CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Rapportage beheer en telling damherten 2021-2022.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 8 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de rapportage beheer en telling damherten 2021-2022 (VN2022-040167)9.013 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapportage beheer en telling damherten Beheerperiode 2021-2022

Rapportage beheer en telling damherten

Colofon Auteurs

‘Stichting Faunabeheereenheid NoordHolland’ Postadres Spaarne 17 2011 CD Haarlem Telefoon 023-2100223 E-mail info@fbenoordholland.nl Internet https://fbenoordholland.nl/ Eindredactie

‘Faunabeheereenheid Noord-Holland ‘

Fotografen/afbeeldingen

Kaft: shutterstock, Menno Scheafer

Rapportage beheer en telling damherten

Inhoudsopgave Inhoudsopgave........................................................................................................................................................ 1 1

Inleiding ............................................................................................................................................................ 3 Faunabeheerplan damherten ................................................................................................................................. 3 Provinciale opdrachten ter voorkoming van onnodig lijden..................................................................... 3 Gehanteerde begrippen en definities .............................................................................................................. 4 Gegevensbronnen ................................................................................................................................................. 4

2

De populatie en het plangebied ................................................................................................................ 5 De populatie ............................................................................................................................................................ 5 Het plangebied ....................................................................................................................................................... 5 Uitvoering van het beheer .................................................................................................................................. 6

3

Resultaten beheerjaar 2021-2022 .............................................................................................................. 8 Ervaringen uitvoering beheerseizoen 2021-2022. ........................................................................................ 8 Resultaten uitvoering beheer. ............................................................................................................................ 8 Jaarrond optreden in de bufferzone en nulstandsgebied ......................................................................... 9 Tendens afschotcijfers ........................................................................................................................................ 12

4

Voorkomen onnodig lijden........................................................................................................................ 13

5

De populatieontwikkeling .......................................................................................................................... 15 De telmethode ...................................................................................................................................................... 15 Resultaten .............................................................................................................................................................. 16 Tendens populatieontwikkeling ....................................................................................................................... 17 Effect op de wettelijke belangen ..................................................................................................................... 19

6

Aanbevelingen komend beheerseizoen ................................................................................................ 21 Modellering ........................................................................................................................................................... 21 Populatiebeheer: de doelstand zo snel mogelijk bereiken. .................................................................... 22 Voortzetting beheer bufferzone en buiten leefgebied ............................................................................ 23

7

Conclusies ....................................................................................................................................................... 24

Bijlage 1 ................................................................................................................................................................... 26 Valwild en actief beheer)damherten per provincie en beheerzone. .................................................................. 26

Bijlage 2 .................................................................................................................................................................. 27 Beheer en valwild per deelgebied en per zone in het beheerjaar 2021-2022 .................................................27

Rapportage beheer en telling damherten

1

Rapportage beheer en telling damherten

2

1

Inleiding Faunabeheerplan damherten

Het beheer van de populatie damherten in Noord- en Zuid-Holland is in de afgelopen jaren uitgevoerd volgens het faunabeheerplan Damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied 2016 – 2020. Inmiddels is een nieuw beheerplan voor de periode 2021-2026 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van zowel Noord- als ZuidHolland en zijn op basis hiervan de benodigde ontheffingen afgegeven. Op grond hiervan is het beheer voortgezet. Het populatiebeheer is onderdeel van een in het beheerplan beschreven samenhangend pakket aan maatregelen om de schade aan flora en fauna, het verkeer en landbouwgewassen terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau en daarbij tegelijkertijd het duurzaam voortbestaan van de populatie te garanderen. Het doel van het populatiebeheer is om de populatie damherten tijdens de looptijd van het huidige faunabeheerplan terug te brengen naar 800 tot 1000 getelde damherten, waarvan 600-800 in het leefgebied AWDBN en circa 200 in het NPZK. Buiten het leefgebied wordt een nulstand nagestreefd. Het beheerjaar loopt van 1 april tot en met 31 maart; de periode tussen de jaarlijkse tellingen. Binnen de leefgebieden wordt het beheer conform de in Noord-Holland afgegeven ontheffing uitgevoerd tussen 1 november en 31 maart. In Zuid-Holland is 1 september aangehouden als startdatum.

In de bufferzones en de nulstandsgebieden wordt jaarrond opgetreden bij dreigende schade, binnen de leefgebieden wordt populatiebeheer uitgevoerd tussen 1 november en 31 maart1. Na afloop van ieder beheerjaar wordt de voortgang van het beheer gerapporteerd en geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar resultaten van het uitgevoerde afschot, het aantal door andere oorzaken omgekomen damherten (het zogenaamde valwild), waaronder het aantal aanrijdingen met damherten, de stand van zaken ten aanzien van de flora en fauna en de getaxeerde landbouwschade en uiteraard de populatieontwikkeling aan de hand van de jaarlijkse tellingen. Dit beheerrapport bevat de gedetailleerde gegevens van het beheerseizoen 2021 – 2022. Verder wordt ingegaan op de trends vanaf de start van het beheerplan in 2016 zowel wat betreft het beheer, het valwild en de populatieontwikkeling.

Provinciale opdrachten ter voorkoming van onnodig lijden Ter voorkoming van onnodig lijden van damherten geldt in Noord- en Zuid-Holland een provinciale opdracht om zieke en gewonde damherten (en reeën) te doden. We rapporteren hier ook over het in dit kader geschoten dieren. Deze dieren worden gevat onder de noemer ‘valwild’. Dit wordt in hoofdstuk 4 verder toegelicht. In Noord-Holland is een opdracht van kracht (Wnb besluit 15, 2019) die het mogelijk maakt om in de gehele provincie, inclusief de bebouwde kom en terreinen die niet voldoen aan de vereisten van een jachtveld, zieke en gewonde damherten (Dama dama) en reeën (Capreolus capreolus) te doden ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. In Zuid-Holland is een aanwijzing van kracht op grond van de (voormalige) Flora- en faunawet, die overgangsrechtelijk geldt als ‘opdracht’. Deze aanwijzing maakt het mogelijk om in de gehele provincie gedurende het gehele jaar zieke en gewonde damherten en damherten die een acuut gevaar vormen voor de verkeersveiligheid te doden, ook in de bebouwde kom en in velden die niet voldoen aan de jachtveldvereisten (PZH-2010-178900422/ PZH-2011-299830429/ PZH-2011-301880843).

1 In het Zuid-Hollandse deel van het leefgebied is populatiebeheer toegestaan vanaf 1 september.

Rapportage beheer en telling damherten

3

De reikwijdte van beide provinciale opdrachten (voorheen aanwijzingen) is dus verschillend. In Noord-Holland kunnen alleen zieke en gewonde dieren uit hun lijden worden verlost. Herten die een direct gevaar vormen worden hier geschoten op basis van de ontheffing ‘buiten leefgebied’. In Zuid-Holland kunnen ook herten die een direct gevaar vormen geschoten worden onder dit besluit. De noodzaak van het afschot (valwild of uitvoeringbeheer) wordt altijd geregistreerd. In hoofdstuk 4 rapporteren wordt gerapporteerd over het afschot ter voorkoming van onnodig lijden of dieren die al waren overleden aan hun verwondingen.

Gehanteerde begrippen en definities Hert Hinde Spitser Smaldier Kalf Onbekend Beheer

: mannelijk damhert van 2 jaar of ouder : vrouwelijk damhert van 2 jaar of ouder : mannelijk damhert van 1 jaar oud (in 2e levensjaar) : vrouwelijk damhert van 1 jaar oud (in 2e levensjaar) : damhert in zijn/haar eerste levensjaar (kalf wordt geboren in mei/juni) : damhert niet ingedeeld in een geslachts-levensfase (soms is een van beide wel bekend) : onder beheer wordt in dit rapport verstaan: Het planmatig en gecoördineerd beheer van

damherten door middel van afschot ter voorkoming van onevenredige schade aan maatschappelijke belangen op basis van het faunabeheerplan. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘actief beheer’ als

onderscheid van het ‘reactief beheer’ (het uit het lijden verlossen van damherten). Valwild : alle damherten die door andere redenen dan het planmatig beheer zijn overleden. Daaronder vallen zowel damherten die zijn gestorven of uit hun lijden zijn verlost als gevolg van een aanrijding, of andere oorzaken als damherten die dood zijn gevonden en wellicht een natuurlijke dood zijn gestorven.

