CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Rapport schoolmenu van morgen

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 11 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de Tussenrapportage ‘Werken aan kansengelijkheid op de Amsterdamse Familieschool, tussentijdse bevindingen (2024-2025) uit een meerjarig evaluatieonderzoek’ en rapportage ‘Het schoolmenu van morgen’ (VN2026-000260)8.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Het schoolmenu van morgen Kwalitatief onderzoek naar maaltijdondersteuning op Amsterdamse basisscholen

Nine Droog, Lotte Jansen, Vincent Busch, Coosje Dijkstra Amsterdam UMC, GGD Amsterdam

Voorwoord In deze rapportage presenteren we de uitkomsten van een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van onderwijsprofessionals rondom maaltijdondersteuning voor kinderen in kwetsbare posities op Amsterdamse basisscholen. We belichten daarbij specifiek de ervaringen met het Programma Schoolmaaltijden. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Amsterdam door onderzoekers van het Amsterdam UMC en de GGD Amsterdam in de periode van maart 2023 tot en met juni 2025. We willen onze dank uitspreken aan alle deelnemers die hebben meegewerkt aan dit onderzoek. Dankzij hun openheid en gastvrijheid hebben wij veel waardevolle inzichten opgedaan over hun ervaringen met maaltijdondersteuning. Ook willen wij de medewerkers van het Jeugdeducatiefonds en het Rode Kruis bedanken met wie wij hebben gesproken en die ons hebben voorzien van informatie over de ondersteuning die zij aanbieden. Voor meer informatie over het onderzoek kunt u contact opnemen met Coosje Dijkstra via s.c.dijkstra@amsterdamumc.nl.

2

Inhoud Voorwoord 

2

Samenvatting 

4

Inleiding

4

Methode

4

Resultaten

5

Conclusies en aanbevelingen

7

1. Inleiding 

8

2. Methode 

10

3. Resultaten 

11

3.1 Overzicht invulling Programma Schoolmaaltijden

11

3.2 Aanleiding voor het starten met het Programma Schoolmaaltijden

13

3.3 Meest gebruikte vormen

14

3.4 Belangrijkste afwegingen voor de keuze invulling

19

3.5 Toekomst van maaltijdondersteuning

23

4. Conclusies 

24

5. Aanbevelingen 

26

Scholen ondersteunen bij de overstap naar een maaltijd op school

26

Besteed expliciet aandacht aan de onderliggende overtuigingen van scholen

26

Gezondheid als volwaardig onderdeel van maaltijdondersteuning

26

Verbeteren van bereik van het boodschappenpakket en de boodschappenkaart 28 Delen van best practices tussen scholen

28

Duidelijkheid over de lange termijnvisie

28

Behoud van keuzevrijheid en aansluiting op bestaande structuren

29

6. Visuele samenvatting van het onderzoek 

3

30

Samenvatting Inleiding Vanwege de groeiende armoedeproblematiek, signalen over lege lunchtrommels en de negatieve gevolgen daarvan voor de voedingsinname en leerprestaties van kinderen, kunnen scholen sinds maart 2023 gebruikmaken van het landelijke Programma Schoolmaaltijden. Met deze subsidie kunnen basisscholen met relatief veel leerlingen uit gezinnen met een laag inkomen verschillende vormen van maaltijdondersteuning aanbieden, zoals maaltijden op school, of boodschappenpakketten of boodschappenkaarten voor gebruik buiten school. De Gemeente Amsterdam gaf opdracht om te onderzoeken hoe scholen deze ondersteuning inzetten, in hoeverre het aanbod aansluit bij de behoeften van scholen, wat de ervaren impact is, en waar kansen liggen voor verbetering. Het doel van de gemeente is te waarborgen dat alle kinderen in Amsterdam die het nodig hebben, toegang hebben tot voldoende en gezonde voeding op school. Methode Van maart 2023 tot en met mei 2025 hebben onderzoekers van het Amsterdam UMC en de GGD Amsterdam een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Eerst is geïnventariseerd welke Amsterdamse basisscholen in aanmerking kwamen voor ondersteuning vanuit het Programma Schoolmaaltijden, wie dit gebruikte en welke vorm zij gebruikten.

Vervolgens zijn op 25 scholen verdiepende interviews gehouden met onderwijsprofessionals, waaronder schooldirecteuren, leerkrachten, oudercontactpersonen, brugfunctionarissen, administratief medewerkers, intern begeleiders en familieschoolcoördinatoren. Daarnaast hebben we drie focusgroepen georganiseerd met zes scholen om de resultaten uit de interviews gezamenlijk te duiden. In totaal zijn 38 professionals gesproken.

4

Resultaten Van de 97 scholen die in aanmerking kwamen voor ondersteuning, maakte circa 82% gebruik van het Programma Schoolmaaltijden. De meest gekozen vormen van ondersteuning waren: een ontbijt of lunch op school door school zelf georganiseerd (vaak in samenwerking met ouders/verzorgers of andere vrijwilligers),

bezorgde lunch via een externe partij,

boodschappenpakketten voor thuis,

boodschappenkaarten in de vorm van een pinpas, waarmee ouders zelf boodschappen kunnen doen. Respondenten onderstreepten het belang van de ondersteuning, gezien hun ervaringen met (verborgen) armoede en de negatieve impact die dit heeft op de voedingsinname en leerprestaties van kinderen. Ondanks de plotselinge introductie van het programma en de extra inspanningen die dit vroeg van schoolteams, waren de ervaringen van de respondenten overwegend positief. Professionals gaven aan dat het aanbod goed aansluit bij hun wensen en behoefte. Vooral de vrijheid die zij ervaren om zelf een ondersteuningsvorm te kiezen wordt erg gewaardeerd. De grootste impact van de ondersteuning werd ervaren op scholen die dagelijks zelf maaltijden verzorgen, met inzet van ouders/verzorgers of andere vrijwilligers. Met deze dagelijkse variant worden de meeste kinderen bereikt en weten scholen zeker dat de ondersteuning direct ten goede komt aan het kind. Ook hebben ze zelf controle over wat er aangeboden wordt. Respondenten gaven aan dat de dagelijkse maaltijden bijdragen aan een gezondere voedingsinname, gelijkheid in de klas en het welzijn van leerlingen. Ook draagt het bij aan bredere doelen, zoals het vergroten van ouderbetrokkenheid door de samenwerking met ouders/verzorgers en het versterken van samenwerking met lokale partners doordat de inkopen in de buurt worden gedaan.

Maaltijden verzorgd door externe partijen ontzorgen scholen aanzienlijk, maar konden vanwege de hogere kosten vaak slechts twee tot drie dagen per week worden aange-

5

boden. De ervaren impact was hierdoor minder groot dan bij de dagelijkse maaltijden. Respondenten waardeerden wel de variatie in smaken die deze vorm van ondersteuning biedt en ervoor zorgt dat leerlingen nieuwe smaken leren kennen, evenals de voedingseducatie die regelmatig door de externe aanbieders wordt verzorgd. Bij boodschappenkaarten en -pakketten was de impact minder zichtbaar, mede doordat deze vorm van ondersteuning deels buiten school plaatsvindt. Respondenten vonden het daardoor lastiger om in te schatten hoeveel kinderen daadwerkelijk worden bereikt en of de ondersteuning direct bijdraagt aan de voedingsinname van kinderen. Wel merkten respondenten op dat ze het idee hadden dat deze ondersteuning bij ouders leidt tot minder financiële stress. Bij de keuze voor een vorm van ondersteuning maakten scholen een zorgvuldige afweging tussen verschillende factoren.

De belangrijkste overwegingen waren: het voorkomen van stigmatisering voorkeur voor universele of discreet aangeboden ondersteuning, het beperken van de werkdruk voor leerkrachten - bijvoorbeeld via inzet van ouders/verzorgers, andere vrijwilligers, of externe partijen, de mate van ervaren verantwoordelijkheid van school voor het aanbieden van voeding - wordt er een maaltijd aangeboden op school of worden er pakketten en boodschappenkaarten verstrekt, en de wens om zicht te houden op de kwaliteit en het bereik van het aanbod - voorkeur voor ondersteuning via school of directe levering aan kinderen in de vorm van een maaltijd.

