Bijlage 2 Rapport Onzichtbaar
Tekst van het document
Onzichtbaar Onderzoek naar de leefwereld van ongedocumenteerden in Amsterdam en Nederland
Februari 2021
Inleiding ...................................................................................................................................... 2 1. DE ONGEDOCUMENTEERDEN ....................................................................................................... 3 1.1 Ongedocumenteerden in Amsterdam ....................................................................................................... 5 1.2 Kenmerken en overeenkomsten ............................................................................................................... 5 1.2.1 Ongedocumenteerden met asielverleden ..............................................................................................6 1.2.2 Ongedocumenteerden zonder asielverleden.......................................................................................... 8 2 Het leven van een ongedocumenteerde .................................................................................... 18 2.1 Huisvesting ............................................................................................................................................. 18 2.2 Gezondheid en zorg ................................................................................................................................
23 2.3 Onderwijs ............................................................................................................................................... 26 2.4 Werk ....................................................................................................................................................... 27 2.5 Mensenhandel en uitbuiting.................................................................................................................... 29 2.5.1. Mensenhandel .................................................................................................................................... 29 2.5.2 Criminele uitbuiting ............................................................................................................................. 31 2.5.3. Arbeidsuitbuiting ................................................................................................................................ 31 2.5.4 Sekswerkers......................................................................................................................................... 32 2.5.5. Verbeterpunten ..................................................................................................................................
32 2.6 Rechtsbescherming ................................................................................................................................ 33 2.7 Cijfers .................................................................................................................................. 35 2.7.1 Cijfers Amsterdam .......................................................................................................................... 35 2.7.2 Cijfers Nederland ............................................................................................................................ 35 3 Regels en praktijk asiel en migratie ...........................................................................................36 3.1 Aandacht voor trauma en culturele achtergrond ..................................................................................... 36 3.2 Bewijslast problemen .............................................................................................................................. 37 3.3 Deskundigheid IND ........................................................................................................................... 39 3.3.1 Landeninformatie ............................................................................................................................
39 3.3.2 Medische situatie en advies ............................................................................................................. 39 3.4 Immigratie en vergelijking met andere landen ...................................................................................40 4 Conclusie en aanbevelingen ......................................................................................................43 4.1 Samenvatting ......................................................................................................................................... 43 4.3 Conclusies en aanbevelingen .................................................................................................................. 46 Literatuurlijst................................................................................................................................................ 50
1
Inleiding
Voor u ligt het rapport dat is opgesteld naar aanleiding van het onderzoek van de ombudsman naar ongedocumenteerden in Amsterdam. Van maart tot en met juli 2020 heeft de ombudsman een groot aantal ongedocumenteerden gesproken, om een beter inzicht te krijgen in hun leven, in wat hen beweegt om ongedocumenteerd in Nederland te verblijven en waar zij tegen aan lopen. Door de coronacrisis heeft de ombudsman gezien dat er verschillende groepen ongedocumenteerden in de problemen zijn gekomen op het gebied van primaire levensbehoeften als voedsel, gezondheidszorg en onderdak. In dit rapport worden diverse leefgebieden en problemen waar ongedocumenteerden mee te maken hebben beschreven. Tot slot volgen er aanbevelingen. Afbakening en aanpak Voor dit onderzoek gaat de ombudsman uit van de volgende definitie van ongedocumenteerd zijn: “Ongedocumenteerden zijn mensen die permanent in Nederland verblijven zonder een geldige verblijfsvergunning”1. In het onderzoek wordt gekeken naar de situatie van alle ongedocumenteerden. Dit betekent zowel mensen met een arbeidsmigratieachtergrond als mensen die een asielverleden hebben. In dit rapport benoemt de ombudsman de verschillende groepen, maar worden ook deze beide groepen onder de algemene noemer ‘ongedocumenteerden’ beschreven indien het onderscheid minder relevant is.
In dit rapport schetst de ombudsman een beeld van zowel de verschillen als de overeenkomsten en belangrijke aandachtspunten. De ombudsman is zich ervan bewust dat over iedere groep (en ieder individu) veel meer te vertellen is. Tijdens de coronacrisis zijn ongedocumenteerden bijzonder hard geraakt. Veel van de ongedocumenteerden die niet meer konden werken raakten in de financiële problemen. Gezinnen dreigden op straat te belanden en er was onvoldoende geld om eten te kopen. Veel ongedocumenteerden waren afhankelijk van liefdadigheidsorganisaties en hun eigen gemeenschap omdat zij geen beroep kunnen doen op de voedselbank of op steun van de overheid. Naast hun eigen gemeenschap hebben in Amsterdam diverse organisaties de deuren geopend om ongedocumenteerden te helpen. In het kader van het onderzoek heeft de ombudsman ook meegeholpen en is hij via deze weg in contact gekomen met sleutelfiguren en ongedocumenteerden. Vervolgens heeft de ombudsman ongedocumenteerden uit diverse landen uitgenodigd voor een diepte-interview en heeft hij hen persoonlijke verhalen in dit rapport verwerkt. Waar nodig heeft de ombudsman bemiddeld of ongedocumenteerden doorverwezen naar instanties voor hulp. In sommige gevallen heeft de ombudsman geconstateerd dat de ongedocumenteerden vastlopen. Ook zal dit naar voren komen in het rapport.
1 Amnesty, Ongedocumenteerden (illegalen) en uitgeprocedeerden, www.amnesty.nl
2
1. DE ONGEDOCUMENTEERDEN
Over het algemeen wordt ervan uitgegaan dat veel ongedocumenteerden in een van de vier grote steden wonen, waaronder Amsterdam. De reden van verblijf in Nederland verschilt per groep. De een ziet zich door omstandigheden gedwongen het land van herkomst te verlaten, de ander vertrekt uit vrije wil. Het leven zonder papieren in Nederland wordt omschreven als onzeker en zwaar. Ongedocumenteerden zijn uitgesloten van voorzieningen zoals een pensioen of uitkering van de overheid. Toch besluit uiteindelijk een deel van deze groep hier in Nederland te blijven. Het lukt ze ook om jarenlang onder de radar te blijven en in eigen levensonderhoud te voorzien. De ongedocumenteerden vormen een onderdeel van de informele economie, en feitelijk zelfs van de formele economie. Coronacrisis en directe nood Corona maakte de aanwezigheid van ongedocumenteerden zichtbaarder dan ooit. De ongedocumenteerden komen vanwege hun status niet in aanmerking voor overheidsvoorzieningen. Hierdoor ontstonden er schrijnende situaties, zoals het verblijf van gezinnen in bergingen, mensen die naar voedsel in containers zochten, maar ook de noodkreet van ouders die de hoge huur niet meer konden betalen. De ombudsman heeft gezien hoe een ongedocumenteerde in de berging sliep omdat hij corona had en zijn medebewoners bang waren voor besmetting.
Mensen die de huur niet meer konden betalen werden hun huis uitgezet door de verhuurder. Hoewel er zowel voor gezinnen als alleenstaande ongedocumenteerden een mogelijkheid was om gebruik te maken van een tijdelijke (gezins)opvang, was de angst voor registratie duidelijk aanwezig. Sommige gezinnen sliepen daarom liever in een berging zonder sanitaire voorzieningen en elektriciteit, dan dat zij zich aanmeldden voor hulp. Voor velen van hen was het wachten op huisuitzetting. In sommige gevallen werd uithuiszetting op het nippertje voorkomen doordat de eigen gemeenschap geld inzamelde voor mensen die het hardst getroffen werden. Opvang Voor de dakloze ongedocumenteerden was het vanwege het ontbreken van een vaste verblijfplaats bijna onmogelijk om bij gezondheidsklachten binnen te blijven. Voor velen van hen werd het onrechtmatig verblijf daarmee extra voelbaar. Er was veel onduidelijkheid over de gevolgen van het virus en er heerste angst om afgezonderd of uitgezet te worden. De gemeente Amsterdam bood, conform de richtlijnen, alleen nachtopvang aan, omdat er bij een 24-uurs opvang een hoger risico op besmetting zou zijn.2 Deze situatie heeft tot frustratie geleid onder de ongedocumenteerden omdat zij ook bang waren voor besmetting en zij niet naar hun gebruikelijke plekken kunnen konden gaan zoals BOOST of het Wereldhuis.