Gegevensbronnen Elk geschoten damhert en valwild wordt met precieze aanduiding van de locatie ingevoerd in een provinciale digitale registratiesystemen. In Noord-Holland is dat het Fauna Registratiesysteem (FRS) of het daaraan gekoppelde Boa2 Registratiesysteem (BRS). In Zuid-Holland is dat DORA. Damherten die een natuurlijke dood zijn gestorven blijken niet altijd te worden geregistreerd. Wat in deze rapportage is gerapporteerd als valwild betreffen dus voornamelijk dieren die door een onnatuurlijke oorzaak zijn gestorven. Eind maart/begin april vinden elk jaar de tellingen plaats van het aantal damherten. Beheerders en tellers hebben momenteel nog tot eind april de mogelijkheid hun gegevens in te voeren en te verifiëren. Dat betekent dat definitieve geverifieerde gegevens voor analyse beschikbaar zijn vanaf begin mei. Op basis van de in de datasets aangegeven coördinaten zijn via een Geografisch InformatieSysteem (GIS) selecties gemaakt voor de in het beheerplan onderscheiden deelgebieden.

2 Boa = Buitengewoon opsporingsambtenaar.

Rapportage beheer en telling damherten

4

2

De populatie en het plangebied De populatie

De populatie damherten in het plangebied leeft vrijwel geheel in de duingebieden Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD), De Blink en Boswachterij Noordwijk (samen aangeduid als leefgebied AWD-BN) en in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (aangeduid als leefgebied NPZK). In totaal omvat het leefgebied ruwweg de duinen tussen IJmuiden en Noordwijk. De populatie is in leefgebied NPZK in de jaren ’50 gestart met enkele uitgezette dieren. Van daaruit zijn dieren uitgezworven door de regio en in de loop der jaren her en der aangevuld met uit privécollecties losgelaten en/of ontsnapte dieren. Sinds de jaren ’90 is met name in de AWD de populatie snel gaan groeien, doordat daar geen actief beheer plaatsvond. In het NPZK is in de periode vanaf eind jaren 1980 tot 2009 door actief beheer een populatie van 200 dieren nagestreefd, waardoor de populatie nooit het niveau heeft bereikt zoals in de AWD. Tussen 2009 en 2016 heeft ook in het NPZK geen beheer van de populatie plaatsgevonden omdat daarvoor de benodigde ontheffingen ontbraken. In die jaren is ook deze deelpopulatie flink toegenomen. Vanaf 2016 wordt in de leefgebieden een vorm van populatiebeheer toegepast om de populatie terug te brengen naar de streefstand van in totaal 800-1000 dieren te bepalen volgens de methode van de jaarlijkse tellingen.

In het buiten het als leefgebied aangewezen gebied is het vóórkomen van damherten ongewenst en wordt een zogenaamde nulstand nagestreefd.

Het plangebied Het plangebied ligt tussen IJmuiden en Den Haag en ligt in de provincies Noord- en Zuid-Holland, zie Figuur 1. Het plangebied is opgedeeld in vier deelgebieden (A, B, C en D), die van elkaar zijn gescheiden door bebouwing, infrastructuur of water. Binnen ieder gebied wordt onderscheid gemaakt in een leefgebied voor damherten met daarbinnen een bufferzone. Buiten het leefgebied ligt een zogenaamd nulstandgebied. -

-

-

Leefgebied: het groen omrande deel van de kaart: het gaat hier om (voornamelijk) duingebied, waarin een

damhertenpopulatie van 800-1000 (getelde) dieren zich kan en mag handhaven. De totale omvang van de vier leefgebieden is 10.248 ha. Bufferzone: dit zijn zones in de randen van de leefgebieden waar damherten frequent het leefgebied verlaten en daarbij een risico opleveren voor het verkeer, schade op landbouwgronden en/of in de bebouwde kom komen. Deze zones horen bij het leefgebied, maar er gelden andere beheervoorwaarden. In een bufferzone kan de beheerder jaarrond gericht ingrijpen om te voorkomen dat herten het leefgebied verlaten en hierdoor voor schade en overlast zorgen. Het zijn vrijwel alleen mannelijke dieren die dit doen. Nulstandgebied: de zone binnen het plangebied (rode lijn) en buiten het leefgebied (groene lijn). Het gaat hier om (voornamelijk) agrarisch en bebouwd gebied. In deze zone zijn damherten ongewenst vanwege de risico’s voor het verkeer en schade. Het hele jaar door is ingrijpen toegestaan om de gewenste nulstand te bereiken.

Binnen gebieden A, B, C en D bevinden zich van noord naar zuid onderstaande leefgebieden:

Leefgebied Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK)

Het leefgebied NPZK bestaat uit het noordelijkste deel van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en bevat het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Het is een duingebied gelegen tussen IJmuiden en Zandvoort. Het is in beheer bij Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN), Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de gemeenten Velsen, Bloemendaal en Zandvoort en een aantal particuliere landgoedeigenaren. Dit leefgebied is circa 3402 ha groot. Rapportage beheer en telling damherten

5

Leefgebied Amsterdamse Waterleidingduinen-Boswachterij Noordwijk (AWD-BN)

Het leefgebied AWD-BN bestaat uit het zuidelijkste deel van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Het is een duingebied tussen Zandvoort en Noordwijk aan Zee en bevat de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD), Het Langeveld, De Blink en Boswachterij Noordwijk. Dit leefgebied ligt voor een deel in Noord-Holland en een deel in Zuid-Holland. De AWD en het grootste deel van De Blink zijn eigendom van de gemeente Amsterdam en in beheer bij Waternet. Het Langeveld en een deel van De Blink worden beheerd door het Zuid-Hollands Landschap. Staatsbosbeheer is de beheerder van Boswachterij Noordwijk en het westelijke deel van De Blink. Alles bij elkaar is het leefgebied circa 4059 ha groot.

Leefgebied Coepelduynen (CPD)

Het leefgebied CPD bestaat uit het Natura 2000-gebied de Coepelduynen, dat zich bevindt tussen Noordwijk aan Zee en Katwijk. Het is grotendeels in beheer bij Staatsbosbeheer en het is circa 152 ha groot.

Leefgebied Meijendel en Berkheide (M&B)

Leefgebied M&B bestaat uit het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide en ligt tussen Katwijk en Den Haag. Het is in beheer bij Dunea en Staatsbosbeheer en het is circa 2635 ha groot.

Uitvoering van het beheer Het beheer in de leefgebieden wordt vrijwel geheel uitgevoerd door de eigen boswachters van de terreinbeherende natuurorganisaties (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, PWN, Waternet) en in een enkel geval door een daarvoor ‘ingehuurde’ faunabeheerder. Het beheer buiten de in dit plan aangewezen leefgebieden wordt in de natuurterreinen van het Noord-Hollands Landschap uitgevoerd door de eigen boswachters en daarbuiten door enkele leden van de Wildbeheereenheden (WBE)Zuid-Kennemerland (Noord-Holland) en Duin- en Bollenstreek (Zuid-Holland). Het beheer in het kader van de opdracht ter voorkoming van onnodig lijden (voornamelijk de afhandeling van wildaanrijdingen) is in Noord-Holland belegd bij de Stichting Wildaanrijdingen Nederland. De praktische uitvoering wordt verzorgd door een valwildteam van de WBE Zuid-Kennemerland. In Zuid-Holland wordt dit beheer uitgevoerd door een valwildteam van de WBE Duin- en Bollenstreek.