6

Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek laat zien dat maaltijdondersteuning op Amsterdamse basisscholen breed wordt ingezet en goed aansluit bij de wensen en behoeften van scholen. Vooral de dagelijks aangeboden maaltijden die door de school zelf worden georganiseerd, hebben een brede en positieve impact. Deze variant draagt niet alleen bij aan een gezondere voedingsinname en het welzijn van kinderen, maar versterkt ook de ouderbetrokkenheid en de verbinding met de buurt. Tegelijkertijd is er ruimte voor verbetering om de gemeentelijke ambitie te realiseren om zoveel mogelijk kinderen die het nodig hebben, te voorzien van voldoende en gezonde voeding op school. Daarom worden de volgende aanbevelingen gedaan: • Stimuleer en ondersteun de inzet op dagelijkse schoolmaaltijden Moedig scholen die starten met maaltijdondersteuning aan om direct te kiezen voor een variant met dagelijkse maaltijden. Ondersteun daarnaast scholen die willen overstappen naar een dagelijks aanbod. Bij voorkeur worden de maaltijden in eigen beheer georganiseerd, met inzet van ouders, verzorgers of vrijwilligers. Deze vorm van ondersteuning blijkt het meest effectief en bereikt de meeste kinderen. • Besteed expliciet aandacht aan onderliggende overtuigingen van scholen.

De keuze voor een bepaalde vorm van maaltijdondersteuning wordt niet alleen bepaald door praktische randvoorwaarden, maar ook door opvattingen over bijvoorbeeld verantwoordelijkheid, stigmatisering rondom armoede en autonomie. Door deze overtuigingen actief mee te nemen in beleidsontwikkeling en ondersteuningstrajecten richting scholen, kan beter worden aangesloten bij wat scholen nodig hebben en worden belemmeringen voor effectieve implementatie eerder zichtbaar en bespreekbaar. • Zorg voor structurele monitoring en optimalisatie van de voedingskwaliteit. Het huidige programma richt zich primair op het bieden van voldoende voeding, maar met het oog op gezondheid is het essentieel om ook de voedingswaarde van de maaltijden en de pakketten structureel te bewaken en waar mogelijk te verbeteren. Door kwantiteit en kwaliteit te combineren, ontstaat een versterkend effect. Dan is één plus één echt drie. • Verduurzaam de ondersteuning. De tijdelijke verlenging van de subsidie is waardevol, maar op de langere termijn is het wenselijk dat maaltijdondersteuning een vast onderdeel wordt van het schoolcurriculum. Zo ontstaat stabiliteit en duidelijkheid voor scholen en gezinnen. Actieve lobby vanuit de gemeente kan deze structurele inbedding helpen realiseren.

7

1. Inleiding Armoede is een groeiend probleem voor veel gezinnen in Amsterdam. Uit een onderzoek van juni 2022 blijkt dat 40% van de Amsterdammers met een laag inkomen vanwege geldgebrek soms maaltijden1. Sindsdien zijn de kosten van levensonderhoud verder gestegen, wat de druk op huishoudens met een laag inkomen verder heeft vergroot. Het wordt hierdoor ook moeilijker voor ouders2 om hun kinderen een goed gevulde en gezonde lunch mee te geven naar school. In heel Nederland, en ook in Amsterdamse klaslokalen, zijn signalen van lege broodtrommels dan ook steeds zichtbaarder geworden3. Eind 2022 onderstreepte de Tweede Kamer via een motie van Laurens Dassen (Volt) en Ulysse Paternotte (D66) het belang van een goed gevulde maag als basisvoorwaarde om te kunnen leren4. Naar aanleiding hiervan stelde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) vanaf maart 2023 financiering beschikbaar aan basisscholen en middelbare scholen voor gratis maaltijdondersteuning onder de naam Programma Schoolmaaltijden5. Deze regeling is bedoeld voor scholen met een leerlingenpopulatie waarvan minimaal 30% afkomstig is uit gezinnen met een laag inkomen. Scholen kunnen kiezen uit twee vormen van ondersteuning: 1. Eten op school via het Jeugdeducatiefonds (JEF); 2. Boodschappenkaarten via het Rode Kruis.

Bij de optie Eten op school ontvangen scholen €9 per leerling per week, waarmee zij naar eigen inzicht invulling kunnen geven aan maaltijdondersteuning. Het JEF biedt hierbij praktische voorbeelden en ondersteuning. De boodschappenkaart van het Rode Kruis betreft een financiële bijdrage voor maaltijden thuis: ouders ontvangen een pinpas met €25 per kind per twee weken (maximaal drie kinderen per gezin).

1

Ahamiane, S., Lindeman, E., Michon, L., & de Jong, I. (2022). Betaalbaarheid gezonde voeding: Verkenning naar de risico’s op financiële kwetsbaarheid en betaalbaarheid van gezonde voeding onder Amsterdammers. Gemeente Amsterdam, Onderzoek en Statistiek (O&S), in opdracht van GGD Amsterdam. onderzoek.amsterdam.nl/ publicatie/betaalbaarheid-gezonde-voeding

2

Met ‘ouders’ worden in dit hele rapport ook verzorgers, voogden en andere betrokken opvoeders bedoeld

3

Parool: Kansenongelijkheid in Amsterdam: wie in Zuid wordt geboren, staat met 5-0 voor. parool.nl/amsterdam/ kansenongelijkheid-in-amsterdam-wie-in-zuid-wordt-geboren-staat-met-5-0-voor~b8f32ce3

4 tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2022Z17543&did=2022D37147 5

nieuwsbrievenminocw.nl/actueel/nieuws/2023/04/17/programma-schoolmaaltijden-van-start

8

Aanmelding voor het programma verloopt via de website van Programma Schoolmaaltijden. Scholen kiezen bij aanmelding één van de twee opties en mogen eenmaal wisselen. Ondanks eerdere onzekerheid over de voortzetting van de regeling, heeft het huidige kabinet besloten de subsidie te verlengen tot eind 2029. Wel is het beschikbare budget verlaagd van €166 miljoen per jaar naar €135 miljoen. Het JEF heeft eerder onderzoek gedaan naar de ervaringen van scholen met het programma. Hieruit kwamen positieve effecten naar voren en werd duidelijk dat kinderen door de ondersteuning minder honger ervaren, meer energie hebben en de ondersteuning goed aansluit bij de behoeften van scholen6. Vanuit de gemeente Amsterdam is de wens geuit om aanvullend te onderzoeken hoe basisscholen in Amsterdam de maaltijdondersteuning ervaren en op welke manier deze kan bijdragen aan het gemeentelijke doel: dat alle kinderen die dit nodig hebben, verzekerd zijn van voldoende en gezonde voeding op school.

In dit onderzoek zijn daartoe de volgende deelvragen beantwoord: • Hoeveel Amsterdamse basisscholen maken wel of geen gebruik van het Programma Schoolmaaltijden? • Welke vormen van maaltijdondersteuning worden ingezet, en waarom? • Wat zijn redenen voor scholen om geen gebruik te maken van het programma? • Wat zijn de ervaringen met het programma? Wat gaat goed, wat kan beter, en welke wensen zijn er voor de langere termijn? • Wat is de ervaren impact van het programma? • Hoe kan de gemeente Amsterdam de ondersteuning verbeteren en de scholen ondersteunen zodat alle kinderen die dit nodig hebben, verzekerd zijn van voldoende en gezonde voeding op school?

6

jeugdeducatiefonds.nl/actueel/grootschalig-onderzoek-naar-schoolmaaltijden

9

2. Methode In oktober 2023 is een kwalitatief onderzoek van start gegaan. Eerst is er een overzicht gemaakt van scholen die wel of geen gebruik maken van het Programma Schoolmaaltijden. Dit overzicht is gemaakt door gegevens van de Gemeente Amsterdam, het JEF en uit telefoongesprekken met scholen te combineren. Vervolgens is per school gekeken naar de specifieke invulling en vorm van het Programma Schoolmaaltijden. Daarna heeft op 25 scholen een verdiepend interview plaatsgevonden waarin is gevraagd naar de ervaringen van schoolprofessionals met de maaltijdondersteuning (tabel 1). De interviews zijn gehouden met personeel dat nauw betrokken is bij de uitvoering van het Programma Schoolmaaltijden (schooldirecteuren, leerkrachten, oudercontactpersonen, brugfunctionarissen, administratief medewerkers, intern begeleiders, familieschoolcoördinatoren). Als laatst zijn er drie focusgroepen gehouden met professionals van zes scholen uit verschillende stadsdelen om de inzichten uit de interviews te controleren en te onderzoeken of en hoe scholen hun maaltijdondersteuning zouden aanpassen nu de subsidie is verlengd tot 2029 (tabel 1). Alle interviews en focusgroepen zijn uitgeschreven, gecodeerd en daarna thematisch geanalyseerd.