Die organisaties moesten noodgedwongen (tijdelijk) de deuren sluiten omdat zij niet aan de RIVM regels konden voldoen. 2 Parool, Amsterdamse daklozen moeten overdag buiten blijven, www.parool.nl
3
Er was overdag nauwelijks toegang tot openbare toiletten mede nu de opvang overdag was gesloten. De ongedocumenteerden die toegang hadden tot de opvang konden niet altijd voldoende gebruik maken van de sanitaire voorzieningen. Grootschalige voedselhulp noodzakelijk De gemeente heeft volop ingezet om de ongedocumenteerden te voorzien van voedsel en verzorgingsproducten via bestaande initiatieven zoals het Wereldhuis. Ook was er steun van informele voedselbanken De nood was duidelijk hoog en meer ondersteuning gewenst; bij één van de informele uitdeelpunten voor voedsel meldden zich in de eerste week van de lockdown 50 gezinnen in directe nood, in korte tijd oplopend tot uiteindelijk meer dan 600 gezinnen die voedselhulp nodig hadden, wat door particulier initiatief elke week werd georganiseerd en waarbij elke week opnieuw de vraag was of er voldoende voedsel zou zijn voor alle hulpvragenden. Kettingreactie Tijdens de eerste piek van de coronaepidemie is de kwetsbaarheid van veel ongedocumenteerden goed zichtbaar geworden omdat veel van hen werkloos raakten. Zo werden ongedocumenteerden gevraagd om niet te komen werken of werden zij ontslagen. Zij hadden daardoor een te laag inkomen, of helemaal geen inkomen. Dit leidde ertoe dat men de huur niet kon betalen en dakloos dreigde te raken. Veel ongedocumenteerden konden ook geen basislevensmiddelen meer kopen.
Een bijkomend probleem was dat in veel winkels werd gevraagd om met pin te betalen. De meerderheid van de ongedocumenteerden beschikt echter niet over een pinpas, hetgeen het kopen van eten extra bemoeilijkt. Degenen die nog wel werk hadden, liepen ook risico’s, met name de groep die bij mensen thuiswerkt of inwoont. In sommige gevallen bleken de opdrachtgevers waar de ongedocumenteerde schoonmaakt of oppast, zonder het te delen, besmet te zijn. Sommige werkgevers zouden de ongedocumenteerden hebben verteld dat de quarantaineperiode volgens de GGD geen veertien dagen, maar drie dagen duurde. Dit leidde tot veel misinformatie, zorgen en onbegrip onder ongedocumenteerden. Ook zijn er gevallen bekend van au-pairs die kort voor de uitbraak van corona met hun expatfamilie naar Nederland zijn gekomen. Toen corona uitbrak zijn de expats teruggekeerd en hebben ze de au-pairs in Nederland gelaten. Sommigen van hen waren al ongedocumenteerd of raakten als gevolg van deze situatie ongedocumenteerd. Uiteraard zijn ook ongedocumenteerde mensen besmet geraakt met corona. De mogelijk besmette ongedocumenteerde kan zich echter niet laten testen bij de GGD omdat hij niet bekend is in het systeem. Vanwege onduidelijkheid omtrent de toegang tot de zorg hebben velen van hen gewacht tot ze erg ziek waren en opgenomen moesten worden in het ziekenhuis.
Ongedocumenteerden vertellen dat ze een hoge rekening kregen en dat ziekenhuizen afhoudend waren om hen te helpen. De bureaucratische stappen die ze moeten ondernemen voor de toegang tot de zorg maar ook de hoge kosten in de tijd van corona hebben hen extra ontmoedigd.
4
1.1 Ongedocumenteerden in Amsterdam Zoals genoemd zijn er mensen met een asielverleden die hier ongedocumenteerd verblijven, en is er een groep zonder asielverleden. Voor beide groepen geldt dat mensen soms al meer dan 20 jaar in Nederland zijn, waar anderen pas enkele maanden hier verblijven. Amsterdam kent een groot aantal verschillende gemeenschappen van ongedocumenteerden. De grootste en meest georganiseerde gemeenschappen zijn de Braziliaanse gemeenschap; de Ghanese gemeenschap; de Nigeriaanse gemeenschap; de Filipijnse gemeenschap en de Indonesische gemeenschap. Daarnaast is er de Colombiaans/Venezolaanse gemeenschap en zijn er ongedocumenteerden uit Egypte, de Palestijnse gebieden, Iran, Syrië, en een aantal met name West- Afrikaanse landen zoals Gambia, Kameroen, Ivoorkust., en zijn er ongedocumenteerden binnen de Surinaamse, Marokkaanse en Turkse gemeenschap. Daarnaast heeft de ombudsman contact gehad met ongedocumenteerden uit China, Tunesië, Algerije, Oeganda, Congo en Somalië. Deze mensen zijn op diverse manieren naar Nederland gekomen, soms zelfstandig, via een toeristenvisum of via andere Europese landen en soms via criminele netwerken of mensensmokkelaars.3 Een deel van hen komt in eerste instantie voor een korte tijd naar Nederland en een deel blijft vervolgens langer, bouwt hier een leven op en vestigt zich permanent.
De ombudsman is tijdens dit onderzoek met opvallend veel ongedocumenteerde Amsterdamse kinderen in contact gekomen. Deze kinderen bouwen hier samen met hun ouders een leven op, maar komen er vervolgens achter dat zij ongedocumenteerd zijn en dat dit een grote invloed heeft op hun leven en toekomstperspectief.
1.2 Kenmerken en overeenkomsten Over het algemeen kan worden gesteld dat de ongedocumenteerde extra kwetsbaar is voor geweld, misbruik en mensenhandel. Tegelijk weten zij zich in veel gevallen opvallend goed staande te houden in een samenleving waar zij niet mogen zijn. Het zijn inwoners die vaak een bijdrage leveren aan de (informele) economie. Om te kunnen leven in een dure stad als Amsterdam werken zij in veel gevallen langere dagen voor een lager uurloon dan een legale arbeidskracht en hebben zij soms drie verschillende banen op een dag. Het zijn modelburgers, omdat ze zoveel mogelijk proberen om niet op te vallen of in contact te komen met de autoriteiten. Een pastor zegt in gesprek met de ombudsman, dat een ongedocumenteerd bestaan in één woord is samen te vatten in ‘wantrouwen’. Zowel richting de politie, de overheid, als onderling kan dit spelen, geeft hij aan. Ook is er sprake van onderlinge discriminatie en racisme. De ongedocumenteerde is het kwetsbaarst en kan ervaren dat er in de gemeenschap op hem of haar wordt neergekeken vanwege zijn status.
3
NRC, Nederland is nu transitland voor mensensmokkel, www.nrc.nl
5
Er zijn zowel opvallende overeenkomsten als duidelijke verschillen te zien tussen de groepen ongedocumenteerden. Allereerst is er een onderscheid te maken tussen de groep met een asielverleden en de groep zonder asielverleden. Ook binnen deze groepen zijn een aantal verschillen te benoemen, in het volgende hoofdstuk volgen de opvallendste bevindingen.