Rapportage beheer en telling damherten

6

Figuur 1: het plangebied uit het beheerplan Damherten met de ligging van de deelgebieden, de leefgebieden en de bufferzones daarin.

Rapportage beheer en telling damherten

7

3

Resultaten beheerjaar 2021-2022 Ervaringen uitvoering beheerseizoen 2021-2022.

Het beheer heeft volgens planning kunnen plaatsvinden. In de periode rond kerst is, zoals gebruikelijk, geen actief beheer uitgevoerd. Het NPZK is het beheer weer gestart op 3 januari, in de AWD een week later. Naar aanleiding van de beheerevaluatie in het voorgaande seizoen is de beheercapaciteit en -inspanning in het NPZK fors vergroot.

Resultaten uitvoering beheer. In het beheerjaar 2021-2022 zijn in het hele plangebied 3443 damherten geschoten en 98 als valwild omgekomen. In totaal zijn 285 stuks buiten de aangewezen leefgebieden geschoten of door andere oorzaken overleden. In tabel 1 staat het aantal geschoten damherten inclusief valwild weergegeven voor de verschillende beheerzones en per geslachts-leeftijdscategorie. Samen vormen deze aantallen de totale reductie van de populatie. In bijlage 1 staan de aantallen uitgesplitst per provincie en in bijlage 2 gesorteerd per deelgebied uitgesplitst naar beheer en valwild. Veruit de meeste damherten zijn in de leefgebieden geschoten, bovendien bijna allemaal in de leefgebieden NPZK (deelgebied A) en AWD-BN (deelgebied B). In de leefgebieden Coepelduynen (deelgebied C) en Meijendel-Berkheide (D) komt geen populatie damherten voor maar, met enige regelmaat worden wel damherten aangetroffen (en geschoten) in het aangrenzende nulstandsgebied. Afgelopen beheerjaar zijn hier in totaal 3 damherten geschoten en 2 gestorven als valwild. Tabel 1: totale reductie populatie als gevolg van het beheer plus valwild in seizoen 2021-22.

Zone (Provincie) deelgebied A (NH) deelgebied B (NH+ZH) Totaal leefgebied deelgebied A (NH) deelgebied B (NH+ZH) Totaal bufferzone deelgebied A (NH) deelgebied B (NH+ZH) deelgebied C (ZH) deelgebied D (ZH) Totaal buiten leefgebied Totaal

Hert Hinde Kalf Leefgebied (excl. buffer) 45 308 237 142 1220 1010 187 1528 1247 Leefgebied‐Bufferzone 49 64 77 89 6 7 138 70 84 Buiten leefgebied 109 3 3 147 4 6 2 0 0 3 0 0 261 7 9 Totalen 586 1605 1340

Onbekend

Totaal

0 0 0

590 2372 2962

2 0 2

192 102 294

6 2 0 0 8

121 159 2 3 285

10

3541

In de leefgebieden, inclusief de daarin gelegen bufferzones, zijn vooral vrouwelijke damherten en hun kalveren geschoten. Daarmee is niet alleen de populatie verkleind, maar ook de groeisnelheid verlaagd. Het zijn immers de vrouwelijke dieren die jongen voortbrengen. In de bufferzone van het leefgebied zijn in totaal 294 damherten geschoten of als valwild aangetroffen. Buiten het leefgebied zijn er 285 damherten geschoten of gestorven als valwild. Buiten het leefgebied zijn hoofdzakelijk mannelijke damherten aangetroffen. Rapportage beheer en telling damherten

8

In figuur 2 zijn per zone de geslachts-leeftijdscategorie weergegeven van de geschoten of als valwild aangetroffen damherten. In het leefgebied (buiten de bufferzones) was 94% van de geschoten dieren een hinde of kalf. Van de geschoten kalveren was 57% van het mannelijk geslacht. In de bufferzone maakten hinden en kalveren 52% uit van het totaal. De kalveren in deze zone waren voor 64% van het mannelijk geslacht. De buiten het leefgebied geschoten dieren zijn bijna allemaal van het mannelijk geslacht. Ook de kalveren waren voor het grootste deel mannelijk. Het feit dat in de bufferzone en buiten het leefgebied in de meerderheid mannelijke damherten zijn geschoten vloeit grotendeels voort uit het exploratieve gedrag van de mannelijke dieren. Hinden en hun kalveren leven meer in de kern van de leefgebieden dan aan de randen. Bovendien verlaten ze de veilige leefgebieden nauwelijks.

Figuur 2: procentuele verdeling van de in het kader van actief beheer geschoten damherten en aangetroffen valwild in de verschillende beheerzones verdeeld over de geslachten en leeftijdsfase.

Jaarrond optreden in de bufferzone en nulstandsgebied Om schade aan wettelijke belangen buiten het leefgebied (verkeer en landbouw) te voorkomen, is in de bufferzone en het nulstandsgebied jaarrond opgetreden. Buiten het leefgebied zijn in het actief beheer in Noord-Holland 73 damherten geschoten en 131 in Zuid-Holland (zie bijlage 1). Het overgrote deel van de damherten in deze zone is echter geschoten in de beheerperiode zoals die voor de rest van het leefgebied geldt (1 nov-31 mrt). Zie daarvoor Figuur 3. Hierin is het aantal tijdens het actief beheer geschoten damherten in de bufferzone en buiten het leefgebied uitgezet per maand over het afgelopen beheerjaar. Te zien is dat er in het voorjaar en zomer maandelijks een relatief gering aantal dieren is geschoten, maar in de herfst- en winterperiode is dat aantal beduidend hoger. De aantallen beginnen op te lopen in oktober. De meest voor de hand liggende verklaring is dat dit te maken heeft met het aanbreken van de bronstperiode. Een deel van de jonge mannelijke dieren vermijden de intensief gebruikte bronstplekken met de sterkste mannelijke damherten en gaan op zoek naar rustigere gebieden. Na de bronst zijn de meeste mannelijke dieren uitgeput en moeten ze snel weer op krachten komen voor de winter. De voedselbehoefte is dan groot.

De grassen en kruiden in het duingebied zijn echter in hoeveelheid al afgenomen en bieden bovendien nog maar weinig voedingswaarde. Bermen, bemeste graslanden, maar ook parken en tuinen vormen dan een aantrekkelijk alternatief. De hinden met hun kalveren kiezen meer voor de veiligheid van hun bekende leefomgeving in de kern van het leefgebied. In de loop van de winter zijn de herten weer op krachten gekomen en verkiezen dan weer meer de veilige duingebieden. Ook het consequent uitgevoerde beheer in de bufferzone en daarbuiten draagt bij aan die afname. In maart lijkt er weer sprake van een kleine toename van dieren buiten het leefgebied. Het vermoeden is dat dit wordt veroorzaakt doordat de groei in de tuinen en parken iets eerder op gang komt dan in het duingebied en deze dan aan het eind van de winter (wederom) een aantrekkelijke voedselbron vormen als in de leefgebieden weinig eetbare biomassa over is. Rapportage beheer en telling damherten

9

70

Aantal geschoten

60 50 40 30 20 10 0

Bufferzone

Buiten leefgebied

Figuur 3: aantal in het actief beheer geschoten damherten beheerjaar 2021-22 per maand in de bufferzone en buiten het leefgebied.

In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. Figuur 4 zijn de locaties getoond van geschoten damherten buiten de leefgebieden en in de bufferzones van Noord-Holland. In Figuur 5 is dit weergegeven voor Zuid-Holland. Te zien is dat in Noord-Holland beheer buiten het leefgebied vooral heeft plaatsgevonden langs de randen van het leefgebied NPZK. Dit natuurgebied heeft veel landschappelijk geleidelijke overgangen naar de bebouwde omgeving. Vrijwel overal staan langs de rand van dit gebied weliswaar hekken, maar die zijn bijna nergens hoog genoeg om damherten tegen te kunnen houden. Bovendien kunnen de herten het gebied in en uit via diverse toegangspoorten voor bezoekers. De AWD is voor het grootste deel omgeven door een hekwerk dat hoog genoeg is om te voorkomen dat damherten het gebied verlaten. Alleen aan de westzijde van dit gebied kunnen de herten het gebied nog verlaten. In Zuid-Holland (Figuur 5) zijn 3 damherten geschoten buiten het leefgebied in de omgeving van Wassenaar. Verder heeft vooral afschot moeten plaatsvinden in de bufferzone en direct buiten het leefgebied van Boswachterij Noordwijk.

