CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Reacties op adviezen stadsdelen en stadsgebied Weesp

RAAD 10 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het wijzigingsbesluit welstandsnota: duurzame materialisering (VN2026-004209)2.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reacties op adviezen van stadsdelen en stadsgebied Weesp Behorende bij het ontwerp wijzigingsbesluit welstandsnota: duurzame materialisering maart 2026

Adviezen en reacties Het ontwerp wijzigingsbesluit welstandsnota: duurzame materialisering heeft van 27 november 2025 tot en met 21 januari 2026 ter inzage gelegen. Uit de terinzagelegging, die is aangekondigd in de krant en op de website van de gemeente, zijn geen reacties gekomen. In diezelfde periode heeft het college de stadsdelen en stadsgebied Weesp gevraagd haar te adviseren over het ontwerp wijzigingsbesluit. Het college maakt uit de reacties van de stadsdelen op dat de voorgenomen wijziging van de welstandsnota op unanieme steun kan rekenen. Een aantal stadsdelen geeft aandachtspunten mee, waar hieronder specifiek op wordt ingegaan.

Stadsdeel Centrum Het dagelijks bestuur kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen van de Welstandsnota waarmee duurzame alternatieven op traditionele materialen expliciet zijn toegevoegd als een te overwegen optie. Antwoord: Het college neemt met waardering kennis van het positieve advies van het stadsdeel. Wijzigingen: Geen wijzigingen naar aanleiding van het advies. Stadsdeel West Het Dagelijks Bestuur heeft met instemming kennisgenomen van uw wijzigingsbesluit op het ontwerp wijzigingsbesluit welstandsnota: duurzame materialisering. Het DB is een voorstander van meer ruimte voor duurzame alternatieven op karakteristieke bouwmaterialen. De voorgestelde wijzigingen in de welstandsnota zijn een nodige stap vooruit in het bevorderen van duurzaam en circulair bouwen binnen de gemeente. Het dagelijks bestuur is positief gestemd te zijn over de voorgestelde verruiming van de mogelijkheden voor materialisatie in de welstandsnota. Met het voorstel worden de mogelijkheden om duurzame materialen te gebruiken expliciet opgenomen, op een manier die recht doet aan de (bescherming van de) omgevingskwaliteit van de stad. Dit is in lijn met de gewenste verduurzaming van de bebouwde omgeving binnen Amsterdam.

Verder spreekt het dagelijks bestuur zijn waardering uit voor het gegeven dat medewerkers van de (VTH-) uitvoering ‘aan de voorkant’ zijn betrokken bij de ontwikkeling van het voorstel en dat dit uitgebreid is afgestemd met de welstandscoördinatoren (VTH) van de verschillende stadsdelen en de Commissie Omgevingskwaliteit. Het dagelijks bestuur adviseert het college om de volgende punten mee te nemen voordat het stuk definitief wordt vastgesteld. Communicatie rondom het concept ‘Wijzigingsbesluit welstandsnota’ wenselijk Uit de stukken blijkt dat de welstandsnota is geanalyseerd op de mogelijkheden voor het toepassen van duurzame materialen, zoals biobased (waaronder hout), hergebruikt en gerecycled materiaal. Uit de analyse bleek dat er weinig expliciete ruimte wordt geboden voor het gebruik van duurzame materialen. De welstandsnota wekt op dit moment de (onjuiste) indruk dat er weinig andere

mogelijkheden zijn dan het bouwen met de traditionele materialen die expliciet worden genoemd. In het licht van de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente zoals neergelegd in de Uitvoeringsagenda Circulair 2023-2026 en de maatschappelijke en economische ontwikkelingen op het gebied van bouwen is deze indruk onwenselijk. Dit heeft geleid tot de voorgestelde wijziging van de welstandsnota. Het dagelijks bestuur van stadsdeel onderschrijft de gedachte dat het wenselijk is om de onjuiste indruk die de huidige Welstandsnota wekt m.b.t. het gebruik van duurzame materialen te corrigeren. Om een bestaand beeld te corrigeren en het gebruik van duurzame materialen te bevorderen, is communicatie over de wijziging van de welstandsnota naar het oordeel van het dagelijks bestuur van belang. Het dagelijks bestuur adviseert om vergunningsaanvragers, bijvoorbeeld op het moment wanneer zij een aanvraag indienen, projectontwikkelaars en proactief te informeren over de actualisatie van het Beleidskader Monumenten [red.: de welstandsnota].