Er is in dit onderzoek gekozen voor een verkenning binnen het basisonderwijs, omdat juist in deze onderwijssector de meeste signalen kwamen over lege broodtrommels. Tabel 1. Overzicht van de professionals die meegedaan hebben aan de interviews en de focusgroepen (N=38). Onderzoeksmethode

Aantal scholen

Aantal deelnemers

Functies deelnemers

Interviews

25

31

20 schooldirecteuren, 4 leerkrachten, 3 oudercontactpersonen/brugfunctionarissen, 3 administratief medewerkers, 1 intern begeleider

Focusgroepen

6

7

3 schooldirecteuren, 2 familieschoolcoördinatoren, 1 oudercontactpersoon, 1 administratief medewerker

10

3. Resultaten 3.1 Overzicht invulling Programma Schoolmaaltijden Amsterdam telt ongeveer 230 reguliere en speciale basisscholen (primair onderwijs). Naar schatting komen 97 van deze scholen in aanmerking voor het Programma Schoolmaaltijden. Van deze 97 scholen maakt 82% gebruik van de maaltijdondersteuning. Meer specifiek gebruikt 58% het programma Eten op School van het JEF, 24% maakt gebruik van de boodschappenkaart van het Rode Kruis, 11% maakt geen gebruik van het programma, en 7% heeft niet gereageerd (zie Figuur 1).

Onbekend, 7%

Geen invulling, 11%

Eten op school, 58%

Boodschappenkaart, 24%

Figuur 1: Mate van deelname en overzicht van invullingen Programma Schoolmaaltijden op Amsterdamse basisscholen die in aanmerking komen voor de ondersteuning (N=97).

De scholen die (nog) geen gebruik maken van de subsidie noemen hiervoor uiteenlopende redenen, zoals een tijdelijk schoolbestuur dat maaltijdondersteuning geen prioriteit geeft, focus op andere thema’s zoals ouderbetrokkenheid, of het ontbreken van keukenfaciliteiten.

11

Van de 25 geïnterviewde scholen en de zes scholen die deelnamen aan de drie focusgroepen, geven scholen op verschillende manieren invulling aan het programma (zie Figuur 2): • 13 scholen bieden een maaltijd op school aan • 5 scholen verstrekken een boodschappenpakket • 5 scholen maken gebruik van de boodschappenkaart van het Rode Kruis • 2 scholen kiezen voor een alternatieve invulling, zoals een kok op school of extra fruit • 6 scholen maken (nog) geen gebruik van de subsidie

Geen gebruik, 19%

Maaltijden op school, 42%

Overig, 7%

Boodschappenkaart, 16%

Boodschappenpakket, 16% Figuur 2: Overzicht van de specifieke invullingen via het Programma Schoolmaaltijden op de 25 geïnterviewde basisscholen en de 6 scholen die deelnamen aan de focusgroepen (N=31).

12

3.2 Aanleiding voor het starten met het Programma Schoolmaaltijden Tijdens de interviews gaven veel respondenten aan dat zij met het Programma Schoolmaaltijden zijn begonnen vanwege toenemende signalen van armoede of een vermoeden van verborgen armoede onder gezinnen op school. Zij maakten zich zorgen over de mogelijke negatieve effecten hiervan op de voedingsinname en het welzijn van kinderen. In alle stadsdelen meldden respondenten dat zij voor de start van het programma regelmatig lege of onvoldoende gevulde broodtrommels zagen. Vrijwel alle scholen boden toen al incidentele ondersteuning aan, zoals het beschikbaar stellen van brood en beleg voor kinderen die zonder eten op school kwamen. De exacte aanleiding voor het starten met het Programma Schoolmaaltijden verschilde per stadsdeel. Respondenten van scholen in Zuidoost gaven vaker aan dat ouders te maken hebben met (financiële) stress, beperkte kennis over gezonde voeding en weinig tijd om gezonde maaltijden te bereiden. Leerkrachten merkten dat sommige kinderen zonder ontbijt of lunch naar school kwamen, onderweg iets ongezonds kochten of bijvoorbeeld koude patat of beschimmeld brood meekregen. Zij zagen dat dit leidde tot minder energie en concentratie in de klas.

Een oudercontactpersoon vertelde hoe sommige kinderen proberen hun lege lunchtrommel te verbergen: “Ook zijn er wel kinderen die vaak zeggen: “oh, ik heb al opgegeten”. Nou, voor ons is dat vaak een signaal dat ze niet hebben gegeten. Dan zeggen ze van: “ik heb het al onderweg naar school opgegeten”. Nou en dan weten we van deze kinderen ook wat er aan de hand is. Dan neem je ze vaak even apart en dan zeg je van: “oh, maar we hebben nog wel wat brood. Zou je dat willen?”. En dan is het meestal “Ja”. Dus we herkennen wel de signalen, waarin aan de ene kant sommige kinderen het echt eerlijk zeggen en aan de andere kant proberen te maskeren.” In Nieuw-West was overgewicht onder leerlingen een belangrijke aanleiding om met het programma te starten. Respondenten zagen het als een manier om kinderen structureel van gezond eten te voorzien. Ondanks het hanteren van het Gezonde Schoolbeleid, moesten scholen streng blijven toezien op wat leerlingen meenamen. Leerkrachten troffen regelmatig ongezond eten aan in broodtrommels of merkten dat kinderen voor schooltijd naar de supermarkt gingen. In Amsterdam-Noord speelde een combinatie van factoren een rol: zowel lege of onvoldoende gevulde lunchtrommels als ongezonde eetgewoonten vormden de aanleiding om deel te nemen aan het programma.

13

3.3 Meest gebruikte vormen In deze paragraaf worden de meest voorkomende vormen van maaltijdondersteuning besproken die door scholen zijn gekozen binnen het Programma Schoolmaaltijden. Eerst wordt de vorm inhoudelijk besproken, daarna de ervaringen van de respondenten, en daarna de ervaren impact van de ondersteuning. Maaltijd op school door ouders en vrijwilligers Inhoud De meest gebruikte vorm is het dagelijks aanbieden van ontbijt en/of lunch op school met hulp van ouders en vrijwilligers. Deze maaltijd wordt meestal vijf dagen per week aangeboden. Op sommige scholen is deelname verplicht; op andere is deelname vrijwillig en mogen leerlingen ook hun eigen eten meenemen. Veel scholen werken bewust samen met lokale leveranciers. De coördinatie van de maaltijden is doorgaans in handen van een directielid of oudercoördinator, die ook het contact onderhoudt met de oudervrijwilligers en soms samen met hen de samenstelling van de maaltijden bepaalt. De maaltijden bestaan meestal uit gezonde basisproducten, zoals volkorenbrood met kaas, halal of vegetarische vleeswaren, of 100% pindakaas. Op sommige scholen geven leerlingen via keuzebriefjes hun voorkeuren door. Ouders die meehelpen, ontvangen een vrijwilligersvergoeding of cadeaubon, gefinancierd vanuit het programma.