Rapportage beheer en telling damherten

10

Figuur 4: Opgegeven locaties van geschoten damherten in Noord-Holland buiten de leefgebieden (oranje) en in de bufferzones (geel) in het beheerjaar 2021/2022.

Figuur 5: Opgegeven locaties van geschoten damherten in Zuid-Holland buiten de leefgebieden (oranje) en in de bufferzones (geel) in het beheerjaar 2021/2022.

Rapportage beheer en telling damherten

11

Tendens afschotcijfers In figuur 6 is het afschot per beheerjaar uitgezet. Er zijn in het afgelopen beheerjaar meer damherten geschoten dan in het vorig beheerjaar. Dit hogere aantal is vooral het gevolg van de verhoogde inspanning, vooral in het leefgebied NPZK (A), maar ook in leefgebied AWD-BN (B) is meer geschoten dan in het voorgaand beheerjaar. In beheerjaar 2020-21 was de inspanning in de leefgebieden juist iets lager dan de twee voorgaande beheerjaren. Een korte periode met vorst en sneeuw, de coronamaatregelen en de extra drukte in het duingebied legden toen beperkingen op aan de uitvoering. In de eerste beheerjaren zien we nog hele lage aantallen. In Noord-Holland was de ontheffing voor het populatiebeheer sinds begin 2016 van kracht, maar als gevolg van nog lopende juridische procedures is het populatiebeheer pas goed op gang gekomen vanaf 1 november in dat jaar (beheerjaar 2016/17). In Zuid-Holland is op grond van het aanwijzingsbesluit al eerder gestart met het beheer van zieke en gewonde damherten en damherten die een acuut gevaar vormen voor de verkeersveiligheid. Tijdens de beheerperiode 2016/2017 en 2017/2018 was het gerealiseerde afschot binnen het leefgebied iets minder hoog dan in de latere seizoenen.

De weersomstandigheden (bij sneeuw of vorst wordt niet beheerd) en vooral de noodzakelijke inzet op reactief beheer (veel verzwakte dieren) waren hiervoor bepalend. In 2020/2021 waren de coronamaatregelen enigszins beperkend voor de uitvoer.

Figuur 6: aantal geschoten damherten per beheerjaar en per beheerzone.

Rapportage beheer en telling damherten

12

4

Voorkomen onnodig lijden

In het kader van de provinciale opdrachten van zowel Noord- als Zuid-Holland wordt jaarrond opgetreden om onnodig lijden van damherten (en reeën) te voorkomen (zie 1.2). Damherten die door andere oorzaken dan het beheer zijn omgekomen, worden ook wel benoemd als ‘valwild’. In de praktijk worden damherten die een natuurlijke dood zijn gestorven niet of nauwelijks geregistreerd als valwild. Het gaat hier dus vooral over herten die zijn gestorven door onnatuurlijke oorzaken anders dan het planmatig beheer volgens het beheerplan. Afgelopen beheerjaar zijn 60 meldingen gedaan van aanrijdingen met een damhert en 36 meldingen van valwild door andere of onbekende oorzaken. Het aantal aanrijdingen fluctueert jaarlijks maar ligt in lijn met het aantal uit voorgaande jaren. In het beheerjaar 2020-21 werden minder aanrijdingen gemeld (39 stuks). Boswachters van de terreinbeheerders en leden van het valwildteam vermoeden sterk dat de avondklok3 -die een deel van de tijd van kracht was- heeft bijgedragen aan het lagere aantal aanrijdingen in dat beheerjaar. De andere bronnen van valwild zijn in de recentere jaren voor een belangrijk deel loslopende honden die herten opjagen, maar soms raken herten ook gewond door hekken of andere obstakels. In dit laatste geval is het voorstelbaar dat dit ook is gebeurd doordat ze werden opgejaagd door loslopende honden.

In de eerste jaren was een deel van het “overig” valwild ook te wijten aan voedselgebrek. Het ene individu leek zich beter aan te kunnen passen aan de omstandigheden dan het andere. Het aantal dieren dat door andere oorzaken dan aanrijdingen is gestorven vertoont een dalende tendens4.

100

Noord-Holland Zuid-Holland

308

90 80 70 60

63

50

52

40

10 0

50

39

30 20

53

51

31 21 0

39

35

31

12 1

7

7

8

7

9

6

4

2

4

8

32 7

6

15/16 16/17 17/18 18/19 19/20 20/21 21/22 overig 15/16 16/17 17/18 18/19 19/20 20/21 21/22

Aanrijding

Overige oorzaken

Figuur 7: jaarlijks aantal vermelde doodsoorzaken van niet door actief beheer gestorven damherten opgesplitst per provincie.

In dit beheerjaar is het meeste valwild aangetroffen in deelgebied A gevolgd door deelgebied B. In figuur 8 zijn de locaties aangegeven van het aangetroffen valwild uitgesplitst naar doodsoorzaak. Aanrijdingen komen beduidend 3 Van 23 januari 2021 t/m 31 maart gold een avondklok vanaf 21:00 uur en tot 28 april gold de avondklok vanaf 22:00 uur. 4 Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre dit wordt beïnvloed door de gewoonte dood gevonden dieren wel/niet te registreren.

Rapportage beheer en telling damherten

13

vaker voor in deelgebied A (rond het NPZK) dan in deelgebied B (rond leefgebied AWD-BN) en zijn daar ook verantwoordelijk voor 64% van het valwild, terwijl dat in deelgebied B nog geen kwart van de gevallen betreft. Om onnodig lijden te voorkomen is binnen de AWD (onderdeel van leefgebied AWD-BN) vooral in de beheerperiode een aantal gewonde of om andere reden in slechte conditie verkerende damherten geschoten.

Figuur 8: locaties valwild gesplitst naar doodsoorzaken aanrijding (oranje) en overige oorzaken (groen).

Rapportage beheer en telling damherten

14

5

De populatieontwikkeling De telmethode

Om schade aan de wettelijke belangen flora en fauna, verkeersveiligheid en landbouw tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen is het doel van het populatiebeheer de omvang van de populatie damherten te beperken tot een getelde populatie van 800-1000 damherten, waarvan 600-800 in het leefgebied AWD-BN en circa 200 in leefgebied NPZK. In de leefgebieden Coepelduynen en Meijendel-Berkheide leeft (nog) geen populatie damherten. Om de ontwikkeling van de populatie te monitoren wordt jaarlijks de stand van de populatie damherten vastgesteld. De tellingen zijn deels onderdeel van een reguliere monitoring van de natuurwaarden in de natuurterreinen en het resultaat is ook toetsend (“zijn we op de goede weg”) en richtinggevend (“hoeveel moet er nog worden geschoten”) voor de jaarlijkse beheeropgave bij het beheer van de populatie damherten in de regio. De tellingen worden steeds op dezelfde wijze uitgevoerd, waardoor een betrouwbaar beeld van de populatieontwikkeling ontstaat. Het jaarlijkse getelde aantal moet worden geïnterpreteerd als het op dat moment met zekerheid minimaal aantal aanwezige damherten. Het werkelijk aantal is groter, maar hoeveel groter is nog niet goed bekend. Waternet verricht in de Amsterdamse Waterleidingduinen wel onderzoek hiernaar. De resultaten zijn nog niet helemaal duidelijk.