1.2.1 Ongedocumenteerden met asielverleden Inhoudelijke afwijzing asielaanvraag Binnen de groep ongedocumenteerden met een asielverleden, is bij een deel van de mensen, om diverse inhoudelijke redenen, hun asielaanvraag afgewezen. Dit blijken voornamelijk mensen te zijn die vanwege politieke of veiligheidsredenen zijn gevlucht uit het land van herkomst, waaronder bijvoorbeeld ook mensen met een LHBTI-achtergrond. Hier wordt in een volgend hoofdstuk verder op ingegaan. Dublinclaimanten Een deel van de groep met een asielverleden die hier verblijft, is afgewezen omdat zij een zogenaamde ‘Dublin claim’ hebben. Omdat ze Europa zijn binnengekomen in een ander land – en daar hun vingerafdruk is geregistreerd- is het voor deze groep in beginsel niet mogelijk om in een ander Europees land asiel aan te vragen. De Dublinconventie en verordening bepalen dat een asielaanvraag van een asielzoeker in het EU-land van binnenkomst wordt behandeld. Nederland hoeft vanwege de Dublinclaim het betreffende asielverzoek niet in behandeling te nemen, tenzij er redenen zijn om dit wel te doen. Aan deze mensen wordt in veel gevallen meegedeeld dat ze terug moeten keren naar het eerste land waar de vingerafdruk is gezet. Nederland kan na acceptatie door het andere land het asielverzoek en de asielzoeker overdragen aan dat land.
Het gaat sinds een aantal jaar om een relatief grote groep Eritrese jongeren en daarnaast sinds medio 2019 ook om een groeiende groep van met name mannen uit Nigeria. Over de redenen waarom mensen doorreizen uit het Dublin land, veelal Italië, is veel bekend. Zo geeft men aan dat omstandigheden in Italië sterk verslechterd zijn4 met als gevolg dat men geen opvang kreeg of op straat gezet werd, ook wordt als reden aangegeven onveiligheid in verband met de veelal (Nigeriaanse) maffia. Daarnaast zijn er ook sterke vermoedens dat er binnen de Eritrese groep een vorm van mensenhandel plaatsvindt. Men geeft verder aan dat er sprake is van discriminatie in Italië, hoge werkloosheid en arbeidsuitbuiting van ongedocumenteerden5. In de praktijk betekent het dat veel mensen niet terugkeren naar het Dublin land, maar op straat terecht komen. Zij kiezen ervoor om 18 maanden onder de radar te blijven – om daarna een asielaanvraag te doen die wel inhoudelijk (reden van hun vlucht) beoordeeld wordt. Wanneer mensen opgepakt worden en alsnog uit worden gezet, is men soms binnen een week weer terug in Nederland. Amsterdam is een van de steden die een grote aantrekkingskracht uitoefent op een groot deel van deze groep.
De reden die men hiervoor aangeeft is dat Amsterdam een grote stad is, waar mogelijkheden zijn om zwart werk te vinden, onder de radar te blijven en soms ook omdat 4 AIDA country report: Italy. Update 2019 5 Bijvoorbeeld: Trouw, Deze migranten werden uitgebuit, nu runnen ze hun eigen coöperatie in Italië, www.trouw.nl
6
men anderen kent die al in Amsterdam verblijven. Onbekendheid met het systeem speelt ook mee: een van de jongere Eritrese vluchtelingen kon opvang krijgen buiten Amsterdam, maar wilde dit in eerste instantie niet accepteren omdat ze bang was dat haar Dublinclaim buiten Amsterdam niet meer zou doorlopen. Bijzonder aan deze groep is dat zij vaak veel hebben meegemaakt tijdens hun reis. Veel van hen zijn via Libië naar Italië gereisd per boot. Zowel in Libië, als tijdens de reis daarheen waarbij mensen regelmatig meerdere keren verhandeld zijn, is men onder zeer heftige en levensbedreigende omstandigheden vastgehouden. Vervolgens is de boottocht naar Italië, waarbij mensen hebben aangegeven soms een van de weinige overlevenden van een boot te zijn, een bijzonder traumatiserende ervaring, voor een groep die deels minderjarig is.
Eritrese groep Bij de Eritrese groep gaat het vaak om jongeren die nog net of net niet meer minderjarig zijn. Bij aankomst in Italië is hun leeftijd niet altijd goed aangegeven of geregistreerd met als gevolg dat een deel van deze groep in Nederland als meerderjarig wordt gezien. Ook heeft deze verschillende leeftijdsregistratie mogelijke gevolgen voor hun procedure. Voor de Eritrese groep speelt de beoordeling door de IND op identiteitsdocumenten en op de wijze waarop men uit het land is gevlucht een belangrijke rol in de procedure. Een zorg van hulpverleners is dat een steeds grotere groep van deze jonge getraumatiseerde jongens wordt afgewezen en na deze afwijzing op straat belandt, zonder de juiste (psychische) hulp of perspectief. Nigeriaanse groep Sinds 2019 is er een toename van Nigeriaanse Dublinclaimanten in Amsterdam. In een aantal gevallen lijkt er sprake te zijn van een vorm van mensenhandel -in sommige gevallen tijdens hun reis naar of in Italië en mogelijk ook tijdens hun reis naar Nederland. Omdat volgens professionals de regels zijn aangescherpt de afgelopen tijd, en inmiddels alleen aangifte kan worden gedaan voor mensenhandel als dit aantoonbaar in Nederland heeft plaats gevonden, kan deze groep hiervan geen aangifte doen in Nederland.
Hierover bestaan bij veel professionals grote zorgen, omdat deze groep kwetsbaar is, er geen bescherming is voor deze groep en omdat hiermee belangrijke informatie over de met name Nigeriaanse maffia verloren gaat. Veilige landen Er is ook een groep Dublinclaimanten uit Gambia, Senegal of andere Afrikaanse landen waarvan wordt gesteld dat dit veilige landen zijn6. Hun eerste asielaanvraag wordt vaak afgewezen vanwege hun Dublinclaim. Zij verblijven dan in veel gevallen een periode van 18 maanden onder de radar, waarna ze een tweede asielaanvraag doen die dan inhoudelijk (reden van vlucht) beoordeeld wordt. Als het land van herkomst op de nationale lijst van veilige landen voorkomt, dan wordt de asielaanvraag officieel binnen 10 dagen verwerkt omdat de kans op een verblijfsvergunning klein is.7 Deze groep komt, wanneer ook de tweede asielaanvraag wordt afgewezen, vaak opnieuw op straat terecht zonder perspectief. 6 Rijksoverheid, Nederlandse lijst van veilige landen van herkomst, www.rijksoverheid.nl 7 Rijksoverheid, Versnelde afhandeling asielaanvragen veilige landen van herkomst, www.rijksoverheid.nl
7
Land van herkomst veilig verklaard na een aantal jaar legaal verblijf Er is een groep ongedocumenteerden die een verblijfsvergunning heeft gehad, vaak legaal werk had, huisvesting en zijn leven heeft opgebouwd. Maar zodra de oorlog in het land van herkomst is afgelopen en het land weer veilig is verklaard, heeft deze groep in een aantal gevallen niet langer recht op verblijf in Nederland. Een deel van deze groep keert echter niet terug en verblijft nu ongedocumenteerd in Nederland. Het gaat hierbij om verschillende landen van herkomst, zoals Sierra Leone en Ivoorkust.
Tijdelijk verblijfsvergunning in ander Europees land Een ander deel heeft een verblijfsvergunning in een ander Europees land (vaak Italië) maar is vanwege diverse redenen doorgereisd naar Nederland. Het gaat hierbij om een verblijfsvergunning die (nog) niet voor onbepaalde tijd is. Deze groep mag legaal in Nederland verblijven voor een periode van drie maanden8, maar heeft geen mogelijkheid om legaal te werken of recht op gezondheidszorg. Na de periode van drie maanden blijven ze, waardoor ze dan niet langer legaal in Nederland zijn, en feitelijk minder rechten hebben dan de groep die hier ongedocumenteerd is. Deze groep valt namelijk formeel niet onder de regeling Onverzekerbare vreemdelingen van het CAK en heeft ook geen recht op opvang in het LVV-systeem. Minderjarigen - Met onbekende bestemming Van de groep ongedocumenteerden die hier in Nederland leeft is bekend dat dit mensen zijn waarvan het asielverzoek is afgewezen en in veel gevallen het land hadden moeten verlaten. Er zijn echter bij verschillende instanties signalen dat dit niet gebeurt en dat men in Nederland blijft. Het gaat daarbij veelal om mensen uit bovengenoemde groepen. Dit geldt ook voor een groep ongedocumenteerde minderjarigen.