Ervaringen Respondenten geven aan dat de opstartfase veel tijd en inspanning kostte, maar dat na ongeveer een half jaar een werkbare structuur ontstond. Ze weten nu hoeveel boodschappen nodig zijn en welke kinderen standaard mee-eten. In de meeste gevallen gaat het om bijna alle leerlingen. Scholen leerden via experimenteren met verschillende soorten beleg wat leerlingen wel en niet lekker vinden. Ze streven naar een gezond aanbod, maar benadrukken het belang van geleidelijke verandering om weerstand te voorkomen. De huidige schoolmaaltijden zijn volgens hen al gezonder dan de inhoud van veel broodtrommels van thuis. Voor oudere leerlingen kostte de overgang soms wat tijd. Ook verschilt de mate van ouderbetrokkenheid sterk: sommige scholen beschikken over een actieve groep ouders, anderen moeten het doen met een kleine vaste kern, wat de duurzaamheid van deze vorm onder druk zet. Impact Respondenten merken dat kinderen door de maaltijden meer gezonde voeding binnenkrijgen. Dit heeft een zichtbaar positief effect op hun welzijn en respondenten zagen duidelijk dat de leerlingen minder moe zijn, meer rust uitstralen en actiever meedoen in de les. Daarnaast leren kinderen nieuwe smaken kennen. Ook draagt deze

14

vorm bij aan kansengelijkheid omdat alle leerlingen starten met dezelfde voedingsbasis. Respondenten signaleren bovendien positieve effecten voor ouders. De ondersteuning verlicht de kosten voor voeding en vermindert stress in de ochtend. Ouders hoeven geen ontbijt of lunch meer klaar te maken, wat zorgt voor rustiger gedrag bij het brengen van kinderen. Ook ontstaat er meer ouderbetrokkenheid bij ouders die helpen met de bereiding, zoals geïllustreerd met onderstaande quote: “Dit heeft een veel beter effect gehad [op de ouderbetrokkenheid] dan alle initiatieven die ik de laatste 45 jaar voorbij heb zien komen.” Respondenten geven aan dat het voor ouders die als vrijwilliger helpen, de drempel verlaagt om vragen te stellen of hulp te zoeken op of via school. Voor sommige ouders vormt het vrijwilligerswerk zelfs een opstap naar (betaald) werk. Tot slot versterkt de samenwerking met lokale leveranciers de band tussen school en wijk, doordat er meer contact is en deze leveranciers regelmatig op school aanwezig zijn. Bezorgde lunch Inhoud Bij deze variant wordt een kant-en-klare lunch bezorgd op school. De frequentie per week hangt af van de kosten van de lunch, en verschilt per aanbieder. De maaltijd is beschikbaar voor alle leerlingen, maar deelname is niet verplicht. Sommige kinderen eten niet mee, bijvoorbeeld vanwege allergieën.

De organisatie is uitbesteed aan een externe partij, zoals Tommy Tomato (warme groenterijke maaltijd), Lunchmaatjes (uitgebreid buffet) of Stichting Carabic (brood met beleg). Sommige scholen kiezen bewust voor warme maaltijden, andere geven de voorkeur aan broodmaaltijden. Ervaringen Respondenten waarderen deze vorm vooral vanwege de minimale belasting voor schoolpersoneel. Wel moest in de beginfase het pauzerooster aangepast worden aan de bezorgtijd. Niet alle respondenten zijn tevreden over het aanbod, zo zijn soms de porties te klein, sluiten de smaken niet altijd aan bij culturele voorkeuren, of vinden de kinderen het niet lekker waardoor er eten over blijft. Ook wordt deze vorm als relatief kostbaar ervaren. Met het beschikbare budget kunnen scholen deze lunch meestal slechts twee tot drie dagen per week aanbieden (dit gaat vooral over de partijen die een warme lunch aanbieden, bij broodmaaltijden is dit minder het geval). Impact De structurele impact op de voedingsinname is afhankelijk van de frequentie van het aanbod. Wanneer de lunch slechts enkele dagen per week wordt aangeboden, blijft

15

de bijdrage aan het algehele voedingspatroon beperkt. Op de dagen dat de lunch wel wordt aangeboden, draagt deze zichtbaar bij aan kansengelijkheid, alle leerlingen starten met dezelfde voedingsbasis. Daarnaast leren leerlingen nieuwe smaken kennen doordat de maaltijden vaak ingrediënten bevatten die ze van huis uit niet kennen. Het samen eten stimuleert bovendien om onbekende gerechten te proeven, doordat leerlingen het gedrag van hun klasgenoten imiteren. “En toen kwam die moeder een keer verbaasd op school, die had wat gekookt en dat kindje had thuis ook gezegd, ‘ik wil proeven.’ Die moeder was steil achterovergeslagen. Die denkt: wat is dit? Dus die had het tegen de juf verteld en de juf zegt: ‘Ja, het is hier de regel in de klas. Ze moeten proeven. Als je het niet lust, hoef je het niet op te eten.’ Weet je, vaak is zien eten ook doen eten en het gaat allemaal met elkaar, het gaat zoveel soepeler. Ik denk dat kinderen, ja echt veel meer smaken aangeboden krijgen dan dat ze thuis krijgen.” Respondenten waarderen daarnaast het educatieve aspect van sommige aanbieders: bij de maaltijd worden vaak weetjes of verhalen toegevoegd die bijdragen aan voedselkennis. Boodschappenpakket Inhoud Bij deze variant ontvangt een selecte groep ouders wekelijks of tweewekelijks een pakket met producten voor ontbijt en/of lunch.

Ouders kunnen zichzelf aanmelden of worden benaderd door schoolpersoneel indien het vermoeden bestaat dat de ouders het pakket goed kunnen gebruiken. Vanwege het budget vanuit het programma is het niet mogelijk om het pakket aan alle ouders aan te bieden. De school koopt de producten voor het pakket zelf in en ouders en vrijwilligers helpen vaak met het inpakken van de pakketten. Vrijwilligers die meehelpen, ontvangen een vrijwilligersvergoeding of cadeaubon, gefinancierd vanuit het programma. De uitgifte en het ophalen van de pakketten gebeurt zo discreet mogelijk, op een afgesproken moment en plek. De inhoud van de pakketten varieert van houdbare basisproducten (pindakaas, meel) tot verse en luxere items (groente, fruit, avocado’s). Ervaringen Scholen en ouders hebben doorgaans een goed werkende routine opgebouwd. In de beginfase moesten duidelijke afspraken worden gemaakt over logistiek, zoals retour van lege kratten.

16

Respondenten waarderen dat ouders door deze vorm van ondersteuning zelf de regie over voeding van hun kind te houden, terwijl er toch directe ondersteuning wordt geboden. Tegelijkertijd vrezen ze dat verborgen armoede leidt tot onderbenutting omdat niet alle gezinnen zich durven aan te melden, deze zorgen worden zichtbaar in onderstaande quote: “Soms denk je gewoon: mis ik niet nog een groep die zich te erg schaamt die niet zo snel misschien een pakket komt ophalen?” Impact Respondenten geven aan dat ouders over het algemeen positief zijn over de boodschappenpakketten. Zij ervaren dat het ophalen van de pakketten niet alleen praktische ondersteuning biedt, maar ook mogelijkheden creëert voor laagdrempelig contact tussen ouders en school. Dit contactmoment droeg in sommige gevallen bij aan het opbouwen van vertrouwen en het eerder signaleren van bredere ondersteuningsbehoeften. Zoals twee respondent opmerkten: “En met het pakket, wanneer ze het echt komen ophalen en er is even een één-op-één momentje, er is ruimte voor een gesprek, denk ik dat het makkelijker is om een band te creëren. En dan eventueel meer hulp te kunnen bieden en het kind en het gezin wat meer te ontzorgen.” “Je hebt veel leuker contact, bijna gezellig zou ik willen zeggen. En het is nog in de opstartfase dus je zou eigenlijk over de tijd nog eens moeten kijken.

Maar de schoolmaatschappelijke werkster gaat daar ook eens zitten. Dus dat ze ook een beetje een gesprek aan gaat met de ouders. Zo van: Hoe gaat het? En is er meer wat je nodig hebt? Je hebt de mensen ook gewoon in het vizier.” Tegelijkertijd geven respondenten aan dat het risico op stigmatisering aanwezig blijft, ook al wordt geprobeerd de ondersteuning zo discreet mogelijk te organiseren. Dit komt bijvoorbeeld doordat het ophalen van pakketten of het aanmelden voor ondersteuning toch zichtbaar kan zijn voor andere ouders of leerlingen. Ze merken op dat sommige ouders zich daardoor toch niet aanmelden. Hierdoor bestaat het risico dat juist de kinderen die de ondersteuning het hardst nodig hebben, buiten beeld blijven. Daarnaast vinden respondenten het lastig om goed zicht te krijgen op de daadwerkelijke impact van de pakketten op de voedingsinname van kinderen. Het is volgens hen niet altijd duidelijk of de ondersteuning daadwerkelijk leidt tot beter gevulde broodtrommels of gezondere eetgewoonten op school.