De tellingen worden gecoördineerd door de Faunabeheereenheden (FBE’s) van Noord- en Zuid-Holland en uitgevoerd door de wildbeheereenheden (WBE’s) en de terreinbeheerorganisaties (TBO’s). De resultaten van damhertentelling in 2022 zijn door de FBE-NH geanalyseerd en vervolgens gepresenteerd in deze rapportage. Drie keer tellen. De telling wordt uitgevoerd conform het Protocol damherten en reetelling Noord- en Zuid-Holland, dat is te vinden op de websites van de FBE’s Noord- en Zuid-Holland. Hier volstaan we met een korte beschrijving van de methode. De tellingen worden uitgevoerd aan het einde van de winter (eind maart, begin april). Een telling bestaat uit drie opeenvolgende telrondes. Er wordt drie keer circa 2,5 uur lang geteld, rond respectievelijk de avond-, ochtend- en avondschemering. De resultaten worden verwerkt per deelgebied zoals beschreven in hoofdstuk 2. Een deelgebied bestaat uit een aantal afzonderlijke telsectoren die elk simultaan door een eigen telploeg worden geteld. Van elke telronde worden de resultaten van de afzonderlijke sectoren opgeteld tot een totaalscore voor de betreffende telronde. Het hoogste resultaat van de drie telrondes wordt gebruikt als getal voor de minimale aanwezige populatie en waarmee een nieuw trendgetal wordt bepaald. Proces Het tellen gebeurt vanuit een auto.

De telploegen bestaan ten minste uit twee tellers, waarvan minimaal één teller ervaring heeft met herkennen van reeën en damherten. In een aantal telsectoren is tellen vanuit een auto niet mogelijk, daar wordt lopend of fietsend geteld. In dat geval voldoet één ervaren teller. Iedere telploeg telt in een vastgestelde telsector langs een vastgestelde telroute. De telploegen noteren de waargenomen dieren op de geleverde telformulieren. Waargenomen damherten worden ingedeeld in categorieën van leeftijdsgroepen en geslacht (jargon: het ‘aanspreken’), mits goed waar te nemen. Na afloop van de tellingen voeren de contactpersonen de gegevens in de digitale registratiesystemen van de faunabeheereenheden: FRS (www.faunaregistratie.nl) in Noord-Holland en Dora (www.fbezh.nl) in Zuid-Holland. De telresultaten zijn verwerkt volgens het telprotocol. De telling van 2022 De tellingen vonden plaats op 6 en 7 april. De weersomstandigheden waren relatief slecht met wind en regen, Tijdens de eerste telronde waren de omstandigheden met lichte regen nog matig te noemen. De 2e en 3e telronden waren met flinke regen en wind ronduit slecht. Zie Tabel 2 voor de details.

Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre de telresultaten worden beïnvloed door de weersomstandigheden, maar het is aannemelijk dat bij erg slecht weer een iets kleine percentage van de werkelijke aantallen wordt geteld dan onder gunstige omstandigheden. De praktijkervaring is dat bij stevige wind en regen de dieren zich wat meer in de Rapportage beheer en telling damherten

15

luwte van de dekking ophouden en het open veld wat vermijden. Toch zullen ze wel op zoek moeten naar voedsel, dus helemaal onvindbaar worden ze zeker niet. Door de regen wordt ook het zicht vanuit de auto belemmerd. Voorgaande jaren waren de telomstandigheden meestal uitstekend. Het is mede door deze wisselende weersomstandigheden van belang naar de langjarige trend te kijken en de beheeropgave elk jaar bij te stellen aan de hand van de recente resultaten. Tabel 2: tijdstippen en weersomstandigheden damhertentelling 2022.

Datum

Dagdeel

Tijdstip

Wind richting

Kracht

Bewolking

Neerlag

Gem. temp. Tijdens telling

6 april 2022

avond

18:25 – 21:00 uur

ZW

3‐4 Bft

bewolkt

lichte regen

9o C

7 april 2022

ochtend

06:30 – 9:00 uur

ZW

5 Bft

bewolkt

regen

4o C

7 april 2022

avond

18:25 – 21:00 uur

ZW

5 Bft

bewolkt

regen

8o C

Resultaten Zowel in deelgebied A (NPZK) als B (AWD-BN) leverde de 1e telronde (avondtelling) het hoogste resultaat op. De cijfers uit die hoogste telronde worden hier gepresenteerd voor de trendgegevens. In de deelgebieden C (Coepelduynen) en D (Meijendel-Berkeheide) zijn geen damherten waargenomen tijdens de tellingen. In totaal zijn er 2405 damherten waargenomen. Daarvan is 85% geteld in deelgebied B en dan nog vooral in het leefgebied daarvan, AWD-BN (zie Tabel 3). De populatie in deelgebied B is bijna 6 maal zo groot als in deelgebied A. Buiten het leefgebied zijn nog maar weinig damherten waargenomen tijdens de tellingen. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen damherten voorkomen buiten de leefgebieden. Waarnemingen die in de loop van het jaar worden gedaan bevestigen dat er nog wel degelijk tientallen damherten met enige regelmaat buiten de leefgebieden zijn te vinden. Meldingen van aanrijdingen met damherten (zie hoofdstuk 4) en de afschotgegevens in het kader van het nul-standsbeleid bevestigen dit ook. Tabel 3: Aantal getelde damherten binnen en buiten het leefgebied.

Binnen Buiten Doelstand Deelgebied Provincie leefgebied leefgebied Totaal leefgebied 307 43 350 A Noord-Holland 200 2022 33 2055 B Noord-/Zuid-Holland 600-800 0 0 0 C Zuid-Holland niet geformuleerd 0 0 0 D Zuid-Holland niet geformuleerd 2329 76 2405 TOTAAL 800-1000 Als we meer in detail kijken naar de samenstelling van de populaties in de leefgebieden A (NPZK) en B (AWD-BN) blijken die (nog altijd) sterkt te verschillen. In Figuur 9 is dit voor beide gebieden weergegeven. Als we de dieren die qua geslacht en leeftijdsgroep niet zijn ingedeeld buiten beschouwing laten, maken in leefgebied NPZK mannelijke damherten van 1 jaar en ouder (herten en spitsers) 31% uit van de waargenomen dieren, terwijl in deelgebied AWDBN die bijna 60% van het aantal waargenomen dieren betreffen. De omgekeerde verdeling geldt uiteraard voor de hinden en kalveren, die zijn in de ruime meerderheid waargenomen in leefgebied NPZK en in leefgebied AWD-BN maken ze nog geen derde uit van de waargenomen dieren. Dit verschil is te verklaren door de verschillende beheerstrategieën in de beide deelgebieden (zie 5.3). Tellers in deelgebied B stellen met vrij grote zekerheid te weten dat de groep ‘onbekend’ vooral uit hinden en kalveren bestaat en wellicht een enkele spitser met een klein ontwikkeld gewei.

Dat klinkt aannemelijk, want volwassen mannelijke dieren zijn immers eenvoudig te herkennen aan hun duidelijk aanwezige gewei. Daarom is de groep ‘onbekend’ naar rato verdeeld over de hinden en kalveren en wordt het beeld over de samenstelling van de populaties nog duidelijker (Figuur 10). De populatie in leefgebied NPZK bestaat voor 59% uit hinden en nog eens 18% aan kalveren. De helft van die kalveren zal van het vrouwelijk Rapportage beheer en telling damherten

16

geslacht zijn. De populatie bestaat dus voor meer dan de helft uit vrouwelijke dieren. In leefgebied AWD-BN maken vrouwelijke damherten net geen derde uit van de populatie.

kalf 16%

onbekend 10%

Hert 18%

Spitser 13%

kalf 12%

onbekend 12% Hert 47%

Hinde 17% Hinde 43%

Spitser 12%

Figuur 9: samenstelling van de populaties damherten in leefgebied NPZK (links) en AWD-BN (rechts) volgens de telling van 2022.

kalf 18%

kalf 17%

hert 31%

hinde 24%

hert 59%

hinde 51%

Figuur 10: Samenstelling van de populaties damherten in leefgebied NPZK (links) en AWD-N (rechts.) na verdeling van de groep niet-aangesproken damherten.