Antwoord: Het college onderschrijft dit belang van proactieve communicatie richting initiatiefnemers, en spant zich in om proactief ruchtbaarheid te geven aan dit besluit, bijvoorbeeld door middel van een bericht in vakbladen (gericht op specifieke doelgroepen zoals architecten en aannemers), gerichte brieven (aan belanghebbende partijen zoals corporaties en VVE’s) en informatie via de algemene kanalen van de gemeente (website gemeente en website Commissie Omgevingskwaliteit). Wijzigingen: Geen wijzigingen naar aanleiding van het advies. Stadsdeel Nieuw-West Het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw-West heeft kennis genomen van het voornemen om het wijzigingsbesluit welstandsnota: duurzame materialisering vast te laten stellen door de gemeenteraad. Het dagelijks bestuur is positief over de verruimde mogelijkheden (interpretatie) van duurzame materialisering waarbij zorgvuldig is gekeken naar de effecten op de ruimtelijke kwaliteit. De verruiming van de materialisering sluit aan bij de duurzaamheidsambities die de stad wil uitdragen. De essentie van het welstandskader blijft intact; de effecten van het nieuwe beleidsvoornemen op de ruimtelijke beleving lijken verwaarloosbaar. Het dagelijks bestuur vraagt wel aandacht hoe dit beleidsvoornemen zich verhoudt tot het uitgangspunt ‘Duurzaam, tenzij’.

Op basis van de huidige tekst lijkt er meer ruimte te ontstaan voor het toepassen van duurzame materialen, maar wordt nog niet expliciet gemaakt dat – wanneer duurzame materialen beschikbaar zijn – hier ook daadwerkelijk de voorkeur naar uitgaat. Concreet is het van belang te bepalen of de welstandsnota voortaan geen belemmering meer vormt voor het gebruik van duurzame materialen, of dat de welstandsnota juist beoogt het gebruik van duurzame materialen actief te stimuleren. Het dagelijks bestuur adviseert daarom dat het actief stimuleren van het gebruik van duurzame materialen leidend zal moeten zijn en dat daarbij passend instrumentarium zal worden ontwikkeld, zoals een subsidieregeling. Antwoord: Het college onderschrijft het belang van het ‘Duurzaam tenzij’ principe, en merkt tegelijkertijd op dat de welstandsnota inderdaad niet bedoeld is om actief te sturen op beleidsdoelen, anders dan een goede inpassing van bouwinitiatieven in de ruimtelijke context van Amsterdam en Weesp. Daarbij heeft de nota wel degelijk invloed op de manier waarop een bouwinitiatief in concrete zin uitgevoerd kan worden, zoals de te gebruiken materialen. Het is daarom van belang dat de nota meegaat met de

tijd, en andere positieve ontwikkelingen, in dit geval de ontwikkeling van duurzame/ circulaire/ biobased materialen, niet onnodig belemmert. Het ontwikkelen van instrumenten om duurzame materialen te stimuleren valt buiten de scope van deze beleidswijziging, maar het college onderschrijft het belang hiervan, en geeft hier als volgt invulling aan. In de geactualiseerde Omgevingsvisie staat dat Amsterdam bouwen met hout en andere biobased materialen wil opschalen. Dit gebeurt door in tenders gronduitgifte gunningscriteria op te nemen zoals Materiaalgebonden CO2 uitstoot, CO2 opslag, Herkomst materialen en Losmaakbaarheid. Zie hiervoor www.amsterdam.nl/duurzaamontwikkelen. Bij transformatieprojecten wordt het biobased bouwen gestimuleerd in gesprekken met ontwikkelaars. Daarnaast is in de Handreiking Gewoon Goed vastgelegd dat in projecten voor toekomstbestendig bouwen het modulair bouwen wordt gestimuleerd. In de praktijk blijkt dat hout daarbij een veelgebruikt materiaal is. Tenslotte wordt in het kader van het isolatieoffensief ook biobased isolatiematerialen gestimuleerd. Hier zijn subsidies voor eigenaren in specifieke gebieden beschikbaar. Zie meer op Subsidies en leningen | Duurzaam Wonen Amsterdam Deze stimulansen leiden overigens niet altijd tot een andere materialisatie van het uiterlijk van het gebouw. Dat kan per gebouw verschillen.