17

Boodschappenkaart Inhoud Alle ouders op een deelnemende school kunnen zich aanmelden voor een boodschappenkaart. Zij worden actief benaderd door schoolpersoneel of reageren zelf op een oproep via de schoolkanalen. Scholen krijgen uitsluitend inzicht in het aantal aangevraagde kaarten, maar niet in de namen van de aanmelders. Bij aanmelding via het Rode Kruis vullen ouders een korte vragenlijst in over de thuissituatie, zoals de mogelijkheid om dagelijks een voedzame lunch mee te geven en eventuele financiële knelpunten. Er hoeven geen bewijsstukken te worden aangeleverd. De informatie wordt vertrouwelijk behandeld en niet gedeeld met de school. Na goedkeuring ontvangen ouders een pinpas waarmee zij vrij boodschappen kunnen doen bij supermarkten, markten of kantines. Ouders ontvangen €25 per kind per twee weken, voor maximaal drie kinderen per gezin Ervaringen Respondenten zijn positief over het gemak van de kaart voor school omdat er geen extra werkdruk is voor schoolpersoneel, en ouders de regie houden over de besteding van de kaart en de voeding voor hun kind. Tegelijkertijd uiten sommigen zorgen over de bestedingsvrijheid, aangezien het ook mogelijk is om ongezonde producten te kopen.

Zoals één respondent het verwoordde: “Enerzijds denk ik een boodschappenkaart, dan is het minder zichtbaar, maar daarin heb je weer heel veel kans dat ouders dat zouden kunnen besteden aan sigaretten, ongezond voedsel, noem maar op, want het mag gewoon vrij besteed worden in de vorm van een cadeaukaart bij de Jumbo. Dus omdat je dan geen overzicht meer hebt, weet je ook niet wat ermee gedaan wordt.” Daarnaast geven meerdere respondenten aan dat er gezinnen zijn die zich mogelijk niet aanmelden uit schaamte, of wantrouwen richting instanties. Hierdoor bestaat het risico dat juist de kinderen die de ondersteuning het hardst nodig hebben, buiten beeld blijven. Impact Respondenten zien dat de boodschappenkaart bijdraagt aan financiële verlichting voor ouders. Tegelijkertijd geven zij aan dat het voor hen lastig is om in te schatten of de kaart daadwerkelijk leidt tot meer of gezondere voeding voor de kinderen. Ze zien niet altijd een duidelijk effect in de inhoud van de broodtrommels en geven aan dat het moeilijk te beoordelen blijft of dit type ondersteuning ook zichtbaar bijdraagt aan gezondere eetgewoonten op school.

18

3.4 Belangrijkste afwegingen voor de keuze invulling Bij het kiezen van een specifieke vorm van maaltijdondersteuning wegen scholen verschillende factoren af. Het gaat zelden om één doorslaggevende reden; meestal spelen meerdere overwegingen tegelijkertijd een rol. Hieronder worden de belangrijkste factoren besproken, en hoe deze de uiteindelijke keuze beïnvloeden. Verantwoordelijkheid van ouders en de school Sommige respondenten stellen de vraag in hoeverre maaltijdondersteuning binnen de verantwoordelijkheid van de school valt, aangezien de kerntaak van het onderwijs ligt bij kennisoverdracht. Zij vinden dat het zorgen voor voldoende en gezond eten in eerste instantie een ouderlijke verantwoordelijkheid is, en deze scholen kiezen daarom vaker voor ondersteuning die het hele gezin bereikt, zoals de boodschappenkaart. Tegelijkertijd voelen veel respondenten zich genoodzaakt om kinderen te ondersteunen wanneer duidelijk is dat ouders niet in staat zijn die verantwoordelijkheid volledig te dragen. Ze willen voorkomen dat kinderen hiervan de dupe worden. Zoals één respondent het verwoordde:

19

“Ik vind dat een van de moeilijkste vragen. Kijk, ik weet, er wordt heel veel op het bordje van de school geschoven. De school moet dit, de school moet dat. En heel vaak denk ik, ja jongens, dat houdt ook eens een keertje op. Maar aan de andere kant, dit is een kwestie van financiën en van geen geld hebben voor. Dus dan kan je wel zeggen, het moet bij jou liggen. Maar als die ouder dat niet heeft, en mijn kinderen zijn daar de dupe van, ja, dan sta ik er toch anders in.” Daarnaast benoemen respondenten dat kwalitatief goed onderwijs niet los te zien is van de basisbehoefte aan voldoende en gezonde voeding. Ze ervaren dat een lege maag direct invloed heeft op het concentratievermogen en het leerproces van kinderen. Eén van de respondenten verwoordt dit als volgt: “Ik vind dat namelijk echt wel een duivels dilemma. Toen ik directeur, de opleiding deed dacht ik, ik wil echt mijn focus op kwaliteit van onderwijs, maar met een lege maag ben je uitgepraat.” Stigmatisering van armoede Bij de keuze voor een vorm van maaltijdondersteuning speelt het risico op stigmatisering een belangrijke rol. Scholen willen voorkomen dat leerlingen of ouders zich buitengesloten of zichtbaar arm voelen, en daardoor afzien van deelname aan de ondersteuning. Om die reden kiezen veel scholen voor een universele aanpak, waarbij alle leerlingen kunnen deelnemen.

Scholen die toch voor een selectieve vorm van ondersteuning kiezen, doen hun uiterste best om deze zo discreet mogelijk te organiseren, bijvoorbeeld via een aparte ingang of door pakketten na schooltijd mee te geven. Zoals één respondent het verwoordt: “Ja, als wij het dan alleen maar gaan doen voor de arme kinderen om het zo maar te zeggen, dat gaat niet werken, want die gaan echt niet… weet je als je dan inderdaad een of andere ontbijtkar neerzet ik zeg ‘Die gaan daar dan echt niet ontbijten want dan staan ze volledig in de picture.’ Ik zeg ‘En ik hoor nu al ouders thuis dan zeggen tegen hun kind: je gaat daar niet eten, want dan weet iedereen dat wij het niet breed thuis hebben.’ Dus toen wisten we eigenlijk gelijk van: oké, weet je, als we het doen, doen we het gewoon voor alle kinderen en gaan we geen kinderen buitensluiten om het zo maar te zeggen.”

20

Werkdruk en onderwijstijd Respondenten geven aan dat de hoge werkdruk binnen het onderwijs een belangrijke rol speelt in de keuzes die scholen maken rondom maaltijdondersteuning. Directies zoeken naar manieren om hun team te ontlasten en kiezen daarom vaak voor vormen die weinig extra inzet vragen, zoals een bezorgde lunch of een boodschappenkaart. Deze varianten worden als praktisch en beheersbaar ervaren binnen de dagelijkse onderwijsroutine. Toch bieden relatief veel scholen een maaltijd aan op school. Ondanks de druk op tijd en capaciteit kiezen zij bewust voor een zelf georganiseerde maaltijd, omdat zij de meerwaarde ervan voor de kinderen hoog inschatten. In zulke gevallen nemen vaak één of twee toegewijde medewerkers, zoals oudercontactpersonen of administratief personeel, de uitvoering op zich. Zij slagen erin de ondersteuning werkbaar te maken door nauw samen te werken met ouders en vrijwilligers. Controle en voedingskwaliteit Een aantal respondenten hecht veel waarde aan de mate van controle over wat er gekocht wordt, wat de kinderen daadwerkelijk eten, en of de ondersteuning direct ten goede komt aan de voedingsinname van het kind. Op die scholen wordt vaak gekozen voor zelf georganiseerde maaltijden, om zicht te houden op kwaliteit, hoeveelheid en voorkeuren van kinderen.