Tendens populatieontwikkeling Zowel in het leefgebied NPZK als leefgebied AWD-BN vertoont de populatie-omvang een significante dalende tendens (regressie p<0,05). De doelstand is echter nog niet bereikt. In Figuur 11 is de populatietrend voor beide leefgebieden weergegeven. De resultaten van 2020 en 2021 noopten tot een bijstelling van het beheer in

Rapportage beheer en telling damherten

17

leefgebied NPZK. In het afgelopen beheerseizoen heeft men hier goed uitvoering aan kunnen gegeven (zie 3.2), waardoor de dalende tendens van voor 2020 weer is voortgezet. 4500 4000

1000

3500

800

3000 2500

600

2000 1500

400

1000

200

500

0 2014

2016 2018 Leefgebied NPZK

2020 2022 Leefgebied AWD-BN

Geteld aantal leefgebied B (AWD-BN)

geteld aantal leefgebied A (NPZK)

1200

0 2024

Figuur 11: tendens aantal getelde damherten in de leefgebieden NPZK en AWD-BN.

Leefgebied NPZK Beheerders in het NPZK hebben afgelopen jaren veel inspanning gepleegd om de schade en overlast van damherten die het gebied verlaten of dreigen te verlaten te reduceren. Daarvoor heeft relatief veel beheer plaatsgevonden in de bufferzone, waar zich voornamelijk de mannelijke damherten ophouden. Het zijn ook deze dieren die juist frequent het natuurterrein verlaten en zorgen voor schade en gevaarlijke situaties in het verkeer en aan particuliere eigendommen. Daardoor bleef er onvoldoende capaciteit over voor de reductie van het aantal hinden. Deze zijn echter bepalend voor de groei van een populatie. De telresultaten van 2020 en 2021 maakten duidelijk dat een bijstelling van de beheerinzet noodzakelijk was. Daar is in beheerseizoen 2021-22 goed invulling aan gegeven (zie hoofdstuk 3) waardoor de dalende tendens van de populatie weer is voortgezet. 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2015

2016

2017

2018 hert

2019 hinde

2020 kalf

2021

2022

2023

Figuur 12: tendens en geteld aantal herten, hinden en kalveren in leefgebied NPZK.

In Figuur 12 zien we het verloop van het aantal getelde herten, hinden en kalveren in leefgebied NPZK. Het effect van het bijgestelde beheer is goed te zien. Het aantal hinden laat weer een daling zien. Het afschot van het aantal herten kreeg iets minder aandacht waardoor hun aantal ten opzichte van vorig jaar niet verder is gedaald. Het aantal getelde kalveren vertoont een golvend patroon. In 2022 is het aantal flink lager dan in het voorgaande jaar.

Rapportage beheer en telling damherten

18

Door de reductie van het aantal hinden en kalveren is de groeicapaciteit omlaag gebracht, wat van belang is voor de beheerinzet in de komende jaren. Leefgebied AWD-BN In het leefgebied AWD-BN – vooral in de AWD – heeft van meet af aan in het beheer de focus gelegen op de reductie van het aantal hinden en hun kalveren. Door de enorme omvang van de populatie bij de start van het beheer was de focus op de vrouwelijke damherten ook de enige reële optie om tot reductie van de populatie te komen. Bovendien was de omgeving hier voor het grootste deel al beschermd tegen schade en overlast door hoge hekken om de AWD. De reductie van het aantal vrouwelijke damherten en kalveren zorgt ook voor een reductie in de groeisnelheid en dit bij elkaar heeft ook hier geleid tot een afname van de populatie. In Figuur 13 is duidelijk de sterke afname van het aantal hinden terug te zien. Door de reductie van het aantal hinden en kalveren en daarmee de groeisnelheid van de populatie, kon afgelopen beheerseizoen meer capaciteit worden ingezet om ook het aantal mannelijke damherten in dit gebied terug te brengen naar de doelstand. Het aantal mannelijke damherten is daardoor niet verder toegenomen. 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 2015

2016

2017

2018 2019 hert hinde

2020 kalf

2021

2022

2023

Figuur 13: tendens en geteld aantal herten, hinden en kalveren in leefgebied AWD_BN.

Effect op de wettelijke belangen flora en fauna

Er wordt in het plangebied veel onderzoek gedaan naar de effecten van damherten op flora, fauna en de beschermde natuurwaarden. Daarbij wordt onder andere gekeken naar trends van soorten binnen de AWD en hoe die correleren met toenemende aantallen damherten. In dat kader is afgelopen jaar een rapportage uitgekomen over wasplaten en graslandpaddenstoelen in de AWD5. Hieruit komt onder andere naar voren dat de overbegrazing door damherten de effecten van extreme weersomstandigheden verergeren. Er blijken echter ook aanwijzingen te zijn voor kansen op herstel als de begrazingsdruk afneemt. Het behulp van subsidie van de Provincie Noord-Holland is een consortium van beheerders Waternet en PWN en onderzoekers van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van Amsterdam, Stichting Bargerveen en de Vlinderstichting sinds 2019 bezig met het monitoren van flora, fauna en bodemprocessen in relatie tot de damherten. Dit onderzoek vindt plaats in exclosures en bijbehorende referentiegebieden. Afgelopen seizoen is de monitoring voortgezet.

5 Jalink, L. 2021. Wasplaatgraslanden in de Amsterdamse Waterleidingduinen – 2.

De resultaten van 20 jaar monitoring met speciale aandacht voor de periode 2010-2020. Myco-consult, Oegstgeest, KNNV Wasplatenwerkgroep AW-duinen, Haarlem, Waternet, Amsterdam

Rapportage beheer en telling damherten

19

Voor een compleet overzicht van alle publicaties wordt verwezen naar de website van de Amsterdamse Waterleidingduinen: https://awd.waternet.nl/. Vooralsnog blijft de conclusie dat de rijkdom aan flora en fauna, met name in de AWD, nog steeds schade ondervindt door overbegrazing en vertrapping.

Figuur 14: de effecten van damherten op de flora en fauna worden onder andere gemeten in zogenaamde exclosures. Hierin is in de AWD een effect te zien in het eerste groeiseizoen na plaatsing van het hekwerk. Foto: Mark van Til, Waternet.

Verkeersveiligheid en schade aan landbouwgewassen

Er is nog altijd sprake van schade in het verkeer als gevolg van aanrijdingen met damherten. Het aantal aanrijdingen met damherten blijkt jaarlijks te schommelen, maar vooralsnog niet te dalen. Uit voorgaande rapportage bleek al dat de Zeeweg (N200) een van de hotspots is voor wat betreft aanrijdingen. Een werkgroep van beheerders, gemeente en provincie heeft naar lokale aanvullende maatregelen gekeken en ook enkele aanpassingen doorgevoerd. Naar aanleiding van het besluit van GS over het faunabeheerplan damherten heeft de provincie Noord-Holland een onderzoeksopdracht uitgezet bij Wageningen Environmental Research (WENR). Het onderzoek gaat in op factoren die een rol spelen bij aanrijdingen met herten, welke maatregelen bewezen effectief zijn om aanrijdingen te voorkomen en of deze in theorie toepasbaar zijn op en om de Zeeweg. De rapportage is in juni 2022 gepubliceerd op de website van WENR. Het aantal dieren dat door andere oorzaken dan een aanrijding (natuurlijke of onnatuurlijke oorzaken) is gestorven vertoont al enige jaren een dalende tendens. Doordat dieren die een natuurlijk dood zijn gestorven niet consequent worden geregistreerd, is niet duidelijk in hoeverre dit het gevolg is van de afnemende dichtheid aan damherten. Er zijn geen structureel verzamelde gegevens over eventuele schade aan landbouwgewassen.

Het is niet helemaal duidelijk of er inderdaad geen sprake is geweest van schade of dat er geen registratie plaatsvindt omdat er volgens de beleidsregels van de Provincies Noord- en Zuid-Holland geen tegemoetkoming in geleden schade wordt uitgekeerd. In Zuid-Holland is wel frequent afschot gepleegd op de aan het leefgebied grenzende landbouwgronden.