Wijzigingen: Geen wijzigingen naar aanleiding van het advies. Stadsdeel Zuid Met het voorgestelde wijzigingsbesluit wordt in de welstandsnota meer ruimte gegeven voor duurzame materialisering, op een manier die rechtdoet aan de (bescherming van de) omgevingskwaliteit van de stad. Het DB van Zuid adviseert positief op het voor advies aangeboden ontwerp wijzigingsbesluit welstandsnota: duurzame materialisering. Antwoord: Het college neemt met waardering kennis van het positieve advies van het stadsdeel. Wijzigingen: Geen wijzigingen naar aanleiding van het advies. Stadsdeel Zuidoost Het dagelijks bestuur (DB) van Zuidoost dankt het college voor de adviesaanvraag duurzame materialisering. Wij hebben de adviesaanvraag en de wijzigingen voor de welstandsnota met veel interesse gelezen en kunnen ons vinden in de aanpassingen. De veranderingen beslaan vooral formuleringen voor de materialiseringscriteria, zodat die meer ruimte bieden voor duurzame alternatieven. Duurzaamheid wordt opgedeeld in drie categorieën: - Duurzaam: doelend op de bijdrage aan klimaatverandering en een verantwoorde herkomst van een materiaal. - Duurzaam verouderend: doelend op de technische bestendigheid van een materiaal. - Mooi verouderend: doelend op het behoud van de uitstraling van een materiaal of zelfs het ontwikkelen van esthetische eigenschappen die over het algemeen gewaardeerd worden.

Deze formulering biedt meer mogelijkheden voor het toepassen van materialen die duurzaam zijn in een historische context. De aanpassingen zijn voor Zuidoost een welkome toevoeging aan de welstandnota. Zuidoost heeft weinig monumenten maar ziet in de aanpassingen geen belemmeringen voor het behouden of verbeteren van de kwaliteit en uitstraling van de monumenten. Ze bieden juist ziet de een kans om de monumenten duurzamer te maken als ze toe zijn aan renovatie of aanpassingen. Dit geldt zowel voor de vier gemeentelijke monumenten die Zuidoost op dit moment kent, als voor de gebouwen die mogelijk nog de monumentstatus zullen krijgen. Voor de overige gebouwen/bouwwerken die onder de welstandsnota vallen, geldt hetzelfde. Antwoord: Het college neemt met waardering kennis van het positieve advies van het stadsdeel. Wijzigingen: Geen wijzigingen naar aanleiding van het advies. Stadsgebied Weesp De bestuurscommissie van Weesp stemt in met deze aanpassing van de welstandsnota. We ondersteunen het gebruik van duurzame materialen bij nieuwbouw of verbouwingen. Daarbij is het essentieel dat VTH voldoende handvaten krijgt om hier effectief op toe te kunnen zien, zowel tijdens de toetsing vooraf als controle op de bouwplaats. Het feit dat hier apart oog voor is, kan op onze steun rekenen. Antwoord: Het college neemt met waardering kennis van het positieve advies van stadsgebied Weesp.