Zoals één respondent het verwoordt: “Nou ja, dat ik het onder controle heb, weet je wel? Van dat moet er gehaald worden en die ouders gaan dat smeren. En dat er niet te veel wordt gehaald, dat er niet verspild wordt. Dat soort dingen meer allemaal. En ik heb ook wel eens van anderen gehoord, die hebben [cateraar], warme maaltijden en dan weet je niet wat je krijgt. En ik hoorde bij sommigen dat daar gewoon de helft weggegooid wordt. Nou sorry, dat vind ik wel zonde van het geld. Daar is het niet voor. Het is er puur voor de kinderen, om een goede lunch gewoon te geven. En voor dat geld kunnen wij wel vijf dagen doen.” Andere respondenten stellen zich hierin flexibeler op en vinden dat externe partijen maar ook ouders goed in staat zijn om verantwoorde keuzes te maken voor de maaltijden en hoe de ondersteuning in te zetten. Zij kiezen dan eerder voor een externe partij die de maaltijden verzorgt of het boodschappenpakket of de -kaart. Facilitaire voorzieningen De beschikbaarheid van geschikte faciliteiten, zoals een keuken, opslagruimte of voldoende koelcapaciteit, blijkt voor veel scholen een cruciale randvoorwaarde. Res-

21

pondenten geven aan dat het organiseren van maaltijden of het samenstellen van pakketten simpelweg niet haalbaar is zonder deze basisvoorzieningen. In dergelijke situaties voelen scholen zich genoodzaakt om te kiezen voor alternatieve vormen van ondersteuning, zoals een bezorgde lunch of boodschappenkaart. Ouderbetrokkenheid Respondenten geven aan dat actieve betrokkenheid van ouders een belangrijke rol speelt in de uitvoerbaarheid en versterking van maaltijdondersteuning. Op scholen waar ouders makkelijk meehelpen, wordt vaker gekozen voor zelf georganiseerde maaltijden. Tegelijkertijd zien respondenten dat ouderbetrokkenheid niet overal vanzelfsprekend is. Op scholen waar veel ouders alleenstaand zijn, onregelmatig werken of meerdere banen combineren, is het moeilijker om vrijwilligers te vinden. In die context kiezen scholen vaker voor vormen van ondersteuning die minder inzet van ouders vragen, zoals een bezorgde lunch of boodschappenkaart. Samenwerkingspartners Respondenten zijn over het algemeen terughoudend over samenwerking met commerciële aanbieders. Zij vinden het zonde wanneer een deel van de beschikbare middelen naar winst gaat, in plaats van rechtstreeks ten goede te komen aan de kinderen. Deze terughoudendheid is vaak ingegeven door een sterke wens om publieke middelen zo doelgericht mogelijk in te zetten.

Scholen die zelf maaltijden organiseren, werken daarom liever samen met lokale leveranciers of non-profitorganisaties die iets teruggeven aan de wijk of gemeenschap. Zoals één respondent het verwoordt: “Nou, omdat er heel veel partijen geld aan verdienen, dat weet ik heel zeker. Dat is een verdienmodel. Dat is een commercieel bedrijf gewoon, zo simpel is het. En je kan het nog zo mooi maken, maar het is een commercieel bedrijf. Hier komt wat er is, terug naar mijn school en naar de ouders. Daar verdient niemand iets aan. Want het gaat gewoon op.” Tegelijkertijd zien andere scholen juist voordelen in het inschakelen van commerciële partijen, zeker wanneer zij zelf niet beschikken over voldoende faciliteiten of mankracht. Voor deze scholen weegt de praktische ontlasting zwaarder. Zij waarderen dat het personeel nauwelijks extra belast wordt en dat de onderwijstijd behouden blijft. Daarnaast wordt de voedseleducatie die sommige aanbieders meeleveren als waardevolle aanvulling gezien.

22

3.5 Toekomst van maaltijdondersteuning Respondenten geven aan zeer tevreden te zijn met de inzet en ondersteuning van het Programma Schoolmaaltijden en willen deze graag voortzetten. Ze geven aan dat het programma momenteel goed voorziet in hun behoeften. De scholen die samenwerken met JEF zijn zeer tevreden over de organisatie, omdat ze vrijheid ervaren in de invulling van de ondersteuning, er weinig administratieve lasten zijn en het contact met het JEF gemakkelijk verloopt. Respondenten benadrukken dat het essentieel is om deze vrijheid in de keuze van invulling te behouden, omdat dit hen in staat stelt de best passende ondersteuning te bieden. Om deze reden staan respondenten ook niet achter een universele maaltijdondersteuning, zoals één variant die vanuit de overheid wordt bepaald. Hoewel het Rode Kruis een belangrijke partner is, heeft het schoolpersoneel hier minder mee te maken, omdat de organisatie van de boodschappenkaarten buiten de school om plaatsvindt. Als de subsidie weg zou vallen, geven de meeste respondenten aan dat ze genoodzaakt zijn om de maaltijdondersteuning te stoppen vanwege het gebrek aan financiering. Ze hebben geen eigen middelen om de ondersteuning voort te zetten en willen van ouders geen verplichte ouderbijdrage vragen.

Veel respondenten geven aan dat ze het lastig zouden vinden om ouders en kinderen te confronteren met de gevolgen van het wegvallen van de subsidie, omdat zowel kinderen als ouders afhankelijk zijn geworden van de ondersteuning. Ze zijn bang om terug te vallen in het eerdere patroon, waarbij kinderen zonder eten of met overwegend ongezond eten naar school kwamen. Een directrice deelt haar gedachtes: “Als de subsidie niet wordt verlengd dan houdt het helemaal op. Ja dan is het klaar. En elke keer zeg ik, elk half jaar gaat er een mail naar de ouders: “wat fijn we kunnen het nog een half jaar doen”, iedereen weer blij. Maar dat blijven we consequent doen, want ze moeten beseffen dat op een gegeven moment, als die subsidiekraan dicht gaat, dan kan ik het niet meer doen. We zullen dan weer terugvallen in het oude patroon en dan krijg je weer kinderen die geen broodtrommeltje bij zich hebben, of geen fruit bij zich hebben.” Bovendien benadrukken respondenten dat er veel tijd en energie is geïnvesteerd in het opzetten van de ondersteuning en dat het ook voor hen een grote teleurstelling zal zijn als Programma Schoolmaaltijden weg zal vallen.

Er zijn ook een aantal respondenten die aangeven dat ze, gezien de noodzaak van de ondersteuning en de succesvolle uitvoering, van plan zijn om door te gaan met het aanbieden van maaltijdondersteuning en een manier willen vinden om dit voort te zetten als de subsidie wegvalt.

23

4. Conclusies De resultaten van dit onderzoek vormen de basis voor de volgende conclusies over de inrichting van maaltijdondersteuning op basisscholen in Amsterdam. De noodzaak voor de ondersteuning wordt breed erkend door respondenten. Zij wijzen op de negatieve gevolgen van (verborgen) armoede op het eetgedrag en algemeen welzijn van kinderen. Deze urgentie blijkt ook uit het feit dat een groot deel van de basisscholen in Amsterdam die in aanmerking komen voor het Programma Schoolmaaltijden, hier daadwerkelijk gebruik van maakt, ondanks de plotselinge implementatie en de extra inspanningen die dit vraagt van scholen. In de praktijk kiezen scholen uiteenlopende vormen van ondersteuning, zoals ontbijt en/of lunch op school (vaak verzorgd door ouders of vrijwilligers), bezorgde maaltijden, boodschappenpakketten of boodschappenkaarten. De keuze voor een specifieke vorm wordt bepaald door een afweging van verschillende factoren. Zo proberen scholen stigmatisering te voorkomen door te kiezen voor universele ondersteuning waar alle kinderen aan kunnen deelnemen. Wanneer dat niet mogelijk is, wordt selectieve ondersteuning zo anoniem mogelijk georganiseerd. Ook werkdruk speelt een belangrijke rol. Vormen van ondersteuning waarbij ouders betrokken worden of die deels

24

buiten de school plaatsvinden, zoals de boodschappenkaart, worden als minder belastend ervaren. Tegelijkertijd leven er vragen over verantwoordelijkheid. Hoewel scholen hun kerntaak in het onderwijs zien, vinden de meeste respondenten dat zij niet weg kunnen kijken als financiële problemen thuis kinderen belemmeren. Tot slot hechten scholen aan zicht op de effectiviteit van de ondersteuning. Zij kiezen daarom vaak voor vormen waarbij zij controle houden op de uitvoering en de kwaliteit van het aanbod, zoals maaltijden op school of bezorgde lunches. De impact van de ondersteuning wordt als groot ervaren, vooral op scholen waar dagelijks een maaltijd wordt aangeboden waarbij samengewerkt wordt met ouders en vrijwilligers. Hier worden de meeste kinderen mee bereikt en is goed toezicht op het aanbod mogelijk. Naast het verminderen van honger en het bevorderen van gezondere eetgewoonten, rapporteren deze scholen ook bredere opbrengsten zoals meer ouderbetrokkenheid en versterking van de sociale samenhang in de buurt door samenwerking met lokale partners. Bij vormen zoals boodschappenpakketten of -kaarten is de impact minder goed zichtbaar, omdat het moeilijker is om te beoordelen of kinderen daadwerkelijk profiteren van de ondersteuning en of dit direct ten goede komt aan de voedingsinname van kinderen.

