017. Leerlingen op scholen met een brede brugklas stromen vaker op dan gemiddeld. Zestien procent van de leerlingen die in een brede brugklas zijn gestart heeft na zeven jaar een hoger diploma dan hun basisschooladvies gehaald, tegenover tien procent gemiddeld. Zij halen ook vaker een hoger diploma in vergelijking met hun advies dan leerlingen op een brede school zonder brede brugklas. De schoolloopbaan van leerlingen die zijn gestart in brede brugklassen verschilt wel per niveau. Leerlingen met een advies voor vmbo-b t/m vmbo-t uit deze klassen halen minder vaak een lager diploma en vaker een hoger diploma dan gemiddeld. Leerlingen met een havo-advies uit brede brugklassen halen minder vaak een lager diploma dan gemiddeld, leerlingen met een havo/vwo en vwo-advies halen vaker een lager diploma dan gemiddeld.
5
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Schoolloopbanen 2025: eindexamens en niveauwisselingen
Figuur 5. Niveau diploma t.o.v. het basisschooladvies Amsterdamse leerlingen die in een brede brugklas zijn gestart in vergelijking met andere schooltypen, cohort 2015 t/m 2017
Bron: CBS, bewerking O&S
5 Leerlingen met een vmbo-t diploma stapelen het vaakst een tweede diploma Amsterdamse leerlingen met een vmbo-t diploma halen het vaakst een tweede diploma. Van alle vmbo-t gediplomeerden in cohort 2011 tot en met 2018 heeft gemiddeld 14 procent hierna een havo-diploma gehaald. Van de havo-gediplomeerden heeft gemiddeld 5 procent hierna een vwo-diploma gehaald en van de vmbo-b gediplomeerden heeft één procent een vmbo-k diploma gestapeld. De meeste stapelaars halen een tweede diploma binnen de nominale tijd. Het aandeel leerlingen dat na een vmbo-b diploma een vmbo-k diploma haalt is in ieder cohort gemiddeld wat kleiner in Amsterdam en de andere grote steden dan in Nederland: 1 procent tegenover 3 procent. Leerlingen met een vmbo-t of havo-diploma halen landelijk juist minder vaak een tweede diploma dan in de meeste andere grote steden. De verschillen tussen de grote steden zijn klein. In Rotterdam stapelen leerlingen met een vmbo-t diploma het minst vaak een havo diploma.
6
Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek
Schoolloopbanen 2025: eindexamens en niveauwisselingen
Figuur 6. Aandeel leerlingen dat na het behalen van een eerste diploma een tweede diploma heeft gestapeld, links voor Amsterdam per niveau eerste diploma en cohort en rechts Amsterdam in vergelijking met andere grote steden alle cohorten bij elkaar
Bron: CBS, bewerking O&S
Toelichting data De data voor de schoolloopbanenmonitor zijn opgebouwd vanuit microdatabestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Binnen de beveiligde omgeving van het CBS kunnen verschillende gegevens op persoonsniveau aan elkaar worden gekoppeld waardoor we de schoolloopbaan van een leerling in beeld kunnen brengen. Hieraan kunnen we ook andere achtergrondgegevens van de leerlingen toevoegen. Daarnaast is gemeentelijke data gekoppeld over welke scholen sinds 2015 een brede brugklas aanbieden. De basis van de cohortbestanden bestaat uit de inschrijvingsbestanden van het onderwijs. In deze bestanden staan (o.a.) de inschrijvingen van leerlingen in het vo met het leerjaar, niveau, en brin van de school. Het basisschooladvies en de eindtoetsscore van de leerling in het laatste leerjaar van de basisschool worden aan het bestand gekoppeld vanuit de inschrijvingsbestanden van het primair onderwijs. Het diploma dat of de diploma’s die een leerling haalt worden gekoppeld vanuit de examenbestanden van CBS.
Meer informatie…
Colofon
onderzoek.amsterdam.nl/dossier/voortgezet-onderwijs
Opdrachtgever Directie onderwijs
Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl
Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam
President Kennedylaan 923 1079 MZ Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam
Auteurs Frederique van Spijker: f.van.spijker@amsterdam.nl Joris Klingen: j.klingen@amsterdam.nl