Wijzigingen: Geen wijzigingen naar aanleiding van het advies. Stadsdeel Oost Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost oordeelt positief over de voorgestelde verruiming van de mogelijkheden voor materialisering in de Welstandsnota. Met het voorstel worden de mogelijkheden om duurzame materialen te gebruiken expliciet opgenomen, op een manier die recht doet aan de (bescherming van de) omgevingskwaliteit van de stad. Dit acht het dagelijks bestuur in lijn met de gewenste verduurzaming van de bebouwde omgeving van Amsterdam. Met bijvoorbeeld de recente ondertekening van het Houtbouw Pact 2026-2030 voor de Metropoolregio Amsterdam werkt de gemeente eraan om van houtbouw een volwaardige ontwikkelvorm te maken. Om de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen voor 2030 te behalen zou tenminste 50% van de woningbouw in houtbouw ontwikkeld moeten worden, gecombineerd met een aanzienlijk aandeel hergebruik van beton en staal in alle woningbouwprojecten. Verder spreekt het dagelijks bestuur zijn waardering uit voor het gegeven dat medewerkers van de (VTH-) uitvoering ‘aan de voorkant’ zijn betrokken bij de ontwikkeling van het voorstel en dat dit uitgebreid is afgestemd met de welstandscoördinatoren (VTH) van de verschillende stadsdelen en de Commissie Omgevingskwaliteit.

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost heeft kennisgenomen van de voorgestelde verruiming van de mogelijkheden voor materialisering in de Welstandsnota en onderschrijft het voorstel van het

college. Antwoord: Het college neemt met waardering kennis van het positieve advies van het stadsdeel. Wijzigingen: Geen wijzigingen naar aanleiding van het advies. Stadsdeel Noord Het dagelijks bestuur adviseert het college positief over het voornemen om het wijzigingsbesluit welstandsnota: duurzame materialisering vast te laten stellen door de gemeenteraad. Daarbij verzoekt het DB om enkele aanpassingen en een aandachtspunt mee te nemen. Het dagelijks bestuur onderschrijft het belang van deze wijziging van de welstandsnota, omdat hiermee onnodige belemmeringen worden weggenomen voor het toepassen van duurzame en circulaire materialen in de gebouwde omgeving. De welstandsnota heeft een grote invloed op de materialisering van gebouwen in de stad. Het expliciet opnemen van duurzame alternatieven draagt bij aan de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale stad, conform de Uitvoeringsagenda Circulair 2023–2026.

Daarnaast stelt het DB vast dat: - de wijziging ruimte biedt voor innovatie, zonder afbreuk te doen aan erfgoed- en welstandsbelangen; - maatwerk door de Commissie Omgevingskwaliteit mogelijk blijft, doordat de systematiek van een gewogen oordeel intact is; - zorgvuldig is afgestemd met de welstandscoördinatoren (VTH) van de stadsdelen en de Commissie Omgevingskwaliteit; - de implementatie en de benodigde kennisontwikkeling binnen de VTH-keten passen binnen het bestaande jaarprogramma. Het DB verzoekt het college om bij de verdere besluitvorming de volgende aanpassingen mee te nemen: - de passages waarin wordt gesteld dat gevels ‘in de regel’ zijn uitgevoerd in beton of aluminium (zoals onder andere bij ‘Winkelgebieden (6e en 8f)’), zodanig aan te passen dat deze formulering niet sturend werkt bij nieuwbouw. Het DB onderkent dat materialen als beton en aluminium in bestaande en met name naoorlogse gebieden historisch zijn gegroeid en cultuurhistorische waarde kunnen hebben. Tegelijkertijd acht het DB het wenselijk om in de toekomst nader te bezien hoe de afweging tussen het behoud van cultuurhistorische waarden en duurzaamheidsdoelstellingen kan worden gemaakt.