Recent onderzoek toont aan dat een groep alleenstaande minderjarigen de asielprocedure wel doorloopt, maar als deze negatief uitvalt de opvang met onbekende bestemming verlaat en mogelijk in de illegaliteit belandt.9 Volgens dit onderzoek vertrokken vooral oudere kinderen vaak met onbekende bestemming. Een mogelijke verklaring is dat de jongeren tot hun achttiende recht op opvang hebben.
1.2.2 Ongedocumenteerden zonder asielverleden In Amsterdam leeft ook een groep ongedocumenteerden zonder asielverleden. Soms gaat het om migranten die de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen, maar er zijn ook ongedocumenteerden die al sinds de jaren ‘90 in Nederland zijn. In die periode kon men makkelijker naar Nederland reizen en hier vervolgens blijven. De ombudsman heeft met een groot aantal mensen uit verschillende groepen gesproken om per groep een beeld te krijgen wat er speelt en wat mensen beweegt om naar Nederland te komen. Soms ging het om mensen die hier al erg lang zijn, zoals een man die 53 jaar ongedocumenteerd in Nederland leeft. In andere gevallen waren het mensen die korter dan 10 jaar of zelfs slechts een aantal maanden in Nederland zijn. Het gaat om mensen met verschillende nationaliteiten. 8 IND, Reizen in de Schengenlanden met uw verblijfsvergunning of visum, www.ind.nl
9
S. Noyon en I. Kulu-Glasgow, Afgewezen alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Nederland, Demos oktober 2020.
8
Redenen om naar Nederland en specifiek naar Amsterdam te komen bleek dat men hier goed Engels spreekt, en ook omdat men hier al mensen kende of veel over Nederland gehoord had. Andere redenen zijn veiligheid, werk en betere leefomstandigheden. In de gesprekken komt veelvuldig naar voren hoe zwaar het deze mensen valt om ver weg te zijn van hun kinderen en andere familieleden. Ook geeft men aan graag te willen bijdragen aan de Nederlandse samenleving en belasting te willen betalen. Zij zijn verder erg positief over Nederland. De sfeer, de samenleving, de gelijkheid, de balans tussen werk en privé worden hierbij genoemd. In gesprek met sommige gemeenschappen wordt duidelijk hoe onzichtbaar deze groep is. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende onderwerpen die naar voren zijn gekomen en opvallen. De ombudsman pretendeert niet voor iedere ongedocumenteerde uit deze groepen te kunnen spreken, maar grosso modo hebben zij de volgende ervaringen.
Route naar Nederland Een deel van deze groep komt met een toeristenvisum naar Nederland, of via andere Europese landen, omdat rechtstreeks Nederland binnenkomen lastig is. Men heeft vaak enorme schulden gemaakt om naar Nederland te komen. Een aantal groepen blijkt via malafide agentschappen naar Nederland te zijn gekomen om te werken. Het agentschap belooft deze mensen een goedbetaalde baan met huisvesting. Ze verkopen hun bezittingen en onroerend goed en sluiten een grote lening om het agentschap te betalen. Eenmaal in Nederland zijn deze agentschappen niet meer bereikbaar en blijkt het beloofde werk er niet te zijn. Door de hoge schuld die men heeft opgebouwd kan men ook niet meer terug. Relatief hoogopgeleid In de gesprekken met verschillende groepen, valt het de ombudsman op dat men in een aantal gevallen relatief hoog opgeleid is. Het gaat dan bijvoorbeeld om psychologen, ingenieurs en verpleegkundigen, om een aantal beroepen te noemen. Zij verdienen hier in Nederland met schoonmaakwerk en in de bouw echter meer dan zij met het uitoefenen van hun beroep in hun land van herkomst zouden doen - als men daar al werk zou vinden. Goed georganiseerde netwerken Ook is een aantal netwerken opvallend goed georganiseerd. Iemand die nieuw in Nederland aankomt wordt opgenomen in het netwerk en wordt verteld hoe het in Nederland werkt.
Men vindt vervolgens vaak ook via het netwerk werkplekken. Bepaalde groepen hebben zich georganiseerd in een vakbond, of maken deel uit van de Migrant Domestic Workers van de FNV, ondanks dat de groep bang is om zichtbaar te zijn. Hoewel het per gemeenschap verschilt zijn een aantal gemeenschappen zeer hecht. Zij hebben niet alleen elkaar tijdens de coronacrisis gesteund maar hebben ook andere gemeenschappen hulp in de vorm van voedsel en onderdak aangeboden.
9
Emotionele ballast Bij veel van de gesprekken is de emotionele ballast om kinderen en familie achter te laten in het land van herkomst heel erg zichtbaar. Zo sprak de ombudsman een Filipijnse vrouw die in Nederland werkt om de opleiding van haar dochtertje en nichtje te betalen. Zij is weggegaan uit de Filipijnen toen haar dochtertje een paar jaar was. Haar dochter is nu bijna 18 jaar en ze heeft haar nooit meer gezien in al die jaren. De migranten uit de niet visumvrije landen hebben geen mogelijkheid om te reizen en om hun familie op te zoeken in het land van herkomst. Dit leidt tot schrijnende situaties, waarbij kinderen hun ouders jarenlang niet zien, of men de begrafenis van een dierbare niet bij kan wonen en zelfs geen afscheid kan nemen. Een van de sleutelpersonen vertelt: ”Men is altijd op zoek naar mogelijkheden voor legalisatie. Zo leek er in de afgelopen tijd in Portugal een mogelijkheid te zijn om een verblijfsdocument te krijgen – en werd er binnen de gemeenschap in no time een reis naar Portugal georganiseerd, vermoedelijk om hier aanspraak op te kunnen maken.”
Reden om naar Nederland te komen Bij verschillende groepen is arbeid over het algemeen de belangrijkste reden om naar Nederland te komen. Over deze groep wordt door een kennismigrant aangegeven dat ‘zij niet komen als er geen werk is, en er dus werk is’. In gesprek met de ombudsman zeggen ze dat zij ook normale werknemers zijn, die hard werken, goed werk leveren, en dat zij graag zo gezien willen worden en daarin erkend willen worden. In de gesprekken werd als reden om naar Nederland te komen, aangegeven dat men familieleden in het land van herkomst wilde onderhouden, kinderen daar de mogelijkheid geven om naar school te gaan of te studeren of om de verzorging van hun ouders te bekostigen. Een deel van de groep geeft ook aan dat zij in hun land van herkomst geen werk meer zullen vinden vanwege hun leeftijd. Hierbij gaat het om mensen die rond de veertig zijn. Bij sommige groepen wordt aangegeven dat het een combinatie is, men is vertrokken vanwege de veiligheid, de politieke situatie en vanwege economische omstandigheden. In een aantal gevallen ziet de ombudsman dat ouders eerst zelf naar Nederland komen en na een paar jaar hun kinderen ophalen. De redenen die mensen daarbij noemen zijn primair werk maar ook veiligheid. Daarnaast willen ouders ook een toekomst voor hun kinderen.