Rapportage beheer en telling damherten

20

6

Aanbevelingen komend beheerseizoen

Hoewel het duidelijk is dat het aantal damherten in het plangebied afneemt, is ook duidelijk dat met ruim 2500 getelde damherten rond 1 april 2022 de streefstand van 800-1000 damherten nog niet is bereikt. De schade aan de maatschappelijke belangen waarop de ontheffingen zijn gebaseerd is ook nog steeds aanwezig. Het ingezette beheer zal dus moeten worden voortgezet.

Modellering Bekend is dat tijdens een telling niet de complete populatie wordt geteld. De telling levert weliswaar een betrouwbaar beeld op over de trend, maar niet direct informatie over de werkelijke omvang van de populatie. Het is nog niet goed bekend welk percentage van de werkelijke populatie wordt waargenomen tijdens de telling. Dat maakt het inschatten van de benodigde beheerinspanning wat minder eenvoudig en accuraat. Een precieze en betrouwbare berekening vergt veel kennis over de populatieopbouw, geboortecijfers en overlevingskansen. Hoewel met elk beheerjaar de kennis over de populatie toeneemt, is deze informatie toch nog niet volledig. Daarom heeft de FBE Noord-Holland in de 2 voorgaande beheerjaren Wageningen Environmental Research (WENR) gevraagd de populatie damherten te modelleren, om op basis daarvan advies te kunnen geven over het jaarlijkse afschot dat nodig is om de streefstand te halen. Via deze modelberekening kon een inschatting worden gegeven over de beheeropgave voor een periode van enkele jaren. Deze berekening leverde weliswaar een betrouwbare uitkomst, maar ook verschillende scenario’s voor het geobserveerde percentage damherten tijdens de telling. Het bleef aan de beheerders om een inschatting te maken van dat getelde percentage.

Nu de doelstanden in zicht komen kan worden volstaan met een relatief eenvoudig model om de benodigde beheerinspanning voor komend beheerjaar te berekenen. Via de eenvoudige modelberekening kan op basis van het getelde aantal damherten en het aantal geschoten damherten (inclusief valwild) een verwachting worden gegeven van de volgende telling. Deze verwachte telling wordt vervolgens vergeleken met de werkelijk geobserveerde aantallen in die telling. Het verschil tussen de verwachte en werkelijk geobserveerde telling kan grotendeels worden verklaard door berekening van het percentage dieren dat wordt waargenomen tijdens de telling. Het gebruikte model Het eenvoudige model is gebaseerd op de volgende berekening: Telling1 * geteld% + reproductie – afschot/valwild = telling2 * geteld%. De reproductie is in dit geval het aantal kalveren dat een hinde weet groot te brengen tot de start van het beheerseizoen op 1 november. Hierover moet een aanname worden gedaan. Uit onderzoek blijkt dat volwassen damherten vrijwel altijd één kalf ter wereld brengen. Bij 1-jarige hinden (wanneer ze voor het eerst deelnemen aan de voortplanting) is dit percentage iets lager afhankelijk van de omstandigheden. Het is helaas niet bekend hoe groot het aandeel 1-jarige hinden is in de populatie.

Wel weten we uit eigen onderzoek dat het percentage 1 jarige hinden dat een kalf draagt ook vrij hoog is (ongeveer 50-67% van de 1-jarige hinden). Op grond van deze kennis is aangenomen dat de totale reproductie ongeveer 75% bedraagt. Dat wil zeggen dat 75% van de hinden daadwerkelijk succesvol een kalf voortbrengt dat nog in leven is op het moment dat de beheerperiode van start gaat op 1 november. Het is voorstelbaar dat op de top van de populatie dat percentage iets lager lag dan nu, omdat de omstandigheden gunstiger zijn geworden door de inmiddels lagere aantallen. Uit onderzoek blijkt echter dat deze verschuiving slechts gering kan zijn. In praktijk varieert namelijk alleen het percentage 1-jarige hinden dat deelneemt aan de reproductie. In de AWD bleek dat percentage nog altijd hoog te zijn ten tijde van de start van het beheer in 2016-17.

Uit de berekening komt naar voren dat het getelde percentage jaarlijks iets verschilt en ook iets verschillend is voor herten en hinden. Door nu het model te optimaliseren over de hele periode 2016-2022 voor herten en hinden apart, wordt een redelijk goed beeld verkregen van het gemiddeld getelde percentage. Op basis van deze uitkomst kan een indicatie worden gegeven voor de beheeropgave voor het volgende beheerjaar. Dit wordt gedaan voor zowel het leefgebied NPZK als het leefgebied AWD-BN.

Rapportage beheer en telling damherten

21

Met het toenemen van de dataset en de verschillende modelberekeningen kan een steeds betere of nauwkeurigere inschatting worden gemaakt over de aantallen en de beheerinzet. Modeluitkomsten zijn indicatief. De uitkomsten van de berekening zijn een zo goed mogelijk benadering van de werkelijkheid, maar de beheeropgave blijft om verschillende redenen indicatief. De werkelijke omvang van de populatie is immers slechts bij benadering bekend en de leeftijdsopbouw ervan is onbekend. Het met het model berekende getelde percentage is bovendien een gemiddelde over een lagere periode. Per jaar zal het iets, fluctueren. Dit betekent dat jaarlijkse bijstelling van het beheer op grond van de nieuwste tellingen altijd nodig blijft. In het model wordt de benodigde jaarlijkse reductie berekend om de doelstanden te realiseren. Die reductie bestaat voor het grootste deel uit de bij het beheer geschoten dieren, maar ook valwild en deels nog natuurlijke sterfte dragen daar aan bij

Populatiebeheer: de doelstand zo snel mogelijk bereiken. Vanwege de voortdurende schade aan wettelijke belangen, maar ook vanwege de wens om niet meer dieren te schieten dan strikt noodzakelijk, is de wens nadrukkelijk om de doelstanden zo snel als mogelijk te behalen. Dit uiteraard binnen de kaders van capaciteit, zorgvuldigheid en veiligheid. Leefgebied NPZK Uit de berekening komt naar voren dat het getelde percentage in het leefgebied NPZK voor hinden gemiddeld 41% is van de werkelijke populatieomvang en voor herten nog iets lager. Op basis van deze bepalingen en de recente telresultaten lijkt het mogelijk de doelstand in dit leefgebied te bereiken bij de telling van 2023. Daarvoor dienen nog ongeveer 670 damherten te worden geschoten, waarvan ongeveer 300 hinden. Deze beheeropgave is daarmee kleiner dan afgelopen beheerseizoen. Na het bereiken van de doelstanden kan worden volstaan met een relatief klein jaarlijks afschot van ongeveer 140 stuks om de populatie op de doelstand te houden Leefgebied AWD-BN Voor het leefgebied AWD-BN lijkt het getelde percentage van de werkelijke populatie iets hoger te liggen, namelijk circa 58% voor de hinden. Voor de herten levert de modelberekening voor dit leefgebied geen duidelijk resultaat op. Een mogelijke verklaring hiervoor lijkt niet helemaal consequent geregistreerde aantal dood gevonden damherten.