Respondenten zijn tevreden over de huidige organisatie van het programma en de samenwerking met het JEF. Zij willen deze aanpak graag behouden, mede omdat zij relatief veel vrijheid ervaren in de vormgeving van de ondersteuning. Tegelijkertijd maken zij zich zorgen over de toekomst. Zonder structurele financiering zullen veel scholen genoodzaakt zijn de ondersteuning stop te zetten, omdat zij geen eigen middelen hebben. De vrees bestaat dat dit leidt tot een terugkeer naar de oude situatie, waarin kinderen zonder of met ongezonde maaltijden naar school komen.

25

5. Aanbevelingen De gemeente Amsterdam heeft als doel dat alle kinderen die dit nodig hebben verzekerd zijn van voldoende en gezonde voeding op school. Dit onderzoek laat zien dat maaltijdondersteuning via het Programma Schoolmaaltijden in belangrijke mate bijdraagt aan het realiseren van dat doel. Tegelijkertijd kan de impact van het programma worden vergroot. Op basis van de onderzoeksresultaten worden hieronder aanbevelingen gedaan voor het versterken, verbreden en verduurzamen van maaltijdondersteuning in Amsterdam, met als uitgangspunt dat elk kind dat het nodig heeft toegang moet hebben tot voldoende en gezonde voeding op school. Scholen ondersteunen bij de overstap naar een maaltijd op school De gemeente kan scholen actief ondersteunen bij de overstap van een boodschappenkaart of boodschappenpakket naar een dagelijks georganiseerde schoolmaaltijd, zoals ontbijt of lunch. Deze variant heeft het grootste bereik en de meeste impact op de voedingsinname van kinderen. De gemeente kan daarnaast het kleine aantal scholen dat nog geen gebruikmaakt van de subsidie, maar daar wel voor in aanmerking komt, proactief benaderen en begeleiden bij implementatie naar de organisatie van dagelijkse maaltijden. De Gezonde School Adviseurs van Gemeente Amsterdam zijn een logische partij om deze ondersteuning te coördineren.

Zij beschikken over relevante expertise en ervaring vanuit hun werk in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Besteed expliciet aandacht aan de onderliggende overtuigingen van scholen De keuze voor maaltijdondersteuning hangt niet alleen af van praktische zaken zoals ruimte, personeel en budget, maar ook van opvattingen over verantwoordelijkheid en autonomie. Deze overtuigingen bepalen hoe scholen hun rol zien in het aanbieden van voeding. Om scholen goed te ondersteunen, is het belangrijk om deze onderliggende opvattingen serieus te nemen en er actief het gesprek over te voeren. Dat kan via begeleidingsgesprekken en uitwisseling in netwerken, waarin scholen hun perspectieven kunnen verkennen en van elkaar kunnen leren. De gemeente speelt hierin een belangrijke rol, niet alleen door deze gesprekken te faciliteren, maar ook door zelf duidelijk te zijn over haar visie en doelen. Dat helpt om tot een gedeeld begrip en een gezamenlijke aanpak te komen, met meer draagvlak en effectievere uitvoering. Gezondheid als volwaardig onderdeel van maaltijdondersteuning De huidige maaltijdondersteuning richt zich primair op het voorkomen van honger in de klas. Het bevorderen van gezonde voeding speelt daarbij een ondergeschikte rol. Dit blijkt onder andere uit de grote mate van keuzevrijheid voor scholen en het ont-

26

breken van richtlijnen over de voedingskundige kwaliteit van de ondersteuning. Eerder onderzoek liet zien dat een gezonde schoollunch een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan de gezondheid van de voedingsinname van kinderen7. Een eenzijdige focus op het voorkomen van honger kan dan ook gezien worden als een gemiste kans, zeker gezien de obesitasproblematiek, de veelvoorkomende ongezonde eetgewoonten onder kinderen en de groeiende sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Hoewel veel respondenten het huidige aanbod al als relatief gezond ervaren, signaleren zij ook ruimte voor verdere verbetering. De gemeente kan scholen hierin ondersteunen, met een centrale rol voor de Gezonde School Adviseurs. Zij kunnen adviseren over de samenstelling van voedzame menu’s, vragen beantwoorden over het verbeteren van het voedingsaanbod, en goede voorbeelden uit de praktijk beschikbaar stellen. Respondenten benadrukken dat aanpassingen richting een gezonder aanbod stapsgewijs moeten worden ingevoerd, om gewenning bij kinderen te bevorderen en weerstand onder ouders of schoolteams te voorkomen. Ook voor scholen en ouders die gebruikmaken van de boodschappenkaart is ondersteuning over gezond eten wenselijk. Aangezien scholen geen zicht hebben op de daadwerkelijke besteding van de kaart, is onduidelijk in hoeverre de ondersteuning ingezet wordt voor gezonde voeding voor kinderen.

Praktische adviezen voor ouders, bijvoorbeeld over betaalbare, voedzame maaltijden of gezondere alternatieven, kunnen hierbij helpen. Tegelijkertijd moet het effect van voorlichting over gezonde voeding niet overschat worden. Ouders maken keuzes binnen de grenzen van wat financieel, praktisch en cultureel haalbaar is. Het helpt als voorlichting aansluit bij de leefwereld van ouders, laagdrempelig is en zonder oordeel wordt aangeboden. De Gezonde School Adviseurs kunnen hierin een belangrijke rol vervullen, door scholen te ondersteunen bij het gesprek met ouders en het aanbieden van passende materialen of activiteiten. Door hun bestaande netwerk en ervaring sluiten zij goed aan op zowel de praktijk op school als op de leefomgeving van gezinnen. Daarnaast kan de gemeente bij het Rijk pleiten voor een bredere doelstelling van het programma, waarin niet alleen het tegengaan van honger, maar ook het bevorderen van gezonde voeding centraal staat. Een voorbeeld is de brief die wethouder Scholtens mede ondertekende, waarin werd gepleit voor het behoud en de versterking van het programma Schoolmaaltijden vanuit gezondheidsperspectief.

7

rivm.nl/publicaties/gezonder-op-basisschool-schoollunches-en-meer-bewegen-verkenning-naar-draagvlak

27

Verbeteren van bereik van het boodschappenpakket en de boodschappenkaart Op scholen waar een boodschappenkaart of -pakket wordt aangeboden en die niet willen overstappen naar schoolmaaltijden, kan het bereik en toegankelijkheid van de kaart en het pakket vergroot worden. Sommige ouders zijn terughoudend om gebruik te maken van het pakket of de kaart, uit angst voor stigma. Of in het geval van de boodschappenkaart dat dit gevolgen heeft voor hun recht op andere regelingen, zoals toeslagen of uitkeringen. Duidelijke en toegankelijke communicatie vanuit de scholen en gemeente, waarin expliciet wordt vermeld dat het gebruik van de kaart geen invloed heeft op andere rechten, is daarom essentieel. Ook is het belangrijk om scholen te helpen bij het zo anoniem mogelijk aanbieden van de pakketten. Daarnaast is het belangrijk dat de informatie over het pakket en de kaart ouders daadwerkelijk bereikt. Naast meertalige communicatie zijn visuele hulpmiddelen, zoals pictogrammen, video’s of gesproken uitleg, waardevol om ouders met beperkte leesvaardigheid of beperkte beheersing van het Nederlands te bereiken. Delen van best practices tussen scholen Om scholen te ondersteunen bij het opzetten of verbeteren van maaltijdondersteuning, is het van meerwaarde dat de gemeente succesvolle voorbeelden en geleerde lessen uit de praktijk actief verzamelt en beschikbaar stelt.