Men geeft aan dat het leven hier veel beter is, zelfs in ongedocumenteerde omstandigheden, en zelfs gedurende de onzekere coronaperiode, dan in het land van herkomst. Hier kunnen kinderen veilig op straat spelen, waar dat in het land van herkomst niet mogelijk is, doordat er altijd een risico is dat kinderen op weg naar school in een overval terecht komen, of het risico bestaat om betrokken te worden bij bendegeweld, aldus deze ouders. Men komt ook naar Nederland omdat men mensen kent, en vanwege de orde, hoe alles is georganiseerd – en men komt specifiek naar Amsterdam vanwege het interculturele karakter, men verwacht dat er minder begrip of acceptatie is buiten Amsterdam. 10
Men komt vaak in eerste instantie voor een paar jaar, maar besluit dan permanent te blijven. De reden om in Nederland te blijven is ook gericht op de toekomst van de kinderen: de scholen, wat kinderen meekrijgen (geen afval op straat gooien) en vooral ook talenkennis: in het land van herkomst is Engels leren onbetaalbaar en is het taalonderwijs van slechte kwaliteit, terwijl kinderen dat in Nederland wel meekrijgen. Ook valt het op dat er jongeren zijn die recenter naar Nederland zijn gekomen. Zij hebben de ambitie om hier te studeren omdat de Nederlandse universiteiten hoog staan aangeschreven of hun leven hier op te bouwen. Ze zijn vaak relatief hoog opgeleid. Een jongen zegt in gesprek met de ombudsman dat hij zijn hele leven al in Nederland wilde wonen, vanwege de cultuur. Hij zegt dat zijn mindset niet past in zijn land van herkomst en dat hij zich hier thuis voelt. Daarnaast komen vaak alleenstaande mannen via een toeristenvisum naar Nederland. Zij voorzien via het eigen netwerk in hun levensonderhoud. Deze groep verblijft tijdelijk in Nederland en soms permanent als er voldoende inkomsten zijn uit de informele sector. Er blijkt ook een groep jonge mannen tussen de 20 en 40 jaar niet terug kunnen keren omdat de overheid van het land van herkomst geen noodpaspoort of laissez-passer meer afgeeft.
Onder de ouderen die recenter zijn gekomen is de voornaamste reden de mogelijkheid om hun kinderen te laten studeren. Werken in Nederland zou dat mogelijk maken, terwijl deze persoon als ambtenaar in het land van herkomst nooit genoeg zou verdienen om dit te kunnen opbrengen. Ook hier is de emotionele belasting om familie achter te laten groot. Oudere ongedocumenteerden Er is een groep oudere ongedocumenteerden die al langer dan 20 of 30 jaar in Nederland verblijft, tot soms zelfs 53 jaar. Een deel van deze groep is bij de verschillende (pardon)regelingen die er sinds hun komst zijn geweest, om diverse redenen buiten de boot gevallen. Deze groep heeft na de inwerkingtreding van de koppelingswet steeds minder mogelijkheden om aan werk te komen. Een deel van de groep kan nog terugvallen op het eigen netwerk, maar naarmate het ongedocumenteerde bestaan langer duurt, en mensen ouder worden en meer medische klachten krijgen, vermindert het draagvlak in het netwerk of raakt het netwerk zelfs uitgeput. Om verschillende redenen keren deze mensen niet terug naar hun land van herkomst. Een voorbeeld van hoe mensen vast kunnen zitten is een oudere Ghanese man die hier al meer dan 20 jaar ongedocumenteerd verblijft. Hij heeft diverse medische klachten, waaronder een vorm van kanker. Hij is in Nederland uitgeprocedeerd.
In contact met een terugkeerorganisatie spreekt hij een contactpersoon uit zijn land van herkomst, die mensen helpt om terug te keren en hen begeleidt in het land zelf. Zij geeft aan dat zij hem niet gaat helpen, omdat terugkeer zijn dood zou betekenen vanwege de gebrekkige zorg aldaar. Deze man zit daarmee feitelijk ‘vast’, hij kan niet blijven en hij kan niet terug. In gesprek met ouderen blijkt dat zij om verschillende redenen naar Nederland zijn gegaan. Soms vanwege een relatie, of vanwege problemen en onveiligheid destijds in het land van herkomst. Wat opvalt is dat als mensen hier nooit een verblijfsvergunning gekregen hebben, en nooit de mogelijkheid hebben gehad om legaal te werken en geld terug te sturen naar familie, zij eerder geneigd zijn om in Nederland te blijven. Zij hebben dan niets om naar terug te keren, zo vertellen zij. 11
Bij deze ouderen is zichtbaar dat het ongedocumenteerde bestaan een zware aanslag vormt op hun gezondheid. Vaak spelen er diverse gezondheidsklachten tegelijkertijd. Het ongedocumenteerde leven maakt mensen, ook binnen de eigen gemeenschap, kwetsbaar. Een oudere ongedocumenteerde Ghanese vrouw vertelt dat zij bij kennissen slaapt. Soms een tijdje bij de ene, dan weer bij anderen. Ze mag dan in de woonkamer slapen, maar niet op de bank. Zij slaapt op het kleed in de woonkamer, en kan pas gaan slapen wanneer de bewoners naar bed gaan. In de coronatijd had ze een tijdje geen eten – omdat de markt waar zij groente en fruitafval kreeg niet open was – en leefde ze op groene thee. Ze heeft diabetes en dit leven valt haar zwaar. In Ghana heeft ze niemand meer, haar ouders en haar dochtertje zijn overleden. Van verdere familie verwacht ze dat zij haar niet zullen helpen, omdat zij zelf hen nooit geld heeft kunnen sturen. Elke zomer is voor haar een pijnlijke tijd, als anderen wel terug kunnen naar Ghana met cadeaus en familie kunnen bezoeken.
Vanwege een tekort aan arbeidskrachten hebben zich na 1960 veel arbeidsmigranten gevestigd in Nederland. De ombudsman heeft voor dit onderzoek kennis gemaakt met een kleine groep migranten die bijvoorbeeld in het kader van gezinshereniging als jongvolwassene naar Nederland kwam, maar destijds net te oud was om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Omdat deze kinderen niet als enigen van het gezin in het land van herkomst konden achterblijven kwamen zij dan op een studentenvisum naar Nederland. De personen die slaagden voor hun opleiding hebben uiteindelijk alsnog een verblijfsvergunning gekregen, maar degenen die door omstandigheden niet slaagden bleven vervolgens ongedocumenteerd in Nederland. Zo’n gezinslid ziet hoe jongere broertjes en zusjes wel een leven kunnen opbouwen en blijft als enige thuis om uiteindelijk voor de ouders te zorgen. Zolang de ouders leven kunnen ze bij hen wonen. Naast de zorg voor hun ouders zijn deze mensen vaak maatschappelijk betrokken en beheersen zij de Nederlandse taal ook goed. Er is ook een groep ongedocumenteerde arbeidsmigranten die hier al lange tijd is en minder opvalt en nauwelijks een beroep doet op de overheid omdat zij volledig opgaan in de Nederlandse gemeenschap.
Deze ongedocumenteerden vinden een baan via het eigen netwerk en kunnen bij gebrek aan werkgelegenheid binnen de eigen gemeenschap diensten verrichten om deze perioden te overbruggen. Voorzieningen zoals wonen, werk en zorg worden dan ook vaak door de eigen gemeenschap geregeld. De kinderen van deze mensenvallen wel op, omdat zij graag in Nederland willen blijven en naarmate zij ouder worden erachter komen dat zij niet door kunnen studeren, niet kunnen afrijden en geen bijbaantje kunnen hebben. Vaak delen zij ook niet dezelfde ambities als hun ouders en willen ze niet in de voetsporen treden van hun ouders. De ongedocumenteerde ouderen hebben soms al meerdere procedures voor een verblijfsvergunning doorlopen. De groep die hier al langer is, heeft in het verleden veel gewerkt, omdat dit makkelijker was vóór de invoering van de koppelingswet. Om verschillende redenen zijn zij destijds buiten de witte illegalen regeling gevallen en hebben ze geen aanspraak gemaakt op een andere pardonregeling, waardoor zij nu nog ongedocumenteerd leven. Soms ligt de oorzaak in eerdere administratieve fouten, waarbij bijvoorbeeld hun sofinummer op een verkeerde datum was gezet en zij daardoor niet aan de criteria voldeden voor de regeling. Zij geven aan dat hun leven in Nederland is en dat zij zich Nederlander voelen. 12
Verblijf en betrokkenheid in Nederland Bij verschillende gemeenschappen wordt duidelijk dat men goed voor elkaar zorgt, en ook oog heeft voor anderen: De hulp die zij kregen in coronatijd deelden ze met mensen die ze tegenkwamen die ook geen voedsel hadden. Vanuit sommige gemeenschappen worden er regelmatig activiteiten georganiseerd, om bijvoorbeeld eenzame (Nederlandse) ouderen te helpen. In een aantal gesprekken blijkt hoezeer men zich thuis voelt in Nederland en zijn of haar leven hier heeft opgebouwd. In een van de interviews gaf een man wat voor hem belangrijk was in de afgelopen twintig jaar dat hij in Nederland woonde. De invoering van de euro bleek daarbij zijn leven het meest ingrijpend te hebben veranderd ’Vanaf dat moment werd alles twee keer zo duur’. Voor iemand anders is koningsdag elk jaar het hoogtepunt van haar jaar. Wat verder opvalt is dat wanneer mensen zijn teruggekeerd naar hun land van herkomst via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) of de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), zij in diverse gevallen toch na een aantal jaren weer terugkomen naar Nederland. Zelfs als ze in de tussentijd een eigen onderneming hebben kunnen opzetten in hun land van herkomst met middelen vanuit IOM. Werk Men werkt in de schoonmaak, als huishoudelijk hulp, of in de bouw.