De berekening voor de beheeropgave is uitgegaan van eenzelfde geteld percentage herten als hinden. Het feit dat het getelde percentage voor hinden in dit gebied hoger ligt dan in het NPZK is te verklaren doordat in de AWD meer paden zijn van waaraf geteld kan worden. Bovendien is hier het overzicht beter doordat er minder reliëf en begroeiing is dan in het NPZK. Om de doelstand te bereiken in 2023 zou de beheeropgave nog net iets groter moeten zijn dan de realisatie van afgelopen beheerjaar. Iets wat binnen de beschikbare capaciteit en eisen aan zorgvuldigheid moeilijk te realiseren lijkt. Er moeten bovendien vooral nog mannelijke damherten worden geschoten wat in het hele proces meer inspanning vereist van de uitvoerders. De mannelijke damherten zijn immers gemiddeld 2x zo zwaar als een vrouwelijk damhert. Met een afschot van circa 650 hinden lijkt de doelstand voor de vrouwelijke damherten wel bereikbaar in 2023, maar afschot van bijna 1600 mannelijke damherten in een seizoen lijkt een te grote opgave. Een realistische opgave zou daarom betekenen dat de doelstand wordt bereikt in 2024. Het advies is de focus komend beheerseizoen te verschuiven naar mannelijke damherten, maar wel 600 -700 hinden te schieten. 560 is minimaal nodig om te voorkomen dat het aantal hinden weer toeneemt.

Na het bereiken van de doelstand kan worden volstaan met een jaarlijks afschot van circa 300 damherten op de populatie op de doelstand te houden.

Rapportage beheer en telling damherten

22

Voortzetting beheer bufferzone en buiten leefgebied Nog altijd blijken damherten de weg uit de leefgebieden goed te vinden. Regelmatig worden ze waargenomen buiten het leefgebied en dat zorgt helaas ook met enige regelmaat voor aanrijdingen met damherten. Na een aanvankelijke daling6 is het aantal aanrijdingen in de regio afgelopen beheerjaar weer op gelijk niveau als het jaar daarvoor. Het aanbod aan mals en voedzaam voedsel in tuinen, parken en bermen is blijkbaar aantrekkelijk genoeg om risico’s te nemen. De aanbeveling is dan ook om het beheer buiten de leefgebieden onverminderd voort te zetten. Eerdere ervaringen in de AWD hebben geleerd dat het vaak een vaste groep herten is die steeds het leefgebied verlaten. Zij hebben geleerd dat het risico opweegt tegen de winst aan mals voedsel. Jonge dieren sluiten zich geleidelijk bij deze groep ervaren dieren aan. Het effect is dan dat ondanks de beheerinspanning het aantal dieren dat het leefgebied steeds verlaat nauwelijks afneemt. Gericht beheer kan dan uitkomst bieden. Daarnaast is voortzetting van onderzoek naar de mogelijkheid voor extra preventieve maatregelen uiteraard van belang.

6 Het vermoeden is dat de coronamaatregelen in de periode 2020-21, leidend tot een verminderd nachtelijk verkeersaanbod, daarvoor een belangrijke oorzaak is.

Rapportage beheer en telling damherten

23

7

Conclusies

Het beheer In het beheerjaar 2021-2022 zijn in het hele plangebied 3443 damherten geschoten en 98 stuks omgekomen als valwild. Daarvan zijn 285 stuks buiten de aangewezen leefgebieden geschoten of door andere oorzaken overleden. Afgelopen beheerjaar zijn meer damherten geschoten dan vorig beheerjaar. Dit hogere resultaat is vooral het gevolg van de verhoogde inspanning om toch zo snel mogelijk de doelstanden te bereiken. Vooral in het leefgebied NPZK (A) is de inspanning fors hoger geweest, maar ook in leefgebied AWD-BN (B) zijn iets meer dieren geschoten dan vorig beheerjaar. Veruit de meeste damherten zijn in de leefgebieden geschoten, bovendien bijna allemaal in de leefgebieden NPZK (deelgebied A) en AWD-BN (deelgebied B). In de leefgebieden Coepelduynen (deelgebied C) en MeijendelBerkheide (D) komt geen populatie damherten voor maar, met enige regelmaat worden wel damherten aangetroffen (en geschoten) in het aangrenzende nulstandsgebied. In de leefgebieden, inclusief de daarin gelegen bufferzones, zijn vooral vrouwelijke damherten en hun kalveren geschoten. Daarmee is niet alleen de populatie verkleind, maar ook de groeisnelheid verlaagd. Buiten het leefgebied zijn in het kader van de beheeropgave voor het nulstandsgebied 204 damherten geschoten. Dit betreffen hoofdzakelijk mannelijke damherten.

De populatie In 2022 zijn er tijdens de telling in totaal 2405 damherten waargenomen. Daarvan zijn er 307 geteld in het leefgebied NPZK en 2022 in het leefgebied AWD-BN. In de leefgebieden Coepelduijnen en Meijendel-Berkheide zijn geen damherten aangetroffen. Met deze aantallen is duidelijk sprake van een significante afname van de populatie in de leefgebieden NPZK en AWD-BN en komen de doelstanden in zicht. Schade door damherten De monitoring van de effecten van de overbegrazing door damherten is voortgezet. De conclusie is dat de rijkdom aan flora en fauna met name in de AWD nog steeds verder achteruitgaat en dat van herstel nog geen sprake is. De De voorlopige resultaten uit het onderzoek in de exclosures wijzen er ook op dat herstel van de vegetatie nog wel mogelijk als het aantal damherten beduidend lager is. Er zijn geen structureel verzamelde gegevens over schade aan landbouwgewassen. Zowel in Zuid als NoordHolland is wel frequent afschot gepleegd op de aan het leefgebied grenzende landbouwgronden. De damherten komen er dus nog wel. Afgelopen beheerjaar zijn 60 meldingen gedaan van aanrijdingen met een damhert en 36 meldingen van valwild door andere of onbekende oorzaken. Het aantal aanrijdingen fluctueert jaarlijks maar ligt in afgelopen beheerjaar weer in lijn met het aantal uit voorgaande jaren.

Het aantal dieren dat door andere oorzaken dan aanrijdingen is gestorven vertoont een dalende tendens. De beheeropgave voor komend beheerjaar In het leefgebied NPZK lijkt het mogelijk de doelstand te bereiken in 2023. De beheeropgave hiervoor is kleiner dan afgelopen beheerjaar is gerealiseerd. In leefgebied AWD-BN is de beheeropgave groter dan in gebied NPZK. Hoewel het aantal hinden en hun kalveren ook hier niet ver van de doelstand is verwijderd, maakt vooral het grote aantal mannelijke damherten dat hier nog leeft de beheerinspanning groot. Het lijkt dan ook reëel om te stellen dat de doelstand hier in 2024 wordt bereikt. Het beheer buiten de leefgebieden zal onverminderd moeten worden voortgezet. Het aanbod aan mals en voedzaam voedsel in tuinen, parken en bermen is vooral in de winter blijkbaar voor de damherten aantrekkelijk genoeg om risico’s te nemen.

Rapportage beheer en telling damherten

24

Naast het actief beheer wordt aanbevolen het onderzoek naar de mogelijkheid voor extra preventieve maatregelen voort te zetten. Voor de Zeeweg is dat vorig jaar al goed van start gegaan, maar ook in het noorden van het plangebied is extra aandacht nodig.

Rapportage beheer en telling damherten

25

Bijlage 1 Valwild en actief beheer)damherten per provincie en beheerzone. Noord‐ Zuid‐ TOTAAL Holland Holland Actief beheer Leefgebied 2015/16 175 17 192 2016/17 1628 150 1778 2017/18 1692 45 1737 2018/19 1977 105 2082 2019/20 2019 252 2271 2020/21 2010 83 2093 2021/22 2215 306 2521 Actief beheer Bufferzone 2015/16 12 0 12 2016/17 58 28 86 2017/18 100 55 155 2018/19 117 47 164 2019/20 105 36 141 2020/21 70 84 154 2021/22 166 76 242 Actief beheer buiten leefgebied 2015/16 12 12 24 2016/17 50 224 274 2017/18 70 99 169 2018/19 64 139 203 2019/20 50 73 123 2020/21 22 113 135 2021/22 73 131 204 Locatiegegevens onbekend 16/17 146 17/18 49 18/19 71 Valwild 2015/16 30 6 36 2016/17 339 16 355 2017/18 115 3 118 2018/19 89 11 100 2019/20 90 15 105 2020/21 66 15 81 2021/22 85 11 96 Beheer‐ seizoen

Rapportage beheer en telling damherten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12103310/1