Door succesverhalen en praktische inzichten uit andere scholen toegankelijk te maken, krijgen scholen handvatten om beter onderbouwde keuzes te maken. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een praktische handleiding met concrete stappen, aanbevelingen en inspirerende praktijkvoorbeelden, maar ook door het organiseren van bijeenkomsten of online platforms waarin scholen ervaringen, uitdagingen en oplossingen met elkaar delen. Het platform www.schoolmaaltijden.nl bevat reeds inspiratievideo’s en verhalen waar scholen actief op gewezen kunnen worden. De Gezonde School Adviseurs kunnen hierin een verbindende rol vervullen. Er is al een succesvolle, nauwe samenwerking tussen directies Onderwijs en GGD aanwezig, wat deze rolverbreding goed realiseerbaar maakt binnen de huidige infrastructuur. Duidelijkheid over de lange termijnvisie Verschillende structurele knelpunten rond maaltijdondersteuning, zoals de onzekerheid over de continuïteit van de subsidie vallen buiten de invloedssfeer van de gemeente. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de Rijksoverheid. Hoewel het kabinet het programma recentelijk verlengd heeft tot en met 2029, met een jaarlijkse bijdrage van 135 miljoen euro, blijft onduidelijk of structurele voortzetting daarna mogelijk is. Scholen geven aan hier wel behoefte aan te hebben zodat zij, maar ook ouders weten waar

28

ze aan toe zijn. De gemeente kan hierin een actieve lobbyrol vervullen richting het Rijk, samen met andere G4-steden en relevante onderwijs- of gezondheidsorganisatie. Behoud van keuzevrijheid en aansluiting op bestaande structuren Alle aanbevelingen in dit rapport staan of vallen met voldoende ruimte voor maatwerk. Respondenten benadrukken dat als de gemeente scholen wil ondersteunen bij de implementatie of doorontwikkeling van maaltijdondersteuning, dit alleen kans van slagen heeft als scholen zeggenschap behouden over de vorm en invulling van die ondersteuning. Respondenten benadrukken het belang van keuzevrijheid, waarbij scholen de ruimte behouden om een vorm van ondersteuning te kiezen die past bij hun eigen context, zonder dat zij worden beperkt door strikte regels of procedures. De waardering voor de flexibiliteit die het JEF momenteel biedt, onderstreept dit. Daarnaast hechten scholen aan heldere communicatie, waarbij informatie eenvoudig toegankelijk is en snel contact gelegd kan worden met de juiste personen voor advies of ondersteuning. Tegelijkertijd staat deze behoefte aan maatwerk deels op gespannen voet met sommige aanbevelingen die we doen in dit rapport en de gemeentelijke ambitie om zoveel mogelijk kinderen die het nodig hebben te voorzien van voldoende en gezonde voeding.

Uniformiteit en snelheid zouden kunnen bijdragen aan schaalvergroting, maar kunnen ook ten koste gaan van draagvlak en duurzame inbedding. Een manier om met deze spanning om te gaan is het kiezen voor een aanpak die ruimte biedt voor zowel differentiatie als geleidelijke opschaling. Dit vraagt om een lerende en adaptieve werkwijze. Een logische plek om dit principe in de praktijk te brengen, is de verdere ontwikkeling van bestaande gemeentelijke programma’s zoals de Amsterdamse Familiescholen. De integratie van maaltijdondersteuning binnen zulke bredere initiatieven biedt niet alleen praktische aanknopingspunten, maar ook een manier om beleid en praktijk beter met elkaar te verbinden. Zo kan stap voor stap worden toegewerkt naar brede dekking, zonder het lokale eigenaarschap te verliezen.

29

6. Visuele samenvatting van het onderzoek VISUELE SAMENVATTING RAPPORTAGE

Ervaringen van Amsterdamse basisscholen rondom het aanbieden van maaltijdondersteuning

Wat gaat goed en waar is verbetering mogelijk om kinderen met de grootste behoefte te voorzien van voldoende en gezonde voeding?

Inleiding

Methode

Vanwege de groeiende armoedeproblematiek, toenemende berichten over lege lunchtrommels en het negatieve effect daarvan op de voedingsinname van kinderen kunnen scholen sinds maart 2023 gebruikmaken van de landelijke subsidie Programma Schoolmaaltijden. Met deze subsidie kunnen scholen waar 30% of meer van de leerlingen uit gezinnen met een laag inkomen komen, maaltijdondersteuning aanbieden aan leerlingen en hun gezinnen.

Er zijn 25 interviews en 4 focusgroepen gehouden op Amsterdamse basisscholen.

7%

Resultaten 82%

Invulling Programma Schoolmaaltijden Amsterdamse basisscholen (N=97)

11%

van de Amsterdamse basisscholen die in aanmerking komen voor ondersteuning, maakt hier gebruik van.

Eten op school

58%

24%

Boodschappenkaart Geen invulling Onbekend

Scholen geven aan dat maaltijdondersteuning hard nodig is, omdat ze zien dat (verborgen) armoede het eetgedrag en welzijn van leerlingen negatief beïnvloedt. meest gekozen ondersteuning

ontbijt en/of lunch op school georganiseerd door ouders, verzorgers of vrijwilligers die een vergoeding ontvangen

bezorgde lunch maaltijden geleverd door een externe aanbieder

boodschappenpakket georganiseerd door ouders, verzorgers of vrijwilligers, om ontbijt en/of lunch voor hun kind(eren) te verzorgen

boodschappenkaart (debitkaart) waarmee ouders voedsel kunnen kopen bij verschillende voedselverkooppunten

frequentie

5x p/w

2x p/w

1x p/w

1x p/w

toegankelijkheid

alle kinderen

alle kinderen

selectieve groep ouders

alle ouders die zich aanmelden

hoeveelheid

1 ontbijt of lunch

1 lunch

gemiddeld 10 producten

gemiddelde prijs

€1,80 per maaltijd

€2,50 - 4,00 per lunch

€9 per pakket

€12,50 per kaart

verwachte impact op voedingsinname kind zicht op voedingskwaliteit organisatielast school Hoog

Conclusie

De grootste impact wordt waargenomen op scholen waar dagelijks een maaltijd wordt verstrekt, doordat veel kinderen worden bereikt en er goed toezicht is op de kwaliteit. Naast het verminderen van honger en het bevorderen van gezondere eetgewoonten, worden ook een grotere ouderbetrokkenheid en sterker gemeenschapsgevoel ervaren.

Aanbevelingen

Enigszins

Laag

Geen zicht op

Bij het boodschappenpakket en de boodschappenkaart is de impact minder duidelijk, omdat het moeilijker in te schatten is hoeveel kinderen daadwerkelijk profiteren en of de hulp goed besteed wordt aan voeding. Bovendien wordt de organisatie hiervan vaak buiten de school en gemeenschap om geregeld.

Om ervoor te zorgen dat nog meer basisschoolkinderen die het nodig hebben toegang krijgen tot voldoende en gezond eten, kan de gemeente de volgende stappen ondernemen:

Ondersteunen van scholen die willen overstappen naar het organiseren van maaltijden op school. Met name scholen die nu een boodschappenpakket of -kaart aanbieden. Dit vergroot de zekerheid dat de hulp ten goede komt aan de voeding van de kinderen en dat de gezondheid van het aanbod zichtbaar blijft. Scholen die graag boodschappenpakketten of -kaarten willen blijven aanbieden, kunnen ondersteund worden bij het vergroten van het bereik en het bevorderen van gezonde keuzes. Dit kan bijvoorbeeld door adviezen te geven over gezondere alternatieven. In het huidige project is niet objectief vastgesteld hoe gezond het aanbod is. Vervolgonderzoek of monitoring door de gemeente zou hierin kunnen voorzien. Indien nodig kan, in samenwerking met de Gezonde School-Adviseurs, een verandertraject worden gestart.

30

De resultaten van deze infographic maken deel uit van de rapportage Het schoolmenu van morgen. Het onderzoek is gedaan in opdracht van de Gemeente Amsterdam en uitgevoerd door Nine Droog MSc., Lotte Jansen MSc., dr. Vincent Busch en dr. Coosje Dijkstra.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16573756/1