Ook wordt aangegeven dat men soms in fabrieken werkt, hoewel dit moeilijker zou zijn worden sinds 9/ 11, omdat identiteitsdocumenten nog strenger gecontroleerd worden sinds die tijd – daarvoor kon men makkelijker op een paspoort van een ander werk vinden. Sommige gemeenschappen kennen een grote onderlinge concurrentie om aan werk te komen; schoonmaakadressen worden bijvoorbeeld aan elkaar verkocht. In andere gemeenschappen helpt men elkaar juist aan de verschillende adressen en vindt men vooral werk via het eigen netwerk. Ook maakt men soms gebruik van het Burgerservicenummer (BSN) van anderen. Weer anderen hebben werk via een constructie met een eigen netwerk in Italië; waarbij maandelijks geld wordt overgemaakt om daar een werkvergunning te houden, waarmee hier in Nederland kan worden gewerkt. Zodra deze kan worden omgezet in een permanente verblijfsvergunning, kost dat eenmalig nog een paar duizend euro extra. Deze route is uiteraard afhankelijk van het hebben van dat netwerk. Men maakt vaak lange dagen: soms heeft men drie banen op een dag, waarbij men van heel vroeg tot s ’avonds laat doorwerkt. Een Amsterdammer, die veel contact heeft met ongedocumenteerden uit bepaalde gemeenschappen, vertelt dat veel ongedocumenteerden in staat zijn om in Amsterdam te leven en hun familie in het land van herkomst te onderhouden.
Als hij zelf een keer in een Western Union geld naar zijn familie in het land van herkomst stuurt, ontmoet hij een van hen. Het blijkt dat deze persoon vele malen meer geld naar huis kan sturen dan hij kan, omdat van zijn loon geen belastingen afgaan.
13
Ongedocumenteerd werken blijkt te (kunnen) lonen omdat zij geen belasting hoeven te betalen.
Angst voor politie en overheid Over het algemeen bestaat een hoge mate van wantrouwen naar de politie en overheid onder ongedocumenteerden. Men heeft verschillende ervaringen: soms is men hier al 20 jaar en is er in al die tijd niets gebeurd, waardoor men zich nu minder angstig voelt. Anderen hebben de ervaring dat de politie ineens voor de deur stond en ze hun paspoorten moesten inleveren. Zij moesten vervolgens zo snel mogelijk een nieuw huis vinden om niet langer vindbaar te zijn en om niet uitgezet te worden. Ook is er het verhaal van de vrouw die aangereden werd, en toen bleek dat zij ongedocumenteerd was, in vreemdelingendetentie werd gezet. Dit versterkte het gevoel van onveiligheid voor haar en haar gezin. Ongedocumenteerde kinderen geven ook aan dat zij zijn opgegroeid met angst voor de politie en voor uitzetting. Bij het verlenen van hulp in de coronatijd bleek hoe groot het wantrouwen bij sommige gemeenschappen kan zijn. Een vrachtwagen met voedsel en donaties stond bij een vooraf afgesproken adres voor de deur, maar er werd niet opengedaan, ook niet na herhaaldelijk aanbellen. Pas nadat via een contactpersoon een bekende van de groep gebeld werd en daarna contact opnam met de bewoners van het huis, werd de deur uiteindelijk opengedaan en konden de voedselpakketten worden overhandigd.
Een ongedocumenteerde vrouw die in Amsterdam Zuidoost woont vertelt dat zij regelmatig staande wordt gehouden als ze een fiets bij zich heeft en dan wordt gecontroleerd, ‘de vrouwelijke agenten zijn het ergst’. Ze vertelt dat zij altijd een aankoopbewijs van haar fiets bij zich heeft, voor deze situaties. Door een persoon werd aangegeven dat de angst voor de politie door recente open gesprekken met de politie wel wat is afgenomen. Iemand van de Nigeriaanse groep vertelt aan de ombudsman dat vroeger wanneer de politie kwam, er weleens iemand van de flat sprong. Volgens hem was dat vooral vanwege de ervaringen met politie in Nigeria. De mensen wisten mensen nog niet dat de politie hier anders was. Toch blijft er ook veel wantrouwen: wanneer iemand in gesprek gaat met de politie of een interview geeft rijst heel snel de vraag binnen de gemeenschap of die persoon nog te vertrouwen is.
Overige situaties Surinaamse groep Vanuit de Surinaamse gemeenschap zijn mensen soms al lange tijd in Nederland. Hierbij gaat het vaak om mensen die als Nederlander zijn geboren, en in 1975 bij de onafhankelijkheid van Suriname nog redelijk jong waren, en niet zelf konden kiezen of zij de Nederlandse of de Surinaamse nationaliteit wilden. Vaak is men later naar Nederland gekomen omdat men hier familie heeft. Wat opvalt is dat in 1975 soms voor een deel van het gezin voor Nederlanderschap is gekozen, en voor 14
een deel van de kinderen niet. In veel gevallen is het grootste deel van de familie dan bijvoorbeeld Nederlander, en is er één persoon van de familie ongedocumenteerd. Soms verblijft iemand vanwege (familie)omstandigheden of medische redenen tijdelijk in Nederland. Wanneer zij langer blijven dan de duur van hun visum zijn zij vervolgens ook ongedocumenteerd in Nederland. Daarnaast zijn er kinderen die recenter hier geboren zijn, maar toch hun hele leven ongedocumenteerd zijn omdat hun ouders dat zijn. De ombudsman sprak een ongedocumenteerde Surinaamse vrouw die hier al jaren gewerkt heeft, belasting heeft afgedragen en nu zelfs pensioen ontvangt, maar al die jaren hier ongedocumenteerd verbleef. In haar geval is er inmiddels een verblijfsvergunning toegekend.
Zwarte schaap Een bijzondere categorie is de ongedocumenteerde die hier in Nederland is geboren maar voor wie de ouders geen naturalisatie hebben aangevraagd of de verblijfsvergunning tijdig hebben verlengd. Dergelijke personen zijn vaak verstoten door de eigen familie en zien zichzelf als het zwarte schaap van het gezin. Deze personen lopen een groter risico om in hun jongere jaren in contact met justitie te komen en omdat de verblijfsstatus niet of helemaal niet goed is geregeld, kan de overheid hen als ongewenst verklaren. Deze gebeurtenis blijkt vaak achteraf heftige gevolgen te hebben voor het gezin. Het zorgt voor ontwrichting en vaak keert de ongewenste vreemdeling alsnog terug naar Nederland omdat hij geen binding heeft met het land waar hij naar is uitgezet. In een paar gevallen duikt de ongewenst verklaarde ook onder. Zo blijkt een 28-jarige man ongewenst te zijn verklaard omdat hij op jonge leeftijd in aanraking is gekomen met justitie. Uit dossieronderzoek van de ombudsman blijkt dat dit voorkomen had kunnen worden. De moeder van betrokkene heeft in het verleden meerdere keren een aanvraag voor verlenging van zijn verblijfsvergunning ingediend, maar nooit de leges betaald. De kans op een verlenging was groot omdat de verblijfsvergunning van betrokkene, die geboren en getogen is in Nederland, telkens werd verlengd.