Door de passages nu beschrijvend te houden voor bestaande situaties en niet richtinggevend voor nieuwbouw, kunnen duurzame alternatieven volwaardig worden meegewogen; - bij ‘Kantoren (10c)’ op pagina 211–212 het materiaal ‘staal’ te vervangen door ‘natuursteen’. De stadsdeelcommissie signaleerde hier een onjuistheid. Verder vraagt het DB aandacht voor het belang van maatwerk bij de toepassing van het kwaliteitscriterium ‘duurzame alternatieven zijn in kwaliteit gelijkwaardig’. Het DB onderschrijft het hanteren van een kwaliteitscriterium, maar acht het wenselijk dat dit criterium ruimte laat voor verschillende vormen van kwaliteit. Ook duurzame alternatieven die in de basis een andere kwaliteitsopbouw kennen, bijvoorbeeld met een strenger onderhouds- of vervangingsregime, of juist met een hogere kwaliteit, kunnen een volwaardig alternatief vormen. Het DB benadrukt dat de

beoordelingsruimte van de Commissie Omgevingskwaliteit actief moet worden benut, zodat ook deze en andere innovatieve duurzame alternatieven kunnen worden meegenomen. Het dagelijks bestuur ziet geen negatieve gevolgen van dit voorstel voor het stadsdeel en verwacht dat initiatiefnemers op een passende wijze gebruik kunnen maken van de geboden ruimte voor duurzame materialisering. Het DB adviseert het college daarom positief over het wijzigingsbesluit en ondersteunt de vaststelling daarvan door de gemeenteraad. Antwoord: Stadsdeel Noord acht het wenselijk om in de toekomst nader te bezien hoe de afweging tussen het behoud van cultuurhistorische waarden en duurzaamheidsdoelstellingen kan worden gemaakt, aangezien er nu bij nieuwbouw (nog) wordt gestuurd op materialen (zoals beton en aluminium), die ‘in de regel’ aanwezig zijn in een historisch gegroeide context. Het college onderschrijft dit punt en neemt deze afweging mee in volgende aanpassingen van de welstandsnota. In de voorliggende aanpassing is gekozen voor een duidelijke lijn: de materialen die ‘in de regel’ aanwezig zijn en passend zijn bij nieuwbouw blijven ongewijzigd. Door deze afbakening blijft het behoud van erfgoedwaarden geborgd in de nota.

Op een aantal ruimtelijke systemen na (binnenstad Amsterdam en Weesp, 19de-eeuwse Ring, Gordel ’20-’40), worden ruimere mogelijkheden voor duurzame alternatieven expliciet gemaakt in de nota, zolang die materialen ook goed passen in de context. In een volgende wijziging van de welstandsnota, of bij het opstellen van een nieuwe nota omgevingskwaliteit, zal een stap verder worden gezet. Daar zal meer fundamenteel bekeken worden in hoeverre er gestuurd kan worden op duurzaamheid in de nota, en meer specifiek welke materialen wel of niet expliciet genoemd worden in het kader van duurzaamheid. Het college kiest nu dus voor een beperkte wijziging als eerste stap in de goede richting, maar ziet de opmerking van Stadsdeel Noord als een mooie aanmoediging om dit vraagstuk op een zorgvuldige, gestructureerde manier op te pakken in een volgende wijziging. Stadsdeel Noord benoemt een onjuistheid op pagina 211–212. Het college past de nota aan zoals voorgesteld door het stadsdeel. Het woord ‘staal’ wordt vervangen door ‘natuursteen’. Stadsdeel Noord wijst op het belang van maatwerk in de beoordeling van het begrip ‘in kwaliteit gelijkwaardig’. Het college neemt deze aanbeveling ter harte. De Commissie Omgevingskwaliteit en de welstandscoördinatoren van VTH zijn uitgebreid meegenomen in de voorgenomen beleidswijziging, en onderhouden bovendien goed contact onderling.

Op deze manier blijven de collega’s op de hoogte van ontwikkelingen rondom de kwaliteit van duurzame materialisering en leren ze van elkaar. In de beleidswijziging is bovendien niet gekozen voor een uitputtende beschrijving van duurzame materialen, juist om maatwerk in de praktijk mogelijk te maken. Wijzigingen: Op pagina 211-212 wordt het woord ‘staal’ vervangen door ‘natuursteen’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17025812/2