In deze zaak was het aannemelijk dat als zijn moeder tijdig een nieuwe aanvraag had ingediend en de leges had betaald, hij nu niet ongedocumenteerd in Nederland zou zijn. Staatloos Volgens de Verenigde Naties wordt er in de wereld elke 10 minuten een kind staatloos geboren.10 In Nederland blijken ruim 12.000 mensen als staatloos geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP) van de ruim 40.000 personen van wie de nationaliteit onbekend is in de BRP. 11 Er zijn diverse oorzaken voor staatloosheid. Zo kan een persoon bij geboorte reeds staatloos zijn vanwege zijn ouders of als gevolg van het nationaliteitsbeleid van een staat. Deze groep groeit zonder juridische status op. Een veelvoorkomend geval zijn kinderen die bij geboorte problemen met hun verblijfsrecht hebben door het nationaliteitsbeleid. Ook speelt mee dat zij moeite hebben met het verkrijgen van bewijzen uit het land van herkomst omdat het land niet over informatie van die persoon beschikt of de stukken onvoldoende zijn om een verblijfsvergunning toe te kennen. 10 UNHCR, Report: I am here, I belong- the urgent need to end childhood statelessness, 2015 11 Rijksoverheid, Staatloosheid, www.rijksoverheid.nl
15
De staatloze kan, in tegenstelling tot ongedocumenteerden met een nationaliteit, Nederland niet verlaten. De staatlozen ervaren uitsluiting en discriminatie. Zij vertellen dat ze niet volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en zich ook nergens thuis voelen nu geen enkel land hen erkent. Velen geven aan dat het hen niet uitmaakt waar zij leven, als er maar een einde wordt gemaakt aan de onzekere en onveilige situatie. Door bewijslastproblemen leven zij een langdurig uitzichtloos bestaan. Deze groep voelt zich niet veilig en heeft het gevoel dat hun basale mensenrechten niet worden gerespecteerd. Het ontbreken van een nationaliteit belemmert de staatloze in de toegang tot zijn rechten en voorzieningen. De ombudsman spreekt een 22-jarige jongeman die op jonge leeftijd naar Nederland is gebracht door zijn vader. Hij vlucht op 10-jarige leeftijd uit huis en wordt daarna gevonden door de politie. Vanaf dat moment heeft de Nederlandse staat voor hem gezorgd tot aan zijn twintigste levensjaar. Daarna raakt hij verwikkeld in een juridische strijd met de overheid. De uitkomst is dat zijn identiteit onbekend is en vanaf zijn twintigste staatloos is. Naar de situatie van de staatlozen is door de adviescommissie van vreemdelingenzaken onderzoek verricht en zijn diverse aanbevelingen gedaan om de situatie van de staatlozen te verbeteren.
Een van die aanbevelingen is het oprichten van een met waarborgen omklede vaststellingsprocedure voor staatloosheid. Maar ook wordt er geadviseerd om een gedeelde bewijslast te hanteren in de vaststellingsprocedure van staatloosheid en erkende staatlozen te ontslaan van de geboorteakte-eis bij naturalisatie. Er wordt gewerkt aan een wetsvoorstel over staatloosheid. Staatlozen die niet kunnen aantonen dat ze staatloos zijn kunnen de rechter vragen om een uitspraak.12 Kanttekening hierbij is dat als dit niet wordt gekoppeld aan het verkrijgen van een verblijfsvergunning, men in de praktijk nog steeds geen perspectief heeft. Daarnaast zal er mogelijk een groep blijven die staatloos is, waarvan de staatloosheid niet kan worden vastgesteld.
Een voorbeeld: Een uit Palestina afkomstige man verblijft ruim twintig jaar in Nederland. De man is als kind getraumatiseerd in land van herkomst en blijkt nu ernstige medische klachten te hebben. Een verblijfsvergunning kan niet worden toegekend omdat er wordt getwijfeld over zijn afkomst. Na jaren lukt het hem om een geboorteakte te krijgen. Volgens de organisatie die de documenten controleert zouden de stempels vervalst zijn. Bewijs uit Palestijnse gebieden is lastig en de man zal naar verwachting weer jaren moeten wachten op nieuwe documenten en in onzekerheid moeten leven.
12 Rijksoverheid, Staatloosheid, www.rijksoverheid.nl
16
Europese ongedocumenteerden Er is een groep ongedocumenteerden die vaak minder bekend is: de Europese ongedocumenteerde. Zolang zij in Nederland werken kunnen ze hier legaal verblijven, maar zodra ze te lang zonder werk zitten, worden zij geacht het land te verlaten. Wanneer men toch in Nederland blijft, is men hier feitelijk ook niet legaal. Deze groep is ook kwetsbaar voor uitbuiting door potentiële werkgevers, door hun onzekere positie. Het kabinet heeft het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten ingesteld om voorstellen te doen om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Dit aanjaagteam geeft in haar eerste rapport aan dat de afhankelijkheid van de arbeidsmigrant van het uitzendbureau en inleners die slecht willende partijen de kans geven daar misbruik van te maken een groot knelpunt is. Deze groep heeft zich in veel gevallen in Nederland ingeschreven in het Registratie Niet Ingezetenen (RNI) register van een gemeente. Men kan zich hier inschrijven bij verblijf korter dan vier maanden in Nederland en krijgt dan een BSN. Bij deze registratie wordt een adres in Nederland niet geregistreerd13. Mensen blijven soms om diverse redenen langer in Nederland, bijvoorbeeld omdat hun werkgever hen nog niet heeft uitbetaald, en zijn niet traceerbaar.
Er is geen zicht op het aantal mensen met een RNI-registratie dat na deze vier maanden nog in Nederland verblijft, en ook niet van het aantal mensen dat niet (langer) werkt. Een deel van deze groep wordt dakloos en door experts wordt aangegeven dat zij door de uitbuiting die zij hebben ondergaan ook psychisch extra kwetsbaar kunnen zijn.
13 “Adresgegevens in Nederland worden alleen vastgelegd voor NAVO-militairen (…) en geprivilegieerden (…) In alle
overige gevallen wordt een adres in Nederland niet geregistreerd.” Rijksdienst voor Identiteitsgegevens,
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Werkinstructies Registratie Niet-ingezetenen (WIR) 16 december 2019, p. 26
17
2 Het leven van een ongedocumenteerde
Nederland heeft een strikt voorzieningenbeleid voor vreemdelingen. Het doel is om het onrechtmatige verblijf te ontmoedigen en te voorkomen dat men zonder geldige verblijfsstatus in Nederland wortelt. Toch blijken er duizenden ongedocumenteerden jarenlang in Nederland te wonen. Deze mensen stichten een gezin, wonen en werken hier in Nederland. In dit hoofdstuk wordt besproken waar de ongedocumenteerde in zijn of haar leven in Amsterdam tegenaan loopt.
2.1 Huisvesting Ongedocumenteerden wonen verspreid in de stad, vaak in sociaaleconomische zwakkere wijken. Veel ongedocumenteerden regelen de huisvesting zelf en een aanzienlijk deel wordt uitgebuit door malafide tussenpersonen. Zij huren zonder huurcontract en zonder de eigenaar van de woning te kennen. De huur die zij betalen verschilt onderling, maar ligt soms tussen €1800 tot €2500,- voor een woning per maand. Gezinnen met kinderen betalen meer huur vanwege het risico dat onderhuur sneller kan worden gemeld. Om de huur te kunnen betalen verhuurt de ongedocumenteerde soms een kamer aan een ander persoon uit de eigen gemeenschap. Onder ongedocumenteerden met een groot netwerk vindt de onderhuur plaats via familie of kennissen of huisbazen van legaal verblijvende personen. Anderen huren een kamer, waar men gemiddeld tussen de €350 en €900,- voor betaalt. Ook zijn er gevallen bekend van mensen die soms met vijf personen in een kamer verblijven.
Opvang In Amsterdam is er een opvang voor ongedocumenteerden. Er wordt hierbij nauw samengewerkt met het Rijk en daarnaast zijn er vier andere gemeenten die meedoen aan deze pilot Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). In de Amsterdamse LVV is plek voor 500 ongedocumenteerden. Tot deze voorziening worden in principe mensen uit niet-veilige landen toegelaten, naast een aantal oudere ongedocumenteerden die al eerder in de BBB14 opvang van de gemeenten onderdak kregen. Daarnaast is in Amsterdam een uitzondering gemaakt waardoor een aantal plekken beschikbaar is gemaakt voor mensen met een Dublin claim voor een periode van maximaal 6 maanden. Het doel van de pilot is het realiseren van begeleidings- en opvangvoorzieningen voor ongedocumenteerden, waarbij de begeleiding is gericht op terugkeer, doormigratie of legalisering. De LVV-voorziening is gebaseerd op buitenwettelijk begunstigend beleid. Een ongedocumenteerde kan geen aanspraak maken op de voorzieningen van dit programma. Het is aan de gemeente om onderdak of individuele begeleiding te bieden conform het uitvoeringsplan van de LVV. De voorwaarde is dat de ongedocumenteerde meewerkt aan het doel van de pilot.
14 Bed Bad en Brood voorziening
18
Binnen de pilot zit een groot deel van de ongedocumenteerden juridisch klem. Deze ongedocumenteerden vertellen dat zij niet kunnen terugkeren om diverse redenen. Voor oudere ongedocumenteerden kan dit zijn omdat er geen netwerk (meer) is in land van herkomst of onvoldoende medische voorzieningen. En voor anderen dat het bewijs onvoldoende is om een verblijfsvergunning te verstrekken. De gemeente kan tot nu toe deze impasse niet doorbreken. Een mogelijk knelpunt binnen de LVV is de ‘regiobinding’ die wordt gehanteerd voor toelating tot een voorzienig. Regiobinding houdt in dat iemand uit de centrumgemeenteregio afkomstig moet zijn, dit om een te sterke aanzuigende werking te voorkomen. Deze zou niet dekkend zijn. Omdat er geen landelijke dekking is van de LVV, betekent dit in de praktijk dat mensen soms van de ene naar de andere plek gaan om toch ergens opvang te kunnen vinden. Als zij uit een AZC in Friesland komen, worden ze vaak in alle opvanglocaties buiten Friesland afgewezen omdat ze geen regiobinding hebben met die provincies of steden. In Friesland zelf is geen LVVvoorziening. Het is voor hen moeilijk om ergens een slaapplek te vinden.
Opvang vrouwen met kinderen Amsterdam beschikt niet over een gemeentelijke opvang voor vrouwen met kinderen. Hulporganisaties verklaren dat als zij op straat staan, het voor hen heel erg moeilijk is om onderdak te vinden. Er is vaak veel stress, wat ook zichtbare invloed heeft op de kinderen. Vrouwen zijn vaak bang om zich te melden omdat zij angst hebben om in een Gezins Opvang Locatie, (GOL) te worden ondergebracht en terug te worden gestuurd naar hun land van herkomst. Voor vrouwen met kinderen is er op dit moment geen opvang die hen de tijd geeft om te werken aan perspectief. Diverse professionals geven aan dat terugkeer zeker niet uitgesloten hoeft te worden, maar dat men vaak meer tijd en begeleiding nodig heeft om te kijken welke perspectieven er zijn. De ombudsman sprak een alleenstaande moeder die er alles aan deed om onder de radar te blijven, uit angst om uitgezet te worden. Zo blijkt een moeder zo bang te zijn om teruggestuurd te worden naar haar land van herkomst, dat zij er voor koos om buiten te slapen met haar zoon van 2 jaar. Het was midden in de winter. Het bleek daarna dat zij een aantal dagen met haar zoontje achter een liftschacht sliep. Haar zoontje werd in kritieke toestand opgenomen op de IC met een longontsteking, het was de vraag of hij het zou overleven.
Opvang voor transgender personen Een van de problemen voor transgender personen is dat het geslacht op het identiteitsdocument vaak niet overeenkomt met de huidige situatie. Het gevolg is dat een transgender persoon niet in de juiste opvang wordt geplaatst. Zij voelen zich daardoor onveilig en vermijden opvangplekken. Zij proberen vaak gebruik te maken van andere netwerken waar ze hun kleding kunnen wassen en eventueel juridisch advies kunnen inwinnen.
19
Kwetsbaarheid Degene die zelfstandig geen verblijfplek kan vinden is in beginsel kwetsbaar, omdat de dakloze ongedocumenteerde geen gebruik kan maken van de reguliere gemeentelijke voorzieningen. In de praktijk wordt door hulpverleners vaak de vraag gesteld hoe ernstig of schrijnend de situatie moet zijn voordat iemand een slaapplek kan krijgen. Als de GGD een screening uitvoert op kwetsbaarheid vertellen professionals dat er in een aantal gevallen geen informatie wordt opgevraagd bij de behandelaar, bijvoorbeeld het Expertiseteam Ongedocumenteerden en Psychotrauma van Arq Centrum ’4515, terwijl de persoon daar wel onder behandeling is. Volgens de professionals kan er op deze manier geen volledige analyse worden gemaakt van de medische situatie en de kwetsbaarheid van personen. Een ander probleem volgens hulpverleners is dat niet alle ongedocumenteerden de juiste hulp kunnen krijgen nu partijen niet (goed) samenwerken. Ook het medisch opvangtraject voor ongedocumenteerden, (MOO) vraagt om een landelijk sluitend opvangsysteem voor ongedocumenteerden met ernstige psychische en/of somatische problematiek16. Een hulpverlener verklaart aan de ombudsman dat zij een ernstig zieke vluchteling begeleidt. De man, die nu met één nier leeft en nierkanker heeft overleefd, heeft medische klachten en nog erg veel pijn. Hij ligt vaak in bed en gebruikt veel medicijnen.
Via het LVV-programma is er een plek aangeboden. Volgens de hulpverlener is dit een donkere kamer met twee stapelbedden. De inrichting van de kamer herinnerde de man aan zijn verleden, hij is meerdere keren mishandeld. Ook zou de plek niet passend zijn omdat de man vaak ziek op bed ligt en zorg nodig heeft. Hij staat nu op de wachtlijst voor MOO. Omdat hij via het LVV-programma is doorverwezen naar “Toekomst Oriëntatie” heeft hij hier geen recht op. Deze man heeft nog steeds geen plek om te wonen. Hij kan in deze situatie ook onmogelijk werken aan zijn “perspectief” en zijn gezondheid verslechtert. Hulpverleners uiten daarnaast de behoefte om meer aandacht voor de multiproblematiek binnen de opvang. Een hulpverlener komt in contact met een 43-jarige Zuid-Afrikaanse vrouw die slachtoffer zou zijn van mensenhandel. Er kan geen B8-procedure17 worden gestart omdat de politie de dader niet kon traceren. De vrouw zou door een man op een Frans Schengenvisum rechtstreeks uit Johannesburg naar Nederland zijn gebracht. Met haar twee kinderen van 20 en 15 jaar. Ze hebben het AZC verlaten omdat haar was meegedeeld dat ze asiel moest aanvragen in Frankrijk nu de Franse ambassade de visa had verstrekt en de uitzetting op korte termijn zou plaatsvinden. Omdat de gemeente Amsterdam niet over een gezinsopvang beschikt is er gezocht naar alternatieven.